CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 4 februari 2021, gemeente Lansingerland48.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ik zou daar echt in de zienswijze opgenomen willen hebben, dat we daar vooralsnog niet mee akkoord gaan. Verder pleit ik ervoor om in de zienswijze, de kadernota vind ik lastig te lezen, financieel is het helder, maar er zitten inhoudelijk gewoon veel vraagtekens. Ik verwijs maar even naar pagina 20, waar wordt gezegd: er moet een verbeterplan komen als het gaat om de aanpassing governance model. Prima. Er is nog een landelijk onderzoek gaande over de noodzaak van structurele verhoging jeugdhulpmiddelen aan gemeenten. Dat is waar meneer Hoek terecht over zei, dat we door de VNG ook een beetje gefopt zijn, door deze taak naar ons toe te trekken met een korting van 20%. Maar gemeenten, staat ook in de kadernota, moeten zich gaan beraden over de beweging van drang. Nu citeer ik, het zegt mij niet zoveel, maar het gaat over kinder- en jongerenpsychiatrie. Daar moeten wij dus een koers over bepalen, maar die staat dus niet in de kadernota, wat dat dan zou moeten zijn. Er wordt ook iets over Veilig Thuis geroepen, maar dat heeft meneer Hoek perfect vermeld. Verder wordt op blz.12 en 13 aangestipt, dat we ervoor moeten zorgen dat er een betere organisatie van het stelsel van de complexe zorg moet komen. Dat zal met die governance te maken hebben. Maar daar wordt vanuit het ministerie heel zwaar op ingezet. Ik denk dat dat ook in die visie moet komen te staan.

Ik vind onze visie een beetje, ja, het is geen echte zienswijze, het is een beetje zeggen: we zien ontwikkelingen. Ik zou, als het nog kan, want ik begreep dat de schrijver van deze notitie ons gaat verlaten, of hij nog als cadeautje ons een aangescherpte zienswijze kan aanbieden. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Er is al heel veel gezegd, dus ik ga proberen alle herhalingen te schrappen. Ik geloof wel, dat de VVD de enige is, of ik heb niet goed geluisterd. Wij zien eigenlijk in deze kadernota wel de visie van onze eigen commissie terug komen, dat we lokaal zoveel mogelijk zelf gaan doen wat mogelijk is en alleen centraal in te kopen wat nodig is. Dat is iets wat wij in meerderheid in de commissie willen en wat ik toch op meerdere plekken terug lees. Ook het sturen op maatregelen, die onnodige verwijzingen naar specialistische hulp moeten voorkomen en het voorkomen van stilzwijgende verlenging van handelingen vinden wij belangrijke pijlers in het beleid. Ik heb er een aantal vragen over gehoord en indirect heb ik die ook. Ik denk dat het goed is, dat de regio in zijn geheel op die manier lokaal strakker gaat sturen. We hebben het weleens gehad over het verrekenmodel van de gemeenschappelijke regeling.

Het is ook al in ons voordeel als wij dat zelf doen als gemeente, want uiteindelijk komt dat natuurlijk ook naar ons toe, maar voor de druk op de totale specialistische hulp is het natuurlijk belangrijk, dat de hele regio dat doet. Ik zou dus van de wethouder willen horen hoe daar in andere gemeenten naar wordt gekeken. Verder wil ik eigenlijk alleen over de zienswijze twee dingen zeggen. Dat komt een beetje overeen met wat meneer Hoppenbrouwer ook zei. Er staat in de zienswijze genoemd bij tijdige inzet van passende zorg, dat bij jeugdbescherming en reclassering een opstopping ontstaat in de keten, omdat de caseload hoog is, maar we geven niet aan wat wij de gewenste oplossingsrichting vinden. Wat er nu staat kan de gemeenschappelijke regeling eigenlijk als kennisgeving

21/36

aannemen. Dat vind ik wel een gemiste kans. Ik zou de wethouder willen vragen: wat denkt zij dat we zouden kunnen toevoegen? Wat is onze visie daar nou op? Het is niet mijn expertisegebied, maar wat zou er moeten gebeuren om die tijdige inzet van passende zorg te verbeteren? Het niet alleen maar te constateren. Wat ik me afvroeg, is waarom er niets is gezegd in de zienswijze over de nieuwe aanbesteding. Ik heb in de kadernota gelezen, dat voor 2021 en 2022 een nieuwe aanbesteding moet komen van nieuwe aanbieders. Dat is toch de uitgelezen kans om te vertellen wat wij vinden, dat belangrijk is bij de selectie van die aanbieders, om een aantal criteria mee te geven, die voor onze gemeente relevant zijn. Daar zou ik ook een reactie van de wethouder op willen. Dat was het wat ons betreft. De voorzitter: Een paar indringende bijdragen en ook een paar vragen. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: De kadernota voor de GRJR is inderdaad voor de tweede keer verschenen. Voor die tijd had u alleen maar de mogelijkheid om bij de begroting met een zienswijze te reageren. Deze kadernota is de vorige keer, een jaar geleden, verschenen omdat één van de 15 gemeenten daar om vroeg. Toen hebben we gezegd: als we dat voor die ene gemeente moeten doen, dan lijkt het ons goed om die kadernota voor een zienswijze te sturen naar die 15 gemeenten, want de GR wordt gevormd door 15 gemeenten.

En de kadernota vormt dan ook de opmaat naar de begroting. Deze kadernota is natuurlijk wel opgesteld met in het achterhoofd de afspraken die we vorig jaar hebben gemaakt. Zoals meerderen van u ook al benoemden: er is in het hele land zichtbaar dat er een groeiend beroep is op jeugdhulp, wat gepaard gaat met een toename van het budget, wat daar voor nodig is. Als je daar iets aan zou willen doen, dan moet je in elk geval kijken waar je efficiënter of effectiever kunt werken met minder middelen. Dan is dat een opdracht, niet alleen aan de GR, maar ook aan die 15 gemeenten. In de GR zeg ik altijd, tegenwoordig zeg ik: roep ik altijd: er is geen enkel GR kind. Elk kind heeft een plekje in één van die 15 gemeenten. We willen ook, dat in die 15 gemeenten de regie ligt voor eigenlijk elk kind. Dat elke gemeente weet welke kinderen vanuit die gemeente ergens in onze GR regio hulp krijgen. Dus als we moeten kijken of het ook anders kan, voordeliger kan, lokaler kan, anders georganiseerd, dan is dat een opdracht die ook bij die 15 gemeenten ligt. Met die 15 gemeenten hebben we gezegd: die trend van toenemende kosten en toenemend gebruik moet echt knikken. Dat verwoord je in een begroting naar meer jaren toe op GR niveau in een taakstelling.

De eerlijkheid gebied te zeggen, wat meneer Hoek met nadruk aan de orde stelt, dat de verwachtingen sinds de tweede lockdown van corona zijn, dat er eerder meer jongeren in hulp komen of dat ze langer in hulp zullen zijn dan dat het er minder zijn. Ik voel met u mee: is die taakstelling op dit moment nog zo realistisch als dat we vorig jaar misschien hoopten. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota waren we nog niet zo ver met deze tweede lockdown en wisten we nog niet, dat de signalen van bijvoorbeeld Veilig Thuis in de tweede lockdown echt anders zijn dan in de eerste lockdown. Het zou best kunnen als we als GR AB bij de begroting toch met een iets ander verhaal terug komen dan dat het nu in deze kadernota nog lijkt. Maar dit was wel echt het voornemen. We willen die trend knikken en we willen ook zorgen dat meer kinderen lokaal geholpen kunnen worden dan perse in de GR. Dan zijn er wat concrete vragen over de inzet van POH’ers. Voor zover het gaat om Lansingerland denk ik dat het goed is om daar aandacht aan te besteden in de update n.a.v. de veranderopgave jeugd, die we af en toe in een brief aan u doen toekomen. Er zijn meer gemeenten, die met POH’ers werken. Wij zijn dat ook gaan doen, omdat in andere gemeenten dat tot positieve resultaten leidden. Dat doen meer gemeenten in de regio.

En vanuit een aantal GGZ-aanbieders hebben we ook het pleidooi gehoord om dat in de GR aan alle gemeenten op te leggen. Zo werkt het natuurlijk ook weer niet in een GR, want elke gemeente is autonoom in de keuzes die hij maakt. Dat willen we ook graag zo houden, maar de specialistische GGZ-aanbieders zien ook de voordelen van het werken met een POH’er bij de huisarts. Dan was er nog een vraag, die hier ook bij hoort: hoe komt dat nu eigenlijk, dat de jeugdzorg zoveel duurder wordt? Daar hebben meerder onderzoeken gelijkluidende constateringen gedaan. Er vragen meer jongeren hulp. Dat blijkt ook uit het AEF onderzoek, maar dat bleek ook al uit de schouw, die we in de GR vorig jaar hebben gedaan voor de specialistische jeugdzorg, met name in de GGZ omdat er zoveel wachtlijsten zijn. Het blijkt bovendien dat jongeren eerder een wat duurder traject doorlopen en dat sommige trajecten ook daadwerkelijk langer duren dan in het verleden. Er schijnt in die stappen overal ook wel een keuze te zijn voor veiligheid. Als je niet zeker weet, dat een jongere geholpen is met een iets eenvoudiger traject, dan kies je voor de zekerheid en dat maakt het ook al een stukje duurder.

Soms is het probleem het knelpunt, waar meneer Hoek ook aandacht voor vroeg, soms is er aan de achterkant van een traject iets anders nodig wat nog niet gereed is, waar nog geen plek is en dan blijft een kind soms te lang hangen op een eigenlijk te duur of te zwaar traject. Hoe beter je daar zicht op krijgt en dat krijg je als je 5 jaar onderweg bent, hoe makkelijker het is om dat te bespreken en partijen daar op aan te spreken, dat we daarin moeten verbeteren. Maar dat is wel een ingewikkeld proces. Zeker, wat meneer Hoek ook schetste, als je in een aanbestedingstraject zit met een gegarandeerde periode van bijvoorbeeld 3 jaar. Dan ken je elkaar net en dan zou je alweer

22/36

moeten nadenken over een nieuwe aanbesteding. Gelukkig zitten in de meeste aanbestedingstrajecten ook mogelijkheden om een contract nog een jaar te verlengen of zelfs twee keer een jaar. Dat hebben we bij de GR wel gedaan, ook om de dingen waar we nu mee bezig zijn, de innovaties, de transformatie en waar we elkaar als gemeenten en aanbieders beter weten te vinden, om daar ook wat stappen verder in te zetten, voordat we aan de slag gaan met een nieuwe aanbesteding. Dat is wel lastig. Iedereen snapt dat de overheid dat moet doen, maar voor zorg is het soms wel ingewikkeld dat je dat moet doen. Het gaat uiteindelijk wel om levende mensen en dat is iets anders dan kiezen voor een andere bakker, denk ik altijd zelf maar. Dus het is soms een knelpunt in de keten. Het is soms een keuze voor de meeste zekerheid en soms is het ook omdat er nog geen andere plek is, terwijl een andere plek wel nodig is. Dat vraagt overal aandacht. Dan kijk ik even wat er verder nog aan samengebalde onderwerpen is. Corona. Ik denk terecht dat u zegt: er zou in de zienswijze in elk geval wat meer aandacht nog voor moeten komen, want dat staat te weinig in deze kadernota. Dat heeft vooral te maken met het moment van schrijven van deze kadernota en de impact, die nu veel groter lijkt dan op het moment van schrijven.

Ik denk dat het goed is om daar in de zienswijze inderdaad nog meer aandacht aan te besteden. Dan vroeg meneer Lieverse aandacht voor het bestaansrecht van de GRJR. Ik had op mijn briefje staan, dat ik bij de mededelingen inderdaad zou meedelen, dat Maassluis, Vlaardingen en Schiedam ervoor hebben gekozen om in de GR te blijven. Daar zijn we als 12 andere gemeenten eigenlijk toch ook wel blij mee, want je hebt elkaar nodig in een regio. Een regio moet een logisch geheel zijn, maar moet ook wel een bepaalde omvang hebben om sommige dingen van zorg te kunnen blijven bieden, om dat ook in een hele regio te doen. Om een voorbeeld te noemen. Als de regio te klein wordt en een aanbieder moet een keuze maken. Voor je het weet heeft Goeree geen voorzieningen meer, omdat er in het noorden van de regio iets geschrapt word, maar het voor een aanbieder logistiek veel handiger is om in het noorden wel een voorziening te houden en op Goeree niet. Als je met zijn allen in een grote regio zit, dan heb je meer mogelijkheden om alle kinderen te voorzien van die passende hulp. Dat geldt dus zeker voor die wat meer ingewikkeldere zorg. Dus we zijn blij, dat Vlaardingen en Maassluis en Schiedam hebben gezegd, dat ze willen blijven. We zoeken wel naar de ruimte om onderling wel wat meer mogelijkheden te geven om lokaal keuzes te maken of in een subregio keuzes te maken, zoals die drie doen.

En daar in 2022 in elk geval ook nog bij elkaar in de keuken te kijken, want die drie gemeenten hebben wel gevraagd om in 2022 al te mogen experimenteren met iets meer naar lokaal halen en het op een andere manier doen. Misschien is dat ook interessant voor de nieuwe aanbesteding voor de andere 12 gemeenten. Corona heb ik gehad. Betekent bezuinigen, als we dat wel gaan doen, dat je inlevert op de kwaliteit of de kwantiteit? In principe lever je niet perse in op de kwaliteit als je het anders gaat doen, want we zijn ervan overtuigd, dat als je dingen meer lokaal doet of je krijgt een kind eerder op de goede plek of je kan een kind aan de achterkant van een traject eerder helpen naar een goede plek, dat je juist aan kwaliteit kunt winnen, terwijl het niet duurder hoeft te zijn, maar misschien zelfs goedkoper is. Dus het vraagt juist heel goed kijken naar wat de beste zorg is voor een kind. Als je daar beter naar kijkt, dan zitten er dubbelingen in processen of lange wachtperiodes in processen, waardoor een bezuiniging wel mogelijk zou moeten zijn. Dan vroeg meneer Hoppenbrouwer iets over de percentages, die genoemd staan. U refereerde al aan de afspraken die gemaakt worden in de kring van gemeentesecretarissen. Het is inderdaad net zoiets, als we het hebben over de indexering.

De indexering van de kring van gemeentesecretarissen heeft vooral betrekking op de bedrijfsvoeringelementen en de percentages die we samen vatten onder OVA tarieven zijn de percentages voor de kosten die te maken hebben met de daadwerkelijke zorgverlening, de stijging van de kosten voor de zorgverleners. Dus voor de salarissen. Voor die OVA-compensatie krijgen de gemeenten geld vanuit het rijk. Het principe is dat die doorgaat naar de zorgaanbieders, die gecontracteerd zijn. Het is afhankelijk van het contract of gemeenten dat wel of niet doen. Het is wel heel vaak een discussiepunt. Het is ook in onze regio heel vaak een discussiepunt, omdat in onze contracten er is gesproken dat die OVA bepalingen kunnen gelden, dat de compensatie die de gemeenten daarvoor krijgen kunnen worden doorgezet naar de aanbieders. De aanbieders lezen daar natuurlijk in dat ze dat willen en wij durven erover te discussiëren. Ik zit er zelf eigenlijk wel principieel in. We krijgen het omdat er iets gebeurt met de salarissen en die OVA percentages worden gegeven omdat het leven duurder is geworden en daardoor de salarissen gecompenseerd worden. Ik vind dat een tarieven discussie over de tarieven moet gaan en niet over de indexering.

Maar als u zegt: in deze zienswijze moet er een opmerking over worden gemaakt, dan kan dat natuurlijk wel, want we zitten tenslotte in een situatie dat er op dit moment nog geld tekort is voor de jeugdhulp. Dan vroeg GL een aantal dingen. Laten we actief lobbyen bij het rijk. Ik hoop van ganser harte dat dat heel erg gaat gebeuren in de aanloop naar de kabinetsformatie van het nieuwe kabinet, nadat we in maart naar de stembus zijn geweest. Het rapport ligt er inmiddels. Het is een rapport van onderzoeksbureau AEF. Dat rapport geeft aan, dat 1,6 tot 1,8 miljard het structurele tekort is wat op dit moment te zien is bij de gemeenten op jeugdzorg. Niet incidenteel, maar structureel. Door een wat andere werkwijze, door eens goed bij elkaar in de keuken te kijken en wat dingen van elkaar over te nemen, zouden de gemeenten daar zelf iets aan kunnen bijdragen, door anders te gaan werken. Maar voor het rijk zou er 1,3 tot 1,5 structureel bij moeten, miljard, voor alle gemeenten. Daar gaat dit kabinet waarschijnlijk geen besluit meer over nemen. Het zal als een voorstel bij de kabinetsformatie op

23/36

tafel liggen. Dat maakt het op dit moment best wel ingewikkeld om heel hard in te zetten op een bezuiniging. Daar gaan we het vast in onze gemeente zelf ook nog wel over hebben. Stel, dat het kabinet dat doet, dan erkennen ze daarmee dat er op dit moment problemen zijn bij de gemeenten, maar dan hoeven we misschien niet meer die harde bezuinigingen in te zetten, omdat we dan dat geld krijgen. Vooralsnog hebben we het alleen nog incidenteel gekregen voor 2022 en we hebben voor 2021 ook incidenteel gekregen. Toen was het overigens bij elkaar € 1 miljard, dus dat is minder dan er nu naar boven is gehaald door het onderzoeksbureau. Dat nog even over de bezuinigingen. Dan nog een vraag van GL, ook genoemd door WIJ en ook door anderen aan de orde gesteld, omdat die daarbij aansloten. We weten dat er meer jongeren nu problemen krijgen. Daar maken we ons als jeugdhulpwethouders ons echt wel zorgen om. Ook omdat het lastig is om die jongeren zelf te bereiken. U heeft een aantal dingen genoemd. We hebben contact met jeugd- en jongerenwerk en ook een wipwap campagne. Er zijn anderen, die contact hebben met jongeren, maar je wil eigenlijk ook met die jongeren in gesprek, die nog niet bij jeugd- en jongerenwerk in beeld zijn. Dat is lastig om daarmee in contact te komen, maar we zoeken daar wel naar mogelijkheden.

Ik zeg daarbij: mocht u wel een gouden tip hebben, geef dat alsjeblieft door. Want het is heel belangrijk om juist nu met die jongeren in gesprek te gaan om in een heel vroeg stadium te zoeken naar wat we kunnen doen om eenzaamheid te voorkomen, om depressieve gedachten te voorkomen, want dat is wat er op dit moment speelt. Het is een zoektocht en dat geven de zorgaanbieders ook aan. Vorige week nog een gesprek gehad met één van de bestuurders, die ook zei: dit is in de tweede lockdown echt een heel ander beeld dan in de eerste lockdown. Dus dat baart ons grote zorgen. Dan sluit ik af met de vraag van meneer Hoppenbrouwer, of wij een aangescherpte zienswijze kunnen krijgen van concreet van E. Dat is volgens mij een heel lastige, want de zienswijze, zoals het college hem alvast voor u heeft geschreven, ligt nu bij u. Die zou door uzelf moeten worden geamendeerd om hem aangescherpt te krijgen. Daar wil ik het voor deze eerste termijn bij laten. Tweede termijn De heer Buijs, CDA: Dank aan de wethouder voor haar beantwoording van de gestelde vragen door het CDA. Ik ben niet helemaal tevreden met het antwoord als het gaat om de MVS gemeenten, Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Begrijp ik nu goed uit de beantwoording in de eerste termijn, dat de wethouder zich heeft laten overtuigen? De wethouder zegt nu zelfs blij te zijn met het blijven van de MVS gemeenten.

Dit terwijl ze in een eerdere commissievergadering aangaf het verstandig te vinden dat de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam zouden uittreden. Dat kan natuurlijk, begrijp me niet verkeerd, maar wat zou het belangrijkste argument zijn geweest? Tevreden met het antwoord als het gaat om die drieledige focus. Waarom is dat gekomen, waarom heeft de gemeente zich daarop gericht? De wethouder noemt nog niet het antwoord op de vraag, die het CDA stelde, of die 75 jeugdigen, het aantal waar het al jaren op schommelt, of daarbij ook worden gerekend de jeugdigen die verblijven in gezinsvervangende tehuizen en instellingen. Wellicht past dit beter bij een technische vraag, maar dat dan aan uw oordeel overgelaten. Het CDA heeft een vraag gesteld, hoe het aantal dienstverleners en de diversiteit in hun aanbod in toom kan worden gehouden. Daar zou ik de wethouder ook nog willen horen. Tot slot het rapport van AEF, dat de wethouder noemt. Het rapport van BDO, dat vanavond of eind van de middag is verschenen in Trouw, bevestigt dit beeld. Nog meer munitie voor de wethouder om dit in VNG-verband te behartigen, want de titel is veelzeggend: de financiële situatie van veel gemeenten is onhoudbaar i.v.m. de jeugdzorguitgaven. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Heel fijn dat corona in de zienswijze wat meer prominent genoemd gaat worden. Ik neem aan, dat daar geen amendement voor nodig is.

Het is natuurlijk niet alleen corona, maar ook het geld dat daarmee gemoeid is, want ontegenzeggelijk gaat he financieel-technisch grote gevolgen hebben. Ik denk ook, dat in de zienswijze moet komen te staan, dat we er organisatorisch klaar voor moeten zijn op het moment dat de hoos aan jongeren eraan komt. Dus niet, dat het gaat zoals het nu gaat met het vaccin, dat we de vaccins hebben, maar dat de logistiek m.b.t. de inenting niet op orde is. Maar dat dit soort zaken parallel aangevlogen worden. Ik zou zeker niet voor uittreden zijn, uit deze gemeenschappelijke regeling, omdat men met een centrumgemeente als Rotterdam een waanzinnig pallet aan mogelijkheden heeft. Op het moment, dat je het heel kleinschalig gaat organiseren, dan mis je gewoon een X-aantal mogelijkheden. Ik zou de wethouder toch ook willen vragen om de mogelijkheid te baat te nemen m.b.t. de hele aanbestedingsmethodiek, ik weet niet of u dat kan. Nu is het zo, dat een nieuwe aanbieder pretendeert dat hij betere zorg kan leveren tegen een lager tarief. En vervolgens kom je erachter, na 2 jaar, dat het veel van hetzelfde is en dat het absoluut niet gelukt is, terwijl je wel een hele organisatie ontmantelt en een nieuwe weer optuigt. Dat kost zoveel energie, geld, dat is allemaal onnodig.

Dus ik zou die discussie, die elementaire discussie weleens aan willen gaan, of we dat niet op een andere manier binnen het Rijnmondse kunnen gaan organiseren. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Geen nieuwe opmerkingen, behalve dat het erop lijkt, dat er meerdere amendementen gaan komen. Die zullen we dan maar op zijn merites gaan beoordelen.

24/36

Mevrouw Heijblom, D66: Nee, dank u. Mevrouw Gabin, GL: Ik had nog een kleine opmerking. De wethouder vroeg om een gouden tip m.b.t. het opzoeken van eenzame jongeren. Zover ik dat weet, zijn er veel eenzame jongeren, die online troost vinden bij lotgenoten. Vooral op forums zijn ze actief. Wellicht kan er een platform worden ontwikkeld, waar jongeren laagdrempelig en anoniem hulp of troost kunnen vinden, bij zorgverleners uiteraard, die hen dan online zorg kunnen aanbieden. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil de wethouder bedanken voor haar beantwoording. Ik ben blij om te horen, dat de bezuinigingen niet ten koste gaan van kwaliteit en kwantiteit voor jeugdhulp, want ik denk dat jongeren niet voor niets nu al heel veel hulp nodig hebben. Dat gaat de komende jaren niet veranderen. Er rest nog één vraag, die nog niet is beantwoord. Dat gaat over de € 5mln in de begroting, die wordt gemist. Of die structureel is verwerkt in onze eigen begroting. Ik heb het net snel uitgerekend. € 5mln delen door 15 gemeenten is ongeveer ruim € 3 ton per gemeente als zo de verdeelsleutel is.

Mijn vraag is: is dat al structureel verwerkt in de begroting? Dan betekent dat toch wat op onze gemeentelijke lasten? Zo niet, wanneer wordt deze wel verwerkt en waarom staat er niets over in het raadsvoorstel? De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik zit even te piekeren over de opmerking van meneer Lieverse, die kennelijk heel veel amendementen verwacht. Over de tariefstelling, daar gaat niemand op in, die willen graag de kostenverhogingen accepteren, begrijp ik. Dat kan altijd nog op een ander moment, want we krijgen het bij de begroting terug. Dus dat kan via een stemverklaring. Tenzij ik de discussie gemist heb, maar volgens mij is het alleen het corona-deel, waar we het met zijn allen over eens zijn. Als we nu toch de wethouder lief aankijken en vragen, zoals meneer Hoek ook bedoelde: dat kan toch geen probleem zijn om dat er namens het college aan toe te voegen? Dan lijkt mij een amendement op dat vlak niet nodig. Dat kan volstaan. Mevrouw Draak, VVD: Mijn beide vragen zijn eigenlijk niet beantwoord. Ik begrijp inderdaad dat een amendement een mogelijkheid is, maar precies zoals meneer Hoppenbrouwer zegt: dat hoeft niet perse als de wethouder kan instemmen met.

De vraag die ik dus open heb staan is: moeten we niet zeggen bij de tijdige inzet van passende zorg, wat we dan verwachten van de gemeenschappelijke regeling? Of gaan we alleen de constatering mede delen? Mijn tweede vraag herhaalde meneer Hoek in andere woorden. Moeten we niet iets zeggen over de criteria voor de aanbesteding, wat je daar dan ook mee wilt doen. Pas als de wethouder daar antwoord op heeft gegeven, dan kunnen we bekijken of bespreken of de wethouder dat namens ons toevoegt of dat ik daar een amendement van maak. Dank u wel. De voorzitter: Een paar kleine puntjes. Wilt u ook ingaan op de noodzaak voor een amendement? Wethouder Van Tatenhove: De noodzaak voor een amendement is wat mij betreft vooral procedureel, omdat we hier nu eenmaal een mores hebben afgesproken. Als u mij het verzoek als commissie doet om een passage toe te voegen over de actualiteit rond corona, dan kan ik toezeggen dat ik met een aangepast voorstel kom. Als u zegt, dat er meerdere aanpassingen moeten plaats vinden in die zienswijze, dan zou ik ze wel heel scherp geformuleerd willen hebben, want anders moet u alsnog met een amendement of met een motie weer uit een aangepaste zienswijze gaan slopen. Dat lijkt me niet wijs. Als het gaat om een passage over corona en de effecten van corona, dan wil ik dat wel toezeggen.

Dan ga ik toch even terug naar de vragen, die gesteld zijn of die nog zijn blijven liggen. Meneer Buijs geeft aan, dat ik blij was met de keuze van MVS voor het uittreden. Ik kan me niet voorstellen, dat ik dat heb gezegd, want ik vond het juist heel jammer dat ze dat deden, temeer omdat we op het niveau van de echt duurdere en complexe zorg ook gewoon niet zonder MVS kunnen. Sterker nog, voor sommige zorg werken we zelfs samen met heel Zuid-Holland. Om de bedden van de gesloten jeugdzorg in de lucht te houden, werken we met een lansdeel en is er een accounthouder in de regio aangewezen om daarover na te denken. Dus je hebt elkaar in een bepaalde samenwerking ook gewoon nodig. Op zich hadden we altijd een goed gesprek en een goede verhouding met elkaar. 15 gemeenten willen nadenken over een andere verdeling tussen lokaal en regionaal. Dat ze daar voorop liepen met een keus om uit te treden, dat vond ik eigenlijk heel jammer. In die zin ben ik blij, dat ze hebben gezegd: we blijven erbij en we zoeken net als jullie naar hoe we de verdeling tussen lokaal en regionaal georganiseerde hulp anders kunnen leggen en hoe we wel de kracht van elkaar kunnen opzoeken bij het onderhandelen, het aanspreken van zorgaanbieders, voor die hele complexe en specialistische jeugdzorg. Dan kom ik gelijk even bij meneer Hoek.

De manier waarop we in de GRJR de aanbesteding hebben georganiseerd, is dat we voor een bepaalde periode met specifieke aanbieders werken. Daar kan dus niet tussentijds een nieuwe aanbieder toetreden. Dat gebeurt inderdaad alleen maar op het moment dat er een nieuwe aanbesteding uitgeschreven wordt. Er zijn andere vormen denkbaar, zoals hoe we het in de WMO hebben georganiseerd. Daar werken we met wat tegenwoordig bestuurlijk aanbesteden heet. Dat betekent dat

25/36

een nieuwe aanbieder, die zich kan vinden in onze voorwaarden een contact kan tekenen en dan mee kan doen. Dat heeft weer andere nadelen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het grip houden op en het contractmanagement, dan is dat weer veel lastiger, als je heel veel kleintjes hebt, die elk maar een aantal mensen voorzien van hulp of zorg. Dus aan beide kanten zitten voor- en nadelen, maar er wordt wel over nagedacht of dat op een andere manier kan. Ik denk met de VVD dat het goed is, dat we daar over nadenken, ook voor de GR, welke criteria we dan meegeven. Er wordt nagedacht over de inkoop, ook al is die pas per 2023. Ik denk dat het goed is, dat ik dat meegeef richting de inkoop: misschien is het goed dat ook eens met de raden te bespreken, welke criteria we überhaupt mee geven en of er nog wensen of aanvullingen bij zijn. Of u daar dan ook bij aangeeft wat dan tijdig en passende zorg is, dat lijkt me dan eigenlijk wel een goed moment, omdat je het dan vervolgens kunt gaan monitoren. Nu hebben we het vooral over wachtlijsten en over wettelijke criteria, die bijvoorbeeld gelden rond wachtlijsten en de organisatie van de eerste teamtafel, als je het hebt over jeugdbescherming, het eerste gesprek met de ouders, hoe lang mag daar tussen zitten? Ik denk dat het goed is om dan daarover na te denken op het moment dat we criteria gaan formuleren.

De tip van GL, om een platform te vormen waarop jongeren online in gesprek kunnen, lijkt me een hele mooie. Die ga ik in elk geval ook mee nemen. En de vraag van de PvdA over de € 5mln: ik ga even kijken of ik toevallig tussentijds een antwoord heb gekregen, waar ik iets mee kan. Ja, die € 5mln is verrekend in het totaal. Daar betalen wij dus inderdaad een aandeel van conform de verdeelsleutel, die we hebben opgesteld bij de berekening van de vlaktax. Zodra dat regionaal bekend is en besloten is, worden die dingen ook verwerkt in onze eigen begrotingen en begrotingswijzigingen. Dus dat gaat mee in het reguliere proces. Onze controler heeft ook regelmatig overleg met de controlers van de andere 14 gemeenten en van de GRJR. Ik denk, dat dat het dan is. Er is nog een hele concrete vraag van het CDA, maar die zou ik als een technische vraag willen zien. Daar heb ik het antwoord niet op, op die 75 jeugdigen. Het aantal aanbieders, dat wij hebben, is dus regionaal beperkt in aantal, wat ik net ook al aangaf, dat is in de aanbesteding in elk geval beperkt gehouden. Dan kan je er met contractmanagement ook beter zicht op houden. Lokaal ligt dat wat anders. Ook daar proberen we met contractmanagement in elk geval de lijntjes kort te houden, zodat we goed weten wat er speelt en wat de zorgverlening en dienstverlening is. Daarover rapporteren we bij voorkeur in de brieven n.a.v.

de veranderopgave jeugd. Mevrouw Draak: Ik wilde net even de beantwoording van mevrouw Van Tatenhove even laten bezinken, maar als ik haar zo beluister, dan ben ik blij dat onze 2 punten zijn geadresseerd. Als het dan op een later moment komt, dan hoeft de zienswijze niet geamendeerd te worden, wat zou beteken, dat alleen het coronastuk over zou blijven. De heer Buijs: Ik begrijp van de wethouder, dat ze graag een technische vraag wil ontvangen over die berekening van 75 jeugdigen en wie er in gezinsvervangende tehuizen en instellingen verblijft. Ik zal met de fractie overleggen of we dat zullen en kunnen doen. Maar de concrete vraag, die ik had over de aanbodsturing. De wethouder weet van het CDA vanuit diverse commissievergaderingen, dat we belang hechten aan die aanbodsturing. Ook dit is weer zo’n voorbeeld, waarin we het van belang achten om toch meer te weten over hoe het aantal dienstverleners en de diversiteit in hun aanbod in toom kan worden gehouden. Het is niet om u te plagen, het is niet om u met werk op te zadelen, maar het is gewoon belangrijk, blijkt uit onderzoek, om ook aan de aanbodzijde meer analyse en meer sturing proberen te hebben. Het is voor de derde keer deze avond, toch graag daar alstublieft de aandacht voor. Wellicht wilt u daar nog iets over zeggen, met alle respect. Wethouder Van Tatenhove: De technische vraag was over die 75 jeugdigen.

Het punt van: hoe houd je grip? Dat is inderdaad een bekend punt en ook een punt waarop we o.a. bezig zijn met beter monitoring en betere rapportage. Er vindt ook een gesprek plaats met de mensen vanuit de commissie AB, over de P&C cyclus, hoe we daar vanuit jeugd, maar ook vanuit de WMO, bij aan kunnen sluiten om daar een scherper beeld bij te krijgen, ook richting raad, zodat we dat kunnen bespreken. De voorzitter: De wethouder heeft een concrete toezegging gedaan om over corona een alinea op te nemen. Is dat voor u voorlopig voldoende en is het daarmee een hamerstuk? Ik hoor geen vormen van een protest, dan gaan we het vooralsnog als hamerstuk naar de raad sturen. Dank u wel. 6.b Verordening Sociaal Domein 2021 De heer Barendregt, WIJ: We bespreken vanavond eigenlijk een herziene verordening sociaal domein. De eerste betekenis van herzien is verbetering na een nauwkeurig nazien. Dit proces heeft geleid tot twee inhoudelijke wijzigingen en één nieuw hoofdstuk. De twee inhoudelijke wijzigingen betreffen onder meer de verlaging van het tarief voor de informele PGB jeugdhulp en WMO van € 20 per uur naar € 13 per uur. Dit is een verlaging op een eerdere verlaging vorig jaar. Wij kunnen hiermee instemmen vanwege het feit dat de informele PGB niet bedoeld is als aanvulling op het inkomen, zoals ook in het raadsvoorstel staat.

Verder zijn er ook de huisartsverwijzingen in de jeugdhulp onder de loep genomen, met als uitkomst dat de verwijzingen in de toekomst beperkt geldig zal zijn en dat een verwijzing of een beschikking vanuit de gemeente volgt. Op de pre-corona beeldvormingsavonden heb ik de roep om deze wijziging meermaals gehoord. Ik denk dat het hier ook om een nuttige wijziging gaat. Het verlenen van zorg is namelijk een middel en geen doel op zich. Wat betreft de voorgestelde wijzigingen in de voorliggende verordening is

26/36

WIJ dus vrij positief. Als het gaat om de toevoegingen rondom rechtmatigheid wil ik nog wel een kanttekening plaatsen. Naast hoofdstuk 8 zijn er namelijk meer artikelen met als doel het borgen van de rechtmatigheid. Hier schaar ik ook art.4.4 onder, voorwaarden en weigeringsgronden, lid 1. Boven het desbetreffende artikel staat: geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt. En dan volgt een toevoeging: indien een inwoner zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen. Dan is mijn vraag aan de wethouder: wat doet een dergelijk artikel met de rechtszekerheid van een inwoner? In hoeverre is dit artikel juridisch houdbaar? Ik kan een aantal concrete dingen bedenken, waar je dan als inwoner op kan worden aangesproken. Dat kan je heel breed trekken, als college zijnde, je eigent jezelf heel veel macht toe. Samengevat: we zijn overwegend positief, maar ik wil dus nog wel graag antwoord krijgen op de zojuist gestelde vragen. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Een paar dingen over deze verordening 2021. In de eerste plaats: hij is laat. Ik herinner me, dat december 2019 we heel wat gepuzzeld hebben in een raadsvergadering om het op tijd klaar te hebben en nu zijn wij al in 2021, dus het zal nooit lukken om op tijd klaar te zijn.

Meneer Barendregt heeft al wat gezegd over de verlaging van het PGB, de informele PGB voor jeugdhulp, en ook voor de WMO voorzieningen. Dat zou conform zijn met het minimum loon en daar kunnen wij iets in zien, maar het geeft toch wel een vraag. Er staat in deze verordening, tenminste, het staat bij de toelichting, een verordening niet moet leiden tot een financiële prikkel. Dat lijkt een beetje in tegenspraak met wat er ergens anders staat, namelijk dat de financiële prikkel niet doorslaggevend lijkt te zijn om een PGB aanvraag te doen. Ofwel: is het nou wel of niet van belang om om die reden de PGB norm te verlagen? Een ander punt is, omdat die vergoeding wel verlaagd wordt, is dat er maatwerk mogelijk is voor gezinnen, die nu gebruik maken of straks gebruik gaan maken van het informele PGB en die in problemen dreigen te komen bij deze tariefsverlaging. Dat waren mijn twee vragen. Mevrouw Heijblom, D66: D66 weet dat het hier om een verordening gaat en daarmee om een juridisch document, maar ik wil er toch wel wat grote opmerkingen over maken. Nederland is de laatste maanden naast de Covid crisis beheerst door de toeslagenaffaire bij de belastingdienst. Vandaag heeft de lijsttrekker van de PvdA zijn plek vrij gegeven vanwege zijn rol in deze affaire en morgen is er een grote kans, dat het kabinet valt om dezelfde toeslagenaffaire.

In Den Haag, maar daarnaast bij alle overheidslagen, gaat dit verstrekkende gevolgen hebben voor de relatie tussen burger, maar ook bedrijven, en de overheid. Als je het rapport ‘ongekend onrecht’ leest, kun je je ogen niet geloven en draait je maag om. In het verleden is disproportioneel veel aandacht geweest voor fraude en oneigenlijk gebruik en zijn burgers vermorzeld in een bureaucratisch systeem. Het kabinet en het parlement mogen zich aanrekenen, dat zij wetgeving hebben vastgesteld, die spijkerhard was en die daardoor onvoldoende de mogelijkheid in zich had recht te doen aan individuele situaties. Het kabinet stelt zich terecht de opgave, dat deze geschiedenis zich nooit meer mag herhalen. Nu speelt het dossier bij de belastingdienst, maar inmiddels is men ervan overtuigd, dat er vele plekken zijn in de overheidswetgeving, waar de burger potentieel klem zou kunnen komen te zitten. De verordening sociaal domein geeft op dit moment geen notie van deze actualiteit in relatie tot het toeslagenrapport. Sterker nog, er is een hoofdstuk 8 toegevoegd wat heet ‘toezicht en bestrijding misbruik’ op basis waarvan de gemeente snel vervolgstappen kan zetten als de situatie daar om vraagt. Ik hoop dat de gemeente zich in dit soort situaties wel goed bezint voordat ze begint. De vraag, die bijvoorbeeld opkomt, is wanneer iets daadwerkelijk opzet is, zoals genoemd in dit hoofdstuk.

Mijn vraag aan de wethouder is hoe de wethouder praktijken zoals in de toeslagenaffaire voorkomt en welke waarborgen nu volstaan in de verordening. Mevrouw Gabin, GL: GL is zich ervan bewust, dat tekorten in het sociaal domein enorm zijn opgelopen en dat er meer grip dient te worden verkregen. De fractie hecht veel belang aan het behouden van goede ondersteuning zo vaak als dat nodig is. Om de kosten toch te beperken is het belangrijk om in te zetten op inzicht en begrenzing. Voor de jeugdhulp en WMO is het tarief voor informeel PGB verlaagd naar het wettelijk minimum loon. Dit heeft niet onze voorkeur, maar bepaalde maatregelen zijn op dit moment onvermijdelijk. Goed, dat er dit keer wel rekening gehouden wordt met de overstap en dat de verlaging geleidelijk zal gaan gebeuren. Wat wij wel kwalijk vinden, is dat er gesproken wordt over het afnemen van de financiële prikkel en het suggereren, dat ouders voorzieningen zouden misbruiken. Ik zou zeggen: ga eens bij mensen in huis kijken met wat voor zorg zij dagelijks te kampen hebben. Er zijn ouders, die hun baan en sociale leven moeten opgeven voor de zorg van hun kind.

Daarbij: in hoeverre is misbruik van de WMO, jeugdzorg en participatiewet überhaupt in onze gemeente voorgekomen in de afgelopen tijden? Is het inzetten van toezichthouders met de bijbehorende kosten wel evenredig met het doel ervan? De gemeente moet namelijk voorkomen, dat zij doorslaat in haar klopjacht op fraudeurs en mogelijk misbruik maken van haar macht. Wij hebben gezien, dat dit niet de werkwijze is, die we moeten nastreven. We zijn dus ook geen voorstander van het verruimen van die bevoegdheden, die in hoofdstuk 8 in de verordening staan en we sluiten aan bij de woorden van D66. Tot zover.

27/36

De heer Xhemaili, PvdA: We hebben het over de verordening sociaal domein. De afgelopen jaren zijn de tekorten in het sociaal domein opgelopen. De aanpassingen die het college voorstelt dragen bij om beter grip te krijgen op de indicaties en op de instroom waar het vooral jeugdzorg betreft. Voor het college zijn ‘versterken van veerkracht’ en ‘dragen van eigen verantwoordelijkheid’ nog steeds de basis van het beleid. Sturen op doelmatigheid en doeltreffendheid staat centraal. Dus de overheid als een bedrijf. Wat mijn fractie betreft, is keuze inmiddels sterk gedateerd en aan vervanging toe. Het past bij een overheid, die op afstand staat en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering volledig legt bij de inwoners zelf en de maatschappelijke organisaties. Dit fenomeen wordt in de literatuur new public management genoemd en is in de jaren ’80 naar Nederland gewaaid. Het is wetenschappelijk aangetoond, dat dit niet goed werkt. Als er teveel wordt gestuurd op efficiëntie bijt het voornamelijk met billijkheid en robuustheid van beleid. Het star uitvoeren van de participatiewet in Nederland toont vaak pijnlijke overeenkomsten met de kinderopvangtoeslagenaffaire. Pech hebben in het leven vraagt om solidariteit, het manen en een betrouwbare overheid. Daar roept ook D66-collega toe op en GL-collega. Succes hebben in het leven is echt geen keuze.

Wat mij vooral tegen de borst stuit, zijn de volgende woorden in het raadsvoorstel, dat heb ik vaker of eerder benoemd: zoveel als mogelijk zelf oplossen en ermee leren om te gaan. Het klinkt efficiënt op papier, maar of het doelmatig en doeltreffend is, is maar de vraag. Ik heb het gevoel dat er verschil is tussen een systeemwereld en een leefwereld, die niet met elkaar rijmen. Wij kijken teveel vanuit een systeemwereld en de papieren werkelijkheid en niet vanuit de leefwereld van mensen, die door ons beleid worden geraakt. Voor mij klinken de woorden, die ik zojuist heb benoemd, zoveel mogelijk zelf oplossen en ermee leren omgaan, in het raadsvoorstel meer als: zoek het maar uit en een zwakke overheid. Hulpbehoevende jeugd heeft recht op tijdig juiste hulp en een sterke overheid. Het college stelt voor om deze verordening in 2021 op de schop te nemen. De PvdA-fractie vindt dit op zich een goede zaak, mits er aandacht wordt gegeven aan nieuwe, meer sociale uitgangspunten voor het beleid. Mijn fractie is heel benieuwd wat het college hiervan vindt. Indien nodig dienen wij hieromtrent een motie in tijdens de komende raadsvergadering. Het volgende werd ook door meerdere collega’s benoemd, dat is de handhaving, artikel 8. De PvdA fractie is verbaasd over het nieuwe hoofdstuk 8 in de verordening, dat gaat over integraal toezicht en handhaving.

Voor het hele sociaal domein wordt een toezichthouder geïntroduceerd. Wij hebben de vraag wat die persoon precies moet gaan doen en wat de exacte nut en noodzaak hiervan is, gezien de toeslagenaffaire met heel veel gevolgen van dien. Een toelichting in de verordening zelf en in het wijzigingsdocument ontbreekt. We zouden graag, indien het wordt gehandhaafd, dat erin willen zien. We moeten het doen met art.8.1 op grond van art.6.1: de WMO toezichthouder houdt in naam van het college toezicht en geeft gevraagd en ongevraagd advies over de uitvoering van de WMO aan het college. We verankeren toezicht en handhaving beter in de verordening. We hebben een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan WMO en participatiewet. Deels is het vervanging van bestaande bepalingen en deels een uitbreiding. Vraag aan de wethouder: kunt u dit toelichten? Wat is nut en noodzaak hiervan? Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: Allereerst dank aan de adviesraad sociaal domein voor hun uitgebrachte advies. Deze keer een duidelijker specificering van de sanering van woningen en de aangepaste toelichting op de geldigheidsduur van een huisartsenverwijzing. Wat ons betreft een waardevolle aanpassing. Dan even de belangrijkste wijzigingen in de verordening langs lopen. Een wijziging is een voorstel voor de verlaging van de informele PGB jeugdhulp en WMO.

Inhoudelijk kan L3B best ver mee gaan in de argumenten van het college om het zodanig te wijzigen. Wij zijn ook van mening, dat bij de uitvoering van taken geen minimale opleiding vereist is, dat daar ook een beloning bij past op basis van het wettelijk minimum loon. Dat draagt bij aan het beheersen van de kosten. We zitten hier nog wel even met een zorg, want het is natuurlijk wel een forse verlaging van 35% in de jeugdhulp en 38% in de WMO. En de vraag en de zorg waar wij nu mee zitten, sluiten goed aan op wat de heer Lieverse al aanhaalde in zijn betoog. Welke mensen worden hierdoor getroffen? Hoe ervaren ouders dit? Komen zij daar wellicht mee in de problemen? Worden zij in hun portemonnee geraakt? Daarop zouden wij graag wat meer toelichting wensen. Dan hoofdstuk 5 art.3, dat gaat over de verwijzing van een arts of medisch specialist m.b.t. de geldigheidsduur. In principe een prima sturingsmiddel om zo te kunnen toetsen of de behandeling nog steeds het meest passend is of dat een andere behandeling wellicht geschikt is. Hierover zaten wij nog even te worstelen met de toelichting. In het raadsvoorstel gaat het over de praktijkondersteuning bij huisartsen, die kinderen helpen, die geholpen kunnen worden met lichte hulp, zodat minder kinderen worden doorverwezen naar specialistische hulp. Bij het vorige agendapunt ging het er ook even over.

Ik heb de wethouder horen zeggen, dat er soms gekozen wordt voor zekerheid en dat er dan een zwaarder traject wordt gekozen in plaats van een lichter traject. Dat is toch in contradictie met artikel, dat ik heb gelezen, van hoogleraar Annemiek Harder. Zij constateert juist het tegenovergestelde. In sommige gemeenten is een situatie dat zij juist lichtere zorg toeschrijven, waar complexe problematiek aan de orde is. Ik wil niet suggereren, dat dat hier aan de orde is, maar ik wil wel als soort waarschuwing mee geven, dat we er met elkaar op blijven letten, dat het beheersbaar houden van de kosten, gelet op de uitgaven, nooit ten koste mag gaan van de kwaliteit van de jeugdhulp. Dan nog een opmerking over art.

28/36

(..), dat gaat over de aanvullende criteria voor vak- en dierentherapie. Daar willen wij de CU bedanken voor hun technische vragen, want wij zaten daar ook even naar te kijken. (….) duidelijkheid over de argumenten, die het college had om met die aanvullende criteria te komen. Als L3B geloven wij, dat vaken dierentherapie voor sommigen als waardevolle vormen van therapie worden gezien. Maar zoals het college ook aangeeft in de beantwoording op de technische vragen: het moet wel gericht zijn op het behalen van een behandeldoel. Dan tot slot ook nog even over hoofdstuk 8. Een aantal partijen was hier kritisch over. De toeslagenaffaire is een aantal keer genoemd. Als L3B zijn we wel heel erg gelukkig met deze wijziging. Het is niet voor niets in ons verkiezingsprogramma opgenomen om misbruik van sociale voorzieningen streng aan te pakken, want het is voor ons belangrijk, dat sociale voorzieningen ook terecht komen bij mensen, die deze echt nodig hebben. Dan heb ik de vraag, die al hier gesteld is, om de toeslagenpraktijk te voorkomen: ik denk dat wij daar als raad ook een rol in hebben om daar onze controlerende taak goed op uit te voeren. Tot zover mijn bijdrage. Mevrouw Draak, VVD: Ik ga niet herhalen wat andere partijen allemaal gezegd hebben. Ik dank het college voor de stukken en dan met name het wijzigingsdocument, dat erg handig is.

De VVD kan ook instemmen met de reeds meerdere malen genoemde wijzigingen. Ik heb wel drie opmerkingen. Gezien de tijd zal ik over de eerste geen vraag stellen aan de wethouder, maar over mantelzorgers wil de VVD graag kwijt, dat in combinatie met wat schrappen bij de beleidsaccenten, een discussie die we eerder met elkaar hebben gevoerd, en dat nu ook in deze herziene verordening naar mijn gevoel de mantelzorgers echt op het minimum van het minimum qua ondersteuning worden gezet, dat is in ieder geval het gevoel dat bij mij achterblijft, dat vind ik wel, dat we daar met elkaar alert op moeten blijven. Door mantelzorgers blijven kosten nog enigszins binnen de perken op sommige gebieden. Dat is het eerste. Over het hoofdstuk toezicht en handhaving sluit ik deels aan bij wat meneer Crielaard zei. De VVD vindt het ook ontzettend belangrijk, dat voorzieningen die betaald worden met gemeenschapsgeld, dat daar geen misbruik van wordt gemaakt. Aan de andere kant, er is nu meerdere keren de toeslagenaffaire genoemd, maar onlangs stond ook in de krant een casus van een bijstandsgerechtigde vrouw, die boodschappen kreeg van haar moeder en dat mag niet. Het mag wel van de voedselbank. Daardoor is een boete gegeven en terugbetaling gedaan.

Ik wil hier wel graag van de wethouder weten, ook al zijn we daar als raad zelf verantwoordelijk voor: we hebben regels en we hebben een hart, want we zijn allemaal mens. Hoe gaan wij hier in de gemeente mee om? Wanneer is iets opzettelijk fraude en wanneer is iemand zich er niet van bewust of probeert iemand gewoon te overleven in een lastige situatie? Juist denk ik, vanuit een liberaal principe zou ik willen zeggen, dat je niet meteen met boetes moet gaan zwaaien, maar eerst eens moet kijken wat er echt aan de hand is. Ik wil graag van de wethouders weten, want ik denk dat dit ook in het domein van mevrouw Arends kan spelen en daar gaat dit hoofdstuk ook over: hoe kijken wij hier in Lansingerland naar? Hoe houden wij balans tussen de regels, die nageleefd moeten worden, en de menselijke maat? Dan ons derde punt, dat is eigenlijk het belangrijkste punt voor ons op dit moment, dat gaat over het abonnementstarief in de WMO. Mijn collega de heer Kampinga heeft daar een aantal technische vragen over gesteld. Wij vonden de beantwoording een beetje teleurstellend.

Er is wel veel informatie gekomen over hoe het nou zit met het abonnementstarief en huishoudelijke hulp in Lansingerland, maar de cijfers waren wat algemeen, terwijl ik denk dat wij het als gemeente precies moeten weten wie er sinds de invoering van het abonnementstarief gebruik zijn gaan maken van hulp in de huishouding en wie dat daarvoor al deed. We hebben ook iets gevraagd over weigeringsgronden. Die vraag werd als politiek bestempeld. Mooi, dat we hier nu toch zijn, dan kunnen we het hier alsnog over hebben. Wij vinden het namelijk belangrijk, dat mensen die een beroep doen op de voorzieningen uit de WMO, die ook toegekend krijgen als dat terecht is. Het abonnementstarief is daar ook voor bedoeld, dat is ingevoerd met die reden. Dat iedereen maatwerkondersteuning kan krijgen, die het nodig heeft, tegen een vast tarief per maand. Wat wij echter niet gewenst vinden, is als mensen zelf voldoende financiële middelen hebben, vervolgens hun werkster gaan ontslaan en dan naar de gemeente komen en zeggen: wilt u voortaan mijn werkster betalen voor € 19 per maand? Dat was niet de bedoeling van de oorspronkelijke wet. Wat er nu uit de media blijkt en wat ook onze wethouder een keer heeft gezegd, is dat wij eigenlijk niet kunnen weigeren, omdat het een wettelijke verplichting is om dit toe te kennen. Wij hebben wat brononderzoek gedaan.

De voorzitter: Ik moet u wel vragen af te ronden, want u zit ruim in uw spreektijd. Mevrouw Draak: Ik heb op andere punten best minder spreektijd gebruikt, dus ik wil dit punt heel graag nog afmaken. Ik zal mijn best doen om het zo kort mogelijk te houden. In onze eigen verordening staat een weigeringsgrond benoemd. Daar staat: er wordt geen voorziening verstrekt, art.4.4, voor zover de inwoner op eigen kracht met gebruikelijke hulp, er staat nog een aantal andere dingen achter, zijn beperkingen kan wegnemen. Dat betekent dus, dat er wel ruimte is om huishoudelijke hulp te weigeren als dat in de startsituatie al probleemloos loopt, alleen betaalt de gemeente de regeling dan niet. De tweede bron is de rijksoverheid, die min of meer hetzelfde stelt op haar website. Onze Tweede Kamer fractie van de VVD zegt eigenlijk hetzelfde: er is weldegelijk ruimte om WMO voorzieningen te weigeren. Dat was het doel van de wet. Wat wij dan graag in de tweede termijn zouden willen horen van onze collega fracties en in de beantwoording nu van de wethouder is of wij er voor open staan met elkaar om

29/36

een debat aan te gaan in de volgende commissie hoe wij in Lansingerland omgaan met de weigeringsgronden van de WMO. Het gaat dus specifiek om de huishoudelijke hulp. Want wij vinden het niet terecht als er een vraag wordt gedaan alleen voor de portemonnee, maar niet om de kwaliteit van leven te verbeteren, want dat was eigenlijk het doel van de WMO. Tot zover. De voorzitter: Gezien het tijdstip is het streven naar een einde om twaalf uur en we hebben nog een aantal rondvragen en actualiteiten te gaan. Hoewel u wordt uitgedaagd om over een nationaal onderwerp te praten, verzoek ik u toch alstublieft om het kort te houden. Mevrouw Bouman, CDA: In de raadsbrief wordt uitleg gegeven over deze verordening. Meer grip op de indicaties en instroom, dat is het punt. En dat we zoeken naar balans tussen maatwerk en grip op toekenningen. Op maatwerk kom ik zo. De brief eindigt met dat de nieuwe verordening medio dit jaar nog een keer besproken gaat worden. De vraag is: ik ben even kwijt wat dan de reden is waarom dit besproken gaat worden. Misschien heb ik iets gemist, maar misschien kan de wethouder er iets over melden. De toezichthouder wordt nu gemeld in een aantal artikelen. Dan is mijn vraag: wat en wie moet ik daaronder verstaan? Wie is dan de toezichthouder in deze? Dan het maatwerk. Het is al een keer genoemd, de situatie in Wijdemeren is € 7.000 helaas, enzovoorts.

De participatiewet, de jeugdwet, ze zijn allemaal zeer streng, maar ik lees ook in de verordening dat er gebruik gemaakt kan worden van een hardheidsclausule. De hardheidsclausule in de verordening is opgenomen, want dat is de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden overwegende aard zou kunnen leiden. Dat is toch wel even een punt, waarvan ik denk: hoe zit dat nou exact? Ik moet ook wel zeggen, dat toezicht en bestrijding van misbruik, dat zullen wij altijd tegen gaan, dat mag niet gaan gebeuren. Ik heb de vraag: hoe verhoudt zich het één tot het ander? De hardheidsclausule en de handhaving. Dan nog even de items, waar de ASD advies over gegeven heeft. Ontzettend fijn dat ze dat gedaan hebben. De tarieven PGB, de verlaging, de huisartsenroute, daar kunnen wij achter staan, totaal geen opmerkingen. Ik heb even een vraag richting GL. Hoor ik nu dat u met een amendement gaat komen? Omdat u het hier niet mee eens bent? Daar ben ik dan zeer benieuwd naar. Even over de vraag van mevrouw Draak, om over de weigeringsgronden WMO en dergelijke te spreken: ik zou eerst weleens willen weten wat exact dat item zou moeten zijn. Die 4 weken bijdrage is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Misschien kan de wethouder dat nog even toelichten, hoe dat dan in het verleden gegaan is. Volgens mij is dat toch een wettelijk gebeuren geweest. Ik houd het tot dit item.

De voorzitter: Excuses dat ik u oversloeg. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Zoals u al constateerde, is deze verordening ook voor de participatiewet, dus ik stel voor dat wethouder Arends na mij ook nog het woord krijg. Ik loop ze even af in volgorde van aan de orde stellen. De eerste vraag is van WIJ over de rechtmatigheid, zoals die beschreven wordt in art.4.4.1. U gaf aan, dat u zich zorgen maakt over de rechtszekerheid van de inwoner en of dat dan wel juridisch houdbaar is. Deze passage staat erin om extremen te voorkomen. Om maar even het extreem te noemen, wat daadwerkelijk juridisch heeft stand gehouden, is als iemand naar een andere woning verhuist en hij kiest voor een woning die echt niet past bij de situatie, zoals die op dat moment is en vervolgens krijgt de gemeente het verzoek om vanuit de WMO die nieuwe woning aan te gaan passen, dan zeggen wij dat dat op dat moment niet echt een handige keuze is en dat wij vanuit de WMO die aanpassing niet zomaar willen vergoeden. Om die reden staat dit artikel erin, omdat we soms dus met reden nee willen zeggen tegen een vraag van een inwoner, omdat die onredelijk is. Dan kom ik bij de CU. Meneer Lieverse merkte op, dat de verordening later is dan de vorige keer. Dat klopt.

Ik moet zeggen, dat 2020 een heel bijzonder jaar is geweest en het heeft van de medewerkers in het sociaal domein op de afdeling samenleving ook best wel wat andere dingen gevraagd dan een normaal jaar. Dat heeft ervoor gezorgd, dat sommige dingen ook in een wat ander tijdvak behandeld zijn dan dat je idealiter wilt. Ik ben blij, dat het in ieder geval in januari nog op de agenda staat, maar idealiter doe je dat inderdaad voordat het nieuwe jaar aanbreekt. Eens. U stelde nog een kritische vraag bij de financiële prikkel, die er zit in het informele PGB tarief. Vorig jaar hebben we de discussie natuurlijk ook gehad, over wat we met het informele PGB doen. Nu wordt het voor de WMO en de jeugdzorg gelijk getrokken en dan net boven het minimum loon. Ik denk dat het goed is om erbij te blijven, dat het heel goed is om een vergoeding beschikbaar te stellen voor ouders, die kiezen voor zelf de zorg voor jeugd, maar om die vergoeding niet te relateren aan wat voor soort zorg dat dan is, maar te zorgen dat ze wel een vergoeding krijgen. Wij denken dat het redelijk is om dat met een tarief te doen net boven het minimum loon, want het mag ook echt geen inkomensvoorziening zijn, want daar is het niet voor bedoeld, zoals ook al door anderen werd opgemerkt. De PvdA had eigenlijk niet zozeer een vraag, maar wel een opmerking over een toonzetting in het stuk, die er volgens mij niet in ziet.

Als het zo gelezen wordt, vind ik dat echt heel jammer. Dat gesprek hebben we volgens mij eerder gehad. We laten echt gezinnen en kinderen niet in de kou staan. We kijken wat iemand nodig heeft en we doen dat zoveel mogelijk vanuit de leefwereld en we doen dat met de middelen vanuit de systeemwereld, maar we proberen een kind te

30/36

helpen in de leefwereld. Dat we zeggen: sommige dingen kun je niet oplossen, daar moet je mee leren omgaan. Dat wil niet zeggen, dat we daarmee niet aan de slag gaan en dat we een kind niet helpen. Maar het betekent soms wel, dat je niet traject op traject op traject op traject zet als het niet tot resultaat leidt. Soms moet je ook constateren, dat een kind of een gezin op een andere manier beter geholpen is dan maar steeds blijven hopen of blijven inzetten op verbetering. Soms is er een situatie, dat je naar iets anders moet kijken. Of dat je moet constateren, dat het hoort bij het karakter van een kind. Het is een banaal voorbeeld, maar die discussie hebben we ook weleens gehad in het jeugddomein. Jongens worden vaker betiteld als ADHD kinderen en voor een deel zijn er natuurlijk ook ADHD kinderen, maar soms vragen we ons weleens af: zijn jongetjes nou echt drukker of moeten jongetjes te lang stil zitten en hebben jongetjes meer behoefte aan een langere pauze tussen twee keer twee blokken van twee uur les, omdat dat nou eenmaal in een kind zit. Dat geldt natuurlijk ook voor sommige meisjes.

Als dat helpt en een kind krijgt niet het stickertje ADHD, dan zeggen we daarmee niet, dat een kind niet mag zijn wie hij is en dat we er niet naar om zien, maar dan zeggen wij: bij een jongetje hoort, dat hij af en toe iets anders wil doen en een keer uit de band wil springen en over het plein wil rennen en iets minder dat hij heel stil zit bij de juf. Daar hoeft hij niet perse een ADHD’er voor te zijn. Even heel banaal, maar om het even te illustreren over welke simpele dingen het gesprek soms ook gaat, om dat te illustreren. Grip mag zeker niet ten koste gaan van kwaliteit, goed dat u daar nog even bij stil staat. Dat zeg ik richting L3B. Soms is het inderdaad nodig gelijk zware zorg in te zetten en niet proberen eerst met lichte zorg iets te bereiken. Vandaar dat die POH’ers belangrijk zijn, die bij de huisartsen zitten. We verwachten daar veel van. Gelukkig doen aanbieders zelf ook aanbevelingen om met die POH’ers te gaan werken, dus we hebben daar hoop op gevestigd. De vraag van de VVD om met elkaar in debat te gaan over de weigeringsgronden, die laat ik graag voor de commissie. Het CDA vroeg zich af waarom we in 2021 alweer gaan spreken over de verordening. Dat is omdat we met een omgekeerde verordening willen gaan werken en dat is een heel andere methodiek en we willen met u daarover in gesprek. Dat is om nog beter aan te sluiten bij de leefwereld. Dat voor mijn deel.

Wethouder Arends: Ik neem vooral de vragen tot mij als het gaat over participatie en hoofdstuk 8, waar veel van uw fracties aandacht voor hebben gevraagd. Het is inderdaad een nieuw hoofdstuk. Dat betekent niet, dat het niet eerder al in de verordening stond. Heel veel stond al in de verordening, maar op andere plekken. Dat is nu samen gevoegd in hoofdstuk 8 om het meer overzichtelijk te maken. Er werd een vraag gesteld over de verruiming van de handhaving. Die maakt dat wel mogelijk, maar dat betekent vooral om het beter in te kunnen kaderen. Het betekent niet, dat we dat ook moeten doen, maar het geeft wel richting ook met de wettelijke normen, dat we een verordening hebben om het te kunnen doen. Er werden ook veel vragen gesteld over de systeemwereld, de leefwereld, de voorbeelden van de toeslagenaffaire, het voorbeeld over de boodschappen. Allemaal ingewikkelde zaken en wetmatig heel brede vraagstukken, uitgebreid in de media. Als we kijken naar wat dat dan betekent in Lansingerland, hoe gaan wij daar dan mee om, kunnen we zelfde schrijnende situaties bij ons hebben? In Lansingerland zijn echt dergelijke gevallen of situaties, zoals die boodschappen, in deze omvang bij ons niet bekend. Natuurlijk zijn er ook dingen rondom bijstand, de heer Crielaard noemde het al en ook mevrouw Draak noemde het al, willen we natuurlijk ook scherp zijn, we willen het wel rechtmatig doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=e0d321f9-ae04-46ab-a5cf-db52f396f3a5