BV21.0010 Verslag commissie Algemeen Bestuur van 13 januari 2021
Tekst van het document
Ik vroeg me af hoe hij aankijkt tegen een stuk van het geld gebruiken om de grondprijs in die zin te subsidiëren, ik zeg het misschien niet goed, maar dat de huizen wat goedkoper gebouwd kunnen worden. De heer Van Doorn: Ik probeerde in mijn tweede termijn juist aan te geven, dat ik niet op allerlei details wil ingaan, maar dat er verschillende vormen voor zijn en dat ik geen vorm wil uitsluiten. Ik denk dat dat op dit moment het meest relevant is, anders gaan we op een aantal details heel erg inzoomen en dat zou geen recht doen aan het brede palet, waar ik juist voor pleit om naar te kijken. Ik wil juist niet die verenging van: het moet alleen maar daarheen. Ik wil een breder perspectief, waarbij financiën en maatschappelijk rendement in brede zin relevant zijn. Ik sluit aan de voorkant niets uit, dat wil ik er eigenlijk mee zeggen. De heer Ruijtenberg: De heer Van Doorn heeft aangegeven, dat in het verkiezingsprogramma van L3B duidelijk staat wat er moet gaan gebeuren met de schuld van Eneco, of met de schuld van de gemeente. Ik heb het verkiezingsprogramma voor me. Het enige dat ik daarin zie, ik zal citeren: de schuld van € 273mln is nog altijd veel te hoog. De toename van schuld lijkt te zijn gestopt. De verkoop van de aandelen Eneco kan zorgen voor aflossing van een deel van de schuld, maar er is meer nodig.
Ook in goede tijden staat L3B voor een solide financieel beleid. Scherp toezicht vanuit de gemeenteraad is essentieel en behoort tot de controlerende taak van de raad. Ik lees eigenlijk niet wat u van goed beheersbare schuld vindt. Kunt u daar een verdere toelichting op geven? De heer Van Doorn: Als u goed had geluisterd, had ik ook het coalitieakkoord daarbij genoemd. Inderdaad reductie schuld, coalitieakkoord. U heeft dat waarschijnlijk ook voor u, want dat is een belangrijk document, waarbij de schuldquote wordt teruggebracht naar de categorie neutraal 90-130%, waarbij we ons richten op een percentage van 110%. Zo hebben we nog meer duiding aangegeven, maar ik ga niet het hele coalitieakkoord voorrekenen. Daarmee geef ik wel redelijk aan: wij kijken naar de schuldquote. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Ik verwachtte wel, dat dat antwoord gegeven werd door de heer Van Doorn. Wat ik daar aan wil toevoegen, de wethouder zegt: we hebben nu een mooie schuldquote. Maar dat is natuurlijk inclusief de liquide middelen, die we nu hebben. De bedoeling is juist, dat we een groot deel daarvan gaan aflossen dan wel uitgeven. Daar hebben we het juist over. Die schuldquote zal als uitkomst van dit proces gaan wijzigen, dus daar moeten we naar kijken.
Daar hebben we inderdaad afspraken over in het coalitieakkoord, maar we hebben nog een andere afspraak, op initiatief van mevrouw Van Olst van WIJ, gesteund door de raad, dat we natuurlijk ook kijken naar het weerstandsratio, dat we wat scherper hebben vastgesteld. Er zijn al wat kaders en wat dat betreft heeft de VVD geen behoefte aan nieuwe kaders. Dan ben ik blij met het voorstel om het proces scherp af te bakenen van de kaderbrief, dat we hier echt apart over kunnen praten, zodat er geen mening plaats vindt. Ook dit keer willen we natuurlijk een heel goed kadernota-proces, omdat dat er afgelopen niet was wegens valide redenen. Mevrouw Den
11/19
Heijer had het over lokale investeringen i.v.m. corona. Ik was gewoon even benieuwd naar wat voorbeelden, wat mevrouw Den Heijer dan bedoelt. Misschien dat ze daar in haar tweede termijn op in kan gaan. Ik heb verder geen opmerkingen. Ik wacht het vervolg graag af. De heer Ruitenberg, CDA: Dank aan alle waardevolle ideeën van de collega’s in de eerste termijn. Ik heb heel veel mooie en verschillende ideeën gehoord, die heel erg voort komen uit de partijideologie. Dat is ook logisch. Het is ook logisch, dan niet elk van de ideeën direct bij onze partij oplevert dat we juichend van onze stoel springen. Maar ik denk dat het heel goed is om dat proces goed door te gaan met elkaar. Ik voel wel wat voor een proces, zoals met de beleidsaccenten, waar in ieder geval in die discussie voor alle partijen uiteindelijk wel elementen naar voren zijn gekomen, waarvan je dacht: hier kan ik wel voor naar buiten gaan, dit durf ik voor mijn rekening te nemen. Dat was dus in die zin een heel goed proces. Participatie. Ja, ik moet zeggen, dat ik dat best wel ingewikkeld vind. Ik ben het eens met de heer Van Doorn: de samenleving kan een heleboel. Maar we moeten dat wel in een heel goed kader stellen. Als je gewoon aan een gemiddelde inwoner van Lansingerland vraagt: joh, er staat zoveel miljoen op onze rekening, wat moeten we ermee doen? Dan denk ik niet, dat dat vanzelf goed gaat komen.
Dan krijg je best wel een discrepantie tussen korte termijn belang van mensen versus het langere termijn belang, dat deze raad heel erg voor ogen heeft. Maar ik kan me voorstellen, dat het wel zou werken als je de juiste kaders mee geeft en de vraag in een bepaalde context zou plaatsen. Dus ik zou wel aan het college willen meegeven om daar goed over na te denken. Ik denk dat het wel heel waardevol is om dat wel te doen. Het voorstel om het niet gelijk met de kaderbrief te behandelen, in ieder geval niet in één voorstel, daar ben ik het wel mee eens. Ten eerste omdat de kaderbrief van dit jaar, zeker gezien alles wat op ons afkomt, best een complexe kaderbrief zal zijn, waar we al onze aandacht meer dan voor nodig hebben. Het zal zonde zijn als dat teveel verweven wordt met ook deze ingewikkelde discussie. Ik denk dat we dan wel even goed moeten kijken met elkaar of dit dan in dezelfde raad behandeld zou kunnen worden, want het zijn twee enorme projecten tegelijkertijd. Ik kan me voorstellen, dat in de planning het rond elkaar wordt behandeld, maar dat dat niet allemaal op dezelfde avond is, want dan kunnen we i.p.v. om 17.00 uur beter maar om 10.00 uur beginnen. Leren van andere overheden, de heer Dieleman, dat vond ik echt een heel slimme opmerking. Terecht, denk ik, om dat te doen.
Zeker bij die overheden, die niet zo heel kort geleden ook met Eneco te maken hebben gehad, want zij kunnen nog moeilijk beoordelen of ze het goed of slecht hebben gedaan, omdat het nog maar zo kort geleden is geweest, maar vooral die gemeenten, die in het verleden Essent hebben verkocht. Ik geloof Delta, dat was nog zo’n grote, of Nuon, die toen voor ongelooflijk veel geld verkocht is. Het is heel interessant om te gaan kijken: hoe hebben ze dat gedaan, hoe zijn ze omgegaan met dividendverlies, wat zijn echt heel goede ideeën geweest, wat zijn de minder goede ideeën geweest. Het punt rondom corona, waar mevrouw Den Heijer een vraag over stelt: ik ben in mijn termijn helder geweest. Wij vinden dat we het moeten besteden aan dingen, die Lansingerland op langere termijn versterken. In die zin ben ik het helemaal met de wethouder eens, dat het heel mooi samen zou kunnen gaan om altijd te kijken: kun je er lokale ondernemers bij betrekken als je je lokale economie en je lokale samenleving versterkt? Maar tegelijkertijd, op korte termijn, want ondernemers voelen het op korte termijn heel erg, op één of andere manier extra inkomensondersteuning of wat dan ook te bieden, ik denk niet dat dat is waar we nu deze Eneco-gelden zouden moeten gebruiken, althans, dat zou niet hetgeen zijn waar het CDA gelijk van denkt: dat vinden wij een goed bestedingsdoel.
De voorzitter: Kunt u afronden? De heer Ruitenberg: Dat wilde ik net doen. U vraag is mijn bevel. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, WIJ: De methode van de 10 beleidsaccenten bepalen, dat spreekt ons erg aan. Sterker nog, mijn collega Hoek heeft dat genoemd in het gesprek, waar ik toevallig ook bij zat. Ik denk dat dat heel fijn is, om op die manier met zijn allen te kijken naar: waar hechten we met zijn allen de meeste waarde aan? Ik merk toch bij andere partijen: die denken dus wel aan investeren voor rendement, voor financieel rendement. Dan denk ik: hoe kan je dat nou bedenken? Dat zou ik heel erg graag in die 10 beleidsaccenten zien, dat je daar dan een soort van stemming op kan doen, zodat je kan zien hoe iedereen daar in zit. Het is voor mij nog een beetje vaag. Ik hoor de wethouder zeggen: we moeten toch bronnen van inkomsten verwerven. Ik heb daar wel moeite mee. We zijn een gemeente, een overheid, we staan in dienst van het volk en niet andersom. We zijn er om te faciliteren en dat betekent volgens mij niet dat we moeten gaan beleggen in renderende aandelen bijvoorbeeld. Ik wilde nog tegen de collega’s zeggen, want ik maak me altijd druk en hard voor het reduceren van schulden: het is natuurlijk niet zo, dat het de bedoeling is dat we koste wat kost die schulden zover mogelijk naar beneden moeten brengen.
Natuurlijk wordt er door de ambtenaren op basis van een liquiditeitsprognose gestuurd in de toekomst van: wanneer moet wat betaald worden en hoeveel geld moet er dan op dat moment zijn? Het kan natuurlijk niet zo zijn, dat er nu heel veel geld wordt afgelost en dat er over 5 jaar weer tegen 5% wordt geleend. Dat dat wel duidelijk is. Dat wordt ook niet zo bedoeld. Vorig jaar om deze tijd heeft de heer De Quartel een heel goede presentatie gegeven van hoe hij het voor zich zag, hoe we dit konden gaan doen. Dat we daarbij zijn ingehaald door de tijd, omdat heel veel gemeenten dat wilden gaan doen en het nu dus niet meer kan, dat is een tweede, maar de insteek van hoe dat proces zou gaan lopen, dat
12/19
staat helemaal vast en daar wordt heel goed over nagedacht. Dus daar volledig vertrouwen in. Ik kijk verder tegemoet naar de presentatie, die ons is toegezegd, voor de kadernota. Misschien is het ook nog wel een idee om dat ietsje eerder nog te doen, gewoon als een soort benen-op-tafel-sessie. Dat hoor ik graag. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Een korte tweede termijn van mijn kant en een enkele reactie op wat de heer Van Doorn net zei. Die woorden heb ik net iets anders uitgesproken in mijn eerste termijn. Ik heb niet gezegd, dat als je inwoners mee neemt, het altijd eendimensionaal is. Het woord eendimensionaal heb ik gebruikt in relatie tot de vorm van het referendum, die de heer Van Doorn heeft genoemd. Ik heb een heleboel vormen van participatie terug horen komen vanavond, die ook de fractie van de CU een uitstekend idee lijken, namelijk gebruik maken van de kennis van ondernemers, de heer Ruitenberg heeft daar een aantal voorbeelden van genoemd, maar een referendum hierover, dan sluit ik me aan bij de woorden van de heer Ruijtenberg: dat lijkt me een buitengewoon onverstandig plan. Dan gaan we een zeer eendimensionale vraag stellen i.p.v. de volle breedte. De wethouder heeft zojuist een uitstekend proces à la de behandeling van de 10 beleidsaccenten uiteen gezet. Dank u wel.
Mevrouw Den Heijer, D66: Hartelijk dank, wethouder, voor de uitleg en ook de ronde van alle partijen, voor hun inbreng. De uitleg van de wethouder geeft eigenlijk geen aanleiding om nieuwe punten op te gaan noemen, want ik heb hem niets horen zeggen, waar wij het niet mee eens kunnen zijn. Dat gaat de goede kant op. Dat hoor ik ook bij andere partijen. Ik vind het ook knap, dat we allemaal een beetje op onze handen kunnen blijven zitten om niet gelijk allerlei projecten concreet te gaan noemen, dat we echt ons best doen doelen te gaan beschrijven, die we willen behalen met elkaar i.p.v. het moet groen, het moet naar een bus, het moet daar en daar heen. Dat zullen we allemaal nog wel gaan doen. De heer Van Doorn: Ik laat mijn interruptie voorbij gaan, want het is wel erg laat in de termijn. Ik had wat vragen aan de heer Dieleman, die ik ook na de vergadering kan vragen. Mevrouw Den Heijer: Ja, dat kan ook altijd nog. Dus dat vind ik knap en ik vind het leuk, dat we dat zo aanpakken met elkaar. Dat is een heel goed proces, denk ik. Genoeg daarover. Wat betreft participatie: we hebben niet echt een goede lijn kunnen vinden met elkaar. Er zijn voors en tegens te bedenken. Alles hangt weer af van de inhoud, die je daar in gooit, in zo’n participatieproces.
Ik kan me wel voorstellen, nu we dit zo met elkaar besproken hebben, er toch nog wel een korte notitie bij kan komen, hoe we dit nou op een goede manier kunnen gaan aanpakken. Ik zou dat eigenlijk als advies willen meegeven vanuit onze kant aan de wethouder om dat toch wat meer uit te schrijven, hoe we dat dan gaan doen. Het meest vervelend is als het gaandeweg een drempelblok gaat worden om goed inhoudelijk met elkaar te discussiëren over dit belangrijke onderwerp. Wat betreft het corona-aspect. Ik weet dus ook niet precies hoe je dat het beste in het vat kan gieten. Ik weet alleen wel wat ik zie. Het piept en kraakt aan alle kanten. Dat is niet alleen bij de lokale ondernemers, maar ook bij verenigingen, stichtingen en coöperaties, die met elkaar samen werken. Ik kan me voorstellen, dat zij nu allemaal uitgeknepen worden en in de toekomst geen gelden hebben om nieuwe investeringen te doen. Ik zit gewoon te zoeken, misschien kunnen we daar nog het gesprek over hebben, wat het betekent. Voor de korte termijn hebben we natuurlijk die € 5mln, dus daar kunnen we misschien wel een tijd mee vooruit. Maar ik weet ook niet precies waar het zit, maar je ziet natuurlijk wel dat we een groot probleem op de langere termijn hebben.
Misschien zwaluwstaarten we dat wel met het toekomstperspectief, dat we daarin dingen benoemen, waarmee de gevolgen van de coronacrisis voor een deel opgepakt kunnen worden en teniet worden gedaan. Maar ik maak me daar gewoon zorgen over. Ik wil het gewoon hier op tafel hebben gelegd. Misschien moeten we daar op een andere manier naar kijken. Dat waren voor mij de punten. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ook ik zal een heel korte tweede termijn hebben. Eigenlijk een ondersteuning van wat mevrouw Den Heijer heeft aangegeven over de burgerparticipatie. Misschien is het inderdaad goed om daar nog een extra notitie bij te leggen. We merken nu al dat er verschillen zijn in opvattingen over hoe die participatie eruit moet zien. Ik weet dat gisteren in de commissie ruimte ook lang gesproken is over participatie. Iets wat belangrijk is en dat we goed op poten moeten zetten, voordat we dadelijk achteraf gaan denken: hadden we het maar anders gedaan. Dat ter ondersteuning van mevrouw Den Heijer. Over corona, daar ben ik eigenlijk nog een antwoord op verschuldigd. Dat is lastig. Zoals mevrouw Den Heijer zelf ook al aan geeft: we hebben extra geld uitgetrokken voor de bestrijding van corona. Aan de andere kant zien we dat we nu ook massaal begonnen zijn met vaccineren. Corona, hoe ver het licht aan het eind van de tunnel ook lijkt, het is een voorbijgaand iets.
Er gaat een moment komen, dat we uit de crisis zijn. Hoewel we niet op voorhand zeggen: nee, we moeten geen geld vrij maken voor corona van deze Eneco gelden, denk ik toch dat ik me meer aansluit bij mijn naamgenoot van het CDA, dat we hier meer iets moeten doen voor de echt langere termijn, wat voor meerdere generaties geldt. Daarom hebben wij meer de voorkeur voor duurzaamheidsprojecten of in zorg of openbaar vervoer, dan iets voor een kort durende crisis, waarvan we weten dat deze dit jaar hopelijk, misschien volgend jaar voorbij zal zijn. Daar wil ik het bij laten.
13/19
Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb nog een aantal puntjes. Ik had een vraag aan de wethouder gesteld: wat is de stand van zaken rond de bestuurlijke opdracht herfinanciering. U bevestigde wel, dat ik de vraag had gesteld, maar niet hoe het ermee staat, althans, dan heb ik uw antwoord niet gehoord, maar ik heb het in ieder geval niet genoteerd. Dus: hoe staat het daarmee? Wat ons betreft wachten we vooral niet tot de kadernota voordat we van u daarover bericht krijgen, liever eerder. Het is fijn, dat de wethouder kon bevestigen, dat aflossing van schulden tot op zekere hoogte nuttig is, maar zeker niet altijd nuttig is. De beleidsaccenten, om het op die manier aan te pakken, dat lijkt ons ook een goede aanpak, dan kunnen we het rustig weloverwogen met elkaar bespreken. Wij vinden wel, ik wil ook van de wethouder horen of hij dat kan bevestigen, dat we liever het vast stellen van dit nieuwe kader voor de besteding van de Eneco-gelden los trekken van de kadernota. Dat hoeft wat ons betreft niet in één meeting. Het liefst hebben we dat even los van elkaar getrokken, zodat beide de aandacht krijgen die ze nodig hebben en er ook geen verwarring ontstaat. Over de participatie. Volgens mij zei de wethouder: we gaan hier niet een breed participatietraject doen vanuit de gemeente. Daar was ik het helemaal mee eens.
Hij zei ook: we gaan wel participatie doen, in ieder geval het betrekken van mensen, die direct met nieuwe ideeën voor het gebruiken van die Eneco-middelen, de mensen die daar direct door geraakt worden, positief of negatief als dat zou kunnen, die moet je natuurlijk wel goed mee nemen. Daar staan wij volledig achter. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen gesteld. Ik had al gereageerd op de meeste andere fracties, dat hoef ik niet meer te doen. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Dank voor de inbreng in de tweede termijn. Veel van de inbrengen gingen over suggesties. Ik heb verkeer gehoord, ik heb duurzaamheid gehoord, lange termijn. We houden gewoon een goede lijst bij van suggesties, die de revue passeren. Daar geen antwoord op, op die inbrengen, dank voor het meedenken. Twee opmerkingen heb ik genoteerd, waar ik een reactie op wil geven en twee vragen. Mocht ik toch iets vergeten zijn, dan hoor ik het heel graag bij interruptie. Een opmerking van mevrouw Van Olst: we zouden toch willen voorkomen dat uit die kennelijke drive om te zoeken naar nieuwe inkomsten, bij wijze van spreken, de gemeente gaat investeren in aandelen. Ik heb geprobeerd dat ten stelligste te ontkennen door in mijn eerste termijn te zeggen: nee, we gaan daar niet de markt verstoren, je hebt ook gewoon de wet markt en overheid en dat die regulering dat ons zelfs verbiedt.
We gaan dus niet uiteindelijk overal op zoek naar dingen die good-to-good geld opleveren. Het is wel zo, dat het natuurlijk aantrekkelijk is juist voor onze samenleving, voor onze inwoners, als wij goede meerjarige inkomstenbronnen hebben. Zo zijn er gemeenten, waar ze forse erfpachtinkomsten hebben of parkeergelden of havengelden of noem maar op. Daar zijn ze blij mee, omdat ze dan vervolgens weer andere uitgaven kunnen doen. We gaan hier geen havengelden introduceren en van die andere zaken is op dit moment ook geen sprake, maar het is uiteindelijk wel van belang voor het kunnen doen van investeringen, dat je voldoende inkomsten heb en niet alleen maar hoeft af te wachten wat uit het gemeentefonds komt. Vandaar dat we ook blij waren met de dividend Eneco. En vandaar dat we ook blij waren met het dividend Stedin, dat snel terug loopt. Er waren goede redenen om Eneco te verkopen, daar heeft u ook mee ingestemd, ik zou niet bepleiten om aandelen in een energiebedrijf te gaan nemen, in Mitsubishi, nee, dat is het college niet van zins, dat is ook niet in lijn met wat de raad van ons vraagt, maar sommige nutsbedrijven, semipublieke instellingen die dicht bij ons staan, die echt tot de publieke zaak horen, daar toch eventueel een kapitaalinjectie in doen, daar zou ik me wel iets bij kunnen voorstellen. Maar nee, niet in de Action en ook niet in Mitsubishi.
Over participatie vroeg mevrouw Den Heijer een notitie. Ik heb er even over nagedacht, heb ook even ruggenspraak gehouden. Ik wil er graag positief op reageren, maar ik vind het wel lastig. Volgens mij zie ik, dat we die participatie vorm geven op een paar manieren. Een participatieproces, niet een teken bij het kruisje met de gemeenteraad, en ons echt oriënteren op die grotere trajecten waar al participatie heeft plaats gevonden. Ik vind het ook belangrijk om burgers niet vijf keer hetzelfde te vragen. We hebben ze uitgebreid gehoord in de omgevingsvisie en op andere trajecten, om ons daarop te baseren. En vervolgens, mevrouw Verhoef wees daar op, bij de uitwerking van die bestedingsrichtingen, om ze daar weer goed in te betrekken, ondernemers en inwoners. In de tussentijd van de komende paar maanden is het toch een beetje zwart/wit vanuit het college. Of je gaat er wel een uitgebreid traject over opzetten of niet. Ik denk echt, dat het in uw belang is, in ons belang, dat we de ambtelijke capaciteit in deze fase echt even richten op de herziening financieringsstructuur, op het bepalen van het juiste toetsingskader en het gesprek voeren met u. Dat verder nog een keer aan het papier toevertrouwen, dat kan, maar de toegevoegde waarde daarvan, zie ik op dit moment nog niet.
Mevrouw Den Heijer: Ik denk dat ik meer bedoelde, dat u op dat A4tje uitlegt hoe u het gaat doen, zodat we daar precies hetzelfde beeld bij hebben. En welke overwegingen daar spelen. Wat u nu vertelt, dat lijkt me een prima overweging: we doen het op die en die manier. Die motivatie daarbij is belangrijk, zodat we er allemaal hetzelfde beeld bij hebben. Ook de overweging om het niet te doen en misschien later op te pakken, als we misschien verder zijn met de richtingen, die we gekozen hebben. Het is aan u, maar het zou een houvast kunnen zijn voor de raad om er met elkaar hetzelfde beeld bij te hebben. Wethouder Van den Beukel: Dank, dat
14/19
verheldert wel. Ik hoor u zeggen: vertrouw aan het papier toe met voldoende scherpte, wat we met elkaar wisselen, wat we bedoelen, wat u in die uitgebreide brief hierover heeft gezegd. Dan wil ik het oneerbiedig beschouwen als een extract uit de brief en toevoeging met het vanavond gewisselde, inclusief de motivatie. Dat kan ik u graag toezeggen, zo’n A4tje. Of het dan één A4 wordt of anderhalf A4, dat wil ik u graag doen toekomen. Dan heb ik nog twee vragen gehoord van mevrouw Verhoef. Eén over de opdracht financieringsstructuur. Ik heb het net misschien wat te kort af willen doen. Die opdracht loopt. Die opdracht ziet op zaken waar ik net over gesproken heb, op leningenportefeuille en op het vinden van nieuwe inkomstenbronnen, het opnieuw creëren van een robuuste structurele inkomstenbasis voor onze gemeente. De laatste brief daarover is besproken in oktober met uw raad. Sindsdien is het doorgewerkt, maar er is geen significante update, die ik u nu kan melden. U weet, dat staat in de brief, dat we de uitkomsten daarvan bij de kaderbrief zullen delen. Op dit moment is er niets schokkends dat ik u kan melden. Was dat wel zo geweest, had ik het graag u mede gedeeld. De heer Van Santen: In aansluiting op wat u zegt, dat u aan het kijken bent naar investeringen die inkomsten genereren, maar daar nu nog niet echt een update van kan geven.
Dat kan ik me voorstellen, dat dat best lastig is. Houdt u dan ook rekening met het scenario, dat dat eventueel niet lukt. Heeft u daar dan ook iets voor klaar liggen? Wethouder Van den Beukel: Dat is een gewetensvraag, meneer Van Santen. Ja, we houden rekening met alle scenario’s. We denken altijd in scenario’s, dat is een kwestie van professionaliteit. Voor een deel is de opdracht geslaagd, maar slechts voor een deel, met eigenlijk de huidige reserve, waarmee we fictief de lening aflossen, waarmee we dus rentelasten een deel weg gestreept dankzij de inkomsten Eneco. Maar voor het overige is het wel verdraaid lastig, ja, zeker, om nieuwe inkomsten te genereren. Dat ontslaat ons niet van de verplichting om echt ons best te doen, als college, om dat wel te realiseren. Dat is echt onze volle inzet, dat mag u daarop verwachten en niet minder dan dat. Tegelijkertijd is het zoals mevrouw Van Olst heeft aangegeven, en ook anderen: er zijn veel zaken die rendement geven, waar je niet in wilt investeren als gemeente. Zo is het ook. Dan is het toch wijzer, waarschijnlijk, om daar van weg te blijven. We hebben gezien in andere gevallen, het hoeft geen Icesafe te zijn, maar dat kan ook een RDM-affaire zijn in een veel grijzer verleden.
We hebben gezien waartoe het kan leiden, als je je als gemeente inlaat met investeringen die te risicovol zijn en waar je toch uiteindelijk toevertrouwt aan de professionals in het bancaire wezen. Als nu het vinden van het genereren van voldoende inkomsten, afgezien van het aflossen van leningen en afgezien van andere zaken die we hier hebben gewisseld, zoals reguliere fondsen en Stedin, als het onvoldoende soelaas biedt, dan blijft er dus meer geld over van de Eneco-middelen om te investeren in zaken met misschien een lager of geen financieel rendement. Dat is het goede nieuws, zou je kunnen zeggen. Het slechte nieuws is dat we dan toch verder terug moeten in onze structurele uitgaven. We weten allemaal dat structurele uitgaven wel moeten worden voorzien van structurele inkomsten. Mevrouw Verhoef: Volgens mij hoorde ik de wethouder zeggen: er is nu eigenlijk geen update te geven over de stand van zaken rond de bestuurlijke opdracht herfinanciering. U zegt: we hebben wel pogingen gedaan. Mag de raad dan weten, dat zou dan een update zijn, welke pogingen ondernomen zijn en welke maatregelen overwogen zijn en waarom dat niet is doorgevoerd. Als we wachten tot de kadernota, doet u dat met opzet of denkt u die tijd nog nodig te hebben? Ik begrijp niet helemaal die fasering.
Wethouder Van den Beukel: U moet geen overspannen verwachtingen hebben van het aantal mensen, dat hier mee bezig is. Dat is er één binnen de gemeente, plus mensen om hem heen en de wethouder en nog wat externe deskundigen. Dan is de periode tussen oktober en nu, inclusief het kerstreces, wel vrij kort. Wat er plaats vindt, is de liquiditeitsprognose, waarover gesproken is door mevrouw Van Olst. Dat zijn gesprekken met banken over ons leningenportefeuille. Dat is heel intensief door mijzelf en door anderen een traject met Stedin. Misschien moet ik u daar verder over bijpraten, nu we elkaar toch over dit onderwerp spreken. Ik zal het kort houden. We zitten heel dicht bij het ofwel bereiken van een akkoord of het heel lastig bereiken van een akkoord met problemen tot gevolg mogelijk over de governance aspecten van Stedin, die een relatie hebben met het doen van een kapitaalinjectie. Ik heb u eerder verteld, dat Stedin nu aan ons vraagt om € 200mln versterking van hun eigen vermogen. Daaraan is gekoppeld, en dat is ook in het openbaar gewisseld, dat de aandeelhouders zeggen, inclusief Lansingerland, we worden daartoe opgeroepen door u, door de raad, gekoppeld het wensen van voldoende grip op het risico en het rendement van dat eigen vermogen.
Dat gesprek daarover is intensief, want zeggenschap voor een deel bij een aandeelhouder neerleggen vanuit een bedrijf, dat doe je niet zomaar. De raad van commissarissen wil daar goed over nadenken, de raad van bestuur wil daar goed over nadenken. Met de gemeente Rotterdam trekken we daar nauw samen op. Het zijn heel intensieve gesprekken. Daar verwacht ik op korte termijn uitslag van, maar op dit moment is er geen witte rook of welke vorm van rook dan ook. Op het moment dat die er is, dan bent u de eerste die het hoort. Dan gaan we ons als college daarover buigen en zullen we met een voorstel komen naar de gemeenteraad om al of niet te participeren in die kapitaalinjectie in Stedin. Dan zou dat een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan die invulling van de bestuursopdracht. Maar dat is echt nog een onderhanden werk. De voorzitter: Dit was een zijpad, Stedin. Gaat u weer verder met de Eneco-gelden. Wethouder Van den Beukel: Dan ga ik in op de laatste vraag. De heer Van Santen: Ik zal het kort houden, want ik begrijp dat u door wil. De voorzitter: Als het over Stedin gaat, ga ik het even blokkeren. De heer Van Santen: Dat begrijp ik. Het gaat erover, dat ik een aantal partijen gehoord heb
15/19
vandaag, die niet zomaar stonden te springen om die investering te doen. De voorzitter: We worden meegenomen, heeft de wethouder gezegd. Wethouder Van den Beukel: De laatste vraag van mevrouw Verhoef: kunnen we het los zien van de kaderbrief. Uiteindelijk houdt het voorstel voor die bestedingsrichtingen verband met fase 1 van de besteding Eneco-middelen met de aanwending voor schuldreductie en voor het genereren van nieuwe inkomsten. Dat maakt onlosmakelijk onderdeel uit van het integrale, complete financiële plaatje van de gemeente Lansingerland. Wat dat betreft, denk ik dat we ze niet los kunnen zien, dat het toch integraal behandeld moet worden, maar als het gaat om het toetsingskader en de bestedingsrichtingen, die daarnaast nog mogelijk zijn, dan is het goed mogelijk om dat apart met uw raad te bespreken. U gaat over uw eigen agenda. Als u mij vraagt om daar een aparte avond met u over te debatteren, dan doe ik dat buitengewoon graag, want ik denk dat het verstandig is om daar voldoende tijd en ruimte voor te nemen en dat dat deel van de aanwending Eneco-middelen prima apart besproken kan worden. Dat in reactie op die laatste vraag. Ik hoop, dat ik daarmee al uw raadsleden van een antwoord heb voorzien. De voorzitter: Ik denk het wel, anders had ik wel een interruptie gekregen, maar dat is niet het geval. De voorzitter: We kunnen dit punt Eneco afronden.
We hebben een eerste temperatuurmeting van het badwater in het najaar gedaan door de wethouder, door langs de fracties te gaan. Vandaag is er een tweede meting gedaan. Aan hetgeen in de brief staat, hebben de fracties op punten ingestemd, suggesties gedaan, maar ook aangegeven, dat ze soms anders tegen een aantal zaken aankijken. In ieder geval wordt het vervolgd, sowieso in een beeldvormende avond in april. Alle input betrekt het college bij de afronding van het voorstel wat aan het begin van de zomer naar de raad komt. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststellen Verordening Rekenkamer Lansingerland 2021 De heer Azzouzi, PvdA: Heel kort. Wat ons betreft een hamerstuk. De heer Ruijtenberg, GL: Ik sluit me aan bij de welluidende woorden van de heer Azzouzi. Mevrouw Den Heijer, D66: Geen opmerkingen. De heer Dieleman, CU: Ik sluit me aan bij vorige sprekers. Mevrouw Van Heusen, WIJ: Het zijn volkomen logische aanpassingen aan de verordening, dus voor ons ook een hamerstuk. De heer Ruitenberg, CDA: Hamerstuk. Mevrouw Van Bakel, VVD: Hamerstuk. Mevrouw Gielis, L3B: Ook een hamerstuk. Ik had heel graag heel veel willen zeggen, maar hamerstuk. De voorzitter: Dan concludeer ik, dat dit agendapunt als een hamerstuk naar de raad gaat. 7a.
Actualiteiten uit het college Burgemeester Van de Stadt: Dank commissie, dat de voorzitter mij verlof gaf om even in Goedenavond Lansingerland aanwezig te zijn om ook met de meneer van de GGD onze inwoners van zoveel mogelijk informatie te voorzien. U bent ook om 19.00 uur voorafgaand aan deze raadscommissie geïnformeerd over wat feitelijke vragen. Ik denk dat het goed is om samen het net op te halen op wat er leeft, want er kunnen prangende vragen zijn, die daarbij gepasseerd zijn. Ten eerste kan ik melden dat de respons die onze inwoners geven aan de oproep enorm groot is. Ik heb een cijfer gekregen wat er op zou wijzen, dat ruim 10.000 mensen een afspraak hebben gemaakt. Er zijn er 2.500 vandaag getest, er staan er 4.000 voor morgen, 3.000 voor vrijdag en nog 2.000 voor zaterdag. Als er dus geluiden zijn, dat het op Berkel vol zou zijn, dat heb ik niet kunnen controleren: dat is enerzijds door het grote gehoor dat onze inwoners hebben gegeven. Ik doe dan ook in algemene zin de oproep: op de luchthaven RTHA is een grote testlocatie, die aan heel Lansingerland is toegewezen voor deze enorme testopgave. Iedereen die in het bezit is van een auto en de gelegenheid heeft om erheen te gaan: meld je dan aan om daarheen te gaan als dat gevraagd wordt, zodat mensen die moeilijker ter been zijn of geen auto hebben zoveel mogelijk naar de drie testlocaties van onze kernen kunnen.
Een oproep, die ik nog maar even doe, want dat is een antwoord op de drukte. Maar voorlopig is het heel goed. Ik heb in Goedenavond Lansingerland gezegd, dat de reacties die wij van onze inwoners zien in de media, u heeft het de afgelopen dagen wel gevolgd, ook Goedenavond Lansingerland had er nog een paar, ik hoor eigenlijk alleen maar verstandige reacties daar. Ik begrijp de vragen, maar bijna iedereen zegt: natuurlijk doen we dit, dit is belangrijk. Niemand is
16/19
in paniek, dat is erg mooi om te zien. Dat moeten we vooral vast houden en daarom is het belangrijk, dat het gemeentebestuur uitdraagt dat het belangrijk is, dat we dit doen. Een paar van de andere vragen die er zijn: waarom zo laat? Het is niet laat, het is echt ongelooflijk snel. Ik heb het voor mezelf vergeleken met een patiënt, die zwaargewond het ziekenhuis wordt binnengedragen. Natuurlijk is er een enorme druk van zo snel mogelijk opereren, maar de arts zal toch even moeten weten wat hij moet opereren. Datzelfde geldt in die metafoor met de wens tot vaccineren. Technisch gesproken: we gaan er niet over, de minister gaat erover, die bepaalt welke groep eerst. Iedereen kan naar de minister roepen dat hij aan de beurt is, wij kunnen dat theoretisch ook, maar ook daar geldt in algemene zin wel: als je toch op de operatietafel ligt, doe dan de rest van het lichaam ook maar preventief. Dat zal ook niet gebeuren. Het moet ook redelijk zijn. Ik heb dat ook in de pers gezegd. Er zijn ontzettend veel groepen, waar ook inwoners bij ons toe horen, in de zorg, ziekenhuiszorg, verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg, de politie, de leraren, daar is de druk om gevaccineerd te worden. Dat is ook in groot belang van onze samenleving. Ik zeg als inwoner van deze gemeente ook heel gemakkelijk: ik ben redelijk jong, dat valt ook wel weer mee, en gezond: ik wacht daar op.
Ik hoop, dat veel van onze inwoners dat ook begrijpen, dat er groepen zijn in onze samenleving, die in de frontlinie staan van de zorg en de strijd tegen het coronavirus en dat de minister daar moeilijke afwegingen in moet maken. Ik begrijp de wens, we willen allemaal zo snel mogelijk gevaccineerd worden, maar het kan niet allemaal tegelijk. Dus die oproep doe ik ook aan u, om dat uit te dragen. Volgens mij is dat vanuit het gemeentebestuur heel goed. Ook u bent gelukkig voor het grootste deel relatief jong en gezond. Onze ouderen staan vooraan bij de minister wat dat betreft. Dan een aantal andere vragen. We doen het volgens mij goed. Het is goed geland. We doen het snel. Er worden fouten gemaakt, maar die worden opgelost. We gaan het allemaal halen, we gaan het waarmaken, het is belangrijk. Iedereen, die we dankzij dit onderzoek opsporen, die we anders niet hadden opgespoord of bijvoorbeeld geen klachten heeft of zich niet laat testen, is winst. Hoe meer, hoe beter. Ik roep ons allemaal op: straal uit, dat het belangrijk is. Dat zie ik overal bij onze inwoners. De reacties vind ik hartverwarmend. Dat laat nogmaals zien dat Lansingerland en Lansingerlanders hart hebben voor elkaar, dat we een hechte gemeenschap zijn. Daar mogen we allemaal ontzettend trots op zijn. Dat is van mij een toelichting op de afgelopen dagen. Uiteraard ben ik bereid om alle vragen te beantwoorden.
Ik wil ook zeggen: uiteindelijk bij een crisis verzoek ik u graag mij als crisisbestrijder even ruimte te geven. Natuurlijk leg ik verantwoording af op wat ik gedaan heb, want zo telt het ook in de politiek. Ik zou de commissie willen voorstellen, dat als we dit achter de rug hebben, deze testronde en we de uitslagen weten, dat zou met een maand ongeveer moeten zijn, dan doe ik u goed verslag van hoe dit gekomen is vanaf eind november tot ergens in februari, hoe dit gelopen is, hoe we gehandeld hebben, hoe ik mijn rol daarin gepakt heb, hoe de veiligheidsregio daar zijn rol in gepakt heeft, en dat u daar op de juiste wijze verantwoording over afgelegd krijgt. Tot die tijd verzoek ik u zoveel mogelijk: verenig u, dit is belangrijk, laten we het samen doen. Dank u wel. De voorzitter: Heel goed idee, burgemeester, dat u dat verslag gaat geven na afloop van de hele operatie, pakweg een maandje, tussen de 4 en 6 weken, heel goed dat u dat doet. Ik zal kijken of er nog vragen zijn in de commissie. Ja. De heer Buitendijk, CDA: Ik wil toch een aanvulling geven op dit punt. Allereerst wil ik het college en de ambtelijke organisatie bedanken voor de consequente update betreffende corona en de last-minute briefing. Het zijn warrige weken met snelle ontwikkelingen.
De coronacrisis raakt ons allemaal nu heel erg dichtbij, waardoor we er goed bovenop moeten zitten en er geen open eindjes kunnen zijn. Het CDA wil lof geven aan de GGD en de gemeente voor de prima aanpak. Ook complimenten aan de burgemeester voor de wijze waarop hij de persconferenties hield. Het CDA roept aan alle inwoners van Lansingerland op om mee te werken met de GGD en zich te laten testen. Het is fijn om de positieve reacties van hen te zien. Verder is het nu zo, dat testen alleen mag wanneer je klachten hebt of uit bron en contactonderzoek naar voren komt. Het virus kent geen grenzen of selectiviteit wie wel of geen Lansingerlander is. Wij vinden het wenselijk, dat iedereen met professionele banden met Lansingerland en zonder klachten ook getest moeten kunnen worden. Maar we begrijpen de afwegingen van de GGD om dat nu nog niet te doen. Daarnaast zitten we al flink in de lockdown, die ook verlengd wordt. Het CDA kent zorgen voor ondernemers en het MKB. Belangrijk is dat de gemeente goed contact met hen houdt. Onze ondernemers en het MKB moeten er niet alleen voor staan. Dank u wel. Burgemeester Van de Stadt: De heer Buitendijk zegt verstandige woorden, zou ik dan willen zeggen. Hij schaart zich in een traditie van onze inwoners, zeg ik heel trots.
We hebben als gemeente het afgelopen jaar, dat heb ik menigmaal in het openbaar gezegd: dankzij uw steun als gemeenteraad, dankzij de middelen die u de wethouder financiën ter beschikking heeft gesteld, zijn wij ontzettend slagvaardig geweest richting onze organisaties. Ik denk dat wij daar als gemeentebestuur gezamenlijk alles voor doen om ervoor te zorgen dat Lansingerland, de Lansingerlandse organisaties, de Lansingerlandse ondernemers goed door deze crisis komen. U heeft net al een discussie over de Eneco-middelen gehad, we staan er goed voor, we gaan het ook gebruiken. Ik ben ongelooflijk blij, dat we als gemeentebestuur en samenleving samen hier zo goed in zitten. Dat maakt ons echt sterker, we doen het echt samen.
17/19
De heer Dieleman, CU: Ook van onze kant complimenten voor de aanpak in de afgelopen dagen. We waren onder de indruk van hoe de communicatie is opgetuigd, hoe er door de gemeente werd gereageerd op reacties en berichten op social media, hoe heel snel de kranten werden gevuld met informatie vanuit de gemeente, de helderheid vanuit de brief, de informatie op de gemeentelijke website. Dus echt een heel groot compliment naar al die mensen, die daar in de afgelopen tijd mee bezig zijn geweest. Als gemeente hebben we er een belangrijke rol in als het gaat om alle complotten en fake nieuws, die voorbij komen over dit onderwerp. We zijn heel blij met hoe de gemeente dit oppakt en onze inwoners betrouwbare informatie geeft over wat er in deze tijd staat te gebeuren. Het is hoopvol om te horen, dat al zoveel mensen zich hebben gemeld voor een test, dat daarmee ook de lijn wordt voort gezet, die we bij de scholen ook gezien hebben, waar al getest is. Een aantal collega’s gebruikt Twitter, maar ik wil graag dit podium gebruiken, het podium waar we als raadsleden mogen spreken ook richting onze inwoners. Als fractie van de CU willen wij ons van harte aansluiten bij de oproep, die de burgemeester eerder heeft gedaan: laat je testen, lever een bijdrage aan het onderzoek. Je doet het niet voor jezelf, mogelijk komt er wel iets uit voor jezelf, waarschijnlijk niet.
Doe het niet voor jezelf, doe het echt voor de samenleving. Dus aan al onze inwoners: doe hieraan mee, neem je verantwoordelijkheid, laat je testen. Dan leveren we als Lansingerland deze bijdrage, die niet alleen voor Lansingerland belangrijk is, maar ook voor de rest van Nederland. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Een aansluiting bij de heren Buitendijk en Dieleman. Ook de fractie van GL, en ik denk eigenlijk alle partijen in de raad, een ontzettend compliment voor de GGD, voor de ambtenaren, voor de burgemeester, voor onszelf, hoe wij dit niet politiek maken, maar hoe wij hier als raad met 33 mensen, met de duo-raadsleden erbij, met 55 mensen, als één man achter dit beleid zijn gaan staan: ontzettend trots. Ontzettend trots ook op de mensen die zich al aangemeld hebben, die getest worden en de mensen, die zich nog gaan aanmelden. Ik denk dat hierin toch de kracht van de Lansingerlandse samenleving laat zien. Ook wij roepen iedereen op: laat je testen, ga, werk mee. De voorzitter: Positieve woorden richting burgemeester, ambtelijke organisatie, GGD, maar ook de inwoners van Lansingerland, wat de heer Ruijtenberg ook aangaf, zeker voor de hele raad geldt. Als één man staan we daar achter en zorgen we, dat het waardeloze, dat rottige virus de baas kunnen gaan worden.
We hopen ook, dat dat snel kan gebeuren, want het zijn moeilijke en lastige tijden voor heel veel mensen op dit moment. Dank u wel, burgemeester. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Hier nog iets voor? Nee. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Ook niet? Nee. 8. Rondvraag en sluiting De heer Azzouzi, PvdA: Ik begin met een korte toelichting als inleiding op onze vraag. Verschillende gemeenten zijn geconfronteerd met tekorten als gevolg van het sociaal domein en de verwachte nadelige effecten als gevolg van de herijking van het gemeentefonds en Covid19. Dit geldt ook voor de gemeente Lansingerland. Om gemeenten bij te staan heeft de provincie Zuid-Holland in de begrotingsbrief van 16 december 2020 omtrent het financieel toezicht een aanbod gedaan om een financiële scan voor onze gemeente te laten opstellen. Hiermee krijgen we meer inzicht in onze financiële positie en kunnen we vergelijken met andere gemeenten. Dit kan nuttig zijn, gelet op de uitdagingen die ons te wachten staan. Onze vraag is: overweegt het college om een dergelijke financiële scan voor onze gemeente te laten opstellen? Zo nee, waarom niet? Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Dank u wel voor de vraag, meneer Azzouzi.
Het is inderdaad zo, dat we een brief hebben ontvangen van de provincie Zuid-Holland, waarin we gelukkig, daar zijn we heel blij mee, te horen hebben gekregen, dat de provincie tevreden is over onze begroting en dat ze zeggen: u kunt uw gang gaan, u kunt gerust uw begroting uitvoeren. We gaan door met het toezichtkader, het regime dat u ook vorig jaar en het jaar ervoor had. Het klopt ook, dat in diezelfde brief een passage staat met het aanbod tot een zogeheten quick scan van onze financiën. Toevallig, nou, niet heel toevallig, vandaag nog eens kennis genomen van alle begrotingsbrieven van alle gemeenten in Zuid-Holland, beschikbaar op de website van de provincie. Dat is eigenlijk een standaard tekst van de provincie. Ook de gemeente Den Haag en de gemeente Gorinchem, om twee voorbeelden te noemen, krijgen het aanbod van een financiële quick scan voor hun begroting. Dat heeft niets te maken met Lansingerland, dat heeft ook niets te maken met ons toezichtregime. Niettemin, inzichten, gegevens, analyses, benchmarken, die kunnen vaak nuttig zijn. Soms zijn ze alleen ook bewerkelijk. Ze leiden tot groot beslag. U krijgt waarschijnlijk ook in de organisatie waarin u werkt heel vaak vragen van medewerkers of stagiairs: doe
18/19
mee aan deze enquête, doe mee aan dit onderzoek. Ik krijg ze in ieder geval wel geregeld, dus soms kunnen ze je ook van het werk houden. Ik hoop, dat dat hier niet het geval is, maar dat wil ik eerst wel even testen en nagaan, of er een toegevoegde waarde is voor Lansingerland. Binnenkort vindt er weer ambtelijk contact plaats en dan wordt dat nader besproken. Op basis daarvan ontvang ik een advies van de medewerkers, wat de toegevoegde waarde zou kunnen zijn. Op zich ontbreekt het ons niet aan inzicht in onze eigen begroting, dat zou ook wat bijzonder zijn, maar wellicht heeft het iets van meerwaarde voor ons, alleen, dat wil ik eerst even ontdekken voordat ik u nu zeg, dat we daar per definitie gebruik van maken. Nogmaals, omdat we wel even de kosten en de baten goed moeten leren kennen eerst. De heer Azzouzi: Dank u wel, wethouder, voor het antwoord. Vanuit onze fractie is de vraag gesteld, omdat wij toch worstelen met een passend schuldenniveau. Ook hadden we een discussie bij de begroting 2020 over incidenteel/structureel. Zo’n scan kan ons helpen om dit te kristalliseren en om ook de raad in de positie te zetten over de financiële positie van de gemeente Lansingerland. We wachten het antwoord van de wethouder af. Dank u wel. De voorzitter, om 22.10 uur: Ik zie dat er verder geen vragen zijn van andere raadsleden. Nee. Dan zijn we aan het einde van deze vergadering.
Het begon vanavond om 19.00 uur met een extra gedeelte met de info, die wij gekregen hebben, heel interessante en informatieve info van de GGD. Daarna hebben we toch lang gesproken over de Eneco-gelden, ook belangrijk, maar in het licht van corona ligt dat toch anders. Net heeft de burgemeester nog aangegeven, dat we vanuit hier alles inzetten om het tot een goed einde te laten komen. Met deze woorden wil ik graag deze avond sluiten, u welterusten wensen voor dadelijk en morgen weer gezond op. Ik sluit de vergadering.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
19/19