CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0018] Verslag Commissie AB d.d. 9 februari 2022

Commissie Algemeen Bestuur 13 april 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering32.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

11/33

niet de partijen zelf natuurlijk, en in 2020 in het college zaten die het heeft verlengd, nu doodleuk zeggen: eigenlijk willen we niet. Dat verbaast me. Dan verder gaand op de vragen van D66. De eerste vraag is duidelijk: ja, we moeten een andere locatie vinden, we moeten die aanbieden, we moeten die presenteren aan provinciale staten. Moeten we verder gaan? Ja, wat ons betreft moeten we verder gaan met de ontwikkeling hiervan. We kunnen het ons niet veroorloven voor de huidige en voor de toekomende bewoners van Lansingerland om te stoppen met de ontwikkeling daarvan. Deze trein moet rollen, dat zijn we verplicht aan onze inwoners. Wat gaat de raad doen? Deze raad gaat natuurlijk feitelijk niet zo heel veel meer doen, we zitten nog maar ongeveer een maand. Maar het is wel te hopen, dat een volgende raad van Lansingerland meer daadkracht aan de dag legt, zodat we alsnog naar windenergie toe kunnen gaan, omdat we het gecommitteerd hebben, omdat we het nodig hebben. Hoe beschouwen we dit proces? Als onvoldoende. Het had beter gekund, het had sneller gekund. Niet alleen dit college, maar ook alle voorgaande colleges van Lansingerland hebben 10 jaar lang op hun handen gezeten. Dat is niet goed geweest. Er had beter, meer en sneller actie moeten komen. Daarom gaan we er ook vanuit dat na 16 maart er een nieuw college komt, die meer vaart aan de dag legt. Daar wil ik het bij laten.

Mevrouw Verhoef, PvdA: Wat de PvdA betreft gaat er nog in 2024 de eerste paal de grond in om in Bleizowest te gaan bouwen, maar dat betekent wel dat Provinciale Staten in 2022 een definitief besluit moeten nemen om woningbouw op Bleizo-west mogelijk te maken. Afgelopen 2 februari, een aantal heeft er al aan gerefereerd, kon Provinciale Staten niets anders doen dan instemmen met het bestuurlijk voorstel, dat de gedeputeerde Anne Koning voorlegde en dat was: houd voorlopig Bleizo-west de bestemming bedrijventerrein en voorlopig ook blijven aanwijzen voor de locatie voor windenergie. Die fracties konden in meerderheid niets anders doen dan daar voor stemmen, omdat er inderdaad onvoldoende duidelijkheid is over alternatieven voor de 12mW windenergie. Het is onduidelijk waar bedrijven zich nu nog kunnen vestigen als Bleizo-west geen bedrijventerrein meer is. Het aantal betaalbare woningen op Bleizo-west mag nog een stuk hoger wat de provincie betreft en ook over de leefkwaliteit is nog onvoldoende duidelijkheid, of die gewaarborgd kan worden. Maar het is wel duidelijk en wat ons betreft staat die deur dus op een kier.

Het is wel duidelijk, als van de beide gemeenten, de beide gemeenteraden, de beide colleges een duidelijk antwoord komt op die 4 pijnpunten, dat er weldegelijk een heroverweging van dat besluit mogelijk is en dat we dus toch over kunnen gaan tot de ontwikkeling van Bleizo-west als woningbouwgebied. Wij voeren daarbij wel aan, dat belangrijk wordt gevonden door de provincie om daar echt veel sociale woningen en ook veel betaalbare woningen te bouwen, dus we willen dat alvast meegeven als een onderhandelingspunt. Wij vinden dat de beide colleges dit zo snel mogelijk moeten voorbereiden, die beantwoording. De gemeenteraden kunnen daarbij steunen als dat nodig is, maar in eerste instantie ligt het in handen van de beide colleges. De windenergie blijft natuurlijk een heikel punt. Natuurlijk, wat de heer Ruijtenberg aangaf, je kon het zien aankomen dat de provincie zou vasthouden aan windenergie, dus we hadden misschien toch iets zorgvuldiger die alternatieven voorbereid moeten hebben. Ook mijn fractie heeft diverse malen bij rondvragen of bij het puntje overzicht van alle ruimtelijke zaken aan de wethouder gevraagd: hoe staat het nu met de alternatieve locaties voor die windenergie. Daar kregen we keer op keer te horen: ja, we zijn bezig, ik kan nu nog niet veel zeggen, maar we zijn 3 locaties aan het onderzoeken, het ziet er goed uit.

Dus wij hadden gehoopt, dat ook zonder de motie van de heer Ruijtenberg, die niet is aangenomen, dat er gewoon snel geacteerd zou zijn geweest door de wethouder en dat valt ons inderdaad toch wel bijzonder tegen. Maar goed, om een lang verhaal kort te maken: laten beide college alsjeblieft ervoor zorgen dat er snel antwoorden komen, want ook uit het debat dat wij een stukje hebben gevolgd in de Provinciale Staten bleek dat de meerderheid van de fracties daar weldegelijk voor het bouwen zijn. Ze hebben op dit moment wel voor het voorstel van gedeputeerde gestemd, maar in hun woordvoering laten ze duidelijk merken, dat dit een prachtlocatie is om te gaan bouwen. Ik denk dat we ons daaraan vast moeten houden, dat we ook in de provincie in de breedste zin steun hebben van die Statenfracties om te gaan bouwen. Daar wilde ik het voor nu bij laten. De voorzitter: Dan gaan we naar de beantwoording. Ik weet dat er 3 wethouders op dat dossier zitten, ik laat even aan het college over welke wethouder begint of het woord voert namens alle drie. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Simon hier. Als projectwethouder wil ik het woord voeren over de technische kant en het proces en de afspraken met de provincie. De vragen die rechtstreeks gesteld zijn aan wethouder Van den Beukel zou ik bij mijn collega willen parkeren.

Ik wil toch even in herinnering roepen, ik vind het goed overigens dat mevrouw Den Heijer van D66 dit opbrengt, we hebben namelijk vorige week woensdag Provinciale Staten vergadering gehad, waarin de Provinciale Staten in al haar wijsheid besloten heeft om Bleizo-west vooralsnog niet in het omgevingsbeleid als bouwlocatie op te nemen. Dat is een politiek feit, maar dat is nog niet het einde van het proces. Ik wil even terug naar af om iedereen scherp

12/33

bij de les te hebben. in 2018/19 hadden we het weliswaar over de Lansingerlandse wachtlijsten en dat we na moesten denken over onze ouderen om die ook gelijkvloers te kunnen laten wonen, we waren druk bezig met Wilderszijde, maar van enige woningnood in de vorm die we nu hebben van 240.000 woningen in de zuidelijke Randstad te bouwen langs hoogwaardig openbaar vervoer, langs de oude lijn, langs alle elementen om zo snel mogelijk te realiseren, daar hadden we toen nog helemaal niet van gehoord. In 2012 hadden we een heel ander probleem, toen zaten we met ongelooflijk veel grond, bedrijventerreinen die we niet kwijt raakten, we hadden nog niet eens het beeld van een station. Vervolgens in 2018 hebben we een station geopend, die uitermate succesvol is. De wereld is veranderd en we zitten met een convenant uit 2012. Dat is een afspraak, waarvan ook (…) gehouden is van afgevaardigde in Gedeputeerde Staten dat het een prestatieafspraak is. Ik kan u inmiddels melden, dat in de laatste vergadering van afgelopen woensdag dezelfde gedeputeerde aangegeven heeft, dat er van een prestatieafspraak geen sprake is. Sterker nog, er is sprake van een inspanningsverplichting. Met die inspanningsverplichting gaan we ook aan de slag. Dat hebben we ook helder gemaakt.

Ik heb 2 of 3 weken geleden een inspraak gehad van 5 minuten en het is nog nooit eerder gebeurd, ik ben een uur aan het woord geweest, ik heb een uitstekende discussie gehad met alle Statenleden. Dat heeft ertoe geleid dat Bleizo-west op een andere manier nu op de kaart staat. Men begint nu ook na te denken: zijn de afspraken uit het verleden nog wel zo hard? Bedrijventerreinen, op het ene moment zaten we ermee in onze maag, we kregen alleen maar verlies voor onze kiezen. Vervolgens werd het succesvol, toen kregen we problemen met de glasparel, daar hebben we nog een rechtszaak mee gehad. Toen kregen we problemen: er zitten teveel bedrijventerreinen hier, Bleizo-west moet in de parkeerstand. En nu hebben we bedrijventerreinen tekort en nu moeten we weer bedrijfsterreinen maken. Ik wil alleen maar even helder maken naar u over het proces. Ik denk dat het proces eigenlijk ook een beetje binnen de afstemming is van de programmeringen tussen de verschillende overheden. Dat wil ik gewoon even kwijt. Wij hebben in 2020 besloten. Mevrouw Den Heijer: Ik heb een hele korte vraag. Er is natuurlijk een convenant vanuit 2012, maar die is wel herbevestigd in 2020. Het is wel een heel oude afspraak, maar waarom is die dan weer opnieuw herbevestigd? Dat is dan toch de vraag, want dan klopt het verhaal niet helemaal. Daar vond ik toch, dat ik u even moet aanvullen.

Wethouder Fortuyn: Dat is niet helemaal waar. Het is een herbevestiging van 2017, dan ga ik helemaal de geschiedenis met u delen. Daar staat nadrukkelijk in, dat de provincie ook oog heeft voor de ontwikkeling van station LansingerlandZoetermeer. Men wist dat er een potentiële verandering in het gebied potentieel zou kunnen plaatsvinden. Dat even gezegd hebben, hebben wij als raad met Zoetermeer besloten om de ontwikkeling van woningbouw daar te onderzoeken. Daar zijn we met de 2 raden aan de slag gegaan. Ik weet nog wel dat we in Bouwend Nederland, in het Bouwhuis bij Zoetermeer zaten, een geweldige presentatie gehad hebben, onderzoek hebben gedaan door verschillende onderzoeksbureaus, ik dacht zelfs dat PWC erbij was of hoe heet die andere, ik ben even de naam kwijt. Waar een vlammend betoog gehouden is over de ontwikkeling van Horti Science Dutch Innovation Park, potentiële woningbouw. In die meeting hebben we met elkaar gekozen: wethouder, college, ga aan de slag en doe een ontwikkelperspectief. Dat hebben we vorig jaar met elkaar vast gesteld. In alle wetenschap dat de provincie nog steeds op de verschillende opgaven zaten, zowel bouw als windopgave en bedrijventerreinen. Daar appelleren ze nu ook aan in de brief, daar moeten wij antwoord op geven. Dus wij hebben het ontwikkelperspectief met elkaar vastgesteld, dat is ook gedeeld met Provinciale Staten.

En de Provinciale Staten hebben gevraagd: u heeft eerder ingesproken, maar het is allemaal een beetje wazig. En het ontwikkelperspectief was al een stuk minder wazig. De vraag die we gesteld hebben: wij willen graag als 2 raden een spade dieper om de kansrijkheid en de onderzoeken en de onrust, maar ook de onrust die er is, verder te onderzoeken. Het CDA spreekt ze ook uit, over gezondheid, over leefkwaliteit, dat soort dingen, die moet je in een ontwikkelstrategie verder onderzoeken. Maar dat hebben we even on hold gezet nadat in voorwaarde de provincie ruimte zou geven om dit te gaan doen. Wij hebben ons huiswerk gedaan. Vervolgens hebben we een paar keer ingesproken, 2 weken in Provinciale Staten, nog nooit zo’n leuke vergadering gehad, we hebben een uur met elkaar gediscussieerd, overal antwoorden op gekregen. Vervolgens is vorige week het besluit geweest. De heer Ruitenberg: Ik hoor de wethouder zeggen, en ik waardeer zijn enthousiasme, van: wij hebben ons huiswerk gedaan en we gaan naar de gezonde leefkwaliteit kijken bij de ontwikkelstrategie. Ik vind dat echt verkeerd. Ik wil dat echt hier gezegd hebben, dat we dat een verkeerde aanpak vinden. Ik vind dat je toch zeker moet weten, dat mensen daar gezond kunnen wonen voordat je verder heel veel euro’s gemeenschapsgeld gaat stoppen in de verdere ontwikkelstrategie.

Volgens mij moet dat echt eerst gebeuren, voorafgaand aan de ontwikkelstrategie. Dat is ook exact wat de provincie zegt, gelukkig maar in die zin, het huis van Thorbecke werkt soms, ga dat nou eerst uitzoeken voordat je de volgende stap gaat zetten. Ik denk dat dat heel wijs zou zijn. Wethouder Fortuyn: Daar wil ik wel even op reageren, meneer Ruitenberg. In het onderzoek van de 3 verschillende onderzoeksbureaus die er actief bij aanwezig geweest zijn zien daar zeker de mogelijkheden van een goed leefklimaat daar. Dat zie je ook in de plannen terug. Maar je moet het wel verder gaan onderbouwen en je moet een spade dieper gaan doen. U gaf net de opmerking: we gaan de ontwikkelstrategie nog niet doen. Ik sluit niet uit, dat we ooit met een voorstel komen, maar die strategie ga ik eerst met Zoetermeer afstemmen, want we zijn wel 2 gemeenten, dus daar kan ik op dit

13/33

moment niets anders over zeggen. Los van het financiële risico, dat is ondernemen, daar zitten we anders in dan u, althans ik, maar je verlies wel 2 jaar. Laten we helder zijn, om over die tijdslijn ook maar wat te zeggen, als wij dit jaar maximaal inzetten om met Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten naar een oplossing toe te werken, waarin wij de energietransitie maar met name ook de energieopgave deels anders in kunnen vullen, want ik denk dat die 12mW een gigantisch probleem is, los nog van het verdienmodel, want op dit moment worden 3 of 4 molens niet meer in exploitatie genomen, want het is veel te klein, dan moeten we ook nog zoeken naar wie het dan gaat beheren, maar los daarvan, wij kijken ook voortschrijdende technologische ontwikkelingen. Dus we willen het goede gesprek hebben. Als je dit niet doet met ook de ontwikkelstrategie reeds in gang te zetten, dan verlies je 2 jaar. Waarom 2 jaar? We zijn dit jaar nog druk doende met elkaar, komen we er wel uit, komen we er niet uit. Dan hebben we in 2023 provinciale verkiezingen, nou dan hebben we ook nog het nodige huiswerk te doen. Eer we dan een fase verder zijn, zijn we eind 2023 of 2024 en dan zegt mevrouw Verhoef van de PvdA in 2024 de eerste paal. Dat wordt een lastige.

De heer Ruijtenberg: Het is heel goed dat de wethouder zegt: we kijken naar voortschrijdend inzicht en andere technologische ontwikkelingen of we die 12 megawatt ook op een andere manier kunnen aanbieden, dat is mooi. Maar in hoeverre staat de provincie daarvoor open? In hoeverre staat het gemeentelijk havenbedrijf Rotterdam daarvoor open, omdat daar heel duidelijk klip en klaar staat: 12 megawatt windenergie. Niet duurzame energie, niet groene energie, niet zonne-energie, maar windenergie. Wethouder Fortuyn: Helder, maar u loopt een beetje vooruit op mijn betoog. Ik geef alleen aan, dat wij met elkaar het goede gesprek aan moeten gaan en dat gaan we dus ook doen. Want in diezelfde Statenvergadering is er op een gegeven moment ook een motie naar voren gebracht en in die motie werd nadrukkelijk gevraagd om de opening te bieden, met elkaar het goede gesprek aan te gaan om naar oplossingen te zoeken, eventueel elders in te vullen. Die motie heeft het niet gehaald en die heeft het om maar 1 reden niet gehaald, omdat er een coalitieafspraak is, ik ga er echt niet moeilijk over doen, u kunt het allemaal naluisteren, er ligt een coalitieafspraak en dat dreigde opgeblazen te worden en dat was het hem net even niet waard. Dat is wel de realiteit.

Er zat een gijzeling van een goed besluit, dat in 2012 genomen is en op dat moment goed was, laten we daar geen discussie over hebben, maar diezelfde opgave voor Nederland is geheel anders geworden, dat heb ik in het begin van het gesprek gezegd. En nu word je feitelijk min of meer gegijzeld omdat er een coalitieafspraak is. En dat is jammer. Je moet het goed gesprek erover hebben en daar gaat het om. Het goede gesprek, dat heb ik ook in de Staten gezegd en dat durf ik ook hier te herhalen, heeft niet kunnen plaatsvinden omdat die eis bleef liggen. Ja, als die eis blijft liggen van 3 windmolens, 12 megawatt en op die locatie of anderszins, dan wordt het een geweldig ingewikkelde. Daar hoef ik helemaal niet omheen te draaien, dat is gewoon de realiteit, dat is gewoon de conclusie van het hele verhaal. Dat er nu een toezegging is vanuit Gedeputeerde Staten, daar ben ik harstikke blij mee. Maar die toezegging, dat weet u als raad ook, het is vanavond ook weer gebeurd richting mevrouw Den Heijer en u als raad in het kader van Happy Italy. U vraagt een toezegging, dan verwacht u ook dat die toezegging door de betreffende bestuurder ook ingevuld gaat worden. Ik kan u inmiddels melden, dat wij op 23 februari, wij is in dit geval Jan-Willem van den Beukel en ondergetekende, een afspraak hebben met de 2 gedeputeerden om toch te kijken hoe we nou verder kunnen komen met elkaar.

Dan hoop ik dat we met elkaar voldoende ruimte bieden om in ieder geval naar oplossingen te zoeken zonder, nogmaals, die inspanningsverplichting daar gaan we niet voor weg, maar zonder de eis keihard te houden, we werken aan alles mee maar dit gaat gebeuren, want dat is geen onderhandelen. We gaan het goede gesprek in. Hoe we dat gaan onderhandelen, hoe de strategie is, helaas ga ik dat niet met u delen. A. het is niet handig. B. ik verwacht dat de provincie aan het meeluisteren is. C. niet onbelangrijk, wij trekken samen op met de gemeenschappelijke regeling en daar zit ook Zoetermeer in en Zoetermeer is ook een heel belangrijke partij. Mevrouw Verhoef: Ik wil een vraag stellen aan de wethouder. De wethouder spreekt nadrukkelijk over onderhandelen. Als ik kijk naar de brief, de reactie in het bestuurlijke voorstel, dan staat daar: we willen weten van beide colleges hoe ze aan de oplossingen willen werken. U brengt het als een onderhandeling, kunt u dat iets meer toelichten? Wethouder Fortuyn: Ik zou u willen vragen die vraag wat scherper te stellen, want ik weet even niet hoe ik erop antwoorden moet. Mevrouw Verhoef: Ik zie duidelijk dat de provincie zegt: het plan zoals het nu is uitgewerkt is onvoldoende. Kunt u voorstellen doen hoe u daaraan tegemoet gaat komen? U parafraseert dat als: we moeten gaan onderhandelen met de provincie.

U moet toch eerst in gesprek met de collega’s van Zoetermeer om met een beter uitgewerkt voorstel te komen, dat tegemoet komt aan een aantal voorwaarden, die de provincie stelt. Kunt u dat iets meer toelichten, waarom u het over onderhandelen heeft? Wethouder Fortuyn: Dat onderhandelen moet je zien in het kader van onderzoeken met elkaar welke ruimten er zijn. Wij hebben de vraag over de bedrijventerreinen. Daar kunnen we antwoord op geven. De vraag over de bouw, daar hebben we keihard in de woondeal en de woningbouwafspraken met de provincie eigenlijk al afspraken over. Dat is min of meer al ingevuld. U weet dat we daar 30% sociaal, 50% bereikbaar doen. Dus er zijn al antwoorden gegeven. Het is een beetje flauw om die brief eruit te halen, omdat op onderdelen al antwoord gegeven is. De bedrijventerreinen, dan spreken we over Klappolder, daarover zijn we ook in gesprek. Het is eigenlijk die windopgave en het coalitieakkoord met het onderliggend convenant met de inspanningsverplichting waar eigenlijk de ruimte gezocht moet worden. De heer

14/33

Ruijtenberg: Even richting de wethouder. Wat hij als antwoord gaf op mevrouw Den Heijer, dat kan natuurlijk niet. Mevrouw Den Heijer vraagt om een strategie te delen en als een lid van deze raad, wie het ook is, vraagt om informatie aan het college van B&W, dan is het college van B&W verplicht om die informatie te geven. Ik zie de heer Dieleman nee schudden. Dat hoeft natuurlijk niet in de openbaarheid te gebeuren, maar u kunt ook gewoon vertrouwelijk aangeven welke strategie u daarin geeft. Ik zou u willen vragen om in ieder geval te heroverwegen om aan de wens van mevrouw Den Heijer te willen voldoen. Wethouder Fortuyn: Meneer Ruijtenberg, het spijt me verschrikkelijk, maar daar ga ik niet aan tegemoet komen, om de doodeenvoudige reden dat ik daar met Zoetermeer, een partner van ons, eerst overleg over moet hebben. Zo simpel is dat. Dan komen we terug met een vervolgstrategie en daar ga ik u hetzij in vertrouwelijkheid, hetzij niet in vertrouwelijkheid daarover informeren. Maar het sowieso niet handig, los van de vraag die gesteld wordt, want ik zit hier in een openbare vergadering. Dus die laat ik even liggen voor wat het is. De heer Ruitenberg: Ik heb eigenlijk nog een vraag aan de wethouder. Hij zei: eigenlijk in onze woondeal met 30% sociaal en 50% betaalbaar hebben we eigenlijk het punt van die woningen al ingevuld.

Maar hoe weegt hij dan de opmerkingen in het bestuurlijk stuk van de provincie, waarin staat: in de regio Rotterdam Rijnmond is een capaciteit van 150% aan plannen, aanbod versus vraag, dus het enige waar we behoefte aan hebben zijn woningen voor de regio Haaglanden en dan vooral heel veel goedkope woningen. Voldoen wij nu met dat aanbod aan de behoefte van de regio Haaglanden en ook aan de behoefte van de regiogemeenten? Hoe weegt de wethouder die opmerking in de brief van de provincie, want dat is echt een nieuw element in de hele discussie. Wethouder Fortuyn: Zo komen er elke keer nieuwe elementen, maar deze wil ik graag overlaten aan mevrouw Arends, want zij kan er veel beter op reageren. Ik kan er ook reageren, maar ik vind ook dat we de taken een beetje moeten delen, dus ik laat mevrouw Arends daar antwoord op geven, dan is zij ook een keer aan de beurt, ze zit ook in de call, ja hoor. Maar ik wil afronden. De afronding is het volgende. Er waren een paar vragen o.a. die tijdlijn. De Provinciale Staten heeft aangegeven in een schrijven dat zij rond de zomer klare wijn zal schenken. Of dat allemaal lukt, dat weet ik niet, maar dat is een beetje de tijdlijn, dat we meer scherpte hebben m.b.t. hoe de provincie omgaat met dit verhaal.

Ik denk dat dat te maken heeft, maar dat is een vermoeden, om de verstedelijkingsstrategie alliantie met de woningbouwopgaven vastgesteld gaat worden. Dan zou het mogelijkerwijs dat moment zijn. Ik denk dat ik het CDA voldoende beantwoord heb. WIJ had het over een update. We moeten even kijken hoe we u gaan aanhaken. Er is al een brief onderweg over de laatste stand van zaken, maar die heeft u eigenlijk al via mij meegekregen, dus ik weet niet of er veel nieuws te vertellen is. De CU, mooi dat je van harte achter die bouw staat. Die opening is geboden. Laten we ons wel realiseren, dat die opening mede door de Staten is gerealiseerd. De bouw in 2024 van de PvdA, ja, als het aan mij ligt gaat die paal er in 2024 in, maar dat is mijn inzet namens u, namens Zoetermeer, dan gaan we daar een prachtige woningbouwlocatie ontwikkelen. Ik denk dat ik alles gehad heb. Mevrouw Van Olst had nog een laatste puntje, windmolens naast een multimodaal station bouwen, ja ik kan het niet uitleggen, mevrouw Van Olst ook niet. Daar wil ik het bij laten. Wethouder Arends: Een terechte vraag van de heer Ruitenberg. Voor ons is dat ook nieuwe informatie. Wij hebben heel duidelijk een brief van de gedeputeerde gekregen, dat ons bod onvoldoende was en dat we met een scherper bod moesten komen naar een meer evenwicht scenario. Daar hebben we in de commissie ruimte uitgebreid met elkaar over gesproken.

Toen is inderdaad een nieuw bod neergelegd inclusief Bleizo-west. De gedeputeerde heeft daar een onafhankelijk onderzoek over laten uitvoeren, ook naar een aantal andere gemeenten, 2 jaar, en concludeert dat zonder Bleizo-west Lansingerland niet kan ondersteunen in het meer evenwicht scenario. Met andere woorden: daar is Bleizo-west voor nodig. Dat de gedeputeerde nu aangeeft dat er blijkbaar voldoende plannen in Rotterdam zijn, is voor mij totaal nieuw. In mijn beeld is ook in de regio Rotterdam en in regio Rijnmond ongelooflijk behoefte aan betaalbare en sociale woningen. Dus ik zal daar ook op de regiotafel in ieder geval deze conclusie, die gedeputeerde nu brengt ook neerleggen en ook de reactie van de collega-wethouders van wonen op. In mijn optiek is er alleen maar een grotere vraag op sociale huurwoningen in de regio Rijnmond. Mevrouw Verhoef: Ik wil aan de wethouder vragen of zij het voorstel van de gedeputeerde inderdaad goed heeft doorgenomen, want ik maak er uit op dat in de regio wel voldoende woningbouwplannen zijn, maar niet voldoende plannen voor betaalbare woningen en sociale huurwoningen, dus dat daar weldegelijk nog behoefte aan is en ook ruimte in het voorstel voor Bleizo-west om daar nog meer aan tegemoet te komen.

Heeft de wethouder dat niet gelezen in de kleine lettertjes in dat voorstel? Wethouder Arends: Jazeker is dat gelezen, maar dat gaat niet over regio Rijnmond. Daar staat dat het over regio Haaglanden zou gaan en dat er voldoende plannen in de regio Rijnmond zijn. Dus dat is voor mij nieuwe informatie. In onze optiek, namens het college ook, in de bespreking met alle wethouder in Rijnmond, is dat er nog steeds veel en grote behoefte is aan meer plannen, met name de doelstelling naar meer evenwicht scenario. Dat is ook waar de gedeputeerde ons op heeft aangesproken en ook verzocht heeft om met een nieuw bod te komen, wat dus ook gedaan is door het college, wat ik net verteld heb in reactie op de heer Ruitenberg. De heer Ruitenberg: Ik zou de wethouder willen vragen, we hebben destijds heel veel onderzoeken gekregen rondom het ontwikkelperspectief, ook over de woningbouwbehoefte. Je moest wel heel diep zoeken, maar daar stond dit eigenlijk ook al in, dat er een overaanbod gepland stond. Dus in

15/33

die zin is het zeker niet nieuw. Ik denk dat dit ook wel een klassiek geval is, op dit moment zijn er te weinig huizen, zijn de prijzen skyhigh en de behoefte is hoog, alleen duurt het heel erg lang voordat er huizen gebouwd worden. Dan krijg je een soort varkenscyclus-situatie, dat op de wat langere termijn een overaanbod kan ontstaan, dus ik denk dat het heel goed is om dat op elkaar af te stemmen, want daar wil je ook niet in terecht komen, dat je straks huizen hebt gebouwd, maar dat die huizen op dat moment niet meer nodig zijn en het wellicht leeg blijft staan. Dan wordt het helemaal een beetje desolaat. Ik denk dat het heel goed is om al die oude onderzoeken er ook nog eens bij te pakken en daar echt een heel goede strategie op te zetten. Dat zou ik echt aanraden. Wethouder Arends: Dat is zeker belangrijk, dat je niet een overcapaciteit hebt. Maar ik doel met name op het meer evenwicht scenario en het verzoek van de gedeputeerde juist aan Lansingerland, ook met de plannen van Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen, om juist sociale woningen te slopen en nieuwe met name betaalbare woningen toe te voegen. De vraag bij Lansingerland is juist meer betaalbare woningen. Daarmee heeft het college het nieuwe bod neergelegd, voor de regio, om de doelstelling naar meer evenwicht scenario te bereiken. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Twee vragen aan mijn adres.

Eentje niet zomaar een vraagje, maar een grote vraag over de windopgave. Terecht, begrijpelijk. En een andere over mijn optreden in de hoedanigheid als lijsttrekker, hoe dat zich verhoudt tot mijn collegerol. Laat ik beginnen bij het begin qua wind. De heer Ruijtenberg van GL refereerde aan het moment dat hij een motie indiende, hij zei: moeten we niet eerst een wind-oplossing organiseren? Die motie was ontraden. Dat klopt. Het was en is de keuze van het college om eerst het ontwikkelperspectief te presenteren, vast te stellen, daarmee een feit te creëren en vervolgens de wind-opgave zich daartoe te laten verhouden. Dus het klopt dat dat een keuze was van het college. Zo is het ook uitgelegd, maar dat ontslaat ons natuurlijk niet van de verplichting die we zijn aangegaan in het convenant. We hebben een inspanningsverplichting, zoals collega Fortuyn zei, toch wel een verplichting. Vervolgens is de vraag: hoe ga je daarmee om als college? Vanuit de rol die ik heb, die wij hebben, met mijn collega’s, zeker niet op de manier zoals meneer Van As en meneer Van Doorn dat zeggen, de woorden ‘krengen’ en dergelijke.

Op het moment dat ik die bezig, ik had nog een overleg in de regio met 14 wethouders, die allemaal inroeien tegen de weerstand die er is tegen windturbines en toch windturbines realiseren, Vlaardingen, Maassluis, Albrandswaard, Rotterdam, die zouden me dat niet in dank afnemen op het moment dat ik nu plotseling de handtekening onder het convenant vandaan haal en zeg: bij nader inzien, we gaan ermee stoppen, die inspanningsverplichting is hier geleverd en het is klaar ermee. Ik ben niet zo lang geleden samen met collega Fortuyn op audiëntie of op gesprek geweest bij mevrouw Koning en meneer Potjer op het provinciehuis en daar natuurlijk idem, we lopen daar niet weg voor onze inspanningsverplichting, wetende dat het voor de provincie natuurlijk een belangrijke vraag is, die aan de gemeente Lansingerland is gesteld. We hebben een bestuurlijke overeenkomst met de provincie op dat vlak en die overeenkomst is gewoon nog vigerend beleid. Wat dat betreft staat die inspanningsverplichting en die maakt ook, dat we nog midden in het onderzoek zitten naar die alternatieve locaties. Ik wil daar toch realistisch in zijn, de makkelijkste locatie voor wind is natuurlijk Bleizo. Dat is ook de reden dat de provincie zegt: blijf daarbij.

Maar ja, het makkelijkst wil niet zeggen het best, dat is natuurlijk de communicatie van het college aan u steeds geweest, dat we het verstandig vinden om naast hoogwaardig openbaar vervoerknooppunt geen windturbines neer te zetten. Alternatieve locaties binnen Lansingerland, daarover lopen momenteel 2 acties. We hebben een stappenplan en op dat stappenplan zal ik u op hoofdlijnen mee nemen. Ik denk dat dat passend is en handig. Dat stappenplan kent de provincie en de regiogemeenten kennen het ook en het is behoorlijk gedetailleerd. Op dit moment zijn er 2 acties die lopen. Het eerste is nog steeds het overleg, dat duur inderdaad lang zult u denken, met ILT over de hoogte en optimalisatie en het tweede is het overleg met de provincie over hoe de alternatieve locaties zich verhouden tot hun beleid. Het provinciaal beleid is soms wat paradoxaal. Enerzijds zeer pro nieuwe windturbines en anderzijds ook relatief zeer stringent als het gaat om: het moet wel in een lijnopstelling. Maar wat is een lijnopstelling? Is ons alternatief voldoende een lijn? Niet in het Groene Hart, maar waar begint dan het Groene Hart? Dat is een tweede element van het onderzoek, dat nu loopt. In de planning komt een college, het college, de raad tussen dit voorjaar en aankomende zomer met een besluit en klaarheid over die alternatieve locaties.

Nu is ambtelijk vanzelfsprekend bij de provincie al genoegzaam bekend wat de stand is van ons onderzoek, zij kennen exact het hele grondgebied en weten waar mogelijkheden en onmogelijkheden liggen. Onmogelijkheden, daarover gesproken, de heer Ruijtenberg gaf aan, dat hij kansen ziet in het glastuinbouwgebied. De adviseurs die wij in de armen hebben genomen zeggen dat die kansen er eigenlijk niet zijn, omdat er strenge afstandsnormen zijn voor het plaatsen van windturbines tot kassen van een halve rotordiameter. Het is dan buitengewoon lastig om dat in te passen. Kort en goed is eigenlijk het gros van de locaties buiten Bleizo-west of in de buurt van bebouwing, verspreid tegen bebouwing, maar wel tegen bebouwing, of het is dichtbij of in natuur. Dus het is buitengewoon lastig en dat communiceren we ook in alle oprechtheid richting de provincie, dat het buitengewoon lastig is. Dat we ook op andere technieken echt goed aan het leveren zijn, maar ze kijken nu eenmaal niet technologie-neutraal hiernaar als provincie, ze willen wind.

16/33

Dat is zo, dat blijft zo en daar spelen we bij de provincie open kaart. Op het moment dat we van hen groen licht hebben, dat we zien dat het qua provinciaal beleid kan. De heer Van Doorn: Inmiddels is het verhaal wat verder, ik had het handje iets vroeger opgestoken. U schetst een beetje contouren, maar ik ben echt benieuwd: in de buurt van bebouwing, in de buurt van natuur. Waarom wilt u die locaties niet delen met ons? Blijkbaar zijn er al heel veel mensen op de hoogte, behalve deze gemeenteraad en dat vind ik een heel ongemakkelijke. Ik hoor net: het is al met die gedeeld en het is al op dat bureau gedeeld. De manier waarop u dat wilt doen, is daaraan toe, maar ik wil heel graag weten: welke gebieden heeft u aangewezen om te onderzoeken? Wethouder Van den Beukel: Ik begrijp die behoefte, er zijn niet veel mensen die het weten, we hebben hier een medewerker wind op het gemeentehuis en dat zijn de ambtenaren wind op het provinciehuis, daar is het toe beperkt. Waarom dan? Ik kan u zeggen, er staat in een onderzoek dat we hebben gedaan een groen stipje in het Bergsche Bos.

Tegelijkertijd is de kans buitengewoon klein dat u dat een goed idee gaat vinden, is het ook strijdig met het recreatieschap Rottemeren en is het dus niet zo heel zinnig om nu dat kaartje op de website van de gemeente Lansingerland te plaatsen, daarmee buitengewoon veel mensen ongerust te maken, terwijl we nu eigenlijk al weten dat het misschien in theorie wel kan, maar in de praktijk niet. De locaties die we nader willen door exerceren ter besluitvorming, dat die ook beleidsmatig kunnen, dat bijvoorbeeld de provincie daar toestemming voor wilt geven of dat die mogen van de inspectie voor leefomgeving en transport. Anders zijn we voorstellen aan het doen of opties aan het weergeven, die feitelijk geen opties zijn. Wat ik leer uit het hele winddossier, ook van de regiogemeenten, dat het stomste wat je kunt doen is te snel locaties, hup, in het midden gooien en daarmee heel veel weerstand organiseren. De heer Van Doorn: Ik hecht er toch waarde aan om die namen wel te weten, want in deze raad wordt mij nu al meerdere keren verweten, dat ik windenergie niet vind passen. De heer Ruijtenberg had het kassengebied als alternatief, dat kan dan niet. We horen wel wat er allemaal niet kan en dat er veel mitsen en maren zitten, maar ik wil gewoon meer gevoel krijgen.

De uitspraak die ik doe, dat Lansingerland gewoon geen geschikte gemeente is voor enorm grote windturbines, daar wil ik meer beeld en geluid bij krijgen, dat het niet zomaar een wilde uitspraak van L3B is. In de tweede termijn zal ik er nog even op ingaan, wat ik letterlijk gezegd heb op dat dossier, maar dat is voor nu even niet belangrijk. Ik wil toch meer beeld en geluid krijgen bij die locaties en ik wil toch vragen die te delen. Wethouder Van den Beukel: Ik begrijp dat, ik begrijp die behoefte. Ik wil toch nog herhalen, op het risico af dat ik precies hetzelfde zeg. Burgerparticipatie, de participatie van omwonenden, is en dat is echt het ervaringsfeit in heel Nederland, dat je dat buitengewoon prudent en goed moet organiseren als gemeente op het moment dat je windturbines wilt realiseren. We weten dat ze nu in de structuurvisie staan geprojecteerd op Bleizo-west. Dat is geen verrassing voor mensen, dat daar windturbines zouden worden gerealiseerd. Op het moment dat je nieuwe locaties suggereert, dan moet je je eerst goed verstaan tot de grondeigenaren, tot omwonenden, die misschien op 600 meter afstand daarvan zitten, maar die toch de impact ervan gaan ondervinden. Overigens in de context van, dat zult u misschien volgen, het feit dat er nieuwe afstandsnormen worden gemaakt door Den Haag. Die nieuwe afstandsnormen zetten eigenlijk alles op losse schroeven op dit moment.

Ze zijn namelijk nog niet bekend en tegelijkertijd weten we wel dat ze komen. Die situatie maakt dat het college zegt: laten we deze paar maanden nemen en vervolgens die paar maanden met de provincie goed benutten, zodat u in april, hopelijk is het dan allemaal rond, dat besluit kan nemen en vervolgens kunt concluderen: we gaan onze convenantverplichting niet nakomen, want dit vinden wij geen acceptabele opties. Dan ga je de strijd aan met de provincie bijvoorbeeld. Of je concludeert als college, als raad: dit vinden we inderdaad passen, we gaan door de weerstand heen, die er ongetwijfeld zal zijn en dit zouden ze dan worden, die alternatieve locaties. De heer Van As: Ik sluit me aan bij de heer Van Doorn. Ik kan het niet duidelijker zeggen. Ik hoor in de beantwoording van de wethouder: we gaan geen kaartje op de website zetten. Dat is ook niet wat we vragen. Ik wil ook echt aandringen: ik wil gewoon meer informatie hebben, welke locaties. Noem in ieder geval de belangrijkste, deel die met ons. Ik vind dat best een valide vraag vanuit ons als raadslid. Wethouder Van den Beukel: Ik wil de validiteit van de vraag niet betwisten, ik heb alleen geprobeerd de argumenten te geven waardoor we toch als college denken dat dit niet verstandig is.

Qua wind en mijn inzet, dan maak ik de brug naar de vraag: hoe verhouden zich uw rollen? Ik heb vanochtend een overleg gehad met de convenantpartners, ik heb samen met collega Fortuyn binnenkort weer een overleg met de provincie en recent ook gehad. Op elk moment span ik mij in als wethouder duurzaamheid om duidelijk te maken naar al onze stakeholders, al onze partners, dat wij goed staan voor onze handtekening onder het convenant. Dat doe ik namens het college, dat doe ik namens u. Daarmee volg ik het besluit van het college en van uw raad om inderdaad enerzijds die windopgaven serieus te nemen, maar ik ga dat doen in de context van uw keuze, van college en van raad, om van Bleizo-west het ontwikkelperspectief te realiseren. Daar ben ik een partner, daar ben ik uw loyale wethouder. Het is inderdaad zo, dat er over 1,5 maand verkiezingen zijn en dat naast mijn taak als wethouder ik ook nog een rol heb als lijsttrekker van een lokale partij. Ik ken eigenlijk geen coalitiepartij die niet ook soms op onderdelen afwijkende standpunten heeft van het collegebeleid. Ik probeer het met alle beste intenties en de grootst mogelijke integriteit te doen en die rollen te scheiden. Als u mij betrapt op het innemen van standpunten, die contrair zijn aan het collegebeleid niet zijnde als lijsttrekker, dan hoor ik dat heel

17/33

graag. Op die manier scheid ik die rollen. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen die ik spreekt, en ik doe dat heel vaak, ook goed weten vanuit welke rol ik op dat moment spreek. De heer Van Doorn: Ik vind dit toch een iets te makkelijke. Ik snap het. Ik heb er echt wel respect voor, dat u meerdere petten op heeft in deze tijd, dat staat buiten iedere discussie, dat snap ik. Ik betwist overigens dat dat voor iedereen klip en klaar is, want ik denk namelijk dat dat niet het geval is. Op het moment dat u de 23e aan tafel zit als wethouder en u heeft vlak daarvoor actief gecommuniceerd, niet op een vraag maar zendend dat Bleizo een drama in 3 bedrijven gaat worden, wat denkt u dat dat met uw geloofwaardigheid aan tafel doet? Dient u dan nog op een juiste manier de belangen van Lansingerland? Ik heb daar echt wel moeite mee. Niet dat u zich profileert als lijsttrekker, want dat is ook de bedoeling om scherpte aan te brengen, maar in deze fase waarin het proces uiterst gevoelig ligt en is en partijen al dan niet op kantelen staan om wel mee te willen meebewegen, dan kan het zomaar even die opmerking zijn die dat proces frustreert.

Ik wil u toch oproepen daar voorzichtigheid in te betrachten, veel meer dan u nu doet en duidelijker aan te geven wanneer u dat als lijsttrekker doet en wanneer u uw rol als wethouder heeft, want op het moment dat u als wethouder met een grote opgave in Wilderszijde ook de aandacht van Bouwend Nederland trekt, dan had wat anders geweest als u sociale zaken in de portefeuille heeft gehad. Ik neem aan dat u zelf in staat bent, daar bent u intelligent genoeg voor, om die linken wel aan elkaar te leggen. U profileert zich als bouw-wethouder en vervolgens in een heel belangrijk dossier neemt u afstand en dat wekt gewoon verwarring op. Daar ben ik van overtuigd. Ik vind dat u dat te weinig onderkent vanavond. Wethouder Van den Beukel: Ik snap de vragen van de heer Van Doorn, ik wil er echt niets van af doen. Tegelijkertijd wil ik mijn waarneming delen, dat ik nog geen verwarring heb gezien, maar dat ik wel zie bij de intelligente gesprekspartners die wij hebben, of dat nou de gedeputeerde is of een ondernemer of een collega-wethouder, dat die dat onderscheid kunnen maken en dat ik ook heel zuiver probeer te handelen en die rollen probeer te scheiden. Nogmaals, ik nodig u uit om mij daarin scherp te houden, dat doet u ook, dat merk ik.

Op het moment dat ik word gevraagd als lijsttrekker om ergens te acteren, om ergens op te treden, dan houd ik een verhaal dat afwijkt, kan afwijken, niet perse, ik zoek het niet op, maar het kan afwijken van het collegebeleid. Op het moment dat ik in mijn ambt ben, dan doe ik dat niet. Ik probeer het ook niet op te zoeken. Het bewuste optreden waar u aan refereert was 3 februari na behandeling van die zaken in Provinciale Staten op 2 februari. Tot 16 maart niet een belangrijk standpunt van een politieke partij, waar ik ook actief ben, vertolken dat zou wel lastig zijn. Dan moeten we ons fundamenteel de vraag stellen: past de combinatie wethouder / lijsttrekker op een zeker moment? Ik denk dat het past, ik denk dat het kan, maar dat het wel af en toe schuurt, dat is zondermeer waar, ja. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van de beantwoording eerste termijn. Tweede termijn Mevrouw Den Heijer, D66: We hoeven niet de hele termijn nog een keer te herhalen, denk ik. Ik ben heel blij, dat ik dit geagendeerd heb, dat we er zo met elkaar over hebben kunnen praten. Toch wel een belangrijk dossier, een belangrijk moment. We hebben hier als raad van geleerd, dat we eerst kritisch moeten kijken naar de randvoorwaarden, die op orde moeten zijn, en dat we dat ook wel aanvoelden, maar dat we ook graag die kansen wilden pakken.

We hebben dat misschien bewust gedaan, maar dan hadden we er misschien toch wat meer op moeten sturen. Volgens mij is het nu wel de strategie. Ik hoef ook helemaal niet daar in alle openheid alles van te weten, maar dat we het overleg met de Zoetermeerse gemeente moeten gaan voeren. Volgens mij hebben we ook met elkaar gedeeld, dat er wel een ontwikkelperspectief komt, maar dat dat op een laag pitje moet komen te staan. Het hoeft misschien niet helemaal stil, wat het CDA voorstelt, maar het neigt wel die kant op, omdat je anders met veel onderzoeken komt, die misschien helemaal niet nodig zijn. We moeten echt vol gas zetten op die onderzoeken, dat heb ik ook gehoord, dat heb ik heel veel fracties horen zeggen. We moeten gewoon meer weten over die duurzaamheidsopgave, over de woningbouw, de bedrijventerreinen en de gezondheid. Dat zorgvuldigheid geboden is op duurzaamheidsterrein, dat snappen we maar daar kom ik zo even op. Volgens mij is dat echt wel een opgave die eerst moet. En dat we vervolgens het ontwikkelperspectief doorzetten, maar dan op een lager pitje. Het vierde punt dat ik heb gehoord is toch echt de informatie richting de raad. We willen gewoon beter op de hoogte gehouden worden van de stappen die gezet worden tot en met de zomer. De wethouder geeft aan dat we in april nieuwe voorstellen krijgen waar de windturbines moeten komen.

We willen daar gewoon meer informatie over hoe het loopt. Er is een brief onderweg, dat hebben we ook gehoord. We willen een tijdlijn en we willen uitkomsten van die onderzoeken gedeeld hebben, dat is echt de wens van deze raad, dus ik hoop dat de wethouders daar ook een manier voor vinden om ons op een goede manier te informeren, wat past bij deze belangrijke fase van dit project. Daar wilde ik het bij laten. De heer Van Doorn, L3B: Ik wilde nog even richting meneer Marko Ruijtenberg reageren over mijn afkeer van windturbines. Die is er inderdaad en die spreek ik ook uit, want die duidelijkheid wil ik ook gewoon scheppen in deze tijden. Neemt niet weg, want we hebben goede actieve herinneringen aan 2012. Iets

18/33

korter geleden hebben we het over het ontwikkelperspectief gehad. Toen heb ik ook gezegd, dat ik die grote windmolens daar niet wilde, maar dat we graag wilden praten over alternatieve vormen onderzoeken, zodat we hetzelfde resultaat bereiken als beoogd, maar dat er ook nog andere wegen naar Rome lopen dan alleen maar met die grote windturbines. De heer Ruijtenberg: Ik verwijt de heer Van Doorn niets. Ik refereer alleen naar zijn eigen verkiezingsprogramma, waarin duidelijk staat: voor windturbines is geen plaats in Lansingerland. Speerpunt nummer 10 uit het programma. Ik hoor hem wel zeggen: er is ruimte voor alternatieven. Als we er dan nu van uitgaan, dat die windturbines niet de bekende grote turbines zijn, zoals we die her en der in het land zien, dat we gaan kijken naar wat kleinere turbines met de wokkels. Die zijn wat kleiner, wat stiller, uitermate geschikt tussen bebouwing. Het nadeel is dat je dan veel meer nodig hebt dan 3 of 4, omdat ze nou eenmaal minder energie opleveren. Zou de heer Van Doorn en zijn partij open staan voor dat soort windturbines? De heer Doorn: Volgens mij gaan we nu naar een hele nieuwe discussie. In principe niet. Wat mij betreft gaat de techniek hard en hoeft dit het niet te zijn. Als u mij goed beluisterd hebt, wilde ik graag de andere locaties weten en daar meer informatie over krijgen.

Daar stond ook bij dat we ieder voorstel dat ingediend wordt op zijn waarde zullen beoordelen. We hebben op voorhand gewoon geen trek in windturbines. Als daar andere vormen voor zijn, staan we daar meer voor open. Even dat in deze fase, maar ik vind dat, nu over Bleizo-west, niet het onderwerp waar we het vanavond over willen hebben. Naar wethouder Van den Beukel ga ik wel aangeven: ik wil toch geïnformeerd worden over die locaties en ik ga even kijken op welke wijze ik die informatie kan gaan krijgen. Als in april alles helder is, dan heb je met grondeigenaren gesproken, we hebben inwoners betrokken, dan gaat u mij niet vertellen dat we eind februari nog volledig dolend zijn en in het duister tasten. Dan is die uitwerking al veel concreter dan wij nu denken. Ik wil gewoon graag die locaties weten, zodat ik me in het debat over alternatieven goed kan voorbereiden. Mevrouw Den Heijer: Het is meer ondersteuning van wat meneer Don van Doorn zegt, dat we die informatie graag willen weten. Ik zou wel de ruimte willen overlaten aan de wethouder, hoe hij dat op de beste manier kan doen. Eigenlijk moeten we vragen naar een toezegging, dat hij ons gaat informeren hierover. De heer Van Doorn: Daar hoopte ik eigenlijk in de eerste termijn op, misschien dat het nog in de tweede termijn komt. Dank voor de steun van mevrouw Den Heijer.

Als die toezegging niet komt, dan gaan we kijken op welke manier we dat wel kunnen krijgen, want ik denk dat deze gemeenteraad prudent met de informatie omgaat en ook gewoon goed geïnformeerd wil worden. Ik wil toch nog de wethouder wijzen op zijn rol. Ik hoop dat hij de 23e de CDA-pet afzet, het groene jasje thuis laat en zich echt voor Lansingerland inzet om maximaal resultaat te halen. Dank u wel. De heer Van As, VVD: Dank aan het college voor de beantwoording. In mijn eerste termijn heb ik verbazing uitgesproken over de rollen van de heer Van den Beukel, die hij lijkt in te vullen. Ik hoor dat hij hier afwegingen maakt. Natuurlijk snappen wij dat dat best een uitdaging is, zowel als lijsttrekker als als collegelid. Ik wil ook uitspreken, wij vertrouwen erin dat hij met die rollen prudent omgaat. Dat vertrouwen wil ik zeker hier duidelijk uitspreken. Dat gezegd hebbende nog op de inhoud. Het college bij monde van de heer Fortuyn hoor ik dat hij het gesprek gaat hebben met Provinciale Staten. Volgens mij n.a.v. de opdracht van Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten, met gedeputeerde, ik vergis me, om het gesprek aan te gaan. N.a.v. van die opdracht om de regie te pakken om samen met Zoetermeer en onze gemeente oplossingsgericht te werk te gaan. Ik snap ook heel goed, dat die strategie hier niet openbaar gedeeld wordt.

Ik hoor een toezegging van de wethouder, ik weet niet of hij hem zo bedoeld heeft of dat hij het nog een keer wil uitspreken, maar dat hij bij ons terug gaat komen na overleg met Zoetermeer al dan niet in vertrouwen. Daar hebben we nog steeds het volste vertrouwen in, dat is de route die we moeten wandelen. Nog over de windenergie, want dat hebben we ook een paar keer aangehaald. Ik denk dat wethouder Fortuyn het correct heeft verwoord over de afspraken in 2012. Ik denk aan wat ik in oktober heb gezegd, toen we het over dit dossier hadden: als de feiten veranderen, verander ik van mening. Ik betwist de inspanningsverplichting geenszins, wij staan daar ook achter, vandaar dat ik inzicht wil in het onderzoek naar die alternatieven. Neemt overigens niet weg, dat ik de grote windturbines, dat spreek ik uit namens mijn fractie, krengen vind die ik niet mooi vind in ons landschap. Dat mogen wij toch vinden? Het is 10 jaar later en we willen ook in de woningnood voorzien, we nemen daarin stappen met het ontwikkelperspectief. Dat er mogelijk naar alternatieven wordt gekeken, is dan wel een gedachte die in mij opkomt. De heer Van Doorn noemde het al. Ik vraag me dan ook af: is er dan geen ander alternatief om op duurzame wijze energie te verkrijgen en moeten we koste wat kost windmolens en die turbines in onze gemeente plaatsen? Ik weet nu althans niet waar die moeten komen.

Wat ons betreft in ieder geval niet bij de Kruisweg, niet in één van de groengebieden of bij de dorpen, want dat kunnen we onze inwoners niet aandoen. Het idee van de heer Ruijtenberg voor kleinere windmolens bij bedrijven, die de stroom ook afnemen, ik sta daar veel sympathieker tegenover. Veel sympathieker dan die grote windturbines. Ik hoor ook in de beantwoording van het college dat dat niet zomaar kan, daar gaan we nu niet een antwoord op vinden, maar dat moet uitgezocht worden. In mijn interruptie net heb ik het al gezegd, ik ondersteun de heer Van Doorn en ook mevrouw Den Heijer. Ik snap niet waarom de locaties nu niet gedeeld kunnen worden. Ik wil ook echt inzicht in die locaties. Ik hoop op een toezegging dat we dat inzicht kunnen krijgen al dan niet vertrouwelijk. Ik heb er alle

19/33

respect voor, dat we dat niet breed uitventen, want dat gaat reuring opleveren als het over locaties gaat waar al snel blijkt dat het hem niet gaat worden. Dan creëren we onnodig onrust, dat vind ik ook niet nodig, maar volgens mij zijn er best mogelijkheden om dat met ons als raad te delen, dus daar hoor ik graag nog over in de tweede termijn. Anders ondersteun ik de heer Van Doorn heel graag met onderzoeken naar mogelijkheden, dat we die informatie kunnen krijgen. Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Ik vind het een mooie discussie tot nu toe. Het is waar politiek over moet gaan, over hoe je omgaat met de schaarse ruimte in ons gebied, een combinatie van een woningbouwopgave, een duurzaamheidsopgave, een opgave voor bedrijventerreinen en zie er maar eens uit te komen. En ja, ik zou echt willen pleiten voor ratio en rust en verstand in dit dossier. Als ik partijen hoor oproepen om in 2024 palen te gaan slaan voor zo’n groot project, ja, ik vraag me echt af of dat soort haastige spoed verstandig is. En ja, er is op dit moment een woningtekort en dat heb je niet heel snel opgelost, want bouwen van woningen kost tijd.

Tegelijkertijd zien we ook uit rapporten, dat er meer dan voldoende plannen zijn en dat je die plannen in relatie tot andere plannen moet bekijken, wat eerst, wat later en wat eventueel ook niet in relatie tot andere opgaven, want er is ook een tekort aan bedrijventerreinen, ook in Lansingerland. Als Oudeland klaar is, en dat is bijna klaar, er is bijna geen kavel meer op te krijgen. Op Prisma en Hoefweg zitten we ook zo goed als vol, Leeuwenhoekweg is relatief klein, dus waar moet een ondernemer, die over een jaar of 5 hier komt zich nog vestigen? Dat wordt steeds lastiger en daar moeten we echt open voor zijn. Ik zou willen vragen aan wethouder Fortuyn om rondom de gezondheid, dat heb ik destijds al heel vreemd gevonden, dat er wel wat globale onderzoeken zijn gedaan door onderzoeksbureau die het ontwikkelperspectief hebben opgezet, maar dat er niet met echte deskundigen als het gaat om leefkwaliteit is gesproken. Dan heb ik het over onze eigen GGD. Ik zou het heel verstandig vinden om op heel korte termijn met de GGD in gesprek te gaan over: als we daar zouden willen bouwen, hoe moet het dan met de HSL, hoe moet het met de 380kV van Tennet, hoe moet het met de A12? Kunnen we daar bouwen als dat niet naar 80km/u gaat? Want dan moet je naar rijkswaterstaat.

Kunnen we daar bouwen als we niet die Tennet kabel 25 meter onder grond gaan boren, net als gisteren in de commissie bij een ander stuk is gekomen. Er zaten heel duidelijke stukken in: ja, dat heeft te maken met het voorzorgsprincipe, anders krijgen kinderen kanker, daarom mag er wel een bedrijf maar geen huis boven staan. Al dat soort overwegingen, die staan daar gewoon boven de grond, moet dat dan daar ook? Moet dat 50 meter onder de grond? We hebben een GGD, laten we dat toch gewoon gebruiken en zeker in relatie tot het feit dat bij de omgevingsvisie de zienswijze van de GGD eigenlijk is gezegd: daar doen we niets mee. Die zegt eigenlijk: je moet niet te dicht bouwen bij snelwegen, bij andere hotspots, wees daar meer ambitie in, zowel voor gevoelige functies als voor woonfuncties. Ik vind echt dat dat heel belangrijk is dat we dat als eerste gaan oppakken. Ik zou er graag een reactie op horen en een toezegging van wethouder Fortuyn. Richting de wind, ja, het is bijna niet te doen om een andere plek te vinden, ik hoor ook dat partijen daar niet zo’n fan van zijn. De politieke realiteit is, dat de provincie dit belangrijk vindt in de huidige coalitie. De coalitie zit er nog wel even.

Er zitten ook heel veel andere partijen in de provincie die niet zomaar in de coalitie kunnen gaan, denk aan de PVV en het totaal uit elkaar geklapte Forum, dus deze partijen zijn ook gewoon aan elkaar overgeleverd. Dat is gewoon de politieke realiteit. De vraag is ook hoe dat in de volgende ronde zal zijn. Ik denk dat als de provincie zegt: we willen wind. Dat je niet anders kan dan iets te doen met wind. Tenslotte, dat we in april of in de zomer met besluiten lijken te komen, ik kan het me bijna niet voorstellen, want dan zal je misschien komen met een aantal locaties, die zouden kunnen, maar dat is nog heel wat anders dan dat je daar een definitief besluit over hebt genomen met: dit is de locatie die het wordt. Al was het maar omdat je je zienswijze procedure met omwonenden en andere belanghebbenden gewoon doorlopen hebt en dat zijn zaken die gewoon wettelijk een bepaalde tijd kosten. Ik kan me voorstellen, dat zou ik willen zeggen tegen de heer Van den Beukel: is het wellicht mogelijk om de locaties in een geheim stuk met deze gemeenteraad te delen op één of andere manier? Daar wil ik het bij laten. Mevrouw Van Olst, WIJ: Ik hoorde met name de laatste wethouder spreken over een stappenplan. Dat spreekt me erg aan. Ik denk ook dat dat is wat er moet gaan gebeuren m.b.t.

de windenergie, want volgens mij zijn er enorm veel alternatieven, inderdaad kleine windturbines die mensen zelfs bij hun huis kunnen plaatsen. Dus ik neem aan, dat dat ook in andere vormen en maten beschikbaar is, wat je bijvoorbeeld naast je bedrijf kunt plaatsen. We hebben zoveel bedrijvigheid, die ook hun eigen ruimte hebben, waar dat misschien wel kan. Dat zijn allerlei alternatieven, die ik als raadslid heel graag zou willen zien. Een kostenafweging, de energieopbrengst, gewoon de afweging. Dat is niet zozeer omdat wij er dan over willen gaan, denk ik, maar meer omdat we willen meedenken en omdat we dan ook begrip krijgen voor de situatie waarin de wethouders zitten. Ik denk dat dat heel belangrijk is, om dat als raad ook makkelijker te kunnen uitdragen naar eventueel de burger bij bepaalde beslissingen. Dus ja, om in de woorden van mevrouw Den Heijer te spreken: vol gas op die onderzoeken. Dat is belangrijk, want als de wind verplaatst kan worden, dan kunnen we weer gaan praten over Bleizo. Neem ons dus hierin mee. Ik heb voorgesteld om dat te doen in de communicatie vanuit het college, een punt op de agenda. Als dat

20/33

geheime informatie is, dan moet dat in een geheim gedeelte, dat lijkt mij prima. Ik wilde nog aan de heer Van den Beukel mee geven m.b.t. de campagne, dat wij inderdaad vertrouwen hebben in zijn integere houding hierin. Iedereen heeft ermee te maken en niet iedereen is wethouder. Ik heb uitingen gezien op facebook, het lijkt me dan wel dat het handig is als je iets in je groene jasje staat te verkondigen, dat dat prima is, maar niet in een net pak in het gemeentehuis, want dat geeft toch een beetje een beeld van: ik zeg het als wethouder. Dat is misschien iets om mee te nemen. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Heel kort. Ik heb het idee, dat we twee gesprekken door elkaar heen aan het voeren zijn. We voeren een gesprek over Bleizo-west, waarover we een aantal dingen hebben mee gegeven aan het college. Ondertussen hebben we ook een half gesprek gevoerd over de toekomst van windenergie in onze gemeente. Dat laatste stuk zou ik echt zorgvuldig met elkaar willen voeren. Daarover verschillen we van mening, daar gaan we in verkiezingsdebatten nog eindeloos veel over roepen met elkaar. Een deel van de kiezers gaat op basis daarvan zijn stem bepalen. Daar moeten we echt een fatsoenlijk gesprek met elkaar over voeren in de nieuwe raadsperiode. Ik erken dat ik die informatie mis. Ik hoor af en toe: 3 locaties. Ik heb echt geen idee over welke locaties dat gaat.

Het lijkt me heel verstandig om de raad daar vertrouwelijk over te informeren. Overigens is dat best een beetje spannend, want we moeten daar ook vertrouwelijk mee omgaan in een periode waarin allemaal kiezers aan ons gaan vragen wat de toekomst is van windenergie in deze gemeente, maar dat moeten we met elkaar aankunnen. Verder nog een oproep aan de collega-raadsleden. We hebben vandaag een heleboel dingen mee gegeven aan het college voor het vervolg van het Bleizo-west traject. Laten we het college daarin ook gewoon de ruimte geven om het werk te doen waarvoor het college is aangesteld. Wij zijn collegeleden, wij zijn raadsleden. Wij zijn er om het college te controleren, dat doen we onder meer met dit gesprek vanavond. We zijn er om het college kaders mee te geven, ook dat doen we met dit gesprek vanavond. Maar vragen om onderhandelingsstrategieën op papier te zetten en die van tevoren naar ons rond te sturen, dat lijkt me echt niet de goede weg. Dan zijn we echt als raad op de collegestoel aan het zitten. We moeten het college ook gewoon het vertrouwen geven om aan de slag te gaan met de dingen die we hier besproken hebben. Volgens mij zijn dat allemaal heldere dingen, die we genoemd hebben. Daar kan het college vast mee aan de slag. Ik heb er alle vertrouwen in, dat het college ons informeert als er weer dingen zijn waarover we geïnformeerd moeten worden. Tot zover.

Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: In tegenstelling tot de heer Dieleman ben ik niet van mening dat er twee aparte gesprekken zijn. Het gesprek over Bleizo is nu eenmaal ook een gesprek, dat je moet voeren, over windenergie, omdat windenergie door de provincie is opgelegd en onlosmakelijk onderdeel is van de toekomst van Bleizo. De provincie en de gemeenten Lansingerland en Zoetermeer denken er nu eenmaal structureel anders over. Je ontkomt er niet aan, als je het over Bleizo hebt, om ook te praten over windenergie. Dat is een gegeven. Dan vraagt de heer Van As: mag je die dingen mooi of lelijk vinden? Natuurlijk mag je die dingen mooi vinden. Als je aan mij vraagt om een mooi architectonisch hoogstandje, komt bij mij ook niet in eerste instantie meteen een windmolen naar voren. Ik begrijp ook wel, dat daar weerstand is vanwege hoe ze eruit zien, vanwege het geluid, vanwege slagschaduw, vanwege allerlei andere zaken. Ik begrijp dat heel goed. Daarom hebben wij ook gezegd, dat we het niet handig vinden om op Bleizo windenergie te doen. Ik weet dat er rapporten zijn, volgens mij is er in Leidschendam een windmolen neergezet in de bebouwing, dat het wel meevalt. Wij kiezer ervoor om het niet te doen, omdat wij echt wel begrip hebben voor de gevoelens en dat mensen erop tegen zijn.

Vandaar ook dat wij aangeven: joh, ga nou op zoek naar alternatieve vormen van windenergie, zoals de wokkels, die aangebracht kunnen worden. Daar heb je er meer van nodig, maar die wokkels zijn uitermate geschikt om juist tussen bebouwing te doen. Daarmee ontneem je ook, wat de heer Van den Beukel zei in zijn beantwoording: dat mag niet, want het moet een halve rotorblad van kassen af staan. Ik vraag me af, en ik begrijp ook wel dat hij daar niet nu antwoord op kan geven, of dat ook geldt op het moment dat je een wokkel windturbine daar neerzet, omdat het rotorblad een stuk kleiner is. Als de wethouder daar nu geen antwoord op kan geven, dan wil ik wel graag schriftelijk het antwoord erop hebben, dat mag in een later termijn. Dan heb ik hier veel raadsleden horen zeggen over de informatiepositie, die wij hebben als gemeenteraadsleden. Ik denk, ik wil eigenlijk herhalen wat anderen gezegd hebben, ik denk dat het heel goed is dat wij als raad meer betrokken gaan worden bij dit dossier. Dat betekent niet dat we op de stoel van het college gaan zitten, maar we hebben hier hele lange discussies over gevoerd, we hebben nu op initiatief van mevrouw Den Heijer ook weer een ontzettend lange discussie over, het is half elf en we moeten nog een aantal onderwerpen. Dit geeft aan, dat het wel belangrijk voor ons is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=4df86812-7871-4e22-8a29-91a8f355fa3c