Bijlage I Plan MER windenergie Lansingerland
Tekst van het document
58
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
slagschaduw die op ruime afstand van de windmolen o contrast tussen licht en donker kleiner dan bij slagschad kleine afstand van de windmolen ontstaat. Als de wieken maar een klein deel (minder dan 20%) van de zonneschijf bedekken, is de slagschaduw dermate diffuus dat deze nauwelijks voor hinder zorgt. In dit onderzoek wordt daarom aangenomen dat er alleen slagschaduw optreedt wanneer de zon minimaal voor 20 procent wordt bedekt door de wiek van een windmolen. Dit wordt in windPRO berekend op basis van bladbreedtegegevens van het gebruikte windmolentype. Indien dergelijke gegevens niet beschikbaar zijn is voor het tekenen van de contouren gebruik gemaakt van bladbreedtegegevens van een vergelijkbaar type. Bovenstaande correcties zijn gebaseerd op gegevens over het klimaat. De correctie van de gemiddelde zonneschijnduur is gebaseerd op maandgemiddelde metingen en de correcties voor stilstand en windrichting zijn gebaseerd op de jaargemiddelde metingen. Dit zijn langjarige gemiddelden. In een individueel jaar is de schaduwhinder in sommige gevallen hoger en in sommige gevallen lager dan het gemiddelde. De berekening is uitgevoerd met het softwarepakket windPRO, een programma dat slagschaduw nauwkeurig berekent en dat veel gebruikt wordt in de windenergiesector.
Om de effecten 'worst-case’ in beeld te brengen is geen rekening gehouden met het feit dat gebouwen en andere hoge obstakels de windmolens aan het zicht kunnen onttrekken en daarmee ook slagschaduw voorkomen. 3.5.3.3
Slagschaduwgevoelige objecten
Slagschaduwgevoelige objecten die deel uitmaken van de slagschaduwstudie komen uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG, januari 2025). Hierbij worden gebouwen met een woon-, onderwijs en gezondheidszorgfunctie gezien als slagschaduwgevoelige objecten. Deze objecten bevatten een worstcase aanname: elke woning heeft een raam van 8 meter breed en 5 meter hoog. Bovendien is dit raam georiënteerd naar de windmolens toe. 3.5.3.4
Wind en zon aanbod
Om de hoeveelheid slagschaduw op een specifieke locatie te berekenen, is het van belang om te weten vanaf welke richting de wind waait, en hoe hard het waait (windsnelheid). De windmolen staat stil als de windsnelheid te laag is. Deze grens ligt op ongeveer 3 m/s (op ashoogte). Een moderne windmolen met een ashoogte boven de 80 meter is gemiddeld ca. 95% van de tijd in bedrijf. Wij gaan in dit onderzoek uit van 99% in bedrijf op basis van de windrichtingsverdeling bij Meteostation Rotterdam. Ook het zonaanbod is in de berekening gebaseerd op gegevens van meetstation Rotterdam (het dichtstbijzijnde meetstation waarvan bij ons data bekend is). Zie de bijlage D met de windPRO-rekenresultaten voor de precieze Effectbeoordeling stap 1
59
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
waarden. Zomer- en wintertijd hebben geen effect op de duur va duw, maar wel op het moment van de dag waarop slagschadu Tijdswijzigingen van zomer- naar wintertijd en vice versa vinden plaats iedere laatste zondag van maart en laatste zondag van oktober plaats. Het effect (moment van de dag) hiervan is meegenomen in de berekening. 3.5.3.5
Lichtschittering
Lichtschittering wordt veroorzaakt door de reflectie van zonlicht door de wieken van een windmolen. Dit effect wordt eenvoudig voorkomen door coating op de wieken aan te brengen waardoor reflectie wordt gereduceerd of voorkomen: hinder wordt voorkomen door niet-reflecterende materialen of coatinglagen te gebruiken op de onderdelen die de hinder veroorzaken. Het meten van reflectiewaarden moet daarbij gebeuren volgens NEN-EN-ISO 2813, of een daaraan minstens gelijkwaardige meetmethode. De toepassing van niet-reflecterende coating is wettelijk voorgeschreven. 3.5.3.6
Signaalverlichting
Windmolens met een tiphoogte van 150 m en hoger moeten worden uitgerust met signaalverlichting/obstakelverlichting. Deze verlichting bestaat standaard uit wit licht in de dagperiode en rood licht in de nachtperiode en dienen als waarschuwing voor alle het luchtverkeer. Tegenwoordig kan gebruik worden gemaakt van een naderingsdetectie systeem op basis van transpondertechniek. Dit is een systeem dat detecteert of een luchtvaartuig zicht binnen de detectiezone van de windmolen is of niet. De verlichting gaat alleen aan als het luchtvaartuig zich binnen waarschuwingszone bevindt. Als er geen luchtvaartuigen in de buurt zijn, staat de obstakelverlichting uit. Hiermee wordt voorkomen dat de windmolens ’s nachts onnodig verlichting geven. Deze techniek wordt echter niet overal in Nederland toegestaan door Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). Zo geldt er een beperking in de nabijheid van luchthavens en aanvliegroutes. Het alternatief voor naderingsdetectie is dat in plaats van knipperende verlichting een vastbrandende verlichting in de nachtperiode wordt toegepast.
Het is aan de initiatiefnemer van een windpark om, binnen de ruimte die ILenT geeft, in overleg met de omgeving te komen tot een passende vorm van obstakelverlichting, in samenhang met overige maatregelen waarmee hinder in de omgeving verder kan worden gereduceerd of overige maatregelen die door het windpark worden genomen.
3.5.4
Resultaten In de onderstaande figuren zijn de 0-, de 1- en de 6 uurscontouren weergegeven. Alle gevoelige objecten binnen de 0- en de 6 uurscontour zijn meegenomen in de berekening van de benodigde mitigatie.
Effectbeoordeling stap 1
60
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
Op basis van de invoergegevens uit Tabel 17 zijn de relevante ef te berekenen: de PR 10-5- en 10-6 contour. Ook kan het invloedsg berekend dat wordt begrensd door de maximale werpafstand van (een deel van) het blad.
3.6.2
Beoordelingscriteria
3.6.2.1
Ligging ten opzichte van (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn definities voor kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties opgenomen. Dit zijn objecten die bij een externe veiligheidsbeoordeling bijzondere bescherming verdienen, omdat zij zijn bestemd voor het (langdurig) verblijf van kwetsbare- of grote aantallen personen. Welk extern veiligheidsrisico bij (beperkt) kwetsbare objecten als aanvaardbaar wordt beschouwd wordt in normen omschreven met het plaatsgebonden risico (PR). Hiermee wordt de kans omschreven dat een persoon die zich onafgebroken op een bepaalde locatie bevindt komt te overlijden als direct gevolg van een ongeval bij de te beoordelen inrichting. Een persoon die zich onafgebroken op de PR 10-6 contour rondom een inrichting bevindt, heeft een kans op overlijden van 10-6 per jaar (één op de miljoen per jaar) als direct gevolg van een ongeval bij de te beoordelen inrichting. Op de PR 10-5 contour is de kans op overlijden één op de honderdduizend per jaar. De bescherming van (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen is geregeld in het Bkl. Hierin wordt voor (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties een grenswaarde voor het PR gesteld van 10-6 per jaar, terwijl voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties een standaardwaarde voor het PR wordt gesteld van 10-6 per jaar.
Van een grenswaarde mag niet worden afgeweken, terwijl van de richtwaarde wel gemotiveerd mag worden afgeweken. In de beoordeling is er gerekend met een indicatieve PR 10-6 contour. Deze PR contour is berekend met inachtneming van de geactualiseerde rekenregels (zie 3.6.1). De relevante veiligheidscontouren zijn berekend voor een aantal verschillende windmolentypes. Hieruit blijkt dat het referentiewindmolentype niet veel afwijkt van andere windmolentypes met vergelijkbare afmetingen. De faalkansen die horen bij de verschillende faalscenario’s zijn voor het referentiewindmolentype weergegeven in Figuur 36. De PR 10-6 contour komt uit op 120 meter en de PR 10-5 op ongeveer 15 meter. Alle panden die (deels) binnen deze contouren liggen, doen mee in de beoordeling. Er zijn verschillende klasses gebouwen meegenomen (zie Tabel 18).
Effectbeoordeling stap 1
64
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
° Figuur 38
De gebouwen en hun status binnen de PR 10-6 contouren van de windmole derzoeksopstelling B.
Figuur 39
De gebouwen en hun status binnen de PR 10-6 contouren van de windmolenposities van onderzoeksopstelling C.
Effectbeoordeling stap 1
70
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
Voor alle drie de onderzoeksopstellingen geldt dat er beperkt kwe wen binnen de PR 10-6 contour liggen. Voor onderzoeksopstelling molens waarvan de PR 10-5 contour over de beperkt kwetsbare gebouwen valt. Dit zijn de enige molens waarbij dit het geval is. Figuur 40 geeft een detail-uitsnede van deze contouren. Figuur 40
De gebouwen en hun status binnen de PR 10-6 en de PR 10-5 contouren van de windmolenposities van onderzoeksopstelling B.
3.6.3.2
Regionale- en landelijke waterkeringen
Er zijn geen primaire waterkeringen aanwezig in en rond de gemeente Lansingerland. Wel liggen er enkele boezemwaterkeringen, te weten de Boezemwaterkering Vaart Polder Bleiswijk en de boezemwaterkering Rottekaden. In de scoretabel is ter informatie de kortste afstand van één van de windmolens uit de onderzoeksopstelling tot de beschermingszone van de boezemwaterkering weergegeven. Voor de beoordeling of de werpafstand van een windmolen reikt tot de beschermingszone is een afstand van 118 m aangehouden (werpafstand bij nominaal toerental voor het gehele blad). Omdat de werpafstand voor windmolenpositie A7 en B2 reikt tot over de beschermingszone scoren de opstellingen in zowel gebied A als gebied B beperkt negatief (-). Voor de onderzoeksopstelling in onderzoeksgebied C geldt dat de windmolenposities ruim buiten de werpafstand tot de beschermingszone zijn geprojecteerd.
Effectbeoordeling stap 1
71
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
3.6.3.3
Figuur 43
IJsafworp
Wegen waar mogelijk ijsafworp op kan treden onder de overdraaicirkels van de windmolens van onderzoeksopstelling A.
Effectbeoordeling stap 1
73
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
° Figuur 44
Wegen waar mogelijk ijsafworp op kan treden onder de overdraaicirkels va van onderzoeksopstelling B.
Figuur 45
Wegen waar mogelijk ijsafworp op kan treden onder de overdraaicirkels van de windmolens van onderzoeksopstelling C.
Effectbeoordeling stap 1
74
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
3.7.2
Visualisaties Ter ondersteuning van de landschappelijke (en cultuurhistorische) effectbeoordeling bevat het plan-MER fotovisualisaties vanaf diverse zichtpunten rondom de 3 zoekgebieden. De visualisaties dragen bij aan het beoordelingskader (bijvoorbeeld om te bepalen in hoeverre er sprake is van visuele interferentie). Onderstaande figuur laat zien vanaf welke locaties de foto’s zijn genomen waar vervolgens de windmolens in zijn gemonteerd. Een document met alle visualisaties is te vinden in Bijlage D.
Figuur 46
Locatie en aanduiding van de zichtpunten van de visualisaties. Ook zijn de windmolenposities van de drie onderzoeksopstellingen weergegeven.
De tekst haalt deze visualisaties aan wanneer deze relevant zijn voor de beoordeling. Hieronder wordt ter illustratie een aantal visualisaties van de 3 onderzoeksopstellingen getoond.
Effectbeoordeling stap 1
76
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
Openheid kan worden aangetast door stedelijke ontwikkeling o wikkeling van bovengrondse hoogspanningsverbindingen en win Figuur 50
Begrenzing Groene Hart en onderzoeksopstellingen (bron: Het Groene Hart, landschapsbiografie en cultuurhistorische waardering, SteenhuisMeurs, 2021)
3.7.4.2
Landschappelijke waarden
De windmolenposities van de onderzoeksopstellingen A en B liggen in glaslandschap en ‘Steden en dorpen’ (zie Figuur 51). Zes van de zeven molens van onderzoeksopstelling A liggen in een droogmakerij (klei).
Effectbeoordeling stap 1
81
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
3.7.4.3
Landschappelijke structuren
Figuur 52
De A12 met de afstand tot waar er sprake is van een verhoogde leesbaarheid van een windmolenopstelling.
De windmolens van onderzoeksopstelling A liggen (op A7 na) buiten de contour rondom de snelweg. Bovendien is onderzoeksopstelling A een clusteropstelling. Dat betekent dat deze niet duidelijk 1 structuur volgt. Er is sprake van verstoring van de bestaande (lijn)structuur. De windmolens van onderzoeksopstelling B volgen de lijn van de snelweg niet en liggen alle drie op meer dan 250 meter afstand. Er is daarom ook geen sprake van versterking of verstoring van de lijnstructuur. Ook met betrekking tot onderzoeksopstelling C geldt dat er géén landschappelijke structuren aanwezig zijn. Daardoor kan er ook geen sprake zijn van versterking of verstoring. Deze onderzoeksopstelling scoort daarom neutraal. 3.7.4.4
Visuele interferentie
Onderzoeksopstelling A ligt grotendeels op korte afstand (<500 meter) van de hoogspanningstracés die evenwijdig aan de A12 lopen en die haaks op de A12 en parallel aan de Kruisweg de Klappolder doorkruisen. Uit de diverse visualisaties komt duidelijk naar voren dat de windmolens en de bestaande hoogspanningsverbindingen interfereren. Zie bijvoorbeeld visualisaties vanaf zichtpunten A.3, A.4, A.6 en B.3.
Effectbeoordeling stap 1
83
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
3.8.3
Resultaten
3.8.3.1
Cultuurhistorische gebieden en elementen
Figuur 60
Overzicht van cultuurhistorische elementen binnen de gemeente Lansingerland.
Er liggen een aantal historisch-landschappelijke lijnen, nederzettingen en oude stads- en dorpskernen binnen de gemeente Lansingerland. De ligging van de windmolens ten opzichte van deze elementen is echter dusdanig, dat de verschillende onderzoeksopstellingen neutraal scoren op dit thema.
Effectbeoordeling stap 1
90
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
3.8.3.2
Molenbiotopen
Figuur 61
Overzicht van de aanwezige molenbiotopen in en rond de gemeente Lansingerland.
Effectbeoordeling stap 1
91
Plan-MER Windenergie Lansingerland DefinitiefProvincie Zuid-Holland
°
3.8.3.3
Verenigbaarheid met archeologische waarden
Figuur 62
Archeologische elementen
Rond de onderzoeksgebieden is geen sprake van bekende archeologische waarden die beschermd worden op grond van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, de zogeheten archeologische terreinen van provinciaal belang. Mogelijk bevinden zich wel nog onbekende archeologische waarden in de bodem. Of dit zo is en of welke risico’s er zijn als gevolg van grondwerkzaamheden, wordt in vergunningsfase getoetst. Eventueel dient een archeologische bureaustudie te worden uitgevoerd. 3.8.3.4
Visualisaties
Ter ondersteuning van de beoordeling van het criterium molenbiotopen zijn de visualisaties beschouwd waarop de traditionele windmolens goed zichtbaar zijn. Het betreft kijkpunten A.1 en A.2 (zie Figuur 46). Onderzoeksopstelling A ligt binnen 500 meter van meerdere traditionele molens. Figuur 63 laat een voorbeeldvisualisatie zien van Onderzoeksopstelling A gekeken vanuit Kijkpunt A.1. De figuur laat zien dat de onderzoeksopstelling op korte afstand van de traditionele molens staan en het beeld domineren. Voor onderzoeksopstelling B (Figuur 64) geldt dat de windmolens dermate ver weg staan dat ze geen visuele impact hebben op de molenbiotoop. De windmolens staan op de achtergrond en hebben eenzelfde visueel effect als bijvoorbeeld de reeds bestaande hoogspanningslijn.
Effectbeoordeling stap 1
92