[BV21.0168] Verslag commissie Ruimte van 5 oktober 2021
Tekst van het document
Viatorem, ik heb opgezocht wat het betekent en het betekent reiziger, maar toch zitten ze er al meer dan 50 jaar. Viatorem heeft projectwethouder Fortuyn uitgenodigd om 4 oktober langs te komen, maar ik heb ook gelezen, dat dat niet heeft plaats gevonden. Dat is wel teleurstellend. Ik zou daar graag nadere duiding over willen horen. Ik had gehoopt, dat er gisteren een gesprek zou plaats vinden. Wat ik al eerder zei, dat gesprekken moeizaam verlopen, dat is inmiddels bekend, dat wordt ook van beide kanten aangegeven en bevestigd. Voor de beoogde ontwikkeling zijn toetsingscriteria opgesteld, dat staat ook in de brief van 29 juni. Genoemd worden omgevingsaspecten, ruimtelijk beleid, financiën, mobiliteit. Ik ga er ook van uit, dat hieraan gemeten wordt en dat dat naar ons toe zal komen. Het college is een
11/23
locatieonderzoek gestart en het resultaat tot nu toe is dat van de 10 oorspronkelijke locaties, waarvan 5 aangedragen zijn door Viatorem, er na toetsing nog 2 overgebleven zijn, de welbekende Hoeksekade en Bosland. In de brief van 29 juni geeft de gemeente aan, dat er volgens de toetsingscriteria wordt gehandeld. Ja, er is ook extern adviseur ingeschakeld met expertise op het gebied van huisvesting van woonwagens om Fortuyn en zijn mensen te ondersteunen. Op vraag 7, is de commissie van mening dat de voorkeur van het college voor handhaving van het woonwagencentrum op de huidige locatie toegelicht dient te worden? Dan is mijn antwoord: dat antwoord ligt al in de stukken opgesloten. Misschien ben ik dan te rechtlijnig, maar alles overziende, er is geen unanimiteit bij de bewoners, er mag maar 1 WWC in Bergschenhoek zijn, er kan niet vergund worden voor een garagebedrijf op een andere locatie. De voorzitter: Wilt u uw betoog beëindigen? Misschien vraag 8 nog. De heer Van Harn: Ik denk dat vraag 7 en 8 veel overeen hebben. Ik wacht af hoe het college dit proces verder zal brengen. Dank u wel. De heer Markus, CU: Wij zijn helemaal niet op bezoek geweest. Nee, dat is niet zo. Wij hebben uitstekend gesproken.
Als je op die locatie rond loopt, moet ik eerlijk zeggen dat bij mij als gemeenteraadslid toch wel het schaamrood op de kaken is komen te staan, dat we als gemeente zo lang die situatie gehandhaafd hebben. Het gaat mij er niet om een veroorzaker of schuldige aan te wijzen, maar we hadden er met elkaar veel eerder actie op moeten ondernemen. Het siert het college dat ze die actie hebben ondernomen, dat hadden vele colleges voor ons en ook daar waren wij onderdeel van, dat besef ik zeer goed, al moeten doen. Alleen, het is nog niet zulke heel makkelijke materie. Het is hier al vaak langs gekomen. We hebben te maken met bewoners, die het niet met elkaar eens zijn en dan is het altijd lastig om te komen tot een keuze. We gaan het ook niet hebben over een locatie, want om tot een locatiekeuze te komen, hebben we een gedegen onderzoeksrapport nodig, waarin duidelijk onderbouwd staat waarom het college komt met een keuze, maakt niet eens uit welke keuze, als het maar onderbouwd is, want dan kun je op basis van argumenten, dat doen we altijd in deze raad, met elkaar van gedachten wisselen. Ik denk dat als er een prachtig rapport ligt met een goed onderbouwde keuze, dat kan dan ook naar de bewoners en die hebben dan ook waar zij al eerder om gevraagd hebben en dan kunnen we met elkaar in gesprek om te kijken wat zij van de argumenten vinden.
Ik denk dat we dan een heel eind met elkaar kunnen opschieten om een keuze te kunnen maken. Heeft die brief van september ons verbaasd? Ja, eigenlijk wel. We hebben de bewoners gesproken, maar ik ken wethouder Fortuyn en het college ook als mensen die zeer voortvarend aan de slag gaan. Ik moet eerlijk zeggen, dat de toon van de brief me verrast heeft. Ik had het niet verwacht. Ik weet best dat als gesprekken lastig gaan, dat je dan wat kort door de bocht kunt zijn. Soms is het handig om met je vuist op tafel te slaan om wat voor elkaar te krijgen, dus in die zin heeft de brief ons wel verbaasd. We hopen dat het college komt met een goed onderbouwde afweging. De kaders, waar om gevraagd wordt, zijn in de brief van juni al geschetst, daarin staat aan welke criteria moet worden voldaan. Als ze nog een criterium missen, beste mensen, de kans hebben we gehad om daar nog wat van te vinden, zeg het nu. Ik denk dat we daarmee een goede keus kunnen maken. Ik ben erg benieuwd naar de visie van de wethouder op dit hele verhaal. Kortom: ja, we zijn verbaasd over de brief en ja, wij verwachten niet meer dan een goed onderbouwd voorstel, waarin verschillende alternatieven tegen elkaar kunnen worden afgewogen.
De heer Muis: Ik zou graag van de heer Markus willen weten of hij dan nu nog een rol ziet voor de bewoners in het participatieproces of dat we gewoon zeggen: we wachten met zijn allen rustig af, een aantal maanden, waar het college mee komt? Of vindt de heer Markus dat het misschien verstandig is om bewoners toch nog in een soort participatietraject te betrekken om ze in elk geval mee te nemen in de gedachtevorming van het college hierover? De heer Markus: Het antwoord is wat ons betreft volmondig ja. Als je die stukken toch opstelt, dan kun je er heel goed nog een keer met de bewoners over spreken. Je hoeft elkaar niet te overtuigen van een keus, maar je kan wel de keus toelichten. Dus jazeker. Dat was hem. Dank u wel. De voorzitter: We hebben alle fracties gehad. Dan is nu het woord aan de wethouder aan mijn linker zijde. Er zijn de nodige vragen aan u gesteld t.a.v. de toon van de brief, wat is de visie, hoe gaat het met de participatie, zomaar een paar items. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Dank u wel voor de sprekers over dit dossier dat mij na aan het hart ligt. Dit ligt na aan mijn hart en ik sta hier ook niet vol trots te vertellen, dat we het overleg opgeschort hebben, maar ik ga het wel uitleggen. Als je gaat dansen, heb je 2 mensen nodig. Wat mij zeer doet, is dat er net gezegd is de gemeente niet hoog in het vaandel te hebben m.b.t. participatie.
Juist dit dossier, juist dit dossier is vanaf 1969 consequent doorgeschoven. Door het feit dat wij als raad met elkaar besloten hebben om het ABS daar weg te halen, dat we daar ook gelden geïnvesteerd hebben voor renovatie, maar ook de Boslandweg die er naartoe gaat, de focus dat wij het huurcontract hebben opgezegd met Comgoed, al die elementen hebben meegespeeld, dat ik gezegd heb als wethouder: in het college moet een omgevingsvisie ontwikkeld worden, er moet een bestemmingsplan ontwikkeld worden en we willen
12/23
regulering en normalisering van de woonsituatie van de bewoners aldaar. Ik wist vanuit die optiek met u de goede discussie aan te gaan. Dat meen ik ook serieus, want het doet me zeer. Want wij hebben hele goede gesprekken gehad met de woonwagenbewoners. In principe heb ik ze nog steeds, alleen op een gegeven moment is genoeg genoeg. Dan kom ik even op de vraag: waarom die toonzetting? Als ik zeven maanden namens het college, Pieter van de Stadt is er ook een paar keer bij geweest, consequent geconfronteerd wordt met het wantrouwen. Alles wat we zeggen, alles wat we doen, bevestigen: kunnen we een bevestiging krijgen per mail, binnen 2 dagen. Er worden vragen gesteld, waarvan ik me afvraag: wat wil je daarmee? Het houdt op, het zit alles in de weg. Dat gaat zo maar door, dat gaat 6, 7 maanden zo maar door. Mevrouw Flutsch kan het bevestigen, zij heeft ook nog een bandopname. Van tevoren gevraagd: mag ik deze vergadering opnemen? Mevrouw Nienke Flutsch mag hem afdraaien hier in de raad, ik loop er niet voor weg, maar ik ben ontzettend boos geworden. Als je aan je integriteit komt en aan je wantrouwen 6, 7 maanden lang, kom ik niet verder. Vervolgens heb ik daar de stelling neer gelegd vanaf dag 1: we gaan voor 1 locatie.
Dat is zowel aan Viatorem maar ook de overige 3 bewoners die er zitten en een garagebedrijf hebben, die nog wat andere handel hebben, aangegeven: we gaan voor 1 locatie weg. Lansingerland heeft 3 locaties, die kent u allemaal. Er is in de woonvisie ook gekeken, woonwijken moeten ook groei hebben, dat moeten we ook op het woonwagencentrum faciliteren. Maar we hebben wel van meet af aan gezegd: het garagebedrijf en paardenbak zijn losstaande gegevens. Als de Hoeksekade in beeld komt, kan het in een recreatiegebied mogelijk zijn tegen betaling grond te huren, te kopen of wat dan ook, om een paardenbak te realiseren. Dat is helder. Maar een garagebedrijf komt niet in het recreatiegebied. Als partijen er dan niet uit komen, dan kunt u zeggen: je moet 3 dwingen om weg te gaan, want het staat de omgevingsvisie in de weg. Ook de ontwikkelingen die er nu gaande zijn staat het in de weg. En we komen op dat proces niet verder. Toen hebben wij gezegd, dat heb ik ook een paar keer gezegd: als u de beslissing niet neemt, dan nemen wij als college de beslissing en die beslissing is als volgt: dat wij een onderbouwd, dus ook de locatieonderzoeken, onderbouwd een raadsvoorstel aan u zullen voorleggen en dan kunt u de discussie voeren. Als u besluit om straks twee woonsituaties te creëren, dan is dat aan u.
Ik ben bezig met een opdracht om het welzijn van die bewoners absoluut te verhogen, zowel in de omgeving, maar ook in de woonsituatie en de locatie daar. Daar hebben we ook gelden voor over, want ik ben het met u eens: je wilt zo niet wonen. Dat het al vanaf 1969 al zo is, dat vind ik schandalig en ik schaam me ervoor. Dat is het uitgangspunt dat ik heb. Er zijn vragen gesteld, die helemaal terecht zijn. Waarom is de relatie zo verstoord? Ik hoop dat ik met deze beantwoording u heb aangegeven, dat het voor mij genoeg is. Dat zeg ik helemaal niet naar de persoon op zich, maar dit proces. Ik wil nu met u een goed raadsvoorstel voorbereiden en dan hebben we de discussie erover. Tussentijds kan ik niets, kan ik ook niet bewegen, ik kan ook geen toezeggingen doen. Het is nu eenmaal een gegeven, zoals het is. We zullen het baseren op de zorgplicht die we hebben, op de wetgeving die er is met oog voor de mensen die er wonen, maar het is niet zo dat wij de grenzen op gaan zoeken dat meer is dan een gemiddelde inwoner van Lansingerland. Ze zijn inwoner van Lansingerland, we respecteren hun leefomgeving en we respecteren ook de zorgplicht en die wil ik invullen. Maar er worden geen uitzonderingen gemaakt met allerlei vormen, waarvan wij zeggen: dit gaan we ook bij de gemiddelde inwoner niet doen.
De heer Muis: Respect voor de daadkracht van de heer Fortuyn, dat hij dit dossier heeft aangepakt. Alleen, ik vraag me af, het eind van het verhaal is dat eigenlijk al die keuze er is, dat we de keuze willen laten vallen op Bosland. Waarom is er dan zo’n enorm lang participatietraject opgetuigd met 11 varianten, en we willen het vooral niet anders doen dan bij andere inwoners, maar dat hebben we toch gedaan en achteraf zeggen: dat hadden we allemaal niet moeten doen, ik ga terug naar het oorspronkelijke verhaal, we handhaven Bosland. Had dan niet die ruimte geboden in een participatietraject, denk ik. Want nu lijkt het willekeur vanaf de buitenkant. Het lijkt niet of er echt een beweging is gemaakt, die is er ook niet, want het voorstel komt pas over een aantal maanden. Ik ben wel een beetje in verwarring hierdoor. De wethouder loopt nu zelf vast in dat participatieproces, waar teveel ruimte is geboden en nu krijgen we het niet meer terug in de doos. Wethouder Fortuyn: Terug in de doos betekent dus een raadsvoorstel. Wij hebben aan de hand van de wensen vanuit de woonwagenbewoners serieus willen kijken welk potentiële locaties er aanwezig zijn. U kunt zich ook voorstellen dat Leeuwenhoekseweg ook een mogelijkheid was, maar het zit te dicht bij een bedrijventerrein.
Ik wil in ieder geval 100 meter of 50 meter of 80 meter afstand houden tot de bedrijven daar om een voorbeeld te noemen. Zo is er een aantal andere locaties, denk hier aan Rijkswaterstaat op de Schieweg, die gaat weg, zou ook nog een potentiële locatie zijn. Zo zijn we met elkaar wel bezig geweest. Dat hebben we met plussen en minnen gedaan en ook indicaties erop. Uiteindelijk hebben we er twee. Daar hebben we gewoon het goede gesprek over gehad met de bewoners. Maar wij willen niet naar 2 woonsituaties. Dan kom je op een punt: nu moet je een beslissing nemen, als u hem niet neemt, dat is eigenlijk wat hier gebeurt, ja, dan nemen wij hem als college en dan gaan we naar de raad en als de raad er een ander beeld over heeft, dat kan, maar dan bent u aan zet. De voorzitter: Dat was uw reactie op de eerste termijn. Wethouder Fortuyn: Wat mij betreft wel. Er waren wat vragen gesteld, maar dit wil ik even delen, want dit doet me veel. De voorzitter: Ik begrijp het, ik zie het ook aan uw intonatie.
13/23
Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: Dank alle collega’s en dank ook de wethouder voor zijn gloedvolle, doch iets te emotionele betoog. Als hem iets pijn doet in dit dossier, er is een mooi spreekwoord: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Ik denk dat het belangrijk is voor een bestuurder, van een overheid, om zich zo op te stellen, dat je het vertrouwen wint van je bewoners, want uiteindelijk zit je er voor je bewoners, je zit er niet ter meerdere eer en glorie van jezelf, je zit er niet om vriendjes te maken, dat is mooi meegenomen, maar dat is niet waarvoor je het doet. Je doet het juist om een beslissing te nemen, die in het belang is van alle inwoners of in ieder geval van de meerderheid van de inwoners. Dat de wethouder dit persoonlijk pijn doet, ja, dat is vervelend voor de wethouder, maar dat hoort nu eenmaal bij besturen. Dan over het feit, dat hij heeft gezegd: we hebben besloten om voor 1 locatie te gaan. Dat is prima, dat kan, maar nogmaals wil deze raad in een eventueel raadsbesluit duidelijk onderbouwd zien waarom er gekozen is voor die ene locatie. Waarom een andere locatie, of eventueel een derde locatie, niet tot de mogelijkheden behoort, dat willen we zien, dat willen we onderbouwd zien. Verder zijn wij weldegelijk van mening, dat de burgerparticipatie, dat de gesprekken met de inwoners, gewoon hervat moeten worden.
Er zou gisteren een afspraak geweest zijn. Door de gemeente werden daar aanvullende voorwaarden aan gesteld, er moest een agenda gevormd worden, er moest nog iets bij komen, daar is aan voldaan. De heer Blonk: Ik heb een vraag aan de heer Ruijtenberg. Voor hoeveel locaties is hij, is hij voor meer dan 1 locatie voor woonwagenbewoners? De heer Ruijtenberg: Ik ben voor 1 locatie van woonwagenbewoners, alleen, ik wil een keuze hebben gefundeerd op meerdere locatie-opties. Dat kan 1, dat kan 2, dat kan 3 locatie-opties zijn. Er zijn 10 locaties onderzocht, op voorhand zijn er 6 of 7 afgevallen, mijn excuses als ik het niet helemaal precies weet want ik doe het uit mijn hoofd, en er zijn er 3 over gebleven, daarvan zijn er 2 heel erg kansrijk. De ene is de huidige en de andere is Hoeksekade. Ik wil duidelijk hebben waarom de één wel en de ander niet. Ik wil niet geconfronteerd worden met: dit is het, teken bij het kruisje, stikken of slikken, of als jullie het anders willen bij de raad, dan doen jullie het maar anders. Nee, ik wil gedegen weten waarom de keuze is tussen die 2 locaties. De heer Blonk: Ik constateer dat de heer Ruijtenberg zegt: 1 locatie in Bergschenhoek, alleen welke dat moet zijn, daar is hij nog mee bezig. De heer Ruijtenberg: Dat is de juiste constatering van de heer Blonk, inderdaad ja, dat klopt. We willen gewoon 1 locatie.
Daarnaast, als er een gesprek wordt geïnitieerd gisteren, dan wil ik klip en klaar weten waarom er toch besloten is door het college om niet naar dat gesprek te gaan, terwijl er ook aanvullende voorwaarden gesteld werden, waar bewoners aan voldaan hebben. Ik vind het geen pas, dat je te elfder ure een afspraak afzegt. Zo ga je niet om met je inwoners, maakt niet uit wie het zijn. De voorzitter: Wilt u het beëindigen, want u zit aan uw tijd. De heer Ruijtenberg: Ik wil niet, maar het zal wel moeten. Maar dan stoppen we ermee. De enige zin die ik nog heb: ik wil de collega’s wel bedanken voor de beantwoording. Ik constateer wel, dat de meeste van de coalitiepartijen, moet ik toch helaas zeggen, ik wil er geen oppositie/coalitie spelletje van maken, totaal niet, maar dat die eigenlijk niet echt ingegaan zijn op de vragen, die er gesteld zijn. Ik heb niet echt gehoord of zij ook vinden, ja, de CU heeft het er nadrukkelijk over gehad, dat die participatie hervat moet worden, ik heb de VVD horen zeggen: we zijn er nog niet klaar mee, we willen meer weten over de onderzoeksresultaten. Maar van L3B en CDA heb ik daar te weinig over gehoord. De heer Blonk: Ik ga nog een keer door het stof. De heer Ruijtenberg: We hebben nog ergens een boetekleed in de kast. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Het boetekleed was al vergeven, volgens mij.
De heer Jumelet, WIJ: Wat de heer Machielse in de eerste termijn aangaf, dat is een beetje de kern van het standpunt van WIJ. Bij de besluitvorming straks in de raad moeten wij een goede afweging kunnen maken. Om toch in herinnering te roepen, ik heb al vaker gezegd, misschien geen goede vergelijking met dit onderwerp, maar bij het Berkelsdijkje de plussen en de minnen en de voorkeursvariant wordt uitgewerkt en de rest wordt met plussen en minnen afgedaan, daar kan je geen eerlijke vergelijking maken en dat geldt ook voor dit onderwerp. Op het moment dat er straks een rapport ligt, waarin de locaties gewaardeerd zijn en je kan een goed vergelijk maken en je wordt er goed in mee genomen met voors en tegens, wat dan de uitkomst is, dat zien we dan wel weer, inhoudelijk. In het kader van besturen, en dat is wat de heer Machielse ook zei: zo kunnen we ook goede besluiten nemen. Dat vind ik de waarde van een raadsvoorstel, dat dat gebeurt. Ik hoorde de wethouder dat een beetje aangeven, dat hij dat voornemens was. Misschien is de wens de vader van de gedachte, maar wellicht kan hij dat bevestigen. Wat de uitkomst kan zijn. Waar we ook aan hechten, is dat met name de gesprekken met de bewoners in aanloop straks naar besluitvorming, dat dat weer opgestart wordt.
Stel dat het door gaat zoals het nu gaat en de communicatie is stil gelegd en er ligt straks een raadsvoorstel, dan zit de tribune weer vol en weten we precies hoe het gaat. Veel mensen gaan dan gefrustreerd naar huis en dat is iets wat we natuurlijk niet willen. We doen het niet voor onszelf, we doen het voor de bewoners. Dat betekent ook, en dat ben ik het ook eens met de wethouder, we hebben best gevoel bij dit dossier en dat betekent voor ons ook, dat we serieus het gesprek aan moeten. Dan moet je soms over je schaduw heen stappen en dat geldt voor beide kanten, dat je over je schaduw heen moet stappen, om dat gesprek weer op een goede manier vlot te trekken. De vooritter: Meneer Jumelet. De heer Jumelet: Ja, ik weet het, ik
14/23
sta dik in het rood, maar ik wil nog 2 zinnen toevoegen. We hebben het natuurlijk continu over die 9 bewoners. De oproep die meneer Blonk deed over de 3 bewoners. Weet je, je kan ergens tegen zijn of niet willen, maar het is van waarde om dat gesprek aan te gaan en ook duidelijkheid te geven wat de bezwaren zijn voor zover die nog niet duidelijk zijn. Misschien dat de wethouder daar op in kan gaan. Ook de oproep aan die 3 bewoners: ga alsjeblieft aan tafel zitten bij de wethouder met die 9 andere bewoners om dat gesprek te hebben, want linksom om rechtsom, er gaat een besluit vallen, welk besluit het ook zal zijn. Je wilt eigenlijk dat er 12 bewoners zijn, die zeggen: een goed besluit, daar kunnen we mee voort. Wat dat besluit zal zijn, dat zien we dan wel weer. Maar wij hechten ook heel veel waarde aan het weer op gang krijgen van het goede gesprek tussen het college en de bewoners. De voorzitter: Communicatie. De heer Muis, D66: Ja, communicatie is hier essentieel. Allereerst dank aan alle fracties voor hun visie. Ik hoor en voel dat bijna alle fracties op zoek zijn en behoefte hebben aan een goede onderbouwing. Alleen, ik denk, de wethouder gehoord hebbende, dat dat niet gaat gebeuren zoals het er nu voor staat. Als een argument is: er zijn 3 mensen tegen en daarom blijven we op Bosland. Dan heeft de onderbouwing van Hoeksekade helemaal geen enkele zin.
Het heeft alleen maar zin om die participatie weer op te pakken, met die 3 bewoners in gesprek te gaan en ervoor te zorgen dat ze ook kunnen wegen en voelen wat voor hen het beste is. Dan kan er nog steeds uit komen, dat ze willen blijven, maar het zou zomaar kunnen, dat ze dan wel op één lijn komen. Alleen, als je nu zegt: we stoppen de participatie, het college maakt een voorstel, ja, dan weet ik al hoe het af gaat lopen. Dan is het enige argument: niet iedereen is voor, 3 zijn er tegen, dus we blijven op Bosland. Dan kunnen wij met zijn allen gaan zitten dimdammen over alle plussen en minnen, maar dan wordt het toch het collegevoorstel. Dan heb ik er nu al bij voorbaat een heel onbevredigend gevoel bij, dat we dat hebben laten gebeuren. Het is echt een oproep: start die participatie weer, ga met die 3 bewoners in gesprek en zorg ervoor dat ze snappen wat ze kiezen. Ik heb nu sterk het idee, dat dat niet het geval is. De heer Blonk: Prima, terecht, dat hij zegt: ga met die 3 mensen in gesprek. Ik dacht dat dat al gebeurd was, maar dat weet ik niet, maar terecht dat u dat zegt. Maar stel dat zij zeggen: wij willen gewoon hier blijven. Dat betekent dat de locatie Bosland gehandhaafd blijft voor alle 9. Dat is wat u zegt? De heer Muis: Ik zeg het omgekeerde. Ik zeg dat als er niets gebeurt met die 3 bewoners, dat ze dan sowieso op Bosland blijven.
Er moet gewoon een voorstel liggen dat bewoners, maar ook wij, kunnen beoordelen. Wat er dan uit komt, komt er uit. Ik heb al in de eerste termijn gezegd: ik heb geen voorkeur. Maar dat is wel mijn volgende vraag aan de heer Fortuyn, die heb ik ook gesteld aan inspreekster: hoe kan het zo zijn, dat het college zegt dat Bosland het meest tegemoet komt aan de wensen van de bewoners, terwijl de meerderheid van de bewoners zegt: we hebben voorkeur voor Hoeksekade? De heer Blonk: Ik kom terug op mijn interruptie. Stel nou, dat die 3 bewoners, die geven beargumenteerd aan waarom ze op Bosland willen blijven. Dan betekent dat ook voor u, dat de locatie Bosland gehandhaafd wordt en die andere locatie niet in orde is? De heer Muis: Ik ga niet in op stel-dat-vragen, want ik wil eerst weten hoe het ervoor ligt, wat mensen ervan vinden. Op basis daarvan kunnen wij een besluit nemen. Ik kan hier nu niets over zeggen, want ik weet niet hoe de participatie vorm gegeven wordt. De heer Markus: Ik snap wel wat de heer Muis zegt over die 3 bewoners. Ik heb begrepen, dat ze bij alle gesprekken aan tafel hebben gezeten. Je kan niemand dwingen om iets te zeggen. Ik snap wel wat u zegt, maar ik worstel er wel een beetje mee, want als bewoners helemaal niet mee willen denken en het allemaal wel prima vinden, dan zijn zowel Viatorem als het college uitgepraat letterlijk, want er wordt niets gezegd.
Waar stopt dan de participatie van die 3 bewoners? Voor een dans heb je er twee nodig, als er 1 stil blijft zitten en niets zegt, dan wordt het natuurlijk heel lastig. Waar stopt die participatie vanuit de gemeente, zoals u dat zegt, zou moeten plegen? De heer Muis: Volgens mij stopt die nog niet. Er moet nog steeds op worden ingezet. En je moet er achter komen: wat zit er werkelijk achter die stellingname dat ze willen blijven op Bosland. Misschien is het allemaal onderzocht, ik ben niet bij die gesprekken, dus ik weet het niet, maar ik voel ook vanuit insprekers, 75% van de bewoners, die zeggen: wij kunnen het al niet goed vergelijken. Dat zijn mensen die dag in dag uit hiermee bezig zijn, in gesprek zijn. Die kunnen het al niet beoordelen, laat staan die 3 die erbij hangen. Volgens mij is er gewoon meer nodig. Ik hoop dat de wethouder daar echt toch nog een poging voor wil doen en duidelijke afspraken wil maken met de vereniging op welke manier dat dan wel of niet kan. Maar vanuit de gemeente eenzijdig het contact afbreken en de manier waarop, dan heeft het geen zin dat wij hier over een aantal maanden met elkaar over dat besluit gaan oordelen. Maak er een hamerstuk van, dan ben ik er ook klaar mee. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik onderschrijf de woorden van de heer Muis, die hij zojuist heeft geuit.
Voor de PvdA is het belangrijk dat bewoners van het woonwagenterrein in gesprek blijven met ons college en dat eerlijk en open samen aan een oplossing wordt gewerkt. Als gemeenteraad zouden we graag op de hoogte daarvan willen blijven als de gesprekken op gang komen, hoe dat verloopt en wat de resultaten zijn. We moeten op basis van duidelijke informatie kunnen inschatten. De heer Markus: Die tussenzinnetjes over hoe het loopt vind ik levensgevaarlijk. Wilt u na elk gesprek dat heeft plaats gevonden dat de wethouder een brief stuurt m.b.t. hoe dat verlopen is? Volgens mij moeten we dat met
15/23
elkaar niet willen. Bedoelt u dat? Of wilt u gewoon als het raadsvoorstel voor ligt, dat er bij het kopje burgerparticipatie keurig staat wat er allemaal gebeurd is. De heer Xhemaili: Gedurende het proces kan de wethouder ook toelichten hoe het gaat. Hoeft niet in een wekelijkse brief te zijn, maar gewoon toelichten hoe het gaat en wat er speelt. Ik ga door met mijn betoog. De heer Machielse: Ik ben toch getriggerd. De heer Muis zegt net: ik wil hier niet over een X-aantal maanden staan met een voorstel dat toch een hamerstuk wordt, omdat we het eigenlijk niet kunnen beoordelen. En ik hoor de heer Xhemaili zeggen: ik hoef het niet wekelijks, maar ik wil gewoon bijgepraat worden. Ergens daar tussenin ligt de werkelijkheid voor meneer Xhemaili. Wat wilt u nou? Kan meneer Xhemaili aangeven wat hij dan wil van de wethouder en waar het voor hem voldoende is qua informatievoorziening en betrokkenheid bij het traject? Ik wil voorkomen dat we hier over een paar maanden zitten en dat u zegt: het was teveel, het was te weinig, het was er niet, het was er wel. De heer Xhemaili: Wat ik wil van de wethouder, is dat het gesprek wordt gestart en dat dat in vertrouwen moet worden voort gezet. Dat dat gesprek gewoon goed gaat, duidelijk met elkaar het gesprek aangaan over wat de wensen zijn van de bewoners.
De heer Machielse: Dat begrijp ik van de heer Xhemaili, dus ik ga proberen mijn vraag te herformuleren. Meneer Xhemaili gaf aan op de hoogte gehouden te willen worden door het college over de voortgang in dat proces. Toen zei de heer Xhemaili: dat hoeft niet wekelijks, maar ik wil bij worden gepraat. Waar bent u naar op zoek? Wilt u het bij de actualiteiten van het college hebben, wilt u een brief iedere maand? Wat wilt u om ervoor te zorgen, dat het voor u voldoende is in het proces? De heer Xhemaili: Actualiteiten is een goede oplossing, dat je dan weet wat er speelt. De heer Machielse: Dan is mijn vraag of meneer Xhemaili weet dat ik dat geen goed idee vind. De heer Xhemaili: Dat kan, dan ga ik door. Op basis van duidelijke informatie kunnen we inschatten of het raadsvoorstel dat het college heeft voorbereid ook voldoende aansluit bij de wensen en belangen van de bewoners. Onze fractie vindt het belangrijk dat beide locaties Bosland en Hoeksekade worden onderzocht in een locatieonderzoek. Uit gesprekken met Viatorem hebben wij vernomen, dat de Hoeksekade als een aantrekkelijke locatie wordt gezien voor hen. We willen dus een vergelijking tussen beide locaties terug zien in de onderbouwing van het raadsvoorstel over de locaties. Dat is er nu dus niet. Er wordt nu gezegd: we gaan voor Bosland, zonder echt duidelijke onderbouwing.
De volgende zinsnede uit de brief van 10 september van het college aan Viatorem vinden wij dus ook ongewenst. Omdat de locatie Bosland de meeste mogelijkheden biedt om tegemoet te komen aan de wensen van alle inwoners bereidt het college een raadsadvies voor om de woonwagenlocatie op de huidige plaats Bosland te houden. Dat klopt volgens mij niet, want we hebben geen goede keus kunnen maken d.m.v. een onderzoek naar beide locaties. Je kan niet zeggen dat alle bewoners van het woonwagencentrum dat willen. Daar willen wij iets in veranderd zien worden. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Na het goede betoog van de wethouder, en dat mag wat mij betreft best emotioneel zijn, heb ik geen verdere woordvoering nodig. We wachten het raadsvoorstel af. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: Weet u, de vraag, die ik in de eerste termijn stelde, is beantwoord. Het college heeft duidelijk aangegeven: wij willen toewerken naar een raadsvoorstel en dat moet door de commissie en daarna door de raad op zijn merites beoordeeld worden. Dus daarmee is mijn vraag beantwoord. Het enige wat wij moeten doen als commissie is ons goed laten informeren door de bewoners, door alle 12, en uiteindelijk een afweging maken van de belangen en gewoon beslissen. Er zijn 9 bewoners lid van Viatorem en 3 bewoners geen lid van Viatorem.
De heer Jumelet: Dat het via de commissie naar de raad gaat, dat is natuurlijk vrij gebruikelijk in deze raad. Wellicht kunt u dan ook nog even antwoord geven op vraag 8. Wilt u dan bij het raadsvoorstel of onderliggende stukken een goed vergelijk hebben tussen die locaties, zodat u ook tot een gewogen oordeel kunt komen? Of zegt: het voorstel van het college en daarmee schluss? De heer Machielse: Volgens mij heb ik die vraag in de eerste termijn al beantwoord. Dat is nog steeds ja. Maar ik vind wel: we moeten als commissie wel realistisch zijn. We kunnen het college nu op pad sturen met de opdracht om met een unaniem voorstel te komen waar alle 12 de bewoners het mee eens zijn, en ik wil die deur zeker niet dichtslaan, maar uit mijn eigen gesprekken met de bewoners zie ik dat niet als de meest haalbare kaart. Dus kom ik terug op mijn inbreng in de eerste termijn: we zullen een keuze moeten maken met elkaar. De enige stap om daar te komen is een raadsvoorstel van het college met inderdaad de juiste onderbouwing daarbij, maar dat vertrouw ik de heer Fortuyn volledig toe. Dan komen we erover te spreken. Daar wil ik het eigenlijk nu bij laten. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Ik heb niet veel toe te voegen aan mijn eerste termijn.
Maar ik zou wel graag van de wethouder willen horen of hij, zoals ook in de brief van 10 september gezegd wordt en gesteld wordt, dat ze graag in gesprek blijven met Viatorem. Dat is dus gisteren blijkbaar niet gelukt, waarom is voor mij nog steeds onduidelijk. Of de wethouder voornemens is om wel in gesprek te blijven en of er ook al een nieuwe datum gepland staat. Dat was het. De heer Markus, CU: Wij werken in deze raad met het welbekende BOB-model. In die zin kan het college het ons heel makkelijk maken. Als er een keurige beeldvorming wordt gedaan, dan is onze
16/23
oordeelsvorming heel makkelijk, hoop ik dan. Als alles op tafel ligt, is het ook makkelijker om met elkaar tot een oordeel te komen. Daar horen criteria bij, die de heer Van Harn in zijn eerste termijn heeft genoemd, maar daar hoort ook bij, dat je als raad wilt weten hoe de bewoners erin staan. Nogmaals, het hoeft echt geen unaniem besluit te zijn, maar je wilt er wel beeld en geluid bij hebben. Natuurlijk kunnen we dat voor een deel zelf ophalen, die taak nemen we zeker op ons, maar ik hoop echt en die oproep deed de heer Jumelet ook, dat beide partijen, 3 partijen in dit geval, over hun schaduw heen stappen en nog een keer een poging met elkaar doen onder het genot van een lekker kopje koffie en een goed stuk gebak, om dan toch een keer met elkaar te bekijken of die alternatieven, die er liggen, om de gegevens nog een keer goed met elkaar door te nemen, zodat die informatie van de bewoners ook mee genomen kan worden in de stukken, die onze kant op komen. Volgens mij hebben we dan alle instrumenten in handen om in een zeer soepele vergadering met alleen maar groene getallen om tot een oordeel te komen. Dat is mijn wens. Ik ben ook benieuwd wat de wethouder daarvan vindt. Dank u wel. De voorzitter: Er is een aantal vragen gesteld.
Waarom deze locatie? En de gesprekken, gaan die weer hersteld worden? Gaan wij over onze schaduw heen stappen? Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Ik weet niet bij welke ik moet beginnen, maar de kern van de zaak is gewoon, de locatie is niet zozeer een kwaliteitskeuze, het is feitelijk een keuze omdat we maar 1 centrum willen hebben. Dat ene centrum heeft een paardenbak en een garagebedrijf. Er is een aantal bewoners die niet hun woonsituatie gekoppeld met hun werk willen verbreken. Dat is het hele simpele verhaal. Als wij het over afwegingen hebben en kwaliteit en dat soort dingen. De heer Ruijtenberg: Ik heb inspreekster horen zeggen, dat die vereisten, dat en de paardenbak en het garagebedrijf en het woongedeelte, niet bij elkaar gekoppeld hoeft te zijn. Die hindernis zou weggehaald kunnen worden door elders te wonen en de paardenbak en de garage op een andere locatie te hebben. Wethouder Fortuyn: Mijn beleving en niet alleen beleving, maar ook wat we met elkaar besproken hebben de afgelopen 7, 8 maanden was dat onbespreekbaar. Als u dit gehoord hebt, gaan we de tweede fase in. Er is een vraag gesteld door de heer Van Harn, wilt u het gesprek aangaan: het gesprek is inderdaad op wethoudersniveau gestopt om twee redenen. A. we kunnen over de inhoud nog niet echt spreken omdat we de locatie nog niet hebben, want dat beperkt je natuurlijk. En 2.
Het gesprek wil ik best hebben, want ik ben nog steeds door die mensen uitgenodigd om koffie te drinken en dat ga ik ook nog steeds een keer doen. Wat dat betreft hebben we ook geen relatie van elkaar de hersenen inslaan, zo is het zeker niet. Alleen, we hebben een meningsverschil over hoe we het invullen. Uiteindelijk komen wij als raad met een voorstel naar u, zoals meneer Machielse dat zojuist heeft aangegeven. Het is aan uw raad om daar eventueel een andere keuze in te maken. Ik heb het net door gekregen, rond 25 oktober, ga ik weer een kopje koffie drinken en kijken waar we het over hebben met elkaar en hoe we dat verder gaan aanvliegen. Ik heb u ook gehoord, maar uiteindelijk is de bottomline: als die 3 en 9 niet tot overeenstemming komen en de 3 willen blijven wonen op de locatie waar ze nu zitten, dan is de afweging vrij simpel. Bent u bereid om 2 centra te creëren? Je kan ook zeggen: het is geen centrum. Ze willen daar wonen en werken gaan combineren, dat betekent dat de omgevingsvisie aangepast moet worden, dat het ook invloed heeft op het bestemmingsplan, dat moet allemaal opnieuw gebeuren, want Bosland krijgt een nieuwe omgevingsvisie. Dat leggen we allemaal voor aan u en dan krijgen we het goede gesprek. Ik hoop, en ik spreek het nadrukkelijk uit, ook aan u Nienke en Ellie, laten we wel beginnen.
U weet waar ik ontzettend boos om ben geworden, dat wantrouwen moet weg. We staan er open en eerlijk in. Daar waar we kunnen helpen, gaan we dat doen, maar wel binnen de kaders, die we ook als raad hier stellen. Hier wilde ik het bij laten. De voorzitter: Ik zie verder geen interruptie, dan beëindig ik dit bespreekpunt. Wij zijn in afwachting van de stukken voor de commissie. Wordt vervolgd. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststelling bestemmingsplan Oudeland 2020 - Wonen Mevrouw Zwinkels, L3B: Bij het lezen van de stukken van dit agendapunt werd ik getriggerd door de ingediende zienswijze. Het betreft een extra bestemming gezinshuis op één van de 4 bouwkavels aan de Zuidersingel. Een gezinshuis waar uit huis geplaatste kinderen en jongeren met gedragsproblematiek in een huiselijke sfeer kunnen wonen. De geplande goothoogte zou te hoog zijn. Verder gaat het over extra verkeer. De reclamant heeft niet aangegeven noch onderzocht wat de gevolgen kunnen zijn voor de directe omgeving. Er bleven bij mij wat vragen over, die ik gesteld heb en die nu aan de stukken zijn toegevoegd. Duidelijk is dat de aanvraag niet inzichtelijk is om te honoreren. Echter, dat er een gebrek is aan opvang voor kinderen en jongeren die in moeilijkheden verkeren is duidelijk, niet alleen hier in Lansingerland, maar ook landelijk. Ik haal even het laatste stukje aan van de beantwoording van de
17/23
zienswijze. De gemeente staat in het algemeen open voor dergelijke initiatieven, deze worden per situatie beoordeeld en indien wenselijk mogelijk gemaakt in een bestemmingsplan of door middel van omgevingsvergunning. Tot zover. In de nota zienswijzen staat dat er contacten worden gelegd tussen de reclamant en het sociaal domein om de wenselijkheid en verdere uitwerking van ideeën te bespreken. Kunnen de betrokken wethouders c.q. het college toezeggen, dat dit ook werkelijk gaat gebeuren? Dank u. De heer Kampinga, VVD: Tot nu toe heb ik te maken gehad met bestemmingsplannen Oudeland als het om bedrijven ging, dat was ook heel mooi, maar nu hebben we het over de linten aan de buitenkant, Molenweg en Zuidersingel. Ik kan me grotendeels aansluiten bij mevrouw Zwinkels overigens. De conclusie is dan, wat de VVD betreft, dat dit een hamerstuk is, maar dat we het wel belangrijk vinden dat er goed gekeken wordt naar het gezinshuis. Dat het nu niet past, dat begrijpen we, om een aantal redenen is het niet verstandig, maar dat je naar een alternatief zou moeten gaan kijken, lijkt ons een goede zaak. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Een helder verhaal. Logisch dat dit voorstel er ligt om tot nadere splitsing te komen om zo de linten van de juiste juridische kaders te voorzien, met name ook de actuele kaders.
In aansluiting op vorige spreker kan dit ook wat ons betreft als hamerstuk naar de raad. De heer Alsemgeest, WIJ: Ook wat ons betreft, onze fractie, zou dit gewoon een hamerstuk kunnen zijn. We hebben de stukken gelezen. De zienswijzen hebben we even bekeken. Ik denk dat de beantwoording van de gemeente daarin duidelijk was, waarom niet. Ook nog even de vragen van mevrouw Zwinkels daarbij genomen. Ja, voor ons is dit gewoon een hamerstuk. Ik neem aan, dat als we later nog iets van zo’n huis willen, dat dat nog wel mogelijk gemaakt kan worden d.m.v. een postzegelbestemmingsplan of iets dergelijks. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Ook wat de CU betreft is dit voorstel een hamerstuk. Met betrekking tot de zienswijze zou ik eigenlijk een compliment willen uitdelen aan de gemeente, want een dergelijke zienswijze in het verleden werd uitsluitend met een één woordig antwoord beantwoord, namelijk nee. Ik zie hierin wel een heel goede toenadering, dat er ook bij zienswijzen waarop niet kan worden ingegaan toch goed geacteerd wordt richting de persoon, die de zienswijze heeft ingediend. Dat vind ik een goede zaak. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Voor D66 is dit ook een hamerstuk. We vinden het erg plezant dat de gemeente actief contact legt met reclamant 1 om de wenselijkheid en verdere uitwerking van het gezinshuis te bespreken.
De heer Duk, GL: Meestal ben ik nogal dwars, maar ik moet me helaas aansluiten bij de rest van de raad. Dit is ook voor ons een hamerstuk. De heer Xhemaili, PvdA: Voor ons ook een hamerstuk. Ik heb geen gekke dingen gezien, dank u wel. Mevrouw Zwinkels, L3B: Het is voor ons ook een hamerstuk, maar ik vraag alleen even de toezegging. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Dank, geachte leden van de raad. Dit is misschien een gewoon bestemmingsplan en tegelijkertijd zijn er veel volksvertegenwoordigende organen, die gewone bestemmingsplannen of gewone wetgeving minder aandacht geven dan u. Wat dat betreft wel waardering, ook vanuit het college, dat u de tijd heeft genomen, ook mevrouw Zwinkels specifiek, om toch hier echt goed naar te kijken, goede vragen te stellen en samen verder te komen, want dat is wel één van de kerntaken van de gemeente om in dit soort ogenschijnlijk saaie plannen goede uitvoering te geven. Dus ook dank aan de heer Hofman voor zijn waardering voor de zienswijzen, want inderdaad, daar willen we heel zorgvuldig mee omgaan als college. Achter een zienswijze gaat vaak een vraag of een zorg schuil en daar gaan we op door. Dat doen we niet af, maar daar gaan we op door.
Ter inleiding, de reden dat ik hier sta namens het college en niet collega Arends, is dat mevrouw Arends daar in die contreien woont en daarom mij verzocht heeft dit bestemmingsplan voor mijn rekening te nemen, hoewel ruimtelijke ordening natuurlijk haar portefeuille is. Een andere reden waarom ik het redelijk graag deed, is dat mijn oom Anne daar een tuinbouwbedrijf had en daar zijn nu allerlei florerende andere bedrijven gevestigd, maar ik voelde wel enige affiniteit met die streken. Bij de borrel kunnen we daar verder op door gaan, maar ik zal het nu wat korter houden. Bij de raad, waar het hopelijk een hamerstuk zou worden. De enige vraag, die ik te beantwoorden heb is over het gezinshuis. Vorige week heeft het gesprek plaats gevonden, kan ik u zeggen, tussen medewerkers en de initiatiefnemer. We waarderen het
18/23
initiatief zeer, omdat er een tekort is aan dat soort plekken, dus het is fijn dat mensen het initiatief nemen om een gezinshuis te starten en daar actief het gesprek over zoeken met de gemeente. Het is een goed gesprek geweest, heb ik begrepen. Het werkt feitelijk zo, dat de gemeenschappelijke regeling Rijnmond dat type faciliteiten inkoopt. Het klinkt een beetje vervelend, gezinshuizen inkopen, maar dat is nou eenmaal hoe het georganiseerd is in het goede vaderland. Er is dus een gesprek geweest en vervolgens is er contact gelegd met de GRJR om daar het gesprek op gang te brengen. Dus dat ziet er vooralsnog positief uit, alleen zijn er nog heel veel stappen te zetten en is het vooral aan de initiatiefnemers om daar de volgende stap in te zetten, maar we faciliteren dat waar mogelijk. Ik denk dat ik daarmee de vragen heb beantwoord. Tot zover. Tweede termijn Mevrouw Zwinkels, L3B: Het is een hamerstuk en ik wil de wethouder bedanken. Fijn om te horen, dat er een gesprek geweest is. De heer Kampinga, VVD: Heb ik het goed begrepen, is het op een andere locatie eventueel? Of op die locatie alsnog dat gezinshuis? Wethouder Van den Beukel: De heer Kampinga vraagt naar locaties, maar dat is te vroeg. De reden waarom we het niet konden inpassen, is dat de initiatiefnemers daar geen kavel hebben specifiek.
Het is lastig om een kavel te bemachtigen van een zeker formaat, zeker als je het betaalbaar wilt hebben in Lansingerland. Maar waar het ook zou landen, of het nou aan de Zuidersingel is of elders of misschien in een andere gemeente, we staan er zeer voor open en we juichen het initiatief zeer toe. De voorzitter: Het e.e.a. gehoord hebbend is dit een hamerstuk voor de raad. Dank u. 7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We hebben een overzicht gehad. Is er aanleiding om er nog iets over te weten? Linksom, rechtsom, niemand? Mooi. Andere items vanuit het college? Ik kijk naar mijn linker buurman, ik kijk naar mijn rechter buurman. Nou, dat gaat dan snel. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Ook niet? 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Het is natuurlijk net vakantie geweest. De vorige keer hebben we het erover gehad. 8. Rondvraag en sluiting De heer Hofman, CU: Onze rondvraag is de volgende. De straatverlichting langs de Rubenslaan en de Orteliusdreef in Bergschenhoek is recent vervangen. Het gevolg is dat er veel fellere oranje gekleurde verlichting is dan voorheen, wat tot klachten leidt. Onze vraag: wat is de reden voor de wijziging in lichtintensiteit en kleur van de straatverlichting? Is het resultaat wenselijk? Wethouder Fortuyn: De vraag van de heer Hofman is een interessante, ik vond hem eigenlijk ook wel bijzonder.
Ja, opeens oranje verlichting, dan denk je: wat krijgen we nou? Wat is de reden daarvan? Ik heb er navraag naar gedaan, want het was mij ook niet helemaal helder. In de wijk Oosteindseakkers is de openbare verlichting vervangen. Dat had alles te maken met de uitval, het is ouderdom, we zijn bezig met LED-verlichting, we zijn aan het moderniseren en aanpassen ook in het kader van duurzaamheid. Als wij veranderingen aanbrengen, dan doen we ook een onderzoek naar fauna en flora, dat moet u zeker aanspreken. Wat blijkt nou? In het onderzoek is vastgesteld, dat er langs de Rubenslaan en Orteliusdreef vleermuizen zijn. Zo leren we nog eens wat, dat was mij ook niet helemaal helder. Maar vleermuizen. Even serieus. Op zich is dat heel prima, maar witte verlichting is daar niet heel erg handig om te plaatsen. Dan komt er inderdaad een ander type verlichting, zoals dat nu geïnstalleerd is. Omdat het anders licht is, kan je het ook anders ervaren. Dat kan een belevingsfactor zijn. Maar wij zijn ook wel aan het kijken of we wat met dimmen zouden kunnen doen, zodat we het later in de avond wat kunnen dimmen. Aan de andere kant: we moeten er ook wel voor zorgen dat de veiligheid en de verlichting wel de functie heeft die het moet vervullen, namelijk in ieder geval de voetgangers en fietsers voldoende licht te verstrekken om veilig over het pad te kunnen verplaatsen.
Bovendien, als je heel erg gaat dimmen, moet je er lantaarnpalen bij zetten. Wat we wel gaan doen, is dat wij met de bewoners in overleg gaan. Wij gaan met de bewoners kijken in de avonduren: hoe wordt dit ervaren, is het nou ook zo, zodat we er zelf ook een beetje gevoel bij krijgen. Dus het krijgt een vervolg, meneer Hofman. Goede vraag. Voor mij was het ook een eyeopener om hier bij stil te staan.
19/23
De heer Van Harn, CDA: Op 8 juli j.l. heeft de secretaris van de stichting Winkelpromenade Berkel zijn verbazing geuit over de aanvraag van een wijziging omgevingsvergunning van de bestemming bedrijfspand Terpstraat 16 te Berkel. De aanvraag betrof de wijziging van een telefooncentrale tot het ombouwen van een kinderdagverblijf. De geuite zorgen hebben alles te maken met een tekort aan parkeerplaatsen in Berkel centrum oost. Er is sprake van geweest, dat de gemeente het KPN-gebouw zou aankopen, zodat er een andere indeling van het gebied mogelijk is en er veel meer parkeerplaatsen gerealiseerd zouden kunnen worden. Vraag: kunt u ons aangeven wat de stand van zaken is m.b.t. de aanvraag van de omgevingsvergunning wijziging? Is de gemeente momenteel in onderhandeling of heeft zij het voornemen tot onderhandelen om het KPN-gebouw te verwerven? Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Ik doe de beantwoording namens mijn collega wethouder mevrouw Arends. Om voor die ene rondvraag hier heel de avond te zijn, hoewel het best interessant is, maar ik heb gezegd: ik neem die vraag wel over van je, want ik kan er een goed antwoord op geven. Uw eerste vraag ging over de stand van zaken m.b.t. de aanvraag omgevingsvergunning. Daar kan ik u op antwoorden: deze aanvraag is geweigerd en deze is op 27 september verzonden. Op 6 oktober 2021 wordt dit besluit gepubliceerd. Dat is de eerste vraag.
De tweede vraag gaat over: zijn wij van zins, de gemeenteraad, want u bent budgetgerechtigd, of wij in onderhandeling zijn. Ja, wij zijn in onderhandeling. Die onderhandeling moet wel gebaseerd zijn op marktconforme prijzen. De eigenaar en de gemeente zijn overeen gekomen hier beide een taxateur op te zetten om zo tot een prijsbemiddeling te komen, zodat we in ieder geval een marktconforme prijs aan u kunnen voorleggen, want u moet het accorderen. Wij willen daarmee niet het risico lopen om tegen een andere prijs dit aan te schaffen. We moeten met marktconformiteit er rekening mee houden dat we hieraan voldoen. Ik denk dat u tevreden kunt zijn met de beantwoording. De heer Van Harn: Dat ben ik helemaal. Dank u wel. Mevrouw Zwinkels, L3B: Ik weet niet of dit voor wethouder Fortuyn is. Ik denk Van den Beukel, het gaat een beetje over Wilderszijde. Zijn er al plannen met de oude school van Wolfert naast het gemeentehuis? Heeft het college nagedacht over een tijdelijke bestemming, zoals huizen voor starters, tiny appartementen of voor mensen die door echtscheiding tijdelijk geen dak boven hun hoofd hebben. Beide bestemmingen voor een bepaalde tijdsduur. Wethouder Van den Beukel: Een goede vraag, dank u wel, mevrouw Zwinkels. Dit is een vraag met een paar aspecten en een paar kanten. Het gaat een beetje over school, een beetje over wonen en ook een beetje over Wilderszijde.
De reden dat ik de vraag beantwoord is dat het gaat over grond die onderdeel uitmaakt van het ontwerp bestemmingsplan Wilderszijde en die uiteindelijk daarvoor ook ingezet zal moeten worden, willen we Wilderszijde realiseren zoals we dat voor ons zien. Dat betekent dat uiteindelijk voor medio 2024, zoals het nu lijkt, de tijdelijke locatie opgeruimd zal moeten zijn. Dat bemoeilijkt de mogelijkheid voor bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting, waar normaal gesproken een termijn van 10 jaar geldt als redelijk om uit de kosten te komen. Dus we staan open voor diverse soorten ontwikkelingen, maar er zijn beperkingen omdat de ontwikkeling van Wilderszijde wel voortgang moet kunnen krijgen. Er is een verzoek binnen gekomen bij de gemeente om medewerking te verlenen, voor zover de gemeente daarin een rol heeft, want het noodgebouw is eigendom van de school, om medewerking te verlenen aan het toestaan van een tijdelijke school met een regiofunctie, die tijdelijk onderdak nodig heeft. Dat zou prima zijn wat de gemeente betreft, dat is ook bekend bij de initiatiefnemer, mits we wel Wilderszijde kunnen realiseren, zoals wij het als college en u als raad dat voor ons zien. De heer Markus, CU: Wij zijn benaderd door bewoners rond de Leeweg, want daar waren mannen wat paaltjes aan het slaan in het gras van de dijk.
Bij navraag leek het te gaan om mensen van de provincie, die daar paaltjes aan het uitzetten waren voor een tunnel. Dat is niet een tunnel zoals bij de Klapwijkseweg, maar tussen de 2 rotondes in, dus halverwege en dat zou dan de 2 fietspaden die aan de Klapwijkseweg liggen aan elkaar moeten laten sluiten. Het staat ook in het bestemmingsplan, dus in die zin is het niet helemaal verrassend, maar voor ons als fractie, maar ook voor omwonenden was het wel verrassend dat daar iets van een tunnel ging komen, want wij waren daar niet van op de hoogte. De vraag is even of het klopt, dat daar inderdaad een tunnel gerealiseerd gaat worden. Zo ja, wie er dan verantwoordelijk is voor de aanleg van die tunnel. En wie is er verantwoordelijk voor communicatie richting omwonenden? Ik kan me voorstellen, dat als mensen oranje paaltjes in de grond gaan slaan, dat mensen graag willen weten hoe dat zit. Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Ik meen dat we het al eens eerder over een fietstunnel gehad hebben en dat met name de PvdA er nogal een groot voorstander van was. Ik was even in verwarring, we gaan het niet over de Gerard Bovens-passage hebben, want we hadden al een naam bedacht voor de tunnel. We weten dat er een wens is op die locatie, maar er zijn geen concrete plannen voor. Wij kennen het niet, de afdeling beleid kent het niet. Ik weet niet wie daar paaltjes slaat, ik heb geen flauw idee.
Wij hebben er geen opdracht toe gegeven, wij hebben er ook geen plannen toe. We weten wel dat de wens bestaat. De heer Markus: Dit wordt een vreemde situatie, het mysterie van de Leeweg. De omwonenden hebben het nagevraagd en ze zeiden dat het mensen van de provincie waren. Is het misschien een optie dat er navraag wordt gedaan bij de provincie? Misschien dat er overijverige ambtenaren zijn, die denken dat de weg in beheer is van de provincie en er heel
20/23
voortvarend een tunnel gaan aanleggen. Wethouder Fortuyn: Juist dan moet je niet gaan bellen, laat ze maar gaan. De heer Markus: Dat is waar, touche. Hij staat ook in het bestemmingsplan ingetekend. Het is wel een tunnel die we ooit met elkaar bedacht hebben, dus helemaal nieuw is het niet. Wellicht kunt u het mysterie nog wat ontrafelen met uw contacten bij de provincie. Doe dat dan wel op een bedekte manier inderdaad. Wethouder Fortuyn: We houden contact. De heer Blonk, L3B: In de Staatscourant van 22 september is een mededeling verschenen over subsidieregeling voor huisvesting van aandachtsgroepen. Er is totaal € 31mln beschikbaar en het maximum per gemeente is € 1mln. Het betreft een regeling specifieke uitkering tranche 2 voor huisvesting aandachtsgroepen, dat zijn arbeidsmigranten, dak- en thuisloze mensen, studenten, statushouders, woonwagenbewoners en ook overige spoedzoekers. De specifieke uitkering kan worden aangevraagd van 28 oktober 2021 om 09.00 uur tot 25 november 2021 om 17.00 uur. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Naar verluid is er veel animo voor bij gemeenten om dat te doen. In feite zou je, als je die aanvraag gaat doen, het om 09.00 uur de 28 e in moeten leveren. De vraag aan het college is: gaat het college deze aanvraag doen? Zo ja, prima. Zo nee, waarom niet. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Dank voor de vraag.
Collega Arends is normaal gesproken degene, die deze subsidie aanvraagt. Het is fijn te horen, dat ook de raad zichzelf op de hoogte stelt van subsidieregelingen. Ik zeg dat even als wethouder financiën. Als er geld te halen valt bij een medeoverheid, dan ben ik als de kippen bij, want als andere mensen willen meebetalen aan onze mooie opgaven, dan zeg ik daar graag ja tegen. Dus ook deze regeling is natuurlijk bekend. Als we daar gebruik van zouden kunnen maken op dit moment, dan zouden we dat volop doen voor het maximale bedrag. Echter, er zijn voorwaarden verbonden aan het kunnen doen van een aanvraag en die voorwaarden zijn, dat je een zeer concreet project hebt, dat direct gerealiseerd kan worden en waar je een kostenopstelling bij hebt enzovoorts. We zijn volop aan de slag, collega Arends voorop, met deze thema’s, met al deze aandachtsgroepen en tegelijkertijd is er op dit moment geen project dat voldoet aan die voorwaarden, waardoor wij op dit moment niet aan deze regeling kunnen meedoen. Helaas. De heer Blonk: Ik ben anders geïnformeerd. Dat is het enige wat ik kan zeggen. Wij zijn van zeven tot acht bij elkaar geweest, maar ik mag er niets over zeggen, want ik heb vertrouwelijkheid opgelegd gekregen. Wethouder Van den Beukel: Ik weet waar de heer Blonk aan refereert.
Ik snap het, het ging over arbeidsmigranten, het ging over meer thema’s, er zijn heel veel aandachtsgroepen waar we volop aan werken. Dat zijn allemaal aandachtsgroepen die genoemd worden in deze regeling. Echter, de regeling zoals wij die hebben gelezen en geanalyseerd, is dat de aanvragen concreet moeten zijn. Er moet een kostenopstelling zijn voor de bouw, omvorming en inrichting van een woongebouw en inrichting van de naaste omgeving van het gebouw. Dat type van concreetheid vanuit initiatief van de gemeente is op dit moment niet voor handen. Dat is de reden dat we geen gebruik kunnen maken van de regeling. Ter aanvulling. Zaken veranderen, zaken zijn in ontwikkeling. In oktober wordt u geïnformeerd over het uitgebreide onderzoek naar flexwonen voor spoedzoekers. Dat is wel even vermeldenswaard, omdat dat één van de aandachtsgroepen is, waarvoor u aan het college heeft gevraagd om eraan te werken en waarvoor die regeling in beginsel beschikbaar is. De heer Blonk: Ik kom er nog op terug in vertrouwelijkheid. De heer Machielse, VVD: Ik wil aan het college een vraag stellen mede naar aanleiding van inspreekster mevrouw Bal en dat doe ik op verzoek en namens Mauriel van As, die normaal gesproken dit onderwerp zou doen. De vraag luidt: wat is de status van de realisatie van de geluidsschermen langs de N209 en in het bijzonder die bij Bleiswijk.
Wat is er nu nog nodig vanuit de gemeente dan wel de provincie om deze geluidsschermen daadwerkelijk te realiseren en op welke termijn wordt dat gerealiseerd? Welke tussenoplossingen zouden er eventueel nu al snel tegemoet kunnen komen in de vermindering van de overlast? Wat gaat de gemeente hiervoor doen mocht de definitieve oplossing toch nog op zich laten wachten? Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Feitelijk zijn hier 2 vragen aan de orde. Zoals u weet rapporteren wij elk kwartaal rondom de situatie van de N209. Vanmorgen is diezelfde brief langs het college gegaan, die is onderweg en wellicht heeft u hem al of nog niet, maar dan heeft u hem morgen. Dan wordt alles puntsgewijs nog even verteld over Bergschenhoek en Bleiswijk, wat de status is. Dat is gewoon wat we regelmatig rapporteren aan u. Mevrouw Bal heb ik ook gehoord vanavond. Ja, het kan alleen maar beginnen bij een gesprek met gedeputeerde de heer Zevenberger. U weet, dat hij sinds augustus aangetreden is, hij is nu 2 maanden verderop, dus 60 dagen, en u weet dat het bij 100 dagen allemaal wat scherper wordt, dus die eerste 100 dagen wacht ik even af. Maar we zijn wel bezig om met elkaar tot een agenda en afspraak te komen.
De aanleiding voor die brief heeft u kunnen lezen, die is een week of 3, 4 geleden al naar de gedeputeerde gestuurd, waarin we alle onderwerpen ook van de N209 ook onze zorgen over veiligheid ook de drukte en de A16-passage, we hebben alle elementen in die brief genoemd en daar willen we met elkaar van gedachten over wisselen. Dus we zitten er bovenop, dat geldt ook voor mevrouw Bal, we zitten er bovenop en we zullen daar in gezamenlijkheid uit moeten komen. Het is natuurlijk een provinciale weg, we hebben daar maar beperkte zeggenschap over. U heeft ook meegemaakt in de laatste raad, dat mijn advies is geweest: ga die weg niet naar je toe trekken en er
21/23
een soort eigen weg van maken, want we hebben daar grote opgaven liggen, zoals u zelf ook aangeeft. Ik wil nog even in herinnering roepen voor de wat jongere raadsleden. In 2015 schrokken wij ons allemaal rot, want ineens hadden we € 4,6mln op de rekening staan, terwijl we onder provinciaal toezicht stonden. Dat kwam uit het putje vallen. Dat was budget subsidie van de stichting die zich bezig houdt met het tegengaan van verkeerslawaai. Dus ik ben al 5, 6 jaar bezig, ik vind het hartstikke rot, heel vervelend, maar het is zoals het is. Het is een provinciale weg en het is een ingewikkelde. Daar wilde ik het bij laten. De heer Machielse: Ik hoor heel veel dingen waar de VVD blij van wordt, dus dank daarvoor. De vraag die ik aan de wethouder nog wel heb is, feitelijk het antwoord op mijn vraag heb ik nog niet gehoord, maar staat het in die brief, waar het precies op hangt en wat de vervolgstappen zijn? In dat geval kan ik het er nu bij laten hangen en anders is mijn vraag toch nog mijn vraag te beantwoorden. Wethouder Fortuyn: Het staat volledig in die brief, puntsgewijs. Ik denk iets van 15 punten ofzo, ongeveer. De heer Duk, GL: Afgelopen zaterdag stond er een groot artikel in het Algemeen Dagblad over de geluidsmeting met een burgermeetnet, waar de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam beide aan bijdragen, respectievelijk voor € 275.000 en € 80.000.
Deze metingen zijn van essentieel belang aangezien er al heel lang vraagtekens worden gezet bij de juistheid van de berekende geluidsdruk van de vliegtuigen. Bij dit initiatief wordt met betrouwbare apparatuur door burgers gemeten, super goed dus. In deze raad is er zeer regelmatig gesproken over de behoefte aan betrouwbare metingen van het geluid van het vliegveld. Naar ik begrepen heb, heeft de provincie de betrokken gemeenten gevraagd om deel te nemen aan dit project. Dit kan uiteraard met een lager bedrag dan de hiervoor genoemde bedragen. Aangezien zoveel inwoners last ervaren van het geluid, verwacht ik uiteraard een positieve reactie van het college, waardoor ik verbaasd was dat onze gemeente niet genoemd werd in dit artikel. Daarom de volgende vragen. Is het college bekend met de extra meetpunten, waardoor de geluidsdruk van Rotterdam The Hague Airport niet alleen modelmatig, maar ook fysiek kan worden gemeten? Is er bij het college gevraagd om een bijdrage hierin? Als dat zo is, hoeveel geld heeft het college hiervoor uitgetrokken? Mocht er geen geld zijn uitgetrokken, waarom wordt dat niet gedaan en is er een mogelijkheid om hier toch nog bij aan te sluiten? Dan nog een laatste vraag.
Verder loopt er een participatietraject over de toekomst van het vliegveld, waarin een groot aantal van onze inwoners wordt vertegenwoordigd door BTV, bekend onder Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast. Maar BTV wordt niet meer toegelaten in het deels door de gemeente bekostigde participatietraject. Is hierover tussen de gemeente en BTV contact? Heeft het college getracht deze belangrijke partner betrokken te houden in dit traject? Wethouder Fortuyn: Het zijn 3 vragen. De eerste vraag is of het college bekend is met de extra meetpunten in het burgermeetnet en de provincie Zuid-Holland die daar een initiatief toe heeft genomen en later aangevuld is door Rotterdam. Ja, daar zijn we mee bekend, dus dat is voor ons niet nieuw, omdat het al besproken is met elkaar. Er is ook geen vraag aan ons gesteld of wij geld daarvoor beschikbaar willen stellen, want de provincie Zuid-Holland neemt feitelijk de hele omgeving mee, iets wat ze eigenlijk niet hoeven te doen, maar op verzoek van de staat wel heeft gedaan. Dus we kunnen daar als antwoord op geven, dat wij het belangrijk vinden, dat we geregistreerde dataregistratie krijgen, want dat is belangrijk. Als iedereen op zijn eigen manier een datasetje of geluidsmetingsinstrument heeft, dat is het risico dat je hebt als iedereen op zijn eigen manier gaat meten, dan krijgen we allerlei verschillende uitslagen.