[BV21.0232] Verslag commissie Ruimte van 13 december 2021 (vervolg van 7 december 2021)
Tekst van het document
Zegt de wethouder nu eigenlijk, wat ook in het voorstel staat, dat alle verklaringen van geen bedenkingen, die komen te vervallen, dat die eigenlijk toch weer in ere zijn hersteld? En dat eigenlijk de opzet van de wetgeving, we gaan van de raad naar het college, zoals meneer Van der Stad dat terecht zei, dat wij eigenlijk die wet naast ons neerleggen, tussen aanhalingstekens. Alle bevoegdheden die de raad nu heeft behouden we gewoon. Wij doen eigenlijk niets, alleen veranderen we het woord bestemmingsplan in omgevingsplan. Is dat nou de boodschap? Wethouder Cnossen: Dat was ook nog één van de punten geweest, de vergelijking met hoe het is en hoe het wordt, daarom zijn die oude documenten, die verklaringen van geen bedenkingen uit 2017, erbij gevoegd, zodat u dat ook kunt vergelijken. Daar leest u in wat u op dat moment aan bevoegdheden aan u heeft gehouden en waar het college over ging. Dat was de bedoeling, om deze stukken erbij te doen, zodat we wel enig vergelijkingsmateriaal hebben. Meneer Van Harn van het CDA, ik denk dat uw punten aan de orde zijn geweest. Efficiency een belangrijke factor, de woningaantallen. Meneer Jumelet, de raadsparticipatie. Dat is een heel terecht punt, dat u vraagt. Als ik u nu hoor, dan hadden we een beeldvormende avond over deze punten moeten hebben, zodat u zelf ook een mening daarover kon vormen.
Als je je mening niet compleet hebt, je beeld niet compleet, dan kun je ook dat oordeel niet vormen. Dus ik begrijp uw vraag heel goed. Waar leg je de lat? Daar hebben we het ook uitgebreid over gehad. De klankbordgroep. Ik heb begrepen, dat op een gegeven moment daar de fut wat uit was, maar ook dat je het vooral met de hele raad moet doen. Maar ik heb dat alleen van overlevering. Als de klankbordgroep goed functioneert. De heer Muis: Ik denk dat ik toch wel namens de hele klankbordgroep spreek en misschien wel namens de hele raad als ik zeg dat de klankbordgroep juist heel goed is bevallen en dat er juist heel goede discussies zijn gevoerd. Alleen, volgens mij is hier een punt dat we een stukje hebben gemist. Volgens mij was helemaal niet de fut eruit, het was meer dat het niet naar het niveau kon van de hele raad, dat dat de overweging is geweest. Laat ik het in elk geval bij mezelf houden, bij onze fractie, het is zeker niet zo dat het was doodgebloed of dat de fut eruit was. In tegenstelling. Dank u wel. Wethouder Cnossen: Meneer Muis, ik heb dat heel goed gehoord vanavond bij uw raad. Deze beeldvorming, die ik had opgedaan in de voorbereiding, heb ik in elk geval bijgesteld. Het is ook de moeite waard om te kijken hoe we dit proces op die manier met de klankbordgroep en eventueel daarna een beeldvorming voor de hele raad op een andere manier kunnen inrichten.
Meneer Jumelet, we weten niet waar we ja tegen zeggen, hebben we er achteraf spijt van? Ik heb dat ik daar voldoende over heb uitgelegd. De dingen die u op dit moment bij u heeft, zijn zoveel mogelijk terug gekomen in dit aanwijzen gevallen bindend adviesrecht, maar ook de volgende voorstellen, die bij u voor liggen. Meneer Hofman maakte een mooie vergelijking: wat is het menu? Laat ik nou in de veronderstelling zijn, dat u heel goed op de hoogte was van het menu. De bevoegdheden van het college nu, ik denk dat ik daar voldoende over heb gezegd. Wat tot nu toe bij de raad ter besluitvorming kwam, komt nu ook via deze regels. Volgend jaar gaan we verder met de omgevingsplannen, op een gegeven moment komt dat ook weer een fase verder, maar via deze regels komt alles bij de raad ter besluitvorming wat u tot nu toe ook kreeg, dus daar verandert niets aan. Het doel van de wet is wel om aan initiatiefnemers, aanvragers van een vergunning, sneller duidelijkheid te geven. Ik weet dat dat ook een heel goede instelling is, want wij laten mensen soms heel lang wachten voordat ze weten waar ze aan toe zijn. Het gaat inderdaad bij de zaken, die bij uw raad komen, waar een zwaardere procedure voor is, over de impact op de fysieke leefomgeving. Dus een activiteit die ergens komt waar eerder geen sprake van was, dat komt altijd bij uw raad terecht.
U had het ook over de aantallen woningen, daar heb ik voldoende over gezegd, u wilt dat amenderen. Even kijken of meneer Duk nog aanvullende vragen had. De heer Duk: Zal ik de wethouder helpen? Ik heb nog wat aanvullende vragen. Wethouder Cnossen: Jaja, want ik heb 1, 2, 3, 4 nog opgeschreven, ik moest de bladzijde nog even omslaan. 1: 10 woningen? U gaat hier eventueel een amendement over indienen. Van overschrijding van bouwhoogten kan geen sprake zijn, want dat ligt straks vast in de activiteit, die daar toegestaan is. Op het moment dat het college bij u zou komen bijvoorbeeld met iets wat in het dorp omgevormd wordt, een school met een aantal woningen, die afgebroken worden, waar iets voor terug komt, een appartementengebouw, dan gaat u als raad ook over de bouwhoogte. Dus daar gaat het niet over. Als er in Westpolder een plan ligt, dan heeft u als raad al iets gevonden van de bouwhoogte, die daar mag in dat bestemmingsplan. Daar verandert niets aan, dus het college zal nooit langs die regels gaan. De heer
11/19
Duk: We hebben het hier vanavond toch over buitenplanse dingen en dus juist ook dit? Zoals het in het raadsvoorstel staat: bij afwijking van het omgevingsplan d.m.v. een omgevingsvergunning, de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dat betekent dus juist hoger bouwen dan wat er in de omgevingsvisie staat, juist meer woningen bouwen waar het niet gepland is, juist glastuinbouw zetten waar we dat niet hebben gepland. Daar heeft de raad een uitspraak over gedaan en het college mag daar tegenin gaan. Dat is juist hetgeen we nu aan het bespreken zijn. Wethouder Cnossen: Buitenplans betekent, dan gaan we even terug naar het begin van het voorstel, de raad gaat gebruik maken van het bindend adviesrecht als er bij het afwijken van het omgevingsplan d.m.v. omgevingsvergunning en dat dan die activiteiten worden opgesomd. Alles wat u nu vertelt is een afwijking van het omgevingsplan. Op dat moment gaat het college naar u als raad en legt dat aan u voor. Dat zal in de vorm zijn van een klein omgevingsplan, dat in het grote omgevingsplan wordt ingepast. Wat u in deze punten leest, wat wij vragen tot 40 woningen die op basis van het bestemmingsplan Westpolder, zullen we nu maar even noemen, al vast liggen. Die kunnen daar gebouwd worden, voldoen aan de hoogte. Daar vragen we van de raad straks d.m.v. een delegatiebesluit de bevoegdheid bij het college te laten. Dat staat hier.
U noemde ook punt 2, uitzondering van de glastuinbouw midden in een woonwijk. Laat helder zijn, dat midden in een woonwijk de activiteit glastuinbouw op dit moment ook al uitgesloten is. De heer Duk: Dat is precies het punt, dat ik hier probeer te maken. Dat is dus juist een buitenplanse activiteit, een omgevingsactiviteit, dat is juist waar we het over hebben. Er is een uitzondering van glastuinbouw, als ze een buitenplanse omgevingsactiviteit willen doen, dus buiten waar we al glastuinbouw hebben een kas willen gaan bouwen, dan mag de raad daar geen bindend advies over geven, omdat het dan een collegebevoegdheid is. Alle dingen waar we het nu over hebben, er mag altijd afgeweken worden van de omgevingswet of de omgevingsvergunning tenzij in deze casussen, want dan mag de raad er nog iets over zeggen. In alle andere gevallen ligt het aan u en uw opvolgers. De veiligheid die u mij biedt, bestaat niet. Wat er hier wordt gezegd, is juist het omgekeerde van de veiligheid, die u mij probeert voor te spiegelen. Wethouder Cnossen: De omgevingswet draait het ook om. In feite ligt alles bij het college en deze gevallen leggen wij dan bij u terug voor het bindend adviesrecht. De criteria van de keuze, was uw derde vraag. Ik heb er voldoende over gezegd. We hebben punten gezocht, die bij de gemeente Lansingerland passen.
Daarom zal je hier niet een mega varkensbedrijf zien, want die ken ik zelf niet in Lansingerland, in mijn vorige gemeente waren die wel. In die gemeente zou je dat juist weer regelen. Elk jaar periodiek evalueren, ik heb u al aangegeven, dat het college daartoe bereid is. Ik loop nog bij mevrouw Verhoef langs of er nog aanvullende vragen zijn, op een aantal dingen ben ik al ingegaan. Biomassa, datacentrum, daar ben ik ook op ingegaan. Waar de 40 vandaan komt, heb ik ook voldoende besproken. Waarom die 1.000m2? Vindt u het goed als ik deze even als technische vraag mee neem, want zo diep ben ik daar niet op ingegaan, zodat die via de griffie aan u beantwoord wordt? Ik heb mijn best gedaan om een antwoord te geven. De heer Duk: De wethouder is nog niet ingegaan op de vraag waarom wij geen criteria hebben voor de uitgebreide procedure, waarin zienswijzen vanuit de bevolking wordt gedaan en wel in de raad behandelen. Wethouder Cnossen: Ik had alleen criteria opgeschreven, excuus, niet zienswijze bevolking. Uiteraard komt dat terug in uw participatieverordening, waarin u als raad vast stelt wanneer u vindt dat er via de participatie uitgebreid met de bevolking gesproken moet worden en op welke manier. Dat kan informeren zijn, het kan ook ophalen zijn, dat begrijpt u, dat hoef ik niet uit te leggen, maar dat komt in de participatieverordening vast te liggen.
De voorzitter: We zijn 3 kwartier bezig geweest om een stukje beeldvorming nog eens goed naar voren te brengen: wat is het allemaal, wat is de bedoeling enzovoorts. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Het had de wethouder gesierd, en ik geef het haar toch echt in overweging ondanks dat de ambtenaren staan te popelen om op 1 januari hiermee aan de slag te gaan, om het nog één keer een kwaliteitsslag te geven. Als je door de oogharen heen de reacties en de zoektocht van raadsleden zie. Wat de heer Van As terecht zei: waar zeggen we nu eigenlijk ‘ja’ tegen? Ik denk dat dat nog niet beantwoord is. U zegt inderdaad: het is beleidsarm. Als dat zo is, zou ik echt een overzicht willen hebben: hoe ziet de situatie er nu uit. U negeert de omgevingswet, want daar zou alles bij het college liggen. Hoe ziet die transitieperiode er dan uit? Dat zou ik heel graag willen. Ik zou eigenlijk zeggen: wethouder, tel uw knopen. Maar dat weet ik natuurlijk nog niet. We hebben het over de lijst van bindend advies gehad, maar ik mis nog de beantwoording zoals die in de beeldvorming op 2 juni is geweest. Er zou een lijst komen verplichte participatie buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, dat bekende galgenwoord, weet u wel. Daar heeft u niet op gereageerd.
Over participatiebeleid heeft u wel iets gezegd, maar zoals ik er nu tegenaan kijk is dat een noodzakelijk iets om daar een besluit over te nemen. Waar ik blij mee ben, is dat ik uit uw woorden opmaak, dat u het proces opnieuw gaat bekijken. Er zat al een kleine hoop in mij, dat u hem in zou trekken. En ik heb goed begrepen, dat u de klankbordgroep in ere herstelt middels uw woorden om 21.37 uur, dan kan dat via de band terug geluisterd worden. Verder blijf ik toch een beetje hangen op de opmerking van mevrouw Verhoef, die
12/19
klip en klaar formuleerde wat ik eerder had aangedragen in mijn eerste termijn: wat is nou die longlist en wat is de shortlist? Die is er dus kennelijk helemaal niet. Dat vind ik toch wel bijzonder. De heer Jumelet verwees naar de lijst van de VNG. Dat we niet even de voorbeelden staccato hebben doorgelopen, zodat we daar uitspraken over konden doen. Ik kan hier nog uren over babbelen, maar ik heb maar 3 minuten, dat ga ik niet doen. Ik sluit af met de warme woorden van meneer Jumelet, dat ik dat aan het eind van mijn raadsperiode, als het goed is kom ik niet terug in de raad, dat ik deze woorden nog heb mogen krijgen, dat wij elkaar gevonden hebben. Het maakt mijn dag weer helemaal goed. Dank u wel. De heer Van As, VVD: Misschien kunnen wij elkaar ook nog wel gaan vinden in deze vergadering. Allereerst dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik moet eerlijk zijn, ik had een vlammend betoog willen houden over: laten we dit een kans geven en laten we die vereenvoudiging omarmen. Koudwatervrees, ja, dat herken ik, dat heb ik ook, althans, ik heb het. Ik hoor net: nee. Maar ik heb het. Ik heb twijfel gekregen en dat vind ik niet prettig, dat is vervelend. Volgens mij is het zo, dat de heer Duk en ik hetzelfde begrijpen.
Wat wij hier niet vast leggen onder een bindend adviesrecht en wat niet in de huidige plannen staat, dus wat er nog bedacht gaat worden en wat de omgeving en inwoners gaan indienen, dat gaat straks niet meer langs deze raad. Dat is precies dat ongemakkelijke gevoel dat we hebben met elkaar. Ik ben na de beantwoording er niet van overtuigd hoe die keuzes zijn gemaakt. Als ik oor: mooie afwegingen, het past bij Lansingerland. Waarom het dan past bij Lansingerland, dat heb ik eigenlijk niet gehoord en daarom is mijn gevoel wat ongemakkelijker geworden. Ook over de groengebieden, meerdere partijen hebben dat aangehaald. De wethouder maakt hier een vergelijking met hoofdgebouwen in de linten, maar ik zou inderdaad denken dat dit langs de raad zou gaan als daar een aanvraag voor binnen komt. Maar dan moeten die groengebieden toch ook genoemd worden in die gevallen onder het bindend adviesrecht? Ze zouden er juist in komen. Ik ben in verwarring en begreep dat gewoon niet goed meer. Over die klankbordgroep: ik heb niet zo’n duidelijke toezegging gehoord, maar die zou ik wel willen vragen, want ik schaar mij ook echt wel achter de woorden van mijn achterbuurman meneer Muis. Wij hebben dat enorm gewaardeerd en we zouden dat graag in ere herstellen. Ik zou dat graag scherp willen horen, graag. Die burgerparticipatie.
Ik hoor het woord erken door de wethouder, maar ik hoor niet: wat dan nu, wat gaan we daar dan mee doen? Daar wil ik echt wat duidelijker van horen. Al met al was ik wat enthousiaster en dacht ik: we gaan het doen, we gaan evalueren. Maar wij maken als fractie een beetje een terugtrekkende beweging. Ik vind het ingewikkeld, zeg ik eerlijk, wat we hiermee aan moeten. Ik ben benieuwd of de wethouder daar in de tweede termijn nog op wil ingaan. Op de route vooral ook. Als wij dit niet gaan besluiten in de komende gemeenteraad, wat gaat er mis? Ik zie aan de ene kant wel dat we dit goed moeten regelen, zodat we klaar zijn voor die invoering. Aan de andere kant: welke ruimte is er? Alles in ogenschouw nemende in de bespreking hier, denk ik dat we het allemaal enorm kunnen waarderen als wij nog wat verder de diepte ingaan met elkaar en een klankbordgroep-bespreking in ieder geval. Wat mij betreft, als die ruimte er is, laten we dat dan alsjeblieft gaan doen met elkaar, dan komen we tot een stuk met elkaar waar we ons minder ongemakkelijk bij voelen. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: In alles blijkt toch wel dat wij ons als commissie een soort van overvallen voelen. We zijn niet voldoende mee genomen en de betrokkenheid is er dus niet geweest. We hebben onze vragen niet eerder naar voren kunnen brengen en dat blijkt deze avond heel duidelijk.
De wethouder heeft het over een stap in het diepe of koudwatervrees, maar dat is het niet. Ik zou het bijna om willen draaien: als u die woorden gebruikt, dan zou het juist moeten zijn om de mensen, die dat hebben, mee te nemen. Dat is nou precies waar het vanavond om draait. Dat is veel te weinig gebeurd en daarom voelen we ons niet senang bij het stuk dat nu voor ligt. Ik vind het ook jammer, dat de wethouder de klankbordgroep geen eer aan heeft gedaan. Ik was zelf ook lid van die klankbordgroep en ik deel het met de heer Muis en de heer Hoppenbrouwer, volgens mij hebben we een goed stuk werk met elkaar gedaan. We hadden dat graag voort gezet, maar de vorige wethouder is daarmee gestopt om ons daarin mee te nemen. Ik ben er ook zeker voorstander van om dit weer in het leven te roepen. U heeft het over stappen maken, ja, op deze manier valt dat niet mee. Zoals ook al eerder gezegd, u zegt: deze lijst is toegespitst op Lansingerland. Ik heb dat gevoel nog niet, ik houd hier nog steeds twijfels bij, waarom hier het getal 40 moet staan en bijvoorbeeld niet 15. Ik denk dat ik ga stoppen, anders ga ik herhalen wat al door andere commissieleden gezegd is. Al met al: het voelt onbevredigend. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer: Ik wil graag een beetje duidelijkheid van de heer Van Harn. Hij eindigt met: hij voelt ontevredenheid.
Betekent dat, dat u het met mij eens bent dat het misschien handig is, meneer Van As was wat bescheidener, om het naar de tekentafel terug te brengen. De klankbordgroep, nogmaals, ik ben het met u eens, het was een geweldige samenwerking met de raadsleden van alle partijen. Om die tussenstap te maken, zodat de ambtenaren op 1 februari kunnen beginnen. De heer Van Harn: Ja, ik heb ook mijn twijfels om dit stuk zo naar de raad te brengen. Ik vraag me ook af hoe dat nu verder moet.
13/19
De heer Jumelet, WIJ: Ik luister ook naar mijn collega’s natuurlijk. De heer Van Harn heeft het heel mooi verwoord. Ik wil toch zeggen, dat wij niet geregeerd willen worden door angst, maar wel door de gedachte dat wij hier een fundamenteel, principieel besluit nemen over de positie van de raad in het kader van de omgevingswet. We zijn hier ooit begonnen met ‘de kracht van de raad’, om dat maar weer eens af te stoffen. Ik vind het nou juist een voorbeeld van ‘de kracht van de raad’, want uiteindelijk willen wij als raad aan het stuur zitten en onze positie als kaderstellend vorm en inhoud geven. In die zin, dat zeg ik ook met een klein oog naar meneer Van As, voel ik niet zozeer de koudwatervrees of angst, maar meer in de zin van: wij moeten als raad positie bepalen in dit verhaal, omdat wij te maken hebben met ontwikkelingen, die onze inwoners raken. Wij moeten als gekozen vertegenwoordigers van de inwoners onze positie nemen en pakken. Ik vind ook, dat het voorstel niet voldragen is. We hebben ooit met elkaar het BOB-model afgesproken, beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming. In wezen hebben we de eerst B van beeldvorming niet gehad, dat wil ik zo wel zeggen. We zitten nu in de oordeelsvorming. Ik vind het totaal niet rijp voor besluitvorming. Ik sluit een beetje aan op de vraag van de heer Hoppenbrouwer: we moeten even terugschakelen naar de beeldvorming.
Wij willen als fractie daar zeker onze agenda voor vrij maken in januari om met elkaar nog eens heel goed die beeldvorming te doen, opdat wij in januari of februari wellicht in staat zijn om een raadsbesluit te gaan nemen, zodat de ambtenaren per 1 maart aan de slag kunnen met die uitkomst. Ik vind het overigens geen argument om te zeggen: de ambtenaren moeten van start op 1 januari. Dat heb ik in mijn eerste termijn ook al gezegd: tijdsdruk vind ik geen argument. Ik vind dat de inhoud voor gaat op tijdsdruk. Mijn oproep is dan ook aan de wethouder, de griffie zal beter weten hoe dat moet, mijn voorstel zou zijn dat dit voorstel wordt teruggenomen en dat wij in januari met de klankbordgroep bij elkaar komen, dit goed bespreken, dat het raadsvoorstel wellicht nog verrijkt wordt met wat vanavond genoemd is, een vergelijk tussen de huidige situatie en de toekomstige situatie, met afwegingen waarom tot deze zaak is gekomen, zoals het hier staat, en wellicht iets andere getallen. Mijn voorstel is toch: terug naar de tekentafel. Maar eigenlijk: terug naar de beeldvorming. Ik voorzie, als dit doorgaat naar de raad van 23 december, dat we daar een chaos creëren met amendementen, moties en toestanden en dat de schade voor dit voorstel groot zal zijn, dat er straks een geamendeerd voorstel ligt, waarvan het college zegt: hier zijn we niet gelukkig mee.
Mijn oproep is echt: neem het terug, laten we terug gaan naar de beeldvorming en dan waarschijnlijk in februari opnieuw in de commissie en dan naar de raad. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Het groeiende gevoel van onbehagen van de heer Van As deel ik. Ik ging ook met een positief gemoed deze vergadering in. Ik begon eigenlijk tegen het einde van de termijn van de wethouder te twijfelen of ik eigenlijk nog wel snap wat een buitenplanse omgevingsactiviteit is, waar we het vanavond over hebben. Even ingaand op het voorbeeld dat de heer Van As en de heer Van Harn aanhaalden, het voorbeeld van het groengebied waar een huis in gebouwd zou moeten gaan worden. Daarvan zegt de wethouder: dat kan helemaal niet, want dat is in strijd met het omgevingsplan. Dat is precies wat een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan behelzen. Twee dingen, ik heb even een willekeurige definitie opgezocht, er zijn twee varianten van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat is een activiteit, waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat er een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is om de vergunning te verlenen. Of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Volgens mij zit in dat tweede de crux van vanavond.
Volgens mij heb ik de wethouder horen zeggen: dat tweede is helemaal niet aan de orde, dat komt sowieso naar u toe, beste raad, het gaat alleen om dat eerste, waarvan we zeggen: het college is bevoegd om daarin te besluiten, maar we hebben een aantal gevallen waarin we met zo’n omgevingsplanvergunning naar u toe komen als raad. Dat wil ik graag van de wethouder weten. Is het inderdaad zo, dat er buiten de lijst die hier voor ligt, ook nog een lijst is met zaken die in het omgevingsplan staan, die sowieso naar onze raad toekomen? Want daar ben ik vanavond een beetje de weg kwijt geraakt en ik wil graag weer op de goede weg komen. Dat was het. De heer Van der Stad, D66: We begrijpen dat de wethouder en de ambtelijke organisatie snel stappen willen zetten, maar de eerste stap zou een duidelijk overzicht van de positie van de raad moeten zijn in de huidige en nieuwe situatie. Wij lezen in de stukken blijkbaar andere dingen dan de wethouder probeert uit te leggen. Participatie is een pijler, dat is niet iets om als laatste over een half jaar te doen. Naar aanleiding van de eerste termijn ziet D66 één conclusie en dat is het stuk terug naar de tekentafel dient te gaan. Zoals GL aangaf: vertrouwen is goed, maar controle is beter. Het gaat ook niet zozeer om vertrouwen in het college, maar om duidelijk onderscheid tussen rollen en bevoegdheden.
Consistent beleid door eventueel later meer ruimte te geven aan het college op basis van snelle, frequente evaluaties. Zoals wij reeds aangaven in de eerste termijn zien we bij een verdere uitwerking graag de verplichte participatie gewogen worden op aanwijzen van bindend adviesrecht. Het voorbeeld van de gemeente Overbetuwe zien wij nog steeds als goed voorbeeld. Vanuit het college hebben we geen inhoudelijke beantwoording over vernomen waar D66 vatbaar voor is. We hebben een open vizier, maar we willen de suggestie mee geven om er nog eens goed naar te kijken. We willen een zorgvuldige invulling zien, wel snel, maar niet gedreven door snelheid. Daar wil ik het bij laten.
14/19
De heer Duk, GL: Laat ik het nog een keer duidelijk maken. De raad maakt volgens het raadsvoorstel gebruik van het bindend adviesrecht bij afwijking van het omgevingsplan d.m.v. een omgevingsvergunning. Dit wordt een buitenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd. Dus niet bij uitbreidingsgebieden, waar al een omgevingsplan voor bestaat. De casussen waar wij het nu over hebben, zijn juist de plannen die buiten de omgevingsplannen vallen. Dus juist wel bouwen aan het lint, juist in het groen en vult u maar aan. Ik geloof dat de wethouder dit nog niet goed op haar radar heeft staan. De wethouder is niet ingegaan op het extreem late moment waarop dit voorstel wordt besproken. Nogmaals: waarom wordt dit stuk pas vanavond besproken als er zoveel stoom op de ketel staat. Het bevreemdt me ten zeerste, dat de ambtenaren dit wel nodig hebben, terwijl wij pas na 1 januari het gaan hebben over wanneer het college de uitgebreide procedure inzet. Let wel, dan ligt het ontwerp van de omgevingsvergunning 6 weken ter inzage en kan iedereen een zienswijze indienen. Daarna wordt een beslissing genomen over het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning. Dat lijkt me een grotere impact hebben dan datgene waar we het vandaag over hebben.
Ik ben blij dat de wethouder haar beeld van de klankbordgroep heeft bijgesteld, al ben ik erg bang, dat zij een inkijkje heeft gegeven in hoe het ambtelijk apparaat of het college hierop terugkijkt. Overbetuwe heeft 49.000 inwoners en is een fusiegemeente van 3 gemeenten en maakt deel uit van een stadsregio en groei jaarlijks met 500 inwoners en is dus absoluut een ontwikkelingsgemeente. Als u het mij vraagt, is dit zeer vergelijkbaar met Lansingerland. Als laatste. We wijken op essentiële punten af van het voorstel van de VNG. Het college had deze afwijkingen beter moeten onderbouwen en vooral met de raad moeten bespreken. Daarom roep ik de wethouder nogmaals op om de eer aan zichzelf te houden en dit stuk terug te trekken, in overleg met de klankbordgroep met een nieuwe te komen en wel zo snel mogelijk. Dit voorstel gaat het niet of nauwelijks halen, de raad en het college hebben altijd gezegd, dat dingen die met de omgevingswet te maken hebben we met zijn allen besluiten en dat we zoveel mogelijk eensgezind willen zijn. Laten we niet op het allerlaatste moment daarvan afwijken. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik was ook best positief gestemd bij aanvang van deze vergadering, maar ik voel me er net als de meeste andere woordvoerders niet beter bij. Zeker niet na de beantwoording van de wethouder. Andere fracties hebben geprobeerd e.e.a.
te verhelderen, zoals GL en CU, dat hebben jullie heel goed gedaan, maar ik ben er nog niet gerust op, want ik begrijp het nog niet helemaal. Hoe gaan we dit nu vlot trekken? Toch weer de klankbordgroep in ere herstellen, lijkt me een heel goed plan, want ook wij vonden die klankbordgroep waardevol, we hebben echt goede sessies gehad. Het lijkt me belangrijk, dat we dan in die klankbordgroep allereerst met zijn allen precies helder krijgen wat er nu onder een buitenplanse activiteit wordt verstaan, zodat we het echt heel goed begrijpen. Dat we dan een lange lijst, die longlist opstellen met elkaar en samen proberen tot een shortlist te komen, want je kan nou eenmaal niet een superlange lijst maken. Wij gaan over de lengte van die lijst, zou ik zeggen. Die lijst kan wat mij betreft best door de tijd aangepast worden, want dat valt best uit te leggen aan de inwoners en dan ben je heus niet meteen een onbetrouwbare overheid. We willen juist graag goed zorgen voor de leefomgeving en dan moet er soms een item aan de lijst worden toegevoegd en soms blijkt toch dat een item overbodig is. Fracties hebben aangegeven, dat we die burgerparticipatie bij deze punten met bindend adviesrecht belangrijk vinden, maar dat de precieze invulling nog moet worden vast gesteld nadat de verordening burgerparticipatie is vastgesteld.
Het is volgens mij heel duidelijk, dat we graag in het voorstel willen hebben, dat er iets over burgerparticipatie wordt gezegd, namelijk dat het gedaan wordt. Ik wil via de voorzitter nu vragen of het nuttig is om de wethouder inhoudelijk op alle punten weer te laten ingaan. Ik zou liever hebben dat het voorstel wordt teruggenomen en dat we allerlei punten in de klankbordgroep gaan bespreken. Ik ben ook heel benieuwd, ik ga nu afronden, hoe de andere fracties kijken naar de bespreking van het volgende agendapunt, het plan van aanpak omgevingsplan, want dat vormt qua lijstje van items, waar de raad wel of niet over gaat, precies het spiegelbeeld van het lijstje van het bindend adviesrecht. Kunnen we dat nu wel behandelen? Dank u wel. De heer Van As: Ik maak misschien een klein beetje oneigenlijk gebruik van de interruptie. De oproep van mevrouw Verhoef om aan u als voorzitter te vragen of inhoudelijke beantwoording nodig is, daar zou ik toch willen vragen of het wel goed is om de wethouder te laten beantwoorden wat de implicaties zijn als wij dit niet gaan doen. Ik vind dat we dat wel met elkaar af moeten wegen. Ik kan me namelijk voorstellen in een uiterst geval als we niet zouden besluiten, dat we dan straks nergens meer over zouden gaan en dat wil ik ook voorkomen. Misschien is dat te scherp gesteld, maar laten we dat dan heel duidelijk hebben met elkaar.
De voorzitter: Ik beluister dat de commissie aangeeft: het moet terug naar de tekentafel, het moet meer diepgang krijgen, terug naar de klankbordgroep, we zijn niet volledig mee genomen, het is niet voldragen. Met andere woorden, ik concludeer dat u als commissie zegt: wij nemen het terug. De commissie wil dit dus niet verder behandelen. Terug naar de wethouder. Laten we de tijd ervoor nemen, opdat er een voldragen stuk komt, waar u als commissie een goed antwoord op kunt gaan geven. U weet: 1 juli gaat de omgevingswet zijn ingang vinden, hopelijk, je weet maar nooit, het is al een keer
15/19
doorgeschoven. De impact van het niet behandelen in de raad van december. Ik hoor u duidelijk zeggen dat de B van beeldvorming goed naar voren moet worden gebracht. Het tijdstip moet even afgestemd worden met de wethouder. De commissie neemt het nu niet aan en wil het niet naar de raad brengen, want men wil er nog nader over horen via beeldvorming en klankbordgroep. Dit is wat ik concludeer, wat u als commissie aangeeft. Ik wil van de wethouder horen wat de impact is en of het allemaal wel kan. De datum is 1 juli. Mevrouw Verhoef: Ik heb een punt van orde. Hoe zit het dan met de bespreking van het volgende punt? Gaat u daar iets over zeggen? Of gaat de wethouder daar iets over zeggen? De voorzitter: Het ligt in het verlengde van dit punt, dus ik ga ervan uit, dat de wethouder daar ook gelijk een antwoord op kan geven. Dat gaan we horen. Beantwoording college Wethouder Cnossen: U vat al heel goed samen wat mijn conclusie ook was na de tweede termijn van de raad. Het is niet rijp voor besluitvorming. Moet ik het terug nemen? Ik heb altijd geleerd: het college stuurt iets naar de raad en de raad moet zelf besluiten of het rijp voor besluitvorming is. U besluit in deze commissie: niet rijp voor besluitvorming. Dat begrijp ik, dan gaat het terug. Eerst beeldvorming.
De ambtelijke zorgen zijn beeldvorming januari, wanneer krijg je het dan terug in de raad? Gaat het dan over de verkiezingen heen, zadel je de nieuwe raad op met iets waarop ze zich moeten inwerken? Ik geef maar even het beeld, dat ik daarbij krijg. Dat ligt helemaal aan ons. Ik heb u duidelijk gehoord over klankbordgroep, dat heb ik in de eerste termijn al gezegd. Heel fijn om juist op die manier met elkaar na te denken over: wat betekent dit en wat betekent dit voor Lansingerland? Heeft het volgende agendapunt daar ook mee te maken? Ja, terecht, mevrouw Verhoef, dat spiegelbeeld herken ik ook. Het plan van aanpak zou je kunnen vaststellen, ik denk dat we daar mee door kunnen werken, zonder dat u het plan van aanpak direct vast stelt, dat de ambtenaren niet stil op hun handen hoeven te gaan zitten om hiermee verder te gaan, denk ik nu even, maar daar zullen we altijd over berichten. Het enige waar u nog over na zou kunnen denken, is de verordening commissie ruimtelijke kwaliteit, maar dat laat ik bij de voorzitter, want dat is beleidsarm overgezet. Op het moment dat die verordening is vastgesteld kan het college de leden, die op dit moment zitting hebben in de welstandscommissie opnieuw benoemen, dan zijn we ook op dat punt klaar voor de omgevingswet. De heer Jumelet: Toch even over de planning.
Ik kan me heel goed voorstellen, dat heb ik ook in mijn tweede termijn aangegeven, we hebben er natuurlijk alle belang bij, de heer Van As zal er misschien ook een vraag over stellen, maar ik kan me voorstellen, dat we afspraken zouden kunnen maken om in januari de beeldvorming te doen en dan in februari, de laatste raad voor de verkiezingen, dat we met elkaar afspreken dat we ernaar streven om in de raad van februari dit agendapunt af te doen. Dat zou ik ook heel reëel vinden. Ik kijk even naar de commissie, maar ook naar de wethouder, de handreiking: kunnen wij met elkaar afspreken dat we in januari een beeldvorming doen en in februari de oordeelsvorming en besluitvorming? Wethouder Cnossen: Mijn instructie zegt dat 11 januari de uiterste datum is voor de laatste vergadering voor de verkiezingen. Om in februari wat aan te leveren, moet het dus helemaal klaar zijn op 11 januari. Ik geef u dit mee, dit is het schema dat we met de griffie hebben afgesproken. De heer Jumelet: Volgens mij gaan we over onze eigen agenda, toch? Als wij met elkaar afspreken dat dit de route is, dan denk ik dat dit de route zou kunnen zijn. Wethouder Cnossen: Ik geef mijn instructies maar even. De heer Jumelet: Ik kijk ook even naar de raad. Als wij dit met elkaar vinden, dan denk ik dat wij ook die route kunnen afspreken qua termijnen, daar moeten we een klein beetje soepel in zijn.
De voorzitter: Uw oproep is helder. Laten we even kijken wat er tot de mogelijkheden behoort. Dit item is sowieso niet rijp voor bespreking. Laten we er de tijd voor nemen om dit tot een voldragen besluit te laten komen. Dat is mijn oproep aan u wel. Er moet geen druk op zitten van: we moeten dit en we moeten dat. Natuurlijk, we zitten met een gemeenteraadsverkiezing, maar laten we wel even kijken wat tot de mogelijkheden behoort. Ik zit in de agendacommissie, we gaan kijken wat er tot de mogelijkheden behoort. Uw oproep is helder. De heer Van As: Ik vind het wel belangrijk, ik wil wel even zeker weten, dat dit geen implicaties gaat hebben, waar we straks door verrast zijn. Ik weet niet of de wethouder daarop kan reageren. Is er een uiterste datum wanneer we dit geregeld moeten hebben? Of kan dit in augustus nog komen? De voorzitter: Ik mag er zelf wat van melden. Van 1 juli verwachten wij dat dat de ingangsdatum is, maar je weet maar nooit. We zullen kijken wat tot de mogelijkheden behoort, ervan uitgaande dat zeker 1 juli, tenzij. De heer Van As: Ik heb er een onbehaaglijk gevoel bij, of er niets mis gaat. Dat wilde ik benoemd hebben. Dan heb ik alle vertrouwen in u als lid van de agendacommissie, dat u dit goed bespreekt en ervoor zorgt dat het geagendeerd wordt. Volgens mij gaan we zelf over de agenda, ik kan me niet voorstellen, dat het niet goed komt.
De voorzitter: Het klopt, wij gaan over de agenda, wij van de agendacommissie zijn daar ook van en ik ben daar lid van. We houden alles scherp in de gaten, maar niets onder druk. 6.e Plan van aanpak omgevingsplan 2022-2029 De voorzitter: Dit punt schuift door.
16/19
6.f Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De voorzitter: Dit punt gaat over welstand, erfgoed, leden van de commissie. Wilt u dat wel besproken hebben? Ja? Oké. De heer Van As, VVD: Ik heb een ander ongemakkelijk gevoel. Ik weet niet of partijen lange woordvoeringen gaan hebben, dat kan ik niet inschatten, maar ik wil heel even naar het toilet. Ik wil graag vragen of we kunnen schorsen, want ik wil niets missen van de beraadslaging. De voorzitter: Vooruit, 5 minuten. Ik weet niet of iemand koffie wil halen voor zichzelf. Over 5 minuten gaan we verder. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We kunnen over dit onderwerp van gedachten wisselen, omdat hier dezelfde bevoegdheden blijven. Het krijgt een andere naam. Het gaat over het welstandsgebeuren en het erfgoedgebeuren. Het e.e.a. gaat zijn beslag krijgen bij de inwerkingtreding van de omgevingswet. De heer Hoppenbrouwer, L3B: De taken en de bevoegdheden van de huidige monumenten- / welstandscommissie komt straks bij de inwerkingtreding van de omgevingswet te vervallen van rechtswege zelfs. Ter continuering van die advisering moet de gemeente een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. Eigenlijk kunnen wij heel veel vinden, maar het is appeltje eitje.
Het is wel bijzonder, dat vooral die welstandscommissie, de nut en noodzaak discussie die de afgelopen jaren heeft plaats gevonden, is komen te vervallen. Immers, om de regeldruk te verminderen is in 2009 in de Tweede Kamer al gesproken over het voorstel om het advies van een welstandscommissie niet meer verplicht te stellen als raad. Door deze verplichte oplegging van de rijksoverheid wordt dat weer in ere hersteld. Ik had het even over die regeldruk. Het is misschien een onmogelijke vraag voor de wethouder, maar heeft ze enig zicht op wat werkdruk voor deze commissie gaat betekenen? Als dat niet kan, heb ik daar alle begrip voor, maar ik ben benieuwd of daar over nagedacht is. Wij hebben een welstandsnota, waar criteria in staan waar de commissie zijn advies op baseert. Is hiermee nou ook de nota komen te vervallen? Zo ja, op welke criteria gaan zij dat dan beoordelen? Verder een persoonlijk dingetje. Die hele welstandscommissie, in de fractie denken we er heel verschillend over. De één vond dat we hem moesten handhaven en de ander zei: helemaal weg. Ik blijf toch van mening, dat ik er wel een voorstander van ben, omdat ik soms zulke wereldvreemde keuzes in ons dorp zie, dat ik denk: hoe hebben we dit ooit kunnen goedkeuren? De vraag is dan: hoe gaat die nieuwe commissie straks die wereldvreemde keuzes ondervangen? Is dat ooit te ondervangen? Een laatste opmerking.
Er is een handreiking van de VNG, waarbij er een overzicht is van wat was en wat het wordt. Is het mogelijk om aan dat overzicht een couleur locale overzicht op te stellen? Wat betekent het voor ons, wat het was en wat het vanaf 1 juli wordt. Zitten er verschillen in? Het is in zijn algemeenheid advies, gelet op de discussie net, dat we het een beetje in kaart moeten brengen, omdat dat ons helpt. Dat waren mijn vragen. De heer Van As, VVD: Hier kunnen we kort of lang over praten, wij doen dat graag kort. Belangrijk dat het goed geregeld wordt bij de invoering van de omgevingswet en dat wordt het, getuige dit voorstel. Ik wil nog wel graag reageren op de heer Hoppenbrouwer, althans, die triggert mij m.b.t. het fenomeen welstandscommissie. Ik ken in mijn vrienden- en kennissenkring een aantal architecten. Wat ik heel vaak hoor: dat zijn de slagers die hun eigen vlees keuren. Dat is ook een beetje hoe ik ernaar kijk, ik ben niet overmatig enthousiast over het concept, maar we moeten het wel goed regelen met elkaar. Voor ons kan dit als een hamerstuk naar de raad, tenzij één van de andere partijen nog komt met een aanvulling of aanpassing, maar als ik dat niet hoor, kan het voor ons als een hamerstuk. Dank u. De heer Van Harn, CDA: We hebben vanavond lang gesproken over het bindend adviesrecht omgevingswet.
We hebben er lang over gesproken, maar hier hoeven we niet lang over te spreken. Dit kan hier heel kort. Er staat in: met dit voorstel continueren en formaliseren wij de huidige werkwijze. Ik heb enige ervaring, wanneer de welstandscommissie in de commissie ruimte werd behandeld, dan was dat meestal een formaliteit, een hamerstuk, ook al was ik het daar niet altijd mee eens. Voor mij is het nu vanavond wel een hamerstuk. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: De welstandscommissie, straks de commissie ruimtelijke kwaliteit, zal altijd vooren tegenstanders kennen. Aan de andere kant: we mogen blij zijn dat we een fatsoenlijke ruimtelijke ordening hebben en dat de beeldkwaliteit toch redelijk op orde is. Ik zou wederom de heer Hoppenbrouwer de hand kunnen reiken, de liefde bloeit helemaal op, blijkbaar. Mijn fractie kan zich heel goed vinden in dit voorstel. Wij hopen van harte dat deze commissie ruimtelijke kwaliteit ook in d toekomst juist op iconische wijze onze beeldkwaliteit kan helpen vorm geven. Op het moment dat je in Lansingerland bent wil je zien dat we in Lansingerland zijn en niet dat we in elk willekeurig ander dorp of stad zouden kunnen zijn. In die zin zie ik het ook als een uitdaging om de ruimtelijke kwaliteit een
17/19
impuls te geven. Ik hoop van harte dat deze commissie daaraan kan bijdragen. Wij zullen van harte dit voorstel steunen. Dank u wel. Het kan een hamerstuk zijn. De heer Hofman, CU: Ik ga proberen om nog korter te zijn dan mijn voorgangers. Het is een hamerstuk voor ons. De heer Van der Stad, D66: Wij kunnen instemmen met de verordening commissie ruimtelijke kwaliteit bij aanvang van de omgevingswet. D66 ziet het belang van aspecten, zoals het cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Ook wij willen gelijk aan het college vragen dit beleidsneutraal in te voeren ten behoeve van een goede omgevingskwaliteit. Dank u wel. De heer Duk, GL: Ik ben blij, dat ik niet in België woon met roze huizen, waar een paars huis naast staat, waar dan weer Griekse of Romeinse pilaartjes voor staan. Deze commissie, die we hier bespreken, hoedt ons daarvoor. Het is dus voor ons een hamerstuk. De heer Xhemaili, PvdA: Ik onderschrijf de woorden van de heer Duk en de heer Van der Stad. Voor ons ook een hamerstuk. De voorzitter: Er zijn nog vragen van de heer Hoppenbrouwer. Wat gaat er allemaal per 1 juli gebeuren? En nog een vraag m.b.t. de welstandsnota. Wethouder Cnossen: Die had ik ook genoteerd.
De welstandsnota valt onder het overgangsrecht, dus zolang wij geen nieuwe nota vast stellen, die dan vast een andere naam heeft, blijft die gelden als we de commissie ruimtelijke kwaliteit op orde hebben. U vroeg ook naar de regeldruk. Wat wordt de werkdruk voor deze commissie meer met de nieuwe omgevingswet? Dat weet ik inderdaad niet. Zullen we die als technische vraag noteren? Ik weet niet of er een antwoord op te geven is, maar dat is ook een antwoord, als we dat niet weten. Een was/wordt overzicht. Het is puur technisch, beleidsarm, er verandert niets, dus ik zou u willen voorstellen op dit moment dat voor kennisgeving aan te willen nemen en op dit moment niet het debat was/wordt neer te zetten, omdat er geen verschillen zijn, behalve de nieuwe woorden die de omgevingswet ons voorschrijft. Dank. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: De wethouder heeft mijn vraag beantwoord, het lijkt me netjes als ik daar even op reflecteer. De regeldruk hoeft u niet als technische vraag te beantwoorden, ik denk dat dat een soort bezigheidstherapie wordt. Het ging mij om het bewustzijn, even los wat je van welstand vindt, dat er ook in de Tweede Kamer een hele discussie was over de werkdruk. Ik denk dat we het qua capaciteit goed moeten monitoren, maar dat is een interne aangelegenheid.
Blij te horen, dat de welstandsnota blijft totdat wij iets anders hebben bedacht, dus dank daarvoor. Ik trek mijn verzoek om couleur locale als het gaat om een overzicht van was/wordt inderdaad in. Als u zegt dat het beleidsarm is en dat het alleen maar andere woorden zijn, bestemmingsplan is omgevingsplan geworden, dan moet ik dat even geloven. Ik had het zelf iets anders geïnterpreteerd, maar ik vertrouw erop. Dan rest mij ook mij aan te sluiten bij de rest van de raad, dat het een hamerstuk is. De voorzitter: Ik beluisterde bij de andere fracties ook een hamerstuk. Met andere woorden: een hamerstuk bij deze. Dat ging vlotjes. 7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: U heeft een aantal rapportages gekregen. Ik moet u melden, dat de heer Fortuyn helaas afwezig is vanavond. De heer Muis, D66: Ik houd er rekening mee, dat de heer Fortuyn er niet bij is, maar ik wilde toch even genoemd hebben dat het fijn is dat er zicht is op een oplossing voor de geluidsschermen langs de N209 Bleiswijk en dat er op korte termijn een bewonersbijeenkomst gaat komen, neem ik aan, dat is heel fijn. Dan station Rodenrijs. We lezen dat dat duurder gaat uitpakken, financiële overschrijdingen, ambtelijke uren extra, en dat die consequenties bij de zomerrapportage 2022 verklaard gaan worden aan de raad.
Dat lijkt me een beetje laat, dus ik hoop dat wethouder Fortuyn daar eerder indicatief al iets over kan zeggen, zodat we weten wat de orde van grootte is wat ten laste van de gemeente Lansingerland komt en wat de MRDH dus niet gaat betalen. Dan ook graag, als we toch een notitie maken voor de heer Fortuyn, het participatieproces luchtvaartbesluit Rotterdam The Hague Airport, we zouden graag de planning, die wordt genoemd van het participatieproces 2022, ontvangen. Ik denk dat de hele commissie die wel wil krijgen als die er is. Dank u wel.
18/19
Wethouder Cnossen: De vragen neem ik mee. Ik heb van wethouder Fortuyn nog wel een boodschap mee gekregen over de geluidsschermen, die de heer Muis noemde. U heeft daar informatie over gekregen bij de stukken. De heer Fortuyn wil graag deze commissie laten weten, dat de provincie laat weten, dat er nog wat vertraging zit bij de geluidsschermen. Dat gaat over iets ingewikkelds, iets technisch, wat ik niet helemaal kan duiden. Maar dat er bij de geluidsschermen helaas weer wat vertraging zit. De sluitingsdatum zal verschoven worden voor de aanbesteding. Dat is goed om er bij te weten. Ik had van mevrouw Arends ook een opmerking mee gekregen, maar ik wacht even tot u mij daar de gelegenheid voor geeft. De heer Van As, VVD: Een vraag over dit punt, de voortgang geluidsschermen N209. Allereerst even over de brief aan de inwoners. Ik vind die weinig informatiewaarde hebben. Er staat ook verder geen planning in. Volgens mij kunnen inwoners echt niet weten waar ze aan toe zijn. Ze worden het zat, dat weet ik ook, dus ik ben benieuwd wat de planning verder is en de bewoners informeren. Daar zou ik graag een reactie op willen krijgen van de wethouder. Ik heb begrepen dat er op 22 januari aanstaande een gesprek is met de provincie hierover. Volgens mij zijn er 3 partijen aan zet: gemeente, provincie en het waterschap.
Ik zou de oproep willen doen, daar wil ik ook een reactie op vragen van de wethouder, om alle partijen dan ook aan tafel te krijgen, zodat er een keer spijkers met koppen geslagen kunnen worden. Dat zijn de vragen, die ik aan de wethouder heb en ik ben benieuwd naar de beantwoording. Wethouder Cnossen: Ik zou willen voorstellen, dat deze vraag via de griffie beantwoord wordt aan de raad. De voorzitter: U krijgt op termijn X het antwoord, het wordt voorgelegd aan de heer Fortuyn. Mevrouw Verhoef, PvdA: Wethouder Cnossen had van wethouder Fortuyn blijkbaar een bericht mee gekregen voor ons: er zit vertraging bij de geluidsschermen. Er was in het memo, neem ik aan, dat zij heeft ontvangen van de heer Fortuyn een lijstje met technische punten. Ik ben heel nieuwsgierig toch wel naar die technische punten. Als de wethouder dat niet kan voorlezen, dan zou ik dat graag op schrift ontvangen. Dank u wel. Wethouder Cnossen: Ik heb een heel summier bericht gekregen, maar ik vraag om ook dit mee te nemen in de beantwoording. Wethouder Cnossen: Mevrouw Arends, de wethouder, vraagt u dit te vertellen, zij heeft gezegd: goed nieuws. Er is geen beroep ingesteld tegen het vastgestelde bestemmingsplan voor locatie Treurniet. De ontwikkelaar is inmiddels zijn aanvraag omgevingsvergunning aan het voorbereiden. Dit leek ons nieuws om ook direct met u te delen. Dank u wel. 7b.
Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Daar nog iemand over? Nee, ik zie niets. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Daar nog iets van te melden? Ook daar niets over. 8. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 22.50 uur: De rondvraag hebben we 7 december al gehad. Ik kom nu tot de sluiting van deze vergadering. Het was een lange zit, het was een fors onderwerp. Het wordt nu weer opgepakt en het komt zeker in één of ander gremium weer terug. Ik dank u voor uw inzet, we gaan weer over tot de orde van de dag. Nog een prettige avond, het is nog geen elf uur, dus u heeft nog iets aan uw avond. Tot de volgende keer.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
19/19