CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 4 februari 2021, gemeente Lansingerland48.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Als ze daar graag de JOS een rol bij wil geven, dat ze daar dan ook een duidelijke taak bij stelt en ook steun geeft aan de JOS om dat te kunnen doen. Ik denk dat het een heel belangrijk onderwerp is, ook landelijk is het veel in het nieuws geweest, omdat voor veel kinderen dat passend onderwijs niet van de grond komt. Het gaat dus niet om perse hier speciaal onderwijs in de gemeente krijgen, dat bedoelde ik niet. Volgens mij heb ik dan nu de belangrijkste dingen gezegd. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik hoor van diverse commissieleden een vraag om wat meer kwantitatieve informatie. Die neem ik mee, daar gaan we over nadenken, of dat mogelijk is. Dat zal echt niet voor alle punten mogelijk zijn, denk ik. Voor deze onderwijsvisie stond er expliciet in genoemd, dat we zouden evalueren met een stoplichtenmodel, dus vandaar dat we daarvoor hebben gekozen. Ik hoor uw vraag en ik neem hem mee om te kijken wat we ermee kunnen. Daaraan gelijk gekoppeld de vraag naar de kwaliteit van ons onderwijs. Dat is in de eerste termijn ook al even aan de orde geweest. Daar gaan we eigenlijk als lokale overheid niet over. Degene die daarop toeziet is de inspectie. Die publiceert de informatie van scholen, hoe zij presteren op verschillende onderdelen. Ik denk dat we dat maar zo moeten houden.

Ik denk niet dat het zinvol is, dat we daar als gemeente op gaan rapporteren in een overzicht of in een review. Voor Wilderszijde lijkt het me een beetje voorbarig om aan te geven welk schoolbestuur heeft aangegeven, dat ze met een nieuw concept wil starten en dat ze dat heel graag in Wilderszijde zien verrijzen. Ik denk, dat ze zelf een aanvraag moeten indienen bij het ministerie. Als er iets te melden is, kom ik daar zeker mee terug. Verkeersveiligheid is een onderwerp, dat zowel in de portefeuille van mijn collega Fortuyn als in mijn portefeuille als het gaat om onderwijs aan de orde komt, ook in gesprekken met de schooldirecteuren, want spelen er gewoon onderwerpen rond scholen, die over verkeersveiligheid gaan. Ik denk dat het toch wel goed is, dat het hier een plekje heeft gekregen. Het innovatiebudget werd door verschillende partijen weer genoemd. Het is in elk geval niet zo geweest, dat het niet laagdrempelig genoeg georganiseerd was of dat ze aan teveel voorwaarden moesten voldoen om iets aan te vragen. Ze moesten met een project komen of met een idee. Het is om die reden niet gelukt om iets te doen met het innovatiebudget, dat u beschikbaar had gesteld. Maar ik hoor ook daar uw wens om niet stil te staan in het onderwijs. Als scholen wel een goed idee hebben, dan zal ik hen in elk geval vragen dat in te brengen.

Dan kunnen we altijd kijken of we daar als gemeente misschien in bij moeten dragen of iets faciliteren of hoe dan ook. Dat zullen we ongetwijfeld horen, omdat we wat meer contacten hebben met het onderwijs door o.a. de JOS’er, maar ook doordat de combinatiefunctionarissen daar rond lopen en die leveren daar echt wel iets op. Er worden nu bijvoorbeeld andere gymlessen gegeven, muziek en cultuurlessen zijn anders wanneer er iemand voor de klas staat of in de gymzaal staat, die daar specifiek voor opgeleid is. Dat is in elk geval een winst voor de beweging en de motorriek van de kinderen. Het hybride onderwijs, daar vroeg de PvdA nog naar, voor een andere vorm. Daar denken we niet alleen over na, daar zijn we ook over in gesprek. Voor het MBO, maar eventueel denken we ook na over een uitloop naar HBO, zodat je een hele mooie lijn zou hebben in Lansingerland van VMBO, MBO en HBO. Ik ga niet zeggen, dat het heel makkelijk is om dat voor elkaar te krijgen, maar het is wel een onderwerp waarover we in gesprek zijn, in elk geval voor het MBO. Dat doe ik natuurlijk ook in relatie en in afstemming met mijn collega’s van de glastuinbouw en van economie. Dus ik weet ook welke ideeën daar leven en ook wat er bij de ondernemers leeft aan ideeën.

De heer Hoppenbrouwer: De wethouder geeft een antwoord op mijn vraag: wat is het maatschappelijk effect van de inzet van de combinatiefunctionaris? Ik ga er niet te lang op in, want ik luister ook naar de voorzitter. Maar ik zou toch wel met de wethouder een boom willen opzetten over wat nou echt het wezenlijk verschil is door de inzet. U gebruikt voorbeelden, die in coronatijd niet voorkomen, maar daar wil ik u dan verder niet op pakken. Ik ben zo nieuwsgierig wanneer het college vindt dat een combinatiefunctionaris succesvol is geweest. Ik heb die vraag al eens eerder gesteld, maar dan twee jaar terug, toen was het niet zo relevant, maar ik kom er toch weer op terug. We stoppen daar echt bijna

11/36

anderhalve ton in. Wat levert het nou echt op? Ik geloof best dat het effect heeft, maar ze kunnen niet de gymlessen overnemen als een vakleerkracht lichamelijke oefening, wat u suggereert. Ik zou echt aan u willen vragen, en misschien wel een toezegging in deze: wanneer is een combinatiefunctionaris nu succesvol? Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Dan denk ik dat we het een keer over het fenomeen combinatiefunctionaris moeten hebben, want het zijn natuurlijk niet alleen deze. We hebben meer combinatiefunctionarissen in de gemeente Lansingerland. Ik denk dat het wel goed is om te kijken wat zij precies doen en wat ze ons gebracht hebben in coronatijd, want in coronatijd zijn combinatiefunctionarissen juist heel belangrijk geweest, bijvoorbeeld in de zomerprogrammering. Die hebben wij geïnitieerd. Ik denk dat het goed is om dat als toezegging te noteren, dat ik ga kijken wat handig is om te doen. Of dat een presentatie is of kennismaking met combinatiefunctionarissen of een rapportage. Een rapportage lijkt me het minst interessant, maar ik ga erover nadenken. De voorzitter: We noteren hem al toezegging. De heer Buijs: Wederom complimenten voor de wethouder voor haar beantwoording. Er is toch nog één vraag niet beantwoord en dat ging specifiek over de doorstart van SOB Oostland.

Mag ik nogmaals namens het CDA vragen om daar iets meer over te zeggen? De vraag die ik heb gesteld ging over het budget. Is het budget hier het probleem? Of zou het budget een deel van de oplossing kunnen vormen? Geconstateerd ook, dat diverse budgetten niet zijn besteed. Zou u daar alstublieft nog een antwoord op willen geven? Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Ik had nog drie puntjes open staan, het SOB is er daar één van. Het is niet zo, dat het budget het probleem was. Het probleem was de samenwerking en een bestuur dat zich afvroeg of dit nog wel de manier is waarop er samen gewerkt moet worden. Ondernemersverenigingen zeiden: wij krijgen teveel vragen langs het SOB. Niet via het SOB en dan zijn we op 2 punten bezig, dus we vragen ons af of we nog wel een bijdrage willen betalen aan het SOB als we zelf ook heel veel moeten initiëren. Daarom is het gesprek gestart. Het is dus niet zo, dat het geld het probleem was voor het SOB. Waar wij als wethouders, zowel mijn collega uit Pijnacker als ik, wel een probleem van hebben gemaakt, is dat wij 2/3 zouden moeten betalen van het geld, dat nodig is om het SOB in de lucht te houden. Daarvan hebben gezegd: laten we dan eerst kijken wat we verwachten van het SOB en wat het dan moet doen en welke rekening daar bij hoort voor welke partij. In die fase zitten we dus nog.

Mocht het financieel een probleem zijn, dan proef ik bij u enthousiasme voor het SOB. U ziet de meerwaarde ervan. Dan zit dat in elk geval in mijn hoofd, op het moment dat we in gesprek keuzes moeten maken. Dat over het SOB. De heer Buijs: Het gaat niet perse om het SOB sec. Het gaat om die doelstelling, de aansluiting arbeidsmarkt. Als de doorstart van het SOB instrumenteel zou zijn, dan vindt u inderdaad in het CDA een warm voorstander. Mocht u beoordelen, dat voor het behalen van de doelstelling aansluiting arbeidsmarkt een andere constructie nodig is, dan blijven we graag in gesprek, want we vinden dat thema gewoon te belangrijk om te laten versloffen. We zijn blij, dat u er met zoveel energie aan werkt. Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Dank u wel. Het klopt, wat u zegt, we trekken daar dus hard aan. Dan heb ik nog een vraag open staan van meneer Hoek, terecht, die had ik in eerste instantie niet beantwoord, dus excuses daarvoor. Het gaat om scholen in Lansingerland, dus er zitten vooral kinderen uit Oostland op, zowel Lansingerland als Pijnacker-Nootdorp, maar er zitten soms ook kinderen uit Rotterdam op. Maar daar gaat het dus om, om kinderen van de Lansingerlandse scholen en het Lansingerlandse bedrijfsleven.

Voor de PvdA: voor passend onderwijs geldt inderdaad dat het onderwijs in eerste instantie kijkt of een kind op een reguliere school kan blijven met al dan niet hulp vanuit het passend onderwijs. Als het echt niet mogelijk is, dan wordt er inderdaad gekeken naar een andere plek. Ik heb op dit moment geen signalen dat er kinderen thuis zitten, omdat die passende plek er niet is. Ik weet wel, dat het soms zoeken is naar een plekje voor een kind als het in het reguliere onderwijs eigenlijk toch niet echt goed gaat. Het is dus wel een aandachtspunt, maar ik heb op dit moment geen signalen, dat er kinderen thuis zitten, omdat er geen plekje is. Dat is het. De voorzitter: Dit was nog maar de tussenevaluatie, maar er is al een hoop geëvalueerd, dus misschien is de eindevaluatie een stuk korter. Dank u nogmaals. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben even nieuwsgierig wat wij nu doen. Een aantal fracties had het over een beeldvorming onderwijs, leerachterstand. Wat is daar nu concreet over afgesproken? Dat is me even ontgaan. De voorzitter: Niets. Het initiatief ligt bij u als commissie, om dat aan te slingeren. Ik nodig u uit, als u dat belangrijk vindt, om onderling contact te hebben en om het vervolgens door te sturen naar de agendacommissie. Dat is de route.

5.c Deel 1 Midterm review: Evaluatie beleidsaccenten bij Versterken van veerkracht De heer Lieverse, CU: Inderdaad heeft onze fractie zich ervoor ingezet om dit stuk vandaag te bespreken en niet pas volgende maand. Waarom vinden wij dat van belang? Het sociaal domein is één van de hoofdonderwerpen voor deze commissie. Hoe wij dat in onze gemeente uitvoeren is vervat in het beleidsdocument ‘versterken van veerkracht’. In 2017 zijn we overeen gekomen, dat de problematiek in onze gemeente meer vereist dan die wettelijke taken. We kwamen tot een aantal beleidsvelden, de 10 beleidsaccenten, en daarnaast hoopten we in pilots innovatie door te voeren. Grote complimenten, grote complimenten, herhaal ik, voor de ambtenaren en het college, die ervoor gezorgd hebben, ondanks de coronacrisis, om deze review nu te presenteren. Ook complimenten voor de secure manier waarop het gebeurd is, namelijk met acties in de ene kolom, bijbehorende resultaten in een andere enzovoorts. Dat

12/36

in slechts enkele tientallen pagina’s toch zoveel informatie van wat er tot nu toe gerealiseerd is m.b.t. doelstellingen, die wij wilden bereiken. Juist in deze crisis is het evalueren van deze beleidsvelden van groot belang. Mensen verliezen hun baan, raken in de bijstand, jongeren krijgen psychische problemen, het onderwijs vergt extra grote inspanningen, schuldenproblematiek, om nog maar niet te spreken over de gezondheidszorg zelf met een GGD die as we speak in elke dorpskern zichtbaar is. Maar deze review is er één waar onze raad bij de begrotingsbehandeling om een andere reden om heeft gevraagd en het daarom extra gewicht heeft toegekend. Bij amendement, aangenomen met 27 van de 31 stemmen, is een bezuiniging voor 2021 afgewenteld, maar wel doorgeschoven naar 2022. Aan ons nu de opdracht daarover te besluiten, namelijk: op welke beleidsaccenten kan bezuinigd worden? Wij moeten daarover besluiten, want het college was bij de begroting van plan daar een grote streep door te halen, bij deze beleidsaccenten dus. Wij hebben in onze fractie met deze vraag in gedachten deze review doorgespit. Elk kind een kans, geadviseerd wordt een vervolg. Dat zeggen wij na. Geen kind in de knel, diverse acties moeten worden voortgezet. Terecht, zeggen wij. De leraar trekt aan de bel, met name de aanpak van langdurend verzuim moet doorontwikkeld worden.

Pubers in de spotlight, allerlei acties, waaronder het inrichten van nieuwe chillplekken. Daarop is nog steeds het wachten. Dat vinden wij dus ook. Enzovoorts. We hebben met een rode pen in de hand gezocht naar mogelijkheden hier iets in te schrappen. Ik heb nog niet eens benoemd de eenzaamheidsproblematiek of de schuldhulpverlening. Het werd voor ons een worsteling om hier ook maar iets uit te vissen, dat met minder geld toe kan. De ene appel inwisselen voor een andere peer. We komen er niet uit. We zijn voorlopig gestopt met zoeken. Ik ben dus heel nieuwsgierig of de andere collega’s wel tot keuzes zijn gekomen en wat daar dan hun argumentatie bij is. Elk van deze beleidsaccenten mogen dan wel bovenwettelijk heten, ze zijn naar onze smaak onmisbaar. Dank u. Mevrouw Draak, VVD: De VVD fractie heeft het moeilijk met dit bespreekpunt. De heer Lieverse zei het al. We hebben als raad zelf aangedrongen op het naar voren halen van dit punt. Maar in tegenstelling tot het compliment van de heer Lieverse vond ik de kwaliteit van het rapport niet wat we gewend zijn, wat niet wil zeggen dat het niet deugt, maar ik vond dat er veel foutjes in staan. Dank aan de mede raadsleden, die de cijfermatige fouten boven water hebben getoverd. Daar hebben we een inlegvel, een erratum bij gekregen. Vooral vond ik het moeilijk om de informatie eruit te halen, die wij als fractie zoeken.

Uiteindelijk was het doel om bezuinigingen te vinden in deze beleidsaccenten. Als ik naar de tekst kijk en naar de doelen van de beleidsaccenten, dan ben ik het helemaal eens met meneer Lieverse, dat het nauwelijks voorstelbaar is, dat je daarop kunt bezuinigen. Die doelen zijn namelijk erg belangrijk. Er wordt door onze gemeente erg hard gewerkt in het sociaal domein en voor onze inwoners. Maar het doel was: bezuinigen. Dat hebben we zelf gezegd. Niet in 2021, wel in 2022. Ik wil dan wel precies weten wat er gebeurt met een bepaald beleidsveld als we een beleidsaccent geheel of gedeeltelijk schrappen, omdat de Lansingerlandse standaard nog steeds blijft staan. Op meerdere evaluaties lees ik: we stoppen ermee omdat het niet duidelijk is of het instrument effectief is. Dat is iets wat ik niet goed kan begrijpen. Volgens mij stop je alleen als je een activiteit doet en je merkt dat het geen effect heeft. Anders kan stoppen of doorgaan of iets anders doen allemaal goed zijn. Ik vond ook dat veel actiepunten uit de beleidsaccenten onder andere programma’s worden uitgevoerd. Daar zijn een heleboel voorbeelden van, ik noem er maar een paar, ook voor de tijd. Als je bijvoorbeeld kijkt naar intergenerationeel wonen. Een aantal dingen daarvan wordt onder de woon/zorg opgave geplaatst.

Er zijn ook activiteiten, die naar mijn idee gewoon onder het reguliere plan ‘werken aan werk’ thuis horen. Niet te verwarren met het beleidsaccent ‘werken aan werk’ waar dus ook activiteiten onder worden geschoven. En ook voor vrijwilligers, want naar mijn idee ook onder ‘werken aan werk’ regulier beleid thuis hoort. Ik vond het een zoekplaatje. Waar moeten we nu straks in de begroting alle kosten vinden? Ik vind het juist daarom erg goed, dat we er nu wel met elkaar over praten en dat we tussentijds toch even met de wethouder van gedachten kunnen wisselen: hoe gaan we hier nu verder mee? Hoe kijken zij ernaar, de beide wethouders? Wij hebben in ieder geval als VVD fractie meer informatie nodig om besluiten te kunnen nemen over het schrappen van budget. Nogmaals, omdat de doelen niet ter discussie staan, los daarvan denk ik wel dat na 4 jaar we als commissie misschien ook moeten besluiten om die doelen nog een keer te heroverwegen, maar dat is dan even off topic voor deze bespreking. Wij zouden willen voorstellen aan de wethouder om een beeldvorming te doen of een meer visuele presentatie te krijgen van de data rond de beleidsaccenten.

Wat wij dan zouden willen weten, is: wat is de doelstelling van het beleidsaccent? Wat doet de gemeente daar sowieso al aan? Onder welk beleidsveld? Wat bereiken we extra als we het beleidsaccent uitvoeren? Wat zouden de gevolgen zijn als we ermee stoppen? Waar vinden wij alle kostenposten? Een deel van deze vragen wordt natuurlijk wel beantwoord in de midterm review. Ik wil niet net doen alsof het er niet in staat, maar waar het mij om gaat: zouden we het kernachtiger gerapporteerd kunnen krijgen om de keuzes te maken, die we zelf graag willen maken? Tot zover, dank u. Mevrouw Bouman, CDA: Er is al het nodige gezegd. Wij hebben het vanavond over het eerste deel over de evaluatie van de beleidsaccenten. Dan komt er een tweede deel over een evaluatie van de voornemens

13/36

van het beleidsplan. De doelen staan overal ingeschreven. We hebben 10 beleidsaccenten. In 2017 hebben we daar met zijn allen een klap op gegeven en hebben we daar bedragen aan gevoteerd. Ik moet zeggen: dat was een mooi proces om dat te mogen meemaken. Maar als ik naar het geheel kijk, heb ik allereerst de vraag: het is een evaluatie, ik mis even de inbreng van de ASD. Die is van het begin af aan in 2017 mee genomen. Ik zie het nu niet. Misschien komt het nog, maar dat hoor ik dan wel. Ik hoor de heer Lieverse zeggen: ik had ongelooflijk veel moeite, waar moet ik een schrap door zetten? Waar moet ik een keuze maken? Mevrouw Draak zegt: wij hebben een zoekplaatje. Ik moet zeggen: het zoekplaatje was voor mij niet anders. Alles wat er over mij heen kwam was een rijstebrij van gegevens, bedragen enzovoorts. Ik was op enig moment het spoor toch wel bijster. Wetende, dat wij uitgegaan zijn, in 2017, ook met de bedragen. Als ik dan naar de bedragen kijk, wat er bij elk beleidsaccent staat en wat er in de loop der jaren naar gegaan is, dan duizelt het mij helemaal. Ik hoor mevrouw Draak zeggen: hoe gaat het met de doelen? Volgens mij staat er op blz.13, dat er ook nog een herbeoordeling komt van de doelen.

Over welke doelen hebben we het dan? Hebben we het dan over de doelen van de beleidsaccenten? Of hebben we het dan over het beleidsplan? Als we het over de doelen van de beleidsaccenten hebben, dan zou dat toch consequenties kunnen hebben, misschien wel moeten hebben: de bedragen die daaraan gekoppeld zijn. Als ik dan kijk naar de beleidsaccenten, de acties en wat er allemaal gedaan is of gedaan zal gaan worden, dan zie ik toch wel vaak een verwijzing naar andere terreinen. Is het niet naar de schuldhulpverlening of een fte wordt geplaatst onder het aantal personeelsleden of er wordt verwezen naar de jeugdhulp, bijvoorbeeld de JOS, of het gaat naar wonen/zorg. Met andere woorden: ja, het geeft toch wel een zoekplaatje, wat mij toch niet helemaal helder is. Zeker als ik naar de bedragen kijk, waarvan helder is dat in de begroting 2019, waarbij we de zorgmijding al eruit gehaald hebben, uit de beleidsaccenten, dat had te maken met de € 19/maand als eigen bijdrage van onze klanten, maar als ik dan verder kijk naar de optelling en de verwijzing van de bedragen. Als ik kijk naar ‘pubers in de spotlight’, waarvan we in 2018 keurig een uiteenzetting gehad hebben, daar was sprake van € 150.000 en dan gaan we naar € 90.000. En dan doen we nog even € 20.000 naar Blok B. Wat zie ik dan? We hebben dan toch nog wel € 117.000 nodig. Zo zit het ook bij ‘houd de eenzamen aan boord’.

Dat gaat ook naar Blok B. Het is voor mij niet meer te volgen. Met andere woorden, mijn conclusie is: het is heel goed, dat er nu meer zicht is op de doelgroepen, over de rollen en de werkwijze van al die doelgroepen, maar het is nog wel even een zoekplaatje. Het zou heel goed zijn, dat wij toch eens even een toelichting zouden kunnen krijgen over wat ons allemaal te wachten staat, de doelen die bijgesteld worden. Wat ligt er allemaal onder die doelen? Wat zijn die acties nog verder? Dat wordt allemaal keurig verteld, maar wat is het verder t.a.v. de bedragen, die daarmee te maken hebben? Als ik het dan over de besparing heb, dan zou het misschien toch weleens goed zijn als wij zelf misschien ook eens even gaan nadenken, om te zeggen: waar zouden er toch weleens besparingen gemaakt kunnen worden? Misschien hebben we dan eerst nog een extra toelichting nodig, dat kan in de vorm van een beeldvorming zijn, maar dat is aan ons en misschien in samenspraak met de wethouder, om te kijken hoe we hier uit kunnen komen. Ook voor 2021 zullen we geen problemen hebben, maar wel richting 2022. Want we hebben gezien: € 255.000 wordt er ergens geschrapt. Dan zien we ook nog ergens een bedrag van € 117.000. Gooi maar in mijn emmertje. Waar doen we het? Hoe doen we het? Laten we daar zelf als commissie ook eens even naar kijken.

Dan verwijs ik naar: in 2017 hebben wij met de leden van de commissie samenleving gezamenlijk het e.e.a. opgepakt en toen zijn we eruit gekomen. Toen zijn we eruit gekomen, hoe wij de besteding van die € 1,145 gingen doen, van licht, middel en zwaar. Daar ben ik nog steeds trots op, dat we dat met zijn allen gedaan hebben. Dan denk ik: waarom zouden wij dat nu ook niet kunnen doen? Conclusie: eerst een toelichting over het geheel. Waar wordt bij bepaalde zaken over gedacht? Hoe zouden we hier verder mee kunnen komen? Ik wacht graag een reactie af van de wethouder. De voorzitter: Ik ga iedereen aan het woord laten, maar ik hoor tot nu toe niet heel veel inhoudelijke opmerkingen over de inhoud van die beleidsaccenten, maar vooral over het proces en de manier waarop deze commissie dat het beste zou kunnen aanvliegen. Overigens bewaar ook ik warme herinneringen aan de manier waarop dat destijds is gegaan. Ik geef u graag zo meteen allemaal nog het woord, maar als ook u vindt, dat we vanavond de behandeling in de commissie niet al te lang moeten doen, maar dat er gewoon veel meer behoefte is aan een avond, waarin we helaas ook digitaal, maar een beeldvorming hebben, waarbij we deze accenten langs gaan, dan hoor ik dat graag even, want dan denk ik dat de wethouder daar straks wat spitser op kan reageren. Mevrouw Bouman: Dat is mijn oproep. De voorzitter: Ja, dat hoor ik.

Ik ga door naar WIJ. De heer Barendregt, WIJ: Ik denk dat dat een heel terecht oproep is van mevrouw Bouman. Ik had een aantal inhoudelijke opmerkingen en ook procestechnische opmerkingen. Die procestechnische opmerkingen gingen met name over de vraag: hoe gaan we het dan aanvliegen? Als ik naar het stuk keek, vond ik het heel moeilijk om daar iets algemeens over te zeggen. Dat heeft ook te maken met wat er in de brief staat. Causaliteit aantonen is heel erg moeilijk. Met de beleidsaccenten los je niet direct een maatschappelijk probleem op. Het is natuurlijk wel het idee, dat je voor een oplossing gaat zorgen, maar je kunt het niet aantonen. Vergelijken met andere gemeenten is ook moeilijk, want die beleidsaccenten

14/36

zijn er juist om de wendbaarheid erin te houden. Ik heb wel een aantal punten concreet bij de beleidsaccenten. Wat WIJ betreft, dan geef ik vast een schot voor de boeg: wij vinden het punt van de jeugd heel belangrijk, dus o.a. ‘pubers in de spotlight’. Zeker ook nu met de coronacrisis. Je ziet er diverse bijdragen in de kranten over, dat de jeugd extra geraakt wordt. Dus wij vroegen ons af: wat kunnen we voor de jongeren gaan doen? Ook tijdens deze coronacrisis en ook na de coronacrisis, om hen extra mentaal te ondersteunen. Dan had ik nog iets van ‘Lansingerland houdt eenzamen aan boord’. Daar vroeg ik mij af, ik vond het stuk ook behoorlijk rommelig, hoor, want als je paragraaf 5.2 erbij neemt, dan staat er twee keer dezelfde zin, dat eenzaamheid subjectief is. Dan denk ik: ja, dat weet ik. Dat hoeft dan dus niet twee keer in één paragraaf neergezet te worden. Ik vroeg me wel op dat punt af, dan heb je de coördinator eenzaamheid en daar gaat dan de helft van het budget in zitten van dit beleidsaccent, eigenlijk meer dan de helft van het budget, dan vroeg ik me af: wanneer zijn we nou tevreden met wat diegene doet? Wanneer is zijn of haar taak goed vervuld? Van het beleidsaccent ‘grip op geld’ dacht ik: onlangs is het rekenkamerrapport verschenen, ook over dit onderwerp. De conclusie had wel wat scherper gemogen, wat mij betreft.

Ik denk dat we bij beleidsaccent 8, intergenerationeel wonen, dat we daar ook echt moeten inzetten op maatwerk. Ik vroeg me af: kunnen ouderen zelf activiteiten organiseren met hulp van de gemeente? Zo dacht ik meer aan, zoals je dat ziet bij Welzijn Lansingerland, daar hadden ze bijvoorbeeld HOVO, hoger onderwijs voor ouderen. Dat zie je bij de universiteit Leiden. Ik kan me voorstellen, dat dergelijke activiteiten ook mooi zouden zijn als ze in Lansingerland georganiseerd worden, bijvoorbeeld in het cultuurhuis. Is dat een mogelijkheid? Voor de rest had ik procestechnische opmerkingen. Dan sluit ik me aan bij eerdere fracties. Hoe gaan we het doen? Hoe gaan we bepalen: wat wordt meer, wat wordt minder? Want ja, het moet dan toch uiteindelijk minder, zoals ik het begrijp. De heer Jonker, D66: Ik zal proberen niet teveel te herhalen. Ik wil toch de ambtenaren bedanken en het college voor het opstellen van deze midterm review, maar ik ben het tegelijkertijd eens met alle sprekers, die het lastig vonden om te lezen. Dat vond ik ook. Het is heel breed, (..), veel informatie op verschillende plekken. Ik mag professioneel veel stukken lezen, maar ik had er echt moeite mee om er chocola van te maken af en toe. In algemene zin is D66 natuurlijk blij, dat de taakstelling, zoals vermeld, voor 2021 is geschrapt, maar voor 2022 en verder staat die natuurlijk nog steeds genoteerd.

Ik denk dat we goed moeten afwegen of we dat willen handhaven, zowel vanuit de inhoud, beleidsaccenten zijn belangrijk voor inwoners en daar wil je pas zo laat mogelijk op bezuinigen, maar ook vanuit de huidige coronacrisis geredeneerd. We moeten ons goed bedenken, dat alle sociale, maatschappelijke en economische schade pas echt in de tweede helft van dit jaar en daarna gaat landen, dat we het echt gaan merken. Dan is juist ondersteuning en aandacht nodig voor al die aspecten, die in de beleidsaccenten aan de orde komen. We moeten heel voorzichtig zijn om nu al te gaan nadenken over teveel terug dringen of korten erop. Overigens kun je wel onderscheid maken in incidenteel uitgeven en structureel geld uitgeven aan de beleidsaccenten. Bijvoorbeeld kansarme jongeren en kwetsbare kinderen, die worden nu al hard geraakt door de coronacrisis en strak in de nasleep, zij zullen onze inzet m.b.t. genoemde beleidsaccenten nodig hebben. Verder moeten we ons realiseren, als we willen gaan evalueren, dat het vorige jaar buitengewoon atypisch was. We moeten dus voorzichtig zijn over effectiviteit en doelmatigheid van de maatregelen in het afgelopen jaar.

Bij de heroverweging van de inzet van de beleidsaccenten bij de kaderbrief 2022 wil D66 dan ook nadenken over de mogelijkheden om korting van budget structureel te herstellen, dit in het licht van de crisis, die we hopelijk in de tweede helft van dit jaar achter ons laten, kunnen intensiveren en meer geld kunnen gaan uitgeven op een aantal onderdelen. Dat moet dan overigens wel ergens vandaan komen, daar zijn we ons van bewust, maar daar willen we ook over nadenken. Inhoudelijk wil ik v.w.b. het proces aansluiten bij mevrouw Bouman. Ik denk dat het goed is, dat we nog eens goed nadenken over hoe we dat organiseren, liefst ook gezamenlijk met de commissie, want we moeten hier wel een slag mee maken. Daar wil ik het voor nu bij laten. Mevrouw Gabin, GL: De ingezette beleidsaccenten zou een ware toevoeging van de Lansingerlandse standaard moeten zijn en daarbij zijn bezuinigingen dus niet wenselijk. Beleidsaccenten zoals ‘elk kind een kans’ hebben de nodige aandacht en budget nodig. Wij zijn het eens, dat het soms niet heel erg overzichtelijk lijkt. Ook GL verlangt naar meer helderheid over de gang van zaken. Wij sluiten ons aan bij de opmerkingen van overige partijen hierover. We hadden ook nog een aantal inhoudelijke punten, die ons opvielen, zoals beleidsaccent 1 ‘elk kind een kans’.

Kinderen uit 10 gezinnen van statushouders hebben thuis huiswerkbegeleiding ontvangen, waarbij Schoolmaatjes een project is gestart. Daarnaast kregen ongeveer 15 kinderen hulp van een thuismentor uit het project ‘school is cool’. We hebben het er bij het vorige bespreekpunt ook al over gehad, het is algemeen bekend, dat ouders het moeilijk vinden om hun kinderen thuis onderwijs te geven. Hierdoor kan een leerachterstand en kansongelijkheid ontstaan. Kan de wethouder dit soort projecten niet op korte termijn breder trekken of op de voorgrond zetten? Wij vinden dat dit uitgebreid moet worden en dat er dus niet op bezuinigd moet worden. Tot slot

15/36

zijn er geen ambassadeurs voor armoede ingezet. Wij vragen ons af: waarom niet? Welke obstakels waren hier van toepassing? Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik neem weer het woord. Straks komt meneer Xhemaili aan het woord, dus maakt u zich geen zorgen. Dank voor de moeite, die het college en de organisatie hebben gedaan om deze evaluatie op te stellen op verzoek van een aantal fracties. Veel data, ook een aantal duidelijke inzichten, vooruitgang, goede bedoelingen, maar inderdaad: het is wel lastig om er een conclusie uit te trekken, daar hadden wij zelf ook wat moeite mee. Ik ben zeer verbaasd eigenlijk, dat de heer Lieverse net zo prominent het woord nam met de vraag aan de andere fracties: waarop wilt u gaan bezuinigen als het gaat om deze beleidsaccenten? Dat dat het doel was van deze vergadering, dat bleek wat mij betreft helemaal uit geen enkele oplegger. Dat bleek natuurlijk wel uit de discussie bij de begroting, maar wij hebben dat amendement ‘uitstel bezuiniging beleidsaccenten’ pertinent niet gesteund, want wij wilden geen uitstel, wij wilden afstel van die bezuinigingen. Onze fractie vond het namelijk ongehoord, dat tekorten op de begroting werden afgewenteld op de meest zwakke mensen in Lansingerland, met name vielen de klappen dus in het sociaal domein. Wij wilden dat de sterkste schouders de lasten zouden dragen en dus ook de dekking in verhoging van de OZB.

Ik wil hier niet de begrotingsdiscussie over doen. Wat ons betreft was dit het absolute minpunt van die hele discussie daar. Mevrouw Bouman was heel trots over hoe wij als fracties de beleidsaccenten bij elkaar hebben gebracht, hoe we daar zo’n mooie discussie over hebben gehad. Dat ben ik ook, het was een hele mooie periode. Een aantal avonden hebben we daar op gezeten. Ik vind het bijna armoedig dat we nu weer zo’n sessie zouden hebben om te kijken hoe we hier kunnen gaan kaasschaven over de beleidsaccenten, die we zelf met ons warme hart hebben opgesteld. Ik neig er zelf naar om te zeggen: daar zit ik niet bij en meneer Xhemaili misschien ook wel niet. Ik heb wel inhoudelijk gekeken. Een aantal andere beleidsaccenten wordt ongetwijfeld opgepakt door andere fractie. Wij hebben nogmaals het bekende accent ‘elk kind een kans’ nog even onder de loep genomen, dat doen we eigenlijk ieder jaar. En ieder jaar zijn we eigenlijk toch ook wel weer teleurgesteld, en ook nu. Het college geeft wel aan, dat er meer zicht is op het aantal kinderen in armoede en dat zou dan blijken uit rapportages van externe partijen, maar dat ging om twee verschillende partijen met twee verschillende monitor methoden, dus het college weet nog steeds niet of in de periode 2015-2018 er minder kinderen in armoede zijn komen te leven. Er is een babypakket toegevoegd aan het kindpakket.

Er is een kalender verspreid onder inwoners met een uitkering 3 jaar lang, er zit een pitch in. 90 gezinnen, dat is misschien wel goed nieuws, kregen hulp via het spreekuur ‘samen doen’. Er is wel bekendheid, dat vinden we goed om te horen. Ik heb het een beetje doorgelezen zo. Eigenlijk wat toch blijkt en wat we al heel vaak hebben gezegd: de meeste kinderen in armoede zijn nog steeds niet in beeld. Er zijn bijvoorbeeld 270 kinderen, die in 2019 via het jeugdfonds sport en cultuur werden bereikt met zwemles, voetbalclub ondersteuning, maar we weten uit cijfers dat er in Lansingerland ongeveer 800 tot 1.000 kinderen in armoede leven. Tot op de dag van vandaag vragen wij ieder jaar weer aan de wethouder: kunt u toch niet meer inzet plegen om die kinderen beter in beeld te krijgen? Want ze komen niet allemaal, hun ouders dan, vragen om ondersteuning uit de bekende middelen die er zijn. Er zijn problemen met de schuldhulpverlening, dat weet de wethouder zelf ook. Waarom het college niet meer boven op dit vraagstuk zit, dat is ons niet duidelijk. Het blijft toch weer die ideologie van de overheid op afstand, vrijwilligersorganisaties, de kerken, die het dan oppikken. Ik denk dat we toch weer in actie moeten komen bij de raadsvergadering van januari, maar ik ga me daar nog op beraden, want ieder jaar val ik me daar wel weer een buil met de fractie.

Ik sluit een beetje negatief af, ik wil niet tekort doen aan alle werk en initiatief, dat er wel door de organisatie is gedaan en gepleegd op al die beleidsaccenten en daar wil ik ook mijn waardering voor uitspreken, maar armoede bij kinderen blijft voor ons toch iets wat nog steeds niet voldoende van de grond komt. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik zal uw verzoek respecteren, er is al veel gezegd. Ik wil beginnen met de woorden waar mevrouw Verhoef mee begon. Veel waardering voor het werk dat toch geleverd is, even los van hoe je de inhoud bestudeert. Dank ook voor de oplettende lezer, die aan de cijfers heeft gedacht. Wat ik zelf ook wel plezierig vond, is dat je toch wel wat inzichten kreeg over hoe het gegaan is. Ik ben ook een beetje op zoek, waar mevrouw Verhoef het over had, maar ze gaf het andere benamingen, naar die kwantitatieve voortgang. Je kan op basis van rapporten zeggen: we hebben de eenzamen in beeld. Maar hoe ziet dat er dan uit? Ik had bijna een toezegging in de technische beantwoording. Er zijn kindpakketten, die hebben we in beeld, maar er zijn toch 1.100 aanvragen afgewezen. Die mensen vragen dat aan, waarschijnlijk omdat zij denken, dat zij onder die noemer vallen. Wij zijn ook wel nieuwsgierig, dat hoeft de wethouder niet te beantwoorden, maar dat zijn vragen waar het hele rapport vraagtekens over heeft.

Ook wat de heer Barendregt terecht zei over die coördinator eenzaamheid. Wanneer zijn we nou tevreden? Dat ligt in het verlengde van mijn vraag over de combinatiefunctionaris. Wanneer is deze goede man succesvol? Hetzelfde geldt ook voor de coördinator scheidingen. Bij de laatste twee coördinatoren heb ik gekeken op de website van Lansingerland, maar de twee heren of dames zijn gewoon niet te vinden. Ik weet niet waar ze zitten, misschien bij Humanitas, die moeite heb ik dan niet genomen. Daar gaat echt wel veel geld naar toe. Dat

16/36

is straks de winst, op verzoek van een aantal van onze raadsfracties, om iets meer inzage te krijgen. In die zin ben ik het wel met meneer Lieverse eens, dus ik worstel een beetje met zijn woorden. Ik heb toevallig één van de ambtenaren gesproken en die zei: ik had een notitie van 200 pagina’s kunnen maken als ik alles moet omschrijven wat wij allemaal gedaan hebben en waar ze ook heel trots op was en dat mag ze ook zijn. Het is dus eigenlijk al een Champions League gebeuren geweest om het zo voor elkaar te krijgen. Nu willen wij iets hoger, misschien de Super League. Ik vind het, nou ja, u weet wat ik gezegd heb. Het enige dat ik wezenlijk anders vind, en daar moeten de fractiegenoten nog even goed over nadenken. Kijk, iedereen zegt met trots, met uitzondering van mevrouw Verhoef: we hebben de bezuinigingen een jaar uitgesteld. Maar als je kijkt naar het nieuwe erratum, dat we gekregen hebben, dan gaan we juist op de accenten ‘elk kind een kans’ en ‘geen kind in de knel’ bezuinigen in 2021 met € 95.000. Want in de begroting stond een bedrag voor de accenten € 963.000 en we komen uit, afgerond, op € 868.000. Dus er wordt daadwerkelijk wel bezuinigd in 2021. Dat is mijn vraag aan de wethouder.

Wethouder, waarom doet u dat? U heeft er helemaal geen opdracht voor gekregen van de raad, want u zou gewoon bij ‘elk kind een kans’ nog steeds de volle inzet van € 275.000 moeten gebruiken en niet de € 199.000, zoals die er nu staat. Zeker met de oproep van mevrouw Verhoef, waar L3B zich ook hard voor maakt: kinderen in armoede, dat is niet bespreekbaar. Dan nog twee kleine dingetjes. Dat gaat over ‘pubers in de spotlight’. Meneer Hoek zegt regelmatig: we moeten praten met en niet over. Wij hebben niet de indruk, en zeker de jonge raadsleden binnen L3B niet, dat het festival en de wipwap en de escape games, dat slaat onvoldoende aan. L3B zou echt nog eens heel graag ook met deze commissie willen sparren over: hoe gaan wij nou de jeugd, de jongerenparticipatie, echt bij de kop pakken? Zeker in combinatie met corona. Dat brengt mij nog bij een sidestep. Wordt het ook weer niet eens tijd om na te denken over het jeugd- en jongerenwerk. Ik hoor daar tegenwoordig heel erg weinig over. Op de site zeggen ze, dat ze mensen helpen met werk, onderwijs, drugs, wonen, maar ze zijn eigenlijk onzichtbaar. De laatste acties hebben in Bleiswijk plaats gevonden, in de Gruttostraat, waar zoveel reuring was. Daarna zijn ze er eigenlijk niet meer en daar gaat ook best wel een behoorlijk subsidiebedrag naar toe.

Ik zou dat ook, in het verlengde van wat mevrouw Bouman zei, ook als raad de regie willen pakken om te kijken: waar gaan wij nu, even los van de beleidsaccenten, misschien neig ik nog wel breder, om breder te kijken of er geen uitgaven zijn, die we sowieso doen binnen het sociaal domein? Hebben we dat nou eigenlijk wel op de goede manier ingezet? Het laatste, ik had nog meer dingen, maar het procesvoorstel van mevrouw Bouman juich ik toe. Ik hoop echt, dat mevrouw Verhoef mee gaat, ik kan me bijna niet voorstellen dat ze niet komt. Maar dat gaat over de vrijwilligers. We gaan € 21.000 gooien in promotie. Ik mag nu toch wel hopen, dat het VIP bij het merendeel van Lansingerland bekend is. En dan voor een concurrerend platform Lansingerland Voor Elkaar van € 9.000. We zijn al voor € 30.000 bezig met promotie. Er wordt nog wel geld gestopt in mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die vrijwilligerswerk moeten doen. Dat kost € 37.000, is geraamd. Dat komt niet van de grond, volgens mij. En de mantelzorgers krijgen weer een premie. Die hele € 80.000 van ‘oog voor vrijwilligers’ daar zou ik dan in de sessie, die wij gaan doen, echt willen stilstaan. Staat nou de financiële inzet in verhouding tot het aantal mensen, dat we bereiken en het beoogd resultaat? Daar zou ik nog wel alle dingen willen doen.

Ik had een veel langere bijdrage, maar ik hoop, dat ik u enigszins tegemoet gekomen ben. Bij deze stop ik. De voorzitter: Ik hoor een aantal positieve opmerkingen. Ik hoor inhoudelijke vragen. Wat ik vooral van de meeste fracties heb gehoord, is toch wat onduidelijkheid over bepaalde stukken, over het proces dat we doorlopen. Ik zeg dan maar als uw voorzitter, dat het er eigenlijk op lijkt, dat we de oordeelsvorming nog niet goed kunnen doen. Dat de beeldvorming, de eerste B van het BOB-model, nog niet voldoende voor ogen hebben. Misschien heeft de wethouder, dit aanhorende, een ei van Columbus kunnen bedenken. Ik stel sowieso voor dat de wethouder de inhoudelijke vragen beantwoordt, maar misschien heeft ze ook een idee, in combinatie met deel 2 van de midterm review, hoe we ervoor kunnen zorgen, dat de leden van de commissie zich straks toch een wat beter gefundeerd oordeel kunnen vormen over wat er aan de hand is binnen alle beleidsaccenten. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik hoor hetzelfde wat u heeft gehoord. Er zijn eigenlijk heel verschillende soorten vragen. Soms zijn er bijna technische detailvragen over een beleidsaccent. Andere zijn een verzuchting over hetzelfde beleidsaccent: het is niet ver genoeg of ik weet niet wat er gebeurd is. Als laatste inderdaad het procesvoorstel.

Net als wat een aantal van u noemde, heb ook ik heel goede herinneringen aan het proces, dat we in 2017 hebben doorlopen om te komen tot het beleidsplan ‘versterken van veerkracht’ voor de basis, voor de standaard, voor alles wat wettelijk geregeld moet worden en het overschot van het budget, dat we toen nog hadden, in te zetten voor iets wat specifiek voor Lansingerland is en wat past bij onze problematiek of wat bij ons extra aandacht mag krijgen, omdat we het belangrijk vinden. Ik denk dat het goed is om in te gaan op de suggestie, die een aantal van u doet, om weer zo’n sessie te doen. Dan zou ik dat wel iets anders willen invullen, dan alleen een

17/36

traditionele beeldvorming van drie kwartier of anderhalf uur. Toen was het een echt interactief gebeuren, een soort benen-op-tafel sessie, waarbij we keken naar: je zegt dat nou wel, maar wat bedoel je daar precies mee? Dat is de zoektocht, die ik bij u proef. Ik kan nu wel een aantal vragen gaan beantwoorden, maar dan worden het technische antwoorden op inhoudelijke vragen. En voor het beeld zijn die misschien nog niet eens voldoende. Ik zit nu te dubben of ik u ga voorstellen om met het tweede deel van die midterm review te zeggen: laten we een avond plannen om er doorheen te lopen en om dan ook de beleidsaccenten mee te nemen. De evaluatie was in eerste instantie natuurlijk niet bedoeld om te zoeken naar een bezuiniging. De evaluatie was bedoeld als een midterm review, zoals die is afgesproken bij het vast stellen van ‘versterken van veerkracht’. De bezuiniging, die voor 2022 en verder nog even on hold is gezet, die hangt boven de markt, omdat we die moeten doen in het kader van de financiële uitdaging, die we hebben. Op uw verzoek gebeurt die keuze daarvoor pas na de bespreking van deze midterm review. Maar de midterm review is niet opgestart om te kiezen voor die bezuinigingen. Dat is wel even een correctie, die wel op zijn plek is. Mevrouw Verhoef: Volgens mij zegt de wethouder het niet goed.

We gaan de beleidsaccenten evalueren en daar wil ik best een benen-op-tafel sessie over doen, maar niet om te kijken waar we kunnen kaasschaven. Ik wil het over het sociale domein hebben en niet over de kaasschaaf. De voorzitter: Ik denk dat het verzoek van uit de commissie is om deze beleidsaccenten te evalueren, dus achterom te kijken naar wat dit heeft opgeleverd, deze sessie van een paar jaar geleden. Het gaat dus niet om vooruit kijken van: waar zullen we bezuinigen? Daar is beeldvorming ook niet voor bedoeld. Dat moet u straks weer in de commissie en in de raad doen. Ik ken mevrouw Bouman als iemand die achter de schermen altijd dingen weet te organiseren, dan is het misschien een goed idee als mevrouw Bouman en de wethouder en misschien nog twee mensen van u even kijken in welke vorm we dit kunnen gaan gieten, zodat we straks een avond hebben waarin we een beter oordeel kunnen vellen over wat dit allemaal doet. De wethouder kan natuurlijk nu wel inhoudelijk bepaalde dingen gaan beantwoorden, maar dat levert misschien weer andere vragen op. Misschien goed als we dat allemaal bij elkaar pakken en het dan in één keer goed doen. Ik kijk even of ik knikkende hoofden zie of boze blikken. Ik zie vooral knikkende hoofden. Meneer Lieverse, u heeft het aan geslingerd, als u nou eens met mevrouw Bouman en de wethouder gaat proberen om het in een vorm te gieten.

Ik wil daar ook wel een rol in spelen. De heer Lieverse: Ja hoor, hier ben ik toe bereid. De voorzitter: Dan moet het niet te lang duren, want we gaan straks richting kadernota. De heer Lieverse: Dat is precies waar ik aan heb gedacht. Ik heb gelezen, zowel in het stuk als ook in het erratum, daarin wordt het herhaald: u wordt uitgenodigd om tot keuzes te komen. Ik heb het niet verzonnen. Mevrouw Bouman: Ik denk dat het goed is om hier vanavond nu niet verder over door te gaan, maar met de wethouder. Ik wil er zelf ook wel in participeren, dat heb ik de vorige keer ook gedaan. Om met de heer Lieverse en met u te kijken: hoe gaan we het e.e.a. aanvliegen? Verstaan we allemaal hetzelfde wat er dus nu staat? Laten we even wat meer helderheid hebben, dan komen we met een voorstel. De voorzitter: Dan de zorg van mevrouw Verhoef. Wordt het niet een avondje munten weg halen? Dat is het dus duidelijk niet? Oké. Mag ik dit zo aan de commissie voorstellen? Of zijn er mensen met prangende vragen? De heer Hoppenbrouwer: Twee dingen. Op het moment dat wij door de oorspronkelijke bedoeling van de midterm review heen gaan, dan begrijp ik dat. Maar we moeten ook niet blind staren op het feit, dat het wel de basis kan zijn om indien nodig toch aan die taakstelling, die boven de markt hangt, invulling te geven. Het kan wel de voorloper zijn van een betere keus kunnen maken.

Daar moeten we wel realistisch in zijn. Mijn prangende vraag laat u even rusten. Dat gaat over mijn constatering, dat er in 2021 wel bezuinigd wordt. Dat hebben wij als raad helemaal niet besloten. We willen gewoon de volle mep en u gaat 95k bezuinigen. De voorzitter: Dat is inderdaad een concrete vraag en ik ga de wethouder vragen die te beantwoorden. Maar het procesvoorstel, dat gedaan is, meneer Lieverse, mevrouw Bouman en mevrouw Van Tatenhove lijkt mij een gouden trio, dat zij namens u een deugdelijke beeldvormingsfase in elkaar zetten. Heeft dat instemming van u allemaal? Ja? Dan besluiten we dat. Dan nu naar de wethouder voor de vraag over de bezuiniging in 2021. Wethouder Van Tatenhove: Als u het niet erg vindt, zou ik daar graag schriftelijk op terug willen komen, want dan wil ik ook even uitzoeken hoe het er precies staat en hoe het precies is geregeld voor dit boekjaar. De voorzitter: Dat is een toezegging, die noteren we. Dan sluit ik het agendapunt af met het verzoek aan genoemde personen om elkaar morgen even digitaal op te zoeken om te bezien hoe we dit in een goed vat kunnen gieten. Dank u wel. 6. Stukken ter advisering aan de raad:

18/36

6.a Zienswijze Kadernota GRJR 2022 De heer Buijs, CDA: Het is een omvangrijk stuk. Ik heb me de moeite getroost om het door te nemen. De 15 gemeenten, die deel nemen in de gemeenschappelijke regeling, hebben de inzet om zo goed mogelijk ondersteuning te bieden aan kwetsbare jeugdigen, die het heel moeilijk hebben. Wat het CDA betreft, is de discussie niet alleen gericht op de middelen, maar ook op het doel van de regeling. Het CDA wil dan ook in de eerste plaats weten van de wethouder of het college relatief gezien alleen staat in haar streven naar meer doelmatigheid, doorstroom en uitstroom en tegelijk ook de beperking van de caseload van jeugdhulpmedewerkers, ook in vergelijking met die andere deelnemende gemeenten. Zoals vanavond ook in het nieuws: het jeugdhulpgebruik ligt in de regio op ruim boven de 10% van de jeugdigen. Met het totaal budget van € 250mln is het belang groot genoeg. Vandaag werd nog eens duidelijk, dat gemiddeld 8 van de 10 gemeenten financieel tekort hebben bij de jeugdzorguitgaven. We constateren dat Maassluis, Vlaardingen en Schiedam niet uit het collectief getreden zijn, maar het CDA vraagt zich wel af op welke variabelen en toevalligheden we als gemeente Lansingerland nog meer zijn aangewezen. Het had immers ook heel anders kunnen uitpakken, mevrouw de wethouder.

Moeten we als Lansingerland tevreden zijn, dat gemeenten in de regeling blijven? Ook omdat zij de kosten voor jeugdhulp nauwelijks aankunnen. We zijn als CDA eerder al kritisch geweest op die gemeenten in de regeling, die financieel moeten bij lenen om jeugdhulp goed te organiseren. Echt heel cru. De vraag aan de wethouder: wilt u alstublieft iets vertellen over de gevolgen en wellicht het proces, waarom die MVS gemeenten, Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, nu toch in de regeling blijven? Als ik me niet vergis, gaf u in een eerdere commissievergadering al aan het verstandig te vinden als die MVS gemeenten uittreden. Is de wethouder nu van gedachten veranderd? Dan de financiële ambitie. Het CDA hoort graag van de wethouder of zij besparing van maar liefst 4% in 2024 realistisch acht. Het CDA snapt dat de ambities belangrijk zijn, maar zijn ze ook realistisch? Concrete vragen aan de wethouder. Dan de praktijkondersteuners bij huisartsen. Daar is veel over gezegd en geschreven. Hoeveel huisartsen maken momenteel gebruik van die praktijkondersteuners? Het college meldde al in een eerder verband, dat huisartsen nauwelijks in contact zijn met gemeenten over die toestroom noch over de indicatiestelling voor de jeugdhulp. Die praktijkondersteuner zou hier dan verschil in gaan maken.

Is die praktijkondersteuner ook in de andere deelnemende gemeenten te verwachten? Wij zijn positief, begrijp me niet verkeerd, over die praktijkondersteuner, maar is het effect zichtbaar in onze gemeente in positieve zin? Wat voor gevolgen zien die andere gemeenten daarin? Dan de focus van het college zelf. Het college richt zich dus op sturen op uitgaven, op de tweede plaats het tijdig inzetten van passende zorg en in derde instantie ‘lokaal in de regie’. Waarom is specifiek voor deze onderwerpen gekozen? Misschien wil de wethouder daarop ingaan? Ik rond af. Het aantal jeugdigen voor jeugdhulp, dat de gemeente noemt als caseload, schommelt al jaren rond de 75. Wat verklaart dan zo de toename van inzet van middelen? Is dat omdat de caseload toeneemt naarmate het perspectief voor de jeugdigen en hun thematiek verder verslechtert? Of worden bij deze circa 75 jeugdigen ook mee geteld, de jeugdigen die verblijven in gezinsvervangende tehuizen en instellingen? In het vervolg op de technische vragen van L3B: eerder meldde het college nog dat het niet weet met hoeveel partijen is gecontracteerd, maar wel dat er circa 50 lokale contractpartijen zijn en tientallen daarboven. Het CDA is tevreden, dat het college nu aangeeft, dat dit aantal danig is teruggebracht.

Dan willen we natuurlijk wel van de wethouder weten hoe dan het aantal dienstverleners en de diversiteit in hun aanbod in toom wordt gehouden. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Ingewikkelde materie. Het gaat hier om een zienswijze op een kadernota 2022 van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond. Het doel is, voor de kijkers thuis, om met elkaar ervoor te zorgen dat specialistische jeugdhulp en crisisopvang beschikbaar is. Hierbij richten we ons, zo stelt het stuk, op 3 onderwerpen, de heer Buijs heeft ze al genoemd: sturen op uitgaven, tijdig inzet van passende zorg en lokaal in regie. De gedachte is altijd geweest tijdig in te zetten op passende zorg, laagdrempelig, ten einde zware hulp uiteindelijk te voorkomen en daarmee de uitgaven te beheersen. Daar hadden we in het verleden een term voor en die luidde: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. In feite constateren we heel simpel, dat we dat van geen kant gehaald hebben. De hele transformatie, zoals we die gedacht hadden, is (….) gerealiseerd. In mijn optiek heeft dat 2 oorzaken. Er is enerzijds te zwaar geïndiceerd. En aan de andere kant is de tas met geld, die er nodig was, vanuit het verleden al, er nooit bij geleverd. Met de te zware indicaties zijn we als gemeente zelf mee aan de slag gegaan en we hebben de GGZ praktijkondersteuners benoemd, de jeugdcoaches op scholen.

Dat zijn prima initiatieven, maar ik ben het met de heer Buijs eens: ik ben wel nieuwsgierig naar de resultaten. Of het ook al iets doet, daar waar het gaat om minder zwaar indiceren. Als we het over de tas geld hebben, dan is dat een verhaal dat de VNG altijd aankaart, maar de VNG wordt in Den Haag vaak ook wel benoemd als rupsje nooitgenoeg. Niet terecht, denk ik, omdat het gewoon niet toereikend is. Verder m.b.t. de zienswijze zou ik ook wel eens aan de orde willen stellen, de hele methodiek van aanbesteden. Het is echt waar, bij mij op school is Timon als organisatie, dat is een partner, die gaat dan aan de slag met langdurig thuiszitters, die winnen dan zo’n aanbesteding, ze zijn gemiddeld driekwart jaar bezig om het op te tuigen, dan duurt het een half jaar voordat de leerlingen er zijn en vervolgens gaan we anderhalf jaar verder en moeten we

19/36

alweer gaan richten op de volgende aanbesteding. Als je ziet hoeveel manuren daar in gaan zitten, om simpelweg een aanbesteding op een goede manier binnen te harken, dat gaat allemaal ten koste van onze jeugdigen. Het is een hele complexe materie, er zijn verschillende onderzoeken geweest door Berenschot. Dat meen ik in alle oprechtheid, er is met veel deskundigheid wel gekeken naar de toekomst, maar met alle beste bedoelingen weten we niet of de aannames, die we nu doen, of die ook de juiste zijn. Het enige wat ik zelf onderbelicht vind, is inderdaad, dat is bij het vorige onderwerp ook al genoemd, corona. Als je ziet dat bij Veilig Thuis op dit moment al 25.000 meldingen meer landelijk gezien binnen komen dan normaal gesproken, dan kunnen we er niet onderuit dat we met zijn allen heel goed nadenken over hoe we onze jongeren de komende tijd gaan beschermen, bedienen, helpen en ervoor zorgen, dat ze op die bekende rails blijven. Ik ga ervan uit, dat onze wethouder, die tenslotte in het DB zit, dat ook op een goede manier voor het voetlicht brengt. Het gaat om de zienswijze 2022, maar dit is problematiek, die nog heel lang na zal sudderen. Als we daar nu niet op een goede manier op insteken en adequaat op reageren, dan worden jeugdigen het kind van de rekening. Dat moeten we te allen tijde zien te voorkomen. Ik denk dat dit echt de boodschap moet zijn m.b.t.

de zienswijze, want anders gaan we echt deze generatie op alle fronten tekort doen. Ik merk het bij mij op school ook. Het is echt schrijnend hoe het soms in thuissituaties gaat. Jongeren die niet meer in staat zijn om verder te denken, om zich in te zetten voor school, om überhaupt over de toekomst na te denken, stages die er niet meer zijn. Kortom, wij moeten echt in de zienswijze het toekomstperspectief van onze jongeren goed aan de orde laten komen. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik had een betoog voorbereid van vele minuten, maar de beide vorige sprekers vond ik uitstekend. Meneer Buijs zegt terecht, dat het bestaansrecht van de gemeenschappelijke regeling aan het wankelen is gebracht door de dreiging van uittreding van die drie gemeenten. Dat zou best eens opnieuw kunnen komen. Dat zou de gemeente Lansingerland kunnen zijn met een aantal andere partners, want we moeten wel een reden hebben om bij deze gemeenschappelijke regeling te willen blijven. De vrijblijvendheid van de taakstelling is ook al door meneer Buijs genoemd. Maar ik vind ook wel heel belangrijk wat meneer Hoek zojuist naar voren bracht. Jongeren zitten enorm in de knel, zaten dat al en de coronacrisis heeft dat enorm verergerd en dat is niet over als iedereen gevaccineerd is. Ofwel, bezuinigen good to good is niet wat we willen nastreven. Tot zover.

Mevrouw Heijblom, D66: Ook D66 heeft hier niet heel veel op aan te vullen. Ik vond het betoog van meneer Hoek echt vanuit de praktijk prachtig natuurlijk. Ik kan daar alleen maar bij aansluiten. Ik denk inderdaad dat de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor de jeugd echt wel een plekje moet gaan krijgen in deze zienswijze. Voor de rest zijn wij het eens met sturen op uitgaven, tijdige inzet van passende zorg en lokaal in de regie voor nu, maar aansluitend bij de heer Hoek, we kunnen niet helemaal in de toekomst kijken, maar voor nu de juiste. Vanuit D66 is dit het. Mevrouw Gabin, GL: De zienswijze is een belangrijk instrument voor de raad om als raad te laten wat wij van de kadernota vinden. De kadernota geeft een goede richting naar de begroting, dus het is positief dat er een zienswijze wordt ingediend. In het voorstel wordt aangegeven, dat er belang wordt gehecht om realistisch te begroten, aan informatiemanagement en het verkorten van de wachttijden. Hierbij is het echt belangrijk, dat kinderen bijvoorbeeld niet dubbel op wachtlijsten staan en dat er actief gelobbyd wordt richting het rijk. Wij sluiten ons aan bij de woorden van de heer Hoek wat betreft de jongeren. Door de coronacrisis is er veel zorg uitgesteld, problemen rondom de jeugd zijn wellicht verergerd, waardoor je dus kans hebt op een langere nasleep.

Hoe wordt hierop geanticipeerd? Kan de wethouder hierover meer toelichting geven? Worden er op lokaal niveau stappen ondernomen? In het verlengde hiervan vraag ik ook meer toelichting over de verhouding tussen realistisch begroten en de effecten van het coronavirus. De onverwachte kosten door corona vallen er namelijk nu overheen. Anderzijds wil de gemeente realistisch begroten. In hoeverre is dat te verwezenlijken, wanneer er zoveel onduidelijkheid is. Tot zover. De voorzitter: Meneer Xhemaili, u wekt met uw achtergrond sterk de indruk dat u bij mij in de zaal zit. De heer Xhemaili, PvdA: Nee, ik moet toch op één of andere manier laten zien, dat ik voor de gemeente Lansingerland werk en een beetje de nostalgie van de gemeenteraad voel. Ik voel de woorden van collega Hoek en die onderschrijf ik ook volkomen en volledig. In heel Nederland zien we de jeugdhulp toenemen. Dat zorgt voor een toenemende financiële druk bij gemeenten. Dat is niet nieuws, maar juist in de coronacrisis is maar al te duidelijk geworden hoe belangrijk het is om goede en tijdige zorg te verlenen aan hulpbehoevenden. Voor mij heeft de decentralisatie altijd als een verkapte bezuiniging gevoeld, waar niet goed over nagedacht is en over de schutting gegooid naar lokale overheden.

Jeugdhulp is complex en bevat verschillende soorten zorg, zoals de uitvoering van gesloten zorg, crisiszorg, pleegzorg, intramurale zorg en specialistische zorg voor jeugdigen. Echter, het is ook belangrijk om ook naar andere beleidsterreinen te kijken, zoals onderwijs, WMO en schuldhulpverlening. Die zijn namelijk allemaal

20/36

communicerende vaten, die elkaar ook beïnvloeden. Als je aan één knop draait, dan betekent dat dat het bij een andere knop iets teweeg brengt. Mijn collega mevrouw Verhoef benoemde het al: de PvdA fractie was dan ook zeer teleurgesteld, dat er bij de laatste begroting juist op deze beleidsterreinen werd bezuinigd. In de kadernota GRJR staat dat de financiële ambitie er op gericht is om een besparing te realiseren van € 10mln in 2024 aan uitgaven aan specialistische jeugdhulp. Ik denk altijd: als je ergens op gaat bezuinigen, betekent het volgens mij dat het iets minder gaat zijn, dus ik heb een vraag aan de wethouder. Betekent deze bezuiniging ook het inleveren op kwaliteit en kwantiteit in de jeugdhulp? Op blz.37 van de kadernota zie ik een kostenstijging in 2022 van ongeveer € 5mln ten opzichte van 2021. Daar hebben we ook een vraag over. Is dit als structureel verwerkt in de begroting? Zo nee, wanneer wordt deze verwerkt en waarom staat er niets in het raadsvoorstel hierover vermeld? Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik ben weer de gelukkige, daarna zult u mij niet meer horen. Niet dat ik afhaak, maar dan zijn mijn andere collega’s aan de beurt. Een compliment aan de aftrap van meneer Buijs. Het leek net of hij mijn aantekeningen had gelezen, maar dat kan bijna niet. Hij stelt de vragen die ik ook had. Niet helemaal hetzelfde, maar dezelfde lijn.

Wij hebben in de kadernota van 2021. Nee, laat ik in eerste instantie zeggen, dat ik een compliment wil geven, dat wij eigenlijk de kadernota nu voor het eerst als raad mogen becommentariëren, want nu hebben we twee keer de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Het gaat nu om de kadernota en straks krijgen we een zienswijze qua begroting. Dus daar ben ik wel blij mee, dat geeft dan toch weer het vergroten van de bestuurlijke legitimiteit, zoals dat ook geschreven wordt. De drieluik heeft iedereen al herhaald. Ik denk dat we dat goed kunnen volgen. De kostenverlaging, waar de PvdA het over had, die € 10mln, is op zich helder, maar is die realistisch? Ik weet niet of het tariefverhogingen zijn of kostenverhogingen, maar op blz.31 wordt gesproken over tariefsverhogingen van 3,4% en 1,47. Als dat inkomsten zijn, dan heb ik er niet zoveel problemen mee, maar ik vrees dat het uitgaven zijn. Dan zeggen wij in de zienswijze opgenomen willen hebben, dat we daar geen voorstander van zijn. Ook het AB jeugdhulp heeft er zelf ook nog geen besluit over willen nemen, maar houdt er wel vervolgens rekening mee. Ik ken een beetje de percentages, die ons weleens worden opgelegd door de kring van gemeentesecretarissen, die dan zeggen 2,4 en dat is dan ook maar vrijblijvend en vervolgens zitten ze erin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=e0d321f9-ae04-46ab-a5cf-db52f396f3a5