BV21.0115 Verslag gezamenlijke commissies Kaderbrief
Tekst van het document
Op het moment dat, de heer Azzouzi of mevrouw Verhoef zei het, dat onze provincie hetzelfde doet als een andere provincie, namelijk Utrecht. Utrecht is de enige provincie van de 12, die nu al zegt: je mag het structureel labelen, die € 1,3mld voor 2022. De andere 11 zeggen: niet. Ze zeggen: dat gaan we niet doen, want we gaan onszelf voor de gek houden. Dan zeggen we dat iets structureel is, terwijl het dat feitelijk helemaal niet is, omdat voor 2023 dat geld er nog niet is. Dan gaan we het rijk helpen om de wereld mooier te laten lijken dan het is, omdat het rijk verzaakt om die meerjarige reeks ter beschikking te stellen. Mevrouw Verhoef: Misschien roep ik net te vroeg, maar de wethouder zei het zo stellig, dat die andere provincies dat niet goed vinden. Maar volgens mij lopen daar nog gesprekken over. Ze vinden het misschien vandaag niet goed, maar over een week wel. Klopt dat? Wethouder Van den Beukel: Dat klopt. Niets zo veranderlijk als het weer en misschien ook wel in provinciaal overleg. Daar doe ik ze misschien onrecht mee, maar nee, dat is een lopende onderhandeling. Het huidige standpunt is: dat vinden we geen goed idee, in het provinciaal overleg bij meerderheid. De andere 11 provincies hebben zich daar achter geschaard tot op heden, maar misschien laten ze zich overtuigen in de context van een deal met het rijk. Ik houd het voor mogelijk.
Dan is het inderdaad zo, zeg ik richting mevrouw Verhoef en de andere woordvoerders, dat dat een fors financieel positief effect heeft voor 2022 in Lansingerland. Hebben we dan daarmee, zoals de heer Hoek zegt, onnodig onrust gezaaid en verenigingen bang gemaakt en kwetsbare inwoners? Dat is een frame. Ik wil het u niet ontzeggen, maar ik wil er wel iets over zeggen. Ik, wij, het college, vind het toch getuigen van verantwoord en goed bestuur en goed beheer van de openbare financiën om wel te acteren op de kennis van nu. Die kennis van nu kent u, die staat in de brief. Die kennis van nu is, dat we grote bezuinigingsopgaven hebben voor 2022. We kunnen met een roze bril naar de wereld kijken en zeggen: misschien wordt het beter, laten we vooral niet teveel communiceren, want het kon weleens meevallen. Toch vindt het college dat niet een verstandige en verantwoorde manier van optreden. Laten we hopen samen en eraan werken met Raden in Verzet dat het meevalt. De heer Azzouzi: Ik had nog wel een vraag n.a.v. dat geld voor 2022. Dat is zeker. De vraag is of we het structureel mogen kenmerken of niet. Wij gaan nu bezuinigen. We gaan € 2,5mln ophalen in OZB, maar ook minder dingen doen. Wat gaan we dan doen met dat bedrag, dat we krijgen, als we onze begroting sluitend krijgen? Dan is het een overschot in 2022.
Wethouder Van den Beukel: Wat gaan wij dan doen? Op het moment dat het incidenteel geld is, dan is dat inderdaad een incidentele meevaller. Dat betekent dat we daar incidentele uitgaven tegenover kunnen zetten of dat het een positief saldo oplevert. Tegelijkertijd, het is echt een uitgangspunt van het college en daar hebben we wel goed en bewust voor gekozen, om toch een structureel sluitende begroting te willen presenteren voor 2022. Dus het is heel mooi als we een incidenteel schip met geld onze kant op komt, het mag € 1,3mld zijn, het mag € 10mld zijn, maar dat ontslaat ons niet van de verplichting, willen wij onder preventief toezicht uit blijven van de provincie Zuid-Holland, om een structureel sluitende begroting te maken. Dus het zou een heel mooie meevaller zijn, maar het wordt pas echt relevant als het structureel is en dan nog is de vraag: is dit pakket aan ombuigingen relevant om
31/36
met elkaar te verkennen, gelet op de uitdagingen die we hebben voor de navolgende jaren? Zeker, als het structureel gelabeld wordt en er vallen nog een paar dingen mee, dan kan het zo zijn, dat we bij de begroting in overleg met u als raad vanzelfsprekend tot de conclusie zouden kunnen komen: luister, laten we een aantal van deze ombuigingen een tijdje opzouten, want het valt toch eigenlijk mee. Dan geldt wat in de inleiding van de kadernota staat: better safe than sorry. Dan hebben we wel geanticipeerd op een scenario dat nu reëel is, dat nu eigenlijk gewoon de realiteit is, waartoe we ons hebben te verhouden. En dan valt het gelukkig mee. Dat zou dan goed nieuws zijn. Ik hoop het met u. Dat over de € 1,3mld en de kadernota. De Horti Science hoort inderdaad in het Eneco-proces. Dat heb ik net geschetst. Het is een soort prelude daarop. Als we doen wat we net hebben besproken, zoals ik uw raadsleden heb horen zeggen en wat ik u voorstel, dan komt het dus weer aan de orde bij die beleidsaccentensessie na vaststelling van het afwegingskader, dan is het vanzelfsprekend aan u om vervolgens te bepalen of het een überhaupt een wijze investering is en vervolgens is het de vraag of het een wijze investering is om te doen uit de Eneco-middelen of dat we het uit de algemene reserve halen. Beide kan, wat het college betreft. Als we er echt naar kijken, past het ook in de Eneco-middelen.
Zelfs heel goed. Dan kom ik op de vraag van mevrouw Den Heijer, die in mijn woorden vroeg naar het multiplier effect van de publieke middelen. Is die € 1,2mln publiek geld of privaat geld, hoe moet je daar naar kijken? Laat ik proberen 2 voorbeelden te noemen. Het Horti Science Park, dat is één van de zaken die genoemd zijn in de brief, waar u ook over geïnformeerd bent. Het gaat over Brainport Eindhovenconcept, maar dan in Lansingerland. Of Food Valley, zoals die in Wageningen heet. Dat is natuurlijk een bestaande realiteit, dat is het gebied rond Delphi, rond WUR, u kent het ongetwijfeld. De gedachten die daar ontwikkeld worden, is dat er een incubator zou kunnen landen. Sorry, ik ken geen goed Nederlands woord daarvoor. Misschien een kraamkamer van nieuwe bedrijvigheid. Als dat gebeurt, kan het zijn dat, nu al spenderen we daar geld aan in de vorm van onderzoek, over gecofinancierd door de metropoolregio en de provincie, maar stel nu, het wordt een realiteit, dan is daar een kleine financiële bijdrage van de gemeente in de vorm van bijvoorbeeld een stuk planologie of cofinanciering voor een klein percentage kan dan aan de orde zijn. Tegelijkertijd hangt er boven de markt een herinvestering van Wageningen Universiteit in deze locatie. Een herinvestering van heel vele miljoenen.
Dat wij dan nu enkele tienduizenden euro’s in dat onderzoek spenderen als gemeente, dat heeft dan toch wel die multiplier van heel grote factor, want die investering van Wageningen Universiteit is wel mede afhankelijk van de mate waarin ze bereidheid proeven bij de gemeente Lansingerland om langjarig dat te ondersteunen. Ik maak het even heel huiselijk. Op het moment dat wij ervoor zouden kiezen als gemeente om de hele boel daar omheen vol te laten zetten met distributiecentra tot en met de laatste vierkante meter, zodat de WUR niet meer kan uitbreiden, dan gaat het dus niet gebeuren. Onze bereidheid om mee te doen, mee te denken en een beetje mee te betalen is wel bepalend voor de investeringsbereidheid van dat soort organisaties. De heer Duk: Is die investering van de WUR de reden waarom er zoveel stoom op de ketel moet? Is dat de reden? Wat gebeurt er als we het een jaar uitstellen? Wat lopen we dan mis? Wethouder Van den Beukel: Het antwoord is: nee, dat is niet de reden. De reden is dat we een Horti Science ambitie hebben uitgesproken als onderdeel van onze positionering en dat we een agenda aan het formuleren zijn en dat je geld nodig hebt voor het uitvoeren van je agenda. Een element daarin is Horti Science Park, maar er zijn heel veel andere elementen, zoals ook in de brief beschreven. Wat gebeurt er als je het een jaar uitstel? Op 14 juli is er een beeldvorming.
Ik zou zeggen: misschien is het een goede vraag om te stellen aan partners van ons. Is het een vraag om te stellen aan Antura, aan Koppert, aan Bayer, aan Brazander. Zij hebben een verwachting van de gemeente, dat ze present zijn. Als zij opbellen en ze worden 5 keer doorverbonden en vervolgens niet bediend, dan zijn wij hen niet aan het helpen en zijn we onszelf niet aan het helpen als gemeente. De heer Jonker: Vooruitlopend op de discussie over het afwegingskader, waar we op detail ingaan, maar juist voor de kadernota vind ik het wel belangrijk: kunt u misschien duiden, waarom dan nu de keuze wordt gemaakt om publiek geld te investeren. Er kunnen twee redenen voor zijn in mijn ogen: de falende markt, dus de markt faalt en we moeten als overheid ergens geld in stoppen, maar dat is hier echt niet aan de orde, want het is een buitengewoon innovatieve en succesvolle sector in Nederland, er zijn zeer veel bedrijven actief, ze zijn wereldmarktleider op dat vlak. Dus het klinkt een beetje flauw, maar als wij daar niet in investeren, dan gaat iemand anders het doen. Maar het kan ook een reden zijn, dat u zegt: ja, ik wil de gemeente Lansingerland op de kaart zetten op dat vlak. Ik wil die bedrijven binnen halen. Dat is een legitieme reden.
Alleen, dan moet voor ons wel duidelijk zijn en ik hoop dat we daar later wat meer details over krijgen, wat dan het multiplier verdieneffect is voor onze inwoners en voor de belastingbetalers hier. Het is natuurlijk ontzettend leuk als we dat binnen halen, maar als daar vervolgens niet iets voor terug komt, dan is het een moeilijk verhaal aan de burgers, als je daar het geld van onze burgers aan besteedt. Daar wilde ik reflectie op vragen. Wethouder Van den Beukel: Ik wil graag proberen de vraag te beantwoorden. Voor een deel zullen we de discussie voeren op een later moment, maar hij ligt nu op tafel, dus uitstekend. Vroeger noemde ze dat de gouden driehoek, triple helix. In dit soort samenwerkingsverbanden, dit soort sectoren, is er altijd sprake van een goede samenwerking tussen onderwijs, onderzoek, overheid en bedrijfsleven. Maar die overheid hoort daarbij. Als die overheid zijn medewerking opzegt, dan krijg je niet wat je in Eindhoven ziet, dan krijg je niet wat je in Wageningen ziet, dan krijg je niet wat je bij ons
32/36
ziet, dan mist uiteindelijk dat bedrijfsleven en dat onderwijs en dat onderzoek een poot. Dus dit hoort bij de samenwerking in de Greenport, die we hebben, dat je daar present bent. Wel in bescheiden mate. We gaan zeker geen taken van bedrijven overnemen. Er is geen sprake van grootscheeps marktfalen in die sector. Er is wel sprake van een behoefte aan een publieke infrastructuur. Ik zal nog een voorbeeld daarvan uitlichten, dat staat ook in de brief over duurzaamheid. Op het moment dat de publieke infrastructuur op het vlak van warmte bijvoorbeeld niet op orde komt en daarin heeft de overheid nu eenmaal een rol in in Nederland, de gasleidingen van Gasunie komen ook van Gasunie en niet van Eneco, dat is uiteindelijk een publieke zaak, op het moment dat die warmte niet tot stand komt en die komt niet tot stand als wij daar niet op sturen, als wij niet duidelijk maken hoe, wat, waar, wie, dan zijn uiteindelijk die bedrijven niet meer in staat om op een duurzame manier hun tomaten te telen. Ik kan niet verwachten van individuele telers, dat zij die publieke warmtestructuur allemaal in zijn integraliteit tot stand brengen. Daar hoort een publieke betrokkenheid bij. Wij gaan niet als gemeente Lansingerland die dikke pijpen betalen, daar hebben we de Stedins voor en andere partijen, maar we hebben wel een coördinerende en regisserende rol en dat kost nou eenmaal heel veel mankracht.
En die mankracht moet ergens uit komen en die komt o.a. wat het college betreft uit dit budget. De heer Duk: De wethouder verwijst naar 14 juli. Dat vind ik echt te makkelijk. Wij overwegen een amendement te doen om de Horti Science van de kadernota af te halen. Als wij dus pas op 14 juli het aan Koppert en vergelijkbare kunnen vragen, dan hebben we niet de informatie die we nodig hebben. Mevrouw Den Heijer heeft eerder al gevraagd: welke verwachtingen zijn er geschept of geschapen of hoe je het ook wilt noemen? Ik wil daar duidelijkheid over. Ik wil duidelijkheid over wat er gebeurt volgens de wethouder als wij het een jaar uitstellen. De voorzitter: Ik denk dat we in herhaling gaan vallen, want die vraag heeft hij net beantwoord. Wethouder Van den Beukel: Ik probeer er een nieuwe draai aan te geven om een beetje de energie in te houden en niet in herhaling te vallen. Twee dingen richting de heer Duk. Ten eerste financieel, wat betekent het als je het een jaar uitstelt? Voor het structureel saldo betekent het helemaal niets, dat heeft de heer Markus ook gezegd, want incidenteel geld en structureel geld is echt iets anders. Dus we helpen onze eigen opgaven er echt niet mee als we dit 1 jaar, 2 jaar, 3 jaar uitstellen.
Inhoudelijk, wat betekent het? Dat betekent inhoudelijk, dat wij op die verwachtingen, die we terecht hebben gewekt in de regio, bij Innovation Quarter, bij het rijk, bij ondernemers, bij de WUR, bij Delphi, dat wij dat niet leveren. En dat kan, dat kan 1 jaar, dat kan 2 jaar, dat kan 3 jaar, maar daarmee bent u de kip met gouden eieren uit Lansingerland niet aan het voeren. Dan zeg ik het vriendelijk. Dat kan en dat mag en dat kan een keuze van uw raad zijn, maar ik denk niet dat het in lijn is met de positioneringsstrategie, die u wel heeft vast gesteld en ook niet dat het in lijn is met het voorstel van het college. Dat is iets anders dan de timing van het voorstel, zeg ik in de richting van de heer Duk, daar ga ik volledig in mee met hem. We hebben een brief gestuurd, we hebben een kadernota toegelicht wat het is. Ik heb aangegeven: idealiter had ik Horti Science visie en de uitvoeringsagenda hier op uw tafel liggen. Het is nu eenmaal zo, dat we nu de kadernota hebben voor 2022 en dat het nog 6 maanden weg is. Vandaar dat we de keuze hebben gemaakt: we nemen hem nu op. Maar inderdaad, de details van hoe, wat, waar, die moeten voor een deel nog komen en die komen ook bij u. Als u daarom nu zegt: ik wil hem eruit schieten, dan kan dat.
Ik wil u wel mee geven, de signaalwerking daarvan, ook naar stakeholders en naar die tuinder om de hoek, dat die dan ook zou kunnen worden meegewogen. Maar het is aan u, ik zit er verder ontspannen in, het college zit er ontspannen in. We hebben het wel goed doordacht. Een vraag van mevrouw Den Heijer ging nog over andere punten uit het toekomstperspectief: waarom zijn die niet van een investeringsvoorstel voorzien? Daar zijn diverse redenen voor, laat ik er eentje uit lichten. Een ander element in het toekomstperspectief gaat over de kwaliteit van de leefomgeving. Voor dit jaar is daar aan de hand, dat we het milieubeleidsplan maken en een groenblauwe visie. Dat is in die zin niet zo investeringsrijk als Horti Science en over Horti Science zijn al twijfels, merk ik in uw raad. Dus zo zijn er voor elk element uit het toekomstperspectief diverse redenen te noemen en die zijn in verschillende fases, waardoor ze wel of niet nu van een investeringsvoorstel worden voorzien. Wat niet weg neemt, dat er een investeringsvoorstel vanuit uw raad komt. Misschien wel op een manier of op een vlak, die we als college niet hebben kunnen voorzien. Ik hoop het, want dat zou heel goed zijn, want dan komen we samen verder. Bijna tot slot. De fractie van GL heeft nog specifiek gevraagd om actieve steun aan Raden in Verzet. Ik denk dat de charme van Raden in Verzet is dat het raden zijn.
Dus om daar als college bij aan te sluiten, dat is niet gewenst. Wat niet weg neemt, dat wij natuurlijk wel bij de motie van Raden in Verzet daar steun aan hebben verleend, meteen. Daar is voor gestemd, die is overgenomen, het was ook een positief pre-advies. Dus op allerlei manieren proberen wij ook als individuele portefeuillehouders echt op de barricade te staan. U mag daar van op aan gaan. Dat is de burgemeester in de kring van burgemeesters, dat is in de kring van gemeentesecretarissen de gemeentesecretaris, dat is mevrouw Van Tatenhove in de jeugdoverleggen, dat zijn wij allemaal in de kanalen die ons ter dienste staan. Ik zou het heel goed vinden als u als raad daar nog zoekt naar nieuwe wegen, die voor ons als college niet begaanbaar zijn, want sommige van die wegen, zoals raden in verzet, zijn nou eenmaal kanalen waar we als collegeleden niet de beschikking over hebben. Dus laten we samen blijven zoeken naar de meest effectieve manieren om het landelijke te overtuigen van noodzaak om meer boter bij de vis te leveren. Een ander punt van de fractie van GL ging
33/36
over eisen aan WKK stellen. Dat voert misschien wat te ver. Mijn punt was: we kunnen niet aan de nieuwbouw van een kas eisen stellen, die we aan een woning kunnen stellen. Misschien iets meer voor een ander debat om daar verder op in te gaan. Tot slot kijk ik even naar de vragen van mevrouw Verhoef van de PvdA. Die had nog heel specifiek de gedachte. De heer Duk: Ik concludeer hieruit, dat hiermee de vragen van de GL-fractie beantwoord zouden moeten zijn, alleen, ik heb nog niets gehoord over Holland Rail Terminal. Wethouder Van den Beukel: Goed punt, excuus, dank u voor de reminder. De Holland Rail Terminal is een project dat we nog steeds heel belangrijk vinden als college en dat ook onze ondernemers belangrijk vinden en dat het ook belangrijk is vanuit milieu oogpunt. U ziet hem nog steeds op de website van de gemeente Lansingerland een kopje en dan zie je rapporten waaruit klip en klaar blijkt, dat de maatschappelijk kosten/baten analyse hiervan heel positief is. Dit is goed voor het milieu, dit is goed voor onze ondernemers, dit is goed voor de verkeersveiligheid en voor de druk op het wegennet, namelijk: die gaat omlaag. Tegelijkertijd is de les, en dat blijkt uit andere regio’s waar dit heeft gespeeld: als gemeente kun je niet boven je gewicht slaan, in boxerstaal. Dat betekent dat je echt de steun nodig hebt van provincie en rijk.
Op dit moment tot onze spijt is het zo dat de provincie echt voorrang geeft aan personenvervoer over spoor. Dus op het moment dat dit ter sprake komt in een bestuurlijk overleg MIRT, zo heet dat in jargon, dan is de provincie onvoldoende onze partner, laat ik het maar even zo zeggen. Niets ten nadele van de provincie, want op andere vlakken werken we goed met ze samen, maar op dit punt hebben we nog onvoldoende medewerking van de provincie gevonden. Zij hebben andere prioriteiten gesteld. Ook op rijksniveau in Den Haag stellen ze andere prioriteiten dan goederenvervoer over het spoor. Dus dan kunnen we daar ook de barricades voor op gaan, maar dan hebben we toch keuzes gemaakt en gezegd: we hebben 3 andere prioriteiten op het vlak van public affairs, van lobby. Die hebben we met u gedeeld, het gaat over duurzame warmte, de ZoRolijn, Horti Science. Dan deze daaraan toevoegen en hiervoor het pad lopen, dat is naar het oordeel van het college op dit moment niet de juiste aanpak. Zodra we weer potentieel draagvlak zien of een ander succes hebben geboekt, dan pakken we daarop door. In die zin is het niet van tafel, alleen is het zo dat we daar niet heel veel energie meer in stoppen op het moment dat we weten dat het onvoldoende rendeert. Een kwestie van efficiency, zou ik bijna zeggen. Dan toch naar mevrouw Verhoef, tenzij de heer Duk me nog ergens aan herinnert.
Over de kadernota, daarvan zegt ze: die zou je toch kunnen vast stellen op basis van de uitgangspunten. Ik probeer het toch te visualiseren. Dit is bij mij de kadernota en de uitgangspunten zijn de eerste twee bladzijden. Het wordt een heel dun verhaal, een kadernota met alleen de uitgangspunten. De kadernota is ook een kadernota, omdat die uiteindelijk inhoudelijke keuzes bevat. Inhoudelijke keuzes gaan over ombuigingen en domeinen en hoe je ermee omgaat. Dus naar het oordeel van het college en ook wel volgens de financiële verordening van uw raad is een kadernota met alleen de uitgangspunten toch geen echte kadernota te noemen. Dus ik denk dat u het college daarmee teveel vrijheid geeft, ergens zou ik het waarderen, maar misschien wel teveel vrijheid geeft om in de begroting heel onverwachte dingen te gaan doen, omdat u inhoudelijk niet die sturing heeft gegeven als u alleen de uitgangspunten zou vast stellen. Tot zover wat mij betreft voor de tweede termijn. Mevrouw Verhoef: Ik wil nog heel even iets zeggen over die uitgangspunten. Wat ik heb bedoeld te zeggen is: stel die kadernota vast, maar stel niet die ombuigingen, deels bezuinigingen en deels inkomsten genereren met OZB verhogingen, stel die niet vast. Dan staan er ook gewoon incidentele bestedingen in, die je dan wel vast stelt en ook inderdaad de uitgangspunten van hoe we dit graag doen.
Het was bedoeld als: van alles vast stellen, maar niet die ombuigingen, maar daar wel richtlijnen voor mee geven. Wethouder Van den Beukel: Dan blijf ik mezelf herhalen, dat moet ik maar niet doen. Wat het college betreft horen inhoudelijke ombuigingen echt tot de essentie van de kadernota, anders is het geen kadernota meer te noemen. Wethouder Fortuyn: Ik heb geen vragen gehoord en ik wil het kort houden. Dank u wel. Wethouder Arends: Ik zou toch even in willen gaan op 2 vragen dan wel opmerkingen. De eerste is van de heer Ruitenberg, hij maakt zich nog zorgen over de invalidenparkeerkaart. Gelukkig is het niet zo, dat de fysiek kwetsbare inwoners, die behoefte hebben aan deze parkeerkaart ook financieel kwetsbaar zijn. Gelukkig niet. Een deel ervan mogelijk wel en daarvoor hebben we echt die bijzondere bijstand. Dat is echt altijd maatwerk, dus daarover gaan we gewoon in gesprek met de betreffende inwoner. Om de uitvoering te beperken en ook wel hanteerbaar te maken, is het niet zo dat we alle categorieën hebben opgenomen. Maar het is dus maatwerk, dus daar kan ik u echt in gerust stellen. Mevrouw Van Olst benoemde dat wij inmiddels een verdubbeling hebben in het aantal bijstandsuitkeringen ten opzichte van 8 jaar geleden. In 2012 hadden wij 400 bijstandsuitkeringen en in 2021 hebben wij 600 uitkeringen.
Eigenlijk zien we dat we de laatste jaren heel stabiel blijven rond die 2,5% van de beroepsbevolking. De groei ten opzichte van 2012 naar 2021 heeft alles te maken met de groei van het aantal inwoners in onze gemeente en ook het aantal asielgerechtigden. Maar in relatie tot het landelijke zien wij dat we daar ver onder blijven. Landelijk is het ongeveer 5,5%. Eigenlijk sinds 2016 zitten wij op 2,5%, waar we heel erg tevreden mee mogen zijn. Dat waren de twee dingen. Dank u wel.
34/36
Wethouder Van Tatenhove: Ik heb nog een punt van meneer Duk, waar hij het in de eerste termijn ook even over had. Ik heb toen toegelicht hoe het zat met die PGB’s en met de uitspraak van de rechter. Dat betekent inderdaad dat we richting de begroting moeten kijken hoe we het geheel weer sluitend krijgen. Dat is in aanvulling op wat meneer Van den Beukel net ook al zei. Er zijn natuurlijk ontwikkelingen tussen het moment dat je de kadernota vast stelt en het moment dat we aan de slag gaan met de begroting. Daar nemen we de actuele ontwikkelingen in mee, zo ook deze. Dank u wel. De voorzitter: Voor de burgemeester heb ik niets gehoord. Er werd wel een connectie gelegd met Raden in Verzet, maar dat deed wethouder Van den Beukel. Burgemeester Van de Stadt: Ik volg geheel de beantwoording van de wethouder daarin. Dank u wel voor de aandacht. Dan heb ik vanavond ook nog wat gezegd. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van dit agendapunt. Ter afsluiting van dit agendapunt wil ik graag de raadsleden, collegeleden en ambtenaren niet alleen voor hun inzet van vanavond, maar zeker ook voor de voorbereidingen voor de kadernota bedanken. Gemakkelijk is dit zeker niet geweest en het gaat ook nog door in de voorbereiding voor de begroting 2022, waarvan de vaststelling begin november door de gemeenteraad zal gebeuren.
Wij gaan deze kadernota bespreken in de gemeenteraad van 8 juli, want er zijn amendementen en moties aangekondigd. 7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Is er aanleiding voor collegeleden? Niemand meldt zich. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Niemand meldt zich. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Ook niet het geval. 8. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 21.35 uur: Dan zijn we toe aan de sluiting. Hartelijk dank voor uw aanwezigheid en voor uw inzet. Ik vond het toch leuk, dat het Bon Futje weer langs kwam. Het is wel bedoeld als: iemand is vasthoudend, hij komt elke keer terug op hetzelfde punt. Ik zag het positief, ook ten aanzien van uw inspanningen voor die bushalte daar. Net zoals de inspanning van de VVD is voor die hondenbelasting. Ik zie dat positief in en ik denk dat we dat zo moeten doen. Ik wens u nog een fijne avond. Het is half tien geweest, dus u heeft nog wat aan de avond. Er is nog wat voetbal te zien. Tegen wie Nederland moet spelen wordt besloten vanavond. Hartelijk dank voor uw aanwezigheid. Tot de volgende keer.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
35/36
36/36