CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen T21.10323 Nota bodembeheer 2021-2031

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Geactualiseerde Bodemnota en Bodemkwaliteitskaart (amendement GL)39.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

OPDRACHTGEVER: GEMEENTE LANSINGERLAND

NOTA BODEMBEHEER 2021-2031 GEMEENTE LANSINGERLAND 10 AUGUSTUS 2021

WSP RINGWADE 41 3439 LM NIEUWEGEIN 088 91 020 00 wsp.com/nl-NL

PROJECTNUMMER SOB012160 DOCUMENTNUMMER SOB012160.RAP004

COLOFON CONTACTPERSONEN GEMEENTE LANSINGERLAND Suzanne Sparreboom (Gemeente Lansingerland) Remo Snijder (Gemeente Lansingerland) Welmoed Broekema (DCMR) Thelma Schuring-Beindorff (DCMR) CONTACTPERSONEN WSP Jeroen Spronk Karin Reezigt-Struijk

AUTORISATIE PROJECTNUMMER

DOCUMENTNUMMER

STATUS

SOB012160

SOB012160.RAP004

Definitief

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Jeroen Spronk

Senior adviseur

10 augustus 2021

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

PARAAF

WSP 10 augustus 2021 pagina 2/59

SAMENVATTING INLEIDING Het bodembeleid ondergaat een transitie. Met de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting in 2022) maakt het huidige sectorale beleid (gericht op de chemische kwaliteit) plaats voor een beleid dat zich richt op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Bij het bodembeleid voor hergebruik van grond, bodemsanering en activiteiten zoals bouwen en ruimtelijke planvorming wordt gestreefd naar een beleid waarbij de eisen die gesteld worden aan de bodemkwaliteit onafhankelijk zijn van de wet- en regelgeving die aanleiding zijn om de bodemkwaliteit te beoordelen. Daarom wordt bij het bodembeleid zoveel als mogelijk binnen de wet- en regelgeving één uniform ambitieniveau en eenzelfde bodemkwaliteitsdoelstelling nagestreefd. Een dergelijk beleid is helder en eenduidig voor de burgers en bedrijven. Bij het opstellen van deze nota bodembeheer zijn de volgende algemene uitgangspunten aangehouden: — Zo weinig mogelijk regels. Nieuwe regels zijn alleen nodig indien de algemeen geldende landelijke kaders inzake bodem niet voldoende mogelijkheden bieden om, voor de specifieke situatie in de gemeente oplossingen te vinden. — Vereenvoudigen van de aanpak van de bodemverontreiniging.

Om de maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren, wordt er naar gestreefd om met deze nota bodembeheer de aanpak van de bodemverontreiniging zo veel mogelijk te vereenvoudigen. Essentieel onderdeel hierbij is het maximaal gebruik van de informatie uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente. Deze vereenvoudiging leidt ook tot een groter gebruiksgemak voor de bedrijven, burgers, bestuurders, adviesbureaus en ambtenaren die uit verschillende invalshoeken te maken kunnen krijgen met bodemverontreiniging. — Gebruik maken van de ervaringen van de voorbije jaren. De voorbije jaren is binnen de gemeente ervaring opgedaan met het gevoerde grondstromenbeleid. Deze ervaringen zijn bij het opstellen van deze nota bodembeheer geïnventariseerd. Het beleid dat als positief is ervaren blijft gehandhaafd, verder is voor de optimalisering beleid aangepast of nieuw beleid geïntroduceerd. De gemeente heeft een nieuwe bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer opgesteld. De eerder opgestelde bodemfunctieklassenkaart is voor enkele gebieden aangepast. De kaarten zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid. Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond op en in de landbodem van de gemeente kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. Ook zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd.

Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente vult haar bodembeleid in door vrijkomende grond en baggerspecie (bij graaf- en baggerwerkzaamheden) zoveel als mogelijk te hergebruiken zodat minder materiaal wordt gestort en minder primaire grondstoffen worden gewonnen. De wet- en regelgeving voor het opslaan (tijdelijk) en het toepassen van grond en baggerspecie is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats tijdelijk neer te leggen of het toe te passen. Voorkomen moet worden dat het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigd en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik. Vanwege andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 3/59

Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaart, de nieuwe bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart vervangen. GEMEENTELIJK BELEID In de onderstaande tabel is het (gebiedspecifieke) beleid weergegeven waarbij is aangegeven of het beleid een voorzetting of een aanpassing van het tot nu toe gevoerde beleid dan wel nieuw beleid is. Beleidsonderwerp Het accepteren van geldige bodemkwaliteitskaarten als bewijsmiddel bij grondverzet van de gemeenten Goeree-Overflakkee, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen (zie § 4.2). Het hanteren van de afwijkende toetsnormen bij de classificering van de bodemkwaliteit (zie § 4.3). Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op moes/volkstuin(complex)en, schooltuinen en onverharde kinderspeelplaatsen (zie § 4.4.2). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en op onverharde bermen van het spoor, de metro of de openbare weg met de bodemfunctie ‘Industrie’ (zie § 4.4.3). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond in aangewezen relatief schone gebieden met de bodemfunctie ‘Industrie’ (zie § 4.4.4). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond in aangewezen relatief schone gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ (zie § 4.4.5).

Het vaststellen van (strengere) eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materiaal, waaronder plastic (zie § 4.5) Het vaststellen van strengere regels bij het toepassen van grond bij bepaalde bodemgebruiken dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 4.6). Het stellen van (strengere) regels bij het hergebruik van PFAS-houdende grond en het verspreiden van PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.7.1). Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen (zie § 4.8). Het stellen van regels bij het toepassen van grond in grootschalige toepassingen (zie § 4.9). Het stellen van regels bij het toepassen van grond van buiten het bodembeheergebied van de gemeente (zie § 4.10). Het verruimen van de regels bij grondstromen met kleine partijen grond (zie § 4.11). Het stellen van regels bij het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag (zie § 4.12). Het stellen van regels bij terugsaneerwaarden en hergebruik van grond op locaties die in het Kadaster zijn geregistreerd met een aantekening Wet bodembescherming (de locaties met een beschikking “Ernstig”; zie § 4.13). Het toepassen van grond van of in gebieden die zijn uitgesloten van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (zie § 4.14.1).

Het stellen van regels ter plaatse van provinciaal beschermingsgebieden (zie § 4.14.2) Het stellen van (strengere) regels bij het verspreiden van (PFAShoudende) onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.15.2) Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten (bij de interpretatie van een eindsituatie-onderzoek als geen nulsituatie-onderzoek beschikbaar is; zie § 4.16).

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

Voortzetting beleid

Aanpassing beleid

Nieuw beleid

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

WSP 10 augustus 2021 pagina 4/59

Beleidsonderwerp Het voorkomen van verspreiding van invasieve exoten (flora, zoals de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw; zie § 4.17) Het stellen van regels voor de geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek (zie § 4.18). Het gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart als al een kwaliteitsonderzoek is uitgevoerd (zie § 4.19 t/m § 4.21). Het stellen van aanvullende regels bij het toepassen van grond vrijkomend uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld (zie § 4.22) Het stellen van regels bij het toepassen van chloride houdende grond en baggerspecie op en in de landbodem (zie § 4.23). De wijze hoe wordt omgegaan met nieuw onderkende verontreinigingsbronnen (zie § 4.24) Het stellen van regels voor de onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet (zie hoofdstuk 6) Het verruimen van de regels bij repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen (zie § 7.6). Het verruimen van de regels bij grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (zie § 7.7). Het verruimen van regels bij omgevingsvergunningsaanvragen activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming (vrijstellingsregeling bodemonderzoek; zie hoofdstuk 8).

Voortzetting beleid

Aanpassing beleid

Nieuw beleid

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

BEOOGD EFFECT Met het vaststellen van dit grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd dat: — de gemeente duurzaam bodembeleid in uitvoering brengt dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is; — meer grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht. Voor de gemeente en derden kunnen hierdoor besparingen worden gerealiseerd in tijd en kosten; — meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond duurzaam te hergebruiken; — het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd; — de druk op het wegennet, de uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker).

MANDATEREN BEVOEGDHEDEN Het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, worden vastgesteld door de gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het betreft besluiten voor: — wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart; — het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid; — het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond; — het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gebiedsspecifieke grondstromenbeleid.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 5/59

Het vaststellen van nieuw of gewijzigd gebiedsspecifiek beleid (Lokale Maximale Waarden of afwijkende percentages bijmenging bodemvreemd materiaal) kunnen conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit niet worden gemandateerd.

FINANCIËN Het beleid heeft voor de gemeente geen nadelige financiële gevolgen. Met het beleid kunnen voor de gemeente en derden besparingen worden gerealiseerd bij: — onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij het toepassen van grond en baggerspecie; — transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond; — aanschafkosten voor de toe te passen primaire bouwstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank).

COMMUNICATIE De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, wordt door de gemeente digitaal gepresenteerd op de gemeentelijke website en interactief inzichtelijk gemaakt op een website die voor iedereen te raadplegen is: https://dcmr-bbkweb.lievense.com/. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 6/59

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

3

1

INLEIDING

12

1.1

Achtergronden

12

1.2

Uitgangspunten nota bodembeheer

13

1.3

Afbakening nota bodembeheer

13

1.3.1

Bevoegd gezag

13

1.3.2

Reikwijdte

14

1.4

Geldigheid

15

1.5

Verantwoordelijkheid

16

1.6

Aansprakelijkheid

16

1.7

Deze nota in relatie tot de Omgevingswet

16

1.8

Leeswijzer

18

2

DE TE VERWACHTEN BODEMKWALITEIT IN DE GEMEENTE

19

3

MAATSCHAPPELIJKE OPGAVE

21

4

DE UITWERKING VAN HET GRONDSTROMENBELEID

22

4.1

Kwaliteitsdoelen bij hergebruik van grond

22

4.2

Uitbreiding van het bodembeheergebied

22

4.3

Toetsnormen classificering bodemkwaliteit

23

4.4

Definiëren Lokale Maximale Waarden

24

4.4.1

Inleiding

24

4.4.2

Lokale Maximale Waarden bodemkwaliteitszone toepassen grond op moes-/volkstuin(complex)en (>200 m²), schooltuinen en onverharde kinderspeelplaatsen

24

4.4.3

Lokale Maximale Waarden toepassen grond ter plaatse van en toepassen grond uit aangewezen onverharde (weg/spoor/metro)bermen met de bodemfunctieklasse 'Industrie' (bodemlaag 0-2 m-mv) 25

4.4.4

Lokale Maximale Waarden toepassen grond ter plaatse van relatief schone gebieden met de bodemfunctie ‘Industrie’ (bodemlaag 0-2 m-mv)

27

Lokale Maximale Waarden toepassen grond ter plaatse van relatief schone gebieden met de bodemfunctie ’Wonen’ (bodemlaag 0-2 m-mv)

27

Toepassen van grond met bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, plastic, piepschuim etc.)

28

Toepassen grond op bepaald bodemgebruik met asbestverdacht/-houdend materiaal

29

4.4.5

4.5 4.6

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 7/59

4.7 4.7.1

4.7.2

Toepassen PFAS-houdende grond en verspreiden PFAS-h0udende onderhoudsbaggerspecie

30

Definiëren toepassingswaarden PFAS-houdende grond en te verspreiden PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie

30

Toekomstige bijstelling van de voorlopige landelijke achtergrondwarden en (toepassings)waarden voor PFAS-houdende grond

32

4.8

Tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen 32

4.9

Toepassen grond in een grootschalige toepassing

33

4.10

Grond afkomstig van buiten het bodembeheergebied van de gemeente

34

Melden en onderzoeken kleine partijen grond (kleiner dan 50 m3)

34

4.12

Toepassing van grond uit een tijdelijke opslag

36

4.13

Terugsaneerwaarden en hergebruik grond op locaties met een aantekening Wet bodembescherming (locatie met de beschikking “Ernstig”)

36

4.13.1

Terugsaneerwaarden en hergebruik grond

37

4.13.2

Melden toepassen grond op een saneringslocatie

37

4.14

Bijzondere omstandigheden bij Het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond

38

Van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties en gebieden

38

4.14.2

Provinciaal beschermde gebieden

38

4.15

Verspreiden onderhoudsbaggerspecie (generiek kader besluit bodemkwaliteit) 38

4.15.1

Verspreiden onderhoudsbaggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam

38

Verspreiden onderhoudsbaggerspecie op het aangrenzend perceel

39

Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten

40

Voorkomen verspreiden invasieve exoten (flora) bij grondverzet

40

4.18

Geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek

41

4.19

Uitgevoerde partijkeuring of specifiek onderzoek van de NEN 5740 en gebruik ontgravingskaart

41

4.20

Uitgevoerd onderzoek en gebruik toepassingskaart

42

4.21

Uitgevoerd NEN 5740 onderzoek en gebruik ontgravingskaart

42

Toepassen grond vanuit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld

42

4.11

4.14.1

4.15.2 4.16 4.17

4.22

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 8/59

4.23

Toepassen chloride-houdende grond en baggerspecie op en in de landbodem (bodemlaag 0-2 m-mv) 43

4.24

Nieuw onderkende verontreinigingsbronnen

43

4.25

Mogelijkheden toepassen grond voorafgaand kwaliteitsonderzoek

43

HET TOEPASSEN VAN GROND MET DE BODEMKWALITEITSKAART ALS BEWIJSMIDDEL

45

5

6

ONDERZOEKSINSPANNING VOORAFGAAND AAN HET GRONDVERZET 46

6.1

Historisch onderzoek

46

6.2

Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem

47

6.2.1

Onderzoek toe te passen grond

47

6.2.2

Onderzoek ontvangende bodem

48

7

PROCEDURES

49

7.1

Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet

49

7.2

Melden tijdelijk opslaan en toepassen van grond

49

7.2.1

Algemeen

49

7.2.2

Toepassen van grond

50

7.2.3

Tijdelijke opslag

50

7.3

Registratie en archivering van de meldingen

51

7.4

Beoordeling van de melding

51

7.5

Transport van grond

51

7.6

Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen

51

Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel

52

VRIJSTELLING BODEMONDERZOEK BIJ OMGEVINGSVERGUNNINGS-AANVRAAG

53

7.7

8 8.1

Bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvraag activiteit bouwen 53

8.2

Bodemonderzoek bij omgevingsvergunning activiteit ruimtelijke planvorming

53

Voorwaarden vrijstelling bodemonderzoek bij aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming

54

8.3

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 9/59

9

MANDATEREN BEVOEGDHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

55

9.1

Inleiding

55

9.2

Aanpassen bodemfunctieklassenkaart en toepassingskaarten

55

9.3

Aanvullende bodeminformatie

56

9.3.1

Uitgesloten locaties en gebieden

56

9.3.2

Resultaten bodemonderzoek op een verdachte locatie

56

Acceptatie bodemkwaliteitskaart andere gemeente/gebieden als bewijsmiddel bij grondverzet

56

Bestuurlijk vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart

57

9.6

Procedure

57

9.7

Rapportage gemandateerde bevoegdheden

57

9.4 9.5

BRONVERMELDINGEN

58

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1

— Begrippenlijst Bijlage 2

— Wet- en regelgeving Bijlage 3A

— Onderbouwing bodemfunctie-klassenkaart en bodemkwaliteits-kaart Bijlage 3B

— Selectie bodemgegevens uit bodem-informatiesysteem Bijlage 3C

— Specificatie uitbijters Bijlage 4A

— Statistische parameters bodemkwaliteits-zones (standaard bodem) Bijlage 4B

— Statistische parameters PFAS (gemeten waarden) Bijlage 4C

— Statistische parameters bestrijdings-middelen (standaardbodem) Bijlage 5 —

Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromen-matrix)

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 10/59

Bijlage 6

— Onderbouwing Lokale Maximale Waarden (toetsnormen classificatie bodemkwaliteit) Bijlage 7

— Vragenformulier historische gegevens

OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage 1 — Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 —

Ligging deelgebieden

Kaartbijlage 3 —

Ligging bodemkwaliteitszones

Kaartbijlagen 4 —

Ontgravingskaarten

Kaartbijlagen 5 — Toepassingskaarten inclusief gebiedspecifiek beleid Kaartbijlagen 6 —

Toepassingskaarten exclusief gebiedsspecifiek beleid

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 11/59

1

INLEIDING

Deze nota is bedoeld voor professionele partijen die onder meer te maken hebben met grondverzet in de gemeente Lansingerland. In de teksten van deze nota bodembeheer zijn blauw gekleurde literatuurverwijzingen opgenomen. Deze zijn opgenomen bij de bronvermeldingen op de bladzijden 58 en 59 van deze nota bodembeheer.

1.1

ACHTERGRONDEN

Het bodembeleid ondergaat een transitie. Met de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting in 2022) maakt het huidige sectorale beleid (gericht op de chemische kwaliteit) plaats voor een beleid dat zich richt op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Deze nota bodembeheer is opgesteld voor de gemeente Lansingerland en heeft 2 doelen: 1. Het formuleren van duurzaam en efficiënt grondstromenbeleid. 2. Het beleidsmatig verankeren van het gehanteerde bodembeleid. De gemeente heeft een nieuwe bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer opgesteld. De eerder opgestelde bodemfunctieklassenkaart[1] is voor enkele gebieden aangepast. Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1), de nieuwe bodemkwaliteitskaart (zie onderbouwing bijlage 3A) en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart vervangen. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond vrij. Het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van grond valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit [2] [3] (hierna 'het Besluit' en 'de Regeling'). Vanwege andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld.

Het grondstromenbeleid (nuttig hergebruik van grond) moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan het duurzaam en verantwoord beheer van de bodem in de gemeente. Er zijn vier motieven voor het duurzaam en verantwoord bodembeheer: 1. Een ‘standstill’ voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau (de kwaliteit van de bodem moet gelijk blijven en op termijn verbeteren). 2. Beperking van het gebruik en aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van schoon zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). 3. Kostenbesparing (minder onderzoeks- en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). 4. Minder grondtransportbewegingen en energiebesparing (minder druk op het wegennet, minder uitstoot van fijnstof en CO2 en minder grondverwerking). Deze nota bodembeheer geeft aan hoe de vrijkomende grond en gerijpte baggerspecie (hierna tezamen aangeduid als 'grond') op en in de landbodem van de gemeente Lansingerland kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. De gemeente is voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit. De gemeente heeft binnen de mogelijkheden van het Besluit gebiedsspecifiek beleid opgesteld.

Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeente. De bodemfunctieklassenkaart, de kwaliteitskaarten en de nota bodembeheer vormen een belangrijk basis voor het duurzame en verantwoorde hergebruiksbeleid van grond in de gemeente. De kaarten en de nota bodembeheer moeten naast elkaar gebruikt worden.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 12/59

1.2

UITGANGSPUNTEN NOTA BODEMBEHEER

Bij het opstellen van deze nota bodembeheer zijn de volgende algemene uitgangspunten aangehouden: — Zo weinig mogelijk regels. Nieuwe regels zijn alleen nodig indien de algemeen geldende landelijke kaders inzake bodem niet voldoende mogelijkheden bieden om, voor de specifieke situatie in de gemeente oplossingen te vinden. — Vereenvoudigen van de aanpak van de bodemverontreiniging. Om de maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren, wordt er naar gestreefd om met deze nota bodembeheer de aanpak van de bodemverontreiniging zo veel mogelijk te vereenvoudigen. Essentieel onderdeel hierbij is het maximaal gebruik van de informatie uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente. Deze vereenvoudiging leidt ook tot een groter gebruiksgemak voor de bedrijven, burgers, bestuurders, adviesbureaus en ambtenaren die uit verschillende invalshoeken te maken kunnen krijgen met bodemverontreiniging. — Gebruik maken van de ervaringen van de voorbije jaren. De voorbije jaren is binnen de gemeente ervaring opgedaan met het gevoerde grondstromenbeleid. Deze ervaringen zijn bij het opstellen van deze nota bodembeheer geïnventariseerd. Het beleid dat als positief is ervaren blijft gehandhaafd, verder is voor de optimalisering beleid aangepast of nieuw beleid geïntroduceerd.

1.3

AFBAKENING NOTA BODEMBEHEER

1.3.1

BEVOEGD GEZAG

In de meeste situaties is bij het hergebruik/toepassen van grond op of in de landbodem, de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit[4] vallen, is de vergunningverlenende instantie het bevoegd gezag. Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. In de gemeente zijn dat het Hoogheemraadschap van Delfland (grondgebied voormalige gemeente Berkel en Rodenrijs) en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (grondgebied voormalige gemeenten Bergschenhoek en Bleiswijk). Op een saneringslocatie is de Wet bodembescherming[5] bepalend. Voor de gemeente is de provincie Zuid-Holland meestal het bevoegd gezag. De Provincie Zuid-Holland heeft deze taken gemandateerd aan de DCMR. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is de gemeente voor haar eigen grondgebied bevoegd gezag voor sanerende maatregelen. Uitzondering hierop vormen de (beschikte) spoedlocaties, de locaties die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet.

Bij een nieuwe verontreiniging (veroorzaakt op of na 1 januari 1987) binnen een omgevingsvergunningplichtige inrichting, toetst de vergunningsverlener Wet algemene bepalingen omgevingsrecht[6] van de desbetreffende inrichting of zijzelf dan wel de provincie Zuid-Holland als het bevoegd gezag optreedt. Voor de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming binnen de (toekomstige) Omgevingswet, de Wet ruimtelijke ordening[7] en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Voor de gemeente wordt bij besluiten die het watersysteem raken, maar waar de gemeente het bevoegd gezag is, per situatie de bodemproblematiek afgestemd met het bevoegd gezag Waterwet [8]. Alleen op deze manier wordt bereikt dat de eisen die de gemeente stelt, aansluiten op de wensen/eisen die de waterbeheerder heeft ten aanzien van het watersysteem.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 13/59

1.3.2 REIKWIJDTE Deze nota bodembeheer heeft betrekking op: — Het toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem en het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie op het grondgebied van de gemeente. — Grondverzet bij bodemsanering. — Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten en bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouw en activiteit ruimtelijke planvorming). Toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem en het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie Beoordelingen op grond van het in deze nota geformuleerde bodembeleid vinden plaats bij nieuwe ontwikkelingen (dynamische situaties, zoals grondverzet, bouw en/of bestemmingswijzigingen). Op locaties waar geen ontwikkelingen plaatsvinden (statische situaties) is het bodembeleid niet van toepassing. Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dit niet het geval is, gaat het niet om het nuttig hergebruiken van grond en wordt de grond als afvalstof gezien. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit voor de geluidswering noodzakelijk is. Voor het ontgraven en tijdelijk opslaan van grond in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming.

Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 inwerking en vervalt de Wet bodembescherming. Diverse onderwerpen uit de Wet bodembescherming komen in het Besluit activiteiten leefomgeving aan de orde. Ook moeten bepaalde onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of de Omgevingsverordening. Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder kader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Waterwet en de Keur van waterschappen. Voor het inrichten van een weilanddepot voor baggerspecie moet in de gemeente een omgevingsvergunning (vroeger aanlegvergunning) worden aangevraagd (artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Afhankelijk van de locatie is ook een ontheffing noodzakelijk van het daar geldende bestemmingsplan. Het in deze nota geformuleerde beleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. Of het gaat om het opvullen met grond van de ruimte achter een (nieuw) geplaatste beschoeiing.

In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen de waterkwaliteitsbeheerder (Hoogheemraadschap van Delfland -grondgebied voormalige gemeente Berkel en Rodenrijs- of het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard -grondgebied voormalige gemeenten Bergschenhoek en Bleiswijk-) en de gemeente. Grondverzet bij bodemsanering Een bodemsanering moet worden uitgevoerd als er sprake is van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging of als bodemkwaliteit op de locatie niet voldoet aan de bodemkwaliteit die hoort bij de toegekende functie. Bij een bodemsanering wordt sterk verontreinigde grond ontgraven en eventueel de saneringsput opgevuld met grond. Ook kan een bodemsanering plaatsvinden door het aanbrengen van een isolatielaag, een ophooglaag of een leeflaag met grond. Afhankelijk van het type bodemsanering kan de bodemfunctieklassenkaart of de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om de terugsaneerwaarde(n) te bepalen (zie § 4.13.1). Het aanvullen van een saneringsput of het aanbrengen van een isolatielaag, ophooglaag of leeflaag als sanerende maatregel is in het kader van het Besluit een nuttige toepassing. Afhankelijk van de ligging van de saneringslocatie gelden hierbij de toepassingseisen die in deze nota bodembeheer zijn geformuleerd (zie hoofdstuk 4).

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 14/59

Grens landbodem-waterbodem De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.” Ter plaatse van de waterbodems is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Binnen de gemeente zijn dat het Hoogheemraadschap van Delfland (grondgebied voormalige gemeente Berkel en Rodenrijs) en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (grondgebied voormalige gemeenten Bergschenhoek en Bleiswijk. Hier zijn de Keur van Delfland[9] en de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard[10] van toepassing. De Keur is alleen van toepassing op waterstaatswerken. Dat wil zeggen oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en op de daarlangs gelegen beschermingszones (zie figuur 1.1). De ligging van deze gebieden is weergegeven in de leggerkaarten die beschikbaar zijn bij het Hoogheemraadschap van Delfland (www.hhdelfland.nl) en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/).

Figuur 1.1. Bron: Keur van Delfland. Schematische dwarsdoorsnede van een oppervlaktewaterlichaam en bijbehorende beschermingszones (zonder natte ecologische zone of waterberging). Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij de bij bodemverontreinigende activiteiten en bij omgevingsvergunningsaanvragen Eén van de doelen van de Omgevingswet is dat de bodemkwaliteitskaart voor meer doelen dan het toepassen/ hergebruik van grond wordt ingezet. De gemeente wil de bodemkwaliteitskaart onder voorwaarden gaan gebruiken — Bij de interpretatie van eindsituatie-onderzoeken bij bodemverontreinigende activiteiten als geen nulsituatieonderzoek is uitgevoerd (zie § 4.16). — Als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming; zie hoofdstuk 8).

1.4

GELDIGHEID

Deze nota bodembeheer wordt door de gemeente vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. De bodemkwaliteitskaart wordt maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling, in 2026, geëvalueerd (zie artikel 4.3.5 van de Regeling). Voor een bodemfunctieklassenkaart geldt geen wettelijke houdbaarheidstermijn. Een bodemkwaliteitskaart moet elke 5 jaar opnieuw worden vastgesteld, ongeacht of er aanpassingen zijn. Met de bodemkwaliteitskaart wordt ook de bodemfunctieklassenkaart geëvalueerd. Als de bodemfunctieklassenkaart moet worden aangepast, moet deze ook weer opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. Op basis van de evaluatie van de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart wordt vastgesteld of aanpassing van deze nota noodzakelijk is of dat de nota in de huidige vorm nog een volgende 5 jaar kan worden gebruikt. Alleen als het gebiedsspecifieke beleid (artikel 44 van het Besluit) moet worden aangepast, moet ook de nota opnieuw door elke gemeenteraad bestuurlijk worden vastgesteld.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 15/59

1.5

VERANTWOORDELIJKHEID

De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een eigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond te melden. In § 7.2.2 is een aantal situaties beschreven waarbij het toepassen van grond niet gemeld hoeft te worden. De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en/of het toepassen van grond en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: — Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer[11] (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. — Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. — Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen.

Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij bodemsanering gaat het dan om verontreinigd puin, sintels, teerresten et cetera. — Zorgplicht uit het Besluit (artikel 7): een ieder die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover van hem kan worden gevergd. De zorgplicht wordt in de Omgevingswet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, kan geen beroep worden gedaan op de gedane melding voor het Besluit bodemkwaliteit of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn. Ook na toepassing mag het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond/bagger van een onjuiste kwaliteit.

1.6

AANSPRAKELIJKHEID

De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren.

1.7

DEZE NOTA IN RELATIE TOT DE OMGEVINGSWET

Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet en diverse (aanvullings-) wetten, besluiten en Algemene maatregelen van bestuur inwerking. De huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie komt daarmee te vervallen en worden in de Omgevingswet, de bijbehorende (aanvullings-)wetten en besluiten en Algemene maatregelen van bestuur geregeld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt deze nota bodembeheer én de bodemkwaliteitskaart van rechtswege via het overgangsrecht direct in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde gebiedsspecifieke beleid wordt hiermee na de inwerkingtreding van de Omgevingswet voortgezet. Deze nota bodembeheer kan als bouwsteen dienen voor het Omgevingsplan of Programma.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 16/59

Een nieuw op te stellen Omgevingsplan met het oog op de bodem, krijgt een breder spectrum dan alleen bodemsanering en hergebruik van grond. Er wordt aangesloten op de gemeentelijke Omgevingsvisie. Onderwerpen zoals de aanpak van bodemverontreiniging, activiteiten in het grondwater, eventuele diffuse bodembelasting met lood, verzilting, bodemdaling, bodemafdekking (wateroverlast en hittestress), opslag van gas in de ondergrond, bodemenergie (geothermie) en/of warmte-koude opslag in de ondergrond, asbestdaken en gerelateerde bodemverontreiniging en het overgangsrecht voor de Wet bodembescherming kunnen aan de orde komen. Het verdient de aanbeveling om het hergebruik van grond terug te laten komen in een nieuw Omgevingsplan, met het oog op de bodem. Met de Omgevingswet wijzigt ook het normenkader. Er komen zogenaamde ‘Voorkeurswaarden’ en ‘Maximale waarden’. De ‘Voorkeurswaarde’ (voor een bepaald bodemgebruik) is gelijk aan de huidige normen uit de Regeling voor ‘Achtergrondwaarde (AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De ‘Maximale waarde’ is gelijk aan de huidige waarden die voor het spoedcriterium van de Wet bodembescherming worden gebruikt. Tussen de ‘Voorkeurswaarde’ en ‘Maximale waarde’ hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te maken (zie figuur 1.2). Dit moet worden onderbouwd door de betreffende gemeente.

Figuur 1.2 Normenkader bodem in de omgevingswet De huidige Interventiewaarden van de Wet bodembescherming worden in de Omgevingswet opgenomen in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving. Als gegraven gaat worden met een omvang meer dan 25 m 3, en de interventiewaarde wordt overschreden, wordt het net zoals nu verplicht een geschiktheidstoets uit te voeren voor het huidige/beoogde bodemgebruik. De gemeenten krijgen de mogelijkheid om gebiedsspecifiek beleid te maken: — om de interventiewaarde, ‘triggerwaarde’, voor de verplichte geschiktheidstoets hoger of lager te stellen (zie artikel 5.89j Besluit kwaliteit leefomgeving), bijvoorbeeld voor gebieden waar sprake is van een diffuus verspreide sterke verontreiniging; — om verhoogde terugsaneerwaarden te formuleren (net zoals de Lokale Maximale Waarden binnen het Besluit). Bij werkzaamheden in de grond met gehalten boven de interventiewaarden, blijft de kwaliteitsborging in het bodembeheer[12] gelden; de zogenaamde ‘Kwalibo’; bijvoorbeeld dat werkzaamheden onder erkenning en volgens beoordelingsrichtlijnen moeten worden uitgevoerd (zie artikel 2.1 van de Regeling). Opgesteld gemeentelijk beleid (verhoogde ‘triggerwaarden’) heeft daar geen invloed op. Binnen de Omgevingswet blijft een bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel bij grondverzet.

De bodemkwaliteitskaart kan ook gebruikt worden bij het Activiteitenbesluit (bodembedreigende activiteiten binnen de Omgevingswet) of bij de vrijstelling van bodemonderzoek voor omgevingsvergunningen.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 17/59

Bij nog niet gesaneerde en beheerde grondwaterverontreinigingen wordt de regelgeving in de Omgevingswet als volgt: — Op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld (her)ontwikkelingsprojecten of tijdens graafwerk) moet door de initiatiefnemer de bron van de grondwaterverontreiniging worden gesaneerd. — Afhankelijk van de urgentie en het gebruik van de boven- en ondergrond (bijvoorbeeld drinkwaterwinning) neemt de overheid initiatieven om de pluim van de grondwaterverontreiniging aan te pakken. In de Omgevingswet is het een doelstelling dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten. De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, worden door de gemeenten digitaal gepresenteerd op de gemeentelijke websites en interactief inzichtelijk gemaakt op een website die voor iedereen te raadplegen is: https://dcmr-bbkweb.lievense.com/. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.

1.8

LEESWIJZER

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de vastgestelde (stedelijke) bodemkwaliteit in de gemeente Lansingerland. In hoofdstuk 3 is een toelichting gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeente. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van grond is in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt in hoofdstuk 5 aan de orde. Hoofdstuk 6 gaat in op de onderzoeksinspanning die moet worden verricht voorafgaand aan het toepassen van grond. De te volgen procedures rondom het toepassen van grond zijn beschreven in hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 gaat in op het vrijstellingsbeleid voor het uitvoeren van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming). Deze nota wordt afgesloten met een hoofdstuk over enkele mandateringen van bevoegdheden door de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders en een overzicht van de in de teksten aangegeven bronvermeldingen. De in deze nota gebruikte begrippen zijn in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 is ingegaan op de Wet- en regelgeving bij onder meer het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond. In de bijlagen 3 is een beschrijving gegevens hoe de bodemkwaliteitskaart is gemaakt en zijn de resultaten daarvan weergegeven.

De statistische onderbouwing van de ontgravingskaarten is in de bijlagen 4 opgenomen. De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeente, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, zijn weergegeven in een grondstromenmatrix dat in bijlage 5 is opgenomen. In bijlage 6 is de onderbouwing gegeven van de normen waaraan de gemeente haar bodemkwaliteit toetst. Tenslotte is in bijlage 7 het vragenformulier voor historische gegevens van de toe te passen grond opgenomen dat kan worden gebruikt als bewijsmiddel voor de toe te passen grond, tezamen met de ontgravings- en toepassingskaarten. Op de kaartbijlagen 1 en 3 zijn respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen 4 zijn de te verwachten ontgravingskwaliteit weergegeven. De toepassingseisen in de gemeente voor grond van binnen de gemeente Lansingerland zijn weergegeven op de kaartbijlagen 5. De toepassingseisen in de gemeente voor grond van buiten de gemeente Lansingerland zijn weergegeven op de kaartbijlagen 6.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 18/59

2 DE TE VERWACHTEN BODEMKWALITEIT IN DE GEMEENTE In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Lansingerland (zie voor de technische onderbouwing bijlage 3A) zijn op basis van bodemtype, gebruikshistorie en bodemkwaliteit in totaal 3 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte, 3 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en ook 2 bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen (bodemlagen 0-1,0 m-mv en 1,0-1,5 mmv; zie kaartbijlage 3). Binnen een bodemkwaliteitszone wordt dezelfde gebiedseigen bodemkwaliteit aangetroffen. Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag. De kaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[13]. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag 0-1,0 m-mv in gebieden die verdacht zijn voor diffuus verhoogde bestrijdingsmiddelen is de bodemkwaliteitskaart ook voor bestrijdingsmiddelen opgesteld.

Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,5 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFASverbindingen1 vastgesteld. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeente nemen de gehalten aan PFASverbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,5 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv. De algemene stedelijke bodemkwaliteit van een bodemkwaliteitszone is gebaseerd op de 80-percentielwaarden2 van de voornoemde stoffen. De gemeente heeft besloten om bij het karakteriseren van de bodemkwaliteitszones uit te gaan van het bodembeleid van de gemeente Rotterdam[14] (zie bijlage 1 onder het kopje 'Bodemkwaliteitsklasse'). Daardoor maakt de gemeente gebruik van het gebiedsspecifieke kader van het Besluit (zie ook § 4.3). Naast Rotterdam hanteren de gemeenten Maassluis, Nissewaard, Schiedam en Vlaardingen dat beleid ook. In § 4.3 wordt hier nader op ingegaan. In tabel 2.1 is per bodemkwaliteitszone de verwachte ontgravingsklasse en de toepassingseisen per voorkomende bodemfunctie weergeven. Omdat in één bodemkwaliteitszone meerdere bodemfuncties kunnen voorkomen, kunnen ook meerdere toepassingseisen voorkomen (zie ook § 3.10.4 van bijlage 3A).

De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: — Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende3 en verwerkende bedrijven4, inzet blusschuim5 en secundaire bronnen6). — De bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld. — De waterbodems (ander bevoegde gezag). — Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart.

1

2 3 4 5 6

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. 80% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 19/59

De onderstaande locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: — Locaties die in het Kadaster zijn geregistreerd met een aantekening Wet bodembescherming (de locaties met een beschikking ‘Ernstig’; specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). — Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging (lokale bron/puntbron). — Deelgebied Glastuinbouw tot 1970 (bodemlaag 0-2 m-mv; te weinig meetgegevens). Tabel 2.1: Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfunctie conform het Besluit bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond.

BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIE

VERWACHTE BODEMKWALITEITS-/ ONTGRAVINGSKLASSE

TOEPASSINGSEIS BESLUIT BODEMKWALITEIT EN HANDELINGSKADER PFAS-HOUDENDE GROND EXCL. GEBIEDSSPECIFIEK BELEID @

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte # B1. (Lint)bebouwing voor 1930 B2. Wonen 1930-1970 1) en Wonen op voormalig glastuinbouwgebied $

Industrie Wonen Industrie Wonen Industrie

B3. Wonen na 1970 2), Bedrijventerreinen en Buitengebied

Wonen Landbouw

Landbouw

Natuur

Landbouw Natuur

Bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte ## O1. (Lint)bebouwing voor 1930 O2. Wonen 1930-1970 1) en Wonen op voormalig glastuinbouwgebied

Industrie Wonen Industrie Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Natuur

Natuur

Industrie O3. Wonen na 1970 2), Bedrijventerreinen en Buitengebied

Wonen Landbouw

Natuur 1) Compacte woonkernen die traditioneel bouwrijp zijn gemaakt zonder integrale voorbelasting. In de periode 1930-1970 is gebruik gemaakt van kolenkachels waardoor de bodem mogelijk vervuild is geraakt. 2) Compacte woonkernen die traditioneel bouwrijp zijn gemaakt zonder integrale voorbelasting. In de periode na 1970 is nagenoeg geen gebruik meer gemaakt van kolenkachels. De bodem is hierdoor waarschijnlijk minder vervuild. # De 80-percentielwaarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. ## De 80-percentielwaarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De ondergrond (1,5-2,0 m-mv) heeft naar verwachting een vergelijkbare of betere kwaliteit als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv. $ De kwaliteit van deze bodemkwaliteitszone is óók gebaseerd voor bestrijdingsmiddelen (zie bijlage 4C). @ De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw en Natuur: Landelijke achtergrondwaarden.

Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 20/59

3 MAATSCHAPPELIJKE OPGAVE De gemeente Lansingerland verwacht de komende 5 tot 10 jaar dat continu grond (tijdelijk) wordt ontgraven, opgeslagen en toegepast. Voorbeelden hiervan zijn het regulier onderhoud aan bermen van het spoor, de metro of openbare wegen, rioleringen, kabels, leidingen, groenvoorzieningen en (vervangende) nieuwbouwprojecten. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente blijkt dat het nuttig hergebruik van gebiedseigen licht verontreinigde grond (met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en ‘Industrie’) beperkt is in gebieden waar ontwikkelingen (gaan) plaatsvinden en/of zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie hoofdstuk 2, tabel 2.1). Hierdoor kan veel ontgraven grond niet worden hergebruikt en moet vervolgens worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Ook moet dan grond van elders worden aangekocht en aangevoerd die wel voldoet aan de toepassingseisen; bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank. De gemeente wil invulling geven aan een duurzamer en kosten effectiever bodembeheer. Grond vrijkomend uit het ene project wil de gemeente kunnen hergebruiken in het andere project. Werk met werk maken. Er zijn dan minder onderzoeks- en grondverwerkingskosten nodig, er hoeft minder grond te worden aangekocht (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) en ook de transportafstanden worden gereduceerd.

De druk op het wegennet, de uitstoot van schadelijke stoffen zoals fijnstof en CO 2 en het gebruik van energie nemen af. Het gebiedsspecifiek beleid van de gemeente is nuttig en milieuhygiënisch verantwoord en brengt bij het huidige en het beoogde bodemgebruik geen risico’s met zich mee. Het gebiedsspecifiek beleid is in hoofdstuk 4 onderbouwd en beschreven.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 21/59

4 DE UITWERKING VAN HET GRONDSTROMENBELEID 4.1

KWALITEITSDOELEN BIJ HERGEBRUIK VAN GROND

Bij het nuttig toepassen van grond hanteert de gemeente het ‘standstill’ principe op gebiedsniveau (zie § 4.2). Het ‘standstill’ principe betekent dat de bodemkwaliteit op gebiedsniveau gelijk moet blijven en op termijn verbetert. Op het niveau van bodembeheergebied is een vermindering van de kwaliteit alleen toelaatbaar: — met grond uit de gemeente Lansingerland; — als de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.4) niet worden overschreden; — als elders in het bodembeheergebied een verbetering van de bodemkwaliteit wordt gerealiseerd. De Lokale Maximale Waarden voldoen aan de landelijke definitie voor ‘duurzaam geschikt voor het beoogde gebruik’. Er treden met de plaatselijke vermindering van de kwaliteit geen risico’s op voor het (toekomstig) bodemgebruik. Op gebiedsniveau wordt als volgt invulling gegeven aan het ‘standstill’ principe: — Daar waar de grond wordt ontgraven treedt een lokale verbetering op van de bodemkwaliteit. — In gebieden waar een strengere toepassingseis geldt dan de kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt een verbetering gerealiseerd. Voor grond van buiten het vastgestelde bodembeheergebied (zie § 4.2) gelden de generieke, landelijke (toepassings)eisen. Als dit van toepassing is, is dat in deze nota aangegeven.

Om knelpunten bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond in de praktijk op te lossen binnen de regels van het Besluit én om meer gebiedseigen licht verontreinigde grond (met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en ‘Industrie’) te kunnen hergebruiken, is gebiedsspecifiek beleid geformuleerd. Dit is in de hierna volgende paragrafen uitgewerkt. In eerste instantie zijn de beperkingen van het generiek beleid ten aanzien van hergebruik van grond aangegeven. Vervolgens is het gebiedsspecifiek beleid verder uitgewerkt. Dit beleid is er op gericht de beperkingen zo veel mogelijk weg te nemen binnen de kaders van wet- en regelgeving en beleid én voor zover risico’s voor het (toekomstig) bodemgebruik dit toelaten. Voor een aantal situaties is strenger beleid geformuleerd. Naast het gebiedsspecifiek beleid is ook algemeen beleid voor het hergebruik van grond en het gebruik van de bodemkwaliteitskaart in dit hoofdstuk uitgewerkt.

4.2 UITBREIDING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED Het generieke kader van het Besluit gaat uit van het gemeentelijke grondgebied als bodembeheergebied. Om grondstromen tussen gemeenten mogelijk te maken en de bodemkwaliteitskaart van andere gemeenten te gebruiken als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond, moet het (generieke) gemeentelijke bodembeheergebied worden uitgebreid. Deze uitbreiding valt volgens het Besluit in het gebiedsspecifieke kader. Met deze nota accepteert de gemeente de geldige bodemkwaliteitskaarten als bewijsmiddel bij grondverzet van de gemeenten Goeree-Overflakkee, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. In § 4.10 zijn de toepassingseisen geformuleerd voor grond dat afkomstig is van buiten de gemeente.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 22/59

4.3 TOETSNORMEN CLASSIFICERING BODEMKWALITEIT De gemeente Lansingerland hanteert de toetsnormen die overeenkomen met die van de gemeenten Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen (zie tabel 4.1). Deze blijven de voorkeur krijgen boven de generieke toetsnormen van de centrale overheid. Bij het vaststellen van toetsnormen die de voornoemde gemeenten in de Rijnmondregio hanteren, zijn keuzes gemaakt in de mate waarin op lokaal niveau mens, plant en dier worden beschermt en in de mate waarin binnen het gemeentelijke grondgebied ruimte wordt gecreëerd voor grondverzet. Voor het afwegingskader, de gemaakte keuzes en de totstandkoming van de LMW wordt verwezen naar bijlage C van de hoofdnota van het Rotterdamse beleid[14] (zie ook bijlage 6). Tabel 4.1: Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-)

STOF

MAXIMALE WAARDEN NATUUR (LANDELIJKE TOETSNORM)

MAXIMALE WAARDEN LANDBOUW (LANDELIJKE TOETSNORM)

MAXIMALE WAARDEN WONEN (LANDELIJKE TOETSNORM)

MAXIMALE WAARDEN INDUSTRIE (LANDELIJKE TOETSNORM)

Barium

190 (-)

280 (-)

550 (-)

920

Cadmium

0,60

1 (0,6)

3.7 (1,2)

13 (4,3)

Kobalt

15

25 (15)

50 (35)

190

Koper

40

60 (40)

100 (54)

190

Kwik

0,15

2 (0,15)

4,8 (0,83)

4,8

Lood

50

200 (50)

300 (210)

530

Molybdeen

1,5

10 (1,5)

88

190

Nikkel *

60 (35)

60 (35)

75 (39)

100

Zink

140

200 (140)

350 (200)

720

Som PAK

1,5

5,5 (1,5)

11 (6,8)

40

Som PCB

0,02

0,1 (0,02)

0,25 (0,04)

0,5

Minerale olie

190

300 (190)

500 (190)

1.000 (500)

α-Endosulfan

0,0009

0,05 (0,0009)

0,1 (0,0009)

0,5 (0,1)

Chloordan (som)

0,002

0,05 (0,002)

0,1 (0,002)

0,5 (0,1)

Drins (som 3)

0,015

0,2 (0,015)

0,5 (0,04)

4 (0,14)

α-HCH

0,001

0,15 (0,001)

0,25 (0,001)

0,5

β-HCH

0,002

0,1 (0,002)

0,2 (0,002)

0,5

γ-HCH

0,003

0,1 (0,003)

0,3 (0,04)

0,5

Heptachloor

0,0007

0,05 (0,0007)

0,1 (0,0007)

0,5 (0,1)

Heptachloorepoxide (som)

0,002

0,002

0,05 (0,002)

0,5 (0,1)

Heptachloorbutadieen

0,003

0,003

-

-

DDT

0,2

0,3 (0,2)

0,4 (0,2)

1

DDD

0,02

0,2 (0,02)

0,84

4 (34)

DDE

0,1

0,2 (0,1)

0,25 (0,13)

1,3

Bestrijdingsmiddelen (som) (0,4) (0,4) (0,4) (0,5) * De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buitenwerking gesteld.

SOB012160 – Nota bodembeheer gemeente Lansingerland SOB012160.RAP004 Opdrachtgever: Gemeente Lansingerland

WSP 10 augustus 2021 pagina 23/59

4.4 DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN 4.4.1 INLEIDING In de gemeente is het nuttig hergebruik van gebiedseigen licht verontreinigde grond (met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en ‘Industrie’) beperkt in gebieden waar ontwikkelingen (gaan) plaatsvinden en/of zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Hierdoor moeten de gemeente én derden hoge kosten maken voor de afvoer en verwerkingskosten van deze grond en de aankoop van nieuwe grond. En dat terwijl het hergebruik van de af te voeren grond geen risico’s oplevert bij het duurzaam hergebruik. Het gebiedsspecifieke kader van het Besluit staat toe dat in relatief schone gebieden, grond uit de gemeente Lansingerland mag worden toegepast met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ en/of ‘Wonen’. De kwaliteit van de grond moet dan voldoen aan de betreffende bodemfunctieklasse (zie kaartbijlage 1). Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale Maximale Waarden vastgesteld. In het generieke kader is deze ruimere toepassingsmogelijkheden (Lokale Maximale Waarden) niet mogelijk. Alleen in het kader van gebiedsspecifiek beleid mogen Lokale Maximale Waarden worden vastgesteld. In de hierna volgende paragrafen worden de verschillende Lokale Maximale Waarden gedefinieerd. De in deze paragraaf vastgestelde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor de grond van buiten het bodembeheergebied van de gemeente (zie § 4.2 en § 4.10).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=b45f3f40-8c79-45ee-aab7-fce5986fedd8