[BV22.0052] Verslag van de gezamenlijke commissie Algemeen Bestuur/Samenleving van 18 mei 2022
Tekst van het document
Mijn verbazing was dan ook groot toen ik haar brief van afgelopen week las, waarin ze aangaf dat het VPP helaas geen participatietraject in de juiste zin van het woord is en dat er draagvlak wordt gesuggereerd wat niet bestaat. Ondanks dat dit wel wordt gecommuniceerd naar de minister. Verder waarschuwt zij, dat de sluitingstijden in de praktijk veel ruimer blijken te worden dan wat wordt gesuggereerd. Tussen de regels door lezend kom ik tot de conclusie dat er een hoop moois wordt gesuggereerd, maar dat het vooral toneel is. Een proces om een vinkje te zetten achter participatie en daarmee en passant de kritische stemmen het zwijgen op te leggen. Door nu aan te geven dat alles met alles samenhangt en dus eigenlijk nu de piketpalen vast te zetten hebben we inderdaad geen input meer, dit is echt 2 voor 12. Nu worden de mazen in de wet gemaakt, waar later doorheen gevlogen gaat worden. Ik lees deze zorgen te weinig in de huidige reactie van het college terug. Daarom zou ik graag een reactie van de wethouder willen op de brief van mevrouw Van de Coevering. Net als zij zijn wij volksvertegenwoordigers en daarom hecht ik er heel veel aan, dat haar kritiek door ons wordt overgenomen. Na stil te hebben gestaan bij de brief van mevrouw Van de Coevering wil ik de verdere mening van de GL-fractie verwoorden. GL is altijd voorstander geweest van krimp en zelfs sluiting.
Het traject waarin niet gesproken mag worden over deze krimp- dan wel sluitscenario’s is in onze ogen dan ook een onvolwaardig traject. Er is geen sprake van een complete overweging als bepaalde aspecten niet meegenomen mogen worden. Het is een illusie om te denken dat er een zero-loss-optie zou bestaan door vooraf te besluiten dat het vliegveld geen terrein mag verliezen, besluit je dan ook per definitie dat omwonenden terrein zullen verliezen of nog langer met dezelfde overlast zullen blijven zitten. Dat er bij het kieskompas door veel mensen werd gekozen voor niet sluiten, betekent uiteraard niet dat deze niet representatieve groep voor groei of zelfs tegen krimp is. Dat krimp geen draagvlak heeft bij de deelnemers is een onbewezen stelling. Er is geen draagvlak voor krimp bij een deel van de deelnemers, dat klopt, namelijk de luchtvaartsector. Bij een ander deel, de
11/33
omwonenden, bestaat die wel. Zoals gezegd, wij raadsleden zijn volksvertegenwoordigers en moeten dan ook de belangen van de gehele bevolking verwoorden. Het voorstel van een burgerberaad is het overwegen meer dan waard. Dat de grootste ledenvereniging die te maken heeft met de vliegtuigoverlast, BTV, uitgesloten is van deelname is op zijn zachtst gezegd zeer onwenselijk. De BTV vertegenwoordigt honderden mensen in Lansingerland, een vereniging vertegenwoordigt zijn leden en zal dan ook met die leden moeten kunnen overleggen over het te nemen standpunt. Dat is onmogelijk als ze geheimhouding wordt op opgelegd. In het VPP en de brief van het college wordt de focus volledig gelegd op de geluidsruimte en overlast. Die focus op geluid achten wij vreemd, een vliegtuig produceert meer dan enkel geluid, denk aan CO2 en ultrafijnstof. Dat die niet meegenomen is, is heel bijzonder. Deze stoffen hebben zeer directe invloed op de volksgezondheid, het klimaat en de flora en fauna. De focus moet zijn op het verminderen van het aantal vliegtuigbewegingen. Stel dat er in de toekomst meer stillere vliegtuigen komen, dan zouden deze in theorie in dezelfde geluidsruimte passen en dus een uitbreiding van de vliegbewegingen mogelijk maken. Dat is zeer onwenselijk voor de mensen hier, voor de wereld waar we op mogen wonen. Zoals gezegd kan GL zich niet vinden in de voorliggende brief.
Wij overwegen een motie dan wel een amendement, althans, dat deden wij, want het voorstel van de heer Hoek om samen met mevrouw Van de Coevering tot een nieuwe brief te komen is eigenlijk nog beter dan wat ik voor ogen had. Daarin moet aandacht worden gevraagd voor de eerder genoemde punten op het vlak van participatie, klimaat en volksgezondheid. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Dank aan de insprekers, het aanwezige publiek alsmede de insprekers en ook de vertegenwoordigers van de politieke partijen. Voor ik tot beantwoording overga, wil ik toch even helder maken dat de voorliggende brief past in het traject van een voorlopig participatietraject. Met andere woorden: wij consulteren u als raad. We consulteren u, omdat wij een conceptbrief namens u gemaakt hebben, waarbij we een groot aantal zaken nog niet geregeld zien, maar ook meer scherpte willen hebben, dat kunt u ook lezen in de brief die wij gestuurd hebben, om meer duidelijkheid. Wij vinden op dit moment het VPP onvoldoende ingevuld, het laat veel ruimte over. Die vragen heb ik ook van u gehoord. Maar dat is ook de bedoeling, want je zit in een voorlopig participatietraject, waarbij we terug gaan aan de tafel. Ik kom zo op het proces terug en ook het doen van moties en amendementen. Hier ligt ook geen brief waar een besluit op genomen hoeft te worden.
Uiteindelijk besluiten we ook helemaal niets, het is pas later in het traject dat wij inbreng kunnen hebben op het luchthavenbesluit en het ministerie die dat doet, en er zijn zienswijzen mogelijk vanuit alle participanten, maar ook van de inwoners. Die zienswijzeprocedure komt pas veel later. Wat we nu doen. De heer Lieverse: Ik probeer te volgen wat de wethouder hierover zegt. Begrijp ik goed dat u zegt, dat als we het voorlopig participatiepakket zouden aannemen, daar een handtekening onder zouden zetten, wat ik voorlopig niet zal doen, dat we daarmee nog ruimte creëren om erop terug te kunnen komen in vervolgstappen. Dat klinkt een beetje anders dan we tot nu toe hebben gehoord van de bewonersvertegenwoordiger. Wethouder Fortuyn: Dat klopt precies, want dit is een eerste brief. 2 juni krijgt u de gevoelens die ik hier gehoord heb, ik ga proberen die te vertalen in de brief. Dan kijken we of we het wat scherper kunnen maken en wat we vergeten hebben. Het is een brief die wij opgewerkt hebben, maar ik doe het wel namens u. En dat gaat terug naar die tafel, zonder dat we exact weten wat de uitkomst gaat worden, want dat is een participatietraject, dat gebaseerd is op de theorema, het optimum, dat net uitgelegd is door de heer Kampinga. Ik heb het maar opgeschreven, want anders was ik hem kwijt. Waarbij 30 partijen aan de tafel zitten.
De heer Duk: Ik zie niet wat het voordeel is van eerst deze brief versturen en dan later een nieuwe brief te versturen waarin de gevoelens die in deze commissie worden verwoord staan. Is het niet veel logischer om nu gewoon in één keer met een nieuwe brief te komen? Wethouder Fortuyn: Dat lijkt me niet. Wij zijn uniek t.a.v. de provincie, de gemeente Rotterdam en Schiedam. Wij hebben deze keuze gemaakt en ook voorgelegd nu, of willen we voorleggen nu, we kunnen hem ook niet sturen, want het is een voorlopig pakket. We gaan door met onderhandelen totdat het er definitief ligt. Dat kan. Maar wij hebben ervoor gekozen, juist om die bewonersavond te organiseren, om nu met u te consulteren wat wij hier namens u op papier zetten om aanvullingen op te halen om vervolgens de volgende stap te maken. Waarom willen we deze in briefvorm hebben? Dan bouwen we in ieder geval het dossier even op. Ik ben er groot voorstander van om tussentijds deze brief ook in c.c. ter kennisname te sturen aan meneer Harbers van het ministerie van I&W. Dan weet hij in ieder geval, dat er iets aan de hand is. We gaan die brief ook scherper maken en die wordt 2 juni hier aan u voorgelegd om te kijken: bedoelen we dit nu en kan daarmee het ambtelijk apparaat en ook de bestuurlijke regiegroep hier verder op preluderen om uiteindelijk naar een voorstel te komen.
Houd wel rekening met het feit dat 30 partijen rond die tafel zitten. Eerst waren dat het Havenbedrijf, VNO-NCW tot en met BTV, maar die is eruit gestapt. Ik vind het een slechte zaak, dat dat gebeurd is, want nu praten we nog steeds en proberen we invloed uit te oefenen. Dat is veel beter dan dat je wegloopt. De heer Lieverse: Het onderwerp leeft, dat zult u ons niet kwalijk nemen. Het leeft bij u ook al heel veel jaren, dus ook dank aan u voor uw inzet op dit traject. In de brief staat nu de veronderstelling dat de uitkomst van de
12/33
beeldvormende avond, nee, er wordt gezegd dat de uitkomst van de beeldvormende avond op 14 april en de informatieavond voor inwoners op 20 april leverden geen argumenten op om de reactie van het college te herzien. Staat u daar nog steeds achter? Wethouder Fortuyn: Ja, daar sta ik nog steeds achter, omdat de vragen die wij in de brief gesteld hebben feitelijk de open einden, want dat is het uiteindelijk, nog steeds niet ingevuld zijn, dus we kunnen niet echt de consequentie zien van de nachtsluiting, dat staat er ook letterlijk in. We weten niet wat het terugdringen van het geluid betekent voor het aantal vluchten. Er worden hier aantallen genoemd van 18.000 en 13.000 vluchten. Dat is iets wat nog helemaal niet concreet en hard uitgezocht is. Het is een aanname door partijen die eromheen cirkelen en die iets creëren. Ik heb de hardheid niet. We moeten wel, zoals we dat aan het begin ook gedaan hebben, de fact finding hebben: waar hebben we het over? We zijn op dit moment nog zoekende naar de antwoorden. Dat geldt ook voor die nachtsluiting. Even terug naar die participatie. De heer Kampinga: Die brief wordt getekend door de griffier, namens de gemeenteraad. Even voor de helderheid. Wethouder Fortuyn: Zeker.
Het ondersteunt ons, ambtelijk en bestuurlijk, dat de gemeenteraad mij wel even meegeeft: let op wethouder, hier hebben wij kritische vragen over, hier willen wij meer duidelijkheid over hebben alvorens wij et cetera. Uiteindelijk besluit u niet. U kunt wel nadrukkelijk aangeven wat uw mening is, waar u voor staat, ook van de inwoners, daar sta ik ook voor, en hoe wij gezamenlijk optrekken ook met mevrouw Van de Coevering van de bewonersvereniging. Uiteindelijk besluit I&W en de Tweede Kamer. Zo simpel is het. Mevrouw Verhoef: Ik wil het proces heel helder hebben. U zegt: uiteindelijk besluit u niet, dat doet het ministerie van I&W. Maar wat is nou het resultaat. We geven in de brief van 2 juni een aantal pijnpunten mee, het proces gaat door. Wat wordt er nou opgeleverd? Een voorkeursscenario? Of levert het uiteindelijk een luchthavenbesluitverzoek op, waarover het ministerie van I&W een besluit neemt? Wanneer moeten wij als raad dan zeggen: hier kunnen wij wel achter staan. Is dat achter het voorkeursscenario? Wat is dat en wanneer is dat? Wethouder Fortuyn: In principe hoeft u nergens achter te staan. Ik ben het met mevrouw Van de Coevering eens, we hoeven niet te tekenen bij het kruisje. Mevrouw Verhoef: Wat is het product waarover wij dan kunnen zeggen: we tekenen niet bij het kruisje of we doen het wel.
Wat is dat? Wanneer komt dat product? Is dat een voorkeursscenario? Een definitief voorkeursscenario op basis waarvan het luchthavenbesluitverzoek van RTHA wordt ingediend? Ik snap het proces niet. Wethouder Fortuyn: Ik ga nu het proces maar uitleggen, want er zitten wat onduidelijkheden in. We zijn nu bezig met de bespreking met de participanten, dat zijn we nu aan het doen. De gemeenteraad, dat zijn wij, verzend een reactiebrief aan de projectorganisatie. Die wordt besproken in de raadsvergadering van 2 juni. Als we akkoord zijn met die brief, met de scherpte erin, die u vanavond heeft aangegeven, ik heb het genoteerd en we kunnen het op de webcast terug kijken, we gaan die brief aanscherpen, daar ga ik de discussie nu niet over aan, we gaan aanscherpen waar het kan, dan komt het 2 juni terug. Dan kunt u zeggen: ambtenaren en wethouder, dit vinden we, gaat u zich hierop inzetten. In de wetenschap dat de spanbreedte tussen sluiten en maximaal gebruik van 24 uur een hele weg is. Dan krijgen we die theorema weer, maar dat laat ik even liggen voor wat het is. Dan gaan wij die belangen behartigen. Dan is er in juli en augustus een zomerreces. In september tot november komt er een publicatie van het definitief pakket en dan gaan we nog een keer met elkaar in gesprek.
Het definitieve pakket met de reactie van de participanten, dat zijn wij dus ook, wordt opgeleverd aan initiatiefnemer RTHA. Wij zijn helemaal niet de initiatiefnemer, wij vragen geen luchthavenbesluit, wij vragen niet toestemming om al die dingen te regelen, dat doet I&W. Dit pakket wordt onderdeel van de aanvraag die de luchthaven moet gaan indienen. Dat betekent dus, dat wij een reactiebrief aanbieden en dat aan de projectorganisatie meegeven. Met die zet van al die reacties van al die partijen gaat RTHA aan de slag met de formele procedure, dat is vanaf december, voor het luchthavenbesluit, dat is inclusief de MER. Dan hebben wij uiteraard het recht om net als anderen zienswijzen in te dienen. De heer Duk: Het is veel fijn dat ik nu het grotere plaatje qua langere tijdsplanning heb gekregen. Eigenlijk ben ik nu heel erg benieuwd naar wat er gaat gebeuren naar 2 juni toe. Ik begrijp van de wethouder dat deze brief wel of niet verstuurd gaat worden, dat er dan vervolgens een aangepaste brief ook gestuurd gaat worden, die op 2 juni door de raad wordt aangenomen. Wanneer krijgen wij die nieuwe brief te zien? Hebben wij nog mogelijkheid om die aan te passen? Hoe ziet dat traject eruit? De voorzitter: De techniek van raadsvoorstellen. Er ligt een raadsvoorstel en dat is: deze brief. De wethouder zegt wel even een andere brief te schrijven, zo zit het niet in elkaar.
Als de brief gewijzigd moet worden, dan zult u als raad deze in de raadsvergadering van 2 juni moeten amenderen. Of de raad maakt een hele nieuwe brief. Het ligt dus nu bij de raad en niet bij het college. Zo zit het procedureel in elkaar, ik heb net overlegd met de griffie. De heer Smolders: Volgens mij kan de wethouder de brief toch terugtrekken? De voorzitter: Nee, dat kan hij niet, want hij ligt bij de raad. De raad kan hem terugsturen naar het college, maar het college kan de brief niet terugnemen. Wethouder Fortuyn: Dank u wel voor de verduidelijking. Ik hoop hiermee in ieder geval het proces met elkaar te hebben gedeeld, wat onze invloed is en welke procedures er nog staan of ter beschikking staan, zowel aan de inwoners als andere partijen om zienswijzen in het latere traject in te dienen. Wat we nu doen is de onderhandeling vanuit het ambtelijk apparaat, maar ook vanuit de wethouder, ruggensteun te geven door deze brief met elkaar te maken. Die gaat alleen maar ter kennisname ter tafel, ze weten wat onze inzet met elkaar is. Ik ben blij als die brief er wel uit gaat,
13/33
want dat geeft dat ons in de onderhandelingspositie meer ruimte. Bovendien, op voorstel van meneer Hoek, mooi dat hij zei om ook een c.c. naar I&W te sturen, zodat ze de wetenschap hebben dat er niet zo’n draagvlak is zoals af en toe voorgesteld wordt, want wij noemen het teleurstellend. We hebben nog niet met een harde ‘nee’ gereageerd. Het betekent niet dat je draagvlak creëert als partijen zeggen: daar kan ik niet tegen zijn. Nee, wij kunnen niet tegen zijn als er 07.15 uur gestart wordt en dat de positievluchten geschrapt worden, dat eraan gewerkt wordt of dat er andere beperkende maatregelen zijn. Als je mij vraagt of ik erop tegen ben, nee, daar ben ik niet op tegen. Dus draagvlak? Nee, want wij willen veel meer hebben dan wat er nu in de VPP staat. Dat is de zoektocht die we hebben. De vraag die wij hebben als college, de vraag die wij hebben als ambtelijk apparaat aan tafel: geef ons mee wat je mist of als reëel ziet om in te brengen, om te kijken of we meer scherpte kunnen krijgen naar het definitieve participatietraject, waarvan de eindconclusie nog steeds zou zijn, dat er geen draagvlak zal zijn, daar zijn we het over eens, maar we moeten wel het maximale eruit zien te halen om de leefkwaliteit van de omgeving, van Lansingerland, maar ook van Rotterdam, ook van Schiedam, te verbeteren.
Ik kan alle vragen individueel gaan beantwoorden, maar ik denk dat de reacties zoals we die nu met elkaar delen en de brief die we willen gebruiken voldoende input gaat geven voor het vervolg en dat we eigenlijk met een amendement de brief eventueel nog kunnen aanscherpen, dat is 2 juni. Bij het definitieve participatietraject daar nog wat scherper op kunnen zijn met hardere bewoordingen. We zitten nog in het proces, dan kunnen we ook wat scherper zijn in de reactie op de laatste brief en die zullen we dan ook zeker delen met I&W, die zullen we dan ook zeker delen met de Tweede Kamer. Dat is een beetje het proces waarin we zitten. Het is een consultatie, we halen op de gevoelens, we hebben u gehoord, we proberen samen met de griffie voor u een goede brief op te stellen, zodat we 2 juni met elkaar zeggen: we hebben in ieder geval een basis. Het is geen draagvlak en tekenen bij het kruisje. De heer Duk: Ik zou graag van de wethouder horen hoe hard die 2 juni is en of we net wat meer tijd kunnen kopen. Wethouder Fortuyn: Ik ga niet over de agenda van de raad, maar 2 juni is er een raadsvergadering. Als we het over de raad hebben, tenzij u zich gemandateerd voelt namens iedereen in de raad, dan kan je er nog iets ruimte in winnen, maar het is gewoon de raadsvergadering. De heer Duk: Het ging mij meer over het proces buiten de gemeenteraad om.
We hebben op 16 juni namelijk ook nog een gemeenteraadsvergadering, waarin we dit, zeker als we dit als alle partijen samen zouden amenderen, prima kunnen bespreken. Wethouder Fortuyn: In juni moet men die informatie hebben om het document uit te werken. Ik heb natuurlijk ook een afspraak aan de tafel van het participatietraject. De voorzitter: Even heel concreet: is 16 juni te laat? Moet het 2 juni? Wethouder Fortuyn: We hebben op 2 juni aangestuurd, want we zitten al onder tijdsdruk. 16 juni moet ik navragen. De voorzitter: Dan spreken we dat af, dat er naar gekeken gaat worden. Wethouder Fortuyn: Als ik niet de individuele vragen hoef te beantwoorden, want ik denk dat we het proces toch wel verder krijgen en de aanscherping van de brief. Er staan nog vragen over de 3dB, welk effect dat heeft. Ja, die vragen hebben wij ook. We willen gewoon weten wat het concreet is. Als die 3 dB van de geluidshinder afgaat, gaan we dan verdubbelen? Welk effect heeft het? Wat zit erin? Die 2 gebruiksruimten, wat heeft dat voor effect? Daar hebben we die vragen over gesteld. Er is wel een wetenschap dat de overlast van maatschappelijk verkeer niet als overdreven hinderlijk wordt ervaren. Het is wel een spel van geven en nemen. Maar we komen er wel op terug als we een fase verder zijn.
Dat betekent dus ook, als ik de vragen verder zie over de nachtsluiting, zoals door meneer Erwich is gevraagd. Te mager resultaat, daar zijn we het allemaal wel over eens, misschien had je het harder kunnen zetten, maar we zitten nog in de onderhandeling en we blijven beleefd. De term die het college hanteert in de brief, uw brief, wij hebben hem opgesteld, maar dat maakt niet uit, voldoet ten opzichte van. Ja, het voldoet t.o.v. het luchthavenbesluit. Er zitten wel verbeteringen in, dus daar kan je niet op tegen zijn, maar we vinden het gewoon onvoldoende, je moet wel reëel zijn. Is er draagvlak? Daar hebben we het al over gehad: nee. Waarom is die brief bij I&W? Het is logisch, als wij het delen met elkaar als gemeenteraden, maar ook als participanten, is het een beetje vreemd om I&W niet zo’n rapport te sturen, althans, deze eerste opbrengst te sturen. Het is gewoon informatie. Dat het naar de Tweede Kamer gestuurd is, dat zal best wel, maar het proces dat we doen gaan we uitlopen. Ik denk dat ik het grotendeels gehad heb. Ik ben blij met uw inbreng. De heer Erwich: Ik had eigenlijk toch een korte vraag, over de volledige nachtsluiting. Het is mij niet duidelijk of het 01.00 uur is of 24.00 uur? Dat je gewoon kan landen of binnen kan komen. Dat wil ik toch wel even weten, hoe we dat gaan amenderen.
Wethouder Fortuyn: Tussen 02.00 en 06.00 uur is er absoluut geen luchtverkeer meer mogelijk. Tussen 23.00 en 02.00 uur zou het wel zijn, maar dat is alleen bij calamiteiten. Mocht er een calamiteit met een verlate vlucht zijn of anderszins, dan hebben we daar een strafpuntensysteem voor, maar dat wordt afgeschaft. Dan staat nog steeds de vraag: wat betekent dat dan? Hoe monitoren we dat? Wat zijn de consequenties? In principe is het vliegveld tussen 22.00 en 23.00 uur maximaal landen en na die tijd ga je op de pijnbank, als het aan ons ligt. Die 02.00 tot 06.00 uur is ook voor zakenvluchten, die uit Amerika komen of van Shell of anderszins, die hier hun bedrijfsactiviteiten hebben. Dat is de definitieve sluiting: tussen 02.00 en 06.00 uur. Over en uit. De heer Duk: Ik heb in de eerste termijn gevraagd aan de wethouder om een reactie op de brief van mevrouw Van de Coevering. Ik heb niet echt een inhoudelijke reactie daarop gehad of gehoord. Wethouder Fortuyn: Die kunt u krijgen. Wij hebben uiteraard contact met mevrouw Van de Coevering, maar we zijn beiden
14/33
volstrekt onafhankelijk. De positie van mevrouw Van de Coevering is anders dan de positie van de BRR c.q. het ambtelijk apparaat met mij vertegenwoordigd aan die tafel. Wij wisselen deze informatie uit. Wij hebben ook de twijfels over de tekstuele invulling, want daar ging het vaak om. We hebben nu een voorlopig iets en mevrouw Van de Coevering zit nog aan de tafel, die weet dat heel goed te vertalen. Mevrouw Van de Coevering, ik heb het gelezen, die gaan we gewoon aan de tafel ondersteunen voor wat ze daar zegt. Wij willen klare taal hebben. Ik ben ooit een keer getrapt in een term doelmatigheid: als we nou zoveel investeren, heb ik in ieder geval de decibellen teruggedrongen met een geluidsscherm, maar dat kost alleen € 4mln. Toen zei de overheid: gaan we niet aan meebetalen. Hoezo, zei ik, er gaan zoveel dB’s naar beneden. Maar 60.000 inwoners en € 4mln vonden ze niet doelmatig. Dus let op, op de uitleg van de woorden. Dat is een uitwerking die we zeker meepakken. Verder zitten we ongeveer op dezelfde lijn wat we willen. We hebben gezegd, de conclusie van mevrouw Van de Coevering aan die tafel, die hebben we overgenomen en in de tweede fase zullen we misschien in andere termen denken. Ik wilde het hier bij laten. De heer Lieverse: Ik heb de vraag niet als vraag geformuleerd aan de wethouder, maar ik heb er wel in mijn betoog in de eerste termijn aandacht voor gevraagd.
Het was ook een vraag aan mijn mede-commissieleden, maar de wethouder mag er ook wat over zeggen. Wat vindt u van de inschatting dat onevenredig veel aandacht wordt besteed aan geluidshinder en weinig aan geluidsbelasting en luchtkwaliteit? Wethouder Fortuyn: Ik vind het moeilijk. Ik ben het met u eens. Wij hebben ons ingezet, dat doen wij ook hier als raad, om het leefklimaat hier te verbeteren. Daar hoort inderdaad fijnstof bij, CO2 reductie, stikstof, geluid, het is het totale proces, hoort er wel bij. In mijn opinie moet dat scherper aangezet worden, alleen, het is een heel moeilijk te begrijpen begrip. Waar we nu op zitten: hoe krijgen we nou de reductie van de ervaren hinder goed op de agenda? Laat niet onverlet, ik denk dat het een goede aanvulling is, om in de brief die we gaan maken hier meer op te gaan sturen. Dus ik wil dat zeker meenemen. Wat ik zei: de gevoelens nemen we mee, de aanscherping nemen we mee. Aan u is het dan, 2 of 16 juni, dat horen we dan, om daar aanvulling op te geven dan wel wat we mee kunnen nemen naar de tafel. De heer Lieverse: Dat was een duidelijk antwoord.
Een laatste vraag, het was niet bij mij vandaan gekomen, maar bij meneer Hoek, is een voorstel om niet de brief te versturen op 2 juni zoals die nu ongeveer in de steigers staat, maar een andere soort brief te sturen en ook aan andere mensen te adresseren, aan de Tweede Kamer bijvoorbeeld. Doorkruist dat de scenario’s van de participatie op een manier die ons schade berokkent? Wethouder Fortuyn: Het doorkruist nooit wat. De vraag is alleen: is er aandacht voor? Je moet een moment kiezen, dat de aandacht er ook echt voor is. We zitten nu in een soort onderhandelingsproces, we zijn nog niet klaar. De effectiviteit wordt pas groot op het moment dat het luchthavenbesluit aangevraagd gaat worden en ook behandeld gaat worden, dan heb je de meeste effectiviteit. Neemt niet weg, dat we in het aanloopproces een dossier opbouwen, dat we het al aan het ministerie hebben laten weten, dat het niet zomaar even een gelopen zaak is wat hier ligt. Ik wil graag I&W informeren hoe wij erover denken. RTHA uiteraard ook, maar dat komt bij de aanvraag die ze in gaan dienen, dus die krijgt de informatie ook. Het baadt of het schaadt niet, maar ik zou de effectiviteit even goed afwegen met elkaar: wanneer heeft het de aandacht? Dus het aandachtsmoment is belangrijk.
Tweede termijn De heer Erwich, L3B: We zijn eigenlijk blij met alle beantwoordingen, waaruit we opmaken dat alle andere partijen ook niet achter de huidige VPP staan en veel te mager vinden. Dank voor de beantwoording van de wethouder en de verduidelijking van het proces. De VVD kan zich vinden in door L3B genoemde verbeterpunten. Wij vinden ook, dat er recht is op rust in de nachturen. Vandaar dat we pleiten voor een volledige nachtsluiting tussen 24.00 en 06.00 uur. Volgens de heer Lieverse van de CU wordt er over dit dossier veel gedroomd, maar volgens ons zijn dromen bedrog. We zijn het er zeker mee eens, dat er meer hinder is dan alleen geluidshinder, alleen gaat het in de voorliggende conceptbrief alleen om de VPP en die vinden wij dus inderdaad veel te mager. Ook uit de beantwoording van D66 maken we op, dat er van hun kant steun kan komen op het door ons genoemde amendement. Het CDA, de heer Bergwerff, hoorde ik zelfs een opmerking maken over het pakket. Hij stelt dat er juist meer gevlogen gaat worden en ze missen een stuk over duurzaamheid. Dus ook van het CDA proeven we toch steun voor het voorgestelde amendement. WIJ, de heer Hoek, wil zeker nog geen handtekening zetten bij het kruisje onder de besproken brief. Maar wees gerust, wij komen op korte termijn bij u op de lijn met ons amendement.
Op zijn vraag welke acties kunnen we ondernemen om de bezwaren in Den Haag over de bühne te brengen, was de wethouder duidelijk. Het antwoord op de heer Hoek is dus: ja, ook wij willen gezamenlijk optrekken om kracht te zetten in Den Haag. Dat sluit dan ook weer mooi aan. De heer Duk: Ik wil weten of L3B het een goed idee vindt, zoals de heer Hoek net voorstelde, om niet allemaal apart met een amendement te komen, maar gewoon even alle woordvoerders bij elkaar gaan zitten, liefst met mevrouw Van de Coevering samen, en dan gezamenlijk een sterk amendement te schrijven, waarin we met zijn allen één nieuwe brief schrijven. De heer Erwich: Meneer Duk, u was net een beetje te vroeg natuurlijk, want het antwoord op de heer Hoek is: ja. Dat zei ik al. Ook wij willen gezamenlijk optrekken om kracht te zetten in Den Haag. Dat was het antwoord, daar vroeg u nu om. Dat sluit dan ook
15/33
weer mooi aan op de woordvoering van de PvdA, die overigens nog maar 2 seconden heeft. De voorzitter: Dank u wel, uw tijd zit er ook op. De heer Kampinga, VVD: Ik denk dat we de 2e of de 16e, daar zal ik zelf niet bij zijn, in de raad die brief moeten vaststellen. Ik wil wel graag een bijdrage leveren aan wat eraan vooraf gaat. Het moet een hele sterke brief worden, helemaal mee eens. Ik denk alleen één punt, ik hoor aan de overkant van een partij, die echt een reductie of verminder wilt of een vermindering van het aantal vluchten wilt. Wij als VVD zeggen: de geluidsruimte mag niet toenemen. Dat zegt Schrijnen, dat zegt iedereen. Maar om dan ook automatisch het aantal vluchten terug te dringen, dat gaat ons net een stapje te ver. Maar voor het overige, daar komen we vast wel uit. De heer Bergwerff, CDA: Ik wilde graag na de VVD, want ik had een klein vermoeden, dat het over ons zou kunnen gaan. Wat betreft de reductie, wat betreft de krimp, daar komen we nog wel uit, daar gaan we het over hebben, laten we daar niet te diep op ingaan, maar dat kan natuurlijk ook een onderzoek zijn of dat in het vervolgtraject een onderzoek gedaan wordt naar krimp, dan wordt het eventueel meegenomen als een scenario. Ook het CDA denkt dat het heel verstandig is om met zijn allen als woordvoerders om de tafel te gaan om een breed gedragen brief in elkaar te zetten.
Hopelijk kan dat op 16 juni en niet 2 juni, want dat geeft ons net even wat meer tijd. Ik hoop dat we dat snel van het college te horen krijgen. Dan kunnen wij onze planning daar ook op aanpassen. Hopelijk kan het zo zijn, dat we niet allemaal met aparte amendementen komen, maar dat we één breed gedragen plan naar voren kunnen brengen. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Ik ben blij, dat het plan omarmd wordt om bij elkaar te gaan zitten en een eensluidende brief op te stellen, zodat we niet geconfronteerd worden met 20 amendementen, want dat vertroebeld alleen de boodschap maar. Ik denk, 2 juni, dat is nog ruim 2 weken, het moet toch mogelijk zijn om met de woordvoerders en de griffie bij elkaar te komen om daar een goede brief voor op te stellen. Als andere fracties meer behoefte hebben om dat tijdspad wat op te rekken, heb ik daar uiteraard ook geen moeite mee. Ik ben blij met de toezegging van de wethouder. Misschien moeten we in datzelfde overleg ook nadenken over hoe we iets meer op de trom kunnen slaan richting onze Haagse vrienden om zo wel tussen de oren te krijgen, dat Lansingerland echt wel iets anders in de wedstrijd zit. Ik ben het helemaal met de wethouder eens, wanneer hij zegt: wij zijn één klein partijtje die om tafel zit.
Als de havenbaronnen daar om tafel zitten, de metropoolregio daar aan tafel zit, dan zijn er heel veel tegenovergestelde belangen en daarom is het juist noodzakelijk dat ook wij als Lansingerland samen met Schiedam en omstreken, die er het meeste last van ondervinden om flink op die trom te slaan, zodat ons minderheidsbelang wel gehoord gaat worden. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik heb nog een aantal minuten over, ik heb ze zuinig gespaard, ik ga ze niet allemaal opsouperen, wees niet bezorgd. Ik wilde alleen zeggen: ik ben niet heel optimistisch, meneer Hoek, over hoe makkelijk zo’n bijeenkomst zal verlopen met de woordvoerders, want ik hoor toch een aantal geluiden die afwijken van elkaar. Als ik de PvdA hoor zeggen, dat het alleen maar gaat over geluidshinder en dat het simpel zal zijn om met een welwillend oog te kijken naar het voorlopig pakket en dus voorbij gaat aan wat wij aan bod zouden willen laten komen als het gaat over zo’n pakket. Als geluidsbelasting, de klimaateffecten en de luchtkwaliteit. Het huidige pakket is voor ons zo zwaar onvoldoende, dat wij het geen basis vinden voor verdere stappen. We zouden de bewonersvertegenwoordiging willen vragen. De heer Hoek: Ik snap wat de heer Lieverse zegt. Alleen ik denk dat we er goed aan doen, de grootste gemeenschappelijke deler, zoals die hier in de raad heerst, die in een brief samen te vatten.
En ja, dan kan de PvdA op het onderdeel waar zij het niet mee eens zijn, het alsnog amenderen. Dan wordt de discussie wel wat meer gestroomlijnd en duidelijker. De heer Lieverse: Helder wat u zegt, maar ik dacht: ik ga de discussie alvast een beetje voeren voor het publiek. Daarom wilde ik het alvast naar voren brengen. De bühne hoort erbij, is niet voor niets aanwezig vandaag. Dat de wethouder naar voren bracht: u besluit niet. Dat is formeel juist, maar dat wil niet zeggen dat we een halfzachte brief moeten gaan schrijven. Ik ga nog even door met de onderhandelingen. Zinnetjes veranderen van: het is een beetje jammer, naar: het is erg jammer. Daar ben ik niet voor te porren. Maar voor 2 juni heb ik ruimte in mijn agenda. De heer Smolders, D66: Ik heb niet het antwoord gehad op al mijn vragen van de wethouder, maar we gaan een nieuwe brief schrijven. De voorzitter: U bent slecht te verstaan, u moet dichter bij de microfoon. De heer Smolders: Dat was al bekend, ik had de microfoon al bij mijn mond gehouden. Ik steun het voorstel van de heer Hoek om gezamenlijk een brief te schrijven. Ik had de wethouder nog wel gevraagd om te reflecteren op het participatieproces, zoals het nu loopt. In de huidige brief, zoals die hier voor ligt, staat dat ook bewonersvertegenwoordigers een volwaardige positie hebben in het participatietraject, gelijk aan die van andere deelnemers.
Die gelijkwaardige rol is later in een notitie van Van de Coevering ontkend, namelijk dat er geen sprake was van een gelijkwaardige rol. Het lijkt me
16/33
belangrijk, dat we dat ook meegeven aan het projectteam en dan ook in Den Haag. Hoe ziet de wethouder dat en de rest van de raad? De heer Duk, GL: Ik heb net heel even overleg gehad met mevrouw Van de Coevering. Op 9 juni hebben zij een overleg, waarbij ze het heel erg prettig zou vinden als de brief ondertussen is aangenomen. Al zei ik net nog: kunnen we het niet naar de 16e zetten, ik zou er nu alles voor willen doen om het inderdaad op de 2e aan te nemen. Dat ten eerste. We moeten veel meer aandacht hebben voor de dingen die we hebben genoemd buiten het geluid om. Dat betekent, dat we het echt over de milieu-impact moeten hebben en de volksgezondheid, de risico’s die daarvoor zijn. Dat was wat ik nog te zeggen had. Wethouder Fortuyn: Dank u wel, geachte raadsleden. Ik vind het een hele mooie discussie, ik vind het ook een heel mooi resultaat, u bent aan zet. Wij hebben een voorstel gedaan en wij zullen ambtelijk uiteraard de ondersteuning verlenen aan u en aan de griffie om tot een heel goede brief te komen. Dat was ook uiteindelijk de bedoeling, ik vind het heel mooi, dat we dit nu gezamenlijk opwerken. We gaan ons er hard voor maken om het 2 juni gereed te hebben. Ik ga wel even navragen of er eventueel wat meer ruimte in zou zitten. Ik doe geen toezegging, maar ik wil wel kijken of er wat ruimte zit, ook in de werkgroepbespreking van 9 juni.
We willen wel wat meer ruimte hebben, want het gaat ergens over, ondanks dat het een voorlopig traject is, maar het is ook het moment om even de scherpte aan te brengen, dus ik ben blij met uw voorstel. Er is door meneer Smolders gevraagd naar de gelijkwaardige rol. Ja, ik vind nog steeds dat mevrouw Van de Coevering een gelijkwaardige rol heeft, want ze zit nog steeds aan die tafel. Dat ze op dit moment haar rol nu ziet als kennis van de luchthaven, vanuit haar CRO positie, om haar kennis in te brengen praat zij nu eigenlijk niet meer namens alle bewoners. Dat is inderdaad een gegeven. Maar in het proces heeft ze wel de inbreng gehad om datgene te doen wat ze ook in de CRO heeft gedaan. Dan kan je praten: is het een gelijkwaardige rol? Dat is iets waarover je kan discussiëren. Het is wel een inbreng geweest vanuit die hoek vandaan. Maar daar kan je over discussiëren. De voorzitter: Ik constateer dat we aan het eind van deze bespreking zijn. Zoals ik het nu zie, gaat het toch in de raad van 2 juni komen. De griffie zal er morgen achterheen gaan, zodat we op korte termijn een afspraak maken met de woordvoerders, zodat erover gesproken kan worden, mogelijk met de wethouder erbij, ik denk dat dat handig is, maar u hoort er zo snel mogelijk van, want het is kort dag. Dan hebben we dit agendapunt afgesloten. De voorzitter: We gaan terug in de agenda, naar agendapunt 5. 5.
Bespreekpunten: 5.a 'Wat doet de gemeenteraad voor u' Mevrouw Draak, VVD: We hebben het net uitvoerig gehad over burgerparticipatie. Dit onderwerp gaat over iets wat daaraan is gerelateerd, burgerbetrokkenheid. Ik vind het fijn, dat we vanavond ook betrokken inwoners op de tribune hadden en hebben, gelukkig ook nog hebben. Ik wil het vanavond graag met jullie hebben over hoe we als gemeenteraad beter zichtbaar kunnen zijn voor de Lansingerlanders en duidelijk maken wat ons werk inhoudt en wat Lansingerland daar aan heeft. Ik ga niet het aan jullie al gepubliceerde bespreekstuk voorlezen, want dan wordt het zo saai. Ik ga even met andere woorden door het stuk heen. De aanleiding is inmiddels wel duidelijk. Voor mij persoonlijk was het een combinatie van teleurstellende verkiezingsuitslag voor de VVD en de echt lage opkomst van de Lansingerlanders bij de verkiezingen, die bij mij een onprettig gevoel achterliet. Toen vervolgens de heer Hoek in de duidingsbijeenkomst aangaf, dat de raad eens zal moeten ophouden met de wethouder te overhoren, maar gewoon een aantrekkelijke, begrijpelijke vergadering moet zien neer te zetten, die voor iedereen te volgen was, toen viel bij mij het kwartje en dacht ik: hier wil ik meer mee doen in deze raadsperiode.
De VVD Lansingerland vindt dat wij onze inwoners veel moeten vertellen en laten merken wat wij hier eigenlijk zitten te doen in deze raadszaal en thuis achter onze iPad en in de lokale samenleving bij gesprekken, bij overleggen, bij rondleidingen en dat soort dingen. We werken hard, daar ben ik van overtuigd, maar is het ook zichtbaar? Een deel van de VVD-campagne bij de gemeenteraadsverkiezingen was het zogenaamde canvassen. De voorzitter: Er is achter in de zaal een ambtelijk overleg met de wethouder, misschien dat u even naar hiernaast kan gaan. Mevrouw Draak: Even over het canvassen. De VVD belt dan aan bij huizen in Lansingerland en wij vragen. Wat wij horen van al onze inwoners is dat ze eigenlijk geen idee hebben wat de gemeenteraad doet of ze zijn uitgesproken negatief over de politiek en komen dan vaak met voorbeelden uit de landelijke politiek. Je hoort wel dat mensen balen van genomen besluiten in hun naaste omgeving, voor hun school, voor hun vereniging. We zien ook vanavond, dat als het gaat om de naaste omgeving of je directe leven, dat mensen weldegelijk betrokken zijn. Als VVD willen we ermee aan de slag, maar ik dacht ook: er moet winst te behalen zijn als alle partijen op hun eigen manier extra inspanningen gaan leveren om weer burgers betrokken te krijgen bij wat we
17/33
doen. Ik denk dat het nog veel mooier zou zijn als we het niet per politieke partij doen, maar als raad als geheel in samenwerking met onze lokale nieuwsmedia. Op dit moment denk ik dat de gedrukte media het meest volledig zijn in hun verslaglegging van wat wij hier doen, maar ik ben een trouwe Heraut en Hart voor Lansingerland-lezer. Ik denk dat er hier in de zaal heel veel zitten, maar als we kijken naar Lansingerland: wie lezen dat nu echt? Of de PvdA-nieuwsbrief, dat is bijna een krant op zich, hartstikke informatief, maar wie leest dat nu echt van A tot Z? Ik denk dat we een betere communicatiemix zouden moeten toepassen, dus andere media-kanalen en meer filmpjes, vaker als raad aanwezig zijn bij lokale evenementen. Dat brengt mij bij de communicatiemedewerker uit het bijgevoegde bespreekstuk. Ik denk dat de communicatiemedewerker, die in dienst zou zijn van de griffie de deskundige regiehouder zou moeten zijn, die ons als raad kan helpen met dit vraagstuk. Alleen, op dit moment is het de vraag of na afronding van de formatie deze functionaris wel in de begroting wordt opgenomen, gezien de financiële uitdagingen waar we als gemeente voor staan. Ik ben dus benieuwd naar de visie van de commissie hierop en ik nodig jullie uit te reageren.
Willen andere fracties ook werken aan het verbeteren van zichtbaarheid? Willen andere fracties ook gezamenlijk hierin optrekken? Ik ben benieuwd naar jullie ideeën en suggesties. De heer Jansen, WIJ: Op de eerste plaats wil WIJ mevrouw Draak en de VVD bedanken voor het agenderen van dit bespreekpunt. We zijn het met de VVD eens, dat het niet goed is voor welk democratisch orgaan dan ook als de opkomst bij verkiezingen laag is en we signaleren die trend zeker bij gemeentelijke en provinciale verkiezingen. Kiezers moeten zich kunnen identificeren met de discussies die in de commissie en de raad plaats vinden. Onze fractievoorzitter Leon Hoek heeft dat in de duidingsbijeenkomst helder verwoord. We moeten als raads- en commissieleden niet laten zien dat we de stukken tot in detail kennen, maar we moeten de inhoud kunnen vertalen naar een heldere discussie, die te volgen is voor mensen die de stukken niet gelezen hebben. En daar ligt een rol voor ons allen. We moeten niet de indruk geven, dat we in een ivoren toren, of beter gezegd, in een glazen paleis zitten.
Maar weten we als partijen wel wat er breed leeft in de bevolking? Of hebben we ons beeld beperkt tot onze eigen achterban? Wij zijn het met mevrouw Draak en de VVD eens, dat we als commissie en raadsleden gezamenlijk naar buiten moeten treden in de richting van de burgers om duidelijk te maken wat we doen, hoe we dat doen en waarom we dat doen en te ervaren wat er leeft onder bewoners. Dan kom ik bij de vraag welke vorm we hier aan geven. Die vraag is misschien wat moeilijk te beantwoorden, want er zijn waarschijnlijk meerdere vormen, die je zou kunnen toepassen. Binnen onze fractie hebben we dit besproken en er kwamen 2 opties op tafel. We zouden als raads- of commissie-afvaardiging gezamenlijk één keer per maand in het centrum van de kernen aanwezig kunnen zijn om met burgers van gedachten te wisselen. Een tweede item dat besproken was, is het organiseren van een raadsspreekuur analoog aan het wethouderspreekuur om burgers een laagdrempelige ingang te geven tot de raad. Op het internet zijn er positieve reacties te vinden van andere gemeenten, die zo’n raadspreekuur ingericht hebben. Een voordeel van de eerste optie, het aanwezig zijn in de kernen, is natuurlijk dat het erg laagdrempelig is. Het biedt iedereen de mogelijkheid om met de raad in contact te komen.
Aan de andere kant: er is weinig privacy voor de burgers, want je staat openbaar met elkaar te praten, dus iemand ziet: jij hebt met de raad gepraat. De tweede optie biedt wat meer privacy, maar dan heb je wel een drempel, want er moet een afspraak gemaakt worden. Je moet kijken hoe je daarmee om gaat. Natuurlijk is het contact zoeken met de burgers aan de voorkant ook een vorm van participatie en in deze raadsperiode zal het niet de laatste keer zijn, dat burgerparticipatie aan de orde komt. Als we één ding geleerd hebben uit de beeldvorming van vorige week is het de bewustwording dat participatie een breed begrip is en dat er geen standaard participatiemodellen zijn. Participatie is een actief proces, waarbij alle partijen een steentje moeten bijdragen, het komt niet vanzelf. Afsluitend. WIJ kijkt positief naar het initiatief van mevrouw Draak. Laten we gezamenlijk een model of modellen vinden en verder uitwerken, dat we meer naar buiten treden in de richting van de burgers en zodoende de betrokkenheid van de burgers bij het lokale bestuur vergroten. Dank u wel. De heer Halkes, CDA: De kloof tussen kiezers en gekozenen blijft, zolang we niet stilstaan bij wat de staat is: het door gerechtigheid beheerste verband tussen overheid en samenleving. Om de rechtstaat te herstellen is een nieuw besef nodig van het goede van onze gemeenschap.
Geluiden vanuit de samenleving worden te vaak weg gezet als lastig en inwoners worden van het kastje naar de muur gestuurd met als bekendste voorbeeld de toeslagenaffaire. Inwoners moeten hun overheid weer zien als een partner voor ontplooiing en het moet ervoor zorgen, dat niemand in onze samenleving klem komt te zitten. De lage opkomst laat zien dat wij als raad er onvoldoende in slagen de geluiden uit de samenleving te vertalen naar deze zaal. Maar wij slagen er ook onvoldoende in om geluiden uit deze zaal terug te vertalen naar de samenleving. Het door de VVD voorgestelde extra budget voor een medewerker communicatie bij de griffie steunen wij dan ook van harte. Dat kan het begin zijn om die uitwisseling te verbeteren. Zelf kunnen we ook meer doen als raad om onze zichtbaarheid te vergroten. Mijn mailadres en telefoonnummer staan keurig op de website van de gemeente, maar ik krijg de meeste berichten binnen via social media. Wellicht een idee om die toe te voegen. Een ander idee, dat we willen opperen
18/33
is het organiseren van een open dag met diverse activiteiten. Ons jongste duo-raadslid wist vol trots te vertellen, dat hij hier als kind had rondgelopen, toen dit huis werd geopend en het nu een eer te vinden om hier te mogen zitten. Wellicht is het een idee om die open dag te combineren met een veiligheidsdag op de parkeerplaats. Tot slot herhaal ik graag wat onze partij heeft voorgesteld tijdens de duidingsbijeenkomst. Raadsleden en het college moeten actief langs scholen en verenigingen om hun rol daar uit te leggen. Het gemeentehuis uit, de samenleving in. Graag hoor ik van andere partijen hoe zij tegen onze 3 voorstellen aankijken. Tot slot. Alleen gezamenlijk kunnen we het vertrouwen herstellen en inwoners binden. We sluiten ons dan ook van harte aan bij het initiatief van mevrouw Draak. Dank u wel. De heer Duivesteijn, L3B: Ik zie dat mijn naam verkeerd gespeld staat, misschien kan het de volgende keer correct worden gedaan, maar dat gebeurt altijd bij de eerste keer. Dank voor het woord en dank aan de VVD, mevrouw Draak, voor het agenderen van dit stuk. Het is natuurlijk helemaal in ons straatje, want L3B omarmt alle initiatieven die de relatie tussen inwoners en de raad en de politiek als geheel kunnen verbeteren. Ons speerpunt in ons verkiezingsprogramma is dat burgerparticipatie centraal staat. Dat komt van nature voort uit de visie van onze partij.
Wij juichen directe democratie ten zeerste toe als inwoners daardoor meer invloed op besluitvorming krijgen. Vanuit dat oogpunt baart het ook ons zorgen, dat de opkomst tijdens de gemeenteraadsverkiezingen slechts 55%. Of dat komt door onze zichtbaarheid als raad, dat weten wij niet. De minister van Binnenlandse Zaken heeft naar de opkomst van de gemeenteraadsverkiezingen een onderzoek ingesteld en hiervan worden de resultaten in juni 2022 verwacht. Wij wachten het onderzoek graag af voordat we daar conclusies aan verbinden. Om op de vragen van mevrouw Draak in te gaan. Ja, we willen gezamenlijk optrekken in verbetering van de zichtbaarheid van de raad. Ja, het is ook onze wens om de betrokkenheid van onze inwoners bij de raad te vergroten. Hoe kunnen wij dat dan het beste aanpakken? In ons verkiezingsprogramma hebben wij een concreet voorbeeld staan hoe te werken aan de zichtbaarheid van de raad naar de inwoners toe, namelijk het instellen van een overlegplatform per dorpskern, eigenlijk aansluitend bij wat de fractie van WIJ zojuist heeft aangegeven. Ons voorstel is om eens per kwartaal raadsleden en inwoners bij elkaar te laten komen in elke dorpskern om daar de stand van zaken te bespreken. Wij gaan dus naar buiten, naar de mensen toe. Zo kunnen we de directe input van onze inwoners ophalen op een laagdrempelige en eenvoudige wijze.
In plaats van te vergaderen in deze prachtige zaal, gaan we naar inwoners toe en voeren we het gesprek met hen. Zo zijn we zichtbaar, betrokken en benaderbaar en kunnen we gezamenlijk zelf uitleggen waarom partijen verschillende afwegingen maken. De betrokkenheid van onze inwoners bij de raad kunnen we ook op een andere manier vergroten, door anders te werken en te doen. Professor Van der Steen schetste het vorige week al in de beeldvorming, dat er 4 kwadranten zijn in burgerparticipatie. Wij kunnen beginnen door onszelf af te vragen wat voor overheid, in dit geval wat voor raad, wij willen zijn, dus in welk kwadrant wij staan. Deze vraag zouden we elk thema eerst opnieuw kunnen bespreken of beantwoorden en daarmee bepalen hoe we inwoners betrekken bij onze afwegingen en in welke kaders. We willen in beginsel als raad een netwerkend en samenwerkend met onze inwoners optrekken of willen we ons afwachtend opstellen? Wat ons betreft zijn we een actieve en samenwerkende raad. Daarmee zouden we van nature onze zichtbaarheid kunnen vergroten. Inmiddels omvat deze raad 33 raadsleden en 32 duo-raadsleden. Laat dat getal even op je inwerken, dat zijn 65 mensen die grotendeels vrijwillig zich willen inzetten voor de samenleving van Lansingerland.
Gesterkt door al die 65 vertegenwoordigers van de huidige 8 politieke partijen, die vanavond waarschijnlijk allemaal zullen toezeggen om die relatie met de inwoners te willen verbeteren, hopen wij dat we nu echt kunnen beginnen om een nieuwe politieke cultuur neer te zetten. Dank u wel. Mevrouw Molenaar, CU: In het bespreekstuk van Marloes Draak staan 2 vragen. Willen we gezamenlijk optrekken als fracties bij de verbetering van de zichtbaarheid van de gemeenteraad? Willen we betrokkenheid van de inwoners bij de gemeenteraad vergroten? Ik begin bij die laatste vraag. Als commissie- en gemeenteraadsleden willen we graag dat inwoners zien wat wij voor ze doen, want we doen dit werk in de gemeenteraad voor onze inwoners. Een lage opkomst bij verkiezingen voelt dan als een teleurstelling. Wat de CU-fractie betreft raakt het punt van de burgerparticipatie, daar zijn we in onze gemeente mee bezig en we kijken dus ook met belangstelling uit naar de plannen op dit punt van het nieuwe college. Daarbij is het voor de CU-fractie belangrijk dat het niet alleen om de betrokkenheid van inwoners bij de gemeenteraad gaat, maar om betrokkenheid bij bestuur in de breedte, dus inclusief college van burgemeester en wethouders en de ambtenaren. In de beeldvorming vorige week werd dat mooi in beeld gebracht met 3 in elkaar grijpende radartjes. Dan vraag 1.
Als er mogelijkheden zijn om gezamenlijk op te trekken, bijvoorbeeld bij beeldvorming en ook allerlei andere voorbeelden die door de fracties net genoemd zijn, zien we zeker mogelijkheden. De CU-fractie hecht echter ook groot belang aan de 1 op 1 contacten vanuit de fractie met inwoners of organisaties in onze gemeente. Om dan met aandacht te kunnen luisteren en op te halen wat de inwoners nodig hebben of wat ze bezig houdt. Iedere fractie maakt hierin eigen afwegingen m.b.t. de onderwerpen en de contacten. Dat is wat ons betreft een werkwijze waar wij graag mee willen doorgaan. Tenslotte. Als we de betrokkenheid van inwoners willen vergroten, begint dat ook met het werk in de commissies en de gemeenteraad zelf. Hoe duidelijk
19/33
zijn we? Bijvoorbeeld in ons woordgebruik of in onze transparantie. Als je naar buiten toe wilt met een goed verhaal, dan begint het hier in deze zaal. Dat rijmt ook nog. De heer Azzouzi, PvdA: Wij van de PvdA willen ook mevrouw Draak van de VVD bedanken voor het agenderen van dit bespreekpunt. Bij de gesprekken met inwoners op straat tijdens de campagne heeft een deel van de inwoners aangegeven geen vertrouwen meer in de politiek te hebben en daardoor ook niet te gaan stemmen. Binnen de fractie van de PvdA hebben we dit besproken en gekeken hoe we ons werk in de raad beter kunnen communiceren naar inwoners. We hebben de afgelopen raadsperiode geconstateerd dat ondanks onze kwalitatieve inbreng in de raad en onze wekelijkse berichten het op één of andere manier niet goed landt bij inwoners. Dus voor onze fractie was dat sowieso een aandachtspunt. Terug naar de vraag van mevrouw Draak om gezamenlijk als raad ons werk zichtbaar te maken. Daar staan we in principe positief tegenover. Sterker nog, we vinden het noodzakelijk. Kijk maar naar de stappen die gezet moeten worden als het gaat om burgerparticipatie en de rol die de raad hierin heeft. De PvdA vindt versterking van de griffie of communicatie zeer wenselijk om de raad te helpen met dit thema. We willen niet gelijk de hoe-vraag beantwoorden, maar we hebben wel de volgende ideeën daarover.
Een aantal fracties heeft ook een aantal ideeën voorgedragen. We vinden het belangrijk, dat de agenda van de raad intensiever gecommuniceerd wordt naar inwoners, bijvoorbeeld via sociale media, zodat de inwoners op de hoogte blijven van de belangrijkste ontwikkelingen en thema’s in de raad. Besluitvorming van de raad moet inzichtelijk gemaakt worden voor inwoners, dan weten ze precies wat er besloten is, wie was ervoor en wie was ertegen en waarom. Je zou zeggen, dat kunnen de inwoners zelf opzoeken, maar daar gaat het om, mensen hebben geen tijd, het moet kort, bondig en toegankelijk. Een ander idee: je kan ook elke maand een fractie presenteren aan inwoners. Over de ideeën die wij nu presenteren kunnen we niet nu gelijk een besluit nemen. Wij stellen voor dat er een sessie komt raadsbreed om te kijken hoe wij samen met de griffie hoe wij dat kunnen organiseren. We moeten er ook voor zorgen dat alle fracties toegang krijgen, ook de kleine fracties. Dank je wel. Mevrouw Van Splunter, GL: Als hekkensluiter op dit onderwerp. Dank, mevrouw Draak, voor dit agendapunt. Iedereen is zeer positief, zo ook GL. Als vertegenwoordigers van burgers moeten wij bij hen zichtbaar zijn. Het is helder waar we voor staan, dat is namelijk voor hen.
In die hoedanigheid kunnen wij dit idee alleen maar steunen, waarbij dan ook een communicatiestrategie hoort, dus daar hoort ook in een begroting ruimte voor gemaakt te worden als wij allen dit belangrijk achten. Ik denk dat het belangrijk is dat we niet alleen als Lansingerland baan doorbrekend zijn met onze pilot voor de langdurige opvang voor Oekraïners, maar dat we ook zoals L3B al zei daarin een open nieuwe bestuurscultuur neer gaan zetten. Daar hoort dit stuk gewoon bij. Toevallig hadden wij binnen de fractie al eerder een discussie hierover, ook omdat wij vinden dat je niet alleen tijdens verkiezingsperioden zichtbaar moet zijn, maar ook daarna. Het is dat mijn fractielid mevrouw Gabin met een briljant idee kwam, wat we ook al in wilden gaan brengen, is namelijk om niet alleen de billboards te gebruiken om te laten zien wie we allemaal zijn en dat je op ons moet stemmen, maar ook om de billboards wellicht te gaan gebruiken om te laten zien wat we allemaal aan het doen zijn: burger, heb door dat dit of dit nu speelt of dat wij hier een participatietraject in gaan starten, bijvoorbeeld. Er zijn een heleboel ideeën de revue gepasseerd en ik denk dat het goed is, ik ga naar mijn buurman kijken, om wellicht een aparte bijeenkomst te plannen om dat concreter te gaan uitwerken.
Dat kan in het collectief, ik denk dat dat heel belangrijk is en daarbij staat het iedereen vrij om eigen activiteiten te ondernemen. Dat is hem. De heer Jonker, D66: Allereerst wil ik mevrouw Draak bedanken voor haar voorstel. Het vindt brede weerklank, ook van D66. Een ontzettend goed idee om hier actief zelf mee aan de slag te gaan. Ik hoor een heleboel goede ideeën langs komen, elke fractie heeft verschillende ideeën. Ik denk dat het slim is dat iedere fractie zelf een lijstje voorbereid van goede ideeën, waarvan zij denken dat het moet gebeuren. En om dat 1 vertegenwoordiger per fractie dat in een werkgroep laten voorbereiden, want met de hele raad hierover praten, dan zijn we zo 3 uur verder, blijkt elke keer weer. Laten we het goed voorbereiden, iedereen kan dan zijn of haar ideeën formuleren en dan een klein werkgroepje, geleid door de griffie, om te komen tot een voorstel hoe we dat verder kunnen oppakken. Wat D66 betreft, er werden al een heleboel goede ideeën genoemd, ik wil graag benadrukken dat we naar buiten moeten. Natuurlijk is er ook enorm veel te verbeteren in de effectiviteit van het vergaderen in commissie en raad, deze avond is daar op een bepaalde manier ook een voorbeeld van. Maar ook naar buiten gaan, werkbezoeken, zichtbaar zijn voor onze inwoners, dat is voor D66 belangrijk.
Ik hoorde ook heel veel andere behartigenswaarde ideeën, die kunnen we dan mooi meenemen in de voorstellen die we als raad gaan formuleren. Dat lijkt me heel mooi. Mevrouw Draak, VVD: Even eerst een procesvraag. Ziet u dit als mijn eerste of mijn tweede termijn? De voorzitter: Ik heb uw tijd nog niet laten lopen voor dit onderwerp. Mevrouw Draak: Dus ik kan reageren op de eerste termijn, dan kan ik straks nog een conclusie trekken, hartstikke fijn. Ik ben heel blij, ik hoor toch eigenlijk alleen maar positieve reactie. Ik hoor een aantal goede ideeën ook, daar had ik ook op
20/33
gehoopt, dat we met elkaar kunnen optrekken in het verbeteren van onze zichtbaarheid. Volgens mij wil eigenlijk iedereen dat wel. Voor ik op de ideeën inga, wil ik eerst even reageren op de CU, want daar proefde ik toch: wij willen eigenlijk liever onze eigen afwegingen maken en 1 op 1 met onze eigen achterban op onze eigen manier het contact doen. Eigenlijk zijn we het daar helemaal over eens, want iedereen moet dat natuurlijk doen. We zitten hier in de raad allemaal met onze eigen achterban. De VVD heeft afgesproken, we hebben zetels verloren maar we hadden ook last van de lagere opkomsten, dat is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken, dus wij hebben voor onze eigen achterban een plan gemaakt om beter zichtbaar te worden in de komende 4 jaar. Wij willen onze activiteiten als fractie beter met onze leden communiceren, maar ook met de Lansingerlanders die wel op ons zouden stemmen maar niet hebben gestemd. Zo doen we dat allemaal en op onze eigen manier. Volgens mij moet dat ook gewoon, maar daarnaast zou het fijn zijn, dat hoor ik dan in ieder geval bij de andere fracties, dat we als raad als entiteit met allemaal onze eigen inkleuring natuurlijk aan de Lansingerlanders laten merken: wat doen wij hier nu allemaal. Het gros weet helemaal niet wat er op de agenda staat. Dat was één van de ideeën die ik hoorde van GL.
Dat zijn dingen die wel duiden op het belang van de communicatiemedewerker, want wij zijn als raadslid toch een soort generalist en de communicatiemedewerker zou een specialist zijn op het gebied van: hoe benaderen wij onze inwoners, wat zijn de juiste media of de juiste manieren, hoe doen we dat? Daar heb ik een aantal fracties positief op horen reageren. Naar mijn idee zouden we inderdaad een vervolg moeten doen. Mijn vraag is dan: doen we dat gezamenlijk met de griffie, met een beeldvorming en gaan we daar het net over ophalen? Dan krijgen we een beetje wat de heer Jonker zegt, dan kan je er erg lang over praten. Als we het erover eens zijn, zouden we het ook wat pragmatischer kunnen aanpakken door een werkgroep van de raad te maken, een mooi idee van D66, omdat je dan wat sneller wensen kunt uitzetten voor de komende raadsperiode. Als je het uitvoerig gaat plannen in de bestuurlijke planning, die toch altijd al vol zit, voor je het weet is het eerste jaar van deze raadsperiode al om en ik denk dat dat jammer zou zijn. In de tweede termijn leuk als iedereen even reageert op het voorstel van de werkgroep of op een andere manier daarin verder gaan, dan kan ik straks de conclusie trekken hoe we dan verder gaan op dit punt. Dank allemaal voor jullie opbouwende, enthousiaste reactie. Tweede termijn Mevrouw Molenaar, CU: Even voor de goede orde.
Ik heb benadrukt dat wij 1 op 1 vanuit de fractie contact hebben heel belangrijk vinden, maar ik was begonnen met te zeggen dat we zeker, als er mogelijkheden zijn om gezamenlijk op te trekken, dat we daar graag aan meedoen, bijvoorbeeld bij een beeldvorming of ook op andere momenten. Als ik dat niet genoeg heb benadrukt, wij zijn er zeker positief over, maar ik wilde het niet alleen maar daar over hebben, dus daarom wilde ik daar ook aandacht voor vragen in mijn bijdrage. Het idee van een werkgroepje vind ik een heel goede en heel praktische, dus daar zijn we het mee eens. Als laatste wil ik nog even opmerken, dat we het wel hebben over de zichtbaarheid van de raadsleden, niet over de zichtbaarheid van een mogelijke communicatiemedewerker bij de griffie. Ik denk dat we vooral moeten beginnen met naar onszelf te kijken en niet teveel focussen op de vraag of er een communicatiemedewerker bij de griffie komt. Dat waren mijn 3 reacties. De heer Jansen, WIJ: Het idee van een werkgroep had ik ook in mijn bijdrage, dat lijkt me het handigst, pragmatisch, anders zitten we met 33 mensen of met 36 mensen aan tafel en dat is niet handig.
Een communicatiemedewerker van de griffie, ik weet niet of dat mogelijk is in de nieuwe raadsperiode, zeker niet met de bezuinigingen die voor handen zijn, maar er is natuurlijk een communicatieafdeling binnen de gemeente, die runt verschillende campagnes. Als dit gewoon een onderdeel van hun normale werk zou kunnen zijn, dan is het misschien handig om daar aan te haken en niet een losse medewerker communicatie, die toch geen fulltime werk daaraan heeft. Dat was het. Mevrouw Van Splunter, GL: Ik wil toch een pleidooi doen voor waar die communicatiemedewerker aan wie gekoppeld wordt, maar dat die er wel is en dat er ruimte is in werkzaamheden van de communicatiemedewerker om daadwerkelijk naar buiten te brengen specifiek wat wij hier aan het bespreken zijn. Daar zit de zichtbaarheid op een professionele manier. Wij zijn er voorstander van om de werkgroep in te richten en daar in deel te nemen. Ik denk wel dat we erbij moeten bedenken hoe dit zich verhoudt tot de beeldvorming burgerparticipatie en wat we daarmee gaan doen. Komt daar nog een vervolg op? Ik ben er niet bij geweest, maar ik heb het op afstand wel gevolgd, mijn man zat bij Sparta, dan heb je dat, dan moet er iemand thuis blijven, gelukkig kan je het dan online volgen.