CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV21.0171] Verslag commissie Samenleving van 7 oktober 2021

Commissie Samenleving 11 november 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering29.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dan heb je de hele actie met de handtekeningen, waarvan wij als VVD vinden dat deze gewoon mislukt is, dus u heeft onze steun om dat aan te kaarten bij het ministerie. En u zegt: oké, we hebben de zienswijze en de handtekeningen is een ander proces, wat er ook uit komt, ons voorstel is om de zienswijze daarop niet aan te passen. Dat is wat ons betreft ook prima. De voorzitter: Nog een concrete vraag van mevrouw Verhoef over dat optionele van het wel of niet inleveren van de gegevens. Wethouder Van Tatenhove: We kunnen daar in de zienswijze een passage aan wijden. Ik zeg hier in de commissie nog maar even: het was de procedure, die wij hier in Lansingerland hebben afgesproken. Niemand is verplicht, maar het is ook niet eerlijk om daar nu heel flauw over te gaan doen,

21/30

want elke school, elk bestuur heeft op hetzelfde moment de uitnodiging gekregen. De andere 5 hebben die kans wel gezien, je kan het ook van die kant benaderen, maar we kunnen er wel iets in de zienswijze over opmerken. Maar het was onze procedure, die wij hier hebben afgesproken en daar hebben zij een andere route gekozen. De heer Hoppenbrouwer: Hoe we het wenden of keren, ik denk dat de grote verliezers op de publieke tribune zitten, want die komen dus niet in Wilderszijde terecht, ondanks dat het CDA denkt dat ze alle drie daar komen. Als ze de handtekeningen niet voor elkaar krijgen en de andere twee wel, dan zijn de bestaande schoolbesturen uitgespeeld. Dat moeten we ons wel realiseren. Ik zou ook nog aan de wethouder willen vragen: zou zij in de zienswijze haar eigen voorstel, waar ze zo enthousiast over was en waar de raad mee in zijn maag zat m.b.t. die dislocatie en waar ook meneer Lieverse van zei: eigenlijk was dat ons voorstel. Om dat ook nog als optie mee te nemen, want die bestaande scholen zorgen natuurlijk wel voor een toekomst vaste toekomst. Nu gaan we 4 nieuwkomers bij wijze van spreken verwelkomen en we weten niet hoe het gaat lopen. Of die zorg moet op één of andere manier in die zienswijze, want dat is wel wat er gaat gebeuren. Wethouder Van Tatenhove: Ik heb al gezegd: we scherpen de zienswijze aan.

We hebben met het ministerie 1,5 of 2 jaar geleden contact gehad over de wens voor dislocaties en ook het verhaal dat wij dat als een optie zien, precies om wat u zegt: van die scholen weet je dat er een bepaalde basis is. Stel dat zo’n school onder het plafond blijft, dan kunnen leerlingen ook naar hetzelfde type onderwijs op iets meer afstand. Maar toen heeft het ministerie gezegd: dat hoort niet bij de procedure, het gaat nu om een aanvraag voor nieuwe scholen. Dus ik zou zeggen: laten we even afwachten wat hier nu uit komt. Stel dat er 1 of 2 scholen kunnen starten en wij zeggen nog steeds: er is ruimte voor 3, dan zitten we ook gewoon weer aan tafel, want we moeten het hele plaatje voor Lansingerland dan ook weer invullen. Een opmerking maken in een zienswijze, dat kan natuurlijk altijd, want we scherpen hem nu toch aan. De heer Pat El: Of er na de zienswijze nog een gesprek komt, waarbij u nog e.e.a. kan toelichten. Er zijn zoveel onderwerpen, die dit raken. De voorzitter: Ik zal zo nog de wethouder vragen hoe zij met de commissie gaat communiceren over wat nu uiteindelijk naar het ministerie gaat. Dat willen we weten. De heer Pat El: Of de wethouder nog een rol heeft, dat zij nog uitgenodigd wordt door het ministerie voor een gesprek.

De heer Hoppenbrouwer: Ik dank de wethouder voor de toezegging dat zij die dislocatie en ook het grote risico dat de bestaande schoolbesturen nu geen positie hebben in Wilderszijde en dat dat consequenties heeft voor de toekomstvastheid. Ik geloof niet dat iedereen naar een Islamitische school wil of een Montessori school, dus we lopen daar risico. Dat u dat echt goed benadrukt, dat waardeer ik zeer. Dank u wel. De heer Hoek: U spreekt steeds in termen van risico, maar het is toch ook een kans. Daar is die nieuwe wet toch juist voor bedoeld? U gaat helemaal voorbij aan wat de nieuwe wet beoogt. U probeert oude wijn in nieuwe zakken te doen, maar zo is het niet. De voorzitter: Ik aarzel om dit in deze fase opnieuw te gaan doen. Laten we dat niet doen. De heer Hoppenbrouwer: Het is natuurlijk een beetje flauw, meneer Hoek, dat ik teveel het traditionele schoolbestuur, want als er eentje in kansen denkt, ben ik het wel, maar je moet ook het risico durven inschatten, dat we een risico nemen. Als u zegt: daar is de wet niet voor bedoeld. Lekker verzonnen, daar in die Tweede Kamer. U moet zich toch ook als lokale toch af en toe achter je oor krabben over wat ze daar allemaal verzinnen. Dit is weer zo’n wet, die helemaal nergens op slaat en wij krijgen hier stront aan de knikker. Let maar op, over 3 jaar.

De heer Hoek: Toevallig werk ik in het onderwijs, dus ik kan er veel over weten. Ik denk echt, dat het noodzakelijk dat we eens een keer een andere richting op denken dan de traditionele wegen. Dat doet helemaal geen pijn, dat is alleen maar goed. De voorzitter: Ik verzoek de wethouder nog even goed te omschrijven hoe u met de commissie gaat communiceren over wat er uiteindelijk richting het ministerie gaat. Wethouder Van Tatenhove: Mijn voorstel is dat we de zienswijze aanscherpen n.a.v. het debat, dat hier is gevoerd en dat ik die ter informatie naar u toestuur en dat die dan daarna naar het ministerie wordt gestuurd. Er is geen ruimte meer om hem uitvoerig te bespreken, dus het is wat mij betreft gewoon ter kennisneming naar u: zo heb ik gedaan met de bespreking uit de commissie. Ik hoop, dat u mij dat toevertrouwt, we werken al langer met elkaar samen, dus ik ga ervan uit, dat me dat is toevertrouwd. De heer Pat El: Ik denk dat iedereen het eens wat met het proces totdat de heer Hoppenbrouwer kwam met nieuwe scholen versus de oude scholen. De voorzitter: We gaan het nu niet op het allerlaatste moment nog ingewikkelder maken. De heer Pat El: (…), terwijl ik denk: ja, maar daar zeg ik niet blind ja tegen. Als nu het proces is van ‘ter kennisgeving aannemen’, ik ga met heel veel punten mee, die hier besproken zijn.

Het laatste punt was een belangrijk punt voor de VVD, dus als nu 1 op 1 het voorstel van L3B wordt opgenomen, ja, daar heb ik wel een uitdaging mee als VVD. Ik weet niet of ik het daar wel mee eens ben. De voorzitter: We krijgen dat vanavond niet opgelost. Dan moet u politieke middelen zoeken buiten deze avond. De heer Pat El: Dan is de vraag aan de wethouder: gaat de wethouder de brief daar op aanpassen? De voorzitter: De wethouder heeft precies gezegd, wat ze heeft gezegd, volgens mij is dat duidelijk. De heer Pat El: Met dat laatste punt ben ik het dan niet eens. De voorzitter: Dat is helder. De voorzitter: Nou, dat was even een onderwerp, maar dat is ook de nieuwigheid, zullen we maar zeggen. Laten we hopen, dat andere gemeenten daar dan weer hun voordeel mee doen. We gaan over 2 minuten verder.

22/30

Schorsing De voorzitter: Wij gaan verder, ik heropen de vergadering. 5.b Controlerende taak van de gemeenteraad ten aanzien van toegankelijkheid De heer Crielaard, L3B: Ik zal mijn bespreekpunt even inleiden. De heer Lieverse: Ik heb er moeite mee om te vergaderen met het feit dat leden, die hier aanwezig waren nu niet aanwezig zijn. De voorzitter: Dat begrijp ik heel goed, maar ik laat me toch niet tegen houden. De heer Lieverse: Maar ik wil het wel gezegd hebben. De heer Crielaard, L3B: Het VN verdrag Handicap gaat uit van een sociaal model. Een beperking is persoonlijk en een handicap ontstaat vooral door de ontoegankelijkheid van de maatschappij. Lang was in Nederland het medische model dominant. Heeft u een beperking? Dan bent u stuk en dan fixen we u wel even met een speciale school of een speciaal busje. Maar het sociale model, waarbij de maatschappij met ervaringsdeskundigen kijkt hoe we iedereen gelijkwaardig mee laten doen vormt de essentie van dit bespreekpunt. Het VN verdrag schept voor ons als gemeente de verplichting om inclusief beleid te maken. In het SCP rapport ‘lang niet toegankelijk’ stellen onderzoekers echter dat ondanks de aandacht vanuit het verdrag maar ook vanuit de WMO deelname aan de samenleving nog niet is verbeterd voor mensen met een lichamelijke beperking.

Het aandeel mensen met een beperking dat aangeeft te kunnen leven zoals zij zelf willen nam zelfs af. Toegankelijkheid is niet in 1 dag geregeld en we hoeven ook niet direct nu onze voorzieningen aan te passen. Het gaat om een geleidelijke verbetering. Wel moet er altijd rekening gehouden worden met de positie van mensen met een beperking bij nieuw beleid. Daar zit dus eigenlijk de crux. Want als ik zeg ‘beleid’ dan bedoel ik ook echt al het beleid. Vorige week was een mooie beeldvorming over de digitale toegankelijkheid en inclusieve dienstverlening. Eerst werd interessante informatie gedeeld en ook over de complexiteit verteld waarmee ze allemaal rekening moeten houden. De website moet toegankelijk zijn voor meer dan 1 zintuig. En je moet rekening houden met taalniveau, zodat het voor iedereen begrijpelijk is. Naast dienstverlening zijn er echt tal van andere beleidsterreinen waar toegankelijkheid een rol speelt. Vanzelfsprekend heb je de WMO, maar denk ook aan de mobiliteitsvisie met het uitgangspunt voor maatwerk bij vervoersoplossingen. Denk aan de ontwikkeling van gelijkvloerse woningen uit de woonvisie, ambities uit de omgevingsvisie voor een samenleving waarin iedereen mee doet, de visie op sport en bewegen, waarmee we willen uitspreken dat sport voor iedereen toegankelijk moet zijn. Denk aan het IHP waarin aandacht voor toegankelijke schoolgebouwen is opgenomen.

Ik kan nog een tijdje doorgaan met voorbeelden, maar ik denk dat mijn punt helder is. Op talloze beleidsterreinen is toegankelijkheid een ontwikkeling en probeer dan maar als raadslid overzichtelijk te krijgen wat al deze ontwikkelingen zijn, maar ook hoe de doelgroep die ontwikkelingen ervaart, of zij daar tevreden over zijn. Ik noem bijvoorbeeld in mijn bespreekstuk, en de lijst die wij hebben gekregen, dat bussen toegankelijk zijn. Het SCP rapport geeft de doelgroep aan: lang niet alle buschauffeurs zijn bereid om zo’n plank voor mensen met een rolstoel ook daadwerkelijk neer te leggen. Ik kan er niet over oordelen: speelt dit ook in Lansingerland? Dus die monitoring van toegankelijkheid, dat is wat ik heel lastig vind. Er gebeurt een hele hoop aan toegankelijkheid, dus ik wil niet zeggen dat het nu slecht gaat, maar het is enorm versnipperd. Het blijft voor mij onduidelijk hoe de doelgroep oordeelt over de ontwikkelingen in Lansingerland. Daarom hoor ik graag van de collega’s hoe zij denken over de huidige mogelijkheden tot monitoring, hoe zij oordelen over toegankelijkheid in zijn algemeenheid en welke aanbevelingen zij hebben. Ik heb er zelf ook ideeën over, ik denk dat ik die voor de tweede termijn bewaar.

Voor de collega’s die vanavond het 18.00 uur journaal gezien hebben, die hebben daar al mooie inspiratie kunnen zien, want daarin ging het over de meest toegankelijke gemeente van Nederland. Dank u wel. De voorzitter: U heeft ambities op dat terrein. U wilt ook nog iets van de wethouder horen? U richt zich nadrukkelijk tot de commissie. De heer Crielaard: Ik richt me nadrukkelijk tot de commissie, maar ik denk dat het ook verstandig en nuttig is als de wethouder erop kan reageren, hoe zij ernaar kijkt. De heer Kampinga, VVD: Grappig dat de heer Crielaard begint over die gemeente, die in het journaal alle aandacht kreeg en dat was jammer genoeg niet Lansingerland, maar in het zuiden van ons land de gemeente Stein, die dan het meest toegankelijk zou zijn, hoewel ik niet weet hoe het gemeten is. Wat ook heel opmerkelijk is, is dat mevrouw Van Vuuren het ook over toegankelijkheid had, maar toen ging het over iets heel anders. Wat is nou eigenlijk toegankelijk? Ik weet wel ongeveer wat u bedoelt, want u heeft voorbeelden. Ik heb het zelf zo gelezen: de controlerende taak van de gemeenteraad ten aanzien van toegankelijkheid voor mensen met een handicap / beperking of chronische ziekte. Dat wordt kennelijk bedoeld, dat is een vraag, ik neem aan dat dat zo is. In het kader, in het zwart, wordt uitgelegd of nader toegelicht wat toegankelijkheid betekent.

Dan heb je het VN-verdrag, dat vind ik ook een heel mooie, u haalde hem ook al aan. Daar kan ik over nadenken, over dat soort dingen, ik zeg het even geparafraseerd: een beperking is persoonlijk, de handicap ontstaat door ontoegankelijkheid van de maatschappij. Dat vind ik heel wijs, maar het is ook van de Verenigde Naties natuurlijk. Inclusief, daar

23/30

gaat het over, ook weer zo’n mooi modewoord, maar in dit verband wel heel toepasselijk. Ervoor zorgen dat mensen niet buitengesloten worden, maar dat ze de mogelijkheid krijgen om mee te doen in de maatschappij in allerlei opzichten. Het staat ook in het stuk, misschien dat de wethouder er iets over kan zeggen, dat bij nieuwe ontwikkelingen onze gemeente er rekening mee probeert te houden, dat dat inclusief is. Maar het is natuurlijk over verschillende beleidsterreinen verdeeld. Dan krijg je weer een ander modewoord: de integraliteit. Hoe wordt er nou voor gezorgd, dat bij alle diverse ontwikkelingen, zeker bij nieuwe ontwikkelingen en nieuw beleid, en eraan gewerkt om die inclusie mogelijk te maken? De VVD heeft overigens ook altijd al bijzonder aandacht voor de doelgroep. In het verkiezingsprogramma 2018-2022 is als één van de belangrijke ambities genoemd, nummer 8: de 10 belangrijkste verkeersknelpunten voor minder validen en ouderen worden opgelost. Dat is een heel concreet punt. Vraag niet: hoe staat het daarmee? Maar het is in elk geval onze ambitie. Het heeft bij ons de aandacht, heel concreet, als het gaat om ouderen en minder validen en verkeersknelpunten. We hebben trouwens in mei schriftelijke vragen gesteld over mensen met een beperking of een chronische ziekte, die ook willen profiteren van de versoepeling van de coronamaatregelen.

Dat heeft hier direct mee te maken, want het gaat over nogal wat mensen, er werd versoepeld in die tijd: hoe konden zij er ook van mee profiteren? Als antwoord kregen we op de vraag om hoeveel mensen het eigenlijk gaat, dan zeg ik een getal waar iedereen van schrikt: 19.000 mensen met een beperking of een chronische ziekte. Nu geef ik direct toe: alle dubbeltellingen, die daarin zitten. Ik heb ze gewoon allemaal even opgeteld: 19.000. In werkelijkheid ongetwijfeld minder personen, maar een groot aantal personen met een chronische ziekte of een beperking. De voorzitter: Ik wil u vragen om een beetje aan de tijd te denken. De heer Kampinga: Het gaat over diabetes, hart- en luchtwegproblemen enzovoorts, dat zijn ook belemmeringen om mee te kunnen doen in de maatschappij. De punten, die u noemt, we hebben daar geen concrete antwoorden op. Maar het monitoren van de toegankelijkheid moet in elk geval smarter, dat zal mevrouw Van Tatenhove aanspreken, smart, je moet het wel meetbaar maken enzovoorts, want anders blijft het vaag. De toegankelijkheid in Lansingerland, ja, operationaliseren maar ook focussen. Laten we ons vooral niet richten op alle 144 voorbeelden, maar laten we een paar focuspunten benoemen en ons daarop richten. Qua aanbevelingen zijn we benieuwd wat de voornemens van het college zijn. Dank u wel. Mevrouw Bouman, CDA: Ik ga even terug in de tijd.

In januari 2015 heeft de PvdA in de commissie ruimte een bespreekpunt ingediend m.b.t. toegankelijkheid publiek domein met name in de kern Berkel. Ze hebben toen het e.e.a. onderzocht. Het was toch wel droevig gesteld met de toegankelijkheid via straten, pleinen en bruggen. Onderzoek gaf aan, dat e.e.a. voor verbetering vatbaar was. Er is een vraag gesteld: mocht het toch zo zijn, dat mensen met een beperking of handicap met een rolstoel of scootmobiel probleemloos in Berkel maar ook in andere kernen het e.e.a. kunnen bereiken. De oproep werd toen gedaan om bij de inrichtingsplannen publiek domein met de toegankelijkheid van mensen met een beperking rekening te houden. Voor dat ruimtelijk gebied is al een oproep gedaan. Ik dank meneer Crielaard voor hetgeen hij naar voren gebracht heeft. U heeft het over de gelijkwaardigheid van deze populatie. Ik moet zeggen: er zit een lijst van activiteiten bij van het college, wat er allemaal al gedaan wordt. We hebben een aantal items: wonen, zorg, vrije tijd, werk, noem maar op. Met name hebben we het over wonen, werken, vervoer, zorg, alles veelal in de publieke sector, wat aangegeven wordt in de stukken die ik vanmiddag heb mogen lezen. Ik haal er toch een beetje een paar uit. Informatieverstrekking.

Volgens mij wordt er door velen veel aan gedaan, zodat men weet op welke wijze men bij wie moet zijn voor bijvoorbeeld woningaanpassing of een hulpmiddel t.a.v. de zorg, daar wordt toch het nodige aan gedaan. Ik heb nog niet begrepen dat dat niet zo zou zijn, maar daar kom ik zo even op. Wat ik wel zag bij werken: hoe zit dat? We krijgen elk jaar mooie overzichten van instroom en uitstroom. We hebben weleens gevraagd: hoe zit het met degenen, die een beperking hebben? Hoeveel mensen werken er bij de gemeente? Hoeveel mensen worden er door de gemeente bij werkgevers geplaatst? Het is jammer, maar daar hebben we nog steeds geen inzicht in. Dat is wel vervelend. Mobiliteit. Ontzettend belangrijk, want je moet maar in een scootmobiel zitten, een rolstoel of met een rollator moeten lopen. Ik weet niet of u ooit in een rolstoel gezeten heeft, ik heb het van dichtbij helaas mogen meemaken: het is niet prettig. Als ik nu naar vandaag de dag kijk wat er aan mobiliteit in de gemeente plaats vindt, dan heb ik het over iets wat vrij recent hier in dit gremium naar voren is gebracht: de deelscooters. Als je met een scootmobiel, een rollator of met een rolstoel over bepaalde wegen of stoepen gaat, dan is het een rampenplan, want er staan her en der deelscooters. Daar zouden we met zijn allen weleens aandacht aan mogen schenken. De wethouder zal zeggen: dat hoort niet hier thuis.

Misschien in de APV of op een andere manier, maar dan denk ik: veel gemeenten zijn hier momenteel mee bezig, er zijn voorbeelden genoeg van. Ik denk dat er nog het nodige aan gedaan moet worden om tegemoet te komen aan deze doelgroep, opdat zij ook optimaal gebruik kunnen maken van onze wegen, stoepen enzovoorts. Wordt daar al aan gedacht door het college of moeten we dan op een andere manier gaan aanzwengelen? Ik zie steeds meer leuke, groene scootertjes her en der op de meest onwenselijke plekken staan. De voorzitter: U heeft een mooi betoog en ik vind het vervelend om te moeten roepen dat uw tijd alweer voorbij is, maar toch het verzoek om af te ronden. Mevrouw Bouman: Over de toegankelijkheid, heel helder. Wat zijn de aanbevelingen? Een paar dingen. Wij zijn er

24/30

voorstander van om te kijken: zijn er klachten binnen gekomen en wordt er wat mee gedaan? De doelgroep van de gehandicapten zou jaarlijks benaderd kunnen worden, dan is het de vraag hoe je dat gaat doen, om te kijken: waar lopen we tegen aan en hoe kunnen we daaraan tegemoet komen? Dan denk ik dat we al een heel eind verder zijn. Met name ook in de rapportages naar ons via het sociaal domein, via de begroting, om een aantal items op te geven, want ik mis ze nog steeds. Dank u. De voorzitter: Het staat me bij, dat we vroeger een lokale gehandicaptenraad hadden. Toch? De heer Hoek, WIJ: Ik wil de heer Crielaard bedanken voor dit bespreekstuk. Het is natuurlijk altijd een interessant onderwerp. Ik weet dat de PvdA daar een X-aantal jaren geleden daar aandacht voor gevraagd heeft en zelfs zelf met een rolstoel door Berkel is gegaan. Ik heb ook weleens de eer gehad om in een rolstoel te mogen zitten, dat was toen mevrouw Gielis een rolstoel wedstrijd had georganiseerd. Ik kan u zeggen, dat het voor mij een hele exercitie was. Ik neem mijn petje af voor mensen die dat dagelijks doen, want het is bijzonder zwaar. Prima bespreekstuk, ik zal to the point komen en de vragen beantwoorden. Hoe beoordeelt de commissie de huidige mogelijkheden om toegankelijkheid te monitoren? Ik zeg eerlijk: ik heb werkelijk geen idee.

Het zou dus weleens goed zijn om daar over na te denken, hoe je dat zou kunnen doen. Wat bij mij meteen oppopt: je hebt allerlei mensen die gebruik maken van een voorziening, ik weet niet of dat AVG-technisch mag, maar ik kan me voorstellen dat je onder deze mensen een enquête uitzet: wat zijn uw ervaringen, waar ziet u verbeteringen? Misschien moet dat via de gehandicaptenraad, want ik denk dat dat met name de doelgroep is waar we de informatie moeten ophalen. Maar nogmaals, ik weet niet of dat AVG-technisch mag. Welke aanbevelingen heeft de commissie om toegankelijkheid en monitoring daarop te verbeteren? Wat ik net al zei: doelgericht doelgroepen benaderen. Maar ook op het moment dat iemand een voorziening aanvraagt meteen een soort klachtenlijn mee te geven: als u daadwerkelijk tegen zaken aanloopt, die op het bordje van de gemeente thuis horen, doet u daar dan melding van. Dan moeten we hier intern afspreken dat dit een doelgroep is, die we bijzonder serieus nemen. Nu moet ik wel zeggen, dat mijn ervaring met klachten richting de gemeente is, dat ze snel en adequaat worden opgelost, dat meen ik in alle oprechtheid, maar deze doelgroep verdient het misschien nog extra, dat dit soort onhandigheden die hen dagelijks belemmeren in hun dagelijkse bezigheden, dat die zo snel mogelijk worden opgelost. Dank u wel.

De heer Lieverse, CU: Dank u wel, meneer Crielaard, voor het agenderen van dit punt, want dat geeft me de gelegenheid om twee zaken onder de aandacht te brengen en nog niet genoemd zijn vanavond. Ik was bij het congres ‘iedereen doet mee’ waar de gemeente Stein werd uitgeroepen tot winnende gemeente van de 5 genomineerde. Het waren overigens kleine gemeenten, behalve Zwolle, die de tweede prijs kreeg. Twee punten, in de eerste plaats: we praten bijna altijd als het gaat over mensen met een beperking over mensen met een lichamelijke beperking, terwijl de zintuigelijke beperking niet zo vaak genoemd wordt, hoewel mensen die doof en blind zijn zeker zoveel beperking ondervinden in het dagelijks verkeer en mee kunnen doen in de samenleving. Een derde groep is verstandelijke beperking. Verstandelijk beperkten is een groep mensen, die ook graag geholpen wil worden, ook in openbaar vervoer, zij moeten ook kunnen begrijpen hoe de dienstregeling in elkaar zit. Dus er zijn verschillende vormen van beperking, die aandacht behoeven. Een tweede punt is, en dat zeg ik met aarzeling, poepen en plassen. Veel mensen denken: dat hoort niet in een deftige commissie thuis, maar openbare toiletten is een manco in heel Nederland en dat is ook in Lansingerland zo. Dat heeft op twee punten zijn weerslag.

In de eerste plaats de toegankelijkheid, de fysieke toegankelijkheid: kan ik met een rolstoel op tijd een toilet bereiken. En in de tweede plaats: zijn er voldoende aanwezig? Er zijn veel mensen met darmproblemen op allerlei manieren. Dat zij geholpen worden om snel een horeca te vinden of een openbaar toilet te vinden, is iets wat in onze gemeente aandacht verdient. Dat waren mijn punten. De voorzitter: In Engeland heb je serieuze competities voor wie de schoonste gemeentelijke toiletten heeft. De heer Jonker, D66: D66 dankt L3B voor het onder de aandacht brengen van het SCP rapport ‘lang niet toegankelijk’. Een mooi en belangrijk rapport, zoals veel SCP-rapporten. D66 is benieuwd of het college van B&W al kennis heeft genomen in een eerder stadium. Uiteraard vinden we als D66 de inclusie agenda ook ongelooflijk belangrijk. De heer Crielaard stelt 3 vragen en doet een voorstel voor een jaarlijkse monitor. Wat volgens D66 interessanter zou zijn, is een uitgebreid onderzoek of audit door een externe partij naar de stand van zaken van de inclusie-agenda. We zijn immers 5 jaren verder sinds gemeenten verplicht zijn een inclusie-beleid te maken in de vorm van een inclusie-agenda.

Aan de lijst met activiteiten te zien, zijn we best een eind op weg, maar er staan veel materiële voorzieningen in de lijst en D66 heeft vooral de vraag hoe deze activiteiten beleefd en ervaren worden door de doelgroep van die inclusieve agenda. Mevrouw Bouman: U heeft het over een externe partij. U zou dat zelf natuurlijk ook kunnen aanzwengelen bij de rekenkamer. De heer Jonker: Ik sta open voor alle opties, maar het gaat om externe onafhankelijkheid. Dat kan op een heleboel manieren inderdaad, maar dank voor de suggestie. Aan de lijst met activiteiten is te zien, dat we best op weg zijn. Veel materiële voorzieningen staan in de

25/30

lijst, maar wij zijn dus vooral benieuwd naar de ervaring en beleving door de doelgroep. In het SCPrapport wordt bijvoorbeeld problemen met onprettig bejegening genoemd of de noodzaak van goede sociale vaardigheden voor mensen met een beperking, omdat ze meer emotionele moeite moeten doen om zich te verbinden met anderen. Een ander aspect dat interessant is om nader onderzoek naar te doen is civil society in Lansingerland. Georganiseerde verbanden waarin mensen zich vrijwillig met elkaar verbinden. Hoe inclusief zijn wij in Lansingerland in dat soort verbanden? Samengevat: materieel zijn we eind op weg, maar het is goed om te laten onderzoeken waar we na 5 jaar staan. Daarnaast ziet D66 graag een gecombineerd onderzoek, waarin we ook de beleving en het gevoel van inclusie bekijken bij de doelgroep, maar ook in civil society. Hoe divers inclusief zijn we echt? Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek kunnen we dan in de commissie het gesprek voeren over een eventuele aanscherping van de doelstellingen en ook hoeveel tijd we onszelf geven om deze doelstellingen met elkaar te bereiken. Dat was mijn suggestie n.a.v. dit agendapunt. Dank u wel. Mevrouw Gabin, GL: Dank aan L3B voor het agenderen van dit bespreekpunt. GL hecht veel waarde aan het toegankelijk maken van vooral gemeentelijke gebouwen, voorzieningen en informatie aan mensen met een beperking.

Wij zien het liefst dat er vol wordt ingezet op de uitvoering van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. Zo bleek onlangs, dat kinderen met een handicap nog te vaak in een sociaal isolement leven, omdat zij regelmatig niet in de buurt naar school kunnen en naar sportclubs en speeltuinen, die niet toegankelijk zijn voor hen. De uitvoering van het verdrag gebeurt deels op landelijk niveau. Toch is er lokaal veel ruimte tot verbetering, ook voor Lansingerland. De uitvoering is tot nu toe te vrijblijvend geweest. Wij vinden dat er flinke slag te maken is op dit terrein. Er is veel gezegd door de fracties, maar als suggestie geven wij nog mee, dat er een concreet plan van aanpak op diverse leefgebieden of beleidsdomeinen kan worden opgesteld. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil de heer Crielaard bedanken voor het agenderen van dit belangrijke bespreekpunt. In de periode 2010 tot en met 2017 heeft onze fractie veel aandacht besteed aan de volwaardige positie in de samenleving voor onze inwoners met een beperking, o.a. voor toegankelijke centra. Dit haalde mevrouw Bouman en de heer Hoek ook aan. Eind 20(..) constateerde mijn fractie dat de toegankelijkheid en brede inclusieve aanpak voor mensen met een beperking politieke topprioriteit moest krijgen tijdens de volgende collegeperiode, dus waar we nu in zitten.

Het moet net zo belangrijk worden als duurzaamheid en veiligheid. Mijn fractie zit er nog steeds hetzelfde in, in volgende raadsperioden moet dat ook topprioriteit worden. Wat we nu zien: er is veel papier aan beleid, maar hoe ziet dat er in de uitvoerende praktijk eruit met het bevorderen van toegankelijkheid? We willen heel graag bij de top van Nederland horen en daarvoor moeten we ook echt aan de slag. De heer Lieverse haalde aan, dat we meer openbare wc’s moeten hebben in Lansingerland. Ik het verleden hebben wij daarvoor een motie ingediend en die is ook aangenomen, om in alle kernen voor openbare wc’s te zorgen, maar dat kunnen er ook eventueel wel meer zijn. Voor de PvdA-fractie zijn voor de toekomst de volgende zaken van groot belang. In het nieuwe college moet een integraal beleidsplan komen om de positie van mensen met een beperking in Lansingerland aanzienlijk te versterken. Gelijkwaardigheid is daarbij ook echt de norm. Het gaat om de beleidsterreinen toegankelijkheid van openbare ruimten, zoals zojuist genoemd: wonen, werken, zorg, sociale zekerheid, mobiliteit en het bestrijden van discriminatie. De raad moet de voortgang jaarlijks evalueren. Punt 2, dit integrale beleidsplan moet tot stand komen in samenwerking met organisaties van mensen met een beperking.

Zij weten waar ze het over hebben en kunnen waar ze tegenaan lopen meegeven aan de gemeente, waardoor het beleid beter wordt. Evidence based policy. Wat we ook heel graag willen is dat de toegankelijkheid van mensen met een beperking tot de arbeidsmarkt, daarvoor zijn de basisbanen nog steeds nodig, om de kans op betaald werk aanzienlijk te vergroten. De huidige instrumenten zoals loonsubsidies en sociale werkvoorziening bieden nog niet genoeg resultaat en soelaas. Voor de PvdA Lansingerland is de noodzaak van integrale aanpak gericht op gelijkwaardigheid van mensen met een beperking echt een topprioriteit in het verkiezingsprogramma mee genomen om dat ook voor de volgende raadsperiode te waarborgen. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik denk dat het, zoals door meerderen gezegd, een belangrijk is, de toegankelijkheid. Het gaat om verschillende vormen van beperking, zoals meneer Lieverse dat zo mooi duidde. Het gaat ook over verschillende vormen van toegankelijkheid. Of je het nou hebt over je door de wijken heen bewegen of over de digitale toegankelijkheid als je een zintuigelijk beperking hebt, het zijn allebei onderwerpen die onder dezelfde noemer vallen. Het is wat dat betreft heel breed. We hebben nog nooit mee gedaan in de race om de meest toegankelijke gemeente van Nederland te worden en ik weet ook niet of we dat perse moeten willen.

Ik denk dat het heel belangrijk is dat het bij alle beleidsbeslissingen tussen de oren zit: zijn wij inderdaad gefocust op dat iedereen mee kan doen, ongeacht zijn of haar beperking? Dat geldt dan zowel bij het inrichten van de buitenruimte als bij het ontwerpen van een speeltuintje als bij het ontwerpen van een website als bij het uitdenken van nieuwe

26/30

producten, die we hier in het gemeentehuis zouden moeten leveren aan onze inwoners, als je dat zo mag noemen. Ik denk dat het altijd beter kan, dus het is goed om elkaar daar scherp op te houden. Ik voel ook wel met de suggestie mee om daar nou eens een keer iemand op te laten reflecteren: hoe doen jullie dat nou en hoe doen jullie het ten opzichte van andere gemeenten? Maar het is een beslissing, die u als raad kunt nemen, of u zegt: het is ons het waard om daar een keer een onderzoek naar te doen en te kijken hoe we dan beter kunnen scoren. Ook voor wat betreft die monitoring zou ik dan zo’n onderzoek afwachten om te weten: hoe bouw je dan zo’n onderzoek goed op, om dat te monitoren. Anders krijgen we dezelfde discussie, die we net hebben gehad bij het onderwijs. Vanuit het niks komen we met een leuk idee en als we dan zeggen: we missen dit of dat of hier kunnen we niet zoveel mee, dan zou ik liever zeggen: doe een onderzoek, kijk naar de aanbevelingen en beslis dan op welke manier dat gemonitord wordt. Klachten komen natuurlijk bij ons terecht of bij andere organisaties, waar we natuurlijk heel veel contact mee hebben. Als het gaat over klachten in de buitenruimte, laat ik het zo maar even noemen, of onhaalbaar grote afstapjes en dergelijke, dat pakken we zelf op.

Dingen die bij andere organisaties worden neergelegd en die te maken hebben met beleid in het sociaal domein, die komen terecht bij onze medewerkers of via andere organisaties, want iedereen weet de weg wel. De ASD komt ook nog weleens met aanbevelingen. We hadden het net even over die gehandicaptenraad, die bestond wel in Lansingerland, het laatste wat ik ervan tegen kom op internet is 2011, ik heb het idee dat die niet meer bestaat, die gehandicaptenraad. Ik weet dat de voorzitter daarvan nauwe contacten had destijds met de leden van de ASD, dus ik heb het idee dat de ASD echt wel die focus heeft en met die brede bril kijkt: is het beleid dat hier in huis wordt uitgedacht daadwerkelijk inclusief en zorgt het ook voor toegankelijke voorzieningen voor al onze inwoners, als ze daar aanspraak op kunnen maken? Tweede termijn De heer Crielaard, L3B: Allereerst dank voor alle reacties van de collega’s. De heer Kampinga begon met: wat bedoel je met toegankelijkheid? Het kan heel veel verschillende betekenissen hebben, vandaar het bespreekpunt. Het gaat erom zoals het vastgesteld is in het verdrag, mensen met een beperking en mensen die chronisch ziek zijn. De heer Kampinga noemde een schrikbarend aantal van 19.000 mensen. Ik denk dat dat goed aansluit op wat vorige week gezegd is in die beeldvorming. Daar hadden ze het ook over een getal van 26%.

Als je kijkt naar mensen met een functiebeperking, 15% met een lichte functiebeperking, dyslectie, mar dat betekent dat je wel iets moet doen met je voorzieningen, je website. Het CDA begon o.a. over de deelscooters, dat is belangrijk in het kader van mobiliteit. Dat is een zeer terechte. Mevrouw Bouman noemde ook de klachten. Als ik breed naar alle fracties kijk, heb ik daar iedereen over gehoord. Ik heb iedereen gehoord over: neem die doelgroep mee. Meneer Xhemaili noemde dat evidence bases policy. Ik denk dat dat een heel goede is, want dat is wat er ook in het 6-uur journaal werd gezegd: eigenlijk is het heel makkelijk dat wij de beste gemeente zijn op toegankelijkheid, namelijk doordat wij luisteren naar de doelgroep en ermee in contact staan. Dat begint al heel vroeg in het beleidsproces, bij de eerste fase van ontwerpen en schetsen maken: wat hebben jullie nodig en hoe bereiken we dat met elkaar? Ik denk dat dat een heel goede is, wat eigenlijk alle partijen gezegd hebben. Dat is ook de lijn waar ik op zat. Ik wil eigenlijk jaarlijks geïnformeerd worden, de vorm kan vrij zijn, over wat die ontwikkelingen zijn geweest op dit vlak, maar ook: hoe is de doelgroep daar mee genomen. Het klopt inderdaad, die stichting gehandicapten Lansingerland, SGL, is in 2018 ontbonden.

Wat ik heb begrepen uit eerdere technische vragen is dat voor centrumschouwen nu gekeken wordt naar Welzijn Lansingerland en de ouderenbond om daar de doelgroep uit te halen. Daarbij vraag ik me wel af: heb je als college of als gemeente de hele doelgroep in kaart? Mevrouw Gabin noemde terecht kinderen met een handicap, dat zij in een sociaal isolement raken, dat is ook wat er in de Heraut stond over de coronacrisis, dat het ook jongeren met een handicap extra zwaar raakt, dat ze nog steeds thuis zitten, niet met vrienden kunnen afspreken om te spelen. Ik denk dat het heel belangrijk is als wij gaan kijken naar toegankelijkheid en die monitoring daarop, dat we de hele doelgroep daarin mee nemen. Ik hoop dat de wethouder daar misschien een toezegging op kan doen, dat we de juiste informatie krijgen. De wethouder zei dat een reflectie van een externe handig kan zijn, wat de heer Jonker noemde over een onderzoek, dat zou een goed startpunt kunnen zijn. Eerst kijken waar we staan en dan vanaf dat punt gaan monitoren. Dat vind ik een goed punt. Ik werd afgelopen raadsvergadering ook getriggerd door wat de burgemeester zei. Hij zei dat hij ging werken met ambassadeurs vanuit de samenleving. Dat sluit heel mooi aan bij het betrekken van de doelgroep. Dat heeft de gemeente Nunspeet gedaan bij hun startnotitie voor de inclusie-agenda.

Zij hebben ambassadeurs aangesteld vanuit allerlei kwetsbare doelgroepen om die onzichtbare drempels weg te nemen. De burgemeester heeft het toegelicht, hij had het over een open netwerk, waarbij iedereen vanuit de samenleving kan aansluiten. Ik wil ook gelijk mijn tweede termijn gebruiken om mijn pleidooi te doen aan de samenleving: sluit je aan bij dat open netwerk dat opgericht gaat worden en probeer op die manier onzichtbare drempels die nu misschien nog niet voor de gemeente duidelijk zijn daar mee te nemen. Samenvattend: onderzoek lijkt me goed. Monitoring, daar hoor ik graag een toezegging op, dat

27/30

we dat n.a.v. zo’n onderzoek gaan doen. De ambassadeurs heb ik genoemd. Ik dank alle fracties voor het meedenken. De voorzitter: Ik kijk de commissie rond of er behoefte is aan aanvullende opmerkingen. Mevrouw Bouman, CDA: Even naar de wethouder. Ik zwengelde de deelscooters aan. Ik zie het bij mij in het dorp dat mensen met een scootmobiel en rolstoel grote problemen hebben om dat te omzeilen. Dan denk ik: wat gaan we daar aan doen? Dat kan in een kort tijdsbestek geregeld worden als ik naar voorbeelden elders kijk. Het item van monitoren, een onderzoek doen, ik ben heel benieuwd hoe we dat gaan doen. Ik ben er zeker een voorstander van om dat op diverse terreinen te kijken: welke gegevens zouden we willen hebben? Dat was mijn vraag, daar heb ik geen antwoord op gehad: wat kunnen we met die deelscooters doen? Mobiliteit. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil graag nog iets recht zetten. De motie over de openbare wc’s was een motie van L3B, de heer Hoppenbrouwer. Dat wil ik recht zetten en niet zijn eer opstrijken. De heer Jonker, D66: Ik ben blij met de opmerking van de heer Crielaard. Het is een goede aanpak om eerst extern onderzoek te doen, dat kan de rekenkamer zijn of een andere instantie, onafhankelijk, en daarna aan de hand van geformuleerde doelstellingen te gaan monitoren hoe het zich ontwikkelt.

Ik kijk uit naar voorstellen op dat punt, misschien kunnen we er samen in optrekken. Wethouder Van Tatenhove: Ik sluit aan bij wat meneer Jonker als laatste zei. Het lijkt me goed om een onderzoek te doen en dan te kijken wat je wilt gaan monitoren. Het lijkt me niet zo zinvol om nu toe te zeggen dat we gaan monitoren, want ik denk dat het belangrijk is om te weten wat je dan wilt doen. Dat zou de opbrengst kunnen zijn van zo’n onderzoek, dus daar zou u zelf het initiatief voor kunnen nemen. De deelscooters, ik weet dat dat bij mijn collega Fortuyn echt een aandachtspunt is, dat hoog in zijn lijstje staat, omdat er veel over geklaagd wordt, omdat die overal worden achter gelaten. De gebieden waar ze achtergelaten kunnen worden, worden af en toe wat ingeperkt, want als je daarbuiten parkeert, kun je niet uitchecken, dan blijf je betalen. Daarom worden die gebieden ingeperkt. Ik kan wel zeggen: dat geef ik aan hem door. Dat is dan een toezegging, maar dat heeft niet zoveel zin, want ik weet dat hij er al mee bezig is om te kijken hoe we daar wat meer kunnen reguleren. Hij gaat zelf ook regelmatig op schouw met een groep inwoners. Daar zitten altijd mensen met verschillende beperkingen bij. Dat is ook om te kijken welke obstakels je tegen komt in een gewone woonwijk of specifiek in een dorpscentrum, maar ook op bedrijventerreinen.

Dus wat dat betreft zit die fysieke buitenruimte ook echt wel in het vizier bij het college. Dat geldt ook voor de openbare toiletten, n.a.v. de opmerkingen die daarover werden gemaakt. We hebben de motie gehad en toen is er in elke kern in elk geval een openbaar toilet georganiseerd. In de plannen voor Happy Italy in het park zit er ook eentje voor het park, daar hebben we destijds afspraken over gemaakt. Ook daar kijken we mee: wat is nodig? Ik denk dat het goed is om uit zo’n onderzoek duidelijk te laten worden: hebben we dat nou goed georganiseerd of zijn we hier echt helemaal niet goed bezig geweest? Dat zou ik niet durven zeggen, dat zou ik eerst laten toetsen dan. De heer Xhemaili: Het triggert mij, openbare toiletten zijn altijd wel handig om te hebben. Is het niet handig om er ook één bij metro Rodenrijs te plaatsen, zo’n openbaar toilet, voor de reizigers? De heer Kampinga: Even voor de zekerheid of ik het goed hoor. U zegt dus eigenlijk: de commissie of de raad moet zelf actie ondernemen om dat onderzoek op te starten. Dat we niet denken dat we het hier nu geregeld hebben. We moeten er zelf werk van maken. De heer Lieverse: Ter aanvulling. Het zijn niet alleen openbare toiletten, die gebouwd kunnen worden, het is ook de bekendheid ermee, dat is ook de reden om het hier een keer te noemen.

Dat horecaondernemers geen geld vragen van mensen die in nood zijn, maar dat ze zeggen: je bent welkom. Wethouder Van Tatenhove: Ik begin bij de openbare toiletten. Ik weet niet precies hoe ze aangeduid staan in elke kern. In Berkel kan ik het bordje voor me zien, dat er een pijl staat: daar is het openbaar toilet. Ik ga ervan uit, dat dat in andere kernen ook zo is. Dingen die je niet zo vaak gebruikt, daar let je niet zo op. In elk geval mogen ze er geen geld voor vragen, want daar krijgen ze een vergoeding van de gemeente voor, om die toiletten bereikbaar en schoon te houden, zodat ze goed gebruikt kunnen worden door iedereen. Of er her en der nog eentje bij moet, dat zou ik liever getoetst zien: hoe moet je dat dan organiseren als je dat goed wilt doen? Anders doen we het met een soort natte vingerwerk en dat lijkt me niet zo wijs. Of er bij de stations eentje bij moet, dat zou ik eigenlijk liever overlaten aan de spoorbeheerders, de RET in dit geval, en de MRDH die zich daarmee bemoeit. Daar hebben ze vast afspraken over, of dat wel of niet het geval is, ik denk niet dat ik daar nu iets op kan toezeggen. Het onderzoek lijkt me inderdaad een initiatief dat bij de raad ligt. Wij nemen in de samenlevingsvisie, waar u ook bij betrokken wordt, want die is gelinkt aan het toekomstperspectief, dit onderwerp in elk geval mee.

Maar als u onderzoek wilt doen en aan de hand daarvan een monitoring dan ligt dat initiatief bij de raad. De heer Hoek: U zei: ik weet dat er in Berkel openbare toiletten zijn. Ik probeer nu te achterhalen waar ze in Bergschenhoek en Bleiswijk zitten. Ik zou het niet weten. Ik vind het prima, daar gaat het niet om, maar misschien wel handig om dat na te vragen. Ik weet dat het café

28/30

van eigenaar is veranderd. Gewoon eens navragen: is het nog up to date, is er bewegwijzering daar? Net wat u zegt: ik kan het me niet voor de geest halen. Wethouder Van Tatenhove: Uit mijn hoofd is het in Bergschenhoek en Bleiswijk bij één van de supermarkten. U zou nog even kunnen kijken of u het bordje ziet. De voorzitter: Dank u wel. Ik kan me zomaar voorstellen dat voor het initiatief voor een onderzoek, dat van de raad moet komen, meneer Crielaard zich aangesproken voelt. Dat is zomaar een idee. De heer Crielaard: Daar voel ik me zeker toe aangesproken. Ik kom nog terug op die nulmeting, daar ga ik werk van maken. Voordat het agendapunt wordt afgesloten, wil ik alleen nog zeggen dat ik mijn tweede termijn vergeten ben de heer Lieverse te noemen. Hij noemde het belang dat het breder is dan lichamelijke handicaps. Het gaat ook om iets neurologisch of iets sociaals, dat kunnen ook beperkingen zijn. Het zijn vaak die onzichtbare drempels waar ik het over had. Dat wil ik nog even explicieter recht zetten, dat ik de heer Lieverse niet vergeten ben in de tweede termijn. De voorzitter: Dan sluit ik dit agendapunt. 6. Stukken ter advisering aan de raad: Niet van toepassing. 7a. Actualiteiten uit het college Wethouder Van Tatenhove: Die heb ik niet. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Ik kijk naar meneer Lieverse. Nee? 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Ook niet.

8. Rondvraag en sluiting De heer Lieverse, CU: Als ik het een half uurtje rek, dan kunnen we de wethouder feliciteren met haar verjaardag, is dat een idee? Anders doen we het korter. Mensen die gebruik maken van het zwembad hebben een brief gekregen, dat in de zwemuren en de zwemlessen flink bezuinigd moet gaan worden door een tekort aan instructeurs, zwemonderwijzers. Dat varieert van babyzwemmen tot bejaardenzwemmen, weet ik wat allemaal. Zij hebben zo’n brief gekregen. Mijn vraag aan de wethouder is of dat probleem bekend is en of de gemeente iets kan ondernemen aan die nood. Wethouder Van Tatenhove: Het probleem is mij wel bekend. Ik wist alleen tot uw vraag niet dat het ook in Lansingerland speelde, maar ik kreeg toevallig in zo’n kwartaalblad van de zwembaden associatie, weet ik veel hoe die heet, en daar zat zelfs een los inlegvel in met een suggestie om te overwegen of je zwemlesinstructeur zou willen worden. Toen dacht ik: dat is wel heel bijzonder. Dat sluit aan bij uw vraag. Ja, in het algemeen is er een tekort en dat speelt inderdaad ook hier dan dus blijkbaar. Dat is iets van Sportfondsen, want wij hebben zelf geen zweminstructeurs in dienst, dat organiseren wij ook niet, dus het is aan Sportfondsen om te zoeken naar voldoende mensen. Maar we zullen het in elk geval wel in onze gesprekken met hen even aan de kaak stellen.

De heer Erwich: Aansluitend op de vraag van de heer Lieverse zou ik ook graag willen weten hoe het bij Elysium zit, want daar hebben we afspraken over gemaakt, dat daar zwemlessen gegeven zouden worden. Die hebben hetzelfde briefje, dat daar geen zwemles meer gegeven gaat worden. Dus dat is wel een puntje. Ik heb geprobeerd het op te zoeken, maar ik kon niets vinden, hoe de afspraken precies waren. De heer Hoek: Natuurlijk, het is van Sportfondsen en het is van Elysium, maar ik kan me voorstellen dat je in samenspraak met hen op de gemeentepagina in de Heraut daar aandacht voor vraagt, zodat je samen kijkt: we erkennen het probleem, we hebben er ook last van, want het zwembad is van ons allemaal. Elysium wat minder, maar ze moeten zwemles geven, omdat dat ooit bij de verkoop zo bedongen is. Dat zou een suggestie zijn, dat we wel de hand reiken: we willen dat meenemen, op de gemeentepagina er aandacht voor vragen, zodat we jullie niet op kosten jagen, maar wij als gemeenschap mogelijk wel voordeel daar bij hebben. Wethouder Van Tatenhove: Ik weet niet zo goed wat wij dan als gemeente zouden moeten aanbieden op de gemeentepagina, want we hebben geen zweminstructeurs, dus we kunnen het probleem niet oplossen.

De heer Hoek: (…) weinig instructeurs, hetzelfde voor Elysium, heb je belangstelling geef je op en dan komt het nummer van Sportfondsen of van Elysium, maar dat je er publiek wat meer aandacht voor vraagt. Wethouder Van Tatenhove: Soort oproep om zweminstructeur te worden. Die kunnen we mee overwegen. De heer Erwich: Volgens mij is de aanname dat bij Elysium hetzelfde speelt niet helemaal juist. Ze willen er gewoon mee stoppen. Misschien is het de moeite waard om dat even na te vragen. Wethouder Van Tatenhove: Ik was nog niet klaar met mijn beantwoording, want ik heb hetzelfde idee als u heeft, meneer Erwich. Ik ben de afgelopen dagen door verschillende ouders benaderd. Ik heb ook de kopie van de brief in mijn mailbox gekregen. Het lijkt inderdaad alsof het Elysium volledig wil

29/30

stoppen met de zwemlessen. Wij zijn nu in ons archief, dat elders is gelokaliseerd, aan het zoeken wat exact de afspraken zijn geweest, want wat u zegt meen ik mij ook te herinneren van de collega van de heer Lieverse, die met hem in de raad zat in Bleiswijk, dat daar destijds afspraken over zijn geweest. De mensen die destijds bij die afspraken waren, werken niet meer bij de gemeente Lansingerland, dus we moeten daar even zoeken wat er zwart op wit is gesteld. Ook niet meer bij het Elysium, maar in elk geval weet ik nu wat het Elysium nu richting de ouders heeft gecommuniceerd over zwemlessen voor kinderen. Dat is strijdig met de afspraken die ik meende te herinneren, maar ik weet niet hoe ze zijn gedefinieerd en of er bijvoorbeeld een eindtijd bij was vermeld, dat zou ook kunnen. De voorzitter, om 23.40 uur: Dan zijn we toe aan de sluiting. Dit was uw laatste commissie samenleving. De burgemeester zal ongetwijfeld in de raad er nog mooie woorden aan wijden en dan houden we het niet droog. Ik moet zeggen, ik moet ook moeite doen. Nee, alle gekheid op een stokje, dit is natuurlijk wel uw commissie geweest al die jaren. Dat hebben we ook wel gemerkt aan de enorme betrokkenheid en energie en warmte die u overal in uw onderwerpen heeft doen uitstralen. Ik denk dat ik namens de leden van de commissie spreek als ik u daar enorm voor wil bedanken. We gaan u missen.

Ik kan u uit mijn eigen politieke verleden wel zeggen, dat wethouder Cnossen zomaar een heel fijne opvolger zou kunnen zijn, die heb ik nog meegemaakt in Berkel en Rodenrijs. Net zo betrokken en net zo deskundig. Maar u heeft ervoor gekozen om ons na bijna 8 jaar als wethouder vaarwel te zeggen. Heel veel succes op die weg. Ik weet zeker dat wij in tal van onderwerpen na uw vertrek nog vaak bespreken en nog vaak zullen nadenken over wat u allemaal daarover heeft gezegd en geïnitieerd. Nogmaals namens ons allemaal: ontzettend bedankt en het ga u goed. (applaus). Ik sluit de vergadering.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

30/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=690d2cb8-36e3-4762-9b0a-68b1f0136939