Noordeinde 13 te Landsmeer [ontwerp 28-08-2020] + verbeelding
Tekst van het document
Pagina 5
Bij het woonhuis zijn meerdere beschadigignen in het dak waargenomen. Deze zijn ideaal voor vleermuizen om binnen te komen. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden Om het perceel zijn watergangen te vinden. Niet is uit te sluiten dat hier vleermuizen jagen. Het pand zelf en de directe omgeving is niet geschikt als jachtgebied door de openheid van die locatie. Het pand vormt geen onderdeel van een vliegroute. Eventueel aanwezige jachtgebieden liggen buiten de invloedssfeer van het werk. Laag beschermde zoogdieren Op het perceel zijn algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Om de woning en de bebouwing is alleen plek voor deze dieren op de plaatsen waar geen asfalt ligt. De aanwezigheid van marters is niet uit te sluiten, Dit in verband met de ligging van de planlocatie tot het natura 2000 gebied waar deze dieren voorkomen. De aanwezigheid van de waterspitsmuis is op voorhand niet uit te sluiten om dezelfde reden. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. In de woning zijn meerdere openingen waar de gierzwaluw en de huismus een nest kan hebben.
Voor de overige gebouwen is de aanwezigheid van deze dieren op voorhand uit te sluiten, omdat geschikte nestplekken ontbreken. Algemene broedvogels Gezien de omgeving en de locatie kan het zijn dat er water en/of weidevogels op de planlocatie kunnen broeden. Herpetofauna en vissen Om de planlocatie liggen meerdere watergangen. Hier zullen vissen in voorkomen, maar geen beschermde soorten. De aanwezigheid van ringslang is niet waarschijnlijk gezien de geschiedenis van het gebied. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen de planlocaties. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocaties.
Pagina 6
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, het weidevogelleefgebied, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.
Beschermde soorten In de woning kunnen huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen voorkomen. Op het terrein is de aanwezigheid van marters en in mindere mate waterspitsmuizen niet uit te sluiten. Zorgbeginsel Binnen het gebied is een geringe kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten het werkterrein intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.
Pagina 7
Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske ligt aan de planlocatie. De werkzaamheden betreffen de sloop van de huidige bebouwing en de bouw van 4 bed and breakfast units, een woning, een boothuis en een aanlegsteiger. Voor de werkzaamheden worden er kranen, heistellingen en graafmachines ingezet. Gelet op de omvang van het werk en de afstand tot stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kan een verhoogde depositie niet worden uitgesloten. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is uitgevoerd. Gebleken is dat er geen verhoging van de depositie wordt veroorzaakt. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen aan het perceel. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.
Pagina 8
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de planlocatie aan de Noordeinde 13 in Landsmeer worden plannen ontwikkeld voor een bed en breakfast met maximaal 5 units, een woning, een boothuis en een aanlegsteiger. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 31 maart 2020 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten In de woning kunnen huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen voorkomen. Op het terrein is de aanwezigheid van marters en waterspitsmuizen niet uit te sluiten. Voor bovengenoemde soorten is afdoend onderzoek noodzakelijk.
– – – – –
– –
Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het beschermde Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske ligt aan de planlocatie. De werkzaamheden betreffen de sloop van de huidige bebouwing en de bouw van 4 bed and breakfast-units, een woning, een boothuis en een aanlegsteiger. Voor de werkzaamheden worden er kranen, heistellingen en graafmachines ingezet. Gelet op de omvang van het werk en de afstand tot stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kan een verhoogde depositie niet worden uitgesloten. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is uitgevoerd, waaruit bleek dat er geen verhoogde depositie wordt veroorzaakt.
–
–
–
– – –
Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (2014) Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. NOZOS, Landschap NoordHolland. Kaag, K. (2012) Vlinders van Duin tot Dijk. De dagvlinders van NoordHolland 2000-2009. Vlinderstichting, Landschap Noord-Holland. Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. Riet, B. van, H. van der Goes, Th. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld & F. Visbeen (2014) Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. Scharringa, C.J.G., W. Ruiterbeek & P.J. Zomerdijk (2010) Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN, Landschap Noord-Holland. Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn. Synbisys alterra Natura2000.nl provincienoordholland.nl waarneming.nl
Pagina 9
bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer
56
bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer
Bijlage 2 M emo stikstofdepositie en Aerius-berekeningen bouw- en gebruiksfase bed & breakfast
57
Memo Betreft: Locatie: Datum: Ecoloog: Steller:
stikstofdepositie Noordeinde Landsmeer 26 mei 2020 06-27564247 Peter van der Linden, ecoloog
Aan het Noordeinde 13 te Landsmeer worden vier B&B-units gebouwd. Het perceel is – voor de locatie van de B&B onbebouwd. Daarnaast komt er een woonhuis en een botenhuis voor de verhuur van fluisterbootjes. Voor de bouw- en de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden noodzakelijk. In onderstaand memo wordt de berekening toegelicht en geanalyseerd. Stikstof In brandstofmotoren ontstaan door verbranding verschillende stikstofoxiden, meestal samengevat in NOx. Deze verbindingen reageren in de lucht met waterdeeltjes tot salpeterzuur. In de bodem vindt onder invloed van bacteriën denitrificatie plaats. Het proces verloopt echter langzaam waardoor er cumulatie ontstaat van zuurionen en opneembaar stikstof; er is sprake van verzuring en vermesting van de bodem. Doordat ammoniak een vrij radicaal heeft reageert het snel (binnen enkele minuten) tot ammonium en dat geeft een droge en natte depositie op relatief korte afstand van de bron. Ammoniak werkt in de atmosfeer eerst als base door de vorming van NH4+, waarbij een vrije zuurion wordt gebonden. Dat leidt tot neutralisatie van salpeterzuur en zwavelzuur in de atmosfeer. In de bodem wordt door bacteriën de NH4+ genitrificeerd tot NO3-, waarbij zuurionen vrijkomen. Naast de verzuring zorgt de emissie van ammoniak voor verhoging van het stikstofgehalte in de bodem.
Door die verhoogde opneembaar stikstof in de bodem worden soorten die snel groeien bevoordeeld ten opzichte van langzaam groeiende soorten. De snel groeiende soorten verdringen de langzame groeiers waardoor de verdwijnen en de biodiversiteit verminderd. Veel van de via de Habitatrichtlijn beschermde soorten of habitat zijn langzaam groeiende soorten of soorten die in een voedselrijk of zuur milieu niet kunnen groeien. De habitatrichtlijn stelt de verschillende nationale overheden verantwoordelijk voor het beschermen van de natuurwaarden in de aangewezen natuurgebieden. Deze bescherming is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Om het probleem van te hoge concentraties NH4+ of NOX in het milieu te beteugelen is door de toenmalige regering de programmatische aanpak stikstof (PAS) opgesteld. In de PAS is ontwikkelingsruimte opgenomen voor ontwikkelingen die stikstofoxiden of ammoniak produceren. Daarnaast zijn maatregelen opgesomd die zouden leiden tot verminderde effecten. Voor de PAS is Aerius ontwikkeld waarmee op eenvoudige wijze de depositie kon worden berekend. In de PAS was de ontwikkelingsruimte opgenomen en twee drempelwaarden ingevoerd; een lage van 0,05 mol N/ha en een hogere van 1 mol N/ Spechtstraat 59 - 1223 NX Hilversum - 06 – 27564247 - vanderlinden@elsenlinde.nl Els & Linde B.V.: KvK 11068807 - Fiscaalnummer 8187.47.637 - NL71 RABO 0108344673.
Els & Linde techniek vof: KvK 63899825 - Fiscaalnummer NL855445920B01 - NL93 RABO 0306041626
ha. Projecten die onder de lage drempelwaarde bleven hadden geen meldingsplicht. De projecten met een stikstofdepositie tussen de beide waarden in waren meldingsplichtig en konden worden uitgevoerd als er voldoende ontwikkelingsruimte was. Boven de 1 mol N/ha was er vergunningsplicht. De Raad van State heeft naar aanleiding van enkele beroepsprocedures vragen gesteld aan de het Europees Hof over de noodzakelijke interpretatie van de PAS. Het Hof en in navolging daarvan de Raad van State hebben geoordeeld dat de ontwikkelingsruimte niet binnen de reikwijdte van de Habitatrichtlijn past, en dat een drempel van 0,05 mol N/ha niet zonder meer acceptabel is. Ook hebben ze alle vergunningen die op de PAS zijn gebaseerd nietig verklaard. De consequentie is dat nu voor alle projecten berekend moet worden of deze strijdig zijn met de Habitatrichtlijn en er sprake is van verhoogde depositie op de natuurgebieden. In de nieuwe Aerius is de drempelwaarde en de ontwikkelingsruimte niet langer opgenomen. Als resultaat van de berekening wordt een gml-bestand en een pdf geleverd die in een GIS de verspreiding van de stikstofdepositie weergeeft. De conclusie is dat alle projecten waarbij stikstofoxiden of ammoniak vrijkomt berekend moet worden wat de toename is op de Natura 2000-gebieden. Als er geen verhoging is dan kan de ontwikkeling zonder vergunning worden uitgevoerd.
Is er een verhoogde depositie dan moet het project zo worden uitgevoerd dat er geen of minder emissie is. Als dat onvoldoende mogelijkheden geeft, dan moet met maatregelen elders de emissie (op het zelfde Natura 2000-gebied) worden teruggebracht (salderen). Bij salderen moet worden aangetoond dat er voldoende effect is. Hiervoor is een uitgebreidere onderbouwing nodig. Als er ondanks saldering een verhoogde depositie is, dan moet er via de ADC-toets in een passende beoordeling aangetoond worden dat een depositie acceptabel is. De ADC-toets staat voor Alternatief, Dwingende redenen en Compensatie. In de meeste gevallen zal dan een MER nodig zijn. Toekomstige situatie In de nieuwe situatie zijn op de locatie vier B&B units, een woonhuis en een botenhuis gebouwd gebouwd. Het perceel ligt in de dorpsbebouwing van Landsmeer. Uit de CROW is af te leiden dat voor de B&B de verkeersbewegingen van een drie sterren hotel mag worden gebruikt. De B&B en het woonhuis worden emissieneutraal (gasloos). Op basis van de verkeersberekening voor de ontwikkelingen is een verkeersaantrekking van 25 mvt/etm berekend. Stikstofdepositie gebruiksfase Met behulp van Aerius (2019) is berekent wat de depositie is in de nieuwe situatie. De depositie is berekent op de Natura 2000-gebieden:
•
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske – 90 m
De overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het perceel.
Uit de berekening van de depositie volgt dat er geen sprake is van een verhoging van de depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase. Stikstofdepositie bouwfase De werkzaamheden bestaan uit nieuwbouw van een woonhuis, botenhuis en B&B. Verder is herinrichting van het terrein nodig. De bouw wordt op een innovatieve en duurzame wijze uitgevoerd (zie bijlage voor nadere informatie). Voor de bouwfase is berekent wat de depositie op de natuurgebieden is. Voor de bouwfase wordt berekend wat de inzet van machines en verkeer is. Door de gekozen werkwijze is er sprake van verkeer en van het gebruik van een heistelling op brandstof, de overige machines worden elektrisch aangedreven. Verdere machines worden niet gebruikt. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Machine
Kw
Draaiuren
Brandstof per uur
Totaal brandstofverbruik
4
53
212
Bouwfase nieuwbouw Heistelling
250
Het bouwverkeer betreft tijdens het werk (sloop en nieuwbouw) 8 middelzware vrachtwagen en 8 zware vrachtwagen. Voor de bouwvakkers is dat 32 mvt licht verkeer. De belangrijkste reden van het gering aantal verkeersbewegingen wordt veroorzaakt door de bouwtechniek (prefab bouwen in hout). Uit de berekening volgt dat er tijdens de bouwfase geen verhoogde depositie is op de Natura 2000-gebieden. Conclusie Er is geen sprake van verhoging van de depositie. Er is geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig. P.J.H. van der Linden Els & Linde b.v.
Duurzame bouwmethodiek Noordeinde 13 1. Grondwerk De nieuwbouw zal plaatsvinden bovenop de bestaande funderingen en aanwezige betonplaat, grondwerken zullen daarom in uiterst beperkte mate plaatsvinden. Naast de ecologische gedachte van hergebruik van materialen is de reden hiervoor ook de aanwezige verontreinigde grond, die bij wijze van sanering onder de betonplaat verzegeld blijft zodat geen schadelijke stoffen vrijkomen. 2. Bouwmaterialen De hoofddraagstructuur (en gevels) van de nieuwbouw worden geheel uitgevoerd in massief hout, er wordt geen beton toegepast. Daarmee wordt met dit project een positieve koolstof opslag gerealiseerd in plaats van dat er koolstof vrijkomt zoals dat bij een betonnen draagstructuur het geval zou zijn. Naar verwachting zal in de nieuwbouw circa 120 ton aan koolstof worden opgeslagen. Dat is gelijk aan de uitstoot van 1,09 miljoen km gereden auto’s. Daarbovenop wordt het huis geheel geïsoleerd met houtvezelplaten in plaats van de gebruikelijke milieuonvriendelijke EPS kunststof isolatie. Dit is nog niet meegerekend in de hoeveelheid koolstofopslag. 3. Transport Door de gunstige gewicht/sterkte verhouding van hout is het transport van dit bouwmateriaal tot wel 12keer efficiënter dan dat van zware, vervuilende bouwmaterialen zoals beton. De emissies door transport zullen dan equivalent kleiner zijn dan in een traditioneel project.
Door prefabricage van de houten bouwelementen wordt ook het aantal transportbewegingen gereduceerd en wordt de bouwtijd, en daarmee de aanwezigheid van materieel zoals kranen ed, extreem verminderd. Een dergelijk huis wordt over het algemeen binnen maximaal twee weken geassembleerd. Door het lichte gewicht van de houten bouwelementen is het mogelijk om enkel met kleine, elektrische kranen te werken. 4. Energiehuishouding 440pv panelen, leveren jaarlijks 37 mWH op. Hiermee worden de twee plus-energie-huizen (uiteraard gasvrij) volledig voorzien in hun energiebehoefte en twee volledig elektrische auto’s (al in ons bezit) het hele jaar door gevoed voor in totaal 40.000 Km. Daarboven kan stroom nog voor vijf huishoudens in de buurt beschikbaar worden gesteld of aan het net terug worden geleverd. Dit gaat een beduidende stap verder dan de huidige energie-neutrale huizen.
Al in al is de insteek altijd geweest om hier een voorbeeldproject voor duurzame bouw te realiseren en zou het zonde zijn als het juist door de problematiek die het mee op wil helpen op te lossen onmogelijk zal worden. Zie ook
https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2019-2020/
houtbouwers.html https://www.trouw.nl/opinie/stop-met-de-betonverslaving-en-bouw-methout~b9c1dac7/ https://www.cobouw.nl/bouwbreed/nieuws/2019/10/hoe-dit-bouwproject-in-eennatura-2000-gebied-uiteindelijk-toch-groen-licht-kreeg-101278002? utm_source=Vakmedianet&utm_medium=email&utm_campaign=20191023-cobouwstd&tid=TIDP1430987X415F7376EF3C429FA8C59D976465129FYI4&_ga=2.60294317.106 2026232.1573220244-1296421287.1573220244
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RT7ydPgHGQsC (26 mei 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Els & Linde
NBoordeinde, 9999xx Landsmeer
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Noordeinde
RT7ydPgHGQsC
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
26 mei 2020, 13:13
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
bouwfase (houtbouw - elektrisch)
Situatie 1
RT7ydPgHGQsC (26 mei 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
bouwfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
< 1 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RT7ydPgHGQsC (26 mei 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q
heistelling
250
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
bouwfase 122957, 495146 < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
NOx
< 1 kg/j
bouwverkeer 122834, 493939 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
32,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
8,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
8,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RT7ydPgHGQsC (26 mei 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RT7ydPgHGQsC (26 mei 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVDYcukkyhQ2 (26 mei 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Els & Linde
Noordeinde, 9999xx Landsmeer
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Noordeinde
RVDYcukkyhQ2
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
26 mei 2020, 13:20
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
1,53 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
gebruiksfase 4 units
Situatie 1
RVDYcukkyhQ2 (26 mei 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
verkeer zuid Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,22 kg/j
verkeer noord Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RVDYcukkyhQ2 (26 mei 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
20,0 / etmaal NOx NH3
1,22 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
verkeer zuid 122838, 494921 1,22 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
verkeer noord 122769, 495385 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
5,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RVDYcukkyhQ2 (26 mei 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RVDYcukkyhQ2 (26 mei 2020) pagina 5/5
bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer
74
bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer
Bijlage 3 Watertoets
75
Jan-Ale van der Ploeg Onderwerp: Bijlagen:
FW: Wateradvies Noordeinde 13 te Landsmeer bestaande situatie rondom Noordeinde.jpg
Van: Diepen, John van (WS) [mailto:J.vanDiepen@hhnk.nl] Verzonden: maandag 17 juli 2017 12:42 Aan: Jan-Ale van der Ploeg CC: Maanen, Mirjam Johanne van; Strijbosch, Nills Onderwerp: RE: Wateradvies Noordeinde 13 te Landsmeer Geachte heer Vander Ploeg, beste Jan-Ale, Met enige vertraging ontvangt u hierbij, aanvullend op het reeds eerder afgegeven digitale wateradvies (16.100626), het advies van het hoogheemraadschap voor de ontwikkeling Noordeinde 13 te Landsmeer. Aanvullend op de digitale watertoets heeft het hoogheemraadschap op 21 september 2016 een inrichtingsplan ontvangen van je collega Laurens de Lange waarop dit advies is gebaseerd. In zijn algemeenheid biedt deze ontwikkeling een kans die een positief effect kan hebben op het watersysteem. Er zijn echter een aantal aandachtspunten die voor het watersysteem van belang zijn en die onderstaand puntsgewijs worden behandeld. Beleidskader Het beleidskader t.o.v. de digitale watertoets uit 2016 dient geactualiseerd te worden. Onderstaand een tekstvoorstel: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.
Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden (https://www.hhnk.nl/portaal/keur_41208/). Gebiedsbeschrijving Watersysteem Het plangebied ligt binnen het waterlandsboezem peilgebied met een streefpeil van NAP—1,56 meter. Het langwerpige perceel ligt als een eiland rondom in het water en is vanaf het Noordeinde met een brug ontsloten. Oostelijk van de locatie bevindt zich in noord-zuidrichting een hoofdwaterloop. Net ten zuiden van het perceel Noordeinde 15 bevindt zich een brug onder het Noordeinde.
Waterkwantiteit Op basis van de aangeleverde gegevens ontstaat er een afname van verharding. Daarnaast wordt er extra water gegraven. Deze toename van water kan mogelijk, in overleg met de gemeente Landsmeer, op de gemeentelijke waterbank worden toegevoegd. Uit bijlage S04 volgt een toename van het water van 246 m2 welke in de praktijk nog groter zal zijn door het water wat nog gegraven gaat worden bij de natuureilandjes aan de oostzijde van het perceel. Waterkwaliteit Het dakwater en afstromend regenwater van schoon verhard oppervlak kan rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het toepassen van uitloogbaar bouwmateriaal (koper, lood en zink) moet hierbij worden voorkomen. Om de doorstroming in het doodlopende haventje te verbeteren adviseert het hoogheemraadschap om het dakwater van gebouw B op de kop van het haventje te lozen. Daarnaast is het aanbrengen van een duiker tussen de zuidelijke sloot en het haventje een goede ingreep om de doorstroming van het haventje te verbeteren. 1
Riolering Huishoudelijk afvalwater dient in overleg met de gemeente Landsmeer aangesloten te worden op het gemeentelijk rioolstelsel in het Noordeinde. Beheer en Onderhoud De leggerwaterdiepte van de waterlopen aan de noord- en zuidzijde van het te ontwikkelen perceel is slechts 0,30 meter. Dit geeft mogelijk beperkingen voor de doorvaarbaarheid van de waterlopen. Het onderhoud van de waterlopen ligt voor het grootste gedeelte bij de aanliggend eigenaar. Alleen de brede zuidelijke watergang ten oosten van het boothuis doet het hoogheemraadschap het (bagger)onderhoud. Door windwerking zijn er in de praktijk vaak diepere en ondiepere slootgedeelten. Door te verkennen waar van nature de grootste waterdiepte is kan de locatie van het 'haventje' optimaal worden gekozen en ontsloten worden naar de noordelijke óf zuidelijke waterloop langs het perceel. Om het onderhoud aan de waterlopen vanaf de kant te kunnen uitvoeren dient de waterloop dus bereikbaar te blijven vanaf de oever. Het plaatsen van een haag direct op de oeverlijn belemmerd dit onderhoud en het hoogheemraadschap adviseert de haag dus niet aan te leggen op deze locatie. Daarnaast kunnen de gebouwen B en C mogelijk iets zuidelijker op de bestaande betonplaat worden gesitueerd om de noordelijke sloot goed bereikbaar voor slootonderhoud te maken.
Eigendom De waterlopen ten noorden en ten zuiden van het langwerpige perceel zijn eigendom van het hoogheemraadschap. Kadastraal perceel LMR02L618. Bestaande schuren lijken nu deels op ons eigendom gebouwd. Bij het verwijderen van deze opstallen ziet het hoogheemraadschap ook weer graag de kadastrale grens als toekomstige waterlijn terugkomen. Ook de hoofdwaterloop aan de oostkant van het perceel is kadastraal in eigendom van het hoogheemraadschap (LMR02L17). Ik vertrouw erop dat je zo voldoende input hebt voor de verdere planvorming van deze ontwikkeling.
Met vriendelijke groeten, John van Diepen Regio adviseur Laag Holland Afdeling Watersystemen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG Heerhugowaard Bezoekadres: Stationsplein 136, Heerhugowaard T: 072-5827229 (doorgeschakeld naar mobiel) E: j.vandiepen@hhnk.nl
Proclaimer:
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier streeft naar een optimale dienstverlening en zorgvuldige afhandeling van vragen. Mocht deze mail toch niet voor u bestemd zijn, wilt u dan de afzender hiervan op de hoogte stellen? Verzoeken om officiële beslissingen kunnen alleen per mail worden ingediend wanneer de mogelijkheid daartoe op de website van het hoogheemraadschap (www.hhnk.nl) is opengesteld. U gebruikt het daarvoor bestemde webformulier of mailadres. U kunt alleen rechten ontlenen aan de informatie in deze e-mail en de eventueel meegezonden bestanden als dat blijkt uit het bericht en het bericht en/of de bijlage is verzonden door of namens de daartoe bevoegde persoon.
2
datum 22-6-2016 dossiercode 20160622-12-13212 Project: BP Noordeinde 13 Gemeente: Landsmeer Aanvrager: Laurens de Lange Organisatie: BugelHajema
Geachte heer/mevrouw Laurens de Lange, Voor het plan BP Noordeinde 13 heeft u advies aangevraagd in het kader van de watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat wij in overleg met u willen bespreken hoe in uw plan rekening kan worden gehouden deze waterhuishoudkundige belangen. Om het watertoetsproces zo vlot mogelijk te laten verlopen, sturen wij u als bijlage een automatisch gegenereerd concept wateradvies. Dit conceptadvies is in twee delen opgesplitst. In het eerste deel van het conceptadvies geven wij aan over welke onderwerpen nader overleg met het hoogheemraadschap noodzakelijk is. Het tweede deel van het conceptadvies bevat de onderwerpen die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit tweede deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en advies te geven over de nog openstaande waterbelangen.
Als u eerder een afspraak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via ons algemene nummer 072 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Naast het bijgevoegde conceptadvies kunt u op onze website meer informatie vinden over de watertoets in het algemeen: https://www.hhnk.nl/portaal/water_3556/item/watertoets_3017.html. LET OP: Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het hoogheemraadschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te doen. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op https://www.hhnk.nl/portaal/vergunningen-en-ontheffingen_3529/. Met vriendelijke groet, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD T 072 582 8282 F 072 582 7010 E info@hhnk.nl W www.hhnk.nl
CONCEPT Wateradvies Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) heeft u Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het plan BP Noordeinde 13. Uit de ingediende gegevens is gebleken dat er voor één of meerdere wateraspecten nader overleg noodzakelijk is met het hoogheemraadschap. Deze aspecten benoemen wij in het eerste deel van dit concept wateradvies. In het tweede deel komen de onderwerpen aan bod die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die hierdoor ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. DEEL I Hieronder vindt u de aspecten waarover nader contact met het hoogheemraadschap noodzakelijk is:
Het ingetekende plangebied heeft de volgende zoneringen (kaartlagen) geraakt: - Zonering primaire waterlopen Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en te komen tot advies over bovenstaande waterbelangen. DEEL II Dit tweede deel van het advies kunt u direct gebruiken om een aanzet te maken voor de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Met ingang van 22 december 2009 is het Waterbeheerplan 2010-2015 'Van veilige dijken tot schoon water' bepalend voor het waterbeleid binnen ons beheersgebied. Dit plan beschrijft het waterbeheer en vormt de basis voor de watertaken die het waterschap heeft: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2009. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen.
Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden (https://www.hhnk.nl/portaal/keur_41208/). Verharding en compenserende maatregelen Uit uw gegevens blijkt dat er geen / slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van de verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Waterkwaliteit en riolering U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen. Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Tot Slot De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan.
Mocht de inhoud van het plan wijzigen, dan verzoeken wij u vriendelijk ons een geactualiseerde versie toe te sturen. Ook ontvangen wij graag een exemplaar van het definitieve en goedgekeurde plan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via 072 - 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. De WaterToets 2014
datum 22-6-2016 dossiercode 20160622-12-13212 Gegevens aanvrager: Laurens de Lange BugelHajema Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden 058 215 25 15 L.deLange@bugelhajema.nl Gegevens project: Het planvoornemen betreft het ontwikkelen van een woning en een bed&breakfast met natuurtuin inclusief fluisterboot- en kanoverhuur op het perceel aan Noordeinde 13 te Landsmeer. Met het planvoornemen is sloop van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen in het stedelijke gebied gemoeid. De totaal nieuw te realiseren bebouwing maakt zoveel mogelijk gebruik van de bestaande betonnen verharding als fundering. De rest van de verharding wordt gesloopt. Naast verblijfsrecreatie wil de initiatiefnemer ook dagrecreatieve activiteiten mogelijk maken door fluisterboot- en kanoverhuur aan te bieden. Door het toevoegen van een opvaart is er ruimte gemaakt voor een aanlegsteiger. Aangrenzend wordt er een bijgebouw gerealiseerd. Hierin is een schuur en een boothuis voorzien met plaats voor in totaal vijf kano s en vijf fluisterboten. Op het achterste gedeelte van het perceel is extra oppervlaktewater toegevoegd zodat er eilandjes ontstaan. De tuinen en het groen in het plan zijn zo vormgegeven dat er een geleidelijke overgang gecreëerd wordt van een meer kleinschalige natuur aan het lint naar de natuur van het open landschap.
Noordeinde 13 1121 AA Landsmeer Gegevens plangebied: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja Het beperkingsgebied wat geraakt is, betreft:
- Zonering primaire waterlopen Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Landsmeer Basisvragen: Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee Vervolgvragen: Neemt in het plan het verharde oppervlak van verharding en bestrating toe met meer dan 2000 m2? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is of wordt genomen? nee
Heeft het plan een tijdelijke of permanente verandering van het oppervlaktewaterpeil tot gevolg? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van (grond)wateroverlast? (Vraag andere partijen (particulieren) als u het antwoord niet weet) nee Betreft het plan een algehele herziening van een bestemmingsplan, een structuurvisie, masterplan, herstructureringsplan, tracébesluit, landinrichtingsplan of grootschalige wegreconstructie? nee Aanvullende vragen (normale procedure) Neemt door het plan de hoeveelheid verharding toe met een hoeveelheid tussen de 800 en 2000 m2? nee Hieronder kunt u in m2 aangeven met welke hoeveelheid de verharding toeneemt. Indien er geen toename is, vult u 0 in. 0 m2 Hoe wordt in het plan het afvalwater en het hemelwater behandeld? Vinden er activiteiten plaats op het verharde oppervlak waardoor verontreinigingen kunnen afspoelen en het oppervlaktewater mogelijk belast wordt? nee Is er in of grenzend aan het plangebied oppervlaktewater aanwezig? ja Worden er in het plan wijzigingen in het oppervlaktewatersysteem aangebracht of vinden er werkzaamheden plaats binnen 5 meter van een waterloop? ja Is er sprake van een tijdelijke of permanente grondwateronttrekking en/of -lozing? nee
Afbeelding plangebied en eventueel geraakte kaartlagen De WaterToets 2014
bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer
Bijlage 4 Bodemonderzoeksrapportages
85
OPDRACHTGEVER
Search BV Dhr. B. Mastenbroek Hamerstraat 3 1021 JT Amsterdam
RAPPORTNUMMER
160709 DATUM
16 augustus 2016
OMSCHRIJVING ONDERZOEK
VERKENNEND BODEMONDERZOEK (NEN 5740)
Noordeinde 13 1121 AA Landsmeer
kadastrale aanduiding: gemeente Landsmeer, sectie L, nummer 598 ONDERZOEKSBUREAU
Almad Eco B.V. Maatschapslaan 31 2404 CL ALPHEN AAN DEN RIJN tel. 0172 – 24 00 30
Almad Eco B.V.
Inhoudsopgave
blz.
1.
Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Opbouw van het rapport 1.4 Partijdigheid
3 3 3 3 3
2.
Vooronderzoek 2.1 Inleiding 2.2 Uitwerking gegevens 2.3 Terreinsituatie 2.4 Opstelling onderzoekshypothese
4 4 5 14 15
3.
Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Algemeen 3.2 Veldwerkzaamheden 3.3 Samenstelling van de bodem 3.4 Zintuiglijke waarnemingen 3.5 Grondwater
16 16 16 17 17 18
4.
Laboratoriumonderzoek 4.1 Geselecteerde analyses Toetsingscriteria grond en grondwater Toetsing analyseresultaten grond Overzicht toetsing analyseresultaten
19 19 20 20 21
5.
Evaluatie 5.1 Inleiding 5.2 Onderzoeksresultaten 5.3 Conclusies en aanbevelingen
22 22 22 24
6.
Beperkingen en aansprakelijkheid
25
Tabellen tabel 1 tabel 2 tabel 3 tabel 4 tabel 5
Uitgevoerde veldwerkzaamheden ......................................................................................16 Zintuiglijk waargenomen afwijkingen in het bodemmateriaal ..........................................17 Veldmetingen grondwater..................................................................................................18 Geselecteerde analyses ......................................................................................................19 Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater .........................................21
Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5 bijlage 6
Regionale situatie / kadastrale gegevens Situatieschets Toetsing analyseresultaten en analysecertificaten grond en grondwater Bodemprofielen Functiescheiding bij veldwerk Planinfo opdrachtgever
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
2
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
1.
Inleiding
1.1 Algemeen SeARCH B.V. heeft opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie gelegen aan het Noordeinde 13 te Landsmeer. Het te onderzoeken terrein staat kadastraal bekend als gemeente Landsmeer, sectie L, nummer 598. Een situatieschets van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 2.
1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de wens van de opdrachtgever dit terrein milieuhygiënisch onderzocht te hebben in het kader van een omgevingsvergunning t.b.v. een bouwaanvraag. In dit kader wordt een inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem noodzakelijk geacht. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het toetsen of er op de onderzoekslocatie mogelijk een bodemverontreiniging aanwezig is. Op basis van de onderzoeksresultaten moet kunnen worden vastgesteld of vervolgacties noodzakelijk zijn.
1.3 Opbouw van het rapport De resultaten van het vooronderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 2. De opzet van het onderzoek, de interpretatie van het veldonderzoek en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 wordt het verkennend bodemonderzoek geëvalueerd.
1.4 Partijdigheid Almad Eco B.V. wil als keuringsinstelling volledig onafhankelijk zijn van de partijen waarvoor zij werkzaamheden verricht. Almad Eco B.V. verklaart hierbij dat zij geen eigenaar is van de betreffende te keuren bodem. Zowel Almad Eco B.V. als keuringsinstelling en haar personeel zullen zich op geen enkele wijze inlaten met activiteiten die de objectiviteit van de keuring negatief beïnvloedt. Almad Eco B.V. heeft als onderzoeksbureau vastgelegd in haar kwaliteitszorgsysteem dat de beïnvloeding van werknemers door derden wordt vastgelegd. In principe wordt hier niet op ingegaan. Mocht dit gebeuren en wijzigt de onderzoeksstrategie hierdoor, dan wordt dit in de verslaglegging op locatie en in de rapportage vermeld.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
3
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
2.
Vooronderzoek
2.1 Inleiding Met historisch onderzoek worden gegevens verzameld over de bodemkwaliteit. Verder wordt nagegaan of op basis van de verkregen informatie plaatsen zijn aan te geven waar aanleiding bestaat tot mogelijke bodemverontreiniging en wat de vermoedelijke aard en ligging van deze eventueel aanwezige bodemverontreiniging is. Voor het historisch onderzoek zijn (o.a.) de volgende bronnen geraadpleegd:
De opdrachtgever; Bodemloket; Omgevingsdienst IJmond; Veldinspectie door Almad Eco B.V.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
4
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
2.2 Uitwerking gegevens 1326 - Het begin van het ontstaan van Landsmeer. Het was toen een parochie met de naam Lantsmaer. Later wordt de naam nog afwisselend gespeld als Lantsmer, Lantsmeer, Landsmer en Lansmer. In de naam is er nog steeds een verband tussen Land en Meer. De nederzetting heeft zich langs het meer (De Breek) ontwikkeld. Landsmeer behoorde indertijd tot de Heerlijkheid Waterland. Deze bestond uit zes hoofddorpen, namelijk Landsmeer, Ransdorp, Zunderdorp, Broek, Zuiderwoude en Schellingwoude. Dit duurde tot 1731. Deze zes dorpen waren sinds eeuwen verbonden in een gemeenschappelijke strijd tegen het water. Op 23 november 1619 werd de Unie van Waterland opgericht. De zes pijlen in de rechterpoot van de zwaan in het Waterlandse wapen herinneren aan deze onderlinge band. Voor 1930 was er sprake van toenemende welvaart, vooral de handel in eieren gaf veel werk maar ook de handel in eenden en kippen. In 1895 vond ruim driekwart van de bevolking zijn bestaan in de eierhandel. In 1932 sloeg ook in Landsmeer de crisis hard toe. Veel bedrijven kwamen in moeilijkheden als gevolg van de prijsverlaging voor eieren. Op 1 augustus 1966 werd het nu ten zuiden van de Ringweg Noord (A10) gelegen gebied, met de buurtschap Kadoelen, bij de gemeente Amsterdam gevoegd.
Bij de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1991 kwamen aan de noordkant Den Ilp en Purmerland bij Landsmeer en daarmee werd Purmerend een naaste buur. Het gedeelte van de oude gemeente Landsmeer dat ten oosten van het Noordhollandsch Kanaal lag, met Watergang en het Varkensland, werd bij die herindeling bij de nieuw gevormde gemeente Waterland gevoegd. Tegenwoordig is het vooral een slaapgemeente voor werknemers en gepensioneerden in de regio. Wie er binnenrijdt treft een lange smalle weg geflankeerd door een sloot waarover bruggetjes naar de afzonderlijke woningen leiden. Het oude patroon van de ene weg met lintbebouwing is duidelijk herkenbaar. Water speelde in het verleden steeds een grote rol, de naam van de oorspronkelijke nederzetting verwijst ernaar: 'Landsmeer - Langs het Meer'. Een andere uitleg die tot in 1990 op scholen gangbaar was en ook heden nog waarneembaar is en vooral onder de oudere inwoners veel aanhangers heeft, is dat het water 'ver-land'. Veen, riet, steeds ondiepere dichtgegroeide sloten maken dat er zich land vormt waar eerst water was. Ook afkalving van walkanten bij storm en watersportgolven, die vervolgens elders weer samenklonteren spreekt voor zich. De strijd tegen het water werd vaak verloren. Dijkdoorbraken en overstromingen vernielden met grote regelmaat dat wat was opgebouwd.
Vandaag de dag levert het water een positieve bijdrage aan het leven in Landsmeer. De gemeente is dankzij het groene gebied tussen Zaanstad, Amsterdam en Purmerend nog steeds een waterrijk landschap met veel groen. Er zijn twee belangrijke natuurgebieden binnen haar grenzen: Samen met de gemeente Oostzaan het recreatie- en natuurgebied Het Twiske en het gehele (bij biologen wereldberoemde) natuurgebied Ilperveld, waar veel bijzondere diersoorten hun habitat hebben, tijdelijk of het hele jaar door. Bij het Twiske verzorgt de gemeente Landsmeer een deel van de onderhoudstaken, samen met de omliggende gemeenten Zaanstad, Oostzaan en Amsterdam. Het Twiske en het Ilperveld maken deel uit van het Nationaal Landschap Laag Holland.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
5
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
Topotijdreis De onderzoekslocatie is rond 1900 voor het eerst bebouwd.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
6
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
Archeologische verwachtingen
Locatie ligt (deels) in een gebied met archeologische verwachtingen. Verwachtingen niet gesprongen explosieven Gemeente Landsmeer heeft geen risicokaart online ter beschikking m.b.t. verwachtingen niet gesprongen explosieven. De Arcgis viewer van Saricon heeft ook geen data beschikbaar tot het schrijven van dit rapport. Opdrachtgever Van opdrachtgever is geen informatie verkregen. Wens is om twee nieuwe energie plus woningen te bouwen inclusief een integraal landschapsplan met bed & breakfast, fluisterboot/kano verhuur.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
7
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
Bodemkwaliteitskaart Volgens de Nota Bodembeheer Regio Waterland (CSO project 12M307 d.d. 30-10-2012). Onderzoekslokatie heeft bodemfunctieklasse wonen en ligt in deelgebied 2: wonen B.
De ontgravingsklasse voor boven en ondergrond is vastgesteld op klasse Industrie. statistische kentallen zone 2 wonen B bovengrond
statistische kentallen zone 2 wonen B ondergrond
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
8
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
Bodemloket Op bodemloket zijn geen bodemverontreinigingen geregistreerd op de onderzoekslokatie. Wel is sprake van een gesaneerde waterbodem (locatie ID’s NH041500065 Ilperveld, waterbodem kopsloten en NH041500149). Er was klasse IV baggerspecie aanwezig welke is uitgebaggerd tot oorspronkelijke bodem.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
9
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
ODIJ: Op 6 juli 2016 is bodeminformatie opgevraagd. Van de huidige onderzoekslokatie zijn gegevens bekend.
Informatie over bodem bedreigende activiteiten en ondergrondse tanks is hier niet aanwezig.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
10
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
Ter plekke van Noordeinde 14 is de grond boven de Interventiewaarde verontreinigd met zink.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
11
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
Bodemopbouw
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
12
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002
Almad Eco B.V.
Op basis van Dino-ondergrond kan veen verwacht worden tot ca. 4,0m-mv. Het maaiveld ligt op ca 1,50 m-NAP. Onze eigen subdecimeter inmetingen liggen tussen 1,0 m-NAP en 1,5 m-NAP. Grondwaterstand wordt verwacht op minder dan 0,5 m-mv. Locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. De plaatselijke stromingsrichting van het grondwater is naar verwachting in de richting van het dichtstbijzijnde oppervlaktewater.
160709 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 13 te Landsmeer 16 augustus 2016
13
ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS BRL SIKB 2000 VKB PROTOCOL 2001+2002