BV21.0117 Verslag raadsvergadering van 24 juni 2021
Tekst van het document
aan bij het uitvoering geven van deze motie. Ik ben ook heel benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. Er zouden misschien nog wel wat hobbels kunnen zijn en dat zou ik wel graag eerst even van haar willen horen. Dank, in de eerste termijn. Mevrouw Draak, VVD: Laat ik beginnen met te zeggen, dat de VVD-fractie deze motie vreemd aan de orde heel sympathiek vindt. Als zelfs het Nibud zegt het eigenlijk niet mogelijk is om rond te komen met een bijstandsuitkering, dan moeten we met elkaar echt wel vast stellen, dat het niet fijn is om in de bijstand te zitten. Dus ik vind het heel begrijpelijk, dat we met elkaar proberen het leed van die kwetsbare doelgroep wat te verzachten. Helaas voor mevrouw Verhoef en anderen gaat de VVD deze motie niet steunen, eigenlijk consequent ten opzichte van wat wij altijd zeggen: de gemeente moet niet aan inkomenspolitiek doen. Het beleid wordt landelijk gemaakt en we wachten af. Ik zie nu een gebaar in het scherm van meneer Ruijtenberg. Beleid dat landelijk wordt gemaakt, moet je als gemeente niet zelf tussendoor gaan fietsen met andere maatregelen. Wij willen graag, dat we afwachten wat er landelijk aan beleid komt. Wij worden juist gesteund door de antwoorden op de technische vragen, die de heer Crielaard heeft gesteld, waarvoor onze hartelijke dank. Wij kennen naar ons idee die schrijnende gevallen in Lansingerland niet.
Mevrouw Bouman refereerde daar ook aan. De wethouder, mevrouw Arends, is daarover bevraagd in de commissie. Dat geeft ons juist heel veel vertrouwen, dat de wethouder zegt: we zetten niet meteen in op de fraudekaart, we kijken juist wat de situatie is. Het is niet zo dat iedere gift meteen niet toegestaan is. We proberen juist met de menselijke maat naar de situatie te kijken. Dus met deze dingen bij elkaar zullen wij deze motie, hoe sympathiek ook, respect ervoor, niet steunen. Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: Het woord is al een aantal keer gevallen bij dit agendapunt. Ook wij vinden de motie van de PvdA sympathiek. Een gift kan extra lucht geven voor de bijstandsgerechtigde en een hoop narigheid voorkomen. Tegelijkertijd leven er in de fractie van L3B ook nog een hoop vragen. Een aantal van die vragen hebben we al technisch ingediend. Mijn dank is ook groot aan de ambtenaren, dat zij op korte termijn deze nog hebben beantwoord. Er blijft nog een aantal vragen open staan vooral gericht aan de indieners van deze motie. Er zit intussen landelijke regelgeving aan te komen. We vragen ons af: is het dan niet te prematuur om nu deze motie in te dienen? Kan juist de golf van dergelijke moties in diverse gemeenteraden niet juist de willekeur doen toenemen? Wat nu juist niet de bedoeling is van de aanstaande landelijke regelgeving.
Kijkend naar onze eigen lokale situatie zie ik in de beantwoording van onze technische vragen dat we als gemeente geen vast bedrag hanteren voor de vrijstelling van giften en dat vrijstelling gaat per discretionaire bevoegdheid. L3B zet ook de menselijke maat centraal. Dan is het goed om te kijken naar de specifieke gevallen i.p.v. specifieke getallen. Als je dan kijkt naar het dictum van deze motie, dan spreek je over vrijstelling tot € 1.200, terwijl nu nog geen vast bedrag is vastgesteld. Je zou de motie dus ook zo kunnen interpreteren, dat het een aanscherping is van het huidige beleid. Als dat zo zou zijn, ben ik wel nieuwsgierig welke handhavingsmaatregelen mevrouw Verhoef voorstelt. Mevrouw Gabin noemde het ook al even. Ik vermoed dat de indieners het tot doel hebben de vrijstelling van de inlichtingenplicht. Samenvattend: het voorstel vinden we sympathiek, maar we zitten wel met een aantal vragen. Beantwoording college Wethouder Arends: Het college begrijpt ongelooflijk goed de strekking van deze motie. Wij hebben het inderdaad eerder in de commissie samenleving gehad over die mevrouw en haar boodschappen. Volgens mij gunnen wij het iedereen, die het hartstikke hard nodig heeft met een bijstandsuitkering, dat er iets toegestopt wordt.
Volgens mij is dat waar we zeker in Lansingerland met elkaar voor willen staan, dat mensen om financieel kwetsbare mensen staan om steun te geven. Echter, het college kan vanuit juridisch perspectief deze motie niet omarmen. Het is wettelijk namelijk nog niet uitvoerbaar. Mocht blijken dat de motie aangenomen is in de Tweede Kamer en het gaat ook naar de Eerste Kamer, dan is het wettelijk mogelijk, maar op dit moment is dat nog niet. Ik wil aansluiten bij zowel mevrouw Bouman als ook mevrouw Draak: wij willen echt de menselijke maat toepassen en dat doen wij ook. Het is ook een collegebevoegdheid om af te wijken. Soms zegt het college: ja, deze gift of deze inkomsten, daar gaan wij niet op handhaven. Dus u mag er echt van uit gaan, dat wij in Lansingerland die menselijke maat hanteren. Dus kortom: wij begrijpen de oproep van mevrouw Verhoef en de andere partijen, maar wettelijk gezien kunnen we hem op dit moment echt niet uitvoeren. U mag ervan uit gaan, dat wij de menselijke maat hanteren. Ook na januari heb ik geen signalen gekregen met vragen bij mij, ook van inwoners niet. Daar waar het college gevraagd wordt om af te wijken van de regelgeving, gaan we daar natuurlijk heel serieus mee om, om die menselijke maat toe te passen. Dat als beantwoording voor de eerste termijn. Tweede termijn Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb mijn tweede termijn al wel een beetje voorbereid.
Ik ga toch maar even beginnen bij wat de wethouder heeft gezegd. Dank u wel voor de beantwoording. De wethouder zei: wij 22/31
gunnen het iedereen, dat er iets wordt toegestopt. Maar er moet natuurlijk wel in de gaten gehouden worden of het niet teveel is, want dat mag niet en dan kan er worden gekort op het inkomen. Dat heb ik heel duidelijk in de technische vragen gelezen, die de heer Crielaard heeft gesteld. In die zin klopt het niet helemaal. Vanuit juridisch perspectief kan het niet. Wettelijk nog niet uitvoerbaar. Daar hebben de andere gemeenten blijkbaar geen probleem mee, maar ik heb dat ook niet uitgezocht. Die twee dingen verbazen mij. We gaan ook even over naar de technische vragen. Die maken eigenlijk precies duidelijk waarom die motie zo belangrijk is. Als er geregelde giften zijn, dan kan het college zien als een reden om het inkomen te korten en dat kan en mag het college dan ook doen. Die motie wil tot een bedrag van € 1.200 per jaar, want het is heel moeilijk om rond te komen van een bijstandsuitkering, daar is iedereen het wel over eens. Dan is het fijn als je elke maand € 100 van je moeder krijgt voor nieuwe schoenen voor je kinderen of een kleine vakantie of gewoon om te kunnen eten. Nu is er de individuele toets, dus het college moet al financieel waken en steekproeven doen en ook data en bankgegevens opvragen. Dat is een inbreuk op de levenssfeer van mensen. Als die landelijke vrijstelling er komt, dan is die toets voorbij.
Je kan daar nu dus al een voorschot op nemen, net als die andere gemeenten en niet gaan zitten wachten. Dus als je een standaard vrijlating nu al toe laat, dan hoef je ook niet langer mensen in de bijstand te confronteren met hele vernederende controles, die je als gemeente op die bankgegevens mag doen. Bijvoorbeeld als blijkt dat iemand nooit bij de lokale supermarkt pint, afrekent, dan vraagt de gemeente: hoe kom je dan aan je boodschappen? Dat is inbreuk op de levenssfeer. Volgens mij is nu het moment om het wel te doen, net als die andere gemeenten, die dat ook al hebben gedaan. Dat is volgens mij niet bedoeld om door het landelijke beleid heen te fietsen, maar gewoon alvast daarop vooruit ervoor te zorgen, dat dat nu snel geregeld wordt. De inlichtingenplicht van de heer Crielaard. Wat ik zei: mensen mogen nu al continu gecontroleerd worden op hun inkomsten, op giften, dus er is al een soort van plicht om dat iedere keer bloot te leggen. Dat kun je terug draaien door er wat meer ruimte in te geven. Ik wil het daarbij laten. Ik hoop echt, dat ook het CDA, die er toch ook heel sympathiek tegenover stond, dat die ook toch mee wil gaan. Mevrouw Gabin, GL: De VVD geeft aan, dat er geen gevallen zijn voorgekomen, maar dat neemt natuurlijk niet weg, dat er in de nabije toekomst wel gevallen kunnen voorkomen, dus dat vind ik gewoon een rare redenatie.
Verder gaf de VVD aan, dat er aan inkomenspolitiek gedaan zal worden, maar de gemeente is juist verantwoordelijk voor het regelen van de bijstand, dus die reactie kon ik ook niet goed plaatsen. Wat betreft het juridische, het optreden is een discretionaire bevoegdheid van het college, dus waarom kan de gemeente geen beleidsregels hierover opstellen? Dat heb ik niet goed kunnen opmaken uit de beantwoording van de wethouder. Kan zij daar concreet antwoord op geven? Is de wethouder bereid om misschien in gesprek te gaan met gemeenten, die dit al wel hanteren en hoe zij dat hebben opgelost? De heer Jonker, D66: Allereerst wilde ik even reageren op de wethouder. Ik hoorde dat ze heel stellig zegt dat het juridisch niet kan, maar ik hoor haar niet zo heel erg in detail toelichten waarom het juridisch dan niet kan. Het is ook een beetje lastig in dit debat, misschien had het beter in de technische vragen kunnen zitten, in alle openheid, daar had ik misschien zelf ook aan moeten denken. Maar dat iets juridisch niet kan is een heel korte regel, maar daar kan ik niet zoveel uit halen. En helemaal als ik zie welke gemeenten op dit moment het dus wel gedaan hebben: Apeldoorn, Nijmegen, Hengelo en Rijswijk. Die hebben ook allemaal juristen in dienst. Daar kon het kennelijk wel.
Dan denk ik: als wij dit willen met elkaar, dan is de oplossing dat de wethouder eens gaat informeren bij die gemeenten op welke manier zij dat geaccommodeerd hebben. In alle openheid: lokale overheden gaan weleens vaker tot de grenzen van wat mogelijk is juridisch om bepaalde beleidsdoelstellingen te halen. Ik zeg: tot de grenzen. Niet eroverheen. Misschien kan de wethouder daar nog op reageren, maar vooralsnog blijf ik het voorstel steunen. De heer Lieverse, CU: Er werd een aantal heel belangrijke opmerkingen gemaakt. Door de wethouder bijvoorbeeld om te wijzen op de menselijke maat. Dat is één van de dingen, die we waarderen. We waarderen het van onze ambtenaren, dat ze de regels kennen, maar ook op een ruimhartige manier proberen toe te passen. Maar het is niet in tegenspraak met wat hier voorgesteld wordt. Ook een menselijke maat zou tot wildgroei kunnen leiden om maar eens iets te noemen, wat één van de vraagstellers zojuist nog noemde. Hoe ga je om met het geven van spullen, die iemand krijgt? Kleren? Of een etentje, dat betaald wordt door iemand die het wel kan betalen? Maar ook tot contant geld toe, iemand die € 100 per maand wil toestoppen.
Dat er landelijke kaders zijn afgesproken, is dat in tegenspraak met op gemeentelijk niveau hier al wat aan doen? Zoals wij ook op gemeentelijk niveau een verordening sociaal domein vast stellen, dat is een lokale invulling van landelijke regels. We weten, dat deze landelijke regels eraan zitten te komen en de diverse gemeenten, die de nood zien van zomaar een foutje maken en zomaar problemen gaan krijgen, is levensgroot aanwezig. Mijn laatste zin hierover. We hebben gezien door de toeslagenaffaire wat een misère het kan opleveren als we wachten op elkaar in plaats van dat wanneer we de nood zien daar nu op reageren.
23/31
De heer Hoek, WIJ: De term menselijke maat is vanavond veel gevallen en laten we vooral laten spreken. We verschuilen ons een beetje achter landelijke wet- en regelgeving, maar ik wil toch ook wel hier stellen, dat het in het verleden meermaals is voorgekomen, dat besluiten in gemeenteraden ervoor gezorgd hebben, dat besluitvorming in den lande anders verliep dan aanvankelijk verwacht. Dan noem ik het kind-pardon, maar ook een voorbeeld is het lachgas-verhaal, waarin gemeenten toch creatief zijn om uiteindelijk wel wet- en regelgeving af te dwingen. Dan hebben we het over inkomenspolitiek. Dan denk ik: wat nou inkomenspolitiek? Je hebt het moeilijk en iemand stopt je € 100 toe. Wat nou inkomenspolitiek? Houd daarmee op. Wat je nu gaat bewerkstelligen, en dat ga ik ook iedereen adviseren, die het aangaat: houd gewoon je mond, stop die € 100 in je zak en leef ervan. Want het is redelijk naïef om te veronderstellen dat we met gemeentelijke wet- en regelgeving dit fenomeen ofwel kunnen tackelen ofwel kunnen toestaan. Het is broodnodig voor mensen die het zwaar hebben. Ik zal dan ook iedereen adviseren: als jij in de gelukkige omstandigheid bent, dat je toch nog iets van je ouders, vrienden of bekenden krijgt, doe het gewoon, houd je mond. Dat zorgt ervoor, dat je kinderen ook met een schoolreisje mee kunnen en noem maar op.
Ja, dat noemen ze burgerlijke ongehoorzaamheid en dat is soms nodig om voor deze doelgroep een lans te breken. Dank u wel. De voorzitter: Ik begrijp uw grote hart, maar ik zou oppassen met een raadslid die oproept tegen de regels van de gemeente in te gaan. Ik zeg dat even met alle begrip voor uw grote hart, meneer Hoek. Ook ter bescherming van de mensen om wie het gaat. Mevrouw Bouman, CDA: U haalt de woorden uit mijn mond. Ik had grootse moeite met de oproep van de heer Hoek om zo te gaan handelen, want dit kan toch niet de bedoeling zijn, dat er gebruik c.q. misbruik gemaakt wordt van. Nee, ik vind het niet passend om dit zo naar voren te brengen. De heer Hoek: Vindt u het dan wel passend om u te verschuilen achter landelijke wet- en regelgeving die achter blijven? Het was met name het CDA, dat met name tijdens het kinderpardon daar ook een aparte stelling in nam en later ook terug kwam op wat ze hier gezegd hebben. Ik vind het echt redelijk naïef om te veronderstellen dat we door het wel of niet te regelen het verschil kunnen maken. Het gebeurt toch wel. In feite sluiten we allemaal onze ogen, we weten dat het gebeurt, maar formeel zijn we tegen omdat het besluit nog niet genomen is in Den Haag. Ik vind het echt schandalig. Mevrouw Bouman: Het zijn uw woorden. Ik moet zeggen: de ambtenaren worden geacht toch de regels tot uitvoering te brengen.
U heeft de wethouder gehoord, u heeft ons in januari ook gehoord t.a.v. dit item. Het ging over het item handhaving en toen is er ook naar voren gebracht: de menselijke maat is in deze van belang. Dat heeft de wethouder ook gezegd, dat gaan we zeker bekijken. Er werden ook giften ontvangen. Maar je moet wel uitkijken wat je onder een gift verstaat. Een gift kan zijn in de geldelijke situatie, maar je kan ook andere vormen van giften ontvangen. Ik kan me ook indenken, dat zoals nu de regelgeving is en dat er nog geen duidelijkheid is t.a.v. hoe het allemaal gaat worden: nu is de gemeente nog steeds gehouden aan de huidige regelgeving. Daarom begrijp ik best dat er gemeenten zijn, die al een voorschot nemen. Alleen, ik vraag me af of het uitvoerbaar is voor die gemeenten en of ze niet in de problemen komen, omdat er gewoon een wettelijke regelgeving is. De heer Lieverse: We hebben in januari hierover gesproken, dat staat me heel goed bij. Kunt u zien dat het verschil maakt, wat er in de Tweede Kamer gebeurd is, voor hoe wij naar deze situatie gaan kijken? De situatie niet van handhaving, die is duidelijk, maar de situatie van vrijstelling van giften, want daar gaat deze motie over. Mevrouw Bouman: De vrijstelling van giften, ik begrijp dat. Dat is ook zo.
Maar dan is de vraagstelling: wat wordt er onder gift verstaan? Dat is misschien voor een ambtenaar moeilijk om te kijken: is het iets materieels of gaat het om geld? Elke maand € 100 erbij is nogal wat. Dat zijn allemaal discussies. Waar hebben we het exact over? Dat vind ik het moeilijke in dit soort gevallen. Dan is de vraagstelling: wanneer gaat deze wet ingevoerd worden? In februari hebben we het aan de hand gehad. Ik ben heel benieuwd hoe die andere gemeenten daarmee omgaan. Hoe passen we het e.e.a. toe? Misschien is het wel handig om eerst nog even de discussie aan te gaan en het e.e.a. uit te laten zoeken door de ambtenaren c.q. de wethouder bij de andere gemeenten: hoe gaat u hiermee om in dit soort situatie? Het kan toch niet zo zijn, dat al die andere gemeenten in strijd met de wet handelen? Ik kan me dat niet indenken. Als ze het doen, nou, dan is het toch wel een probleem. Dus ik ben heel benieuwd of de wethouder daar een antwoord op heeft. Dat ze zegt: ik heb ook de motie gezien en ik heb toch even geïnformeerd bij diverse gemeenten om te kijken hoe zij daarmee omgaan. Ik ben daar heel benieuwd naar. De heer Lieverse: Mevrouw Bouman geeft goed antwoord op de vraag, die ik stelde, namelijk het verschil tussen de discussie in januari over de handhaving en de motie, die we nu bespreken n.a.v. de motie in de Tweede Kamer over vrijstelling van giften.
Het is niet ingewikkeld, ook niet voor de wethouder of de beleidsambtenaren om na te zoeken hoe dat zoals in diverse gemeenten gebeurd is. Ik heb het zelf ook opgezocht. In Heerlen heeft men een lijstje gemaakt van welke zaken men onder giften verstaat. Men noemt boodschappen, spullen, kleren, contant geld, opgeteld ter waarde van € 1.200 per jaar. Maar dat kan een andere gemeente anders doen. Dat betekent als je een verordening opstelt uitgaande van de landelijke regels. Mevrouw Bouman: U geeft al een heel mooi opzetje. Alleen, ik zou dat heel graag van de wethouder willen horen. Om te kijken: wat verstaan we onder giften. Want zij past nu ook al de discretionaire bevoegdheid toe en de hardheidsclausule, dus ik ben heel benieuwd hoe zij daarop gaat reageren. Mevrouw Verhoef: Ik wil aan mevrouw Bouman vragen: als de wethouder inderdaad de discretionaire bevoegdheid heeft, dan hoeven we ons toch geen zorgen te maken over de juridische kant daarvan, want dan kan de wethouder de 24/31
ruimte die nu via deze motie geboden wordt, kan zij vanuit de discretionaire bevoegdheid uitvoering aan geven. Natuurlijk kan het onderdeel zijn van het uitvoeren van de motie om te onderzoeken hoe dit het best en meest transparant en eerlijk gedaan kan worden. Dat hoort natuurlijk bij het tot uitvoering brengen van de motie. Dat is evident. Fijn dat u dat nog even heeft opgebracht, maar dat zouden we dan ook zeker willen zien. Mevrouw Bouman: Dank voor uw reactie. Ik ben zeer benieuwd. De wethouder hoort het ook allemaal aan, om te horen hoe de wethouder erin zit, ik ben er zeer benieuwd naar. Misschien is het een voorzetje voor de wethouder. Ik wacht het even af. Mevrouw Draak, VVD: Ik heb eigenlijk in mijn tweede termijn niets toe te voegen aan wat ik al heb gezegd. Ook alle argumenten, die worden genoemd, veranderen onze fractie niet van mening. Wij zullen dit niet steunen, wij wachten gewoon het beleid af en hebben tot die tijd alle vertrouwen in de menselijke maat van de wethouder. Dank u wel. De heer Lieverse: Ik ben benieuwd wat mevrouw Draak vindt van het punt, dat ik even noemde in antwoord op de heer Crielaard, maar dat geldt ook voor wat u zou kunnen menen, over de misère die kan ontstaan als we zo lang wachten met maatregelen, die eraan zitten te komen, waar iedereen het over eens is dat ze goed zijn. U noemt ze ook sympathiek.
Maar het wachten illustreert wel een delay, wat kan beteken dat kleine fouten zomaar tot onredelijke situaties kunnen leiden en tot schrijnende situaties kunnen leiden. Wat vindt u daarvan? Mevrouw Draak: Mijn antwoord daarop is, dat ik blijkbaar meer vertrouwen heb in de ambtenaren en de wethouder dan meneer Lieverse. Dank u wel. De heer Hoek: Ik hoor mevrouw Draak zeggen, dat zij vertrouwen heeft in de menselijke maat van de wethouder. Maar hoe gaat de wethouder daar dan volgens u, hoe kan ze daar invulling aan geven op dit moment? Daar ben ik wel nieuwsgierig naar in voorkomend geval. Mevrouw Draak: Ik ben de wethouder niet. Ik denk dat de wethouder dat zelf mag beantwoorden. Ik heb daar wel een beeld bij, maar ik heb geen behoefte om de vraag van meneer hoek te beantwoorden. De heer Hoek: Maar u stelt, niet ik, dat u vertrouwen heeft in de menselijke maat van de wethouder. Dan is het toch niet raar dat ik aan u vraag hoe de menselijke maat er dan uit ziet. Het is dan toch heel raar, dat u zegt: dat moet u aan de wethouder vragen. U zegt het toch? Mevrouw Draak: Het woord discretionaire bevoegdheid is vaak gevallen, dus daar hebben we het over. De heer Hoek: Hoor ik u nu zeggen, dat u dat in principe wel een goed voorstel vindt, de discretionaire bevoegdheid? Mevrouw Draak: Dat is geen voorstel, die is er al, die bevoegdheid.
De heer Crielaard, L3B: Zoals ik in mijn eerste termijn al zei: ook bij L3B staat de menselijke maat echt centraal. Ik moet ook wel bekennen, dat het even verrassend was, het antwoord van de wethouder, dat het juridisch niet uitvoerbaar is, want ik had er eigenlijk blind op vertrouwd, zoals het in de motie staat, die overweging, die beleidsruimte hebben we, dat die er dan ook echt zou zijn. Ik hoop dat de wethouder dat nog even kan toelichten: hoe zit het nou precies, waarom dit uitvoerbaar zou zijn. Zoals ik al zei, dat verraste me even. Misschien een voorstel aan de indieners van deze motie: u kan overwegen om de motie even aan te houden, dan is er ruimte om technische vragen te stellen en om uit te zoeken hoe het nu precies zit. Het kan in andere gemeenten wel, zou het hier niet kunnen? Dan heb je dat goed uitgezocht en dan kunnen we daar eventueel in de raad van juli nog een besluit hierover nemen. Dat even ter overweging. Dank u wel. Wethouder Arends: Volgens mij vinden we allemaal hetzelfde. Volgens mij willen we allemaal de menselijke maat, dat dat toegepast kan worden. Binnen de huidige participatiewet heeft het college de bevoegdheid om giften toe te laten. Het is alleen wel zo, dat we dat nu per individu bekijken. Dat heb ik in de eerste termijn ook aangegeven, dat doen we met de menselijke maat.
Uw discussie, mag het nou wettelijk wel of mag het nou wettelijk niet: er is dus niet voor niets in de Tweede Kamer een motie hierover geweest, omdat de huidige wetgeving daar niet toereikend toe is en de Tweede Kamer roept het kabinet op om daar iets in te wijzigen. Op dit moment hebben we inderdaad niet de bevoegdheid om de beleidsregels op deze manier zo aan te passen. Wel op individueel niveau. Dat kunnen we wel. Dat er andere gemeenten zijn. De heer Jonker: Misschien kunt u, als u de andere gemeenten doen, even specifiek ingaan op de vraag waarom het juridisch lokaal niet zou kunnen. Daar ben ik heel benieuwd naar. Echt specifiek. Landelijk beleid interesseert me even niet. Waarom kan het op dit moment lokaal juridisch niet? Ik ben benieuwd of u dan ook kunt refereren aan die andere gemeenten, waarom het daar dan wel kan. Wethouder Arends: Ik ben geen jurist, meneer Jonker. Dat ben ik niet. Dus ik ga nu af op hoe ik mij voorbereid heb. Ik weet dat er andere gemeenten zijn, zoals in de motie genoemd is. Als wij kijken naar wat er nu wettelijk mogelijk is, is het niet zo dat het college van B&W die beleidsruimte heeft. Het heeft wel de ruimte om giften toe te staan, ook om de participatiewet die ruimte geeft aan het college. Als u mij vraagt: wilt u dat nou eens uitzoeken? Meneer Crielaard gaf dat ook al aan.
Natuurlijk is het college altijd bereid om dingen uit te zoeken hoe de andere gemeenten dan hebben gedaan. We zien ook in de jeugdwet dat soms gemeenten andere dingen doen en dan worden ze mogelijk terug gefloten door de rechter. Maar op dit moment met dit soort technische vragen, ik ben geen jurist. Als u technische vragen hebt, wil ik dat zeker voor u allemaal uitzoeken, ook als het uitvoeringsvraagstukken zijn of de uitvoerbaarheid hierop. De mogelijkheid is er al, we doen het op individueel niveau, we doen maatwerk, we kijken er echt heel goed naar. Op dit moment is de situatie zo, dat het landelijk gevraagd is om de wet aan te passen. Op dit moment is het nog niet zo ver. Dank u 25/31
wel. De heer Lieverse: Ik hoor mevrouw Arends in twee termijnen vertellen dat het juridisch ingewikkeld ligt. Tegelijkertijd zegt ze dat ze zelf geen jurist is. Heb ik het niet goed begrepen, mevrouw Arends, dat de regeling die eraan gaat komen in maart, dat het verplicht is aan gemeenten om deze regeling toe te passen, namelijk de vrijstelling van giften tot € 1.200. Maar zoals het nu is, verbiedt de regeling het nu niet. Of wel, dat u het weldegelijk kan toepassen precies zoals Amsterdam, Arnhem, Heerlen en alle andere gemeenten die al genoemd zijn, die ons hierin zijn voorgegaan. Wethouder Arends: Terecht wat de heer Lieverse zegt: ik ben geen jurist. Aan de andere kant geef ik u toch een advies mee. Dus wettelijk gezien is inderdaad die bevoegdheid nog niet zo als de motie voor geeft. Het is wel mogelijk om giften toe te staan, maar alleen op individueel maatwerkniveau. Dat voeren wij ook op die manier uit. Als u zegt: hoe wordt dat dan in al die andere gemeenten gedaan? Zoeken zij de grenzen van de wet op? Dat wil ik u wel toezeggen om dat uit te zoeken voor u om te kijken hoe de andere gemeenten dat hebben gedaan. Het klopt, meneer Lieverse, wat u zegt. Het kabinet is nu op dit moment ook demissionair, dus ze zullen eerst een nieuw kabinet moeten vormen om dan de motie uit te gaan voeren om ervoor te zorgen, dat de nieuwe wetgeving er komt.
De heer Lieverse: Een korte verduidelijking alleen. Stel, mevrouw Arends vindt uit, dat het juridisch toegestaan is voor de gemeente Lansingerland om deze vrijstelling van giften tot € 1.200 wel al toe te staan, dat zou namelijk wel veel uitmaken, want ik proef dat met name L3B op dit moment op de wip zit om dan anders naar deze regeling te gaan kijken. En mevrouw Bouman hoor ik zich ook in deze zin uiten. Ik vind het een beetje jammer, dat het niet van tevoren uitgezocht is. Maar is het denkbaar, dat we de motie dan wel zonder stemming met u als toezegging uitgevoerd krijgen als blijkt, dat het weldegelijk mogelijk is? Wethouder Arends: Eén vraag is hoe de andere gemeenten dat doen. De tweede vraag is hoe het dan uitvoerbaar moet. Wat vraagt dat dan van de gemeente? Dat zijn twee vragen, die ik zeker wil toezeggen om die uit te zoeken, wat daar de consequenties van zijn en wat de andere gemeenten daarin doen. Mevrouw Verhoef: De heer Lieverse heeft inmiddels ook al een interventie gedaan, die ik zelf ongeveer in mijn hoofd had. Ik voel inderdaad bij een aantal fracties, maar ook bij de wethouder dat ze gevoelsmatig best wel die verruiming zou willen hebben om die giften tot € 1.200 toe te staan, maar dat ze juridisch niet zeker is van haar zaak.
Ik zou willen vragen aan de wethouder: is het mogelijk om verheldering te krijgen bij andere gemeenten, wat er nu wel en niet kan? Gevoelsmatig denk ik dat het met de discretionaire bevoegdheid nu al zou kunnen, maar dat wil ik verifiëren. En dat we dan van u een toezegging krijgen: als het kan doen we het. Of zoals de heer Crielaard voorstelde in een volgende raadsvergadering de motie opnieuw aangepast in stemming brengen en dan als raad nog een keer kort erover met elkaar het woord kunnen voeren met informatie die dan ook op tafel ligt, hoe andere gemeenten dat doen en hoe u zich daartoe verhoudt. Mevrouw Gabin: Ook ik zit met nog wat vragen. Voor zover ik weet heb je binnen de participatiewet verschillende bepalingen die de gemeente de mogelijkheid bieden om waar nodig maatwerk te bieden. Hoe gemeenten hier dan specifiek invulling aan geven, leggen zij veelal vast in beleidsregels. Waarom is het niet mogelijk om hierop alvast te anticiperen op wetgeving dat er ook komt? De wethouder geeft aan, dat zij de kennis niet paraat heeft. Ik sluit me aan bij de verzoeken van de PvdA en CU, of zij hier achteraan kan gaan is de vraag. De heer Crielaard: In aansluiting op wat de anderen ook al zeiden: zou de wethouder dat uit willen zoeken na juridisch onderzoek hoe het precies zit. Dan hoop ik dat we op een later moment hierop een zorgvuldig besluit kunnen nemen.
De heer Hoek: Ik constateer dat er met betrekking tot het indienen van amendementen en uitzoekwerk van tevoren een discrepantie zit bij de verschillende wethouders en dat vind ik jammer. In feite, als het uitgezocht was, dan hadden we vandaag wel een besluit kunnen nemen. Dat vind ik wel erg jammer. Daar waar de ene wethouder dat wel doet als er een amendement voorbij komt en de andere niet, dan denk ik: dat had ons toch weer tijd bespaard. Wellicht hadden we dan wel vanavond een besluit kunnen nemen. Mevrouw Bouman: Het moet me toch van het hart, dat ik het heel jammer vind, dat het door de wethouder helaas niet goed onderzocht is. We hebben de situatie zoals het nu is en dat is ook het antwoord geweest op de technische vraag van de heer Crielaard. Ik vind het erg jammer. Als ze gelezen had hoe het gelopen is bij de andere, dan vind ik het jammer, dat het niet naar voren gebracht is. Ik heb alle discussies aangehoord. Ik overweeg om hierin mee te gaan, tenzij de wethouder met een onderzoek komt t.z.t. en zegt: wat jullie nu gedaan hebben, het kan totaal niet. Dan zullen weer eens wat moeten overwegen, maar misschien is er dan een wetswijziging. Met andere woorden: ik geef het voordeel van de twijfel aan mijn collega’s om te zeggen: laten we dit toch maar eens even gaan doen en deze actie ondernemen. Wethouder Arends: Juridisch is het goed onderzocht. Dat heb ik u verteld.
Het is op dit moment niet een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om de beleidsregels in deze algemene zin te wijzigen. Wel kan het college op individueel maatwerk toepassen en dus giften vrij stellen. Dat is echt wel de informatie, die ik u daarover wil geven. U vraagt: hoe doen die andere gemeenten dat? Ik vind het belangrijk om die informatie aan u te verstrekken, dus dat ga ik uitzoeken, hoe andere gemeenten dat doen en ook te kijken naar de uitvoerbaarheid. Ik wil u dan graag voorstellen, als ik dat volledige beeld heb en de consequenties voor u in beeld kan brengen, dat ik daarmee naar uw raad terug kan komen, zodat u daar een weloverwogen keuze in kan maken. Dank u wel. De heer Lieverse: Het moet me van het hart. Ik ben echt nu ontevreden over het laatste antwoord. Mevrouw Arends zegt dat ze het juridisch niet weet en dat het niet kan. Eén van beide is juist. Mevrouw Bouman: Ik hoorde een toezegging. Met andere woorden: in mijn optiek, we gaan het doen. We gaan het verder uitzoeken en we krijgen t.z.t. te horen hoe het allemaal bij de andere gemeenten gehanteerd wordt. Dan zien we hoe het allemaal gelopen is en 26/31
of wij gewoon een voorschot genomen hebben wat ook wel kan. Prima, dan gaan we het zien. Maar ik ga nu mee met het voorstel van mevrouw Verhoef. Wethouder Arends: Volgens mij is er een misverstand. De heer Lieverse geeft aan dat ik zeg: aan de ene kant, juridisch kan het wel of juridisch weet ik niet hoe het kan. Juridisch heb ik u de informatie gegeven vanuit de wet, dat wij in algemene zin beleidsregels niet kunnen aanpakken. Wat ik wel heb aangegeven is hoe de andere gemeenten dat juridisch dan wel denken dat het kan. Dat wil ik wel voor u uitzoeken. Zoals onze juristen hebben gekeken, hoe de wet is, want daarom heeft de Tweede Kamer ook die motie ingediend, anders was die motie ook niet nodig geweest, als alle gemeenten al die beleidsruimte, die vrijheid zouden hebben gehad. Dat nog even als extra aanvulling. Het is natuurlijk aan u hoe u gaat stemmen. Dit is de belangrijkste informatie, die ik u graag wil meegeven dan hierover. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind van deze beraadslaging en gaan wij over tot het stemmen over de motie vreemd over de vrijstelling voor ontvangen giften. Ik ga de stemming openen. U kunt stemmen. De heer Erwich: Ik vind het wel moeilijk worden. We zitten zo door elkaar heen te kletsen. Onder andere: ik doe het niet, ik doe het wel.
Ik wil even kort overleg met de fractie, mag dat? De voorzitter: Ik kijk even, want de stemming staat al open. De heer Erwich: Ik vind het echt heel onduidelijk. Ik ben tegen en ik ben voor. De voorzitter: Ik krijg door van de griffie dat de stemming niet opnieuw kan. Hij staat open, we zullen nu moeten stemmen. Ik heb alle begrip voor u. Ik laat hem even open staan. Misschien dat u even snel een appje kan krijgen van uw woordvoerder. Mevrouw Verhoef: Mag ik dan toch ook nog heel even wat zeggen? De voorzitter: Nee, nee, niet tijdens de stemming. De discussie is geweest. De heer Erwich krijgt nog even de kans om iets langer over zijn stem te doen. Dan wordt zo direct de stemming gesloten. De heer Erwich: We gaan gewoon heel sympathiek tegen alles in en meestemmen, want om ergens tegen te gaan is ook heel raar, als je het niet zeker weet. Prima, dan heeft u hem ook van mij. Excuus. De voorzitter: Ja. Ik sluit de stemming. De motie is aangenomen met 24 stemmen voor en 7 stemmen tegen. 9.d Motie vreemd M2021-021 TONK Regeling Mevrouw Gielis, L3B: Op dit late uur na toch al een drukke week vraag ik toch nog even de aandacht, want vanwege de urgentie gaan wij een motie vreemd aan de orde indienen. Deze motie wordt mede ondertekend door de VVD, D66, WIJ, GL en PvdA. Die motie gaat over de TONK regeling.
TONK staat voor Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten en is bedoeld om een terugval in inkomsten als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Bestaande en tijdelijke voorzieningen bieden soms onvoldoende ondersteuning, omdat noodzakelijke kosten doorlopen en niet op korte termijn kunnen of konden worden teruggeschroefd. Hierdoor ontstaat het risico op betaalachterstanden, schulden of andere ellende. De TONK-regeling biedt hier een éénmalige verlichting voor. De spelregels voor TONK worden niet voorgeschreven door het rijk, maar die worden door de gemeente zelf opgesteld. De gemeente Lansingerland heeft een rijksbijdrage gekregen van € 252.000 ongeveer om deze regeling uit te voeren. Tot recent, begin juni, waren er 17 aanvragen ingediend in onze gemeente en waren er slechts 2 toegekend voor een totaal bedrag van € 2.250. Dat is nog geen 1% van het beschikbare bedrag. De wethouder had daar tijdens de commissie algemeen bestuur van 9 juni, toen hadden wij vragen gesteld, een aantal verklaringen voor. Volgens ons is een belangrijke reden, dat de vermogenstoets in Lansingerland wat streng is. Ook de andere spelregels voor deze regeling zijn in de gemeente Lansingerland nu nogal strak. Gezien de noodzaak en de beschikbare mogelijkheden zijn er meerdere gemeenten, die de spelregels in de afgelopen maanden hebben versoepeld.
En ook de hoogte van deze eenmalige TONK-bijdrage hebben verhoogd. L3B heeft in de laatste commissie algemeen bestuur vragen gesteld over de TONK-regeling en wethouder Arends gaf aan, dat Lansingerland ruimhartig omgaat met het geld, dat onze gemeente van het rijk heeft ontvangen. Wij willen met deze motie aan de wethouder vragen om nog veel ruimhartiger te zijn. Het geld, dat zij van het rijk hebben ontvangen, is immers bedoeld voor mensen, die door corona in zwaar weer zijn gekomen en daar moet dat geld ook terecht komen. Het kan niet de bedoeling zijn, dat we dit geld aanwenden om onze algemene middelen te spekken. Daarbij zijn wij ook van mening, dat de gemeentelijke communicatiemiddelen nog ruimhartiger kunnen worden ingezet. Vandaar de bijgevoegde motie. Nogmaals, die motie wordt mede ingediend door de VVD, D66, WIJ, GL en PvdA. Ik zal me beperken tot het dictum. Ik begrijp, dat het laat is in deze politieke weken, maar ik kan het dictum niet inkorten en ik vertrouw nog even op 2 minuten van uw aandacht.
M2021-021 Overwegende dat de gemeente Lansingerland een rijksbijdrage heeft ontvangen van € 252.000 voor het uitvoeren van de TONK-regeling; er in Lansingerland 17 aanvragen zijn ingediend en er slechts 2 zijn toegekend voor een totaalbedrag van € 2.250; er nog voldoende geld in dit potje zit om wellicht nog een aantal inwoners te helpen met het geld waar dit potje voor bedoeld is; de TONK-regeling los staat van andere corona uitkeringen; andere gemeenten, zoals bijvoorbeeld Rotterdam, de criteria voor deze regeling medio mei nog hebben uitgebreid; de termijn waarop er nog aanvragen kunnen worden ingediend nog zeer kort is, want de regeling loopt van 1 januari j.l. tot en met eind juni a.s. en kan tot en met september a.s. met terugwerkende kracht worden aangevraagd. Van mening zijn dat de regels in 27/31
Lansingerland ruimhartiger kunnen worden opgesteld; de vermogenstoets momenteel te krap is opgesteld; dat er via gemeentelijke informatiekanalen een maximale inzet moet worden gepleegd om onze inwoners te informeren over de mogelijkheden van deze regeling. Draagt het college op om met spoed de criteria voor het aanvragen van een TONK-regeling aan te passen naar de criteria van bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam op de vermogenstoets; tevens via alle mogelijke kanalen en via de media de versoepeling van de criteria kenbaar te maken en daarbij duidelijk aan te geven waar en hoe een aanvraag voor de TONK-regeling kan worden ingediend; en draagt het college op om de eerder afgewezen aanvragen opnieuw te beoordelen; en gaat over tot de orde van de dag. Dank voor uw tijd. De heer Van Santen, VVD: Kort. Allereerst dank aan de heer Philippens, die dat scherp heeft gezien in de commissie AB. Dat niet alle rijksbijdrageregelingen even effectief zijn of dat er geen gebruik van wordt gemaakt, dat is natuurlijk niet nieuw. Echter, we kunnen dat pas echt goed beoordelen als een aantal beperkingen, zoals ze nu gelden en nu is toegelicht, om in aanmerking te komen voor de regeling zijn weggenomen. Vandaar dat we deze oproep, deze motie van harte ondersteunen en daardoor ook mede indiener zijn. Dank u wel.
De heer Ammerlaan, CDA: Ik heb niet zo’n drukke politieke week gehad, want ik ben een weekje weg geweest, dus ik heb er vanmorgen naar gekeken. Ik kan er fris en fruitig tegenaan kijken. Maar sympathieke motie en scherp van de her Philippens. Het is goed dat er een financiële ondersteuningsregeling als de TONK is. Immers, er zijn veel ondernemers en huishoudens, die het tijdens de coronacrisis moeilijk hebben. Het verbaast ons, dat er maar 17 aanvragen zijn ingediend en dat er slechts 2 aanvragen zijn toegekend. We hebben van het rijk € 252.000 ontvangen en dat kan niet altijd zomaar 1 op 1 weg gezet worden. Dat hoeft ook niet altijd. Die regeling is er eigenlijk om maatwerk ondersteuning te bieden waar het echt nodig is, want dat is het soms. Als er maar € 2.000 is uitbetaald, dat voelt niet goed en dat is niet goed. Dan deugt er iets niet. Mijn vraag aan de wethouder is: wat vindt u ervan, dat dit zo uitpakt? Dat wil ik toch wel graag van haar weten. Vraag is of er communicatie is geweest over de TONK regeling, de vraag is of de TONK-regeling bekend is bij ondernemers. Maar de vraag is ook of ondernemers de weg en mogelijkheden van de verschillende regelingen zien en weten en bij welk loket en welke organisatie ze zijn. Ik belde vanmiddag even met een ondernemer en ik vroeg: ken je de TONK-regeling? Ja, die kende die.
Hij had er bij zijn boekhouder naar gevraagd, maar hij kwam er net niet voor in aanmerking. Wat ik dan mee krijg: het is zo veel en het is soms moeilijk wat er allemaal is en waar je moet zijn. Van deze ondernemer weet ik dat hij een flinke omzetderving had, dus die zou toch in aanmerking moeten komen, maar het lukte niet. Als ik ondernemers spreek, krijg ik dat bevestigd. We kunnen de huidige voorwaarden niet overzien. Mochten die voorwaarden afwijken van andere gemeenten, daar heb ik geen inzicht in. Vraag aan de wethouder: bepaalt iedere gemeente zelf zijn voorwaarden? Of zijn er bepaalde VNG-richtlijnen? Ik loop een beetje te zoeken. Ook kijkend naar het feit, dat er zo weinig mensen voor in aanmerking komen. We hoeven geen Sinterklaas te zijn met ruimhartig, maar het geld moet terecht komen waar het terecht moet komen. Dat was even mijn eerste bijdrage. De heer Hoek, WIJ: Ik wil de fractie van L3B bedanken voor het initiatief. Wij zijn mede ondertekenaar, dat doen we graag. Een goede insteek om hiernaar te kijken. Het schuurt wel een beetje, want volgens mij is de TONK bedoeld voor allerlei ondernemers die buiten alle landelijke wet- en regelgeving vallen. Er is mij een aantal gevallen bekend, die zich dan aangemeld hebben bij de gemeente en dus kennelijk ook weer overal buiten valt.
Ik ben wel nieuwsgierig naar wat de heer Ammerlaan ook zegt: hoe vindt dat afwegingskader en die toetsing nou plaats? Is dat conform VNG? Is er misschien een lokale toets voor? De signalen die ik krijg, zijn niet heel erg bemoedigend waar het gaat om het ruimhartig toepassen van deze regeling. Ik wil de wethouder vragen of ik helemaal verkeerd denk of dat ik misschien een denkfout maak. Maar het zal u niet ontgaan zijn, dat wij deze motie ruimhartig steunen. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Wat ik me afvraag, is of we het over dezelfde regeling hebben. Ik heb niet het idee dat de TONK regeling bedoeld is voor ondernemers, maar ik denk dat de wethouder er straks wel wat meer over zal zeggen. De TONK-regeling is juist bedoeld voor mensen, die in de bijstand zitten of die op een andere manier een laag inkomen hebben of hebben gezien, dat ze in een jaar tijd in inkomen gezakt zijn met meer dan 15%, dat is het percentage dat Rotterdam aanhoudt en die bovendien op andere manieren in de knel gekomen zijn. Iets over het voorstel van mevrouw Gielis of meneer Philippens, ik heb verschillende namen net gehoord. Het feit dat er 17 aanvragen gedaan zijn en 2 gehonoreerd, is voor de CU niet vanzelfsprekend, dat het fout gegaan is. Moet het geld perse op? Het is bedoeld voor de mensen voor wie het bedoeld is, waar de regeling voor bedoeld is.
Ik heb, omdat mevrouw Gielis zo enthousiast was over de Rotterdamse situatie, gekeken of ik in aanmerking zou komen als ik in Rotterdam had gewoond. Nou, het blijkt dat behalve die 15% inkomensderving, die je moet hebben gehad tussen januari en vorig jaar januari, dat je ook aan woonlasten 35, 45, 65 of 80% kwijt moet zijn per maand. Ik denk niet dat veel mensen van ons daar aan zouden voldoen. Dat zijn wat kritische opmerkingen bij het 28/31
opstellen van de tekst. Waarom ik toch neig tot sympathie voor dit voorstel heeft ermee te maken, dat ik juist denk dat de mensen voor wie het bedoeld is minder goed bereikt zijn de afgelopen tijd in de media of door onze gemeentelijke website of door wat ook maar voor mogelijkheden, want de doelgroep is juist wat minder vanzelfsprekend, dat ze zelf de weg weten naar dit soort regelingen. Maar daar hoor ik graag zo meteen de wethouder wat uitgebreider over. Mevrouw Den Heijer, D66: Wij dienen deze motie samen in. Wij hebben in de commissie algemeen bestuur regelmatig ook al aandacht voor gevraagd en aandacht aan besteed. We zijn eigenlijk wel blij, dat we niet de enige partij zijn, die vinden dat de Lansingerlandse definitie van ruimhartig gewoon te streng is. Een tweede punt, dat we belangrijk vinden, is dat we vinden dat de regels moeten aansluiten, maar ook dat er afstemming in de regio een belangrijk punt is. De economische belangen van de Lansingerlanders stoppen niet bij de gemeentegrens. Daarom is het ook belangrijk dat we aansluiten en dat onze regels enigszins overeen komen met die van de buurgemeenten. Voor de rest wil ik L3B hartelijk bedanken voor het opstellen van deze motie en laat ik het hierbij. Dank u wel.
Mevrouw Gabin, GL: GL is ook mede ondertekenaar van de motie, omdat wij vinden dat iedereen recht moet hebben op een crisisinkomen en wij willen hierbij ook mevrouw Gielis bedanken voor het indienen van de motie. Met de falende schuldhulpverlening nog vers in het achterhoofd vinden wij het niet gepast om met deze rigide wijze Lansingerlanders tegemoet te komen, vandaar dat wij instemmen met de verruiming. GL wil ook, dat de partnertoets wordt geschrapt. Deze maatregel kan makkelijk door de gemeente worden uitgevoerd. Voor veel ZZP’ers biedt het een oplossing. We willen voorkomen dat zelfstandigen met partner in de ene gemeente wel ondersteund worden en in een andere niet, dat is namelijk oneerlijk. Onze vraag is: is het college bereid om de partnertoets los te laten? Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik zal het kort houden. Mevrouw Gielis heeft het uitgebreid toegelicht en ik heb van diverse fracties al zoveel argumenten gehoord. Wat me bijzonder aanspreekt is dat het inderdaad ruimhartiger kan. Er is nog budget en er zijn redenen om opnieuw de communicatie aandacht te geven, ervoor te zorgen dat de mensen die het echt nodig hebben bereikt worden, dat is momenteel waarschijnlijk niet gebeurd. Ik vind het ook heel goed, het allerlaatste punt, om ook de eerder afgewezen aanvragen opnieuw te beoordelen, omdat inderdaad die vermogenstoets heel krap, althans, in onze visie, is opgesteld.
Op die manier kan toch een groot deel van het geld terecht komen bij mensen, die het hard nodig hebben. Natuurlijk moet dat secuur gebeuren, maar wij zijn ook van harte mede indiener van deze motie vreemd aan de orde. Beantwoording college Wethouder Arends: Het college kan deze motie van harte ondersteunen, want we willen dat mensen gewoon meer gebruik kunnen maken van de TONK-regeling en dat we voor zoveel mogelijk mensen de toelaatbaarheid mogelijk weten te maken. De regeling van Rotterdam zou als voorbeeld kunnen dienen. Dus wij omarmen deze motie, die voor ligt door meerdere partijen, maar als initiatiefnemer L3B. Ik ga ook nog even een aantal vragen na, die zijn gesteld. De heer Ammerlaan vroeg: hoe kan het nou? Over het beperkt aantal aanvragen. Dat is wel echt een landelijk beeld. Ik heb van de week ook gesproken met de wethouders van Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp over de TONK en ook zij zien dat, maar eigenlijk in heel Nederland zien we dat er weinig nog gebruik van wordt gemaakt. Waar het aan ligt, dat kunnen velerlei manieren zijn. Dat de andere steunmaatregelen al zo groot zijn, dat het afdoende is of dat ze de gemeente nog onvoldoende weten te vinden daarin. Daar is nog geen analyse, ook niet door het rijk, op gemaakt.
De vraag of de gemeente nou zelf de voorwaarden kan stellen of dat er VNG-richtlijnen zijn: op dit moment zijn er nog geen VNG-richtlijnen, dus elke gemeente kan zijn eigen voorwaarden hebben, die worden gekoppeld aan de regels van de bijzondere bijstand, die bij de gemeenten ook gelden. De heer Lieverse vroeg: de TONK, ik ben in de veronderstelling dat dat juist voor mensen kan zijn in de bijstand. Nee, het gaat echt over een huishouden, dus dat kan zeker ook een ondernemer zijn. Het gaat erom, dat de inkomsten zijn verlaagd. Dat is ook één van de voorwaarden. In Rotterdam hanteert men daarmee juist weer een wat strengere regel. In Lansingerland maakt het niet uit hoeveel dat inkomen verlaagd is, als er maar een daling is, dan kom je in Lansingerland daarvoor al in aanmerking. Maar die vermogenstoets, daarin zijn we strenger dan Rotterdam. Qua communicatie is er al door het rijk over gecommuniceerd. Wij hebben er als gemeente over gecommuniceerd. Ook met al onze sociale partners hebben we erover gecommuniceerd. Maar dat blijft nog steeds van waarde om wederom te communiceren. Zeker ook als u de motie gaat aannemen en wij gaan kijken hoe we hem nog beter kunnen verruimen, bijvoorbeeld op een aantal onderdelen van criteria van Rotterdam, bij een aantal zijn ze strenger, maar bij een aantal ruimer en we passen ons daarop aan, dan ga ik u daarover informeren.
Uiteraard zullen we dat dan opnieuw gaan communiceren, via social media maar ook via onze sociale partners. Volgens mij heb ik redelijk zo alles beantwoord. Mevrouw Gabin stelde nog de vraag over de partnertoets. Die zal wel gehandhaafd blijven. Wij hebben wel een inventarisatie op gedaan bij de 50 grootste gemeenten. Die hanteren allemaal die partnertoets, dus dat lijkt vooralsnog niet een regel, die 29/31
we daarin willen wijzigen. Ik denk dat ik redelijk zo alle vragen heb kunnen beantwoorden en mijn steun vanuit het college heb kunnen geven over deze ingediende motie. Tweede termijn Mevrouw Gielis, L3B: Dank aan alle mede indieners en alle reacties en ook de reactie van de wethouder, daar zijn we blij mee. Ik kreeg van het CDA de indruk, dat de heer Ammerlaan dacht dat het uitsluitend voor ondernemers bedoeld was, maar dat is het niet. Het is met name voor iedereen, die inkomensverlies heeft door corona. Verder zijn er nog wat details, die er niet zo toe doen. De inkomenstoets: in Rotterdam zeggen ze: bij een inkomensdaling van 15%, zoals de CU dat ook aangaf, ten opzichte van een andere periode vorig jaar. Dat is al voldoende om in een volgende stap te komen. Maar dat zijn details. Ik ben heel erg blij met de toezegging, dat er verruiming komt. Ik denk dat het heel erg zaak is om daar nu zo snel mogelijk zo veel mogelijk aandacht voor te geven. De wethouder heeft dat toegezegd, dus daar vertrouwen wij graag op. We hopen dat het misschien nog wat extra mensen in Lansingerland een steuntje in de rug kan geven. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk ik even of er nog bij anderen behoefte is aan een tweede termijn. Dat lijkt niet het geval. De heer Ammerlaan, CDA: Ik had mijn microfoon open gezet. Ik hoorde de wethouder zeggen: landelijk beeld. Dat hoor ik ook inderdaad.
In reactie op mevrouw Gielis: ik weet dat de regeling en voor ondernemers en voor particulieren is, huishoudens, dat is me bekend, dat wordt ook ergens in gezegd. Ik ben wat meer op ondernemers gericht van huis uit, want daar zie je met name wat het is. Dan hoor je dat ondernemers soms door de bomen het bos niet zien en daardoor niet altijd weten waar ze moeten zijn. Dat is bij communicatie het belangrijkst. Waar kan ik zijn ergens voor? Dat is heel belangrijk. Dat wilde ik er even over zeggen. Dank u. De voorzitter: Zijn wij dan aan het einde van deze bespreking? Wethouder Arends: Zou ik nog aanvullend iets mogen vertellen? Dat we met deze motie aan de slag gaan, wil ik u ook toezeggen dat ik alle aanvragen die zijn geweest opnieuw laat beoordelen. Als we een verruiming doen, dan gaan we opnieuw naar alle voorgaande aanvragen kijken om recht te doen aan die aanvragen. Als aanvulling qua informatie aan u als raad. De voorzitter: Ik zag een duimpje omhoog van mevrouw Gielis, de indienster van deze motie vreemd. De voorzitter: Dan besluiten wij deze beraadslaging en gaan wij over tot de stemming over deze motie. Wenst u stemming? Dat is niet het geval, dan is deze motie vreemd over de TONK-regeling aangenomen. 10.
Hamerstukken: 10.a Bekrachtiging geheimhouding 10.b Meerjaren Prognose Grondexploitaties 2021 10.c Verduurzaming zwembad De Windas De voorzitter: Een drietal hamerstukken. Als niemand zich meldt voor een stemverklaring, dan ga ik die zo langzamerhand afhameren. Ik hamer ze hierbij af. 11. Sluiting De voorzitter, om 23.40 uur: Daarmee zijn we ook aan het einde van deze vergadering. Het is een nog heel fatsoenlijk tijdstip in een zware periode van uw raadswerk. Ik dank u hartelijk voor al uw aandacht. Ik heb mijn aandacht er bijna tot het einde toe heel goed bij kunnen houden. Dank u wel voor uw aanwezigheid en goede avond. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van De griffier,
drs. Marijke Walhout
30/31
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
31/31