CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0063 Verslag commissie Ruimte van 6 april 2021

Commissie Ruimte 18 mei 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering25.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Over het voorliggende stuk heb ik wel direct een mening: dat kan, wat onze fractie betreft, als hamerstuk naar de eerstvolgende raadsvergadering. Dank u wel. De voorzitter: We nemen even telefonisch contact op met de heer Van Harn, want we horen hem niet.

11/27

De heer Jumelet, WIJ: In Bergschenhoek zijn de lijnen nog warm, dus dat scheelt. Wat de heer Machielse aangaf, kan het wat ons betreft ook als hamerstuk naar de raad. Het is een verstandig voorstel. We zijn ook nog wel even benieuwd naar de beantwoording van de wethouder rondom de Rodenrijseweg. Maar ik dacht ergens gelezen te hebben, dat het uitvoeren van werkzaamheden, juist op het gebied dat nu gedaan wordt, tot bebouwde kom en dat de Rodenrijseweg pas in een later stadium komt. Maar goed, ik ben wel benieuwd of de wethouder dat bevestigt. Wat ons betreft kan het als hamerstuk naar de raad. Dank u wel. De heer Markus, CU: Ik kan kort zijn. Wat ons betreft een hamerstuk voor de raad. De heer Van der Stad, D66: Een helder verhaal wat D66 betreft. De afgelopen jaren is er woningbouw gerealiseerd langs de Molenweg. De omgeving met dichte bebouwing aan weerszijde leent zich niet meer voor regels buiten de bebouwde kom. Er wordt dan ook voorgesteld om de komgrens te verplaatsen en de inrichting van de weg aan te passen ten behoeve van de veiligheid. Kijkend naar de situatie en de voorgestelde keuzes kunnen wij concluderen dat het voor ons een hamerstuk is. De heer Duk, GL: Voor ons is het ook een hamerstuk, dus dat is alvast duidelijk. Want als de verkeersveiligheid kan worde verbeterd, door de Molenweg als bebouwde kom te behandelen, is dat een goed voorstel.

GL zal dit voorstel dan ook steunen. Ook wij zouden graag zien dat de Rodenrijseweg snel wordt meegenomen, liefst vandaag nog dan morgen. Een eenduidige situatie lijkt ons het veiligst. We zijn verder blij om te zien, dat er voor een 30km gebied wordt gekozen en dat de inrichting daar ook naar zal zijn. We spreken ons vertrouwen uit, dat in die inrichting de behoeften van fietsers voorop zullen staan, zoals de nieuwe mobiliteitsvisie van het college zegt. Graag horen we dat bevestigd door de wethouder. Verder ruimbaan voor deze aanpassingen. De heer Xhemaili, PvdA: Ook de PvdA vindt het ook logisch om langs de Molenweg de bebouwde komgrens te verplaatsen, zoals meerdere collega’s dat hebben beaamd. Daar is een aantal redenen voor. Er is veel woningbouw gerealiseerd, het is voor het doorgaande verkeer nu duidelijker dat de Molenweg nu ook een verblijfsfunctie heeft, het wordt voor fietsers veiliger om naar de Groenzoom en Ackerdijkse Plassen te gaan. Al met al komt het de algehele verkeersveiligheid ten goede. Ik heb nog een kleine aanmerking. Bij duurzaamheid staat: niet van toepassing. Volgens mij, als je kijkt naar de duurzaamheidseffecten van langzamer rijden en het leefgenot, dat ermee gepaard gaat, en minder geluidsoverlast, volgens mij is dat ook wel goed te noemen als duurzaamheidseffect als gevolg van de verandering van de situatie.

Ik denk dat de collega’s van GL dat ook kunnen beamen. De voorzitter: Ik zag een duimpje omhoog gaan. De heer Xhemaili: Super. Verder ben ik benieuwd naar de beantwoording van de wethouder m.b.t. de Rodenrijseweg. Volgens mij had meneer Jumelet benoemd, dat het ook in de stukken staat, dat het te maken heeft met de werkzaamheden, die in een later stadium terug komen. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik toch kijken of ik de heer Van Harn weer in beeld kan krijgen en kan horen. De heer Van der Stelt, CDA: Ik heb geen contact kunnen krijgen met de heer Van Harn via whatsapp, dus ik weet niet wat er aan de hand is. Maar voor ons is het ook een hamerstuk. Wethouder Fortuyn: Er is sowieso overleg geweest met de bewoners aldaar. Een bebouwde kom kent een aantal kenmerken, dat noemen we dan normen. Dat zijn objectieve normen. De Molenweg was altijd een buitengebied. Je kwam aan de grens van Rodenrijs, dan was het nog steeds Berkel en Rodenrijs, maar uiteindelijk kwam je toch bij een aantal huisjes, die bij elkaar gegroepeerd waren, nog 1 of 2 nieuwbouw huisjes en dan was het gewoon buitengebied. Buitengebied kenmerkt zich door een hogere snelheid: 60km. Dat heeft zijn normen in zich om eenduidigheid te hebben in de buitengebieden. Er werd net gezegd: richting Ackerdijkse Plassen. Er zijn natuurlijk veel meer van die wegen, die buitengebied zijn en waar een ander regime geldt.

Hierover is overleg geweest. In de afgelopen jaren zijn er woningen bij gebouwd. Hier was ook wel de behoefte vanuit de inwoners vandaan om te zeggen: parkeervakken, herinrichting, het wordt hoogtijd dat we de situatie opnieuw bekijken en schouwen. Uit die schouw is voort gekomen, dat we de komgrens verplaatst hebben, zoals nu aangegeven. Dat andere deel van de Rodenrijseweg voldoet niet aan de norm van een bebouwde kom. Wij geven aan, dat er wel onderzoek is geweest en dat er naar gekeken is en dat de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt. Dat neemt niet weg, dat we het wel blijven monitoren. Dit is in goed overleg gegaan. De grens die hier voorgesteld is, willen we graag uitvoeren. Tweede termijn

12/27

Mevrouw Zwinkels, L3B: Een klein vraagje aan de wethouder. Ik begrijp, dat bij onderhoudswerkzaamheden de Rodenrijseweg ook aangepakt wordt, een bebouwde kom. Is er enig uitzicht wanneer dat ongeveer is? Dat kan over een jaar zijn, maar ook over 5 jaar. Verder is het voor ons ook een hamerstuk. De voorzitter: De heer Machielse zei hamerstuk. Meneer Van der Stelt zei ook hamerstuk. Aanleiding tot? De heer Van der Stelt heeft de honneurs waargenomen en heeft gemeld, dat het een hamerstuk voor het CDA is. De heer Van Harn: Daar ben ik het helemaal mee eens. De voorzitter: De heer Jumelet had ook een hamerstuk gemeld. Prachtig. De heer Markus, CU: Ik was even bang, dat de heer Van Harn een functie elders had, maar hij is gelukkig weer aanwezig. De voorzitter: Meneer Van der Stad had het ook over een hamerstuk. De heer Duk, GL: Ik had nog een vraag aan de wethouder over de prioriteitsstelling van fietsers. Voor de rest is het een hamerstuk. De heer Xhemaili, PvdA: Hamerstuk. Wethouder Fortuyn: De fietsers hebben sowieso onze aandacht. Wat ik al eerder aangaf: we monitoren de situatie daar. In die zin blijven we volgen wat er gebeurt. We zien ook een toename aan fietsgebruik. Mocht er aanleiding toe zijn, dan zullen we daar zeker op acteren, voor zover er ruimte is.

Het is niet heel erg ruim bemeten daar en de vaart aldaar dempen is ook niet zo handig, want we hebben ook te maken met hittestress en met wateroverlast. Dus we hebben daar niet zoveel mogelijkheden. Aan de andere kant: de Rodenrijseweg vanaf de Klapwijkseweg of de Boterdorpseweg, al die hindernissen daar weer creëren is ook niet ideaal. Echt ideaal krijg je het niet, maar we zullen wel blijven monitoren. De snelheid wanneer we die komgrens eventueel aanpassen, heeft te maken met het woningbouwprogramma, wanneer dat ontwikkeld wordt. Neemt u van ons aan: dit is in goed overleg gebeurd. We houden de ontwikkelingen in het gebied in de gaten. Mocht er aanleiding zijn om de komgrens te verleggen, dan zullen we niet nalaten om dat te doen. We hebben er aandacht voor. Dank jullie wel voor jullie aandacht. Wellicht dat het een hamerstuk is. De voorzitter: Die conclusie trek ik dus nu. Een hamerstuk. Dank u allen. 6.b Handelingsperspectief Biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingrland De voorzitter: Misschien dat een ieder nog even de inspraak van onze inspreekster nog even mee kan nemen, van mevrouw Van der Knaap. Ik zie dat meneer Alsemgeest ook uit de lucht is. Dat is vervelend. Bleiswijk, Bergschenhoek, ach ja, houd moed. De heer Blonk, L3B: Het college vraagt ons een handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw vast te stellen.

Wij zijn het met het college eens, dat het onwenselijk is in Lansingerland nieuwe installaties te bouwen voor de verbranding van houtachtige massa, zoals zij schrijven, gewoon kaphout dus al dan niet in houtpalletvorm, geïmporteerd uit Canada of de rest van de wereld en ook misschien een beetje uit Nederland. De verwachting is, dat er in Nederland geen tot een zeer beperkte rol voor biomassaverbranding in de uiteindelijke duurzame energiemix zal zijn, schrijft het college. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar dat geldt wereldwijd. De lokale overheid heeft blijkbaar niet de wettelijke bevoegdheden om te sturen op het verbieden van biomassaverbrandingsinstallaties. Ik weet niet of dat zo is, ik begreep net dat bij 15 MW de grens ligt. Er wordt nu voorgesteld om een moreel appel te doen bij de glastuinbouwsector om terughoudend om te gaan met de bouw van nieuwe biomassacentrales. Dit ook omdat er op langere termijn haalbare, betaalbare alternatieven zijn voor de duurzame warmtevoorziening. Dat zijn de regionale warmtetransportnetten, maar ook de geothermie, waarmee tuinders in Lansingerland al heel erg op streek zijn en binnenkort komt er nog eentje bij. Ik vind dat het rijk duidelijkheid moet geven over die biomassa installaties c.q houtverbrandingsinstallaties voor de glastuinbouw.

De maatschappelijke en technische onvrede over de vermeende duurzaamheid van biomassaverbranding neemt meer en meer toe. L3B denkt dat het college in onze gemeente meer moet doen dan alleen een moreel appel. In Lansingerland zijn nu 2 biomassacentrales voor de glastuinbouw in bedrijf en 4 zijn er vergund, maar nog niet gerealiseerd. Ik heb 3 vragen voor de wethouder. Is er vanuit onze gemeente contact met de 4 bedrijven? Om nu al bij hen dat morele appel te doen om geen installaties te gaan bouwen voor de verbranding van hout. Ten tweede. Gaat het college alles uit de kast halen om ervoor te zorgen, dat die 4 installaties niet gebouwd gaan worden? De laatste vraag. Gaat het college volgende aanvragen voor een biomassacentrale niet meer verlenen, zoals in onze buurgemeente Pijnacker-Nootdorp is gebeurd? Samengevat: L3B vindt het verbranden van enorme hoeveelheden hout

13/27

voor warmtevoorziening in de glastuinbouw ongewenst. Dank u wel voor het mogen uitspreken van deze eerste termijn. De heer Machielse, VVD: Ik denk aardig mee met voorgaande spreker. Bij het lezen van de notitie en de toelichting krijgen wij toch een heel dubbel gevoel. Want enerzijds wordt nu de bouw van nieuwe installaties als onwenselijk geacht, maar tegelijkertijd beschrijft het college in de voorliggende notitie ook de rol van biomassa als transitiebrandstof. Dan prijs ik mij gelukkig met een actieve achterban binnen onze partij, die mij op een aantal feiten wees. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft in januari 2020 een onderzoek gepubliceerd naar energiefactoren. Daaruit blijkt, dat bijvoorbeeld steenkool 12% lagere uitstoot heeft per warmte-eenheid, gigajoules, dan biomassa. En aardgas zelfs de helft van de uitstoot in het milieu per gecreëerde hoeveelheid energie. Dat zijn waardes, die mijn nekharen enorm overeind zetten. Wat verstaat het college nu onder een moreel appel doen en terughoudend zijn bij het bouwen van nieuwe biomassa installaties? Als het niet kan, tegenhouden lokaal, dan kan het niet. Dan moeten we de lobby naar landelijk trekken, daar wil ik graag in meedenken.

Maar als we wel ruimtes hebben om lokaal daar een andere invulling aan te geven, dan stel ik de politieke vraag aan de wethouder: hoe ziet de wethouder dat voor zich, het niet enthousiasmeren en het moreel appel? Wat verwacht hij daar aan resultaat mee te gaan behalen? Eigenlijk een tweede vraag, die ik daaraan toe wil voegen: wat bedoelt de wethouder met de rol van biomassa als transitiebrandstof, zoals beschreven in het voorliggende handelingsperspectief? Naar onze mening als VVD is dat veel te positief of enthousiasmerend geschreven, maar misschien is dat een interpretatie, die ik er zelf aan geef. Ik zou ook veel terughoudender willen zijn met het bestempelen van biomassa als transitiebrandstof. Juist als transitiebrandstof veel meer willen inzetten op het beeld dat zich landelijk aftekent, maar zeker in Europa, waarbij aardgas de transitiebrandstof is. Denk even aan wat er gebeurt bij onze oosterburen. Dat kan ik ook veel beter rijmen met de onderzoeken, die ik net noemde van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, naar de hoeveelheid CO2 uitstoot per gecreëerde hoeveelheid warmte energie dan biomassa. Dus eigenlijk een aantal politieke vragen aan de wethouder. In die zin wacht ik dat even af. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Wij vinden dit een helder en duidelijk handelingsperspectief, waarin de werkelijkheid niet mooier wordt voorgesteld dan dat het is.

Zo wordt er aangegeven, dat de bouw van de nieuwe installaties voor de verbranding van houtmassa onwenselijk is. Dat het een tijdelijke oplossing is totdat er alternatieve, duurzame en betrouwbare en betaalbare warmtebronnen beschikbaar komen. Dat is heel realistisch. Het college geeft ook aan, dat er alternatieven gezocht worden in de vorm van warmtetransportnetten en geothermiebronnen. We weten inmiddels ook, dat die alternatieven niet op korte termijn gerealiseerd zullen en kunnen worden en dat de financiële perspectieven voor warmte uit een grootschalig restwarmtenet niet zo gunstig zijn, dat kunnen we ook lezen. Dat is nu eenmaal de werkelijkheid. Dat staat een snelle afbouw van het gebruik van biomassa in de weg. Het college schrijft, dat het de verwachting is dat we tot minimaal 2035 voor een deel afhankelijk zullen zijn van houtstook en aardgas wat de glastuinbouwsector betreft. Misschien geen mooi beeld, maar wel een realistisch beeld, omdat wij als gemeente afhankelijk zijn van de ontwikkeling m.b.t. de regionale energietransitie. Wij bouwen niet zelf een warmtenet. Het college heeft niet de wettelijke bevoegdheid om te sturen op het realiseren of het verbieden van biomassaverbrandingsinstallaties.

Wel, en dat is ook al aangegeven door eerdere sprekers, doet de gemeente een moreel appel op de glastuinbouwsector om terughoudend om te gaan met de bouw van nieuwe biomassacentrales. Ze willen hierover in gesprek met de glastuinbouwsector. Mijn vraag aan de wethouder is de volgende. Wanneer zal dit gesprek plaats vinden? Wordt er dan ook ingezet om de 4 reeds gegunde biomassa installaties niet in werking te brengen? Zal dan ook de inzet zijn om toekomstige installaties te voorkomen? Hier wil ik het bij laten in de eerste termijn. Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Het kabeltje naar Bergschenhoek was even koud, maar is weer warm, dus ik ben er weer. Toen de fractie van WIJ het handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland had gelezen, was er geen enkele discussie of twijfel om dit vast te stellen. Dat er op rijksniveau ooit goedkeuring is gegeven aan deze manier van energieopwekking is ons geheel onduidelijk. Zeker voor kleinere biomassacentrales, die door ondernemers in onze gemeente worden gebruikt. Het maken en het transport van biomassa naar de ondernemingen hebben ons inziens al een enorme footprint op het milieu en dan hebben we het nog niet over het grote aantal vrachtwagenbewegingen binnen onze gemeente als alle vergunningen gerealiseerd zouden zijn.

Het is al druk op de wegen, die onze gemeente kruisen en nog meer drukte doet geen goed aan de leefomgeving en veiligheid. Dat we als gemeente niet bij machte zijn hier in te sturen is jammer en dan blijft er niet veel anders over dan met de betrokken partijen rond de tafel te gaan en hen zo snel mogelijk alternatieven aanbieden, die voor hen nog voordeliger zijn dan de nu gesubsidieerde biomassa. Geheel voor eigen rekening zeg ik u even, dat vaak niet het woord bio, maar het woord subsidie de doorslag zal geven bij het investeren in deze centrales. Dat is heel vaak zo, want er wordt heel vaak naar zichzelf toe

14/27

gerekend. Dat is met biomassa ook weer gebeurd, want biomassa is sowieso niet beter dan het gas, dat nu gebruikt wordt. Want ook gas is ontstaan uit bomen, dan wel 300 miljoen jaar geleden, die toen hun CO2 opnemende werk al hebben gedaan. In dit soort discussies rekenen mensen graag naar zichzelf toe. Ik zal u een voorbeeld geven om even over na te denken. Een groot aantal kwekerijen binnen onze gemeente hebben een warmtekrachtkoppeling staan. Zij wekken dus stroom op met het verbranden van gas. Het warme water, dat daarbij vrij komt, gebruiken ze om de kas te verwarmen. Als een teler naar zich toe rekent, mag hij dus zeggen, dat zijn kwekerij door restwarmte verwarmd wordt. Maar ik denk niet, dat we daar met zijn allen in trappen. Het blijven dus allebei fossiele brandstoffen. We zouden biomassa niet moeten zien als een soort tussenstation in de energietransitie. Dat we niet de wettelijke bevoegdheid hebben om te sturen in de aanbouw van deze centrales, is onwenselijk. Dat er al 2 draaien is ons inziens nog onwenselijker. Ik zou graag van de wethouder horen hoe de status is van de 4 vergunde, maar nog niet gerealiseerde centrales. En wat we zouden kunnen ondernemen om de alternatieven sneller dichterbij te brengen. Tot zover mijn inbreng. Dank u wel.

De heer Hofman, CU: Zodra we in deze commissie een stuk behandelen, dat gaat over het verduurzamen, dan gaat het hart van de CU doorgaans sneller kloppen. Dit stuk gaat echter over een stukje duurzaamheid, waarvan we als samenleving ooit dachten dat het duurzaam was, maar waar we inmiddels op terug gekomen zijn. Houtige biomassa. Inmiddels vinden we het eigenlijk zo duurzaam niet meer. Wij zijn tegen deze vorm van stoken van biomassa, maar de gemeente kiest ervoor om het te houden bij een moreel appel ten aanzien van de bouw van nieuwe installaties. Wij hadden hier liever een scherpere koers van de gemeente gezien en wij vinden een moreel appel te weinig. Natuurlijk zien we ook, dat je hier door de hond of door de kat gebeten wordt. Maar om nou van stoken op gas over te gaan op het schijnduurzame hout en er ook nog rijkssubsidie voor te krijgen, is wat ons betreft onwenselijk, zoals ook onze landelijke lijn is. Over het herroepen van reeds vergunde biomassacentrales hebben wij het vermoeden dat het erg ingewikkeld is qua rechtsposities en dat soort dingen, maar wij zouden wel graag van de wethouder horen of hij mogelijkheden ziet om dit te doen en wat de gevolgen zouden zijn. In het raadsvoorstel staat ook de inzet van de gemeente beschreven aan duurzame initiatieven, zoals geothermie en warmtenetten.

Uiteraard duurt het soms langer dan we willen, maar laten we als gemeente hier vol ‘gas’ op blijven geven. Gas mag dan tussen aanhalingstekens misschien. Graag horen we hoe de andere fracties hierin staan en graag horen we van de wethouder hoe hij denkt over een scherpere koers. Dit was het voor de eerste termijn, dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Mijn stuk zal net ietsje langer zijn, maar ik zal het kort houden in de tweede termijn. We willen een CO2 neutrale gemeente in 2050 zijn met volledige opwekking uit hernieuwbare energie. Een prima uitgangspunt wat D66 betreft. Biomassa is echter ook hernieuwbare energie, maar indien verbrand van kwalitatief minst toegevoegde waarde in onze maatschappij met bijkomstige negatieve effecten. Het restproduct zijn schadelijke stoffen, die onze leefomgeving en gezondheid aantasten. Terecht wordt in de visie aangegeven dat het bouwen van nieuwe installaties voor verbranding van houtige biomassa onwenselijk is. Echter, er zijn binnen onze gemeentegrenzen reeds 2 installaties aanwezig en zijn er 4 vergund en nog niet gerealiseerd. Erg verontrustend, ongewenst en we zijn benieuwd of de wethouder kan aangeven wat de mogelijkheden van de raad zijn om dit tegen te houden. Een maatschappelijk debat is al enige tijd zwaar negatief over de toepassing van biomassacentrales, lokaal in Lansingerland of direct over diverse gemeentegrenzen.

Landelijk en zelfs internationaal is er kritiek op het handelen van Nederland. D66 ziet het nut van biomassacentrales bij de transitie, maar op zoek naar een duurzame energiemix wil D66 de wildgroei van deze centrale houtkachels ook aan banden leggen. Resthout en snoeiafval kun je best gebruiken als energiebron, maar nu zijn er in Nederland veel te veel biomassacentrales in de planning. Dat betekent dat er bijvoorbeeld Oost-Europese bossen zouden moeten worden verbrand in onze ovens en dat is niet groen. Door het college wordt aangegeven en ik quote: als lokale overheid hebben wij niet de wettelijke bevoegdheden om te sturen op het realiseren of verbieden van biomassaverbrandingsinstallaties. We doen wel een moreel appel op de glastuinbouwsector om terughoudend om te gaan met de bouw van nieuwe biomassacentrales. Einde quote. Met andere woorden: we hebben een visie gemaakt, maar we gaan er niet over en er echt aan werken doen we niet. Immers, er ontbreken concrete actiepunten. Dat vinden we als D66 een beetje makkelijk, want we kunnen weldegelijk wat. Ik noem twee punten. Actief controleren en handhaven en actief sturen op duurzamere of alternatieve transitiebronnen. Het klopt, nu gelden er eisen vanaf 15 MW, dus komen er veel centrales van pakweg 14,99 MW. Dat zijn grote houtkachels, die 12.000 huishoudens zouden kunnen verwarmen, dus bepaald geen kleine jongens.

Ook die centrales stoten veel CO2, fijnstof en stikstof uit. Op zoek zijnde naar transitiebronnen moeten we ervoor waken, dat we niet de verkeerde energiebronnen stimuleren. D66 vindt dat schone energiebronnen echt tot minder schadelijke uitstoot voor het klimaat moet leiden. Ook mag de uitstoot geen negatieve impact hebben op de volksgezondheid. Uit recent nationaal onderzoek blijkt dat kleine biomassa installaties slecht kunnen zijn voor de luchtkwaliteit en tot tegenvallende klimaatprestaties leiden. Selders van het RIVM vertelde afgelopen maart in de Volkskrant over de gevolgen van

15/27

biomassaverbranding, in de directe omgeving is nog minder bekend. Het onderzoek richt zich tot nu toe vooral op de uitstoot bij de schoorsteen en weinig op de daadwerkelijke effecten voor de luchtkwaliteit in de buurt. J. Gering, die gezondheidsschade door luchtvervuiling onderzoekt aan de Universiteit Utrecht stelt: ook al voldoe je aan de wettelijke normen, dat betekent niet dat er helemaal geen gezondheidseffecten zijn. Recent onderzoek laat zien, dat luchtvervuilende stoffen als fijnstof ook gezondheidsschade opleveren in lage concentraties. Dan gaat het om effecten op de lange termijn door langdurige blootstelling. D66 stelt dan ook: zo min mogelijk biomassacentrales op plekken waar veel mensen wonen. Maar aan de reeds vergunde centrales doe je niets, denken wij. Wij vernemen graag van de wethouder hoe deze aankijkt tegen het actief meten eventueel in samenwerking met het burgermeetnet Lansingerland en het actief handhaven ten behoeve van de volksgezondheid. Het zou een mooie actie zijn, gezien het ondertekende schone lucht akkoord en het betrekt kritisch participerende inwoners bij ons beleid. De latten willen wij hogere leggen voor nieuwe centrales en we zien liever investeringen in echt schone energie. De visie spreekt daar over, ook over de inzet op een warmtenet, groen gas, waterstof en op geothermie op termijn. Zet daar vol op in en bespreek dat met de sector.

Vergeet daarbij niet dat het huidige gas ook een transitie optie is. De visie spreekt op blz.3 uit, dat biomassa nodig is om de komende jaren te verduurzamen in de sector. Dat is dus een slecht idee, wat D66 betreft, als daar massaal op wordt ingezet. Wat voor wisselwerking heeft het wel niet op de afnamevraag en de businesscase van bijvoorbeeld de warmteleiding over midden? Als we investeren in tijdelijke benodigde energiebronnen moeten we ervoor zorgen dat dit de ontwikkeling van echte schone alternatieven niet in de weg staat. Bovendien moeten we zogenaamde login situaties voorkomen, waarbij we nog jaren vast zitten aan transitiebrandstof. Faciliteer ondernemers met vraagstukken op weg naar echt duurzame energie. Ga actief het gesprek aan en voorkom risico’s m.b.t. de volksgezondheid en de businesscase voor echt duurzame energie. De visie die nu voor ligt anticipeert daar niet op. Wij vernemen graag van de wethouder of hij deze mening deelt. Tot zover onze bijdrage. De heer Duk, GL: Het wordt altijd een beetje spannend op het moment, dat de heer Machielse en ik het eens zijn over een duurzaamheidsding. Ondanks dat verblijdt mij dat wel. Het verbranden van groenafval zou CO2 neutrale warmte kunnen leveren. Tuinders hebben veel groenafval, in kassen is ook vaak veel warmte nodig. Dat lijkt dus heel slim: warmte uit afval van je eigen bedrijf of misschien dat van je buren.

Al moet gezegd worden, dat afval ook als grondstof voor diezelfde tuinbouw kan dienen in de vorm van compost. Wat je alleen nu ziet, is dat biomassa vaak geen afval is en ook niet van om de hoek komt, maar met enorme stookolie zuipende schepen uit bijvoorbeeld Amerika komt. Dit blijkt vaak de goedkoopste oplossing te zijn en er is bovendien simpelweg niet genoeg productiebos in heel Nederland om te voorzien in de warmtebehoefte van de kassen van Lansingerland, laat staan voor de rest van het land. Bovendien is het meeste hout gewoon te duur om te verbranden. Daarom is het van belang om lokaal beleid te hebben. Helaas is het op dit moment nagenoeg onmogelijk om aan de afkomst van biomassa als gemeente eisen te stellen. Sterker nog, gemeentelijk beleid is bijna helemaal onmogelijk en dat is jammer. Zou de wethouder aan kunnen geven hoe destijds de installatie is tegengehouden in Nootdorp? Mochten daar mogelijkheden toe zijn, dan houd ik me graag aanbevolen. GL hoopt, dat het komend kabinet daar meer ruimte voor zal geven. Ik zou de wethouder willen vragen om toe te zeggen, dat als hier vanuit het rijk ruimte voor wordt gegeven, dit actief te agenderen en het beleid aan te scherpen. Houtstook is niet meer van deze tijd, dat hoor je ook aan de bijdragen van mijn voorgangers. Er zijn betere alternatieven.

Inzetten op warmte uit biomassa zonder daar regels over afkomst, gebruik, uitstoot en transport te stellen, levert een situatie op die niet CO2 neutraal is, niet duurzaam is en die uiteindelijk vooruitgang in de weg staat. Een bedrijf, dat een biomassacentrale heeft, zal geen noodzaak hebben om zich aan te sluiten aan de warmterotonde, waar wel duurzame energie geleverd wordt. Hoe minder bedrijven bereid zijn om aan te sluiten aan die warmterotonde, hoe minder snel deze in Lansingerland komt liggen. Toch wordt het in dit stuk een transitiebrandstof genoemd. Kan de wethouder uitleggen waarom? De glastuinbouwsector heeft in het verleden al meerdere mooie doelstellingen gehad op het gebied van duurzaamheid. Vanaf 2020 zouden alle nieuwe kassen CO2 neutraal zijn. In 2030 zou de sector zelfs helemaal CO2 neutraal zijn. Nu zijn die doelen verlegd naar 2040 en rond die tijd zal dat 2050 zijn. Morele appellen doen dus weinig in onze ogen. Tuinders zijn ondernemers, die met elkaar moeten concurreren. Zonder regulatie zullen zij terecht de goedkoopste optie kiezen. Als we als gemeente de innovatieve glastuinbouwgemeente willen blijven, die we nu zijn, zullen we de regels moeten hebben, maar nog belangrijker, actief lobbyen bij provincie en rijk om innovatie kostendekkend te krijgen. Dank u wel.

De heer Xhemaili, PvdA: De gemeente Lansingerland heeft in 2020 het schone lucht akkoord getekend. Dit akkoord heeft als doel om gezondheidswinst te realiseren voor alle Nederlanders. In 2030 moeten we gezamenlijk 50% gezondheidswinst behalen of hebben gerealiseerd door schonere lucht. Daarnaast willen we in 2050 een CO2 neutrale gemeente zijn. Dat hebben we o.a. vast gelegd in 2019 in de visie Lansingerland Duurzaam. Er is dus werk aan de winkel. Eerder dit jaar heeft de Tweede Kamer al voor de motie van de Partij voor de Dieren gestemd, waarin werd opgeroepen geen nieuwe subsidies voor houtige

16/27

biomassa af te geven tot het afbouwpad met de Kamer is gedeeld. De Kamer twijfelt er al langer over of houtige biomassa wel zo duurzaam is. Dat heb ik ook van meerdere collega’s vanavond gehoord, die eraan twijfelen. En terecht. Daarom kan de PvdA fractie meegaan in het argument van het college dat de bouw van nieuwe installatie voor de verbranding van houtige biomassa onwenselijk is en zien wij ook een afbouwpad voor de inzet van biomassaverbranding. De crux is wel, dat wij als gemeente niet heel veel sturingsmogelijkheden hebben, omdat de huidige installaties of de te bouwen installaties wel conform wet- en regelgeving plaats vindt. Daar is mijn vraag dus: hoe kunnen we als gemeente bewerkstelligen, dat we daarin wel kunnen sturen? Ook als daarover in de Kamer twijfels bestaan, over de duurzaamheid van biomassaverbrandingsinstallaties. In dit proces is het van belang, dat college en regiopartners faciliterend optreden naar glastuinbouworganisaties, die wel iets willen doen aan meer duurzaamheid in hun organisatie. Hen faciliteren of helpen om van biomassaverbranding af te stappen. Wat voor de PvdAfractie van belang is, is de komst van een warmterotonde en de aansluiting op een regionaal warmtebedrijf. Dat is echt van groot belang om aan alle doelen te kunnen voldoen, die ik zojuist in mijn inleiding benoemde. Hiermee beantwoord ik ook de vragen van de heer Hofman.

Belangrijk daarbij is, dat de restwarmte via een op te richten warmterotonde samen komt en naar huizen en bedrijven wordt gebracht. Deze belangrijke ontwikkeling loopt volgens onze fractie nog veel te traag. Vraag aan de wethouder: kan hij eventueel benoemen wat de ontwikkelingen daar op dit moment voor zijn en hoe zich dat in de toekomst gaat ontwikkelen? Alle woningen en kassen in dit gebied moeten op termijn duurzaam verwarmd kunnen worden door het gebruik van geothermie en andere lokale duurzame bronnen, aangevuld met restwarmte uit de Rotterdamse haven via een warmterotonde. Daar kan meer actie op worden gezet vanuit het college in samenwerking met andere bestuurspartners dan wel in publiek private samenwerking. Volgens mij moeten we daar echt op gaan inzetten, want biomassaverbrandingsinstallaties zijn wettelijk wel toegestaan, maar niet duurzaam. We moeten kijken naar innovatieve oplossingen op korte termijn, die dat kunnen vervangen. Dank u wel. De voorzitter: De nodige vragen over meer dan een moreel appel. Hoe kunnen we scherper sturen? Ik hoorde het woord volksgezondheid. Hoe zit het met de 4 vergunde bedrijven naast de 2 die er al zijn? Toch de nodige sceptisch over dit hele gebeuren. Wat zijn de mogelijkheden om toch het e.e.a. tegen te houden. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Dank voor de inbreng en ook aan mevrouw Van der Knaap voor het inspreken.

Dit is een project, dat we hebben bedacht toen we de agenda duurzaamheid vast stelden, dus u heeft het zien aankomen, denk ik. Als één van de misschien niet zo heel leuke projecten, want energietransitie is niet altijd makkelijk. Er zijn ook ongemakkelijke thema’s mee gemoeid. Biomassa is zo’n ongemakkelijk thema. Het is wel nodig om ons erover te buigen en ik vind het goed om als Lansingerlands bestuur om ook dat soort thema’s niet uit de weg te gaan en daar een positie in te kiezen. Later komen we nog te spreken over zonneweides, ook zo’n thema waar je in de energietransitie toch wat van moet vinden en niet voor moet wegduiken. Dat hebben we hier geprobeerd te doen als college en dat te doen op basis van de best beschikbare kennis. Wat we hebben gedaan is drie dingen. Ten eerste de feiten op een rijtje zetten, de feiten als het gaat om installaties, vergunde installaties, gerealiseerde installaties. Ook de feiten als het gaat om wet- en regelgeving en alle academische kennis. Vervolgens op basis daarvan een afwegingskader maken en vervolgens een route bepalen. Die route is tweeledig. Een aantal van u heeft dat ook duidelijk aangegeven. Enerzijds een duidelijk appel op de ondernemers die een vergunning hebben verkregen om er geen gebruik van te maken.

En anderzijds een heel sterk, stevig spoor om de alternatieven, de duurzame alternatieven voor warmte, om die heel snel binnen handbereik te krijgen. Dus meer geothermie, meer restwarmte en nog betere warmtenetten. Daar viel mij overigens op, ik weet niet of het u ook is opgevallen, dat toch de laatste teller van het aantal aangesloten bedrijven, glastuinbouwbedrijven, dat aangesloten is op een warmtenet, staat op 100 van de 155. Dat is wel een heel mooie score, vind ik eerlijk gezegd. Dat betekent dat we al best wel een eind op streek zijn in vergelijking met andere glasclusters. Soms moet je even je zegeningen tellen. Qua isolatie zijn we nog lang niet waar we moeten zijn, dus ook de woordvoerders die hebben gezegd of het een beetje opschiet met die morele appellen, of doelen gehaald worden: nee, niet op alle fronten. Er is gewoon wet- en regelgeving nodig en businesscases nodig en daar zijn we maar voor een deel over aan zet. Dan is er een heel stel vragen gesteld, ik wil proberen ze maar wat langs te lopen. We hebben tot nu toe een vrij snelle vergadering gehad en ik probeer die lijn vast te houden zonder dingen over het hoofd te zien natuurlijk. Een vraag die is gesteld: is er nou contact met die 4 bedrijven, die worden genoemd? Ja, zeker, daar is intensief mee overlegd. Ook na het raadsdebat zal er met hen contact worden gezocht.

Ik stel me ook zomaar voor, dat ze meeluisteren vanavond. Laat ik er toch nog iets over zeggen, zowel over die ondernemers als over de ondernemers, die een biomassacentrale hebben. Dat zijn toch grosso modo, durf ik wel te stellen, mensen zoals u en ik. Het zijn tuinders, die niet alleen hun kassen willen verwarmen, maar ook hebben willen verwarmen op een duurzame manier. Het sentiment over biomassa

17/27

en ook die inzichten zijn best wel snel gegroeid en ook wel snel omgeslagen. Dat die 4 ondernemers met hun vergunning niet een centrale hebben gerealiseerd, toont aan dat ze zich heel goed bewust zijn van de maatschappelijke discussie hierover. Het toont aan, dat zij ondernemers zijn met een maatschappelijke antenne. Ik wil dus ook voorkomen, dat zij, ik hoor het vanavond niet maar ik zeg het toch maar hardop, dat ze in een verdomhoekje terecht zouden komen. Dat zou hen geen recht doen. Wat het resultaat van het overleg met die 4 ondernemers is, is een vraag die gesteld is. Het resultaat is, dat zij zich goed rekenschap geven van het feit, dat de gemeente uitspreekt, en dat heeft gewicht mag u zich realiseren, dat de gemeente uitspreekt dat de verbranding van houtige biomassa wat ons betreft geen toekomst heeft en dat nieuwbouw van dat soort centrales niet op draagvlak kan rekenen. Dat maakt niet dat de vergunning ingetrokken wordt, want dat recht hebben we niet als gemeente, maar dat betekent wel dat als ik die ondernemers spreek of andere ondernemers in vergelijkbare situatie, dat zij er normaal gesproken niet meer door zullen gaan. Want wie wil er uiteindelijk een installatie gaan aanschaffen, waar de buren figuurlijk gesproken dan het niet mee eens zijn of niet enthousiast over zijn? Dus voortdurend overleg.

Dan was er een vraag: gaan we nog nieuwe vergunningen verlenen? Zoals in Pijnacker-Nootdorp de zaak is tegen gehouden. Even de situatie in Pijnacker-Nootdorp. Wat is daar gebeurd? Er is een centrale uiteindelijk niet door gegaan, dat was een centrale kleiner dan 15 MW. De reden dat het niet door ging, is dat de vergunningaanvraag zag op realisatie van zo’n installatie niet voor eigen gebruik. Dus het bestemmingsplan bood daar geen ruimte voor. Op het moment dat een biomassa centrale wordt gerealiseerd ook voor eigen gebruik, dan is het bestemmingsplan daar helder over: dan kan daar gebruik van worden gemaakt. Dus dat is het cruciale verschil. Als er een aanvraag zou komen van Eneco voor een biomassacentrale in het glastuinbouwgebied, dan zou hij op een ander antwoord kunnen rekenen dan wanneer die van een tuinder komt. Dus dat is de specifieke situatie. Gaan we dus aanvragen voorkomen van tuinders? Nee, als zij een aanvraag doen, een willekeurige tuinder ergens in Lansingerland, van minder dan 15 MW en verder voldoet aan alle vereisten, dan zou die aanvraag weer in behandeling moeten worden genomen. Dan zouden we natuurlijk zoeken naar de goede argumenten om er eventueel nee op te zeggen. Maar als die er niet zijn, dan hebben we daar alleen ‘ja’ tegen te zeggen. Dat is misschien frustrerend, maar zo is het nu eenmaal.

Dan over de situatie met eventuele nieuwe vergunningaanvragen. Halen we wel alles uit de kast om te voorkomen, dat er nieuwe vergunningaanvragen komen? En ook dat die verleende vergunningen worden omgezet in apparaten? Ja, dat wel, maar let wel, alles is beperkt uiteindelijk als gemeente, want we hebben een rechtsstaat en we hebben ons aan wet- en regelgeving te houden. We kunnen hier niet onze bevoegdheden gaan misbruiken om ergens een flauwekul reden proberen te verzinnen om een vergunning niet te verlenen, die we gewoon formeel moeten verlenen. Dat doen we bij andere ondernemers ook niet, dat doen we bij inwoners ook niet, dat doen we ook niet bij tuinbouwondernemers, die een WKK of een biomassacentrale willen realiseren. Een vraag die specifiek een paar keer aan de orde is geweest, is: wat bedoelt u nou met transitiebrandstof? Is dat nou een goede benaming? Op blz.6 van het stuk hebben we geprobeerd dat te duiden, wat we er nou mee bedoelen. Het is helder: eigenlijk is biomassa veel te mooi, zeker houtige biomassa is te mooi om te verbranden. Daar moeten we huizen van bouwen en daar moeten we andere heel mooie en belangrijke dingen mee doen.

Niettemin, zolang er nog geen volwaardige, betaalbare en haalbare alternatief is voor die gasgestookte WKK en we zien dat veel kassen dus een enorme hoeveelheid warmte nodig hebben, is het niet heel verschrikkelijk om daar warmte en biomassa voor gebruikt te zien worden. Het is zoals gezegd is: het is toch de equivalent van 12.000 woningen aan warmte, dat nu wordt geproduceerd uit hernieuwbare bron en wat anders geproduceerd zou worden uit aardgas. Aardgas heeft zeker voordelen. Iedereen die dat zegt wil ik volmondig gelijk geven. Aardgas is relatief schoon. De fijnstofeffecten van aardgas zijn best heel goed. Aardgas heeft ook een betere CO2 impact dan kolen. Dus niet al teveel ten nadele van aardgas. Maar even richting de heer Machielse, de cijfers die hij noemde in de vergelijking met steenkool en biomassa, die moet je even betrekken op de hele cyclus. De uitstoot van CO2 is ongeveer net zo fors bij biomassa als bij aardgas, alleen de herkomst is natuurlijk wel anders. Dat maakt wel een wereld van verschil. Dat is de reden waarom biomassa als hernieuwbaar te boek staat en aardgas niet als hernieuwbaar. Dat heeft te maken met de tijdschaal waarop het wordt vernieuwd. Uiteindelijk wel, en dat einde is niet zo heel ver weg, eerlijk gezegd, gaat die houtige biomassa eruit.

Hoe werkt dat naar de praktijk? De subsidies zijn verstrekt voor meestal 10 of 11 jaar en na afloop van zo’n subsidietermijn wordt de businesscase een stuk minder aantrekkelijk. Sterker, dan mag je verwachten dat het eigenlijk ophoudt. Dan is wel een resultaat daarvan, en misschien is dat een gunstig bijeffect, dat er ook lokale warmtenetten zijn gerealiseerd. Die warmteproductie is meestal niet voor 1 bedrijf, die is voor meerdere bedrijven. Dus is zo’n stukje warmtenet achter gelaten, die we goed kunnen gebruiken voor ons hele regionale warmtenet en dat dan voor andere doeleinden wordt ingezet. Wat dat betreft is het login effect, zoals misschien wordt gevreesd, denk ik, niet of zeer beperkt aanwezig. Wat doen we eigenlijk verder als gemeente om die alternatieven dichterbij te brengen? Nooit genoeg, maar wel heel veel. Dat nooit genoeg, dat wil ik niet onder stoelen of banken steken, maar ook daar zijn we afhankelijk van derden en met name afhankelijk van de rijksoverheid. Wat wij doen is actief medewerking verlening aan de vergunningverlening voor geothermische bronnen, de rode loper uitrollen voor partijen in de regio, die daar actief in zijn, alle

18/27

inzage en medewerking verlenen aan partijen, die bezig zijn met warmtenetten. Het is ook participeren in het Gasunie-traject voor die leiding door het midden. Daar waren we een paar jaar geleden minder op de kaart, maar nu staan we vol op de kaart en krijgen we veel complimenten van Gasunie en van het rijk voor de manier waarop we ons als Oostland hebben georganiseerd. Ook de businesscases die de leiding door het midden verbeteren, doordat wij die warmtevragen op een presenteerblaadje aanreiken. Dus daar zijn we heel actief op. Ook samen met collega-bestuurders en ook zeker samen met de private sector, met Glastuinbouw Nederland bijvoorbeeld. Ook met VNO-NCW. Al die partijen hebben we aan onze zijde, we trekken er schouder aan schouder mee op, ook juist nu, zeg ik even met nadruk. In het formatieproces gaat het over heel veel zaken, maar eigenlijk gaat het over een paar weken wel wat meer over de inhoud en dan is het ook zaak, dat wij daar op de juiste stapels terecht komen met ons A4tje met wat exact de vraag is om die warmterotonde te versnellen. Dus ook daar werken we aan om deze fase, waarin alles vloeibaar is in Den Haag, te benutten, zodat ze daar heel snel een klap geven op die investering in de leiding door het midden. Het ging ook even over meten van de uitstoot, doen we wel genoeg aan handhaven, was een vraag van D66.

In het stuk blijkt helder, dat we ook de lokale situatie en de lokale effecten goed in de smiezen hebben. Dus we weten wat het lokale effect is op de luchtkwaliteit, wat het lokale effect is op stikstofuitstoot et cetera. Als er aanleiding is, dan zijn we er natuurlijk bij om als gemeente, bijvoorbeeld met behulp van DCMR, nieuwe metingen uit te voeren en om te constateren of alles gaat volgens de voorschriften. Maar volgens mij zijn we precies waar we willen zijn. Het is overigens ook zo, dat we het geluk voor een deel hebben, dat de vergunde installatie, of de operationele installaties, op relatief grote afstand staan van de woonkernen. Dat is in sommige andere gemeenten echt anders. Het staat hier meer dan een kilometer van de woonkernen af, dat helpt wel een beetje. Maar natuurlijk, als er overtredingen zouden worden geconstateerd, dan handhaven we die, geen misverstand daarover. Daar zijn we als gemeente voor in het leven geroepen, om de wet te handhaven. Gaan we ook bij het rijk pleiten voor een betere positie voor de alternatieven, gaan we ook dat standpunt uitdragen, dit kritische standpunt? Ja, dat doen we. En tegelijkertijd zijn we al in goed gezelschap. U heeft kunnen lezen, dat we ons met name conformeren aan het beleid dat de SER heeft geadviseerd. Dus dit is eigenlijk genoegzaam bekend in Den Haag en ook echt langzamerhand consensus. Dus we dragen daaraan bij.

Wie het horen wil, die vertellen het, dat het ons standpunt is. Ik denk dat de situatie heel helder is, dat we in de toekomst steeds minder van die houtige biomassa gesubsidieerd zullen zien. Ik denk dat ik hiermee de belangrijkste vragen heb beantwoord en anders hoor ik het heel graag in de tweede termijn, waar ik nog in gebreke ben gebleven. Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Dank aan de collega’s, dank ook aan de heer Machielse t.a.v. de cijfers, die hij aangegeven heeft. Als ik dat dan zo hoor, dan denk ik: gas lijkt toch de beste transitiebrandstof om van gas naar duurzame hernieuwbare energie te gaan. Een variant van: gooi je oude schoenen niet weg voordat je nieuwe hebt. Ik moet zeggen, dat ik door de woorden van de wethouder, dat 100 van de 150 glastuinbouwbedrijven op het warmtenet zijn aangesloten, dat wist ik niet en ik vind dat heel goed en dat is zeker een compliment waard. Ik ben er ook zeker van dat die 2 plus 4 bedrijven, die 2 die hem al hebben en die 4 die een aanvraag hebben, milieutechnisch een goed hart hebben voor hun bedrijf daarin. Ik begrijp het ook en ik waardeer het ook. Een vraag aan de wethouder: begrijp ik nou goed, dat een biomassacentrale onder de 15 MW alleen kan voor eigen gebruik van een tuinbouwbedrijf? Je mag het niet aan je buren leveren, niet aan je collega, niet aan het zwembad ernaast, dat mag allemaal niet? Tot slot.

Er zitten dus heel veel aannames in. Biomassacentrales voor zo’n 10 jaar, hoor ik de wethouder zeggen. Over 10 jaar een warmterotonde beschikbaar. In die tijd gaat er toch verschrikkelijk veel hout verbrand worden? Wat betekent dat voor het klimaat? Misschien dat de wethouder daar nog over door kan filosoferen, want ik zou het niet weten. Ik denk dat die 10 jaar niet reëel zijn. Mijn verwachting is, dat die termijn fors hoger zal zijn. Tot slot. Ik zit ermee. Ik vind het voorstel, zoals het er nu ligt, eigenlijk te zwak. Ik zit ermee. Ik weet nog niet, ik moet het in mijn fractie nog bespreken, hoe ik daar verder mee om moet gaan. In die zin is het voor mij ook nog geen hamerstuk. Ik weet ook nog niet of ik het moet amenderen, een motie moet indienen, ik weet het niet. Ik heb er nog geen vertrouwen in, dat dit voldoende is, zo’n moreel appel. Daar wilde ik het bij laten in de tweede termijn. De heer Machielse, VVD: Om maar even met de woorden van de wethouder te beginnen: voor wie het horen wil, herhaal ik het nog maar eens. Dat we er geen voorstander van zijn om biomassacentrales bij te bouwen. Maar tegelijkertijd, de oproep van de wethouder is een heel heldere. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik wel vertrouwen krijg in de aanpak van de wethouder met zijn toelichting op hoe hij in gesprek wil gaan met de glastuinbouwondernemers. Ik deel wel zijn visie. Ik ken er een aantal.

Zij hebben werkelijk waar de beste bedoelingen met het milieu en lopen daarin voorop als ondernemers. Dan is het onze wethouder de heer Van den Beukel wel toevertrouwd om daarover het gesprek aan te gaan hoe het nog beter kan. Daar twijfel ik niet aan. Dus ik neig er dan naar om het stuk ongewijzigd vast te stellen, wel met de notitie die de wethouder daarbij heeft gegeven over zijn aanpak en hoe hij het in de praktijk

19/27

gaat brengen. Ten aanzien van die cijfers: het is gewoon een standaard onderzoek van RVO over de energie-impact van verschillende brandstoffen. Ik zal de griffie vragen het nog even te verspreiden onder de commissieleden voor wie het leuk vindt. Dat zit er allemaal in. Mocht de wethouder nog een keer van mening willen wisselen, dan houd ik me aanbevolen. Dat was het voor nu. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Dank u wel, wethouder, voor de uitgebreide toelichting. Goed om te horen, dat u in goed contact bent met de 4 gegunde bedrijven en dat u ze misschien probeert op andere denkwijze te brengen. We weten ook, dat u druk bezig bent met werken aan de alternatieven, het warmtenet en de geothermie, maar we moeten ook realistisch zijn. We weten ook, dat dat niet vandaag of morgen gerealiseerd kan worden. Dat zou ik ook tegen de andere fracties willen zeggen: we kunnen wel dingen willen, maar dat is niet van de ene op de andere dag te realiseren. Ik merk uit de beantwoording van de wethouder, dat hij echt wel een vinger aan de pols houdt en dat geeft mij vertrouwen. Ik heb nog één vraag in deze tweede termijn. Er wordt over een afbouwpad gesproken door het rijk. Misschien dat de wethouder daar nog iets over zou kunnen zeggen, wat dat betekent.

De heer Blonk: Ik wilde graag aan de heer Van Harn vragen, hij zegt dat het niet van de ene op de andere dag gedaan is, aan wat voor termijn hij denkt. De wethouder heeft 10 jaar aangegeven. Ik betwijfelde dat. Hoe zit de heer Van Harn in dat tijdpad? Hoeveel heeft hij ervoor nodig? De heer Van Harn: Ik heb geen glazen bol, maar dat heeft u ook niet, meneer Blonk. In de stukken staat dat er gestuurd wordt op 2035. Dat zal niet uit de lucht gegrepen zijn mag ik aannemen. Ik ga daar voorlopig ook van uit. De heer Duk: Ik ben ook getriggerd door deze woorden van de heer Van Harn. Ik begrijp, dat de alternatieven niet snel zullen zijn, maar op het moment dat een ondernemer een bio-installatie koopt, dan zal deze echt heel erg lang blijven branden. Verwacht de heer Van Harn dat die uit gezet worden op het moment dat er duurzamere brandstof is? Of verwacht hij dat we tot 2040 gewoon hout blijven verbranden? De heer Van Harn: Ik denk dat de vraag stellen, de vraag beantwoorden is. Wanneer u een nieuwe auto zou kopen, dat zult u niet zo snel doen want u heeft geen rijbewijs, maar wanneer u dat zou doen, dan gaat u hem ook niet weer binnen 3 maanden weer verkopen? Ik denk dat een ondernemer goed nadenkt voordat hij ergens aan begint, hij doet dat zeker niet voor een paar jaar.

De heer Duk: Vindt u dan dat het wenselijk is om zo’n bioinstallatie te bouwen? De heer Van Harn: Het is nu eenmaal een gegeven, dat we er al 3 in onze gemeente hebben. Er zijn er 4 gegund. Daar kunnen we niet omheen. De wethouder heeft aangegeven, dat hij in contact is met de gegunde bedrijven en zal proberen om die misschien op andere gedachten te brengen. De heer Alsemgeest, WIJ: Dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Ik was even buiten de vergadering, maar de heer Jumelet heeft me gezegd, dat de vraag gedeeltelijk beantwoord is: hoe is de status van de 4 bedrijven die vergund zijn? Ik zou er toch nog even bij de wethouder naar willen vragen: u bent met hen in gesprek, maar ik neem aan, dat u in dat gesprek een gevoel krijgt of ze het willen gaan doen of dat ze er mogelijk van af gaan zien. Dat zal waarschijnlijk allemaal met een economische motivatie zijn, ook zijn ze allemaal natuurlijk met het milieu begaan, neem ik aan, want een gemiddelde tuinder is met het milieu begaan, want anders ben je geen tuinder eigenlijk. Maar met de beste bedoelingen van de wethouder om met de vergunde bedrijven en mogelijk nog andere in gesprek te zijn en hun mogelijk op andere gedachten te brengen, onze fractie is heel blij met die goede wil, maar wij hebben toch ook het idee, net als de heer Blonk, dat het mogelijk niet voldoende zou zijn.

We willen er binnen onze fractie nog even duidelijk over nadenken, met elkaar over praten, of het toch niet mogelijk zou zijn om hier strakkere regels neer te zetten of om verder de alternatieven sneller dichterbij te brengen, die de bedrijven zal doen besluiten toch niet deze biomassacentrales neer te gaan zetten. Het zal voor ons zeker nog geen hamerstuk zijn. We willen er nog even over denken. De heer Hofman, CU: In de eerste termijn hebben wij ons afgevraagd in hoeverre de wethouder wellicht iets verder wil gaan dan enkel een moreel appel. Andere fracties hebben daar ook naar gevraagd. Wat we zien in de beantwoording van de wethouder is dat hij best wel wat activistischer is dan in het stuk staat. Ik heb hem alleen niet concreet de vraag horen beantwoorden in hoeverre hij het stuk, dat voor ligt, op dat punt wil aanscherpen. Mogelijk wil hij dat zelf doen, mogelijk dat fracties dat gaan amenderen. Dat hoor ik graag nog even van hem. De wethouder geeft ook aan, dat hij weinig mogelijkheden ziet om met bedrijven waarvoor geen vergunningsplicht geldt om daar zaken bij af te dwingen. Ik merk dat de wethouder erg is van het verleiden van bedrijven om mee te gaan in de koers die hij voorstaat. Daar winnen we de oorlog het vaakst mee, door met stroop te werken in plaats van met de stok.

Overweegt de wethouder ook daar waar het misschien niet volgens zijn koers gaat om dan eens te kijken naar mogelijkheden om minder samen te werken met bedrijven, die niet de koerst voorstaan zoals de gemeente die graag wil. Dan ben je wat repressiever bezig, maar dan kom je wel zonder aan vergunningen te komen meer in de richting van wat je beoogt. Dat is misschien wat activistischer dan wat het stuk zegt, misschien ook wat activistischer dan de wethouder in zijn beantwoording aangeeft. Maar ik wil even aftasten hoever de wethouder bereid is te gaan. Dat was onze bijdrage in de tweede termijn.

20/27

De heer Van der Stad, D66: Zoals beloofd zal ik het kort houden. Een helder verhaal van de wethouder. Wij delen echter met de heer Blonk van L3B nog geen goed gevoel te hebben over het document en zijn ook nog zoekende. De heer Duk, GL: Ik begrijp de spagaat tussen willen reguleren en de weinige mogelijkheden daartoe, waar de wethouder in staat. Toch heb ik nog een vraag. In Nootdorp werd de vergunning niet verleend, omdat deze warmte niet voor eigen gebruik was. Ik ben de kleinzoon van een jurist, waardoor mijn vraag direct was of de bedrijven die deels aan warmtenetten leveren daarmee inderdaad ook kunnen worden tegen gehouden, zoals de heer Blonk ook al vroeg. De woorden over activistisch handelen van de CU deel ik volledig, ik ben er erg blij mee. Verder is het overigens zeer positief dat er zoveel bedrijven zijn aangesloten op warmtenetten, daar complimenten voor. Ik ben uiteraard niet overtuigd door de woorden over de transitiebrandstof. Dit zal in mijn ogen enkel de transitie tegen houden. Ik hoop, dat we snel meer invloed zullen krijgen. Mijn vraag over het actief agenderen als er meer ruimte is voor eigen beleid zou ik graag in de tweede termijn beantwoord zien. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik dank de wethouder voor de beantwoording.

Ik neem ook aan, dat hij de beste bedoeling heeft voor alle inwoners van Lansingerland om juist duurzamer het leven in te gaan en te bezien. Toch is het nog niet helemaal helder in het stuk dat voor ons ligt. Eén van de vragen, die ik nog heb is hoe hij de bedrijven wil beïnvloeden, niet, maar op andere gedachten wil brengen om juist nog duurzamer te gaan ondernemen. Als je kijkt naar de bedrijfsvoering van organisaties, zij gaan vaak uit van de homo economicus principe, waarbij het economische gewin leidend is bij een beslissing van een bedrijf. Ook bij mensen overigens, bij mensen, bij individuen is dat hetzelfde. Dat betekent dat een organisatie juist uitgaat van: waar haal ik het meeste winst uit voor mijn investering? Als je dat in stand houdt met subsidies wordt het heel lastig om dat tegen te gaan. Mijn vraag is: hoe kan de wethouder, of wij, daar nog meer op sturen? Daarom ga ik ook mee met het verhaal van de heer Blonk, dat het nog niet scherp is hoe wij daarin aan de knoppen kunnen draaien. Wij zijn ook van mening, dat het voor ons nog geen hamerstuk is. Daar wil ik nog op gaan broeden. Mijn fractie gaat dan ook contact opnemen met L3B om te kijken hoe wij daar aan de slag kunnen middels een motie dan wel amendement. Dank u wel.

De voorzitter: Voor de heer Van den Beukel de vraag: is het allemaal voor eigen gebruik of ook voor anderen? Hoe zit het met de status van de 4 bedrijven, hoe zit het met het afbouwpad. Er zijn toch wel een paar vragen en misschien een amendement, dat in aantocht is, maar dat had hij zelf ook al begrepen. Althans, velen gaan in overdenking. Wethouder Van den Beukel: Dank aan de leden voor hun inbreng in de tweede termijn. Een aantal concrete vragen. Ik wil proberen ze stuk voor stuk te beantwoorden, te beginnen met de vraag over het eigen gebruik. De heer Duk is kleinzoon van een jurist, dat belooft wat, ik zie een grote stapel ingewikkelde boeken achter hem, misschien staat daar wel het antwoord in. Het antwoord dat ik ken, zeg ik richting de heer Duk, is dat er inderdaad in Pijnacker een regel is gesteld waarbij alleen installaties voor de opwekking van energie slechts voor eigen gebruik vergund mogen worden. Dat is tegelijkertijd ook weleens een probleem als je bijvoorbeeld juist de duurzame energie die we willen gaat leveren aan je buurman, of het nou zonne-energie is of een geothermische installatie. Dus met dat type regels komen er vervolgens ook wel weer problemen om de hoek. Maar in Lansingerland hebben we dat type regel niet, dus dat is de situatie.

Natuurlijk kunnen we er ook studies naar verrichten, onderzoeken, regels aanpassen, ik merk alleen, en dan kom ik bij de vraag naar mijn gevoel op basis van die gesprekken, ik spreek geregeld met ondernemers over de duurzaamheidstransitie en ook alle andere uitdagingen en kansen op het vlak van de tuinbouw, specifiek met deze 4 ondernemers heb ik niet gesproken, ambtelijk is dat gesprek wel gevoerd. De heer Xhemaili heeft het over homo economicus, als die zo evident was geweest dat hier enorme winst mee zou worden gemaakt, met biomassa installaties, dan zou het voor een zeer duurzame onderneming wel verleidelijk zijn geweest om er al mee te starten. Echter, dat is nog niet gebeurd bij die 4 vergunde installaties. Dat geeft te denken, dat het ook de komende jaren niet zal gebeuren en zeker niet nu hier blijkt dat de gemeenteraad en het college zo unisono daar tegenstander van zijn, van het realiseren van nieuwe installaties. Ik heb er niet meer gevoel bij dan dat. Ik weet niet of het relevant wordt om daar nog eens een keer gevoelens over te delen. Ik denk dat het niet gaat gebeuren, als u mijn eigen opinie daarover wil horen. Het stuk aanscherpen, de heer Hofman zei: ik hoor de wethouder activistischer zijn dan ik in het stuk lees. Ja, volgens mij heb ik toch slechts gezegd, misschien wat korter en wat simpeler, wat in het stuk staat.

Ik wil wel voorkomen dat we dode letters gaan produceren of toch de suggestie gaan wekken dat we dingen kunnen reguleren, die we niet kunnen reguleren. Ik zou in alle eerlijkheid niet weten hoe we op het hoofdpunt, namelijk het ontmoedigen van houtige biomassa, op dat hoofdpunt, hoe we onze rol juridisch nog nadrukkelijker kunnen spelen en invulling kunnen geven. De heer Duk: Ik zou de wethouder willen vragen, maar dat kan ook schriftelijk later beantwoord worden als dat makkelijker is, om te kijken of er mogelijkheden zijn om

21/27

de regelgeving zoals in Nootdorp zo te schrijven, dat alleen bedrijven die lokaal uitstoot hebben onder die regeling vallen. Maar ik kan me voorstellen, dat dat te technisch is op dit moment. Wethouder Van den Beukel: Dat is een duidelijke vraag. Inderdaad, dat antwoord heb ik niet paraat, maar daar kom ik graag schriftelijk op terug om u daar over de mogelijkheden en onmogelijkheden te informeren. Ik hoor fracties zeggen: we gaan broeden op, we gaan nadenken over. Zeer welkom. Ik versta me ook heel graag met hen via de geëigende wegen en via de juiste procedures om te kijken waar we nog samen kunnen komen, want op hoofdlijnen hebben we niet zoveel verschil van inzicht. Is er een mogelijkheid om niet samen te werken met ondernemers, die niet duurzaam genoeg zijn, hoor ik van de CU als een open vraag. Matig. Onze inkoopkracht qua bloemen en groente, die kunnen we hier niet aanwenden, want die is niet zo heel erg relevant voor de omvang van de productie van tuinders. Voor het overige faciliteren we natuurlijk via ons ruimtelijk beleid en via vergunningverlening ondernemers hier in Lansingerland, maar ik zie geen reden tot, scherp gesteld, discriminatie van de net iets duurzamere versus de iets minder duurzame. Ik heb ook geen aanleiding om te zeggen, dat er een groep is waarvan ik zeg: die deugt niet of die wil niet.

Wat ik eigenlijk proef, bij de branchevereniging en de individuele ondernemer, is dat ze allemaal heel graag mee gaan in die warmtetransitie, omdat het ook een concurrentievoordeel oplevert, omdat ze daarmee een plusje kunnen creëren richting hun klanten, die zeggen: heb je een extra groen certificaat? Dus ze willen heel graag. De vraag is dan vervolgens of ze het ook waar kunnen maken. Dan kom ik op de vraag van de heer Xhemaili: kunnen we nog meer doen als gemeente om de boel rond te rekenen, om die homo economicus, die de ondernemer zou zijn, dat is misschien te betwisten, maar dat is misschien voor een ander debat, voor mij heeft de laatste crisis geleerd, dat het ook wel meevalt met die homo economicus, zowel bij de consument als bij de producent, maar niettemin: wat kunnen we als gemeente doen? Dat is toch even in economische termen die externaliteiten beprijzen. Dus CO2 beprijzing, daar gaan wij niet over, daar gaan ze in Den Haag over en in Brussel. Of, als je het niet wilt beprijzen, dan kun je die onrendabele top, laat ik zeggen de maatschappelijke baten, subsidiëren. De vraag is of u daar blij van wordt, maar het kan. We kunnen restwarmte, bijvoorbeeld de infrastructuur, daar kunnen we kiezen om er als overheid een actievere rol in te gaan spelen. Bijvoorbeeld in de gemeente Delft doen ze dat.

Daar garanderen ze een stuk van de aanleg van een warmtenet, omdat ze zien omdat de daarvoor normaal toegeruste partijen, netbeheerders, landelijk en regionaal, dat die onvoldoende snel handelen. Dus dat kan, maar dan ga je een subsidierelatie starten. Dat over sturen op economische wetten. Gaan we nog actief agenderen het verzoek om meer ruimte voor eigen beleid, de vraag van de heer Alsemgeest, het kan ook een ander zijn, die die vraag stelde. Ja, ook daar: wie het hore wil, zegt het graag. Dat we daar als gemeente graag goede beleidsruimte willen om inderdaad te kunnen sturen op de warmtetransitie, op de duurzaamheidstransitie. Ik denk dat het heel passend zou zijn. Tegelijkertijd: voorlopig is de trend alleen maar minder beleidsruimte voor deze eerste overheid. Ik heb laatst gehoord in een presentatie over financiën, dat wij van 40% beleidsvrijheid naar 25% zijn terug gegaan de laatste jaren, bij de decentralisaties, en die trend keren is niet eenvoudig, maar het blijft wel onze inzet en zeker ook mijn inzet. Ik hoor graag even bij interruptie of ik nog één of twee vragen ben vergeten, maar volgens mij waren dit ze. Het afbouwpad, mag ik daar nog iets over zeggen? Het afbouwpad van het rijk is in de maak, het zit in de pijplijn in Den Haag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=177cdd1a-b466-4cb2-aa32-c2358b7448ea