[BV22.0020] Verslag commissie Samenleving d.d. 10 februari 2022
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving
Datum vergadering
: 10 februari 2022
Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Leon Erwich, Machiel Crielaard, Wouter Hoppenbrouwer VVD : Marloes Draak, Juval Pat El, Eric Kampinga CDA : Nelleke Bouman, Dave Bergwerff WIJ Lansingerland : Leon Hoek CU : Paul Lieverse D66 : Erik Jonker, Eva Heijblom GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Valmir Xhemaili Wethouders
: Titia Cnossen, Simon Fortuyn
Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Alexander Kuipers Commissiegriffier : Rianne Kokke
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Wij gaan even kijken of iedereen er is, dus ik ga u even langs. De heer Bergwerff, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, mevrouw Draak, de heer Erwich, mevrouw Heijblom, de heer Hoek, de heer Hoppenbrouwer, de heer Jonker, de heer Kampinga, de heer Lieverse, de heer Pat El, de heer Xhemaili: aanwezig. Mevrouw Gabin is nog niet in ons midden. Ik open de vergadering, de laatste vergadering van de commissie samenleving in deze samenstelling en ook in dit regeringsjaar. Een korte agenda voor vanavond. 2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 9 december 2021 De voorzitter: Zijn daar nog vragen of opmerkingen? Nee. Dan stellen we dat bij deze vast voor het nageslacht. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Er staat 1 bespreekpunt op, een dreigend tekort aan huisartsen, van meneer Erwich. Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Mevrouw Bouman heeft een vraag gesteld over het Ezelsbruggetje en het woonzorgcentrum. Meneer Begwerff heeft een vraag over gratis zelftesten en mondkapjes. Mevrouw Gabin heeft een vraag over de motie tussenvoorziening, over de statushouders. Meneer Hoppenbrouwer vraagt een update voortgang nieuwe scholen Wilderszijde. Meneer Hoek ook over de ezeltjeswei, daar kom ik zo op terug.
En mevrouw Draak over de wasbare luiers. Als u het met me eens bent, gaan we dat zo doen met dien verstande, u heeft gezien dat de heer Fortuyn in ons midden is en die is speciaal voor de luiers naar deze vergadering gekomen. Hij heeft gevraagd of hij, nadat hij ons uitgebreid heeft geïnformeerd over wasbare luiers, daar in privéomstandigheden van mag bijkomen. Met andere woorden, ik geef eerst het woord aan mevrouw Draak, ik geef u de gelegenheid om nu al uw rondvraag te stellen en meneer Fortuyn om daarop te antwoorden, zodat meneer Fortuyn straks geëxcuseerd is. Ga u gang. Mevrouw Draak, VVD: Dat is mooi. Gelachen hebben we er al om, dus dan gaan we nu even over naar het serieuze stukje ervan. De VVD Lansingerland heeft met verbazing en ook ergernis de berichten van de
1/18
gemeente Lansingerland op diverse social media gelezen over een mogelijke pilot met wasbare luiers. De gemeente peilt interesse of mensen het fijn vinden als de gemeente een deel van de kosten van de luiers betaalt en daar begeleiding bij doet. Het zou u niet verbazen, dat er overwegend positief wordt gereageerd over deze berichten en ook best veel reacties. Is logisch, als er een baby wordt geboren, dan ontploft er een bom in de financiën van een gezin, dus ja, als de gemeente een deel van die kosten wil betalen, vinden mensen dat fijn, dat begrijp ik best. Maar het is natuurlijk van de zotte, dat de gemeente het fysieke dan wel digitale boodschappenkarretje van de consument wil gaan beïnvloeden op kosten van de burger. Die bepaalt namelijk zelf wel hoe hij zijn ecologische voetafdruk wil samenstellen. Daarnaast, als het gaat om het beïnvloeden van afvalstromen, dan hebben wij daar als gemeenteraad duidelijke lijnen voor uitgezet in ons afvalbeleid. Diftar is één van de instrumenten. We hebben niets afgesproken over het subsidiëren van wasbare toiletproducten, waaronder luiers, maar ook maandverband en toiletpapier. Of bijvoorbeeld het gratis verstrekken van herbruikbare groentezakjes en bakjes.
Of als we het even bij de baby’s houden, we gaan toch ook niet de kinderwagen of de babykamer sponsoren? Onze vraag is concreet: wat is het doel van deze pilot? Kunnen we deze trein nog stoppen? Oftewel: wanneer wordt over het al dan niet doorgaan van deze pilot besloten? Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Laat ik beginnen met te zeggen, dat ik het fijn vind dat de vergadering het toestaat en dat ik aan de voorkant mag beantwoorden. Inderdaad, terecht wat u zegt, het is altijd onvoorspelbaar, ook met de rondvragen erbij, hoe lang zo’n avond duurt. Thuis kan ik vertellen, dat ze heel blij waren, dat mijn vierde avond niet in rook is opgegaan in de privésfeer, want ik heb er al 3 avonden op zitten. Dus dank aan ieder, die hier zit. Ook dank aan mevrouw Draak. Er wordt nu toch een item aangesneden, die best wel veel aandacht behoeft en waar we eigenlijk wel wat gedachten en een focus op willen hebben. De bedoeling van dit hele project is, dat hebben we in de raad besloten, dat wij rondom restafval verschillende pilots draaien en één ervan is de wegwerpluiers.
Wat wij nu proberen te doen in de aanloop naar diftar in 2023, het is nu nog niet aan de orde, het is een aanloopjaar, alvast proberen met elkaar te kijken of wij een referentiegroep van jonge moeders bij elkaar kunnen krijgen, die we met een platform faciliteren om ervaring uit te wisselen met elkaar hoe het is om in plaats van wegwerpluiers wasbare luiers te gaan gebruiken, hetgeen in mijn jeugd geheel normaal was. Nadat ik vader werd zonder huishoudelijke ondersteuning, want mijn vrouw was de huismoeder, inderdaad alleen maar geconfronteerd werd met katoenen luiers en een speld, hoe doe je dat, hoe vaak wissel je dat, hoe vaak was je, waar doe je dat mee, hoe bleek je? Al dat soort dingen is allemaal uit deze consumptiemaatschappij verdwenen en we willen toch proberen met elkaar een bepaald gedrag te beïnvloeden, want dat doe je met elkaar. Dus dit is helemaal bedoeld om een referentiegroep van jonge moeders bij elkaar te knopen, op het platform met elkaar te kunnen discussiëren en uiteindelijk kennis te laten maken dat het ook anders kan. Vanuit dat platform vragen wij ook of ze ambassadeur willen zijn om het uit te dragen naar de omgeving, waar ook wellicht, je kent dat wel, als jonge moeders kom je elkaar tegen bij de huisarts of bij de consulenten, dan praat je erover. Zo hopen we op die manier dat er wat meer bewustwording ontstaat m.b.t.
de keuze, want het is een keuze, daar heeft u helemaal gelijk in, als je je het kan permitteren en je wilt het doen en je kan een andere keuze hebben, dan kan je wegwerpluiers altijd nog gebruiken, maar ook misschien eens te experimenteren met wasbare luiers. Dat is de kern van de zaak. Daarmee willen wij als gemeente een stimulering opzetten door begeleiding. We hebben daar nadrukkelijk van gezegd, ook in dezelfde facebookberichten, dat we het overwegen en dat we inderdaad interesse willen hebben. Er is nog geen besluit genomen hoe wij dat verder financieel of anderszins vorm geven. Het is echt een pilot, een experiment: hoe kunnen we gedrag beïnvloeden? Hartstikke mooi, gedragsverandering, referentiegroep en kijken of we een platform met elkaar kunnen krijgen. Om met elkaar, dat is ook gebleken uit het onderzoek van het afvalbeleid, men is echt wel voor een fors deel milieu-gedreven. Het gaat niet om geld, het gaat om milieumotieven. Dat alles bij elkaar heeft ons doen besluiten om deze pilot op te zetten. Het is geen, dat benadruk ik nogmaals, het is geen verkiezingsstunt, het heeft ook niets met de verkiezingen te maken, het is gewoon een pilot die we willen doen richting 2023 om dan richting de tariefstelling met elkaar ook het gesprek aan te kunnen gaan. Daar hebben we wel data voor nodig. Dat is uiteindelijk hetgeen we willen.
Wij doen niet aan ouder-politiek, dat gaan we echt niet doen, dat laten we ook graag aan Den Haag over of misschien aan China, maar dat laat ik even in het midden. Mevrouw Draak, VVD: Ik heb mee zitten schrijven. Ik heb op de vragen die ik heb gesteld antwoord gekregen. Ik kan wel zeggen, dat dit inderdaad de vrees van de VVD bevestigt. Gezien de andere rondvragen laat ik het hier even bij, maar het zou heel goed kunnen dat wij hier t.z.t. een motie over indienen. Wij vinden het echt te ver gaan, maar dat is dan van later zorg. Wethouder Fortuyn: Dank u wel, ik wens u een goede vergadering. Inderdaad, de laatste vergadering. Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben de afgelopen 4 jaar. Wellicht zien we elkaar de komende 4 jaar weer terug, wellicht in een andere samenstelling, maar we gaan het zien. Succes vanavond.
2/18
De voorzitter: Ik was vergeten te melden na de sluiting van de vergadering nog even te blijven zitten, om in teams te blijven. 5. Bespreekpunten: 5.a Dreigend tekort aan huisartsen in Bleiswijk De heer Erwich, L3B: Ik wil even een kleine introductie. De huisartsenpraktijk van de heer Van Vliet is eigenlijk de mentor of de paraplu van de Bleiswijkse huisartsenzorg. Juist deze huisarts is nu op zoek naar ruimte. Welk probleem moeten we nu eigenlijk tackelen? De huisartsenpraktijk van Van Vliet is op zoek naar werkruimte voor haar praktijk. De huisarts huurt sinds 2022 een pand in de Christiaan Huygenstraat en daar is de huur tot nu toe gewoon iedere 2 jaar verlengd. Sinds 2 december 2021 is het pand verkocht aan het bedrijf Switch-Pro van de heer Markus en mevrouw Markus-de Witte, die de eigenaar van het totale bedrijfspand zijn geworden. Door de verkoop van het pand, waar ze nu zijn gevestigd, en doordat de nieuwe eigenaar direct op 27 december via een advocaat de huur van de praktijkruimte heeft opgezegd, ontstaat er op zijn zachtst gezegd een onwenselijke situatie. Het huidige contract loopt tot 22 april of eind april 2022 en zou normaliter automatisch verlengd worden. Maar het bedrijf Switch-Pro wil de huurovereenkomst niet verlengen, maar wil de overeenkomst beëindigen per 30 april.
Door het sluiten van de huisartsenpraktijk dreigen ruim 3000 patiënten in Bleiswijk verstoken te blijven van een huisarts. Dit is niet alleen een probleem voor de huidige, maar ook van de toeokmstige huisartszorg. De parkeerplaatsen voor de praktijk en de wachtruimte in de hal mogen van de nieuwe eigenaar niet meer gebruikt worden. Voor de huisartsenpraktijk zijn de parkeerplaatsen geblokkeerd door een bestelbus. Hierdoor is er geen ruimte meer voor een ambulance en ontstaat er direct een onwenselijke situatie met alle mogelijke onveilige situaties van dien. Door deze onaangename en gespannen situatie zijn de huisartsen gedwongen om op zoek te gaan naar een nieuwe locatie, waar de mogelijkheid is om de praktijk met ruim 3.000 patiënten voort te zetten. Momenteel bestaat de praktijk uit 3 huisartsen, een praktijkmanager, 2 PO’s van de GGZ-medewerkers en 2 doktersassistenten. Eigenlijk zou er een derde POH bij moeten voor de jeugdzorg, maar in deze stressvolle situatie is dat even on hold gezet. Om aan te geven: deze huisarts was de eerste van Nederland die een praktijkondersteuner heeft aangenomen, dus zij heeft zeker hart voor de zorg.
Ze zijn ook bereid om bijvoorbeeld in de nieuwbouw aan de Lijsterlaan te Bleiswijk een nieuwe vestiging te bouwen, zodat er midden in het bouwplan voor ouderen een huisartsenpraktijk beschikbaar komt, waarbij ervan uit kan worden gegaan dat er een mogelijkheid ook is om daarboven misschien appartementen te bouwen. Dus een win/win situatie. Ook is er de bereidheid om naast de kerk en de sporthal aan de Rembrandtlaan een nieuwe huisartsenpraktijk te bouwen, waar ook de mogelijkheid is om er appartementen boven te bouwen, weer zo’n win/win mogelijkheid. Tijdens de commissie ruimte van 11 februari over het masterplan Lange Vaart Merenweg heeft mijn collega J.P. Blonk de wethouder al gevraagd of het zijns inziens noodzakelijk is in de wijk Merenweg/Lijsterlaan ruimte te creëren voor een huisartsenpraktijk. Er zijn op dat moment acute problemen met de huisvesting van een huisartsenpraktijk in Bleiswijk. Hij heeft ook gezegd, dat wij dit zouden agenderen in deze avond. Wethouder Van den Beukel heeft hem toen gezegd daar rekening mee te gaan houden en een huisartsenpraktijk in de strook langs de Lijsterlaan toe te juichen. Voor de lange termijn geeft u ook aan in uw beantwoording, dat er een mogelijkheid is voor nieuwbouw. Dat is voor de huisartsenpraktijk Van Vliet op lange termijn natuurlijk al een hele mooie toezegging. Nu even de beantwoording van onze vragen.
Het zal u niet verbazen, dat we niet gelukkig zijn, laat ik me even zachtjes uitdrukken, over de beantwoording en de houding van het college. De gemeente heeft inderdaad geen officiële verantwoordelijkheid voor de huisvesting van een huisarts, maar wel een morele verplichting, die weegt misschien nog wel zwaarder. Ook tegenover de huisartsen, die de zorg wel moeten kunnen leveren, en ook wel voor de organisatie en bereikbaarheid van de zorg van de Bleiswijkse inwoners. Overigens, volgens art.22 van volksgezondheid lid 1 moet de overheid ook maatregelen treffen ter bevordering van de volksgezondheid. De situatie rondom de huisartsenpraktijk in Bleiswijk heeft direct invloed op de organisatie en bereikbaarheid van de zorg voor deze 3.000 inwoners, patiënten. Voor deze inwoners is er vanaf mei aanstaande überhaupt geen eerstelijnszorg meer bereikbaar, nog buiten beschouwing gelaten of dit dichtbij organiseerbaar is, zoals het college in zijn beantwoording aangeeft na te streven. Hiermee is volgens L3B de kwestie van huisarts Van Vliet wel een verantwoordelijkheid geworden van de gemeente, die niet afgedaan kan worden met een niet hebben van verantwoordelijkheid voor huisartsvestiging.
Het doen van suggesties voor een mogelijk nieuwe praktijkruimte klinkt sympathiek en is ook sympathiek te noemen, maar is niet afdoende of doelmatig, want er ligt wel een verantwoordelijkheid bij het bewerkstelligen van continuïteit in de organisatie van zorg. We zitten momenteel nog middenin een gezondheidscrisis door corona. De huisartsenzorg in Bleiswijk staat hierdoor al extra onder druk. Bovendien is er door de uitval van gezondheidsklachten van een huisarts al een druk op alle andere praktijken, die veel te groot is. Die kunnen niet meer belast worden of mogen worden. Je moet je echt afvragen of je de druk dan ook bij de huisarts mag leggen. De focus op korte termijn moet nu liggen op de 3.000 inwoners en de voor hen beschikbaarheid van een eerstelijnszorg. Voorop gesteld, dat de suggesties op termijn zouden kunnen leiden tot een nieuwe
3/18
praktijkruimte waardeer ik. Maar biedt het voor de korte termijn per 1 mei 2022 tot beschikbaar komen van nieuwe praktijkruimte? Op deze manier is er geen antwoord voor de 3.000 inwoners. Er is dus meer nodig dan de gedane suggesties. Welke partijen kunnen we daar nou bij betrekken, zodat er een goede samenwerking komt om een nieuwe locatie op korte termijn te realiseren? Samenwerking met het Medisch Hart, zoals voorgesteld, ligt moeilijk. Die wil best investeren in een goed onderkomen, maar de problemen bij de organisatie van het Medisch Hart zijn groot. Laurens is gestopt met samenwerking. De andere partij Vierstroom is ook gestopt. Is de wethouder hiervan wel op de hoogte? Hierdoor moet je je afvragen hoe de samenwerking dan vruchtbaar zou kunnen worden, zeker als je als huisarts voorstaat een dorps karakter van je praktijk te willen behouden. Dan de tweede suggestie van het hondenpoep uitlaatveldje, ik ben een beetje aan het afronden, inderdaad. Het college is bang dat het hondenpoepveldje in de ogen van de inwoners belangrijker is dan de huisartszorg, maar hoe denken de inwoners daar zelf nu eigenlijk over? Is er al contact geweest om die mogelijkheid te bespreken? Is er aan gedacht om daar dan eventueel bij de mensen, die dan hebben geageerd op dat veldje, om daar gewoon even een bespreekpunt van te maken.
Ik heb voor het college nog een heleboel vragen, maar ik begrijp dat u wilt afronden, dus ik houd het hier even bij. De heer Pat El, VVD: Wij delen de zorgen van L3B, alleen wat ons betreft had het net zo goed een rondvraag kunnen zijn. Maar nu het hier als commissie agendapunt staat, wil ik de commissieleden, een aantal zal doorgaan, mee geven dat het wellicht verstandig is om na de Covid-periode, want sowieso is de gezondheidszorg zwaar overbelast door de situatie rond corona, toch eens goed met elkaar te bespreken, gezien de groeiambities van Lansingerland, hoe het staat met de lokale ondersteuning op de gezondheidszorg. Als we voor ons zien wat er in het St. Franciscus aan de hand is, als je daar bij de huisartsenpost komt in het weekend, dan zit je zo 3 tot 5 uur te wachten. Is de huisartsenpost in Gouda en de huisartsenpost in St. Franciscus, is die onder normale omstandigheden, dus niet in deze coronatijd, eigenlijk wel opgewassen tegen de bevolkingsgroei, die wij hier met zijn allen voor ogen hebben? Ik denk dat dat zeker een taak is voor de nieuwe raad en het college, om daar eens goed over na te denken. Dat wilde ik even mee geven. Verder heb ik geen vragen. Mevrouw Bouman, CDA: Even over het bespreekpunt, een dreigend tekort aan huisartsen.
Toen ik dat las dacht ik: een dreigend tekort? Je mag toch als gemeente heel blij en het wenselijk vinden, dat vinden wij ook, dat er een goede eerstelijnszorg is. Dan zeg ik: is er een goede eerstelijnszorg? Ik werd eigenlijk op het verkeerde been gezet. Vrij recent heb ik begrepen dat er een nieuwe huisarts in Bergschenhoek is gekomen. Wij groeien als gemeente, dan is Lansingerland een goede gemeente om zich daar te vestigen. Maar toen ik het verder las, las ik dat het betrekking heeft op de huisvesting. Heel vervelend, dat begrijpen u en ik allemaal, als dit zich gaat voordoen. Dat is op vrij korte termijn. Dan lees ik in alle stukken dat het per 27 december echt opgezegd is. Ik las eerst: het was de wens dat het e.e.a. ging sluiten, maar het is nu definitie dat het gesloten gaat worden. De praktijk, dus niet dat er een tekort is aan huisartsen, want huisartsen hebben we in mijn optiek. Het gaat dus sec om de huisvesting. Ik lees dan het nodige over de korte termijn, de lange termijn. Mevrouw de huisarts heeft ook een beroep gedaan op de burgemeester, daar hebben we allemaal een brief van gezien. Er is ook gereageerd op korte termijn en op lange termijn. Voor de lange termijn, het is al even aangehaald, wij hebben in de commissie ruimte dat naar voren gebracht.
Er is ook naar voren gebracht door wethouder Van den Beukel dat er bekeken zou kunnen gaan worden voor de lange termijn in het plan Merenweg, dat heb ik toen ook gehoord, helder. Maar het gaat nu om de korte termijn. Ik lees in de beantwoording, dat het hier gaat om een verantwoordelijkheid niet van de gemeente, maar van de zorgverzekeraar. Het financiële gedeelte en de verantwoordelijkheid, die er voor de gemeente niet zijn, maar bij de zorgverzekeraar. Ik hoorde de heer Erwich zeggen: er is toch art.22 t.a.v. de zorg, dat de gemeente iets te doen heeft m.b.t. de volksgezondheid. Ik denk, de wethouder zal er misschien ook op ingaan, dat het m.b.t. de volksgezondheid iets anders is dan t.a.v. de vestiging van een huisarts in een gemeente. Volksgezondheid heeft te maken met GGD, met uitbraken van allerlei omstandigheden toezicht enzovoorts. In mijn optiek heeft dat niets te maken met de huisartsenpost. Ik heb ook gelezen, op korte termijn dat mevrouw Van Vliet aangegeven heeft: ik zou graag naast de kerk bij Rijneveen een vestiging willen hebben. Er is aangegeven dat dat niet kan en er is een motivatie aan gegeven waarom dat niet kan. Dan is de vraag: waar dan wel? Ik hoorde ook het Medisch Hart. Ik hoorde de heer Erwich zeggen: dat is dus niet meer mogelijk, want Laurens is weg en Vierstroom heeft opgezegd. Vierstroom zit niet in het Medisch Hart, maar zit in de Tuinen.
Dan denk ik: wat is er verder onderzocht bij het Medisch Hart, of daar geen mogelijkheid is, als ik de heer Erwich hoor zeggen dat Laurens gestopt is. Dan is er misschien ruimte, maar misschien weet de wethouder daar iets meer over te zeggen. Het Medisch Hart hebben we dan, maar misschien is er nog een andere optie, dat is de Tuinen, misschien is er daar een mogelijkheid. Ik weet het niet, dat hadden wij naar voren willen brengen, de Tuinen. Je hebt het Medisch Hart. En misschien is het ook een optie, andere bedrijven die zich willen vestigen stellen zich in verbinding met een makelaar. Ik weet niet hoe dat loopt. Ik weet ook niet, er is opgezegd door de verhuurder, of er misschien toch een mogelijkheid is, misschien is de huisarts nog in gesprek gegaan met de verhuurder of
4/18
er tussentijds voor een korte periode er een mogelijkheid is voor verlenging. Ik weet het niet, dat zou ik toch heel graag willen horen, of de heer Erwich op de hoogte is van de voortgang in deze, wat mevrouw Van Vliet verder ondernomen heeft t.a.v. het verkrijgen van huisvesting los van het feit van wat we hier allemaal op papier hebben gekregen, maar voortschrijdend inzicht en voortschrijdende ontwikkelingen misschien. Misschien kan de wethouder ook nog aangeven of zij op de hoogte is, los van op korte termijn het e.e.a. aangeboden te hebben, en ook zeker wat het college aangeboden heeft op lange termijn. Ik denk dat dat een hele goede optie is. De huisarts weet in welke mate zij dan het e.e.a. moet gaan doen om te kunnen kijken of zij in dat plan Merenweg kan komen, maar dat is voor de lange termijn, het gaat nu over de korte termijn. Dan ben ik benieuwd of er in de tussentijd al de nodige ontwikkelingen zijn, zeker t.a.v. het Medisch Hart, zeker t.a.v. de Tuinen. En of er al door de huisartsen al de nodige contacten zijn gelegd met bijvoorbeeld partijen die zich daarmee bezig houden. Misschien ook wel via de zorgverzekeraar. Of misschien via 3B Wonen, want daar las ik nog iets t.a.v. ander onderwerp dat 3B Wonen zich ook bezig houdt t.a.v. het huisartsengebeuren. Maar goed, er is een aantal opties, dus bij deze een aantal vragen voor de heer Erwich en voor de wethouder.
Dank u. De heer Hoek, WIJ: Ik vind het een heel duidelijk verhaal van het college. Ik snap de beantwoording. Ik vind ook dat de morele plicht bestaat uit het faciliterend meedenken. De reactie van het college getuigt van dit meedenken. Het gaat mij nu te ver om allerlei aannames hier de revue te laten passeren. Is er nou wel ruimte in de Tuinen of niet? Hoe zit dat? Dat laat ik graag aan de wethouder over. Ik ben in ieder geval tevreden met de reactie van het college. Het is natuurlijk een kwestie tussen een huisarts en een private partij, laten we dat ook voor ogen houden. De vraag is natuurlijk: wanneer heeft de huisarts aan de bel getrokken? Het is natuurlijk ook een verantwoordelijkheid van de huisarts om te kijken wat de mogelijkheden zijn. In eerste instantie vind ik de reactie van het college netjes. Het argument van: er is een parkeerplaats maar er kan geen ambulance op staan. Ik ken heel veel ambulanceposten hier in Lansingerland, waar geen gereserveerde parkeerplaats is voor een ambulance. Ik wacht eerst graag de reactie van de wethouder af. Wellicht beantwoordt dat de meeste vragen. Op voorhand ben ik al tevreden over de reactie van het college. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik zal aanzienlijk minder tijd nodig hebben dan meneer Erwich, maar wel iets meer dan de 3 minuten, als u het me toestaat.
Het bespreekpunt heeft een aantal zaken, die voor een deel landelijk spelen en voor een deel lokaal. Ik ga op 3 ervan in. In de eerste plaats landelijk. Er is landelijk een tekort aan huisartsen, zij het dat dit tekort per regio verschilt. Het tekort wordt vooral gevoed door huisartsen, die vanwege hun leeftijd op zoek zijn naar jonge collega’s die hun praktijk willen overnemen. Het onderzoeksinstituut Nivel voorspelt dat de huisartsenzorg op korte termijn uit evenwicht raakt. Het aantal huisartsen kan dan niet meer voldoen aan de zorgvraag. Nijpend is de situatie in Zeeland, Friesland en in de kop van Noord-Holland. Helaas zijn er commerciële partijen die hierop inspringen en praktijken opkopen. Ik zeg helaas, want in sommige gevallen wordt de zorg erna verarmd door veel te doen via videobellen en dergelijke niet de complete zorg te bieden. Behalve verarming van de zorg kan het ook leiden tot vermindering van onderlinge solidariteit van de huisartsen. Het gaat zo’n commerciële partij minder om de zorgkwaliteit dan om het behalen van winst. Maar het is de vraag of die onderlinge solidariteit op dit moment in elke dorpskern van Lansingerland even solide is. Voor een commerciële partij is de sector aantrekkelijk. Driekwart van de inkomsten van huisartsen komt van een vergoeding van ingeschreven patiënten. Het risico is dus vrij laag, je hebt een gegarandeerd inkomen.
Het tweede punt. De zorgverzekeringswet kenden de meesten van ons als een wet die verplicht je aan te sluiten bij een zorgverzekering en daarvoor premie betalen, maar dat is niet de kern van de wet. De kern van de zorgverzekeringswet is dat zorgverzekeraars garant moeten staan voor het leveren van een aantal basisvoorzieningen. Welke dat zijn, is bij wet geregeld in een aantal basisvoorzieningen. Dat is dat een SEH bijvoorbeeld op maximaal 45 minuten aanwezig moet zijn, dat een huisartsenpost op 30 minuten aanwezig moet zijn en een huisarts bij spoed in 15 minuten aanwezig kan zijn. Zorgverzekeraars hebben dus de wettelijke zorgplicht, niet de gemeente. De Nederlandse zorgautoriteit ziet hier op toe evenals de inspectie. Het derde punt, de lokale zaak. In Lansingerland hebben we minstens 30 huisartsen. Hun praktijkruimte organiseren ze op verschillende manieren. Een aantal van hen vormt een groepspraktijk, zoals de 7 huisartsen en de 5 praktijkondersteuners bij Zonboog in Berkel. Sommige huisartsen hebben praktijkruimte gehuurd in een zorginstelling, zoals huisarts De Groot in de Tuinen en huisarts De Gruijl in Medisch Hart Bleiswijk. Terzijde, in Medisch Hart is meer ruimte, ik weet het, ik kom er regelmatig. Weer anderen hebben praktijk aan huis, zoals huisarts Van Alphen.
Toen de gemeenteraad in Bleiswijk toentertijd besloot tot de bouw van de Tuinen, was er de wens om er praktijkruimte in te richten voor Bleiswijkse huisartsen. Dat zou voordelen bieden voor de praktijkvoering door samenwerking in de administratie en andere aspecten. Om financiële redenen waren de huisartsen toen niet geïnteresseerd. De gemeente was niet verplicht om praktijkruimtes te creëren en is dat nog steeds niet. Een huisarts is naast zorgverlener ook ondernemer. Het zou vreemd zijn om nu binnen 1 gemeente sommigen te bevoordelen boven een ander. Tot slot. Het bespreekpunt van de heer Erwich is hier en daar onnodig alarmerend. Zo wordt gesteld dat de bereikbaarheid van de ambulance bij de praktijk van huisarts Van
5/18
Vliet onmogelijk is door de nieuwe parkeerregels. Dat gaat voorbij aan fatsoen, dat nergens in Lansingerland een ambulance geweigerd wordt voor het ophalen van patiënten. Overigens kent ook Medisch Hart in Bleiswijk parkeerproblemen. Wie daar af en toe komt, zoals ik, herkent dat. Conclusie. Diverse handreikingen die de gemeente doet richting huisartspraktijk Van Vliet vindt onze fractie helpend en zelfs royaal. Omgekeerd roepen wij alle huisartsen in onze gemeente op om te werken aan 3 punten. 1. Werk aan solidariteit op het gebied van samenwerking, op het gebied van zorg. Benut elkaars specifieke expertise en affiniteit met een bepaalde zorgvraag. Ook op het gebied van praktijkvoering. Dat betekent onderling diensten ruilen bij vakanties en privésituaties. 2. Breng de praktijkgrootte terug naar 1.800 ingeschreven patiënten per fulltime huisarts. Dat is de norm die de landelijke huisartsenvereniging voorstaat. 3. Behoud de ziel van de huisarts, zoals een groene Amsterdammer recent nog noemde. Werk persoonsgericht, bied continuïteit van zorg, werk samen met collega’s in de regio, bied toegankelijke zorg dicht bij huis van de patiënt en let bij de digitalisering op het voorkomen van drempels voor digibeten. Tot zover. De heer Erwich: Ik had eigenlijk een vraag aan meneer Lieverse.
Of hij op de hoogte is, want de dingen die hij noemt zijn eigenlijk hier in Bleiswijk gewoon aan de orde. De huisartsenpraktijk van Van Vliet heeft een overkoepelende draagkracht, zij vormen samen met de rest van de huisartsen dus gewoon een eenheid, waarin ze alle afspraken maken onderling, vakanties, ziekte, noem maar op. Dus het gaat hier niet om 1 huisarts, die nou toevallig anders wil dan anderen. Nee, het gaat om de hele huisartsvoorziening, die op deze manier onderuit wordt gehaald. Ik denk dat u daaraan voorbij loopt. De heer Lieverse: Ik hoorde niet echt een vraag, maar ik ga er niet aan voorbij. Ik heb helaas ook informatie dat ook in de samenwerking weleens wat barstjes zitten, maar om persoonlijke redenen ga ik dat niet hier in deze vergadering toelichten. De heer Jonker, D66: Dank aan L3B voor het agenderen van dit agendapunt. In algemene zin vindt D66 lokale huisartsenzorg erg belangrijk, het staat zelfs in ons verkiezingsprogramma, ook de kwaliteit ervan. De andere sprekers en ook in de discussie is al aangegeven, dat de gemeentelijke overheid daar op een bepaalde manier een beperkte rol in heeft. Ik vertaal het maar even in Jip en Janneke, dat ze maximaal moeten faciliteren en moeten proberen te helpen bij het realiseren van huisvesting.
Als ik de stukken lees en de beantwoording van het college lees, dan zie ik dat het college daar ook een inspanning voor doet, zijn best doet om naar een oplossing te zoeken. Ik meen zelfs tussen de regels door te lezen, dat ze ook wel oplossingsrichtingen zijn, dus ik begrijp de urgentie die de heer Erwich wil uitstralen, maar ik heb het idee dat het de goede richting op gaat. Ik ben ook benieuwd naar het antwoord van de wethouder daarover, dus ik hoop dat we dit op een goede manier kunnen oplossen zonder afbreuk te doen aan die rolverdeling. Inderdaad, het is formeel gezien zo dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de huisvesting. Ze moet zich wel inspannen en faciliteren, haar best doen. Ik heb tot op heden het idee dat dat gebeurt en ik hoop dat de wethouder het ook verder kan inkleuren. Dank u. De heer Erwich: Ik had een vraag aan de heer Jonker. Hij zei: we zijn juist voor een kwalitatieve huisartsenzorg. Maar daarbij noemde hij wel, dat er genoeg gedaan werd. Ik heb het idee, dat er te gemakkelijk wordt weg gekeken. Wat vindt u daar dan van? De heer Jonker: Misschien leest u de stukken anders dan ik ze lees, maar ik heb niet het idee dat de gemeente weg kijkt, want in de beantwoording staat een aantal alternatieven voor de langere termijn, die natuurlijk wat verder weg liggen en nog niet aan de orde zijn. Ik zie ook wat suggesties voor de korte termijn.
Ik ben helaas te onbekend met de lokale situatie op dat specifieke punt in Bleiswijk om daar de mogelijkheden en de onmogelijkheden van te zien, maar ik heb het idee dat er wordt gepoogd om een oplossing te vinden. Maar misschien kan de wethouder daar straks op ingaan. Dit is mijn beeld. De heer Erwich: Het is niet mijn punt om huisvesting te gaan zoeken, maar het punt is dat de huisartsenzorg juist onder druk komt te staan. Ik had begrepen dat D66 dat hoog in het vaandel had. Hoe vindt u dat die huisartsenzorg momenteel daardoor onder druk komt? De heer Jonker: Ik heb geen indicatie dat de huisartsenzorg direct onder druk staat, als ik heel eerlijk ben. Mevrouw Gabin, GL: Ik begin maar meteen met de 2 vragen die aan de commissie zijn gesteld. Wat vinden wij van de situatie? Hoe zien wij de rol van de gemeente? De CU gaf het al aan: landelijk dreigt een huisartsentekort. Ook in Lansingerland horen wij als GL geluiden dat nieuwe patiënten worden geweigerd bij een huisartsenpraktijk. Veel huisartsenpraktijken barsten uit hun voegen, maar nieuwe ruimte is nauwelijks te vinden en de huur- of koopprijzen zijn ver boven het budget van een huisartsenpraktijk. De zorg in de wijk dichtbij de patiënt komt zo in het gedrang. GL maakt zich daarover wel zorgen. Bij het verbeteren van het huisartsenaanbod speelt de gemeente een cruciale rol, zeker als het gaat om geschikte ruimte vinden.
De gemeente moet zorgen voor meer bouwlocaties en voldoende maatschappelijk vastgoedbeleid, waar nieuwe huisartsen terecht kunnen. Wat wij specifiek van deze casus vinden, is niet relevant. De huurovereenkomst is rechtsgeldig beëindigd. De huisartsen moeten een nieuwe locatie vinden. Dat is heel vervelend, maar het is niet anders. De gemeente heeft meerdere suggesties gedaan voor zowel oplossingen op korte termijn als op lange termijn. Daarmee houdt de rol van de gemeente op. Ik vind het mooi dat L3B het art.22 lid 1 van de grondwet erbij haalt, maar daar valt huisvesting niet onder. Het gaat om het beleid t.a.v. verzekeringen tegen ziektekosten, de prenatale zorg, de schoolgeneeskundige diensten enzovoorts, maar huisvesting valt daar niet onder. Wij begrijpen
6/18
dus niet zo goed waarom L3B deze specifieke casus over huisvesting zo dringend wil bespreken. Wij wachten nog heel even op de beantwoording van de wethouder. We zijn benieuwd waar de wethouder mee komt. De heer Erwich: Ik heb een vraag aan mevrouw Gabin, of zij ook vond dat de huisartsen momenteel dan niet erg onder druk komen te staan als 3.000 patiënten zonder huisarts zitten. Het is natuurlijk niet zo, dat je als huisarts zonder praktijk, dan kan je natuurlijk niet veel, daar gaat het een beetje om. Mevrouw Gabin: Zoals ik al in mijn bijdrage heb benoemd, is dat wij erkennen dat er een huisartsentekort is en dat dat landelijk een groot probleem is. Maar u moet dat los zien van deze specifieke casus. De gemeente heeft maar beperkt gereedschap om hier in te springen en hier iets mee te doen. Wij vinden als GL dat huisvesting niet een taak is van de gemeente. De gemeente kan vrij weinig hiermee, dus het is niet anders. De gemeente heeft al een aantal suggesties aangeboden, maar ik wil nog graag van de wethouder horen hoe de gemeente zich nog wil inzetten voor de specifieke huisartsenpraktijk waar we het over hebben. De heer Xhemaili, PvdA: Volgens mij hoor ik hier een debat op 2 niveaus.
De vraag gaat over: moet de gemeente of het college iets doen aan de huisvesting? En is er een tekort aan huisartsen, ja of nee? Wat volgens mij belangrijk is, wat ik belangrijk vind, is dat er in Lansingerland voldoende huisartsen zijn. Toevallig is Van Vliet mijn huisarts, ik kom daar bijna nooit gelukkig. Maar ik vind het wel fijn, als ik er kom, dat de huisarts mij kan helpen en te woord kan staan en ook zo spoedig mogelijk indien nodig. Mijn zorg is dat de komende maanden dat wellicht kan verdwijnen voor de patiënten van huisarts Van Vliet. Ik hoop dat de gemeente ondanks de beperkte mogelijkheden en middelen zich toch faciliterend opstelt om tot een gedegen oplossing te komen op korte termijn. Natuurlijk, op de lange termijn kunnen we iets doen met Lange Vaart en Merenweg, ik juich het alleen maar toe om daar iets te organiseren en te bouwen voor een huisartsenpraktijk, maar voor nu wil ik toch de dringende oproep doen om wel in de meedenkstand te bewegen met huisarts Van Vliet. Volgens mij gebeurt dat ook, wat ik in de beantwoording van het college heb gelezen, dus dat is op zich wel fijn. Dank u wel. De voorzitter: Ik wens u van harte toe dat u die huisarts heel weinig zult zien. U zei nog iets anders verstandigs, namelijk dat het debat zich op 2 niveaus begeeft.
Ik wil eigenlijk de wethouder vragen om zich te richten op het aangedragen probleem, namelijk het huisartsen vestigingsprobleem in Bleiswijk en mogelijk tekorten aan huisartsenzorg in Bleiswijk, die daardoor zou ontstaan. Laten we het niet over volksgezondheid of over de interpretatie van de grondwet hebben. Dat geldt niet alleen voor u, maar ook voor de leden van de commissie. Laten we ons even beperken tot wat de heer Erwich heeft aangedragen. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Ik beperk mij graag. Ik denk dat wij van ons raadslid Lieverse daar ook voldoende verstandige woorden hebben gehoord, dus dat zal ik zeker niet kunnen overtreffen. Dank voor het aan de orde stellen van dit punt, zodat we het zo met elkaar kunnen bespreken en ook van elkaar merken dat we er verschillend in zitten. Het college heeft in de beantwoording van de vragen van L3B inderdaad laten zien waar de rol van de gemeente ligt. U verschilt van mening of dat voldoende is of niet. Een aantal hoor ik zeggen: prima beantwoording, suggesties et cetera. Er worden ook wel wat stellingnames neergelegd. Is er nou een tekort aan huisartsen? Ik ben hier pas komen wonen en ik kon me onmiddellijk inschrijven bij een huisarts. Ik begrijp ook , dat er iedere keer huisartsen zijn waar inwoners zich kunnen inschrijven. Dus op dit moment is dat niet aan de orde.
Het is wel een voortdurende zorg van de gemeente, dat ziet u in alle nieuwbouwlocaties, om te kijken waar je iets gaat ontwikkelen, ook het plan aan de Wildert, om daar te kijken of je voor de buurt daar eerstelijnszorg kan realiseren. De heer Erwich: Ik wilde toch even vragen aan de wethouder of ze op de hoogte is, dat dit probleem speelt in Bleiswijk. Ik heb het er ook niet over, dat in Lansingerland misschien te weinig huisartsen zouden zijn, is ook in Bleiswijk niet aan de orde, dat er te weinig huisartsen zouden zijn, maar het gaat erom, dat een huisartsenpraktijk zonder praktijk wel heel erg lastig is. Dat vroeg ik me af, bent u daarvan op de hoogte, dat dit speelt in Bleiswijk en dat het gaat juist om ruimte, omdat je daardoor een gemis aan zorg kan krijgen. Wethouder Cnossen: Dank. Ik heb een stellingname gehoord over een tekort aan huisartsen, daar heb ik op gereageerd. Uiteraard begrijp ik heel goed wat uw vraag is. Die vragen zijn ook beantwoord in de reactie vanuit het college. Ik zal naar die huisvesting toegaan. Meneer Erwich, wij hebben inderdaad voor de lange termijn al de hand uitgestoken om eventueel mee te doen aan nieuwbouw aan de Merenweg, maar uiteraard moet ook deze huisarts zich daar melden en meedoen als er mogelijk meer gegadigden zijn.
Dus garanderen ga ik dat zeker niet, maar wat wij doen als gemeente is inderdaad het faciliteren van ruimte waar huisartsen zich kunnen vestigen. Want als dat woningbouwplan doorgaat, komen er in Bleiswijk meer inwoners. U gaf ook de suggestie op de Rembrandtlaan. Ik vind het jammer dat u daar zo op reageert, misschien is het handig als ik iets meer mag vertellen. De voorzitter: Ja, er is een aantal locaties genoemd, dus u kunt een reactie geven. Wethouder Cnossen: De Rembrandtlaan. Meneer Erwich, ook als dat een locatie is, is dat een lange termijn iets. Er zal een omgevingsvergunningprocedure gevolgd moeten worden, het heeft een totaal
7/18
andere bestemming, dat heeft u in de reactie van het college kunnen lezen, dus dat staat er ook niet vandaag of morgen. Van u heb ik heel goed begrepen, dat dit een urgent probleem is. Voor dat urgente probleem heeft het college richting mevrouw Van Vliet 2 oplossingen aangedragen, u heeft het kunnen lezen, in de Tuinen en het Medisch Hart is ruimte. En dat Laurens en Vierstroom daar niet meer aan meedoen, is iets heel anders, omdat dat meer met het herstel van het totaal te maken heeft en mogelijk is er juist daardoor nog veel meer ruimte over om zich daar te vestigen. Dus dat zijn 2 mogelijkheden om direct het probleem op te lossen in Bleiswijk. Ik vind het een beetje vervelend dat die suggestie zo wordt neergelegd alsof er opeens 3.000 mensen zonder huisarts zitten. Dat is niet waar en dat weet u ook. Wij hebben een morele verplichting. De heer Erwich: Ik wil hier toch even op reageren. Nu is het net alsof ik de dingen aan het verzinnen ben. Het is natuurlijk prachtig wat u zegt, maar als een huisarts geen praktijk heeft, dan zijn er toch 3.000 patiënten die dan in de problemen komen. Als u dat niet kunt inzien, dan vraag ik me af of u op de hoogte bent van de huisartszorg in Bleiswijk, want de druk is enorm hoog. Meneer Lieverse is er enorm van op de hoogte, zie ik ook aan het schudden van zijn hoofd, dus die weet ook wat er speelt.
Als er dan zoiets speelt en daar komt dit extra bij, dan wordt de druk nog groter. We moeten voorkomen dat we juist nu er al een huisarts in de problemen is met zijn gezondheid, dat we ook zorgen dat niet dadelijk, mevrouw Bouman denkt er anders over, maar ik denk dat ik goed gehoord heb, dat er dus meerdere mogelijkheden zijn om gewoon te kijken: wat kunnen we helpen en doen? Te gemakkelijk zeggen: joh, wat praat je nou, er is helemaal geen probleem voor die 3.000 inwoners, dan geef ik het u te doen, wat wij dan moeten doen in mei. Vertel het. De heer Lieverse: Het is een beetje lastig te horen hoe de heer Erwich herhaalt wat hij al een heleboel keer gezegd heeft en mijn neeschudden interpreteert op een manier die ik niet bedoeld heb. Mijn nee had ermee te maken, dat ik het vervelend vind om herhaling op herhaling te horen van dezelfde zaken, die hij naar voren brengt. Het was geen interruptie op de wethouder. Mevrouw Bouman: Ik wil even reageren op een zaak die meneer Erwich aanhaalt en die in mijn optiek hier niet speelt. Er is voldoende waarneming bij de huisartsen die hier allemaal zitten. Ik vind het niet terecht dat hier een ander item aangehaald wordt. Laten we het sec houden op de huisvesting, wat de heer Lieverse zegt, laten we ons daartoe beperken en niet continu in herhaling vallen.
De voorzitter: Een vraag van mijn kant voor de wethouder om de zaak wat te verhelderen. Ik hoor u zeggen, dat er 2 suggesties zijn gedaan aan de huisarts. Heeft de huisarts daar ook op gereageerd? Kunt u daar iets over zeggen? Wethouder Cnossen: Wij hebben, nadat we de brief hebben gestuurd aan de huisarts, daar nog geen reactie op gekregen, dus ik neem aan dat ze dit in overweging heeft. Maar ik denk dat verschillende raadsleden ook heel helder hebben weergegeven, dat de huisarts daarin zelf de verantwoordelijkheid heeft om contact op te nemen met Medisch Hart. De gemeente gaat niet over Medisch Hart en de Tuinen. Daar is iets aangeboden, maar uiteindelijk is het de huisarts die daar contact mee moet opnemen. Het college heeft willen aangeven in de brief als antwoord op de vraag van meneer Erwich, maar ook richting de huisarts: daar is gelegenheid op zeer korte termijn in mei om u zich te vestigen en de huisartsenzorg voort te zetten. Ik kijk of ik nog meer vragen zie. Ik hoor vaak zeggen: we zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder. Maar eigenlijk ga ik in herhaling wat de brief ook al aan informatie gaf. Dat ging over de Tuinen. De voorzitter: Dat moet u niet doen, in herhaling vallen. Wethouder Cnossen: Nee, dat ga ik niet doen, zeker niet. Meneer Xhemaili, de meedenkstand van de gemeente.
Ik vind dat de gemeente in de beantwoording richting uw raad maar ook richting de huisarts echt in de meedenkstand is gaan zitten. Maar we geven ook aan, dat er een korte en een lange termijn is. Ik kijk nog even rond. Ik denk dat u zelf beantwoord heeft: waar gaat de gemeente over en waar gaat de zorgverzekeraar over? De heer Lieverse heeft daar wat van gezegd, dus ik denk niet dat ik dat hoef te herhalen. Ik hoorde ook enige verwarring over de huisartsenpost bij meneer Erwich. Dat is natuurlijk weer iets anders dan de huisartsenpraktijk. Dat daar lange wachttijden zijn, zou kunnen, maar daar hebben we het vanavond niet over. Ik houd me aan de voorzitter, het gaat om de huisvesting van deze huisarts. De heer Erwich: Ik wil de wethouder er toch even op wijzen, dat ik de heer Lieverse geen vragen heb gesteld, maar wel de wethouder. Dus als u dan mij gaat vertellen dat de heer Lieverse mij uw antwoorden gaat geven, dan gaat me dat een beetje te ver. Ik vraag u de dingen te beantwoorden en dan verwacht ik ook van u een antwoord en niet van de heer Lieverse en dan zeggen: dit was het wel, want meneer Lieverse heeft het verteld. Nee, ik wil het van u horen. Ik denk dat het belangrijk genoeg is om dat te doen. De voorzitter: Is dat een vraag waar u nog antwoord op wilt? De heer Erwich: De wethouder zegt net: de heer Lieverse heeft de vraag beantwoord. Nee, ik wil ze van u weten.
Ik wil van u weten hoe we dat op gaan lossen. U zegt: het is allemaal goed opgelost. Nee, het is nog niet goed opgelost. Er zijn 2 dingen aangedragen. Om dan te zeggen: kijk, de mogelijkheden in het zorghotel. De voorzitter: Dat is voor de tweede termijn. De heer Erwich: Dat zijn de vragen die ik wil stellen. Er wordt gezegd: daar kan het. Maar ik heb net verteld waarom het niet kan. Waarom wordt daar aan voorbij gegaan? En ik verwacht van de wethouder dat ze antwoord geeft op mijn vraag en zich niet verschuilt achter de heer Lieverse, daar heb ik helemaal niets mee te maken. De voorzitter: Laten we niet zo discussiëren. Wethouder, heeft u nog iets toe te voegen? Anders gaan we naar de tweede termijn. Wethouder Cnossen: Als ik het woord weer heb, wil ik best richting de heer Erwich nog een aantal dingen toevoegen, maar ik wilde niet in herhaling vallen, dat was op verzoek van de voorzitter. Ik gaf aan, dat er problemen waren voor de huisarts om zich daar te vestigen. Daar zal de huisarts dus zelf mee aan de
8/18
slag moeten en daar kan de gemeente niet tussen zitten. Het gaat over de huisvesting. De voorzitter heeft mij nadrukkelijk gevraagd daarop te antwoorden. Ik ga u alleen maar dat op uw opmerking over art.22 en andere landelijke zaken ook door de raadsleden is gereageerd en dat het niet aan mij is om dat nu allemaal te herhalen. Ik geef graag op uw vragen antwoord, dat heb ik ook in de brief gedaan en ik denk dat mijn termijn nu beëindigd is. Tweede termijn De heer Erwich, L3B: Dan ga ik maar gewoon even de vragen die ik heb opgeschreven af. Dan moet ik even kijken, want dan moet ik ze afvinken. U vindt dat u al genoeg antwoord heeft gegeven over dat u niet verantwoordelijk bent voor de huisartszorg. Ja, toch zie ik dat wat anders. Ik zou toch graag willen weten hoe u dat denkt op te lossen tussen nu en de lange termijnversie. Hoe is het dan met de mogelijkheden, die ik net heb gegeven over dat poepveldje? Wat is er op tegen om daar eventueel met de mensen in de omgeving te praten en te zeggen: heb je er bezwaar tegen dat we daar desnoods tijdelijk een huisartspraktijk de mogelijkheid geeft om daar te wachten totdat er een nieuwe plek is verzonnen? Ik hoorde u ook zeggen: natuurlijk hebben we toegezegd dat er op de Lijsterlaan een mogelijkheid is voor een huisarts, maar dat wil niet zeggen dat het deze huisarts is, want ja, ze heeft zich nog niet ingeschreven.
Wat moet iemand nog meer doen dan de vraag die ze nu al gesteld heeft? Kijk eens wat mij overkomt, wil je me alsjeblieft helpen? Als u dat dan alleen maar ziet als een verhaal en dan niet denkt: die zou zich misschien weleens willen vestigen in de Lijsterlaan, dan verbaast me dat toch wel heel erg. Daar zou ik graag antwoord op willen hebben, waarom u er dan niet van uit zou gaan om het gesprek met huisarts Van Vliet aan te gaan om die mogelijkheid van de Lijsterlaan te bespreken. Ik vroeg me ook even af of er een mogelijkheid was. Suggesties die ik nu doe, zijn misschien ook het overwegen waard voor het college. Is het mogelijk bij de priklocatie, dan komen er mogelijkheden voor snelle opbouw en dat soort dingen. Hoe ziet u dat? Is daar mogelijkheid voor? Dan heb ik nog een andere vraag. Stel dat een huisarts een eigen stuk grond heeft, kunt u daar dan in meewerken om daar wat versneld een procedure in te doen, dat ze dan toch binnen no-time iets neer kan zetten? Ik las in de brief dat er huisartsen werden gezocht om mee te denken over de nieuwbouwplannen. Ik vraag me eigenlijk af: heeft u dan de huisarts wel benaderd als u denkt dat hij nog geen inschrijving of aanmelding heeft gedaan? Dan vraag ik me af hoe dat dan is overgekomen en of u daarbij gedacht heeft om Van Vliet te vragen om mee te helpen met de huisartsenpraktijk aan de Lijsterlaan.
Dat stukje grond heb ik u net gevraagd. Ik vraag me eigenlijk af, ik zie dat bij meerderen, het valt me eigenlijk heel erg tegen, maakt me verder niet zo uit hoe u uw houding doet, daar ben ik wel aan gewend, dat doe ik zelf ook weleens, dus ik vind het wel leuk om bepaalde mensen te zien verschieten, maar ik vraag me ook af: ziet u wel de ernst van de situatie in? Als u mij nou steeds blijft zeggen: er is geen huisartsentekort. Nee, daar heeft u gelijk, er is geen huisartsentekort, want die zijn er genoeg. Er zitten er 3 dadelijk op straat. Wilt u daar dan praktijkvoeren? Dat is de vraag. Hoe wilt u dat oplossen? Laat ik het daar maar bij houden, want ik heb toch het idee dat wij daar iets anders in staan en dat misschien wat zwaarder zien dan de rest van de raadsleden op een paar na. Dan heb ik nog wat vragen gezien. De voorzitter: ik wil u wel vragen om nu af te ronden, want het is de tweede termijn, die is altijd wat korter. De heer Erwich: Die is wel wat korter, maar omdat het heel belangrijk is. De voorzitter: Nee, u zit over uw spreektijd, u moet nu echt afronden. De heer Erwich: Ja, dan ga ik afronden, dat zeg ik ook, maar ik dacht dat het iets langer kon omdat het wel een belangrijk punt was. Die huisvesting, een huisarts zonder praktijk is, nou ja, vul het zelf maar in. Als een strandvolleybalveldje zonder zand bijvoorbeeld. Laat ik dat als voorbeeld gebruiken.
Ik denk dat we ons moeten realiseren wat er gebeurt als deze praktijk gewoon gesloten wordt. De heer Pat El, VVD: Ik heb toch met enige verbazing deze discussie gevolgd. Ten eerste: ik denk niet dat er 1 partij is, die in zijn verkiezingsprogramma heeft staan: wij maken ons geen zorgen over de gezondheidszorg en wij maken ons helemaal geen zorgen over of er wel voldoende aanbod is van huisartsen. Natuurlijk maakt iedereen zich daar zorgen over. Absoluut. Ten tweede, de heer Erwich beschrijft de huisartsen alsof het een tandeloze wees is, die niet voor zichzelf op kunnen komen, oh, ze leven dadelijk op straat. De vioolmuziek kunnen we erbij gaan draaien. Het komt over alsof we te maken hebben met hulpeloze slachtoffers. We hebben hier te maken met een artsenpraktijk. Ik neem aan, dat als hij echt denkt dat er een probleem is waar de gemeente zou moeten bijdragen, dat hij ons dan al eerder zou hebben benaderd. Dat hebben we niet gezien, maar hij beschrijft het alsof het een soort slachtoffer is van bijna geweld die hem aangedaan is. Zijn huurovereenkomst wordt opgezegd, dat is vervelend, dan zal hij op zoek moeten naar een andere locatie. Anderzijds zie ik in de beantwoording van het college dat ze mee willen denken, dat ze het probleem onderkennen, dat ze echt actie willen ondernemen. Ik heb echt moeite om deze hele discussie te kunnen voeren.
De heer Erwich: Ik neem een beetje afstand van de woorden van de heer Pat El. Kijk, om te zeggen dat het tandeloze wezens zijn en dat ze niets kunnen. Nee, daar gaat het niet om, dan vind ik je wel erg kortzichtig. Het gaat erom dat in december dit soort dingen voordoen, waarin we dan hulp vragen. Ik dacht: dit is een mooi stuk om voor
9/18
ons als raad te laten zien dat we dit hoog hebben zitten en dat we daar hulp kunnen bieden. Tandeloze wezens, zo heb ik het niet gezien. Ik neem aan dat u dat ook niet zo bedoelt, maar ik vind het wel heel krom en slecht uitgedrukt. De heer Pat El: Daar wil ik wel op antwoorden. Ik zie ze juist niet als tandeloze wezens. Als u het had gelaten bij de vragen die u gesteld had, want u signaleert een probleem en u vraagt eigenlijk het college: wat kunt u doen, kunt u daarbij helpen? Vervolgens krijgt u daar volgens ons inzicht een heel net antwoord op. Het college maakt zich er zorgen over en wil ook een inspanning leveren. Dus ik had me heel goed kunnen voorstellen, dat u had gezegd: dank u wel college, houd u ons op de hoogte en dat was het. Maar ik verbaas me erover dat na uw vraag, wat op zich een terechte vraag was, dat het college antwoord geeft, dat ze duidelijk maken wat ze kunnen doen en vooral ook wat ze niet kunnen doen, want dat is hun bevoegdheid verder niet, dat we toch in een soort eindeloze discussie komen, waarbij ik denk dat de luisteraars thuis totaal niet snappen waar het over gaat. De voorzitter: De discussie wordt niet eindeloos, kan ik alvast vertellen. Was dit uw bijdrage? Mevrouw Bouman, CDA: Ik kan het heel kort houden.
Naast het huisvestingsprobleem dat hier speelt, is door het college en door de wethouder nogmaals vanavond duidelijk naar voren gebracht, wat zij als suggestie aan mevrouw Van Vliet hebben aangeboden. Er is dus duidelijk meegedacht. Ik denk dat nu zeker de verantwoordelijkheid ligt bij de huisarts om met de suggesties. Misschien moet ze ook nog even bij wat andere instanties zijn om te kijken wat die nog voor haar kunnen betekenen, maar in mijn optiek heeft de gemeente genoeg gedaan. Wij wachten af wat we in de kranten gaan lezen, waar straks de huisarts haar praktijk gaat voort zetten. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Ik kan ook kort zijn. Ik wou dat het college altijd zo adequaat reageerde zoals nu. Er ligt een aantal vragen voor, er liggen vragen van tijdelijke aard, die zijn beantwoord. Ik heb de wethouder horen zeggen: er is ruimte. Dus meneer Erwich hoeft zich geen zorgen te maken dat het een soort fake-oplossing is, die tijdelijke oplossing. Er liggen zaken voor de lange termijn, waar de wethouder in mee wil denken. Dus in mijn optiek wordt de huisarts prima bediend en is het nu aan de huisarts om te zeggen of ze er ook mee akkoord gaan. Ik denk dat er een prima reactie van het college ligt. Wat mij betreft hadden we hier niet anderhalf uur over hoeven praten, want de primaire reactie van het college vond ik al heel adequaat.
De heer Lieverse, CU: Mijn tweede termijn kan heel kort zijn. Het kost me moeite als ik bepaalde zaken hoor om niet gebruik te maken van wat ik weet uit mijn netwerk, ook in de eerste lijn over persoonlijke zaken die hier zoal spelen en wat ook de samenwerking zou kunnen beïnvloeden en ook de opties, die wel of niet realistisch zijn, (…) zouden kunnen beïnvloeden. Dat is echt geen hulp voor onze taak als raadslid, als raadscommissie. Daarom wil ik deze zaak niet verder hoeven uit te spitten. Daarom houd ik het bij het zakelijke betoog dat ik gehouden heb in de eerste termijn. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Veel herhaling in de discussie. Ik denk dat dit een rondvraag had moeten zijn, dan had u adequaat beantwoord geweest met het antwoord van de wethouder. Daar wil ik het voor nu bij laten. Mevrouw Gabin, GL: Ik sluit me aan bij de vorige sprekers. De gemeente heeft binnen haar kaders het nodige gedaan. L3B suggereert alsof er meer mogelijk is, terwijl de gemeente daar beperkt in is. Dus ik snap ook niet waar de discussie allemaal naartoe leidt. Verder kunnen we misschien de suggestie doen, om de samenwerking tussen gemeente en huisartsen verder te versterken. Dus om jaarlijks 1 of 2 praktijkgerichte themabijeenkomsten te organiseren, zo zijn we goed op de hoogte van de ontwikkelingen die spelen binnen de huisartsenpraktijken.
De heer Xhemaili, PvdA: Op zich een aardige discussie, heen en weer. Er is veel gezegd, veel herhaald. Wat voor mijn partij belangrijk is, is dat er op korte termijn zo snel mogelijk een oplossing komt, want een tekort aan huisartsen is er niet, maar een tekort aan huisvesting, maar daar valt iets op te verzinnen. Ik hoop dat daar snel wat aan wordt gedaan. Dank u wel. Wethouder Cnossen: Ik vind het jammer dat ik blijkbaar met mijn woorden de heer Erwich niet kan bereiken, dat vind ik echt heel erg jammer, want ik denk dat we hier met elkaar voor hetzelfde staan. Jammer dat hij nogmaals iets herhaalt over dat poepveld, die mogelijkheid, desnoods tijdelijk. Ik denk dat ik daar helder in ben geweest. We moeten ook keuzes durven maken en ook onze rol als gemeente ons daarvan bewust zijn. De nieuwbouw. Ik heb niet gezegd dat deze huisarts daar niet in mag, maar ik heb geprobeerd uit te leggen dat als er in een nieuwbouw een praktijk wordt gevestigd, dat dat altijd volgens bepaalde procedures moet. Dat weet u. Als overheid mag je niet zomaar zeggen: alsjeblieft, hier heb jij het. Overigens kan deze huisarts ook in haar eigen woonhuis uiteraard haar praktijk voort zetten. Eigen grond, kan daar een versnelde procedure? Ik ga dat niet toezeggen, want ik vind dat iedereen dezelfde kansen moet hebben om een procedure te volgen. Er is maar 1 omgevingsprocedure en die moet
10/18
ook de huisarts volgen. Ik vond mevrouw Gabin net nog een heel waardevolle opmerking maakte over de samenwerking van gemeente en huisartsen. Die heb ik heel goed mee gekregen van mijn voorganger mevrouw Van Tatenhove. Zij vond dat inderdaad heel erg belangrijk, omdat dat toch wel 2 verschillende werelden zijn. Wat ik heel fijn vind om te melden, dat is de inzet van onze ambtenaren, kan ik u wel vertellen, dat heb ik niet gedaan. Eind maart staat er een huisartsenoverleg met de gemeente gepland. We gaan samen met de huisartsen de agenda opstellen. Dus ik hoop dat wat we hier vanavond bespraken dat ik dat daar ook kan bespreken, want de gemeente hecht hele grote waarde aan de huisartsen en hoe zij de eerstelijnszorg beleven. Dat was het. De voorzitter: Misschien dat het goed is als u vervolgens verslag doet van dat huisartsenoverleg een keer in de commissie samenleving. Is maar een suggestie van mijn kant. Wethouder Cnossen: Ja, we zullen het meenemen inderdaad. Dank u wel. De voorzitter: Misschien kunt u dat dan kwijt bij de actualiteiten uit het college, waar we zo meteen aankomen. Ik ben een bruggetje aan het bouwen. Ik sluit deze beraadslaging over de vragen van de heer Erwich. 6. Stukken ter advisering aan de raad: De voorzitter: Er zijn geen stukken ter advisering aan de raad. 7a.
Actualiteiten uit het college Wethouder Cnossen: Ik wil beginnen met richting de heer Hoppenbrouwer op te merken, dat hij in december over de lijst met toezeggingen begon. Doms als ik ben, beginnend wethouder in Lansingerland had ik die lijst tot die tijd nog nooit zo goed bekeken, maar ik heb dat toen onmiddellijk ter hand genomen, meneer Hoppenbrouwer, maar in januari was de tijd nog net tekort om erop terug te komen. Maar u merkt al dat er een aantal toezeggingen afgedaan wordt, ook met memo’s over de cultuurnota et cetera. Ik heb in de kerstvakantie alles voor mezelf eens op een rijtje gezet en ook richting de medewerkers gevraagd: laten we nou proberen al die toezeggingen eens proberen af te werken, een punt erachter te zetten, dat is ook mooi aan het eind van deze raadsperiode. Dus ik heb die inzet gedaan. En ja, u was even teleurgesteld, maar ik hoop dat ik het een klein beetje goed kan maken. Ik heb een aantal punten waar ik u over wil berichten. Er was toegezegd over het borgingsplan huiselijk geweld en kindermishandeling om daar op terug te komen. Januari 2020 heeft u een regiovisie, een regionaal actieplan vast gesteld met alle regiogemeenten: geweld hoort nergens thuis. We hebben dat in een vorige commissievergadering geagendeerd gekregen door de heer Lieverse.
Daarmee hebben we dus met andere regiogemeenten zorgen en signalen van inwoners in kwetsbare situaties geregeld dat het ook snel wordt opgepakt. Wat is het probleem? Mensen melden dingen, maar als je dan eindeloos op een wachtlijst komt, dan schiet dat niet op. Dat er tijdige en passende hulpverlening is om de cirkel van geweld, dat heeft u uitgebreid besproken, te doorbreken. Ook het regionaal actieplan in 2021 is nu verlopen. De 3 centrumgemeenten, dat zijn in dit geval Rotterdam, Nissewaard en Vlaardingen, hebben een borgingsplan vastgesteld. Een beetje een ambtelijk woord, maar we hadden actieplannen en op een gegeven moment houdt de actie op, want dan moet je gewoon vastleggen dat je dit blijft doen. De punten daarin zijn vasthouden en blijven werken aan de reeds bereikte resultaten, bijvoorbeeld een veel betere samenwerking met Veilig Thuis. Voortzetten van nog niet afgeronde activiteiten, dat waren bijvoorbeeld trainingen om te werken volgens de visie van gefaseerde ketenzorg, weer een hele mond vol, maar ik hoop dat het bij u enigszins bekend in de oren klinkt. Dat je eerst duurzaam veilig moet zijn in je gezinssituatie voordat je met de andere gezinsleden aan herstel kunt gaan werken en bijvoorbeeld ook het trauma kunt gaan verwerken. Het eerste is altijd: eerst veilig maken in de huidige situatie.