CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2023 - Landsmeer - aangepast

Raadsvergadering 11 juli 2024, gemeente landsmeerBij agendapunt: Jaarstukken 2023 (als hamerstuk in gediend)29.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Aantal per 1.000 leerlingen

2023

DUO

30

27

1,6

Nederland

Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is. Vroegtijdig schoolverlaters % deelnemers aan het zonder VO en MBO onderwijs startkwalificatie (vsvers)

2023

Ingrado

2,4

Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 - 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder de startkwalificatie, het onderwijs verlaat.

Niet-sporters

%

2022

Gezondheidsenquête (CBS, RIVM)

40

Nederland

46,4

Nederland

825

Het percentage t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Banen

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar

2022

LISA

578

Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 65 jaar.

59

Jongeren met een % 12 t/m 21 jarigen delict voor de rechter

2021

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

1

Nederland

1

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

4

Nederland

6

CBS

73,2

Nederland

73,1

2

Nederland

2

Het percentage jongeren (12 - 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. Kinderen in uitkeringsgezin

% kinderen tot 18 jaar

2022

Het percentage kinderen tot 18 jaar in een uitkeringsgezin . Netto arbeidsparticipatie

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking

2023

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking. Werkloze jongeren

% 16 t/m 22 jarigen

2020

CBS

Het percentage jongeren van 16 t/m 22 jaar dat werkloos is ten opzichte van het totaal aantal jongeren van 16 t/m 22 jaar. Personen met een bijstandsuitkering

Aantal per 10.000 inwoners

2023

CBS

162

Nederland

344

Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Lopende re-integratie Aantal per 10.000 voorzieningen inwoners 15-64 jaar

2023

CBS

57,2

Nederland

191,5

12,3

Nederland

13,5

Het aantal re-integratievoorzieningen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

2023

CBS

60

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2023

CBS

0,5

Nederland

1,1

Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Jongeren met jeugdreclassering

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

2023

CBS

0

Nederland

0,3

Het percentage jongeren van 12 tot 23 jaar met een jeugdreclasseringssmaatregel ten opzichte van alle jongeren van 12 tot 23 jaar. Cliënten met een maatwerk arrangement WMO

Aantal per 10.000 inwoners

2023

GMSD

530

Nederland

700

Aantal per 1.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerk-arrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentie-gemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemee

61

Beleidsstukken

Bij dit programma horen de volgende beleidsstukken: • Meerjarenbeleidplan sociaal domein (2019-2023) • Nota Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzalen (2017) • Beleidsplan armoedebestrijding en schuldhulp (2021-2024) • Uitvoering Participatiewet Landsmeer (2016) • Beleidsnotitie Nieuwe Wet Inburgering (2022) Verordeningen participatie: • Re-integratieverordening/gewijzigde re-integratieverordening (2018) • Verordening individuele studietoeslag Participatiewet (2022) • Verordening individuele inkomenstoeslag (2015) • Verordening tegenprestatie (2015) • Verordening loonkostensubsidie (2018) • Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening (2019) • Verordening verhoging vermogensnorm kwijtschelding belastingen gemeente Landsmeer (2023) Verordeningen jeugd & onderwijs: • Verordening leerlingenvervoer (2014) • Verordening onderwijshuisvesting (2017) • Verordening jeugdhulp gemeente Landsmeer (2022) Verordeningen WMO: • Verordening maatschappelijke ondersteuning (2020) Overige verordeningen: • Algemene Subsidieverordening gemeente Landsmeer (2021) • Verordening adviesraad sociaal domein (2022)

Verbonden partijen

Bij dit programma hoort de volgende verbonden partij: - GGD Zaanstreek-Waterland Voor een uitgebreide toelichting op deze verbonden partij, zie de paragraaf verbonden partijen.

62

Financiën Portefeuillehouder Wethouder B. ten Have

Missie

Het programma financiën en algemene dekkingsmiddelen is het laatste programma van de programmabegroting. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Naast de algemene dekkingsmiddelen worden in dit programma baten en lasten verantwoord welke niet zijn onder te brengen in andere programma's. Voor het grootste deel bestaat dit programma uit belastingen (lokale heffingen) waarvan de besteding niet gebonden is, uitkering uit het gemeentefonds en overige baten en lasten. Naast 'Treasury' wordt in dit programma ook het door het BBV verplicht onderdeel 'Overhead' verantwoord. Onder overhead wordt dat deel van de personeelsbegroting verstaan wat aan door BBV gedefinieerde overheadtaken toe moet worden gerekend.

Wat wilden we bereiken?

Dit programma heeft geen speerpunten.

Wat heeft het gekost? Bedragen * €1.000 Totaal programma

Begroting na wijziging -5.742

Rekening

Verschil

Lasten

Begroting primair -5.588

-7.048

-1.306

Baten

21.617

21.570

23.276

1.706

Saldo voor mutaties reserves Toevoeging reserves

16.029 0

15.828 0

16.228 0

401 0

Onttrekking reserves

60

503

53

-450

Saldo reserves

60

503

53

-450

16.089

16.331

16.281

-49

Saldo na mutaties reserves

63

Toelichting verschillen Bij de verantwoording van de afwijkingen wordt een tolerantiegrens gehanteerd van circa € 25.000. FINANCIËN Lasten x € 1.000 Salarissen

Inhuur vacaturegelden

Bedrag

Toelichting

247 Binnen het programma Financien is er een onderschrijding op de personeelslasten welke als overhead worden gekwalificeerd. Dus dat deel van de totale personeelslasten binnen de gehele organisatie die tot de overheadkosten worden gerekend. -1.553 Deze overschrijding betreft de inhuur binnen de gehele organisatie. De totale kosten van inhuur binnen de gemeente worden afgezet tegen de totale onderuitputting op de salarislasten, en overige personeelsbudgetten (WW, stagiaires, enz).

WAO uitkering UWV

79 Betreft vergoedingen vanuit het UWV voor medewerkers in de ziekte of met zwangerschapsverlof. Dit is op voorhand niet te begroten en moet gezien worden in relatie tot salarissen.

Rente aangegane leningen

-29 Als gevolg van de snellere stijgingen in het rentepercentage voor in 2023 aangegane leningen zijn de rentelasten hoger dan begroot.

ICT

-42 De kosten voor ICT zijn in 2023 hoger dan begroot, waarbij er elders in het programma minder is uitgegeven op verschillende budgetten, wordt deze overschrijding binnen het programma gedekt.

Overige verzekeringen

-63 Er zijn binnen de gemeente Landsmeer vele verzekeringen welke budgetten door de gehele organisatie verspreid liggen, waarop niet geboekt is. Op veel van die budgetten is een onderschrijding zichtbaar zodat het geheel van de kosten van de verschillende verzekeringen wordt gedekt over de programma's heen.

Brand- en stormverzekering

-43 De dekking voor deze verzekering ligt in budgetten binnen verschillende andere programma’s. Deze verzekering is voor al onze gemeentelijke objecten, echter wordt op 1 post geboekt waardoor het lijkt alsof hier een overschrijding is, echter dit moet in het geheel van de (onderschrijding op) meerdere budgetten bezien worden.

64

Woo (Wet Open Overheid)

109 Er is geen capaciteit om invulling te geven aan de implementatie van de Wet Open Overheid. Gemeenten hebben tot en met 2027 de tijd om hier invulling aan te geven. Vanaf 2024 zullen we hier op in zetten, middels externe expertise die ingehuurd wordt op dit budget. Het budget wat overblijft in 2023 willen we overhevelen naar de bestemmingsreserve Woo om richting 2027 voldoende financiele ruimte te hebben om tot implementatie te komen.

Stelpost Onvoorzien

94 De stelpost onvoorzien is in 2023 niet benodigd gebleken en valt daarmee vrij in het resultaat.

Gas en Electra

Overige posten Saldo lasten

-101 De begrote stijging van de prijzen van gas- en elektra is achtergebleven bij het daadwerkelijke verbruik van alle objecten van de gemeente. Daarmee is er een overschrijding op dit budget. -4 Saldering van meerdere budgetten. -1.306 Nadelig

Baten x € 1.000 Dividend

30 In 2023 is er meer dividend ontvangen dan begroot, voornamelijk dividend op de aandelen van de BNG.

Opbrengsten OZB voorgaande jaren

107 Er zijn nog OZB opbrengsten uit voorgaande jaren ontvangen.

Toeristenbelasting

-45 De inning van het ophogen van de toeristenbelasting in de begroting 2022 is niet haalbaar gebleken. In de 1e Berap 2024 is dit budget ook structureel bijgesteld.

Bruto effect september en decembercirculaire

939 Ten tijde van de Berap II 2023 waren de september en decembercirculaire nog niet gepubliceerd en derhalve niet meegenomen in onze begroting. De betaling van de algemene uitkeringen heeft natuurlijk wel plaatsgevonden. De septembercirculaire had een bruto effect van 474K en de decembercirculaire 464K.

Bijdrage van derden

213 Incidenteel hogere bijdrage van derden ontvangen dan begroot. Dit betreft een extra bijdrage vanuit de Vervoersregio voor de werkzaamheden aan het knooppunt IJdoornlaan.

Activeren software

145 Het budget voor de implentatie van het nieuwe zaaksysteem was in de begroting 2023 als budget opgenomen. Conform ons activabeleid moet hier op afgeschreven worden en derhalve is deze investering conform nota activabeleid geactiveerd. Dit heeft tot gevolg dat dit incidentele budget voor 2023 niet benut is, nu deze investering is geactiveerd.

65

Rentebaten kapitaallasten

146 Op de kapitaallasten zien we nog een positief resultaat (de rentebaten) als gevolg van leningen uit het verleden die aangegaan zijn met een negatieve rente. Inmiddels zijn in 2023 de rentetarieven gestegen en daarmee zijn dit incidentele rentebaten in 2023.

Algemene uitkering

96 Hogere algemene uitkering over 2023 vanuit de decembercirculaire 2023.

Huuropbrengsten

25 Hogere huuropbrengsten dan begroot. Bij de volgende begroting wordt hier rekening mee gehouden.

Overige verschillen Saldo baten Saldo

50 Kleinere afwijkingen bij elkaar gesaldeerd. 1.706 Voordelig 401 Voordelig

Reserves

Op het programma Financiën zijn de volgende reserves van toepassing: Weerstandsvermogen Dekking kapitaallasten Wet open overheid (Woo) Toevoegingen: Geen gewijzigde toevoegingen Onttrekkingen: Het verschil wordt verklaard doordat er € 7K minder onttrokken is aan reserve dekking kapitaallasten. Het resterend verschil van € 443K heeft betrekking op de verwerking van de resultaatbestemming over het boekjaar 2022.

66

Beleidsindicatoren Indicator Gemiddelde WOZ waarde

Eenheid Duizend euro

Periode

Bron

Waarde Landsmeer

Benchmark

Waarde Nederland

2023

CBS - Statistiek Waarde Onroerende Zaken

580

Nederland

368

2022

Basisregistratie adressen en gebouwen

0,2

Nederland

9,3

CBS - bevolkingsstatistiek

84,9

Nederland

70,3

De gemiddelde WOZ waarde van woningen. Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

Het aantal nieuw gebouwde woningen, per 1.000 woningen. Demografische druk %

2023

De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar. Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden

In Euro’s

2023

COELO

1.224

Nederland

860

Nederland

942

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden

In Euro’s

2023

COELO

1.346

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

67

Beleidsstukken

Bij dit programma horen de volgende beleidsstukken: - Financiële verordening 2017 - Nota Activabeleid 2019 - Treasury Statuut 2019 - Controle protocol 2021-2024

Verbonden partijen

Bij dit programma horen de volgende verbonden partijen: - Alliander N.V. - BNG Voor een uitgebreide toelichting op deze verbonden partijen, zie de paragraaf verbonden partijen.

68

Paragrafen Lokale heffingen Algemeen

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden als waarvan de besteding ongebonden is. De belangrijkste heffingen van de gemeente zijn onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De lokale heffingen, die gerekend worden tot de algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen), zijn de roerende en onroerendezaakbelastingen (OZB). Daarnaast zijn er heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen horen (gebonden heffingen). De belangrijkste daarvan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Gerealiseerde inkomsten Bedragen * € 1.000 Totaal programma

Begroting na wijziging 1.960

Rekening

Verschil

Afvalstoffenheffing

Begroting primair 1.960

2.250

290

Leges burgerzaken

152

152

166

14

Leges omgevingsvergunningen

183

183

275

92

Marktgelden

10

10

10

0

3.252

3.252

3.418

166

30

30

19

-11

1.234

1.234

1.343

109

Roerende zaakbelasting

3

3

0

-3

Toeristenbelasting

72

72

27

-45

6.895

6.895

7.509

614

Onroerende zaakbelasting Precariobelasting Rioolheffing

Saldo

69

Kostendekkendheid

Uitgangspunten tarievenbeleid Het streven is om tot 100% kostendekkendheid voor alle leges en heffingen te komen. Dit met uitzondering van de lijkbezorgingsrechten en marktgelden, waarbij de raad heeft aangegeven niet te streven naar 100% kostendekkendheid. Het uitgangspunt voor de overige heffingen is dat deze trendmatig worden opgehoogd. Afvalstoffenheffing

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten Onttrekking voorziening Uitgaven

1.960 1.456

2.250 1.349

Storting voorziening Compensabele BTW Toegerekende overhead Dekkingspercentage excl. Storting

100 262 280 98%

400 244 260 121%

Dekkingspercentage incl. Storting

93%

100%

Bij het opstellen van de begroting 2023 zijn fouten gemaakt bij het opstellen van bovenstaand tabel. Hierdoor zijn de bedragen voor de begroting na wijziging en het dekkingspercentage onjuist weergegeven. Om de juistheid en transparantie van de financiële rapportage te waarborgen, zijn de bedragen voor de begroting na wijziging aangepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de tabel nu een accurate weergave biedt van de financiële situatie en de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing. Rioolheffing Opbrengsten Onttrekking voorziening Uitgaven

Begroting na wijziging 1.234 296 1.281

Rekening 1.343 871

Storting voorziening Compensabele BTW Toegerekende overhead Dekkingspercentage excl. Storting

247 247 86%

140 164 168 112%

Dekkingspercentage incl. Storting

86%

100%

Bij het opstellen van de begroting 2023 zijn fouten gemaakt bij opstellen van bovenstaand tabel. Hierdoor zijn de bedragen voor de begroting na wijziging en het dekkingspercentage onjuist weergegeven. Om de juistheid en transparantie van de financiële rapportage te waarborgen, zijn de bedragen voor de begroting na wijziging aangepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de tabel nu een accurate weergave biedt van de financiële situatie en de kostendekkendheid van de rioolheffing.

70

Lijkbezorgingsrechten Opbrengsten Onttrekking voorziening Uitgaven Storting voorziening Toegerekende overhead Dekkingspercentage excl. Storting

Begroting na wijziging 153 175 2 34 73%

Rekening 144 136 2 26 89%

Dekkingspercentage incl. Storting

73%

88%

Bij het opstellen van de begroting 2023 zijn fouten gemaakt bij het opstellen van bovenstaand tabel. Hierdoor zijn de bedragen voor de begroting na wijziging onjuist weergegeven. Om de juistheid en transparantie van de financiële rapportage te waarborgen, zijn de bedragen voor de begroting na wijziging aangepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de tabel nu een accurate weergave biedt van de financiële situatie van de lijkbezorgingsrechten.

Leges algemene dienstverlening Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

Begroting na wijziging 257 923 178

Rekening 250 739 142

23%

28%

Dekkingspercentage

Bij het opstellen van de begroting 2023 zijn fouten gemaakt bij het opstellen van bovenstaand tabel. Hierdoor zijn de bedragen voor de begroting na wijziging onjuist weergegeven. Om de juistheid en transparantie van de financiële rapportage te waarborgen, zijn de bedragen voor de begroting na wijziging aangepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de tabel nu een accurate weergave biedt van de financiële situatie van de leges algemene dienstverlening. Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

214 647 125

289 483 93

Dekkingspercentage

28%

50%

Dienstverlening vallend onder de fysieke leef/omgevingsvergunning

Bij het opstellen van de begroting 2023 zijn fouten gemaakt bij het opstellen van bovenstaand tabel. Hierdoor zijn de bedragen voor de begroting na wijziging onjuist weergegeven. Om de juistheid en transparantie van de financiële rapportage te waarborgen, zijn de bedragen voor de begroting na wijziging aangepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de tabel nu een accurate weergave biedt van de financiële situatie van de leges algemene dienstverlening.

71

Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn

Begroting na wijziging

Rekening

2 7 1

3 5 1

24%

50%

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead Dekkingspercentage

Lokale lastendruk

De lokale lastendruk is voor een meerpersoonshuishouden berekend. Hieronder treft u een tabel aan, waarmee u het verschil kunt zien met de daadwerkelijk gemiddelde woningwaarde 2022 en 2023, zodat u een goed vergelijking kunt maken op grond van de daadwerkelijke gemiddelde woningwaarde in de gemeente Landsmeer. Woonlasten per huishouden Omschrijving Gemiddelde woningwaarde OZB eigenaren Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal

2022 492.000 497 462 234 1193

2023 580.000 534 485 246 1265

Kwijtscheldingsbeleid

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de Invorderingswet is voldaan. Kwijtschelding Gemeentelijke belastingen

Begroting na wijziging 54.007

72

Rekening 44.955

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen

Artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht overheden tot een risicomanagementbeleid waarin de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit een rol spelen. De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. De belangrijkste bron voor beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door het resterend risico. Dat is het risico waaraan de gemeente na het treffen van beheersmaatregelen nog is blootgesteld en dat redelijkerwijs niet in de programmabegrotingen kan worden opgevangen. Voor het resterend risico moet binnen de gemeentebegroting dekking aanwezig zijn. De hoogte van de dekking komt tot uiting in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen: • De beschikbare weerstandscapaciteit waarmee de financiële gevolgen van resterende risico’s op het jaarrekeningresultaat gedekt kunnen worden; • De benodigde weerstandscapaciteit voor resterende risico’s waarvoor dekking niet meer redelijkerwijs binnen de programmabegroting is op te nemen. Op grond van het risicomanagementbeleid moet de Algemene Reserve voldoende zijn om negatieve jaarrekeningresultaten als gevolg van resterende risico’s te dekken.

Risicoprofiel

Om de risico's van Gemeente Landsmeer in kaart te brengen is in samenwerking met de teammanagers een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een workshop ondersteund door NARIS. In totaal zijn 38 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht vindt u de tien belangrijkste risico’s die de grootste bijdrage leveren aan de berekende benodigde weerstandscapaciteit. Kans optreden

Maximum financieel gevolg

30,00% Onverwachte (extra) overschrijding van budget voor inhuur, calamiteit of andere kortlopende taken die de gemeente krijgt

50%

€ 500.000

18,00% Breeck resort project gaat niet door en voorbereidingskosten worden niet gedekt

50%

€ 300.000

18,00% Cybercriminaliteit; hacking en gijzeling

10%

€ 1.500.000

7,00% Extra noodvoorzieningen door uitstel/afstel onderhoud en vervangingsinvesteringen kapitaalgoederen openbare ruimte

15%

€ 500.000

5,00% Als gevolg van (extreme) weersomstandigheden meer dan geplande werkzaamheden in de openbare ruimte moeten uitvoeren

50%

€ 100.000

Invloed op weerstandsvermogen

Risicogebeurtenis

73

4,00% Hoger aantal personen jeugdhulpverlening (duurdere verblijfstrajecten) dan geraamd

20%

€ 200.000

4,00% Extra kosten bodemsanering bij uitvoering gemeentelijke projecten en projecten derden (nutsvoorzieningen) of waar gemeente verantwoordelijk wordt gesteld

20%

€ 200.000

3,00% Extra voorzieningen WMO (incidentele grote en dure voorzieningen)

25%

€ 100.000

2,00% Niet (volledig) realiseren van de geraamde grondopbrengsten voor het Breekproject

5%

€ 600.000

2,00% Omvallen van zorgpartij in het netwerk waardoor reddingsplan en extra bijdrage via tarief/subsidie/anders noodzakelijk is

25%

€ 50.000

De nodige weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicomodel. Met dit model maken we schattingen van de negatieve financiële gevolgen van risico’s. Met deze schattingen wordt bepaald welke weerstandscapaciteit nodig is om het resterend risico op te kunnen vangen, zonder daarbij 100% garantie na te streven. Het zekerheidspercentage voor het te vormen weerstandsvermogen is 90%. Het bedrag dat hieraan is gekoppeld bedraagt € 828.183, zoals u in onderstaande tabel kunt zien. Dit bedrag is met een waarschijnlijkheid van 90% voldoende om voor een periode van twee jaar de financiële gevolgen van het resterend risico te dragen. Daarbij is er een kans van 10% dat dit bedrag toch tekortschiet.

Weerstandscapaciteit + ratio

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Landsmeer bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Voor een aantal elementen staat hier dat deze niet van toepassing zijn. Zo zijn bestemmingsreserves waar relevant al verrekend met de risico’s (bijvoorbeeld sociaal domein en diverse vereveningsreserves), is verzilvering van stille reserves niet aan de orde tot het moment dat hier een expliciet raadsbesluit over genomen is en geldt dit laatste ook voor de onbenutte belastingcapaciteit. De financiële verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit: 1. De onroerende zaakbelastingen (OZB) 2. De rioolheffingen; 3. De afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten.

Omdat de rioolheffing en afvalstoffenheffing maximaal kostendekkend zijn, wordt bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit alleen naar de OZB gekeken. 74

Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor het jaar 2023 (redelijk peil OZB) is vastgesteld op 0,1729 (bron mei circulaire gemeentefonds 2022).

Totaal WOZ waarde in €

Percentage redelijk peil 2022

Redelijk peil in €

Niet-woningen eigenaren

155.255.000

0,1729%

268.436

Niet-woningen gebruikers

147.428.000

0,1729%

254.903

2.836.294.000

0,1729%

4.903.852

Woningen eigenaren Totaal

5.427.291

Opbrengst OZB 2023

3.418.143

Kwijtschelding 2023

44.955

Onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door het totaal te verminderen met de opbrengsten OZB 2023 en daar de kwijtschelding over 2023 bij op te tellen.

Omschrijving Algemene reserve Reserve weerstandvermogen Jaarresultaat Post onvoorzien Onbenutte belastingcapaciteit Totale weerstandscapaciteit

2.054.103

Bedrag 2.543.922 1.225.360 1.223.889 50.000 2.054.103 7.097.274

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

75

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. 7.097.274 Ratio weerstandsvermogen

=

828.183

=

8,57

De ratio van de gemeente Landsmeer valt in klasse A. Het weerstandsvermogen is met een ratio van 8,57 daarom als “uitstekend” te kwalificeren. Weerstandsnorm Waarderings-cijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

< 0.6

ruim onvoldoende

76

Kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote voor verstrekte leningen Solvabiliteit Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde)

Rekening 2022

Begroting 2023

Rekening 2023

57% 57% 17% -2% 3% 137%

75% 75% 10% 3% 3% 123%

53% 54% 17% 4% 3% 134%

Kengetallen geven vooral in onderlinge samenhang waardevolle informatie. Het is belangrijk om te kijken naar ontwikkelingen en trends over een langere periode, evenals naar het onderliggende risicoprofiel. Op basis van de cijfers uit het Jaarverslag 2023 kunnen we concluderen dat de gemeente Landsmeer in 2023 voldoet aan de gestelde normen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), met uitzondering van de solvabiliteitsratio. Ten opzichte van 2022 is de schuldquote en de belastingcapaciteit licht gedaald, en is de grondexploitatie en de solvabiliteitsratio gelijk gebleven.

Netto schuldquote

De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) te delen door het begrotingstotaal. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. In de VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën wordt een schuld lager dan 100% van het begrotingstotaal als voldoende bestempeld en een schuld hoger dan 130% van het begrotingstotaal als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente Landsmeer voor 2023 is met 53% volgens de VNG-norm voldoende.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is een maatstaf voor kredietwaardigheid. De VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën bestempelt een solvabiliteitsratio hoger dan 30% als voldoende en lager dan 20% als onvoldoende. Met een ratio van 17% scoort de gemeente Landsmeer een onvoldoende op basis van de VNG-norm.

Structurele exploitatieruimte

Een percentage waarmee beoordeeld kan worden welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Een negatief percentage betekent dat de structurele baten niet toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

77

Grondexploitatie

Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) en Bouwgronden in exploitatie (BIE) in verhouding tot de totale gemeentelijke baten. Er is geen VNG-norm voor de hoogte van deze ratio. In de regel geldt: hoe lager de ratio des te minder investeringen in grondexploitaties er hoeven te worden terugverdiend en daarmee hoe lager het financiële risico voor de gemeente.

Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde)

De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze indicator geeft inzicht in de hoogte van de woonlasten. Ze kan zo vergeleken worden met eerdere jaren en andere gemeenten. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden (met eigen woning) in Landsmeer zijn met € 26 gestegen van € 1.240 in 2022 naar € 1.265 in 2023 (Bron : COELO). De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden (met een eigen woning) in Nederland zijn in 2023 ten opzichte van 2022 gestegen met € 40 van € 904 naar € 944 (Bron : COELO). Dit betekent dat we in 2023 circa 34% boven het landelijk gemiddelde zaten qua lastendruk, terwijl we op grond van deze cijfers in 2022 circa 37% boven het landelijk gemiddelde zaten. (N.B. : Dit kengetal (belastingcapaciteit) is dus niet te verwarren met de onbenutte belastingcapaciteit OZB, deze laatste geeft aan hoeveel een gemeente zijn inkomsten nog kan verhogen.)

78

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen

Deze paragraaf beschrijft het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen en de financiële gevolgen van het gevoerde beheerniveau. Dit volgens artikel 9 en 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Ook geven we aan of er sprake van achterstallig onderhoud is. Kapitaalgoederen vormen het gezicht van de gemeente. Het zijn goederen die regelmatig onderhoud nodig hebben. Met onderhoud bedoelen we: uitvoeren van preventieve of correctieve maatregelen om een object binnen de levensduur in goede staat te houden of te brengen. Die goede staat is een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Bij de onderhoudskosten onderscheiden we: • •

Klein onderhoud (ook wel dagelijks onderhoud genoemd); Groot onderhoud.

Bij klein onderhoud gaat het om nodige periodieke kosten om het object in goede staat te houden binnen een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden zijn reinigen van rioolstelsels en periodiek onderhoud aan elektrische installaties. Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object. Ze zijn vaak ingrijpend en gaan om een groot of belangrijk deel van het object. Ten behoeve van het onderhoud en vervanging van de verschillende soorten kapitaalgoederen gelden onderstaande beleidsnota’s: Periode Beleidsnota / beheersplan Riolering Water, oevers & beschoeiingen Openbare verlichting Groen Kunstwerken Gebouwen Spelen Wegen

Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) 2018-2023 Waterplan 2016-2026 Beheersplan oevers 2008-2018 Beleidsplan openbare verlichting 2020-2028 Beleidsplan Groenbeheer Landsmeer 2021-2031 Beheerplan bruggen 2014-2018 Onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2022-2025 Beleidsplan spelen 2017-2022 Beheerplan wegen 2018-2022

Vastgesteld Actualisatie door de raad 21-12-17 21-12-16 30-09-08 18-06-20 25-11-21 19-03-15 17-02-22 20-04-17 18-05-17

2024 2026 2025 2028 2031 2025 2025 2025 2024

De gemeente Landsmeer beschikt over beheerprogramma’s voor het onderhoud van riolering, wegen, openbare verlichting, speelplaatsen, bomen, gemeentelijke gebouwen, kunstwerken, water, beschoeiingen en groen. Gegevensbestanden worden doorlopend bijgewerkt met de laatste revisies, inspectiegegevens, beoordelingen en maatregelen om tot goede planningen te komen. De ramingen voor het onderhoud in de begroting zijn verschillen op sommige posten aan de bedragen van de desbetreffende jaarschijf van de onderhoudsplannen. Daar waar meer is uitgegeven op bepaalde

79

posten is aan de andere kant minder uitgegeven bij bepaalde posten, zodat we ruim binnen de marges van de onderhoudsplanning zijn gebleven. Jaarlijks wordt er op basis van de vastgestelde Onderhoudsplannen gemeentelijke gebouwen (het MJOP 2022-2025) jaarlijks een bedrag gedoteerd en dient de voorziening de schommelingen in de verschillende jaarschijven op te vangen. Gebouwenbeheer houdt dit nauwlettend in de gaten en maakt de overwegingen voor het onderhoud op basis van dit MJOP 2022-2025. Daar waar, door onvoorziene omstandigheden, meer moet worden uitgegeven wordt getracht om dit elders te besparen. Hierbij wordt vanuit kennis en expertise een keuze gemaakt in het uit te voeren onderhoud om zo er voor te zorgen, zonder in te boeten op noodzakelijk onderhoud, binnen de (financiële) kaders te blijven. Tevens houden wij hierbij in de gaten dat onderhoud wat nog niet noodzakelijk was in 2022 en daarmee opgeschoven kon worden, in de komende jaren geen negatieve invloed heeft. Gezien de hoge prijsstijgingen voor onderhoud houden wij dit nauwlettend in de gaten en zullen wij het MJOP 2022-2025 indexeren wanneer wij zien dat dit uit de pas gaat lopen.

Wegen

Voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijke wegennet is het beheerplan in 2017 geactualiseerd. Voor o.a. het wegbeheer beschikt de gemeente sinds 2014 over beheersysteem Kikker, waarin weg inspecties kunnen worden ingelezen en het beheer kan worden gepland en actueel gehouden. Door 2-jaarlijks inspecties uit te voeren, is er actueel inzicht in de kwaliteit van het areaal. In 2022 is gestart met het proces om te komen tot een nieuw beheerplan wegen. Planning was dat dit beheerplan in 2023 vastgesteld zou worden maar vanwege personele wisselingen is dit doorgeschoven naar 2024. De kunstwerken worden conform het beheerplan kunstwerken onderhouden en beheerd. Alhoewel de looptijd van het beleidsplan inmiddels verstreken is, biedt het voldoende basis voor het uit te voeren onderhoud. Prioriteit heeft het beheerplan wegen gekregen en na afronding zal het beheerplan kunstwerken worden geactualiseerd. In het 2020 opgestarte, op initiatief van het HHNK, project om de wegen buiten de bebouwde kom over te dragen naar de gemeente Landsmeer heeft in 2023 een vervolg gekregen. De uitgangspunten voor de op te stellen business case zijn o.a. vastgesteld. Gelet op de mogelijk grote procentuele uitbreiding van het areaal is dit een langdurig traject waarbij alle risico’s vooraf in kaart moeten zijn gebracht.

Voor de openbare verlichting is het in 2020 vastgestelde beleidsplan Openbare verlichting het kader. Belangrijk onderdeel uit dit plan is het verledden. Momenteel wordt verledden samen met een herinrichtingsproject opgepakt. In de nog niet verledde verlichting is een toename te zien van het aantal storingen. Door het verledden is de verwachting dat het aantal storingen weer zal afnemen.

80

Riolering

Eind 2017 is het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2023” voor een beleidsperiode van 6 jaar vastgesteld. In dit plan is geanticipeerd op de gevolgen van de klimatologische veranderingen voor het rioleringsbeheer van de gemeente. Meer neerslag en zwaardere extreme buien moeten worden verwacht en de gemeente moet zich daarop voorbereiden. Dientengevolge zal in de komende beleidsperiode de inrichting van de openbare ruimte nadrukkelijker worden betrokken bij het rioleringsbeheer. De inrichting van de openbare ruimte zal, waar nodig, aangepast moeten worden om de gevolgen van de toenemende neerslag in de toekomst het hoofd te bieden. Op grond van het rioleringsplan 2018-2023 is de rioolheffing vastgesteld evenals het riool aansluittarief. In het verbreed GRP 2018-2023 is beschreven wat rioolbeheer in de toekomst gaat betekenen voor Landsmeer en welke kosten te verwachten zijn bij de ambities die in het plan zijn vastgesteld. Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen evenals renovatie- en vervangingsinvesteringen zullen jaarlijks conform de kaders van het GRP plaatsvinden. In het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP) worden bedragen opgenomen om het GRP uit te voeren. Elk jaar wordt opnieuw afgewogen welke maatregelen getroffen moeten worden en wat de consequenties zijn van de te maken keuzes.

Daar worden investeringen in aanpassingen van de openbare ruimte nadrukkelijk bij betrokken. In 2023 is de opvolger van het vigerende GRP; het Water en Rioleringsprogramma (WRP) voorbereid. De verwachting is dat het WRP in het tweede kwartaal van 2024 kan worden vastgesteld. Samen met de regio Zaanstreek is een regionale uitvoeringsagenda klimaat adaptie Zaanstreek Waterland opgesteld. Deze is samen met de lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie voor de gemeente Landsmeer in april 2021 door de raad vastgesteld. Maatregelen uit de uitvoeringsagenda zijn meegenomen bij de herinrichting van Havenzathe door het benutten van o.a. groen en verharding voor waterberging en het toepassen van drainagetransport-riolering. Verder is beleid verankerd in het vastgestelde groenbeleidsplan. Ook is het convenant Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in MRA en NoordHolland in 2021 opgesteld en begin 2022 door Landsmeer ondertekend. Dat betekent dat voor alle plannen voor nieuwbouwwoningen een klimaatbestendige inrichting wordt meegenomen als criterium. En dat deze woningen en hun omgeving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme hitte of wateroverlast, natuurinclusiviteit en biodiversiteit.

Water

In december 2016 heeft de raad een nieuw Waterplan Landsmeer vastgesteld dat is opgesteld i.s.m. het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Dit plan is vastgesteld voor een uitvoeringsperiode van 10 jaar (tot en met 2026). Tevens wordt uitgegaan van het oeverbeheerplan 2008-2018. De gemeente moet depotcapaciteit voor bagger beschikbaar stellen of tot nieuwe afspraken komen met het hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland voor de afzet van gemeentelijke bagger. In 2023 is gezocht naar een geschikte locatie. De verwachting is dat er in 2024 duidelijkheid is of en waar in Landsmeer een geschikte locatie aanwezig is

81

Op 28 april 2014 is een intentieovereenkomst getekend tussen de gemeente en HHNK voor overname van het beheer van het stedelijke oppervlaktewater door HHNK. De opgave is met wederzijdse instemming gesplitst in een overeenkomst voor het deel binnen de bebouwde kom en het deel buiten de bebouwde kom. Met HHNK is in 2023 gewerkt aan de definitieve overdracht van het beheer van het stedelijk-oppervlaktewater naar HHNK. Het project is losgekoppeld van de eventuele overdracht van wegen buiten de bebouwde kom van het HHNK naar de gemeente. De verwachting is dat de overdracht van het beheer van het stedelijk-oppervlaktewater naar HHNK in 2024 wordt afgerond.

Groen

In 2021 is het nieuwe Beleidsplan groenbeheer vastgesteld. Dit plan biedt een toekomstvisie op het openbaar groen van Landsmeer maar stelt ook kaders voor het huidige onderhoud van het groenareaal. Bij de Berap II 2022 is het budget voor groen verhoogd waardoor na het kappen van bomen er weer nieuwe bomen teruggeplaatst kunnen worden. In 2023 zijn voor gekapte bomen dan ook nieuwe bomen geplaatst. Opgemerkt wordt wel dat vanwege stormschade er relatief veel kosten zijn gemaakt op het gebied van bomen. Met betrekking tot een planmatige aanpak van onderhoud en financiële planning van de speelvoorzieningen heeft de gemeente in april 2017 een speelruimte beleidsplan en het uitvoeringsplan vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan de visie op spelen en de verdeling van (formele) speelruimte over de gemeente. Het uitvoeringsplan geeft invulling aan het beheer en onderhoud van de speelruimte en de bijbehorende kosten. De vervanging van speeltoestellen loopt waar het kan wel samen met herinrichtingsprojecten.

Gebouwen

Het MJOP heeft betrekking op het bouwkundige binnen- en buitenonderhoud, het terreinonderhoud en het onderhoud van de gebouw gebonden installaties. Ten behoeve van de planning van het onderhoud wordt een onderscheid gemaakt naar verschillende intensiteiten die elk een eigen frequentie hebben. Daarbij is een bundeling gemaakt van activiteiten die bij elkaar horen om te voorkomen dat er een veelheid van kleine, afzonderlijke activiteiten moet worden uitgevoerd. Beheer en onderhoud worden bij de gemeentelijke objecten uitgevoerd volgens de onderhoudsplanning van het MJOP. Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen heeft de gemeente Landsmeer een Meer Jaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Het MJOP is op 17 februari 2022 voor 4 jaar door de raad vastgesteld. Voor de periode 2022-2025 zijn de werkzaamheden bepaald, mede in relatie tot het actuele gebruik en eventuele toekomstige ontwikkelingen. In 2023 stond in het MJOP behoorlijk veel onderhoud gepland, hieronder een aantal van de belangrijkste werkzaamheden. Zwembad de Breek In 2023 is na een grondig onderzoek het recreatie bad van het zwembad de Breek gerenoveerd. Het betreffende bad is hierbij volledig gestraald zodat alle coating verwijderd was en scheuren en beschadigingen aan de betonconstructie goed zichtbaar werden. 82

Uit het onderzoek was gebleken dat met het betonnen bordes rondom het bad een belangrijke oorzaak is van de scheurvorming. Het zand onder het bordes zakt weg waardoor het bordes aan de betonnen bak gaat “hangen”, hierdoor ontstaat er veel stress in de constructie, om deze reden is het bordes geheel verwijderd. De scheuren en beschadigingen in de betonnen bak zijn op een specialistische wijze gerepareerd en vervolgens zijn de vloer en de wanden aangesmeerd met reparatie mortel zodat deze weer mooi egaal zijn. De gehele betonnen bak is daarna voorzien van meerdere lagen coating en is er een nieuwe dilatatievoeg aangebracht. Waar het bordes heeft gezeten is het opgevuld met zand en is het straatwerk doorgelegd tot aan de badrand, tevens zijn er direct diverse oneffenheden in het straatwerk op het terrein aangepakt zodat het straatwerk er weer netjes en strak uitziet en de veiligheid ten goede komt. Verder is er aan het houtwerk van de gebouwen op het terrein herstelwerkzaamheden uitgevoerd, houtwerk wat in slechte staat verkeerde is hersteld of vervangen en groot deel van het houtwerk is voorzien van een nieuwe laklaag. Het houtwerk wat nog goed in de lak stond, is gereinigd en waar nodig bijgewerkt. Tot slot is de warmtewisselaar vervangen van de verwarmingsinstallatie van de baden, de oude warmtewisselaar was oud en aan vervanging toe.

Naast dat hiermee de installatie bedrijfszekerder is geworden, is de installatie ook energiezuiniger geworden. Voor begin 2024 stonden de werkzaamheden voor het sportbad gepland, de betonconstructie van het bad verkeerd in goede staat maar de voegen van het tegelwerk worden slecht, evenals de kitranden in het bad en de coating van het bovenste deel van het bad is verweerd. De werkzaamheden stonden gepland vanaf februari tot eind maart 2024. Echter door de vele regenval in de voorgaande periode is het grondwaterpeil extreem hoog, hierdoor is het onverantwoord om het sportbad leeg te halen en twee maanden leeg te houden tijdens de werkzaamheden. Het lege bad zou door de hoge opwaartse druk van het grondwater omhoog gedrukt kunnen worden, dit kan dermate veel schade veroorzaken dat de gehele betonconstructie vervangen zou moeten worden. Omdat dit een onaanvaardbaar risico is en geen technische noodzaak is om de werkzaamheden voor het nieuwe seizoen 2024 uit te voeren, zijn de werkzaamheden uitgesteld. Dit alles is besproken met het bestuur van het zwembad, uiteraard zijn zij akkoord met het uitstellen van de werkzaamheden. Tevens is het probleem voorgelegd aan het bestuur van het zwembad, dat de tijd om dergelijke werkzaamheden uit te kunnen voeren steeds korter wordt. Het bestuur van het zwembad wil het zwembad open vanaf 1 april t/m 1 oktober.

Om de werkzaamheden uit te voeren is er droog weer nodig en een minimum temperatuur van 12 graden, het tijdvak waarin de omstandigheden voldoen aan deze voorwaarden is aanzienlijk korter geworden door de verruiming van het zwemseizoen. Zeker nu het voor- en najaar steeds natter lijkt te worden. Het bestuur van het zwembad erkend dit probleem en gaat intern overleggen over een mogelijke oplossing. Een oplossing zou kunnen zijn dat we het bad begin september sluiten en de werkzaamheden gaan uitvoeren of de werkzaamheden door te schuiven naar volgend voorjaar, uiteraard blijven beide oplossingen afhankelijk van de weersomstandigheden. Sporthal ICL In 2023 was het herinrichten van kleed/doucheruimten opgenomen in het MJOP. De doucheruimten waren gedateerd, het tegelwerk in slechte staat, diverse douches werkte niet naar behoren en de tegelvloeren van de kleed- en doucheruimten zijn slechte staat. In de werkzaamheden is van de 83

wanden het tegelwerk verwijderd en zijn wanden hersteld, omdat de wanden nu open lagen is direct de bedrading van doucheknoppen en legionella spoelsysteem vervangen en zijn defecte doucheknoppen vervangen voor nieuwe. Verder zijn de oude toiletpotten vervangen voor nieuwe zwevende exemplaren, zijn de betreffende ruimten opnieuw betegeld en waar nodig het plafond hersteld. Ook de vloeren in die ruimten stonden voor 2023 op de planning, echter deze zijn verschoven naar de zomervakantie 2024. Dit is gelegen in het feit dat de vloeren 3 weken niet begaanbaar zijn en daarmee dit alleen kan worden opgepakt wanneer de sporthal niet in gebruik is. Bij de werkzaamheden worden de tegelvloeren vervangen voor een troffelvloer. Deze troffelvloer heeft het grote voordeel dat deze kras- en slijtvast is, geheel egaal is, dus geen voegen heeft en daarmee gemakkelijk is schoon te houden en onderhoudsvrij is. De werkzaamheden staan reeds ingepland vanaf 29 juli 2024 en nemen dus ongeveer 3 weken in beslag. Kinderopvang Partou Zonnedauwstraat Voor de locatie van Kinderopvang Partou aan de Zonnedauwstraat stonden voor 2023 de cvinstallatie en de afzuigventilators op de rol om vervangen te worden. Beide installaties waren aan het einde van hun levensduur.

De cv-installatie is vervangen evenals de appendages van de installatie, in het kader van duurzaamheid is gekozen voor een energiezuinig exemplaar. Dit geldt ook voor de afzuigventilators, de drie ventilatoren zijn vervangen voor energiezuinige ventilatoren. Naast dat de installaties weer bedrijfszeker zijn, verbruiken de installaties ook een stuk minder energie. Opvanglocatie Violierweg In 2023 is de nieuwe opvanglocatie aan de Violierweg gerealiseerd en in gebruik genomen. De locatie op de Violierweg valt niet onder het budget van gebouwbeheer maar gebouwbeheer is natuurlijk nauw betrokken geweest bij de realisatie, oplevering, in gebruik name en vervolgens het technisch beheer van de locatie.

84

Financiering Algemeen

De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Er zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie budgettaire gevolgen verbonden, onder meer afhankelijk van het risicoprofiel. Onder de treasuryfunctie valt niet het (garanderen van) verstrekken van leningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder het desbetreffende programma. Het beleid van de gemeente Landsmeer voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is in 2019 geactualiseerd. Het statuut is het kader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. De belangrijkste punten, naast de voorschriften afkomstig uit de wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), zijn: • Gelden worden alleen uitgezet bij banken met ten minste een zogenoemde A-rating • Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij ten minste drie financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Algemene ontwikkelingen: rentebeleid Na de daling van de rente die begon rond maart 2020, liep de rente gedurende 2021 geleidelijk op of werd minder negatief. Inmiddels is de rente in 2023 gestegen boven nul en daarmee niet langer negatief.

Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht voor 2023 een inflatie van 4,3%, dit cijfer gaat gepaard met veel onzekerheid. De situatie in Oekraïne is hier de oorzaak van. Hierdoor is de energieprijs behoorlijk gestegen. Het CPB gaat bij deze verwachte inflatie voor 2023 er vanuit dat de energiecrisis niet verder escaleert. Risicobeheer, de kasgeldlimiet en renterisiconorm De begrenzing van de renterisico’s op de gemeentelijke kortlopende middelen (zowel opgenomen als uitgezet) vindt plaats door het vaststellen van een kasgeldlimiet. Dit is geconcretiseerd in de vorm van een maximum percentage van het begrotingstotaal dat gedurende enig jaar met kortlopende middelen mag worden gefinancierd.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar en de renterisiconorm op geldleningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Het doel van deze normen afkomstig uit de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijke) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s. Het niveau van de korte termijn leningen, de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,5% van het bedrag van de begroting. De rente-risiconorm houdt in dat maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar afgelost kan worden. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd.

85

De maximale toegestane kortlopende schuld was € 2.451k conform de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). In onderstaande tabel wordt de voor 2023 geldende kasgeldlimiet afgezet tegen de ontwikkeling van de netto vlottende schuld. De actuele kortlopende schulden zijn gedurende boekjaar 2023 binnen de norm gebleven. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

1e kw 2023

2e kw 2023

3e kw 2023

4e kw 2023

28.835

28.835

28.835

28.835

8,5% 2.451

8,5% 2.451

8,5% 2.451

8,5% 2.451

-459 -459

-739 -739

-819 -819

-563 -563

2 2

2 2

2 2

2 2

2.451 -456

2.451 -737

2.451 -817

2.451 -561

1.995

1.714

1.634

1.890

Opgenomen kasgeld

0

0

0

0

Overschrijding limiet

1.995

1.714

1.634

1.890

Omvang begroting per 1 januari 1. Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In bedragen 2. Omvang vlottende schuld Schuld in rekening courant Totaal vlottende schuld 3. Vlottende middelen Omvang liquide middelen Tegoeden in rekening-courant Totaal liquide middelen Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1) 4. Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte (+)

Renterisiconorm In de volgende tabel wordt de rente-risiconorm afgezet tegen de feitelijke situatie. Hieruit blijkt dat de gemeente binnen de norm is gebleven.

1. 2.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) Renteherzieningen Aflossingen

Rekening Begroting Rekening 2022 2023 2023 0 0 0 3.283 4.095 3.283

3. 4.

Renterisico (1+2) Renterisiconorm

3.283 5.194

4.095 5.767

3.283 6.188

5a

Ruimte onder risiconorm (als 4 > 3)

1.911

1.672

2.905

5b

Overschrijding renterisiconorm (als 3>4) Berekening Renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage

0

0

0

25.971 20%

28.835 20%

30.866 20%

Renterisiconorm

5.194

5.767

6.173

86

Geldleningen Financieringsbehoefte en leningenportefeuille Dit overzicht geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. Per jaar wordt gekeken welke geldleningen in aanmerking komen voor vervroegde aflossing en aan de hand van de dan geldende kapitaalmarktrente wordt een beslissing genomen. Mutaties in leningenportefeuille (bedragen x € 1.000)

Bedrag

Gem. Rente

Stand per 1 januari 2023 -Nieuwe leningen

18.083 7.000

0,67%

-Reguliere aflossingen -Vervroegde aflossingen -Renteaanpassingen (oud %) -Renteaanpassingen (nieuw %) Stand per 31 december 2022

-3.283 0

21.800

Financieringspositie Gemeentefinanciering heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, dan zal er aanvullende financiering benodigd zijn.

Saldo financiering (bedragen x € 1.000)

stand

stand

01-01-23 31-12-23

Bestemmingsreserve en resultaat Voorzieningen Opgenomen geldleningen

4.883 3.455 18.083

3.731 3.872 21.800

A. Totaal financieringsmiddelen

26.421

29.403

B. Vaste activa

23.867

26.064

Saldo financiering (A-B)

2.554

3.339

921

962

1.633

2.377

C. Geïnvesteerd in Grondexploitatie Saldo financiering inclusief grondexploitatie

87

Renteomslag

Het hierna volgend renteschema geeft inzicht in de rentelasten, rente baten en het renteresultaat, alsmede de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitatie en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte (artikel 13 BBV). Renteomslag 2023 a. b.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten

€

131.057 -29.561

Saldo rentelasten en rentebaten

€

101.496

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

0

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen

€ €

0 0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€

0

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

€

-191.406

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

-89.910

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

€ 0

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

€ 0

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken

€ 0

d1. d2.

88

Bedrijfsvoering Algemeen

De paragraaf Bedrijfsvoering beschrijft de stand van zaken en beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Het college maakt met deze beschrijving inzichtelijk dat er, doelmatig, doeltreffend en klantgericht wordt gewerkt aan de uitvoering van de programma’s. De paragraaf Bedrijfsvoering bevat de volgende onderdelen: • • • • •

Ambtelijke samenwerking ICT Informatiebeveiliging en privacy Personeel Betaaltermijn

Ambtelijke samenwerking

Naast de formele bestaande samenwerkingen vanuit de verschillende gemeenschappelijke regelingen, wordt op ambtelijk niveau samengewerkt met de regiogemeenten op velerlei onderwerpen waaronder: ruimte & landschap, mobiliteit/bereikbaarheid, duurzaamheid, economie & toerisme, belastingen en sociaal domein. Dit doen wij vooral op de schaal van de MRA (Metropool Regio Amsterdam) en op de schaal van Zaanstreek-Waterland. Vanuit de ambtelijke organisatie is onze inzet binnen de regio gebaseerd op niet meer dan wat nodig is, en doen wij allen wat wij moeten doen (er wordt ingezet vanuit de wettelijke basis). Voor meer informatie verwijzen wij naar het programma Bestuur, onderdeel regionale samenwerking. In programma Algemeen bestuur is een uitgebreide toelichting te vinden over de bestuurlijke toekomst.

ICT

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft een steeds grotere invloed op de samenleving en de producten/diensten van onze gemeente. Om inhoud te geven aan een goede en efficiënte informatievoorziening, die ondersteunend is aan de dienstverlening aan inwoners en bedrijven van Landsmeer en om te voldoen aan wettelijke eisen dienen ook in 2024 de nodige inspanningen geleverd te worden. De inventarisatie van het Configuratiemanagement is in 2023 afgerond. Configuratiemanagement zorgt voor een actueel inzicht in alle hardware en software en onderlinge verbindingen binnen de organisatie en is een belangrijk aspect voor het verhogen van de digitale weerbaarheid van de organisatie. Het is immers belangrijk dat we zicht hebben op wat de gemeente Landsmeer in huis heeft en wat beschermd dient te worden. Vanaf nu gaat het beheer in om alle wijzingen en actualisaties bij te houden. In 2023 is een start gemaakt met inrichting en in gebruik name van de MDM. MDM is een term in de ICT die gebruikt wordt voor het beheer (en mogelijke registratie) van mobiele apparaten. Hieronder 89

vallen smartphones, tablets en laptops. MDM-functionaliteiten omvatten onder andere beveiligingsbeleid, draadloze distributie van applicaties en gegevens en configuratie-instellingen voor alle soorten mobiele apparaten. De laptops zijn in 2023 ondergebracht in deze beheer-tool. Verder is een begin gemaakt om de smartphones en tablets in de MDM onder te brengen. In 2024 worden deze werkzaamheden afgerond. In 2023 is het nieuwe zaaksysteem ingericht en uitgerold in de organisatie en is de continuïteit van onze bedrijfsvoering geborgd. De implementatie van iBurgerzaken (Burgerzaken Module) is in 2023 succesvol doorgevoerd. In 2024 wordt het zaaksysteem door ontwikkeld met de onderdelen uit het project Dienstverlening.

Informatiebeveiliging en privacy

Om de informatieveiligheid verder te bevorderen is gedurende 2023 een CISO/Privacy Officer/ENSIAcoördinator ingehuurd. Werving heeft niet geleid tot het aantrekken van een ervaren adviseur, daarom is gekozen om met hulp van de ingehuurde deskundige een trainee op te leiden. De resultaten zijn niet volgens planning behaald als gevolg van langduriger uitvallen van de adviseur. De ISMS tooling (t.b.v. kwaliteit- en risicomanagement) wordt gebruikt voor de waarborging van de werkprocessen met betrekking tot informatieveiligheid en privacyaspecten. Op basis van de nulmeting uit 2022 is de implementatie binnen de organisatie in 2023 opgepakt met een analyse van de prioriteiten. De kernapplicaties zijn in kaart gebracht en een periodieke autorisatiecontrole is ingericht. De afspraken met leveranciers worden hierna in kaart gebracht en zo nodig aangepast. De bewustwordingscampagne over informatieveiligheid en privacy voor de medewerkers liep heel 2023. Voor ICT diensten en samenwerkingsverbanden met andere organisaties is een systeem voor risicomanagement ingericht. Daarbij is een lijst met mogelijke dreigingen en maatregelen in beeld gebracht. De invulling van deze basis vindt hierna plaats. Dit maakt onderdeel uit van de eisen van NIS2 waaraan gemeenten in 2024 moeten voldoen.

Het register van verwerkingsactiviteiten (verwerkingsregister) bevat informatie over de persoonsgegevens die Landsmeer verwerkt. Het geeft een overzicht van alle processen waarin persoonsgegevens worden gebruikt. Gebleken is dat de processen niet allemaal up to date zijn. De processen in het nieuwe zaaksysteem Join en I-burgerzaken worden als eerste herzien. De gemeente is voor een aantal gegevensverwerkingen verplicht om een risicoanalyse uit te voeren (een zgn. Data Protection Impact Assessment of DPIA). In 2023 zijn 3 DPIA’s vastgesteld. De uitvoering van maatregelen op grond van de DPIA’s is door beperkte capaciteit nog niet afgerond. Er wordt intern een monitor ontwikkeld om dit beter te volgen. Beleid en procedures rond Informatiebeveiliging en Privacy zijn in 2023 ambtelijk geactualiseerd en worden in 2024 vastgesteld. Als persoonsgegevens worden gedeeld met derden maakt Landsmeer hierover schriftelijke afspraken. In 2023 is een aantal geactualiseerd waar dat nodig was en zijn nieuwe overeenkomsten afgesloten waar nog geen afspraken bestonden.

90

De gemeentelijke boa’s verwerken onder meer politiegegevens. De gemeente is jaarlijks verplicht om een interne audit te houden en één keer in de vier jaar een externe audit. In 2023 is een hercontrole op de externe audit gehouden en zijn diverse actiepunten uitgezet in de organisatie. Voor terugkerende werkzaamheden is een jaarcyclus opgezet en een planning is gemaakt om te voldoen aan de eisen van NIS2 met een prioritering. Het is nog niet mogelijk om aan alle wettelijke eisen maximaal te voldoen.

Personeel

Ontwikkeling Organisatie Het blijft een uitdaging om met elkaar de ontwikkeling van onze organisatie op koers te houden, met de huidige bezetting voldoen we krap aan de minimale eisen van de wet en regelgeving en moeten we alle zeilen bijzetten om aan deze eisen te (blijven) voldoen en waarbij we in sommige gevallen niet eens kunnen voldoen aan de minimale wettelijke taken. Ook met een andere arbeidsmarkt of met meer ervaren beleidsmedewerkers zal de organisatie kwetsbaar blijven. De continuiteit komt (nog) niet in gevaar maar we moeten wel met zijn allen scherp blijven. We hebben in 2023 veel nieuwe medewerkers met beperkte gemeentelijke ervaring in dienst genomen en aan de andere kant ook een aantal ervaren medewerkers zien vertrekken. In 2023 hebben we een recruiter ingehuurd om hier een rol in te spelen en ons gerichter aan nieuwe medewerkers te helpen. Deze recruiter is er in geslaagd om veel vacatures in te vullen. We halen veel net afgestudeerde WO’ers binnen en die in de basis geschikt zijn en in onze ogen over de juiste competenties beschikken. Deze nieuwe mederkers worden gekoppeld aan een ervaren medewerker en worden door hen opgeleid. Helaas komt het ook voor dat de ervaren medewerker er niet is en een nieuwe medewerker, ondanks inspanningen van de managers en andere collega’s, zelf zijn of haar weg moet zoeken.

Dit is uiteraard niet wenselijk, maar wel de realiteit. Dit betekent dat er constant een beroep gedaan wordt op de ervaren medewerkers (en managers) om de nieuwe medewerkers te begeleiden en dat er tevens wordt verwacht dat zij daarnaast hun normale werkvoorraad afhandelen. Dit verhoogt de werkdruk bij deze medewerkers. Het effect kan zijn dat deze ervaren medewerkers op zoek gaan naar meer specialistische functies bij andere gemeentes in plaats van de generieke funcies bij onze gemeente. Op dit moment is de continuiteit binnen de organisatie gewaarborgd in de basis, maar dit blijft een risico. Daar waar we geen geschikte medewerkers kunnen vinden huren we “extern” personeel in via Flextender (platform voor dergelijke aanbestedingen). Ook deze markt is krap en het nadeel zit hem hierbij in de continuiteit en het borgen van kennis voor de toekomst, naast de financiële gevolgen die dit ook met zich meebrengt. We gaan een onboardingsprogramma opstellen voor onze gemeente en het thema voor 2024 is: aandacht voor onze medewerkers en voor de ontwikkeling van onze medewerkers. We hebben hiervoor afgesproken dat iedere medewerker een “ontwikkelgesprek” krijgt en we aandacht geven aan onze medewerkers. Tevens zijn we bezig met een andere manier van opleiden neer te zetten waarbij we veel beter aansluiten bij de behoeftes van al onze medewerkers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=09fb7597-9718-4e92-8943-68d170ff6f36