BV21.0084 Verslag commissie Ruimte van 18 mei 2021
Tekst van het document
In onze fractievergadering gisteren werd gememoreerd aan onze motie ‘klare taal’ van 2 jaar geleden alweer, waarin we oproepen om communicatie vanuit de gemeente op een begrijpelijk leesniveau te doen. Ik wil de wethouder uitdagen om in uitingen richting media en inwoners te kiezen voor klare taal om deze complexe materie eenvoudig en begrijpelijk te maken. Dit is wat ons betreft onze bijdrage in de eerste termijn. De heer Van der Stad, D66: Het concept van de RES behandelden wij reeds vorig jaar. Aanvankelijk was dit enkel procedureel bedoeld, maar we konden het niet laten ook inhoudelijk input te leveren. Diverse verzoeken vanuit de raad zijn daarbij als aanpassing verzocht en de RES is een prima resultaat maar is concreet op weg naar een duurzame opwek en gebruik van warmte, energie of brandstoffen hebben we nog niet echt in zicht. Er volgt nog een doorrekening op landelijk niveau om te bepalen of we de nationale doelstel ermee gaan halen. Waarschijnlijk volgen er aanscherpingen middels een restopgave en vervolgens zal er een vertaling naar lokale projecten en ruimtelijk beleid gelegd moeten worden. De fractie van D66 is echter positief over de RES 1.0. Zoals wij reeds in een eerdere commissie aangaven is de draagkracht van het landschap voor ons van belang, maar dienen we niet blind te zijn voor de opgave waar we voor staan.
In de uitwerking naar zoekgebieden staat de haalbaarheid, het draagvlak met impact en ruimtelijke inpassing nu ook centraal. Diverse belangen dienen afgewogen te worden en soms dient er gewerkt te worden aan de verbetering van dat draagvlak. Goed om terug te lezen, dat hier actief op zal worden ingezet. Zo wordt voorkomen dat de opgave onnodig wordt doorgeschoven in tijd of naar elders. Een ander belangrijk punt voor de D66-fractie was het gebrek aan inzet en visie op energiebesparing en vraagreductie in de concept RES. In RES 1.0 is energiebesparing een belangrijk onderdeel geworden. Het is stevig verankerd en er wordt gekeken of er een specifieke aanpak middels samenwerking tussen overheden gewenst of (….). Andere positieve punten, die we willen benoemen zijn: inzet op een duurzame energiemix, de focus op haalbaar en betaalbaar voor iedereen, de positieverbetering van de glastuinbouw inzake warmte, geen (…) bij de verduurzaming van de warmtevoorziening, maar gelijkwaardig (....), participeren actief betrekken ook om draagvlak te creëren. De D66-fractie kan dan ook positief adviseren en wat ons betreft is het een hamerstuk. Maar zoals ik begrepen heb, zal het dat niet gaan worden. De heer Duk, GL: Het is heel makkelijk, ik kan het heel kort houden. GL is blij met de voorliggende strategie.
We zijn ook blij, dat we zien dat de wethouder onze zorg over de financiële impuls voor het opwekken van niet-duurzame warmte heeft overgedragen. Deze zijn ook landelijk gedeeld door de RES en zullen waarschijnlijk worden meegenomen in het wetsontwerp collectieve warmtevoorziening. We houden dit uiteraard in de gaten en blijven alert om te kijken of hier regionaal extra maatregelen voor moeten komen al prefereren we uiteraard de landelijke aanpak. Dank aan de wethouder voor zijn inzet op dit punt. De heer Blonk gaf aan, dat het onrealistisch zou zijn om van het aardgas af te gaan. Dat is niet correct. Er zijn voldoende voorbeelden van in het hele land. Het is bovendien nu echt te laat om nog te gaan amenderen. Het moment van wensen en bedenkingen was bij de vorige behandeling. Die zijn toen besproken. Verder hoorde ik de VVD over waterstof in woningen. Dat klinkt eenvoudig, want er liggen al leidingen en we verbranden al gas. Maar die leidingen zijn lek voor de kleine waterstofmoleculen en een fornuis en een cv-ketel kan niet branden op waterstof. Het is gevaarlijk, niet duurzaam en onnodig. De heer Jumelet gaf aan, dat wij als overheid voorspelbaar moeten zijn, ik sluit me daar volledig bij aan. Nu twijfels zetten bij de afspraken, die we als regio hebben gemaakt, zoals sommige voorgangers doen, helpt daar niet bij.
We waren al blij met de eerdere opzet van de RES, deze versie 1.0 is daar een voortzetting van en kan dus ook onze steun krijgen. De heer Xhemaili, PvdA: Voor de PvdA-fractie is de RES 1.0 nog een te ver van mijn bed show. Er worden pogingen gedaan om inwoners te betrekken bij de stappen in het kader van het formuleren van een regionale energiestrategie, maar in de praktijk is de betrokkenheid nog gering en is het hoofdzakelijk
12/41
beperkt tot de bestuurlijke gremia. Feitelijk is tot nu toe slechts een klein deel van onze inwoners in een online enquête om een mening gevraagd over de RES 1.0. Het college vindt dit representatief, maar in feite is het aantal respondenten in de leeftijdscategorie 18-44 jaar nog zeer beperkt. Dit zijn juist de inwoners die het langst te maken zullen gaan krijgen met de gevolgen van de klimaatcrisis. Het gevaar is bovendien groot dat inwoners pas gaan reageren wanneer de maatregelen concreet worden, de graafmachines bij hun voor de deur staan en de rekening aan hen wordt gepresenteerd. Wat de PvdAfractie betreft moet er een communicatie-aanpak bedacht worden, waarin inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven stap voor stap meegenomen worden in de keuzes waarvoor de gemeente en andere overheden de komende 10 jaar komen te staan. Dat moet echt topprioriteit krijgen in de RES. Vraag aan de wethouder: hoe denkt de wethouder dat te realiseren om aan de voorkant inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties mee te nemen? Vanuit onze achterban hoor ik namelijk geluiden dat er nog niet aan participatie wordt gedaan hieromtrent en dat baart zorgen. Draagvlak voor met name windenergie is essentieel. Met het oog daarop moet er een participatieplan worden opgesteld. Ik ga nu over op de inhoud. De echte inhoud, een afweging tussen maatregelen, komt pas later aan de orde.
Echter, de primair bestuurlijke verantwoordelijkheid ligt bij de rijksoverheid. De bevoegdheden van de lagere overheden, wat die precies zijn, is voor mij nog niet helemaal duidelijk. Kan de wethouder toelichten wat de bevoegdheden van de raden zijn bij de totstandkoming van de RES? Ik ga nu over op de inhoud van de RES. Als ik kijk naar de inhoudelijke keuzes, die moeten worden gemaakt in het kader van de RES, liggen er wat de PvdA betreft de volgende kansen. Voor warmtevoorziening zijn volledig geïsoleerde huizen in combinatie met een warmtepomp een kans. Omvormen van aardgasnet tot een waterstofnet is een kans. Gisteren was ik aanwezig bij de Stedin toelichting en daar kwam ook ter sprake dat dit technisch prima mogelijk is om dat te realiseren. Grijp die eerste kans en aansluiten op een regionaal warmtenet. Door hierop in te zetten, kunnen de kosten voor de burgers betaalbaar worden gemaakt en haalbaar ook met de innovaties. Dat is voor de PvdA een randvoorwaarde, die betaalbaarheid. De elektriciteitsbehoefte, daar is ook een aantal kansen. Plaatsen van zonnepanelen op daken van huizen en bedrijven. Ook waterreservoirs van de glastuinbouwlocaties zijn goed geschikt daarvoor. Een extra kans, die wij willen aandragen is de duizenden glaspanelen in de kassen in de toekomst ook benutten als zonnepanelen.
We hebben hier heel veel kassenbouw, dus daar kunnen ook heel goed zonnepanelen op. Met geothermie en aansluiting via de warmterotonde op het aardwarmtenet kan glastuinbouw ook CO2 neutraal worden gemaakt. Voor zonneweiden in Lansingerland voelt de PvdAfractie niet veel. Daar gaat ons rode hart niet harder van kloppen. De beschikbare schaarse ruimte kan beter gebruikt worden voor duurzame woningbouw. Om diezelfde reden ligt het niet voor de hand omdat er ook in Lansingerland windmolens worden geplaatst. In de brief van 9 juni 2020, besluitvorming regionaal convenant windenergie, wordt in punt 2 van betreffende brief gesproken over onderzoeken m.b.t. de juridische en feitelijke plaatsingsmogelijkheden voor windenergie in onze gemeente, waarvan de uitkomsten doorslaggevend moeten zijn voor het op te stellen vermogen aan windenergie in megaWatt, waarvoor wij een inspanning zullen leveren. Ik heb een vraag aan de wethouder daaromtrent. Is het onderzoek al afgerond? Zo niet, wat is de stand van zaken van dit onderzoek? Zijn er ook bepaalde plekken toegewezen om windmolens te realiseren? Een ander belangrijk aandachtspunt bij energielevering is de sterke groei van de vraag naar elektrische auto’s en elektrische scooters, dus ook de laadmogelijkheden daarvoor.
Hier wil ik wel aandacht voor vragen, wat het betekent voor de infrastructuur in Lansingerland kabels en leidingen en overige techniek. Mede investeren in het bestedingsprogramma van Stedin is een belangrijke optie wat de PvdA betreft. Brandstof. De tijdelijke inzet van biobrandstof heeft ons inziens geen voorkeur, omdat het negatieve gevolgen heeft voor de verduurzaming. Al met al, wat de PvdA betreft: denk vooruit. De transitie van aardgas naar groen en waterstof, dat is voor nu nog toekomstmuziek, maar de ontwikkelingen volgen elkaar zo razendsnel op. Hierin moet je vanuit kansen denken. Hier wil ik het bij laten voor mijn eerste termijn. De voorzitter: Ik heb de heer Van den Beukel af en toe zien schrijven. Ik heb een heleboel gehoord. De complexiteit, haalbaarheid, is het wel te betalen voor de burgers, de voorspelbaarheid, windenergie, de windmolens, kernenergie, nationaliteit. En de heer Xhemaili gaf toch wel een paar dingen aan, de leidingen, de laadpalen, elektriciteit, hoe zit het daar allemaal mee? En niet te vergeten de communicatie in deze. Want wat velen van jullie wel zullen weten: er staat regelmatig het e.e.a. in over energie en overgaan op andere energie. Er zijn in den lande diverse pilots gaande bij gemeenten, dat zal aan velen niet voorbij zijn gegaan. Communicatie is ongelooflijk belangrijk en ik hoor het u allen zeggen.
We gaan even horen hoe de wethouder hier in zit. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Mooi om hier te spreken en mooi om heel veel steun te horen voor dit belangrijke onderwerp, een sluitstuk van een echt lang proces. Het begon natuurlijk allemaal bij het klimaatakkoord een poos geleden. Hier is veel water door de Rijn gegaan voor we waren op het moment, waar we nu staan. Tegelijkertijd denk je: phoe, wat een stapel papier. Tenminste, dat dacht ik toen ik
13/41
het tot me nam, het concept, het volgende concept, versie 1. Ik kan me voorstellen, dat u daar hetzelfde naar heeft zitten kijken. Toch, ja, soms heb je papier nodig, heb je een regionaal plan nodig om uiteindelijk die uitvoering, gewoon die projecten, te stroomlijnen. Maar dat is waar mijn hart wel echt sneller van gaat kloppen, als u het me op de man af vraagt. Bijvoorbeeld het volgende. Ik wil een getal noemen, dan ga ik zo verklappen waar het voor staat: 88.847. Dat is het aantal zonnepanelen op daken, bedrijfsdaken in Prisma, Bleizo en Klappolder. Meer dan 88.000. Daar word je enthousiast van. Daar maken ze niet perse heel veel reclame mee, die grote hallen, die er staan, maar het zijn wel serieuze aantallen. Dat is waar de energietransitie echt beter van wordt, van gewoon concrete projecten, hand aan de ploeg. En ook geothermie projecten en restwarmte projecten natuurlijk. Maar daar gaat het uiteindelijk vandaag meer in abstracte zin over en dat is wel nodig, want je moet regionaal afstemmen. Eigenlijk is het vreemd, zou ik bijna willen zeggen, dat er voor dit moment nog geen regionale energie strategieën waren, want het is een grensoverschrijdend, gemeente-overschrijdend onderwerp. Er zat weinig tussen rijksbeleid en lokaal beleid tot op heden. In die zin, denk ik, is dit een stap vooruit in hoe bestuurlijk Nederland met de energietransitie omgaat.
Maar is het perfect? Nee, geenszins. Wat dat betreft: iedereen die ook kritische vragen gesteld heeft, die heeft natuurlijk gelijk. Gelukkig gaan we een cyclus in. Dit is de RES 1.0, maar al in 2023, best wel snel vind ik eigenlijk, zullen we een RES 2.0 zien. Dus veel ruimte voor adaptiviteit, voor leren, en inderdaad in 2023 is er wellicht een kabinet dat zegt: ja, 10 kerncentrales, ik weet het niet, ik geloof dat er in Lansingerland plek voor is. Maar het zou zo kunnen zijn. Als dat het geval is, dan heb je inderdaad een ander vraagstuk voor een deel. Net zoals we nu een college hebben in de provincie, dat zegt: geen windmolens in het Groene Hart. Dat zijn allemaal bestuurlijke keuzes, naast de technologische trends die er zijn, die steeds meer leiden tot aanpassen in beleid en in keuzes. Dat is ook goed. Dan moet je wel letten op de voorspelbaarheid, dat ben ik het volmondig eens met de fractie van WIJ, die dat naar voren bracht. Het gaat om voorspelbaarheid en adaptiviteit. Een aantal van uw opmerkingen over voorspelbaarheid gingen wel wat meer richting de transitievisie warmte, die we inderdaad zelf hebben, en onze wijkenaanpak en misschien iets minder over de regionale energie strategie. Dus dat is meer een algemeen punt, dat ik op dit moment wil maken voordat ik de vragen ga langslopen.
We hebben natuurlijk gewoon heel goede projecten al lopen en nog meer in aantocht als gemeente Lansingerland. Dat is hoe ik het steeds heb willen positioneren, de regionale energiestrategie, als een trein die rijdt, als een trein waar je mee wilt sturen, dat hebben we gedaan, dat heeft u gedaan met uw zienswijzen, ik denk dat we impactvol zijn geweest als gemeente en dat is goed, zaken zijn inderdaad verbeterd, als het gaat over de positie van de glastuinbouw, energiebesparing, het voorkomen van lock-in, ik ga ze allemaal niet herhalen, maar u, wij, zijn impactvol geweest. Tegelijkertijd, die trein kun je meesturen, maar het echte werk gebeurt hier op de grond in Lansingerland, dus we gebruiken die regionale energiestrategie ook echt als een vehicle om onze, om uw ambities waar te maken. Dat is ook hoe ik het graag wil blijven inzetten. Dus liever nog meer mankracht op projecten, of het nou de Windas is of bedrijfsdaken vol leggen met zonnepanelen, als daar een rol voor de overheid bij ligt, dan heel veel plannenmakerij. Dan heb ik voldoende in het algemeen gezegd en wil ik om tijd te sparen proberen de vragen langs te lopen, te beginnen bij de exitstrategie over aardgas. Ik vind dat een heel relevante discussie voor het politieke debat. Ik vind het iets minder relevant voor ons lokale niveau, in alle eerlijkheid.
De nationale exitstrategie is echt een nationale aangelegenheid. Het punt dat u aangeeft, meneer Machielse, over: zijn wij hier dogmatisch als gemeente in onze wijkenaanpak? Dat is wel een lokale aangelegenheid. Bieden wij hier ruimte aan tussenoplossingen, waaronder de door u genoemde hybride route, even voor de mensen die mee luisteren in het kader van klare taal, hybride route, een ingewikkeld woord, dat gaat feitelijk over een warmtepomp op elektriciteit in je huis om gewoon je huis warm te maken en voor de pieken als het een keer heel koud is en we mogen schaatsen, dan heb je nog een cv-ketel op aardgas ook. Dat soort oplossingen besparen heel veel aardgas. Er zijn seeking writers in het goede vaderland, die zeggen: dat mag niet, want dat is een tussenoplossing, je moet meteen naar de ideaal situatie toe werken. Van die school zijn we in Lansingerland niet. In de brief die we in maart hebben gestuurd over onze aanpak aardgasvrije wijken staat het ook nadrukkelijk genoemd en als het er niet voldoende helder staat, dan zal ik het nog een keer benadrukken dat we inderdaad ook tussenoplossingen passend vinden in het verduurzamen van wijken. Niet omdat we niet graag naar de ideaalsituatie willen, maar omdat we ook realistisch zijn. En dat er buitengewoon duurzame inwoners zijn in onze gemeente, die zeggen: ik kan het nu niet betalen, of ik wil niet of ik kan niet.
Er kunnen allerlei redenen zijn om te zeggen: dit is al een hele mooie stap. Waarom zou je die dan niet zetten als ons dat al dichter bij het einddoel brengt. Maar tegelijkertijd hebben we als gemeente Lansingerland terecht gezegd, al een poos geleden: nieuwe wijken bouwen we aardgasvrij. Het bestemmingsplan dat u heeft goedgekeurd waarschijnlijk, maar in elk geval vele andere bestemmingsplannen, daar staat helder in dat die woningen aardgasvrij worden opgeleverd. En dat is prima. Daar ga je natuurlijk geen halfbakken oplossingen meer toepassen. Op de vraag van de fractie van de VVD als het gaat over de relevantie van de RES in 2030, daar ging het echt over het punt van kerncentrales, hoe kijk je dan naar deze energiestrategie? Daar heb ik al iets over gezegd. Ik denk dat je dan, bijvoorbeeld als er een doorbraak is op het vlak van zon of op getijdenenergie of noem maar op, dan zal je een nieuwe situatie hebben en dan hebben we een nieuw
14/41
plan nodig. Maar eigenlijk is alle technologie, zeg ik maar ter verdediging van dit plan, alle technologie is al beschikbaar om die energietransitie in te zetten. Dus we gaan niet zitten wachten op kernfusie of dat soort mooie ambities. Dat is mooi, dat is goed, dat ze daar in Delft aan werken, maar dat is geen reden om nu niet de technologie die er nu is al toe te passen. Als het gaat over de risicoparagraaf, een specifieke vraag van WIJ: ik wil niet uw leeskwaliteiten ontzeggen, maar in de beantwoording van onze zienswijze staat aangegeven op welke vlakken, op welke punten in de RES er ingegaan is op risico’s, met name in de systeemparagraaf staat goed beschreven welke risico’s er zijn en hoe die worden gemitigeerd. Echter, dit is de RES 1.0. Nog lang niet alle risico’s zijn nog bekend. Dus de risicoparagraaf in de RES 2.0 zal uitgebreider zijn. Dat is ook goed, want je moet blijven sturen op risico’s. Soms zijn ze onbeheersbaar, bijvoorbeeld het politieke sentiment rondom wind of kern, je kunt het benoemen, maar je kunt er niet zoveel tegenover stellen, volgens mij, dus wat dat betreft is het nooit uitputtend en dat hoeft ook niet. Maar er is volgens mij goed gevolg gegeven aan uw zienswijze als raad, de oproep om beter inzicht te geven in de risico’s van de RES. Een opmerking over nationaliteiten, meneer Jumelet.
Nee, ik geloof niet dat nationaliteiten relevantie hebben voor de energietransitie. Dat is meer een kenschets van de regio, dat we hier een internationale en dynamische regio zijn et cetera. Maar nee, ik denk niet dat het aantal Marokkaanse Nederlanders, Turkse Nederlanders, Nederlandse Nederlanders op een andere manier moeten worden bejegend, benaderd, een andere visie hebben fundamenteel op de energietransitie, dus laat u zich daar niet door afleiden. Dan over klare taal gesproken, de fractie van de CU brak daar een lans voor: ik heb net op twitter voor aanvang van dit debat er ook geprobeerd iets over te zeggen. Dat vanavond op de agenda staat de regionale energiestrategie, in normale mensentaal is dat het regionale plan voor energiebesparing en duurzame energie. We moeten dingen niet ingewikkeld maken en proberen jargon te vermijden. Dat probeer ik ook. Als u me erop betrapt, wijs me er vooral op, maar zeker naar inwoners op dit ingewikkelde thema moeten we het zo simpel mogelijk maken.
Tegelijkertijd zeg ik in reactie op de inbreng van de fractie van de PvdA is wel het abstractieniveau, zelfs al spreek je in heel klare taal, het abstractieniveau hiervan is wel zo groot, dat we natuurlijk wel een keuze hebben gemaakt in: hoe actief ga je nu communiceren richting de inwoners? Na ons vorige debat hebben we besloten een goede advertentie te zetten in de Heraut, misschien heeft u hem gezien, over de regionale energiestrategie, via de swipocratie en een burgerpanel. Op allerlei manieren heeft u kunnen lezen, dat we wel inwoners hebben betrokken. En tegelijkertijd: onze communicatieaanpak enten we op de hele energietransitie en niet sec op de regionale energiestrategie. Ik wil wel voorstellen dat te blijven doen. Want uiteindelijk is voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties die energietransitie en die projecten belangrijk. En in minder dat ene beleidsstuk, dat de regionale energiestrategie toch maar is. Ook is het zo, dat we er wel bewust voor hebben gekozen in de regio om de RES-organisatie niet een hele grote rol toe te bedelen als het gaat om communicatie. Die rol is echt voor de gemeente. Ik ben er ook geen voorstander van, eerlijk gezegd.
Het klinkt efficiënt, maar als je een grote communicatieclub optuigt voor regionaal verband, dan denk ik dat het minder snel de aansluiting vindt bij de couleur locale in Lansingerland dan wanneer wij dat voor onze rekening nemen, op een passende manier passend bij projecten. Even terug naar de inbreng van diverse fracties, met name van de PvdA. Er was een vraag gesteld over zonnepanelen op kassen, een hele concrete om maar even op in te gaan. Op dit moment is de techniek niet zover dat zonnepanelen op kassen ter vervanging van glas werkt. Het werkt wel voor het opwekken van stroom, maar het werkt niet voor de planten, die daaronder zouden moeten groeien. Op het moment dat die technologie zover zou zijn voort geschreden, dat je allebei kunt hebben, ja, dan is het natuurlijk een fantastische kans. Maar tot dat moment zien we inderdaad hele grote kansen voor tienduizenden zonnepanelen op de waterbassins bij kassen. Dat is ook waar de sector zelf actief mee aan de slag is, maar niet op de glastuinbouwbedrijven om redenen, die ik net heb genoemd. Een andere specifieke vraag, die nog gesteld was, ging over de stand van zaken van het onderzoek naar de mogelijkheden van wind. Dat onderzoek is in afrondende fase. Zodra we daar meer concrete informatie over kunnen geven, over het vervolg, dan zal ik u natuurlijk informeren.
Ik heb heel veel inbrengen gehoord, uitgebreide inbrengen, ook een aantal opmerkingen, maar de specifieke vragen heb ik geprobeerd hiermee te beantwoorden. Zo niet, dan hoor ik dat nog heel graag van u of in de tweede termijn. Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Wethouder, hartelijk dank voor de beantwoording. Ik was begonnen over die exitstrategie, daar is de wethouder ook op in gegaan. Hij zei: dat is eigenlijk een landelijke zaak, dus daarom hebben we dat er allemaal niet ingezet in die RES. Maar ik denk toch, dat het regionaal, maar zeker ook lokaal, van heel groot belang is dat je ervoor zorgt dat je op een fatsoenlijke manier, als je dat wil, van het gas af kan. Mijn stelling is dat je dat nooit helemaal volledig kunt redden. Er zijn aanwijzingen voor dat dat zo is. Er is bijvoorbeeld een aantal landelijke pilots om bestaande wijken van het gas af te halen, een jaar of twee geleden. Wij vielen weer buiten die pilot, wat dat betreft heeft het land het niet op ons gemunt, in Den Haag, ten aanzien van subsidies krijgen, of dat nou voor woningbouwimpuls is of voor pilots t.a.v. gas los. Maar die pilots, daar heb ik onlangs een heel artikel
15/41
over gelezen, die blijken toch verrekte tegen te vallen. De progressie die daar gemaakt wordt gaat heel traag en heel langzaam. In die zin moeten we onszelf niet rijk rekenen. Ik vind, en ik wil dat zeker gaan amenderen in de RES 1.0 t.a.v. die exitstrategie gas, want ik ben daar niet gerust op. Ik denk ook niet, dat het gaat lukken. De heer Duk zegt: ja, luister eens, meneer Blonk, wat u zegt is niet correct. De heer Duk: Ik heb eigenlijk maar een heel simpele vraag aan de heer Blonk. Hoe ziet u dat amenderen voor zich? Het wordt nu in alle raden besproken. Op het moment dat wij nu gaan amenderen, hoe moeten al die andere raden daar dan een oordeel over vormen? Was het niet verstandiger om dat te doen op het moment dat we wensen en bedenkingen hadden? De heer Blonk: Ik kan het me voorstellen, dat u die vraag stelt. Het is natuurlijk wel zo, dat de ontwikkelingen, de ideeën, de pilots doorlopen in de tijd. Wat zie je nu? Je ziet steeds meer mensen tegen windenergie. Je ziet ook steeds meer problemen t.a.v. bestaande wijken. Nieuwbouwwijken geen enkel probleem, die moet je gasloos bouwen, dat staat niet ter discussie. Het gaat om bestaande wijken, zeker van voor 1980 gebouwd, wat ik begrepen heb, dat is verrekte moeilijk om dat van gas los te krijgen. Er zijn wel mogelijkheden met hybride ketels, met gedeeltelijk elektriciteit en gedeeltelijk gas.
Die combinaties zullen ongetwijfeld allemaal technisch gaan komen, maar helemaal los van het gas, dat lukt je gewoon niet. U zegt dat dat niet correct is, maar ik denk dat de heer Duk de ogen sluit voor de realiteit t.a.v. met name bestaande woningen, de wat oudere bestaande woningen. Makkelijk om te zeggen: je sloopt ze allemaal en je bouwt ze nieuw, dan ben je er ook van af. Maar dat is niet de oplossing, denk ik, en dat zal ook de oplossing van de heer Duk niet zijn. De heer Duk: Ik concludeer dat de heer Blonk eigenlijk geen antwoord geeft op mijn vraag. Het gaat niet over de moeilijkheden, die nu ontstaan. Dat begrijp ik. Maar ik vraag hoe het proces zou moeten lopen als nu onze raad de RES gaat amenderen en hoe de andere raden daarop moeten reageren. De heer Blonk: Dat probleem begrijp ik. Dat is een probleem, dat zich elke keer weer voordoet bij gemeenschappelijke regelingen, maar dit is geen gemeenschappelijke regeling. Eén voor allen. Als de één wat anders wil, dan geeft dat grote problemen. Ik zie dat dus hier ook nu. Maar dat wil niet zeggen, dat je het niet wilt doen, want ik wil toch zeker dat statement af willen geven daarin. Of dat technisch allemaal kan, het zou misschien weleens kunnen dat u daar gelijk in heeft, dat het niet kan, maar ik weiger te zeggen: omdat het niet kan moet ik zeggen dat ik dat dan dus niet doe.
In die zin zal ik zeker met een amendement komen. Ik heb begrepen, dat de VVD ook met een amendement komt. Misschien moeten we dat wel samen doen, maar daar hebben we nog wel even overleg over. In die zin denk ik dat het zo moet gaan. Ik wil nog even aangeven, Ronald Plasterk is ook niet de minste, die roert zich ook op dit terrein t.a.v. windmolens. Hij doet een campagne alsof we gek zijn wat dat betreft. Maar daar kom ik op het terrein waar collega Machielse over ging t.a.v. kernenergie, dus dat laat ik maar even bij hem zitten. Er komt een amendement. De heer Machielse, VVD: Dank aan de wethouder voor zijn uitgebreide beantwoording. Weet u, het is goed om te horen hoe de wethouder erin zit. Ik ben blij met zijn verduidelijking dat hij de ogen niet sluit en geen deur dicht doet. Dus daar ben ik blij mee. Maar er zijn wel twee werkelijkheden. Enerzijds heb je de werkelijkheid van de uitvoering in Lansingerland en anderzijds heb je de werkelijkheid van wat je nu gaat beslissen en op papier zetten als de strategie van deze regio. Als u het mij vraagt en de VVD vraagt, dan zien we die twee het liefste in lijn met elkaar. Dan ga ik er voorzichtig van uit, dat de wethouder in ieder geval zal begrijpen, hij hoeft het er niet eens mee eens te zijn, dat ik er toch over ga nadenken hoe ik dat geborgd zie. Dat zal o.a.
gaan over die hybride route en over de andere zaken, die ik in mijn eerste termijn heb genoemd. Dan zal ik voor de heer Duk alvast aangeven, voordat hij de kans gebruikt om mij te interrumperen, dat ik even met de griffie zal solderen wat het verstandigst is qua proces. Want uiteindelijk gaat het mij niet om wel of niet een amendement, maar het gaat me om wat ik zojuist zei: dat ik in woord en daad het gevoel heb dat we hier op de goede route zitten. En dat we een regionale energiestrategie hebben, die straks voor iedereen betaalbaar is, maar ook betrouwbaar is en met een impact, die geen verrassingen gaat geven. Ik zat vandaag na te denken over wat ik op onze website wil schrijven over de regionale energiestrategie. Het is verdraaid lastig om daar iets over te schrijven wat mensen begrijpen, wat mensen ook leuk vinden om te lezen. Maar weet u, ik maak me er wel zorgen over, dat als over een paar jaar de graafmachines door de straat rijden, dat mensen zeggen: hé, wat is er gebeurd, wat is daar besloten en hoe is dat gegaan? Dat wil ik voorkomen, dus daar ben ik mij voor aan het inspannen. En dat zal ik blijven doen, meneer Duk, ook als dat af en toe een klein beetje buiten de gebaande paden zou moeten gaan. Daar wil ik het voor nu bij laten. Dank u wel. De heer Hofman: Een vraag aan de heer Machielse.
Ik merk wat berekeningen van de heer Machielse bij de RES, die heeft hij duidelijk naar voren gebracht. Ik hoor dat hij een amendement wil gaan overwegen. De vorm, dat moeten we nog even bezien, maar we zitten vanavond in een oordeelsvormende vergadering. Dan ga je uiteindelijk plussen en minnen. Ik zou een scherper yes or no van de heer Machielse willen horen. Hoe zit u er nou eigenlijk in? Ik hoor scepsis, maar ik hoor geen ja, ik hoor geen nee. De heer Machielse: Dat is een heldere vraag. Ik ga een stukje van de eerste termijn herhalen, want ik heb een aantal dingen aangegeven. Op het gebied van elektriciteit, dat is de makkelijkste voor mij om te beantwoorden, hebben wij gezegd: wij zijn voorstander van de verdere ontwikkeling van zonnepanelen in de gebouwde omgeving en wanneer mogelijk het kassengebied. En verder is de elektriciteitssector
16/41
primair een overheidstaak van de landelijke overheid. Prima. Daar stelt de RES eigenlijk niets wat ons tegen staat. Op het gebied van brandstoffen heb ik aangegeven, dat ik het merkwaardig vind, dat huizen niet worden gezien als hoogwaardig doel binnen de gebouwde omgeving. Daarmee automatisch val waterstof in de huidige niet als toepassingsrichting voor die huishoudens in de gebouwde omgeving, waarvan de heer Duk aangeeft: dat moet je ook niet willen. Ik ben geen wetenschapper, ik kijk er politiek naar. Dan zeg ik: er wordt een deur dicht gedaan, waar volgens mij nog een kans zit. Als die kans er niet zit, ook goed, maar de deur wordt dicht gedaan en daar haak ik op aan. En daar op de vraag van meneer Hofman, dat ik ga nadenken over hoe we dat kunnen wijzigen. Op het gebied van die regionale warmtesystemen, die transitievisie warmte, daarvan heb ik gezegd: ik snap de uitgangspunten en doelstelling, helemaal met de wethouder eens, als we een nieuwe wijk gaan bouwen, dan moeten we proberen dat direct gasvrij te doen. Dat doen we ook in Lansingerland al een aantal jaren. Maar ik maak me zorgen, dat is een groot woord, over die uitvoering de komende 5, 10, 15 jaar als wij zeggen: het moet allemaal van gas los.
Enerzijds op het gebied van het warmtenet, waarvan ik heb gezegd, dat er op dit moment te weinig zekerheid in zit voor de VVD, dat we daar een leveringszekerheid hebben, dat we qua kostprijs een goed verhaal hebben naar onze inwoners toe. En over de hybride route heb ik gezegd: ik snap wat de wethouder zegt en ik ben het zeer eens met hoe hij het zelf verwoordde, dat er geen deur dicht gaat, maar dat lees ik niet terug in de RES. Dat vind ik dan zorgwekkend of in ieder geval aanleiding om te kijken of ik dat kan wijzigen in die RES. Dus meneer Hofman, het is een lang verhaal, dat kan ik me goed voorstellen, maar dit zijn de punten waarop ik zeg: die huidige RES, ik snap hem, ik vind dat die de goede richting op gaat, maar hij is nog niet goed genoeg en ik ga kijken of ik daar met een wijzigingsvoorstel op kan komen. Dus ik hoop, dat dat uw vraag beantwoordt. De heer Hofman: U gaf eigenlijk een samenvatting van uw eigen antwoord. Ik probeerde u te interrumperen om die samenvatting inderdaad af te dwingen. Ik hoor u zeggen: er zijn plussen, er zijn minnen, die u nog wilt glad strijken. Wordt dat gedaan, dan vinden wij u als voorstander. Klopt dat? De heer Machielse: Dat is correct. Dat is zondermeer correct. De heer Van der Stelt, CDA: Dank aan de wethouder voor zijn toelichting in de beantwoording van de vragen.
Ik heb in de eerste termijn al gezegd, dat ik het wel een ingewikkeld proces vind. Dat kwam zojuist ook al weer even ter sprake. Hoe loopt het nou qua besluitvorming? Wat kun je nu nog doen in deze fase? Hadden we de meer inhoudelijke opmerkingen wat eerder moeten inbrengen? Ik denk dat dat wel op zijn plaats was geweest. Wat het CDA betreft, even aanhakend bij de woorden van de heer Machielse, is de RES 1.0 goed genoeg. Dat zien we echt even als de stolling van de discussie en het denken van dit moment. Maar het gaat natuurlijk verder. We hebben het er net ook al over gehad. Ook het nieuwe kabinet zal ongetwijfeld ook weer met bepaalde accenten komen, waar we ook in de RES wat mee zullen moeten doen. Het is een ambitiedocument. Ik denk een heel mooie ambitie. Onderdeel van het vervolgproces is in ieder geval dat de RES iedere twee jaar wordt geactualiseerd. Zoals we nu praten over zaken die we een extra accent willen geven of een deur niet willen dicht gooien, ik zie het overigens niet zo en dan sluit ik ook aan bij de woorden van de heer Van den Beukel, maar de komende 2 jaar zullen er nog meer ontwikkelingen zijn, die zijn vertaling moeten krijgen naar de opeenvolgende RES’sen. Dus ik maak me daar niet zo bang voor. Als we hier deze RES vast stellen, dan betekent het niet dat we een bestemmingsplan hebben vast gesteld op basis waarvan de spa in de grond gaat.
Dat is het natuurlijk helemaal niet. Het is echt een ambitiedocument. Dus wat mij betreft is dit prima. Ik geloof ook absoluut niet, dat een amendement effect zal hebben, nog even los van de inhoud. Maar belangrijker nog, want ik ben het wel met de heer Blonk eens, dat als je iets inhoudelijk vindt en daarvoor wilt gaan, dan moet je niet bevreesd zijn om het instrument van het amendement in te zetten, maar inhoudelijk zie ik daar geen reden voor, want nogmaals voor ons is het op dit moment goed genoeg. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Drie punten. Ik sloeg met name aan op de risicoparagraaf. De wethouder verwees mij natuurlijk uiteraard naar de nota van beantwoording. Dat punt komt mij niet onbekend voor, dat hebben we ook nadrukkelijk in de eerste termijn ook aangebracht. Wij vinden dat het in die zin nog wat sterker had mogen zijn verwoord in de RES 1.0. Maar goed, daar kan je over verschillen van mening en dat doen we misschien ook, maar dat geeft niet. Dat hangt ook samen met mijn derde punt. Dat is een klein beetje wat meneer Machielse ook aangaf. Er zijn natuurlijk zoveel ontwikkelingen gaande op het duurzaamheidsgebied, wat in die zin ook wel risico’s met zich mee kan brengen, waarbij je dat toch ook veel meer moet benoemen, denken wij.
Wellicht komt dat in de RES 2.0, maar ik wil in ieder geval genoemd hebben, dat wij het toch wel belangrijk vinden om die risicoparagraaf heel expliciet in de RES 2.0 ook wat explicieter op te nemen. Het tweede punt. Terecht wat u zegt over de nationaliteiten. Het voegt niets toe, dus het kan wat mij betreft eruit in de RES 2.0, want we gaan hem niet amenderen. Tot slot een zwaar punt voor mijn fractie. Dat is het dilemma waar je een beetje in terecht gaat komen zo meteen. Dan niet geredeneerd vanuit de RES, maar meer vanuit de inwoners, over de betaalbaarheid en haalbaarheid. Ik ben het niet met meneer Duk eens, ik ben het eerder met meneer Blonk en meneer Machielse eens. Dat is het volgende. Je kan natuurlijk heel aardig roepen van: we gaan van gas af, met name de bestaande woningbouw en met name de huizen voor 2000 of 1990. Maar dat gaat, zoals nu de
17/41
voorspellingen zijn, er is ook onderzoek naar gedaan, gepaard met enorm hoge kosten voor inwoners. Dan is het de vraag: hoe haalbaar is dat op het moment dat je dat graag zou willen? Daarom is het zo belangrijk en dat is ook wat de heer Machielse beoogt met zijn amendement: doe nou alsjeblieft die deur niet dicht als het gaat om de ontwikkeling van waterstof voor in de woningen. Een paar weken geleden heeft er een artikel in het AD gestaan over de ontwikkeling van de cv-ketels, die deels op waterstof en deels op gas kunnen draaien en wellicht in de toekomst volledig op waterstof. Dat zijn deuren, die absoluut niet dicht mogen, omdat die ontwikkelingen zo hard gaan. En wellicht ook de betaalbaarheid, ook voor het dichterbij brengen en dus ook de haalbaarheid. Laten we alsjeblieft daar met open ogen naar blijven kijken en die ontwikkelingen ook de ruimte geven, zodat die haalbaarheid en betaalbaarheid ook echt op tafel blijven, zodat iedereen ook echt mee kan doen straks in de verduurzaming. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Ook na de inbreng van alle fracties zijn wij nog steeds enthousiast over de RES 1.0. Voor amendering op het plan, ik denk dat dat nu te laat is. Ik denk dat we daar bij voortschrijdend inzicht de RES 2.0 heel goed voor kunnen gaan gebruiken, zeker daar waar het gaat om technologische ontwikkelingen. Wij willen heel graag het voorliggende plan steunen.
Dat is het wat ons betreft. De heer Van der Stad, D66: Voor ons is het nog steeds een hamerstuk en we hopen dat het dat ook wordt. Zoals de heer Van der Stelt aangaf: het dient echt gezien te worden als een ambitiedocument. De discussies lopen, blijven lopen en de technologische ontwikkelingen blijven voort gaan. Dank u wel. De heer Duk, GL: Ik kan er eigenlijk wel aan wennen, dat ik me gewoon volledig kan aansluiten bij de woorden van de wethouder. Al moet ik zeggen, dat ik net ietsje anders kijk naar de hybride oplossingen dan de wethouder deed, maar dat verschil moet er blijven. Ik zit echt met dat amenderen. Het lijkt me niet verstandig. Ik ben bang dat je echt het risico loopt op symboolpolitiek, maar ik wil wel constructief meedenken. Mijn voorstel aan de VVD en L3B is om een motie te schrijven, waarin zij het college opdragen om bij de RES 2.0 deze punten mee te nemen. Het is en blijft een document, dat lijkt me de meest verstandige oplossing. De heer Jumelet zei dat de kosten voor de bewoners behoorlijk hoog zijn. Dat is waar, daar ga ik geen doekjes omheen winden. Maar als je dat zegt, moet je ook aangeven, dat die kosten enorme besparingen voor diezelfde inwoners met zich mee nemen. De heer Blonk: Ik vind het een creatief voorstel van de heer Duk, een motie. Laat helder zijn: ik zal dat mee nemen in mijn overwegingen. Of een motie of een amendement.
Wat dat betreft blijft het een bespreekstuk. De heer Jumelet: Richting de heer Duk. Natuurlijk, er zit een terugverdienverhaal aan vast. Op het moment dat je van mensen verlangt dat ze € 40.000 of € 50.000 investeren om hun woning te verduurzamen en van het gas los te gaan, dan heb ik het over bestaande woningen, dan is de terugverdientijd wel heel erg lang. De hobbel om dat te nemen is natuurlijk vrij groot dan. Je kan zeggen: geld kan je lenen. Maar dat kunnen we mensen natuurlijk niet zomaar opdragen, om dat te investeren. Op het moment dat er ontwikkelingen zijn, die een heel beperkt bedrag vragen, in het AD werd € 4.000 of € 5.000 genoemd een paar weken geleden, dan is het juist de motivatie om te zeggen: doe nou die deur niet dicht voor dat waterstofverhaal. Wellicht is dat heel kansrijk, waardoor het betaalbaarder wordt en dus ook veel haalbaarder. In die zin: verspeel niet een aantal kansen en mogelijkheden aan de voorkant. Daarom ga ik ook mee met meneer Machielse, want waterstof is wellicht ook wel een oplossing om die betaalbaarheid dichterbij te brengen en dus ook de haalbaarheid te vergroten. De heer Duk: Volledig duidelijk. Ik ben blij, dat de heer Blonk aangeeft het te overwegen. Wat de heer Jumelet betreft. Ten eerste: ik ben links.
Dat betekent: ik vind het niet zo heel erg op het moment dat de overheid de burger daarin steunt en dus de kosten voor een gedeelte voor hun rekening neemt. Maar hoe dat gaat, ik denk dat dat een landelijk verhaal moet zijn. Dat gezegd hebbende. Waterstof is geen energiebron. Het kost enorme hoeveelheden energie om op te wekken. Elektrolyse is leuk, maar is niet een heel rendabele oplossing. De meest gebruikelijke versie is geen elektrolyse die schoon is, maar is het kraken van aardgas, waardoor gewoon de CO2 net zo goed vrij komt. Oftewel: het is niet CO2 neutraal. Ten derde. Je blijft als burger vervolgens elk jaar een bedrag moeten betalen om dat aardgas aan te kopen. Op het moment dat je zonnepanelen hebt en een warmtepomp, dan heb je eenmalig kosten, die inderdaad bij nieuwbouwwoningen op voorhand zijn, maar vervolgens zijn die kosten alleen het onderhoud. Het is oprecht uiteindelijk goedkoper. Ja, op dit moment moet daar nog een heleboel aan gebeuren. Maar om nou te zeggen: ga inzetten op waterstof. Het is een afleidingsmanoeuvre van energiebedrijven, die goud geld verdienen met het verkopen van gas. Het is niet onbegrijpelijk voor hen dat zij hun verdienmodel willen houden. Ik heb eigenlijk nog maar één ding. De wethouder had het over waterbassins bij glastuinbouw, die vol gelegd kunnen worden met zonnepanelen.
Een super mooi plan, alleen, de tendens lijkt te zijn, dat steeds minder glastuinbouwbedrijven van die waterbassins hebben. Gewoon, omdat ze op die grond geen productie hebben. Dat heeft meer te maken met een waterding, maar daar zou ik toch graag de wethouder over horen, of hij die tendens ook ziet. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil namens de fractie de wethouder bedanken voor de beantwoording. We wachten rustig het onderzoek af naar het convenant windenergie. De inwoners willen namelijk heel
18/41
concreet weten wanneer de windmolens komen, hoeveel en waar. Er moet namelijk wel draagvlak zijn voor windmolens. Vanuit de PvdA zijn we niet voor windmolens, gezien de schaarse ruimte, die wij in onze gemeente hebben. De schaarse ruimte kan je beter gebruiken voor duurzame woningbouw. Al met al, deze ontwikkelingen die vandaag de revue zijn gepasseerd vragen om een daadkracht, creatief en een enthousiasmerend gemeentebestuur, dat bestuurlijk vooruit durft te lopen, in staat is om met andere partners deze zeer complexe duurzaamheidsslag te maken. Langs de zijlijn toekijken is er niet meer bij. We moeten echt aan de bak willen wij aan alle internationale en nationale orde voldoen. De RES 1.0 is een goede stap vooruit. Nu snel op weg naar de fase waarin de plannen echt concreet gaan worden met zeer veel oog voor burgerparticipatie, wil ik nog wel heel graag benoemen, om de burgers echt goed mee te nemen in toekomstige processen. En natuurlijk ook de betaalbaarheid van de plannen dienen in uitvoering te gaan komen op een gegeven moment. Voor ons is het echt heel belangrijk als PvdA, dat betaalbaarheid wel echt gewaarborgd wordt hierin. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoorde de waterbassins, ik hoorde ook nog even de betaalbaarheid en de burgerparticipatie o.a. Wethouder Van den Beukel: Een paar concrete punten.
Het proces, moties, amendementen, ik steun eigenlijk wel de lijn van het voorstel van de heer Duk. Wat ik zie is dat de regionale samenwerking voordelen heeft, inhoudelijk, maar ook nadelen. Eén zo’n nadeel is dat we inderdaad hier niet alleen over gaan. Een eenzijdig amendement, daar is niet in voorzien. Laat ik het zo simpel maken, in het regionale proces op dit moment. Van het begin af aan is de zienswijze en procedure wensen en bedenkingen ingezet en neergezet als het instrument dat de raden in staat zou moeten stellen om hun afwijkende, eventueel, of suggesties of visie te geven op hun regionaal product. Niettemin, op allerlei fronten, bijvoorbeeld op het vlak van die wijkaanpak, die we hebben, zijn we natuurlijk wel volledig aan zet. Ook zijn we volledig aan zet als het gaat om de input richting de RES 2.0. Dus daar kunt u, zeg ik richting de heer Blonk en de heer Machielse, daar het grootste effect sorteren. Het is aan u welke keuze u maakt natuurlijk. Meer inhoudelijk, toch even ingaan op de exitstrategie aardgas, waar de heer Blonk nadrukkelijk naar verwijst en waar ook de heer Machielse het e.e.a. over zegt. We willen dingen in Lansingerland op z’n Lansingerlands doen. Dat betekent, wat mij betreft, als het gaat om duurzaamheid realistisch duurzaam. Wat is realistisch duurzaam? Dat betekent geen luchtfietserij en doen wat mogelijk is, maar ook wat nodig is.
Doen wat nodig is, betekent voor mij: duurzaam is wel de norm. We willen uiteindelijk toe naar die gemeente, die niet meer bijdraagt aan het broeikaseffect. Simpel. Dat is duurzaam. Realistisch betekent: een weg daar naar toe, die effectief is, efficiënt is, die draagvlak heeft enzovoorts. Dus de lessen die geleerd zijn in sommige andere gemeenten door die wijkaanpak, die neem ik natuurlijk ter harte. We gaan niet nog eens heel veel gemeenschapsgeld gooien naar projecten waarvan we inmiddels weten, dat die weerstand opleveren en bovendien geen effect sorteren. Dus die transitievisie warmte van ons en die wijkaanpak van ons, die incorporeren die lessen en die doen dus wat passend is voor Lansingerland. Dus geen dromerij. Tegelijkertijd zien we kansen, elke dag weer, om wijken te helpen verduurzamen. Bijvoorbeeld als het gaat om warmtelink, we weten dat de leiding over oost er niet meer zal komen voorlopig, maar wel de leiding door het midden, ja, er gaat natuurlijk een hele sloot restwarmte onze kant op komen. Nu al zijn wijken heel succesvol, heel doodnormaal voorzien van restwarmtenetten. Boterdorp in Bergschenhoek, dat werkt prima. Dus ik houd er ook rekening mee, dat er echt wijken zullen zijn, waar op een goed moment dat een aantrekkelijke optie zal blijken te zijn. Zo staat het ook in de analyse, die ten grondslag ligt aan die transitievisie warmte.
Maar je moet dat niet halsoverkop doen, zegt meneer Machielse. Nee, we gaan niet zomaar een stel shovels de straat op sturen. Er zijn pilotwijken aangewezen, die worden verkend. De heer Blonk: De wethouder geeft aan, dat de wijk Boterdorp een duurzaam warmteproject is. Maar het kacheltje van die wijk staat naast het gemeentehuis. Het is volledig 100% gas gestookt. Wethouder Van den Beukel: Helder, dank u wel voor uw opmerking. Ik kijk er op uit vanuit mijn werkkamer. Ik ben me elke dag bewust van het feit, dat daar rook uit komt en stoom. Alsnog is het relatief zeer efficiënt. Eén zo’n grote cv-ketel was efficiënter dan 1.000 kleine cv-ketels. Mijn opmerking was erop gericht om aan te geven: we hebben gewoon al warmtenetten. Dat is geen luchtfietserij. Het staat en het werkt, mensen hebben er bij mij in ieder geval geen klachten over geuit. We doen wat passend is. Als het gaat over de exitstrategie aardgas glastuinbouw, ook daar gaan we gewoon stap voor stap. We gaan niet, daar hebben we onlangs over gesproken, hier biomassacentrales neerzetten, omdat het nu eenmaal aardgas scheelt. Dat zou slecht beleid zijn. We zetten daar stappen die passend zijn. We doen het ook samen, wil ik nog zeggen. Ook even richting de heer Xhemaili. De betaalbaarheid is belangrijk. Hoe borgen we die nou? Op allerlei manieren, via wet- en regelgeving, in Den Haag moeten ze daar ook dingen voor doen.
Maar dat doen we ook door samen te werken met mensen die het betreft. Heel specifiek heeft u misschien gezien, dat de aftrap voor ons project aardgasvrije wijken, die ik onlangs heb verricht, niet zelf, maar samen met Nieuw Lansinger stroom, een maatschappelijke organisatie, die ook vanuit het inwonersperspectief kijkt en met 3B Wonen, mevrouw Vliet Vlieland. Dat is ook een partij, die natuurlijk altijd let op de beurs van huurders, niet perse altijd een goed gevulde beurs. Dus door samen te werken hebben we extra
19/41
aandacht, extra checks and balance ingebouwd om ervoor te zorgen, dat de betaalbaarheid goed bovenaan de prioriteitenlijst blijft staan. Dan nog een punt over de waterbassins. Wat is daar de tendens? Meneer Duk, misschien is het leuk om toch een keer een vertegenwoordiger van de glastuinbouwsector hier uit te nodigen, zij komen te weinig bij ons over de vloer in de gemeenteraad, om hun visie daarop te vernemen. Ze hebben ook echt zelf een eigenaarschap genomen over dit thema en over deze uitvoeringslijn in de regionale energiestrategie. Ik herken niet wat u zegt, in alle oprechtheid, dat waterbassins verdwijnen in Lansingerland, maar ik laat me ook graag wijzer maken door mensen uit de sector. Ik zal me ook zelf ermee verstaan. Maar daarnaast dus de suggestie: laten we ze eens bij ons uitnodigen. Daar worden we ongetwijfeld wijzer van. Waterstof, daar is niet echt een vraag over gesteld, daar is meer een wisseling van gedachten over geweest. Ik houd me daar vast, zeg ik richting de raad, aan o.a. de analyse van onze netbeheerder Stedin. Die geeft aan: voor 2030 is het goed om ermee te testen, maar is de grootschalige beschikbaarheid van waterstof beperkt. Dus we gaan geen aardgasnetten afbreken, die nog goed zijn, want daar kun je zomaar goed gas of waterstof doorheen sturen op een goed moment.
Maar voor de korte termijn, dat zegt de heer Duk correct, is zeker duurzame waterstof echt te schaars om te verwachten, dat je daar heel veel mee kunt uitrichten in die gebouwde omgeving. Ik denk dat ik hiermee recht heb gedaan aan alle vragen in de tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij ook. Ik zie namelijk geen vragen meer in uw richting komen. Het e.e.a. gehoord hebbend is het nu: gaan wij straks geconfronteerd worden met een amendement of met een motie. Maar het is aan de indieners om zich daar nog even over te buigen. Eén ding is helder: het is geen hamerstuk. Het komt dus terug in de raad. In welke vorm, dat gaan we zien. Dank. 6.d Ruimtelijke Adaptatie Strategie Mevrouw Zwinkels, L3B: Het gaat over ruimtelijke adaptie strategie. Wat ons betreft, kan het een hamerstuk worden, maar ik wil er toch nog wel wat dingen over zeggen. Het deltaprogramma moet Nederland beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van extreem weer. Leuk om te vermelden, dat de huidige deltacommissaris Peter Glas aan het begin van zijn carrière lange tijd in Berkel en Rodenrijs heeft gewoond. In de ruimtelijke adaptie strategie Lansingerland staat: het aanpassen van de leefomgeving en van ons gedrag op de effecten van de klimaatverandering. Dus de omgeving bestand te maken tegen extreme regenval, overstroming, hitte en vermindering van de biodiversiteit.
Dan komt de vraag: hoe? Zoveel mogelijk vast houden van water. Risico’s prioriteren voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming. Deze vallen in de categorie onaanvaardbaar, onwenselijk en onacceptabel. De gevolgen van de klimaatveranderingen zijn voor een ieder duidelijk. Er ligt voor het bestuur van Lansingerland een opgave in de communicatie. Nog steeds worden er veel tuinen versteend. Ook het belang van groen en water bij nieuwbouw en verbouw moet constant benaderd worden. Er wordt veel gesproken over klimaatadaptatie, maar laten we maar Rotterdams gaan denken: geen woorden, maar daden. Onder het motto: tegeltje eruit, plantje erin. En aandacht geven aan burgerinitiatieven voor bijvoorbeeld pluktuinen en indien mogelijk extra vergroenen in de wijken. De inspreker vanavond heeft het daar ook over gehad. Als mensen of burgers zelf het onderhoud willen verzorgen, dan scheelt het ook wel in het budget. Goed dat binnen de huidige formatie verkenning ten behoeve van de uitvoeringsagenda gedaan kan worden. Logisch dat later de benodigde middelen en budgetten gekoppeld worden aan de uitvoeringsagenda. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: Kort van mijn kant. Goed dat dit stuk er ligt. Het is eigenlijk een heel goed stuk. Dat is helemaal geen verrassing, want enerzijds moest het en anderzijds mag het. Wat ons betreft een goede balans.
Wat wij bijzonder leuk vonden: wij hebben vorig jaar een uitgebreide beeldvorming gehad met Arcadis over hoe er om wordt gegaan met ruimtelijke adaptatie in Berkel centrum west. Daar kwamen al deze topics aan de orde. Hoe we kijken naar een stuk wateradaptatie et cetera. Toen werd er al gezegd: er komt nog een stuk voor de hele gemeente, waar we toekomstige projecten aan kunnen gaan toetsen. Die ligt er nu. Wat de VVD betreft, is dat een hamerstuk. De heer Van der Stelt, CDA: Wij vinden het een uitstekend stuk. Een helder verhaal. Wat ons betreft kan het ook een hamerstuk zijn. We vroegen ons nog wel af: aan welke knoppen kunnen we nog draaien als gemeente om te bevorderen dat inwoners in onze gemeente bijvoorbeeld een tuintje zo adaptief mogelijk maken? Wellicht liggen hier ook nog mogelijkheden bij 3B Wonen om dat te stimuleren. Wellicht kan de wethouder daar nog even op reflecteren. Maar nogmaals, wat ons betreft is het verder een hamerstuk. De heer Jumelet, WIJ: Inspreker refereerde er een klein beetje aan. Toen wij het stuk lazen op één van de eerste bladzijden, daar staat de zin: mijn vraag aan u is, dat schrijft dan de wethouder namens het gemeentebestuur op blz.5, doet u met ons mee, we staan voor 3 uitdagingen.
Het gaat me om dat eerste stukje: doet u met ons mee? Het is natuurlijk wel heel frappant, dat inspreker namens een belangrijke vertegenwoordiging in onze samenleving het gevoel heeft niet echt aangesproken te zijn bij de
20/41
totstandkoming van dit plan en wellicht straks wel op de verdere uitvoering. Dus wellicht kan de wethouder n.a.v. zijn uitspraak in de inleiding de referentie even pakken rondom de inspreker. Ik ben wel erg benieuwd hoe dat dan zit. Niet alleen deze vertegenwoordiging, maar ook anderen die bezig zijn met klimaatadaptatie et cetera. Dat is één. Twee. De opmerking is gemaakt over urgentie en tempo. In 2018 die toets gemaakt rond hittestress. We leven nu in 2021 en we weten dat de zomers, misschien dit jaar iets anders gezien de weersomstandigheden, maar dat we hete zomers kennen. Dus die hittestress gaat de komende periode wellicht ook weer aan de orde zijn. Als ik dan lees bijvoorbeeld hier dicht bij mij in de buurt, het Eiberplein, je hebt het over een schoolplein, een straat, dan heel praktisch en dat is een klein beetje wat inspreker meneer Wilde ook aangaf, heel praktisch: wat doe je nou als gemeente om die probleempunten, die simpel lijken te kunnen worden opgelost, hoe pak je dat nou eigenlijk aan? Op basis van plannen, op basis van het onderzoek dat je hebt gedaan. We hebben ooit een motie van D66 aangenomen over de vergroening van de schoolpleinen. Dit zou bij uitstek zo’n voorbeeld zijn, waarom pakken we dat dan niet heel proactief op richting de school om dat schoolplein versneld te gaan vergroenen, zodat je ook het punt van de hittestres daar ook wegneemt.
In navolging van inspreker de vraag over de urgentie en het tempo om problemen, die je signaleert op te lossen op een heel praktische manier. Als er inderdaad hindernissen zijn vanuit de door ons opgestelde regels, dan kunnen we het ook zelf oplossen, zou je zeggen, als college of als raad. Daar ben ik wel benieuwd naar, hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Het laatste punt, bij de uitvoeringsagenda. Hoe gaan we nou, of hoe denkt de wethouder de betrokkenheid van de burger, de burger kan natuurlijk heel veel zelf doen, het staat ook wel in het stuk beschreven, maar om dat toch op korte termijn wat op te pakken? In wezen lijkt het allemaal niet zo ingewikkeld. Ook een beetje wat de collega van L3B ook aangeeft: in Rotterdam zie je daar prachtige programma’s voor draaien. Het is kopiëren naar Lansingerland. De vraag is: waarom doen we dat dan niet? Dat was het. Dank u wel. De heer Markus, CU: Het thema klimaatadaptatie staat eindelijk eens prominent op de agenda. Na jaren gevraagd te hebben om de uitvoering van de stresstest ligt er nu een strategie om om te gaan met klimaatadaptatie. Een probleem binnen de duurzaamheidsagenda, waar we terecht de aandacht op vestigen. Over het stuk zelf lagen de standpunten binnen onze fractie uiteen. De één vond het namelijk een ambtelijk hoog over stuk, dat concreetheid mist.
Een ander vond het een prachtig stuk proza en een mooie uitwerking van het thema klimaatadaptatie. Die tweedeling kenschetst ook wel een klein beetje mijn bijdrage. Een paar reacties op het stuk. Allereerst: deze strategie is allereerst bedoeld om richting te geven aan een complexe opgave, die we hebben, voor klimaatadaptatie. Die opgave staat ook goed omschreven, met name in de achtergronddocumentatie. Goed en handig om dat allemaal eens bij elkaar te hebben en om een goed beeld te vormen hoe we in Lansingerland er voor staan qua vernatting, droogte et cetera. En er staat beschreven hoe we in 2050 de klimaatdoelen, die we hebben vast gesteld, namelijk het klimaatbestendig inrichten, hoe we dat kunnen gaan bereiken. Namelijk een groene gemeente en een robuust watersysteem. Dat zijn de subdoelen. Maar als je het allemaal leest, dan bekruipt je een beetje het gevoel: hoe gaan we nou meten wat de stand van zaken is van de subdoelen? Dat komt misschien nog in die uitvoeringsdoelen, maar we missen het een beetje in de strategie. Het is toch van belang te weten dat we goed onderweg zijn of niet goed onderweg zijn. Ik wil niet, of mijn opvolger, in 2049, dus de achtste periode van wethouder Van den Beukel, ik wil niet verrast worden met de mededeling dat we de doelstellingen niet gaan halen over een jaar. Daar wil je gevoel bij krijgen als raad.
Hoe ga je dat nou met elkaar meten? Die concreetheid missen we daar nog in. Vervolgens staat er ook een stuk over de risico’s, wat wel en niet aanvaardbaar is. Nu staat bij aanvaardbare risico’s twee thema’s en ik heb er moeite mee dat we die aanvaardbaar vinden. Ik hoop dat het voorbeelden zijn die nog aangepast worden, maar graag een reactie van de wethouder daarop en wellicht ook van andere partijen. Maar aanvaardbaar vinden we versnelde paalrot. En we vinden het ook aanvaardbaar dat verlies van dieren en plantensoorten hebben. Dat zijn nou niet echt thema’s die wij aanvaardbaar vinden. Zeker niet als je dat vergelijkt met tijdelijke sluiting van zwemlocaties, wat ook aanvaardbaar is. Dat lijkt ons van een heel andere proportie. Wellicht lees ik het verkeerd, maar van de invulling van de risico’s vinden wij toch wel dat we daar kritisch naar kijken met elkaar, want uiteindelijk zullen we die risico’s met elkaar aanpakken of juist niet aanpakken. Vervolgens wordt er een aanpak omschreven van: weten wat we willen doen. Een soort eindeloze loep om onze doelstellingen te bereiken. Dat lijkt ons goed. We zien dat in de praktijk ook gebeuren. Bij mij in de omgeving is Bergschenhoek oost aangepast. Daar zie je echt, dat het klimaatadaptief is gedaan. Gescheiden stelsel, half verharding, grastegels voor parkeerplaatsen. Het is prachtig dat het op die manier opgepakt wordt.
Via die levende loep moet er ook een levende uitvoeringsagenda worden opgesteld. Er wordt een hele serie bouwstenen beschreven, wat eigenlijk allemaal dialogen zijn. En uiteindelijk moet dat dan leiden tot een uitvoeringsagenda. Maar bij die bouwstenen, dat is ook niet echt concreet. De korte termijn wordt dan omschreven, maar welke bouwstenen vinden we dan meer urgent, wat is korte termijn, gaan we al die kwetsbare gebieden, die we met elkaar benoemen middels dialogen al voor 2025 oplossen, of is het 2030? Dat gevoel missen we een beetje in deze strategie. Natuurlijk snap ik dat er nog een uitvoeringsagenda moet komen, maar een strategie moet toch ook omschrijven wat je urgent vindt en waar je prioriteiten wilt neerleggen.
21/41
Samenvattend: een helder document, waarin veel wordt opgeschreven, wat goed is om te lezen en wat ook de huidige situatie helder maakt. Maar wij worstelen nog een beetje met de hele planning in het verhaal en daarmee ook de urgentie, die aangeeft wat je nu wel of niet eerst gaat oplossen en waar je de aandacht eerst neerlegt. Dat is een worsteling met dit document. Misschien lees ik het wel helemaal verkeerd. We horen graag van de wethouder hoe we dit kunnen oplossen. Mijn voorgangers hebben het nog niet benoemd, maar wellicht dat ze er in de tweede termijn iets over kunnen zeggen, hoe zij tegen die planning en urgentie aankijken. Dat was het voor de eerste termijn. Dank u wel. De heer Muis, D66: Ik kan me eigenlijk best wel vinden in een hoop opmerkingen van de CU van zojuist, maar ik zal toch even ons eigen verhaal ook vertellen, dan kom ik vanzelf langs die punten. Ik probeer ook de punten van de andere collega’s daarin mee te nemen. Wat ons betreft is het inderdaad een gedegen en goed onderbouwde basis voor in theorie een stevige aanpak voor de klimaatadaptatie. Ook complimenten voor de opzet en de betrokkenheid van vele stakeholders. We hebben alleen van de inspreker begrepen, dat zij nog niet in deze fase zijn betrokken, dus Lansingerland Samen Duurzaam, maar we gaan ervan uit, dat de wethouder ongetwijfeld bij de uitvoeringsagenda hen goed zal betrekken.
Dus dat vertrekpunt om zaken in dialoog te ontwikkelen spreekt ons ook zeer aan. Ook goed, dat je de strategie jaarlijks evalueert en hem ook aan kunt passen. Het doel was en is om in 2050 een klimaatproof Lansingerland te hebben. Ook de subdoelen, een groene gemeente en een robuust watersysteem, kunnen wij van harte onderschrijven. De aanpak echter via richtinggevende gedachten, gefaseerde verkenningen, daar maken we ons zorgen over, dat het niet direct zal leiden tot het halen van het doel in 2050. Voor een uitvoeringsagenda zou je namelijk ook op basis van een goede definitie wat klimaatproof is, wat het inhoudt, die focus op die kwetsbare plekken en die prioriteiten, terug kunnen redeneren vanuit 2050 naar nu en dus soort van, in goed Nederlands, backcasten wanneer je wat zou moeten realiseren om in 2050 ook daadwerkelijk daar te komen i.p.v. nu werkende weg stapjes zetten. Ondanks dat 2050 ver weg is, is het de vraag of je dan op dat moment alles gerealiseerd hebt. Op zich, de geformuleerde ambities, daar kunnen we ons voor een groot deel wel in vinden. Bij de meekoppelkansen is er ook een risico dat iets te vrijblijvend is, want het zijn kansen, geen eisen. Maar je verwacht dat sommige mogelijkheden zich maar één keer voor zullen doen en dan is het wel belangrijk, dat je ook borgt, die meekoppelkansen, en op deze manier is dat best een uitdaging.