CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Noordeinde 13 te Landsmeer [ontwerp 28-08-2020] + verbeelding

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordeinde 1325.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer ontwerp

bestemmingsplan

Noordeinde 13 te Landsmeer ontwerp

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Planvoornemen 1.2 Geldend bestemmingsplan 1.3 Motivering planvoornemen 1.4 Reparatie 1.5 Leeswijzer

7 7 9 10 10 11

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid

13 13 14 17 18

Hoofdstuk 3 Omgevingsaspecten 3.1 Hinder van bedrijven 3.2 Erfgoed 3.3 Ecologie (en stikstof) 3.4 Externe veiligheid 3.5 Geluidhinder 3.6 Luchtkwaliteit 3.7 Water 3.8 Bodem 3.9 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.10 Overig

21 21 22 23 24 24 25 26 27 29 31

Hoofdstuk 4 Juridische vormgeving 4.1 Inleiding 4.2 Toelichting op de regels 4.3 Overige aspecten 4.4 Bestemmingsplanprocedure

35 35 35 38 38

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41 41

Bijlagen bij toelichting

43

Bijlage 1

Ecologische quickscan

45

Bijlage 2 breakfast

Memo stikstofdepositie en Aerius-berekeningen bouw- en gebruiksfase bed &

Bijlage 3

Watertoets

75

Bijlage 4

Bodemonderzoeksrapportages

85

Bijlage 5

Schetsplan

377

57

Regels

435

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

437 437 441

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Groen Water - 1 Water - 2

443 443 445 447

3

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Wonen - 3 Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3

449 451 453 455

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

457 457 459 461 463 465 467

Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

469 469 471

Bijlagen bij regels

473

Bijlage 1

Lijst met toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij het wonen

474

Bijlage 2

Landschappelijke waarden en natuurwaarden

477

Bijlage 3

Memo stikstofdepositie Noordeinde 13 Landsmeer

480

4

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Toelichting

5

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

6

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Planvoornemen

Het planvoornemen betreft het ontwikkelen van een woning en een bed & breakfast met natuurtuin inclusief fluisterboot- en kanoverhuur (voor 10 vaartuigen) op het perceel aan Noordeinde 13 te Landsmeer. Met het planvoornemen is sloop van de bestaande agrarische bedrijfsgebouwen in het stedelijke gebied gemoeid. Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, is weergegeven in figuur 1. Het betreft gronden kadastraal bekend als gemeente Landsmeer, sectie L, nummer 598.

Figuur 1. Luchtfoto plangeb ied en omgeving (bron: Google Maps, 2016) Huidige situatie Het perceel Noordeinde 13 betreft een agrarische bouwkavel en maakt onderdeel uit van de lintbebouwing aan het Noordeinde. Het plangebied grenst aan de achterkant aan het natuurgebied Ilperveld. Het gebied ligt verder ingeklemd met percelen bestemd voor wonen aan de noordkant en wonen en bedrijven aan de zuidkant. Het perceel is in de huidige situatie bebouwd met een bedrijfswoning op het voorste gedeelte. Daarachter staan verscheidene schuren en loodsen met een totale oppervlakte van 1.200 m 2 aan bebouwing. Het terrein is deels verhard met ruim 1.600 m 2 aan betonvloer inclusief 200 m aan kaderanden. Op het achterste gedeelte bevindt zich tevens een botenhuis en een paardenbak. Het geheel is al jaren niet meer in gebruik en maakt een verwaarloosde indruk. Nieuwe situatie Door SeARCH uit Amsterdam is in 2016 een schetsplan van het planvoornemen opgesteld dat de basis voor dit bestemmingsplan vormt. Het gehele schetsplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Het planvoornemen dat uit het schetsplan naar voren komt, kenmerkt zich door de hoge ambitie op het gebied van duurzaamheid, energievoorziening en natuurwaarden. In het planvoornemen wordt gestreefd naar het behoud van de bedrijfswoning in het lint en het botenhuis. De rest van de opstallen wordt gesloopt.

Bij de sanering zullen zoveel als mogelijk vrijgekomen materialen worden hergebruikt op de locatie. De hoofdindeling van het terrein is weergegeven in figuur 2.

7

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Figuur 2. Schets van planvoornemen (b ron: SeARCH, 2016) De bestaande woning aan het lint zal de gemeenschappelijke ruimte vormen van een bed & breakfast (kavel I). De bed & breakfast zal bestaan uit maximaal 4 suites die zijn georiënteerd op het oosten. Voor de bed & breakfast is een afwijking in voorliggend bestemmingsplan opgenomen naar een woning. Achter kavel I wordt een tuin aangelegd met speciale voorzieningen voor vogels en andere dieren (vleermuizen, bijen en andere nuttige insecten). Het gaat hierbij vooral om de aanleg van hagen en ander groen, broed- en overwinterplaatsen. Aangrenzend aan de tuin is een parkeerplaats gepland voor gasten en bezoekers.

Figuur 3. 3D schetsen planvoornemen met aanzicht boven: voorerf en aanzicht onder: achtererf (bron: SeARCH, 2016) Naast verblijfsrecreatie wil de initiatiefnemer ook kleinschalige dagrecreatieve activiteiten mogelijk maken door fluisterboot- en kanoverhuur (maximaal 10 vaartuigen) aan te bieden. Door het toevoegen van een opvaart is er ruimte gemaakt voor een aanlegsteiger. Aangrenzend wordt er een bijgebouw gerealiseerd. Hierin is een schuur en een botenhuis voorzien met plaats voor de kano's en/of fluisterboten.

8

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Op het middengedeelte van het perceel (kavel II) wordt een woning ontwikkeld. Voor de woning is een boerentuin met een boomgaard en een moestuin gepland. Achter de woning gaat de tuin over in een open landschap. Extra oppervlaktewater is toegevoegd zodat het achterste gedeelte van het perceel uit eilandjes bestaan. Het groen loopt over van een gecultiveerd veenlandschap naar een ruig veenlandschap. De tuinen en het groen in het plan zijn zo vormgegeven dat er een geleidelijke overgang gecreëerd wordt van een meer kleinschalige natuur naar de natuur van het open landschap. De totaal nieuw te realiseren bebouwing maakt gebruik van de bestaande betonnen verharding als fundering. Verder staan alle gebouwen in lijn. Hierdoor wordt er een vrije zichtlijn gecreëerd van het lint naar het achterliggende natuurgebied Ilperveld. Op de daken aan de zuidzijde van de gebouwen komen in zijn geheel zonnepanelen te liggen. Tevens komt er een snellaadpaal (11 tot 22 kW) voor een elektrische auto en/of eventueel fietsen. De oppervlakten nieuw te realiseren gebouwen op basis van de schetsontwerpen zijn: bed & breakfast: 120 m 2; bijgebouw met schuur en botenhuis: 150 m 2; nieuwe woning: 234 m 2. Voorgaande maakt een totaal van 504 m 2 aan nieuwe bebouwing in het plangebied.

De totale oppervlakte aan bebouwing neemt met het planvoornemen evenwel niet toe maar af door sloop van de voormalige agrarische bebouwing. Het parkeren ten behoeve van de diverse te realiseren functies zal op eigen terrein in het plangebied worden opgelost (zie hiertoe subparagraaf 3.10.2 Verkeer en parkeren).

1.2

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Het Lint 2015 (vastgesteld op 10 december 2015 door de raad van de gemeente Landsmeer). Voorliggend bestemmingsplan betreft het veranderen van dit geldende bestemmingsplan, waarbij de van toepassing zijnde bestemmingen 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden' worden aangepast ten behoeve van de bouw van een reguliere woning en het realiseren van dagrecreatieve en verblijfsrecreatieve nevenactiviteiten, water en groen.

Figuur 4. Kaartfragment geldend b estemmingsplan (plangebied met rode pin aangewezen) De aanduiding voor het bestaande botenhuis zal worden overgenomen in dit bestemmingsplan. De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' blijven van toepassing op het plangebied. Figuur 4 geeft het beeld weer van het geldende bestemmingsplan.

9

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

1.3

Motivering planvoornemen

De nieuwe woning en bed & breakfast zijn te motiveren vanuit de volgende overwegingen: 1. het realiseren van een enkele woonbestemming is financieel niet haalbaar gezien de prijsstelling van de kavel in combinatie met de te verwachten kosten voor sloop en bodemsanering; 2. een bed & breakfast is wenselijk aangezien het toeristen en recreanten de mogelijkheid geeft om in Landsmeer te overnachten en dit zodoende Landsmeer en het natuur- en recreatiegebied in de regio toegankelijker maakt; 3. het planvoornemen past binnen de geldende beleidskaders en geformuleerde ambities op regionaal en lokaal niveau (zie Hoofdstuk 2 Beleidskader); 4. de realisatie van de gebouwen is op basis van planologische en milieukundige randvoorwaarden mogelijk (zie Hoofdstuk 3 Omgevingsaspecten); 5. de bed & breakfast en woning kunnen optimaal landschappelijk worden ingepast. De panden komen op één lijn te staan waardoor een vrije zichtlijn ontstaat naar natuurgebied het Ilperveld. De gebouwen krijgen een moderne uitstraling waarbij de typische, traditionele Noord-Hollandse stijl zichtbaar blijft. De ontwikkeling van de dagrecreatieve activiteiten is te motiveren vanuit de volgende overwegingen: 6. aangesloten wordt bij de provinciale belangen zoals die zijn benoemd in de provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 ten aanzien van 'Dynamisch schiereiland' en 'Metropool in ontwikkeling'; 7.

de toegankelijkheid en de dagrecreatieve waarde van het aangrenzend natuurgebied en recreatiegebied Het Twiske worden hiermee vergroot.

1.4

Reparatie

Voorliggend bestemmingsplan betreft een reparatie van een eerder in procedure genomen en door de raad van de gemeente Landsmeer op 15 maart 2018 vastgesteld bestemmingsplan voor het perceel Noordeinde 13 te Landsmeer dat door de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) bij tussenuitspraak (201804469/1/R1) van 17 juli 2019 op onderdelen is vernietigd, waarbij een termijn van 26 weken is gesteld als mogelijkheid voor herstel. Vanwege de stikstofproblematiek die ontstond doordat kort voor deze uitspraak op 29 mei 2019 een andere uitspraak van de ABRvS tot het vervallen van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) heeft geleid, kon niet aan de gestelde termijn worden voldaan om onderzoek naar stikstofdepositie vanwege het planvoornemen op juiste wijze te verrichten alsmede vervolgens nog een gewijzigd bestemmingsplan opnieuw ter vaststelling aan de raad aan te bieden. De ABRvS is vanwege de onduidelijkheden rondom de stikstofproblematiek wel verzocht om een verlenging - op grond van deze bijzondere omstandigheden - maar dat verzoek is niet ingewilligd. Hierop is op 5 februari 2020 uitspraak gedaan door de ABRvS en is de vaststelling van het bestemmingsplan 'Noordeinde 13' vernietigd. Hierom is een nieuw bestemmingsplan opgesteld dat ook voorziet in herstel van de eerder bij tussenuitspraak van de ABRvS geconstateerde omissies.

Dit nieuwe ruimtelijk plan dat hierbij voorligt, wordt opnieuw in procedure genomen waarbij de gehele ontwerp- en vaststellingsfase wordt overgedaan. De herstelpunten uit de tussenuitspraak die in voorliggend bestemmingsplan zijn betrokken, betreffen de volgende thema's: 1. Ladderonderbouwing Met inachtneming van rechtsoverweging 5.4 moet alsnog worden gemotiveerd waarom aan de ontwikkeling waarin het plan voorziet een actuele behoefte bestaat als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dan wel het plan op dit punt aan te passen. Daarnaast moet worden gemotiveerd dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken als bedoeld in artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). 2. Borging van het parkeren Met inachtneming van rechtsoverweging 8.6 dient in het plan te worden verzekerd dat voorzien zal worden in de benodigde parkeercapaciteit. 3.

Stikstofdepositie

10

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

In relatie tot het naastgelegen Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske moet met inachtneming van rechtsoverweging 10.4 worden onderzocht welke significante gevolgen kunnen optreden. Wat betreft het derde herstelpunt hebben de uitkomsten van de stikstofberekening er toe geleid dat het planvoornemen enigszins is gewijzigd om te voorkomen dat significant negatieve effecten optreden op nabijgelegen Natura 2000-gebied. Zo is er geen sprake meer van 5 suites voor bed & breakfast, maar worden er nu 4 mogelijk gemaakt. De stikstofproblematiek heeft er verder ook toe geleid dat het planvoornemen op aangepaste wijze (grotendeels met elektrisch aangedreven materiaal) moet worden gebouwd. Hierover meer in het ecologische deel van dit bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is ingegaan op het van toepassing zijnde beleid van overheden. Toetsing van het planvoornemen aan planologische en milieukundige randvoorwaarden is in het daaropvolgende hoofdstuk omtrent omgevingsaspecten opgenomen. Hoofdstuk 4 betreft de toelichting op de juridische vormgeving van dit bestemmingsplan. Als laatste is in hoofdstuk 5 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan uiteengezet. Bij de toelichting van dit bestemmingsplan zijn verder verschillende bijlagen ter achtergrondinformatie opgenomen.

11

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

12

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Hoofdstuk 2

Beleidskader

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen wetten, regels en beleid van het Rijk, de provincie, eventueel regionaal gevoerd beleid op intergemeentelijk niveau en de gemeente.

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: 1. vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. verbeteren van de bereikbaarheid; 3. zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. 2.1.2

Structuurvisie Randstad 2040

De Structuurvisie Randstad 2040 bouwt voort op de vroegere Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. In het rapport Randstad 2040 wordt gestreefd naar een betere bereikbaarheid en een beter woon-, werk-, en leefklimaat in de Randstad. Het in de structuurvisie opgenomen programma Randstad Urgent heeft als doel om van de Randstad weer een internationaal economisch sterke regio te maken, met een goed klimaat om te wonen, te werken en te leven. Dit alles moet vorm krijgen op basis van drie invalshoeken: 1. bereikbaarheid en economische dynamiek; 2. kwaliteit van leven door het creëren van een aantrekkelijk klimaat om te wonen, te werken en te leven; 3. een klimaatbestendige delta. 2.1.3

Nationale Omgevingsvisie (2019, ontwerp)

Vanaf 2021 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Onderdeel daarvan is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. In juni 2019 is door het kabinet de ontwerpversie gepresenteerd. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Slimme combinaties maken waar dat mogelijk is; De kenmerken van het gebied centraal stellen; Niet uitstellen of doorschuiven. 2.1.4

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2012)

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13. Hiermee vraagt het Rijk om een

13

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet voldoen. In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt wordt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling gegeven (en voor zover buiten het bestaand stedelijk gebied gesitueerd ook een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien). Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw, planologisch ruimtebeslag. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Vanwege voorliggend planvoornemen van dit bestemmingsplan heeft toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking plaatsgevonden. Deze toetsing is uitgewerkt in paragraaf 3.9 Ladder voor duurzame verstedelijking van deze toelichting. 2.1.5

Conclusie

Het voorgenomen plan is in lijn met de prioriteiten en uitgangspunten van de SVIR en diens opvolger de NOVI. In het kader van de aanstaande Omgevingswet worden door gemeenten en provincies ook eigen omgevingsvisies opgesteld, die meer concreet van toepassing kunnen zijn. Het planvoornemen voldoet verder aan de verplichtingen van een zorgvuldig ruimtegebruik die voortkomt uit het Barro.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

De verwachte Omgevingswet zal veel bestaande wetgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening en milieu vervangen. De Provincie Noord-Holland anticipeert hierop door als eerste stap, samen met stakeholders en inwoners, de Omgevingsvisie NH2050 op te stellen als opvolger van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 uit 2010. De omgevingsvisie is vormvrij en bevat een geheel nieuwe, de provincie zelfbindende, visie die gedragen wordt door zoveel mogelijk partijen. Hiervoor zijn verschillende participatievormen ingezet (co-creatie, consultatie) en is zowel online als offline het gesprek met belanghebbenden en belangstellenden aangegaan. De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op "balans tussen economische groei en leefbaarheid", dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid.

In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. De provincie ontwikkelt ten behoeve van leefomgevingskwaliteit - passend bij de context - zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de omgevingsvisie zijn hiervoor vijf samenhangende bewegingen benoemd, op basis van ruim 20 ontwikkelprincipes voor een toekomstige leefomgeving, te weten: 1. Dynamisch schiereiland - hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend, waarbij de kustverdediging vooropstaat en toeristisch-recreatieve kansen kunnen worden gegrepen en natuurwaarden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling - hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt, waarbij door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem de agglomeratiekracht wordt vergroot.

14

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

3.

4. 5.

Sterke kernen, sterke regio's - deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie - hierbij gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving - deze beweging betreft het ontwikkelen van natuurwaarden (en vergroten van biodiversiteit) in combinatie met het versterken van een economisch duurzame agrifoodsector.

In de aanpak om ambities waar te maken, wordt de geldende sturingsfilosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' voortgezet. Aan de omgevingsvisie ligt een PlanMER ten grondslag waarin is geconcludeerd dat de gehanteerde ontwikkelprincipes de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. 2.2.2

Provinciale Ruimtelijke Verordening (laatstelijk herzien 2019)

In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn de regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. De provinciale belangen uit de Structuurvisie Noord-Holland 2040 van 2010, die is opgevolgd door de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050, zijn uitgewerkt in algemene regels. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast. De laatste wijziging van de PRV is op 27 mei 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en op 7 juni 2019 in werking getreden. In de PRV is aangesloten bij de Ladder voor duurzame verstedelijking. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. Het plangebied van dit bestemmingsplan is op grond van het geldende bestemmingsplan Het Lint 2015 voorzien van agrarische bestemmingen. Daarmee is bij recht niet voorzien in stedelijke ontwikkelingen. Het plangebied kan derhalve ook niet als bestaand stedelijk gebied worden gezien.

Omdat het planvoornemen in het plangebied stedelijke functies betreft (wonen met toeristisch-recreatieve nevenactiviteiten) leidt het tot een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierom is artikel 5a van de PRV van toepassing betreffende nieuwe stedelijke ontwikkelingen, waarin het volgende geregeld is: 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Vanwege het planvoornemen komt een agrarische dienstwoning in het landelijk gebied te vervallen. Ter vervanging wordt een reguliere burgerwoning gerealiseerd, waarmee de planlocatie samen met de nevenactiviteiten tot het stedelijk gebied wordt gerekend. De te realiseren woning wordt gerealiseerd vanuit de restcapaciteit in de gemeentelijke woningmarktprogrammering van de regionale woningbouwafspraken. Het kaartmateriaal behorende bij de PRV is voorts geraadpleegd om een beeld te krijgen van overige thema's die in het plangebied een rol spelen. Dit zijn: Gebieden voor gecombineerde landbouw (Hoofdstuk 4: De Groene Ruimte, artikel 26); Kleinschalige oplossingen voor duurzame energie (Hoofdstuk 6: Energie, artikel 33).

Met het planvoornemen vindt functiewijziging van een agrarische bouwkavel naar een woonbestemming met toeristisch-recreatieve nevenactiviteiten plaats. Het landbouwthema is verder niet meer relevant. Wat betreft energie en duurzaamheid geldt dat nieuwe ontwikkelingen kansen bieden voor duurzaamheid. Er bestaat echter geen wettelijke verplichting om duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wie tegenwoordig een nieuwbouwwoning bouwt, doet dit op basis van het Bouwbesluit 2012 vrijwel energieneutraal (EPC 0,4) en bij voorkeur ook met duurzame materialen. Voor vragen op het gebied van duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers uit Landsmeer bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente participeert hierin.

15

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

2.2.3

Omgevingsverordening Noord-Holland (2020, ontwerp)

De ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 worden vertaald in provinciale regels die in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland worden verankerd. In deze eerste integrale omgevingsverordening voor Noord-Holland worden de bestaande twintig verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving geïntegreerd, waarmee onder meer de huidige PRV, Provinciale Milieuverordening, Waterverordening en Wegenverordening worden vervangen. Ruimtelijke thema's als thans nog in de PRV vastgelegd, komen in de nieuwe omgevingsverordening terug. De omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking van de omgevingsvisie met betrekking tot het handelen van anderen. De uitgangspunten van de Omgevingswet vertalen zich voor de provincie in een andere, nieuwe manier van werken. De provincie ziet het opstellen van de omgevingsverordening dan ook als kans om dingen anders aan te pakken, in de geest van de Omgevingswet. De regels van de omgevingsverordening zijn daarom op een vernieuwende manier opgesteld; meer gericht op het 'hoe' (hoe tot een goede fysieke leefomgeving te komen) in plaats van op het 'wat' (verbodsbepalingen en uitzonderingen daarop). Het gaat meer om het doel dan om het middel, waarbij kwalitatieve normen de plaats innemen van kwantitatieve. De omgevingsverordening is opgesteld in samenspraak met de provinciale partners.

De provincie geeft aan met de omgevingsverordening een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden te hebben en is daarom terughoudend met het opstellen van regels. Het provinciale doel (alsmede uitdaging) is uiteindelijk een eenvoudiger, duidelijker en meer integraal systeem van provinciale regels. Met meer ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte. Het ligt in de verwachting dat de omgevingsverordening op 29 juni 2020 door Provinciale Staten wordt vastgesteld. 2.2.4

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018

Gedeputeerde Staten hebben op 10 april 2018 de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 vastgesteld. In dit beleidskader is door de provincie aangegeven welke landschappelijke en cultuurhistorische elementen overwogen moeten worden bij (ruimtelijke) ontwikkelingen en uitgangspunt kunnen zijn voor plannen. De leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt daarmee toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De Leidraad 2018 is in de PRV verankerd in artikel 15 (ruimtelijke kwaliteitseis). Noord-Holland is onderverdeeld in 20 landschappelijke eenheden, de zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren, zoals de Westfriese Omringdijk, de Stelling van Amsterdam en (agrarische) erven. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Uit de leidraad blijkt dat het plangebied tot het ensemble ‘Wormerland-Oostzaan’ behoort. Het bestaat uit veenpolderlandschap, met waterrijke veenpolders en veenstromen, en verschillende droogmakerijen. Het veenlandschap heeft een open en opvallend waterrijk karakter en heeft een grillig verkavelingspatroon.

16

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Figuur 5. Kaartuitsnede 'Wormerland-Oostzaan' uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 Het plangebied maakt onderdeel uit van de lintbebouwing aan het Noordeinde te Landsmeer. Ter plaatse van het plangebied is in de huidige situatie geen doorkijk op het landschap aanwezig. Met de realisatie van het planvoornemen wordt een open zichtlijn naar het achterliggende landschap gecreëerd. De te realiseren gebouwen komen op één lijn te staan. Het achterste gedeelte van het plangebied blijft open en sluit met het groen aan op het natuurgebied het Ilperveld. De landschappelijke kwaliteiten worden met het planvoornemen dan ook versterkt, conform de provinciale leidraad. 2.2.5

Conclusie

Het plan past binnen de provinciaal genoemde beleidskaders, uitgangspunten en richtlijnen.

2.3

Regionaal beleid

2.3.1

Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020

Eind 2016 is door de afzonderlijke colleges van de gemeenten behorende bij de voormalige stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP) vastgesteld. De gemeenten behorende tot de voormalige stadsregio Amsterdam hebben vervolgens aanvullend op deze RAP een oplegger gemaakt, welke in elke gemeente afzonderlijk nog door de colleges van burgemeester en wethouders zijn vastgesteld. De RAP met oplegger is toegestuurd naar de provincie Noord-Holland en die heeft op 7 september 2017 hiermee ingestemd. Op deze wijze is de nieuwbouw van woningen regionaal afgestemd. In het RAP wordt onder andere een beschrijving gegeven van de regionale woningbouwopgaven en acties die per deelregio zijn uitgewerkt, de regionale woningmarkt en de vooruitblik op ontwikkelingen op de woningmarkt. Kwantitatieve woningb ehoefte In bijlage 6 van het RAP is voor de regio Zaanstreek-Waterland (waarvan de gemeente Landsmeer deel uitmaakt) het basisscenario woningbehoefte 2015-2025 in tabelvorm weergegeven. Hieruit blijkt dat er voor alle categorieën koopwoningen behoefte is aan extra woningen en voor huurwoningen hoofdzakelijk behoefte is aan woningen tot een huur van € 711,- per maand. Kwalitatieve woningb ehoefte Bijlage 8 van het RAP geeft de woningbehoefte 2015-2025 en plancapaciteit 2016 weer.

Dit betreft de productiecapaciteit voor de gehele beschouwde periode zoals deze bekend was per 2016. Er is daarbij een onderscheid gemaakt tussen eengezins- en meergezinswoningen, tussen stedelijk en suburbaan en tussen koop- en huurwoningen. De woningbehoefte in de marktregio Zaanstreek-Waterland voor de periode 2015-2025 is geprognosticeerd op 67.870 woningen, terwijl er in 2016 plancapaciteit voor 36.540 bestond. Voorliggend plan maakt één nieuwe, eengezinskoopwoning in suburbaan gebied mogelijk. Wat betreft eengezinswoningen in suburbaan

17

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

gebied in de marktregio betreft de verwachte woningbehoefte tussen 2015-2025 een aantal van 23.800 woningen, terwijl de plancapaciteit anno 2016 slechts 3.040 woningen betrof. Uit vorengaande cijfers kan wel worden opgemaakt dat het voorliggende bestemmingsplan ten behoeve van één nieuwe woning in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte voorziet en passend is in de beleidslijnen van het RAP Wonen. 2.3.2

Regiovisie Waterland 2040 (2009)

In de Regiovisie Waterland 2040 (januari 2009) hebben de zeven gemeenten in de regio Waterland hun koers bepaald voor het ruimtelijk beleid op lange termijn. Het centrale motto van de visie is 'Vitaal met Karakter'. In de visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio voorop, maar wel met de noodzakelijke sociaaleconomische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en de regio binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. 2.3.3

Conclusie

Het plan voorziet onder meer in de bouw van een nieuwe woning ter vervanging van de huidige agrarische bedrijfswoning. Deze ontwikkeling is niet strijdig met het geschetste regionale beleid.

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

Toekomstvisie Landsmeer 2025

In de op 29 oktober 2013 vastgestelde gemeentelijke toekomstvisie, 'Ruimte voor kwaliteit' geheten, is de koers voor Landsmeer tot 2025 vastgelegd. Hierin zijn drie ontwikkelingssporen geformuleerd met betrekking tot: 1. Economie, recreatie en toerisme, 2. Wonen en leven, en 3. Ruimte en mobiliteit. Voorliggend plan heeft met name betrekking op eerstgenoemde. Samengevat is de ambitie op dat ontwikkelingsspoor: kleinschalige economie en focus op innovatie; meer recreatieve en toeristische voorzieningen, passend bij het landelijke en kleinschalige karakter. Voorgaande komt onder meer voort uit de geconstateerde krachten van Landsmeer die ruimte voor ontwikkeling en innovatie bieden. De ontwikkelrichting om de gemeente verder uit te bouwen is het versterken van het groene, waterrijke en landelijke profiel. Dit profiel is het sterke punt van de gemeente, zo vlak bij grootstedelijke gebieden in de regio. Er is ook veel potentie voor toeristisch-recreatieve economische activiteiten die cruciaal worden geacht voor de vitaliteit (werkgelegenheid, winkels, voorzieningen, behoud van groen een aantrekkelijk woonklimaat zijn er allemaal van afhankelijk). De gemeente wil daarom samen met ontwikkelpartners deze kracht verder uitbouwen en versterken, passend vanzelfsprekend bij het landelijke karakter. Daarbij is onder meer gedacht aan extra voorzieningen zoals bed & breakfasts.

Ook is gesteld dat meer gebruik kan worden gemaakt van het water dat vaak nog te veel onbenut blijft. 2.4.2

Woonvisie 2016-2024

In de gemeentelijke woonvisie, genaamd 'Goed Wonen in Landsmeer', is beschreven hoe de woonkwaliteit in de gemeente kan worden behouden en versterkt. Uit de woonvisie kan worden opgemaakt dat als de gemeente wil voorzien in de toenemende woningbehoefte, er een groot aantal woningen moet worden bijgebouwd. Voorliggend plan levert hierin zowel kwantitatief als kwalitatief een bescheiden bijdrage door het komen te vervallen van de voormalige agrarische bedrijfswoning op het perceel en ter vervanging het realiseren van een nieuwe reguliere woning. 2.4.3

Mobiliteitsvisie Landsmeer (2017)

De Mobiliteitsvisie Landsmeer is in november 2017 vastgesteld. Hierin is de visie en het beleid op het gebied van verkeer, vervoer en mobiliteit verwoord. Onder andere bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid komen aan bod. De mobiliteitsvisie heeft het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP) vervangen. Aan de mobiliteitsvisie is het Uitvoeringsprogramma 2018-2021 verbonden waarin de projecten zijn beschreven waaraan wordt gewerkt om de gestelde doelen te realiseren.

18

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

2.4.4

Welstandsnota Landsmeer (2012)

De raad heeft op 30 december 2012 de Welstandsnota Landsmeer 2012 vastgesteld. Het doel van welstandstoezicht is een bijdrage te leveren aan de beeldkwaliteit en de aantrekkelijkheid van het gemeentelijk grondgebied. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. In de welstandsnota zijn verschillende deelgebieden opgenomen. Het plangebied valt binnen het welstandsgebied 'Landsmeer - Den Ilp'. Gestreefd wordt naar behoud van het bebouwings- en verkavelingspatroon aangezien deze patronen de dragers vormen van de ruimtelijke hoofdstructuur en een belangrijke karakteristiek van het gebied zijn. Nieuwe bebouwing in het lint dient in de hoofdstructuur te worden ingepast. Behoud van de zichtlijnen naar het achterliggende landschap is - waar dat aan de orde is van grote waarde. Er geldt een 'regulier welstandsregime', waarbij het welstandsniveau een bijdrage moet leveren aan het behoud van de bestaande stedenbouwkundige, architectonische en culturele kwaliteiten van het lint Landsmeer en Den Ilp. Het voorliggende plan gaat uit van behoud van de bestaande bedrijfswoning in het lint door deze als bed & breakfast te gaan gebruiken.

De ruimtelijke hoofdstructuur van het lint wordt hierdoor niet aangetast. Een bijgebouw en een nieuwe woning worden achter de bed & breakfast centraal op het perceel gerealiseerd. Alle panden komen op één lijn te staan waardoor er een vrije zichtlijn ontstaat naar natuurgebied het Ilperveld. De nieuwe gebouwen krijgen een hoogwaardige en moderne uitstraling waarbij de kenmerkende Noord-Hollandse stijl zichtbaar blijft. De driedeling met een grote transparantie tussen de bed & breakfast, bijgebouw en woning straalt rust en eenheid uit. 2.4.5

Beleidsnota Archeologie gemeente Landsmeer (2011)

De gemeente Landsmeer heeft op 28 februari 2011 de Beleidsnota Archeologie gemeente Landsmeer vastgesteld. De gemeente heeft in deze notitie verwoord hoe ze om wil gaan met archeologie binnen de gemeentegrenzen. Bovendien zijn in de notitie de archeologische verwachtingswaarden binnen de gemeente Landsmeer vastgesteld. Hieraan ten grondslag ligt een inventarisatie van het gemeentelijk bodemarchief waarin is onderzocht welke archeologische resten reeds bekend zijn en welke verwacht worden. Op basis hiervan is de gemeente verdeeld in verschillende archeologiegebieden, elk met eigen 'spelregels', die bepalen bij welke planomvang en diepte rekening moet worden gehouden met archeologie. De regimes zijn weergegeven op een Beleidskaart Archeologie die verwerkt is in het geldende bestemmingsplan Het Lint. In paragraaf 3.2 Erfgoed is dieper ingegaan op de geldende archeologieregimes in het plangebied. 2.4.6

Beleidsnotitie Bed & Breakfast 2011

In november 2011 is de gemeentelijke Beleidsnotitie Bed & Breakfast 2011 vastgesteld. Hierin is het beleid voor nieuwe situaties met een bed & breakfast beschreven. Bestaande bed & breakfasts worden individueel beoordeeld en afgewogen. In de beleidsnotitie wordt gesteld dat het faciliteren van mogelijkheden voor bed & breakfasts aansluit bij het Rijksbeleid en provinciaal beleid over toeristische en verblijfsrecreatieve voorzieningen. Een bed & breakfast heeft een toegevoegde waarde voor Landsmeer. Landsmeer kent een recreatieve en natuurlijke omgeving; denk aan Het Twiske en het Ilperveld. Door mensen de mogelijkheid te geven om in Landsmeer te overnachten, maakt dit Landsmeer als natuur- en recreatiegebied toegankelijker. Door aanvragen voor bed & breakfasts te toetsen aan de voorwaarden die gelden voor 'bedrijven aan huis' in bestemmingsplannen, wordt geregeld dat deze logiesfunctie ruimtelijk aanvaardbaar wordt ingepast in de (woon)omgeving. De regeling 'beroep of bedrijf aan huis' regelt in ieder geval: ondergeschiktheid aan de woonfunctie; beperking in oppervlakte; uitsluiten van detailhandel; parkeren op eigen terrein.

19

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

2.4.7

Conclusie

Voorliggend planvoornemen van dit bestemmingsplan sluit goed aan bij het ingeslagen ontwikkelingsspoor ten aanzien van economie, recreatie en toerisme in de gemeentelijke toekomstvisie. Het voorgenomen plan betreft een maatwerksituatie waardoor de oppervlakte van de te realiseren bed & breakfast enigszins afwijkt van het gemeentelijk gevoerde beleid in de beleidsnotitie hieromtrent. Verder voldoet de bed & breakfast aan de gestelde uitgangspunten. De ondergeschiktheid van de bed & breakfast als nevenactiviteit bij de woonbestemming in dit bestemmingsplan is gewaarborgd, detailhandel is niet mogelijk en het parkeren vindt op eigen terrein plaats.

20

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Hoofdstuk 3

Omgevingsaspecten

Uit de bestaande omgevingssituatie kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden voor een planvoornemen blijken. Uitgangspunt is dat er een goede omgevingssituatie bestaat. In de volgende paragrafen zijn de randvoorwaarden voortkomend uit de omgevingsaspecten voor het plangebied beschreven en beoordeeld op eventuele beperkingen voor het planvoornemen dat met deze ruimtelijke onderbouwing voorligt.

3.1

Hinder van bedrijven

Wet- en regelgeving Bedrijven (of andere milieubelastende bedrijvigheid) in de directe omgeving van woningen of (andere) milieugevoelige gebieden kunnen daar (milieu)hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen bedrijven en woningen noodzakelijk. Er dient te worden aangetoond dat het planvoornemen geen belemmering vormt voor nabijgelegen functies of andersom. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. De afstanden van de VNG-brochure zijn bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. Er kunnen twee omgevingstypen voor toetsing worden onderscheiden, te weten 1. een rustige woonwijk of rustig buitengebied en 2. een gemengd gebied.

Functiescheiding In een rustige woonwijk of rustig buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, die in een lijst bij omgevingstype 1 zijn opgenomen, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie tot een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies leidt. Functiemenging In gemengde gebieden is bij de aanwezigheid en het naast elkaar samengaan van uiteenlopende hinderveroorzakende en hindergevoelige functies sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe bestaat de methode dat de bij functiescheiding op grond van de VNG-brochure aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (milieucategorie 1 wordt 0, 2 wordt 1, 3.1 wordt 2, etc.). Onderzoek Het plangebied ligt in een gemengd gebied, aangezien in de directe omgeving er diverse functies naast elkaar voorkomen, zoals bedrijven en voorzieningen en woningen. Er dient te worden beoordeeld in hoeverre er hinder van bedrijven op de nieuw te realiseren hindergevoelige woning kan optreden. Ook andersom is het noodzakelijk om te beoordelen of bestaande hinderveroorzakende functies niet door de introductie van een nieuwe hindergevoelige bestemming worden belemmerd.

Nabijgelegen b edrijvigheid De dichtstbijzijnde bestaande bedrijvigheid, met milieucategorie 2, ligt aan Noordeinde 17. De bijbehorende minimale richtafstand ten opzichte van hindergevoelige objecten is 10 m in gemengd gebied. Het bedrijf ligt op meer dan 28 m afstand van de nieuw te bouwen woning in het plangebied. Het planvoornemen voldoet hiermee ruimschoots aan de richtafstand. Ook de bedrijvigheid van milieucategorie 2 aan Noordeinde 8a en Noordeinde 20-22 liggen met minimaal 45 m op voldoende afstand van het plangebied. Met het planvoornemen wordt een bed & breakfast gerealiseerd en zal verhuur van kano- en fluisterboten plaatsvinden. Hierover wat betreft mogelijk te veroorzaken bedrijvenhinder het volgende: Een bed & breakfast wordt niet specifiek genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten maar kan worden

21

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

aangemerkt als een logiesverblijf (hotel/pension, SBI-code 5510) gezien de aard van de activiteiten. De bed & breakfast valt onder milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand tot hindergevoelige objecten in gemengd gebied van 0 m. Omliggende woningen liggen buiten de genoemde richtafstand. Naast een bed & breakfast zal verhuur van kano- en fluisterboten als nevenactiviteit plaatsvinden. Omdat het om zeer kleinschalige verhuur gaat (10 boten), valt bedrijvenhinder van deze activiteiten niet te verwachten. Conclusie De uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan wordt niet door het aspect hinder van bedrijven belemmerd.

3.2

Erfgoed

Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Onderzoek Archeologie Op het plangebied zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' uit het geldende bestemmingsplan Het Lint van toepassing.

Deze dubbelbestemmingen zien toe op archeologische bescherming van de hiermee aangewezen gronden en de archeologische onderzoeksplicht bij ingrepen van een bepaalde grootte. De archeologische beschermingsregeling houdt in dat er in beginsel geen bouwwerken mogen worden gerealiseerd. Verschillende afwijkingsregels zijn hierop echter van toepassing. Zo zijn in het meest strenge beschermingsregime van 'Waarde - Archeologie 1' bouwwerken toegestaan ter vervanging of uitbreiding van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 50 m 2 wordt uitgebreid (art. 23.2 lid a van het geldende bestemmingsplan). Met het planvoornemen vindt de sloop van in totaal 1.182 m 2 aan bebouwing plaats. De nieuwbouw betreft in totaal een oppervlakte van 504 m 2 waarbij, op 11 m 2 na, gebruik wordt gemaakt van de bestaande betonnen verharding als fundering. Op grond van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' is derhalve geen archeologisch onderzoek nodig. Alle drie in het gebied van toepassing zijnde archeologische dubbelbestemmingen zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan ter voortzetting van de bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Cultuurhistorie Als handreiking voor het onderzoek naar cultuurhistorie is de Leidraad landschap en cultuurhistorie 2018 van de provincie Noord-Holland beschikbaar.

Hierop is in subparagraaf 2.2.4 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 reeds ingegaan. Daarnaast ligt het plangebied in het Belvedère-gebied Waterland (voortkomend uit de vroegere cultuurhistorische rijksnota Belvedère). In dit gebied wordt gestreefd naar behoud en versterking van het cultuurhistorisch waardevolle landschap. Het open en groene karakter is zeer kenmerkend.

22

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Het open en groene karakter wordt met het planvoornemen verder versterkt. Het planvoornemen voorziet in de sloop van 1.182 m 2 aan gebouwen. Er wordt voor 504 m 2 aan nieuwbouw voorzien. Daarnaast wordt een deel van het plangebied bestemd als 'Groen' met de nadere aanduiding "specifieke vorm van groen landschappelijk groen". In het plangebied komen verder geen monumenten of karakteristieke gebouwen voor en er is evenmin sprake van aardkundige waarden.

Figuur 6. Belvedere-gebied Waterland, plangebied rood omlijnd Conclusie De uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan wordt niet belemmerd door archeologische waarden. Cultuurhistorische waarden staan de realisatie van het planvoornemen ook niet in de weg.

3.3

Ecologie (en stikstof)

Normstelling en beleid In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het conform artikel 3.1.6 Bro (Besluit ruimtelijke ordening) noodzakelijk om aandacht te besteden aan de effecten op natuurwaarden. Effecten dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van zowel de soorten- als wel de gebiedsbescherming. Deze beoordeling vindt plaats in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb) die per 1 januari 2017 in werking is getreden en het provinciale gebiedsgerichte natuurbeleid. Voor wat betreft de effecten op natuurwaarden moet onder meer aangegeven worden of er als gevolg van een plan vergunningen of ontheffingen noodzakelijk zijn en, zo ja, of deze verkregen kunnen worden. Ecologische quickscan Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen van dit bestemmingsplan te toetsen, is door ecologisch onderzoeksbureau Els & Linde uit Hilversum een onderzoek uitgevoerd naar de effecten op eventuele beschermde waarden in het plangebied en in de omgeving daarvan. Deze zogeheten ecologische quickscan is als Bijlage 1 opgenomen. Hieruit blijkt het volgende ten aanzien van: Soortenbescherming In de bestaande bedrijfswoning kunnen huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen voorkomen. Op het terrein is de aanwezigheid van marters en waterspitsmuizen niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek hiernaar is noodzakelijk.

Gebiedsb escherming Het beschermde Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske ligt naast het plangebied. Werkzaamheden betreffen sloop van de huidige bebouwing ter vervanging door realisatie van 4 suites voor bed & breakfast, een woning, een boothuis en een aanlegsteiger. Hiervoor wordt materieel ingezet waarbij een verhoogde stikstofdepositie op het naastgelegen Natura 2000-gebied niet kan worden uitgesloten. Hierom zijn door Els & Linde berekeningen naar de stikstofdepositie vanwege de inzet van kranen, heistellingen en graafmachines uitgevoerd. Het memo hierover is als Bijlage 2 opgenomen, waaronder de berekeningen middels de Aerius-calculator met betrekking tot de bouw- en gebruiksfase van

23

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

de bed & breakfast ten behoeve van ten hoogste 4 suites. Uit het memo en de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er geen verhoogde stikstofdepositie als gevolg van het planvoornemen plaatsvindt, en dus ook geen significant negatieve effecten op stikstofgevoelige, beschermde natuurgebieden. Conclusie Gelet op vorenstaande conclusies met betrekking tot de soortenbescherming kan op voorhand nog niet worden geconcludeerd dat aan natuurwet- en regelgeving als gevolg van het planvoornemen van dit bestemmingsplan kan worden voldaan. Nader onderzoek is noodzakelijk naar vleermuis, huismus, gierzwaluw en marter, en mogelijk ook waterspitsmuis. De ecologische uitvoerbaarheid van het voorliggende plan kan derhalve nog niet worden aangetoond, maar is onderwerp van nadere, aanvullende onderzoeken die momenteel in uitvoering zijn. De resultaten en mogelijke consequenties die voortkomen uit de hiertoe te verrichten vervolgonderzoeken worden uiterlijk bij de (al dan niet gewijzigde) vaststelling van dit bestemmingsplan verwerkt. Het effect op beschermde natuurgebieden is verder berekend op 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is voor het planvoornemen aangetoond dat voorliggend bestemmingsplan geen activiteit mogelijk maakt die negatieve gevolgen voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden heeft. In dat kader is geen vergunning van de Wnb nodig.

3.4

Externe veiligheid

Wet- en regelgeving Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als wel op het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Onderzoek In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Op de risicokaart staan verschillende risico-ontvangers en risicobronnen aangegeven. Voor dit bestemmingsplan is op de risicokaart nagegaan of er ook aandachtspunten (in dit geval risicobronnen) op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn. Dit blijkt in de wijde omgeving van het plangebied (minimaal 1,4 km) niet het geval te zijn. Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen van dit bestemmingsplan.

3.5

Geluidhinder

Wet- en regelgeving Het geluidsaspect is in de Wet geluidhinder (Wgh) geregeld en valt in verschillende hinderbronnen uiteen (behalve luchtvaartlawaai want dat is in de Luchtvaartwet vastgelegd en verwerkt in de provinciale ruimtelijke verordening). De Wgh is er op gericht om geluidhinder vanwege spoorweg-, industrie- en wegverkeerslawaai te voorkomen en te beperken. Van de mogelijkheid tot spoorweglawaai en industrielawaai is in het plangebied geen sprake. Daarom is in navolgende alleen op wegverkeerslawaai ingegaan. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. Onderzoek Een logiesmogelijkheid wordt in de jurisprudentie niet als een geluidgevoelig object aangemerkt, aangezien geen permanente bewoning mag plaatsvinden. De omzetting van de bestaande agrarische dienstwoning op het voorerf naar een bed & breakfast wordt dan ook niet belemmerd door de Wgh. De nieuw op het achtererf te realiseren woning betreft wel een geluidgevoelig object in de zin van de Wgh. Dat betekent dat onderzoek in beginsel noodzakelijk is naar de geluideffecten als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van in de omgeving aanwezige openbare weginfrastructuur. In het geval van voorliggend plangebied gaat het hierbij om het Noordeinde.

Ter hoogte van het plangebied is sprake van een

24

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

snelheidsregime van maximaal 50 km/uur. Derhalve geldt voor het Noordeinde op basis van artikel 74 Wgh een geluidzone voor toetsing van 200 m. De voorgevel van de nieuwe woning ligt op 100 m van het Noordeinde en daarmee binnen de geluidzone van de weg. De nieuw te bouwen woning zal echter op één lijn komen te staan achter de huidige bebouwing (bestaande bedrijfswoning die wordt verbouwd naar een bed & breakfast, alsook de schuur/botenhuis ten behoeve van de toekomstige kano- en fluisterbootverhuur). Gelet op de forse afschermende werking van tussenliggende bebouwing is het niet aannemelijk dat geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de nieuwe woning zal worden ondervonden. Hierom is afgezien van verder akoestisch onderzoek. Gelet op de bestaande geluidssituatie wordt bovendien ook geen geluidshinder van wegverkeerslawaai op een dusdanig afstand van de weg verwacht. Conclusie Dit bestemmingsplan wordt uitvoerbaar geacht met betrekking tot geluidhinder van wegverkeerslawaai.

3.6

Luchtkwaliteit

Wet- en regelgeving In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m 3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 µg/m 3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekenende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn onder andere projecten vrijgesteld die leiden tot minder dan 3% verslechtering van luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m 3 NO2 of PM10). Deze grens komt overeen met 1.370 auto's dan wel 133 vrachtwagens per weekdagetmaal (Grenswaarde per 28-03-2019). PM10 en PM2,5 zijn overigens sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden. Onderzoek Het planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van een bed & breakfast, een woning en een kleinschalige kano- en fluisterbootverhuur (voor 10 vaartuigen).

Een nieuwe vrijstaande koopwoning leidt maximaal tot 8,6 motorvoertuigbewegingen per dag, mvtb/dag, ('rest bebouwde kom', 'weinig stedelijk gebied', kencijfers CROW-publicatie 381 uit 2018). Omdat de CROW-publicatie geen kencijfers geeft over bed & breakfasts is aangesloten bij kencijfers met betrekking tot een categorie 3*-hotel. Hiervoor geldt per 10 kamers een verkeersgeneratie van maximaal 16,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvtb/dag).Voor een suite in de voorgenomen bed & breakfast wordt derhalve uitgegaan van maximaal 1,64 mvtb/dag ('rest bebouwde kom', 'weinig stedelijk gebied', kencijfers CROW 2018). Voor het planvoornemen betekent dit het volgende: Wonen = 8,6 mvtb/dag; Bed & breakfast = 1,64 maal 4 suites = 6,56 mvtb/dag. De kleinschalige kano- en fluisterbootverhuur van niet meer dan 10 kano's/fluisterboten zal hooguit tot een tiental motorvoertuigbewegingen per dag leiden. In totaal wordt de toename van het aantal dagelijks motorvoertuigbewegingen op ten hoogste circa 25 geschat. Dit is een zodanig geringe toename dat deze als 'niet in betekenende mate' voor de luchtkwaliteit mag worden beschouwd. Bovendien moet in ogenschouw worden genomen dat het plangebied in het verleden ook een zekere verkeersaantrekkende werking had, waardoor de nu verwachte verkeerstoename in feite nog lager is.

25

bestemmingsplan Noordeinde 13 te Landsmeer

Conclusie Dit bestemmingsplan wordt niet door de wettelijk gestelde eisen wat betreft het aspect luchtkwaliteit belemmerd en dient te worden beschouwd als 'nibm'.

3.7

Water

Wet- en regelgeving Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate er gevolgen zijn voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel hiervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Het gaat hierbij om de thema's waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Waterwet De Waterwet, die per 22 december 2009 van kracht is geworden, heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van deze wetgeving. Daarnaast heeft het Nationaal Waterplan (NWP), waarvan de eerste versie tegelijk met de Waterwet is verschenen, een formele rol in de ruimtelijke ordening. Het eerste NWP is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wro.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=15e37ad9-7466-4d17-8d10-f4328db834ea