BV21.0004 Verslag commissie Ruimte van 12 januari 2021
Tekst van het document
De voorzitter: Ik heb gehoord, dat er een voorstel komt in de vorm van een brief, hoe de komende periode, de tussenliggende periode voor de omgevingswet, hoe e.e.a. ingevuld gaat worden naar de inzichten van het college. Tweede termijn De heer Markus, CU: Dank aan alle collega’s en college voor de input. Sommigen blikken terug en geven aan, dat we echt stappen moeten zetten op dit vlak. Dat erkent en herkent iedereen, dus dat is een heel mooi eensgezind begin van het nieuwe jaar. In die zin ook wel mooi symbolisch, dat het eerste bespreekpunt van het nieuwe jaar ook gaat over het versterken van burgerparticipatie, een onderdeel daarvan. We hopen, dat het meer is dan een symbolische stap. Als ik het college en de collega’s goed begrijp, gaan we hier echt mee aan de slag de komende jaren. In een toch wel vreemd begin van een jaar, waarin er veel speelt in onze gemeente, toch een mooie start. Ik wil een paar vragen langs gaan. We zijn het inderdaad in grote lijnen met elkaar eens, maar ik wil toch een paar dingen aanstippen. Iedereen is het erover eens, dat er een kader moet komen. Iedereen is het er ook mee eens, dat er in initiatieven niet echt een verschil zit, dus dat is mooi. Wie moet nou de regie nemen? Iedereen zegt: dat moet de initiatiefnemer zijn, wie dat dan ook moge zijn. De heer Blonk geeft aan, dat L3B erover twijfelt.
De heer Blonk geeft in zijn eigen bijdrage ook het antwoord op die twijfel, want hij geeft aan: als je als gemeente een traject trekt, wat eigenlijk bij een ander ligt, ja, hoe moet je jezelf dan controleren, dat is een beetje lastig. Volgens mij geeft hij daarmee impliciet antwoord op uw eigen twijfel. Als gemeente moet je wel iemand kunnen controleren. Als je dat zelf bent in een traject van een anders, is dat heel lastig. Niet om u te overtuigen, maar misschien kan ik u in die twijfel wat helpen. De VVD geeft terecht aan: wat tot aan de periode dat er een nota ligt? Dank voor de toezegging vanuit het
11/22
college, dat ze daar met een brief komen. Volgens mij is de geest van hoe we dat willen invullen hier vanavond verteld, dus die brief heeft u binnen een half uur opgesteld, dan kunnen we aan de slag met elkaar. Moet een initiatief naar de raad als bestemmingsplan? Daarvan zegt eigenlijk iedereen nee, maar CDA en GL geven aan: het kan wel naar de commissie. Daar zijn wij het niet mee eens, want dan gaan we weer in de commissie de discussie voeren over het feit, dat de participatie niet goed is doorlopen. Dat weten we al, dat is namelijk een feit. Wat ons betreft is het goed doorlopen conform de handleiding of handreiking, hoe we het ook willen noemen, van participatie echt een vereiste voordat het stuk door ons besproken wordt. Het mag niet zo zijn, dat initiatiefnemer de kantjes ervan af loopt en dat wij dat dan moeten gaan bespreken. Dat vind ik echt te ver gaan. En ik vind het ook een hele goede stok achter de deur richting initiatiefnemer, dat hij echt de zaak goed op orde moet hebben. Wij blijven erbij, dat het ook niet naar de commissie gaat, het moet echt goed doorlopen worden. Wanneer moeten we geïnformeerd worden? We moeten ook aan rolvastheid doen, ik herken die discussie erg vanuit de heer Jumelet. Het is ook lastig. Daar gaan we met elkaar vast wel uit komen als we hier nader met elkaar over komen te spreken.
We moeten ook niet op de stoel gaan zitten van, maar ik denk dat het goed is dat we geïnformeerd blijven. Daar moeten we met elkaar wel uit zien te komen. Nogmaals dank, ik vind het een mooie start. Laten we aan de slag gaan met die participatieverordening. Het is wat ons betreft zeker onderdeel van bredere burgerparticipatie. Dank. De heer Machielse, VVD: Een korte reactie mijnerzijds. Ik wil alle fracties bedanken voor hun bijdrage en de wethouder voor de gedane toezegging. Ik kan dan ook niet anders dan besluiten, dat ik geen nadere inbreng te geven heb aan dit bespreekstuk. Dank u wel. De heer Muis, D66: Ik was nog even aantekeningen aan het maken, ik wist niet dat meneer Machielse zo snel was. Constructief, veel overeenstemming in de commissie. Ook dank aan de wethouder, die al gelijk een brief en een voorstel toezegt. Ik wil een paar punten meegeven, die misschien al impliciet langs zijn gekomen. Wat ik toch wel even lastig vond om te horen, maar dat snijdt ook wel een ander punt aan van de heer Xhemaili, die aangeeft: we moeten niet teveel meegaan in klachten van omwonenden. Daar gaat het nu juist niet om. Het gaat nu juist niet om die inhoud, het gaat juist om kaders voor participatie voor een goed proces. Het punt dat de heer Xhemaili aanhaalt, dat moeten we in een aparte discussie aan de orde stellen.
Dat heeft te maken met: geeft de raad zich wel voldoende rekenschap van de kaders, die we zelf hebben gesteld, bijvoorbeeld met een structuurvisie. Of: in hoeverre zit het college daar goed boven op? Daar gaat het vanavond niet over. Het gaat meer om: zijn de regels, spelregels, voor participatie nu duidelijk? Wat kunnen we daaraan verbeteren? Het gaat niet zozeer om die inhoud. Wanneer stuur je een stuk terug als dat niet zou voldoen? Iedereen is het erover eens: het zou niet in de raad moeten komen. In de commissie, gaf de heer Markus aan, dat is ook lastig, daar zou je het ook niet willen hebben. Allerlei partijen hebben daar een rol in. Hoe komt een stuk in de commissie? Wie kijken daar naar? Wie kan er kijken namens de ambtelijke organisatie? Dan kom ik op het punt van de heer Blonk, die aangaf: een accountmanager burgerparticipatie zou in voorstellen kunnen letten op een paragraaf burgerparticipatie. Is dat hier wel of niet gevolgd? Is het dan geschikt om door te sturen naar de commissie? Zo zijn er allerlei dingen te bedenken om te voorkomen, dat het in de commissie komt of zelfs in de raad belandt. Dan nog een paar schoten voor de boeg voor de participatieverordening. Je zou zeggen: het college zorgt dat vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangegeven binnen welk kader een ontwikkeling past. Het zijn misschien open deuren, maar ik geef ze toch maar mee.
Het college zorgt er ook voor, dat vanuit de ambtelijke organisatie wordt gewezen op het verschil in rol en bevoegdheden tussen raad en college, zodat niet achteraf onduidelijkheid is van wie waar verantwoordelijk voor is of waar een besluit over heeft genomen. College en ambtelijke organisatie zorgen ervoor, dat ze bij een eerste aanvraag en in contact tussen gemeente en ontwikkelende partij vereisten voor participatie noemen, mee geven en ook aangeven, dat het later in het proces gecontroleerd zal gaan worden. In een raadsbesluit wordt de zorgvuldigheid van het proces mee gewogen. Daar moet je dus kunnen herleiden wie daar dus eerder mee hebben ingestemd, dat het stuk verder kan in de besluitvorming. Et cetera. Ik denk dat het college en de ambtelijke organisatie er zelf ook hele goede ideeën over hebben, hoe zo’n verordening eruit moet zien. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Daar ben ik weer. De wethouder geeft aan, dat er in maart een brief komt, u gaf dat ook aan in uw samenvatting, met de eerste participatie-inzet t.a.v. particuliere ruimtelijke ontwikkeling. Ik heb toch nog een vraag aan de wethouder daarover.
Hoe ziet zij dat nou in relatie met de ontwikkeling van het gehele participatiebeleid, waarvan wij de eerste beeldvorming op 10 februari hebben? Loopt zo’n brief tussen het andere beleid door? Ik kan het niet helemaal volgen, want dan wordt het een beetje een ratjetoe, maar misschien zie ik dat te somber, dan laat ik me het graag door u duidelijk maken. De heer Markus wil graag de twijfel bij me wegnemen. Die twijfel heb ik aangegeven, maar ik heb het direct daarna in de eerste termijn genuanceerd. Want ik heb gezegd: als het bij die particuliere initiatiefnemers zit, moet er wel een goed draaiboek zijn om te toetsen of er is voldaan aan die goede participatie. Ik twijfel: als we dat niet hebben, dat goede toetsingskader daarvoor, zodat wij achteraf
12/22
kunnen toetsen of ze het wel of niet goed gedaan hebben, maar daar komen we lopende het traject pas achter, dan moeten wij wel die particuliere initiatiefnemer daarop kunnen aanspreken. We moeten hem niet alleen aanspreken, maar we moeten ook maatregelen kunnen nemen. Die moet ik zeker hebben. Als dat zeker is, is mijn twijfel weg. In die zin wil ik dat nog even aangeven. Zo’n accountmanager, ja, ik denk dat er in ieder geval één centrale figuur, één centrale medewerker, in de gemeente aangewezen moet worden voor al die burgerparticipatie. Dat hij sturend is in wat voor onderwerp dan ook. Of dat een sportnota is of een ruimtelijke ontwikkeling of een cultuurhuis. Die burgerparticipatie moet centraal geregeld worden daarin. Ik heb nog een punt, dat ik in de eerste termijn heb willen aangeven, maar toen was mijn tijd op. De 3 fracties schrijven in de achtergrondinfo, ik citeer: de gemeenteraad moet voordat de omgevingswet in 2020 van kracht wordt een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W niet naar de raad voor activiteiten, die in strijd zijn met het omgevingsplan. Toen ik dat las, dacht ik: dat moeten we niet hebben. L3B vindt, dat de raad dat moet kunnen regelen, anders komt de raad volledig buiten spel te staan en dat tast de volksvertegenwoordigende rol van de raad aan.
Misschien dat één van de indieners hierop kan reageren. Tot slot wil ik namens mijn fractie L3B de heer Aardoom een compliment maken, graag doorgeven aan de KSB, over de wijze waarop de KSB participeert in het project de Merenweg en Lange Vaart. Dat was het. De heer Markus: Het is een vraag, die niet beantwoord kan worden, omdat het uitkomt op kennis van omgevingswet. Wat ik begreep, is dat de raad nog wel een beslissing moet nemen in welke gevallen wij wel of niet erbij betrokken worden. Daar moeten we een keus maken, in welke gevallen we nooit, wel of niet. Dus daar komen we zeker nog over te spreken het komende jaar. U heeft uw standpunt al gedeeld hoe uw partij daar in zit. Ik heb geen antwoord, maar ik weet wel, dat we daar het komende jaar nog over gaan spreken. De heer Blonk: We wachten het af. De heer Van der Stelt, CDA: Prettig om te constateren, dat we als commissie toch behoorlijk, zo niet volledig, eensluidend zijn in wat we voor staan met het participatietraject, hoe we dat willen verbeteren. Nogmaals dank aan D66, VVD en CU om dit nu op te brengen. Volgens mij moeten we gewoon aan de slag. Dat doen we, wat mij betreft, met het college, maar het is ook prima om uit de raad een clubje samen te stellen om daar zelf mee aan de slag te gaan.
Wat ik al noemde in de eerste termijn, vind ik het ook belangrijk, dat we daar inwoners bij betrekken, zoals de heer Aardoom en de vereniging die hij vertegenwoordigt, dat lijkt me heel belangrijk. Wat betreft het al of niet hebben van een rol voor de raad of voor de commissie: het lijkt me goed om dat gaandeweg in de uitwerking nog eens even te beschouwen of dat zinvol is of niet. En zo ja, waar we dan in het bijzonder aan denken. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Om gelijk aan te sluiten bij het punt rondom de centraal geregelde burgerparticipatie, zoals meneer Blonk aangaf, dat hij er een groot voorstander van zou zijn, dat er één persoon is die dat allemaal toetst: ik zou er zelf geen voorstander van zijn, want uiteindelijk denk ik, dat door de hele ambtelijke organisatie dit een duidelijk onderwerp moet zijn bij planvorming, of het nou ruimtelijke ordening is of anderszins, en op het netvlies moet staan. Zeker de komende periode, als zo’n verordening tot stand gekomen is, dan moet het complete ambtelijke apparaat daar wel notie van nemen. En dat daar op getoetst wordt door het college bij voorstellen. Op het moment, dat je het bij één persoon legt, dan zal het nooit in het DNA van de ambtelijke organisatie komen.
Wij zijn er wel groot voorstander van om dat in de volle breedte de ambtelijke organisatie mee te geven, dat dat een standaard onderdeel is van planvorming, zoals ook andere dingen onderdeel zijn van planvorming. We hopen, en daar zijn we graag voor in, om te participeren, zou ik haast zeggen, om mee te doen in de totstandkoming van de gedachtenvorming rondom deze verordening. Als we 8 jaar terug kijken en ook 8 jaar vooruit kijken, dan is het inmiddels 2029, dan hoop ik dat we dan inderdaad wel mogen constateren, dat we op de goede weg zijn, in tegenstelling tot wat de heer Blonk en ik aan het begin memoreerden aan de hand van het rapport dat in 2012 werd omarmd. Op het moment, dat we hier echt mee aan de slag gaan, dan legt het ook wel een verplichting op onze schouders neer om burgerparticipatie echt tot een succes te maken. Ik dank u wel. De heer Blonk: Ik heb een interruptie op wat de heer Jumelet zei over de accountmanager burgerinitiatief. Hij is er niet zo’n voorstander van. De heer Jumelet: We hebben het over burgerparticipatie, niet burgerinitiatief. De heer Blonk: Klopt, ik vergis me. In de aanbeveling van de rekenkamer, aanbeveling 3, staat juist dat het een aanbeveling is om zo’n functionaris aan te stellen. De heer Jumelet: Ja, dat kan.
Maar als je vraagt hoe we daar tegenaan kijken: wij vinden zeker als je kijkt met het oog op de komende periode, dat het echt in de vezels van de organisatie moet gaan zitten. Op het moment dat je komt met een voorstel, dat je komt met beleidsontwikkeling, dat je komt met wat dan ook, dat burgerparticipatie gewoon een standaard onderdeel is. Dan zijn we misschien wel een stap verder dan hetgeen de rekenkamer aangeeft. Zoals ook vaste onderdelen bij beleidsontwikkeling, dat burgerparticipatie gewoon een vast onderdeel is. Wij zijn dan misschien wel een stadium verder, maar dat zou wat ons betreft de ultieme situatie zijn om vorm en inhoud te geven aan burgerparticipatie. We hoeven het niet eens te zijn. De heer Blonk: Ik begrijp dus, dat de heer Jumelet zegt van die aanbeveling 3 van de rekenkamer, dat hij dat niets vindt. Dat doen we niet. De heer Jumelet: Dat zou een eerste stadium kunnen zijn, maar het volgende stadium is wat ons
13/22
betreft, dat het echt in de vezels van de organisatie terecht komt. Op het moment dat het stopt bij één functionaris, dan wordt het nooit iets zoals we het graag zouden willen hebben. In die zin is het een goede eerste stap, maar wat ons betreft gaan we een stap verder. Dat is dat het dan echt in de vezels van de organisatie komt. De heer Blonk: Ik denk, dat we het dan met elkaar eens zijn. Je hebt zo’n iemand een jaar of twee, drie nodig om er in ieder geval voor te zorgen, dat het breed in de organisatie zit. De heer Jumelet: Daar zijn we het direct over eens, dat het een aanjager moet zijn. Maar uiteindelijk moet het wel zo zijn, dat het in de organisatie terecht komt. We zijn het met elkaar eens, fijn. Mevrouw De Geus, GL: Dank aan de wethouder voor de toezegging, die ze zojuist gedaan heeft. Ik wil even iets recht zetten, wat ik in de eerste termijn gezegd heb. Daar ben ik op gewezen door andere fracties in deze tweede termijn. Ik heb iets gezegd als dat een stuk wel naar de commissie kan als het niet helemaal het participatietraject goed doorlopen heeft. Terwijl ik ook zeg, dat het niet naar de raad kan, want dat is zonde van de tijd. Dat geldt natuurlijk ook voor de mensen in de commissie, dus ik wil dat terug trekken. Ik vind ook, dat het dan niet naar de commissies kan. Ik dacht: dan kunnen we in de commissie kort sluiten of het allemaal wel of niet klopt.
Maar dat is natuurlijk onzin. Het kan pas naar de commissie als het allemaal in orde is. Dank u wel, dat was het. De heer Xhemaili, PvdA: Ik heb an sich niets extra’s te melden. Ik wil de wethouder bedanken voor haar toezegging. Mijn fractie kijkt uit naar de stukken, die naar ons toekomen. Dank u wel. De voorzitter: Er ligt toch nog een vraag van de heer Blonk. Hoe zit het met de burgerparticipatie, welke nog in februari over ons heen komt? En de brief, die u aan ons gaat sturen. Wethouder Arends: Ik begrijp de heer Blonk, dat hij daar wat meer duiding op wil hebben. We hebben veel gesproken over breed burgerparticipatie, wat valt onder de heer Fortuyn en waar 10 februari een beeldvormende avond over komt. Dan zitten we in de voorbereiding m.b.t. alles rondom de omgevingswet, waar ook burgerparticipatie, beleid en een verordening voor gemaakt moet worden in samenspraak met u. Dat gaat over de ruimtelijke ordening. En vanavond spreekt u voornamelijk over het bespreekstuk m.b.t. particuliere initiatieven. We hebben met elkaar geconstateerd, dat er eigenlijk nu niet een set van afspraken of kaders is hoe dat nu vorm gegeven wordt.
Wat het college u wil geven is een brief in maart om vooral op dat onderdeel, met de inhoudelijke discussie die u vanavond gevoerd heeft, een richting te geven van hoe het college dat in de tijd totdat al die andere plannen vast gesteld worden, in samenspraak met u, hoe het college kijkt naar de particuliere initiatieven en hoe daarmee de burgerparticipatie vorm gegeven zou moeten worden. Ik hoop daarmee meer duidelijkheid te geven. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie verder geen vragen meer. Dan beëindig ik hierbij het onderwerp participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen. 5.b Prestatieafspraken 2021 gemeente, corporaties en huurdersvereniging Lansingerland De voorzitter: De vraagstelling is: wat ziet de raad als rol voor zichzelf in dit hele traject. De heer Meester, L3B: Er is al een aantal keer een opmerking gemaakt over rolvastheid van de raad. In mijn visie spelen die convenanten een rol in de uitvoering. Dat zou ik dus graag over willen laten aan het college. Ik ga ervan uit, dat ze het uitvoeren, zoals het beleid door de raad is vast gesteld. Als dat het geval is, heb ik er niets op aan te merken. Maar nu is op 8 januari nog een nagekomen brief geweest en die meldde, dat de woonvisie eraan komt. De woonvisie is juist het beleid, waarvan ik vind dat de raad dat zou moeten vast stellen.
Dat moet ook de basis vormen voor de convenanten en voor andere afspraken, die het college maakt met de corporaties en de huurdersvereniging. Wij wachten op die nota toch wel met enig ongeduld, want in één van die stukken staat, dat er een wachttijd van 81 maanden voor een sociale huurwoning geldt. Dat vinden we toch onduldbaar. Wij verzoeken het college uiterste spoed te betrachten. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: In het verlengde van wat de heer Meester zojuist naar voren bracht, denk ik dat het goed is om ons te realiseren welke brief hier nu voor ligt. Het college heeft de raad een statusbrief gestuurd: het is ons weer gelukt om de afspraken met de woningbouwcorporaties en de huurdersvereniging vast te leggen voor het nieuwe jaar, geheel conform uw beleid en er zijn geen afwijkingen. Als u mij sec vraagt om de vraag te beantwoorden, die u zojuist stelde in de introductie, voorzitter, dan zie ik voor mijzelf als raadslid geen rol weg gelegd in het proces van de jaarlijkse afspraken. In dit geval. Als daar natuurlijk afwijkingen zijn of het lukt niet of we moeten bijsturen, dan graag, maar ik ga er voorzichtig van uit, misschien dat de wethouder daar iets over kan zeggen, dat zij dan ook zelf zou komen met: hé, ik kom er niet uit, wat wilt u dat ik ga doen, raad? Maar in dit geval,
14/22
waarbij gewoon afspraken zijn gemaakt conform onze woonvisie, die nog gewoon geldig is voor het jaar waarvoor de afspraken zijn gemaakt, voel ik niet zo de behoefte om me daar in te mengen. Ik denk wel, dat het goed is, om heel even vooruit te blikken naar hoe het proces naar die nieuwe woonvisie eruit gaat zien. Gaan we daar ook werken met een nota van uitgangspunten? Dat we even in een vroeg stadium als commissie en als raad even bij elkaar zitten en zeggen: wat verwachten we nu van de nieuwe woonvisie? Want dat is uiteindelijk wel de visie, waarvoor meerdere jaren deze afspraken uit voort gaan vloeien natuurlijk. Maar dan ga ik wel een beetje off topic, want sec de vraag die u mij stelde, welke rol ziet u voor uzelf: ik zie eigenlijk geen rol voor mijzelf in dit proces. Ik heb een beetje de vraag aan de andere fracties: vinden we dat dit soort brieven geagendeerd moeten worden? Geen enkele fractie heeft dit willen agenderen, dat heeft de agendacommissie voorgesteld, wat an sich een prima besluit kan zijn, maar ik heb niet de behoefte om jaarlijks te reflecteren op afspraken, die conform ons beleid gemaakt worden. Misschien dat de andere fracties daar ook even hun licht over kunnen laten schijnen. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Als commissie worden wij in de gelegenheid gesteld om mee te denken over de prestatieafspraken voor 2022/23.
Daarbij helpt, dat wij inzicht hebben gekregen in het convenant van dit jaar. Daar een antwoord op geven, is niet zo eenvoudig, want er hangen heel veel onzekerheden in de lucht, zoals ook de vorige sprekers zojuist hebben aangegeven. Zo wordt er momenteel aan een nieuwe woonvisie gewerkt, waarvan de inhoud voor de leden van deze commissie onbekend is. Daarnaast heeft de provincie de gemeente gevraagd haar bod m.b.t. de sociale woningbouw, dat voor 1 februari bij de provincie binnen moet zijn. Maar bij ons is het bod niet bekend, dus wij kunnen daar op dit moment ook niets over zeggen. Toch probeer ik aan de hand van het convenant, dit als leidraad gebruikend, een aantal aandachtspunten naar voren te brengen. Als eerste denk ik dan aan de doorstroming, want hier wordt toch een laag resultaat geboekt. Doorstroming is noodzakelijk om grotere woningen vrij te maken voor jonge gezinnen. Dit kan door te bouwen voor empty-nesters, maar zorg er dan ook voor, dat de vertrekkende bewoners een reële keuze krijgen. Pas dan kan ook de doorstroommakelaar betere resultaten boeken. Wat in het convenant van 2021 opvalt, en daarmee ook een aandachtspunt is, dat er geen actieve aandacht wordt gegeven aan de middenhuur, alhoewel dit al eerder is bepleit en aan de orde is geweest in deze commissie.
Ik heb in mijn notities terug gevonden, dat was toen we het hadden over het bestemmingsplan van de wethouder Schippersstraat op 5-2-2019. Toen gaf de wethouder aan, dat het college toename van de middenhuur woningen wenste. Het ontbreken van middenhuur woningen is een groot hiaat in het woningbestand van Lansingerland. Daarom hier op deze plek toch een appel aan het college om mogelijkheden te creëren via regelgeving en/of financieel, zodat middenhuur in Lansingerland gerealiseerd kan worden. Bij het hoofdstuk nieuwbouw in het voorliggende convenant viel mij direct op, dat de onderhande projecten niet één locatie voor Bleiswijk gelden. Er worden 10 locaties in Berkel en Rodenrijs genoemd, 2 locaties in Bergschenhoek. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de inwoners in Bleiswijk mopperen en dat het tijd wordt, dat er ook voor hen gebouwd gaat worden. Ik mis ook in het voorliggende document de aandacht voor de flexwoningen, iets waar we het al eerder met elkaar in deze commissie over hebben gesproken. Toen kwam ook naar voren de term spoedzoekers, waar urgentie voor werd gevraagd.
Met betrekking tot de asielgerechtigden heb ik een vraag: zou de wethouder kunnen aangeven hoeveel asielgerechtigden wij als Lansingerland geacht worden in 2021 te huisvesten? En of dit misschien ook tot problemen leidt? Met betrekking tot Woonzorg Nederland, waarvan ik heb gelezen dat er 42 eenheden in Lansingerland zijn en dat die organisatie zich vooral richt op de bijzondere ouderen, is mijn afsluitende vraag: bestaat er een wachttijd voor deze groep? En zo ja, hoe groot is die dan? Tot zover, dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Ik zou bijna op het verkeerde been worden gezet door meneer Van Harn, omdat hij inhoudelijk ingaat op een aantal aspecten. Mijn insteek was meer procedureel van de totstandkoming van de prestatieafspraken. In het verlengde van wat de heer Meester aangaf in zijn bijdrage, stond er bij mij op het papiertje: rolvastheid. Maar de heer Meester heeft hem al genoemd. Ik ben het van harte met hem eens. Wat mij betreft is de woonvisie, die wij gaan vast stellen, het startpunt om de overige drie stappen te kunnen gaan maken. Ik zou graag, hetgeen meneer Van Harn ook aangeeft, bij de bespreking van de woonvisie ook willen bespreken of er specifieke zaken zijn, die ook onderdeel zijn van de woonvisie en die tot uitdrukking gaan komen in de woonvisie. Qua procedure, zoals die nu voorgesteld wordt, of eigenlijk al is, zijn wij het wel eens.
Stap 1 is wat ons betreft: zo snel mogelijk de woonvisie bespreken in deze commissie en in deze raad. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Goed, dat er aan de raad wordt gevraagd op welke wijze zij betrokken wenst te zijn bij de totstandkoming van prestatieafspraken. Een samenvatting van de wettelijke grondtekst en de huidige procesgang was plezierig om te lezen en alles lijkt wat ons betreft qua procesgang reeds goed geregeld te zijn. De woonvisie is het startpunt. Wij kunnen ons dan ook goed vinden bij het in stand houden van deze werkwijze, waarbij het een collegebevoegdheid is om prestatieafspraken te maken. Kijkend naar de huidige afspraken zijn deze zeer sterk geformuleerd, zijn alle belangrijke thema’s en
15/22
doelstellingen gelieerd aan wonen aangehaakt vrijwel compleet. De kleine aanpassingen in het proces zien wij toch voor ons, waarbij de raad input kan meegeven aan het college, waarvan het resultaat schriftelijk wordt teruggekoppeld. Input vanuit D66 is om meer aandacht op middenhuur en verscheidenheid aan woonvormen op te nemen binnen de afspraken. Twee onderwerpen, die het afgelopen jaar meerdere keren besproken zijn in de commissie en raad. Tot zover onze bijdrage. De heer Hofman, CU: Mijn bijdrage gaat in lijn zijn met die van de heren Meester en Machielse. We spreken over de prestatieafspraken voor woningcorporaties voor 2021. Dat het stuk in lijn is met 2020 is te lezen in de stukken. Jaartallen worden meermaals (..) gebruikt, waardoor je weet dat het een copy/paste stuk geweest is. Het vervolgproces is ons helder. We hebben hierop geen verdere input. Zoals ook de heer Meester al aangeeft, is de grote variabele eigenlijk de woonvisie. Die gaat niet heel lang na deze vergadering voor het eerst besproken worden in deze raad. Met de heer Machielse is wat ons betreft de agendering van dit stuk in deze commissievergadering dan ook onnodig en best prematuur met het oog op de woonvisie. Dank u wel. Mevrouw De Geus, GL: In 2021 wordt de raad nauw betrokken bij de totstandkoming van het toekomstgerichte volkshuisvestingsbeleid. Op 8 februari komt hierover een dialoogavond.
De woonvisie wordt door de raad vast gesteld, waarna het college uitvoering geeft aan dit beleid. Het college maakt prestatieafspraken met corporaties en huurdersverenigingen. De prestatieafspraken zijn nu voor 1 jaar, omdat het verwoorden van de toekomstambities samenhangt met de nieuwe woonvisie, die in 2021 gereed is. Dit document vormt dan ook de basis voor de prestatieafspraken voor 2022/23. Hoe willen wij, de raad, betrokken worden in het komend jaar? Wij denken bijvoorbeeld aan dialoogavonden met woningbouwcorporaties om te zien of hun ideeën aansluiten bij die van ons. Eventueel komen we uit op een nieuwe visie. Ook kunnen we doorgaan, zoals het nu geregeld is. Dat is een keuze. Maar er is wellicht meer te halen, dan waar we nu gebleven zijn. Hoe kunnen we de doelstellingen van GL en de raad verwoorden, zodat Lansingerland duurzamer en socialer wordt? Wij willen hier zo actief mogelijk bij betrokken worden, vooral ook omdat wij als GL een afwijkende mening hebben wat sociale woningen betreft. Zoals de provincie het heeft over een extra stap naar meer evenwicht, kunnen er wat GL betreft wel meerdere extra stappen gezet worden naar meer sociale woningbouw. Hier wil ik het bij laten, dank u wel.
Mevrouw Verhoef, PvdA: De vraag is ons gesteld: hoe wenst de raad betrokken te worden bij de prestatieafspraken, met name bij het proces eromheen, en wat geeft u mee? Verschillende fracties hebben het al gezegd: het belangrijkste document, waar we eigenlijk nu op zitten te wachten en waar binnenkort de raad een besluit over zal nemen, dat is de woonvisie, waarin het volkshuisvestingsbeleid is opgenomen. Het college gaat er uitvoering aan geven. De prestatieafspraken zijn daar onderdeel van. Voor 1 juli komen de corporaties dan met een bod met het aantal te bouwen huizen, woningen. En ze gaan daarover dan in gesprek met gemeenten en huurdersvereniging. Als de definitieve prestatieafspraken er zijn, dan worden die op 15 december naar de minister gestuurd en de raad krijgt die ter informatie. Zo staat het heel netjes beschreven in de tekst die wij aangeleverd kregen van het college, waarvoor dank. Het is goed om dat proces nog een keer heel helder te hebben. De PvdA fractie was natuurlijk verheugd, dat er ook in het begeleidende tekstje in IBABS stond, dat er nieuwe en hoge ambities zijn voor de volkshuisvesting. Ze verwijzen in hun brief ook naar de wensen van de provincie, dat Lansingerland veel socialer moet bouwen, namelijk als het aan de provincie ligt, ruim 3.200 extra sociale huurwoningen in het kader van het scenario ‘meer evenwicht’.
Voor nu gaat het college voorlopig uit van iets meer dan 1.000 nieuwe sociale huurwoningen. Dus daar zit een flink gat tussen. Die hoge ambitie bij sociale woningbouw, waar het college in de kleine notitie dan over rept, dat ziet mijn fractie natuurlijk als een heel mooi streven. Graag veel meer dan er nu in de pijplijn zitten. Dat wil ik vanuit de fractie alvast mee geven. Meer en sneller sociaal bouwen. Maar natuurlijk, uiteindelijk brengen de corporaties het bod uit. Tegelijkertijd speelt natuurlijk het verhaal, dat Lansingerland voor 1 februari aan de provincie zicht moet geven op de resterende sociale woningbouwopgave. Het is eigenlijk cruciaal dat het college nu zorgt, strategisch zorgt, dat het bod dat de corporaties gaan uitbrengen voor 1 juli past bij wat het college aan de provincie zal communiceren. Dat moet natuurlijk ook in lijn zijn met de wens van de raad en de woonvisie. De belangrijke taak voor het college, en het is natuurlijk fijn en belangrijk, dat de raad daarin goed wordt meegenomen, soms geïnformeerd en soms ook wordt gevraagd om daar een besluit over te nemen, waar dat ook aan de raad is. Als er dus een grotere behoefte is aan sociale huurwoningen dan er nu kan worden geboden door de twee leveranciers, dan is er mogelijk behoefte aan een derde supplier van dit soort woningen, maar dan loop ik misschien heel erg op de fanfare vooruit.
Daar komen we later misschien nog over te spreken. De prestatieafspraken, zoals ze waren toegevoegd, zijn helder. Verder geen reactie. Ik heb nog 2 vragen aan de wethouder om in deze context misschien toch wat informatie op te pikken. Mijn fractie vraagt zich af of het college al kan zeggen of de beïnvloedingsinstrumenten uit de gemeentelijke notitie wachttijd sociale huurwoningen nuttig blijken te zijn. Of ze in de praktijk hanteerbaar zijn en of er misschien al zicht is op een
16/22
verkorting van de wachttijd voor sociale huurwoningen. Een tweede vraag is of het inderdaad lukt op dit moment om de huisvesting voor asielgerechtigden volgens de taakstelling opgelegd door het rijk uit te voeren. Misschien kunt u een korte update geven, het hoeft niet heel lang te zijn. Alvast dank. De voorzitter: Even mijn geheugen opfrissen. De 8e februari hebben we een dialoogavond, een beeldvorming. Volgens mijn geheugen komt in maart de woonvisie voor de commissie. Er zijn vragen gesteld door de PvdA en de heer Van Harn over asielgerechtigden, hoe het met de huisvesting staat. En de wachttijd. Misschien wil de wethouder even reageren n.a.v. de inbreng van de commissieleden. Wethouder Arends: Goed te vernemen, dat we eigenlijk allen heel nadrukkelijk aangeven, dat u sturing op uitgangspunten en de inhoud vooral vorm moet krijgen in die woonvisie. De heer Van Harn begon op de inhoud van de prestatieafspraken, maar de vragen die hij stelt, zijn natuurlijk heel terecht. De heer Jumelet gaf als advies: behandel die in de aankomende woonvisie. Ik hoorde meerdere keren de middenhuur. Tot nu is dat nog geen bod vanuit de woningcorporaties, maar wij vinden natuurlijk de middenhuur heel belangrijk en daar willen we de komende periode vorm aan geven, zodat het een plek gaat krijgen in de woonvisie. Maar eerst de constatering met elkaar: die woonvisie.
De heer Machielse begon er ook al over. Dan is het goed om een set te krijgen van uitgangspunten om daarna met elkaar de volledige woonvisie te krijgen. De voorzitter gaf het al aan: op 8 februari is er een dialoogavond over de uitgangspunten van de woonvisie. Ook in het toekomstperspectief, daar heeft u een belangrijke spreker over gehoord. Dan komen de uitgangspunten naar u toe en dan gaan we verder inhoudelijk over de woonvisie. Over uw rol t.a.v. de prestatieafspraken hoor ik u vooral zeggen: dat is uitvoering. Dat is belangrijk met name voor het college om die verantwoordelijkheid en die rol op zich te nemen. Uiteindelijk heeft u wel altijd een toetsende rol. U krijgt hem ook toegestuurd ter informatie, maar daarin kunt u wel controleren en toetsen met wat u heeft mee gegeven in de woonvisie, of het door het bod van de corporaties wordt meegenomen in de prestatieafspraken. Terecht dat de heer Machielse dan vraagt: maar bij afwijkingen, worden wij dan mee genomen? Ja, dat is een actieve informatieplicht. Als we t.a.v. de woonvisie afspraken maken en die zijn niet meer in lijn doordat het bod van de corporaties er bijvoorbeeld anders uitzien, dan wordt u uiteraard actief daarover geïnformeerd, over afwijkingen. De heer Van Harn stelde nog een technische vraag over wachttijden. Die heb ik natuurlijk niet paraat. U kunt u vraag technisch aan ons stellen.
Dan willen we eventueel ook bij de woonvisie daar op terug komen, maar dat heb ik nu niet paraat. Ook werd er gevraagd naar asielgerechtigden. Eerder heb ik in de commissie informatie daarover gegeven, in de commissie samenleving. Er is iets meer dan een verdubbeling qua taakstelling voor 2021. Dan moet je denken aan om en nabij de 100 asielgerechtigden voor de huisvesting. We zijn ons aan het voorbereiden, samen met de woningcorporatie, hoe wij dat voor ons zien. Mevrouw Verhoef vroeg hoe het met de beïnvloedingssfeer t.a.v. het beperken van die wachttijden? De wachttijden nemen toe, dat heeft u ook geconstateerd, dat is ook een gegeven. Het heeft zeker effect, maar het grootste effect is het bijbouwen van woningen. Dat heeft u toen ook met elkaar geconstateerd en daar liggen natuurlijk ook alle plannen voor, die inmiddels bij u zijn gekomen, waar we de aankomende periode veel met elkaar in gesprek gaan. Mevrouw De Geus gaf nog wat tips over de inhoud van de woonvisie, over duurzaam en het sociale aspect. Dat is natuurlijk ook belangrijk, om als kader mee te geven binnen de woonvisie. Dank u wel. Tweede termijn De heer Meester, L3B: Ik constateer, dat de commissie in het algemeen behoorlijk eenstemmigheid vertoont over hoe we hiermee om moeten gaan. Dat verheugt mij. Ik wil twee opmerkingen van de wethouder nog even naar voren halen. Het ene was het belang van middenhuur.
Dat ondersteunen wij zeker, omdat middenhuur ook voor doorstroom van belang is, dat daar mogelijkheden zijn. Bovendien is het van belang, dat huurprijzen onder controle gehouden kunnen worden. Het tweede is: de wethouder heeft gelijk, dat wij nog wel een taak hebben in de controle of de uitvoering inderdaad is zoals bedoeld. We gaan er wel van uit, maar natuurlijk is controle beter dan vertrouwen, zegt men weleens. Dat komt wel voor elkaar, mevrouw de wethouder. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: Dank aan de wethouder voor de beantwoording van mijn vragen. Geen verdere inbreng van mijn kant. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Het was duidelijk, dat ik in de eerste termijn een iets andere insteek had dan de meeste andere commissieleden. Maar goed, dat kan gebeuren. De wethouder zei wel, dat ze de middenhuur belangrijk vindt. Maar dan toch de vraag: waarom vind ik daarvan niets terug in het huidige convenant? Dat was het. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Nee, ik heb geen inbreng in de tweede termijn.
17/22
De heer Van der Stad, D66: Ik heb ook geen aanvullingen. De heer Hofman, CU: Ook van mij geen aanvullingen. Mevrouw De Geus, GL: Ik krijg van mijn collega een vraag door, meneer Duk. Meneer Van Harn stelde een vraag over de wachttijden. Daar kon de wethouder niet op reageren. De vraag is of zij daar schriftelijk op kan reageren. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb ook geen verdere vragen. Het wordt een spannende tijd, met de woonvisie die eraan komt. Reacties die wij gaan sturen naar de provincie. We zijn benieuwd. We hopen, dat het wat ons betreft een mooie tijd wordt. Hoop ik. U weet wel waar onze agenda zit. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. De voorzitter: De vraag over het convenant van de heer Van Harn t.a.v. de middenhuur. En over de wachttijden, of die schriftelijk beantwoord zouden kunnen worden. Wethouder Arends: Ten aanzien van dat middenhuur beleid: dat is op dit moment nog niet in de verordening, ook in de regio. Wij werken in de regio breed aan beleid m.b.t. middenhuur. Of dat eventueel ook onder de woningcorporatie kan gaan vallen. Op dit moment is dat niet en biedt de woningcorporatie, in het bod dat er nu ligt, daar niets over in. Maar dat komt nog wel naar u toe. Het wordt regionaal gedaan. De heer Meester gaf het belang van middenhuur ook al aan. We willen natuurlijk breder en meer betaalbare woningen en daar zit ook de middenhuur in.
Daar zou de corporatie een rol in kunnen hebben, maar natuurlijk kunnen ook particulieren daar een rol in hebben. Dat thema komt breed terug in de woonvisie. Dan de vraag om de vraag van de heer Van Harn schriftelijk te beantwoorden: dat is prima. Dank u wel. De voorzitter: Het item middenhuur staat op het ogenblik zeer in de belangstelling, ook bij de grote steden, als je de media mag geloven. Er is het e.e.a. nog niet goed geregeld in deze, dus ik verwacht er ook op landelijk niveau en bij de grote steden nog wel de nodige ontwikkelingen, maar dit terzijde. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststelling bestemmingsplan "Noordeindseweg t.o 117a te Berkel en Rodenrijs De voorzitter: Ik verwijs ook naar de beantwoording van de technische vragen van de heer Duk, die u in de tussentijd ontvangen heeft. De heer Xhemaili, PvdA: Ik heb het bestemmingsplan doorgenomen. Het heeft ter inzage gelegen en er zijn geen zienswijzen uit voort gekomen. Dus dat is positief. Volgens mij past de woning in de omgeving, ze zijn niet te groot en niet te gek. Wat mijn fractie betreft: prima bestemmingsplan. Daar wil ik het voor nu bij laten. De heer Duk, GL: Het begint een zeer regelmatig terugkerend onderdeel bij de vergadering van deze commissie te worden.
Een relatief klein bouwproject binnen het bestemmingplan van het lint, waar gezien de kleine schaal geen zienswijzen op worden ingediend. Deze plannen worden vervolgens met weinig andere weerstand dan die van GL als hamerstuk door de raad aangenomen. Ik begin me af te vragen wat het nut is van het strenge bestemmingsplan het lint noord, dat als doel had het historisch karakter van het lint te behouden. Er wordt steeds een muizenhapje afgenomen van dit karakter en als we niet oppassen is over niet veel tijd de kaas op. Het is de taak van de raad om de grote lijn in de gaten te houden en niet blind te varen op zienswijzen. We hebben als raad met goede redenen het huidige bestemmingsplan aangenomen. Het is dan dus ook aan ons om de waarde te behouden en te versterken. Alleen daarom al zal GL tegen het voorliggende plan stemmen. We vinden de locatie als één van de weinige doorzichtlocaties echt zonde om dicht te bouwen. Als dat nog niet voldoende onderbouwing was, wordt hier ook nog een stuk van de Groenzoom tot bouwgrond gevormd. In het bestemmingsplan van de Groenzoom staat klip en klaar: op basis van deze wijzigingsbevoegdheid kunnen woningen worden gerealiseerd op basis van het ruimte voor ruimte recht. Mijn te laat gestelde schriftelijke vraag hierover is vandaag beantwoord door het college, waarvoor mijn dank, maar stelt me niet gerust.
Er wordt, als ik het goed begrijp, niet in de Groenzoom zelf, maar slechts daar tegenaan gebouwd, maar op een stuk grond waar dit volume niet gebouwd had mogen worden. Vervolgens wordt er met een kunstig trucje, waarbij de grond in Groenzoom wordt meegerekend, waardoor het e.e.a. wel kan, dit voor elkaar gekregen. Ik ben uiteraard van ‘can do’, maar wel alleen als het wenselijk is. Ik vind de kwalitatieve verbeteringen niet opwegen tegen deze ruimtelijke ordening truc. De enige, die hier echt blij van wordt, is het banksaldo van de eigenaar. Moeten we als raad al voorzichtig zijn met het bouwen aan het lint, we moeten nog veel voorzichtiger omgaan met bouwen in de Groenzoom. Gelukkig heeft dan ook elke
18/22
coalitiepartij en uiteraard GL duidelijk tijdens de verkiezingen aangegeven, dat zij tegen het bouwen in weilanden is. Wat GL betreft, valt het beschermen van het karakter van het lint daar ook onder. Ik eindig met de oproep om het dorpse en met name historische karakter van het lint te behouden en vast te houden aan het bestemmingsplan, dat er nu ligt. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Wij gaan akkoord met het bestemmingsplan gezien de afwegingen van het college. Wat we echter niet onbenoemd willen laten is paragraaf 1.3 van het bestemmingsplan. Noord, oost, zuid en west worden in de tekst flink door elkaar gehaald, maar gelukkig hebben we de kaart er nog bij gekregen. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Wij willen ook akkoord gaan met dit bestemmingsplan. Ik wil in reactie op de bijdrage van de heer Duk nog zeggen, dat het lint inderdaad beschermd moet worden. Wij vinden de bouw, die hier gaat plaats vinden, dermate kleinschalig, dat het het karakter van het lint niet aantast. Daar wil ik het bij laten. De heer Alsemgeest, WIJ: Alle stukken gelezen hebbende, kunnen wij ons prima vinden in de vaststelling van dit bestemmingsplan. Voor ons is dit een hamerstuk. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Wat mijn fractie betreft, voldoet het plan aan de gestelde eisen. Wat ons betreft zou het dus ook een hamerstuk kunnen zijn.
De heer Machielse, VVD: De VVD kan zich vinden in de uitingen van de meeste van de voorgaande fracties. Het bestemmingsplan kan wat ons betreft als hamerstuk naar de eerstvolgende raadsvergadering. Dank u wel. Mevrouw Zwinkels, L3B: L3B kan zich ook vinden in het bestemmingsplan. Wat het lint betreft: het zijn niet heel grote huizen, ze passen qua uiterlijk goed in het lint. Dus volgens ons is het ook een goed bestemmingsplan. Wethouder Arends: Ik heb geen vraag van de heer Duk gekregen. Hij heeft een oordeel gegeven. Volgens mij is dat prima, dat hij op zijn wijze dat oordeel geeft. Het is natuurlijk aan u als commissie hoe u het naar de raad wil brengen. Ik begrijp natuurlijk vanuit zijn perspectief zijn inbreng, maar ik heb verder geen vraag gehoord. Dank u wel. Tweede termijn De heer Duk, GL: Zoals voorspeld, wordt dit een hamerstuk. Daar leg ik mij bij neer. Het gaat hier inderdaad om een paar kleine woninkjes, wat op zich niet heel erg is. Alleen, het is wel een doorzichtlocatie, waardoor we weer het zicht op de Groenzoom verder beperken. De CU zegt heel terecht, dat het lint beschermd moet worden. Alleen, weer staat de raad toe, dat er muizenhapjes van de kaas worden genomen. Ik vind het erg jammer, dank u wel. mevrouw Zwinkels: Ik wil even interrumperen op het verhaal ‘doorzicht’.
Dat doorzicht is ook maar beperkt, wat Groenzoom aantrekt, want de N470 loopt met een bocht achter dit gebied. Het doorzicht betreft auto’s en dat vind ik op zich niet zo belangrijk. De heer Duk: Begrijpelijk, maar ondanks dat trek ik daar een andere conclusie over. De heer Machielse, VVD: De verleiding is groot om de heer Duk toch nog even mee te geven, dat de bijgebouwen natuurlijk wel worden gesloopt. Het netto doorzicht op prachtige auto’s op de N470 blijft ook voor de heer Duk behouden. Maar zoals gezegd in de eerste termijn is het een hamerstuk. De voorzitter: De conclusie is volgens mij een hamerstuk. Ik denk dat de wethouder er verder geen opmerkingen over heeft. Wethouder Arends: Daar ben ik uiteraard heel blij mee, maar ik zou toch meneer Duk nog iets mee willen geven. Er wordt wel gehandeld binnen de wijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan. Juist willen we niet, dat er in de Groenzoom gebouwd gaat worden, want dat vinden we juist heel erg belangrijk. Met dit bestemmingsplan, middels de bevoegdheid wat er al lag, wordt dit mogelijk gemaakt. Dank u wel. De heer Duk: Als ik het goed begrepen heb, worden er geen ruimte-voor-ruimte woningen weg genomen uit het maximum aantal. Oftewel, die zullen op een andere locatie nog steeds worden gebouwd. Of begrijp ik dat nu verkeerd? Wethouder Arends: De conclusie is, dat er een ruil plaats vindt.
De heer Duk: Ja, dat begreep ik. Wat ik er niet uit heb opgemaakt is dat daarmee ook 1 of 2 woningen minder gebruik mogen maken van de ruimte-voor-ruimte regeling. Oftewel: dat betekent dat ergens anders in de Groenzoom nog evenveel woningen mogen worden gebouwd. Wethouder Arends: Het is een heel technische vraag. Op het bestemmingsplan van het lint in de bevoegdheid was het al mogelijk om
19/22
twee woningen te bouwen. Dat maakt het nu mogelijk. Alleen qua kadaster lag het helemaal over het hele perceel schuin heen. Daarom wordt het bestemmingsplan Groenzoom erbij genomen, alleen, we gaan niet bouwen in de Groenzoom. Er is een uitruil als het over de ruimte-voor-ruimte woningen gaat. Het is niet zo, dat we in het gebied nog meer woningen gaan toevoegen. Dat is niet. Dank u wel. De heer Duk: Dank u wel. De voorzitter: Een hamerstuk, welke naar de raad gaat, t.a.v. de Noordeindseweg 117a. 6.b Vaststelling bestemmingsplan Noordeindseweg 380 b en c te Berkel en Rodenrijs Mevrouw Zwinkels, L3B: Ook dit vinden wij een goed bestemmingsplan. Het geheel gaat erop vooruit. Twee loodsen, die niet zo mooi zijn worden vervangen door een mooie showroom. Wij willen graag onze ondernemers steunen, dus ik vind het een heel goed bestemmingsplan. De heer Machielse, VVD: Ik sluit me volledig aan bij de woorden van mevrouw Zwinkels. Het is een mooie ontwikkeling van deze ondernemer. Als ik dan kijk naar wat de wijzigingen zijn, de bouwhoogte neemt nipt toe, maar dat komt vooral door het bouwbesluit. Het zijn gewoon nieuwere gebouwen, daar kunnen we ook niets aan doen. Ik dacht zo te zien, dat er zo’n groot zonnepanelenveld op het dak komt, dat zelfs de heer Duk niet tegen kan zijn, maar dat gaan we zo meteen nog zien.
Wat de VVD betreft, kan ook dit bestemmingsplan naar de eerstvolgende raadsvergadering. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Het betreft hier het slopen van twee bestaande loodsen en het bouwen van een nieuwe caravan-showroom. Er zijn geen zienswijzen op het plan ingediend. Het is een goede zaak om middels het voorliggende plan het bedrijf meer toekomstbestendig te maken en de bestaande ruimte beter in te richten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Wij zien, dat het proces goed is doorlopen en dat het plan kan steunen op goedkeuring van de direct omwonenden. Wat mijn fractie betreft, is dit een hamerstuk. Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Ook wat ons betreft, de fractie van WIJ, wordt dit een hamerstuk. We vinden het een mooi initiatief van de heer Maat. We zijn wel blij met de zonnepanelen op het dak, dat zal de heer Duk ook zijn, en de halve erfverharding. Ik denk dat het een goede zaak is, als we met elkaar, soms moet je er een beetje om lachen, maar ik denk dat het goed is als we er met elkaar naar blijven kijken. Dat is mooi. Dank u wel. De heer Markus, CU: We hebben de bestemmingsplannen eerlijk verdeeld. Aan mij de eer om te zeggen, dat het voor ons een hamerstuk is. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Verminderde verharding, meer ruimte voor het ondernemen in een onderneming dat vergelijkbaar is. Wij gaan akkoord met dit bestemmingsplan.
De heer Duk, GL: Ik vind dit een lastige kwestie, maar dat had u waarschijnlijk wel verwacht. De huidige situatie van een perceel waar tientallen caravans hutjemutje bijna tegen elkaar aan staan, past niet in de omgeving. Dat die situatie verbeterd wordt door de caravans gedeeltelijk in een loods te zetten, valt niet te ontkennen. Zeker ook door de voorgenoemde zonnepanelen. Panelen overigens, die wettelijk verplicht zijn. Maar een loods van meer dan 600m2 is terecht strijdig met het huidige bestemmingsplan. Zo’n grote loods past niet in het lint noord. Het aanpassen van het bestemmingsplan, zoals nu wordt voorgesteld, is een mogelijkheid maar genereert een permanente toestemming voor een onwenselijke situatie. We begrijpen dat de eigenaar het liefst op deze locatie zijn activiteiten blijft voort zetten, maar daarbij horen ook de geldende regels. Het staat uiteraard vrij om een aanpassing hiervan te vragen, maar de ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid hiervan is voor GL niet aangetoond. GL kiest er alweer voor om niet een hapje van de kaas te laten nemen. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Met dit bestemmingsplan wordt de kwaliteit van de leefomgeving beter. Het bedrijf wordt ook toekomstbestendig en duurzaam. Dat is positief.
In het kader van participatie, de eerdere discussie van vanavond: mooi om te zien dat initiatiefnemer de direct omwonenden op de hoogte heeft gesteld van zijn plannen. Dat is echt heel goed. Daar zijn ook geen bezwaren uit voort gekomen. Ik wil nog een klein beetje inhaken op de heer Duk. Volgens mij staat er echt in de buurt van dit bestemmingsplan een hele grote loods naast. Dat verschil is niet heel groot met wat er nu wordt gebouwd. Zonnepanelen en de halfharde verharding zijn ook prima mee genomen in de compensatie van de grootte van de loods. Wat mijn fractie betreft een hamerstuk. De voorzitter: Ik constateer, dat ik geen vragen voor de wethouder gehoord heb. Mag ik constateren, dat er geen tweede termijn nodig is en dat een hamerstuk in deze voldoende naar voren is gebracht? Ik zie verder geen vragen in mijn richting. Met andere woorden: het wordt een hamerstuk. Dank u wel.
20/22
7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We hebben nog geen schriftelijk gebeuren gezien, maar misschien komt dat nog. Maar misschien hebben de wethouders, mevrouw Arends of meneer Fortuyn, ons nog iets te melden. Wethouder Arends: Ik heb verder geen zaken vanuit het college. Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Goedenavond commissieleden. Een uitermate boeiende avond vanavond. Ik zag mezelf ook nog een keertje langs komen in het kader van participatie. Dat wordt wat. Ik beloof spannende momenten. Ik vind het jammer, dat het stand van zaken overzicht u niet bereikt heeft. Het is vanmorgen wel door het college gekomen, maar ik heb in het college besloten om het op vrijdag voor de commissievergadering te versturen en dat het college daar kennis van neemt, want over het algemeen is het een voortgangsrapportage, waarvan het college zegt: je bent verantwoordelijk genoeg om hier de juiste bewoording te kiezen. Ik wil gewoon zorgen, dat u het wat eerder heeft, want ik vind het jammer dat u het niet heeft. Juist dit stand van zaken overzicht gaat met name over participatie. Ik geef nu een heel klein tipje van de sluier, het is onderweg. De burgerparticipatie rondom Rotterdam The Hague Airport, wat RTHA moet organiseren om de inbedding van het vliegveld op draagvlak te laten rusten om het luchthavenbesluit te kunnen nemen, is inmiddels op 8 december digitaal van start gegaan.
Dat wordt begeleid door Wesseling en Van Zijst. Volgende week staat er op de rol voor de commissie ruimte en andere belangstellenden om kennis te nemen van het proces. Er is een beeldvormende avond voor, volgende week, ik meen 20 of 21 januari. Dat gaat nu op gang komen. Daarin wordt u mee genomen in het proces. Het is van belang als u daar bij bent om ook even mee te denken: wat willen wij naast de zienswijze, die wij inmiddels hebben ingediend, en het rapport Schrijnen, wat we inmiddels wel kennen? Hoe kunnen wij nou invloed uitoefenen op wat er straks in het luchthavenbesluit terecht gaat komen? Het is van belang dat uw input daar ook een rol in gaat spelen. Weet wel, burgerparticipatie is gebaseerd op de mutual gain approach. Dat betekent gewoon feitelijk, dat partijen kijken naar de belangen, de eigen belangen, maar ook naar de belangen van een ander, zodat je met elkaar het goede gesprek kan gaan voeren. Om uiteindelijk te komen tot een afsprakenkader, waaraan het luchthavenbesluit moet voldoen. Ik heb al eerder in de commissie ruimte, GL is vaak haantje de voorste en dat bedoel ik positief, meneer Duk, gezegd: ik heb jullie hulp nodig bij de inbreng. Ik kan het als wethouder niet agenderen, want dat is mijn functie niet. GL heeft tot twee keer toe aangegeven die handschoen op te pakken. Ik werp hem nou voor de derde keer in de hoop, dat die nu een keer aan komt.
Ik denk dat het goed is, dat we met elkaar de input gaan delen, hoe wij met het luchthavenbesluit omgaan in de wetenschap, dat wij het luchthavenbesluit zelf niet samen stellen. Dat is iets wat bij de rijksoverheid ligt. Het is best wel van belang om met elkaar hier het spel aan te gaan, waarin wij toch proberen de leefomgeving en de hinder een impuls te geven. Het vliegveld is van nationaal belang, dat gaat niet hier, er komen geen woningen, althans, niet op de korte termijn. We kunnen beter kijken: wat kunnen we wel bereiken? Dan denk ik dat we met elkaar een mooi proces kunnen doorlopen om het maximale eruit te halen voor Lansingerland en omgeving. Dus ik gooi die handschoen nog maar een keer in de ring in de hoop dat die opgepakt wordt en dat jullie gelegenheid hebben, want ik zie ook jullie agenda’s aan alle kanten vol lopen, daar waar het gaat om alle avonden die bezet worden met beeldvormingen. Het is ongelooflijk druk. Maar weet wel, dat dit ook een heel belangrijk dossier is. Ik hoop dat jullie daar toch aanwezig zijn om kennis te nemen van het proces en wellicht in mei het gesprek aan te gaan hoe we wellicht dit gesprek met elkaar kunnen gaan voeren en invloed kunnen uitoefenen vanuit de raad richting dit proces.
Ook de burgervertegenwoordiger, die jullie hebben aangesteld, Van de Coevering, die er ook die avond zal zijn, ook een ruggensteun kan geven, want het zijn enorme documenten. Ze staat er alleen voor, we helpen daar uiteraard ambtelijk mee, maar het is wel heel belangrijk, dat zij ook een ruggensteuntje voelt, dat we het met elkaar doen. Naast corona hebben we nog een dossier, dat we met elkaar moeten doen. Dat staat allemaal niet in het stand van zaken overzicht, maar ik pak de gelegenheid. De voorzitter: Het is woensdag de 20e waar we elkaar zien over dit item. De heer Duk: Geen vraag. Enkel de constatering dat door de wisseling van het woordvoerderschap deze is blijven liggen. We gaan de handschoen heel snel oppakken. Wethouder Fortuyn: Daar ben ik heel blij mee. Eigenlijk moet iedereen hem oppakken. Toen lag het initiatief bij GL. Mijn positie is er niet naar, behalve de oproep kan ik doen, that’s it. Even nog de tweede burgerparticipatie, waar we het feestje wel voor gevierd hebben. Dat is afgelopen week geweest. Velen van u waren er bij, maar ik wil het toch even melden. Eindelijk zijn de werkzaamheden gestart om de geluidshinder van de HSL aan te pakken. Daar hebben we iedereen bij betrokken, wat de effecten zijn.
We hebben nog wel een disclaimer om dat laagste deel, want de verlenging en verhoging is op het noordelijke deel richting Anturiumweg, maar we hebben goede hoop met ProRail en I&W dat we dat ook tot een goed eind brengen. Ik ben hartstikke blij, dat de stichting in volhardendheid ervoor gezorgd heeft dat we met elkaar dit resultaat hebben bereikt. Zij hebben ook aangegeven, en dat wil ik nog maar een keer mee delen, aan de gemeenteraad en aan de commissie ruimte in het bijzonder, dat ze erg blij zijn geweest met het vertrouwen in de stichting, met een goed eindresultaat. Ik wil die dank nog
21/22
wel even overbrengen namens de stichting. Dit is hetgeen ik op dit moment vanuit de stand van zaken mee kan geven. Dank u wel. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Iemand? Zo te zien niemand. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Hier misschien iemand vanuit de verbonden partijen iets te melden? De heer Blonk, L3B: Ik wil aangeven, dat er morgenavond en donderdagavond informatie is vanuit de adviescommissie vervoersautoriteit over OV en corona. Daar is een drietal avonden voor. De eerste is morgen. Woensdag en donderdag zijn twee identieke vergaderingen, zodat iedereen het bij kan wonen. Als je niet woensdag kan, kan je donderdag en andersom. Dat wilde ik even aangeven. De voorzitter: Volgens mij staat het al ergens vermeld in de agenda. 8. Rondvraag en sluiting De heer Blonk, L3B: In de commissie ruimte van 1 december is gesproken over de afgegeven omgevingsvergunning betreffende Rodenrijseweg 2a en 2b. De beantwoording van de insprekers en de brieven, die de commissie hierover heeft ontvangen, zijn door het college op 15 december beantwoord. Naar aanleiding van de beantwoording hebben de heren Van Muiswinkel en Mr. Van Tilburg van (..) Rechtsbijstand 2 brieven verstuurd. De commissieleden hebben die brieven ook. U heeft die ook, wethouder. De essentie is, dat zij graag samen met de gemeente en het hoogheemraadschap in gesprek willen.
De situatie is veranderd, doordat het waterschap ten eerste de bouw van de tijdelijke brug heeft stil gelegd en ten tweede op 10 december de verleende watervergunning heeft gewijzigd, in die zin, dat het perceel niet 2 meter maar slechts 1,5 meter mag worden verhoogd. In dat gegeven komt de omgevingsvergunning in een ander licht te staan. De vraag aan de wethouder is: is de wethouder bereid een gesprek met de heren Van Muiswinkel en Van Tilburg, het hoogheemraadschap en de toekomstige bewoners van Rodenrijseweg 2a en 2b aan te gaan, zodat door goede communicatie de lucht voor nu en met name voor de toekomst geklaard kan worden t.a.v. dat project? Ik wil nog even aangeven, dat de heer Van Muiswinkel heeft aangegeven, dat het niet gaat om de woningen. Hij heeft geen bezwaar tegen de woningen. Het enige zit in de ophoging. Hij wil ook geen juridisch traject in gaan. Hij hoopt dat middellijk met elkaar te kunnen schikken. In feite vragen zij, dat u daar een initiatief in neemt. Die vraag heb ik nu herhaald en vast gelegd in deze rondvraag. Dank u wel. Wethouder Arends: Het college heeft u een brief en een toelichting en reactie gegeven op de eerdere inspraak. Ik hoor hier nieuwe informatie. Ik was en ben nu dus op de hoogte van het stilleggen van werkzaamheden van de tijdelijke brug. Ik begrijp dat de betrokken ambtenaren daar ook tot op heden niet van op de hoogte zijn / waren.
Het lijkt mij dan wel goed om eerst ambtelijk navraag te doen bij het hoogheemraadschap over het beeld bij het versoepelen van het bouwpeil, om die te verlagen. Als het nodig of wenselijk is, dat er een gesprek met mij komt, dan sta ik daar uiteraard voor open. Wat mij betreft, lijkt het me goed, dat ik eerst even de feiten ophaal. Als en vervolggesprek met mij simpel is, dan is dat natuurlijk mogelijk. Dank u wel. De heer Blonk: Ik vind het prima. Uiteraard ben ik het met de wethouder eens. Ik heb ook aangegeven: als het nodig is. Het is in het belang van de toekomst, dat je een goede verstandhouding krijgt in die omgeving. Ik denk ook, dat dat voor ons in zijn algemeenheid van belang is. Maar akkoord met wat de wethouder aangeeft. De voorzitter, om 22.35 uur: Dan zijn we nu gekomen aan het eind van deze vergadering. Ik mag stellen: even over half elf, laten we dat proberen vol te houden. Het zou heel mooi zijn, bij het begin van dit nieuwe jaar, maar we gaan het zien. Dank voor jullie inbreng allemaal. Ik zou zeggen: nog een heel prettige avond en tot de volgende keer.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
22/22