[BV21.0214] Verslag Gemeenteraad d.d. 25 nov 2021
Tekst van het document
VERSLAG Gemeenteraad Datum vergadering Aanwezig: Raadsleden: Leefbaar 3B
: 25 november 2021
CDA CU WIJ Lansingerland D66 GroenLinks PvdA
: Don van Doorn, Wouter Hoppenbrouwer, Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Marjolein Gielis, Henk Meester, Leon Erwich, Georgine Zwinkels : Alexander Kuipers, Nathalie van Bakel, Marloes Draak, Eric Kampinga, Ed van Santen, Mauriel van As, Matthijs Machielse : Matthijs Ruitenberg, Nelleke Bouman, Dave Bergwerff, Frans Ammerlaan : Kees-Willem Markus, Jurjen Dieleman, Paul Lieverse : Leon Hoek, Jan Jumelet : Ineke den Heijer, Erik Jonker, Michiel Muis : Marko Ruijtenberg, Selgei Gabin : Petra Verhoef
Wethouders Voorzitter Griffier
: Simon Fortuyn, Kathy Arends, Jan-Willem van den Beukel, Titia Cnossen : Pieter van de Stadt : Bert Schouten
Afwezig: Griffier Leefbaar 3B CDA WIJ Lansingerland
: Marijke Walhout : Johan Philippens : Hans van der Stelt : P. van Olst
VVD
1. Opening en mededelingen De voorzitter, om 20.05 uur: Goedenavond, het is vijf over acht, we zijn iets vertraagd om de uitzending in orde te krijgen. Welkom bij deze vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland op donderdag 25 november in een wel heel aparte setting. In verband met de coronacrisis, de afstandsregels c.q. de veiligheid van een ieder zitten we allemaal in een soort bushokje. We wachten ook de nieuwe maatregelen van het kabinet af en dan zullen we in overleg treden hoe we verder kunnen vergaderen. Op dit moment passen wij ons aan aan de omstandigheden. Ik wens u allen een fijne vergadering. Wij hebben bericht van verhindering van de heer Van der Stelt, de heer Philippens en mevrouw Van Olst. De heer Dieleman en de heer Markus schuiven beide later aan. 2. Trekken van het lot ter bepaling van het raadslid bij wie een eventuele stemming zal beginnen De voorzitter: Wij hebben de heer Dieleman getrokken. Ik ga ervan uit, dat hij voor de eerste stemming in huis is. 3. Vragenhalfuurtje voor raadsleden Mevrouw Draak, VVD: De vraag gaat over incidenten rondom QR-codes en andere coronamaatregelen. De VVD-fractie heeft vanuit haar achterban onder sportverenigingen en ondernemers kennis genomen van diverse incidenten rondom de controle van de QR-code.
Hoewel het vaak goed gaat krijgen vrijwilligers bij de toegang van de sportterreinen en de sportzalen en ook horecaondernemers regelmatig te maken met verbale agressie wanneer wordt gevraagd of de QR-code mag worden gescand. Afgelopen weekend is op het Hoge Land in Berkel en Rodenrijs zelfs melding gemaakt van fysieke agressie en moest iemand de toegang tot het voetbalterrein worden ontzegd. Winkeliers krijgen soms de meest vreselijke verwensingen naar hun hoofd als zij hun klanten vragen om een mondkapje te dragen. Toen wij als VVD vorige week op de dag van de ondernemer een rondje door de dorpen maakten, kregen wij te horen dat winkeliers zich grote zorgen maken als het 2G-beleid wordt ingevoerd en zij ook bij de deur moeten gaan controleren op de QR-code. Onze vraag aan het college is concreet: wat is het beeld van het college over deze meldingen van verbaal en fysiek geweld. Daarop aanvullend: hoe is de gemeente voorbereid op een mogelijke escalatie hiervan? Hoe worden verenigingen en ondernemers ondersteund bij deze controles, nu of bij uitbreiding van de maatregelen? Dank u wel. De voorzitter: Zoals u allen kunt zien, loopt de tijd mee. Het presidium heeft ons verzocht om te experimenteren met de tijdwaarneming, dus u kunt dat allemaal zien. Ik zal bij de vaststelling van de agenda de tijden aangeven, dan kunt u daarop reageren.
U ziet hem dus meelopen en ik waarschuw u maar alvast, dat we ons daaraan gaan houden. Mevrouw Draak, in antwoord op uw vraag. We zien allemaal, ook vanuit de media, dat de spanningen landelijk oplopen. Het wordt moeilijker en er is steeds 1/19
meer agressie. Ook bij ons. Gelukkig valt het bij ons, als je sommige beelden op de televisie ziet, nog reuze mee. In principe loopt het eigenlijk nergens uit de hand. De afspraak is, ook met bijvoorbeeld de horeca en de winkeliers: als zij 112 bellen, komt er ook direct politie. Daar blijft de opgave voor. Er zit een uitdaging en u noemde ook specifiek de sportverenigingen. Er zit een uitdaging voor ondernemers, er zit een uitdaging voor de winkeliers, de horeca, en er is een uitdaging zeker ook voor sportverenigingen in die controle. Er wordt veel van hen gevraagd. Niet voor niks kan ik met enige trots zeggen, waren wij één van de eerste gemeenten, die particuliere beveiligers ter beschikking heeft gesteld aan onze sportclubs en die zijn daar afgelopen weekenden ook actief geweest. Helaas hebben we inderdaad afgelopen weekend de eerste twee incidenten moeten noteren, beide op het Hoge Land. Bij beide is er door een begeleider van een bezoekend team geweigerd om de code te laten zien dan wel in eerste instantie 1 verbaal en 1 ook fysiek agressief geworden. De begeleidende club is erbij geweest, er is excuses aangeboden door degene die zich misdroeg, maar hem is wel de toegang verder geweigerd. Ik heb vanmiddag nog gesproken met de directeur van het beveiligingsbedrijf, u wel bekend, over hoe het gaat: in principe loopt het goed.
Met name op het Hoge Land is het goed te controleren, omdat daar nu 3 ingangen open zijn. Die worden allemaal gecontroleerd. In Bergschenhoek betreft het slechts 1 voetbalclub, ook daar is het dus overzichtelijk te controleren aan de poort. En in Bleiswijk is er tussen de hockey- en de voetbalclub verkeer mogelijk, daar is het dus wat moeilijker, er wordt dus ook wat meer op het veld gekeken bij de toegang van de kantine bijvoorbeeld, maar daar kijken we of de doorloop afgesloten moet worden. Op die manier proberen we heel actief de sportclubs te ontlasten in de functie die ze hebben. Als, en dat moeten we even afwachten, er nadere maatregelen komen in het centrum, zullen we intern goed gaan kijken hoe we iets kunnen doen voor de winkeliers om hen te ontlasten. Dan zou u kunnen denken, ik doe geen voorspelling, dat hangt af van de maatregelen wat we kunnen doen, u zou kunnen denken aan hetzelfde systeem dat bij de horeca op sommige plekken is ingevoerd, namelijk een centrale controle en met polsbandjes de winkel in en dat soort systemen. Maar dat hangt heel erg af van de vraag of je dat kan organiseren, waar je dat kan doen, of je het centrum in zekere zin kan afgrendelen. Daarmee proberen wij straks de winkeliers en de horeca te ondersteunen waar dat mogelijk is.
Het mag duidelijk zijn: de agressie neemt toe, we zitten er bovenop, we doen wat we kunnen om te ondersteunen, maar de maatschappelijke omstandigheden kunnen wij niet veranderen. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter en burgemeester, voor deze uitvoerige beantwoording. Ik denk dat het heel goed is, de woorden die u hiervoor gebruikt. Laten we hopen dat betrokkenen hebben meegeluisterd hiernaar. Dank u wel. De voorzitter: Anderen op dit punt? Niet? Dan sluit ik dit agendapunt af. 4. Spreekrecht voor niet-raadsleden De voorzitter: Er heeft zich niemand gemeld. 5. Vaststelling van de agenda De voorzitter: Ik kijk eerst of iemand een opmerking heeft over deze agenda. Bij eventuele aanvullingen ga ik dan kijken naar spreektijden, want dat hangt af van hoeveel werk we hebben. De heer Lieverse, CU: Ik wilde graag een motie vreemd aan de orde stellen. Het heet Orange World. Het gaat over geweld tegen vrouwen. De heer Crielaard, L3B: Wij willen een motie vreemd aan de orde indienen genaamd Quick scan inclusief beleid. De voorzitter: Dan stel ik u voor de motie vreemd Orange World, ingediend door de heer Lieverse van de CU, als agendapunt 8.c te agenderen en als agendapunt 8.d de motie vreemd van de heer Crielaard van L3B Quick scan inclusief beleid.
Ik stel u voor dat we bij agendapunt 8.a, de starterslening, waar een gezamenlijk amendement op ingediend is, 3 minuten spreektijd toekennen, agendapunt 8.b het sociaal domein 5 minuten, daar zijn een amendement en een motie op aangekondigd, en de beide moties vreemd 3 minuten. Kunt u als zodanig met de agenda instemmen? Dat is het geval, dan stellen wij zo de agenda met spreektijden vast. 6. Vaststelling verslagen vorige vergaderingen d.d. 28 oktober 2021 en 4 november 2021 De voorzitter: De reguliere gemeenteraad als de begrotingsraad. Iemand daarover? Dat is niet het geval. Dan stellen we die vast. 7. Lijst ingekomen stukken en overzichten afhandeling toezeggingen en moties De voorzitter: Iemand? Dat is niet het geval. Dan stellen wij die ook vast.
2/19
8. Bespreekpunten: 8.a Vaststelling Verordening Starterslening gemeente Lansingerland 2022 De voorzitter: Er is een amendement aangekondigd door mevrouw Verhoef van de PvdA en een motie van L3B. Ik begin met mevrouw Verhoef, dan L3B en zo de rij af. Ik kijk even naar de griffie of we kunnen starten. Ja, dat is het geval. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb een amendement, dat de heer Muis zal indienen. Wij zijn wel medeindiener. Ik geef via u graag het woord aan de heer Muis. De voorzitter: Excuses, meneer Muis. De heer Muis, D66: Ben ik te horen? Want ik heb het gevoel alsof ik in een vissenkom zit. Oké. Dank. Ook dank aan mevrouw Verhoef en natuurlijk dank aan alle fracties, bij voorbaat. Op basis van de motie van de raad wordt de starterslening opnieuw geïntroduceerd en de verordening starterslening ligt nu voor ter besluitvorming. Dat is goed nieuws voor de starters op de woningmarkt. Het is natuurlijk geen oplossing voor het schreeuwend tekort aan woningen, maar het maakt het voor starters wel iets makkelijker om de financiering rond te krijgen. We hebben in de commissie een goede discussie met elkaar gehad, verschillende ideeën en wensen zijn naar voren gebracht en besproken. Het leek ons goed om de starterslening bij deze herintroductie direct langer dan 1 jaar mogelijk te maken.
Hierdoor verliezen na afloop van het eerste jaar geen kostbare tijd voor evaluatie en bespreking van een nieuw voorstel. Gezien de huidige marktsituatie is de verwachting dat er nu veel meer animo is voor de starterslening dan bij de vorige regeling in 2010. Het budget is misschien niet toereikend, maar de wethouder heeft in de commissie toegezegd, dat ze indien nodig terug komt naar de raad gedurende het eerste jaar als het budget op is. Ik vind het mooi, dat we dit amendement raadsbreed indienen, dus nogmaals dank aan de collega’s van alle fracties in de commissie ruimte en nu hier in de raad voor het samen optrekken hierin. Ik zal me beperken tot het dictum, de toelichting heb ik in feite nu al verteld. Het dictum luidt: A2021-039 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen op 25 november 2021. Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor. Het raadsbesluit als volgt te wijzigen. Beslispunt 1 te vervangen door: De Verordening Starterslening vast te stellen voor een periode van 2 jaar, met als ingangsdatum 1 februari 2022 en einddatum 31 januari 2024. Beslispunt 3 toe te voegen: Voor 1 februari 2023 ontvangt de raad de stand van zaken over de bestede middelen en een voorstel van het college om zo mogelijk een besluit te nemen over de aanvulling van het fonds, wanneer het fonds eerder wordt uitgeput dan verwacht.
Tot slot de wens en het verzoek aan het college om maximaal aandacht te schenken in de communicatie over deze nieuwe verordening. Dank u wel. De voorzitter: Ik was per abuis al bij het volgende agendapunt, maar ik ga toch verder met L3B. Mevrouw Zwinkels, L3B: Wat betreft het amendement: dit hebben wij mede ondertekend, dus wij stemmen voor. Wij omarmen deze verordening, die het gevolg is van de door L3B geïnitieerde motie in 2019, toen ook door de hele raad aangenomen, zoals nu het amendement. Mooi dat de verordening nu is aangepast ten opzichte van de verordening van 2010. Het opent nu voor kopers meer kansen door verhoging van het bedrag van de lening en het veranderen van de leeftijd. Door het verhogen van het totaalbedrag in deze verordening, kunnen ook meer mensen er gebruik van maken. Ook in de beeldvorming van Wilderszijde wordt over de starterslening gesproken onder het hoofdstuk ‘nadere afspraken met marktpartijen’ en ‘wat betaalbaar is, moet betaalbaar blijven’. In het amendement staat dat de raad voor 1 februari 2023 de stand van zaken over de bestede middelen ontvangt en een voorstel van het college om zo een besluit te nemen over de aanvulling van het fonds wanneer het fonds eerder wordt uitgeput dan verwacht.
L3B vindt dat het college de raad regelmatig dient te informeren over de stand van zaken, stel dat dit een zo groot succes wordt, dat het fonds veel eerder uitgeput is dan 1 februari 2023. De wethouder heeft in de commissie ruimte toegezegd indien nodig terug te komen naar de raad gedurende het eerste jaar. Kan de wethouder deze toezegging nogmaals doen, maar nu over de gehele periode van 2 jaar? Dank u. De heer Van As, VVD: Voor ons het voorstel van de starterslening. Hartstikke mooi, uitgebreid over gesproken, goede discussie in de commissie. Na een motie die wij nagenoeg raadsbreed in 2019 hebben ingediend, ligt hier gewoon een goed verhaal. Ik denk dat het nog beter is met het amendement waar wij ook raadsbreed achter staan, wat we allemaal indienen, dat het een periode van 2 jaar gaat beslaan. Ik ben heel benieuwd wat eruit gaat komen. Het is natuurlijk hartstikke mooi, dat we dit mogelijk maken. Ik ben heel benieuwd of het succesvol zal zijn. Als het succesvol is, zal het binnen een jaar ruimschoots op zijn en dan zullen we ongetwijfeld snel horen met een nieuw voorstel en dan kunnen we alsdan daarover in debat. Dank u wel. 3/19
Mevrouw Bouman, CDA: Er is al aan gememoreerd, in de commissie is er uitgebreid over gesproken. De heer Van Harn heeft daar zijn wensen naar voren gebracht m.b.t. de evaluatie. Als ik nu dit amendement lees, dan denk ik: er is mooi tegemoet gekomen, ook aan zijn wens om toch iets langer dan 1 jaar, wat oorspronkelijk het voorstel was, om nu met een looptijd van 2 jaar te gaan werken. Er is nu ruimte voor een evaluatie, dat staat in beslispunt 3, om dat voor 1 februari 2023 te doen en de raad te informeren over de ontwikkelingen in deze en ook over de uitputting van de gelden. Wat mevrouw Zwinkels al zei, ik heb ook gehoord dat er een toezegging is gedaan door de wethouder. Mocht er meer nodig blijken te zijn t.a.v. de uitputting van gelden, want het is opgehoogd naar € 50.000, dan kan je hooguit 10 personen heel erg blij maken, maar misschien zijn er meer mensen, dan horen wij dat graag eerder, in een eerder stadium of er mogelijkheden zijn tot en wat de consequenties zijn. Wij zijn ook mede ondertekenaar van dit amendement. Dank u. De heer Jumelet, WIJ: Er lag natuurlijk al een uitstekend voorstel n.a.v. de eerder ingediende en gesteunde motie. Wat dat betreft is het voorstel met dit amendement alleen maar beter geworden, zeker als het gaat om de periode en het budget.
Wij hebben in de commissie nog wel aandacht gevraagd om in de evaluatie te kijken naar het effect op de lokale markt als het gaat om de starterswoning en prijsontwikkeling. De wethouder heeft toen gezegd, dat er vanuit andere ervaringen niet bekend dat dat effecten zou hebben, maar wij zouden dat toch graag mee willen nemen in een evaluatie, want je wilt toch zien of dat inderdaad mogelijkerwijs negatieve effecten heeft, prijsopdrijvende effecten, op onze lokale huizenmarkt. Als de wethouder dat zou kunnen toezeggen, zou dat heel fijn zijn, dat dat mee genomen wordt. Wij steunen uiteraard van harte het amendement. Ik zie dat ik voor het eerst heel kort ben. De voorzitter: Het werkt. De heer Markus, CU: Dit is net een soort vanghokje, inderdaad. Dank u wel. Een prima voorstel. Ik denk dat het amendement het voorstel alleen maar beter maakt, dus van harte voor beide onze steun. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik denk dat voorgaande sprekers eigenlijk alles al gezegd hebben. Het was tijdens de commissievergadering een goede discussie hierover, die door de heer Duk met verve gevoerd is. We zijn mede ondertekenaar van dit amendement. Ik ben blij, dat het raadsbreed is, zodat we daarmee als raad laten zien, dat we de woningbouw, de positie van starters in de woningbouw, ons aan het hart gaat.
Zoals de heer Markus zei, ik wil hem graag citeren: het is een goed voorstel en ik denk dat het amendement het alleen nog maar beter maakt. Daar wil ik het bij laten. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook wij zijn mede indiener van dit amendement, dat de heer Muis heel duidelijk heeft toegelicht. Deze verordening is een mooie manier om starters financieel te ondersteunen bij het kopen van een eerste huis en het amendement maakt dit nog beter, zoals anderen al hebben gezegd. Onze fractie had graag de maximum leeftijd verhoogd gezien van 35 naar 40 jaar, omdat ‘jonge’ mensen tegenwoordig zo ontzettend lang moeten wachten op een betaalbare woning, maar hiervoor was onvoldoende steun tijdens het commissiedebat, mijn fractiegenoot Xhemaili pleitte daarvoor. Maar het is op deze manier al een prachtige verordening met amendement. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Arends: Allereerst: mooi, dat u gezamenlijk een amendement heeft gemaakt en het college kan dat omarmen. Het is een verrijking van het voorstel dat naar u toe is gekomen en wij kunnen ons goed vinden in het amendement. Twee vragen. Mevrouw Zwinkels vroeg zich af: wilt u het nog een keer toezeggen? Met alle liefde. Dus hierbij zeg ik toe, dat mochten de financiën eerder op zijn, dat dat niet alleen geldt voor het eerste jaar, maar voor de duur van de 2 jaar.
Ik denk dat het heel belangrijk voor u is, mocht het een succes worden, dat u daar actief over geïnformeerd wordt en dat we dan met elkaar in gesprek gaan over het vervolg, als u dat wel of niet wilt, kan plaats vinden. De heer Jumelet vroeg zich af, dat heeft u ook in de commissie aangegeven: is het mogelijk om een effect te meten op de markt met de invoering van deze verordening? Meneer Jumelet, het is echt bijna onmogelijk om dat te meten, zeker gezien de beperking van het aantal verordeningen. Dat kan ik u helaas niet toezeggen, dat is echt een te ingewikkeld vraagstuk en eigenlijk gewoon bijna niet meetbaar. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk of er een tweede termijn nodig is. Ik zeg direct: de tijd is voor 2 termijnen. Dus als de heer Muis nog wat wilt zeggen, heeft hij 45 seconden. Tweede termijn De heer Muis, D66: Dat gaat zeker lukken. Dank aan de wethouder en het college voor het omarmen en uitvoering geven straks aan de verordening. Over communicatie heb ik de wethouder niet gehoord, maar ik ga er voor het gemak van uit, dat ze daar maximale aandacht aan gaat besteden. Dank u wel. 4/19
De voorzitter: Ik kan aangeven, dat de wethouder haar duim heeft opgestoken. Dat is een bevestiging van uw woorden. Anderen nog in de tweede termijn? Nee? Dan gaan wij over naar de stemming. De voorzitter: Wij stemmen eerst over het amendement en daarna over het aldus eventueel geamendeerde voorstel. De stemming is open. Het amendement is met unanieme stemmen aangenomen. Dan gaan wij stemmen over het voorstel verordening starterslening Lansingerland. We gaan stemmen, ik open de stemming. Het voorstel is ook met unanieme stemmen aangenomen. 8.b Verordening sociaal domein 2022 De voorzitter: We hebben 5 minuten spreektijd voor 2 termijnen, dus let u op uw tijd. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik geef eerst een heel korte toelichting en dan zal ik het dictum voorlezen. Het verkrijgen van een PGB voor jeugdhulp is veel moeilijker geworden in de huidige verordening, de verordening sociaal domein 2022. Er lijkt angst te zijn voor fraude en dat lijkt ook de aanleiding te zijn voor die verstrenging, maar feiten zijn er niet. Het is een voorbeeld van wantrouwen van de overheid jegens zijn burger. Diezelfde burger mag wel zelfredzaam zijn, mantelzorger zijn, het eigen netwerk aanspreken, maar voor sommige gezinnen is een PGB een manier om meer grip te hebben en zijn zij prima in staat om dit goed te managen.
In de vorige verordening was er nog sprake van: ja, u krijgt een PGB toegekend, of: u kunt er gebruik van maken, tenzij. Ik citeer even hoe het toen was vorm gegeven: indien de jeugdige of zijn ouders dit wenst, verstrekt het college hen een PGB, dat hen in staat stelt de jeugdhulp, die tot de individuele voorziening behoort, van derden te betrekken. Dat is art. 5.4.2. Maar dit artikel is in de nieuwe verordening veranderd in een nee-tenzij, waarbij de burger moet aantonen, dat de individuele jeugdvoorziening beter is dan wat de gemeente d.m.v. zorg in natura kan bieden. Dat is het gewraakte stuk wat de PvdA betreft, want dat maakt het in de praktijd vrijwel onmogelijk om een PGB rond jeugdzorg toegekend te krijgen, want het is immers ter beoordeling van de gemeente of dit beter is dan wat de gemeente in natura kan bieden. Dat is het lastige. Het past ook niet bij de onlangs vastgestelde regiovisie ‘jeugdhulp Rijnmond’ waarin staat dat de vraag van kinderen en het gezin uitgangspunt zijn. Ik lees dan nu het dictum voor. A2021-040 Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: 1.
De Verordening Sociaal Domein 2022 vast te stellen per 1 januari 2022 met dien verstande dat artikel 5.4.2 PGB-plan wordt geschrapt en wordt vervangen door: Om voor een PGB in aanmerking te komen dient de inwoner of zijn ouders in een PGBplan toe te lichten dat een individuele jeugdhulpvoorziening in de vorm van een PGB in hun persoonlijke situatie tot een goede, doelmatige en effectieve hulp leidt. De inwoner maakt hiermee een bewuste keuze voor het PGB. 2. De Verordening Sociaal Domein 2021 in te trekken per 1 januari 2022. De heer Crielaard, L3B: Een paar dagen na de behandeling van de verordening sociaal domein in de commissie samenleving verscheen er een artikel in Binnenlands Bestuur, getiteld: steeds meer gemeenten gooien hun kont tegen de krib. Wat blijkt nu? Steeds meer gemeenten voeren een inkomenstoets in, omdat het rijk blijft weigeren om ons volledig te compenseren voor de aanzuigende werking van het WMO-abonnementstarief. Als L3B begrijpen wij heel goed, dat gemeenten hiervoor kiezen. De WMO is een wet, die bedoeld is om mensen te ondersteunen, die dat nodig hebben. Mensen die dus niet zelfredzaam zijn. Door de invoering van het abonnementstarief gebeurt er nu iets geks.
Inwoners met een topinkomen, die volledig zelfvoorzienend zijn, sturen hun betaalde krachten weg om een beroep op de huishoudelijke hulp van gemeenschapsgeld te doen en zien deze hulp bij het huishouden puur als schoonmaakwerk. Daar is de WMO nou juist niet voor bedoeld. L3B is van mening dat de WMO ten goede moet komen aan inwoners die dat echt nodig hebben. De WMO moet betaalbaar blijven en als de rijksoverheid ons niet wil compenseren, zou het ontzettend onrechtvaardig zijn als wij straks genoodzaakt zijn om andere voorzieningen te sluiten, zoals het zwembad, de sportvelden of dat we moeten korten op onze BOA’s. Daarom dienen wij de volgende motie in. M2021-051 Lansingerland met inkomenstoets de barricades op De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen 25 november 2021, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het aantal aanvragen voor huishoudelijke hulp en daarmee ook de kosten stijgen. Volgens het rapport ‘Monitor abonnementstarief Wmo’ de stijging voornamelijk komt doordat midden- en hoge inkomensklassen een Wmo aanvraag doen. Het rijk gemeenten niet volledig wil compenseren voor de aanzuigende werking van het Wmo-abonnementstarief. De VNG adviseert om de grenzen van de wet op te zoeken. Verschillende gemeenten een inkomenstoets invoeren zoals bijvoorbeeld Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Woerden, Leusden, Laren, Heerenveen en Midden-Groningen.
Lansingerland de plicht heeft om inwoners te ondersteunen die niet zelfredzaam zijn. Van mening dat de Wmo ten goede moet komen van inwoners die het echt nodig hebben, de Wmo onbetaalbaar wordt, invoering van een inkomenstoets een sterk signaal afgeeft aan het nieuwe kabinet dat de grens bereikt is, een inkomenstoets niet mag leiden tot ongewenste neveneffecten zoals stapeling van zorgkosten voor middeninkomens. Verzoekt het college een raadsvoorstel voor te bereiden voor de 5/19
invoering van een inkomenstoets bij huishoudelijke hulp en voor huishoudens die net boven de inkomensgrens zitten een stapeling van zorgkosten te vermijden door maatwerk toe te passen. En gaat over tot de orde van de dag. Zal ik ook gelijk reageren op het amendement, dat net is ingediend door mevrouw Verhoef van de PvdA? Zoals ik in de commissie benadrukte, is het ja, tenzij principe voor ons een belangrijk uitgangspunt. Wij vinden dat dit de grondhouding moet zijn op het gemeentehuis. Ook vinden wij dat persoons gebonden budgetten de voorkeur genieten boven zorg in natura als de cliënt dat wilt. In die zin begrijpen wij het amendement van de PvdA heel goed. Waar voor ons het dilemma zit, is dat we misbruik van sociale voorzieningen streng willen aanpakken. Zoals wethouder Cnossen al aangaf in de commissie komen de aanscherping t.a.v. PGB’s voor zowel maatschappelijke ondersteuning als voor jeugdhulp niet uit de lucht vallen. De wethouder zei in de commissie dat zij wil dat zorg echt bij onze eigen inwoners terecht komt en niet in verkeerde handen valt. Vanzelfsprekend wil L3B dat ook. Daar komt bij dat in de reactie op het advies van de raad sociaal domein het college nog eens aangeeft, dat inwoners nog steeds centraal staan. Dat alles in acht nemend, kan L3B het amendement van de PvdA niet steunen. Dank u wel.
De heer Kampinga, VVD: Ik word geacht op het amendement en de motie allebei te reageren? De voorzitter: Dit is gewoon de eerste termijn. Ter bespreking alleen de ingediende moties en amendementen, dus ja, u kunt op beide reageren. De heer Kampinga: Eerst even het amendement van de PvdA. Het amendement van de PvdA over het PGB jeugdzorg heeft onze sympathie. Een PGD maakt het voor ouders mogelijk om maatwerk in te kopen voor de zorg voor hun kind. Daarnaast geeft het mensen de gelegenheid zelf de regie te nemen voor hun zorgbehoefte. Alles bij elkaar is een PGB dus ook een liberaal instrument. Aan de andere kant weten we ook, dat er meer risico is op fraude dan bij zorg in natura, die door de gemeente wordt ingekocht en georganiseerd. De PvdA gaat er in haar overweging en toelichting echter van uit, dat de voorgestelde formulering in de verordening zal leiden tot verminderde toegankelijkheid van de PGB in het algemeen. Onze vraag aan de wethouder is: klopt deze aanname? Wat verandert er in de praktijk door nee, tenzij – aanpak i.p.v. voorheen ja, tenzij. Wij wachten de beantwoording van de wethouder op dit punt graag af, voordat we een definitief oordeel kunnen vormen. Dan zal ik nu ingaan op de motie van L3B, de heer Crielaard. De titel is al heel fraai: Lansingerland met inkomenstoets de barricades op. Deze motie kan niet rekenen op de steun van de VVD.
Dit terwijl we de intentie zeer waarderen. Te weten, de aanzuigende werking van voorziening hulp in de huishouding, want daar hebben we het hier over, niet de hele WMO, maar in eerste aanleg gaat de motie over hulp in de huishouding, om die aanzuigende werking tegen te gaan en daarmee de oplopende budgettekorten te keren. Begin dit jaar bij ons bespreekpunt over de huishoudsubsidie, zoals wij dit gekscherend noemen, in de commissie stelde de heer Machielse parallel aan het college heel relevante, technische vragen. Uit de beantwoording van die vragen leerden we, dat het college voornemens is om de financiële draagkracht van inwoners mee te nemen in het onderzoek. Dat is schriftelijk zo aangegeven op de vragen van meneer Crielaard. Ofwel: inwoners bewuster maken van hun eigen financiële draagkracht en dus eigenlijk ook voor de zelfredzaamheid, om die ook buiten de WMO te zoeken. Er wordt wel heel makkelijk een beroep gedaan op die huishoudsubsidie, door iedereen, ook door mensen die het totaal niet nodig hebben. Dit zou mee genomen worden in de nieuwe verordening sociaal domein, zo stond het ook in de beantwoording van de vragen. En ook in de beleidsregels. Dit past in de aanpak van de VVD, binnen de grenzen van de wet de toestroom van gebruikers van het abonnementstarief beperken. De geest in plaats van de letter van de WMO.
In de commissievergadering van 11 november bevestigde de kersverse wethouder dat dit ook al plaats vindt, een appel doen op de aanvragers op hun zelfredzaamheid op basis van financiële draagkracht. Dan komt een belangrijk punt natuurlijk: kan de wethouder de toezegging doen? In hoeveel gevallen is de aanvraag ingetrokken of niet doorgezet n.a.v. die gesprekken over de zelfredzaamheid? Hoeveel soelaas kan dit bieden voor de toenemende budgettekorten? Want in de begroting van de andere wethouder lopen de tekorten gierend op. Tot slot. Nu op de barricades gaan tegen landelijk beleid, wetgeving, is voor ons moeilijker dan voor een lokale partij. Immers, ook landelijk is de VVD, daar hebben wij echt ervaring mee, voorstander van 1 abonnementstarief om met name de midden inkomens te vrijwaren van stapeling van eigen risico’s. Dat is een heel bewust punt van de VVD. Het is ook ingesteld door dit kabinet. Overigens, mede vanwege onze agendering onderzoekt de rekenkamer op dit moment of de beheersing van de kosten van de WMOvoorzieningen adequaat is in Lansingerland. De voorzitter: U bent door uw tijd heen. De heer Kampinga: De rapportage is eind dit jaar gepland. Wij kijken uit naar de aanbeveling van de rekenkamer. Mevrouw Bouman, CDA: Ik zal eerst even reageren op het amendement van mevrouw Verhoef. Mevrouw Verhoef heeft aangegeven waarom ze dit voorstel gedaan heeft.
Aangegeven is door de wethouder o.a. in het amendement, dat er dus nu sprake is van het indienen van een PGB-plan en dat dat toegelicht dient te worden, dat een individuele jeugdhulpvoorziening via een PGB aantoonbaar tot een goede, doelmatige en effectieve hulp leidt en dat dit beter is dan d.m.v. zorg in natura, dat de gemeente kan bieden. Mevrouw Verhoef geeft aan, dat hier sprake is van een ontmoedigingsbeleid. Wij zijn het daar absoluut niet mee eens. Met name, dat er nu duidelijkheid geschapen is aan de voorkant, waar een aanvrager aan dient te voldoen voordat hij met een aanvraag bij de gemeente komt en of hij dan in aanmerking kan 6/19
komen voor een PGB. Duidelijkheid aan de voorkant. Ik heb dat in de commissie duidelijk naar voren gebracht. Dat we niet achteraf, dat is helaas in veel gemeenten naar voren gekomen, gelukkig nog niet bij ons, dat toch geconstateerd moest worden, dat er geen doelmatig gebruik gemaakt was van de PGB, dat er weleens onrechtmatig gebruik gemaakt was van een PGB. Je moet er toch niet aan denken, dat we dat in onze gemeente ook zouden kunnen krijgen. Aan de voorkant helder aangeven wat de doelstelling is, wat er van een aanvrager verwacht wordt. Ik denk dat hetgeen nu aangegeven is, daaraan voldoet. Met andere woorden: wij kunnen het amendement van mevrouw Verhoef niet ondersteunen. Dan kom ik bij de motie van L3B over de inkomenstoets. Toen ik de motie las, dacht ik: nee toch, op de barricades. Ik hoor het de heer Kampinga ook al zeggen. Ik schrok toch wel even, dat we voor dit item de barricades op zouden moeten, dat kan toch niet de bedoeling zijn. Volgens mij bedoelt de heer Crielaard toch dat hij met deze aanpassing van de verordening eigenlijk een proces uitlokt. Allereerst: het abonnementstarief heeft al veel stof doen opwaaien in veel gemeenten, ook bij ons, want we hebben er al de nodige keren over gesproken in de commissie. De heer Crielaard: Vindt mevrouw Bouman dan niet dat het mooi aansluit op de actie ‘raden in verzet’ van de VNG.
Diezelfde VNG adviseert ons ook om de grens op te zoeken juist en zegt ons toe, dat zij ons ondersteunen bij proefprocessen. Mevrouw Bouman: U haalt de woorden uit mijn mond, want ik heb hier op staan, dat zelfs de VNG aanzet tot het burgerlijk ongehoorzaam zijn, het opzoeken van de randen van de wet. Ik vind dat een oneigenlijk gebruik van het doel, want dit kan zo de bedoeling niet zijn, dat de VNG dit gaat doen om dit zo naar voren te brengen. Ik noem het geen burgerlijke ongehoorzaamheid, dit is gewoon ongehoorzaamheid van een overheidslichaam, dat niet voldoet aan een wettelijk criterium. Het staat nog steeds in de WMO. U heeft ook een aantal gemeenten genoemd, die het e.e.a. aan de laars lappen en gewoon zeggen: we passen de verordening aan. U heeft ook gelezen, dat er een pittige brief gekomen is van VWS: dit kan toch zo de bedoeling niet zijn. Niet alleen de gemeenten zijn aan de gang gegaan. Hoe moeten de burgers er tegenaan kijken als wij hiertoe over zouden gaan? De ene burger krijgt het wel, de andere burger krijgt het niet, omdat hij per ongeluk net teveel inkomen heeft. Dat is toch rechtsongelijkheid in het kader van de wet? In het kader van de WMO is iedereen gelijk.
Daar kunnen we het met zijn allen niet mee eens zijn, maar als we het daar niet mee eens zijn, dat heb ik al ettelijke malen naar voren gebracht, dan moeten we dat niet op een manier doen, zoals nu in de verordening, want dat halen we gewoon juridisch niet. Dat moeten we dan doen via de weg, via onze vertegenwoordigers in de Kamer in Den Haag. U bent er niet vertegenwoordigd, maar ik denk dat het item al vele malen aangekaart is. Dus ik ga ervan uit, dat dit item niet zomaar van tafel geveegd wordt, maar we zullen af moeten wachten, zeker omdat we nog steeds geen nieuw kabinet hebben om daar aandacht voor te blijven vragen. Met andere woorden: ik c.q. wij zullen niet meegaan in deze motie t.a.v. de inkomenstoets. Ik wil het hierbij laten. De heer Hoek, WIJ: Met betrekking tot het amendement van de PvdA: weet je, toen ik de eerste optie las, dus hoe die oorspronkelijk in de verordening staat, dan vind ik hem heel erg vrijblijvend. Het is een beetje een hoog u-vraagt-wij-draaien-gehalte. Onlangs, niet zo lang geleden, heeft u in de krant kunnen lezen, dat menig zorgaanbieder, met name de kleine spelers in het veld, winsten genereren van tussen de 8 en 10%. En dat met name de grote spelers toch wat meer serieus te werk gaan en daar een reële winst op halen. Neemt niet weg, dat het nieuwe voorstel best een aanscherping is, maar wij kunnen daarmee leven.
Ik heb nog wel een punt, waar ik door getriggerd werd toen ik dit las. Dat staat er ook letterlijk: beter is dan wat de gemeente door middel van zorg in natura kan bieden, de inwoner maakt hiermee een bewuste keuze voor het PGB. Dan is mijn vraag aan de wethouder: hoe toon je dit dan aan en wie controleert dit? Het is natuurlijk een grijs veld en daar ben ik wel nieuwsgierig naar. Mevrouw Verhoef stelde verder, dat gezin en kind centraal staan, maar in de nieuwe versie hoeft dat natuurlijk niet niet het geval te zijn. Wij zijn zeer nieuwsgierig naar de reactie van de wethouder om uiteindelijk te beoordeling of we voor of tegen zijn. Dan de motie van L3B. Mevrouw Verhoef: Ik wil aan de heer Hoek vragen: vindt u het dan logisch, dat een burger, een ouder die graag een PGB zou hebben, zich tegenover de grote overheid, de gemeente, zou moeten bevechten, dat de zorg die hij via het PGB wil verkrijgen, beter is dan wat die grote overheid blijkbaar in petto heeft? De heer Hoek: Ik zet dat dan af, met uw goedvinden, dat er ook veel voorbeelden zijn, dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van deze regelingen. U weet het, ik heb een ruim hart, maar een ruim hart wil niet zeggen dat het is: u vraagt, wij draaien.
Ik vind wel, dat geld op de juiste plek terecht moet komen, zodat kinderen, jongeren, die het nodig hebben, en ouders, het ook daadwerkelijk krijgen en niet dat het een soort wildgroei wordt. Dan was ik bij de motie van L3B. Ja, dat is een sympathieke. En dan weet u wel wat er gaat volgen natuurlijk. Een raadsvoorstel voor te bereiden voor de uitvoering van een inkomenstoets bij huishoudelijke hulp. Dan hebben we het over landelijk beleid, waar we hier over gaan discussiëren. Dat is best een ingewikkelde. De nieuwe wethouder heeft een maand geleden hier de eed afgelegd, waarin ze heeft gezegd respect te hebben voor de wet en de wet uit te voeren. In feite doen we nu een oproep om tegen deze landelijke wet te gaan opereren. Dat lijkt me een heel lastige. Het is zoiets als: we hebben een vuurwerkverbod, maar in Lansingerland steken we gewoon met oud en nieuw vuurwerk af. Ik vind dat een heel lastige. De heer Crielaard noemt een aantal gemeenten, waar dat reeds is gebeurd. Vanmiddag heb ik een aantal van die gemeenten gebeld. Niemand wist eigenlijk nog hoe het precies zat met claims, die er lagen. De algemene reactie was: het is een beetje symboolpolitiek om een discussie los te krijgen. Maar dat vind ik ook een lastige, want formeel gezien kan je een aanvraag dus absoluut niet weigeren, omdat het 7/19
landelijke wet- en regelgeving is. Dat lijkt me een heel moeilijke. Is de heer Crielaard het met me eens, juist omdat het symboolpolitiek is, dat je niks hard kan maken, dat het toch een beetje een wassen neus is. Daar word ik getriggerd die de heer Hoppenbrouwer vorige maand hier sprak. Die stelde: ik kan de strekking van de motie ondersteunen, maar met de inhoud heb ik moeite. Dit is ook zo’n motie, die kan ik ongeveer onder dezelfde noemer scharen. Dat neemt niet weg, u weet het, ik roep nog weleens op tot burgerlijke ongehoorzaamheid, ik weet niet of dat altijd even handig is, maar als de wethouder dit experiment aandurft, dan zou ik dat op zich kunnen waarderen, maar het is natuurlijk moeilijk om iets van de wethouder te vragen waar zij in principe niet achter staat en indruist tegen landelijke wet- en regelgeving. De voorzitter: Uw tijd is om. De heer Hoek: Dan heb ik ook geen tweede termijn meer, zeker? De voorzitter: En geen interruptie. Als u uw microfoon uitzet, gun ik u straks 15 seconden, omdat u uw microfoon niet uit zette toen mevrouw Verhoef u interrumpeerde, heeft u 15 seconden verloren, hoewel u van die 15 er alweer 17 gebruikt heeft, dus u staat op min 2. Dank u wel.
De heer Lieverse, CU: De jeugdzorg heeft al jaren de volle aandacht van de CU en ook de toegang daartoe, vandaar dat wij extra studie hebben gemaakt van dit onderwerp, dat we vandaag bespreken, rondom het amendement dat de PvdA heeft ingediend. Ik heb daarvoor opnieuw gekeken naar wat de jeugdwet hierover zegt. Ik heb ook gekeken naar wat de VNG handreiking hierover zegt. En tenslotte ben ik gegaan naar Per Saldo, de belangenvereniging van budgethouders, wat hun aanbevelingen zijn. Dat is een heleboel voor binnen 5 minuten. We vinden het zelf een beetje flauw, dat nu in het amendement van de PvdA wordt gesproken over de nee, tenzij toon, dat dat een verwijt zou zijn. Het adviescollege sociaal domein heeft er ook iets over gezegd, dat weet ik, maar het gaat er in onze verordening gewoon over wanneer je wel in aanmerking komt voor een budget, zoals ook in art.2 wordt toegelicht, hoe de gemeente tot een ondersteuningsplan moet komen. Als het gaat om een toekenning van een budget wordt er gelukkig op toegezien, vinden wij, dat de aanvrager ook in staat is om budgethouder te worden. De jeugdwet verplicht daar ook toe.
Er staat bijvoorbeeld in art.8.1.1 dat een persoonsgebonden budget wordt verstrekt indien naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn de betreffende persoon, jeugdigen of ouders enzovoorts, en dan opnieuw, naar het oordeel van het college is gewaarborgd, dat de jeugdhulp van goede kwaliteit is. Daar sluit Per Saldo enorm op aan. Die wijst erop: weet wat je begint. Ze zetten een meer populaire toon. Het is heel belangrijk, zegt Per Saldo, nogmaals, de belangenvereniging van budgethouders, dat je bewust en weloverwogen kiest voor zorg die bij je past. Je kan ook gewoon in natura zorg van de gemeente krijgen. Voordat je kunt kiezen voor een PGB moet je eerst goed weten wat er te kiezen is en wat de keuze inhoudt. Er is een heel puntenkader. Wat moet je o.a. kunnen? Je moet een goed overzicht van je eigen situatie houden, je moet weten welke regels er spelen, je moet ook een PGB-administratie bijhouden, je moet communiceren met gemeente, zorgverzekeraar en zorgkantoor, de SVB, sociale verzekeringsbank, en de zorgverleners. Je moet zelfstandig kunnen handelen, je moet weten wat zorgverleners aan opdrachten krijgen, je moet weten wat zij moeten doen, je moet weten wat je moet doen als werkgever enzovoorts.
In de commissie sprak de heer Xhemaili namens de PvdA en ik citeer nu letterlijk uit het conceptverslag: wat mij tegen de borst stuit, is de drempelverhoging van toegang tot jeugdhulp en PGB’s, dat zit me niet lekker, daar zit een zaak van zoek maar zelf uit- principe. Kijk maar wat je doet als je hulp nodig hebt. Voor de CU geldt precies het omgekeerde. Zonder waarschuwing en zonder kader mensen met een budget het bos insturen, dat is pas mensen in de steek laten. Mensen gaan zich rijk rekenen, terwijl ze verstrikt raken in de voetangels van de uitvoering. Onze conclusie is dus: het amendement van de PvdA is vast goed bedoeld, maar het zet mensen in de kou. Dan de motie van L3B betreffende inkomenstoets en barricades. Het idee om bij mensen, die huishoudelijke hulp inroepen via de WMO een inkomenstoets te doen en daar via een motie toe op te roepen, is voor de bühne. Het mag gewoon niet. Een inkomenstoets via de WMO is in strijd met de wet. Wat vindt de CU dan wel? Wij vinden de huidige opzet van de WMO, die tot ontsporing leidt, ook fout. Tot zover sympathie voor de motie. Wij hopen dan ook, dat de huidige coalitiebesprekingen, die gaande zijn, waar de CU aan mee doet, tot een andere opzet zal leiden, want gemeenten zijn teveel geld kwijt. Akkoord met de diagnose in de motie, maar we vinden het een verkeerd signaal om op te roepen om de wet terzijde te schuiven.
De verwijzing naar barricades, ik hoop dat u me toestaat het erbij te zeggen, geeft ons een onaangename associatie met wat we afgelopen weekend zoal zagen in diverse steden. De heer Crielaard: De vergelijking die de heer Lieverse maakt, vind ik echt een heel vreemde. Dat wil ik even opgemerkt hebben. De heer Lieverse: Ik wilde eraan toevoegen: dit zal vast als een kwinkslag bedoeld zijn. Maar meneer Crielaard wilde dat punt even maken. Toch de vraag: kunt u in essentie aangeven, dat er verschil is tussen de ene wet opzij schuiven en de andere wet opzij schuiven als kortgeleden, namelijk bij de begrotingsbehandeling, door uw fractievoorzitter is opgemerkt, dat ondermijning wel een heel belangrijk punt is om als gemeente in de gaten te houden. Kort gezegd: de motie zullen wij uiteraard afwijzen. De heer Jonker, D66: Veel is al gezegd, dus ik zal het kort houden. Laat ik beginnen met het amendement van de PvdA. Voor D66 is een PGB een belangrijke faciliteit. Het past bij onze liberale uitgangspunten en bij het individu, die je in control zet op zijn eigen leven en zijn eigen zorg. Tegelijkertijd, zoals ook door andere fracties is opgemerkt, is het een aanzienlijke belasting, een PGB. Je moet er wat voor doen, je moet overzicht hebben, je moet inzicht hebben, je moet dingen 8/19
organiseren. Ik dank de CU voor het uitgebreide huiswerk, dat ik niet gedaan heb in dat detailniveau, maar waarin heel goed werd aangegeven, dat de tekst die nu wordt voorgesteld geheel in lijn is met wat wij bedoelen en wat wij willen met een PGB als overheid, namelijk dat de cliënt c.q. de burger zich bewust is van wat een PGB is, dat het een stuk inspanning vereist, dat hij daar heel bewust voor moet gaan. Ik vond het jammer in de bijdrage van de PvdA, dat een beetje de sfeer werd gewekt, dat het een nee, tenzij –verhaal is, maar dat is niet zo. Ik heb de tekst wel zeker 3 of 4 keer gelezen en voor mij zit er helemaal geen nee, tenzij in. Het is een heel andere tekst, dus om die reden kunnen wij niet meegaan met het amendement. Dan de motie van de heer Crielaard, daar is al veel over gezegd. Laat ik zeggen, dat ik het heel mooi vind als de lokale overheid in beleidsmatige zin op de barricade gaat, want ik heb het heel figuurlijk opgevat. We hebben een gedecentraliseerde eenheidsstaat, het is niet zo dat wij aan de leiband lopen van de rijksoverheid, als gemeente kunnen we ook onze eigen positie in nemen op vlakken en op punten. In die zin vind ik het een positieve motie. Tegelijkertijd zijn er door collega’s beperkingen aan gegeven: het is in strijd met wettelijke regelgeving. Ik verwacht ook niet dat we hem daarom kunnen steunen, helaas.
Wel wil ik aan de wethouder de vraag stellen hoe zij op andere manieren mogelijkheden zien om dit punt nog beter onder de aandacht te brengen en misschien de verandering op landelijk niveau in beweging te krijgen. Daar wilde ik het voor nu bij laten. Mevrouw Gabin, GL: Wij zijn het eens met de strekking van het amendement, dat de PvdA heeft ingediend en we zullen hem dan ook steunen. Het uitgangspunt van ja, tenzij is vervangen door nee, tenzij principe. De ombudsman gaf aan, dat gemeenten de verordeningen zo moeten inrichten, dat iedereen zonder specifiek maatwerk een goede voorziening dient te krijgen. Wij zien graag een verordening waarbij aan behoefte van de inwoner tegemoet komt en waar inwoners gewoon recht op hebben en dat ze niet geconfronteerd worden met begrenzingen of beperkingen. Met een PGB kan de persoonlijke voorkeur van een budgethouder worden vorm gegeven. Zorgaanvragers die bijvoorbeeld de Nederlandse taal minder beheersen kunnen een zorgaanbieder aanstellen, die hun taal wel spreekt. Deze mogelijkheid is nu beperkt door het aanscherpen van de beoordelingscriteria. Als dit gehandhaafd wordt, dan willen wij een toezegging krijgen van de wethouder, dat er genoeg gevarieerde zorg in natura beschikbaar is.
Dus dat er niet opnieuw een probleem ontstaat, waar de zorgaanvrager en zorgaanbieder elkaar niet begrijpen en er geen kwalitatief goede zorg ontstaat hierdoor. Ik kom even terug op het amendement van de PvdA. Het aantoonbaar laten bewijzen, dat een PGB tot goede, doelmatige en effectieve hulp leidt die beter is dan wat de gemeente d.m.v. zorg in natura kan bieden, is een misplaatste vergelijking, vinden wij. Het valt namelijk niet te vergelijken. Als grote, machtige lokale overheid leg je bewijslast ook nog eens bij de burger neer en dat is niet gewenst. Nogmaals wil ik de ombudsman erbij halen, die aangaf dat gemeenten zelf moeten voorkomen, dat inwoners op die manier slachtoffer worden en dat de boel escaleert. Dan de motie van L3B, dat kan heel kort. De WMO gaat uit van een individuele toetsing per cliënt en staat niet toe dat gemeenten in hun verordening een inkomensgrens instellen. Daarbij zijn wij tegen het uitsluiten van mensen op voorhand. Cijfers van fraude zijn niet bekend. Sinds wanneer is er vastgesteld, dat er sprake is van aanzuigende werking in Lansingerland? Hele amendementen of moties worden op grond hiervan opgesteld. Wij horen graag van L3B tekst en uitleg hierover. De voorzitter: De PvdA wil natuurlijk nog reageren op de motie.
Normaal gesproken doen we dat in de tweede termijn, maar omdat het praktisch is, omdat niet iedereen een tweede termijn heeft, is het handiger dat u het nu doet. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik reageer inderdaad alleen nog op de motie van de heer Crielaard. Wij zijn ook mede indiener. De barricades op, ik had dat heel erg in overdrachtelijke zin gelezen. De WMO voor de huishoudens, het abonnementstarief, leidt inderdaad tot hoge kosten voor de WMO. Wij vinden dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen en daarom zijn wij ook mede indiener. Ik denk dat heel veel partijen dit in hun verkiezingsprogramma hebben staan. Ik zie die motie eigenlijk als een oproep aan de wethouder om eens op papier te zetten hoe zo’n verordening eruit zou kunnen zien. Dan kunnen wij daar eens naar kijken en vervolgens de verordening aannemen en in actie brengen, dat is punt 2, dit is een pilot, zal ik dan maar zeggen. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Er is een aantal vragen gesteld, daar wil ik eerst op reageren en vervolgens op de motie en het amendement. Ik hoorde bij de heer Kampinga 2 vragen. U had het over de verbindende toegankelijkheid voor een PGB, of dat inderdaad klopt.
Ik denk dat u ook uit de woordvoering van andere fracties al een deel van het antwoord heeft gehoord, dat voor de PGB duidelijk omschreven is aan welke voorwaarden die moet voldoen en dat een aanvrager van tevoren precies kan weten wat de gemeente van hem vraagt om een PGB te gaan beheren of aan te vragen. Ik hoorde dat ook mevrouw Bouman heel duidelijk vertellen. In hoeveel gevallen, wilde u ook nog weten, is de aanvraag huishoudelijke hulp ingetrokken? Wat ik heb gezien vanmiddag, is dat het college in juli ook al een uitgebreide brief over dit onderwerp aan u heeft gestuurd, daar stond ook het e.e.a. aan cijfers in, maar die heb ik op dit moment 9/19
niet paraat, dus dat kan ik u niet vertellen. Ik zou zeggen: bekijk die brief nog even, daar staat het in. Ik denk dat het op dit moment ook niet heel relevant is om wel of niet deze motie aan te nemen. Meneer Hoek vroeg of het college een experiment zou aandurven. Experimenten, daar is het college zeker voor in, grenzen opzoeken is interessant, pilot hoorde ik iemand zeggen. Maar in een verordening tegen landelijke wetgeving ingaan, kan het college niet. Landelijke wetgeving staat boven onze verordening. Dan komt onze verordening en dan kan het college nog beleidsregels maken. Dus er valt op dit punt niet te experimenteren. De heer Jonker van D66 vroeg aan de wethouder om op andere manieren aandacht te vragen landelijk. Ik kan u zeggen, dat deze wethouder actief is binnen de landelijke partij en dat dat de afgelopen jaren al aardig is ingewreven in de Haagse fractie. We merken wel, dat veel partijen dat hebben gedaan, die een landelijke vertegenwoordiging hebben. Ik spreek de hoop uit, dat we na de kabinetsformatie gauw een einde zien aan deze lastige regeling. Dan ga ik reageren op eerst het amendement. De jeugdzorg, ik kan een deel overslaan, want de heer Lieverse had al veel uitgezocht. Ik heb bij het punt ‘ontraden’ het argument mee gekregen uit de jeugdwet. Ook hier: landelijke wetgeving gaat boven onze verordening. Waar de heer Lieverse art.8.1.1.
citeerde, ik denk dat ik dat niet nog een keer hoef te doen, want hij heeft eigenlijk bijna hetzelfde gezegd zoals ik hier van mijn medewerkers heb gekregen. Het amendement gaat ook voorbij aan wat er in de verordening art.5.10.1 is opgenomen als voorwaarde om in aanmerking te komen voor een PGB. De voorgestelde tekst biedt naar de mening van het college minder bescherming aan de jeugdigen en zijn ouders tegen slechte hulp, waar het college streeft naar betere bescherming. Het voorgestelde amendement vervangt het volledige artikel 5.4.2 en niet alleen het eerste lid en daardoor vervallen alle noodzakelijke criteria, die staan onder lid 2 en 3, waar een PGB-plan aan moet voldoen. Ook indien het voorstel enkel toeziet op lid 1 dan wordt dit toch ontraden ten opzichte van de afwijking van de jeugdwet. Om veilige en cliëntgerichte zorg te waarborgen, is het van belang eisen te stellen aan het PGB-plan. We hebben dat in de commissie uitgebreid met elkaar gewisseld, ik ga dat hier niet herhalen. Het gaat om de inwoners, die de beste zorg verdient en een inwoner die zijn eigen PGB niet kan beheren en daardoor in de problemen komt. Waarom een plan? Omdat je dan ook de uitvoering kan controleren. Dan kan de gemeente op kwaliteit controleren.
Nogmaals, dat is niet voor die machtige overheid, zoals u hem steeds noemt, dat is ter bescherming van de zorgvrager, in dit geval jongere en zijn ouders. Uiteraard volgen wij adviezen, die ons bereiken vanuit de VNG, daar is ook voldoende over gezegd door andere woordvoerders. Waar het college spreekt over aanscherpen van criteria, gaat het niet om het moeilijker maken, maar over inleveren van zaken als een VOG van een zorgverlener, eisen aan een zorgplan, eisen aan de zorgverlener en een duidelijker en concreter plan hoe men het allemaal in denkt te vullen. In de verordening wordt in lijn met de regiovisie, ook door één van u genoemd, weldegelijk gefocust op het onderzoeken van specifieke ondersteuningsbehoeften van de inwoner. De hulpvraag is het uitgangspunt, de inwoner is het uitgangspunt. Voldoende over dit amendement, dat wordt ontraden door het college. Dan ga ik naar de motie, ingediend door de heer Crielaard van L3B. Ik denk dat hierover al veel gezegd is en dat wij met u delen, dat regeling abonnementstarief huishoudelijke hulp een gedeelde ergernis is. Al eerder werd door anderen gezegd, dat we daar al vaak over gesproken hebben. Ik verwees al naar een brief van 14 juli waarin het college uitgebreid uit de doeken heeft gedaan waarom we blijven handelen, zoals we nu handelen, namelijk niet over de grens gaan.
Wij zijn gehouden de wet te houden, wij zijn uitvoering van het rijksbeleid. Soms heb je beleidsvrijheid, maar niet in dit geval. Ik heb de genoemde gemeenten bekeken. Er zijn er 2 die nu door de minister zijn aangeschreven, uit mijn hoofd Leusden en Krimpen aan den IJssel. Andere gemeenten hebben het voornemen om volgend jaar dit te gaan doen en dreigen met wachtlijsten et cetera. Het is niet zo dat alle gemeenten nu al de wet overtreden. De vraag is of je bij de gemeente nu zit te wachten op een stevige brief van de minister i.p.v. dat medewerkers zich richten op de inwoners. De heer Crielaard: Even terugkomend op die gemeenten, die nog niet zo’n forse brief hebben gehad. Het is wel zo, als je kijkt naar Woerden, zij hebben een collegevoorstel aangenomen, zij komen als het goed is nog met een raadsvoorstel, om die inkomenstoets in te voeren. De gemeenten die het nu nog niet hebben in hun verordening, zijn er wel mee bezig om dat in te voeren. Wethouder Cnossen: Dat is correct, wat de heer Crielaard zegt. Dat vond ik precies zo terug bij een wethouder van de CU overigens. Zij zijn aan het zoeken, maar ze zijn nog niet zover. Ik lees dat een aantal afwacht hoe het bij de andere gemeenten loopt. Door een aantal raadsleden werd de rechtsongelijkheid genoemd voor inwoners.
Als we op deze manier gaan handelen, omdat we bijvoorbeeld samen met PijnackerNootdorp inkopen, dan gaan we verschillend handelen tegenover inwoners. Ook onzekerheid voor inwoners over continuïteit van de dienst. Een laatste argument, dan denk ik dat er voldoende over gezegd is, de invoering van een inkomenseis brengt hoge overheadkosten met zich mee, want het abonnementstarief wordt geïnd door het CAK. Als wij als gemeente daarvan gaan afwijken, dan zullen wij de administratie moeten herzien. Alle reden om dit af te raden. Dank u wel. De voorzitter: In tegenstelling tot wat onze administratie op de schermen zegt, was dit toch echt wethouder Cnossen. De vorige keer deed hij het goed, maar ergens door het invoeren van de tijd is kennelijk de apparatuur weer gewijzigd. We krijgen het allemaal wel weer werkend en anders gaan we gewoon weer een tijdje digitaal. Dat is een dreigement, geloof ik. Daarmee zijn we aan het eind van de eerste termijn. Bij de tweede termijn geef ik aan, dat 2 partijen door hun spreektijd heen zijn. Dat ga ik heel hard handhaven, maar omdat het een experiment is, zal ik zeggen: 15 seconden voor deze 2 10/19
fracties. De overige krijgen er dan ook 15 seconden bij als ze dat nodig hebben. De heer Crielaard gaat dan naar 28, zo werkt het dan ongeveer. Tweede termijn Mevrouw Verhoef, PvdA: Het blijft een feit, dat de huidige verordening uitgaat van nee, tenzij i.p.v. ja, tenzij, als u het oude artikel bekijkt ten opzichte van het nieuwe artikel. Wat het amendement alleen maar betoogt, is een deel van het nieuwe artikel weghalen, namelijk: aantoonbaar beter is dan de natura door de gemeente geleverd. Omdat het in de praktijk onmogelijk is voor een burger om aantoonbaar beter, om dat werkelijk te gaan voorleggen. We zeggen niet dat die burger niet meer in staat hoeft te zijn, dat het niet van goede kwaliteit moet zijn, al die eisen, daar moet je gewoon aan voldoen. Alleen, je zet die burger echt in een heel moeilijke hoek om de PGB te krijgen. Waarom gaan we dan niet een fraudetoets uitvoeren i.p.v. een toets op het beter zijn, zou ik dan vragen of iedereen zo bang is voor fraudepleging. De wethouder zegt: u had van alles en nog wat aan andere artikelen moeten sleutelen. Dan had ik dat graag via de griffie gehoord, toen ik maandagochtend het amendement indiende. Daar heb ik niets van gehoord, dus ik ga hem netjes indienen. Ik vind echt dat het krijgen van een PGB voor ouders die dat kunnen, dat moet echt een optie blijven. Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: Kort in 30 seconden.
Het amendement: geen nieuwe argumenten gehoord, dus nog steeds tegen. De rectificatie dat mevrouw Verhoef mede indiener is van onze motie. Veel van andere fracties gehoord, dat het juridisch niet zou kunnen en niet mogen en dat het landelijk beleid is. Als ik kijk naar het raadsvoorstel van de gemeente Krimpen. Zij zeggen dat de centrale raad van beroep er in het verleden uitspraken over heeft gedaan, maar dat was in de tijd toen er voor de WMO via het CAK nog een eigen bijdrage kon worden gegeven, die deels inkomensonafhankelijk was en deels inkomensafhankelijk. De gemeente Woerden zegt er ook het e.e.a. over. Die zegt: laat de rechter het maar uitzoeken en een oordeel erover vellen. De voorzitter: Tijd. De heer Crielaard: De grenzen van de WMO zijn onduidelijk. Dus dat over het juridische, dat het niet zou mogen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: Verminderde toegankelijkheid PGB jeugdhulp, nee. Dat is duidelijk gemaakt door de wethouder. Wat ik veel belangrijker vind, heel concreet: kunnen we een keer een overzicht krijgen? Om hoeveel gevallen gaat het, die de aanvraag intrekken omdat er een appel op hen wordt gedaan. Geen algemene tabel. De voorzitter: Uw vraag is vast goed verstaan door de wethouder. Mevrouw Bouman, CDA: De beantwoording door de wethouder was helder en duidelijk en voldeed volledig aan hetgeen ik zelf ook naar voren gebracht heb.
De mening van ons zal niet herzien worden. De heer Hoek, WIJ: Als de wethouder net als de andere wethouders in de hier beschreven gemeenten het experiment had aangedurfd, had ik serieus overwogen om voor deze motie te stemmen, maar de wethouder heeft gezegd: dat ga ik niet doen. Dan heeft het wat mij betreft weinig kans van slagen. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Meneer Crielaard was geïrriteerd door mijn opmerking en hij heeft gelijk. De motie, die hij inbracht, zoekt de grenzen op. Mijn opmerking ging over de grens, excuus daarvoor. De heer Jonker, D66: Wat een verademing, die spreektijden, want ik heb nog 3 volle minuten, die ik kan vullen met alles wat ik wil. Nee, alle gekheid op een stokje. Onze mening is niet veranderd. De motie en het amendement gaan we beide niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: U bent de winnaar in kort spreken, dat is duidelijk. Mevrouw Gabin, GL: Wij hebben aan de wethouder gevraagd of ze aan kan geven, dat er sprake zal zijn van gevarieerde en passende zorg in natura. Daar zouden wij nog even antwoord op willen hebben. Wat betreft het amendement van de PvdA: je behoudt de toets, want de PGB-aanvrager dient toe te lichten dat de PGB leidt tot goede, doelmatige en effectieve hulp. Wij blijven dat steunen. L3B wil elke aanvraag op voorhand uitsluiten op basis van hun inkomen of vermogen.
Suggereert L3B hiermee dat een aanvraag niet objectief behandeld moet worden? Dat was eigenlijk nog onze vraag aan L3B, maar ze hebben geen spreektijd. Wethouder Cnossen: Excuus, meneer Kampinga en mevrouw Gabin, dat ik een paar vragen had overgeslagen. Mevrouw Gabin, uw vraag: is er dan genoeg gevarieerde zorg in natura? Ja, dat wordt uiteraard ingekocht en inkopen doe je via kwaliteitscriteria. Dus die zorg voldoet zeker aan die kwaliteit. Het verschil met de PGB is: dat hoef je niet te overtreffen, maar je laat zien dat het je eigen keuze is. Dat maakt het beter dan die zorg in natura. Meneer Kampinga, u wilt zo graag tabelletjes en cijfers zien van gesprekken, waarbij mensen afzien van deze hulp. Eigenlijk wil ik het niet weten. Ik vertrouw erop, dat consulenten dat gesprek voeren. Wat nou de uitkomst is, dat maakt mij niet uit, want wettelijk voldoen wij gewoon aan onze taken. Dank u wel. 11/19