CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0010 Verslag commissie Algemeen Bestuur van 13 januari 2021

Commissie Algemeen Bestuur 3 februari 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering18.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur BV21.0010 Datum vergadering

: 13 januari 2021

Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Don van Doorn VVD : Nathalie van Bakel, Ed van Santen, Edwin Vervaet CDA : Matthijs Ruitenberg, Terence Buitendijk WIJ Lansingerland : Petrine van Olst, Dianne van Heusen CU : Jurjen Dieleman D66 : Ineke den Heijer, Brecht Weerheijm GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Petra Verhoef, Hamid Azzouzi Burgemeester Wethouders

: Pieter van de Stadt : Jan-Willem van den Beukel, Kathy Arends

Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Jan Pieter Blonk Commissiegriffier : Lianne van den Houten Afwezig Leefbaar 3B CDA CU GroenLinks

: Johan Philippens : Frans Ammerlaan : Paul Lieverse : Anja de Geus

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond collegae, hartelijk welkom, goedenavond collegeleden, goedenavond mevrouw Van den Houten van de griffie en goedenavond aan alle luisteraars via de webcast. De commissie algemeen bestuur van de gemeente Lansingerland op 13 januari 2021. De heer Ammerlaan is afwezig, hij wordt vervangen door de heer Buitendijk. En vanochtend is Bram Philippens geboren, vandaar dat zijn vader de heer Philippens niet aanwezig is. Graag wil ik het gezin Philippens namens onze commissie feliciteren met de geboorte van hun zoon. Dan gaan we nu even de presentielijst langs, u moet zich even present melden. De heer Buitendijk, de heer Azzouzi, mevrouw Van Bakel, de heer Dieleman, de heer Van Doorn, mevrouw Gielis, mevrouw Den Heijer, mevrouw Van Heusen, mevrouw Van Olst, de heer Ruitenberg, de heer Van Santen, mevrouw Verhoef, de heer Vervaet, De heer Ruijtenberg, GL: Helaas heb ik verzuimd om te melden, dat mevrouw De Geus afwezig is vanavond. Met excuus. De voorzitter: Mooi, de heer Ruijtenberg is aanwezig. Mevrouw Den Heijer: De heer Weerheijm is wat later, want hij is nog bezig met een tentamen. Hij gaat later aanschuiven. De heer Ruijtenberg: Moet ik me niet melden? De voorzitter: U meldde zich net al, daarom heb ik u overgeslagen. Ik had u al aangekruist. De burgemeester zal er ongeveer half 10 zijn.

Hij doet de mededelingen vanuit het college. Het zal met name gaan over corona. 2. Insprekers De voorzitter: Deze hebben zich niet gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 2 december 2020 De voorzitter: Er zijn geen wijzigingsvoorstellen binnen gekomen, dus het verslag is daarmee vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Kan de agenda op deze wijze vastgesteld worden? Oké.

1/19

Inventarisatie rondvraag: De heer Azzouzi, PvdA: Mijn rondvraag gaat over de brief van de provincie omtrent de begroting 2021 en de financiële scan. 5. Bespreekpunten: 5.a Aanwending verkoopopbrengst ENECO: procesvoorstel De heer Van Doorn, L3B: Allereerst complimenten voor deze overzichtelijke en prettig leesbare brief. Ik verwacht, dat we vanavond goed in staat zullen zijn om het verder aan te scherpen, zodat er ook een goed toetsingskader gevormd kan worden. Ten aanzien van stap 1 in het procesvoorstel, om de opbrengsten van Eneco aan te wenden voor schuldenreductie, daar kunnen we natuurlijk rekenen op de steun van L3B. Deze stap sluit perfect aan op ons verkiezingsprogramma, het coalitieakkoord en daarmee compenseren we op termijn ook dividendverliezen van Eneco. Dus dat is een prima stap, moeten we zeker vast stellen. In het verlengde hiervan zien we het wat minder zitten om met krap personele capaciteit in te zetten om te bepalen of de kaders die er al liggen, bijvoorbeeld een passend schuldenniveau, aan te passen. Wat ons betreft zijn de provinciale kengetallen, die we hanteren, uitstekend. Dat we niet nog een keer een apart kader gedacht te worden om onze schuldenpositie nog wat forser en groter kan worden ten opzichte van hoe we het als een kader al hebben weg gezet en de doelstellingen, die we daarin hanteren.

Ten aanzien van stap 2, hoe we de resterende opbrengsten toekomstbestendig kunnen aanwenden. We zijn het vooral eens met de conclusie, dat er een toetsingskader moet komen met zowel inhoudelijk als financiële kaders. De overige tekst lijkt wat ruis te veroorzaken en duwt ons, wat L3B betreft, wat teveel in een bepaalde richting. Ik wil graag van de wethouder vernemen hoe hij het ontwikkelproces wil inrichten, zodat we als raad stap voor stap worden meegenomen bij de totstandkoming van dat kader. Het is namelijk prima om dat vast te stellen bij de kaderbrief, maar we willen het niet dan pas voor het eerst zien en bespreken. We willen in aanloop daar naartoe nauw betrokken worden, zodat we steeds kunnen bijsturen en meeleven in hoe dat kader eruit gaat zien. In de tekst wordt ook aangegeven, dat aanwendingsvoorstellen niet alleen tot maatschappelijk rendement moeten leiden, maar ook tot financieel rendement. Dat lijkt maar een zinnetje, maar het zit hem in de woorden niet, alleen, moet, maar, ook. Dat staat er wat L3B betreft veel te absoluut. Bij de besteding moeten we kritisch toetsen, en we moeten zeker behoedzaam zijn, maar bij een brede verkenning moeten beide aspecten apart worden gewogen en niet op voorhand bepalend zijn, dat beide aanwezig moeten zijn.

Die ruimte om daar te kiezen, die moet erin blijven zitten, ook als het financieel rendement wat minder is of het maatschappelijk rendement er minder is. Zoals het er nu staat, is het absoluut. Wat ons betreft mag dat aangescherpt worden door het juist uit elkaar te halen. Hiermee wil de fractie van L3B ook benadrukken, dat het noemen van een revolverend fonds, nutsbedrijven en nog energietransitie gerelateerde activiteiten, en daarmee eigenlijk een beetje toeredeneren naar Stedin als voornaamste investeringsoptie, niet moet leiden tot een tunnelvisie. L3B beschouwt dat als één van de verkende mogelijkheden. Aan het einde van het betoog schets ik, hoewel verbaal, een wat breder perspectief, maar dat komt later. Voor L3B is het in ieder geval uitermate belangrijk, dat de resultaten zo breed mogelijk in de samenleving zichtbaar, tastbaar of voelbaar zijn en dat we de samenleving zo optimaal mogelijk betrekken. Bij dat laatste neemt L3B ook een duidelijk standpunt in v.w.b. burgerparticipatie. Wij willen een vorm van, het hoeft niet heel erg groots en meeslepend te zijn, maar een vorm van een referendum niet op voorhand uitsluiten. De stem van de samenleving telt bij ons zeer zwaar mee en wij willen dat, net als bij andere vraagstukken, duidelijk terug zien.

Tenslotte, voor de eerste termijn dan, in de tekst proeft de L3B fractie in relatie tot stap 2 een lijn, die zich met name richt op duurzaamheidsdoelstellingen. Hoewel natuurlijk enorm belangrijk, is het zeker niet het enige belangrijke thema of uitdaging waar we voor staan. We willen dat perspectief breder trekken naar bijvoorbeeld vraagstukken op het gebied van veiligheid, denk daarbij aan technische innovatie, waar we eventueel in kunnen investeren, bereikbaarheid, denk aan flexibel openbaar vervoer tussen de kernen, en het wonen, denk daarbij aan het vergroten van de sociaal bereikbare woningen of problematieken door bodemdalingen. Daarmee niet zeggend, dat er verder niets bespreekbaar is, maar alleen maar toeredeneren naar een bepaald investeringsobject is voor ons veel te eng. Laten we het vooral breed aanvliegen. Laten we met elkaar een strak en goed en eenvoudig toetsingskader ontwikkelen, zodat we bij de afwegingen bij de kaderbrief tot goede besluiten kunnen komen. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Normaal zeg ik: ik kan me in grote lijnen vinden met de woorden van de heer Philippens, maar dat is nu de heer Van Doorn. Dat is wederom zo: ik hoor heel verstandige dingen. Maar ik ga het natuurlijk toch nog wat aanvullen. Wij zijn blij met het proces, zoals dat tot nu toe loopt, zoals het ingestoken wordt.

Informatie ophalen bij de raad, daarmee terug komen, nog een keer. Dat vinden we een prettige manier om elkaar op die manier niet te verrassen. De twee stappen, daar kunnen we ons op zich in vinden. Alleen, we missen nog wellicht een stap 0. Dat is eigenlijk het vast stellen van de omvang van het geld, waar we het over hebben. Er wordt gesproken over de verkoopopbrengst. Maar als

2/19

we dadelijk zover zijn, dan zijn we een stuk verder dan op het moment van verkoop. Ik kan me voorstellen, dat we niet meer gaan aanwenden, dan we aan liquide middelen hebben. Want als we aan de ene kant schuldreductie willen en aan de andere kant willen we dan toch niet meer geld gaan lenen om uit te gaan geven in het kader hiervan. Ik zou graag willen horen van de wethouder hoe hij daar tegenaan kijkt. Wij hebben in elk geval behoefte aan een soort definitie: waar hebben we het nou over? Wat ons betreft zouden we de dividendcompensatie, die we over de eerste 4 jaar op een andere manier hebben gedaan, vanuit de algemene reserve, sowieso van de opbrengst willen afhalen, anders zijn we dubbelop die verkoopopbrengsten aan het uitgeven. Dat over stap 0. Schuldreductie: ik ben blij om te zien, dat uit de inventarisatie blijkt dat een groot deel van de partijen dit ook zo ziet. Dat hebben we ook al eerder gehoord. Heel verstandig lijkt het me ook om het gemis van de dividenden op te kunnen vangen. Maar ook, als we zoveel geld in één keer hebben, kan het toch niet zo zijn, dat we problemen in de meerjarenbegroting moeten oplossen met een OZB-verhoging of wat dan ook. Dat begrijpt geen burger dan meer. Dat voor stap 1. Stap 2: ja, een toetsingskader lijkt ons heel verstandig. Dat we een kader hebben, waaraan we mogelijk doelen kunnen toetsen. Dat scheelt een hoop discussie, lijkt ons.

Dat lijkt me nog wel een uitdaging, dat toetsingskader. Dat lijkt me dan ook één van de eerste stappen, die we in dit proces gaan zetten, om tot dat kader te komen. Ik geef er ook maar eentje mee. Het lijkt ons in elk geval niet verstandig dat de gemeente investeringen gaat doen, die marktpartijen net zo goed of beter kunnen. Dat lijkt me bijvoorbeeld zo’n criterium. Dat is nergens voor nodig. Daarnaast blijven wij erbij, dat er wel een sluitende meerjarenbegroting moet zijn, zonder de hulp van de opbrengsten van de Eneco-gelden. Het is een dusdanig groot iets, dat wij vinden dat we ernaar moeten streven, dat het ten goede komt aan alle bewoners van Lansingerland en daarmee ook de toekomstige bewoners. Dus dat het een langer termijn effect zal hebben, waar hopelijk iedereen van profiteert, of dat nou financieel of maatschappelijk is. De timing. Wat ons betreft gaat zorgvuldigheid hier boven snelheid. Laten we het vooral heel goed en gedegen doen om tot besluitvorming te komen. Dat hoeft voor ons geen snel iets te zijn. Daarmee sluit ik een beetje aan op de opmerking van de heer Van Doorn over Stedin. Daar zie ik dat het allemaal wel heel snel moet, dus dan zie ik sowieso al frictie ontstaan, tussen die 2 trajecten. Tot slot participatie. Wij vinden het echt veel te vroeg om nu al te zeggen, dat er geen vorm van participatie zou kunnen zijn.

Dat kunnen we nu nog niet beoordelen. Wat we wel vinden: het gaat over heel veel geld, dat zal heel veel effect hebben op deze gemeente, hetgeen er gekozen gaat worden. Wij kunnen het ons eigenlijk ook best wel voorstellen, dat als er meerdere keuzes uiteindelijk zijn, dat inwoners daar ook absoluut een say in hebben, in een soort van ranking of advies aan ons geven. Wij vinden het echt veel te voorbarig om nu al te zeggen, op dit moment, dat er geen vorm van participatie is. Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Goede suggesties gehoord, goede opmerkingen van de heer Van Doorn en de heer Van Santen. Ik wil daar graag nog wel het e.e.a. aan toevoegen. Ik vond het een bijzonder prettig gesprek, dat ik heb mogen voeren met de wethouder en met mensen van de ambtelijke organisatie. Het ging goed de diepte in, goed met elkaar de dingen verkend. Alle complimenten voor het proces tot zover. De brief is ook helder, wat mij betreft. Idem voor de procesvoorstellen, die worden voorgesteld. Daar kan ik mij op hoofdlijnen goed in vinden. We komen richting een toetsingskader uiteindelijk, vast te stellen bij de kaderbrief. Ik denk, dat dat een heldere route is. Ik denk dat we dan ook stap 0, waar de heer Van Santen het over had, met de tussenstap herstructurering financiering, dan weten we ook beter wat er eigenlijk nog over is nadat we die herstructurering hebben gedaan.

Ik denk dat dat een heldere route daar naar toe is. Even wat transparantie over wat wij hebben ingebracht in het gesprek. Ik lees ook heel veel dingen terug, dus dat is mooi. Allereerst de aflossing van de schulden. Daar zijn wij ook absoluut voor. We zijn er voor, niet alleen omdat wij vinden dat onze schuldpositie nog steeds wat aan de hoge kant is, maar we zijn er ook voor omdat we daarmee onze begroting structureel beter in evenwicht kunnen krijgen. Hoe essentieel dat overzicht is van structurele baten en structurele lasten, dat hebben we maar weer geleerd bij de laatste begroting en ook de reactie van de provincie op onze begroting. Dat was een goede wake-up call om daar goed aan te denken. Het is niet alleen: wat zit er in je spaarpot. Het is ook: wat gaat er jaarlijks in en wat gaat er jaarlijks uit. Dat moet echt met elkaar in balans zijn. Juist daarom is het aantrekkelijk om te kijken naar andere manieren, nog even los van de schuldreductie, naar andere manieren om met dit Eneco-geld nog extra inkomsten, structurele baten, te verkrijgen. Ik heb wat suggesties gezien: het revolverend fonds, Stedin komt voorbij. Ik denk interessante opties, maar ik denk dat het goed is om dat soort dingen te verkennen, want als we die structurele baten daar weer uit kunnen halen, dan kunnen we daarmee structureel iets verder terug geven aan onze inwoners.

Daarmee kunnen onze inwoners ook voor de langere termijn steeds blijven profiteren van het feit, dat we ooit één keer deze hele grote klapper hebben gemaakt. Dat is natuurlijk plezierig. Er zal daarnaast toch nog altijd een heel groot bedrag over blijven. Als we die schulden hebben afgelost, we hebben gekeken naar andere manieren om geld te verdienen met dat Eneco-geld, dan zal er nog een flinke som over blijven, is onze inschatting. Het CDA wil daarbij niet alleen naar financiën kijken. Het moet niet zo zijn, dat de rest van het geld alleen maar financieel harde euro’s oplevert, direct. Dat kan wat ons betreft veel breder bekeken worden in de vorm van maatschappelijke baten. Of

3/19

maatschappelijke baten, die niet direct zijn terug te herleiden, maar meer op de langere termijn zichtbaar zouden kunnen worden. Wij denken dan aan zaken als manieren om Lansingerland structureel aantrekkelijker te maken als gemeente om in te wonen of in te werken. Het kan zijn, dat we zeggen: we gaan in recreatie investeren, in een vorm die echt blijvend is. Waar het CDA aan denkt zijn grote projecten, dus geen kleine dingen, maar echt grote dingen, nieuw natuurgebied, dat soort elementen. Uiteraard kan dat in de toekomst weer wat opleveren in de vorm van meer recreatie, mensen die hier willen verblijven en Lansingerland een prettige plek vinden om te zijn. Een andere variant, waar wij ook zeker naar kijken, zijn structureel economische structuurversterkingen. Iemand zei net: investeer in vervoersmogelijkheden. Dat zou daar een variant van kunnen zijn, zolang je het niet in de exploitatie stopt. Het zou ook kunnen zijn van: kunnen we een bepaald nieuw gebied creëren met veel werkgelegenheid, waar nog jarenlang Lansingerlandse inwoners profijt van hebben. Daarbij zou ik toch ook wel even willen kijken, als het even kan, naar onze belangrijkste economische sector, de glastuinbouw, om die daar nadrukkelijk bij te willen betrekken.

Zeker ook omdat wij niet uit het oog moeten verliezen, dat deze grote hoeveelheid geld, die wij nu krijgen, het feit dat wij zo’n grote aandeelhouder waren van Eneco en nog steeds zijn van Stedin, dat dat te maken heeft met het historisch grote energieverbruik van de glastuinbouw. Als gevolg van dat energieverbruik zijn ooit die aandelen verdeeld. Deze hele discussie hebben dus eigenlijk te danken aan onze glastuinders. Waar wij op tegen zijn, en ik ben erg blij om te zien, dat wij niet de enigen zijn, is het gebruiken van dit geld voor korte termijn consumptie, hoe aantrekkelijk dat misschien ook mag zijn op korte termijn, want dan hoeven we niet te bezuinigen of we hoeven geen andere dingen te doen, we zouden er echt absoluut op tegen zijn om dit nu snel op te maken in de vorm van een eenmalige OZB-verlaging van € 100 of wat dan ook. Of in de vorm van het niet dicht rekenen van onze begroting. En daarmee eigenlijk interen op dit geld en daar misschien wel een beetje verslaafd aan raken. Dat zouden wij bijzonder onverstandig vinden. Wij willen echt deze kans gebruiken om Lansingerland structureel sterker te maken en daarmee echt iets neerzetten waar onze kinderen en onze kleinkinderen nog jarenlang van denken: dat hebben die raadsleden van toen, daar in 2021, heel erg goed gedaan met elkaar. Dank u wel.

Mevrouw Van Olst, WIJ: Het is een mooi bruggetje, dat de heer Ruitenberg geeft. We doen het eigenlijk voor de burgers van de toekomst. We hebben best wel een hoge schuldenpositie. Dat hebben we nog steeds. We hebben er altijd op ingezet: we willen schuldreductie toepassen. Nu hebben we die grote berg geld, dus inderdaad zoveel mogelijk aflossen. Niet zozeer om dividendverlies op te vangen, dat lijkt ons overigens wel een heel goed uitgangspunt, maar dus met name voor de jeugd van later, de jeugd van nu, dus de mensen zoals wij nu zijn later, dat zij dat niet voor hun kiezen krijgen. Wij vinden het ook niet nodig om benchmarking met andere gemeenten toe te passen. De heer Van Doorn zei er ook al iets over, dat ben ik het helemaal met hem eens. De kaders, die wij daar nu voor hebben, die lijken mij daar goed bruikbaar voor. Een ander punt, dat ik graag wil toevoegen aan de voorgaande sprekers, is tijd. Er staat in het uitgebreide stuk, waarvoor dank, verschillende dingen over tijd. De één wil lang de tijd nemen om te bepalen, de ander wat korter. Het college stelt voor om een tussenweg te zoeken: we bepalen het op hoofdlijnen. Daar zijn wij het wel mee eens. Ik denk wel, dat je van tevoren goed moet zeggen wat je wil, omdat we, gezien de economische crisis waar we ongetwijfeld op af stevenen, worden ingehaald door de tijd.

Dan kan je het niet meer uitleggen aan je inwoners, dat je een pot geld hebt staan en dat wel de lasten verzwaard worden. Dus het lijkt mij heel wijs om snelheid te maken. Daarvoor zou ik bij de bestuursopdracht, die wij krijgen bij de kadernota, graag eerder aangehaakt worden. De kaderbrief is misschien wat laat in mijn optiek, maar misschien kan het niet sneller. Dat je wel gedurende de tijd weet: hier gaan we naar toe. Dan wil ik ook nog iets zeggen over het financieel rendement. Ik hoor het de heer Ruitenberg ook zeggen, maar ik lees dat ook in de brief, dat er toch wel partijen zijn, die zeggen: we willen wel financieel rendement met dit geld behalen. Daarbij wil ik toch benadrukken: houd u zich nou bij uw leest. Wij zijn een gemeente, we zijn er niet om te beleggen of om winst te maken op producten. We zijn er om maatschappelijk winst te maken. Daarom hebben wij bijvoorbeeld wel oor naar het verstrekken van startersleningen om zo te bewerkstelligen, dat onze jeugd hier kan wonen. Een revolverend fonds voor de duurzaamheidsopgaven, waar we voor staan. Maar wij zijn er geen voorstander van om nog meer te investeren in bijvoorbeeld Stedin. Volgens mij heb ik nu in ieder geval de extra zaken behandeld. Wat ik nog wilde aangeven, dat hebben we ook in het gesprek aangegeven: in de Heraut, de plaatselijke krant, is natuurlijk ook al veel input geweest van burgers.

Dat is natuurlijk geen officieel iets, maar daaruit kan je natuurlijk al heel veel punten ventileren, die je wellicht in een soort panel kan voor leggen, dat je er toch wat meer een burgerparticipatie van maakt. Ik hoor graag van de wethouder in hoeverre dat soort zaken worden meegenomen. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Voordat ik op de inhoud inga, ik ken de heer Philippens een beetje, ik weet zeker dat hij de notulen van dit debat gaat lezen of het terug gaat kijken, dus ik ga dit moment gebruiken om de heer Philippens en zijn gezin van harte te feliciteren met de geboorte van hun zoon. Dan over naar de inhoud. Dank aan het college voor deze brief. Ook dank aan alle fracties voor de input, die is geleverd. We hebben gewoon een heleboel mooie input bij elkaar opgeleverd, wat nu in deze brief is verwerkt. In

4/19

mijn bijdrage zal ik die brief gewoon van boven naar beneden doorlopen en bij een aantal punten namens de fractie van de CU een aantal aanvullende opmerkingen plaatsen. Stap 1 in het proces wordt voorgesteld om de opbrengst van Eneco aan te wenden voor schuldenreductie. Dat lijkt ons een logische lijn, daar hebben we het vaker over gehad in het verleden. Het lijkt ons goed om dat te doen, zeker om het dividendverlies op te vangen. Wellicht ook meer, maar tegelijkertijd willen we daarbij wel mee geven, dat een beetje schulden hebben als gemeente helemaal geen kwaad kan. Dus laten we ook wel blijven kijken naar de normen die daarvoor zijn, de kengetallen die we in onze begroting hebben opgenomen en ons ook niet blind staren op het aflossen van schulden met het idee van ‘schulden zijn niet goed, daar moeten we zo snel mogelijk iets aan doen’. Maar ook wel aflossen tot dat niveau, zodat de kengetallen gewoon weer goed zijn en we gewoon, hoe gek het ook klinkt, als het een huishoudboekje zou zijn, een gezonde schuldenpositie over houden. Dan komen we bij stap 2 in het proces: de rest toekomstbestendig aanwenden. Wat de fractie van de CU betreft, is dat uiteraard een uitstekend plan. Wij denken daarbij, in tegenstelling tot wat ik van eerdere sprekers heb gehoord, wel heel erg aan investeringen op het gebied van duurzaamheid.

We denken, dat dat één van de grootste opgaven is, waar onze gemeente nu, in de komende jaren en op langere termijn, ook voor de generaties die na ons komen voor staan, dus het lijkt ons heel goed om een deel van deze opbrengsten, die zijn verkregen door de energiesector, voor een groot deel door fossiele en vervuilende energie, nu ook in te zetten om een stap te maken in duurzaamheid. Als dat kan, dat zal uiteraard goed uitgezocht moeten worden, dan kijken we ook erg uit naar de vervolgen die komen op wat er nu voor ligt, op een manier die ook blijvend zorgt voor rendement, die revolveert en ervoor zorgt, dat we zo voor langere termijn gebruik kunnen maken van de middelen die we gekregen hebben. Dan de inhoudelijke uitgangspunten. De meerderheid van de fracties heeft een voorkeur voor investeren in de toekomst van Lansingerland opgeschreven in de brief. Een stuk verder gaat het dan over het brede welvaartsbegrip en het gebruik maken van de sustainable development goals. Wat ons betreft zou dat niet twee uitgangspunten moeten zijn, maar is dat één uitgangspunt. Als we toekomstbestendig willen investeren, dan gaat het om investeringen die brede welvaart opleveren.

Niet alleen financiële welvaart, niet alleen dingen die economisch handig zijn, maar dingen die meervoudig duurzaam zijn, waarvoor de sustainable development goals een heel mooi hulpmiddel zijn om alle investeringen die we doen met de Eneco-gelden aan te toetsen. Als het gaat over het proces, dan kunnen wij het voorstel heel goed volgen om dat met de volksvertegenwoordiging te doen, met de gemeenteraad en daar geen apart participatietraject over op te starten. Het lijkt ons heel goed als het gesprek over de aanwending van deze middelen wordt gevoerd vanuit de breedte en niet vanuit de misschien toch wat eendimensionale wensen, die naar voren zouden komen als je bijvoorbeeld een referendum zou houden over de aanwending van deze middelen. Natuurlijk gebruik maken van input, die al is gegeven. Mevrouw Van Olst noemde net de Heraut. Graag. Er zijn een heleboel mensen die mee kunnen denken, maar laten we het totaalpakket ook hier aan de raad voorleggen, zodat wij daar ook met elkaar, als vertegenwoordigers van de inwoners van Lansingerland, de brede afweging erover kunnen maken. De commissie van wijzen, daar voelen wij nog niet heel erg veel bij. Het blijkt uit de brief, dat meer mensen dat hebben. We denken dat er een hoop wijzen ook in de organisatie zitten.

Wat we wel handig zouden vinden, is als we gebruik maken van alle stappen die andere gemeenten al zetten, die bezig zijn met de aanwending van de opbrengst van de Eneco-verkopen. Wij zijn niet de enige gemeente, die flink wat geld heeft gekregen en die dus enerzijds een structureel probleem door het wegvallen van dividendinkomsten op te lossen heeft en tegelijkertijd een flinke hoeveelheid incidentele inkomsten erbij heeft gekregen. Het lijkt ons heel goed om ook naar die gemeenten te kijken: wat doen jullie en welke lessen kunnen we daaruit trekken? Plus, en dat zou ik het college nog mee willen geven tot slot: laten we ook lering trekken uit wat andere gemeenten en overheidsorganisaties hebben gedaan met hun opbrengsten van de verkopen van energiebedrijven. Eneco is niet het eerste energiebedrijf in handen van overheden, dat is verkocht. Er zijn andere overheden ons voorgegaan met hun energiebedrijven. Die hebben daar investeringen mee gedaan. Ongetwijfeld zullen daar hele goede voorbeelden tussen zitten. En ongetwijfeld zullen er overheden zijn, die zeggen: ja, als we die keuze nog een keertje zouden mogen maken, dan zouden we een heel andere keuze gemaakt hebben dan we toen gedaan hebben. Laten we ook de lessen, die door onze collega-overheden in het verleden zijn getrokken bij de verkoop van hun energiebedrijven gebruiken om tot een goed voorstel te komen.

Het lijkt ons een prima idee om dat bij de kaderbrief te laten landen met één kleine kanttekening. Als het gewoon als onderdeel van de kaderbrief wordt opgenomen, dan sneeuwt misschien de rest van de kaderbrief een beetje onder, want dan gaan we het bij de bespreking van de kaderbrief wel heel erg hebben over wat we met onze Enecogelden doen, omdat het één van de grotere beslissingen van deze raadsperiode is, waarschijnlijk, terwijl de kaderbrief naar alle waarschijnlijkheid nog veel meer punten zal bevatten, waar we op moeten letten, waar we als raad onze inbreng over willen hebben en waarmee we beslissingen nemen, die voor de financiële toekomst van Lansingerland van belang zijn. Laten we wel kijken naar een vorm, waarbij we ook de rest van de kaderbrief wel tot zijn recht laten komen, ook als dat bij de kaderbrief 2022 landt. Dat waren de dingen die we nog mee wilden geven naast de brief. We zien erg uit naar het vervolgproces. Dank u wel.

5/19

Mevrouw Den Heijer, D66: Met veel interesse naar mijn collega’s geluisterd. Ik heb het idee, dat we het allemaal wel een mooi proces vinden tot nu toe. Dat vinden wij dus ook, als D66. Ik wil het college en de wethouder hartelijk bedanken voor het agenderen van deze brief. We kijken heel positief naar het proces, dat nu gestart is. We nemen kleine, maar ook zorgvuldige stappen, die gaan leiden tot een duurzame besteding van de opbrengst van deze gelden. Onze inbreng zal ook zijn rond die stappen. De eerste stap, de schuldreductie. We hebben het er natuurlijk al vaker over gehad. Het is heel logisch, dat vinden wij ook en dat lezen we ook terug in de brief, dat we iets willen doen aan die hoge schuld. De voorgestelde benchmark kan wat ons betreft wel een goede tool zijn om inzicht te geven in welke mate we schulden moeten reduceren. We vinden het heel goed, dat er wordt gezocht naar die structurele oplossing voor dat dividendverlies, waar we nu nog die zogenaamde boeterente-leningen portefeuille voor gebruiken om dat gat van de begroting te dichten. Meer transparant, een lange termijn alternatief is wenselijk om dit structurele tekort op te lossen. Zoals ook in de brief staat aangegeven, vinden wij dat ook zonder Eneco onze begroting structureel in evenwicht moet zijn.

De tweede stap is het resterende bedrag, dat overblijft na de schuldreductie, waarvan we dus niet helemaal weten hoe hoog of hoe laag dat is. Dat hangt er dus helemaal van af, wat we in de tweede stap kunnen gaan doen. Het is goed dat het college bij stap 2 aangeeft, dat de huidige financiële stand van zaken ons dwingt om niet alleen te investeren in maatschappelijk rendement, maar ook in financieel rendement. Maar wij vinden ook, dat die twee elkaar niet uitsluiten, het kan ook samengaan. Het is natuurlijk niet zo, dat het alleen maar moet zijn. L3B kwam daar ook al op terug, dat het er nu wat te dwingend in staat. Wij denken dat het toetsingskader inderdaad een goede stap is om tot besluitvorming te komen, om die verder te verduidelijken. Ik denk, dat het best een taaie opgave is, maar we hopen dat we er met deze discussie, die we hier met elkaar voeren, daar toch wat input aan kunnen leveren. Dat willen wij ook wel mee geven nog: als je kijkt naar Lansingerland, dan staan we eigenlijk voor 3 grote uitdagingen. Dat is in eerste instantie de energietransitie, maar ook het accommoderen van de groei van onze gemeente. Dan gaat het over die leefbaarheidsaspecten en over de groenvoorziening bijvoorbeeld, dichtbij in onze woongebieden. Maar het gaat ook wat ons betreft, en daar hebben we over na zitten denken gisteren, over de coronacrisis.

We verwachten dan ook, dat deze uitdagingen grote impact zullen hebben op de besteding onder deze stap 2. We stellen ons voor, dat we een deel van de resterende Eneco-opbrengsten zullen gebruiken voor duurzame investeringen en ook voor een deel misschien toch te onderzoeken of we de samenleving en de lokale economie kunnen ondersteunen, die zware klappen hebben gekregen door deze coronacrisis. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan extra hulp, bijvoorbeeld in de vorm van lokale investeringen om onze maatschappij er weer bovenop te helpen. We weten natuurlijk nog niet wat de impact is, maar we moeten daar toch wel rekening mee gaan houden, denken wij. We horen natuurlijk ook graag hoe de andere partijen dat zien. Ik heb andere partijen daar nog niet over gehoord. Tot zover. Dat was het inhoudelijke deel over stap 2. Dan over het proces, daarover heb ik ook al veel andere partijen gehoord. We hebben in de brief gelezen over de commissie van wijzen, daar voelen wij ook wat minder voor. Wij denken juist, dat het bij dit dossier heel belangrijk is om het normale democratische verantwoordingsproces te volgen en dat we vooral als college en raad hierin samen goed moeten optrekken.

Wij zijn wel voor ruimte voor burgerparticipatie en natuurlijk voor een open en transparant proces, want uiteindelijk hebben we ook de samenleving nodig om de besteding van de Eneco-gelden zo duurzaam mogelijk in te zetten en tot een succes te maken voor onze volgende generatie. We snappen de opmerking, die er nu in staat, over participatie. Er staat dat participatie vooral moet gaan over het hoe. Echter, er is natuurlijk wel veel aandacht vanuit de maatschappij, vanuit de samenleving, voor waar we nu mee bezig zijn. Dat blijkt ook wel uit onderzoek van de Heraut. Dus wij denken dat communicatie over de richting, die we kiezen, van groot belang is. En dat het ook een taak is van ons allemaal om daar goed en duidelijk over te communiceren en onze keuze duidelijk te kunnen verantwoorden. Wij kunnen ons ook vinden in het proces, dat wordt voorgesteld, tot aan de kaderbrief. Ook wij denken wel, dat het alleen neerleggen op het moment in de kaderbrief misschien kan leiden tot een hele grote hoop om daar met elkaar over te spreken. CU en L3B hebben aangegeven, dat het misschien beter is om dat iets naar voren te halen als er een voorstel is voor dat toetsingskader om toch eerder met elkaar van gedachten te wisselen. Ik wil ook graag de wethouder vragen of hij daar in zijn beantwoording iets over kan toelichten. Tot zover even onze bijdrage. Dank u wel.

De heer Ruijtenberg, GL: Allereerst wil ik de wethouder en de ambtenaar bedanken voor de brief, die gestuurd is. Hij is helder, hij is goed leesbaar. Ik vind het ook mooi om erin te lezen, dat er een hoop partijen toch wel ideeën hebben, die overeen komen met elkaar. Ik lees dat heel veel partijen voornamelijk het oog willen leggen op schuldreductie. Ook de fractie van GL is daar een voorstander van. We moeten inderdaad schulden gaan verlichten. Dat is niet alleen goed voor de bedrijfsvoering, het is ook makkelijker om een begroting structureel dekkend te maken, maar het is ook belangrijk voor de toekomstige generaties, omdat zij dan niet de lasten hebben van de enorme schulden. Daarbij hebben wij wel gezegd als GL dat wij niet vinden, dat al het geld in schuldenreductie gestoken moet worden. Zoals ook de heer Dieleman al zei: het hebben van schulden is niet altijd slecht. Het biedt je namelijk zeker ook de mogelijkheid om te investeren. Daarbij moeten we ook voorzichtig zijn, dat we niet alle

6/19

schulden gaan aflossen, omdat sommige schulden niet boetevrij afgelost kunnen worden. Wij hadden het idee om ongeveer de helft te gaan gebruiken voor de aflossing van schulden. De andere helft gaan we gebruiken om te investeren in de maatschappij. Daarbij hadden wij voornamelijk gedacht aan duurzame doelen. Dat zal u niet verbazen, gezien onze partijkleur. Daarbij denken wij voornamelijk in het investeren in de energietransitie, die moet gaan plaats vinden. Je kunt denken aan zonnepanelen, je kunt denken aan het instellen van een revolverend fonds, waarbij mensen gestimuleerd worden om geld te lenen om hun huis te verduurzamen. Dat hoeft geen baten op te leveren, in tegenstelling tot wat ik van een voorganger heb gehoord. Wat ons betreft mag dat revolverend fonds tegen een zeer minimale rente, vrijwel geen rente. We moeten daar namelijk geen verdienmodel van maken. We kunnen het geld ook investeren in dingen die wellicht minder duurzaam zijn, maar die wel te maken hebben met de samenhang van de maatschappij, kunst, cultuur, waarmee je de maatschappij samen brengt. Je kunt gaan kijken: willen we dit samen brengen investeren in kleinschalig openbaar vervoer, in ieder geval tussen de dorpskernen, zodat mensen makkelijker van Bleiswijk naar Berkel en Rodenrijs bijvoorbeeld gaan.

Er zijn tal van dingen, waar je dit op kan investeren, waarbij je goed moet kijken hoe je het gaat doen. Ik heb van vorige sprekers al heel veel voorbeelden over gehoord. Lasten verlichting is wat ons betreft niet een eerste optie. Ik weet, dat het beter is om te investeren in de maatschappij en niet om belastingen te gaan verlagen daarbij. Wat we wel willen mee geven is in ieder geval dat de duurzaamheidsdoelen als kader gebruikt moeten gaan worden om dit geld te investeren. Heel veel is al gezegd, dus ik zal het kort houden. Ik wil nog wel even wat aangeven m.b.t. burgerparticipatie en het door de heer Van Doorn genoemde referendum. Daar zijn wij op voorhand niet voor. Ik vind weldegelijk dat er een vorm van burgerparticipatie zal moeten gaan plaatsvinden, dat gebeurt namelijk al min of meer via de Heraut bij de wekelijkse vragen, je kan ook een burgerpanel doen, maar het heeft niet onze voorkeur. Onze voorkeur heeft het om onze ambtenaren, het college en de raad gedegen en goed werk te laten verrichten en daarna te bepalen als volksvertegenwoordiging wat wij gaan doen. Een referendum vinden wij moeilijk. Stel nu namelijk even, dat wij in al onze wijsheid hebben besloten, dat wij dit geld willen investeren in sociale woningbouw om net als de gemeente Rijswijk een eigen woningcorporatie op te richten en zelf sociale huur te gaan bouwen.

En dat we besloten hebben om het te steken in energietransitie. En dat we besloten hebben in kunst, bijvoorbeeld om blok B verder uit te breiden. Maar dat dan uit een referendum van het volk zou komen, dat men dit voornamelijk wil investeren in een multicultureel sportcomplex om op termijn een eredivisie-waardig voelbalvereniging te hanteren. Ook een hele mooie gedachte, ook goed, maar wat gaan we dan doen? Daarom zeggen wij als GL: laten we nu in ieder geval onze eigen ambtelijke organisatie en onszelf in eerste positie zetten om te bepalen wat we willen. Immers, ook wij zijn onderdeel van deze maatschappij. Ook wij kunnen kijken wat er goed is voor deze samenleving. Daar wil ik het voor nu bij laten. Mevrouw Verhoef, PvdA: Natuurlijk heb ik het besproken met de heer Azzouzi en ook met de heer Xhemaili, maar ik mocht het woord voeren, omdat ik ook het gesprek heb gevoerd met de wethouder financiën in het najaar, waarvoor nog dank voor die gelegenheid. Ik ga even in op de brief, die we hebben gekregen. Uit de gesprekken komt naar voren, dat vrijwel alle fracties als eerste de schulden van de gemeente willen terugbrengen, stap 1 in het proces. Op dit moment is natuurlijk nog onduidelijk hoever die schulden terug gebracht moeten worden en op welke manier. De fracties staan daar verschillend in.

Onze fractie heeft twijfels of een extra aflossing van de gemeentelijke leningen prioriteit moet krijgen. Dit is immers geld van de toekomstige generaties en moet vooral voor strategische doeleinden besteed worden. Wat ons betreft, worden alleen oude leningen afgelost tot de niveau waarmee de wegvallende dividendinkomsten kunnen worden gecompenseerd. Iemand anders zei het al, ik geloof de heer Dieleman: voor onze gemeente hebben we eigenlijk gewoon een hele gezonde schuld. Om het zo maar te noemen. Nieuwe leningen zijn tegen zeer lage rente aangegaan. Vervroegd aflossen van net aangegane leningen levert door de boeterente per saldo niets op. Verder heeft het aflossen van oude schulden, ons inziens, alleen maar zin wanneer hiermee absoluut zeker nieuwe bestedingsruimte in de gemeentebegroting ontstaat. Bij de huidige lage rentestand is dit voor een groot deel van het leningenpakket dus niet te verwachten. Een feit is bovendien, dat veel leningen worden afgelost wanneer de bouwprojecten afgerond zijn. Andere leningen zijn weer gekoppeld aan een investeringsprogramma. Het is belangrijk om precies te weten wat de exacte financiële effecten zullen zijn van de eventueel versnelde aflossingen. Het college gaat daar ongetwijfeld mee aan de slag en zal dit ook aan de raad voorleggen.

Pas dan kunnen we een oordeel vellen over wat een gezonde schuldenreductie is, maar voor ons vooral de compensatie van verlies van dividendinkomsten. Op dit moment heb ik tussentijds even een vraag aan de wethouder. Wat is de stand van zaken rond de bestuurlijke opdracht herfinanciering? We hebben daar al een tijd niets van gehoord. Daarbij stel ik ook de vraag: worden ook andere creatieve oplossingen verder onderzocht voor de schuldenverlaging? Dus niet alleen via het gebruiken van de Eneco-gelden. Dan kom ik bij stap 2 in het proces: waar kan het Eneco-geld verder voor gebruikt worden? Omdat de meerjarenbegroting voorlopig moeilijk sluitend te krijgen is, moet hierbij niet alleen gekeken worden naar een maatschappelijk rendement van het gebruik van de Eneco-gelden, maar ook naar mogelijk financieel rendement. Er moet wel een goed evenwicht zitten in het totaal van de

7/19

aanwendingen als het gaat om het maatschappelijk en financieel rendement, maar dat hoeft niet per aanwending in balans te zijn. Dat zou in dat kader ook niet een voorwaarde moeten zijn. Ik heb het al eerder gezegd: het moet echt gaan om strategische doelen voor de toekomst. Niet hapsnap geld weg zetten. Ook voor zaken als gevolgen van de coronacrisis, hoe triest ook, daar hebben we een reserve voor ingesteld en ook zonder het Eneco-geld moeten we daar gewoon de compensatie die nodig is kunnen doen. Het investeren in mogelijk revolverende fondsen, nutsbedrijven, energietransitie, dat is wat ons betreft goed. We zijn blij, dat ook andere fracties dat noemen. Het gaat om een duurzame toekomst en de jeugd van Lansingerland. Wat wij wel erg jammer vinden, is dat meerdere fracties terughoudend zijn tegenover het door de gemeente zelf actief gaan investeren in bijvoorbeeld woningen en zorgbedrijven. Onze fractie heeft al eerder gezegd: het ligt voor de hand, dat het Eneco-geld ook wordt gebruikt om nieuwbouw betaalbaar te maken voor mensen met een laag of middeninkomen, bijvoorbeeld door de grondprijs naar beneden te brengen. Om goed te kunnen beoordelen hoe we het beste kunnen investeren in de toekomst van Lansingerland met dit geld, is een goed toetsingskader nodig. Daar zijn we het met zijn allen over eens. Het college werkt daaraan, we zijn daar natuurlijk zeer benieuwd naar.

Wij nemen aan, en ik hoop dat de wethouder dat kan bevestigen, dat er ook een conceptkader onze kant op komt. Tegelijkertijd agenderen met de kadernota 2022: aan de ene kant is het logisch, want het heeft te maken met financiële vragen, afwegingen. Aan de andere kant: het gaat om een kader, een afwegingskader en voor zover ik het begrijp nog niet een voorstel voor de besteding. Het hoeft wat ons betreft ook niet bot bovenop die kadernota te worden vastgesteld, maar misschien begrijp ik het dan verkeerd. In mijn ogen is het een afwegingskader. Wat betreft het tempo van de besluitvorming over de aanwending: hier mag wat onze fractie betreft zeker de tijd voor worden genomen en de optie om eerst de globale bestedingsroutes aan te geven, dat lijkt ons een goed plan. Dan kom ik bij het laatste gedeelte, de participatie. Wij zijn ook één van de partijen, die hebben gezegd: hier hoeft geen breed participatietraject bij te zijn, wij kunnen dat als raad samen met de ambtenaren, die ons daarbij helpen adviseren, kunnen we dat goed doen namens de burger. Mocht er door andere fracties toch een vorm van participatie worden gewenst, dan kunnen we daar natuurlijk in mee gaan, maar dan wel een ranking van een aantal voorstellen, die wij als raad ook echt zien zitten, met een goed uitgewerkt plan, financieel en maatschappelijk rendement.

Leren van andere gemeenten, dat is natuurlijk altijd een erg goed plan. Daar wilde ik het voor nu bij laten. Dank u. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Het is weer een poos geleden, de laatste vergadering in deze commissie algemeen bestuur, bijna een jaar geleden, 2020. Een genoegen om weer met u van gedachten te wisselen. Ik dank u ook voor de complimenten voor het stuk. Ik heb ook, vanuit mijn eigen rol, veel plezier beleefd aan de goede gesprekken, die we gevoerd hebben met elk van de fracties over dit thema. Wat ongebruikelijk, denk ik, in onze manier van doen, om dat zo heel gestructureerd met een ieder van u te doen in aanloop naar het maken van een stuk, maar wel heel plezierig, wat mij betreft, omdat we daar niet in een politieke arena zitten, zo voelt het niet. Tegelijkertijd kun je echt goed veel diepgang vinden en inderdaad ook wel de kleurverschillen zien, die we geprobeerd hebben te laten landen en zichtbaar te maken in de brief. Er is veel gezegd over veel verschillende thema’s.

Veel van de opmerkingen en inbreng beginnen echt bij het begin, bij het vast stellen van de omvang: waar hebben we het nu over? Hebben we het over het totale bedrag, dat we één keer hebben gekregen bij de verkoop van Eneco? Of hebben we het over een veel lager bedrag? De vraag kwam of je een stuk van de Enecomiddelen aanwendt voor het compenseren van de dividenden, zoals ze nu gewoon elk jaar gemist worden. En zo ja, voor hoeveel jaar dan. Dat is inderdaad nog een vraag, die niet finaal is beantwoord, die wel om een antwoord vraagt. Tegelijkertijd is dat toch een vorm van incidentele inkomsten, als je niet oppast, die je daarmee genereert uit Eneco-middelen, waar geen structureel effect tegenover staat. Dat blijft een lastige afweging, zeg ik even tegen de heer Van Santen. Daar lopen we niet voor weg. Daarom is het zo’n samenhangend en tegelijkertijd zo’n complex geheel, waar we naar kijken in de context van die bestuursopdracht herziening financieringsstructuur, waar mevrouw Verhoef naar vraagt. De compensatie dividenden incidenteel is daar een element van. Een ander heel belangrijk element is inderdaad het aflossen van die schulden. U heeft gelezen in de brief, en in de begrotingbehandeling hebben we het daar over gehad, dat we daarvoor die bijzondere reserve hebben gevormd.

Die bijzondere reserve leidt ertoe, dat we de winst van het aflossen van die schulden al hebben geïncasseerd. Fictief lossen we daarmee af, dus ook fictief incasseren we die winst, maar er wordt wel mee gerekend in de meerjarenbegroting. Hoeveel verder je gaat dan het aflossen van deze leningen, dat is toch wel een vraag. Ik heb diverse fracties horen zeggen, o.a. L3B: besteed er niet teveel tijd aan, je hoeft niet te gaan benchmarken, de provincie geeft toch wel de leidraad. Ik snap dat, ik ben zeker geen voorstander van overbodig werk, daarvoor is onze tijd en met name die van de medewerkers ook te kostbaar. Tegelijkertijd wil ik er wel bij zeggen, dat als je je puur oriënteert op de signaalwaarde van de provincie, de provincie stelt geen norm voor de netto schuldquote, maar geeft wel een signaalwaarde aan, als je je puur daar op oriënteert, dan zitten we al buitengewoon ruim in het goede vakje. Veel

8/19

groener dan groen wordt het niet. In 2021 is het buitengewoon groen, dat vakje van de netto schuldquote, als je uitgaat van de signaalwaarde van de provincie. Toch hoor ik u, en dat begrijp ik ook, dat diverse van u pleiten voor verdere schuldaflossing. Hoever dan verstandig is, zeg ik ook tegen de heer Dieleman, die daar net een ander geluid liet horen, hoever verstandig is voor een gemeente in onze fase, een ontwikkelgemeente, waar nog grote projecten lopen de eerstkomende jaren, dat is toch wel een vraagstuk. Een vraagstuk, dat wel om een antwoord vraagt met een breed draagvlak binnen uw raad. Dus nee, we gaan daar geen groot onderzoek voor optuigen, maar daar een uitspraak over doen, over een referentie voor wat nou een passend schuldniveau is, en misschien is het wel een schuldniveau dat passend is bij de eerstkomende 10 jaar maar daarna weer anders, omdat de grote projecten de komende 10 jaar plaats vinden en daarna niet meer, ik noem maar een dwarsstraat, dat zou ook een uitkomst kunnen zijn, maar we hebben daar wel houvast nodig, want anders blijf ik opboksen tegen diverse geluiden in uw raad van mensen die zeggen: hoe minder schulden hoe beter, en van mensen die zeggen: nee, ho even, we hebben een bepaald schuldniveau nodig. Daar begint het wel mee. Het begint met schuldenaflossing en vervolgens met het goed maken van het wegvallen van de dividenden.

Ik zeg even in de richting van de raadsleden die zeggen: is het niet erg veel duurzaamheid? Wat daar opgemerkt wordt over revolverende fondsen, dat gaat niet perse over revolverende fondsen energiebesparing. Er zijn ook revolverende fondsen, die worden beheerd, die gaan over startersleningen. Dat is ook een vorm van een revolverend fonds. Je kunt zeggen, dat dat ook met duurzaamheid te maken heeft, namelijk met het toegankelijk maken voor weinig kapitaalkrachtigen van wonen. Dat thema revolverend fonds gaat dus over heel veel. Tegelijkertijd is het niet makkelijk, ik heb het vaker gezegd, maar ik herhaal het ook graag, om daar echt rendement mee te maken. We hebben recent als gemeente de duurzaamheidslening beschikbaar gemaakt voor onze inwoners. Het rendement daarop voor de gemeente is exact nul, omdat de rente-inkomsten nodig zijn voor de beheerkosten. Daarmee is het niet onverstandig, maar tegelijkertijd is het daarmee nog niet echt een renderende propositie voor de gemeente. Nutsbedrijven, dat hebben we snel opgeschreven, maar tegelijkertijd weten we dat een Dunea voor ons geen optie is om in te investeren. Die hebben voldoende. Het gaat op dit moment echt alleen maar over Stedin en zelfs dat is nog onzeker, of we daar een aantrekkelijke optie in vinden. Dus het blijft wel weerbarstig, zeg ik in alle eerlijkheid.

We hebben ook rekening te houden, dat zeg ik richting raadsleden die hebben gesproken over ‘let op, dat je niet de markt gaat nadoen’, we hebben gewoon ook rekening te houden met de wet markt en overheid en met beperkt draagvlak, hoewel ik de geluiden wel goed versta, maar toch beperkt draagvlak voor het al te ruimhartig inzetten van Eneco-middelen in het goed maken van lagere grondopbrengsten in grondexploitaties. Soms ontkomen we er niet aan. Niet elke grondexploitatie rendeert. In Bleiswijk hebben we heel mooie dingen gedaan, een aantal jaar geleden, en dat heeft onderaan de streep geld gekost. U weet ook, dat Wilderszijde een prachtige wijk wordt, maar ook een maatschappelijke investering vraagt. Maar bij voorbaat zeggen: we gaan een groot deel van Enecomiddelen inzetten om toch een nieuwe woningcorporatie te starten of dat type zaken te doen, ik proef daar toch maar beperkt draagvlak voor bij uw raad, in alle eerlijkheid. Waar ik wel veel draagvlak voor proef is voor investeringen die Lansingerland structureel verbeteren. Ik moet alleen even iets recht zetten. De zin waaraan werd gerefereerd over financieel maatschappelijk rendement, die is niet zo bedoeld. Ik snap dat die zo kan overkomen, dat elke investering of elke uitgave, zo moet ik het zeggen, dat die perse en financieel en maatschappelijk rendement moet hebben. Nee, zo is het niet. Zo kan het ook niet zijn.

Bijvoorbeeld iets met vervoer of iets met wonen of iets met het versterken van bedrijventerrein voor misschien wel de glastuinbouw, misschien wel het hortiscience park in Bleiswijk, dat heeft misschien wel helemaal geen financieel rendement, maar wellicht een buitengewoon groot economisch rendement. U weet waarschijnlijk dat het fonds economische structuurversterking van de rijksoverheid ook echt zo was ingezet, die grote uitgaven naar, noem eens wat, onderzoek naar nanotechnologie, die renderen niet direct, maar indirect renderen ze waarschijnlijk erg goed. Dus dat type uitgaven zien we ook zeker voor ons als college. Maar het begint wel met goed op onze zaak letten en ervoor zorgen dat we toch nieuwe bronnen van inkomsten verwerven en die rente-uitgaven reduceren. Dan een thema, dat bij diversen van u naar voren werd gebracht: de participatie. Ook daar misschien even een nuancering op een boodschap, die sommigen van u eraan hebben ontleend. De bedoeling van het college is niet om geen participatie te introduceren rondom dit thema. Wat we wel voor ons zien, het is een gedachte, we moeten er nader over nadenken en u heeft er ideeën over, wat we wel voor ons zien is om in een sessie à la de 10 accenten in het sociaal domein om op een dergelijke manier met u als raadsleden goed na te denken over: wat zijn de prioriteiten? Dat begint overigens niet vanaf een blanco papier.

Ik hecht er ook wel aan om u even te wijzen op de passage die zegt: we hebben als startpunt echt die omgevingsvisie. Die omgevingsvisie kent speerpunten. Die zegt: Lansingerland heeft zijn sterktes in vindingrijk zijn, ondernemend zijn, verbonden zijn aan de metropool. Die thema’s daarin zijn ook keuzes. En die keuzes zijn gemaakt door u en gemaakt met buitengewoon veel participatie van maatschappelijke organisaties. Dus ik denk dat het ook belangrijk is om die eerdere participatietrajecten recht te doen en daarop voort te bouwen en vervolgens u goed te horen. Om dat te doen, zeg ik in reactie op de mensen, die zeggen: is het niet een beetje laat om er pas bij de kaderbrief over te spreken. Om dat te doen bij een soort van beeldvorming, voorafgaand aan de bespreking van de

9/19

kaderbrief. De inbreng van het college in die beeldvorming, misschien via een aantal medewerkers, zou u dan kunnen lezen als het concept toetsingskader. Daar spreken wij vervolgens nader over, daar geeft u uw inbreng over, bijvoorbeeld op de wijze die is gekozen bij de 10 beleidsaccenten, waar ik goede verhalen over heb gehoord. Vervolgens zouden we kunnen kiezen bij de kaderbrief voor zowel het vaststellen van het toetsingskader als, op basis van de kennis die we dan hebben over het resterende bedrag, als voor de globale bestedingsrichtingen. Dan weet je: er gaat een stuk naar bestedingsrichting A, een stuk naar energietransitie, een stuk naar economie, een stuk naar vervoer, een stuk naar noem maar op, waar we maar op uit komen, dit zijn slechts willekeurige voorbeelden. Als je die globale richting kent, dan is het heel belangrijk, u heeft daar gisteren ook over gesproken in de commissie ruimte, om een heel keurig participatieproces verder vorm te geven. Het geeft natuurlijk geen pas om bij wijze van spreken de investeringen voor het hortiscience park te doen zonder meenemen van de belanghebbenden rondom dat thema. Hetzelfde geldt voor de andere thema’s bij de bestedingsrichtingen die er zijn.

Maar voorafgaand, bij het bepalen van het toetsingskader, nemen we heel graag kennis van alle enquêtes in de Heraut en Hart van Lansingerland, die er mee zou starten, of andere peilingen die er zijn, maar om er separaat de komende maanden tot de kaderbrief een participatietraject over op te tuigen vanuit het college, dat lijkt ons steeds minder opportuun. Gewoon vanwege de goede volgorde der dingen. Leren van andere gemeenten was ook een thema wat diversen van u naar voren brachten. Terecht. We zijn buitengewoon uniek als gemeente, maar in dit opzicht nu net eventjes niet, want er zijn meer gemeenten en ook provincies, die energiebedrijven hebben verkocht. De heer Dieleman noemde ze niet bij name, maar de provincie Brabant en de provincie Gelderland bijvoorbeeld hebben in het verleden goed veel geld verdiend met de verkoop van Essent, als ik het wel heb. Die hebben daar goede dingen mee gedaan en ook minder goede dingen. Het is goed om die lessen tot ons te nemen, dus daar nemen we zeker kennis van en daar studeren we op. Er gaan ook een hoop dingen niet goed. Wij zijn echt nog een van de weinige gemeenten, die niet al een deel van de Eneco-middelen hebben aangewend. In Den Haag is er een groot programma mee opgetuigd, hun duurzaamheidsprogramma, maar in andere gemeenten, zoals in Rotterdam, is er een gat in de grondexploitatie mee gedicht.

Dus we kunnen om ons heen kijken en constateren, dat er niks te leren valt bij bepaalde gemeenten, maar niettemin is het waardevol om ons goed te oriënteren, zodat we het wiel niet helemaal opnieuw uitvinden. Ik heb al gezegd: het gaat niet over duurzaamheid alleen. Het gaat over het verbeteren van onze gemeentelijke structuur en wel op de lange termijn. Dus nee, we gaan er op korte termijn geen gaten mee dichten. Structurele uitgaven verdienen structurele inkomsten en dit is incidenteel geld. Daarmee gaan we niet de structurele uitgaven compenseren. Iedereen, die dat heeft bepleit, schud ik graag de hand. Dus we willen inderdaad structurele effecten bewerkstelligen. Structurele effecten gaan over welvaart, maar ook over welzijn. Veel breder kan ik het niet maken, maar dat is inderdaad hoe het bedoeld is, hoe het ook in de brief staat wat mij betreft. Zichtbaar, tastbaar, voelbaar, meneer Van Doorn, u heeft die gevleugelde uitspraak vast teruggelezen in de brief, die zijn inderdaad afkomstig uit het gesprek dat wij hebben gevoerd en die zijn als zodanig herkenbaar in deze brief en op een passende manier, kan ik me zo voorstellen, ook in het toetsingskader.

De fractie van D66 heeft nog specifiek iets opgemerkt, weliswaar als een vraag naar andere fracties, maar ik wil toch ook maar even mijn duit in het zakje doen, iets over de corona-effecten en wellicht het doen van lokale investeringen om dat wat te verzachten. Ik denk dat die twee elkaar goed versterken. Wat we doen en wat we beogen te doen met de Eneco-middelen en het verzachten van de impact van corona. Niet dat wij als Lansingerland de volgende NOW of TOZO regeling gaan inrichten, dat is niet onze rol als gemeente wat het college betreft, maar wel doordat juist het doen van die goede investeringen in aantrekkelijke centra of in de vitaliteit van de tuinbouw of in de bereikbaar, die helpen natuurlijk die ondernemers, de ZZP’ers, MKB’ers en het grootbedrijf met het weer boven Jan komen post corona. Op heel korte termijn, dat moet ik wel toegeven, zal dat niet de pijn van het bedrijf, dat nu op het randje van een faillissement staat, verzachten. Ik denk dat dat niet mogelijk is vanuit de gemeente. Een horecagelegenheid, die het buitengewoon zwaar heeft, uiteindelijk kunnen wij daar als gemeente beperkt iets aan doen. Als we dat al zouden willen, dan is het niet perse passend om daarvoor naar de Eneco-middelen te kijken. Tot slot voor de eerste termijn, en dan hoop ik dat ik de belangrijkste punten heb geraakt, nog even ingaand op de laatste bijdrage van mevrouw Verhoef.

Zij zegt: kijk heel goed naar de effecten, de financiële effecten van het aflossen van leningen, want je kunt jezelf daarmee armer maken met op het verkeerde moment aflossen van de verkeerde lening. We willen inderdaad voorkomen, dat ondanks uw aanmoediging van diversen van u, dat we nu zover aflossen van misschien wel heel aantrekkelijke leningen, dat we die over 3,4, 5 jaar als Wilderszijde weer volop in ontwikkeling is, weer nieuwe leningen moeten afsluiten, die duurder zijn dan het geld dat we eerder beschikbaar hadden. Dus inderdaad, de financiële aantrekkelijkheid van elke aflossing die beschouwen we op zijn merites. Daar zullen wij u van op de hoogte stellen. Maar heel veel meer creatieve oplossingen t.a.v. het omgaan met onze leningenportefeuille dan al of niet aflossen, al of niet herfinancieren, die overwegen we op dit moment niet. In antwoord op uw vraag over creatieve zoektochten. Dat was het voor mijn eerste termijn, dank u wel.

10/19

Tweede termijn De heer Van Doorn, L3B: Het is fijn om te zien dat op heel veel aspecten overeenstemming is. Dat geeft wat ons betreft veel vertrouwen voor het voor ons liggende proces. Ik denk dat dat misschien wel de belangrijkste conclusie van vanavond is. Dat zie je vooral terug op de schuldenreductie. Even reagerend op de wethouder: ik denk dat ons programma voldoende duidelijkheid geeft over wat wij een passend niveau vinden. Daar hebben we toch die benchmark niet voor nodig. Wij geven daar in ons verkiezingsprogramma dan wel coalitieakkoord best goed richting in, maar dat terzijde. De overeenstemming dat de resultaten, dat heb ik inderdaad in het gesprek aangegeven, dat die zo breed mogelijk in de samenleving zichtbaar, tastbaar en voelbaar moeten zijn, dat is voor ons inderdaad een belangrijk kader, zodat mensen denken: dat geld komt terecht waar het hoort en dat is in die samenleving. Dat zijn belangrijke elementen. Ik ben toch blij, dat we in deze discussie scherpte hebben aangebracht in de zin waar maatschappelijk en financieel rendement niet te eng moet worden toegepast. Dat is dan maar goed duidelijk geworden vanavond. Dat is ook de meerwaarde van deze bespreking. L3B blijft wel benadrukken, ik voel eigenlijk in de commissie daar wel steun voor, voor het uitgangspunt van waar mogelijk de samenleving wel betrekken met vragen.

Over vorm en moment kunnen we per thema bepalen als het passend is, maar L3B zal er in ieder geval scherp op letten en ook naar kijken dat het gebeurt. In de eerste termijn gaf ik zelf al wat voorbeelden: veiligheid, technische innovatie, bereikbaarheid, flexibel OV, maar ook op dat wonen, vergroten van sociaal bereikbare woningen, los van de vorm, of dat nou in een lening moet of in een fonds of in een subsidie. We hebben ook nog de problematiek in de gemeente, die zal ontstaan door bodemdaling. Dat zijn allemaal elementen, die we in de meest brede zin moeten toepassen. Andere fracties kwamen ook met heel interessante denklijnen. Het is niet allen ons idee, dat moet erin, nee, ik heb veel interessante lijnen gehoord en die moeten we verder uitlopen. Wat ons betreft, dat is echt een punt dat ik afrondend nog wil maken, door zoveel mogelijk het betrekken van inwoners, bedrijfsleven en verenigingen, want ik ben wat minder angstig voor het eendimensionale, zoals meneer Dieleman dat zei. Ik heb het volste vertrouwen in de samenleving, dat we dat veel breder kunnen, dan meneer Dieleman dat misschien aanneemt. Dank u wel. Mevrouw Verhoef: Ik had nog een vraag voor de heer Van Doorn. Hij is net als wij een voorstander van toch ook kijken hoe we deze middelen kunnen gebruiken om te zorgen voor meer sociale of in ieder geval betaalbare woningen voor de huidige en toekomstige inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=ca3c8e2e-98f1-4b5b-a786-e1e3f9a1f97c