CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor RES Noord-Holland Zuid

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: EXTERN11.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Eerste RESMonitor

Samen aan de slag!

Noord-Holland Zuid • september 2022

Leeswijzer Eerste RES-monitor Dit is de eerste RES-monitor na oplevering en vaststelling van de RES 1.0 in juni/juli 2021. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de afspraken in het Uitvoeringsprogramma (december 2021) over de monitoring. In komende monitors wordt de ontwikkeling zichtbaar ten opzichte van de RES 1.0. Op deze manier worden trends zichtbaar zodat betrokkenen in het proces kunnen bijsturen waar dat nodig of gewenst is.

RES 1.0 als startpunt De ambities en zoekgebieden uit de RES 1.0 zijn het startpunt van de monitoring, maar de wereld staat niet stil. De techniek schrijdt voort en daarmee de (technische) potentie voor de opwekking van elektriciteit in de zoekgebieden. De nieuwe ‘rekenregels’ die daarvan het gevolg zijn, zijn verwerkt in deze monitor.

Monitoring op vier hoofdonderdelen De monitor bestaat uit vier hoofdonderdelen: elektriciteit, elektriciteitsinfrastructuur, proces en warmte. In de bijlagen treft u de uitgangspunten en definities aan.

In het document zijn buttons verwerkt. Buttons zijn voor navigatie in het document.

Naar de inhoudsopgave

Naar een Hoofdstuk

i Voor meer informatie over de methodiek en belangrijke aandachtspunten bij de analyse.

Backbutton

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

2

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

3

Index 70

6

Samenvatting

12

Elektriciteit

70

22

43

9

Elektriciteitsinfrastructuur 43

Inleiding 13

Noord-Holland Zuid

23

43

14

Amstelland

16

Amsterdam

17

Haarlemmermeer

19

IJmond & Zuid-Kennemerland

20

31

24

Aansluiting op het elektriciteitsnet

25

Amstelland:

33

• Knelpunten en kansen infrastrucuur • Mogelijke aansluitperiode 27

29

IJmond & Zuid-Kennemerland: • Knelpunten en kansen infrastrucuur • Mogelijke aansluitperiode

Amsterdam: • Knelpunten en kansen infrastrucuur • Mogelijke aansluitperiode

Zaanstreek/Waterland

Haarlemmermeer: • Knelpunten en kansen infrastrucuur • Mogelijke aansluitperiode

43

Gooi en Vechtstreek

18

Inleiding

35

Zaanstreek/Waterland: • Knelpunten en kansen infrastrucuur • Mogelijke aansluitperiode

Gooi en Vechtstreek: • Knelpunten en kansen infrastrucuur • Mogelijke aansluitperiode

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

4

70

37

Proces

47

Warmte

58

Bijlagen

59

Toelichting elektriciteit

69

Bronnen

43

38

Inleiding

48

Inleiding

• Nadere uitleg bij berekeningen • Nadere uitleg bij verbruik en groei aandeel zon op dak

43

40

41

42

43

Planstadium zoekgebieden Noord-Holland Zuid Planstadium zoekgebieden Amstelland Planstadium zoekgebieden Amsterdam Planstadium zoekgebieden Gooi en Vechtstreek

44

Planstadium zoekgebieden Haarlemmermeer

45

Planstadium zoekgebieden IJmond & Zuid-Kennemerland

46

Planstadium zoekgebieden Zaanstreek/Waterland

50

Vraag - gebouwde omgeving

51

Aanbod 63

52

53

Warmtenetten

Toelichting elektriciteitsinfrastructuur • Aandachtspunten analyse • Kansen en knelpunten per deelregio • Mogelijke aansluitperiode per deelregio

Woningen • Verwarmen van woningen • Energielabels • Van het gas af • Stand van zaken TVW's • Kansrijke startbuurten TVW

67

Toelichting warmte Toelichting opbouw warmtevraag

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

5

Samenvatting

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

6

Elektriciteit 70

In de RES 1.0 heeft de RES-regio NoordHolland43Zuid het bod gedaan om 2,7 TWh (2700 GWh) hernieuwbare elektriciteit op te wekken in 2030. Hiervan is vandaag de dag (juni 2022) 26 procent (704 GWh) gerealiseerd (zie figuur hiernaast). In de RES 1.0 stond dat van het bod van 2,7 TWh, 0,7 TWh al werd opgewekt. Toen werd anders gerekend, de gerealiseerde opwek én die waar een subsidie voor was verleend (pijplijn) werden bij elkaar opgeteld. Nu telt voor ‘gerealiseerd’ alleen het daadwerkelijk gerealiseerde aanbod. Bij publicatie van de RES 1.0 (april 2021) werd 13 procent (346 GWh) van het regionale bod duurzaam opgewekt. De inspanningen om in juni 2022 tot deze 704 GWh duurzame opwekking te komen kenden een lange doorlooptijd en de voorbereidingen waren grotendeels al in gang gezet toen de RES 1.0 werd opgesteld.

43

Van de resterende opgave richting 2030 om 2,0 TWh (1996 GWh) hernieuwbaar op te wekken wordt het overgrote deel voorzien door zon op grote daken (77,1 procent) en

zon op veld (14,5 procent). Dit betekent dat er tot 2030 een verachtvoudiging nodig is ten opzichte van de huidige productie van elektriciteit op grote daken. Ten aanzien van zon op veld is bijna een vernegenvoudiging nodig. Om dit tijdig te realiseren is het nodig om de vergunningen voor deze projecten op 1 januari 2025 afgegeven te hebben. Dat betekent dat er vanaf nu, oktober 2022, nog ruim twee jaar de tijd is om de zoekgebieden uit de RES zover uit te werken dat alle benodigde vergunningen tijdig worden verleend en de bouw van deze projecten voor 1 januari 2030 is afgerond. Ten opzichte van de RES 1.0 is er sprake van een stijging van 32 procent (+236 GWh) in de optelsom van bestaande opwekking en de in voorbereiding zijnde plannen voor hernieuwbare opwekking (‘pijplijn‘). Ook de duurzame elektriciteit die in potentie kan worden opgewekt in de zoekgebieden neemt toe, namelijk met 14 procent (+301 GWh). Deze laatste stijging is toe te rekenen aan verbeterde technieken voor zonne-energie.

Eerste RES-Monitor

Bestaande duurzame opwekking en pijplijn t.o.v. regionale bod RES 1.0

4000

3500

3000

2500

2000

1956

1720 1500

1000

276 398

500

704 346 0 IJkmoment RES 1.0 januari 2021

Bestaande opwekking

IJkmoment RES monitor 1.0 juni 2022 Pijplijn

GWh

Regionaal RES-bod NHZ

Noord-Holland Zuid

7

Elektriciteitsinfrastructuur 70

43

70

In de RES-regio kan 15 procent van de zoekgebieden direct in 2022 worden aangesloten 43 omdat er vooralsnog voldoende vermogen op verdeelstationsniveau en voldoende velden (“stopcontacten”) beschikbaar zijn. 40 procent van de zoekgebieden kan naar verwachting tussen 2023 en 2027 worden aangesloten, 5 procent tussen 2027 en 2030.

Van de 70 (deel)zoekgebieden in NoordHolland Zuid zijn er 23 (nog) niet in 43 voorbereiding en 38 in de verkenningsfase. Zes zoekgebieden zijn in het stadium van planvorming, twee zijn in de ontwerpfase en één is in de realisatiefase.

43

70

Van 40 procent van de zoekgebieden is de verwachte aansluitperiode nog niet bekend. Dit wordt nader onderzocht. 43

Zon op dak Zon op dak is niet meegenomen in de capaciteitsanalyse. Het gaat om veel daken en een aansluiting is afhankelijk van veel lokale factoren. Daarom is nog niet te zeggen of de aansluiting van zon op dak in deze hoeveelheid mogelijk is voor 2030. De netbeheerder werkt samen met initiatiefnemers om hier duidelijkheid in te krijgen.

Proces

43

Warmte Tussen 2017 en 2020 is het aardgasverbruik van de gebouwde omgeving jaarlijks met 2,1 procent gedaald. Ook het aantal woningen met aardgas als hoofdverwarmingsinstallatie, daalde in deze periode (met ruim 3%). Daarnaast neemt het aantal woningen zonder gasaansluiting toe met 2 procent tussen 2017 en 2020.

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

8

Inleiding

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

9

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

10

Gezamenlijk zicht houden op voortgang RES

Eerste RES-monitor

Monitoring op vier hoofdonderdelen

Methodiek,bronnen en peildatum

In december 2021 is een uitvoeringsprogramma opgesteld om vast te leggen hoe gemeenten, provincie en waterschappen de komende jaren uitvoering willen geven aan de RES 1.0. In het uitvoeringsprogramma is onder andere afgesproken om de voortgang van de RES te monitoren. De monitor moet inzicht bieden in de opwekking van elektriciteit, (on)mogelijkheden op het elektriciteitsnet, ontwikkelingen in warmtevraag- en aanbod en de voortgang rondom het proces van de RES (draagvlak, ruimtelijke inpassing, borging in beleid, etc.).

Voorliggend document is de eerste RES-monitor. Dit betekent dat nog niet alle beoogde onderdelen kunnen worden gemonitord. Het proces van het opzetten van de eerste RES-monitor had met name als doel ervaring op te doen met de monitoringssystematiek en een leidraad te vormen voor het vervolg.

De monitor bestaat uit vier hoofdonderdelen: • Elektriciteit: wat is de huidige en potentiele opwekking en hoe is de voortgang? • E  lektriciteitsinfrastructuur: kansen en knelpunten voor het aansluiten van energieprojecten op de elektriciteitsinfrastructuur. • P  roces: in welk stadium bevinden zoekgebieden zich en wat gebeurt er op het gebied van ruimtelijke inpassing, maatschappelijke draagvlak en borging in beleid • W  armte: wat zijn de ontwikkelingen op het gebied van warmtevraagen aanbod, warmtenetten, gasloze woningen en de transitievisies warmte (TVW’s).

De monitor is gebaseerd op reeds beschikbare informatie. De belangrijkste bronnen voor de monitor zijn de gebiedspaspoorten (RESviewer), de Klimaatmonitor en het Warmtedataregister. Voor informatie over de elektriciteitsinfrastructuur is samengewerkt met de netbeheerder. Soms wijkt de gepresenteerde informatie af van die uit andere bronnen. Gekozen is voor de bronnen die aansluiten bij de scope en definities van de RES en waarmee regio’s kunnen worden vergeleken. Als peildatum voor de berekeningen is 1 juni 2022 aangehouden. In toelichtingen is op punten meer recente informatie gebruikt om recht te doen aan de actuele situatie. In de bijlagen treft u de uitgangspunten, definities en bronnen aan.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

11

70

Elektriciteit 43

43

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

12

Noord-Holland Zuid

Duurzame opwekking tov. Regionaal bod RES 1.0

4000

3500

3000

Duurzame opwekking elektriciteit Van het regionaal bod van 2,7 TWh (2700 GWh) is vandaag de dag 26% (704 GWh) gerealiseerd met duurzame opwekking in de RES-regio. Momenteel wordt 60% van de duurzame elektriciteit opgewekt met windturbines (423 GWh). De overige elektriciteitsopwekking gebeurt met zonnepanelen.

2500

2.503

Ontwikkeling elektriciteitsverbuik (gebouwde omgeving)

2000

1500

10000 8000

1000 6000

276

4000 2000

Ten opzichte van de RES 1.0 is er een stijging van 32% (+236 GWh) in de bestaande opwekking en pijplijn te zien. Dit betreft 65 GWh aan wind en 171 GWh aan zon. Ook de potentie laat een toename zien van 14% (+301 GWh) ten opzichte van de RES 1.0. Dit laatste komt door de toegenomen technische potentie van zonnepanelen.

GWh

0

500 9.270

9.268

9.038

2018

2019

2020

704 0 Totaal

Bestaande opwekking

Pijplijn

Potentie

GWh

Regionaal bod / Deelregionale ambitie

Verdeling duurzame opwekking per type

Verdeling potentie

Elektriciteitsverbruik Het elektriciteitsverbruik over de afgelopen jaren is stabiel. Zie de toelichting voor meer informatie.

8,3%

14,5% 1.930

77,1%

227 54 423

Wind op land

Eerste RES-Monitor

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

215 61 0

Bestaande opwekking

Pijplijn

Wind op land

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

364 209 Potentie

GWh

i

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

Noord-Holland Zuid

13

Amstelland

Duurzame opwekking tov. Regionaal bod RES 1.0

500

450

400

Duurzame opwekking elektriciteit

350

In de RES 1.0 is voorzien dat de deelregio Amstelland 376 GWh bijdraagt aan het regionale bod. Vandaag de dag wordt 42 GWh hernieuwbare energie opgewekt. Momenteel wordt met zon op daken vrijwel de gehele duurzame opwekking gerealiseerd.

371

300

Ontwikkeling elektriciteitsverbuik (gebouwde omgeving)

250

200 2000 150

100

23

Ten opzichte van de RES 1.0 is er een stijging van 14% (+8 GWh) in de bestaande opwekking en pijplijn te zien. Dit betreft 1 GWh aan wind en 7 GWh aan zon. Ook de potentie laat een toename zien van 16% (+51 GWh) ten opzichte van de RES 1.0. Dit laatste komt door de toegenomen technische potentie van zonnepanelen.

GWh

0

?

783

745

2018

2019

2020

50

42 0 Totaal

Bestaande opwekking

Potentie

Regionaal bod / Deelregionale ambitie

Verdeling duurzame opwekking per type

Verdeling potentie

Elektriciteitsverbruik Omdat voor de deelregio niet alle gegevens bekend zijn, is de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik niet goed in beeld te brengen. Zie de toelichting voor meer informatie.

Pijplijn

GWh

17,9% 244

16,4% 65,8% 61

3

Wind op land

Eerste RES-Monitor

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

34 5

23 0

Bestaande opwekking

Pijplijn

Wind op land

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

66 Potentie

GWh

i

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

Noord-Holland Zuid

14

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

15

Amsterdam

Duurzame opwekking tov. Regionaal bod RES 1.0

900

800

700

Duurzame opwekking elektriciteit

600

In de RES 1.0 is voorzien dat de deelregio Amsterdam 676 GWh bijdraagt aan het regionale bod. In het 2e kwartaal van 2022 werd 307 GWh hernieuwbare energie opgewekt. Daarvan werd ca. 72% (221 GWh) van de duurzame opwekking met windturbines gerealiseerd.

381

Ontwikkeling elektriciteitsverbuik (gebouwde omgeving)

500

400

75

6000

300

4000

200

307 2000

Ten opzichte van de RES 1.0 is er een stijging van 29% (+85 GWh) in de bestaande opwekking en pijplijn te zien. Dit betreft 37 GWh aan wind en 48 GWh aan zon.

GWh

0

4.037

4.036

3.862

2018

2019

2020

100

0 Totaal

Bestaande opwekking

De totale ambitie voor duurzame opwekking in Amsterdam is vastgesteld in de routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Voor windenergie bedraagt dit 127 MW in 2030 en voor zonne-energie bedraagt dit 550 MW (495 GWh) in 2030 en 1100 MW (990 GWh) in 2040. Daarnaast worden kansen voor opwekking benut langs bijvoorbeeld infrastructuur, (tijdelijke) braakliggende terreinen, boven parkeerplaatsen en op water. In deze RES monitor wordt echter alleen zon op grote daken gemonitord.

72%

Potentie

81

274

5

221 75

Elektriciteitsverbruik Het elektriciteitsverbruik laat over de afgelopen jaren een daling zien. Zie de toelichting voor meer informatie. Wind op land

Eerste RES-Monitor

Regionaal bod / Deelregionale ambitie

Verdeling duurzame opwekking per type

Verdeling potentie

28%

Pijplijn

GWh

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

0

Bestaande opwekking

Pijplijn

Wind op land

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

107 GWh Potentie

i

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

Noord-Holland Zuid

16

Gooi en Vechtstreek

Duurzame opwekking tov. Regionaal bod RES 1.0

350

300

Duurzame opwekking elektriciteit

250

In de RES 1.0 is voorzien dat de deelregio Gooi en Vechtstreek 224 GWh bijdraagt aan het regionale bod. Vandaag de dag wordt 19 GWh hernieuwbare energie opgewekt (bron: studie RHDHV).

200

Ontwikkeling elektriciteitsverbuik (gebouwde omgeving)

150

274

2000

100

Ten opzichte van de RES 1.0 is er een stijging van 20% (+5 GWh) in de bestaande opwekking en pijplijn te zien. Dit betreft 5 GWh aan zon. De potentie laat een toename zien van 38% (+75 GWh) ten opzichte van de RES 1.0. Dit laatste komt door de toegenomen technische potentie van zonnepanelen. Vooral de ambitie van Hilversum om in 2030 alle grote daken te hebben benut, leidt tot een toename van de potentie.

50

GWh

0

762

745

738

2018

2019

2020

Bestaande opwekking

0

Totaal

GWh

Potentie

Regionaal bod / Deelregionale ambitie

Verdeling duurzame opwekking per type

Verdeling potentie

Daarbij moet worden opgemerkt dat vanaf eind maart 2022 de gemeente Weesp onderdeel van de gemeente Amsterdam is geworden. Deze wijziging is na overleg in deze monitor nog niet doorgevoerd, wat betekent dat Weesp in deze monitor wordt meegerekend bij de deelregio Gooi en Vechtstreek.

Pijplijn

12 19

3,6%

264

96,4% 19

Elektriciteitsverbruik Het elektriciteitsverbruik laat over de afgelopen jaren een lichte daling zien. Zie de toelichting voor meer informatie.

Wind op land

Eerste RES-Monitor

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

12 0

Bestaande opwekking

Pijplijn

Wind op land

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

10 Potentie

GWh

i

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

Noord-Holland Zuid

17

Haarlemmermeer

Duurzame opwekking tov. Regionaal bod RES 1.0

900

800

700

Duurzame opwekking elektriciteit

600

In de RES 1.0 is voorzien dat de deelregio Haarlemmermeer 679 GWh bijdraagt aan het regionale bod. Vandaag de dag wordt 99 GWh hernieuwbare energie opgewekt. Momenteel wordt met zon op daken en met zon op veld ca. 75% (75 GWh) van de duurzame opwekking gerealiseerd.

Ontwikkeling elektriciteitsverbuik (gebouwde omgeving)

wordt veroorzaakt door een misrekening in de RES 1.0 ten aanzien van bestaande opwekking uit windenergie in Haarlemmermeer.

400

521 2000

300

200 1.718

 De -3 GWh aan wind

500

1.769

113

1.789

100

Ten opzichte van de RES 1.0 is er een stijging van 74% (+90 GWh) in de bestaande opwekking en pijplijn te zien. Dit betreft -3 GWh aan wind en 93 GWh aan zon. De potentie laat een afname zien van 6% (-35 GWh) ten opzichte van de RES 1.0. Dit laatste komt omdat een deel van de potentie inmiddels is doorgeschoven naar de pijplijn, dat verklaart ook de grote stijging van bestaande opwekking en pijplijn.

99 GWh

0

2018

2019

0

2020 Totaal

Bestaande opwekking

Pijplijn

Potentie

GWh

Regionaal bod / Deelregionale ambitie

Verdeling duurzame opwekking per type

Verdeling potentie

Elektriciteitsverbruik Het elektriciteitsverbruik laat over de afgelopen jaren een zeer lichte groei zien. Zie de toelichting voor meer informatie.

272

47,8%

52,2%

249 40 35 24

Wind op land

Eerste RES-Monitor

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

53 60 0

Bestaande opwekking

Pijplijn

Wind op land

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

GWh Potentie

i

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

Noord-Holland Zuid

18

IJmond & Zuid-Kennemerland

Duurzame opwekking tov. Regionaal bod RES 1.0

800

700

600

500

Ontwikkeling elektriciteitsverbuik (gebouwde omgeving)

Duurzame opwekking elektriciteit In de RES 1.0 is voorzien dat de deelregio 553 GWh bijdraagt aan het regionale bod. Vandaag de dag wordt 171 GWh hernieuwbare energie opgewekt. Momenteel wordt met windturbines ca. 85% (145 GWh) van de duurzame opwekking gerealiseerd.

400

487

300

2000

200

24

GWh

0

?

1.092

1.069

2018

2019

2020

100

171

0 Totaal

Ten opzichte van de RES 1.0 is er een stijging van 24% (+38 GWh) in de bestaande opwekking en pijplijn te zien. Dit betreft 28 GWh aan wind en 10 GWh aan zon. Ook de potentie laat een toename zien van 23% (+91 GWh) ten opzichte van de RES 1.0. Dit laatste komt door de toegenomen technische potentie van zonnepanelen.

Bestaande opwekking

Potentie

Regionaal bod / Deelregionale ambitie

Verdeling duurzame opwekking per type

Verdeling potentie

Elektriciteitsverbruik

Pijplijn

GWh

7,4% 9%

Omdat niet alle gegevens over de afgelopen jaren bekend zijn, is de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik niet goed in beeld te brengen. Zie de toelichting voor informatie.

407 24 2

83,6%

145

Wind op land

Eerste RES-Monitor

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

24 0

Bestaande opwekking

Pijplijn

Wind op land

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

44 36 Potentie

GWh

i

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

Noord-Holland Zuid

19

Zaanstreek/Waterland

Duurzame opwekking tov. Regionaal bod RES 1.0

700

600

Duurzame opwekking elektriciteit

500

In de RES 1.0 is voorzien dat de deelregio Zaanstreek/ Waterland 407 GWh bijdraagt aan het regionale bod. Vandaag de dag wordt 80 GWh hernieuwbare energie opgewekt. Dit wordt voor 64% opgewekt met zon op grote daken en zon op veld.

400

Ontwikkeling elektriciteitsverbuik (gebouwde omgeving)

469

300

2000 200

100

30

Ten opzichte van de RES 1.0 is er een stijging van 26% (+22 GWh) in de bestaande opwekking en pijplijn te zien. Dit betreft 3 GWh aan wind en 19 GWh aan zon. Ook de potentie laat een toename zien van 47% (+149 GWh) ten opzichte van de RES 1.0. Dit laatste komt door de toegenomen technische potentie van zonnepanelen.

GWh

0

846

833

835

2018

2019

2020

80 0 Totaal

Bestaande opwekking

Pijplijn

Potentie

GWh

Regionaal bod / Deelregionale ambitie

Verdeling duurzame opwekking per type

Verdeling potentie

Elektriciteitsverbruik Het elektriciteitsverbruik laat over de afgelopen jaren een zeer lichte daling zien. Zie de toelichting voor meer informatie.

469

100%

Wind op land

Eerste RES-Monitor

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

42 9 29

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

29 1 0

Bestaande opwekking

Pijplijn

Wind op land

Zon op veld (incl. zon langs infrastructuur)

GWh Potentie

i

Zon op grote daken (incl. zon boven parkeren)

Noord-Holland Zuid

20

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

21

70

Elektriciteitsinfrastructuur 43

43

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

22

Inleiding Inzicht in mogelijke aansluitperiode van zoekgebieden

Voor de eenvoud wordt gesproken over het aansluiten van een zoekgebied. Hier wordt gedoeld op een energie opwek project (zon/wind) binnen het zoekgebied. Liander is in haar analyse uitgegaan dat het één ontwikkeling betreft, ter grootte van de max. potentie van het zoekgebied.

Door Liander is in mei 2022 een analyse gemaakt die inzicht geeft in de mogelijke aansluitperiode van zoekgebieden (gebaseerd op de RES 1.0). De resultaten zijn een momentopname en geven een globaal inzicht in de mogelijkheden en/of de indicatieve werkzaamheden aan de infrastructuur die nodig zijn voordat een zoekgebied aangesloten kan worden. Als eerste wordt een samenvatting gegeven van de resultaten voor heel Noord-Holland Zuid. Vervolgens worden de resultaten per deelregio in meer detail gepresenteerd. De analyse per deelregio bestaat uit twee delen:

Knelpunten en kansen in beeld De analyse van knelpunten kijkt naar twee factoren: beschikbare capaciteit en beschikbare velden (“stopcontacten”). Beschikbare capaciteit gaat over de vraag of er op dit moment genoeg ruimte is op een elektriciteitsstation (afbeelding boven) om opgewekte elektriciteit terug te leveren. Beschikbare velden (afbeelding onder) zijn de aansluitpunten op een verdeelstation die nodig zijn om een energieproject te kunnen aansluiten. Daarnaast heeft Liander een globale inschatting gemaakt of er kansen zijn voor systeemefficiëntie (bijv. vraag/ aanbod combineren, cable pooling, clusteren opwekking, etc.). Elektriciteitsstation

Mogelijke aansluitperiode Liander heeft per zoekgebied een inschatting gemaakt in welke periode zij verwachten dat een zoekgebieden kan worden aangesloten. Dit is gedaan op basis van de huidige knelpunten en benodigde werkzaamheden om deze knelpunten op te lossen. In de analyse is gekeken naar drie perioden: 2022, 2023 t/m 2027 en 2027 t/m 2030.

i Stopcontacten

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

23

Aansluiting op het elektriciteitsnet  Voor de eenvoud wordt gesproken over het aansluiten van een zoekgebied. Hier wordt gedoeld op een energie opwek project (zon/wind) binnen het zoekgebied. Liander is in haar analyse uitgegaan dat het één ontwikkeling betreft, ter grootte van de max. potentie van het zoekgebied.

Circa 15 procent van de zoekgebieden kan direct aangesloten worden Op dit moment kan naar verwachting circa 15 procent van de zoekgebieden (6 zoekgebieden) direct worden aangesloten. In deze gebieden is vooralsnog voldoende vermogen op verdeelstationsniveau en velden (“stopcontacten”) beschikbaar.

Op dit moment is er in die gebieden niet genoeg capaciteit of zijn er niet genoeg velden (“stopcontacten”) beschikbaar om de geplande opwekking aan te sluiten. De netbeheerder heeft in die gebieden wel al uitbreiding voorzien (zie voor meer uitleg de infobutton). Circa 5 procent van de zoekgebieden (2 zoekgebieden) kunnen in de periode 2027 t/m 2030 worden aangesloten.

Ca. 40 procent van de zoekgebieden kan naar verwachting tussen 2023 en 2027 worden aangesloten 14 zoekgebieden kunnen naar verwachting in de periode 2023 t/m 2027 worden aangesloten. Het is dan wel zaak om vanuit de gemeenten de zoekgebieden verder te verfijnen en concreter te maken en het overleg met Liander hierover aan te gaan.

Niet alle zoekgebieden opgenomen in analyse Voor ongeveer 40 procent (15 zoekgebieden) van de zoekgebieden is de verwachte aansluitperiode nog niet bekend. Dit heeft verschillende redenen: 1) het zoekgebied is onvoldoende concreet om een doorrekening te maken, 2) het zoekgebied omvat minder dan 2MW en wordt daarom direct aangesloten op een middenspanningskabel en 3) het is een zoekgebied voor zon op dak. In de huidige analyse zijn zoekgebieden voor zon op dak (nog) niet meegenomen. Voor de volgende monitor probeert Liander meer inzicht te geven in het aansluiten van zon op dak (zie toelichting in bijlage voor meer informatie).

Aantal zoekgebieden naar periode waarin aansluiting naar verwachting mogelijk is

100% 80% 60%

40% 20% 0% Amstelland

Gooi en Vechtstreek

Amsterdam

2022

2023 t/m 2027

Haarlemmermeer

2027 t/m 2030

IJmond & ZuidKennemerland

Zaanstreek/ Waterland

i

Niet in analyse

Bron; Liander

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

24

Amstelland: knelpunten en kansen infrastructuur Naam zoekgebied

Opwekvermogen zoekgebied

01 Diemerscheg

5+15 MW

02 A2/A9 Ouderkerkerplas

10,8 MW

03 A9/Krijgsman

0,93 MW

0,6 MW

04 Oosteinderpoel

05 N201 Burg. Brouwerweg

0,3 MW

06 Zon op bedrijventerreinen

5 MW

07 N196 Poelweg

21 MW

08 Zuiderlegmeerpolder Oost

21+3 MW

09 Gooiseweg

Nu mogelijk

Capaciteit beschikbaar

Velden (stopcontacten) beschikbaar

Kansen voor systeem efficiëntie

 Zoekgebieden met

minder dan 2 MW vermogen worden direct aangesloten op een MSkabel en zijn daarom geen onderdeel de analyse.

 Dit zoekgebied bestaat uit opwek op daken. Dit is geen onderdeel van de analyse van stations en vrije velden.

0,15 MW

Nu deels mogelijk

Nu niet mogelijk

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

25

Amstelland: mogelijke aansluitperiode

Naam zoekgebied

Mogelijk aan te sluiten in:

02 A2/A9 Ouderkerkerplas

2022

01 Diemerscheg 07 N196 Poelweg 08 Zuiderlegmeerpolder Oost

Benodigde werkzaamheden Liander 

Velden (stopcontacten) bijbouwen voor aansluiten zoekgebieden

2023 t/m 2027 +

Meer capaciteitsvermogen bijbouwen in bestaande stations Indicatieve doorlooptijd 2-5 jaar

Eerste RES-Monitor

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

De elektrificatie, groei en verduurzaming in Nederland zorgt ervoor dat we steeds meer capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. Het bijbouwen van verdeelstations en velden is dan ook gedreven door deze integrale opgave en niet enkel door de RES

Noord-Holland Zuid

26

Amsterdam: knelpunten en kansen infrastructuur

Naam zoekgebied 

Opwekvermogen zoekgebied 

Strand/buiteneiland

5,6-16,8 MW

Waternetterrein/Gein

4,4-6 MW

Knooppunt Holendrecht

2,2-3 MW

Havengebied

10 MW

Havengebied-Zuid

15 MW

Noorder IJ-plas / Cornelis Douwes

6,6-9 MW

Ring A10 Noord

6,6-18 MW

Diemerscheg-Amsterdam

6,6-18 MW

Capaciteit beschikbaar

Velden (stopcontacten) beschikbaar

Kansen voor systeem efficiëntie 

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

 Enkel de prioritaire zoekgebieden zijn opgenomen in de analyse.

Voor de analyse van de infrastructuur is als uitgangspunt de maximale potentie van een zoekgebied genomen indien er door de regio geen vermogen is opgenomen. Dit zal in een nadere fase door de regio verder worden geconcretiseerd. De inzichten vanuit de infrastructuur kunnen hierdoor wijzigen.

Nu mogelijk  Geen analyse

uitgevoerd voor kansen voor systeemefficientie. Nu deels mogelijk

Nu niet mogelijk

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

27

Amsterdam: mogelijke aansluitperiode

Naam zoekgebied

Mogelijk aan te sluiten in:

Strand/buiteneiland

2022

Waternetterrein/Gein

Benodigde werkzaamheden Liander 

Knooppunt Holendrecht Havengebied Havengebied-Zuid Noorder IJ-plas / Cornelis Douwes

2023 t/m 2027

Velden (stopcontacten) bijbouwen voor aansluiten zoekgebieden

+

Meer capaciteitsvermogen bijbouwen in bestaande stations Indicatieve doorlooptijd 2-5 jaar

Ring A10 Noord Diemerscheg-Amsterdam

2027 t/m 2030

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

De elektrificatie, groei en verduurzaming in Nederland zorgt ervoor dat we steeds meer capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. Het bijbouwen van verdeelstations en velden is dan ook gedreven door deze integrale opgave en niet enkel door de RES

Er zal een nieuw station gebouwd moeten worden Indicatieve doorlooptijd 6-10 jaar

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

28

Gooi en Vechtstreek: knelpunten en kansen infrastructuur

Naam zoekgebied

10 Vliegveld Hilversum 11 Naarderbos

Opwekvermogen zoekgebied 

2 MW < 2 MW

Capaciteit beschikbaar

Velden (stopcontacten) beschikbaar

Kansen voor systeem efficiëntie

 Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

12 Crailo 

Voor de analyse van de infrastructuur is als uitgangspunt de maximale potentie van een zoekgebied genomen indien er door de regio geen vermogen is opgenomen. Dit zal in een nadere fase door de regio verder worden geconcretiseerd. De inzichten vanuit de infrastructuur kunnen hierdoor wijzigen.  Zoekgebieden met

minder dan 2 MW vermogen worden direct aangesloten op een MSkabel en zijn daarom geen onderdeel de analyse.

Nu mogelijk

Nu deels mogelijk

 Voor dit zoekgebied is geen vermogen bekend (o.b.v. RES 1.0) en kan daarom niet worden meegenomen in de analyse.

Nu niet mogelijk

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

29

Gooi en Vechtstreek: mogelijke aansluitperiode

Naam zoekgebied

Mogelijk aan te sluiten in:

10 Vliegveld Hilversum

2022

Benodigde werkzaamheden Liander 

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

De elektrificatie, groei en verduurzaming in Nederland zorgt ervoor dat we steeds meer capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. Het bijbouwen van verdeelstations en velden is dan ook gedreven door deze integrale opgave en niet enkel door de RES

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

30

Haarlemmermeer: knelpunten en kansen infrastructuur

Naam zoekgebied

Opwekvermogen zoekgebied 

01 Zonnecarré

200 MW

01 Zonnecarré

100 MW

02 Spoordriehoek

45 MW

Capaciteit beschikbaar

Velden (stopcontacten) beschikbaar

Kansen voor systeem efficiëntie

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

Voor de analyse van de infrastructuur is als uitgangspunt de maximale potentie van een zoekgebied genomen indien er door de regio geen vermogen is opgenomen. Dit zal in een nadere fase door de regio verder worden geconcretiseerd. De inzichten vanuit de infrastructuur kunnen hierdoor wijzigen.  Zoekgebied Zonnecarré

is vanuit de infrastructuur opgedeeld in tweeën. Een deel kan ´vandaag´ worden aangesloten en ander een deel op de wat langere termijn.

Nu mogelijk

Nu deels mogelijk

Nu niet mogelijk

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

31

Haarlemmermeer: mogelijke aansluitperiode

Naam zoekgebied

Mogelijk aan te sluiten in:

01 Zonnecarré

2022

Benodigde werkzaamheden Liander 

01 Zonnecarré 02 Spoordriehoek

2023 t/m 2027

Velden (stopcontacten) bijbouwen voor aansluiten zoekgebieden

+

Meer capaciteitsvermogen bijbouwen in bestaande stations Proces voor het bouwen van een nieuw station loopt

Indicatieve doorlooptijd 2-5 jaar

Eerste RES-Monitor

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

De elektrificatie, groei en verduurzaming in Nederland zorgt ervoor dat we steeds meer capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. Het bijbouwen van verdeelstations en velden is dan ook gedreven door deze integrale opgave en niet enkel door de RES  Zoekgebied Zonnecarré

is vanuit de infrastructuur opgedeeld in tweeën. Een deel kan ´vandaag´ worden aangesloten en ander een deel op de wat langere termijn.

Noord-Holland Zuid

32

IJmond & Zuid-Kennemerland: knelpunten en kansen infrastructuur

Naam zoekgebied

Opwekvermogen zoekgebied 

Capaciteit beschikbaar

Velden (stopcontacten) beschikbaar

Kansen voor systeem efficiëntie

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

01 Tata Steel 02 A9 de Kil

12 MW 

03 Kade Velsen Noord 04 Knooppunt Velsen 05 Noordzeekanaal 06 A9-A22

Nu mogelijk

Nu deels mogelijk

9+5 MW

Voor de analyse van de infrastructuur is als uitgangspunt de maximale potentie van een zoekgebied genomen indien er door de regio geen vermogen is opgenomen. Dit zal in een nadere fase door de regio verder worden geconcretiseerd. De inzichten vanuit de infrastructuur kunnen hierdoor wijzigen.

07 N208

 Voor dit zoekgebied

08 Waarderpolder

is geen vermogen bekend (o.b.v. RES 1.0) en kan daarom niet worden meegenomen in de analyse.

2,5+13 MW

09 Molenplas

Zoekgebieden met minder dan 2 MW vermogen worden direct aangesloten op een MS kabel

10 Schouwbroekerplas Nu niet mogelijk

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

33

IJmond & Zuid-Kennemerland: knelpunten en kansen infrastructuur

Naam zoekgebied

Mogelijk aan te sluiten in:

02 A9 De Kil

2023 t/m 2027

06 A9-A22

Benodigde werkzaamheden Liander 

Velden (stopcontacten) bijbouwen voor aansluiten zoekgebieden

08 Waarderpolder

+

Meer capaciteitsvermogen bijbouwen in bestaande stations Proces voor het bouwen van een nieuw station loopt

Indicatieve doorlooptijd 2-5 jaar

Eerste RES-Monitor

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

De elektrificatie, groei en verduurzaming in Nederland zorgt ervoor dat we steeds meer capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. Het bijbouwen van verdeelstations en velden is dan ook gedreven door deze integrale opgave en niet enkel door de RES

Noord-Holland Zuid

34

Zaanstreek/Waterland: knelpunten en kansen infrastructuur

Naam zoekgebied

Opwekvermogen zoekgebied 

Capaciteit beschikbaar

Velden (stopcontacten) beschikbaar

Kansen voor systeem efficiëntie

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

01 Zon op Bukdijk 02 Wind bij de NES

Voor de analyse van de infrastructuur is als uitgangspunt de maximale potentie van een zoekgebied genomen indien er door de regio geen vermogen is opgenomen. In dit geval: 2,3 MW (zon op Bukdijk), 10 MW (wind bij de NES) en 42-48 MW (zon en wind NZK-gebied). Dit zal in een nadere fase door de regio verder worden geconcretiseerd. De inzichten vanuit de infrastructuur kunnen hierdoor wijzigen.

03 Zon en wind NZK gebied 04 Zon langs A7, A8 en A10

Nu mogelijk

 Voor dit zoekgebied

is geen vermogen bekend (o.b.v. RES 1.0) en kan daarom niet worden meegenomen in de analyse.

Nu deels mogelijk

Nu niet mogelijk

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

35

Zaanstreek/Waterland: knelpunten en kansen infrastructuur

Naam zoekgebied

Mogelijk aan te sluiten in:

01 Zon op Bukdijk

2023 t/m 2027

02 Wind bij de NES

Benodigde werkzaamheden Liander 

Velden (stopcontacten) bijbouwen voor aansluiten zoekgebieden

03 Zon en wind NZK gebied

+

Meer capaciteitsvermogen bijbouwen in bestaande stations Proces voor het bouwen van een nieuw station loopt

Indicatieve doorlooptijd 2-5 jaar

Eerste RES-Monitor

Deze analyse is in mei 2022 opgesteld door Liander. De resultaten per regio betreffen een momentopname en geven een globaal inzicht.

De elektrificatie, groei en verduurzaming in Nederland zorgt ervoor dat we steeds meer capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. Het bijbouwen van verdeelstations en velden is dan ook gedreven door deze integrale opgave en niet enkel door de RES

Noord-Holland Zuid

36

70

Proces 43

43

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

37

Inleiding

Voorliggende monitor geeft wel inzicht in het planstadium waarin zoekgebieden zich bevinden. Deze worden hiernavolgend toegelicht op schaal van zowel de energieregio als de deelregio’s.

Monitoren van thema’s rondom

draagvlak en inpassing In het uitvoeringsprogramma van de RES (december 2021) is afgesproken om maatschappelijk draagvlak, ruimtelijke inpassing en borging in omgevingsbeleid te monitoren. Meer specifiek gaat het om vragen als “in welke fase van planvorming zitten de zoekgebieden?”, “in welke mate is er sprake van lokaal eigendom?”, “welke koppeling met andere opgaven is er bij energieprojecten?”, “welke ruimtelijke beperkingen zijn er?”.

De gebiedspaspoorten (RES-viewer) zijn aangewezen als bron om deze thema’s te monitoren. Op dit moment geven de gebiedspaspoorten beperkt informatie om alle thema’s voldoende te kunnen monitoren. Op basis van deze eerste monitoring worden de gebiedspaspoorten aangepast.

Wat is er nodig voor de volgende monitor? In het proces naar de volgende monitor moeten een aantal stappen worden genomen om deze thema’s in het vervolg goed te kunnen monitoren. • Bepalen welke elementen gemonitord moeten en kunnen worden. • Daarbij aansluiten bij de definities en indicatoren van het NP RES. • Het ontwerp van de gebiedspaspoorten zo inrichten dat de indicatoren ‘gebruiksvriendelijk’ uitgevraagd kunnen worden (bijv. het beperken van indicatoren en gebruik maken van gesloten vragen).

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

38

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

39

Planstadium zoekgebieden NHZ (70 (deel) zoekgebieden)

Planstadium zoekgebieden NoordHolland Zuid

Realisatie Planvorming Ontwerp

1

6

2

Van de 70 (deel)zoekgebieden in Noord-Holland Zuid zijn er 23 (nog) niet in voorbereiding en 38 in de verkenningsfase. Zes zoekgebieden zijn in het stadium van planvorming, twee in de ontwerpfase en een in de realisatiefase. In de navolgende sheets is de situatie per deelregio beschreven. Niet in voorbereiding

De fasen waarin de plannen zich bevinden zijn ingedeeld in: • Niet in voorbereiding. Dit gaat om een zoekgebied uit de RES 1.0 dat nog niet nader is verkend, dan wel waarvan de verkenning is aangehouden. • Verkenningsfase. De mogelijkheden en onmogelijkheden van het zoekgebied worden verkend •P  lanvormingsfase. De plannen krijgen concreter vorm, worden op haalbaarheid getoetst, in beleid opgenomen en/of met de omgeving besproken. • Ontwerpfase (is soms ook onderdeel van planvormingsfase). Verdere uitwerking en detaillering van de plannen naar definitief ontwerp. • Realisatiefase. De uitvoering gaat daadwerkelijk van start.

23

Verkenning 38

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

40

Planstadium zoekgebieden Amstelland (12 zoekgebieden)

Planstadium zoekgebieden Amstelland Van de twaalf zoekgebieden in Amstelland zijn er vier niet in voorbereiding en zes in de verkenningsfase. Twee zijn in een verder stadium van planontwikkeling: zon langs de A9 (ontwerpfase) en zon op te realiseren bedrijventerrein (planvorming). Zoekgebied Diemerscheg (wind/zon) bestaat uit drie deelgebieden en A2/A9 Ouderkerkerplas (wind/zon) is opgedeeld in twee deelgebieden.

Niet in voorbereiding 4

Verkenning 6

Ontwerp 1

Planvorming 1

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

41

Planstadium zoekgebieden Amsterdam (32 zoekgebieden)

Planstadium zoekgebieden Amsterdam

Zoekgebieden Wind Amsterdam (9)

Zoekgebieden Wind Reserve Amsterdam (11)

Planvorming

Zoekgebieden WIND (9): zeven zijn in de verkenningsfase en drie in planvormingsstadium (Havengebied Zuid, Noorder IJ-plas / Cornelis Douwesterrein).

11

Verkenning 7

De zoekgebieden WIND RESERVE (11) zijn allen in de verkenningsfase. In Q1 2022 is besloten een plan-MER uit te voeren voor een nieuw Programma Windenergie Amsterdam (PWA). Pas na vaststelling van het PWA wordt eventueel een vervolgstap gezet met medewerking aan een initiatief. ZON (2). Het zoekgebied ‘IJburg zon tijdelijk’ is deels in de planfase (Strandeiland) en deels in de verkenningsfase (Buiteneiland).

Verkenning

2

Zoekgebieden Zon Amsterdam (2)

Zoekgebieden Zon Reserve Amsterdam (10)

Deels Plan, deels Verkenning

Niet in voorbereiding

1

10

Verkenning

ZON RESERVE (10): allemaal niet in voorbereiding. Natuurgebieden en wateroppervlaktes dienen als aanvullend zoekgebied onder de voorwaarde ‘nee, tenzij’ wanneer de andere zoekgebieden niet voldoende zijn om de ambitie te realiseren of wanneer het Rijk met een extra opgave komt.

1

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

42

Fase plannen zoekgebieden Gooi en Vechtstreek (3 zoekgebieden)

Planstadium zoekgebieden Gooi en Vechtstreek Planvorming 1

Zoekgebied Crailo is in de planvormingsfase. Het zoekgebied is onderdeel van het project Crailo. De GEM Crailo (ontwikkelmaatschappij) is de aanbesteding van het energieconcept voor het buurtschap aan het voorbereiden. De zoekgebieden Vliegveld Hilversum en Naarderwoonbos (beiden zon) zijn in de verkenningsfase.

Verkenning 2

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

43

Fase plannen zoekgebieden Haarlemmermeer (2 zoekgebieden)

Planstadium zoekgebieden Haarlemmermeer Het zoekgebied voor windenergie Spoordriehoek is in de verkenningsfase.

Ontwerp

Verkenning

1

1

Het zoekgebied Zonnecarré omvat zeven initiatieven van in totaal 300 ha. Deze initiatieven bevinden zich in de ontwerpfase. Vier initiatieven zijn in de fase van (schets) ontwerp, drie initiatieven zijn in de vergunningsfase, waarvan één is vergund.

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

44

Planstadium zoekgebieden IJmond & Zuid-Kennemerland (12 gebieden)

Planstadium zoekgebieden IJmond & ZuidKennemerland Van de 12 zoekgebieden in IJmond/ Zuid-Kennemerland zijn er zes in de verkenningsfase en zes niet in voorbereiding. Van deze laatste zijn er vier aangehouden (Tata Steel en Noordzeekanaal) en is er één afgevallen (kade Velsen-Noord).

Niet in voorbereiding

Verkenning 6

6

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

45

Fase plannen zoekgebieden Zaanstreek/Waterland (6 zoekgebieden)

Planstadium zoekgebieden Zaanstreek/ Waterland Van de zes zoekgebieden in Zaanstreek/ Waterland zijn er drie in de verkenningsfase (zon en zon/wind langs het Noordzeekanaal en wind bij de Nes) en drie (nog) niet in voorbereiding

Niet in voorbereiding 3

Eerste RES-Monitor

Verkenning 3

Bij de analyse van de elektriciteitsinfrastructuur wordt gerefereerd naar vier zoekgebieden. Dit komt omdat zoekgebied 03 a en b (langs het Noordzeekanaal) is samengenomen en omdat het generieke zoekgebied zon op gronden bedrijventerreinen niet is meegenomen.

Noord-Holland Zuid

46

70

Warmte 43

43

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

47

Inleiding Warmte is een veelzijdig thema

Warmte-onderwerpen in de monitor

In de RES gaat het vooral over bovengemeentelijke warmtebronnen: grotere warmtebronnen die relevant kunnen zijn voor het invullen van de warmtevraag in meerdere gemeenten. Parallel aan het RES-traject ontwikkelen gemeenten een Transitievisie Warmte (TVW). Zoals afgesproken in het Uitvoeringsprogramma (dec 2021) komen in deze monitor meerdere onderwerpen aan de orde die met warmte te maken hebben. Over bepaalde onderwerpen zijn cijfers en trends opgenomen. Bij andere onderwerpen is gekozen voor een meer kwalitatieve benadering en wordt verwezen naar de bronnen waar meer informatie te vinden is.

De monitor begint met cijfers over de warmtevraag van de gebouwde omgeving. Hier wordt verwezen naar het Warmtedataregister waar informatie over (hernieuwbaar) warmteaanbod en warmtenetten binnen Noord-Holland te vinden is. Het volgende onderwerp gaat over woningen: waarmee worden woningen in de regio verwarmd, verdeling van energielabels en de percentages woningen die aardgasvrij zijn. Het thema warmte sluit af met de status van de transitievisie warmte (TVW) per gemeente en een overzicht van de ‘kansrijke startbuurten’ voortkomend uit de TVW’s. Kansrijke startbuurten zijn buurten waar de mogelijkheden voor collectieve voorzieningen worden onderzocht.

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

48

49

De nevenstaande figuren laten de totale warmtevraag zien van de gebouwde omgeving op RES- en deelregio-niveau. In deze indicator is de warmtevraag van de gebouwde omgeving gelijk aan het warmteverbruik. De warmtevraag bestaat grotendeels uit de gasvraag van de gebouwde omgeving. In oktober 2022 wordt het nieuwe Klimaat en Energieverkenningrapport (KEV) van het PBL verwacht. Hierin worden trends in gasverbruik nader beschreven.

Aardgasverbruik gebouwde omgeving gedaald Tussen 2017 en 2020 daalde het aardgasverbruik van de gebouwde omgeving jaarlijks 2,1%. De daling was het grootst in de commerciële en de publieke dienstensector met respectievelijk 6,0% en 8,5% was. Een verklaring hiervoor kan zijn dat

Ontwikkeling warmtevraag

70.000 60.000 50.000 40.000 TJ

utiliteitsgebouwen in 2020 minder gebruikt werden als gevolg van corona-maatregelen. Het totale gasverbruik van woningen bleef vrijwel gelijk, het gemiddelde gasverbruik van woningen daalde in diezelfde periode wel gemiddeld 0,9% per jaar. Tussen 2017 en 2020 groeide het aandeel van stadswarmte met gemiddeld 10%.

30.000 20.000 10.000 0 2017

Aardgasverbruik woningen ook regionaal groot onderdeel van warmteopgave In alle deelregio’s betreft het grootste gedeelte van de warmtevraag het aardgasverbruik van woningen. In Amsterdam is dit aandeel relatief lager met 57%. In IJmond & ZuidKennemerland en Gooi en Vechtstreek was dit aandeel circa 74%. Verder valt op dat het verwarmen van woningen op basis van stadswarmte vooral gebeurt in Amsterdam en de Gooi- en Vechtstreek. Van de regio Amstelland ontbreken data over het aardgasverbruik van de commerciële dienstensector.

2018

2019

2020

Houtkachels woningen hern. Warmte

Aardgasverbruik Publieke Dienstverlening

Verbruik stadswarmte woningen temperatuurgecorrigeerd (schatting)

Aardgasverbruik Commerciële Dienstverlening Totaal aardgasverbruik woningen (temperatuurgecorrigeerd)

Warmtevraag per deelregio (2020)

25.000

20.000

TJ

Vraag – gebouwde omgeving

15.000

10.000

5.000

0 Amstelland

Amsterdam

Gooi en Vechtstreek

Haarlemmermeer

IJmond & ZuidKennemerland

Houtkachels woningen hern. Warmte

Aardgasverbruik Publieke Dienstverlening

Verbruik stadswarmte woningen temperatuurgecorrigeerd (schatting)

Aardgasverbruik Commerciële Dienstverlening

Zaanstreek/ Waterland

Totaal aardgasverbruik woningen (temperatuurgecorrigeerd)

i

Bron: Klimaatmonitor/CBS

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

50

Aanbod warmte Aanbod van warmte in de RES De RES gaat vooral over bovengemeentelijke warmtebronnen en hoe deze warmtebronnen gekoppeld kunnen worden aan de warmtevraag. In de RES 1.0 zijn de warmtebronnen en bijbehorend theoretisch potentieel in beeld gebracht. Het Warmtedataregister van de provincie NoordHolland houdt deze gegevens actueel.

Potentie niet gelijk aan inzetbare warmte De theoretische potentie van warmtebronnen zegt iets over de maximale potentie maar niet of de warmtebron in de praktijk ook daadwerkelijk ingezet kan worden. Om dit in beeld te krijgen zijn detailstudies nodig.

Theoretische potentie van warmtebronnen een statisch gegeven

om de hernieuwbare warmte-bronnen (beter) in beeld te krijgen. Voor meer informatie over de potentie van hernieuwbare warmtebronnen in Noord-Holland verwijzen we naar het Warmtedataregister. De afbeelding hiernaast is een selectie uit de informatie in het warmtedataregister.

Warmtedataregister is volop in ontwikkeling Het afgelopen jaar zijn de volgende toevoegingen gedaan: • Er zijn data toegevoegd over restwarmte van de industrie • Meer gedetailleerde data over de inzet van aquathermie volgen i.s.m. met de waterschappen • Voor alle gemeenten in Noord-Holland is nu informatie over riothermie beschikbaar • Binnenkort komt er een update van de data over geothermie • Er is informatie toegevoegd van de warmtenetten

Bron: warmtedataregister

De theoretische potentie van warmtebronnen is een vrij statisch gegeven en daarom geen onderdeel van de monitor. Dat neemt niet weg dat er achter de schermen hard wordt gewerkt

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

51

Warmtenetten Warmtenetten bijgehouden in het warmtedataregister Warmtenetten zijn een belangrijk onderdeel in de transitie naar duurzame warmte. Duurzame warmtebronnen kunnen via warmtenetten ingezet worden om de gebouwde omgeving te verwarmen. Warmtenetten in NoordHolland Zuid bevinden zich voornamelijk in en rondom Amsterdam. In de figuur rechts, afkomstig uit het warmtedataregister, zijn de huidige warmtenetten binnen de regio weergegeven. Voor meer informatie over warmtenetten in Noord-Holland verwijzen we naar het Warmtedataregister.

Bron: warmtedataregister (8-7-2022)

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

52

Woningen worden op verschillende manieren verwarmd. Het CBS houdt bij met welke techniek particuliere woningen worden verwarmd (ook wel hoofdverwarmingsinstallaties genoemd). Het CBS schat deze aantallen op basis van energielabels, verbruikgegevens van stadsverwarming en gasaansluitingen en subsidies voor warmtepompen.

Aantal woningen per hoofdverwarmingsinstallatie

Ruime meerderheid van de woningen verwarmd door aardgas 85% van de woningen in Noord-Holland Zuid wordt in 2020 verwarmd door aardgas. Dit aandeel is tussen 2017 en 2020 ruim 3% gedaald. In absolute zin gaat het in 2020 om ruim 887.000 woningen die aardgas worden verwarmd, tegenover bijna 158.000 woningen die geen hoofdverwarmingsinstallatie op basis van aardgas hebben.

1.200.000 Aantal woningen waar verwarmingsinstallatie onbekend is (benadering)

1.000.000

Aantal woningne

Woningen – verwarmen van woningen

Aantal woningen met elektrische verwarming (benadering)

800.000

600.000 Aantal woningen met stadsverwarming (benadering)

400.000

200.000

Een op de tien woningen in Noord-Holland Zuid wordt verwarmd met stadsverwarming. Dit aandeel is in 2020 2% hoger dan in 2017. Het CBS geeft geen inzicht in de warmtebron achter stadswarmte, het is dus niet per definitie een duurzame bron. Het aandeel woningen met een elektrische verwarming is relatief het sterkst toegenomen. Sinds 2017 verdubbelde dit tot 1,3%.

Aantal woningen met verwarming op basis van aardgas (benadering) 0 2017

2018

2019

2020

Aandeel verwarming van woningen 2020

1% 4%

Aandeel woningen met verwarming op basis van aardgas (benadering)

10% Aandeel woningen met stadsverwarming (benadering)

Aandeel woningen met elektrische verwarming (benadering)

85% Aandeel woningen waar verwarmingsinstallatie onbekend is (benadering)

Bron: Klimaatmonitor/CBS

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

53

Woningen – energielabels

Ontwikkeling warmtevraag

Zes op de tien woningen beschikt over een energielabel

25.000

De tabel geeft het aandeel van de woningen in Noord-Holland Zuid weer dat over een 15.000 energielabel beschikt. Tussen 2017 en Sinds 2008 is bij de verkoop, 10.000 2021 groeide dit aandeel van 48% tot 63%. verhuur en oplevering van een Woningen zonder label zijn dus over het 5.000 woning een geldig energielabel algemeen lang niet verkocht of verhuurd. Het verplicht. 0Energiebesparende RVO schat in dat in Noord-Holland Zuid een 2018 2019 2020 kwart van de woningen zonder geldig label, maatregelen die2017na de verkoop, Aardgasverbruik Publieke Dienstverlening G heeft (zie VNG). Onbekend energielabel

Percentage woningen voorzien van een geldig energielabel

20.000

Houtkachels woningen hern. Warmte

Aardgasverbruik Commerciële Dienstverlening

Verbruik stadswarmte woningen temperatuurgecorrigeerd (schatting)

Totaal aardgasverbruik woningen (temperatuurgecorrigeerd)

2018

2019

2020

2021

48%

52%

55%

62%

63%

100%

13% 90%

TJ

verhuur en oplevering worden gedaan, zitten dus niet in deze cijfers.

2017

Woningen met geldig energielabel A t/m A++++

80%

18%

23%

26%

29%

15% 15%

Woningen met geldig energielabel B

15%

70%

16% Woningen met geldig energielabel C

16% 60%

27% Woningen met geldig energielabel D

Verdubbeling in energielabel A ten opzichte van 2017

25% 24%

Woningen met geldig energielabel E

24% 40%

Woningen met geldig energielabel F

19% 17%

30%

16%

Woningen met geldig energielabel G 20%

13%

12%

11%

TJ

De labelklassen gaan van A tot en met G, De figuur rechts toont het aandeel woningen wat duidt op weinig of veel besparingsWarmtevraag per deelregio (2020) per energielabel. Tussen 2017 en 2021 nam mogelijkheden. 10 jaar nadat een energielabel 8.000 het aandeel woningen met energielabel A toe voor een woning is vastgesteld komt het te van 13% tot 29%. Daarmee is het de grootste vervallen. Na 10 jaar verdwijnt een label dus uit 6.000 groep. In diezelfde periode is het aandeel van de data. woningen met energielabels C tot G gedaald. 4.000 Het aandeel van woningen met energielabel B is nagenoeg constant gebleven.

27% 50%

10%

2.000

14%

13%

9%

9%

8%

7%

6%

5%

5%

5%

5%

5%

4%

5%

2017

2018

2019

2020

2021

0%

0 Kop van Noord-Holland

Regio Alkmaar

West-Friesland

Houtkachels woningen hern. Warmte

Aardgasverbruik Publieke Dienstverlening

Verbruik stadswarmte woningen temperatuurgecorrigeerd (schatting)

Aardgasverbruik Commerciële Dienstverlening

Jaar

Bron: Klimaatmonitor/CBS

Totaal aardgasverbruik woningen (temperatuurgecorrigeerd)

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

54

551

Woningen – van het gas af

Woningen met/zonder gasaansluiting

100%

7%

7%

8%

9%

90%

Pe va

80%

Bijna een op de tien woningen heeft geen gasaansluiting In Noord-Holland Zuid heeft in 2020 circa negen procent van de woningen geen gasaansluiting. Dit is een toename ten opzichte van 2017 toen dit aandeel 7% was. Dit komt voornamelijk door nieuwbouwwoningen die zonder gasaansluiting worden gerealiseerd. Sinds 2019 is het aandeel nieuwbouwwoningen met een gasaansluiting gehalveerd. In 2021 zijn er 12.900 nieuwbouwwoningen zonder gasaansluiting gebouwd. Dit is circa 88% van de nieuwbouwwoningen in NoordHolland Zuid. Let wel: het gaat hier uitsluitend om nieuwbouwwoningen in het gebied van Liander.

70%

60% 50%

93%

93%

92%

91%

40%

Zie de website van Netbeheer Nederland voor een overzicht van de werkgebieden van de regionale netbeheerders.

30% 20%

W en

10% 0%

2017

2018

Woningen met gasaansluiting

2019

Woningen zonder gasaansluiting

W en

2020

W en

Bron: Klimaatmonitor/CBS

W en

Aandeel nieuwbouw aardgasvrij

W en 100%

14%

90%

W en

13%

25%

80%

W en

70% 60% 50% 40%

86%

87%

2020

2021

75%

30% 20% 10% 0%

2019

Woningen zonder gasaansluiting

Eerste RES-Monitor

Woningen met gasaansluiting

Bron: Dashboard Energietransitie provincie Noord-Holland

Noord-Holland Zuid

55

Woningen – stand van zaken TVW’s

Overzichtskaart T VW’s per gemeente

Bijna alle gemeenten hebben een TVW vastgesteld In bijna iedere gemeente in Noord-Holland Zuid is de transitievisie warmte (TVW) vastgesteld. Alleen in gemeente Aalsmeer loopt dit traject nog. In de TVW’s geven gemeenten richting aan de aanpak voor de warmtetransitie van de gebouwde omgeving. In het dataportaal van de provincie is de naastgelegen kaart terug te vinden. De website van het Servicepunt Duurzame Energie bevat meer informatie over de TVW’s.

Bron: Provincie Noord-Holland (15-9-2022)

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

56

Woningen – kansrijke startbuurten TVW Kansrijke startbuurten in NoordHolland Zuid Uit de TVW’s is een aantal buurten en wijken naar voren gekomen als kansrijke startbuurt. Voor deze buurten zijn kansen geïdentificeerd voor bijvoorbeeld een collectieve warmteoplossing of een individuele all electric oplossing. Daarnaast is er per buurt vastgesteld waar de focus ligt op het terugbrengen van de warmtevraag. Bij het dataportaal van de provincie Noord-Holland is meer verdieping te vinden.

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

57

Bijlagen

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

58

Toelichting elektriciteit Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

59

Nadere uitleg bij berekeningen Grootschalige en duurzame opwekking van elektriciteit Voor de monitor is gerekend aan de duurzame opwekking van elektriciteit. Daarbij is conform de laatste uitgangspunten van het Nationaal Programma RES (Begrippenkader RES, februari 2022) de uitsplitsing gemaakt in windenergie en zonne-energie. Bij zonne-energie is gerekend aan de uitsplitsing van zon op grote daken, inclusief zon boven parkeerplaatsen en aan zon op veld, inclusief zon op water en langs infrastructuur.

Driedeling

Potentie

Conform het Begrippenkader RES is onderscheid gemaakt in: • Bestaande opwekking (wat wordt nu al duurzaam opgewekt?), • Pijplijn (welke projecten worden de komende tijd gerealiseerd?), • Potentie (wat lijkt er mogelijk in de zoekgebieden v.d. RES?).

Voor de berekening van de potentie is de informatie uit de gebiedspaspoorten van de RES zoekgebieden en de informatie uit de RES 1.0 als basis gehanteerd. In gesprek met iedere deelregio is gekeken of de gegevens en aannames op basis van bovenstaande bronnen correct waren.

Vergelijking RES 1.0

Rekenen aan de potentie

In korte eerste conclusies worden de cijfers van vandaag de dag met de cijfers uit de RES 1.0 vergeleken om te kijken of er dingen veranderd zijn. Er wordt gekeken naar twee schaalniveaus; naar de RES-regio en naar de deelregio’s binnen de RES-regio.

De ‘potentie’ staat voor de potentiële duurzame elektriciteit die kan worden opgewekt in de zoekgebieden. Deze potentie is onderhevig aan veranderende inzichten en ontwikkelingen in bijvoorbeeld de hoeveelheid elektriciteit die per m2 zonnepaneel kan worden opgewekt. Op 28 februari 2022 bracht het Nationaal Programma RES nieuwe uitgangspunten uit voor het rekenen aan de potentie (Begrippenkader RES). Deze nieuwe uitgangspunten zijn meegenomen in de berekening van de potentie.

Bestaande duurzame opwekking en pijplijn Voor de bestaande duurzame opwekking van windenergie zijn de meest recente cijfers (juni 2022) van Windstats gebruikt. Hierin worden alle in bedrijf zijnde windturbines en hun productie bijgehouden. Voor de bestaande duurzame opwekking van zonne-energie zijn de meest recente cijfers (mei 2022) van het CBS gebruikt. Ook het CBS maakt de uitsplitsing naar zon op veld en zon op dak.

Eerste RES-Monitor

(zie vervolg op volgende pagina)

Noord-Holland Zuid

60

Rekenen aan de potentie De ‘potentie’ staat voor de potentiële duurzame elektriciteit die kan worden opgewekt in de zoekgebieden. Deze potentie is onderhevig aan veranderende inzichten en ontwikkelingen in bijvoorbeeld de hoeveelheid elektriciteit die per m2 zonnepaneel kan worden opgewekt. Op 28 februari 2022 bracht het Nationaal Programma RES nieuwe uitgangspunten uit voor het rekenen aan de potentie (Begrippenkader RES). Deze nieuwe uitgangspunten zijn meegenomen in de berekening van de potentie.

Er is op drie manieren aan de potentie gerekend: • Voor windenergie is gerekend met de aantallen turbines en vermogens van de turbines. Hierbij zijn de nieuwe vollasturen gebruikt zoals vastgelegd in het Begrippenkader RES. • Voor zon op grote daken is met de vanuit de RES 1.0 bekende oppervlakten groot dak en de nieuwe uitgangspunten van het Begrippenkader RES een nieuwe energetische potentie uitgerekend (in GWh). • Voor zoekgebieden zon op veld of water is de energetische potentie van de RES 1.0 als uitgangspunt genomen en is vervolgens de indicatieve oppervlakte zon binnen het zoekgebied met de nieuwe uitgangspunten van het Begrippenkader RES uitgerekend (in hectares).

Veranderingen van de potentie ten opzichte van de RES 1.0 zijn dus het gevolg van veranderingen in de technische uitgangspunten achter de potentie (bijv. in vollasturen of de elektriciteitsopwekking per m2 zonnepaneel) en zijn niet het gevolg van veranderingen aan het zoekgebied zelf.

Regionaal bod Belangrijk is dat het regionaal bod uit de RES 1.0 een gegeven is, dat niet zomaar wijzigt als de potentie omhoog of omlaag gaat. Het is immers bestuurlijk vastgesteld en kan niet zomaar worden bijgesteld. Meer potentie (in vergelijking met bijvoorbeeld de RES 1.0) betekent dus vooral meer mogelijkheden om tot het regionale bod te komen.

Bij het rekenen is steeds rekening gehouden met het percentage realisatie dat elke deelregio realistisch acht, conform de RES 1.0.

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

61

Nadere uitleg bij verbruik Elektriciteitsverbruik In de monitor is ook het elektriciteitsverbruik van de afgelopen jaren opgenomen. Hoewel verbruik geen onderdeel is van de RES is er in het Uitvoeringsprogramma door de regio gekozen om de elektriciteitsvraag onderdeel te maken van de monitor. Omdat het voorspellen van de elektriciteitsvraag zeer complex en onzeker is, zeker in deze tijden, is er gekozen om inzicht te geven in de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik. Er is daarbij gekozen voor de cijfers van het elektriciteitsverbruik van de ‘Gebouwde Omgeving’. Dit komt namelijk overeen met de RES’en die voor de Gebouwde Omgeving naar duurzame elektriciteitsopwekking kijken. Er is gebruik gemaakt van data uit de Klimaatmonitor (die door achterliggende data van het CBS wordt gevoed). Kanttekening is dat de opwekking niet één op één gaat matchen met het huidige verbruik, dus dat de cijfers los van elkaar moeten worden gelezen.

Voor sommige gemeenten, deelregio’s of RES-regio’s worden deze cijfers niet of met vertraging openbaar gemaakt. Dit maakt dat er voor enkele deelregio’s of RES-regio’s een incompleet beeld is van de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik. Het ontbreken van data komt veelal voor als de cijfers indirect inzicht zouden verschaffen in het verbruik van één of enkele grootverbruikers die in de gemeente of deelregio zijn gevestigd.

Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

62

Toelichting elektriciteitsinfrastructuur Eerste RES-Monitor

Noord-Holland Zuid

63

Aandachtspunten Resultaat is een momentopname

Voor de eenvoud wordt gesproken over het aansluiten van een zoekgebied. Hier wordt gedoeld op een energieproject (zon/wind) binnen het zoekgebied. Liander is in haar analyse uitgegaan dat het één ontwikkeling betreft, ter grootte van de door de regio opgegeven (max.) potentie van het zoekgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=c06290c4-a233-48ae-a71f-22273b639f52