CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0112 Verslag gemeenteraad GR d.d. 17 juni 2021

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering18.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG Gemeenteraad BV21.0112 Datum vergadering Aanwezig via Teams: Raadsleden: Leefbaar 3B

: 17 juni 2021

CU WIJ Lansingerland D66 GroenLinks PvdA

: Don van Doorn, Wouter Hoppenbrouwer, Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Marjolein Gielis, Henk Meester, Leon Erwich, Johan Philippens : Alexander Kuipers, Nathalie van Bakel, Eric Kampinga, Ed van Santen, Matthijs Machielse : Matthijs Ruitenberg, Nelleke Bouman, Hans van der Stelt, Dave Bergwerff, Frans Ammerlaan : Kees-Willem Markus, Paul Lieverse : Petrine van Olst, Jan Jumelet : Ineke den Heijer, Erik Jonker, Michiel Muis : Marko Ruijtenberg : Petra Verhoef

Wethouders

: Simon Fortuyn, Kathy Arends, Jan-Willem van den Beukel, Ankie van Tatenhove

VVD CDA

Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Pieter van de Stadt Plv. Griffier : Lianne van den Houten Raadsadviseur : Rianne Kokke Afwezig: Griffier Leefbaar 3B VVD CU WIJ Lansingerland GroenLinks

: Marijke Walhout : Georgine Zwinkels : Marloes Draak, Mauriel van As : Jurjen Dieleman : Leon Hoek : Selgei Gabin

1. Opening en mededelingen De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond, het is acht uur, wij gaan starten met deze raadsvergadering nadat wij vast gesteld hebben, dat wij een quorum hebben. Ik ga uw naam snel oplezen in alfabetische volgorde en ik begin bij de heer Ammerlaan, mevrouw Van Bakel, de heer Bergwerff, de heer Blonk, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, de heer Van Doorn, de heer Erwich, mevrouw Gielis, mevrouw Den Heijer, de heer Hoppenbrouwer, de heer Jonker, de heer Jumelet, de heer Kampinga, de heer Kuipers, de heer Lieverse, de heer Machielse, de heer Markus, de heer Meester, de heer Muis, mevrouw Van Olst, de heer Philippens, de heer Ruijtenberg, de heer Ruitenberg, de heer Van Santen, de heer Van der Stelt, mevrouw Verhoef: aanwezig. Daarmee stel ik vast dat wij voor vanavond een quorum hebben en ik open de vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland op donderdag 17 juni en deze vergadering is traditioneel geheel in het teken staand van de gemeenschappelijke regelingen, alle verbonden partijen, zoals dat heet. U heeft gemerkt aan de namen die ik oversloeg, dat afwezig zijn de heer Van As, de heer Dieleman, mevrouw Draak, mevrouw Gabin, de heer Hoek en mevrouw Zwinkels. Bij de mededelingen heb ik verder zelf niets. 2.

Trekken van het lot ter bepaling van het raadslid bij wie een eventuele stemming zal beginnen De voorzitter: Dan kan ik u zeggen, dat het lot nummer 1 geworden is en dat is natuurlijk de heer Ammerlaan. 4. Spreekrecht voor niet-raadsleden De voorzitter: Daar wordt geen gebruik van gemaakt. Het spreekrecht voor raadsleden is bij mij van de agenda gevallen, maar in ieder geval heeft niemand zich aangemeld.

1/21

5. Vaststelling van de agenda De voorzitter: Kunt u instemmen met deze agenda? Ik zie geen reactie, ik ga er dus van uit, dat u instemt met de agenda. Bespreekpunten: De voorzitter: Ik verzoek u het kort en bondig te houden bij de punten, waar u niets of weinig op te merken heeft. Het is ook commissievergadering, dus in feite staat alles open voor discussie. Ik zal u voorstellen na elke ronde waarbij u geen wijzigingen heeft voorgesteld in de eerste termijn en nadat de wethouder dan wel de burgemeester eventueel geantwoord heeft of u een tweede termijn wenst, want als er geen wijzigingen worden voorgesteld, is dat misschien overbodig, maar misschien wilt u nog op de wethouder reageren, dan kan dat natuurlijk. Zo hopen wij de avond via alle verbonden partijen tot een goed einde te brengen. Als eerste de nota verbonden partijen en ik stel u voor dat met uitzondering van die twee agendapunten, waar een amendement is aangekondigd, in beide gevallen door de heer Lieverse van de CU, we gewoon even voor de regelmaat van groot naar klein gaan. Dat is wel zo efficiënt op deze avond. 6.a Nota Verbonden Partijen 2021-2024 De heer Hoppenbrouwer, L3B: U mag mij het woord geven.

Een verrassing waarschijnlijk, maar dat heeft de volgende verklaring, want ik heb het genoegen gehad om lid te mogen zijn van de werkgroep verbonden partijen en dan is het logisch, dat ik verantwoordelijkheid neem voor hetgeen wij gezamenlijk hebben bepaald. Zoals het raadsvoorstel vermeldt, is de werkgroep drie keer bijeen gekomen om de bestaande nota verbonden partijen tegen het licht te houden en aan te scherpen op het verkrijgen van meer grip op het wel en wee van de gemeenschappelijke regelingen. Er gaat veel geld in om, maar de bestuurlijke en financiële besturing van de raad is beperkt. Dat is overigens een landelijk gehoorde klacht, dus dat hoeven we ons niet persoonlijk aan te trekken. Dat is één. De aanscherpingen zijn mooi en duidelijk in het geel gearceerd en verantwoord, dus dank aan de ambtenaren en de griffie, want zij hebben er hard aan gesleuteld. De oplossing om te komen tot het verhogen van de raadsbetrokkenheid wordt voorgesteld om raadsrapporteurs in te stellen. Dit naar het succes van de MRDH rapporteurs, de heer Muis, de heer Dieleman en de heer Blonk, die op regelmatige basis de raad tijdens de commissie informeren. Voor een viertal gemeenschappelijke regelingen waar de betrokkenheid van de raad nihil is, gaan we dus raadsrapporteurs aanstellen. De werkgroep gaat zich binnenkort buigen over de wat en de hoe vraag, maar daar heb ik alle vertrouwen in.

Ik heb begrepen, dat de griffie al een voorzet op de plank heeft. Verder zijn we de factsheets langs gelopen en hebben wij als werkgroep de vraag gesteld: al die data, die erin staan, sturen wij daar daadwerkelijk op? Zo nee, waarom zouden wij dan het ambtelijk apparaat hiermee belasten? Een soort van deregulering heeft er plaats gevonden. Verder sluit het, als ik even met de L3B-pet op ga zitten, ook aan bij de reeds jarenlange oproep van L3B om alleen die kengetallen in de begroting van de gemeente op te nemen als we er daadwerkelijk op willen sturen. Met andere woorden: als het daadwerkelijk een toegevoegde waarde heeft op onze kaderstellende en controlerende taak. Resumerend, en u hoeft in de tweede termijn niet naar mij terug te komen, tenzij er iets schokkends gebeurt: L3B is content met dit voorstel. Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: Ik heb het genoegen gehad om samen met meneer Hoppenbrouwer, mevrouw Verhoef, de heer Dieleman en nog een paar vooraanstaande raadsleden in een werkgroep verbonden partijen te zitten. Meneer Hoppenbrouwer heeft net heel kernachtig aangegeven, wat we daar gedaan hebben. Nog even kort het formele verhaal. Er zijn al 2 nota’s geweest. De tweede nota liep tot 2020. Je moet als gemeente zo’n nota hebben. Dus dat er nu een actualisatie is, de derde nota, dat is logisch.

Die betreft inderdaad met name de extra paragraaf over de betrokkenheid van de raad bij de verbonden partijen. De update van deze nota komt er eigenlijk op neer, dat inderdaad de raad meer verbonden moet worden. Dat is niet alleen in Lansingerland zo, maar in het algemeen. Dat is in de werkgroep in 3 vergaderingen besproken. Dat is nu verwerkt als voorstel in de stukken. Heel kort nog, als het mag. Formeel moet ik even noemen, dat staat ook aangegeven in de nota, dat er eigenlijk nog een aanvullende wijziging van de wet gemeenschappelijke regelingen doorgevoerd moet worden, maar nog niet bekend is hoe of wat. Het is een klein slagje om de arm als we dit nu vast stellen. Het is nog niet 100% definitief. Meneer Hoppenbrouwer gaf het al aan: de verbonden partijen waar het met name om gaat, zijn de metropoolregio Rotterdam Den Haag, Jeugdhulp Rijnmond, GGD Rotterdam Rijnmond, Veiligheidsregio Rotterdam en het recreatieschap Rottemeren. Eigenlijk is er maar bij 1, namelijk bij de metropoolregio, echt inbreng van onze raadsleden, dus dan ligt het voor de hand wie daar raadsrapporteur worden, maar bij die andere verbonden partijen zal daar binnenkort, naar ik aanneem, een voorstel voor komen na overleg. Eigenlijk is dit wat ik wilde zeggen. Dank u wel.

De heer Ruitenberg, CDA: Ik had niet het genoegen om lid te zijn van deze illustere werkgroep en dat maakt dat ik als eerste niet-lid de leden van de werkgroep hartelijk kan danken voor hun werk, hun goede werk, wat ons betreft. Erg origineel, een nieuwe titel: raadsrapporteur. We denken dat dat een goede toegevoegde waarde is op de huidige werkwijze om de betrokkenheid van de raad wat meer 2/21

dichterbij te brengen. Ik ben ook wel erg nieuwsgierig naar de deregulering, waar de heer Hoppenbrouwer het over had als het gaat om de factsheets. Die heb ik nu nog niet echt kunnen lezen, maar deze nieuwe regels gaan natuurlijk ook pas gelden vanaf volgend jaar, dus bij de volgende factsheets. Ik ben nieuwsgierig hoe dat gaat uitpakken, daar kom ik straks nog even inhoudelijk op terug bij agendapunt 6.b. Maar een prima werk, wat ons betreft kunnen we dit voorstel goedkeuren uiteraard. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, WIJ: Namens WIJ hadden wij ook een afgevaardigde, dat was mevrouw Van Heusen. Zij heeft met het team goed werk verricht, vinden wij. Ik kan kort zijn: wij kunnen hier heel graag mee instemmen. Dank u wel. De heer Markus, CU: Ik heb het vorig jaar ook al aangestipt, maar eigenlijk hoort de heer Dieleman hier te zitten, want verbonden partijen is iets waar hij zich altijd mee bemoeid heeft. Vorig jaar heb ik ook namens hem het idee geopperd om iets met raadsrapporteurs te doen. Toen heeft u de toezegging gedaan dat op te pakken in de nieuwe nota verbonden partijen. Die toezegging is nu formeel gemaakt. De verdere uitrol van die raadsrapporteurs gaan we nog zien. Het is wel mooi: mevrouw Dit, meneer Zus en de heer Jurjen Dieleman, dat tekent misschien wel even zijn jeugdigheid, maar dat is altijd mooi om te horen.

Ik denk dat het een prima nota is, een goede stap vooruit en laten we hopen, dat we met die raadsrapporteurs wat meer grip kunnen krijgen op verbonden partijen, die voor ons o zo belangrijk zijn. Wat ons betreft een prima stuk. Geen tweede termijn noodzakelijk voor ons. Mevrouw Den Heijer, D66: Ik zal het kort houden, ik heb ook niet veel nieuws toe te voegen. De nota ziet er gewoon prima uit. De belangrijkste aanpassingen staan op blz.18, waarin we proberen wat meer grip te krijgen d.m.v. die raadsrapporteurs. We hadden onze Brecht Weerheijm in de commissie zitten, in het illustere gezelschap. Hij heeft ons teruggekoppeld, dat hij het een heel goed proces heeft gevonden en er met veel plezier aan deelgenomen heeft. Deze uitkomst gaan we van harte ondersteunen. Het is nu voor ons de taak als raad om dit goed nader in te vullen. Daar wil ik het bij laten. Wat ons betreft is er ook geen tweede termijn nodig. De heer Ruijtenberg, GL: Sinds kort ben ook ik onderdeel van deze commissie. Daarbij moet ik zeggen, dat ik op de schouders sta van de dames en heren, die al veel langer in deze commissie zitten. Ze hebben veel werk doorgenomen. In de 2 maanden dat ik er nu in zit, is het oordeel wel dat ik kennis heb genomen van het vele werk, dat zij al gedaan hebben. Dat leidt ertoe dat wij dit voorstel uiteraard steunen en aan kunnen nemen en wij geen tweede termijn nodig hebben.

Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik was ook lid van die mooie club, die dit (…). We zijn blij met deze nota. We zijn ook blij met de mensen, die het initiatief hebben genomen, zoals de heer Hoppenbrouwer, om dit nog eens goed tegen het licht te houden: hebben we de juiste informatie of misschien soms juist teveel? Dat laat zien, dat we als raad onze betrokkenheid, maar ook het goed volgen en inbreng waar mogelijk brengen bij die verschillende verbonden partijen, dat we dat heel serieus nemen. Dat geeft een goed gevoel, dat we ons als gemeenteraad daar echt goed over willen buigen. Ook wij kunnen instemmen met de nota en hoeven ook geen tweede termijn. Burgemeester Van de Stadt: Voor de verantwoording ben ik verantwoordelijk en dat zal ik ook direct op mij nemen. Ik ben buitengewoon verheugd met uw inbreng. Ook ik, namens het college, omarm de raadsrapporteur. Twee van de raadsrapporteurs komen bij mij, de veiligheidsregio en de metropoolregio. Ik zou het bijna een raadsbuddy willen noemen, iemand met wie je als raadslid kan schakelen: zitten we op het goede spoor? Ik ben er heel blij mee om op die manier laagdrempelig te kunnen schakelen.

Inzake de factsheets en wat daarbij komt, zou ik u willen voorstellen, daar hoeft u niet op te reageren, dat we eens in de zoveel tijd met alle raadsrapporteurs en alle portefeuillehouders bijeen komen, zodat we dat soort dingen, die factsheets bijvoorbeeld, mooi breed kunnen bespreken. Ik zal het initiatief ertoe nemen om zo’n bijeenkomst twee keer jaar, daar moeten we even over nadenken, te laten plaats vinden. Dan stemmen we de inbreng van Lansingerland in de regelingen met elkaar af. Dan kunnen we ook ervaringen uitwisselen, zowel de portefeuillehouders als de raadsrapporteurs. Volgens mij is dat nuttig om dit proces en de belangen van onze inwoners goed te vertegenwoordigen. Met de heer Hoppenbrouwer ben ik het eens en dank ik hem voor de opmerking: vooral cijfers verzamelen en gegevens die relevant zijn. Volgens mij past dat keurig bij de actieve informatieplicht van het college, die er tenslotte van uit gaat, dat u alles krijgt wat u nodig heeft om uw werk goed uit te oefenen. Overbodige informatie zouden wij dus ook niet moeten willen delen. U geeft ook aan die niet als raad te willen. Volgens mij vinden we elkaar daar ook heel goed. Ik denk dat we goed moeten schakelen samen, niet alleen hier, maar ook op andere onderwerpen, dat raad en college zorgen voor een efficiënt proces van informatie voor de raad. De aanvulling van de heer Kampinga nog.

De WGR komt nog, uiteraard zullen we daar gepast mee omgaan. Verder dank ik u allen voor de steun van deze nota, die ik ook namens het college graag omarm. We hebben hem niet vast gesteld, maar het is goed om het hier uit te spreken. Dan vraag ik U: is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is er niet. Dan gaan we 3/21

stemmen over deze nota verbonden partijen. Ik vraag u: is er stemming nodig? Dat is niet het geval, u wenst geen stemming. Dan is deze nota hierbij vast gesteld. 6.b Factsheets Verbonden Partijen 2021 De voorzitter: De heer Hoppenbrouwer heeft al iets gezegd over de factsheets, hoe ze er in de toekomst moeten gaan uitzien, de heer Ruitenberg noemde het al: dat is nog niet bij deze. Maar u kan nu nog alles vinden van degene die nu voor liggen. Ik zal eventueel algemene vragen beantwoorden. Als ze over het format gaan, dan verwijs ik u naar wat de heer Hoppenbrouwer net gezegd heeft. En de verschillende wethouders zullen op de inhoud van hun eigen factsheets zo nodig beantwoorden. Ik maak hetzelfde rondje. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik kom hierna nog twee keer aan het woord. Ik kan eigenlijk volstaan met een vooraankondiging, dat wij bij de factsheets onderdeel recreatieschap Rottemeren, daar staat een citaat van het college te weten: afhankelijk van de ambities en de mogelijkheden voor het inzetten van subsidies op het recreatieschap klaar te maken voor de toekomst kan vanuit het recreatieschap ook de vraag gesteld worden om een extra incidentele bijdrage of ophoging van de structurele bijdrage. Hier zal collega de heer Blonk bij agendapunt 6.huppeldepup, waar het over het recreatieschap gaat op terug komen. Verder is het wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel.

De heer Kampinga, VVD: Deregulering heb ik in de werkgroep niet zo bewust meegemaakt, maar dat kan aan mij liggen. De factsheets zijn wat compacter gemaakt, je zou kunnen zeggen dat dat deregulering is. In de factsheets staat naast de algemene gegevens ook informatie over veranderingen, die eraan komen, die mogelijk van invloed zijn op Lansingerland, de waardes van zo’n factsheet. Wat ook heel belangrijk is, is de risicoanalyse, zowel financieel. De voorzitter: Excuses, u bent bij mij weg gevallen, ik heb een stuk tekst gemist. Wilt u nog even terug gaan. Ik miste een seconde of 5. De heer Kampinga: Ben ik zo goed verstaanbaar? Over wel of niet deregulering, ze zijn in elk geval compacter geworden, de factsheets. Wat staat er in? De algemene gegevens van de verbonden partijen, maar wat ook belangrijk is, de eventuele of komende veranderingen, die mogelijk van invloed zijn op Lansingerland. Dat is natuurlijk een belangrijk onderdeel van de factsheet. De risicoanalyse bestaat uit een financiële en een bestuurlijke analyse, dus je kunt in één oogopslag zien hoe het met de risico’s gesteld is. We hebben in het verleden Oudeland gehad, waar enorme risico’s aan zaten. Dat kun je met die factsheets snel vast stellen. Wat ons betreft, ik heb ze niet allemaal 100% doorgespit, maar die ik wel gezien heb: het ziet er allemaal goed uit, dus u kunt het wat ons betreft vast stellen.

Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Ik heb uiteraard kennis genomen van de factsheets. Het is altijd een enorme klus om alles te verzamelen, dus dank aan de mensen, die de monnikenklus weer geklaard hebben. Het is altijd wel interessant om te lezen, eigenlijk staat er heel veel in, ook beleidsinhoudelijk. Het enige wat ik eigenlijk zou willen opmerken is, dat als je vervolgens de zienswijzen leest die wij dan als raad sturen richting al onze GR’en, het is een behoorlijk aantal, we gaan er straks allemaal apart doorheen, dan vind ik die juist ontzettend beleidsarm. Onze zienswijzen bestaan er ongeveer uit als: we hebben kennis genomen van de begroting en de jaarstukken, let u nog even op de indexering en dit of dat en dat, maar het is puur financieel. In beide geen enkele zienswijze zeggen we nou eens een keer: wij zouden graag inhoudelijk dat of dat van u willen zien. Wij zouden dit of dit willen zien van de DCMR, we zouden graag zien dat u dat meer doet in Lansingerland. Daar zou ik echt in de volgende oproep, misschien is dat een mooie klus voor de raadsrapporteurs, dat wij ook wat meer in de zienswijze, want dat is ons middel om als raad zo’n GR te laten weten wat we ervan vinden, dat is niet de factsheet, want die kennen zij niet, dat doen zij via de zienswijze en de zienswijzen voelen wel een beetje als een verplicht nummer.

Ik zou echt de oproep willen doen aan onszelf om daar veel meer inhoudelijk mee te gaan sturen, zodat we echt het verlengd bestuur ook een verlengd bestuur laten zien, niet alleen iets financieel, waar we vervolgens kennis van nemen. Dat was hem. Mevrouw Van Olst, WIJ: Ik wil me graag bij deze aansluiten bij de woorden van mijn voorganger, want dat vind ik wel een heel goed idee om dat mee te geven aan de raadsrapporteurs en daar wat meer op in te gaan, dan krijgt het ook meer waarde. Verder kunnen wij helemaal instemmen met hoe het er nu voor staat. Dank u wel. De heer Markus, CU: Een mooi overzicht wat ook in verschillende P&C cycli documenten terug komt her en der. Het is altijd mooi om te lezen en een mooi overzicht. Wat de heer Ruitenberg zegt, dat herken ik heel erg. De zienswijzen zijn soms wat kort af, terwijl er heel veel belangrijk beleid in om gaat. Ik denk dat het ook een oproep is aan onszelf. Straks komen nog GGD en jeugdhulp Rijnmond langs, daar zijn wat amendementen voor ingediend om juist wat meer beleid toe te voegen of in ieder geval sturing te geven op wat wij belangrijk vinden. Ik denk dat het een mooie oproep is om dat samen met de raadsrapporteurs op te pakken. Zo zie je maar, elk jaar verbeteren we ons weer een stapje richting een goede sturende rol richting die gemeenschappelijke regelingen.

Als we zo door gaan, dan komen we er wel over een jaar of tien. Nee, een prima stuk. Wat ons betreft goed zo. 4/21

Mevrouw Den Heijer, D66: Zo komen we van matroos naar stuurman, dat is een beetje waar we naar toe gaan, dat lijkt me een heel mooi beeld wel. Ik sluit me ook aan bij de heer Ruitenberg, het voorstel om meer inhoudelijk te maken wat wij vinden. Die zienswijze is daar het moment voor. Wat betreft de factsheets: een prima mooi overzicht. Ook weer bedankt dat dat gemaakt is. Het geeft ons weer heel veel informatie. Laten we met die informatie dan ook wat doen. We kunnen ze vast stellen. We hebben wel een korte opmerking over het recreatieschap, maar die gaat mijn collega Muis op dat punt verder toelichten. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Eigenlijk geen echt op- of aanmerkingen over deze factsheets. Het ziet er goed uit, het is helder leesbaar. Het is wel veel inderdaad, 54 pagina’s, dus je moet er even voor gaan zitten, maar dan heb je ook wel wat. De zienswijzen: ik ben het ermee eens, dat het wat meer in zou moeten staan waar we naar toe willen. Maar ik ben het ook eens met de heer Markus, dat we in eerste instantie naar onszelf moeten kijken. Als wij wat willen, dan zouden wij het college op pad moeten sturen daarmee. Dus ik ben het eens met de heer Ruitenberg, maar ik ben het nog meer eens met de heer Markus, dat wij hier zelf iets mee moeten willen. Voor ons verder akkoord, wij hebben geen behoefte aan een tweede termijn.

Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik was altijd al fan van de factsheets, omdat ze kort en bondig heel veel informatie geven, maar de verbeteringen die nu zijn aangebracht binnen de werkgroep, met de werkgroep, die ook heel netjes zijn neergelegd door de ambtenaren, daar ben ik ook zeer content mee. Ik heb verder geen extra toevoegingen op wat er al is gezegd, maar ik ben het wel eens met de opmerkingen met name over in één lijn brengen met de zienswijzen. Ik zie dus ook uit naar de bespreking van de amendementen daarover. Dank u wel. Burgemeester Van de Stadt: Ook hier doe ik de beantwoording in algemene zin. Ik ben opnieuw blij met uw inbreng. De heer Kampinga had het even over twee heldere punten, die van belang zijn voor de raad als sturend orgaan. Het direct kunnen zien wat de komende veranderingen zijn, die mogelijk invloed hebben op Lansingerland. Dat is belangrijk om in een vroeg stadium voor u te weten. En in één oogopslag de politieke en bestuurlijke risico’s. Ja, dat zijn echt de twee kernen van deze factsheets, waar u echt wat mee kunt. Ik sluit me geheel aan bij het pleidooi van de heer Ruitenberg van het CDA, door anderen ook herhaald. Ik denk dat het heel goed is om beleidsinhoudelijk ook hier kaders mee te geven vanuit de gemeenteraad richting de verbonden partijen van wat de wensen zijn. Zeker, een zienswijze is daar voor.

Als het kan zal de gemeenschappelijke regeling daar prima op kunnen reageren. Dus ik juich dat enorm toe. Ik denk dat het heel goed is om dat in dat overleg met die raadsrapporteurs bijvoorbeeld op te pakken. En ervoor zorgen, dat we die zienswijze ook echt met de raad voorbereiden, zodat u het niet zou moeten amenderen, zoals de heer Lieverse nu doet. We moeten proberen dat we een kant en klare zienswijze namens de raad zoveel mogelijk hebben. En dat amenderen eventueel alleen nog gaat over politieke punten, waar u het niet onderling over eens bent. Dan kan je over dat onderdeel nog even stemmen. Dus ik juich dat zeer toe. Ik ben het ook eens met de constatering van de heer Ruitenberg: de factsheets zijn beleidsrijk, de zienswijzen zijn beleidsarm, vooral financieel ingestoken. Die kunnen we echt verrijken samen. Tegen mevrouw Den Heijer zou ik nog willen zeggen: u bent te bescheiden. U moet geen stuurman zijn, u moet kapitein zijn. U bent kapitein, denk ik. Het is goed dat u vertrouwen heeft in de stuurlui, dat zijn primair de leden van het college. Maar hoe meer u uit uw kajuit komt om naast de stuurman te staan en de koers uit te zetten, hoe beter het gemeenteschip vaart. Dus ik nodig u graag daartoe uit, mevrouw Den Heijer. Ik denk dat we het daar ook helemaal over eens zijn. Dat voor zover de beantwoording van het college. Ik ga vragen of u nog een tweede termijn wenst.

Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik wil nog even reageren op meneer Kampinga. Het kan zijn dat ik door mijn dichterlijke vrijheid afgeweken ben van mijn tekst, maar in oorspronkelijke tekst stond: bij wijze van spreken is er een soort van deregulering. Daar bedoel ik eigenlijk mee, waar de burgemeester mij en de werkgroep voor complimenteerde, om alleen die dingen te vragen waar we ook daadwerkelijk op kunnen kaderstellen en controleren. Het wordt compacter is misschien wat jip-en-janneke achtiger, maar dat is wat ik bedoelde ermee te zeggen. Het tweede wat ik nog even mee wil geven, is de opmerking van meneer Ruitenberg, dat werd door velen omarmd. Ik denk dat de werkgroep dat ook goed heeft verstaan, want wij gaan namelijk ook nog nadenken over: welke opdracht gaan wij de raadsrapporteur mee geven? Dan zou juist die inhoudelijkheid een onderwerp van gesprek kunnen zijn. Ik neem aan, dat de griffie dat ook tussen de oren heeft, in de oortjes geknoopt heeft. Ik zeg toe, en ik zie meneer Kampinga ook knikken, dat wij daarvoor zullen waken, dat wij beide terreinen bij de kop pakken. Dank u wel. De voorzitter: Anderen? Nee. Ik kan alleen maar in de tweede termijn zeggen, dat ik het geheel eens ben met de heer Hoppenbrouwer, dus prettig. Dan gaan wij naar het stemmen over de factsheets. Wenst u stemming? Dat is niet het geval. Dan stellen wij de factsheets zo vast. 5/21

6.c Jaarstukken GR Bleizo De heer Philippens, L3B: Een prima zienswijze, het kan op onze steun rekenen. Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: Als de voorzitter van de rekencommissie dat zegt, dan sluit ik me nog meer aan. Ook de VVD stemt in met de zienswijze. De heer Ammerlaan, CDA: Ik ben geen voorzitter van de rekencommissie, maar een compagnon van de heer Philippens. Toch enkele woorden meer erover. Er zijn inmiddels 2 kavels verkocht en bebouwd. Het station is klaar. We moeten ook onze zegeningen weleens benoemen bij de jaarstukken. U weet dat ik dat graag naar voren breng. Er staat nu wel een netto contante waarde van € 10,5mln. Dat is toch even om te benoemen. Alleen, het proces staat nu in de wacht. Wat de rekencommissie ook al aangegeven heeft: de kosten gaan wel door. De opdracht aan het dagelijks bestuur om de kosten zo laag mogelijk te houden, want kosten maken is zonde en anders verdampt de winst van de netto contante waarde en dat is zonde. Dus misschien dat er iets aan de projectorganisatie gedaan moet worden. Als ik dan de stukken doorlees, dan hebben we vorig jaar een amendement naar voren gebracht. Dat is raadsbreed door de voltallige raad aangenomen.

Wat me dan verbaast, dat bij de visievorming van Bleizo west het voor ons van belang is om de mogelijkheden te onderzoeken van de vestiging van universitair wetenschappelijke instituties en dit te onderzoeken in relatie met o.a. voeding, gezondheid en duurzaamheid. Hier hebben we het met zijn allen over gehad en iedereen was het er volledig over eens. Dan ben ik verbaasd, dat we onlangs de gezamenlijke radenbijeenkomst hebben en dat je in die presentatie niets terug ziet van dat onderzoek. Dan denk ik: we hebben dat naar voren gebracht, vorig jaar februari naar voren gebracht. Is dat in de la verdwenen? Wat is ermee gebeurd? Daar had ik wel mijn vraag over. Ik kwam wel andere dingen tegen. Ze willen een hoogspanningsstation verplaatsen, waarover binnenkort nog een uitleg komt. Ik vind het onduidelijk wat er gaat gebeuren, het waren twee punten die we naar voren willen brengen. Dat was mijn bijdrage. Ik ben het eens met de zienswijze. Mevrouw Van Olst, WIJ: Wij kunnen hiermee instemmen. Geen opmerkingen. Dank u wel. De heer Markus, CU: Een prima zienswijze. Het is mooi, dat de adviezen van de rekencommissie nog even extra benoemd worden om die mee te nemen. Ik wil de rekencommissie hierbij ook bedanken. Ik denk dat er goede adviezen in staan. Het is goed om op die manier kritisch naar zo’n gemeenschappelijke regeling te kijken. Wat ons betreft prima zo.

Mevrouw Den Heijer, D66: Een prima zienswijze. Ook weer lekker kort. Het sluit wel een beetje aan bij waar we het net over hadden. Je kan aangeven wat die adviezen dan zijn. We moeten de adviezen van de rekencommissie volgen, toen was ik wel even benieuwd: wat zijn die adviezen dan? Toen ben ik daar in die brief gedoken. Misschien kan de voorzitter dat toelichten, maar ik zag maar één advies staan en die was een beetje aan onszelf gericht. Daarin staat: adviseert de gemeenteraad dat het verstandig is om de pauze in de ontwikkeling zo kort mogelijk te laten voort duren, want uitstel is mogelijk van negatieve invloed op de grondexploitatie. Dus dat is een advies aan onszelf. Dus ik vroeg me een beetje af: zo blijven we elkaar adviseren. Hoe doen we dit nou op een slimme manier? Want het wordt een soort van loep. Dus ik was even benieuwd hoe we hier nou mee om gaan. Kunnen we dat advies dan opnemen in zo’n brief? Dat we het boven tafel hebben, zodat we zien wat er geadviseerd is. Volgens mij is er dus maar één advies geweest. Ten tweede de vraag aan onszelf: wat is hier nou nodig om dat advies dan verder te laten gaan i.p.v. dat weer door te schuiven in deze zienswijze? Daar was ik even benieuwd naar. Ik ben benieuwd wie er antwoord op kan geven, dus een vraag aan onszelf, maar misschien kan het college helpen om dat een tikje in de goede richting te geven.

Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Ik stel u voor, in afwijking van de normale procedure, want u heeft gelijk, dit is een zaak van de raad, dat we als we alle woordvoerders gehad hebben even kijken of de heer Philippens nog wat wil zeggen. Daarna kan de wethouder dat doen. Want ik vind het ook wel mooi als de raad dit zelf beantwoordt zoveel mogelijk. De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil eigenlijk de heer Kampinga citeren: als de voorzitter van de rekencommissie het ermee eens is, wie ben ik dan om tegen te zijn? Met andere woorden: wij zijn akkoord. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook de Pvda-fractie is akkoord. Dank u. De heer Philippens, L3B: Misschien even kort. Het advies is wat beperkter deze keer, omdat Bleiz oost klaar is. Dat is doelmatig en rechtmatig afgerond. Het enige dat nog voor ligt van Bleizo is Bleizo west. Dat staat nu in de wachtstand, wachtende op die bestuurlijke opdracht, die we hebben uitgezet, wat we daar precies gaan bouwen. Als rekeningcommissie kunnen wij adviseren om daar snelheid achter te zetten, maar het ligt inderdaad aan onze raad op welke manier we dat dan gaan doen. Een mogelijkheid 6/21

is om op te roepen, het college, om daar ook een snelheid in te zetten, maar je weet ook allemaal: dat doen we gezamenlijk met Zoetermeer en daar zijn we ook zelf nadrukkelijk bij betrokken. Hoe we die precies in gaan vullen, dat kan ik nu niet 1, 2, 3 zeggen, maar daar moeten we het misschien nog eens over hebben. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij is het helder voor zover het de zienswijze betreft. De inhoudelijke discussie over Bleizo zal ongetwijfeld nog plaats vinden de komende jaren, vermoed ik. Wethouder Arends: Veel waardering voor de zienswijze. Er zijn toch enkele vragen, waar ik graag antwoord op wil geven. De heer Ammerlaan gaf eigenlijk een advies: we zouden de kosten eigenlijk zo laag mogelijk moeten houden gezien de pauze die we met elkaar nodig hebben voor het onderzoek. Dat wordt al reeds gedaan. Er wordt afgeschaald. Er wordt geanticipeerd op het advies van de heer Ammerlaan. De tweede vraag van de heer Ammerlaan gaat over het onderzoek en de presentatie die daarover is gegeven aan de beide raden. Er zit wel een verschil in de verantwoordelijkheid van de GR en het onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van de beide gemeenten wordt gedaan op dit moment. Daarin heeft de GR niet een eigen verantwoordelijkheid.

Maar om een tipje van de sluier op te lichten: zeker wordt natuurlijk ook de home of horti science en het (..) verder uitgewerkt, dus dat komt ook naar u toe. De opdracht is verstrekt in gezamenlijkheid met de beide raden en de beide colleges, maar dat is los vanuit de GR. De derde vraag kwam van mevrouw Den Heijer. Ik denk dat de voorzitter van de rekencommissie wel aardig antwoord heeft gegeven en daar laat ik het dan ook bij. Dank u wel. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan gaan wij stemmen over de jaarstukken van de gemeenschappelijke regeling Bleizo. Wenst u stemming? Dat is niet het geval. Dan stellen wij daarmee de jaarstukken vast. 6.d Jaarstukken Bedrijvenschap Hoefweg De heer Philippens, L3B: Wat onze partij betreft een hamerstuk. De heer Kampinga, VVD: Menigeen weet, dat een klein stuk van Hoefweg ook betrokken is bij het Bleizo west verhaal. Dat is één. Niet daar weer over beginnen, want we hebben net van meneer Philippens gehoord hoe het zit. En twee. We hadden vorig jaar met meneer Ammerlaan een amendement of motie aangenomen om zo spoedig als mogelijk, zo spoedig als mogelijk, Hoefweg te beëindigen. Maar goed, door omstandigheden kan dat nog niet, maar het heeft de aandacht. Verder zijn wij het eens met de zienswijze. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Ik kan aansluiten bij meneer Kampinga uiteraard.

De heer Kaminga zegt: de omstandigheden. Maar ik zou toch graag van de wethouder willen weten of er zicht is op hoe lang het gaat duren. We hadden gedacht, dat het afgesloten kon worden en dat die 6,5 hectaren doorgeschoven kon worden naar Bleizo. Dat kan door omstandigheden niet gebeuren, maar twee vragen daar over. Heeft de wethouder een idee hoe lang het gaat duren? Dat is 1. En tweede vraag: zijn die kosten te verhalen? Dit kost geld. Als je het ziet in de begroting: het kost gewoon een paar ton per jaar. Dan nog even terug naar wat ik las. In 1999 is het bestemmingsplan Hoefweg noord vast gesteld. Dat is ruim 20 jaar geleden. De opdracht was: bestemming bedrijventerrein voor lokale, regionale en nationale bedrijven, die een belangrijke bijdrage leveren aan de werkgelegenheid in Den Haag en Rotterdam. Dat was de opdracht 20 jaar geleden. We kunnen nu 20 jaar later stellen dat het bereikt is. Alles is verkocht, alle panden staan ongeveer, op de laatste paar na. Wat in Bleiswijk is besloten, is uitgevoerd nu, dus dat is mooi. Nog een opmerking: de molenstompen zijn verkocht (…..). Eén van die twee molenstompen is verkocht met als doel, dat de initiatiefnemers daar een cultuureiland gaan organiseren. Toch mooi, dat die deal gelukt is en hopelijk dat het allemaal uitgevoerd kan worden. Ik wil die mensen daar succes mee wensen. Dat waren mijn opmerkingen.

De voorzitter: Ik denk dat we de financieel expert van WIJ nu te horen krijgen. Mevrouw Van Olst, WIJ: Wauw, wat mooi. Maar ik heb weinig woorden. Het is een hamerstuk. Dank u wel. De heer Markus, CU: Misschien krijg ik ook een toevoeging, maar dat valt dan weer mee of tegen, maar laten we geen precedent scheppen deze avond, want dan zadelen we u misschien met een probleem op. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Ammerlaan. Ik ben benieuwd naar de antwoorden op de vragen. Het is inderdaad mooi, dat het cultuureiland daar een stapje verder is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel en begrip voor die pijnlijke omissie mijnerzijds. Zo zie je maar, voorzichtig met complimenten.

7/21

Mevrouw Den Heijer, D66: Nu moet u iedereen zo noemen, maar ik begrijp dat dit ingewikkeld wordt zo. Wij hebben ook geen opmerkingen over dit stuk. Het is voor ons een hamerstuk. De heer Ruijtenberg, GL: Waar ik bij het voorgaande stuk de heer Kampinga citeerde, ga ik nu maar de financieel expert van WIJ citeren. Hamerstuk. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook voor de PvdA is het een hamerstuk. Beantwoording college Wethouder Arends: De Ammerlaan is altijd goed op dreef bij deze twee GR’en, zo ken ik hem ook, als een zeer betrokken raadslid bij deze twee belangrijke gemeenschappelijke regelingen. Hij stelt een vraag over het opheffen van Hoefweg. Alle gronden zijn vrijwel uitgegeven op een klein stukje na. Dit is wel afhankelijk van de liquidatie van Prisma. Dat moet eerst echt afgerond zijn. U weet dat we bezig zijn met de afhandeling van de fraude. De afhandeling daarvan is nog onbekend. Grote kans op verhaal, althans, het grootste deel, maar misschien een snelle schikking en anders zal het lang duren bij de rechtszaak. Dat moet echt eerst opgelost worden alvorens we de opheffing van Hoefweg kunnen doen. Het is wel in die afhankelijkheid van elkaar. Ik hoop hiermee de vraag voldoende te hebben beantwoord aan de heer Ammerlaan. Tweede termijn De heer Ammerlaan, CDA: Misschien heeft u het gezegd, maar was er iets te verhalen? Dat miste ik even. Of er eventueel een kans daarop is.

Wethouder Arends: Ik ben zelf uiteraard geen expert, maar wij stellen alles in het werk om uiteraard iets te verhalen, althans, de schade zo minimaal mogelijk te maken voor Hoefweg. Dus daar is onze inzet heel groot op. Dank u. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde van deze behandeling en ga ik u vragen of u stemming wenst over de jaarstukken bedrijfschap Hoefweg. Dat is niet het geval, daarmee stellen wij deze jaarstukken vast. 6.e Zienswijze begroting Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 2022 De heer Lieverse, CU: Dank ook collega’s, meneer Ruitenberg van het CDA en de woordvoerders die al zoveel goodwill hebben getoond voor überhaupt elk amendement als ik het zo proef, dus dat zal voor deze ook wel gunstig uitpakken. Misschien teleurstellend voor u, voorzitter, want u hoopte dat een amendement politiek vuurwerk betekent, maar ik denk echter, dat het amendement dat ik ga voorstellen en dat geldt voor de volgende ook toch wel heel veel te maken heeft met een discussie, die recent nog gevoerd is in de commissie samenleving en daar ook recht aan doet. Ik zal de tekst voorlezen, waar het over gaat. Het gaat om een zinsnede over het realistisch begroten, om daar iets toe te voegen over de zogenaamde taakstelling.

Overigens dank ik ook L3B en het CDA voor de technische vragen, want die hebben al iets verduidelijkt over de beperkte reikwijdte van de taakstelling, zoals die nu geformuleerd staat. Ook nog als aanvulling op de inleiding. Wat ik beoog is niet een aanpassing van de begroting, maar alleen maar het mee willen geven van een aandachtspunt. Dit amendement is ingediend samen met GL. Het gaat om het toevoegen van de tekst: A2021-010 Daarnaast dringen we erop aan dat een taakstelling niet voorbijgaat aan de aanpak van de twee grootste problemen van dit moment: toename van het aantal jeugdigen met zeer ernstige problematiek en de hoge wachtlijsten. Ik kan dit verder best uitvoerig toelichten, maar u moet van me aannemen, dat het in de commissie al aan bod gekomen is. Het viel me op, toen het op 20 mei aan bod kwam, dat eigenlijk alle fracties de problematiek onderschreven. Er werden wel diverse oplossingsrichtingen aangegeven, maar niet om dit als een belangrijk punt naar voren te brengen. Tot zover mijn bijdrage. De voorzitter: U zult het met me eens zijn: geen vuurwerk dit keer, maar vuurwerk is in deze raad zeker niet verboden. Dat zult u allen met mij eens zijn. Dat wensen wij nog vaak te horen en te zien. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik ga de eerste termijn even kort zijn, omdat ik eigenlijk in eerste instantie de reactie van de wethouder wil afwachten op de zienswijze.

Immers, zij is de portefeuillehouder financiën van deze GR jeugdhulp. Dus het voorstel dat nu voor ligt komt, naar ik aanneem, uit haar koker. Ik ben heel nieuwsgierig wat de wethouder er nu van vindt, dat wij eigenlijk oproepen om realistisch te begroten. Daar volsta ik even mee. 8/21

De heer Kampinga, VVD: In principe natuurlijk een heel te waarderen amendement, dat staat buiten kijf. Wat mij toch bekruipt is de vraag: als er extra aandacht moet komen voor de toename van het aantal jeugdigen met een ernstige problematiek en de hoge wachtlijsten, volgens mij gaat het nergens anders over. Als ik in de begroting 2022 van de GR jeugdhulp kijk, gaat het daar ook over. Ik ben ook heel benieuwd wat de wethouder daarvan vindt. Op zichzelf staan wij er heel positief tegenover, maar je vraagt je af of dit werkelijk relevant is en iets toevoegt. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Het amendement van de CU en de zienswijze botsen niet. Ik denk dat het amendement juist een mooie aanvulling is en juist de zienswijze, zoals die nu voor ligt, versterkt. Op het eerste gezicht staan we daar als CDA ook zeer positief tegenover, maar het is heel aannemelijk dat onze wethouder hetgeen beschreven staat in de zienswijze ook heeft bepleit binnen het regio-overleg. Net als wat meneer Hoppenbrouwer al zei: onze wethouder is portefeuillehouder voor de financiën binnen de GRJR.

Dan vraagt het CDA zich af: waarom is het de wethouder dan niet gelukt om het argument van heroverwegen van de taakstelling er doorheen te krijgen binnen dit overleg? Dan vraag ik me echt af: wat waren dan de argumenten van de andere deelnemers, die dit dus blijkbaar niet wilden? Anders was het wel terug gekomen in de begroting. Ik heb wel een idee, hoor, het zal iets met kosten te maken hebben misschien. Dat weet ik niet, maar ik weet wel dat de kwaliteit van de jeugdhulp voorop staat, maar de jeugdhulp heeft een open einde regeling en als gemeente financier je niet met een open einde. Dit betekent dat er geen oneindige financiën naar toe kunnen gaan natuurlijk. Juist daarom vraag ik dus aan de wethouder: kunt u de argumenten van de andere deelnemers, die dit dus blijkbaar niet wilden mee nemen in de begroting, reproduceren in haar termijn? Dat zou heel veel duidelijkheid verschaffen. Dan vraag ik me ook op mijn beurt af: wat houdt nou die taakstelling exact in? Wat valt daar precies onder? Wat gaat er exact mis als die taakstelling blijft staan zoals benoemd in de begroting? Wat gaat een gemiddelde Lansingerlandse jongere, die in de jeugdhulp zit, hier concreet van merken? Daarbij hebben wij al langere tijd het gevoel weinig grip te hebben op de jeugdhulp, maar hier gaan wij binnen de commissie samenleving nog wel een keer over spreken.

Wij hopen als CDA dat het aanvullende niet teveel kosten met zich mee brengt. Wij weten ook echt wel, dat we gelden gaan ontvangen vanuit het rijk voor onze jeugdhulp, maar de hoogte daarvan is natuurlijk nog niet bekend. Ik wacht nog even op de beantwoording van de wethouder voordat ik verder ga, misschien in de tweede termijn. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Misschien een beetje merkwaardig dat ik nu het woord voer, maar de heer Hoek is helaas verhinderd vanavond, dus ik heb de eer en het genoegen om hem te vervangen. Vanuit eigenstandige verantwoordelijkheid van de raad is het hartstikke goed om het signaal, dat het amendement ook in zich heeft, te doen. Wij zijn zelf bijzonder bezorgd over hetgeen in het amendement staat. We hebben namelijk jongeren met ernstige problematiek en inderdaad hoge wachtlijsten. Dus het signaal afgeven als raad van Lansingerland vinden wij uitermate sympathiek en wij zullen dan ook het amendement steunen. Ik hoop van harte, dat we het vanavond op de inhoud doen en niet alleen maar vanuit het geld, hoewel het geld natuurlijk ook uiteraard belangrijk is, maar de problematiek, die hier gesignaleerd wordt is dermate, dat het toch wel bijzondere aandacht vraagt. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Ik kan kort zijn. Het is een goed amendement. In aansluiting op vorige sprekers: ik denk dat het goed is om dit signaal af te geven.

Natuurlijk wacht ik ook nog even de reactie van de wethouder af voor ons definitieve oordeel, maar ik denk dat we dit gaan steunen. Er valt hier nog heel veel mee over te zeggen inhoudelijk, maar ik denk niet dat dit de plek is om dat gesprek te voeren. Maar zeker dingen als realistisch begroten kom ik bij de kadernota ten aanzien van dit onderwerp terug. De heer Ruijtenberg, GL: Bij afwezigheid van mevrouw Gabin mag ik hier het woord over voeren. De zienswijze is wat ons betreft een goede zienswijze. Hij is scherp, hij legt accenten daar waar het nodig is over het realistisch begroten en het geeft aan wat we bij één van de vorige onderwerpen al aangaven ook een richting die wij graag willen zien. Desondanks hebben wij gemeend om mee te moeten tekenen met het amendement van de heer Lieverse, ik wil hem danken voor het opstellen daarvoor, omdat dit amendement exact aangeeft waar nog extra pijnpunten zijn. De psychische nood onder jongeren is groot. Die is zo groot, juist door wat er ook in de zienswijze staat, door Covid, maar ook doordat we niet weten wat er nog op ons af gaat komen. Aan de andere kant zien we dat de wachtlijsten in de jeugdhulp toenemen.

Wat de heer Lieverse ook uitermate goed gezegd heeft: dit doet niks met de begroting zelf, het is uitsluitend het extra aandacht vragen voor deze twee punten, die wat ons betreft echt essentieel zijn en waar we hopen, dat de collega’s ermee zullen instemmen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Ruijtenberg en natuurlijk ook bij de woorden van meneer Lieverse, die dit amendement in eerste instantie heeft voorbereid. Ik was niet helemaal alert met het bijhouden van mijn email, anders had mijn fractie ook mede indiener geweest. Het is inderdaad zoals al toegelicht door de beide heren een belangrijke toevoeging. De zienswijze is goed zoals die is, maar er staat een aantal belangrijke punten in. De kadernota gaat uit van een financiële stabilisatie van de regionale jeugdhulp en ook van een gestage uitgavereductie door jaarlijkse 9/21

besparingsopbrengsten, die moeten voortvloeien uit de transformatie van de jeugdhulp. Iedereen die hier zit weet hoe moeilijk dat is en hoeveel kinderen en jeugdigen nog wachten op geschikte, passende hulp en zorg. Die wachtlijst is lang, dus wil ik nog een keer nadrukkelijk aandacht voor vragen. Dat vind ik juist helemaal passend in deze zienswijze. Het vult hem aan en is zeker geen oproep om de begroting te wijzigen. Verder vond ik de vraag van de heer Bergwerff ook interessant. Wat heeft de wethouder geprobeerd en wat waren daar de tegenkrachten eventueel? Ik denk dat het fijn is om daar een korte update van te horen van de wethouder als dat kan. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik zit nu een beetje te dubben of ik hier uitgebreid op inga of dat ik meneer Bergwerff voor een belangrijke inhoudelijke bespreking toch verwijs naar de commissie samenleving, waar we het aan de hand van de jaarrapportage ook nog wel uitgebreid gaan hebben over de ontwikkelingen in de jeugdzorg. Maar even een kleine toelichting is wel op zijn plek. Ik begin maar bij de reactie van het college op het amendement. Dat amendement is wat mij betreft, wat het college betreft, een goede onderstreping en nog een scherpere duiding van de zienswijze, dus met het amendement kan het college leven.

We vinden het ook goed om die problematiek echt scherp aan te zetten, want dat is het wel. Dat merken we in de hele regio, er is geen enkele gemeente die daarop een uitzondering is. Zoals u weet: we zijn met zijn vijftienen. Vanuit de 15 gemeenten staan die kinderen op een wachtlijst als het gaat om de specialistische jeugdzorg en dat vindt geen enkele wethouder prettig. Dat vindt ook geen enkele zorgaanbieder prettig. Ik kan aangeven dat er in ieder geval heel hard aan gewerkt wordt. Er zijn ook geen kinderen meer op de wachtlijst van een specifieke aanbieder, maar ze staan allemaal samen op de wachtlijst. De aanbieders kijken inmiddels samen met de gemeenten: wie kan een kind het beste helpen op de snelste manier? Dat is echt wel een andere ontwikkeling dan dat er in 2019 was, dus daar winnen we wel. Maar we zien wel, waarschijnlijk dankzij corona, er wel veel meer kinderen met ernstige problematiek zijn en dat is heel schrijnend.

Waarom de begroting een soort worsteling is geweest, heeft daar ook wel mee te maken, want in 2019 waren we bezig met de begroting voor de komende jaren en hebben aan de hand van een taakstellende kadernota een format van Vlaardingen alle 15 gemeenten zo’n zelfde format ingevuld: hoe kunnen wij de transformatie vertalen in financiën en wat zou dat dan kunnen betekenen aan het invullen van een taakstelling op regionaal niveau? Daar heeft iedereen echt heel erg zijn best voor gedaan en daar zijn we ook mee aan de slag gegaan. Wat we nu zien dankzij corona in 2020 is dat er veel meer kinderen zijn, die met een specialistische hulpvraag zich melden bij gemeenten of bij huisartsen of zelfs via een medisch circuit die kant op komen. En dan komt er dus een discussie: gaan we vooral aan de slag met die wachtlijsten en gaan we realistisch begroten? Ik ben er eentje van Lansingerland, dat is wel duidelijk, waar ik dus voorstander van ben als wethouder financiën: je kan maar beter realistisch begroten anders moet je misschien halverwege het jaar al iets bij gaan stellen op basis van ontwikkelingen, die je ziet. Maar er zijn ook gemeenten, die met o.a. de jeugdhulp financiële problemen hebben, waardoor ze al het zwembad moeten sluiten of iets met voorzieningen moeten doen in het dorp en die ook echt wel die kadernota als kaderstellend wilden houden ook voor de begroting.

Dus het was in die zin echt een pittige discussie in het algemeen bestuur. Daar gaat de raadsrapporteur in de volgende versies ook kennis van nemen, hoe dat er soms aan toe gaat. Ik denk dus dat de zienswijzen vanuit de 15 gemeenten daar ook weer kleur aan geven, die de 15 gemeenten hebben. Onze raad zit er in: wees realistisch, reken je niet rijk met taakstellingen, die je misschien niet kunt halen. Daar ben ik op zich blij mee, dus ik denk dat het goed is dat u de taakstelling aan de ene kant noemt en de realistische begroting in de zienswijze goed stevig neerzet en ook nog oproept: beste wethouders, beste regio, beste aanbieders, sluit de ogen niet voor de problematiek van deze jongeren, want die is groot. Dat is het wat mij betreft. Dus nogmaals: het college kan instemmen met het amendement, dat is ingediend door de heer Lieverse en de heer Ruijtenberg. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: De wethouder was verantwoordelijk voor hetgeen er lag en waar wij nu een zienswijze op reflecteren. Ik begrijp, dat het een soort compromis is geworden tussen de deelnemende gemeenten. De suggestie, die de wethouder deed om in ieder geval het onderwerp te laten zijn bij de straks te ontvangen jaarrapportage sociaal domein, dat we daar dan toch even de temperatuur van het badwater meten hoe het dan zit. Dan had ik bewust nog niet gereageerd op het amendement van CU en GL.

Laat ik in eerste instantie nog even zeggen, dat wij de zienswijze, zoals die er ligt, konden onderschrijven en de opstellers eigenlijk wel willen complimenteren in aanvulling op wat meneer Ruijtenberg van GL zei. En een beetje in het verlengde van de heer Kampinga: het is wel een amendement dat valt onder de noemer: open deur. Want het is gewoon de problematiek, die er is. Dat hoor ik de wethouder ook zeggen. En het benadrukken van de juiste twee genoemde problemen geeft aan hoe serieus de raad deze twee problemen onderschrijft. Dat wordt ook nog herbevestigd door de wethouder. Om die reden zullen wij volmondig 100% achter dit amendement staan en dus voor stemmen. Dank u wel. 10/21

De heer Kampinga, VVD: Misschien een nabrander op de eerste oproep. Ik begrijp, dat er geen onoverkomelijk probleem is met het amendement. Dat is negatief, maar dat bedoel ik niet. Het is eigenlijk van: niet geschoten is altijd mis, kom maar op. Natuurlijk heeft het alle aandacht in het bestuur, maar het kan nooit kwaad om het vanuit Lansingerland nog een keertje te roepen. Begrijp ik dat goed? Wethouder Van Tatenhove: Dan denk ik, dat ik vooral moet reageren op meneer Kampinga, want meneer Hoppenbrouwer had verder geen vraag. Ik vind dat iets te negatief geformuleerd, meneer Kampinga. Ik zie het juist als een oprechte zorg vanuit onze raad. Dan vind ik het ook wel terecht, dat het nog eens wordt onderstreept of benadrukt of hoe u het ook wil noemen ten opzichte van hoe het in de zienswijze is geformuleerd. Dus ik neem de alinea graag op. Het is uiteindelijk uw zienswijze en die gaat dan naar de regio en dan gaan we daarmee aan de slag. Volgens mij ziet u het probleem scherp en zegt u: wij willen dat de regio daar de ogen niet voor sluit. Daar voel ik mij prima bij. De heer Kampinga: Dat is precies wat ik zeg, dacht ik. Wij hebben een positieve grondhouding, nietwaar? Uiteraard. Alleen, in het AB gaat het nergens anders over dan over de punten, die in het amendement staan. Het is een leuke extra aanmoediging, zeg maar.

De voorzitter: We beschouwen dit als een interruptie van de heer Kampinga. De voorzitter: Dank u wel voor deze tweede termijn, wethouder. Dan gaan we naar de stemming, allereerst over het amendement. Wenst u stemming over dit amendement? Dat is niet het geval, daarmee is het amendement aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we naar de zienswijze GR jeugd. Wenst u stemming over de aldus geamendeerde zienswijze? Dat is niet het geval. Daarmee stellen wij de zienswijze vast. 6.f Zienswijze begroting 2022 gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond (GGD-RR) De heer Lieverse, CU: Ook dit amendement wordt ingediend samen met GL. Vooraf. Ik denk dat ik namens alle fracties spreek als ik vast stel dat de gigantische meerkosten van alle GGD’en door het rijk zullen worden betaald. Dat is ook logisch als crisismaatregel. Ook vinden we het op zich goed hoe een aantal dingen geformuleerd worden in zowel het jaarverslag 2020 als de begroting 2022 onder andere of met name het punt dat er lessen getrokken moeten worden uit de coronacrisis. Om te voorkomen dat het lessen zijn of dat er een opmerking is die te vrijblijvend blijft zonder een grondige analyse stellen we voor om dit aan te scherpen op twee punten.

Op sommige punten doet het misschien wat medisch inhoudelijk aan, maar ik denk dat ook in social media en ook in de diverse kranten, in het AD bijvoorbeeld, ook over deze problematiek regelmatig geschreven wordt de laatste tijd. Wij stellen voor om onder gevolgen coronacrisis twee alinea’s toe te voegen, die twee aparte punten betreffen. Ik lees ze voor. A2021-011 De nadelen van de bezuinigingen van de afgelopen jaren bleken in het voorjaar van 2020 extra hard toen in allerijl ook onze GGD uitgebouwd moest worden om de infectiebestrijding van een nieuw virus aan te pakken. Dat hieruit lessen geleerd moeten worden met betrekking tot de preventieve taken van de GGD zeggen wij na. Onze GGD moet voor een nieuwe uitbraak sterker in de startblokken staan. Daarbij willen we dat nadrukkelijk gewerkt wordt aan de groeiende problematiek van antibioticaresistentie. Antibioticaresistentie is toenemend een probleem door zowel de migratie van mensen, die hier voor langere tijd wonen, dat kunnen arbeidsmigranten zijn, dat kunnen mensen zijn die op ambassades werken enzovoorts, als ook door de toename van de mobiliteit. Wij zelf ook door ons reisgedrag brengen bacteriën mee, dat hoeft niet perse tuberculose van exotische aard te zijn. Zelfs huidbacteriën, de MRSA, zoals dat heet, zijn een groot risico gebleken in ziekenhuizen. Een andere alinea.

Naast de basistaken heeft de GGD functies op het gebied van de publieke gezondheidszorg. Voor één specifiek onderdeel verlangen we dat de GGD extra initiatieven ontplooit, namelijk voor een mentale gezondheid van onze jeugd na de coronacrisis. Tot zover. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Eerst wat er passeert. L3B wil waardering en complimenten uitspreken over de organisatie en de inzet van de GGD in de afgelopen periode rondom corona. Dat willen wij toch nog extra benadrukken. Ook verder dank voor de beantwoording van de technische vragen. Het staat overigens 1-0 voor Nederland. Hierop reflecterend lijkt het erop, dat Lansingerland ten opzichte van de overige deelgemeenten een hoger risicoprofiel kent. Ik heb vragen gesteld: waarom betalen wij nu in het variabele pakket € 2,15 naast het basispakket. Wij zitten in de top 3 van gemeenten. Nu blijkt dat dat zit in het aantal inspecties bij de kinderopvang. Ik krijg nu de indruk, dat daar kennelijk code rood aan de orde is, waardoor dus extra geld geïnvesteerd moet worden om inspecties te doen. Ik wil de wethouder vragen of wij ons daar nu zorgen over moeten maken. Verder het amendement. Het doet een beroep op 11/21

scherpte in de taakopvatting van de GGD en daar kan je nooit op tegen zijn, dus dat amendement zullen wij steunen. Dank u wel. De voorzitter: U was de griffier voor. Ik kan u zeggen, dat de griffier goed op de hoogte is van onze nationale hobby. De heer Kampinga, VVD: Ik mag vanavond voor het laatst kort het woord voeren. Het amendement is ons sympathiek. Ik ben eigenlijk heel benieuwd naar de raadsrapporteurs, welke taak die mee gaan krijgen. Wat is nou eigenlijk een limitatieve of juist niet limitatieve opsomming van alles wat je maar kunt toevoegen aan een zienswijze. Daar moeten we vooral kritisch in zijn, denk ik. Dat is in dit geval het geval, maar daar moeten we vooral op letten. Dank u wel. Mevrouw Bouman, CDA: Ik denk dat ik even iets meer ga vertellen. De GGD heeft heel veel inzet gedaan en ik ben het absoluut eens met de heer Hoppenbrouwer. Echter, de GGD heeft ook wel de nodige kritiek het afgelopen jaar over zich heen gekregen. Waren zij wel klaar toen de pandemie over ons heen kwam? Welke lessons learned uit dit hele gebeuren? De aanpak, de onvoldoende voorbereiding, de onderschatting van het gevaar van infectieziektes, hebben we voldoende fte, enzovoorts. Helaas moet ik dan ook wel melden: zijn de GGD’s straks wel klaar? Ik hoop niet dat er weer een pandemie over ons heen komt of het infectie Covid is of iets anders wat zich dan eventueel zou kunnen voordoen.

Ik heb daar wel mijn zorgen over. Als ik dan kijk naar de GGD, zoals het bij ons georganiseerd is, dan is Rotterdam de eigenaar van de GGD, personeel en organisatie vallen onder hen. Risico’s zijn voor de gemeente Rotterdam. Dat is een uitzondering in het landelijk gebeuren, dat heb ik begrepen. Maar, waar ik ook wel mee zit, is de vraag: hoe zit het eigenlijk met de verantwoordelijkheid die de betrokken gemeenten hebben in deze gemeenschappelijke regeling? Zijn wij als gemeente betrokken en de betrouwbare overheid, welke klaar staat bijvoorbeeld t.a.v. de publieke gezondheid? Hoe gaat dat? Hoe kijkt de wethouder daar tegen aan? Los van het feit dat men zal zeggen: we hebben het uitbesteed aan de GGD. Ik ben wel benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Dan t.a.v. het basispakket. Ik heb begrepen, dat dat vanaf 2023 gaat veranderen. Met name preventie zal daar toch wel een belangrijk onderdeel in zijn, wat nu ook al in het basispakket zit, maar er zal nog meer gedaan gaan worden. Naast dat preventiepakket is er ook de infectiebestrijding. Dan is de vraag, we hebben het er net al even over gehad: welke lessons learned? Dat zou ik heel graag willen weten. Ook t.a.v. wat er nu in de zienswijze staat. De zienswijze gaat meer over de centen. Prachtig, dat het binnen de begroting valt. Niet ondenkbaar is dat vanaf 2023 er iets meer over ons heen komt t.a.v.

wat wij zouden moeten gaan betalen. Maar wat ten aanzien van de items als preventie, infectiebestrijding? Wat moet ik daar onder verstaan? Hoe gaat de GGD daar over denken? Wat is het beleid in deze? In hoeverre wordt de raad daarbij betrokken c.q. over geïnformeerd? Dan praten we misschien wel met zijn allen over ons graf en zal het wel na de verkiezingen zijn, maar het zou toch wel mooi zijn als de wethouder daar een toezegging over gaat melden. Los van het feit dat het financiën zijn, maar ook wat de zienswijze t.a.v. de beide items, preventie en infectiebestrijding, wat dat allemaal gaat worden. De zienswijze, wat er gemeld is over de centen: mooi, maar ik zou graag iets meer willen hebben, meer vermeld willen zien over het feit wat de GGD allemaal gaat doen, dus los van het financiële ook t.a.v. het beleid in deze. Dan nog even naar het amendement van de CU. Dat kunnen wij volledig onderschrijven. Ik heb nog wel een vraag aan de heer Lieverse, dat is t.a.v. de basistaken op het gebied van de publieke gezondheidszorg. Er staat: er moeten extra initiatieven ontplooid worden met name voor de mentale gezondheid van onze jeugd. Ik begrijp dat u aangeeft: ter voorkoming van dat jeugd meer gebruik moet maken van jeugdzorg enzovoorts. Dat staat ook wel in het basispakket.

Maar er zijn toch ook een heleboel ouderen of eenzamen, die toch ook wel de nodige consequenties ondervonden hebben van deze hele vervelende coronacrisis? Waarom is dit ook niet in het amendement meegenomen? Waarom is het sec beperkt gebleven tot de jeugd met misschien de toevloed naar de jeugdzorg? Daar was ik even benieuwd naar. Dank u. De heer Jumelet, WIJ: Wederom mag ik het woord voeren bij afwezigheid van de heer Hoek. In navolging van mevrouw Bouman is het ook wel interessant om als gemeente ook in de spiegel te kijken: wat is onze rol geweest in de afgelopen jaren als het gaat om de GGD in staat te stellen haar werk te doen en al haar taken uit te voeren? Daarom zijn we het ook van harte eens met het amendement, met name als het gaat om de lessons learned vanuit de afgelopen crisis of de crisis, die nog steeds loopt en wellicht bij toekomstige crisissen. In hoeverre zijn wij in staat om de GGD met elkaar zodanig toe te rusten, dat zij beter en sterker in de startblokken staat om de crisis aan te pakken? Op het moment dat je terug kijkt, dan denk ik dat ook wij als gemeente, als gemeenten, in de spiegel moeten kijken: wat is onze rol geweest, waardoor de GGD onvoldoende of in mindere mate in staat is geweest om een goede start te maken bij de bestrijding van. Het tweede punt in het stuk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=54cc6205-8a7a-4279-b319-08c397599649