CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Z-2023-035780 RIB - B3. Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein 2019-2023

Thema-avond (TA) 11 januari 2024, gemeente landsmeerBij agendapunt: Introductie op het Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein 2019-202318.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HET WERKT!

Gemeente Landsmeer

�eerjarenbeleidsplan Sociaal Domein 2019-2023

SCHOOL

GEMEENTEHUIS

INHOUDSOPGAVE Voorwoord

3

Samenvatting

4

9. Versterken mantelzorgondersteuning

32

10. doorontwikkelen van het Middelpunt

33

11. Creëren van goede randvoorwaarden

34

11.1 Communicatie en voorlichting

34

1. Inleiding

8

11.2 Samenwerking met en tussen partners

34

Ontwikkelproces

9

11.3 Vrijwilligersbeleid

35

Leeswijzer

9 5. Blijven doen wat werkt

36

2. Visie en hoofddoelen

10

Subsidiebeleid sport en cultuur

36

Visie

10

Onderwijs

36

Afbakening gemeentelijke verantwoordelijkheid

10

Gezondheidsbeleid

79

Uitgangspunten

10

Preventief jeugdbeleid

38

Hoofddoelen

12

Jeugdwet

38

Wet maatschappelijke ondersteuning

38

Participatiewet

39

3. Van signalen naar opgaven

2

VOORWOORD

14

Evaluatie vorige beleidsplan

14

Collegeprogramma

14

6. Financiën

40

Nieuwe ontwikkelingen

14

Terugblik

40

Signalen van partners

15

Programmabegroting

40

Opgaven

16

Transformatiefonds

41

4. De opgaven uitgewerkt

17

7. Realisatie

42

1. Versterken doorlopende leer- en ontwikkellijn jeugdigen

17

Uitvoering en Sturing

42

2. Laagdrempelige opvoedondersteuning

19

Monitoring, verantwoording en evaluatie

42

3. Preventieve hulp en ondersteuning voor jongeren

20

Kwalitatieve verantwoording

43

4. Preventieve aanpak armoede en schulden

22

Planning

43

5. Meer begeleiding naar werk of sociale activering

24

6. Langer zelfstandig blijven wonen

26

Bijlage 1. Schematische weergave opgaven

44

7. Effectieve aanpak van eenzaamheid

28

Bijlage 2. Indicatoren voor monitoring

46

8. Ontwikkelen tot een dementievriendelijke gemeente

31

Bijlage 3. Planning opgaven

48

Met gepaste trots presenteer ik het nieuwe meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein, voor de jaren 2019-2023. Dit nieuwe beleidsplan draait om de opgaven die er liggen voor Landsmeer. Wat moet of kan er anders of beter? Dit meerjarenplan bouwt verder op het vorige beleidsplan, waarbij we nog meer de nadruk leggen op ‘voorkomen in plaats van genezen’. De maatschappij verandert en daarmee ook de rol van de gemeente. Van een overheid die alles regelt naar een gemeente die luistert, faciliteert en maatwerk levert. Daarbij gaan we uit van de eigen kracht van mensen: wat kunnen zij nog zelf doen en regelen binnen de eigen omgeving. Als dat niet meer lukt, dan gaat dit samen met een vrijwilliger of een professional. In Landsmeer zijn veel vrijwilligers actief die mede zorgen voor het goed functioneren van onze sociale basisvoorzieningen. We kunnen ons in Landsmeer gelukkig prijzen met de tomeloze inzet van de vrijwilligers.

welke opgaven er zijn. Gelukkig gaat veel goed en kunnen we verder op de ingeslagen weg. Samen met de huisartsen, scholen, kinderdagverblijven, (sport)verenigingen en alle andere partners zoals MEE, de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening (SMD), de Kredietbank, de GGD en de praktijkondersteuners van de huisartsen. Ik wil daarom mijn waardering en dank uitspreken aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit meerjarenplan. Dankzij deze inbreng is een beleidsplan tot stand gekomen dat echt gebaseerd is op de inwoners van deze gemeente, draagvlak heeft en ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. Samen zorgen we dat het werkt!

Namens het college van b&w, Wethouder Mandy Elfferich

Met de meeste inwoners van Landsmeer gaat het goed, zo blijkt uit verschillende cijfers. Maar cijfers zeggen niet alles, het draait vooral om de verhalen van mensen. Die verhalen en de signalen uit de samenleving zijn dan ook mede de basis voor dit meerjarenbeleidsplan: met diverse partijen, waaronder uiteraard ook de Adviesraad Sociaal Domein en de gemeenteraad, is gekeken naar wat we al doen en

3

SAMEN-­­ VATTING Visie Het nieuwe meerjarenbeleidsplan trekt de lijn van het voorgaande meerjarenbeleidsplan door om van de transformatie in het sociaal domein een succes te maken. De uitgangspunten laten zich samenvatten als ondersteunend en faciliterend aan de inwoner, die met zijn sociale netwerk zo zelfstandig mogelijk wil en moet kunnen leven. De gemeente faciliteert, voert regie, ondersteunt en vangt op waar de zelf- of samenredzaamheid tekort schiet. Door in te zetten op sociale basisvoorzieningen, preventie en vroeg-signalering, een integrale benadering bij de hulpvraag en het tijdig inzetten van lichte ondersteuning kan zwaardere zorg voorkomen worden. Voor elke levensfase hebben we hoofddoelen geformuleerd. Kinderen groeien op tot gezonde jongeren met voldoende zelfvertrouwen, ontwikkelen zich vervolgens tot zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen en blijven als senior vitaal en zelfredzaam. De visie en de hoofddoelen vormen het denkkader voor dit beleidsplan.

Opgaven Dit nieuwe beleidsplan draait om de opgaven die er liggen voor Landsmeer. Waar moet of kan er anders of beter? De opgaven van dit beleidsplan komen voort uit de evaluatie van het voorgaande beleidsplan, prioriteiten van het college, signalen van partners en nieuw Rijksbeleid. Zonder uitgebreid op de opgaven in te gaan is het duidelijk dat communicatie met alle stakeholders en het faciliteren van samenwerking tussen de partners intern en extern belangrijke voorwaarden zijn om van de transformatie een succes te maken. Om te zorgen dat ‘Het werkt ‘. Op inhoud hebben we de volgende opgaven geformuleerd: 1.  Versterken doorlopende leer- en ontwikkellijn jeugdigen. 2.  Meer laagdrempelige opvoedondersteuning. 3.  Meer preventieve hulp en ondersteuning voor jongeren. 4. Preventieve aanpak van armoede en schulden. 5. Meer begeleiding naar werk of sociale activering. 6. Langer zelfstandig blijven wonen. 7. Effectieve aanpak van eenzaamheid. 8. Ontwikkelen tot een dementievriendelijke gemeente. 9. Versterken van mantelzorgondersteuning. 10. Doorontwikkelen van het Middelpunt. 11.  Creëren van goede randvoorwaarden: communicatie en voorlichting, samenwerking en vrijwilligersbeleid.

Bij alle opgaven wordt beschreven wat we al doen, hoeveel geld er in omgaat, wat de nieuwe acties zijn en of er extra middelen nodig zijn. Wat blijven we doen? Veel blijven we doen zoals we dat deden, omdat het goed werkt. Zoals het gezondheidsbeleid van de GGD, de ondersteuning van het onderwijs en regionale samenwerking voor inkoop van de maatwerkvoorzieningen (jeugd & Wmo). Deze onderdelen worden eveneens in dit plan beschreven en wat eventueel doorontwikkelpunten zijn.

Realisatie Dit meerjarenplan vormt het kader voor de uitvoering en focus van het sociaal domein van Landsmeer. We willen het plan realiseren in nauwe samenwerking met onze partners. Daartoe richten we een overlegstructuur in met alle relevante partners. Ten behoeve van het bepalen van het succes van de uitvoering en als instrument om het beleid bij te stellen richten we een monitor in, waarmee we de maatschappelijke effecten, resultaten en inspanningen volgen. Naast zicht op de kwantitatieve resultaten, willen we samen met de partners ook een manier introduceren om de kwalitatieve resultaten in kaart te brengen.

Financiën Er gaat ruim negen miljoen euro om in het sociaal domein en daar staan ruim twee miljoen inkomsten tegenover. Er is een permanente druk op de financiën, ondanks dat het Rijk extra middelen voor jeugd beschikbaar heeft gesteld voor de komende jaren. De uitvoering van dit meerjarenbeleidsplan vergt op diverse punten investeringen, die zich hopelijk op termijn gaan terugbetalen in een afvlakking van de kostenstijgingen in het sociaal domein. Daarvoor richten we een transformatiefonds in uit het restantbudget 3D Sociaal Domein dat voor de duur van drie jaar ingezet kan worden voor de benodigde investeringen, aangevuld met ca. € 70.000 per jaar uit de algemene middelen. Daarmee is voor de jaren 2020-2023 een aanvullend budget beschikbaar van € 600.000. Bij het bepalen van het succes van de transformatie als geheel draait het ook om de vraag of we een verschuiving van maatwerkvoorzieningen ten gunste van algemene voorzieningen zien. De begroting wordt met ingang van 2020 zodanig ingericht dat we dat kunnen monitoren. Alle producten zijn gecategoriseerd naar basisvoorzieningen, toegang of maatwerk.

De rode draad is dat veel opgaven op het terrein van de algemene, vrij toegankelijke voorzieningen liggen. Vooral voor jongeren zien we dat er een investering nodig is. Om van de transformatie een succes te maken is het noodzakelijk om juist die voorzieningen te verstevigen om de druk op maatwerkvoorzieningen te verminderen.

4

Samenvatting —

5

IN ÉÉN OOGOPSLAG Kinderen en jongeren groeien veilig en gezond op, bouwen zelfvertrouwen op en ontwikkelen zich tot zelfstandige mensen die een loopbaan kiezen die bij hen past. Versterken doorlopende leer- en ontwikkellijn jeugdigen.

Doorontwikkelen van het Middelpunt

Meer laagdrempelige opvoedondersteuning

Volwassenen zijn financieel onafhankelijk, kunnen voor zichzelf en hun naasten zorgen, zijn betaald en/of onbetaald maatschappelijk actief en nemen verantwoordelijkheid voor hun leven.

Senioren blijven zo zelfstandig mogelijk functioneren, wonen en participeren in de samenleving.

Ontwikkelen tot een dementievriendelijke gemeente

Versterken van mantelzorgondersteuning

Preventieve aanpak van armoede en schulden

Meer begeleiding naar werk of sociale activering

Langer zelfstandig blijven wonen SCHOOL

Creëren van goede randvoorwaarden: communicatie en voorlichting, samenwerking en vrijwilligersbeleid 6

GEMEENTEHUIS

Meer preventieve hulp en ondersteuning voor jongeren

Effectieve aanpak van eenzaamheid 7

1. INLEIDING

8

Ontwikkelproces

Ruim vier jaar geleden zijn de decentralisaties van start gegaan. Het lokale beleid van de gemeente Landsmeer op het gebied van Jeugd, Maatschappelijke Ondersteuning en Participatie, samen de drie decentralisaties genoemd, is vervat in de nota ‘Met elkaar en voor elkaar ‘ uit 2015. Met de decentralisaties werd een grotere samenhang tussen het beleid op jeugd (Jeugdwet), ondersteuning (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo) en werk en inkomen (Participatiewet) beoogd en tegelijkertijd een grotere effectiviteit nagestreefd. Een korte toelichting op de wetten en de verantwoordelijkheden van de gemeente zijn eveneens opgenomen in dit meerjarenbeleidsplan.

gen in het sociaal domein. In Landsmeer zijn van oudsher veel vrijwilligers in diverse organisaties actief voor hun dorpsgenoten. Ook de professionals weten elkaar al goed te vinden. In het nieuwe Middelpunt werken veel partners samen, wat een positieve stimulans aan de samenwerking geeft. Op het Middelpunt zijn veel partners gehuisvest en wordt er nauw samengewerkt. Dat werkt! Maar er blijven nog uitdagingen over. De volledige transformatie van het sociaal domein is een kwestie van lange adem. Het vraagt een andere werkwijze van professionals en een grotere rol van de samenleving. Dat is niet in één beleidsperiode geregeld.

In de collegeagenda 2018-2022 is het opstellen van een integraal meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein voor een nieuwe vierjarige looptijd als actiepunt opgenomen. In de afgelopen jaren is veel gerealiseerd, waarmee een integrale en samenhangende aanpak vorm heeft gekre-

Het sociaal domein faciliteert de sociale basisvoorzieningen. Ook biedt het, als een inwoner niet (meer) zelfredzaam is en het ook met het eigen informele netwerk niet mogelijk is, ondersteuning op diverse levensgebieden. De gemeente zet zich er samen met andere organisaties

(onderwijs, eerste lijngezondheidszorg, verzekeraars, corporaties etc.) voor in dat kinderen zich ontwikkelen tot gezonde jongeren met zelfvertrouwen, dat volwassenen zelfstandig kunnen functioneren en senioren vitaal en zelfredzaam blijven. Dit zijn de permanente doelen die we binnen het sociaal domein als leidraad hanteren. Veel blijven we doen zoals we dat deden, omdat het goed werkt. Bijvoorbeeld het gezondheidsbeleid van de GGD, taken ter ondersteuning van het onderwijs, de basisvoorzieningen die onder de Wmo vallen en de inkoop van maatwerkvoorzieningen. In dit plan hebben we opgaven geformuleerd waarop het anders, beter of intensiever kan. Het biedt de kaders voor de uitvoering in het sociaal domein voor de komende vier jaar en komt daarmee in de plaats van het beleidskader ‘Met elkaar en voor elkaar ‘.

Dit meerjarenbeleidsplan is tot stand gekomen met bijdragen van veel verschillende partijen. Zo zijn er gesprekken gevoerd met de meeste partners in zorg en welzijn die actief zijn in Landsmeer. In mei 2019 zijn er werkbijeenkomsten geweest met de gemeenteraad, de adviesraad sociaal domein en de partners over de opgaven. Die bijeenkomsten hebben veel suggesties en ideeën opgeleverd voor de uitwerking van de opgaven. In juli 2019 is de conceptnota ter advisering voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein en is het plan aan alle betrokken partners verstuurd. Op 27 augustus heeft de gemeenteraad in een Benen Op Tafel-sessie nadere input gegeven. Het advies van de Adviesraad Sociaal Domein en de input van de raadsleden zijn verwerkt in deze nota. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het concept is dat de doorontwikkeling van het Middelpunt als ontwikkelopgave is toegevoegd. Ook het vrijwilligersbeleid is als randvoorwaardelijke opgave toegevoegd. Daarnaast is de wijze waarop we tot een monitor willen komen duidelijker omschreven. Inwoners zijn in deze fase niet breed geraadpleegd. Inwoners, van jong tot oud, worden betrokken bij het concretiseren van het beleid.

Leeswijzer De opgaven waar we voor staan vormen het hart van dit beleidsplan. In hoofdstuk 4 zijn de opgaven weergegeven. Maar eerst worden in hoofdstuk 2 de visie achter het beleid en de hoofdoelen beschreven. In hoofdstuk 3 komen de ontwikkelingen aan de orde die relevant zijn voor de opgaven. De opgaven vloeien daar uit voort. Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de taken die grotendeels ongewijzigd worden voortgezet. In hoofdstuk 6 worden de financiën voor het sociaal domein als geheel toegelicht. Tot slot beschrijven we in hoofdstuk 7 op welke wijze wij de uitvoering van dit plan ter hand nemen. Overzichten van de doelen en opgaven en de planning treft u aan in de bijlagen.

Inleiding —

9

2. VISIE EN HOOFDDOELEN

10

Visie

Afbakening

De visie uit het beleidsplan ‘Met elkaar, voor elkaar ‘ is nog onverminderd van kracht. De visie richt zich op de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en inwoners voor het samenleven in Landsmeer De uitgangspunten laten zich kort samenvatten als ondersteunend en faciliterend aan de inwoner die met zijn sociale netwerk zo zelfstandig mogelijk kan leven. De gemeente faciliteert dit door in te zetten op sociale basisvoorzieningen. Vrijwillige inzet is een belangrijke pijler in deze sociale basisvoorzieningen. Als de zelf- of samenredzaamheid tekort schiet, is het de taak van de gemeente om ondersteuning in te zetten. Door preventie en vroegsignalering, een integrale benadering bij de hulpvraag en het tijdig inzetten van lichte ondersteuning kan zwaardere zorg voorkomen worden. Hierbij gaan we uit van wat iemand nog wel kan in plaats van de beperkingen en staan welzijn en meedoen centraal. Bij een hulpvraag van een inwoner hanteren alle lokale hulp- en dienstverleners hetzelfde drie-traps-principe: eerst samen met de inwoner bekijken wat hij zelf of met hulp van het eigen netwerk kan oplossen. Vervolgens zetten we als dat nodig is algemene voorzieningen in en pas als dat niet toereikend is verwijzen we door naar maatwerkvoorzieningen.

De gemeentelijke verantwoordelijkheid in het sociaal domein is breed, maar de gemeente is niet overal voor aan zet. De verantwoordelijkheid van de gemeente strekt zich uit tot ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie en jeugdzorg. Medische zorg, bestaande uit huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, persoonlijke verzorging en geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen ligt bij de zorgverzekeraars, geregeld via de zorgverzekeringswet. De langdurige instellingszorg voor ouderen en gehandicapten ligt bij het zorgkantoor, geregeld via de Wet langdurige zorg (Wlz). Op het terrein van passend onderwijs hebben gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke, maar onderscheiden, verantwoordelijkheid voor leerplichtige leerlingen. De gemeente richt zich op de jeugdhulp en de deelname aan onderwijszorgstructuur. De onderwijsinstellingen richten zich op het laten aansluiten van het onderwijs op de leerling.

Uitgangspunten Integraal Verdergaande integraliteit is een belangrijk uitgangspunt van dit tweede meerjarenbeleidsplan. Dit beleidsplan is daarom ook breder van opzet dan het eerste. Het vorige meerjarenbeleidsplan was eveneens integraal van opzet. Het nam niet de verschillende wetten afzonderlijk als uitgangspunt, maar de onderdelen van het proces rond ondersteuning als uitgangspunt (informatie en advies, toegang, signalering, preventie e.d.). De scope was echter nauwelijks breder dan die drie wetten. Sport, cultuur, onderwijs,

veiligheid, wonen en gezondheid maakten daar geen deel van uit. Voor het echt integraal aanpakken van de opgaven in het sociaal domein hebben we ook die beleidsterreinen nodig. Onderwijs is een belangrijke vindplaats om vroegtijdig problemen te kunnen signaleren bij kinderen. Sport is een vindplaats alsook een belangrijk middel om de doelen in het sociaal domein te bereiken. Hetzelfde geldt voor cultuur. Dat geldt eveneens voor cultuur. Sport en cultuur zorgen voor meedoen en ontmoeting en dragen bij aan de gezondheid en het welbevinden. De cultuurvisie die we in 2019 ontwikkelen gaat ook in op het sociale aspect van cultuurbeoefening en -beleving. Levensgebieden De integrale aanpak richt zich op veel, zo niet alle levensgebieden: onderwijs en opvoeding, werk en opleiding, inkomen, financiën, huisvesting en het voeren van een huishouden, relaties, lichamelijke en geestelijke gezondheid.. Het besef dat er samenhang is tussen de verschillende levensgebieden was een van de belangrijkste motieven achter de decentralisaties. De gemeente is de meest dichtbijzijnde overheid en daarom het best in staat om een samenhangende uitvoering van Jeugdzorg, de Wmo en de Participatiewet te realiseren. In de uitvoering werken we vanuit het principe: één gezin, één plan, één regisseur.

Dat wil zeggen dat het streven is om voor een inwoner of gezin die van verschillende vormen van hulp gebruik maakt één regisseur te benoemen die de hulp coördineert. Deze regisseur kan de gemeentelijke zorgregisseur Jeugd of Wmo zijn maar ook een andere hulp- of dienstverlener. Ook de informele hulp (mantelzorg of inzet van vrijwilligers) wordt hierbij betrokken. De samenwerking is er op gericht om de inwoner of het gezin zo goed en gericht mogelijk te helpen of ondersteunen. Door de beperkte schaal van Landsmeer is het doorgaans eenvoudig om alle betrokkenen letterlijk om één tafel te krijgen. Samenhang Integraal werken in het sociaal domein betekent niet alleen dat de verschillende subdomeinen binnen het sociaal domein (sport, cultuur, jeugd, onderwijs, Wmo en participatie) met elkaar samenwerken, maar ook dat in de uitvoering de samenhang met aanpalende beleidsterreinen, zoals het fysieke en veiligheidsdomein, wordt gezocht. De inrichting van de openbare ruimte bijvoorbeeld is belangrijk voor een gezonde en veilige leefomgeving. Nieuwe vormen van integrale samenwerking ontwikkelen we al, bijvoorbeeld bij de werkwijze in de wijk Havenzathe. Samen met het

veiligheidsdomein werken wij aan lokale en regionale netwerkaanpak van zorg en veiligheid onder de titel ‘Allen voor één‘. Het bewaken van de samenhang vraagt een voortdurende alertheid om elkaar op te blijven zoeken. Vraaggericht Het beleid is er op gericht om iedereen mee te kunnen laten doen aan de samenleving. Dit betekent dat we ons vooral richten op die groepen bij wie dit niet vanzelf gaat. Per opgave benoemen we specifieke groepen op wie we de aandacht richten. Dit betekent uiteraard niet dat andere groepen worden uitgesloten. Om een aantal voorbeelden te noemen: bij eenzaamheid richten we ons op zowel ouderen als volwassenen, waarbij we weten dat met name alleenstaanden de meeste gevoelens van eenzaamheid kennen. Bij de opgave werk richten we ons op alle mensen in de bijstand, maar ontwikkelen we een specifieke aanpak voor statushouders, omdat zij andere obstakels kennen dan mensen die in Nederland zijn opgegroeid. We voeren dus geen specifiek doelgroepenbeleid maar richten onze inspanningen in op de behoefte van diverse groepen. Ook bij vraaggericht werken is het soms nodig om inwoners actief te benaderen op zogenaamde vindplaatsen.

Dat komt omdat op sommige hulpvragen een taboe rust (zoals bij eenzaamheid) of schroom om hulp te vragen (bijvoorbeeld bij mantelzorgers die uit liefde voor hun partner zorgen of bij schaamte over schulden) of inwoners de weg naar de aanwezige hulp niet goed weten te vinden (bijvoorbeeld door een taalprobleem). Bovendien is er in toenemende mate van meervoudige problematiek (zoals bij gezinnen met schulden, opvoedings- en relatieproblemen of bij daklozen met psychiatrisch problematiek) die vaak om een intensieve benadering vraagt. Dat neigt soms naar bemoeizorg. Dat doen we niet als het niet nodig is, maar soms is het de enige effectieve manier om een inwoner daadwerkelijk verder te helpen. Bij de verdere uitwerking van de opgaven willen we in samenspraak met de desbetreffende professionals aanpakken ontwikkelen en als het een toegevoegde waarde heeft, samen met inwoners en/of ervaringsdeskundigen. Dit is de wijze waarop we vraaggerichtheid invullen. Samenwerking De compacte schaal van Landsmeer heeft als voordeel dat de lijnen kort zijn. De professionals kennen elkaar en weten elkaar te vinden als het nodig is. Elkaar kennen is een belangrijke voorwaarde, maar biedt geen garantie voor samenwerking. Een integrale aanpak van het sociaal domein Visie en hoofddoelen — 11

vraagt om een brede blik, zicht op elkaars mogelijkheden en om nieuwe gewoontes. Het normaal vinden om verder te kijken dan het eigen werk en anderen in te schakelen, maar ook het samen werken aan de opgaven. Hier ligt ook nog een opgave om het netwerk in het sociaal domein te verbreden naar partners op de terreinen veiligheid en wonen. We hebben partners nodig voor de realisatie van dit beleidsplan en maken ze medeverantwoordelijk. Klantvriendelijkheid Voor alle contacten met en dienstverlening aan inwoners gebruiken we de uitgangspunten uit de behoorlijkheidswijzer van de Nationale ombudsman. Dit geldt niet alleen voor onze eigen dienstverlening, maar ook voor de door ons gesubsidieerde en ingekochte dienstverlening (welzijnswerk, ambulante begeleiding, maatschappelijk werk etc.). Dit zorgt voor een constant bewustzijn om goed om te gaan met inwoners en hun belangen. De essentie van deze uitgangspunten is: — Open en duidelijk — Respectvol — Betrokken en oplossingsgericht — Eerlijk en betrouwbaar

Wat is er nodig om op te groeien tot gezonde jongeren met zelfvertrouwen, uit te groeien tot zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen en tot slot tot vitale en zelfredzame senioren? Voor elke levensfase hebben we een doel geformuleerd.

Hoofddoelen De gemeente is verantwoordelijk voor het creëren van randvoorwaarden voor de zelf- en samenredzaamheid door het voorzien in de algemeen toegankelijke basisvoorzieningen en biedt als dat nodig is op maat ondersteuning op de diverse levensgebieden. Het betreft een breed palet van ondersteuning, op het gebied van onder andere jeugdgezondheidzorg, opvoeding, werk en inkomen, tot hulp bij het huishouden en hulpmiddelen om langer thuis te blijven wonen. De verschillende leeftijdsfasen hanteren we als structuur voor de doelen die de gemeente nastreeft.

12

Werkloze beroepsbevolking (2018) Landsmeer

3,1% 5,3%

Nederland

Huishoudens met een bijstandsuitkering (2018) Landsmeer

Gezonde kinderen en jongeren met zelfvertrouwen Kinderen en jongeren groeien veilig en gezond op, bouwen zelfvertrouwen op en ontwikkelen zich tot zelfstandige mensen die een loopbaan kiezen die bij hen past.

Aantal basisscholen

6 5

Aantal kinderen dat naar de peuteropvang gaat

Daarvoor is nodig: — Een geschikte woning . — Voor zichzelf kunnen zorgen. — Hulp en ondersteuning krijgen waar dat nodig is. — Een gezonde leefstijl houden. — Een sociaal netwerk hebben en onderhouden. — Een zinvolle daginvulling hebben. — Bijdragen aan de samenleving zolang dat voldoening geeft.

253 (25 non bereik) 488

Kinderen 0-4 jaar

1099 878

Kinderen voortgezet onderwijs Kinderen MBO

3,9%

Vitale en zelfredzame senioren Senioren blijven zo zelfstandig mogelijk functioneren, wonen en participeren in de samenleving.

Kengetallen jeugd Kinderdagverblijven

2,3%

Nederland

Daarvoor is nodig: — Een veilige (thuis)omgeving om op te groeien. — Onderwijs dat aansluit op de mogelijkheden van het kind tot minimaal een startkwalificatie. — Kansen om je talenten te ontwikkelen en te ontplooien. — Een gezonde leefstijl (fysiek en psychisch).

Kinderen basisschool

Vrijwilligers en informele hulp De Landsmeerse samenleving functioneert niet zonder vrijwilligers en informele hulp (mantelzorg, nabuurschap, zelf georganiseerde hulp etc.). Uitgangspunt is dat vrijwilligers en professionals samenwerken, elkaar kennen, steunen, aanvullen en versterken. Dat gaat vaak goed, maar lang niet altijd vanzelf. Soms is daar extra aandacht voor nodig of moet de samenwerking gefaciliteerd worden. Waar nodig zal de gemeente hierin een stimulerende en faciliterende rol in spelen.

Kengetallen werk

Kengetallen senioren

208 0

200

400

600

800

1000

Schooljaar 2017-2018

1200

65 plussers (2019)

2411 578

Waarvan 80 plussers (2019) Zelfstandig wonende 75 plussers 0

Zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen Volwassenen zijn financieel onafhankelijk, kunnen voor zichzelf en hun naasten zorgen, zijn betaald en/of onbetaald maatschappelijk actief en nemen verantwoordelijkheid voor hun leven.

500

1000

1500

2000

Landsmeer

2500

98% 92%

Nederland 0

20

40

60

80

100

Daarvoor is o.a. nodig dat men: — Een inkomen heeft, waar men mee rond kan komen. — Werk of dagbesteding heeft. — Een woning heeft. — Een huishouden kan voeren. — Zich in zet voor anderen. — Een gezonde leefstijl heeft. — Een positieve instelling t.o.v. de samenleving heeft.

Visie en hoofddoelen — 13

3. VAN SIGNALEN NAAR OPGAVEN

Collegeprogramma De uitgangspunten van het college zijn in lijn met het beleid dat in 2015 in gang is gezet. In het nieuwe integrale meerjarenbeleidsplan blijven basisvoorzieningen, preventie, vroeg-signalering en maatwerk het uitgangspunt in de aanpak. Het Middelpunt heeft een centrale rol als knooppunt voor informatie en advies en de toegangspoort naar ondersteuning. Het college gaat uit van één beleid voor alle doelgroepen om zo ook bij te dragen aan een integrale samenhangende aanpak. Op inhoud blijven de thema’s eenzaamheid, mantelzorg en dementie belangrijk.

Nieuwe ontwikkelingen Er zijn diverse landelijke en regionale ontwikkelingen die om aanvulling dan wel bijstelling van het geldende gemeentelijke beleid vragen.

Evaluatie vorige beleidsplan Voorafgaand aan het opstellen van het nieuwe beleidsplan is een evaluatie van het vorige beleidsplan uitgevoerd. In het algemeen komt uit de evaluatie een positief beeld naar voren. Rond de maatwerkvoorzieningen is veel in gang gezet dat zijn vruchten heeft afgeworpen. De bekendheid van het Middelpunt is groeiend, maar kan beter. De nieuwe locatie in de Keern zal daar naar verwachting aan bijdragen. Op het gebied van jeugd zijn goede signaleringsnetwerken ontwikkeld en is veel in preventie geïnvesteerd (opvoedondersteuning, gezonde leefstijl etc.). Voor het normaliseren en de-medicaliseren van opvoedingsproblematiek is meer nodig. Het accent in het beleid lag vooral op jonge kinderen en minder op jongeren. Voor jongeren zijn er, in tegenstelling tot ouderen, weinig tot geen algemene voorzieningen in Landsmeer. Daarmee worden kansen om jongeren te bereiken en zo nodig laagdrempelig hulp aan te bieden gemist. Dat kan beter. Er is een re-integratie consulent die zich richt op begeleiding van Landsmeerse bijstandsgerechtigden op weg naar werk. Dat beleid werkt en wordt voortgezet. Toch liggen er op dit vlak nog wel uitdagingen. Het aantal uitkeringen is door de instroom van statushouders niet gedaald. Een grotere inzet

op werk kan deze ontwikkeling naar verwachting keren. Ook de signalering rond schuldenproblematiek kan beter en er liggen kansen voor betere preventie van schulden. Voor ouderen waren er van oudsher al veel algemene voorzieningen in Landsmeer, zoals WonenPlus en DCL SamenMeer, en deze zijn in de laatste vier jaar nog verder uitgebreid en doorontwikkeld ( o.a. Samenkracht, maatjesproject). Er is een groot aantal vrijwilligers actief die deze basisondersteuning mogelijk maken. Ondanks dat blijft de eenzaamheidproblematiek, die zich overigens niet beperkt tot alleen ouderen, bestaan. De groeiende druk op mantelzorgers, onder andere als gevolg van toename van dementie, vraagt om vernieuwing in aanpak. De positieve evaluatie van het vorige meerjarenbeleidsplan bevestigt de juistheid van de richting van het beleid. Er is geen behoefte aan een andere insteek, maar er is een blijvende noodzaak om door te gaan op de ingeslagen weg naar transformatie. De decentralisaties zijn een ingrijpende stelselwijziging en vergen een lange adem om de doelen zoals het Rijk die voor ogen stonden en die ook in Landsmeer onderschreven zijn1 daadwerkelijk te bereiken.

1 De doelen die het Rijk met de decentralisaties nastreeft zijn: • Kracht van de samenleving benutten: eigen kracht en samenkracht, preventief. • Algemene voorzieningen als fundament. • Bieden van ondersteuning en vangnet door gemeente waar dat nodig is. • Maatwerk, ook in aanpak (regelluw).

14

• • • •

Voor en vroegschoolse educatie (vve) Het Rijk stelt vanaf 2018 tot 2020 meer geld beschikbaar voor de voor- en vroegschoolse educatie en dat biedt kansen om kinderen een betere start in het onderwijs te geven. Beschermd wonen De regelgeving rond beschermd wonen verandert. Elke gemeente is vanaf 2021 voor nieuwe cliënten zelf verantwoordelijk voor de huisvesting voor beschermd wonen, terwijl dat tot op heden de centrumgemeente was. In de komende jaren moet de overdracht van verantwoordelijkheden zijn beslag krijgen.

Overige ontwikkelingen Er zijn meer ontwikkelingen die belangrijk zijn voor het sociaal domein en een rol spelen in de uitwerking van de opgaven: — Per 1 januari 2020 wordt de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) vervangen door de Wet verplichte GGZ. Verplichte zorg wordt meer op maat gesneden en de rol van familie van de cliënt wordt belangrijker. Meldingen over cliënten waar zorgen over zijn zullen zorgvuldig onderzocht moeten worden. De aanpak op deze nieuwe wet wordt regionaal ontwikkeld. — Het Preventieakkoord dat het Rijk in het najaar van 2018 sloot met diverse maatschappelijke partners bevat doelen over preventie van roken, alcohol en drugsverslaving en het bevorderen van gezond gewicht. De uitvoering van dit akkoord ligt voor een belangrijk deel bij de gemeenten die het vertalen in het beleid van de GGD’en. — In de komende jaren gaan wij regionaal en lokaal investeren in de keten(s) uit het zorg- en veiligheidsdomein. Wij doen samen met de acht regio gemeenten mee aan het Project ‘Allen voor één’ waar wij met onze partners uit het zorg en veiligheidsdomein tot een netwerkaanpak Zorg & Veiligheid willen komen. Het doel is te zorgen voor een samenhangend en goed functionerende en op elkaar afgestemd netwerk. — De Omgevingswet die in 2021 van kracht wordt, raakt met zijn aandacht voor gezondheid ook aan het sociaal domein.

Inburgeringswet Naar verwachting wordt met ingang van 1 januari 2021 een nieuwe inburgeringswet ingevoerd. Met als doel dat nieuwkomers meteen aan het werk/studie gaan en ondertussen de taal leren. Gemeenten krijgen een sleutelpositie in de uitvoering hiervan. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Er is een wetswijziging in voorbereiding die zorgt dat gemeenten sneller op de hoogte worden gesteld van schulden van inwoners. Veelvoorkomende schuldeisers (zoals woningcorporaties en energieleveranciers) worden dan verplicht betalingsachterstanden te melden bij de gemeente. Hierdoor wordt het vroegtijdig hulp bieden bij schulden makkelijker.

Doorbreken verkokering (intern, extern). Een huishouden, een plan, een regisseur. Wijk- of buurt gericht organiseren. Ruimte voor professional.

Van signalen naar opgaven — 15

Signalen van partners In de periode van januari tot en met mei 2019 zijn met diverse organisaties gesprekken gevoerd met het oog op de nieuwe beleidsnota. Daaruit kwam naar voren dat partners zelf ook meer inzetten op integraal werken en dat op klantniveau een beweging gaande is van doen door de professional naar zelf doen door de inwoner. Veel aandacht gaat ook uit naar de samenwerking tussen de partners onderling, de overlegvormen die de gemeente initieert of waarin gemeente participeert, zijn daarin behulpzaam. Er is veel in gang gezet, maar er moet ook nog veel gebeuren, bijvoorbeeld in de omslag van in het aanbod van product naar resultaatgericht. In de bijeenkomst met de partners kwam onder andere naar voren dat geschikte huisvesting om (langer) zelfstandig te wonen van belang is. Hier werken de partijen graag in partnerschap met de gemeente aan. Ook kwam naar voren dat partners op onderdelen een grotere regierol van de gemeente vragen, met name voor de voorlichting, communicatie, kennisuitwisseling en vrijwilligerswerk.

Opgaven Op basis van bovenstaande zijn in totaal elf opgaven geformuleerd. Onderwerpen waarop het anders, meer of beter kan of moet. Alle opgaven dragen bij aan het behalen van de maatschappelijke doelen, zoals geformuleerd in hoofdstuk 2. Sommige opgaven dragen bij aan meerdere doelen, en zijn dus niet verbonden aan een specifieke levensfase. Alle opgaven richten zich op het versterken van de algemeen toegankelijke basisvoorzieningen, waarmee de verwachting is dat op de langere termijn de groei van het beroep op maatwerkvoorzieningen wordt afgevlakt. De opgaven geven richting aan de transformatie. Het betreft de volgende opgaven:

1. Versterken doorlopende leer- en ontwikkellijn jeugdigen. 2. Meer laagdrempelige opvoedondersteuning. 3. Meer preventieve hulp en ondersteuning voor jongeren. 4. Preventieve aanpak van armoede en schulden. 5. Meer begeleiding naar werk of sociale activering. 6. Langer zelfstandig blijven wonen 7. Effectieve aanpak van eenzaamheid. 8. Ontwikkelen tot een dementievriendelijke gemeente. 9. Versterken van mantelzorgondersteuning. 10. Doorontwikkelen van het Middelpunt. 11. Creëren van goede randvoorwaarden: communicatie en voorlichting, samenwerking en vrijwilligersbeleid. In het volgende hoofdstuk worden deze inhoudelijke en voorwaardenscheppende opgaven uitgewerkt.

4. DE OPGAVEN UITGEWERKT In dit hoofdstuk worden de elf opgaven uitgewerkt. Voor alle opgaven wordt eerst het waarom van de opgave omschreven, vervolgens wat we op dat thema al doen en wat we in het kader van de opgave gaan doen. Vervolgens komen de financiën aan bod; hoeveel geld er nu al in om gaat en of nieuwe investeringen nodig zijn. De relatie tussen de doelen, de opgaven en de inspanningen zijn schematisch weergegeven in bijlage 1.

Voortijdige schoolverlaters 2017-2018 Landsmeer

1,82%

Nederland

1,89% 0,0

0,5

1,0

1,5

2,0

1. Versterken doorlopende leer- en ontwikkellijn jeugdigen Waarom is dat de opgave? Een doorlopende leer- en ontwikkellijn van de voor- en vroegschoolse voorzieningen naar het basisonderwijs en van het basisonderwijs naar het voorgezet onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan de talentontwikkeling van kinderen, het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen. Doorgaande lijnen kunnen voorkomen dat leerlingen met een achterstand binnenkomen in groep 1, het eerste jaar van het voortgezet onderwijs of op latere leeftijd school zonder diploma verlaten. Om elk kind een optimale en doorgaande ontwikkeling te kunnen bieden, moet de juiste expertise tijdig en dichtbij ieder kind georganiseerd zijn. Ook moeten (keten)partners elkaar in de doorlopende lijn goed weten te vinden en moeten er procesafspraken gemaakt worden voor een goede overgang. Cruciaal is bovendien dat ouders tijdig worden ingeschakeld bij de ontwikkeling van hun kind. De opgave om in Landsmeer de doorlopende leer- en ontwikkellijn verder te verstevigen is gebaseerd op landelijke ontwikkelingen, maar ook op de contacten met de kinderopvangorganisaties en basisscholen. Het Rijk stelt per 2020 voor de uitbreiding van het aantal uren peuteropvang van 12 naar 16 uur extra middelen beschikbaar.

Het doel hiervan is de ontwikkeling van het jonge kind nog meer te stimuleren en daarmee de voorbereiding van peuters en kleuters op de basisschool te verbeteren. Hiervoor en voor het verbeteren van de verbinding tussen de kinderopvangsector met het onderwijs heeft het Rijk vanaf 2019 Onderwijs Achterstandsmiddelen beschikbaar gesteld.

16

De opgaven uitgewerkt — 17

Wat doen we al? Universeel formulier In het kader van de doorlopende ontwikkellijn voert de gemeente binnen de Lokaal Educatieve Agenda regulier overleg met de kinderopvangorganisaties en schoolleiders waarbij verschillende ketenpartners soms aansluiten (zoals de GGD). Men ontmoet elkaar en weet elkaar te vinden. Om een overdracht van de voorschool naar de vroegschool effectief te laten verlopen is een universeel formulier in gebruik. Zorgstructuur Met het basisonderwijs hebben we een zorgstructuur georganiseerd met een schoolmaatschappelijk werker, een jeugdarts, een praktijkondersteuner jeugd-ggz en een leerplichtambtenaar. In de kinderopvang bestaat de zorgondersteuning door de gemeente uit een jeugdverpleegkundige en logopediste. Naast deze afspraken zetten we samen met de GGD in op de toeleiding van het jonge kind naar een voorschool en worden er voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en sociaal medische indicaties (SMI’s) afgegeven voor kinderen die meer zorg nodig hebben. De GGD monitort het aantal toeleidingen en VVE toewijzingen. Jongeren uit Landsmeer gaan in verschillende omringende gemeenten naar het voortgezet onderwijs. De zorgstructuur rondom de school is de verantwoordelijkheid van de gemeente waar de school is gevestigd. Hierbij wordt samengewerkt met het Landsmeerse zorgnetwerk.

Leerplicht De leerplichtambtenaar draagt zorg voor het voorkomen van thuiszitters en voortijdig schoolverlaten. Bij signalen van tijdelijk verzuim wordt preventief actie ondernomen. Volgens de leerplichtwet mag een kind vanaf 16 jaar stoppen als het beschikt over een startkwalificatie. Dit is een havo, vwo, mbo 2,3 of 4 niveau diploma. Jongeren tussen 16 en 18 jaar die geen startkwalificatie hebben, hebben een kwalificatieplicht. Zij moeten volledig dagonderwijs volgen. De kwalificatieplicht is een maatregel om schooluitval van jongeren tegen te gaan. Tot 23 jaar heeft de gemeente de taak om een jongere naar werk of opleiding te begeleiden. Zonder startkwalificatie is er geen recht op een uitkering.

De Landsmeerse leerplichtambtenaar, de re-integratieconsulent en de RMC coördinator (Regionale Meld en Coördinatiefunctie, uitgevoerd door Purmerend) spelen een belangrijke rol in een naadloze transitie rond de leeftijd van 18 jaar bij kwetsbare jongeren bij de overgang van onderwijs naar werk. Wat gaan we doen? — Vergroten van het aantal uren peuteropvang in lijn met het Rijksbeleid. — Stimuleren van de samenwerking en afstemming tussen alle voorschool/kinderopvanginstellingen en de basisscholen en het vergroten van de ouderbetrokkenheid. — Afspraken maken met onderwijs, jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en leerplicht over maatregelen die de informatieoverdracht bij de overgang van een kind in het onderwijs verbeteren. Van voorschool naar basisonderwijs, van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs en bij het verlaten van het onderwijs.

Financiën Op dit moment zijn de volgende middelen beschikbaar voor het versterken van de doorlopende leer- en ontwikkellijn.

Decentralisatie middelen

€ 19.501,-

Gemeentelijke middelen

€ 47.078,-

Rijksbijdrage Gemeentelijke onderwijsachterstanden beleid (GOAB)

€ 57.500,-

Schoolmaatschappelijk werk regulier basisonderwijs (Spirit) Schoolmaatschappelijk werk in de regio voor schakelklas en speciaal basis onderwijs

Specifieke aandacht is er voor (kwetsbare) leerlingen van het vmbo basis, praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en mbo 1 en 2. Via monitoring worden de jongeren in beeld gebracht en wordt er passende ondersteuning geboden.

€ 80.000,€ 16.000,0

10000 20000 30000 40000 50000 60000 7000080000

2. Laagdrempelige opvoedondersteuning Wat is de opgave? Hoewel het opvoeden en opgroeien van kinderen in de meeste gevallen goed gaat, is het ook normaal dat het opvoeden soms niet zo soepel gaat als ouders willen. Alle ouders hebben weleens vragen of zorgen over de opvoeding van hun kinderen. Kinderen hebben naast hun ouders ook te maken met andere personen die betrokken zijn bij de opvoeding, bijvoorbeeld familieleden, buren, de huisarts, de leerkracht en de medewerkers in de kinderopvang. Bij vragen over de opvoeding biedt een informeel gesprek met andere ouders, vrienden of familie meestal voldoende uitkomst. In sommige gevallen hebben ouders behoefte om met een professional te praten over dingen die hen bezig houden in de opvoeding. Uit onderzoek blijkt dat één op de vijf ouders (20 procent) het gevoel heeft de opvoeding niet goed in de hand te hebben, hoe goed ze hun best ook doen. Iets minder ouders (15 procent) hebben vaak het gevoel de opvoeding van de kinderen niet goed aan te kunnen. Ook in Landsmeer komen bij het Middelpunt en het consultatiebureau vragen en meldingen binnen over opvoedondersteuning en (v) echtscheidingen. Landsmeer wil voor de komende jaren de basis verder versterken om Landsmeerse jeugdigen zo gezond, gelukkig en veilig mogelijk te laten opgroeien en opvoedvragen zoveel mogelijk te normaliseren.

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft een top tien samengesteld van beschermende factoren die bijdragen aan de positieve ontwikkeling van kinderen. Onder andere sociale binding, betrokkenheid en erkenning spelen hierin een belangrijke rol. Juist in een dorp als Landsmeer is daar ruimte voor. Ouders kunnen soms hulp gebruiken in de opvoeding. Opvoedondersteuning richt zich niet alleen op het verminderen van probleemgedrag, maar ook op het vergroten van de mogelijkheden en het zelfvertrouwen van kinderen en hun opvoeders. Ouders en andere opvoeders worden gesteund in het onderscheiden van normale opvoedvraagstukken en vraagstukken die daarboven uit gaan. Het moet de druk op de jeugdzorg helpen voorkomen.

Wat doen we al? Jeugdgezondheidszorg De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) omvat met de consultatiebureaus en schoolgezondheidzorg de gehele preventieve zorg van prenataal tot jong volwassenen en biedt een brede, laagdrempelige, basisvoorziening. Kenmerkend is dat de zorg actief aangeboden wordt aan alle ouders en kinderen en dat ouders en kinderen er terecht kunnen, ook als er (nog) geen zorgen zijn. Deze basisvoorziening is preventief en signalerend van aard en is ondersteunend aan de basisgezondheidszorg door huisartsen. De jeugdgezondheidzorg sluit aan bij de leefwereld van ouders en betrekt beide ouders. Als het nodig is, wordt in overleg met ouders zorg op maat aangeboden. Met de partners worden ook samen gewerkt in de keten zodat er breder gesignaleerd kan worden en flexibel kan worden omgegaan met de contactmomenten in de Jeugdgezondheidzorg. Opvoedondersteuning door de jeugdgezondheidszorg Opvoedingsondersteuning door de jeugdgezondheidszorg (JGZ) richt zich op dagelijkse opvoedingsvragen van ouders. Ouders die vragen hebben over de opvoeding van hun kind kunnen terecht bij het opvoedspreekuur. Veel voorkomende vragen hebben te maken met slecht luisteren, druk of agressief gedrag, een laag zelfbeeld, zindelijkheid, moeilijk eten en slaapproblemen. Maar ook voor andere vragen over de opvoeding of de ontwikkeling kunnen ouders bij het opvoedspreekuur terecht.

Het opvoedspreekuur biedt ouders één of meerdere adviserende of ondersteunende gesprekken met een deskundige over het opgroeien en opvoeden van hun kind(eren). Aan deze gesprekken zijn voor de ouders geen kosten verbonden. De gesprekken vinden plaats in het consultatiebureau bij het Middelpunt.

SCHOOL

2 Vsv’ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten

18

De opgaven uitgewerkt — 19

Video-Hometraining Opvoedingsondersteuning heeft een preventieve functie. Langs de weg van advisering kunnen opvoed- en gezinsproblemen worden voorkomen. Soms is meer ondersteuning nodig. Dan kunnen ouders geholpen worden met een effectief programma, zoals video hometraining. Kortdurende Video-Hometraining (K-VHT) is gericht op ouders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 19 jaar met het doel de opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken en de ouder-kind relatie te verbeteren. In zes huisbezoeken worden de interacties tussen ouder en kind besproken en geeft een adviseur specifieke informatie en tips over opvoeding.

Wat gaan we doen? Vraaggericht We willen meer laagdrempelige opvoedondersteuning op maat aanbieden. In Landsmeer zijn veel werkende en hoogopgeleide ouders die behoefte hebben aan toegankelijk informatie, eventueel ook buiten werktijd. We willen in kaart brengen of ouders behoefte hebben aan telefonische consulten. In 2019 hebben in totaal 21 gezinnen gebruik gemaakt van ondersteuning. Door een telefonisch opvoedspreekuur aan te bieden kunnen ouders advies vragen zonder meteen langs het opvoedspreekuur te hoeven komen. Ook willen wij flexibiliteit in aantal contactmomenten (minder waar kan, meer waar nodig) kunnen aanbieden aan ouders die hier behoefte aan hebben. Daarnaast is er expertise en hulpverlening nodig rondom (v)echtscheidingen. Het huidige aanbod willen we vraaggerichter vorm geven, waarbij we ook bekijken of er mogelijkheden zijn om de ondersteuning in een meer informele setting te organiseren. Inzetten op publieksvoorlichting We zetten in op betere informatievoorziening over landelijke en regionale campagnes over opvoeden. Daarnaast gaan wij lokaal meedoen aan deze campagnes, zoals de week van de opvoeding. Ook folders en andere materialen over opvoeden worden beschikbaar gesteld aan ouders. Wij gaan de komende tijd investeren in het vernieuwen van de website van de gemeente Landsmeer, zodat ouders gemakkelijker informatie over opvoeden kunnen vinden.

Versterken positief pedagogisch klimaat Opvoeden doe je samen vanuit een positieve basishouding die door alle partners gedragen moet worden. De pedagogische basiscompetenties van (mede-)opvoeders gaan we versterken in samenwerking met scholen, kinderopvang, peuterspeelzalen en schoolmaatschappelijk werk. Ook betrekken we daar sportverenigingen en culturele instellingen bij.

Financiën De Bijdrage aan de GGD in 2019 van Landsmeer is € 412.000. Een groot gedeelte van deze bijdrage gaat naar de Jeugdgezondheidzorg. Landsmeer zit in de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zaanstreek-Waterland. Opvoedondersteuning is een basistaak in de opdracht aan de GGD. Naar aanleiding van bovenstaande plannen zullen wij de komende jaren moeten investeren in het verbeteren van onze (online)informatievoorziening. Ook investeren wij in het aanbieden van laagdrempelige cursussen en workshops opvoedondersteuning aan ouders. Dat kan bij de GGD, maar wellicht ook bij andere partners, zoals Spirit. Voor het aanbod cursussen/workshops en hulpverlening rondom (v)echtscheidingen is extra geld nodig. Dit is opgenomen in het transformatiebudget.

3. Preventieve hulp en ondersteuning voor jongeren Wat is de opgave? Wij willen Landsmeerse jongeren en jongvolwassenen vroegtijdig ondersteunen in hun ontwikkelingsproces naar volwassenheid, in aanvulling op wat in het onderwijs en de thuissituatie wordt geboden. Hierbij richten we ons op maatschappelijke participatie, persoonlijke ontplooiing en het voorkomen van probleemgedrag van jongeren. Op dit moment is er in Landsmeer geen welzijnswerk voor jongeren. Daarmee worden kansen gemist om jongeren te bereiken. Pas als het met jongeren niet goed gaat, komen ze bij ons in beeld door repressieve maatregelen in de vorm van bijvoorbeeld straatcoaches of halt-straffen. We zien dat het aantal halt-maatregelen in 2018 aanzienlijk is toegenomen, wat er op kan wijzen dat het risicogedrag van jongeren toeneemt. Ook de duur van zware jeugdhulptrajecten neemt toe. We verwachten dat we met de inzet van welzijnswerk voor jongeren meer ontwikkelingskansen kunnen bieden en jongeren met risico op problematisch gedrag vroegtijdiger bereiken. Zo nodig biedt dat de kans om laagdrempelig informatie en hulp te geven op het terrein van gezonde leefstijl, middelengebruik en seksualiteit. We hopen hiermee de toename van de inzet van zware jeugdzorgtrajecten af te vlakken.

Wat doen we al? Straatcoaches Het jongerenwerk is enkele jaren geleden vervangen door straatcoaches, omdat het jongerenwerk geen grip kreeg op overlast gevend gedrag van jongeren op straat. De aanpak van straatcoaches is gericht op het terugdringen van overlast van hangjongeren. Als specifieke taak hebben zij meegekregen om de oren en ogen van de gemeente te zijn, in gesprek te gaan met de jongeren en hen aan te spreken als zij overlast veroorzaken. Bij ernstige overlast verzoeken de straatcoaches jongeren om de locatie te verlaten. Door de aanwezigheid van de straatcoaches is er inzicht gekomen in de jeugdgroepen die in Landsmeer voor overlast zorgen. De aanpak van straatcoaches is effectief, maar primair correctief en repressief op overlastgedrag. We bereiken daarmee geen jongeren die met vragen rondlopen en bieden ook weinig alternatief aan de jongeren die door de straatcoaches worden aangesproken. Daar willen we verandering in brengen. Praktijkondersteuner Jongeren kunnen met vragen terecht bij de huisarts. De

20

gemeente zet sinds 2017 een praktijkondersteuner in bij de huisartsen (POH’er), die specifiek aandacht besteedt aan GGZ problematiek bij jeugdigen. De POH’er heeft in de periode mei 2018 tot en met januari 2019 aan 25 kinderen kortdurende individuele hulpverlening geboden. Daarnaast heeft de POH’er 26 jongeren na individuele gesprekken doorverwezen naar een zorgaanbieder in verband met meer complexe problematiek zoals gedrags- en/of psychische problematiek. Ook heeft de POH’er gesprekken met ouders gevoerd om hen te begeleiden in opvoedingsvraagstukken en/of vragen over hun kind. Door de preventieve inzet van de POH’er verwachten wij dat een beroep op zwaardere zorg voorkomen wordt. Huisartsen zien de meerwaarde van de POH’er. Ze geven aan dat ze minder doorverwijzen naar gespecialiseerde jeugdhulp. Wat gaan we doen? De gemeente wil jongeren eerder en beter bereiken door bijvoorbeeld het inzetten van jongerenwerk in samenwerking met sportverenigingen en culturele organisaties. Wij willen jongeren meer ondersteunen in hun ontwikkelingsproces naar volwassenheid als onderdeel van hun sociale omgeving, waarbij we ons richten op maatschappelijke participatie, persoonlijke ontplooiing en het vergroten van de kansen en mogelijkheden van de jongeren. Sommige van de professionals geven aan dat jongeren veelal hun vragen stellen op school en de ondersteuningsteams die daar werken.

Andere partners geven aan dat er voorbeelden zijn in de regio waarbij het jongerenwerk een waardevolle aanvulling is op de ondersteuning op school en die succesvol zijn, zoals Clupwelzijn in Purmerend. We willen eerst de behoefte van jongeren zelf in kaart brengen. Daarnaast is het zaak om nader te verkennen hoe het inzetten van jongerenwerk zich gaat verhouden tot de straatcoaches. Afhankelijk van de uitkomsten van het nadere onderzoek besluiten we of we jongerenwerk gaan inzetten in Landsmeer.

Financiën Met het huidige beleid is € 151.000 gemoeid. € 79.000,-

POH jeugd GGZ

€ 72.000,-

Straatcoaches 0

5

10

15

20

Voor inzage in behoefte jongerenwerk en het eventueel inzetten van jongerenwerk is een bedrag gereserveerd in het transformatiefonds. De opgaven uitgewerkt — 21

4. Preventieve aanpak armoede en schulden Wat is de opgave? Armoede en schulden vormen een groeiend probleem in onze samenleving. Het aandeel mensen dat in Nederland in armoede leeft is 5,7 procent . Bijstandsontvangers, niet-westerse migranten en alleenstaande moeders met minderjarige kinderen lopen het grootste risico op armoede, maar ook het aandeel armen onder werkenden stijgt. Hoewel het probleem in Landsmeer minder groot is dan landelijk, heeft de gemeente voor allen die het aangaan een zorgplicht. In Landsmeer is het percentage van mensen dat in armoede leeft 4,7 procent. Armoedepercentage Landsmeer

4,7% 5,7%

Landelijk 0,0

0,5

1,0

1,5

2,0

De gemeente Landsmeer biedt inkomensondersteuning aan wie dat nodig heeft. De vraag is of die mogelijkheden voor inkomensondersteuning voldoende bekend zijn. Werkenden met een laag inkomen, zonder bijstandsverleden blijken lastig te bereiken. We willen meer mensen met een laag inkomen bereiken om ze de laagdrempelige inkomensondersteuning te bieden die beschikbaar is. Met schulden kan iedereen te maken krijgen. Het zijn niet alleen mensen met lage inkomens en mensen met een uitkering die schulden hebben. Ook mensen met hogere inkomens, jongeren, zelfstandigen en statushouders melden zich vaker. Bij één op de vijf huishoudens bestaat het risico om met problematische schulden te maken te krijgen . Landelijk heeft één op de tien huishoudens te maken met een problematische schulden. Naar verwachting zal dit in Landsmeer lager zijn, vanwege het hoger gemiddelde inkomen. Schulden ontstaan vaak door een combinatie van verschillende oorzaken. Verschillende gebeurtenissen in het leven, zoals verlies van werk of scheiding, maar ook kennis, vaardigheden en het gedrag van de persoon zijn bepalend. Schulden veroorzaken veel meer problemen dan alleen financiële. Ze zorgen voor schaamte, stress en depressie. Mensen zijn ook niet meer in staat om verstandige beslissingen te nemen. Er is vaak sprake van multi-problematiek onder mensen met schulden.

Het vroegtijdig signaleren van schulden voorkomt sociale problemen en bespaart maatschappelijke kosten. De 22

gemeente Landsmeer vindt het daarom belangrijk schuldsituaties zo vroeg mogelijk op te sporen en op te lossen om problematische schulden voorkomen. Dit betekent ook dat er naar andere problemen wordt gekeken dan alleen financiële problemen. Eveneens wordt er aandacht besteed aan de achterliggende oorzaak van de schuldenproblematiek.

Wat doen we al? Minimabeleid Mensen met een inkomen tot 120 procent van de bijstands­ norm kunnen aanspraak maken op de volgende inkomensondersteuning: — individuele bijzondere bijstand — individuele inkomenstoeslag/studietoeslag — Meedoen budget voor volwassenen — Jeugdfonds sport en cultuur — Computerregeling — Collectieve zorgverzekering Momenteel wordt inkomensondersteuning voor minima alleen actief gecommuniceerd richting mensen met een bijstandsuitkering. Schuldhulpverlening Kredietbank Nederland is in Landsmeer de uitvoerder van schuldhulpverlening. De kredietbank werkt ook preventief door budgetcoaching te bieden. Een sociaal raadsvrouw van Stichting Maatschappelijke Dienstverlening geeft in Landsmeer advies, informatie en ondersteuning op het gebied van onder andere werk en inkomen, uitkeringen en voorzieningen, belastingen en toeslagen en (her)indicaties voor de Voedselbank. Voor eenvoudige vragen en ondersteuning, bijvoorbeeld het aanvragen van toeslagen en dergelijke, kunnen mensen ook terecht bij DCL SamenMeer. Statushouders worden hierin door VluchtelingenWerk begeleid.

Verstrekkingen van minimavoorzieningen 115

Individuele bijzondere bijstand Individuele inkomens­toeslag/studietoeslag

56

Meedoen budget

18

Jeugdfonds sport en cultuur

24

Computerregeling

Hulp bij schulden (2018) Kredietbank

20 aanmeldingen

Sociaal raadsvrouw

78 cliënten

Wat gaan we doen? Inkomensondersteuning - Actief communiceren naar niet bijstandsgerechtigden Veel mensen laten de mogelijkheden voor aanvullende inkomsten liggen, terwijl ze moeite hebben met rondkomen. Dit komt onder andere omdat mensen die niet in de bijstand zitten, niet weten welke inkomensondersteuning er is. De gemeente heeft daarom onlangs een contract afgesloten met Berekenuwrecht.nl. Dit is een website waarop inwoners kunnen nagaan op welke landelijke en gemeentelijke regelingen ze recht hebben. Deze website is een manier om onze minimaregelingen actief onder de aandacht te brengen. Daarnaast zullen we met professionals, ketenpartners en burgers in gesprek gaan over het bereiken van mensen met een laag inkomen. Onderwerpen als de aanvraagprocedure, aanvraagtermijnen en communicatiekanalen zullen besproken worden. We willen onder andere de aanvraag van inkomensondersteuning vereenvoudigen. Vooralsnog wordt het huidige pakket van minimaregelingen niet herzien. Tenzij uit gesprekken blijkt dat hier behoefte aan is. Preventieve aanpak schulden - Afspraken maken met partners over betalingsachterstanden De ambitie van de gemeente Landsmeer is om eerder hulp te bieden voor alle mensen met betalingsachterstanden. Van jong tot oud, van zelfstandigen tot gepensioneerden.

Er is een wetswijziging in voorbereiding die zorgt dat gemeenten sneller op de hoogte worden gesteld van schulden van inwoners. Dit doordat veelvoorkomende schuldeisers worden verplicht betalingsachterstanden te melden bij de gemeente. Hierdoor wordt het vroegtijdig hulp bieden bij schulden makkelijker. Door samenwerkingsafspraken te maken met onder andere woningcorporaties, zorgverzekeraars en energie- en drinkwatermaatschappijen en ze te faciliteren met een digitaal meldsysteem.

te bereiken met relatief lichte vormen van dienstverlening, wil de gemeente Landsmeer de kans verkleinen dat zwaardere middelen van schuldhulpverlening worden ingezet. Daarmee willen we sneller handelen, schulden voorkomen en mensen meer zelfredzaam maken. Ook moet de hulpverlener extra waakzaam zijn voor vermindering van sociale contacten, vanwege het risico op vereenzaming en andere gezondheidsklachten. Inwoners moeten zo nodig op andere hulp worden geattendeerd, aangezien er vaak sprake is van multi-problematiek. De aanpak van schulden wordt daarom georganiseerd op het Middelpunt, waar verschillende hulp- en dienstverleners aanwezig zijn die zoveel mogelijk samenwerken. Respectvolle bejegening is belangrijk. We gebruiken hierbij de behoorlijkheidsnormen van de Nationale ombudsman om goed om te gaan met inwoners en hun belangen.

Financiën Er is € 250.000 beschikbaar voor minimavoorzieningen. Dat is de afgelopen jaren niet volledig benut. Door actievere communicatie en eenvoudiger aanvragen verwachten we het budget volledig te benutten. Aan schuldhulpverlening en preventie van schulden besteden we € 37.000. Voor de preventieve aanpak van armoede en schulden zijn aanvullende middelen nodig. Dit is opgenomen in het transformatiefonds. Schuldhulp­verlening € 250.000,-

Minimabeleid Kredietbank Nederland

€ 25.000,-

Sociaal Raadsvrouw

€ 12.000,0

50000

100000

150000

200000

250000

11

Zorgverzekering

46 0

20

40

60

80

100

120

Preventieve aanpak schulden- Vroegtijdig hulp bieden Door mensen met betalingsachterstanden zo vroeg mogelijk 3 M  ensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Armoede is dus gerelateerd aan de levensstandaard (SCP). 4 E en problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het afbetalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen.

De opgaven uitgewerkt — 23

5. Meer begeleiding naar werk of sociale activering Wat is de opgave? Het aantal bijstandsgerechtigden in Landsmeer is tegen de economische trend in de afgelopen jaren toegenomen, als gevolg van de toename van het aantal statushouders. Eind 2018 was het aantal bijstandsuitkeringen 123. Financiële zelfredzaamheid is belangrijk om te kunnen participeren in de samenleving. Werk is één van de manieren om de financiële zelfredzaamheid te verhogen. Naast inkomen geeft werk ritme, structuur en zelfvertrouwen. Ook voor mensen voor wie het vinden van betaald werk minder vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld mensen met een beperking of chronische ziekte, heeft werk een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid. Een groot deel van de mensen die momenteel een bijstandsuitkering ontvangen hebben een langere afstand tot de arbeidsmarkt. Het betreft mensen met een beperking, laaggeletterden, statushouderhouders, 55-plussers of mensen die een lange tijd werkloos zijn. We willen daarom in de aankomende periode een arbeidsaanpak ontwikkelen die nog meer geschikt is voor deze doelgroepen. Ook sociale activering en vrijwilligerswerk zijn hier een onderdeel van. Huishoudens met bijstandsuitkeringen (2018) Landsmeer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=321cf3a6-2793-4dd2-a5c7-9662926d84e3