BV21.0096 Verslag gemeenteraad d.d. 3 juni 2021
Tekst van het document
VERSLAG Gemeenteraad Datum vergadering Aanwezig via Teams: Raadsleden: Leefbaar 3B
: 3 juni 2021
CU WIJ Lansingerland D66 GroenLinks PvdA
: Don van Doorn, Wouter Hoppenbrouwer, Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Marjolein Gielis, Henk Meester, Leon Erwich, Johan Philippens : Alexander Kuipers, Marloes Draak, Eric Kampinga, Ed van Santen, Matthijs Machielse : Matthijs Ruitenberg, Nelleke Bouman, Hans van der Stelt, Dave Bergwerff, Frans Ammerlaan : Kees-Willem Markus, Jurjen Dieleman, Paul Lieverse : Leon Hoek, Petrine van Olst, Jan Jumelet : Ineke den Heijer, Erik Jonker, Michiel Muis : Marko Ruijtenberg, Selgei Gabin : Petra Verhoef
Wethouders
: Simon Fortuyn, Kathy Arends, Jan-Willem van den Beukel, Ankie van Tatenhove
VVD CDA
Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Pieter van de Stadt Griffier : Rianne Kokke Afwezig: Griffier Leefbaar 3B VVD
: Marijke Walhout :Georgine Zwinkels : Mauriel van As, Nathalie van Bakel
1. Opening en mededelingen De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond geachte leden van de raad en griffie, wethouders en ambtelijke ondersteuning, pers en inwoners, allen een goede avond en welkom bij de vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland op donderdag 3 juni 2021. Om vast te stellen of ik de vergadering formeel kan openen, ga ik eerst even inventariseren of u allen aanwezig bent. Afwezig zijn mevrouw Van Bakel en de heer Van As. De heer Ammerlaan, de heer Bergwerff, de heer Blonk, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, de heer Dieleman, de heer Van Doorn, mevrouw Draak, de heer Erwich, mevrouw Gabin, mevrouw Gielis, mevrouw Den Heijer, de heer Hoek, de heer Hoppenbrouwer, de heer Jonker, de heer Jumelet, de heer Kuipers, de heer Lieverse, de heer Machielse, de heer Markus, de heer Muis, mevrouw Van Olst, de heer Philippens, de heer Ruijtenberg, de heer Ruitenberg, de heer Van Santen, de heer Van der Stelt, mevrouw Verhoef: aanwezig. De heer Kampinga komt iets later, we vertrouwen erop, dat de heer Kaminga straks stilletjes aanschuift. De heer Meester heeft nog verbindingsproblemen, die schuift virtueel later aan. Mevrouw Zwinkels is afwezig gemeld. Daarmee hebben we voldoende aanwezigen en kunnen wij starten. Ik open deze vergadering met op de agenda het accommodatieplan, het RES en het RAS. Als u wilt weten wat dat betekent, moet u vooral bij ons blijven vanavond.
De mededelingen heb ik gedaan. De heer Van As, mevrouw Van Bake en mevrouw Zwinkels zijn afwezig. De heren Kampinga en Meester verschijnen iets later. 2. Trekken van het lot ter bepaling van het raadslid bij wie een eventuele stemming zal beginnen De voorzitter: Dat is nummer 13 geworden, dat is mevrouw Gielis, waarmee we officieel vaststellen dat nummer 13 toch een geluksnummer is. 3. Vragenhalfuurtje voor raadsleden De voorzitter: Er zijn geen vragen aangemeld. 4. Spreekrecht voor niet-raadsleden De voorzitter: Ook onze inwoners hebben zich hier niet voor gemeld.
1/36
5. Vaststelling van de agenda De heer Jumelet, WIJ: Graag willen wij een motie vreemd aan de orde indienen met de titel: planning Wilderszijde wijzigt door actualiteit. De heer Markus, CU: U had het over RES’en en RAS’en. Wat betreft de RAS, de ruimtelijke adaptatie strategie: wij hadden tijdens de commissie ruimte gezegd, dat we ons wilden beraden of we daar eventueel nog een amendement over wilden indienen. Maar samen met D66, GL en PvdA hebben we besloten dat de toezegging van de wethouder op het punt van de uitvoeringsagenda voldoende was, dus wat ons betreft kan het naar de hamerstukken. De voorzitter: Dan stel ik u voor het RAS, ruimtelijke adaptatie strategie, te verplaatsen naar de hamerstukken, waar die aansluit aan het einde, dat is dus 9.h en op 8.c in te voegen de motie vreemd, zojuist aangekondigd door de heer Jumelet. Kunt u dan met deze agenda instemmen? Dat is het geval. Dan stellen we de agenda zo vast. 6. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 22 april 2021 De voorzitter: Er zijn geen opmerkingen binnen gekomen. Klopt dat ook? Ik denk het wel, want ik hoor niks. Dan stellen we het verslag vast. 7. Lijst ingekomen stukken en overzichten afhandeling toezeggingen en moties De voorzitter: Iemand daarover? Dat is niet het geval. Dan ronden we ook agendapunt 7 in gezwinde spoed af. 8.
Bespreekpunten: 8.a Accommodatieplan Sport 2021-2030 De voorzitter: Het is geagendeerd i.v.m. moties en amendementen aangekondigd. Zoals u weet is dat dan ook het onderwerp van bespreking, alleen de moties en amendementen. Uiteraard geef ik u enige gelegenheid mocht u wat algemene opmerkingen willen maken. Ik ga als eerste naar de fracties die moties en amendementen hebben aangekondigd. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Het blijft wennen, het zoeken van de mute-knop. Inderdaad, de accommodatienota. De aanloop naar het accommodatieplan heeft reeds een lange weg afgelegd. Vanaf juli 2020 is er veel reuring op dit dossier ontstaan. Deze reuring startte op verzoek van de sportverenigingen van het Hoge Land, omdat zij hun participatie waaronder aanbevelingen, behoeftes en wensen onvoldoende in het conceptrapport accommodatie sport terug konden vinden. Verder maakten zijn zich ook zorgen over de capaciteit, of alles met de groei die Lansingerland voor staat, of dat te behappen was. Deze bijeenkomst was voor L3B aanleiding om een extra bespreekpunt in de commissie samenleving te agenderen, daar stond vooral centraal het vierde sportpark en prestatiesport. Daarnaast hebben de gewaardeerde collega’s van de PvdA er nog een schepje bovenop gedaan door een extra beeldvorming in te lassen. Dus er is veel reuring.
Ook na de commissiebehandeling van 21 mei is de reuring alleen maar toegenomen, omdat de meerderheid, dat zijn ook de indieners van het aanstaande amendement, pleiten voor uitstel. Voor de goede orde: het is geen afstel, het is uitstel. Inmiddels hebben we ook 5 brieven van sportverenigingen ontvangen en ik heb zelf persoonlijk wat whatsapp berichten gekregen, waarbij iedereen er op zijn of haar manier in zit. In de commissie samenleving heb ik aangegeven, dat L3B om een aantal redenen het voorliggende plan niet klaar vond voor besluitvorming. De eerder genoemde brieven, de 5 die ik noemde en de whatsapp, bevestigen ons ook in deze visie, dat er nog teveel open eindjes zijn, teveel verschillen in verenigingsbelangen, waardoor een integrale besluitvorming in het algemeen belang vraagt om uitstel. Daarnaast is het wat ons betreft ook zorgvuldig om te kijken naar de eventuele corona-effecten. Bezint eer gij begint. Dat is het spreekwoord, dat ons inziens centraal staat bij het indienen van het amendement mede namens de VVD en het CDA. Het gevraagde uitstel biedt de mogelijkheid om de daadwerkelijke ontwikkelingen nog eens goed tegen het licht te houden. Immers, er is nog maar één stukje grond op het sportpark Hoge Land te vergeven. Uitstel biedt de mogelijkheid om omissies in de nota qua onvolledigheden op te lossen.
Uitstel biedt ook de mogelijkheid om de participatie met de verenigingen nogmaals aan te scherpen en nogmaals uit te leggen, waarom het externe bedrijf aanbevelingen niet heeft meegenomen naar de advisering naar het college. Als sitestep zou ik graag in dat verband ook willen wijzen op de lang geuite eis van de verenigingen Hoge Land om de verkeersontsluiting snel aan te pakken, want als daar een ramp gebeurt, is er maar één ontsluiting, maar dat is de sitestep. Ik ga terug naar mijn uitstel. Uitstel is wat ons betreft, de indieners, geen belemmering om een blaashal of initiatief en zonder kosten van de gemeente te realiseren. De geplande investeringen in de begroting 2021 ten behoeve van BVCB en Sockerboys en CVV komen door dit uitstel niet in gevaar, want die staan namelijk al in de begroting. De investeringen zijn in dit geval er slechts 3 en die kunnen in de tijd makkelijk uitgesteld worden. Het laatste: ons voorstel heeft geen nadelige consequenties voor de incidentele investering ten behoeve de beachvolleybal ter 2/36
waarde van € 25.000. Dit als inleiding. Dan stel ik voor dat ik volsta met het dictum en te zeggen dat wij het besluit, zoals het nu voor ligt, willen vervangen door: A2021-008 Het besluit te vervangen door dit nieuwe besluit: Het accommodatieplan Sport 2021 – 2030 (T21.01062) niet vast te stellen en de bestuurlijke besluitvorming uit te stellen tot uiterlijk Q3 2022. Het tweede voorstel is identiek aan wat het college voorstelt, dus: in de tussentijd het afwegingskader ten behoeve van verzoeken voor investeringen zoals beschreven in hoofdstuk 4.1 van het bovengenoemde plan te hanteren bij besluitvorming over toekomstige investeringen in sportaccommodaties. Met andere woorden: het college kan gewoon zijn werk doen en hoeft niet te wachten op verder afstel. Drie: de in het plan opgenomen investeringen niet mee te nemen in de kadernota 2022 met uitzondering van een eenmalige investering van € 25.000 ten behoeve van de beachvolleybal. Dat was ons besluit en gaat over tot de orde van de dag. Nogmaals, ingediend namens de VVD en het CDA. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Van de PvdA is er allereerst een amendement. Er is ook een motie. Het amendement zal ik eerst toelichten en het dictum voorlezen. Het wordt mede ingediend door mevrouw Gabin van GL, de heer Jonker van D66, de heer Hoek van WIJ en natuurlijk de persoon met wie ik dit samen heb opgesteld van de CU de heer Lieverse.
Wij hadden liever dit amendement niet ingediend, het was wat ons betreft niet nodig. Het sportaccommodatieplan, zoals het er lag, was in orde, maar we waren genoodzaakt om een dergelijk amendement op te stellen door het amendement van L3B, VVD en CDA, wat de heer Hoppenbrouwer zojuist heeft voorgelezen. Dat amendement zegt feitelijk: stel het accommodatieplan nu niet vast, maar over een jaar, gebruik het komende jaar het afwegingskader uit hoofdstuk 4 voor eventuele investeringen en neem alleen die € 25.000 voor de beachvolleybal mee in de kadernota. Onze grote vraag is: waarom is dit nodig? Er is gedegen voorwerk gedaan door de ambtenaren, de wethouder. Ook als reactie op de sportverenigingen, die inderdaad vorig jaar in juli nog niet gelukkig waren. Er is een brede beeldvorming gedaan met de sportverenigingen, die daar natuurlijk bepaalde wensen hebben geuit, maar in grote lijnen een zeer tevreden houding hadden. Er is op verzoek van o.a. de heer Hoppenbrouwer de optie meegenomen om te kijken naar een plan voor realisatie van een vierde sportpark en de mogelijkheden van prestatiesport zijn onderzocht, waardoor het geheel langer heeft geduurd, maar wel gedegen is gedaan. Het ijzer is nu heet, laten we dit sportaccommodatieplan vast stellen, laten we het ijzer smeden. Laten we laten zien, dat dit bestuur dit soort zaken regelt en niet onnodig vooruit schuift.
Over een jaar weten we niet meer dan nu, behalve dat er dan net een nieuwe coalitie gevormd wordt en we, als het tegen zit, from scratch beginnen, als we dan die bestuurlijke besluitvorming gaan doen. Onnodig, onwenselijk, onbehoorlijk bestuur. Dan ga ik nu over naar het amendement zelf. A2021-009 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen op 3 juni 2021. Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor. Aan het huidige besluit een vierde punt toe te voegen, namelijk om in 2023 te evalueren of de aannames m.b.t ledenaantallen en de normen m.b.t. veldgebruik die in het accommodatieplan gehanteerd worden dan feitelijk nog kloppen en die informatie te gebruiken om de plannen voor investeringen bij te stellen, mocht dat nodig zijn. Waarom deze extra aanvulling? Omdat we bij de indieners van het andere amendement proeven, dat zij zich zorgen maken over de juistheid van de getallen, waarop nu de plannen zijn gebaseerd. Op deze manier kan tegen die tijd, voordat de investeringen in 2025 worden gedaan, altijd nog worden bijgestuurd m.b.t. veldaanleg, als dat nodig mocht zijn. Die aannames zijn er altijd, je kan er altijd net een beetje naast zitten, maar nogmaals, het werk is gedegen gedaan en dit trends zijn stevig onderbouwd.
Wij denken dat het nu niet vast stellen wel in het nadeel is van de sportverenigingen in algemene zin, omdat we het dan over verkiezingen heen tillen, terwijl we nu een gedegen stuk werk hebben liggen. Uit de brieven, die wij hebben gelezen, blijkt nergens dat er verenigingen zijn die dit nu uitgesteld willen hebben. Ze hadden een aantal wensen, maar de belangrijkste wensen zijn gehonoreerd, dus het staat eigenlijk haaks op het amendement van de andere partijen om nu niet dit plan vast te stellen. We zijn ook bang dat het gevolgen heeft voor het vaststellen van de tarievennota sportaccommodaties, omdat er altijd sprake is van een drietrapsracket: sportvisie, sportaccommodatieplan, tarievennota. Ook dat is in het nadeel: het geeft de sportverenigingen langer onzekerheid over de tarieven. Er is ook geen reden om nog verder te duwen op samenwerking of afstemming tussen hockeyvereniging Bleiswijk en HBR, hockeyvereniging Berkel en Rodenrijs, want daar is een samenwerking, daar is geen sprake van kannibalisme of wat er ook verder geopperd is. Ik wil daarmee afronden. Gaat over tot de orde van de dag heb ik waarschijnlijk al gezegd. Ik hoop echt, dat de gemeenteraad dit plan nu gewoon vast stelt. Zoals gezegd, het ijzer is heet, laten we het smeden. Dank u wel. 3/36
Mevrouw Verhoef, PvdA: Dan ga ik nu over tot de motie. We gaan het nu hebben over ruimtelijk rekening houden met het vierde sportpark. Dat is een motie, die wij indienen samen met mevrouw Bouman van het CDA, de heer Hoppenbrouwer van L3B en mevrouw Gabin van GL. Het onderwerp is: bij verdere ruimtelijke inrichting van Lansingerland rekening houden met een plek voor een vierde sportpark. M2021-013 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen op 3 juni 2021, overwegende dat de visie ‘Scoren met sport’ uitgaat van bewegen en sporten voor iedereen in Lansingerland. Er in de komende jaren in Lansingerland een toename te verwachten is aan inwoners vanwege bouwplannen in/op onder andere Wilderszijde, Westpolder, Merenweg, Lange Vaart en Wolfend en nog heel veel andere plekken. Het gaat om een toename aan inwoners die de huidige drie sportparken vermoedelijk niet kunnen opvangen. Het noodzakelijk is om, gelet op de steeds schaarser wordende beschikbaarheid van gronden in onze gemeente, nu al rekening te houden met een reservering van ruimte voor een vierde sportpark. Ook lokaal besturen vooruitzien is. Verzoekt het college om in de planologische studies over de verdere ruimtelijke inrichting van Lansingerland rekening te houden met een plek voor een vierde sportpark. En gaat over tot de orde van de dag.
Daarbij wil ik nog toevoegen: het gaat hier niet om reserveringen in financiële zin. We bedoelen echt: houd scherp, zeker nu we volgend jaar een nieuw college hebben, houd scherp bij verdere ruimtelijke inrichting, dat er mogelijk misschien best wel heel zeker behoefte kan gaan zijn aan een vierde sportpark in onze mooie, groeiende gemeente. Dank u wel. De voorzitter: Even procedureel, dat is ook met mevrouw Verhoef besproken met de griffie, dat in beginsel als het eerste amendement wordt aangenomen er niets meer te amenderen is, omdat er geen behandeling is, en dus het tweede amendement niet in stemming komt. Dan bent u daarvan op de hoogte. Procedureel heeft de griffie vast gesteld, dat het zo werkt. De motie komt uiteraard sowieso wel in stemming. Mevrouw Draak, VVD: De heer Hoppenbrouwer heeft eigenlijk ons gezamenlijke standpunt over het sportaccommodatieplan en het amendement daarop uitstekend verwoord. Daar wil ik, ook gezien de tijd, zo weinig mogelijk dubbelingen op doen. De VVD heeft wel het e.e.a. toe te voegen. In de commissie heb ik namens de VVD gezegd, dat 80% van het sportaccommodatieplan onze goedkeuring kan wegdragen. Ik wil dus nog een keer de complimenten geven aan de schrijvers van het plan, want het is niet zo dat wij het geen goed plan vinden. Dat als eerste. Ook heb ik gezegd, dat 20% van het plan ons heel erg veel zorgen en hoofdbrekens oplevert.
In de commissie en in de tussenliggende 2 weken is het de wethouder niet gelukt deze zorgen weg te nemen. Onze zorgen laten zich het beste samenvatten als: we wekken met dit plan verwachtingen naar met name onze buitensportclubs, die we mogelijk op de langere termijn niet kunnen waarmaken. Op het moment, dat je dat nu al aan ziet komen, dan denken we dat we daar echt nog eerst goed over na moeten denken. Enerzijds gaat het over veranderingen door corona, maar anderzijds doordat de belangrijkste capaciteitsproblemen bij voetbal en hockey alleen via investeringen op het Hoge Land worden opgelost en niet gemeentebreed. De wethouder heeft tot mijn grote teleurstelling in de commissie naast zich neergelegd mijn suggestie om haar vooraanstaande en verbindende functie in onze gemeente beter in te zetten om een optimalisatie van de buitensportcapaciteit in alle kernen te bewerkstelligen. Stel, we zouden het amendement van de CU en de PvdA aannemen, dan hebben wij van de VVD grote zorgen, dat we over 2 jaar weer eens met elkaar gaan zitten, dan gaan we weer eens kijken hoe het ervoor staat, maar de ingezette koers wordt dan niet makkelijk meer gewijzigd. Wat we allemaal in deze raad gemeen hebben, dat heeft de reuring waar de heer Hoppenbrouwer het over had wel duidelijk gemaakt: iedereen heeft het beste voor met de sportverenigingen in onze gemeente.
We willen allemaal dat ze kunnen sporten en dat ze vooruit kunnen, alleen is onze aanvliegroute een klein beetje verschillend. Wij denken dat het op de lange termijn beter is als we nu nog een jaar nemen om de hiaten uit de weg te nemen, waar de heer Hoppenbrouwer het over had. Wij denken dat de investeringen en het onderhoud op de korte termijn tot en met 2023 gewoon kunnen doorgaan, zoals in de begroting staat. Ik wil duidelijk zeggen, dat dat ons uitgangspunt is, dat daar geen kinken in de kabel komen. Wij begrijpen ook niet waarom we niet zouden kunnen instemmen met een nieuwe tarievenstructuur voordat alle capaciteitsvraagstukken zijn opgelost. Volgens ons kan dat best. Het is misschien anders dan we van tevoren hadden gedacht, maar het is niet gezegd dat het niet kan. Ook kunnen we met het aannemen van ons amendement van het CDA, L3B en VVD in het tussenliggende jaar nieuwe vraagstukken langs het afwegingskader leggen, zoals ook in het oorspronkelijke raadsvoorstel wordt gevraagd. Het komende jaar kan, wat ons betreft, dus alles waar we het al over eens waren doorgaan en beslissingen die op een dusdanig lange termijn liggen, tot aan 2024, daar kun je ook nog een jaar mee wachten.
Dan heb je meer zicht op wat Covid-19 met het verenigingsleven heeft gedaan en hopelijk met meer geleverde inspanning vanuit de wethouder om het optimaal gebruik van de buitensportparken in onze hele gemeente voor elkaar te krijgen. Dit is eigenlijk het antwoord op de vraag van mevrouw Verhoef: wat willen wij met het amendement bereiken? Nou, dit. De motie van de PvdA en CDA vinden we sympathiek. Dat vierde sportpark, ja, mogelijk moeten we daar 4/36
rekening mee gaan houden, maar voordat onze fractie steun bepaalt, willen we weten wat de wethouder daar over denkt. Voor mijn eerste termijn wil ik het daar graag bij laten. Mevrouw Bouman, CDA: In de commissie samenleving heb ik al stil gestaan bij een aantal items. Daar heb ik al gezegd: de nodige waardering voor het sportaccommodatieplan. Maar er was toch nog wel een aantal zorgenitems, waar ik nog even stil bij wil staan. Dat was o.a. de optimalisatie van het gebruik van de sportaccommodaties, zowel voor de binnen- als de buitensport. Een aantal sportverenigingen heeft wensen naar voren gebracht, dat hebben we allemaal kunnen zien. Van die 15 wensen, die vermeld zijn, zijn er 3 waarvoor het college met een advies komt, om dat te honoreren. Twee daarvan zijn investeringen, waarvan ik vermeld dat deze voor na het jaar 2024 zijn, dus vanaf 2025. Met andere woorden: dat is op de wat langere termijn. Dan is er ook een nog een item, dat gaat over de investeringen van de beachvolleybal. Daar hebben we t.a.v. dit amendement gemeld, dat we deze graag naar voren willen halen. In ons plan, het is net door de heer Hoppenbrouwer naar voren gebracht, zouden wij toch tegen die investering van € 25.000 ja willen zeggen.
Echter, een punt dat ik tegen kwam, en dan zal de wethouder zeggen: waarom heb je dat niet bij de technische vragen naar voren gebracht, ik zat nog even te vlooien en toen zag ik in de bijlage dat het ging om € 35.000 die beschikbaar gesteld wordt. De vereniging beachvolleybal heeft € 40.000 gevraagd. Er staat echter € 25.000 en in de bijlage € 35.000. Wat is in deze nu het bedrag? In mijn optiek € 25.000, maar dat hoor ik wel. Dan de ontwikkelingen, die natuurlijk niet stil staan. We hebben corona. Hoe ziet het ledenaantal eruit, zowel nu als in de komende jaren? We hebben toch ook wel gehoord dat vanwege corona het misschien niet ondenkbaar is dat een aantal lieden, die gezamenlijk aan sport deden in sportverenigingsverband, zowel binnen als buiten, misschien toch wat andere sportbeoefeningen zijn gaan doen. Dan hoor ik de collega’s al zeggen: maar je hebt toch al die brieven wel gezien, die we gekregen hebben, dat is toch niet zo? Nou, ik heb er grote vraagtekens bij, daarom zeggen wij: zou het niet verstandig zijn om toch het e.e.a. uit te stellen naar uiterlijk Q3-2022. Het staat de wethouder natuurlijk altijd vrij, als zij wat meerdere gegevens heeft, om eerder bij ons terug te komen. Dan is het voor de wethouder, denk ik, straks t.a.v.
het einde van corona, want ik hoop, dat er toch licht aan het eind van de tunnel is en komt, dat we de gelegenheid hebben om met de sportverenigingen in gesprek te gaan. Dat zou een mooie gelegenheid zijn om dan ook weer het e.e.a. nader te onderzoeken. Ik hoop, dat we daar het nodige over te horen gaan krijgen. Dat moet volgens mij geen enkel punt zijn, want in mijn en onze optiek is het zo, dat als we het e.e.a. uit willen stellen, geen afstel maar uitstel, dat er dan absoluut geen bloed vloeit, als het e.e.a. even doorgeschoven wordt. Dan nog de blaashal, ook een item dat naar voren komt en wat ik links en rechts ook om mij heen hoor: er moet toch ook het e.e.a. gemeld worden over de blaashal. Ja. Het advies van het college is neutraal, daar nemen we geen investering voor op in het accommodatieplan. Dat hoeft ook niet, want als we het allemaal goed lezen, er is net verteld dat in de begroting 2021-2023 op blz.165 van het MIP dat er de nodige reserveringen voor zijn gedaan. Bijvoorbeeld voor de blaashal, HBR, veld 3 staat daar al genoteerd voor 2023. Met andere woorden: waar hebben we het over? Er is al het e.e.a. geregeld in het MIP. Met andere woorden: uitstel, ja, want er zijn nog de nodige onduidelijkheden en er zal nog het nodige boven water kunnen komen.
Nog in aanvulling op wat de heer Hoppenbrouwer en mevrouw Draak naar voren gebracht hebben, ga ik niet verder herhalen. In onze optiek zal er geen bloed vloeien uit uitstellen. Als de wethouder eerder gegevens heeft, dan horen we dat graag. Dat hoeft niet tot Q3-2022 te wachten, het kan misschien al binnen een half jaar. Dank u, dat was het in de eerste termijn. De heer Hoek, WIJ: U ziet een bijzonder teleurgesteld raadslid, jazeker. Ik ben blij, dat ik een aantal maanden geleden de beachvolleybalvelden uit het accommodatieplan heb gelicht en dat hier in dit huis aan de orde heb gesteld, want anders had de beachvolleybal pas over 2 jaar kunnen beachvolleyballen. Ik ben het wel eens met de woorden van mevrouw Bouman, daar waar het gaat om de verschillende bedragen. Ik denk dat het goed is om voorafgaand aan de kadernota, want dan wordt het technisch behandeld, dat we daar duidelijkheid over krijgen, want er wordt inderdaad een aantal bedragen genoemd. In een zeer prematuur stadium was het bedrag in ieder geval € 40.000 en geen € 25.000. Wellicht dat daar nog duidelijkheid over kan komen. Dan het hele accommodatieplan. Ja, de datum van juli 2020 werd gesteld, maar dat is natuurlijk niet waar. Het was al veel eerder aan de gang. Daarom is het juist zo wrang, dat nu in de finale fase 3 coalitiepartijen nota bene de stekker eruit trekken.
Ik ben zeer teleurgesteld, zeer teleurgesteld, dat de coalitie die pretendeert, toen ze hier aantraden de coalitie van de daadkracht te worden, slagkracht, minder papier, nu de coalitie is van de remmende voorsprong. Ik vind het echt erg. Ik ga nu in op het amendement. Er wordt gesteld, ja, heel clever gevonden, dat het ook nog zo zou kunnen zijn, dat corona ervoor zorgt dat we minder velden nodig hebben. Wel, u heeft alle brieven van de verenigingen gelezen: er is geen enkele vereniging, die aan de orde stelt, dat corona er mogelijk de oorzaak van wordt, dat er minder leden zullen overblijven. Geen enkele vereniging. Dan, dat is ook een briljant gevonden punt, dat is: het uitgangspunt wordt op het gebied van de hockey en voetbal niet uitgevoerd. Dit vraagt onder leiding van de wethouder een gedegen onderzoek naar de mogelijkheden om tijdens piektijden het gebruik van accommodaties beter optimaal te gebruiken. Dit staat echt het goedkeuren van het accommodatieplan niet in de weg. Dat kan parallel opgepakt worden en geregeld worden. En dan nog wel het meest belangrijke argument. De 3 coalitiepartijen ervaren 5/36
onvoldoende terugkoppeling over de ingebrachte wensen en ideeën en missen een onderbouwing bij de afwijzing. De vraag die hier wezenlijk aan vooraf gaat, beste VVD, CDA en L3B, is of je kunt leven met het afwegingskader. Ik heb niet één partij horen zeggen, dat het afwegingskader niet op orde is. Niet één. Dat betekent dat er maar twee dingen mogelijk zijn: of u bent het niet eens met het afwegingskader, maar dat heb ik u niet horen zeggen. Of u vindt dat het afwegingskader niet goed wordt uitgevoerd. Meer mogelijkheden zijn er niet. Het is een duidelijk afwegingskader, dat heb ik meerdere partijen horen zeggen tijdens de behandeling in de commissie. Ja, dan klopt het, dat bepaalde wensen buiten de boot vallen, daar heb je namelijk een afwegingskader voor. Ik wil echt mijn complimenten uitspreken voor de CU, die ondanks dat het redelijk coalitiebreed gedragen wordt, er wel een voorstander van is, dat het hele verhaal door gaat. Daadkracht. Dat hadden we toch bedacht met zijn allen? Maar er komt echt niets van terecht. Ik vind het echt dieptriest, dat een zo belangrijk document een jaar naar voren wordt geschoven. Mevrouw Draak zegt: als we dat niet doen, zitten we over 2 jaar weer rond de tafel.
Dat klopt, mevrouw Draak, want de wethouder heeft toegezegd, dat het hele verhaal niet in beton gegoten zit en dat er regelmatig rond de tafel wordt gezeten om te kijken of er vanwege corona of anderszins bijstellingen noodzakelijk zijn. Dus ja, we zitten nog regelmatig met elkaar rond de tafel. Gelukkig wel. We kunnen echt nog een aantal zaken tussentijds regelen. Ja, gelukkig wel, heeft de wethouder heel goed uitgelegd. Ik vind het een briljant mooi plan. Er is gedegen gekeken naar allerlei zaken. Ik verbaas me dan ook hogelijk, dat een aantal partijen er op deze manier in zit. Ik vind het echt stuitend. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik heb het idee, dat de vorige spreker mij al een beetje geïntroduceerd heeft. Vandaag kan namelijk een feestje worden. Het plan, dat voor ligt, is een fantastisch goed plan, waar ontzettend hard aan gewerkt is, dat een heel lange voorgeschiedenis heeft en waar veel verenigingen naar uit kijken, naar de implementatie ervan. Ofwel: even doorschuiven, dat is niet een detail, dat zou een fiasco betekenen. De timing van dit plan is ook geweldig. We staan nu aan de vooravond van het versoepelen van de lockdown maatregelen. Ik heb zelf 2 kinderen in de 18+ leeftijd, ze snakken naar weer wedstrijdsport te gaan doen.
Zo staan heel veel mensen in Lansingerland te wachten om weer eindelijk de sportverenigingen op te gaan zoeken op de normale manier, zoals we dat gewend waren. De aanloop van het raadsvoorstel, moet ik even zeggen, heeft trouwens een heel prettige bijgevolg gehad, want het heeft gemaakt, dat veel van ons, voor zowel degenen die het ene of andere amendement hebben omarmd, veel contacten heeft gekregen met diverse verenigingen en dat is een rijke ervaring geweest. De bestuurders, die we ontmoet hebben, zijn stuk voor stuk vrijwilligers, die dat doen naast een stevige baan. Het bleek bij de ontmoetingen: ze weten heel goed waar het over gaat, ze kunnen hun woordje doen, ze kunnen ook rond kijken, ze kunnen rekening houden met andere verenigingen. Ofwel: als zij zeggen, en dat zeiden ze ook bij het ronde tafelgesprek, dat ze over het algemeen zeer positief zijn over het plan, niet alleen het afwegingskader, maar ook de uitwerking ervan, dat wil dan wel wat zeggen. Dat is namelijk anders dan het was voor de zomer van 2020. Toen waren we met een aantal verenigingen en een groot aantal raadsleden te gast in het Hoge Land. Toen was er veel kritiek. Er zou met te korte termijnen gewerkt zijn, maar nu ligt er een plan tot 2030. Het is een tijd om het te bekrachtigen. Ik wil eigenlijk proberen mijn coalitiegenoten over de streep te trekken.
Ik wil iets anders dan mevrouw Verhoef deed, niet de verschillen uitvergroten tussen de twee amendementen, maar de overeenkomst laten zien. Namelijk: we pleiten ervoor om door te pakken, maar niet te stoppen met nadenken. Het zijn niet zomaar wat open eindjes, zoals de heer Hoppenbrouwer zei, die er natuurlijk zijn, maar daar staan we ook bij stil, daar komen we natuurlijk op terug. De herijking over 2 jaar is geen papieren iets, dat is iets wat heel goed uitvoerbaar is. Alleen het afwegingskader omarmen, zoals denkbaar zou zijn, maar niet de uitwerking in de plannen, dat zou een lege huls betekenen. De tarievennota zou je los kunnen zien, wordt geopperd. Ik denk dat het heel gecompliceerd is als je niet weet hoe het gaat met de zaalverdeling, met de verhuur, met de nieuwe Wilderszijde hal, als daar geen plannen voor gaan komen, om over de tarievennota heldere afspraken te kunnen maken. Ik ga niet in op verdere details uit het plan, die gewoon fantastisch zijn. Ook niet op wat er in de commissie aan bod is gekomen rond atletiekvereniging Kieviten en de hockeyvereniging HVB, want dat is al in toezeggingen verankerd, wat er gaat gebeuren. Daarom wil ik twee dingen nog zeggen.
Opnieuw de oproep aan mijn coalitiegenoten om te zien de overeenkomst tussen het tweede amendement en het amendement dat u tot nu toe heeft bekrachtigd, namelijk om weldegelijk de boost te geven aan de verenigingen, waar ze zo op zitten te wachten in plaats van dat ze, terwijl ze nu aan het meeluisteren zijn, beteuterd straks zullen afhaken. In de tweede plaats wil ik nog iets zeggen over de motie m.b.t. de planologische studie. Een compliment voor CDA en PvdA, dat ze zijn gaan samenwerken op dit plan. Wij steunen deze motie van harte. Hierbij laat ik het, deze eerste termijn. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Ik zal niet proberen het gloedvolle betoog van de vertegenwoordiger van WIJ te overtreffen, want dat sprak me zeer aan. In de lijn daarvan wil ik namens D66 graag aangeven, dat ook wij het accommodatieplan van harte ondersteunen. Als we in het plan kijken, zien we hier al even mee bezig zijn. We zijn grofweg in november 2019 met het hele proces daaromheen begonnen. Nu zitten we in juni 2021 en op het laatste moment, een beetje in de laatste fase, besluiten de coalitiepartijen om de stekker eruit te trekken en voor uitstel te gaan. Hoe komt dit over op onze inwoners? Die zien een 6/36
falende overheid en een falend bestuur. Waarom? Stel dat het iets was waar partijen het niet mee eens konden zijn? Daar hebben we iets voor gevonden: een amendement. Daar kunnen we van mening over verschillen, daar kunnen we over debatteren, daarmee kunnen we voorstellen verbeteren om het uiteindelijk toch met elkaar er doorheen brengen. Dat gebeurt niet. Er wordt alleen gepleit voor uitstel, waardoor we weer in een bureaucratisch traject verzanden en we zo weer een jaar bezig zijn met een plan, waarvan de VVD ook aangaf het grotendeels oké te vinden. Dan denk ik: als een plan grotendeels oké is, formuleer dan een amendement om het te verbeteren. Dat is dan kennelijk een kleine moeite, als het grotendeels al oké is. Maar ik heb geen amendement gehoord van de VVD, helemaal niets. Ik snap dat niet, want het kan niet allebei waar zijn. Of je bent het er gewoon helemaal niet mee eens en je kunt het niet amenderen. Of je bent het er grotendeels mee eens en dan had ik een scherp amendement verwacht, maar dat is er dus allemaal niet. Dat is heel teleurstellend. Ik hoop, dat de coalitiepartijen zich bedenken en toch dit accommodatieplan accepteren. Het amendement voor uitstel zullen wij dus niet steunen, dat spreekt voor zich.
Ten aanzien van de motie voor het sportpark willen wij graag nog de wethouder horen over wat de effecten zijn van een dergelijke motie, dat kon ik niet helemaal goed inschatten, voordat wij onze afweging daarover maken. Hier wilde ik het bij laten. Mevrouw Gabin, GL: In de commissievergadering hebben wij uitgebreid besproken of het wel of niet noodzakelijk is om het accommodatieplan uit te stellen. Het ene amendement pleit voor een uitstel en het andere pleit voor een herijking en doorgang van het plan. De vraag is nu: wat is wijsheid? Onze fractie heeft besloten om de tussenweg te nemen en rekening te houden met alle sportverenigingen, waarbij zij kunnen rekenen op bepaalde rechtszekerheid. Dus na 2 jaar een tussenevaluatie verrichten en zo nodig bijstellen. De toekomstige investeringen, die gepaard gaan met de plannen, worden vast gesteld in de begroting. Voordat zo’n investering daadwerkelijk wordt uitgevoerd, hebben wij de mogelijkheid om hierover te buigen en te bezien of de investering wel nodig is en eventueel een zienswijze indienen. Het plan is niet rigide, maar voorziet in eventuele vervanging of uitbreiding. Wanneer er geen capaciteitsuitbreiding nodig blijkt te zijn, dan kan er worden afgeweken van het plan. Dat heb ik in ieder geval zo begrepen van de wethouder. Ik vraag mij af over welke hiaten de indieners van het amendement Hoppenbrouwer het hebben.
De zogenaamde hiaten zijn namelijk nergens op gefond. Ik citeer nu letterlijk een uitspraak uit de brief van de sportverenigingen CPV en TOGB: de voorzitter van CPV heeft bij de behandeling van het plan in de commissie samenleving gewezen op de mogelijke invloed van de coronacrisis en de onzekerheid die dat met zich meebrengt. Hij had het bestuur van TOGB van deze inbreng op de hoogte gesteld. Wij hebben daar nog samen nader naar gekeken. Als we kijken naar het beeld van de aan- en afmeldingen voor komend seizoen, dan zien wij geen significante afwijking van de gemiddelde trend van afgelopen jaren. Wij gaan er dus van uit, dat door ons genoemde ledenaantallen en groeiprognose ook in het post-coronatijdperk nog valide zijn, dus ik snap de opmerking daarvan niet en daarover wil ik graag nog helderheid hebben. Verder wordt aangegeven, dat de vereniging geen uitstel behoeven, sterker nog, zelfs met uitstel zijn sportverenigingen niet tevreden en verlangen zij ook nog allerlei andere zaken. Tot slot wat betreft de motie: het college heeft een ambitie, namelijk om de sportiefste gemeente van Nederland te worden. Met zo’n visie hoor je ook vooruit te kijken, vinden wij, maar het accommodatieplan heeft niet voorzien in een periode voor na 2030. Met de groei naar 75.000 is er dus geen rekening gehouden, terwijl mogelijk extra sportcapaciteit nodig blijkt te zijn.
Het is noodzakelijk om rekening te houden met uitbreidingsplannen na 2030 en hiervoor ook ruimte te reserveren in de plannen. Vandaar dat wij de motie van de PvdA zullen steunen. Mevrouw Bouman: U heeft mij nog niet de gelegenheid gegeven om te reageren op de motie, die ik samen met mevrouw Verhoef en mevrouw Gabin indien. Ik denk dat het goed is, dat ik even iets naar voren kan brengen. De voorzitter: De gebruikelijke procedure is, dat u dat in uw spreektijd doet, dus ik dacht, dat u dat bewaarde voor de tweede termijn. Maar als u dat nog even had willen doen in uw spreektijd, dan geef ik u graag nog even de gelegenheid, mevrouw Bouman, maar de gelegenheid was er bij uw termijn. Mevrouw Bouman: Dat klopt, maar ik ben er even niet op in gegaan. Zoals al aangegeven is er een aantal ontwikkelingen gaande, de nodige bouwplannen komen er en het is niet ondenkbaar, dat het ook de nodige bewoners met zich meebrengt. De sportaccommodaties geven dan aan (….) De voorzitter: Uw microfoon. Dat was ik, maar het was een ongelukje. Mevrouw Bouman: De vraagstelling is of het allemaal helder is. Het gaat om een toename van het aantal bouwplannen, waarschijnlijk een toename van het aantal inwoners, dat we kunnen verwachten en dan ook een toename van het aantal sporters die bij sportverenigingen aangesloten zullen willen worden op termijn, voor 2030 of na 2030, het kan allemaal.
Dan is de vraag: hoe gaan we daarmee om? Vandaar onze motie, want het kan toch niet zo zijn, dat op een gegeven moment met al die bouwplannen, en de schop gaat niet morgen de grond in, dat duurt nog wel even, maar dat het straks zo zal zijn dat er ontwikkelingen zijn en dat we op een gegeven moment achterom kijken en zeggen: wacht even, nu hebben we er geen rekening gehouden dat een aantal sportaccommodaties ergens een plekje moet hebben. Dat is toch wel een punt. Dan is alles al vol gebouwd met woningen of misschien wel bedrijven. Met andere woorden: het zou toch wel goed zijn, dat we dat even onder de aandacht willen brengen. Dan verwijs ik nog even naar een brief van de wethouder c.q. het college van 18 november waar iets staat over het vierde sportpark. Er is een toezegging gedaan op 8 oktober. Dan zegt het college: wij nemen de mogelijkheid van een vierde 7/36
sportpark als serieuze optie mee in het accommodatieplan. Dan lees ik het accommodatieplan en dan zie ik daar op blz. 63: de mogelijke aanwending van gronden buiten de afbakening van dit plan. Met andere woorden: houd rekening met de wensen die wij naar voren brengen t.a.v. een ruimtelijke inrichting in Lansingerland voor een sportpark. De heer Hoek: Ik vind dit een bijzonder vreemde gang van zaken, dat er een soort derde termijn wordt ingelast. Ik wilde dus vragen of dat gestopt kan worden. De voorzitter: Dat is hierbij gebeurd. Mevrouw Bouman was dat even vergeten in haar termijn en ik heb haar heel bewust gelegenheid gegeven om dat nog even te herhalen, anders had ze dat gewoon in haar eerste termijn gezegd. De heer Hoek: Ik heb het voor mijn tweede termijn bewaard. Vandaar. De voorzitter: Ik had ook de verwachting, dat mevrouw Bouman dat ook gedaan had. Soms zijn we coulant, meneer Hoek, dat weet u, en soms niet. In dit geval was er coulance. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik zit in de startblokken, gebied de eerlijkheid mij te zeggen. Ik zal omwille van de bespreking, die wij in de commissie hebben gehad vooral ingaan op de amendementen en even nog een paar technische dingetjes n.a.v. opmerking van mevrouw Bouman.
Overigens heb ik begrepen, dat u de vraag over de € 25.000 of de € 35.000, die in het plan genoemd staat voor de beachvolleybal, dat u die vraag schriftelijk had gesteld en dat u daar vanmiddag over bent gebeld, maar dat is blijkbaar een misverstand bij mij. Het gaat om € 25.000, dat was het voorstel dat het college heeft opgenomen in dit plan voor die beachvolleybal, aanvullend aan de reservering die ze nu hebben gedaan of de realisatie die ze nu hebben gedaan, € 25.000 beschikbaar te stellen, als u dit plan aanneemt, om verdere aankleding van die accommodatie te verzorgen. Dus € 25.000. Dat zeg ik dan ook maar even tegen meneer Hoek, die nog inging op de € 40.000 die door hun was genoemd als gewenst bedrag. Dus het college stelt € 25.000 voor. Dan had u ook nog een opmerking over wat er in het MIP staat voor de blaashal. Wat in het MIP staat, is een reservering voor de vervanging van het veld van de hockey. Wat we altijd afspreken met de sportverenigingen is dat als er iets moet gebeuren, dat er zoveel mogelijk werkzaamheden worden gecombineerd. Dus als er dan een blaashal zou worden gerealiseerd op dat veld, dan doe je dat idealiter op het moment dat je toch met een veld aan de slag gaat. Er moet van alles voor georganiseerd worden om zo’n blaashal veilig daar te bevestigen.
Dus het is niet voor de blaashal, maar het is voor de vervanging van het veld, waar de blaashal op komt. Dan kom ik bij de besprekingen, die we in de commissie hebben gehad en de amendementen, die daaruit voort komen. Dan neem ik als eerste het amendement dat is ingediend door o.a. de PvdA en de CU, die eigenlijk daarmee onderstrepen wat op blz. 36 in het plan staat, namelijk: ga met een bepaalde frequentie echt aan de slag met het onderzoeken van de huidige ontwikkelingen, eventueel andere trends dan dat we in de afgelopen periode hebben gezien en zorg voor een herijking waar dat nodig is. Dus dat vind ik een stevige onderstreping van wat er in het plan genoemd staat. Ik denk dat het goed is. Het sluit ook aan bij de bespreking in de commissie, dus dat amendement voelen we als college als een steun in de rug voor de keuze die in het plan is verwoord. Ik wijs u er ook nog even op, en dan kom ik daarna ook nog bij het amendement, dat door drie van de vier coalitiepartijen is ingediend, dat op blz. 36 eveneens staat, dat er op dat moment ook gekeken wordt of een vraag nog actueel is en of er ook t.a.v. een voorgenomen investering in iets nieuws nog een verandering is in trends. Als er een groot verschil is, dan nemen we de ruimte om een voorstel, dat in dit plan is opgenomen, te heroverwegen, omdat de cijfers daartoe aanleiding geven.
Waar de 3 coalitiepartijen voor vrezen, dat dit juist met wat er op blz. 36 in dit plan staat wordt ondervangen en dat het amendement van de PvdA en CU dat nog eens onderstreept en dat de zorg dat we de verkeerde ontwikkelingen doen daarmee eigenlijk weg is, want u blijft zelf aan de lat. Natuurlijk kijken we dan wat de trends zijn bij bekende sporten, maar eventueel ook naar wat er aan nieuwe trends is omdat corona, zoals het er nu naar uitziet, weldegelijk iets betekent voor de sport. Er wordt veel meer gesport in de openbare ruimte nu dan voor corona. Er wordt veel meer gefietst, hard gelopen, in de parken gesport, skatebaan, urban sportspark, dus ik kan me best wel voorstellen, dat er n.a.v. corona inderdaad andere ontwikkelingen te zien zijn en die kunnen we dan over 2 jaar als we gaan herijken meenemen en bekijken wat het voor eventuele aanvullingen of wijzigingen betekent op het accommodatieplan, zoals het er nu ligt. Ook dan zullen we het afwegingskader gebruiken, zoals het in het sportaccommodatieplan staat. Dat is nu ook gebruikt voor het maken van de keuzes en de bijbehorende voorstellen voor de investering. Meneer Hoek wees daar terecht op. Het plan, zoals het nu voor ligt, voldoet aan de lat of de trap, die u daar zelf voor wil vast stellen, want dat staat ook als beslispunt in punt 2 van uw amendement. In die zin voldoet het huidige plan aan wat u zelf aangeeft.
Als je een keuze wilt maken, doe dat dan aan de hand van het afwegingskader. Dus ik pleit ervoor om de sportclubs zekerheid te geven van dit accommodatieplan. Ik ga bijna zeggen: ik bezweer u, dat we over 2 jaar en indien nodig eerder met u aan tafel zitten om te kijken wat de eventueel gewijzigde trends zijn van corona en wat die eventueel aan aanpassing of heroverweging vragen. Maar ik zou de sportclubs echt graag de zekerheid geven van het plan en niet alleen maar van een afwegingslijstje. Ik denk dat het ook voor de binnensport winst is als we aan de hand van het afwegingskader, wat daarvoor staat, ook aan de slag gaan met het vullen van de sporthallen en het al dan niet opnieuw vast stellen van tarieven, die passen bij het sportgebruik van die sportclubs. Dat is een ander afwegingskader dan wat u in punt 2 noemt van het amendement van de 3 coalitiepartijen, wat ik dus bij deze namens het college ontraad. 8/36
Dan kom ik bij de motie voor het vierde sportpark. Ik snap de bedoeling en ik denk ook, dat het goed is om integraal af te wegen: wat betekent een groei van Lansingerland? Dat doen we, meen ik, als gemeentebestuur eigenlijk altijd. Kijk alleen maar naar de ontwikkeling van Wilderszijde. Toen we daaar over na gingen denken, hebben we gekeken: als er 3.000 woningen bij komen, wat betekent dat dan voor onderwijsaantallen en –behoefte? Wat betekent dat voor zorgvraag en dus behoefte aan gebouwen? Wat betekent dat voor gymlessen en sportgebruik en dus aan een sporthal of –velden? Zo zullen we dat bij alle ontwikkelingen van Lansingerland na 2030 of na de 75.000 inwoners ook doen. Dan leggen we ook die ontwikkelingen weer naast de actuele cijfers van het gebruik van onze sportaccommodaties en trends op dit moment. Dan is het op dit moment nog veel te vroeg om te zeggen, dat er dan een vierde sportpark bij moet, want er is op dit moment gewoon nog capaciteit op onze sportaccommodaties, zowel op het Hoge Land als bij het park in Bergschenhoek. De voetbalvelden op het Hoge Land kunnen nog worden omgezet naar kunstgrasvelden, wat capaciteit oplevert. In Bergschenhoek ligt nog ruimte onbenut, die wel de bestemming sport heeft. Dus met die integrale afweging op gemeenteniveau, die ik bij u ook af en toe en ook vanavond weer langs hoor komen, denk ik dat we nog ruimte hebben.
Dat wil niet zeggen, dat er niet ergens een keer een veld bij moet, maar om nu al te zeggen dat dat een vierde sportpark vraagt, dat is wat het college betreft nu niet aan de orde. Ik denk dat met die heroverweging of monitoring elke 2 jaar we deze vraag ook prima mee kunnen nemen: wat vraagt de huidige trend in combinatie met een verdere groei boven de 75.000 inwoners aan investeringen voor de sport? Dan kunnen we op dat moment een ruimteclaim meenemen in bouwplannen en een financiële claim in een kadernota en een begroting. Dus ook deze motie zou ik namens het college willen ontraden. Dat zijn ze. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Er zijn, ik zou bijna zeggen harde woorden geroepen. Stuitend en dat soort zaken. Dat vind ik nogal wat, als je dat durft te zeggen, maar dat is ieders goed recht om daar zijn mening over te hebben. Ook zijn eer m.b.t. de beachvolleybal, daar zou ik ook een vraagteken bij willen zetten. Maar waar het om gaat. Er wordt in zijn algemeenheid gezegd: we trekken de stekker eruit. Dat is natuurlijk niet waar. Wat hebben we gezegd? Het gaat om uitstel en niet om afstel. Wat ik denk dat het grote interpretatieverschil is tussen de 3 coalitiepartijen en de andere partijen, is dat zij vooral kijken op de investeringen, die er gepland staan op de korte termijn. Onze zorg, van L3B, zit vooral in de capaciteit van bijvoorbeeld het Hoge Land.
De wethouder zegt: er is genoeg capaciteit. Ja, wethouder, dat is allemaal misschien waar, ik denk niet dat het waar is, maar stel dat het waar is, dan heeft dat te maken met de mega investering, dat een aantal wetravelden omgebouwd moeten worden naar kunstgrasveld en dat gaat pas gepland worden in 2030. Als u dan kijkt naar de gezamenlijke brief van CVV Berkel en TOGB, daar staat gewoon expliciet in, dat ze nu al op de zaterdagen twee competitievelden tekort hebben en een half trainingsveld. Daar wordt overheen gewalst, zeg ik dan maar even met alle respect, en dat is waarvan wij vinden dat we pas op de plaats moeten maken om die zorgvuldigheid, als het gaat om behoorlijk bestuur, het algemeen beginsel van zorgvuldigheid, die ik graag in acht wil nemen. De heer Hoek: Ik wil de heer Hoppenbrouwer vragen of het hem bekend is, dat de wetravelden in 2019 zijn opgeknapt. Ik heb daar nog een technische vraag over gesteld om de verenigingen tegemoet te komen om een veld om te zetten naar een kunstgrasveld. In de uitleg, die ik kreeg van verenigingen, was dat ze over een jaar of 2 jaar aan vervanging toe waren. Maar bij navraag bij de gemeente bleek, dat ze in 2019 geheel zijn opgeknapt. Dan denk ik: dan gooi je een investering, die net gedaan is, die gooi je compleet in het water. De heer Hoppenbrouwer: Ik heb uw technische vraag inderdaad gelezen.
Daar stond ook nog een zinnetje bij, dat ondanks dat het in 2018/19 was gelegd, dat de conditie daarentegen wel slecht was. Maar inderdaad, 2030 was de vervangingsdatum. Een terechte opmerking. Daar zit ook een beetje mijn zorg. Stel nu, dat de ontwikkelingen gaande zijn, waarvan wij nu nog niet weten wat het corona-effect is, dat kan je bagatelliseren, maar er zijn inmiddels al 2 instituten, het Mulier Instituut Sport, een gerenommeerd onderzoeksbureau, die aangeven dat de bezetting van de velden onder druk komen te staan. Dan denk ik: wat is er qua zorgvuldigheid op tegen om uit te stellen, waarbij je juist in het belang van juist die sportverenigingen ook geen toezeggingen gaat doen. Want op het moment dat u uw plan voorstelt, dan hangt de hockey de vlag uit, want op dat moment is het veld vergeven. Stel nu dat de wetravelden geen tijdige vervanging krijgen, dan betekent dat dat het bij de voetbal gaat exploderen, zowel bij Berkel als bij TOGB. Dat staat er in de brief, maar dat willen we niet lezen. We willen alleen maar lezen. Het is niet dat wij tegen de sportverenigingen zijn, maar we willen juist naar die sportverenigingen zorgvuldig acteren. Want ik geloof niet, op het moment dat nu wordt vastgesteld dat het zesde hockeyveld eraan komt, dat we dan over 2 jaar gaan zeggen: nee hockey, we hebben er nog eens over nagedacht, nee. Vandaar die pas op de plaats.
Kijk nou even, neem die tijd. Ga dan naar de verenigingen en HBR. Mevrouw Verhoef: Ik wil aan de heer Hoppenbrouwer vragen: wat denkt u nou in het komende jaar, het jaar waarin uw partij en alle partijen druk gaan zijn met de verkiezingen en de wethouders worden ook weer opnieuw gekozen en er wordt een coalitie gevormd, wat gaat u nou in dat jaar aan extra informatie ophalen bij de sportclubs en bij andere, wat u niet al opgelepeld heeft gekregen van de sportverenigingen zelf en van de ambtenaren en van allerlei andere instituten? Wat gaat het zijn? De heer Hoppenbrouwer: Als ik die vragen zou hebben, mevrouw Verhoef, dan denk ik niet dat ik in de raad van de gemeente Lansingerland zit. Dan heb ik waarschijnlijk een act in New York of Las 9/36
Vegas, als ik die glazen bol heb. Ik redeneer, ik ga uit van de data die ik heb gekregen. Ik luister goed naar de verenigingen. Ik lees de brief waarschijnlijk met een iets andere bril dan u, maar daar lees ik dat er capaciteitsproblemen zijn. Niet alleen met parkeren, maar ook als het om de veldbezetting gaat. Wat mij verbaast, is dat u daar zo makkelijk overheen walst. Daar gaat het om. Het gaat erom, dat we straks een veld weg geven, veld 6 van HBR, terwijl we niet weten, want er wordt gevraagd om een padelbaan. Mevrouw Verhoef: Ik wals helemaal nergens overheen. Ik heb net de stukken gekregen, goed voorbereid door ambtenaren. We hebben allemaal feedback gekregen van sportverenigingen. Wat u aan het doen bent: u gaat bovenop de stoel van de wethouder zitten en zit al met uw voeten in de aarde, in de zandvelden en in de grasvelden. U zit in de uitvoering. Ik vind echt, dat u dit niet goed aanpakt. Ik vind het heel jammer eigenlijk. De heer Hoek: Ik weet niet of de heer Hoppenbrouwer er nog aan toekomt, maar mijn vraag zou zijn: bent u het eens met het afwegingskader? Of vind u dat het afwegingskader verkeerd geïnterpreteerd is? De heer Hoppenbrouwer: Ik was niet van plan om daar verder op in te gaan. We hebben in het amendement aangegeven, dat we konden instemmen met het afwegingskader en dat de wethouder met inachtneming van dat aan de slag kon.
Mevrouw Verhoef zegt dat ik in de uitvoering zit, maar als ik ergens niet zit, dan is dit het wel. Het gaat mij er nu om, dat we juist op een strategische manier geen vierkante meters gaan weggeven, waar we straks spijt van hebben. Dat is wat ik wil. Mijn voorspelling is, dat wij minder uit moeten gaan van de bondsnormen, dat heb ik ook aangegeven. We hebben allemaal berekeningen gemaakt, rekenmodellen. Dat staat ook in de brief van CVV Berkel. Die zegt: er zit een verschil tussen de rekenmodellen en de feitelijke ledenontwikkeling. U kunt het allemaal ontkennen en zeggen dat ik een zeurpiet ben, maar het is oprecht, dat ik zorgvuldig naar de sportverenigingen wil zijn. De heer Hoek: Dan doe ik toch de voorzichtige conclusie, als u het eens ben met het afwegingskader, dat u vind dat het niet goed uitgevoerd is. Dat is mijn conclusie dan. De voorzitter: Dat is uw conclusie, dan kunnen we direct door. De heer Jonker: Ik ben altijd onder de indruk van de enorme kennis en contacten, die de heer Hoppenbrouwer heeft bij het lokale verenigingsleven. Dat is ook goed, dat is belangrijk als raadslid. Maar dan ben ik heel benieuwd, waarom u niet in staat bent, kennelijk, om concrete amendementen ter verbetering in te dienen.
U heeft hele concrete dingen, dan denk ik: amendeer dat, dan kunnen we dat bespreken en dan kunnen we kijken of we met elkaar een plan kunnen maken, waar iedereen mee in kan stemmen. Waarom doet u dat niet? De heer Hoppenbrouwer: Omdat het een beetje in het verlengde ligt van wat mevrouw Verhoef zegt. Er wordt verondersteld dat ik weet hoe de werkelijkheid eruit gaat zien en dat heb ik gewoon niet. U kunt niet van mij verwachten, dat ik daar een heel concreet voorstel heb. Ik zeg alleen: ik hoor de sportverenigingen, ik zie de 12 investeringen die geweigerd zijn, ik zie dat bepaalde instellingen, en dan kunt u zeggen: wat is een instelling? Onderzoeksbureaus zeggen: de corona gaat effecten hebben op het verenigingsleven. Zij weten ook niet wat het is, maar het gaat gebeuren. De wethouder geeft terecht aan: misschien gaan we straks allemaal meer in de ongeorganiseerde sport. Daar willen we nog een goede afweging in maken. Ik begrijp echt de weerstand niet om de sportverenigingen juist te helpen met een zorgvuldige afweging, met een juist betrouwbare overheid, die niet om de 2 of 3 jaar het jasje waait zoals de wind waait, ik weet niet wat het spreekwoord is, maar u begrijpt wat ik bedoel. Dat is wat we willen. De heer Jonker: Ik begrijp uw antwoord wel. U gaf ook aan, dat het een strategisch plan is.
Dan zou ik verwachten, dat het niet over individuele velden gaat, het gaat om de strategische lijn tot 2030. Daarop moet je kunnen amenderen. Als laatste wil ik een vraag stellen, want het moet een vraag zijn natuurlijk: de wethouder heeft aangegeven, dat het plan zelf de mogelijkheid biedt tot bijstellen en aanpassingen. Ook het voorgestelde amendement biedt daar ruimte voor. Waarom is dat dan onvoldoende in uw ogen? De heer Hoppenbrouwer: Dat is onvoldoende, omdat ik denk dat wij dan nu al vierkante meters gaan weggeven op het Hoge Land, dat we onvoldoende gekeken hebben naar de optimalisering bij de voetbal. Dat gaat mij dus te snel. Ik hamer nogmaals op zorgvuldigheid. Het is helemaal niet om die sportverenigingen te pesten. De investering, wat mevrouw Bouman ook al zegt, het gaat om 2024/25, dus er is geen man overboord. Het heeft niets met bureaucratie te maken, het heeft met zorgvuldigheid te maken naar de sportverenigingen. Nogmaals, wat ik ook in mijn eerste termijn zei: de participatie is nog steeds niet op orde. Dat wil ik toch aanscherpen, dat we daar toch nog een keer goed over nadenken en dat we met de verenigingen nogmaals in gesprek gaan. Mevrouw Verhoef: Ik heb een hele korte vraag en nog een korte vraag aan de heer Hoppenbrouwer.
Maakt u zich niet zorgen, dat dit een beetje geplet gaat worden in de coalitievorming, die volgend jaar rond deze tijd moet plaats vinden? Dat is 1. Mijn tweede vraag is: waarom heeft u, als u toch blijkbaar extra onderzoek nu wilt doen in dit komende jaar, want over een jaar kunt u meer gedegen tot een besluit komen, waarom giet u dat dan niet in een motie en geeft u ons een serie stappen die u nog wilt ondernemen in gesprekken met sportclubs om dit dan volgend jaar beter te doen. Ik wil een actieplan dan ook van u horen en uw mede indieners, want anders zitten we een jaar te wachten en over een jaar hebben we deze discussie weer. De heer Hoppenbrouwer: Ik moet eerlijk zeggen, u begint nu voor de tweede keer over de verkiezingen en de coalitieonderhandelingen, die dan in 2022 gaan plaats vinden, ik moet u eerlijk zeggen: het is een 0,0 deel van mijn hersenen geweest om daar überhaupt over na te denken, dus u brengt een noviteit in wat geen rol van betekenis speelt. Dat actieplan, u doet nu voorstellen alsof ik weer nieuw onderzoek ga doen. Nee, ik wil op basis van de data, die er nu zijn, me afzetten tegen datgene wat er op dat moment actueel is. Dat kan je dus, in alle oprechtheid, bepalen. We hebben ook de centralisering van de voetbalvelden gehad. We hebben ook een beslissing genomen, wat meneer Hoek zo graag wil, denk ik, 10/36
dat die wetravelden versneld kunstgras worden. Dat zijn afwegingen, die we op dat moment moeten maken. Dat is een aanname, dat moet ik eerlijk toegeven. Als we de wetrabanen pas in 2030 gaan vervangen, dan hebben we een mega capaciteitsprobleem binnen het Hoge Land en dat is wat ik in ieder geval wil voorkomen. Dat is dan misschien het enige onderdeel dat te onderzoeken is. Ik zou het risico echt niet willen nemen. Dus. Ik ben blij met de mogelijkheid van de 3 fracties, dat ik mijn standpunt nog een keer heb kunnen duiden. Nogmaals, ik trek niet de stekker eruit, ik kies voor zorgvuldigheid naar de verenigingen, geen overhaaste beslissingen. Geen dikke onderzoeken, daar ben ik helemaal niet op uit, ik ben niet uit op bureaucratie. Dus ik handhaaf vooralsnog het amendement. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb in mijn interrupties ook al het e.e.a. gezegd. Ik begin eigenlijk toch nog even bij de wethouder zelf, die natuurlijk wel heel duidelijk zegt: ik ontraad het amendement van L3B, VVD en CDA. Gun de sportclubs de zekerheid van het plan en niet alleen een afwegingslijstje dat ergens ligt, want het zit niet in een mooie lijst ingepakt van een sportaccommodatieplan.
We gaan op gezette tijden kijken: zijn dingen nog actueel, zijn er trends, moeten we dingen aanpassen? Eigenlijk de onzekerheid waar de heer Hoppenbrouwer moeite mee heeft, op zich begrijp ik dat ook, daarom maakten wij ook dat gedegen amendement, daarin is eigenlijk voorzien. De heer Hoppenbrouwer, u kijkt vooral naar de rekenmodellen van de sportverenigingen, de getallen die zij noemen, de brieven die ze sturen, waar u andere dingen in leest dan ik. Sportverenigingen weten een heleboel. De heer Hoppenbrouwer: Mevrouw Verhoef doet voorkomen alsof ik nu de cijfers van de verenigingen ter discussie stelt. Dat is even niet aan de orde. Misschien heb ik het verkeerd begrepen. Waar het mij om gaat, is dat er een verschil zit tussen de ledenontwikkeling, zoals de verenigingen het ervaren en zoals de landelijke trend is. Ik vind. De voorzitter: Geen standpunt. De heer Hoppenbrouwer: Dan wil ik graag van mevrouw Verhoef weten: in de onderbouwing van haar amendement staat een heel verhaal over CVV en TOGB. Zij willen niet later als mogelijk de aanpassing doen in het accommodatieplan. Waar staat dit in het accommodatieplan? U verwijst naar de hockeyvelden, maar daar praten we helemaal niet over. Mevrouw Verhoef: Meneer Hoppenbrouwer doet nou een interruptie op mij. Er stond inderdaad een zin over een vijfde hockeyveld.
Die is eruit gehaald vanochtend vroeg al, dus die staat er nu niet meer in. Ik heb gewoon de brieven gelezen van de sportvereniging. Maar waar ik terug wil in mijn verhaal: de heer Hoppenbrouwer luistert heel goed naar de sportverenigingen, dat hebben wij ook gedaan. Maar sportverenigingen stellen geen accommodatieplan vast, dat doen wij als gemeenteraad. Ik hoor de heer Hoppenbrouwer zeggen: investeringen zijn geweigerd. Ik hoorde mevrouw Draak zeggen: er zijn allerlei verwachtingen geschept, die niet hard gemaakt kunnen worden. Mevrouw Draak zegt ook: er wordt alleen in het Hoge Land geïnvesteerd. Ook dat heb ik de heer Hoppenbrouwer horen zeggen. Er worden hier kernen tegen elkaar uitgespeeld en ik heb al dat soort zware klachten niet uit die brede beeldvorming en al die gesprekken met de sportverenigingen gehoord. Dus ik blijf bij mijn eerdere punt. Of ik u kan overtuigen weet ik niet. Het is niet nodig. Ik waardeer dat u dit allemaal heel zorgvuldig wilt doen. Dit is ook zorgvuldig gedaan in de afgelopen 2 jaar, misschien nog wel langer. Mevrouw Van Tatenhove, onze wethouder, is al 7 jaar wethouder op het onderwerp sport, of in ieder geval een hele tijd. Dit is in goede handen, dit is goed gedaan. Het blijft mij een groot raadsel. De heer Hoppenbrouwer: Mevrouw Verhoef geeft mij een compliment, dat ik goed naar de verenigingen luister. Dat is nou precies de reden.