[BV21.0232] Verslag commissie Ruimte van 13 december 2021 (vervolg van 7 december 2021)
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Ruimte BV21.0232 Datum vergadering
: 13 december 2021
Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Wouter Hoppenbrouwer VVD : Mauriel van As CDA : Charles van Harn WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Jan Alsemgeest CU : Arjen Hofman D66 : Michiel Muis, Ronald van der Stad GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Menno Duk PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili Wethouders
: Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Nelleke Bouman : Karin Koemans
Afwezig Wethouders Leefbaar 3B VVD CDA CU
: Simon Fortuyn, Kathy Arends, Jan Willem van de Beukel : Henk Meester, Georgine Zwinkels : Matthijs Machielse : Hans van der Stelt : Kees Willem Markus
1. Heropening geschorste vergadering van 7 december 2021 De voorzitter, om 20.15 uur: Het is ruim kwart over acht en ik wilde gaan beginnen. We gaan verder met de vergadering, die ik geschorst heb op 7 december j.l. Bericht van verhindering heb ik gekregen van wethouder Fortuyn, mevrouw Cnossen zal het e.e.a. overnemen bij de actualiteiten uit de commissie als zich dat voordoet. Als er geen antwoord gegeven kan worden, komt dat later schriftelijk. De heer Markus is afwezig, ik zie de heer Hofman weer, de heer Dieleman is afwezig, mevrouw Zwinkels is afwezig, de heer Meester is afwezig en voor hem in de plaats is de heer Hoppenbrouwer. De heer Machielse is afwezig en de heer Van der Stelt is afwezig. Als het goed is, is meneer Duk nog en route. Ik ga niet met systemen werken met 5 of 3 minuten via de schermen, we doen het gewoon op de ouderwetse manier, mijn horloge werkt nog steeds. Een ieder welkom bij deze vervolgbijeenkomst en ook een ieder welkom, die via de webcast het e.e.a. volgt. We hebben vanavond een fors onderwerp op de agenda staan, dat is alles wat te maken heeft met de omgevingswet. In het verleden en afgelopen maanden hebben we daar het nodige over gehoord en er zal nu nog een aantal besluiten genomen moeten worden. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.d Aanwijzen gevallen bindend adviesrecht Omgevingswet De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik mag het woord voeren.
Om maar met de deur in huis te vallen. Wat L3B betreft, gaat het college terug naar de tekentafel en komt met een herintroductie van de klankbordgroep. De hoofdreden daarvan is, dat als je de stukken bij elkaar bekijkt, dan missen wij een integrale afweging, waar we als raad een besluit over moeten nemen. Ik ga even terug in de tijd. Op 2 juni werd ons als raad in een beeldvormende avond verteld dat er concreet in 2021 3 zaken moesten worden vastgesteld. 1, het vaststellen van de lijst bindend advies, dat is de lijst die we thans voor ons hebben. Waarbij nog 2 uitsplitsingen werden gemaakt over starten vanuit een omkering WABO VGB lijst, whatever. Ik ga ervan uit, dat dat voor ligt, maar er zou ook een overzicht komen, waarbij het verleden zou worden afgezet met de toekomst en dat zou ook nog gelinkt worden met thema’s uit de omgevingsvisie. Die afspraak is, wat ons betreft, niet nagekomen. De tweede afspraak, die met ons is gemaakt, is dat er een lijst zou worden vastgesteld met verplichte participatie en dan het vreselijke woord buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Ik heb er thuis mijn galgenspelletje mee gewonnen en ze zeiden: pap, dat is geen Nederlands woord, maar het was echt zo, dus ik heb weer een paar mensen zien hangen. En het derde wat we hadden afgesproken, is dat er participatiebeleid voorgelegd zou worden en
1/19
een participatieverordening. Dus die 3 dingen zijn niet nagekomen. Destijds hebben wij dat afgesproken om die integrale afweging te kunnen maken. Dat is niet aan de orde. Om goede besluiten te kunnen nemen. Immers, als we nu niets besluiten gaat alles wat planologie betreft naar het college en ik denk dat we dat niet zouden moeten willen. Dan nog een laatste citaat uit de beeldvorming van 8 september. Daar werden voorbeelden genoemd van wat we in het bindend advies zouden kunnen opnemen. Toen werd er gesproken over 25 woningen en thans is het wat mij betreft onduidelijk waarom het er nu ineens 40 zijn. Het gaat me niet zozeer om het getal, maar wel om de informatie en het feit dat andere gemeenten weer spreken over 10 of 50, maar dat kan couleur locale zijn. Verder heeft de VNG een handreiking aangereikt met allerlei voorbeelden. Dat wil niet zeggen, dat je dat allemaal 1 op 1 moet overnemen, maar wat ik jammer vind, ik heb ze niet geteld, maar er zijn 10 of 12 voorbeelden en we hebben in de raad niet de mogelijkheid gehad om de afweging te maken: zou dat voor ons ook van toepassing kunnen zijn? De antennes en windmolens staan er allemaal in, maar als voorbeeld neem ik even: het uitbreiden van bestaande niet-agrarische bedrijven met 15%. Wat het ook mag betekenen, maar ik kan me voorstellen, dat dat voor ons ook interessant is.
Ik kan me ook voorstellen, dat is een tweede voorbeeld: het uitbreiden en het oprichten van bebouwing in en nabij natuurgebieden. Ik vind het best interessant dat wij hier als raad vanuit dat bindend advies zeggen: nou, we hebben een Groenzoom, we hebben Rottemeren, daar willen we eigenlijk geen rood, daar willen we niet bouwen. Daar zou je een uitspraak over kunnen doen. Welke afweging we ook maken, het maakt me niet uit, maar we hebben niet de kans gehad om dat goed met elkaar door te nemen. Verder zou het misschien ook wel verstandig kunnen zijn om te zeggen: wij willen biomassacentrales, wel of niet, maakt me niet. Als we dat wel gaan besluiten, dan wil ik dat als raad gepresenteerd hebben. Om die redenen denk ik dat het niet voldragen is. Verder heb ik technische vragen gesteld, met dank voor de beantwoording. Dan raak ik toch een beetje in de war, want ik leef nu in de veronderstelling, de wethouder gaat mij misschien corrigeren, maar ik leef in de veronderstelling, de raad heeft nu veel zeggenschap over raadsbesluiten, als we dat nu niet gaan doen, dan mag het college zijn plannen maken. Bij de uitgangspunten, zoals in de technische beantwoording wordt gezegd: de raad blijft bevoegd tot het vast stellen van het omgevingsplan (oude bestemmingsplan). Ik dacht dat dat nou juist weg ging.
Het tweede is: de nu te delegeren werkzaamheden zijn voornamelijk werkzaamheden die in het huidige stelsel reeds bij het college ter besluitvorming liggen. Dan raak ik ook van het padje, want ik was in de veronderstelling dat de raad minder besluitmogelijkheden zou krijgen. Ik heb heel veel technische vragen, maar dat laat ik dan even liggen. Als laatste, want ik zit dik tegen die 5 minuten aan, vrees ik, is de participatie. Participatie vinden wij toch wel heel zwaar wegen. Ik heb een aantal collega’s al getipt: joh, ga nou eens kijken bij de gemeente Overbetuwe. Die hebben dat bindend advies op een rijtje gezet, maar ze hebben daarnaast ook meteen gezegd: als dit het niet is, dan vinden we in ieder geval, dat er een verplichte participatie moet plaats vinden. Die 2 afwegingen vindt L3B in ieder geval essentieel om hier een klap tegenaan te geven, want we weten eigenlijk niet waar we een klap tegenaan geven. Resumerend: terug naar de tekentafel en wederom herintroductie van de klankbordgroep. Dank u wel. De heer Van As, VV: Eén van de vereenvoudigingen die bereikt wordt met de invoering van de omgevingswet wordt met dit voorstel gerealiseerd. Wij wijzen gevallen aan, waarin het college ons advies in acht moet nemen bij ingediende omgevingsvergunningaanvragen.
Deze omdraaiing maakt dat er straks minder langs de gemeenteraad gaat en dat het college de bevoegdheid heeft om te beslissen. Dat vinden wij best spannend, om eerlijk te zijn. Heeft de raad straks nog wel voldoende te zeggen? Mijn collega van L3B haalde al wat voorbeelden aan. Worden we niet verrast? Het college schrijft in het voorstel al, dat het een inschatting betreft. Het omgevingsplan is ook nog niet af. Waar zeggen we ‘ja’ tegen? Dat is precies waarom wij het spannend vinden. We moeten het ook gaan zien of hoe we dit nu bedenken straks gaat uitpakken. En hoe dat gaat werken. Wij vinden het in ieder geval een goed voorstel van het college om de lijst met gevallen over 2 jaar te evalueren, maar over 2 jaar, misschien moeten we dat wel eerder doen. Dat voorstel, is dat dan een toezegging, laten we het in ieder geval als toezegging noteren. Mocht nou het omgevingsplan straks bij de uitwerking nog elementen bevatten, die we echt belangrijk vinden, die niet geraakt zijn, dan moeten we dat ook toevoegen aan de lijst met gevallen voor het bindend adviesrecht. Daar zijn wij als raad ook zelf aan zet, dus daar moeten we allemaal scherp op zijn de komende tijd. Ik ben het eens met de heer Hoppenbrouwer, het onderwerp had een eigen beeldvorming verdiend.
Begin september is het aan de orde gekomen met enkele gevallen benoemd, maar daarna hebben we er geen beeldvorming meer over gehad. Natuurlijk is het belangrijk, dat we door gaan in voorbereiding op de beoogde invoering per 1 juli, wat nog steeds niet helemaal duidelijk is en ik vraag me af of we dat gaan redden. Er zijn in het land een hoop zorgen. Voor volgende stukken wil ik het college oproepen om hierin echt extra af te wegen of een beeldvorming toch niet nodig is en op zijn plaats is. De heer Hoppenbrouwer haalde ook de klankbordgroep aan, daar kunnen we ons goed in vinden, daar zijn we een groot voorstander van om dat weer in ere te herstellen. Dat werkte goed, we hadden goede discussies met elkaar, het heeft ook mooie producten opgeleverd. Terugkomend op het raadsvoorstel. In de kanttekeningen wordt ingegaan op de overschrijding van beslistermijnen van aanvragen: 8 weken plus 6 weken verlengingsmogelijkheid. Ik vind het echt absoluut niet kunnen dat op
2/19
voorhand wordt aangegeven, dat bij een benodigd raadsbesluit de termijnen niet worden gehaald. Althans, zo lees ik het stuk. Het college moet hier de verantwoordelijkheid gewoon nemen om die termijnen te halen. Als er een situatie is waarbij straks, als we over dit besluit positief oordelen, een raadsbesluit nodig is, dan vraagt dat ook een goede planning van het college. Laten we dan ook afspreken, dat we de agenda van de commissie ruimte niet zo vol plannen als nu, zeker in de laatste maanden van deze raadstermijn bijvoorbeeld. Laten we ruimte laten om punten toe te kunnen voegen, dan hoeft er op voorhand niet worden gesteld, dat dan termijnen niet gehaald zouden worden. Laten we dat dan ook aankijken. Vooraf aangeven, dat we termijnen niet gaan halen, dat kan gewoon echt niet. De heer Duk: Ik hoor de VVD-fractie mij heel gelukkig maken door te zeggen, dat we een klankbordgroep moeten oprichten. Hij veronderstelt ook, dat we dit raadsvoorstel aannemen. Wat moet die klankbordgroep nog doen? De heer Van As: De klankbordgroep zou bijeen moeten komen om ons mee te nemen, als beeldvorming, om met elkaar het gesprek aan te gaan over hoe een voorstel als dit moet worden uitgewerkt.
Ik denk dat we in de tijd er niet aan ontkomen en dat we dit voorstel wel aan moeten willen nemen, met die kanttekening dat we en gaan evalueren en dat we ook zelf scherp moeten zijn op alle onderwerpen waarvan wij het belangrijk vinden, dat we die in ieder geval voorbij zien komen. Dus ik vind het een gemiste kans, dat we dat nu niet hebben gedaan, maar ik vind het belangrijk, dat we dat in het vervolg weer wel gaan doen. De gevallen waarin een bindend advies nodig is, zoals die hier staan. Wat ons betreft staan hier geen hele vreemde dingen, maar we vragen ons wel af: hoe is deze lijst nu samen gesteld? In navolging van de heer Hoppenbrouwer. Is er een analyse op aanvragen in de afgelopen periode gedaan? Hoe zijn de normen, zoals aantallen woningen en hoogte, bepaald? Welke wegingen zijn er gedaan? Deels nog in antwoord op de interruptie van de heer Duk, dat zijn dingen waar we mooi in die klankbordgroep van gedachten over kunnen wisselen en ook dingen mee geven. Wij kunnen ons in deze lijst op zich wel vinden, met de kanttekening dat we echt het recht voorbehouden om deze aanwijzing aan te vullen. Dat is ook ons recht, denk ik, of om dit aan te passen na gereedkomen van het omgevingsplan. De heer Hoppenbrouwer haalde het al aan, wat we nu wel missen is iets over onze mooie groengebieden, de grote groengebieden, in het bijzonder de Rottemeren, het Annie M.G.
Schmidtpark en de Groenzoom. Wij vinden het belangrijk, dat deze gebieden groen zijn en blijven. Het zijn de gebieden waar we allemaal, hopelijk althans, heel graag wandelen, fietsen en vertoeven. Wij vinden dit zo belangrijk, dat deze ook een plek verdient in de aanwijzing, waar de gemeenteraad adviesrecht heeft. De heer Hoppenbrouwer benoemde hem al, wij waren eigenlijk al van plan om hier een amendement op in te gaan dienen. Ik trek heel graag samen op om dit toe te voegen aan het voorstel, omdat dit zo belangrijk is en echt een plek verdient. Als laatste de burgerparticipatie. In het voorstel gaat het college in op de belangrijkheid van burgerparticipatie bij de omgevingswet. Wij snappen dat bij dit agendapunt niet ingegaan wordt op burgerparticipatie zelf, het is ook een ander lid van het college die daar over gaat. Als reden wordt gegeven door het college, dat het nog in de maak is. Het wordt nu echt weleens tijd om met die burgerparticipatie over de brug te komen. We hebben veel voorbeelden al gehad in deze raad, we hebben veel gehoord: daar zijn we mee bezig, het komt eraan. We zien dat onze inwoner aan de hand van die voorbeelden zich niet gehoord voelen, niet merken dat er iets wordt gedaan met de input als er iets vanuit de gemeente wordt georganiseerd, dat is gewoon heel erg zonde. Wat ons betreft de oproep: laat hen niet in de kou staan met die burgerparticipatie.
Dat was mijn bijdrage, dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Er komt heel wat op ons af. Eerst de omgevingsvisie, vervolgens het omgevingsplan en ook de omgevingswet, die nu naar verwachting 1 juli 2022 in werking zal treden. Vanavond staat het bindend adviesrecht op de agenda. Daarin geeft de raad aan waar zij over wil beslissen wanneer er zich een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voordoet, moeilijk woord. De nu voorliggende lijst voor de gevraagde beslissing is arbitrair, zo stelt het college zelf, omdat het moeilijk te voorzien is welke gevallen zich zullen aandienen. Dank aan L3B, die ons heeft getipt over de side waarop de gemeente Overbetuwe in voorkomt en waarin heel andere getallen naar voren komen dan in de lijst zoals wij die vanavond zien. Overbetuwe spreekt over 4 woningen, terwijl in de voorliggende lijst van ons over 40 woningen wordt gesproken. Dan vraag ik me af: waar komt dat getal vandaan? Hoe logisch of onlogisch is dat? Zo zijn er nog wel een paar voorbeelden te noemen, collega’s hadden het over de groenvoorzieningen, ik weet niet of er ook infrastructurele werken bij horen, kunstwerken of paden, dat hoor ik graag van de wethouder. Volgens ons gevoel is de huidige lijst niet compleet. Ik zou graag van de wethouder horen hoe zij hier tegenaan kijkt en waar nu de voorliggende lijst op gebaseerd is, want dat is wel de grote vraag.
Als CDA-fractie zijn wij van mening dat de nu genoemde aantallen arbitrair zijn, ook al begrijpen wij dat efficiency een belangrijke factor is. Hier wil ik het in deze termijn bij laten. De heer Jumelet, WIJ: Ik zeg het niet vaak, maar ik ga het toch vanavond een keer zeggen. Hetgeen de heer Hoppenbrouwer te berde bracht is mij bijna uit het hart gegrepen. U hoort het goed, meneer Hoppenbrouwer. Toen wij het raadsvoorstel lazen, bekroop ons wel de gedachte: waarom heeft hier geen raadsparticipatie plaats gevonden? Uiteindelijk probeert het college toch een afspraak te maken met de raad als het gaat: hoe leggen we de lat als het gaat om dit verhaal? Het is natuurlijk een heel lastige
3/19
discussie: wie gaat waar over? Over het algemeen, dat heb ik wel vaker gezegd, gaan wij als raad over de wat-vraag en het college over de hoe-vraag. In die gedachte is het ook heel arbitrair, de collega van het CDA noemde het ook al arbitrair: waar leg je de grens, waar leg je de lat, als het gaat om bijvoorbeeld het aantal woningen? 40, op basis waarvan? Waarom niet 35? Waarom niet 50? Waarom niet 4, zoals in een collega-gemeente aan de orde is? Het had zo mooi geweest als we dat hadden besproken in de klankbordgroep, zoals we hem hadden. We hebben de afgelopen periode inhoudelijk heel veel tijd besteed in de klankbordgroep om over de inhoud van gedachten te wisselen en waarom is dat op dit cruciale punt niet gebeurd? Als ik het voorstel lees, dan lijkt het wel of het heel erg gedreven is door de termijnen, die gehanteerd worden binnen de regels, de 8 weken met een eventuele verlenging. Op het moment dat dat leidend is, dan moeten we het proces anders inrichten, waardoor de raad wellicht toch zijn positie kan hebben en houden, dan door te zeggen: we halen het bij de raad weg, je kan het beter bij het college leggen, want dan gaat het sneller. Dat vind ik een beetje een omkering van zaken.
Volgens mij moeten we beginnen bij het begin en dan is de vraag: hoe leg je de lat neer? En de volgende vraag is dan: hoe gaan we het regelen, zodat we binnen de termijnen van de wet blijven? Wat ik ook wel gemist heb in het raadsvoorstel, misschien had dat juist aan de orde kunnen komen als er een beeldvorming was geweest: het vergelijken met de huidige situatie. Het blijkt een beetje uit de lucht te komen vallen en dat maakt dat het oncomfortabel voelt. Met de woorden van de heer Hoppenbrouwer te spreken: we weten eigenlijk niet waar we ja tegen zeggen. Dat maakt hem wel ingewikkeld. U weet, dat wij in het klankbordgebeuren altijd heel positief zijn geweest over de omgevingswet, we hebben daar expliciet een best grote bijdrage aan willen leveren, opbouwende kritiek ook te geven, maar op dit punt raakt u ons toch een klein beetje kwijt, want waar zeggen we nou eigenlijk ‘ja’ op? De collega’s zeiden het al, de groengebieden, hoe zit het daar nou mee? Het zijn allemaal heel wezenlijke vragen, we zeggen misschien ‘ja’ tegen een raadsvoorstel, maar we weten eigenlijk niet hoe het uitwerkt straks. Het zou toch heel vervelend zijn als we straks onze positie als raad, het hoogste orgaan van deze gemeente en die gaat over de wat-vraag, dat wij een bepaalde bevoegdheid weggeven en waar we achteraf dan heel erg spijt van hebben.
Ik wacht graag de beantwoording af van de wethouder als het gaat om de vragen die gesteld zijn, haar visie op het hele proces, ook rondom de klankbordgroep, maar in het vergelijk met andere gemeenten en met de huidige situatie. Wij zijn nog niet zover dat we zeggen: dit is een hamerstuk. Het zijn misschien grote woorden, die gesproken zijn, misschien moet je terug naar de tekentafel, maar zo langzamerhand gaat het een beetje voet aan de grond krijgen bij onze fractie, want het is toch wel een heel belangrijk besluit, dat nu voor ligt. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Het gevoelen is nog niet helemaal positief over dit stuk, merk ik. Als ik even kijk naar sec de inhoud van de beslispunten. We kunnen op zich wel volgen in hetgeen het college voorstelt, waar wij een bindend advies over zouden moeten hebben. Daarin proberen we feitelijk zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande praktijk van bestemmingsplannen, aangevuld met wat we erbij gekregen hebben vanuit andere overheden. Die omgevingswet komt er. Eigenlijk heb ik ergens zoiets van: we moeten het gewoon gaan doen, gaan uitproberen. Dat vereist dat we vertrouwen hebben in het collge. Niet alleen in dit college, er zit een wethouder van de CU waar we tegenaan praten, daar heb ik best wel vertrouwen in, maar we moeten eigenlijk ook vertrouwen hebben in komende colleges.
Geen idee welke wethouder er dan zit, maar dat vertrouwen wil ik wel uitspreken, dat vertrouwen hebben we wel. De hamvraag is alleen wel: hoe kunnen we het straks nog een beetje bijbuigen? Want dit is zo groot, dat we eigenlijk niet weten waar we het over hebben. Op het moment dat je in de raad komt, dan ga je je bezig houden met datgene waar de raad over gaat. Dit is eigenlijk een soort van meta-moment: wij mogen nu bepalen waar de raad over gaat. Waar komen we nu achter? De menukaart ontbreekt. Op dit moment weet ik eigenlijk helemaal niet zo goed welke collegebevoegdheden het college allemaal gebruikt om besluiten te nemen, waar ik eigenlijk ook wel iets van vindt. Ik ben er op een gegeven moment ingerold, in dit werk, en dan ga je datgene doen waar je voor gesteld staat als raad en de vragen, die je niet krijgt, ga je ook niet beantwoorden. Ik denk dat we wel kunnen stellen, dat we in de afgelopen jaren niet zo gek veel fout hebben zien gaan met datgene op het ruimtelijke domein, wat we gedelegeerd hebben aan het college. Dat geeft mij vertrouwen.
De heer Jumelet: Heeft u er dan geen behoefte aan om een vergelijk te hebben met wat de huidige afspraak is tussen de raad en het college om goed te kunnen inschatten wat de betekenis is van hetgeen nu voorgesteld wordt? U zegt: ik heb niet veel verkeerd of fout niet gaan, maar wellicht liggen de afspraken toch wel anders dan ze nu in het raadsvoorstel verwoord zijn in de nieuwe situatie. Heeft u daar dan geen behoefte aan? De heer Hofman: Die behoefte heb ik zeker en daar wilde ik nog op komen. Als de heer Muis eerst kan, dan maak ik daarna mijn termijn af, dan zult u het antwoord op uw vraag krijgen. De heer Muis: Ik hoor de heer Hofman zeggen: niet veel verkeerd gegaan. Er is wel veel onduidelijkheid geweest in een behoorlijk aantal ruimtelijke dossier en dat heeft er mede mee te maken, dat er onduidelijkheid was over rol en positie van college en raad en niet te vergeten burgerparticipatie. Dan vind ik het best wel opmerkelijk om dan te stellen, dat dit niet tot problemen heeft geleid. Het zou juist iets moeten zijn om nu goed te regelen. De vraag is dan: is de heer Hofman het daarmee eens? De heer Hofman: Ja, daar ben ik het zeker mee eens. Daar waar we het hebben over een scheiding tussen collegebevoegdheden en raadsbevoegdheden,
4/19
voorbeelden die u aanhaalt zijn voorbeelden uit het ruimtelijke domein, waarbij besluitvorming voorafgaand aan raadsbesluitvorming doorgaans de collegebevoegdheid was, waar iets niet helemaal lekker in ging, dat zijn nou typisch wel de dossiers waar we als raad wel iets van vinden en die ook op ons bordje komen, dus die sowieso ook raadsattentie krijgen. Ik geef toe, meneer Muis: het is niet makkelijk om die scheiding heel makkelijk te maken. Wat wil je nou kwijt aan het college, wat geef je ze in vertrouwen te doen, en waar willen we als raad nog wel van zijn? Om even verder te gaan met wat ik nog wilde zeggen in deze termijn. Aan de ene kant hebben we datgene waar we heel graag inspraak op willen hebben, maar willen wij nou niet teveel inspraak? Wil ik eigenlijk wel elke commissievergadering over antennemasten praten? Om maar een voorbeeld te geven. Misschien wil ik dat wel, maar elke maand een antennemast, we kunnen het maar druk krijgen. Ik denk dat evaluatie na 2 jaar erg belangrijk is en misschien wel eerder. We hebben behoefte aan het integrale plaatje. De heer Duk: Hoe vaak heeft deze commissie tot nu toe over zendmasten gesproken? Volgens mij is dat nu ook een raadsbevoegdheid. De heer Hofman: Is dat zo? Dan is het niet zo vaak. We moeten kijken waar we die evaluatie gaan doen.
Als we dit besluit nu gaan aannemen, of we gaan terug naar de tekentafel en we nemen het besluit nog niet aan. Wat ons betreft zetten we meer in op: laten we die evaluatie naar voren trekken en dan wel met het integrale plaatje komen, want dan hebben we een tijdje kunnen proefdraaien met wat er nu voorligt. Als we nou na een paar maanden zoiets hebben van: dit is langs gekomen, beste college, daar hadden we eigenlijk ook van willen zijn. Dan denk ik dat het goed is om dat in zo’n evaluatiemoment te gaan bijschaven. Dat was het in de eerste termijn. De heer Hoppenbrouwer: Ik wil nog een vraag stellen. Er zijn meer partijen die beginnen over die evaluatie, ik had hem ook aan een ander kunnen stellen, maar u hamert er zo op, omdat u niet neigt naar terug naar de tekentafel. Die evaluatie na een jaar of twee jaar, leidt dat dan niet tot een onbetrouwbare overheid? Dan hebben we spelregels verzonnen en dan komt het ons ineens niet uit, waar inwoners dus direct last van hebben, en dan gaan we ineens de spelregels veranderen. Vandaar dat ik een pleidooi doe. Dat is mijn vraag: denkt u niet dat dat gaat leiden tot een onbetrouwbare overheid richting de inwoner? De heer Hofman: Idealiter doe je het vooraf, ik denk dat dat het kortst mogelijke antwoord is.
De heer Hoppenbrouwer: Met andere woorden: u neigt toch naar de tekentafel? De heer Hofman: Ik wacht hierin even de beantwoording van de wethouder af. De heer Van der Stad, D66: Eén van de verbeterdoelen van de omgevingswet is dat de gemeente sneller zal gaan beslissen op aanvragen omgevingsvergunning. Een nobel streven en goed voor aanvragen, die voldoen aan het omgevingsplan. Ook aanvragen, die niet voldoen aan het omgevingsplan, dienen binnen korte termijn beoordeeld te worden door de gemeente. Om zaken te kunne versnellen en om druk bij de raad weg te halen, is in de nieuwe wet geregeld, dat alle beslissingen bij het college liggen, tenzij de raad aangeeft een bindend adviesrecht te wensen op specifieke onderdelen. Dat wordt spannend. Het voorliggende raadsvoorstel gaat over het aanwijzen van deze specifieke gevallen en bij het voorstel met gemaakte keuzes is, zo lees ik althans, gelet op de mogelijke impact op de fysieke leefomgeving. Een goede gedachtegang en op het eerste gezicht een logische lijst, overigens zonder onderbouwing. Het eerste onderdeel dat voorgesteld wordt, het bouwen van 40 woningen, dat is toch wel een bijzondere. Stel, iets of iemand komt met een voorstel tot de bouw van 40 woningen. Als raad kunnen wij daar dan niets meer over zeggen.
Terugkijkend naar de achterliggende periode denk ik aan projecten waar dit prima praktijk zou kunnen zijn, maar ik denk ook aan projecten waarbij de invloed op de omgeving groot is en waarbij wij als raad, commissie, een sterke mening hadden middels interactie met de omgeving. Zelfs over de bouw van een enkel pand, bijvoorbeeld in de Groenzoom. De impact op de fysieke leefomgeving heeft niet alleen te maken met de grootte van de afwijking. Een project met een laag aantal bebouwingen op een discutabele locatie kan net zo goed grote impact hebben op de omgeving. Hoe baken je zoiets af? Waar komt de grens van 40 vandaan? Een strook waarop 40 woningen passen naast de andere stroken waar er 40 op passen, spreek je dan over 2 afzonderlijke projecten van 40 of zijn het er 80? Wij vernemen graag hoe dit gezien dient te worden. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt in aantallen woningen binnen en buiten de bebouwde kom. De VNG noemt 20 woningen voor de bebouwde en 5 voor buiten de bebouwde kom. Waarom stelt het college er dan 40 voor, zonder onderscheid te maken tussen binnen en buiten bebouwde kom. Wat is daarbij de argumentatie? In de illustratie van de VNG wordt verder ook genoemd het uitbreiden of oprichten van bebouwing in en nabij natuurgebieden of van een bepaalde omvang en inhoud.
Wat is de reden dat de illustratie van de VNG niet gevolgd wordt? Er staan goede voorbeelden in, die voor D66 zeer wenselijk zijn om op te nemen voor Lansingerland. Verder de participatie. Dat is een aparte en belangrijke pijler op de omgevingswet. Burgerparticipatiebeleid is echter nog niet gereed. Tegelijk is het relevant en bepalend voor de te maken keuzen voor waar we als raad wel en niet bij een bindend advies over willen gaan. Waarom is er niet gekozen om te wachten tot het voorstel voor de participatie wordt besproken? Zeker omdat we als D66 met buitenplanse activiteiten verplicht eisen willen stellen aan participatie c.q. een koppeling is gewenst. De lijst is arbitrair. De 40 woningen vinden we onvoldoende onderbouwd. Als het college niet met een betere onderbouwing komt overwegen we een amendement om het te schrappen of te wijzigen. We zullen er mee moeten oefenen in de praktijk, daarom is het wenselijk de lijst 1 jaar na inwerking treden tegen het licht te houden i.p.v. na 2 jaar. De VVD refereerde ook al aan deze timing. D66
5/19
overweegt er een motie voor. Net als L3B missen we een integraal overzicht over de positie van de raad en we zouden hier eigenlijk pas over kunnen besluiten als het participatiebeleid gereed is. Het voorbeeld dat L3B heeft gegeven van de gemeente Overbetuwe spreekt ons zeer aan en ervaren we als essentieel, te weten verplichte participatie met het aanwijzen van bindend adviesrecht. Tot zover onze bijdrage. De heer Duk, GL: Dit is het meest fundamentele en verstrekkende debat, dat ik in deze commissie heb gevoerd. Als je begint als raadslid, krijg je 2 lessen steeds te horen: de raad is het hoogste orgaan in de gemeente en als volksvertegenwoordiger vertegenwoordig je de kiezers. Door de omgevingswet wordt de directe invloed van de raad en van de burger op de fysieke ruimte beperkt. Per slot van rekening wordt het aantal casussen waarin zienswijzen vanuit de bevolking of een besluit door de raad nodig zijn beperkt. Verder wordt de beslissingsbevoegdheid bij het niet direct gekozen college gelegd in plaats van de direct gekozen raad. Dit heeft de wetgever bewust gedaan om besluitvorming te versnellen en te vereenvoudigen. GL vindt de prijs die daarvoor betaald wordt, namelijk de beperking van de invloed van de raadsleden, belangenverenigingen, vrijwilligersorganisaties en inwoners te groot. Daarom heeft GL in de Tweede Kamer ook tegen de omgevingswet gestemd.
Wel is het dankzij de Kamerleden van GL, D66 en CDA dat we dit debat nu voeren. Op hun initiatief is het bindend adviesrecht voor de raad toegevoegd aan deze wetgeving, daar ben ik blij om, het had nog erger kunnen zijn. Het is goed dat het college heeft nagedacht over in welke gevallen er advies gevraagd dient te worden aan de raad, al betreur ik het ten sterkste dat de raad hierin niet is meegenomen. Waarom is er niet gekozen voor een coproductie, zoals de omgevingsvisie zelf? Ik heb een aantal bedenkingen bij het voorliggende stuk, met name op de volgende punten. De criteria waar een advies dient te worden gevraagd aan de raad, de criteria waar de uitgebreide procedure wordt ingesteld en de periodieke evaluatie van deze grenzen. Ik zal deze puntsgewijs behandelen. Ten eerste de grens van het bindend advies. Deze lijkt nogal arbitrair. In de beantwoording van de technische vragen van de heer Hoppenbrouwer lijkt het college ook met andere grenzen te rekenen, namelijk niet met de in 1.a genoemde 40 woningen, maar met de 10 uit de vragen van de heer Van Harn. Het lijkt me zeer wenselijk om als een arbitraire keuze moet worden gemaakt, dat in de politieke arena te doen. Het college laat hiermee zien waarom GL een ruime regeling wil voor een bindend advies en keuzes wil laten maken waar dat hoort: de raad en niet het college.
Het vertrouwen dat de CU uitspreekt in komende colleges spreek ik nog niet uit. Vertrouwen is goed, controle is beter. Het behoud van groen is door mijn voorgangers al besproken, dus dat stuk van mijn spreektekst kan ik met het oog op de klok laten liggen. Op dit punt heb ik wel 3 vragen aan de wethouder. Van de andere partijen hoor ik graag wat zij van deze keuzes vinden. Klopt het dat het college slechts 10 woningen aanhoudt of wacht zij een amendement op dit punt af? Waar is deze keuze op gebaseerd? In het coalitieakkoord wordt gesproken van een maximale bouwhoogte van 15 meter in de centra van de kernen. Waarom heeft het college het overschrijden van deze hoogte niet als criterium om advies te vragen opgenomen? Waarom wordt er verder een uitzondering gemaakt voor de glastuinbouw? Klopt het dat hierdoor bij wijze van spreken een college kan besluiten de bouw van een enorme kas midden in Wilderszijde of de Driehoek Noordpolder toe te staan, zonder daarover bij de raad of bevolking om een reactie te hoeven vragen. Daarmee kom ik bij de criteria waar de uitgebreide procedure wordt ingesteld. Ik kan deze criteria niet vinden. Zou de wethouder ons mee kunnen nemen in hoe deze keuze wordt gemaakt en welke invloed de raad hier nog kan hebben? Als afsluiting zou ik willen pleiten voor een periodieke evaluatie, niet voor 2 jaar maar elk jaar en na een aantal jaar elke raadsperiode.
Ik hoor graag van de wethouder en van de andere partijen wat zij vinden van dit voorstel. Zoals u merkt, het voorliggende document is voor ons vooral een aanzet tot een opzet van een verdere uitwerking en daarom vraag ik de wethouder om dit stuk terug te nemen en in coproductie met de raad tot een nieuwe versie te komen, liefst naar voorbeeld van Overbetuwe. Als de wethouder aangeeft, daar niet toe bereid te zijn of goede redenen heeft om daarvan af te zien, overweegt GL amendementen, net zoals in de Tweede Kamer. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Bij de inwerkingtreding van de omgevingswet zal de raad een aantal beslissingen uit handen moeten geven. Dat is niet erg, een aantal ruimtelijke zaken kunnen we best toevertrouwen aan het college, maar welke zaken dat zijn, daar hadden we als commissie wel meer bij betrokken willen zijn geweest. Nu is er een lijst uit de losse pols gemaakt door het college. Jammer dat hier geen gesprek over is geweest, bijvoorbeeld als onderdeel van de best goed georganiseerde en ook echt goed uitgevoerde klankbordgroep bijeenkomsten, die we hebben gehad.
Nu dat niet is gebeurd, zou ik minimaal willen weten van het college en ik hoor dat graag van de wethouder: wat was eigenlijk de longlist, de lange lijst van punten, die op deze lijst hadden kunnen staan? Hoe is het college tot deze shortlist, deze kortere lijst, gekomen? Heeft het college zelf hier een gesprek over gehad? Het lijkt me niet nodig om weer een aparte klankbordgroep op te gaan tuigen, maar er moet zeker nog wel een slag overheen. Voor ons mist een aantal dingen, de fracties hebben al verschillende dingen genoemd. Groengebieden, waar we als gemeente iets over te zeggen hebben, hadden we graag op die lijst zien staan. Bouwen nabij groengebieden, impactvolle uitbreiding van agrarische bedrijven, ook al gaan we daar niet altijd over, maar soms is er echt veel invloed op de omgeving. Bouwen van grote
6/19
energiecentrales, mocht dat aan de orde zijn, zoals biomassacentrales. Het bouwen van een groot datacentrum, denk maar eens aan Zeewolde, je weet niet wat hier nog kan gebeuren. Tijdelijke huisvesting voor vluchtelingen, waarvan we hopen dat het binnenkort aan de orde zal zijn hier, natuurlijk zal de raad daar dan over mee willen beslissen. Flexwoningen en ga zo maar door. Ik zou scherper willen hebben, dan sluit ik me ook aan bij een aantal andere fracties, hoe bij die lijst van uitzonderingen die we eventueel gaan vaststellen bij de raadsvergadering, hoe bij die lijst de burgerparticipatie is geregeld. Er staat in het voorstel, in de begeleidende tekst, dat burgerparticipatie niet vereist is, maar de raad kan dit voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht stellen. Dan citeer ik: omdat het burgerparticipatiebeleid bij het schrijven van dit advies nog in de maak is, is hiertoe nu geen voorstel gedaan. Ik zou zeker bij het eventueel vast stellen van dit voorstel, misschien geamendeerd, in de raadsvergadering wel duidelijk willen hebben dat hier burgerparticipatie bij zal zijn, eventueel via een amendement of een motie. De punten, die er nu op staan, daar kunnen we ons eigenlijk wel in vinden. Het zijn best redelijke punten, maar wij hebben ook wel onze bedenkingen bij het punt waar staat, dat er alleen bij meer dan 40 woningen de raad in beeld komt.
Ook wij vragen ons af: waar komt die 40 nou vandaan? Ik vind het een hoog aantal, dat is een klein wijkje en als het tegen zit is het ineens een villawijkje, althans, hoe je ernaar kijkt. We zouden die grens liever leggen bij 15 of 20. Ook het bouwen van een bedrijf met een oppervlak van meer dan 1.000 m2, gesitueerd buiten een bedrijventerrein. Dat klonk als best een groot bedrijf, 1.000 m2. De raad zou er dus alleen over gaan als het boven de 1.000 ligt, maar stel dat het 950 of 800 is, het voelt voor mij als een heel hoog aantal vierkante meters. Ik zou dat graag nog wat meer toegelicht willen hebben. Ik ga afronden. Er staat gelukkig wel, dat we met enige regelmaat die lijst kunnen aanpassen, uitbreiden of dingen eraf kunnen halen. 2 jaar vinden wij ook te lang. We zouden zeggen: doe het minimaal jaarlijks. Ook een aantal andere fracties heeft dat al gezegd. Tot dusver. Dank u. De voorzitter: Ik denk dat mevrouw Cnossen driftig heeft meegeschreven. Een paar beelden zijn bij mij blijven hangen. Ik hoorde ‘terug naar de tekentafel’, een evaluatie, de lijst, waar komt deze lijst vandaan in relatie met de VNG, de evaluatie 1 jaar of 2 jaar, de klankbordgroep, waarom zijn we niet meegenomen in een beeldvorming over dit onderwerp. Het is zeer spannend wat het ons allemaal gaat brengen. Er zijn de nodige vraagtekens t.a.v.
dit onderwerp, waar komt 40 woningen vandaan, 4, 10, 15, ik hoor van alles langs me heengaan. Mevrouw Cnossen, aan u het woord. De heer Hoppenbrouwer: Misschien dat u in uw lijstje ook nog de participatie mee kan nemen, want die miste ik even in uw lijstje. De voorzitter: Ik heb een aantal items genoemd, maar ik denk dat mevrouw Cnossen de participatie wel meeneemt, want dat is ettelijke malen naar voren gekomen, maar goed dat u er even op attendeert. Degenen die het naar voren gebracht hebben, zullen het ook wel opgeschreven hebben, maar dank voor de aanvulling. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Ik vind dat u heel veel service verleent aan deze commissie, door elke keer zo’n mooie samenvatting te geven. Ik hoorde dat vorige week ook al even digitaal, dat vind ik heel bijzonder. Voor de eerste keer spreek ik deze raad toe. Ik zie mevrouw Bouman in beeld, terwijl ik wel mijn pasje gebruik. Het is voor mij de eerste keer, dat ik met uw raad spreek over de omgevingswet, één van de onderdelen van mijn portefeuille waar ik programmawethouder van ben. Dan is het de eerste avond ook even spannend voor mij: met welke vragen komt u, welke beelden heeft u bij de omgevingswet, hoe heeft u meegemaakt hoe u de laatste jaren bent meegenomen in dit hele proces. Ik heb begrepen, dat er 3 beeldvormende avonden zijn geweest.
Ik hoor uiteraard van u terug: we hadden nog wel wat meer gewild. Laat ik proberen in volgorde van sprekers de onderwerpen langs te lopen om te kijken of u toch weer dingen gaat herkennen, zoals u eerder heeft besproken in beeldvormende avonden. De omgevingswet, zoals het er nu naar uitziet, moeten we op 1 juli 2022 wel klaar zijn om de omslag te maken, want dan houdt het oude bestel op en moeten we naar het nieuwe bestel. Als u naar de 3 voorstellen kijkt, die u vanavond op uw bureau heeft, op uw iPad heeft, dan ziet u dat wij als college u aanbieden die overstap naar de omgevingswet toch vanuit zoveel mogelijk bestaande regelgeving. Het mooiste voorstel vind ik zelf de commissie ruimtelijke kwaliteit, waar u vooral ziet dat de welstandscommissie een andere naam krijgt en daarmee zijn we ook klaar voor de omgevingswet. Ik zeg het expres een beetje simpel, maar dat is wel zoals ik erin ben gaan zitten, want we moeten beginnen, we moeten besluiten nemen, de raad moet besluiten nemen. Ook de ambtelijke organisatie moet verder met die voorbereiding. Zij moeten volgend jaar de omgevingsplannen gaan schrijven.
Een bestemmingsplan is al een hele berg papier met regels, maar een omgevingsplan moet je weer vanaf nul schrijven en daarom hebben de ambtenaren een aantal van dit soort dingen nodig, dat de raad daar een besluit over neemt, u heeft de volgorde ook gezien, zodat zij met de bestaande wijken kunnen beginnen om in te gaan vullen hoe dat eruit ziet, waar de raad bij betrokken wordt, wat de regels zijn et cetera. Dus wat u doet in deze raadsbespreking, in deze maand, is een eerste stap in het diepe, eigenlijk een tweede, want de omgevingsvisie heeft uw raad wel vast gesteld, maar in de regelgeving zo’n eerste stap
7/19
nemen, dan is het misschien even koudwatervrees, als ik het zo mag noemen, maar we moeten wel met elkaar een stap maken, want anders kunnen we ook niet verder. De heer Jumelet: Wat mij toch wel een beetje verbaast en misschien ook wel tegen de borst stuit, is dat u zegt: het is wellicht koudwatervrees. Het is toch een fundamentele discussie die we voeren. Het is toch geen koudwatervrees van de raad om te zeggen over de bevoegdheden? Ik vind het een beetje bijzonder. Ziet u dan dat wij dit vanuit angst doen? Of ziet u dat wij fundamenteel iets aan de orde stellen als commissie? Wethouder Cnossen: Dan is mijn woordkeuze misschien niet helemaal goed overgekomen, maar het is wel die eerste stap die we met elkaar gaan maken, om te kijken hoe de bevoegdheidsverdeling is. Dat noem ik dan dat koude water, maar u heeft gelijk, het is een keuze van de raad en kunnen we hem uiteraard ook noemen. Waar het college in dit voorstel mee bezig is geweest, is het bindend advies. Echt leuk meneer Duk, dat u aanhaalt dat de Kamer daar mee bezig is geweest, want vanuit de originele wetgeving stond dit er helemaal niet in, dus vanuit de Kamer is deze bevoegdheid voor de raad erin gekomen. Welke punten ga je nou kiezen, arbitrair, de lijst kan altijd aangevuld worden, ik hoor u ook dingen zeggen.
Waar we naar gekeken hebben is: wat voor gemeente is Lansingerland? Lansingerland is geen Overbetuwe, ik denk dat we het daar over eens zijn, het zijn 2 totaal verschillende gemeenten. Als we naar die 40 woningen gaan kijken. Het bouwen van meer dan 40 woningen, waar u een bindend adviesrecht over krijgt, tenzij, en dan leest u de zin. Waar u aan moet denken, is 40 woningen in een uitleggebied, dat is misschien een ouderwets woord, maar ik ga al een poosje mee, zoals Westpolder. Voor Westpolder heeft u het bestemmingsplan vast gesteld, dat wordt steeds uitgewerkt, de ontwikkelaar komt weer met een plukje woningen. Daar is naar gekeken: wat is nu praktisch werken om dat plukje woningen niet elke keer langs de raad te laten gaan, want u heeft dat besluit genomen, maar: waar mag het college zelf mee aan de gang gaan? Het gaat echt over deze plannen, straks bij Wilderszijde als dat in ontwikkeling komt zou dat ook het geval kunnen zijn. Deze woningen, of het er nou 10 zijn of 20, gaan nooit over de voorbeelden die u noemde. Meneer Hoppenbrouwer heeft in zijn technische vragen ook een aantal voorbeelden genoemd. De heer Duk: Ik ben hier een beetje verbaasd over. De wethouder geeft nu aan, dat het alleen maar de gebieden zijn, waarin de raad al een keuze heeft gemaakt, dat daar woningbouw komt.
Maar hoe ik het voorstel lees, is het juist voornamelijk op het moment dat het ingaat tegen de omgevingsvisie, dan we dan pas na 40 woningen een advies hoeven te geven. Als er 39 worden gebouwd en het ingaat tegen onze visie, dan hoeft het niet. Wethouder Cnossen: Het gaat over het uitlegplan, ik zal u dat verder toelichten. Op het moment dat u binnen een bestaande woonomgeving een plannetje krijgt, een ombouwplan, u heeft de voorbeelden gehoord van Treurniet, de Wildert, dan is dat altijd de vorm van een omgevingsplan, dat aan de raad wordt voorgelegd, dus een klein omgevingsplan dat uiteindelijk weer in dat grotere omgevingsplan wordt ingepast. Daar blijft u als raad gewoon over gaan, daar is hier geen sprake van. De ene woning, bijvoorbeeld de ene woning die bij het delegatiebesluit staat in het lint blijft altijd bij uw raad, omdat u iets gevonden heeft van dat lint en je nooit zomaar een woning toe kunt voegen op een plek waar dat gewoon niet kan. Een uitzondering zou kunnen zijn als er in het lint een heel oude woning staat, die gesloopt moet worden en herbouwd wordt, dat weten we met elkaar, dat is een ander geval. Maar groengebieden, nabijheid van groengebieden, waar geen bestemming, ik moet even oefenen dat ik dat woord niet meer noem, maar waar straks in het omgevingsplan geen activiteit ligt van wonen, daar gaat u als raad over.
Dus dit zijn hele andere gevallen dan u zelf nu bedenkt, dat we opeens zomaar in het groen woningen gaan bouwen, daar is geen sprake van. 40 woningen is toegespitst op Lansingerland, om juist in de uitleglocaties mogelijk te maken dat ontwikkelaars weer met een verder plannetje komen, dat snel uitgevoerd kan worden. De heer Hoppenbrouwer: Ik zit een beetje met de beantwoording van de wethouder in mijn maag. Er is zoveel gezegd over: waar zeggen we ja tegen, de participatie en u gaat nu op microniveau, los van dat getal, dat neem ik ook echt wel serieus, die 40 of die 30, maar volgens mij moeten we er even boven blijven hangen. U gaat nu eigenlijk uw stinkende best doen om van mijn eerste kick-off van terug naar de tekentafel af te geraken en ik vind dat jammer. Even hoog over. U gaat nu op kruimelniveau mijn pleidooi, en van de meerderheid van de raad. Er is gevraagd: waar is de longlist, wat is het verleden? Daar gaat u helemaal aan voorbij, u gaat nu op microniveau. Ik zou u echt willen vragen, ik dacht dat het de bijdrage van de PvdA was, die longlist en die shortlist, hoe is dat in zijn werk gegaan? Ik denk dat we daar behoefte aan hebben en niet elke kruimel groen en rood. Ik heb het ingebracht, maar dat waren voorbeelden.
U heeft er een groot verhaal van gemaakt, maar ik kan ook zeggen: wat doen we met 1 of 2 huizen in de Groenzoom of Rottemeren, wat is de rol daarvan? Ik zou echt willen vragen: blijf alstublieft op een hoger niveau. De vraag van de PvdA zou ik even willen misbruiken: wat stond er op de longlist en hoe bent u tot die shortlist gekomen? Dat zou ik echt willen vragen. Wethouder Cnossen: Ik heb geprobeerd met het voorbeeld van woningen aan te geven, dat al deze regels zijn toegespitst op het type gemeente, dat Lansingerland is. Dat was mijn opzet, om uit te leggen waarom wij geen Overbetuwe zijn, maar wel Lansingerland en daarom bijvoorbeeld hoogbouw binnen linten ook noemen. Over die details hebben we het gehad, ik hoop dat dat punt duidelijk is geworden. Longlist en shortlist. De heer Hoppenbrouwer: Ik begrijp dat het voor de wethouder vervelend is, dat ze telkens onderbroken wordt, maar het is nu de tweede keer dat zij Overbetuwe aanhaalt en dat klopt. Ik begrijp best wel dat Overbetuwe een andere gemeente is dan Lansingerland, kijkend naar het aantal inwoners en waar Overbetuwe ligt. De essentie van mijn opmerking was is dat zij klip en klaar hebben gezegd: dit is
8/19
advies raad, recht van de raad, dit is het verplichte advies. Dus adviesrecht en verplicht advies. Dat overzicht heeft de raad nodig om naar de inwoners en naar de raad zelf positie te bepalen. Het gaat mij meer om de methodiek die zij hebben toegepast en niet om de inhoud. Wethouder Cnossen: De vraag over longlist en shortlist, hoe ben je daartoe gekomen? Mevrouw Verhoef, ik heb zelf geen longlist gezien. Op het moment dat ik hier binnen kwam stappen zijn deze voorstellen inderdaad voorgelegd. Is er een longlist, is er een shortlist? Ik heb ook wel die vragen gesteld aan de medewerkers: hoe ben je nou hiertoe gekomen, zou je ook een supermarkt of een kerncentrale, noem maar op, biomassacentrale of wat anders erop kunnen zetten? Ze zeiden: je kan alles erop zetten, maar hoe zinvol is dat? Een kerncentrale, daar gaan we zelf niet over, maar biomassa is op dit moment ook iets wat uitgesloten wordt om te bouwen. Bij de verschillende gemeenten zie je al dat biomassacentrales en daarmee energie opwekken een methode is die uit de tijd is. Maar ik kan me er inderdaad iets bij voorstellen als dat nu nog wel zo zou zijn, een datacentrum. Er zijn heel veel punten, maar ook de punten die u noemt, als er flexwoningen of tijdelijke huisvesting voor vluchtelingen wordt neergezet, dan zal de raad daar bij betrokken zijn. Eén van u las dat ook voor.
Het gaat erom: wat doet deze activiteit, we mogen niet meer over een bestemming spreken, maar een activiteit, het wonen van of een bepaald bedrijf, wat doet dat in de omgeving? Welke impact heeft het? Op basis daarvan bepaal je welke procedure er nodig is. U heeft het inderdaad allemaal gehad over participatie, inderdaad onmisbaar bij dit hele verhaal. Maar voor 1 juli ligt er wel een participatiebeleid. Ik hoor u zeggen: dat hadden we willen betrekken bij deze lijst. Ja, dat ijzer kan ik niet met handen breken. Ik weet dat mijn collega wethouder Fortuyn dat in handen heeft en er heel graag fysiek weer met u en met de inwoners over wil spreken. Daar ben ik ook enigszins aan gebonden om dit hier aan vast te knopen. Nogmaals, ik begonnen mijn termijn: de ambtenaren willen wel vanaf 1 januari aan het werk gaan om op 1 juli klaar te staan voor die omslag naar de omgevingsplannen. De heer Jumelet: De vraag die nu bij mij heel erg opkomt, u zegt: toen ik binnen kwam werd mij dit aangereikt. Bent u dan van mening, dat dit een onvoldragen voorstel is? Enerzijds vanuit het idee: misschien had ik die lijst anders willen hebben als wethouder. Twee: het verhaal participatie is nog steeds niet tot een einde gebracht in het voorstel, zodat het richting de raad kan. Zegt u daarmee: eigenlijk ligt hier een onvoldragen stuk en ik ben er eigenlijk ook niet heel gelukkig mee.
Wethouder Cnossen: Nee, meneer Jumelet, dat hoort u mij niet zeggen. Ik ben heel erg van: heel grote projecten, daar moeten we stappen in maken. Stap 1, stap 2, stap 3 en dan komen we verder. Op het moment dat alles op alles moet gaan wachten, dan komen we er niet met elkaar. We weten wel, dat we per 1 juli klaar moeten staan met deze omgevingswet. Dat is ook mijn drijfveer om met deze raad in deze raadsperiode ervoor te zorgen, dat die stappen gemaakt worden, zodat de nieuwe raad ook klaar is voor de omgevingswet, de omgevingsplannen. Dat is mijn drijfveer om dit nu bij u neer te leggen en ook met u te bespreken, want dat we ermee aan het werk moeten, daar hebben we geen discussie over. De heer Duk: Ik snap heel goed, dat de ambtenaren op 1 januari met dit stuk aan het werk willen gaan, maar hoe kan het dan dat we pas op 13 december dit stuk bespreken? Waarom is dit niet veel eerder met de raad besproken. Het is duidelijk, dit is een arbitrair stuk, het is overduidelijk dat de raad hier invloed op wil gaan hebben, waarom komt de wethouder dan pas op 13 december daarmee? Wethouder Cnossen: Ik heb begrepen, dat er verschillende beeldvormende avonden zijn geweest, waar ook die minimale acties, die mooie blokjes, met u zijn doorgenomen, die minimale acties vanuit de VNG, die je in elk geval gedaan moet hebben voordat je verder kunt met de omgevingsplannen.
Ook de omgevingsvisie 2.0, daar moeten we verder mee, dat loopt ook, de zienswijzeperiode. Dat totaal is voorgelegd en dat is in verschillende beeldvormende avonden met u besproken. Dan begrijp ik van u dat het voor u niet voldoende was, u had graag de klankbordgroep nog gehad, dat kan ik niet terugdraaien, dat besef ik. De heer Duk: Het is geen antwoord op mijn vraag. In die beeldvormende avonden is niet op de inhoud van dit stuk ingegaan. De eerste keer dat wij dit bespreken, informeel of formeel, is vanavond. We hebben dus nooit enige invloed gehad op wat dan ook. Als de wethouder geïnformeerd is dat wij dit eerder besproken hebben, dan klopt dat niet. De heer Jumelet: Ik had precies hetzelfde. De beeldvormende avond, die wij gehad hebben ging over de inhoud en wat nu voor ligt is in mijn beleving ook niet in deze mate besproken zoals wij het nu bespreken, anders hadden we deze discussie die we nu hebben wel in de beeldvorming gehad. Wethouder Cnossen: Laat ik nu wel het idee hebben, dat u dit besproken had, maar laat ik door gaan met mijn beantwoording van uw eerste termijn. Wat u ziet in de gevraagde beslissingen zijn inderdaad de onderwerpen, die vanuit een lijst, die past bij de gemeente Lansingerland erop zijn gekomen. U bent als raad uiteraard bevoegd om daar via een amendement iets aan toe te voegen.
Als u een zwaarwegend punt hebt, waarvan u zegt: dit moeten we ook echt regelen via het bindend adviesrecht, dan kunt u dat erbij zetten. Die vrijheid zit bij de raad om iets toe te voegen. Ik hoop dat ik wel voldoende heb uitgelegd over het getal 40, waar dat over gaat. Dat zit in die uitleglocaties, daar gaat het over. Op het moment dat er binnen Bleiswijk, binnen Berkel, bij de Wildert 30 woningen worden toegevoegd, dan komt dat gewoon via een omgevingsplan naar u toe als raad. De heer Muis: Die 40 zijn absoluut nog niet helder. De vergelijking werd gemaakt met Overbetuwe, dat dat een klein dorpje zou zijn, maar het scheelt niet zo heel veel met de gemeente Lansingerland. Zij zitten ook al rond de 50.000 inwoners, dus dat is niet echt een argument om te zeggen dat wij het hier heel anders gaan doen dan in Overbetuwe. Dank u wel. Wethouder Cnossen: Ik hoop toch dat u erover na wilt denken, dat
9/19
Lansingerland één van de snelst ontwikkelende gemeenten in Nederland is, dat het echt een ander verhaal is. De participatie zwaarwegend. Ja, ik ben dat met u eens. Q1 / Q2, dus dat zal dan net de nieuwe raadsperiode zijn, wordt de participatieverordening bij de omgevingswet aan u voorgelegd. Dus voordat de omgevingswet op 1 juli ingaat, heeft u ook de participatieverordening vast gesteld. Verschillenden van u vroegen: laten we eerst een jaar de vinger aan de pols houden en misschien eerder evalueren. Dat lijkt me een prima voorstel, want het idee is juist van de omgevingswet, dat je elke keer leert terwijl je aan het doen bent. Misschien komen er situaties, dat u dingen van het lijstje wilt afhalen, maar er kan ook iets zijn wat je anders geregeld wilt hebben en dat kunnen we vrij snel, anders dan in een bestemmingsplan, dat 10 jaar geldig was, op die manier aanpassen. De heer Hoppenbrouwer: Eigenlijk de vraag, die ik ook aan de heer Hofman heb gesteld: als je telkens het plan gaat aanpassen, word je dan niet een zwabberende overheid en daardoor onbetrouwbaar? U kijkt u daar tegen aan? De heer Hofman was inmiddels om, die zei: het had mooier geweest als we dat eerder hadden gehad. Hoe zit u in de wedstrijd? Wethouder Cnossen: Ik ben zeer voor een betrouwbare overheid, meneer Hoppenbrouwer, laat dat helder zijn.
Ik vind ook dat we met elkaar regels moeten afspreken, die juist voor inwoners en initiatiefnemers goed uit te voeren zijn, helder en duidelijk zijn. Als u zegt: ben je dan niet een zwabberbeleid aan het voeren als je binnen een jaar, we gaan na een jaar evalueren en dan zouden we het kunnen gaan aanpassen. Maar elke gemeente is hier wel aan het leren hoe we met de omgevingswet verder moeten en hoe deze omgevingswet in hun eigen gemeente uitgevoerd moet worden, want dat is toch wel het verhaal dat ik u graag onder de aandacht wil brengen. Je moet per gemeente je eigen invulling maken en ook met je eigen raad, met je eigen bewoners dat moet gaan invullen. Meneer Van As zei: wat een flauw argument om termijnen niet te halen, te betrekken bij: ja, raad, jullie moeten er maar niet teveel bij betrokken worden. Daar heeft u natuurlijk gelijk in. Als de raad ergens betrokken bij hoort te zijn, dan hoort het college een goede planning te maken. Meneer Van As, ik onderstreep hem van harte, want dat is ook zo. Wat er ook met u van tevoren besproken is: raad, kijk uit, bij bijna elke commissie ruimte zou je bijna een uur moeten pakken op de agenda, omdat er misschien een spoedpunt tussen moet. Dat kan. Maar ook de raad moet daarin beslissen. Beseft u wel, dat dat ook iets vraagt van de raad om bij heel veel punten betrokken te worden.
Vandaar dat wat nu in het voorstel zit vooral de punten zijn, waar u nu ook bij betrokken zou zijn en zelfs nog ietsje meer. We hebben geprobeerd om het enigszins beleidsarm over te zetten. U gaf ook aan of de lijst aangevuld moest worden met groengebieden. Ik hoop, dat ik uitgelegd heb, dat in groengebieden deze bouwaanvragen sowieso door het college niet in behandeling worden genomen, omdat het omgevingsplan van toepassing is en op dit moment het bestemmingsplan, dat uitsluit dat daar woningen komen. Daarom staat het bouwen van hoogbouw binnen de linten erbij, omdat dat ook iets is waarvan we iets vinden. Stel dat iemand echt met een mooi plan komt, dat de moeite waard is, dan kan je ook niet zondermeer alles afwijzen, omdat het niet past in de structuurvisie, bestemmingsplan en straks de omgevingsvisie. Dus daarom staat dit erin, dat het altijd een punt is dat naar de raad gaat. De participatie noemde u ook. De heer Jumelet: Ik heb het nog even nagezocht n.a.v. de opmerking van de wethouder over de beeldvorming. Er heeft inderdaad op 8 september een beeldvorming plaats gevonden, waarin kort is ingegaan op het bindend adviesrecht. Ik heb de presentatie erbij gepakt, ook interessant voor de collega’s. Er staat namelijk binnen het adviesrecht voorbeelden vanaf 50 woningen bebouwde kom, antennemasten hoger dan 40 meter et cetera.
Als ik dan even door scroll, voorstel over delegatie volgt, hoofdlijn, aansluiten bij bestaande praktijk. De voorstellen die aan u worden voorgelegd, plan van aanpak enzovoorts. Geen woord wordt er gerept over hetgeen vanavond voor ligt. Er is alleen wat gezegd over het proces en er is een voorbeeld gegeven niet over 40 woningen, maar zelfs over 25 woningen. In die zin vraag ik toch aan de wethouder nogmaals: hoe zit het dan met de betrokkenheid van de raad in aanloop naar het voorstel dat er nu ligt. Wat de heer Duk aangaf. U bent het toch met mij eens, als u de presentatie van 8 september erbij pakt, dat wij dus feitelijk vanavond pas voor het eerst echt inhoudelijk praten over wat er in het voorstel staat. De beeldvorming had in die zin niet veel om het lijf als het gaat om de inhoud van het voorstel. Wethouder Cnossen: Ik hoor meneer Jumelet zeggen: aansluiten bij de huidige praktijk. Ik heb geprobeerd in mijn beantwoording daar voorbeelden van te geven, dat de punten die hier genoemd staan op dit moment aansluiten bij de huidige praktijk waar u als raad ook bij betrokken bent. Dus wij gaan geen bevoegdheden bij u weghalen, bindend adviesrecht. We proberen bij de huidige praktijk aan te sluiten en dat betoogde ik ook: dat zit in alle drie de voorstellen van vanavond zoveel mogelijk verwerkt om niet opeens met allerlei nieuwe dingen te komen.
U had graag op die avond wat meer op praktische voorbeelden willen ingaan, dat hoor ik u zeggen. Dat is wel iets waar ik nota van neem, dat op beeldvormende avonden ook wat meer dialoog moet zijn. De beeldvormende avonden, die ik tot nu toe heb gevolgd waren in mijn beleving heel erg zenden: vertellen, vertellen en vertellen. Als ik dit nu hoor, dan had er wat meer discussie moeten plaats vinden aan de hand van een voorbeeld of een kaart, zodat u als raad kon zien wat dat zou betekenen. De heer Jumelet: Ik krijg het gevoel, het beeld dat ik van 8 september heb gekregen is toch een heel ander beeld dan ik nu heb voorliggen. Dat is heel nadrukkelijk de vraag van de heer Duk en eigenlijk ook wat de heer Hoppenbrouwer aangaf. Had het college niet beter de raad moeten betrekken bij de totstandkoming van het voorstel? Want uiteindelijk praten we vanavond voor het eerst echt over de inhoud. Natuurlijk, ik begrijp heel goed wat u zegt, maar
10/19
ik krijg toch een beetje het gevoel, hoe het normaal gaat met allerlei voorstellen, dat we heel erg mee genomen worden in de inhoud, zodat de bespreking, de oordeelsvorming van het BOB-model veel makkelijker gaat voor de raad. Maar nu vind ik dat het plompverloren landt en gaan we discussiëren over 40, 20, 30, weet ik het. Fijn, dat u er nota van neemt, maar ik vind het toch heel oncomfortabel waar we nu in zitten, deze discussie. Wethouder Cnossen: Ik zei dat ik er nota van heb genomen, dat klinkt een beetje makkelijk, maar uw boodschap is heel duidelijk overgekomen. In een beeldvormende avond had dat op een andere manier met u besproken moeten worden, zodat er ook wat meer door gepraat was, niet alleen het zenden: kijk, we sluiten aan bij de huidige praktijk. Want dan weet je eigenlijk nog niks, dat hoor ik meerderen van u ook zeggen. Je weet wat je op dit moment aan bevoegdheden als raad hebt, maar wat het college allemaal doet, daar heb je niet altijd zicht op, behalve als er commotie ontstaat, want dan komt u wel in het spel. De heer Hoppenbrouwer: Ik probeer de wethouder nog even te begrijpen, voordat ik mijn eigen conclusies trek, die niet juist zijn, want dat zou ik niet willen.