CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0096 Verslag gemeenteraad d.d. 3 juni 2021

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering35.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ik laat daar mijn oren niet naar hangen. Ik heb de indruk, dat juist uw amendement uw oren daar naar laat hangen. Wij kiezen voor het algemeen belang. Dat is wat de intentie is van het amendement, zoals dat door CDA, VVD en L3B is ingediend. Dat wil ik echt benadrukken. Ik heb het hele woord Bleiswijk nog niet in mijn mond gehad vandaag, dus daar was ik apetrots op. Dus de vergelijking, die u maakt, vind ik niet juist. Mevrouw Verhoef: Ik had het over mevrouw Draak. Zoals ik zeg: het sportaccommodatieplan wordt door een gemeenteraad vast gesteld en die doen dat allemaal in het belang van de diverse sportverenigingen. Daar zijn we het dan gelukkig over eens. Volgens mij heb ik over deze 2 amendementen eigenlijk genoeg gezegd. Het enige wat ik nog wel wil zeggen: de heer Hoppenbrouwer kan dus eigenlijk niet instemmen met het afwegingskader, denk ik dan, want hij betwist eigenlijk de effectiviteit of de effecten van dit kader. Het is een soort rare loep waarin we terecht gaan komen als uw amendement wordt aangenomen. Ik wil nog even terug gaan naar het vierde sportpark. Daarvan zegt de wethouder, dan moet ik de tekst terug zien te vinden, maar het komt er eigenlijk op neer: we gaan wel kijken tegen de tijd dat we bij de 75.000 inwoners zijn, het is nu nog te vroeg, er is nog genoeg plek. Maar ons amendement zegt juist, sorry, onze motie zegt juist: je moet erop anticiperen.

We zeggen niet dat er een nieuw sportpark bij moet, maar wees nu al alert in de komende 2, 3, 5 jaar dat die mogelijkheid zich misschien een keer voordoet, dat er een vierde sportpark is. Eigenlijk roepen we daartoe op: wees alert, anticipeer. Dus het lijkt ons in die zin niet overbodig. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Als eerste even naar de beantwoording van de wethouder. Ik heb wel gehoord, dat zij de motie ontraadt, maar ik heb niet echt gehoord, dat er bepaalde punten zijn waar echt bloed uit vloeit, om het zo te zeggen. Een aantal van mijn collega raadsleden lijkt net te doen, meneer Hoppenbrouwer refereerde daar ook aan, alsof morgen, als we dit plan nu niet aannemen, de sport in Lansingerland ten dode is opgeschreven. Dat is natuurlijk gewoon echt niet waar. Er wordt gewoon door gesport, ook als we dit plan iets later vast stellen dan we oorspronkelijk hadden gepland. De heer Hoek 11/36

heeft voor mij wel, daar wil ik hem een compliment voor geven, want het is wel een zoektocht dit, maar hij heeft voor mij de vinger op de zere plek gelegd op twee punten. Hij noemde ons de coalitie van de daadkracht. Dat deed mij best zeer, want dat willen wij ook heel graag zijn. Alleen, wat ik juist gemist heb, is de daadkracht van onze coalitiewethouder op dit dossier. Dan over het afwegingskader. Als de VVD naar het afwegingskader kijkt, dan zijn we het daarmee eens, dat hebben we ook telkens gezegd. Het is inderdaad de uitkomst van dat afwegingskader in het sportplan, dan wil ik even uit de details blijven, daar is meneer Hoppenbrouwer sowieso toch beter in, als je dan kijkt naar wat eruit komt, dan matcht dat voor mijn gevoel niet met de praktijk op het Hoge Land en ook in de rest van onze gemeente bij voetbal, hockey en tennis, dus onze drukste sporten zogezegd. De heer Jonker: Niet om flauw te doen, maar ik denk dat iedere partij zijn eigen afweging maakt t.a.v. zijn standpunt over een agendapunt. In uw eerste termijn heeft u gezegd, dat u het grotendeels eens bent met het accommodatieplan.

Wat zijn nu voor u de specifieke punten, waarom u nu wilt uitstellen, die u niet kunt verwoorden in een amendement voor aanpassingen? Waarom u nu zegt: we gaan uitstellen? Welke punten zijn dat? De heer Hoek: Mevrouw Draak zei: ik vind het afwegingskader goed, ik ga niet in op de details, waarom ik het op onderdelen niet eens zou zijn. Maar daar gaat het natuurlijk specifiek om. Dat wil ik wel weten. Het is raar, dat je het eens bent met het afwegingskader, vervolgens een amendement of motie indient om het allemaal uit te stellen en niet aangeeft waar dan de schoen wringt specifiek. Ik vind dat ik er recht op heb om dat te weten. Mevrouw Verhoef: Ik heb een vraag in de lijn met wat de heer Hoek nu stelt. Mevrouw Draak zegt, als ik het goed hoor: het afwegingskader is goed, maar het pakt niet goed uit, er worden investeringen gedaan die in mijn ogen eigenlijk niet moeten en er worden geen investeringen gedaan die eigenlijk wel moeten. Dan klopt dat afwegingskader toch niet? Want anders zou het wel goed uitpakken, want daar is een afwegingskader voor bedoeld, dat je doet wat het allermeest urgent is. Dus kunt u mij zeggen: wat wilt u veranderen aan het afwegingskader? Waarom zou u het netjes in een lijst leggen en wel accepteren met het amendement, dat u voorstelt, als u het geen goed kader vindt, want dat pakt niet goed uit.

Mevrouw Draak: Ik ga proberen deze drie interrupties in één keer proberen mee te nemen en een deel van het antwoord zou in het volgende deel van mijn tweede termijn ook zijn gekomen. Als je nu kijkt naar het afwegingskader en je leest de tekst, dan voelt dat redelijk. Als je kijkt naar wat er uiteindelijk uit komt, en dan wil ik er ook nog bij vermelden dat bij de beeldvorming in maart bleek dat er toch wel iets minder in de sport werd geïnvesteerd dan we oorspronkelijk hadden gepland, dus het is allemaal een stuk kariger uitgepakt dan we oorspronkelijk hadden bedacht, als je dan kijkt dat met de 3 grote sporten op de 3 sportparken in onze gemeente het spaak loopt met name in Berkel en Rodenrijs en dan komt eigenlijk het belangrijkste punt, en de wethouder geeft niet het gevoel dat de acties, die zij van plan is te doen of juist niet van plan is te doen, die zorgen gaat invullen, dan hebben we maar één keus en dat is het plan niet vast stellen, want als we het wel vast stellen, dan gaat de wethouder dus onze zorgen niet invullen, want ze vindt blijkbaar dat wat er nu staat, dat dat genoeg is en wij aarzelen bij de VVD op de lange termijn of nu wel de juiste dingen worden gedaan, want de capaciteit is super, super krap op onze 3 grootste sporten over onze hele gemeente.

Als je dan niets aan optimalisatie doet of in ieder geval, u zei net ook nog, mevrouw Verhoef, dat er kernen tegen elkaar worden uitgespeeld, integendeel, dat is het allerlaatste wat de VVD denkt dat er gebeurt, wat er juist niet gebeurt, is dat de 3 kernen in onze gemeente aan elkaar worden geknoopt en met elkaar worden verenigd om zo met elkaar het probleem op te lossen, zodat het geld, dat wij gaan uitgeven van al onze inwoners in Lansingerland goed wordt uitgegeven voor de 23% van onze inwoners in Lansingerland die sporten in een vereniging. De voorzitter: Geeft u, mevrouw Verhoef, even de gelegenheid aan mevrouw Draak, omdat ze 3 interrupties tegelijk moet beantwoorden. U drukt heel snel weer op de knop. Ik geef mevrouw Draak even de ruimte om door te gaan. Mevrouw Verhoef: Ik wachtte netjes tot mevrouw Draak dit stukje heeft afgerond. Ik schrik eigenlijk van wat mevrouw Draak zegt. Want mevrouw Draak zegt: ik vind het afwegingskader goed, maar zoals het nu eigenlijk door de wethouder wordt opgepakt, zeg maar de interpretatie en de keuzes die zij maakt, dat doet de wethouder niet goed. Ik zou bijna zeggen: dan had u een motie van afkeuring of iets richting de wethouder moeten opstellen, want blijkbaar doet zij iets niet goed met een prachtig afwegingskader.

Is dat dan wat u wilt zeggen? Mevrouw Draak: Als wij een motie van afkeuring hadden willen indienen, dan hadden we dat wel gedaan, maar daar is natuurlijk helemaal geen sprake van. Wat wij hebben geprobeerd is het plan aan te scherpen of in ieder geval een aantal scherpe toezeggingen te krijgen, die onze zorgen zouden invullen. Dat is niet gebeurd en daarom denk ik, nogmaals, dan kom ik even terug bij waar ik mee begon, ik heb van de wethouder wel gehoord, dat ze het afraadt, maar niet dat er bloed uit vloeit. Dus de intentie is met dit amendement om onze zorgen alsnog wel ingevuld te zien. Mevrouw Bouman heeft er ook aan gerefereerd: dit hoeft niet 15 maanden te duren tot Q3-2022. Als de wethouder dat nog in deze termijn, want blijkbaar is de oppositie erg bang dat de verkiezingen roet in het eten gooien, maar dat hoeft helemaal niet. Wat ons betreft kun je binnen een aantal maanden alsnog met geruststellingen komen om het plan goed te keuren, want die liggen er nu niet. En er vloeit geen bloed uit als we het amendement aannemen. Daar wil ik het eigenlijk bij laten. De heer Jonker: In relatie tot het uitstel, dat u propageert middels dit amendement, wat u ook uitgebreid heeft toegelicht, wil ik u nog een concrete vraag stellen, want dat bent u aan de kiezers en aan de kijkers verplicht. U gaat uitstellen.

Dan is mijn vraag: welke acties verwacht u van de wethouder tijdens dat uitstel? Wat moet zij gaan doen? Zij heeft iets niet goed genoeg gedaan, maar dan moet ze dus iets wel gaan doen. Ik ben benieuwd 12/36

wat dat is. En wat is uw planning? Een paar maanden vind ik echt te vaag. Er moet ook boter bij de vis, mensen duidelijkheid geven: wat is voor u de maand waarin u vindt dat dit dan wel kan worden afgerond? Dat lijkt me heel fijn. De heer Lieverse: Ik had met name een vraag over de termijn, die nu genoemd wordt door mevrouw Draak. Dat had ik anders aan mevrouw Bouman gesteld. Nu wordt een amendement voorgesteld, waarin gesproken wordt over uitstel van anderhalf jaar, maar u doet nu ook de suggestie dat er over een paar maanden ook al over gesproken kan worden. Ik begrijp niet zo goed wat er nu gaat gebeuren, wat het voorstel precies is. Mevrouw Draak: De vraag van de heer Jonker, ik ben hem heel even kwijt. Uw eerste vraag ging over wat ik wil van de wethouder. Ik heb dat meerdere keren al genoemd, dus voor de zekerheid doe ik het dan nog een keer. Wij zouden willen dat er meer uit de capaciteit van de buitensporten wordt gehaald door het meer optimaliseren tussen de kernen. Dat is één. En voor wat betreft de termijn, ik probeer juist tegemoet te komen aan de zorgen, die een aantal van u heeft om het plan uit te stellen. Wat wij hebben uitgerekend: als wij uiterlijk in Q3-2022 dit plan zouden vast stellen met elkaar, dat we slechts één begrotingsjaar vertraging krijgen voor de investeringen, die vanaf 2025 gaan lopen. Dus Q3-2022 is prima.

Wat ik daarbij aangetekend heb, is: het hoeft zolang niet te duren, het kan ook eerder. Mevrouw Bouman, CDA: Even terug naar de wethouder. Bedankt voor de beantwoording. De technische vraag is helder: geen € 35.000 zoals in de bijlage staat. Maar stel dat er stemming komt, dan is het € 25.000. Dat is buiten kijf, zoals het er nu staat. Er zijn een heleboel dingen over en weer gegaan. Dan denk ik: ja, daadkracht enzovoorts. Dan denk ik: ik ga echt niet herhalen wat mevrouw Draak en de heer Hoppenbrouwer gezegd hebben. Ik heb gezegd: optimalisatie van de sportaccommodaties. Dan is er ook een rol weggelegd voor de wethouder om in deze toch duidelijk langs de sportverenigingen te gaan en te gaan communiceren en helder te krijgen: waar zit het nu, waarom kunnen we niet optimaal gebruik maken van elkaars ruimten, zowel binnen- als buitensport? Ik heb al eerder gezegd: er zal geen bloed vloeien. Het is al een paar keer genoemd. De investeringen voor de jaren na 2025, dat wij tot uiterlijk Q3-2022 gewoon de ruimte hebben om een aantal gegevens boven water te krijgen. De heer Hoek: U had hem al kunnen verwachten natuurlijk, want ik stel aan alle indieners dezelfde vraag.

Bent u het eens met het afwegingskader, vindt u dat goed? Op welke onderdelen vindt u dat het afwegingskader dusdanig afwijkt, dat het voor u reden is om uitstel te vragen? Mevrouw Bouman: Als u goed leest wat er staat, want wij zeggen van het afwegingskader, dat het prima is. Er staat: in de tussentijd het afwegingskader t.b.v. verzoeken van investeringen zoals beschreven in hoofdstuk 4 van bovengenoemd plan te hanteren bij besluitvorming over toekomstige investeringen in sportaccommodaties. Meneer Hoek, daar gaat het om. Prima dat het er zo staat. Dan kunnen alle verenigingen daar rekening mee houden. Met andere woorden: het afwegingskader vinden we, zoals het er nu staat, prima. De heer Hoek: Maar het hele afwegingskader gaat toch altijd over toekomstige plannen? Dat is toch niet anders? Als we hem nu vast stellen, gaat het toch ook over de toekomst? Sterker nog, het gaat tot 2030. Dus ik snap nou niet waar wat u betreft de schoen wringt. U heeft mij niet kunnen overtuigen met argumenten, dat het nu een compleet ander verhaal wordt. Mevrouw Bouman: Een compleet ander verhaal. Het is al gemeld: de zorgvuldigheid. Hoe zit het met de ontwikkelingen bij de sportverenigingen, hoe gaat het allemaal lopen? Dan kunt u uw hoofd schudden, dat zij natuurlijk allemaal zo, maar we willen daar wel duidelijkheid en helderheid over.

Er is een mooie rol voor de wethouder weg gelegd, om te zeggen: wat is er nou t.a.v. corona? Dan kan je zeggen: ja, al die sportverenigingen hebben al gereageerd. Nee, niet alle sportverenigingen hebben gereageerd, dat is niet zo. Wat is er op tegen om het nou even een aantal maanden uit te stellen? De heer Lieverse vraagt naar het aantal maanden. Er is gezegd: uiterlijk. Als de wethouder met de sportverenigingen in gesprek gaat en dat kan, of ze dat nou via dialogen doet of via een bezoek, dan komt er helderheid t.a.v. wat er allemaal gaat gebeuren, zowel bij de binnensport als bij de buitensport. Het is wel van belang, dat er helderheid komt t.a.v. de ontwikkelingen van het ledenaantal. Dan zeg ik: wij blijven gewoon bij het standpunt t.a.v. hoe wij kijken naar het accommodatieplan. De heer Hoek: Ik vroeg me af wiens verantwoordelijkheid dat nou is, als een vereniging niet reageert. Als je het hebt over eigenaarschap en opkomen voor je toko, dan ligt de verantwoordelijkheid primair bij een vereniging om te reageren. Reageer je niet, dan ga ik ervan uit: wie zwijgt stemt toe. Dat is de verantwoordelijkheid van een vereniging. Mevrouw Verhoef: Ik weet niet meer of ik op hetzelfde punt aansloeg. Mijn gedachte was eigenlijk, en dat was in iets wat mevrouw Bouman zei.

Ik vind dat we juist met deze discussie en met dat uitstellen, dat we nu de suggestie wekken bij de verschillende sportverenigingen: we gaan uw wensen wel honoreren en we regelen er ook nog wel een zak met centjes bij. Die dan toch pas volgend jaar vast gelegd kan worden. Het schept ook verwachtingen, die we vanwege beperkte middelen ook niet waar kunnen maken. Mevrouw Bouman: Even over de verantwoordelijkheid: ligt die bij verenigingen? In mijn optiek is het een samenspel van. Er is altijd door de verenigingen het e.e.a. in een grijs verleden, en dat is nog niet zo heel lang geleden, wensen en items naar voren gebracht. Dat het misschien in de tussentijd even wat bijgesteld is, maar een goede optimale communicatie, want u weet dat communicatie ongelooflijk moeilijk is, dan denk ik: laten we goed met elkaar in gesprek blijven, als ambtenaren en wethouder, om te kijken hoe bepaalde ontwikkelingen zijn, zowel met het ledenbestand als allerlei andere ontwikkelingen. Dat is even mijn punt. Dan ga ik nu nog even over naar de motie t.a.v. het antwoord van de wethouder. Jammer, dat onze wethouder meldt: we houden ontwikkelingen in de gaten en komt het t.z.t. wel. Dan denk ik: dat kan 13/36

toch niet de bedoeling zijn? Honoreer nou ook, dat wij als raad nog even goed naar een visie en een toekomst kijken: wat zijn de ontwikkelingen? Dat zien wij toch duidelijk wel. Houd dan alvast rekening met onze motie, waarmee we zeggen: houd rekening met wat er allemaal aan items over ons heen komen. Kom dan niet te laat, want dan is het te laat. Ik heb in de commissie al gemeld: als we pas gaan kijken als we 75.000 inwoners hebben en denken oh ja, dan is het vol gebouwd. Dan hebben we misschien het nodige voor natuur en groen, hopelijk blijft dat. Of er zijn woningen of er zijn bedrijven. Dan zeg ik: laten we gewoon dit item in een motie vatten en naar voren brengen. Laten we dit toch even goed omarmen, jongens, wij hebben toch ook een bepaalde visie. Dan zeggen wij: kijk ernaar, college, doe er iets mee. Niks ten aanzien van de financiën, nee: houd rekening met. Dat wilde ik nog even in de tweede termijn naar voren brengen. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Ik ben eigenlijk benieuwd hoe de verenigingen de communicatie kwalificeren als 3 partijen op het laatste moment de stekker eruit trekken. Daar ben ik ook wel zeer nieuwsgierig naar, hoe zij die communicatie gaan ervaren. Ik constateer dat mevrouw Verhoef een prachtige beeldvorming heeft georganiseerd m.b.t. de verenigingen.

Dat we daar een prima net hebben kunnen ophalen en dat wij daar een goed beeld hebben gekregen van hoe verenigingen erin zaten. Ik wil de wethouder complimenteren, want ja, vorig jaar lag er een plan dat op onderdelen door de verenigingen niet gewaardeerd werd. De wethouder heeft de handschoen volledig opgepakt en er is aanvullend onderzoek op verschillende onderdelen gedaan en er ligt nu een, wat mij betreft, prima plan dat van A tot Z in orde is. Met deze methodiek, dat de wethouder dus de handschoen oppakt en in de goede richting weer verder investeert, daar zouden andere wethouders wellicht een voorbeeld aan kunnen nemen. De wetravelden, de heer Hoppenbrouwer zei dat het mijn insteek was om een wetraveld in te ruilen voor een kunstgrasveld. Dat heb ik geprobeerd, maar de verenigingen lieten weten dat de wetravelden 10 jaar oud waren. Ik heb bedacht: joh, als jullie er dan 1 jaar versneld een kunstgrasveld van maken en je verlengt de afschrijving 1 jaar, dan kan je redelijk snel gebruik maken van je kunstgrasveld. Maar in de antwoorden op mijn technische vragen werd duidelijk, dat de wetravelden 2 jaar geleden helemaal zijn opgeknapt. Dan moeten we toch constateren, dat of de verenigingen niet volledig of genoeg aan de bel hebben getrokken om meteen die verandering teweeg te brengen of wij hebben zitten slapen, maar een andere conclusie heb ik op dit moment niet.

Verder m.b.t. de motie van de PvdA en het CDA over het reserveren van gronden m.b.t. een uitbreiding sportvoorziening. De heer Hoppenbrouwer: Ik probeer toch nog één keer bij meneer Hoek. Die wetravelden, dat heeft u inderdaad netjes aangekondigd, dat u daar door werd verrast, dat ze net vernieuwd waren. Volgens mij is dat uitvoering van het college. Ik heb begrepen, dat ik vooral niet in de uitvoering moet gaan zitten. Bent u het met mij eens, dat als u kijkt naar de gezamenlijke brief van TOGB en CVV Berkel, dat op het moment dat wij geen versnelling doorvoeren van de wetra- naar de kunstgrasvelden, dat er dan straks een capaciteitsprobleem is? Zij geven nu al aan 2 wedstrijdvelden te missen, volgens mij zelfs nog per vereniging, maar dat durf ik niet te zeggen, of het er 2 of 4 zijn, en een half trainingsveld. Wat vindt u daar dan van? U houdt daar helemaal geen rekening mee. De heer Hoek: Dat doe ik nou juist wel, want ik heb juist geprobeerd om wel dat kunstgrasveld te realiseren en u niet. Maar je moet wel doen wat in je mogelijkheden ligt. Overigens zijn er bij BVCB wellicht ook nog mogelijkheden voor de time being. Ik snap dat er uiteindelijk een keer een goede oplossing moet komen, maar in die richting kan je het ook zoeken. Tot slot de motie van de PvdA: die kunnen wij prima steunen, waar je nadenkt over het reserveren van grond voor een sportpark.

Wat ik wel mee wil geven, als het inderdaad aangenomen wordt, dat het wel belangrijk is dat wij ook communiceren, dat op het moment dat de sportvelden niet doorgaan, dat woningbouw in de buurt niet kan claimen dat daar nooit woningbouw zou komen. We hebben in Bergschenhoek een uitbreiding van de begraafplaats. Daar ligt een heel stuk grond al jarenlang braak. Ooit hebben we bedacht: er zouden best weleens huizen kunnen komen. Maar de bewoners zijn echt in de veronderstelling dat er beloofd is dat er nooit woningbouw zou kunnen plaats vinden. Dus als je gronden reserveert, doet er dan wel een clausule in, dat op het moment dat de sportvelden niet door gaan, dat er alles nog mogelijk is op die gronden. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Jammer dat het erop lijkt dat we een heleboel dingen verschillend bekijken. De belangen zijn niet alleen groot, maar ik heb het idee dat de belangen ook heel erg gedeeld worden. Als ik kijk hoe de commissievergadering stond in de behandeling hiervan, dan waren er heel veel overeenkomsten. Het spijt me alleen als ik moet zien nu, dat de 3 coalitiepartijen met hun amendement weinig bewegen. Dat er werk van ambtenaren in de koelkast komt, is sneu, maar daar kan ik mee leven. Dat verenigingen straks nog langer moeten wachten op strategische keuzes, dat vind ik niet te verdedigen en dat ga ik ook niet verdedigen. Angst lijkt te regeren.

Er wordt gesproken over: we hebben niet genoeg glazen bollen. Dat hoeft ook niet, want we hebben een deugdelijk afwegingskader, waar niemand aan tornt. De verenigingen ook trouwens niet. Er zou niet genoeg zorgvuldigheid betracht zijn, we hebben nog niet genoeg helderheid. Het zal altijd met aannames gepaard gaan als we gaan plannen over de toekomst. Juist dat is ook wat de sportverenigingen hebben gehoopt van ons te krijgen. Tot zover over het amendement, dat wij dus niet steunen als CU. Over de motie denken wij niet anders dan in de eerste termijn. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig wat u eigenlijk nu als strategisch ervaart. Ook CVV Berkel geeft aan en TOGB: er wordt missie gemist, ambitie gemist in het 14/36

accommodatieplan. Dat staat in de brief. Waar zitten volgens u dan die strategische keuzes? Dat is wat zij missen. De heer Lieverse: (…), dat wij keuzes maken. Het is inderdaad een feit, dat niet elke wens gehonoreerd wordt op dit moment. Dat we de vinger aan de pols moeten houden, dat is ook iets wat wij bepleiten juist in ons amendement, dat zegt: laten we nu keuzes maken op grond van niet alleen de gegevens die de verenigingen hebben aangeleverd, maar ook op grond van trendanalyses, op grond van demografische ontwikkelingen van onze gemeente, op grond van landelijke ontwikkelingen, hoe het gaat met de ene en andere sport, alles is daarin vervat, laten we dan ook die keuzes vorm geven maar tegelijkertijd niet stoppen met nadenken. We komen over 2 jaar hier weer op terug, wat ons betreft. Ik was met mijn afsluitende zin bezig. De motie steunen wij, niet anders dan dat al was in de eerste termijn. We vinden het een goed idee om niet gronden te reserveren, maar wel om er en planologische studie naar te doen. De heer Jonker, D66: Allereerst over het amendement. Het amendement zullen wij, dat zal niet verrassend zijn, niet steunen. Als ik de verschillende bijdragen heb gehoord dan valt me een paar dingen op, ook net weer bij de interruptie van de heer Hoppenbrouwer. Ik ben heel erg blij als mensen de nadruk leggen op strategische keuzes en missie die wordt gemist.

Als iets nou in een amendement had gekund, dat gaat niet over details, dat gaat over grote lijnen, dan zijn het strategische keuzes, u noemt het zelf. Het had prima in een amendement verwoord kunnen worden. U heeft dat niet gedaan. U heeft ervoor gekozen om het ongrijpbaar te maken in algemeenheden, waardoor we er ook niet over kunnen debatteren, want ik kan het niet met u eens of oneens zijn, omdat ik niet weet wat u precies bedoelt en omdat u het niet op papier heeft gezet. Verder: uitstel, als dat er van komt, dat heb ik ook gevraagd bij interruptie: geef dan een planning aan en welke acties u zelf gaat verrichten en welke acties de wethouder gaat verrichten. Ik hoor geen planning. Ik vind Q3 een buitengewoon makkelijk begrip, daar kan ik van alles mee: het kan verschuiven, het kan vertragen. Ik hoor nauwelijks concrete acties dan: communiceren, communiceren. Dat is van een vaagheid, die tamelijk groot is. Er is al veel gecommuniceerd, er is afgestemd, er is beeldvorming geweest. Wat zijn dan de aanvullende acties, die dan compleet anders zijn dan wat de wethouder hiervoor gedaan heeft? Dat verbaast me dan wel. Kennelijk kan diezelfde wethouder, die u kennelijk niet voldoende vertrouwt, want ze heeft het tot nu toe niet goed gedaan op dat vlak, het straks wel goed gaan doen. Ik vind dat bijzonder. Mevrouw Verhoef: Ik zit te twijfelen.

Ik wil eigenlijk iets zeggen in reactie op wat de heer Jonker zegt, maar het is ook een ordevoorstel, dat ik dadelijk kan doen als iedereen de woordvoering heeft gedaan, om toch te kijken of we nog lucht in deze zaak kunnen brengen. U mag zeggen hoe u het wilt hebben. De voorzitter: Dan maken we deze even af en dan kunt u altijd om bijvoorbeeld een schorsing vragen als u nog nader overleg wil na de tweede termijn van de raad of na de beantwoording van de wethouder. De heer Jonker: Dus ja, dat vind ik jammer. Los daarvan, ben ik heel erg teleurgesteld over het uitstel, had ik wel verwacht dat als je dan het wil uitstellen als partijen, wees dan ook politiek volwassen en geef aan wat je gaat doen specifiek en wanneer je dat afrondt. Dat is ook eerlijk naar de verenigingen en naar de inwoners van Lansingerland. Daar wilde ik het bij laten. Met betrekking tot de motie. Ik vond dat de wethouder dat goed beantwoordde. Het waren precies de punten, die ik me ook afvroeg. De wethouder gaf aan, dat er op vele plekken voldoende capaciteit was, dat er nog de nodige rek in zat. Ik vind het dan ook iets te vroeg om nu te preluderen op een vierde sportpark. Niet dat ik perse tegen ben, maar op dit moment willen we deze motie daarom niet steunen.

Mevrouw Gabin, GL: We zijn het er allemaal over eens, dat sportverenigingen aanspraak moeten kunnen maken op voldoende sportcapaciteit wanneer dit nodig blijkt te zijn. Het afwegingskader lijkt te worden omarmd door alle partijen, maar wanneer er geen accommodatieplan wordt vast gesteld, dan is er ook geen vangnet voor een deel van de sportverenigingen, die niet om uitstel vragen. Het amendement geeft helemaal geen garantie dat uitstel de sportverenigingen ook uiteindelijk echt ten goede komt. Dus wij zullen het amendement niet steunen. Wat betreft de motie vinden wij dat de gemeente moet anticiperen. Vertrouw op ontwikkelingen en de flexibiliteit van het plan vinden wij niet voldoende. Het is nodig om er planologisch rekening mee te houden. Dat laat zien dat de gemeente een visie heeft op het gebied van sport. Beantwoording college tweede termijn Wethouder Van Tatenhove: Ik heb niet veel vragen meer gehoord en ook niet heel veel nieuwe punten, maar ik denk dat het goed is om een paar dingen nog even aan te stippen. In reactie op wat mevrouw Bouman heel puntig verwoordde. Mevrouw Bouman zei: ga nou niet pas nadenken op het moment dat er 75.000 inwoners zijn. Dat is natuurlijk juist niet de bedoeling. Dat is ook wat mevrouw Verhoef bedoelt met de motie.

Neem in alle plannen en in alle berekeningen, die we nu doen, ook mee dat we misschien voorbij die 75.000 inwoners groeien en kijk wat dat dan betekent voor de capaciteit op de sportparken en voor de ontwikkelingen in specifieke sporten. Dat zullen wij natuurlijk doen, zoals we dat ook in de afgelopen jaren hebben gedaan. Ik noemde net al Wilderszijde als voorbeeld. Ik begrijp dat u dat ook bedoelt met de motie, zoals u hem toelicht. Alleen, ik heb dan moeite met wat in het dictum van de motie staat, want daar staat nu echt heel duidelijk, dat we dan rekening moeten houden met een plek 15/36

voor een vierde sportpark en dat zou zomaar een eigen leven kunnen gaan leiden. Ik denk dat we daar voorzichtig mee moeten zijn. Dat we wel moeten zeggen, zoals u ook met uw amendement onderstreept, mevrouw Verhoef, dat we wel moeten zeggen: we moeten heel zorgvuldig zijn in onze berekeningen, welke trends en ontwikkelingen we zien. En wat betekent dat bij een verdere groei van de gemeente, gelet op de ontwikkelplannen, die er nog zijn in de portefeuille van mijn collega mevrouw Arends. Dus ik snap de intentie van uw motie, maar zoals het dictum geformuleerd staat, staat het wat mij betreft te stellig. Dat is de reden dat het college die ontraadt. Want als je rekening houdt met een vierde sportpark ruimtelijk gezien, dan zit er ook een financiële component aan, dan doe je al een beslag op de begroting, maar zover zijn we echt nog lang niet, want er zit echt nog ruimte in de accommodaties op dit moment. Dus ik zou hem terug willen verwijzen naar het amendement dat u heeft ingediend, waarvan ik heb gezegd, dat het college dat een goed amendement vindt. Dan moeten we elke keer de lijn verder leggen. Dus niet meer tot 2030 alleen maar blijven rekenen met 2030, maar steeds ook verder vooruit kijken, zoals we ook met het toekomstperspectief doen. Dan kijken we naar 2040 en voorbij 2040. Dus met de uitleg, zoals u hem geeft bij de motie, dat vindt het college goed.

Ik zou bijna willen zeggen: vanzelfsprekend. Maar het dictum is wat mij betreft te stellig. Het staat er zoals het er staat. Mevrouw Bouman: Allemaal te stellig. Ik moet toch even naar mevrouw Van Tatenhove melden: ik verwijs naar uw brief van november 2020, waarin u duidelijk het woord vierde sportpark noemt. U geeft ook in het accommodatieplan aan: vierde sportpark. Misschien gaat u daar nu een andere zinswending aan geven. Laat onverlet dat wij naar voren brengen: houdt rekening met ontwikkelingen. Doe dat niet te laat, maar doe dat op termijn X, dat het nog van invloed kan zijn. Of dat dan een uitbreiding is of een vierde sportpark, maar ik houd vast. U geeft zelf deze woorden aan ons. Dan is het aan u om daar invulling aan te geven, maar in onze optiek blijft dit gewoon zo staan. Dank u. Wethouder Van Tatenhove: Volgens mij herhaalt mevrouw Bouman wat ik zei: dat we als college natuurlijk zullen kijken wat de ontwikkelingen ruimtelijk gezien zijn en wat dat betekent voor het aantal inwoners dat bij ons komt wonen en wat dat betekent voor het gebruik van de sportparken en voor de capaciteit, die aanwezig is of die te krap wordt.

Dat het nu te vroeg is om te spreken van dat er een vierde sportpark nodig is, dat kunnen we nu echt absoluut nog niet voorzien, maar we moeten wel, zeker met die tweejaarlijkse monitoring, die in het plan staat en die onderstreept wordt door het amendement, in die monitoring moeten we meenemen wat de ontwikkelingen zijn. Dan moeten we vooruit kijken en niet de tijd te krap nemen. Volgens mij, wat u in die brief noemt, dat is volgens mij wat we hebben gedaan in het sportaccommodatieplan, omdat dat door een aantal sportclubs was gesuggereerd tijdens uw bezoek in juli vorig jaar, dat er misschien wel behoefte zou zijn aan een vierde sportpark. Dat hebben we verkend langs dat afwegingskader, dat u in elk geval vanavond allemaal gaat vast stellen. Dan blijkt dat een vierde sportpark nu gewoon niet nodig is. De capaciteit, die we nu nodig hebben, kan nog makkelijk worden voorzien in de sportparken die we hebben.

Temeer omdat in het afwegingskader conform de afspraken rond gemeentebreed kijken, dus de helikopterview in combinatie met de 40/75 regel, ook bij voetbal, zal worden gekeken naar: wat is de behoefte op het ene park? Als het op het ene park aan zijn taks zit, echt aan de limiet, omdat de grasvelden en de wetravelden zijn omgewisseld met kunstgrasvelden en er is op een ander sportpark nog ruimte ook voor voetbal, dan geldt volgens dat afwegingskader nog steeds advies: investeer dan niet in een nieuw sportpark, maar pak dan een sportveld op een park waar nog ruimte is, of dat dan in Bergschenhoek is of in Bleiswijk, want we kijken op gemeenteniveau. Dus zo zullen we steeds blijven zoeken naar die optimalisatie, waar mevrouw Draak het over had en die ook in de commissie al aan de orde is geweest. Dus ik val meneer Lieverse bij, dat we dit accommodatieplan niet hebben gebaseerd op een blik in een glazen bol, maar op cijfers die wij hebben als het gaat over de ontwikkeling van onze gemeente en de verwachtingen voor de samenstelling van onze bevolking. Dat gecombineerd met cijfers die we van bonden hebben over de ontwikkeling landelijk van hun sport al dan niet gecorrigeerd met lokale ontwikkelingen, omdat onze lokale ontwikkelingen niet altijd precies parallel lopen met wat de bonden aan landelijke ontwikkelingen zien, want we zijn ook qua samenstelling een atypische gemeente.

Mevrouw Draak: Nog even een aanvullende vraag aan de wethouder. Dat het afwegingskader zo is, dat begrijp ik. Maar waarom helpt u de verenigingen dan niet op het moment dat het mogelijk zou zijn dat er delen van sportverenigingen op de grond van een andere sportvereniging moet gaan trainen? Eventueel zelfs wedstrijdspelen. Want juist in de afgelopen maanden, waarin wij als raad veel contact hebben gehad met verenigingen blijkt dus, dat ze natuurlijk het liefst allemaal op hun eigen terrein blijven. Daar zit precies het probleem en ik heb al meerdere keren uw hulp daarin gevraagd. Hoe kijkt u daar nou naar? Wethouder Van Tatenhove: Daar kijk ik naar zoals in dit plan is verwoord, dat we de verenigingen stimuleren om dingen samen op te pakken en dat we niet meewerken als die wil er niet is, dan gaan we niet zomaar een extra veld aanleggen. Dat hebben we nu in dit plan ook nog eens beschreven en ik hoop, dat u dat vanavond vast stelt, zodat het ook voor alle verenigingen duidelijk is, dat we op gemeenteniveau kijken wat er nodig is voor een specifieke sport en daar maken we echt geen onderscheid voor de ene of de andere sport, en dat we dan met die 40/75 regel afspreken of iets wel of niet een rendabele investering is en die leggen we dan u voor met de keuze om dat wel of niet over te nemen op basis van die regel.

Dat elke vereniging het liefst een thuishonk heeft en het liefst daar alle leden verzamelt, dat is een logische wens en die we ook allemaal respecteren. Maar we hebben hier gezegd: we kijken op gemeenteniveau of dat niet alleen een mooie wens is, maar of het ook een redelijke wens is als het gaat om onze investeringen. Dus vandaar het afwegingskader, behorende bij het 16/36

verhaal dat is neergelegd in het accommodatieplan om zorgvuldigheid te betrachten ten aanzien van onze financiële investeringen en ons ruimtebeslag en om dan ook te zorgen voor een vitaal verenigingsleven en aan de andere kant ook voor een vitaal verenigingsleven op gemeenteniveau. Mevrouw Draak: Dan nog even één verhelderende vraag daarover aan de wethouder. Wie of wat denkt u nu dat het verschil gaat maken voor die verenigingen en die optimalisatie tussen de kernen? Denkt u dat dat de letters op papier zullen zijn of denkt u dat u dat zelf kunt doen? Wethouder Van Tatenhove: Ik denk dat letters op papier wel iets zullen helpen, maar het zit natuurlijk in de gesprekken die we hebben. Ik als wethouder met verenigingen, de medewerkers met de verenigingen, maar vooral ook de verenigingen onderling, want er zijn verschillende initiatieven geboren tijdens de avonden van de sport bijvoorbeeld, die we twee keer per jaar hielden in het gemeentehuis, die het afgelopen jaar natuurlijk niet door konden gaan vanwege corona, maar daar ontmoeten de verenigingen elkaar en daar komen ze ook tot begrip voor elkaars standpunten. Onze verenigingen zijn net als onze inwoners: ze zijn gewoon sociaal en betrokken, ze denken met elkaar mee.

Wat ik van onze inwoners weleens zeg, als we het hebben over de vrijwilligers, dat durf ik hier ook echt van de verenigingen te zeggen: ze zijn de parfum in de samenleving. Ze zijn cruciaal voor een goed functionerend sociaal gedrag in onze samenleving, van grote waarde voor onze kinderen, maar zeker ook voor al die volwassen vrijwilligers, die er rond lopen. Dan heb ik het nog niet eens over alle seniorenvrijwilligers, die daar het gras bijhouden, ervoor zorgen dat alles strak in de verf zit. Verenigingen zijn van cruciaal belang. Daar heb ik een warm hart voor, maar dat geldt ook voor de medewerkers, die nog langer aan de dossiers zitten dan ik. Volgens mij zei mevrouw Verhoef 7 jaar, maar er zit hier een medewerker bij, die al langer bij de sport betrokken is dan ik en die doet dat met evenveel liefde en betrokkenheid, die kent elke sportclub. Volgens mij is dat wat ik er nog over wilde zeggen. Ik wens u veel wijsheid bij uw afweging. Ik hoop dat de sportclubs straks met een tevreden gevoel op de uitslag van deze vergadering zullen terugkijken. Ik hoop dat het sportaccommodatieplan wordt vast gesteld. De heer Jonker: Ik wil me graag bij de woorden van mevrouw Van Tatenhove aansluiten. Ik hoop dat wijsheid prevaleert, dat we dit accommodatieplan kunnen vast stellen, maar laten we even het scenario nemen dat het uitstel wordt.

Wat is uw beeld dan? Wat is uw beeld van wat u gaat doen als wethouder? Welke activiteiten gaat u ontplooien? Hoe ziet u dat? Ik heb geen antwoord gekregen van degenen, die het willen uitstellen, maar u moet ermee aan de slag. Dus daar ben ik benieuwd naar. Wethouder Van Tatenhove: Ik vind het een heel goede vraag, meneer Jonker. Ik denk dat ik daar eens een paar nachten over ga slapen. Dan heb ik maandag een overleg met mijn medewerkers en dan vraag ik hun wat zij hebben opgehaald, want ik weet het niet. Ik denk dat we afgelopen jaar in de verlenging alle sportclubs weer hebben gesproken, goed hebben gevraagd, nog eens hebben gevraagd: wat willen jullie, zijn er nog andere wensen en eisen, zijn er nog andere dingen die we hebben meegenomen? Dat hebben ze geuit. Ik weet niet hoeveel mensen er mee luisteren van de sportclubs, ik weet niet hoeveel mensen er in 2013 en 2014 in de raadszaal hebben gezeten, want toen zat de tribune vol. Het feit, dat u alleen een paar brieven heeft gekregen, waarin weinig werd afgebroken, maar veel waardering is uitgesproken ook over het contact met de ambtenaren, dat zegt ook iets over het vertrouwen dat de sportclubs hebben in het plan dat nu voor ligt. Maar dat is een afweging die u moet maken. Ik hoop dat ik maandag de vlag uit kan hangen en dat we met dit accommodatieplan aan de slag kunnen gaan.

Als we het huiswerk opnieuw moeten gaan doen, dan ga ik echt met mijn medewerkers overleggen wat wij ons voor moeten nemen. Dat is voor mij echt even zoeken. Mevrouw Verhoef: Ik ben zo gebrand om mijn ordevoorstel in te brengen. Ik was bang dat u iets ging doen. De voorzitter: Ik zou u niet vergeten. Ga uw gang, een ordevoorstel. Mevrouw Verhoef: Als de wethouder klaar is met haar betoog, dan ga ik dat doen. Ik zoek nu even de tekst erbij, die ik heb gemaakt. Ik wil aan alle fracties vragen, alle 7 fracties, om goed naar mij te luisteren, want ik heb het beste voor met alle fracties, maar wat ik eigenlijk wil zeggen is: we hebben met zijn allen het beste voor met alle sportverenigingen, de wethouder heeft het beste voor met alle sportverenigingen en al de fracties in deze gemeenteraadszaal hebben dat. Ik wil dus een ordevoorstel nu indienen om de definitieve besluitvorming over het sportaccommodatieplan uit te stellen naar een volgende raadsvergadering. Dat kan eind juni zijn. Dus de definitieve besluitvorming van het sportaccommodatieplan uit te stellen naar een volgende raadsvergadering, het liefst in juni nog, om samen tot een oplossing te komen. Ik wil dus verzoeken aan de indieners van het amendement, dus L3B, VVD en CDA, om dit amendement nu niet in te dienen, maar ervoor zorgen dat we elkaar in de tussentijd vinden.

Wat ik wil voorstellen is: om in die volgende vergadering het sportaccommodatieplan wel vast te stellen, maar dan met een motie in de strekking die als volgt kan luiden, die motie gaan we gezamenlijk opstellen in de komende week. De voorzitter: Het wordt wat inhoudelijker dan een ordevoorstel. Uw ordevoorstel is om de vergadering nu even te schrappen en om de volgende raadsvergadering verder te gaan. Daar heeft u een aantal redenen voor. Die moet u nu even afmaken, bijvoorbeeld om een motie in te dienen, maar het ordevoorstel is niet inhoudelijk. Mevrouw Verhoef: Dat weet ik, maar ik wil in één zin zeggen waar de motie dan over gaat, want dan weet ik zeker dat iedereen daar in mee wil gaan. Mag ik dat? De voorzitter: Ja, dat mag. Mevrouw Verhoef: De motie zal een strekking hebben, die luidt: draagt het college op om uiterlijk in oktober 2021 met een voorstel te komen om de pijnpunten, zoals aangegeven tijdens de commissievergadering samenleving van 20 mei en het raadsdebat van 3 juni van oplossingen te voorzien. Ik zou heel graag samen met alle fracties die pijnpunten in de komende weken 17/36

op een rij zetten. Het gaat met name over Hoge Land, maar misschien zijn er ook nog andere pijnpunten, zodat we die motie kunnen vast stellen, het sportaccommodatieplan ook. Dan kan de wethouder aan de slag, is het vertrouwen wederzijds weer op orde. De voorzitter: Volgens mij is uw ordevoorstel voor iedereen duidelijk. Dat betekent: een ordevoorstel gaat altijd voor, dus dat ga ik aan u voorleggen. Het ordevoorstel van mevrouw Verhoef is om de beraadslaging hier te stoppen. Ik kijk ondertussen naar de griffier of zij het met mij eens is, hoe ik het formuleer. Als ze het corrigeert, kom ik erop terug. Het voorstel is om de vergadering hier te stoppen en om de volgende raadsvergadering verder te gaan om het af te maken met het idee van nieuwe dingen. Als u het eens bent met dit ordevoorstel, dan moeten we nog even bepalen of het de 16e of 24e is, maar als u het ermee eens bent, dan stoppen we nu de beraadslaging. Als u het ordevoorstel afwijst, dan gaan we gewoon door met de stemming. De heer Hoppenbrouwer: Ik wil dit even in de groep gooien. Ik voel me niet geroepen om in mijn eentje daar een ja of nee over te zeggen, dus ik zou toch nog even willen schorsen. Mevrouw Draak: Dat was eigenlijk ook precies wat ik wilde voorstellen, zodat ik even met mijn fractie kan overleggen.

De voorzitter: Ik denk dat dat in 5 minuten moet kunnen, vermoed ik, dus ik schors de vergadering voor 5 minuten. Mevrouw Bouman: Ik was dezelfde mening toegedaan. Even 5 minuten. De voorzitter: Voor 5 minuten schorsen wij de vergadering. Dan komen we terug met uw oordeel over het ordevoorstel van mevrouw Verhoef. Ik schors de vergadering voor 5 minuten. Schorsing De voorzitter: Ik inventariseer even of iedereen weer terug is. Ik kijk met name naar degenen, die een schorsing hebben gevraagd, of ze hun camera weer willen aanzetten. De heer Hoppenbrouwer: We hebben toch meer tijd nodig, sorry. Ik heb wederom geen glazen bol, maar het vraagt iets meer afstemming dan wellicht wenselijk. De voorzitter: Komt u over 5 minuten even bij mij terug om dat aan te geven alstublieft. Schorsing De heer Hoppenbrouwer: Ik meld mij. De voorzitter: Dank u wel, meneer Hoppenbrouwer. Is iedereen weer aanwezig? Bent u eruit? De heer Hoppenbrouwer: Ik moet in dit geval in meervoud spreken: we zijn er uit. De voorzitter: Dan ga ik eerst nog de vergadering heropenen en kijk ik even of iedereen er weer is. U bent eigenlijk wat te vroeg, want ik heb ondertussen van de griffie een heerlijk stukje taart gekregen, dat mist u nu u niet hier bent. Ik zie alle camera’s weer aan gaan. Ik heropen de vergadering.

De heer Hoppenbrouwer: Ik heb het ordevoorstel in woordelijke zin nog niet gezien, want ik heb alleen maar een tekstje van mevrouw Verhoef gekregen, maar niet in het format. Even terug naar het belang, we stellen in ieder geval vast dat wij hetzelfde doel hebben. Dat heb ik een aantal mensen horen zeggen. De suggestie van mevrouw Verhoef zou in ieder geval tot elkaar kunnen brengen, zeg maar, dus wij staan er welwillend tegenover, in de hoop dat er van beide partijen, eigenlijk misschien wel 3 partijen, van de wethouder, de overige indieners van het amendement en wijzelf, de 3 coalitiepartijen, dat er wel bereidheid is om over hun schaduw heen te stappen, want dat is wat ik deze vergadering, en dan houd ik mezelf ook een beetje tegen het licht aan, dat is wel een must, want anders zitten we in oktober, november weer met dezelfde discussie en dan verandert er dus helemaal niets. Dus dat is een oproep aan ons allen en ook aan mijzelf. Dus als het oktober, november 2021 wordt, dan zullen we daarmee instemmen. Ik sprak namens VVD en CDA. De voorzitter: De tekst van het ordevoorstel is door de griffier geformuleerd en staat op IBABS onder dit agendapunt en het luidt: besluitvorming voorafgegaan door een derde termijn verplaatsen naar de raadsvergadering van 24 juni, dat is de eerstvolgende reguliere raadsvergadering, die op de 17 e is over de GR’en.

De derde termijn zou dan zijn om eventueel een motie in te dienen, een amendement of wat dan ook en natuurlijk ingediende moties en amendementen eventueel in te trekken. Daarvoor heb je dan een derde termijn. Het gaat dan ook alleen daar over. We gaan uiteraard niet de discussie van vandaag over doen. Er kunnen nog moties en amendementen worden toegevoegd, daar kunnen we over discussiëren. Er kunnen moties en amendementen worden ingetrokken, de huidige, maar die worden niet opnieuw bediscussieerd. Dat is het ordevoorstel, zoals de griffier dat heeft geformuleerd. Ik ga even kijken of u daar allen mee in kan stemmen. De heer Hoppenbrouwer: Volgens mij was het ordevoorstel anders. We zouden in oktober dit onderwerp weer bespreken. Dat hoor ik u niet zeggen. Anders ga ik er niet mee akkoord, laat ik daar helder over zijn. Ik wil de behandeling, zoals die nu voor ligt, verplaatsen naar oktober, zodat we in deze periode van nu tot oktober de verschillen van inzicht en de zorgen beter scherp krijgen. Als u zegt: de 24e gaan we de hamer doen, dan trekken wij ons aanbod in. De voorzitter: Het voorstel van mevrouw Verhoef was het ordevoorstel. Eigenlijk doet u een tegenvoorstel. U wilt de vergadering verdagen tot oktober. Dat is ook een ordevoorstel, maar een iets ander ordevoorstel dan mevrouw Verhoef deed.

Mevrouw Verhoef: Misschien kan ik nog even kort zeggen wat dan mijn ordevoorstel was. Dat was verdagen naar 24 juni, zoals u net uitlegde. De voorzitter heeft dat net uitgelegd. Dan het sportaccommodatieplan vast stellen met een motie, waarin een lijst staat met 18/36

pijnpunten, die we graag door de wethouder uiterlijk in oktober opgelost zien. Die motie met die lijst met pijnpunten stellen we gezamenlijk in de komende weken vast. Ik hoor de heer Hoppenbrouwer nu zeggen: dat is te snel, ik doe dat liever in oktober. Dat is dan weer een nieuw ordevoorstel, waar dan ok alle fracties iets van moeten vinden. Als dat is wat het vraagt om nog wel in dit jaar een goed sportaccommodatieplan met een aantal zaken vast te stellen, dan is dat ook een mogelijkheid. De voorzitter: Mevrouw Verhoef, u heeft een ordevoorstel gedaan. De heer Hoppenbrouwer heeft een ander ordevoorstel gedaan, waar hij als ik het goed begrijp ook een meerderheid voor heeft. Eigenlijk vraag ik even aan u, voor de helderheid: als u uw ordevoorstel intrekt, dan kunnen we kijken of er een meerderheid is voor het ordevoorstel van de heer Hoppenbrouwer. Ik hoor u zeggen, dat u daar een beetje toe genegen bent, maar ik wil dat graag even duidelijk hebben. Anders schorsen we nu en gaan we 21 oktober met deze vergadering verder. De heer Hoppenbrouwer: 30 september vind ik ook prima. Gezien de begrotingsvoorbereidingen, het is echt too much. Ik heb een pleidooi gedaan voor zorgvuldigheid, doe het dan 30 september. Dus die 24 juni wordt 30 september, want we moeten de begroting en kadernota ook serieus nemen.

Mevrouw Verhoef: Dat lijkt me een heel goed voorstel van de heer Hoppenbrouwer, om het op 30 september te doen. Maar mijn insteek daarbij is dan wel: dan stellen we het sportaccommodatieplan vast met een lijst van verbeterpunten, die dan daaraan worden toegevoegd. Niet dat we het dan weer op de lange baan zetten, want dan kunnen we het net zo goed nu doen. Maar ik sta er helemaal achter. De voorzitter: Die garantie heeft u natuurlijk niet. We schorsen dan nu de vergadering, we gaan met dit agendapunt door in september. U heeft beiden, allen, geheel de gelegenheid als we de agenda van 30 september vast stellen, daarin zal de griffie u graag adviseren, om te kijken of we dat door middel van een derde termijn doen, zodat er nog nieuwe moties en amendementen kunnen worden ingediend. Wel blijft staan, dat we de discussie, zoals we die nu gevoerd hebben niet over doen, maar u kunt een nieuwe discussie, een derde termijn, openen dan. Maar dat kunnen we ook tegen die tijd nog bepalen. Op dit moment is het ordevoorstel van de heer Hoppenbrouwer: we verdagen de vergadering en gaan 30 september verder. Kunt u met dat ordevoorstel instemmen? Ik zie er geen bezwaren tegen, dan doen we het zo. Hierbij zijn we aan het einde van dit agendapunt, we gaan er 30 september mee verder. 8.b Regionale Energie Strategie (RES 1.0) De voorzitter: Er zijn 4 fracties, die moties hebben aangekondigd.

Die loop ik van groot naar klein langs. Daarna de overige fracties, ook 4 stuks, ook van groot naar klein. Dan weet u wanneer u aan de beurt bent. Ik begin met de heer Blonk van L3B. De heer Blonk, L3B: Achteraf gezien is mijn fractie niet tevreden over de weg, die door de raad is bewandeld richting opstellen van de regionale energiestrategie, de RES 1.0. Voor mijzelf sprekend: ik had alerter moeten zijn in de aanloop naar deze RES 1.0. In de aanloop naar de RES 2.0 in het voorjaar van 2023 moet het echt anders. Daarvoor de volgende motie, die ik mede indien namens de VVD, CDA en PvdA. M2021-014 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen op 3 juni 2021, gehoord de beraadslaging, overwegende dat in aanloop naar de RES 1.0 de invloed van de gemeenteraden niet optimaal is geweest; dat ook de burgerparticipatie beperkt was; dat bij de RES organisatie geen sprake is van verlengd lokaal bestuur; dat er geen sprake is geweest van het indienen van zienswijzen. Het uiten van wensen en bedenkingen is te vrijblijvend geweest; dat de raad en ook de inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven in de vervolgstappen naar de RES 2.0 in het voorjaar 2023 meer betrokken moeten zijn.

Spreekt uit dat het college in aanloop naar de RES 2.0 in het voorjaar van 2023 binnen de RES regio Rotterdam – Den Haag inzet op een tweetraps werkwijze aan de hand van een eerste concept voorstel RES 2.0, waarbij de aangenomen amendementen en moties in de 23 raden besproken worden en daarna leiden tot een tweede concept RES 2.0 dat door de 23 raden kan worden vastgesteld. Dit analoog aan de door de gemeenteraad van Zoetermeer aangenomen motie van 17 mei 2021. De motie is als bijlage toegevoegd. Spreekt ten tweede uit, dat het eerste conceptvoorstel RES 2.0 ook voorwerp zal zijn van door de raad nader te bepalen uitgebreide burgerparticipatie. Stelt de raad voor in aanloop naar de vaststelling van de RES 2.0 om na het eerste concept voorstel RES 2.0 een motie- en amendementenmarkt te organiseren zoals gedaan is bij de RES Midden-Holland. Stelt ook voor dat het college inhoudelijke en organisatorische ondersteuning geeft aan griffie en raad in de activiteiten van de raad richting RES 2.0. Verzoekt de griffier deze motie naar de andere bij de RES Rotterdam – Den Haag betrokken gemeenteraden, de algemene vergadering van de waterschappen binnen de RES Rotterdam – Den Haag en Provinciale Staten van Zuid-Holland te sturen en gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend door de raadsleden Blonk, Machielsen, Van der Stelt en Verhoef.

In de commissie heb ik aangegeven, dat mijn fractie grote zorgen heeft over de transitie. Ik heb toen een viertal items aangegeven, dat er onzekerheden zijn of we überhaupt volledig van het gas af kunnen, dat er hybride oplossingen zijn, een gecombineerd toestel, bestaande uit twee delen, warmtepomp en een gasgestookt deel. Het gasgestookte deel wordt ingezet bij lage buitentemperaturen ’s winters. De markt bereid zich 19/36

hier al op voor. Het tweede, dat er grote onzekerheden zijn over de hoeveelheid elektriciteit, die wij in de periode tot 2030 maar ook in de volgende periode tot 2050 kunnen opwekken. Ten derde, dat er grote onzekerheden zijn t.a.v. forse noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit van het elektriciteitsnet. Ten vierde, dat er grote zorgen zijn of de energietransitie financieel neutraal kan zijn voor iedereen in Lansingerland en in het bijzonder voor de inwoners met een laag inkomen. Deze punten komen aan de orden in een motie, die collega Machielse zo dadelijk zal indienen en door L3B mede wordt ingediend. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijken we naar de man wiens gras voor de voeten is weggemaaid. De heer Machielse, VVD: Ja, de RES aanpak is onderdeel van het klimaatakkoord, dat zich richt op 2030, maar voor een ingrijpende energietransitie vinden wij die periode echter veel te kort. Zo maakt kernenergie nog altijd geen onderdeel uit van het klimaatakkoord en is de kans groot dat de landelijke overheid het klimaatakkoord nog gaat herzien de komende jaren. Dat blijft speculeren, maar in de behandeling in de commissie hebben wij enerzijds aangegeven commentaren te hebben op het proces naar de RES 1.0 toe. Daar heeft u zojuist collega Blonk al over gehoord in de motie, die wij van harte mede indienen.

Maar daarnaast heb ik ook een aantal inhoudelijke vraagtekens gezet bij de nu voorliggende RES 1.0. Ik wil daar een motie over indienen en ik zal me omwille van de tijd enerzijds en het feit dat de heer Blonk het merendeel van de overwegingen alreeds heeft voorgelezen, beperken tot het dictum van deze motie, als u mij toestaan. M2021-015 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen d.d. 3 juni 2021 roept het college op om: Bij actualisering van de transitievisie warmte Lansingerland en de nadere uitwerking van een gefaseerde exit strategie voor het aardgasverbruik in onze gemeente de hybride route als tussenoplossing nadrukkelijk te blijven beschouwen. Communicatie richting inwoners over de bij te stellen transitievisie warmte en verduidelijken dat de gemeente geen voorstander is van een zonder gedegen communicatieen participatietraject woonwijken van het aardgas af te halen. Gezien het premature stadium van de planvorming rondom de regionale warmtesystemen (RES), vanuit de gemeente geen toezeggingen te doen inzake het nog onzekere eindbeeld van warmteafname op de lange termijn. In het RES-overleg te verduidelijken dat wij geen plaats zien voor zonneparken in het landelijk gebied.

In het RES-overleg tevens duidelijk te maken dat wij van mening zijn dat in de toekomst, fase 3 van de exit strategie, óók de gebouwde omgeving beschouwd moet worden als hoogwaardige toepassing van waterstofgas en derhalve mogelijk hergebruik van het aardgasnetwerk te zijner tijd als optie opengehouden dient te worden. In het RES-overleg te bepleiten dat de horizon van de energietransitie verlegd moet worden naar 2050, waarbij 2030 beschouwd moet worden als tussenstation. Verzoekt de griffier om deze motie naar de andere bij de RES Rotterdam – Den Haag betrokken gemeenteraden, de algemene vergadering van de waterschappen en Provinciale Staten van Zuid-Holland te sturen. En gaat over tot de orde van de dag. Is ondertekend door mijzelf namens de VVD, de heer Blonk namens L3B en de heer Van der Stelt namens het CDA. Met deze motie beogen wij een aantal aandachtspunten mee te geven aan de wethouder voor nadere uitwerking in de transitievisie warmte en naar de RES 2.0. , maar ik kan me er ook niet aan onttrekken dat deze motie wellicht niet nodig was geweest als we het proces, dat zojuist is voorgesteld in de motie van de heer Blonk, ook gevolgd had geworden in de fase naar de RES 1.0 toe. Daarom zou ik de raad willen vragen om met beide moties in te stemmen.

Enerzijds natuurlijk om deze zorgen hun beslag te laten krijgen in de komende RES, maar vooral ook die andere motie om ervoor te zorgen, dat wij allemaal de gelegenheid hebben naar de RES 2.0 toe om op een andere wijze onze input te geven, niet alleen als raad, maar ook als inwoners en betrokken maatschappelijke organisaties. Omwille van de tijd, ik heb begrepen dat GL naar verwachting 2 moties zal gaan indienen. Laat ik vast zeggen, dat beide moties wij sympathiek vinden, indien ingediend, en bij beide moties benieuwd zijn naar de reactie van de wethouder t.a.v. de effecten en uitvoerbaarheid. Dank u wel. De voorzitter: Over gras voor de voeten gesproken. We gaan van de heer Ruijtenberg horen of hij van plan is om 2 moties in te dienen. De heer Ruijtenberg, GL: Laat ik het verlossende antwoord dan maar geven: die verwachting klopt, ik ga er inderdaad 2 indienen. De eerste motie, die ik graag wil indienen, vonden wij heel toepasselijk, gezien de afgelopen temperaturen: laat de zon schijnen. M2021-016 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen op 3 juni 2021, gehoord de beraadslaging, constaterende dat onze elektriciteitsopwek nog lang niet klimaatneutraal is. De vraag naar elektriciteit de komende jaren naar grote waarschijnlijkheid verder zal groeien. Zonnepanelen de afgelopen jaren sterk in prijs zijn gedaald en in opwek zijn verbeterd.

Overwegende dat we binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland veel infrastructuur hebben die uitgerust kan worden met zonnepanelen, denk daarbij 20/36

aan: zonkanten van viaducten en metrobanen, lantaarnpalen, verkeerslichten en reclameborden. We hiermee als gemeente een extra bijdrage doen aan de opwek van duurzame energie. Verzoekt het college in kaart te brengen welke infrastructuur binnen de gemeentegrenzen uitgerust kan worden met zonnepanelen en waar het kansrijk is om dit toe te passen. Hierbij de mogelijkheid te onderzoeken deze locaties beschikbaar te stellen aan energie coöperaties. Hierover te rapporteren aan de raad binnen zes maanden. En gaat over tot de orde van de dag. De tweede motie gaat over een aandachtpunt, waar eigenlijk al in de inkoopstrategie al aandacht voor gevraagd is. Alleen, het is nooit specifiek gevraagd, omdat wij het wel goed doen, maar niet alle gemeenten doen het goed. Het gaat over het voorkomen van dwangarbeid bij zonnepanelen. Dat is ook de tekst. M2021-017 Gehoord de beraadslaging, constaterende dat onderzoek van Horizon Advisory aantoont dat de Chinese grondstoffenindustrie voor zonnepanelen aansprakelijk is voor wijdverbreide dwangarbeid door Oeigoeren. De Oeigoerse moslimminderheid onderdrukking ondervindt alsmede gedwongen wordt om de arbeid uit te voeren met de kans op genocide. Het merendeel van alle grote Chinese zonnepaneelfabrikanten contracten hebben met verdachte grondstofleveranciers.

Van mening zijnde dat er ook in Zuid-Holland mogelijk zonneparken worden of zijn aangelegd met ‘foute’ zonnepanelen van de desbetreffende fabrikanten. Er vooralsnog geen toezicht is op de herkomst van de zonnepanelen waarmee de door de overheid gesubsidieerde zonneparken gebouwd worden. Er aandacht moet komen voor ‘ethisch inkopen’, waarbij leveranciers inzicht moeten geven in de manier waarop risico’s op gebied van mensenrechten in de productieketen worden beheerst. Dwangarbeid in alle productieketens voorkomen moet worden. Spreekt uit dat elke wijze van dwangarbeid onacceptabel is. Verzoekt het college om in de inkoopprocessen rondom zonnepanelen het tegengaan van dwangarbeid mee te nemen waarbij er aandacht komt voor ‘ethisch inkopen’. In gezamenlijkheid met de gemeente Rotterdam in gesprek te treden met het rijk om aan te sluiten bij een (inter)nationaal convenant om dwangarbeid in productieketens van zonnepanelen tegen te gaan. Hierover te rapporteren aan de raad. Ik wil hierbij meegeven, dat in ons inkoopbeleid, dat wij in 2019 hebben vastgesteld, er aandacht voor is, zowel in doelstelling D als in de paragraaf die gaat over ethische en ideële uitgangspunten. Daar wordt gereflecteerd aan de internationale sociale voorwaarden. Daarmee doen wij in Lansingerland al keurig wat wij moeten doen.

Echter, binnen de regionale eenheid, waar deze RES voor geldt, binnen ZuidHolland, binnen Nederland, weten we niet zeker of alle 355 gemeenten in Nederland dat doen. Daarom roepen wij op om samen met Rotterdam, waar een soortgelijke motie afgelopen donderdag door de raad in meerderheid is aangenomen, om samen met Rotterdam in gesprek te gaan met het rijk om ervoor te zorgen, dat we dit allemaal uitsluiten en dat bij iedereen die verantwoordelijk is voor de RES, waar dan ook in Zuid-Holland, ethisch inkopen onder de aandacht komt. Dat waren mijn 2 moties. Dan zal ik heel kort nog reageren op de moties van L3B en van de VVD. De motie van L3B: wij hadden op zich niet zo heel veel moeite met het proces, zoals het hier gegaan is. Er is uitgebreid aandacht geweest voor wensen en bedenkingen, we konden daarop terug komen, we konden alles aangeven wat we wilden. Dat partijen nu achteraf zeggen: dit is toch niet helemaal wat we wilden. Ja, u was erbij. U had zelf aan de knoppen kunnen draaien. Ik vind het een vreemde motie. Aan de andere kant: binnen GL hebben wij al zoiets, dat hier enigszins op lijkt. Dat is een werkgroep, die gaat over duurzaamheid en over energie, die regelmatig met een soort van markt zit over moties en dat soort dingen, dus helemaal vreemd is het ook weer niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=17e4f5d4-6f69-4ed9-ae80-6742a831325f