CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0112 Verslag gemeenteraad GR d.d. 17 juni 2021

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering18.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

We zijn het eens met mevrouw Bouman, het gaat natuurlijk niet alleen om jeugd, maar het gaat om alle leeftijdscategorieën. We hebben begrepen vanuit allerlei publicaties, dat bij met name de jeugd toch wel heel veel problematiek zit vanuit de coronacrisis. Met name ook, omdat dat een leeftijdscategorie is waar heel veel jongeren in ontwikkeling zijn en een aantal onderdelen toch wel 1,5 jaar heeft stil gestaan. Dus bijzondere aandacht voor die groep kunnen wij heel erg waarderen in het amendement, waarbij we overigens een andere 12/21

leeftijdscategorie niet uitsluiten. Wij zullen het amendement van harte ondersteunen. We danken de heer Lieverse voor het opstellen van het amendement. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Heel kort. Ook wij kunnen het amendement van harte ondersteunen. Dan nog even iets ten aanzien van de zienswijze. Er wordt in het jaarverslag gesproken over een stuk visieontwikkeling van de GGD. Ik heb daar geen amendement voor ingediend, maar ik denk dat het belangrijk is, dat we scherp zijn, dat we op een goede manier als gemeenteraad worden betrokken bij die visieontwikkeling. We zijn nu in een positieve fase terecht gekomen met de GGD, veel lof, we moeten ook waardering hebben voor hun inzet en werk. Als we eerlijk zijn en we kijken 1,5 jaar terug is er echt heel veel mis gegaan, echt mis gegaan, dus ik denk dat we daarvan moeten leren. Dat zijn niet alleen inhoudelijke dingen, die zijn mis gegaan, maar ook gewoon bestuurlijk. Ik denk dat we achteraf de relatie met het rijk, de GGD, gemeenten, hoe zij met elkaar samenwerken, dat er echt wel verbeterpunten zijn richting toekomstige pandemieën. Daar moeten we alert op zijn, dus ik hoop dat we actief betrokken worden als raad bij dat visietraject bij de GGD. Misschien kan de wethouder daar nog wat op reflecteren, want ik heb geen idee hoe dat proces gaat lopen en of we er bij betrokken zijn.

Het tweede korte punt is de privacy en gegevensbescherming. Dat zijn we ook alweer bijna vergeten, maar we hadden een gigantisch datalek bij de GGD. Daarbij lagen dus de gegevens van onze inwoners, ik zeg even met nadruk onze inwoners, ook op straat. Dan sta je toch een beetje langs de zijlijn als gemeente, als dat gebeurt. Er staat een heel korte passage in het jaarverslag over, dat het een onderzoek van het AP en dat nog niet bekend is wanneer het naar buiten komt. Weet in ieder geval, dat wij dat nauwlettend zullen volgen, maar ik denk dat we als gemeente in het bestuur en ook als rapporteur daar alert moeten zijn, dat er acties door de GGD zelf worden genomen om dat te verbeteren en dat we daar een terugkoppeling over krijgen. Voor de rest kunnen we instemmen. Daar wil ik het voor nu bij laten. De heer Ruijtenberg, GL: De zienswijze is wat ons betreft prima. Echter, wij missen inderdaad een essentieel onderdeel, vandaar dat wij gemeend hebben om samen met de heer Lieverse, die ik nogmaals wil bedanken voor de opstelling hiervan, om dit amendement te moeten indienen. In eerste instantie kunnen we natuurlijk wel zeggen, dat de GGD fouten heeft gemaakt, de heer Jonker refereerde daar al aan. Maar dat komt echter, doordat wij allemaal met het idee leven hier in het westen, dat pandemieën en dat soort zaken die erbij kwamen iets uit het verleden waren.

We hadden de Spaanse griep, vroeger in de Middeleeuwen of iets daarna hadden we de builenpest: het zou niet meer voor komen door veranderde hygiëne en door verbeterde medische doeleinden. We hebben ons daardoor in slaap laten sukkelen. Wat we nu weten: er is een pandemie geweest. Als gevolg van klimaatverandering en ook dat de habitat van dieren, die in het wild leven gekapt wordt, kunnen we zeker niet uitsluiten dat in de toekomst er nog meer pandemieën zullen gaan plaats vinden. Die vrees is er, daar moeten we realistisch over zijn. Wat ons betreft is het amendement dan ook nadrukkelijk, om daarbij de GGD alert te maken en ervoor te zorgen, dat we niet meer in slaap moeten sukkelen. Wij moeten ervoor zorgen, dat we hier een GGD hebben, die nog meer dan zij nu al is, want ik zei dat ze fouten gemaakt hebben, maar ze zijn natuurlijk ook gewoon absolute helden geweest in hoe ze het daarna opgepakt hebben, maar we moeten ervoor zorgen dat ze in de toekomst van hun taken bewust zijn. Daarom vinden wij dat dit moet. De problematiek van antibioticaresistentie, zoals hier genoemd is, ook dat is iets wat zorgwekkend is. In Nederland wordt veel antibiotica gebruikt, teveel antibiotica. We merken dat op het moment dat er een resistentie is, dan zullen de gewone antibiotica niet meer effectief zijn. Het is daarom ook goed, dat er extra aandacht voor gevraagd wordt.

Over de jeugd en de coronacrisis. Het klopt inderdaad, dat niet uitsluitend de jeugd het moeilijk gehad heeft in deze crisis. Ook ouderen, vooral mensen die in het begin van de coronacrisis in verzorgingshuizen zaten, hebben het heel erg zwaar gehad. Dat klopt. Echter, zoals de heer Jumelet al aangaf, de jeugd heeft het extra moeilijk gehad met het verlies van hun sociale activiteiten, het voor hun gevoel opgesloten zitten, het niet volledig kunnen ontwikkelen, zoals zij dat nodig hebben. Daarom heeft mevrouw Gabin een bespreekpunt heeft ingediend, dat u in de commissie samenleving gaat bespreken. Daarom vonden wij het van belang, dat dit punt eraan toegevoegd is. Wat ons betreft logisch, we zijn mede indiener. Uitstekende punten, die de heer Lieverse hier heeft opgeschreven. Nogmaals, de meesten van u hebben het al aangegeven, maar wij hopen dat ook dit amendement unaniem aangenomen zal worden. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: We zijn het met elkaar eens, dat de coronacrisis een enorme druk heeft gezet op ons hele gezondheidszorgsysteem, de publieke gezondheidszorg. Niet alleen bij de GGD was dat merkbaar, ook op andere fronten, met name de kennis die nodig was, de onzekerheden rondom die kennis en hoe moeilijk het was om besluiten te nemen. Dat werd heel erg helder. Van een crisis kun je alleen maar leren en er sterker uit komen. Daar gaat dit amendement over.

De GGD kan er sterker uit komen, maar mevrouw Bouman wees wel heel erg richting die GGD. Daar waren ook andere partijen bij betrokken, het ministerie van VWS, de uitvoeringsorganisaties, die erbij betrokken waren. Het was het samenspel, de communicatie die niet altijd goed liep. Ik zie alles stil staan, hoort u mij nog? De voorzitter: Ja, ik hoor u nog en ik zie anderen ook knikken. Mevrouw Verhoef: Er ging van alles mis. De GGD was een radartje in het hele spel. Ook de gemeente zelf is een heel belangrijke partner van de GGD. Ook die samenwerking en communicatie kan versterkt worden. Dus het amendement roept daar 13/21

heel duidelijk toe op, op een aantal belangrijke punten. De heer Jonker heeft nog 2 dingen gezegd. De gemeente betrekken bij de visie van de GGD, het traject daar naar toe. Dat vind ik een heel goed punt. En natuurlijk de privacy, de gegevensbescherming. Dat stond nu niet nadrukkelijk in het amendement, dat had er ook nog aan toegevoegd kunnen worden, maar ik denk dat dat voldoende op de radar staat van de GGD en andere partijen. Wij zullen het amendement zeker steunen en de zienswijze is verder ook prima. Dank u. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Als ik de raad zo hoor, dan constateer ik dat iedereen kan instemmen met de zienswijze en dat er vooral gedebatteerd wordt over wat de GGD de afgelopen jaren aan bijzondere taken heeft moeten verrichten vanwege de coronapandemie. Ik sluit aan bij wat de heer Ruijtenberg van GL daarover zei: we waren eigenlijk met zijn allen helemaal nooit voorbereid op de pandemie, die we hebben gezien het afgelopen jaar en die we hebben ervaren en waar we nog steeds mee bezig zijn. Dat geldt in het bijzonder voor de GGD. De afhandeling kun je het nog niet eens noemen, maar het stand by staan, het in actie komen, wat de GGD heeft gedaan, heeft ook eigenlijk geen enkele relatie met de begroting die wij hadden en ook niet met de begroting die nu voor ligt, want alles rondom corona loopt een eigen spoor, ook financieel gezien.

Dus in die zin raakt het deze begroting niet. Maar ik ben het wel met u eens, dat we van deze pandemie natuurlijk wel lessen moeten leren en dat het goed is dat u in de besluiten er extra aandacht voor vraagt, want er zal bij de GGD’en wel iets gaan veranderen als wij deze pandemie gaan evalueren: hoe het optreden is geweest en hoe we ons moeten voorbereiden op een pandemie in de komende jaren en hoe we zorgen, dat de GGD dan een basisorganisatie heeft die staat, maar ook makkelijk op te schalen is op het moment dat de samenleving dat nodig heeft. In die zin deel ik wel met u, dat er ook wel dingen mis gegaan zijn bij de GGD, maar ik heb zelf ontzettende bewondering voor de manier waarop ze in elk geval in onze regio aan de slag zijn gegaan, dingen hebben opgepakt en uitgerold, ook nu in het opschalen naar heel veel vaccineren en straks ook weer afschalen op het moment dat de piek voorbij is. Er is echt wel heel veel werk verzet. Dat het niet allemaal precies goed gaat, dat lijkt me bij zoiets waar je niet op voorbereid bent ook echt niet te voorkomen. Dus met het eerste punt uit het amendement kan ik van harte instemmen. Ik denk dat het goed is om lessen te trekken uit wat er gebeurd is. Maar waar deze zienswijze over gaat, is de begroting voor 2022.

Zoals ook in die tekst staat, ook in de factsheet, is dit de laatste begroting uit een reeks, dus ik heb een beetje moeite met de passage, die bij 2 staat, over de nadelen van de bezuinigingen van de afgelopen jaren. We doen dus al een aantal jaar met precies dezelfde begroting, alleen met een indexatie, waar meneer Hoppenbrouwer vragen over heeft gesteld. Dus in de afgelopen jaren is er op onze GGD niet bezuinigd. Wij hebben gewoon dezelfde begroting ingediend voor het basistakenpakket. Die wordt alleen geïndexeerd. Vanaf 2023 komt er een nieuwe begroting en daarom wordt er nu gewerkt aan een nieuwe visie. Dat kan dus inderdaad betekenen, dat we anders gaan kijken naar het basistakenpakket en dat er dan iets anders bij hoort, maar dat geldt nog niet voor 2022. Hij is dus in 2022 ook niet afwijkend van de vorige begroting, dus dat vind ik een heel lastige. De laatste passage uit het tweede wat gevraagd wordt in het amendement, is dat de GGD ook functies heeft op het gebied van publieke gezondheid en dus ook initiatieven ontplooit in het kader van preventie. Daar kan de GGD echt nog veel winnen en daar wordt ook over nagedacht, ook met de gemeenten samen. Daar raakt het natuurlijk heel snel in gezondheid, waar we in de gemeente zelf ook mee bezig zijn, het nadenken over gezondheidsbeleid en hoe het de WMO raakt. Het krijgt overal wel een eigen inkleuring.

Maar het is niet perse zo, dat bij ons de GGD op dit moment taken heeft in de preventieve sfeer voor onze jongeren. Daarmee wijkt de GGD misschien bij ons af van een aantal andere regio’s, want bij ons zit de jeugdgezondheidszorg bij het CJG, want die heeft bij ons de zorg 0 tot 18. En jeugdgezondheidszorg hoort in andere regio’s ook wel bij de GGD. Ik denk dat daar wat verwarring tussen zit. Ik snap de bedoeling en ik denk ook dat het goed is. Ik zeg ook niet, dat er niet met de GGD wordt gesproken over wat je daar eventueel zou kunnen doen. Maar ik denk dat deze twee punten wat te stellig zijn of net iets verkeerds veronderstellen, daarom heb ik met het tweede wat moeite. Ik denk wel dat het goed is om te zeggen, dat we de punten die u aanraakt wel mee nemen in de visievorming. En die over de gezondheid van de jeugd, daar stoeien we ook mee, dus dat punt nemen we ook mee. Dus als u zegt: een toezegging om met die punten aan de slag te gaan, dat helpt, dan wil ik voor punt 2 daar van harte een toezegging voor doen. Dan neem ik die mee naar de tafels, waarop die onderwerpen horen. En voor punt 1 kan ik zeggen, dat het college daarmee kan instemmen. Dan heb ik nog een concrete vraag van de heer Hoppenbrouwer over de kinderopvang inspecties.

De kinderopvang inspecties zitten niet in het basistakenpakket van de GGD’s, dus daar betaalt elke gemeente een bedrag voor aan de hand van het aantal kinderopvanglocaties en gastouders, dat een gemeente heeft. De GGD heeft daar een rangschikking voor het soort inspecties, dat wordt gevoerd. Dat doen ze heel nauwgezet en heel trouw, dus wij hoeven ons daar geen grote zorgen over te maken. De GGD heeft prima in de picture hoe het draait in onze kinderopvangorganisaties. Als wij zich ergens zorgen om maken en we trekken bij de GGD aan de bel, dan gaan ze daar een inspectie doen of een extra telefoontje. Dus de contacten daarover zijn goed met de GGD. Volgens mij is dat het voor deze termijn. Tweede termijn 14/21

De voorzitter: Het gevaar altijd van een amendement met twee onderdelen is, dat je voor beide bent of tegen. Dat kan bij uw collega’s ook nog tot wat leiden. De wethouder gehoord hebbende, is het misschien goed dat u daar naar uw collega’s even duidelijkheid over geeft. Houdt u aan beide punten vast of wilt u ze scheiden? De heer Lieverse, CU: Dank alle collega’s voor hun waardevolle bijdrage. Ik vind ook belangrijk wat de heer Hoppenbrouwer naar voren bracht over de kritiek op de GGD. Ze hebben enorm veel over zich heen gekregen inderdaad, anderen beaamden dat. Terwijl in zo’n crisis zoiets over je heen krijgen, zelfs iets wat niet in de kranten komt, dat ze met recruiting honderden mensen moesten gaan aanstellen om bijvoorbeeld contactonderzoek te gaan doen, teststraten in te gaan richten, nu de vaccincatiecampagne te doen op een manier, dat er geen slachtoffers vallen, maar dat het echt foutloos gaat. Dat is een gigantische operatie. Heel goed om dit naar voren gebracht te hebben, ook dat mag best door onze wethouder doorgegeven worden in het bestuur als het niet al door anderen eerder gedaan is. Het CDA had een vraag over waarom speciaal jongeren genoemd worden, los van wat de wethouder hierover zei, en niet ook ouderen. Het is een kwestie van kiezen wat allemaal te benoemen, mevrouw Bouman. Want inderdaad, ouderen zijn enorm geraakt, met name op het punt van eenzaamheid.

Ook anderen, maar zij speciaal, zeker degenen in de verpleeghuizen. Op slot gaan. Mensen met dementie, niet eens bezoek kunnen krijgen behalve door een raampje mogen kijken en niet snappen waarom iemand op een hoogwerker moet staan te zwaaien i.p.v. dat je gewoon naar binnen stapt. Dramatisch. Maar ook mensen die je kent, die ouder zijn en gewoon thuis wonen. Het is existentiële angst, die sommige mensen nog steeds parten speelt, ondanks dat de vaccinatie hen al bereikt heeft. Waarom toch jongeren noemen? Dat heeft iets te maken met dat jongeren extra hard geraakt zijn. Scholen die dicht gaan, sociale contacten die afgenomen worden, dat heeft heel ernstige gevolgen voor hun groei naar volwassenheid. Ook in de opvoedkundige zin. De heer Hoek is er nu niet bij, maar die heeft het weleens op een heel duidelijke manier naar voren gebracht tijdens een commissievergadering, wat ons allen geraakt heeft. Nu met de vaccinatie ook: ze staan achteraan in de rij. Met een beetje geluk hebben de jongeren, die in aanmerking komen voor vaccinatie ergens richting herfst hun tweede prik te pakken, terwijl de rest van Nederland op vakantie gaat, beschermd. Ofwel, op allerlei vlakken hebben jongeren zo hun aandacht nodig. Dan iets over het amendement en de commentaren, die ook van de wethouder kwamen.

Wethouder, het woord bezuiniging heb ik gehaald omdat dat voor sommige GGD’en weldegelijk gold in Nederland. Voor de onze dus blijkbaar niet. Dat woord moet ik dan terug nemen. Als het veranderd wordt in een ‘schrale begroting’ , maar niet schraler dan eerst, dan is het qua bedoeling hetzelfde. Als u de toezegging doet, zoals u het net formuleerde om de jeugdzorg op die manier te verbreden naar ook het aspect van geraakt zijn door de coronacrisis, dan ben ik geheel akkoord. Dan kan dat aspect uit het amendement weg en dan neemt u het mee naar de plaats waar het beter past. De voorzitter: Even afwachtend van de toezegging in de tweede termijn van de wethouder, denk ik dat u voorstelt het tweede deel van het amendement te schrappen. De griffie gaat dat dan vast verwerken. Ik ga maar even uit van een positieve reactie van de wethouder en dan gaat de griffie dat zo verwerken. Dan vindt u het gewijzigde amendement in uw virtuele postvak. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik begin, dat doe ik niet zo vaak, maar ik vind het wel gepast, met meneer Lieverse te bedanken voor de steun, die ik ervaar, want het blijven gewoon helden, dus ik blijf dat beeld toch echt op mijn netvlies houden. En de voorbeelden, die meneer Lieverse gaf, ja, ga er maar eens aan staan, om dat allemaal voor elkaar te boksen, dus ik blijf ze een dikke 9 geven.

Er is altijd ruimte voor verbetering en dat is misschien de datalek, dat ben ik wel met meneer Jonker eens, maar ik geef ze toch een dikke 9. De wethouder vertelt aan mij desgevraagd: u hoeft zich geen zorgen te maken. Dat vind ik heel plezierig, maar toch ben ik er niet helemaal uit, dus misschien moeten we dat op een andere manier doen. Het klopt wat u zegt, het is een variabel van het basispakket, zo staat het in de stukken. Wat mij opvalt, is dat Lansingerland € 2,15 per inwoner betaalt, terwijl Rotterdam op € 1,56 zit. Ik heb daar technische vragen over gesteld. U zegt dat het zat in de soort inspecties. Misschien doe ik Rotterdam tekort, maar in Rotterdam is het veel minder goed georganiseerd en is de problematiek veel groter. Waarom hebben wij nou code rood en moeten wij nu als Lansingerland daar veel meer geld in stoppen? Waarom zitten wij niet op € 1,50? Als het van € 2,15 naar € 1,50 gaat, dan heb ik overigens ook meteen een gat in de begroting gedekt. Dan kunnen we misschien weer iets doen aan minima, ik noem maar even een dwarsstraat. Dus dat wil ik toch nog even aan de wethouder vragen, om daar toch nog even bij stil te staan. Verder heb ik al een toezegging van de wethouder gehoord, dat zij de toezegging mee gaat nemen, dus het gewijzigde amendement gaan wij steunen. Dat was wat ik erover kwijt wilde. Dank u wel.

De heer Kampinga, VVD: Een klein vraagje nog, met een positieve insteek nog steeds. Het basistakenpakket moet mogelijk herzien worden. Wat ik aldoor denk bij een pandemie, dat is een globaal wereldgebeuren, bedoelt u dat er ook mee, meneer Lieverse, de voelsprieten. We hebben geluk gehad 15/21

dat we binnen een half jaar een vaccin hadden, waarvan alle geleerden en medici zeiden dat het jaren ging duren, maar ik bedoel, dat mis ik een beetje, de globale context. Dank u wel. Mevrouw Bouman, CDA: Dank aan de wethouder voor de beantwoording en ook de heer Lieverse op mijn vraag t.a.v. jeugd en de andere doelgroepen, die ik aanhaalde. Helder. Een toezegging, dat gaan we van de wethouder horen, dat dat meegenomen gaat worden in de gesprekken die zij gaat voeren. Maar ik heb nog gevraagd, los van het financiële waarvan ik begrepen heb dat het rekening rijk is, daar ga ik maar van uit, tenzij, maar dat horen we dan wel. Maar ten aanzien van de preventie en ten aanzien van de infectiebestrijding en misschien wat de GGD nog meer van plan is en misschien vanaf 2023, maar dan horen we dat wel graag volgend jaar, maar misschien kan dat ook wel in de zienswijze mee genomen worden, dat we daar graag over geïnformeerd worden, want dat staat wel in de stukken van de begroting, dat men daar mee bezig is. Vandaar dat ik daar iets over in die brief verwoord zou willen zien. Dank u. De heer Jumelet, WIJ: Ik had eigenlijk verder geen op- of aanmerkingen. Begrijp ik dan dat mevrouw Bouman met een amendement komt? Of heb ik dat dan verkeerd begrepen? Als u iets wil wijzigen, dan neem ik aan, dat u met een amendement komt. Vraagteken. De heer Jonker, D66: Een korte aanvulling.

Ik vind het heel fijn, dat we de mensen van de GGD een hart onder de riem steken en dat we die complimenteren, dat wil ik zeker ook doen, de mensen en voor hun inzet, dat verdient een dikke 9. Maar ik blijf erbij: de organisatie van de GGD verdient absoluut geen dikke 9. De pandemie was ruim voorspeld door meerdere experts, het was algemeen bekend. Voor iedereen die Netflix heeft, raad ik de documentaire Pandemic aan uit januari notabene. Daar stond in dat door wetenschappers precies is voorspeld wat er ging gebeuren en we waren er gewoon niet klaar voor. Dat is niet ten nadele van de mensen, maar wel ten nadele van de organisatie en het openbaar bestuur, die zich niet goed had voorbereid. We moeten ons niet in een warme deken hullen, dat de mensen het goed hebben gedaan, maar nadenken: wat kunnen we beter organiseren met elkaar. Ik denk dat we die kritische blik wel moeten houden. Maar los daarvan, alle hulde voor de mensen natuurlijk, die keihard gewerkt hebben en hun best gedaan hebben. De heer Lieverse: Eigenlijk geen interruptie, maar wat meneer Jonker nu zegt, zou ik graag als antwoord gebruiken naar meneer Kampinga op de vraag die hij mij had gesteld. De voorzitter: Dat is dan een heel creatieve interruptie. Dank u wel.

De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb eigenlijk geen echte toevoeging aan mijn eerste termijn, anders dan dat GL samen met de heer Lieverse dit amendement heeft ingediend. Ook wij zijn uiteraard akkoord met de toezegging van de wethouder en daarmee de wijziging van het amendement. Dat is prima. Tegen de heer Jonker zou ik willen zeggen: het klopt inderdaad, dat de organisatie fouten heeft gemaakt. Echter, daar moeten wij als politiek, en wij zijn lokale politiek, dus wij kunnen daar niet alles in doen, maar ik denk dat wij als politiek meer naar onszelf moeten kijken en wij de GGD in de kou hebben laten staan doordat wij de adviezen van wetenschappers, artsen, medici, dat wij die hebben genegeerd en gedacht hebben: het zal wel niet zo’n vaart lopen. Het klopt wat de heer Jonker zegt, maar er is wel een achtergrond daarbij. Dit amendement beoogt dus ook eigenlijk om ervoor te zorgen, dat we daar lessen uit trekken en dat we ons dit niet meer laten gebeuren. Daar wil ik het bij laten. Mevrouw Verhoef, PvdA: De PvdA zal het gewijzigde amendement steunen. Wethouder Van Tatenhove: Dan herhaal ik nog maar even, dat ik met dat gewijzigde amendement kan instemmen, want zoals ik in de eerste termijn aangaf had het college geen problemen met het eerste, maar wel met het tweede voorstel uit het amendement. Voor het tweede voorstel heb ik een toezegging gedaan, dus daar ga ik mee aan de slag.

Voor wat betreft de visieontwikkeling gaan we in gesprek met de GGD, voor wat betreft preventie bij jongeren ga ik in gesprek met het CJG, voor wat betreft de nieuwe begroting van 2023 kom ik tijdig bij u terug, want we zijn als gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor de begroting en de taken van de GGD. Ik denk, als ik u zo hoor, dat het best wel interessant zou kunnen zijn om de GGD weer eens uit te nodigen. We hebben dat een paar jaar geleden ook eens gedaan. Gewoon een kennismaking met de mensen van de commissie samenleving en wie daar verder nog bij wil aansluiten. Het lijkt me heel goed om dat weer eens te doen, om dan ook met elkaar van gedachten te wisselen, misschien zelfs nog wel terug te blikken op deze periode, het bijzonder vreemde jaar dat 2020 is geweest, maar ook gewoon eens vragen: hoe doen jullie dat met kinderopvanginspecties, wat treffen jullie dan in Lansingerland, is dat anders dan kinderopvang in de grote stad? Ik denk dat het goed is om daar inhoudelijk niet deze vergadering voor te gebruiken, maar daar in de commissie samenleving misschien nog iets meer context bij te geven. Wij hebben een afwijkend profiel omdat wij niet alleen veel kinderopvang hebben, maar ook veel gastouders. Ik denk dat het goed is om daar inhoudelijker wat over in gesprek te gaan.

De voorzitter: Ik zou daar graag nog een woordje aan toe willen voegen als de portefeuillehouder die verantwoordelijk is voor de veiligheid in deze gemeente. De opmerkingen die gemaakt zijn over de 16/21

pandemie en de bestrijding door de GGD: het is altijd, geachte leden van de raad, als iemand de keuze heeft tussen een iPhone en een brandblusser, dan vermoed ik dat de gemiddelde Nederlander voor de iPhone kiest. Het is moeilijk om te investeren in iets, waarvan je hoopt, dat je het nooit nodig hebt. Ik zou de heer Ruijtenberg willen bijvallen: wij zijn daar primair voor verantwoordelijk met zijn allen, of wij bereid zijn maatregelen te nemen, te investeren, kosten in dingen die we hopelijk nooit nodig hebben, maar wel cruciaal zijn als er brand uitbreekt. Dat is het moment dat je spijt hebt van die keuze. Ik denk dat die opgave primair bij ons ligt. Zo versta ik ook de mening van deze raad en ik denk dat dat een goede is. Wij lopen voorop, wij stellen het bestuur van de GGD in staat. Wij mogen uiteraard ook verwachten, dat zij ons waarschuwen, dat is wederkerigheid. Uiteindelijk staan wij daarmee ten dienste van de mensen, die het moeten uitvoeren en daar zijn, volgens mij, complimenten op zijn plaats. Ik denk dat ik daarmee het gevoelen van u allen ook vertolk. Een opdracht aan onszelf. Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind van de behandeling.

De heer Hoppenbrouwer: Ik ben niet zo tevreden, althans, tevreden, ik vind het voorstel van wethouder Van Tatenhove, dat we het er in de commissie nog eens over gaan hebben, hoe het dan met die kinderopvang en die gastouders zit, daar ben ik niet zo gelukkig mee, want dan krijgen we weer een Poolse landddag. Ik zou graag aan de wethouder willen vragen of zij toch op papier wil zetten voor ons waar nou echt de verschillen zitten, waarom wij nou in die top 3 variabelen zitten, waarom wij daar nou zo hoog in zitten. Dat moet een GGD zo kunnen ophoesten op basis van data die zij hebben. Want volgens mij zitten we er straks uren over te bomen en daar worden we niet veel wijzer van. Ik wil staccato rationeel weten waarom wij zo’n dure gemeente zijn op dat vlak. Dank u wel. De voorzitter: Ik kan u zeggen: de griffier was bezig met het verwerken van het amendement, dus die treft geen blaam. Wethouder Van Tatenhove: Ik kan er nog wel iets over zeggen. Lansingerland heeft niet alleen kinderopvanglocaties, maar ook veel gastouders. Ook die gastouders krijgen een bezoekje van de GGD, maar dat wisselt heel frequent. Dat betekent dat het niet maar een vervolgonderzoekje is, maar dat er elke keer weer een compleet onderzoek moet worden gedaan.

Dus we zijn daarin afwijkend van andere gemeente, waardoor ik denk dat wij duurdere inspecties hebben dan de gemiddelde gemeente, die minder met wisselende gastouders werken en waar meer al jarenlang bestaande kinderopvanglocaties zijn. Dat maakt dat het tarief bij ons hoger is dan bij andere. De voorzitter: De heer Hoppenbrouwer vroeg of u dat schriftelijk wilt doen toekomen aan de raad, zo’n uitleg. Wethouder Van Tatenhove: Als meneer Hoppenbrouwer dat wil, dan kunnen we dat doen. Ja. De voorzitter: Is dat voldoende meneer Hoppenbrouwer? Ja, dat is voldoende. Dan zijn we alsnog aan het einde van deze tweede termijn. Dan gaan wij over tot de stemming. Het gewijzigde amendement, dus punt 1 is overgebleven en punt 2 is verwijderd, is als het goed is in uw postvakken beland, heeft de griffier mij gemeld. In IBABS geland. Dan kunnen wij daarover gaan stemmen. Dan vraag ik: wenst u stemming over het amendement? Dat is niet het geval, daarmee is het amendement aangenomen. Ik geef even aan: ik heb een beperkt scherm, niet de grote galerij, dus ik kan niet iedereen zien, dus ik moet het doen met de mensen die in beeld zijn. Als ik vraag of u stemming wenst, moet u echt even het handje opsteken. Maar ik ga ervan uit, dat hier geen stemming wordt gewenst en dat het amendement daarmee aangenomen is. Dan gaan wij stemmen over de zienswijze.

Wenst u daarover stemming? Dat is ook niet het geval en daarmee is ook de zienswijze aangenomen en vastgesteld. 6.g Zienswijze Begroting DCMR 2022 De heer Blonk, L3B: Ik kan heel kort zijn. De fractie van L3B stemt in met de tekst van de zienswijze en dus ook met het voorstel. We zullen voor het voorstel stemmen en daar hebben we ook geen tweede termijn meer voor nodig. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: Wat geen discussie nodig heeft, wat ons betreft, is de zienswijze voor DCMR. Wat ons betreft kan het voorstel worden aangenomen. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Ook wat het CDA betreft behoeft dit verder geen opmerkingen en kan het worden vastgesteld. Mevrouw Van Olst, WIJ: Hamerstuk. Dank u. De heer Markus, CU: Ik sluit aan bij mijn voorgangers. We stemmen in met de zienswijze en dus stemmen we in met het voorstel. De heer Muis, D66: Ook wij zijn het eens met de zienswijze en met het voorstel. Dank u wel.

17/21

De heer Ruijtenberg, GL: Als je dan de stukken leest, valt het me wel op, dat als je ziet dat in een jaar waarin er minder gevlogen wordt, het aantal klachten zakt van 66.000 naar 13.000 over het vliegveld. Je kunt je afvragen, stel, dat we nu zouden sluiten en we zouden het vervangen door huizen: hoeveel klachten zouden we dan nog overhouden? Dat gezegd hebbende. We kunnen instemmen met de zienswijze. Wat ons betreft geen tweede termijn nodig. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil alleen maar zeggen: ook wat ons betreft een prima zienswijze. Geen tweede termijn nodig. We zullen instemmen hiermee. Wethouder Van den Beukel: De wethouder weet niet zo goed, wat hij zou moeten zeggen, omdat er geen vragen aan hem gesteld zijn, dus ik denk dat ik hiermee mijn eerste termijn kan afronden. Dank u wel. De voorzitter: Ik had zo’n vermoeden, maar het is toch wel netjes, want u heeft een termijn. We gaan over tot het vragen of u een tweede termijn wenst. Ik vermoed zomaar van niet. Dan gaan we over tot de stemming. Ik vraag of u stemming wenst over de zienswijze begroting DCMR. Dat is niet het geval, daarmee stellen wij die zienswijze vast. 6.h Zienswijze Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) Mevrouw Verhoef, PvdA: Wij hebben geen opmerkingen bij de zienswijze.

Het ziet er goed uit, dus ik heb er eigenlijk niets over op te merken, dus ik geef het woord aan u terug. De heer Philippens, L3B: Steun voor de zienswijze. Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: Ik weet nog dat we een aantal dingen binnen de gemeente deden en dat we uiteindelijk in de SVHW zijn gestapt. Ik weet niet beter dan dat we daar grosso modo een heel goede keus aan hebben gedaan, dat we dat hebben gedaan. Ik las vanmiddag een vraag van meneer Ammerlaan, dacht ik, over de BAG. Dat is het enige nog op dit termijn wat niet bij de SVHW is ondergebracht. Is daar een korte toelichting bij, waarom dat zo is? Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Meneer Kampinga maaide een klein beetje het gras voor de voeten weg. Wij constateerden ook die vraagstelling: hé, hoe zit het met de BAG? Zit dat bij de SVHW of doen we dat zelf? Ik heb het antwoord gezien: dat doet de gemeente zelf. Dan kan je de vraag stellen: zou het niet handig zijn als dat ook bij de SVHW wordt gedaan? Dat leidt tot meer efficiency en misschien tot minder fouten.

Dus ik heb een vraag aan de wethouder: wat vindt hij er van? Vindt hij dat een goed idee, zou hij het willen overwegen, kan hij er iets over toezeggen? Ik wil erop aanvullen, dat ik zelf de ervaring heb, de SVHW komt bij ons over als een goede partij, maar ik heb de ervaring met bouwen en verbouwen in Bleiswijk, met winkelcentra, dat we naderhand toch nog zaten te klooien over dingen die niet klopten. Misschien dat dat kan helpen om het bij elkaar te doen. Het kan ook zijn, dat juist dingen bij de gemeente beter geregeld moeten worden. Ik heb daar toch wel dingen ervaren, die mij tijd kostten om dat te regelen ten positieve van de gemeente. Ik denk dat daar wel iets in gedaan kan worden, iets georganiseerd kan worden. Dank u. Mevrouw Van Olst, WIJ: Wederom een hamerstuk. Dank u wel. De heer Markus, CU: Geen opmerkingen we stemmen in met de zienswijze en daarmee dus ook het voorstel. Mevrouw Den Heijer, D66: Wij hebben ook verder geen opmerkingen op dit stuk. Voor ons is het ook een hamerstuk. De heer Ruijtenberg, GL: In principe zou het voor ons een hamerstuk zijn, want we gaan akkoord met de zienswijze. Ik heb echter wel een vraag over de allerlaatste zin in de brief van de SVHW, de aanbiedingsbrief: wij stellen het op prijs om eventuele zienswijzen op de ontwerpbegroting bij voorkeur op 9 juni doch uiterlijk op 16 juni te ontvangen. Dat is gisteren.

Hoe staat het daarmee? Doen wij deze zienswijze voor iets wat ik niet hardop zal zeggen? Wethouder Van den Beukel: Om met de laatste vraag te beginnen: de SVHW stelt het op prijs om dingen snel te ontvangen, dat begrijpen we ook. Tegelijkertijd hebben wij de goede gewoonte in Lansingerland om alle zienswijzen in één raadsvergadering te behandelen. Dus ze zijn van tevoren geïnformeerd over het feit, dat wij vanavond onze raadsvergadering hebben. Het ziet ernaar uit dat we slechts één dagje later dan gewenst onze zienswijze aan hen geven en daar houden ze rekening mee, dus geen zorgen daarover. Over de basisregistratie adressen en gebouwen. Dat is de verantwoordelijkheid van collega Fortuyn, dus ik wil daar niet teveel over zeggen in zijn plaats. Volgens mij is hij vanavond aanwezig in deze vergadering, dus misschien mag ik die vraag aan hem doorleggen. 18/21

Wethouder Fortuyn: Goedenavond allemaal, ondertussen zit ik ook voetbal te kijken, een razend interessant potje. Even een antwoord. Meneer Ammerlaan geeft ook iets aan en meneer Kampinga heeft er ook een vraag over gesteld. Het is een soort jaarlijks terugkomend ritueel. Er is een aantal keer op terug geakkerd. De foutkansen tussen de systemen en de overdrachten en de navraag zijn groter bij het onderbrengen bij de SVHW. Het levert voor ons geen efficiency voordeel op. Ik moet het echt uit mijn hoofd doen, maar het is ook € 60.000 duurder. Kortom, wij hebben dit thema al een aantal keer behandeld en we hebben er elke keer voor gekozen om het binnen de gemeente te houden om ook de dienstverlening aan de inwoners, maar ook aan het bedrijfsleven, ook wat meneer Ammerlaan aangaf, optimaal te houden en zo goed mogelijk in te richten. Dat is de reden waarom wij niet de BAG ondergebracht hebben bij SVHW, waar we overigens voor de overige taken zeer tevreden over zijn. Meneer de voorzitter, permitteer me, want mevrouw Verhoef kijkt een beetje in het scherm. Ik ben nog steeds een soort cape aan het zoeken om een boetekleed aan te kunnen trekken. Ik heb intussen dit aan, misschien kan het ermee doorgaan, dat ik hiermee de inlossing heb gedaan voor het boetekleed. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: U heeft het geluk, dat u precies in de rust aan de beurt was.

We gaan kijken of de leden van de raad een tweede termijn wensen. Tweede termijn De heer Ammerlaan, CDA: Bedankt voor het antwoord, wethouder. Ik snap u. Als het geld oplevert, dan heel goed. Over de fouten zou ik het nog wel een keer met u willen hebben, misschien helpt dat om tot verbetering te komen. Ik kan nu zeggen, dat ik kan instemmen met de zienswijze. De voorzitter: Anderen nog? Nee. Ik denk de wethouder ook niet meer. Die schudt ook nee. Dan zijn we aan het einde van deze behandeling en gaan wij over tot de stemming. Dan is natuurlijk de vraag: wenst u stemming over de zienswijze SVHW? Dat is niet het geval en daarmee is de zienswijze vastgesteld. 6.i Zienswijze Begroting Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Rottemeren De heer Blonk, L3B: Allereerst wil ik aangeven, dat wij de concept zienswijze pas dinsdag na de fractievergadering van maandag 14 juni hebben ontvangen. De fractie moet van het college de stukken op de afgesproken tijd kunnen ontvangen en zeker voor de fractievergadering. Misschien dat u daar op wilt reageren, het college. Ik vind het eigenlijk niet kunnen, zo simpel is het.

In de factsheets wordt aangegeven, dat afhankelijk van de ambities en de mogelijkheden voor het inzetten van subsidies om de recreatieschap klaar te maken voor de toekomst, kan vanuit het recreatieschap ook de vraag gesteld gaan worden om een extra incidentele bijdrage of ophoging van de structurele bijdrage. Collega Hoppenbrouwer heeft zojuist aangekondigd dat ik daar op in zou gaan. We begrijpen, dat investeringen moeten worden gedaan om in het recreatieschap een goede kwaliteit te behouden, maar wij willen wel op de hoogte gehouden worden, ook wat betreft de financiële consequenties. Gelukkig schrijft het college ook in deze compacte zienswijze dat. Wij zijn het ook roerend eens met de tekst, zodat wij achteraf niet voor verrassingen komen te staan. Ik denk ook, dat er een taak voor de raadsrapporteur is weggelegd om de vinger aan de pols te houden en ons direct te informeren als financieel iets gevraagd gaat worden van de 3 gemeenteraden. Tot slot. Het recreatieschap is een prachtig gebied, dat voor een groot deel in onze gemeente ligt en waarvan Rotterdam het leeuwendeel betaalt. Wij moeten dit gebied koesteren. Als er echt extra geld voor nodig is, moeten we er heel serieus naar kijken. We zijn akkoord met de tekst van de zienswijze, dus akkoord met het raadsvoorstel.

De heer Machielse, VVD: Ondanks het wat late ons doen toekomen van de zienswijze hebben wij inhoudelijk niets toe te voegen aan de noten die het college mee geeft aan het recreatieschap, dus wat ons betreft kan deze zienswijze worden aangenomen. Ik geef ook alvast aan, dat wij geen behoefte hebben aan een tweede termijn. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Ook wat het CDA betreft kan de zienswijze worden aangenomen en dus geen behoefte aan een tweede termijn. De heer Jumelet, WIJ: Wij kunnen instemmen met deze zienswijze. Ook wij hebben geen behoefte aan een tweede termijn. Wat ons betreft kan het een hamerstuk zijn. De heer Markus, CU: Wij zullen instemmen met de zienswijze en het voorstel. De heer Muis, D66: Ik wil graag aansluiten bij de woorden van de heer Blonk. Ik zal het niet herhalen, maar ik denk dat het goed is, dat er extra aandacht gevraagd wordt, omdat de zienswijze niet heel uitgesproken is. Er staat min of meer van: maak een plan over de financiën en houd ons op de hoogte, de raden, bespreek de consequenties. Ik denk dat er iets meer urgentie uit zou mogen stralen. Dat kan ook gewoon in de overleggen. We willen niet verrast worden met weer een bijdrage van € 1,5mln, dus het lijkt me verstandig om de raad daar iets geleidelijker in mee te nemen, met een presentatie of 19/21

toelichting op wat incidenteel is, wat structureel is, wat er nou echt verder nog nodig is voor het recreatieschap om dat achterstallig onderhoud op orde te brengen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil in eerste instantie aansluiten bij de woorden van de heer Blonk. Dit recreatieschap is belangrijk voor onze gemeente. Het is zeer waardevol. We moeten dit gewoon koesteren. Als er inderdaad om wat voor reden dan ook extra geld naartoe zou moeten, dan moeten we daar serieus naar kijken. Echter, ook daarin geef ik hem gelijk: we mogen daarin niet verrast worden. De heer Muis zei het ook al: de zienswijze is iets summier, dat had wat uitgebreider gemogen, maar zoals we aan het begin van deze avond constateerden, dan zijn wij zelf aan zet om er een amendement voor te maken. Verder wil ik het recreatieschap wel complimenteren met wat ik lees in de stukken, dat ze regelmatig contact hebben met de actiegroep over het beheer van het recreatieschap en dat er regelmatig met hen van gedachten gewisseld wordt over hoe het eruit ziet, of kappen nodig is en hoe het daarmee verder gaat. Verder kan het voorstel aangenomen worden. Wij hebben ook geen behoefte aan een tweede termijn. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Het is een goede zienswijze, maar ik wil me wel aansluiten bij de woorden van de heer Muis. Het is een heel belangrijk gebied. Er speelt best wel een aantal ontwikkelingen.

Het zou fijn zijn als we in ieder geval door de wethouder iets vaker proactief op de hoogte worden gehouden. We krijgen bij alle ruimtelijke projecten altijd dat mooie tabelletje. Daar zou dit bijna bij passen, zou je zeggen. Ik weet ook, dat iedereen nu graag een stukje tweede helft wil zien. Ik zou graag, dat hoeft niet nu, maar een keer wat horen over die verblijfsplaats bij die Rottebanbrug, waar plannen voor zijn. Ik heb hele mooie plaatjes gezien, dat is net gedeeld met omwonenden en belangstellenden, maar dat is best wel een ingrijpende exercitie. Het is een plek waar nu al veel jongens van af springen, net voor een boot of net er naast, en waar mensen zich verzamelen. Het kan een hele mooie plek worden, maar het kan ook inbreuk gaan maken op het landschap en de beleving daar. Dus als er op enig moment nog iets van informatie over kan komen, dan zou dat welkom zijn, want het ligt wel op Lansingerlands grondgebied. En het kan best wel impact hebben voor de mensen, die daar omheen wonen, langs fietsen. Dat hoeft niet nu, maar u mag het op uw lijstje zetten, alstublieft, wethouder. Dank u. Wethouder Van den Beukel: Ik sluit natuurlijk allereerst aan bij die sprekers, die hebben gezegd, dat het een fantastisch mooi en waardevol gebied is.

We mogen daar heel blij mee zijn en dankbaar zijn voor de vooruitziende blik van onze voorgangers om het recreatieschap zo in te richten, zoals het ingericht is. Ik ben ook blij met de organisatie. Veel recreatieschappen zijn opgeheven de laatste jaren, maar ons recreatieschap staat ook met een prima uitvoeringsstructuur. Wel een heel slanke uitvoeringsstructuur om juist de kosten heel beperkt te houden. Elk jaar zijn er weer nieuwe ambities. Het is een heel drukbezocht gebied, dat weten we allemaal. Tegelijkertijd proberen we die financiën beperkt te houden, de uitgaven beperkt te houden. Dat betekent ook iets voor de informatievoorziening in alle eerlijkheid. Dat het niet vanzelfsprekend is, dat er heel veel panklare informatie wordt gecreëerd vanuit het recreatieschap, die we op zich daarvoor betalen, die we ook met uw raad kunnen delen. Dus het is voor een deel een financiële kwestie, maar niettemin ontslaat ons dat niet van een verplichting. Dat geeft u ook nadrukkelijk aan om goed proactief u te informeren over wat er speelt en zeker ook over wat er nog gaat spelen, zeker als het een financiële component heeft. Dus ik zal zeker over een aantal zaken die u noemt, waaronder de Rottebanbrug en ook de financiële situatie en financiële doorkijk u nader informeren.

Of het handig is om dat in een tabelletje te doen, zoals mevrouw Verhoef zegt, of via mededelingen uit het college of via een brief dit najaar, daar wil ik even naar zoeken om het wel efficiënt te houden, maar dat lijkt me inderdaad wel een heel goed idee. Dank overigens ook voor de complimenten voor de contacten met de actiegroep. De actiegroep is er één, die is meer vocaal, daar ben ik vorige week nog mee op stap geweest. Er zijn heel veel belangengroeperingen in en om de Rottemeren en daar wordt allemaal goed contact mee onderhouden. Dat is belangrijk, want zij hebben goede ideeën en hebben ook belangen en een visie op het gebied. Die zien ook meer dan de paar mensen, die daar in het veld rond lopen. De passage over het geld is in de factsheet eigenlijk hetzelfde als die van vorig jaar. Ik zeg het maar even zo plat als het is. Vorig jaar al zagen we dat er eigenlijk structureel geld wordt onttrokken aan reserves, aan de reserve onderhoud, om de begroting sluitend te krijgen. Dat is geen duurzame situatie.

Daarom dat we, dat ik, dat we erop aansturen om heel realistisch te zijn in: passen onze ambities bij de structurele financiën? Als niet, hoe gaan we dat gat dan overbruggen? Gaan we dan de ambities omlaag bijstellen of gaan we via de bekende verdeelsleutel vragen aan de gemeenten of ze bereid zijn hun bijdrage op te hogen? Het besluit van dat traject, van het onderzoek, verwacht ik dit najaar. Dan is het passend om u daarover te informeren en vervolgens uw raad en ook de andere raden zich daarover te laten uitspreken. Ik denk dat het twee kanten uit kan. Maar het voort duren van deze situatie, waarin we eigenlijk zien dat het teveel knelt, lijkt mij, lijkt ons onwenselijk, want op een gegeven moment gaat er achterstallig onderhoud ontstaan en dan krijg je Amsterdamse kadermuur toestanden, als je niet oppast. Dat is nu niet aan de orde, maar dat willen we ook niet aan de orde laten komen. De laatste opmerking is over de timing van de zienswijze. Goed dat de heer Blonk het aanhaalt. De eerste keer dat ik het hoorde, was van een ander raadslid, is er meteen op geacteerd en toen is die meteen gekoppeld. Ergens is de postduif onderweg verdwaald. Hij is gewoon 20/21

vorige week dinsdag in het college vastgesteld en had dus al eerder bij u kunnen zijn, moeten zijn. Ik zal er even navraag naar doen, waar het ergens is blijven hangen. Dat moet natuurlijk eerder bij u komen, dat had ook eerder bij u kunnen komen. Dat is niet gebeurd, dus fijn dat u alsnog de moeite heeft genomen om hem op u in te laten werken tussen dinsdag en nu. Tot zover. De voorzitter: In deze regio willen we zeker geen Amsterdamse toestanden, zeg ik maar. Daarmee zijn we toe aan de vraag: wenst u een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan zijn we ook bij dit agendapunt toe aan de stemming. Wenst u stemming? Ook dat is niet het geval. Daarmee stelt u de zienswijze gemeenschappelijke regeling recreatieschap Rottemeren vast. Dan zijn we aan het eind van de bespreekpunten. 7. Hamerstukken: 7.a Bekrachtiging geheimhouding De voorzitter: Ik ga naar de hamerstukken: bekrachtiging geheimhouding. Kan ik die afhameren? Zo te zien wel. Die worden afgehamerd. 8. Sluiting De voorzitter, om 22.15 uur: Daarmee zijn we aan het einde van de vergadering. Ik wens u een heel goede avond, nog een genoeglijke wedstrijd. De griffier en ik gaan even kijken of hier ergens een televisie te vinden is. Dank u wel, goedenavond. Ik sluit de vergadering.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van De griffier,

drs. Marijke Walhout

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

21/21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=54cc6205-8a7a-4279-b319-08c397599649