CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Breekoever Fase 3 (noordblok) Landsmeer

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: Bestemmingsplan Breekoever Noord23.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de Middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de Vroege Middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.

Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als Nieuwe Tijd. e

Bijlage 2 :

AMZ-cyclus

Bijlage 2 :

AMZ-cyclus Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in de meeste gevallen uitgevoerd binnen het kader van de zogenaamde Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. In de procedure wordt volgens een trechtermodel gewerkt. Het startpunt ligt eigenlijk al bij het bepalen van de onderzoeksplicht. Op diverse provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten kan namelijk worden ingezien of het plangebied ligt in een zone met een archeologische verwachting. Indien dit het geval blijkt te zijn, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyslus (zie afb. 1 en 2)

Afb. 1: de AMZ-cyclus

De eerste fase: bureauonderzoek Uitgangspunt voor het bureauonderzoek is het vaststellen van een gespecificeerd verwachtingsmodel dat op detailniveau voor het plangebied aangeeft wat er aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of er een veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode voor dit veldonderzoek zou moeten zijn om deze mogelijk aanwezige archeologische resten te kunnen aantonen.

Afb. 2: proces van de AMZ

De tweede fase: inventariserend veldonderzoek (IVO) Het inventariserend veldonderzoek kan worden opgesplitst in drie subfases. Fase 1. verkennend onderzoek In sommige gevallen wordt er gestart met een verkennend onderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en word feitelijk uitgevoerd omdat er bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om dit voldoende te kunnen onderbouwen. Dit is bijvoorbeeld het geval als er te weinig bodemkundige of geologische gegevens zijn om binnen het plangebied de verwachtingswaarden te kunnen onderbouwen of zelfs überhaupt tot een verwachtingswaarde te komen. Met een verkennend onderzoek kan tot in detail de verwachtingswaarde worden aangebracht. Zodoende kan door terugkoppeling een aangescherpt verwachtingsmodel worden gemaakt en kan karterend veldonderzoek in een vervolgfase gerichter en daarmee ook kostenefficiënter worden ingezet. Fase 2. karterend onderzoek In de regel wordt er gestart met een karterend onderzoek. Dit veldonderzoek dient om het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek te toetsen en eventueel aanwezige vindplaatsen op te sporen. Het onderzoek wordt vrijwel altijd vlakdekkend uitgevoerd door middel van boringen en/of oppervlaktekarteringen of proefsleuven. Het resultaat is in de regel een overzichtskaart met de resultaten van het onderzoek.

Eventueel aangetoonde vindplaatsen worden daarbij aangegeven. Indien er geen archeologische vindplaatsen worden aangetroffen of wanneer bijvoorbeeld al blijkt dat deze geheel zijn

verstoord, dan wel van geen waarde zijn, is dit meestal ook het eindstadium van de AMZcyclus. Als er wel archeologische vindplaatsen worden aangetroffen of het blijkt uit de onderzoeksgegevens dat deze met zeer grote zekerheid kunnen worden verwacht, dan dient er een waardestellend onderzoek te worden uitgevoerd. Meestal is van de vindplaatsen die bij een karterend onderzoek zijn aangetroffen nog slechts in beperkte mate bekend wat de waarde ervan is. Fase 3. waarderend onderzoek Een waarderend onderzoek dient de fysieke kwaliteiten van een eerder aangetoonde of reeds bekende archeologische vindplaats vast te stellen en dient te leiden tot een waardestelling. Voor een waardestelling is het van belang om in elk geval de aard van de vindplaats, de exacte begrenzing in omvang en diepteligging, de datering en de mate van conservering en intactheid te weten. Een waarderend onderzoek kan worden uitgevoerd door middel van boringen of proefsleuven. Wat de beste methode is hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. In de meeste gevallen worden er voor een waardestelling proefsleuven of proefputten gegraven. omdat met deze methode meer en betere informatie over de vindplaats kan worden verkregen dan met aanvullende booronderzoek.

Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De derde fase: Selectie en waardering Het eindresultaat van een waardestellend onderzoek is een selectieadvies waarin op basis van de waardestelling van de vindplaats(en) wordt aangegeven of een vindplaats behoudenswaardig is. Deze waardestelling geschiedt op basis van verschillende waarderingscriteria. De term behoudenswaardig is sterk gerelateerd aan de essentie van het rijks- en provinciaal beleid ten aanzien van de archeologische monumentenzorg. In eerste instantie gaat dit namelijk uit van het behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem). Alleen wanneer dit binnen een belangenafweging niet kan zal het stuk waardevol bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een opgraving. Dit wordt ook wel behoud ex situ genoemd. Wanneer behoud niet gewenst is vanwege een relatief gering waarde van de vindplaats(en) kan nog worden besloten om de bodemingrepen onder archeologische begeleiding te laten uitvoeren. Ook is het natuurlijk nog mogelijk dat er helemaal geen archeologisch onderzoek meer hoeft plaats te vinden en kan het terrein worden 'vrij gegeven'.

Het bevoegd gezag zal op basis van het selectieadvies uiteindelijk aangeven welke maatregelen er dienen te worden genomen. Deze beslissing wordt het selectiebesluit genoemd. Plaats van de AMZ-cyclus in de planvorming Net als met andere omgevingsfactoren waarmee binnen de planvorming rekening gehouden dient te worden, is het ook voor de archeologie van belang om dit in een zo vroeg mogelijk stadium in te steken. Niet alleen is dit voor een aantal onderzoeksfasen vanwege provinciaal of gemeentelijk beleid al een vereiste, het geeft bovendien al vroeg inzicht in eventuele risico's qua exploitatie en potentiële vertragingen in een project. Indien er een middelhoge of hoge kans op de aanwezigheid van archeologische resten bestaat, zal het bevoegd gezag een inventariserend onderzoek verplicht stellen ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing. Dit onderzoek is gebaseerd op het specifieke verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek dat daaraan vooraf dient te gaan. In praktijk worden deze onderzoeken gecombineerd uitgevoerd en in één verslag gerapporteerd.

Wanneer eenmaal een planprocedure is voorgenomen zal met het archeologisch onderzoek al kunnen worden begonnen. In principe kan het gehele inventariserend veldonderzoek, inclusief een selectieadvies, voorafgaand aan een planprocedure worden afgerond. Dit heeft als voordeel dat binnen het toekomstige plan de omvang van de archeologische vindplaats(en) definitief kan worden afgebakend en er, bij behoud in situ, de bestemming 'archeologische waardevol' kan worden opgenomen. Ook kunnen dan in bijvoorbeeld een aanlegvergunning specifieke voorschriften worden opgenomen om aantasting te voorkomen. In dit kader en deze planfase kan ook een voorschot worden genomen op inrichtingsmaatregelen (aanpassing van een eventueel al beschikbaar stedenbouwkundig ontwerp of het voorschrijven van bijvoorbeeld een groenzone, speelveld, parkeerplaatsen etc.). Indien dit mogelijk is kan ook worden voorgeschreven dat er archeologievriendelijk gebouwd dient te worden door aanpassing van funderingswijze of ander technische maatregelen. Het nadeel van het uitvoeren van een waardestellend veldonderzoek na de een planprocedure is dat daarmee ook de consequenties ervan pas later in beeld komen, wat leidt tot een aantal risico's. Vaak blijkt dan behoud in situ veel lastiger te zijn en is dit dan alleen met technische maatregelen nog mogelijk.

Soms is alleen behoud ex situ door middel van opgravingen de enige nog resterende kostbare optie.

Bijlagen

OM-nr: 40150

1

1

1

1

1

2

2

2

3

3

3

3

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

1

16

5-7-2010

3

15

14

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

20-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

21-5-2010

21-5-2010

21-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

25

12

1

1

4

3

2

1

7

2

11

4

3

3

2

2

Vondstnummer WP Vlak Vondstdatum Spoornumme Vulling Segment Profiel r

Locatiegegevens: Breekoever

Projectnaam: IVO-P Landsmeer - Breekoever

Projectnummer: 217545

1

Profielnr Monsternr. .

schaven

aanleg vlak

puntvondst

aanleg vlak

aanleg vlak

aanleg vlak

couperen/afwerken

aanleg vlak

aanleg vlak

aanleg vlak

aanleg vlak

Verzamelwijze

Vondstenlijst

houten vierkante paal

mix

mix

porcelein + philips

grijze dakpan

aanleg put

Opmerkingen

1 1

GLS OPH

1

SLE

4 2 2

KER GLS ODB

1

1

ODB OPH

13

KER

6

1

KER

3 KER

2 XXX

1 KER

3

1

1

XXX

KER

OPH

KER

2

1 KER

1 XXX

2

5

KER

KER

KER

1

Pagina 1 van 1

81

238

37

1670

24

25

649

415

0

114

43

27

74

34

104

3800

16

30

1

108

593

110

293

115

KER

257

63

gew.

GLS

1

5

aantal

KER

KER

Inhoud Splitslijst

Projectnummer: 217545

OM-nr: 40150

Projectnaam: IVO-P Landsmeer - Breekoever

5

4

3

2

1

1

1

1

1

1

1

WP

1

1

1

1

1

1

1

Vlak

21-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

20-5-2010

Datum

muurwerk

muurwerk

overig (zie opm.)

overig (zie opm.)

muurwerk

recent

houten paal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

doorsnede 12 cm

putje gevuld met puin

waterkelder

Funderingssleuf

fundering

baksteenrij verticaal, ingestorte poer?

concentratie houten planken, vlonder?

bakstenen muur

uitbraaksleuf

uitbraakput, + 3 houten palen

Sporenlijst

6 2 1 21-5-2010 waterput

0

Locatiegegevens: Breekoever

7 2 1 21-5-2010 houten paal

0

Opmerkingen

8 2 1 21-5-2010 overig (zie opm.)

0

baksteen gefundeerd op houten planken

Vondstnrs.

9 2 1 21-5-2010 overig (zie opm.)

0

uitbraaksleuf met vierkante palen, 6x6 cm

Laagbeschrijving

10 2 1 21-5-2010 overig (zie opm.)

0

NAP-hoogte Diepte (cm.)

11 2 1 21-5-2010

overig (zie opm.)

0

21-5-2010

overig (zie opm.)

overig (zie opm.)

0

0

0

concentratie houten palen (8): vierkant en rond

concentratie houten palen (6)

fundering, steenmortel, hout, stenen in klisklezoor

fundatie en uitbraaksleuf, balk

1

21-5-2010

overig (zie opm.)

Spoordefinitie

12 2 1 21-5-2010

overig (zie opm.)

Uitbraak/funderingssleuf met dubbele palenrij en puin

13 2 1 21-5-2010

2 1

21-5-2010

9

14 2 1

17 1

1

gegr

15 2

1 z3

16

stenen op hout 1,5 steens in kettingverband: 5,5 x 20,5 x 10 (d/l/b)

18 2

Pagina 1 van 3

19

Spoornummer

5-7-2010

OM-nr: 40150

5-7-2010

1

1

1

1

1

2

2

2

3

3

3

3

3

3

3

3

3

5

3

3

3

3

3

3

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

2

21

1

Vlak

2

WP

20

Spoornummer

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

25-5-2010

21-5-2010

21-5-2010

21-5-2010

21-5-2010

21-5-2010

Datum

Locatiegegevens: Breekoever

houten paal

concentratie

houten paal

overig (zie opm.)

houten paal

houten paal

concentratie

overig (zie opm.)

concentratie

houten paal

concentratie

muurwerk

concentratie

concentratie

overig (zie opm.)

houten paal

overig (zie opm.)

overig (zie opm.)

overig (zie opm.)

overig (zie opm.)

houten paal

Spoordefinitie

Projectnaam: IVO-P Landsmeer - Breekoever

Projectnummer: 217545

-1,89

-1,61

-1,14

-1,62

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

NAP-hoogte Diepte (cm.)

Sporenlijst

Laagbeschrijving

13

Vondstnrs.

Pagina 2 van 3

4 hout 'n palen op ' n rij

houten plank als fundatie. Aan uiteinde liggen losse bakstenen 22x10x5,5 cm

houten palen

houten palen (4)

houten palen (3)

Geeltjes, 8,5x18x4 Fundering 2 hoog parallel en grenzend aan S26 strekverba

houten palen (3)

houten palen (3)

Uitbraaksleuf + 4 houten palen. Op grens m S29 rode stenen 20x10x5,5

baksteen 1,5 steens in

fundering, baksteen op hout

houten plank

uitbraaksleuf: puin, hout & veen

doorsnede 8 cm

Opmerkingen

Projectnummer: 217545

OM-nr: 40150

Spoordefinitie

Projectnaam: IVO-P Landsmeer - Breekoever

Datum

Locatiegegevens: Breekoever

Vlak

NAP-hoogte Diepte (cm.)

0

WP

overig (zie opm.) 0

0

25-5-2010 concentratie

overig (zie opm.)

1 25-5-2010

25-5-2010

3 1

1

42 3

3

43

41

Spoornummer

5-7-2010

Sporenlijst

Laagbeschrijving

Vondstnrs.

Opmerkingen

Houten balk meer op zijn kant gelegen. 10x40 cm 5 m lang. mogelijk muurwerk

houten palen (3)

Pagina 3 van 3

1 1 1 1 1 2 2 3

4 5 6 7 7 8 10

10 11

12 12 12 13 13 13

13 13 14

14 14 14 14 14 14 14

1 1 1 2 2 2 3

3 3

3 3 3 3 3 3

3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

9 9 9 9 9 9 9

4 4 9

3 3 3 4 4 4

1 1

3 4 11 2 2 7 1

1 1 1 1 1 2 2 3

Faience Grijsbakkend aardewerk Witbakkend geglazuurd Modern aardewerk Roodbakkend Roodbakkend geglazuurd Steengoed

Porcelein Porcelein Pijpekop

Steengoed Steengoed Porcelein Witbakkend geglazuurd Roodbakkend geglazuurd Faience

Faience Porcelein

Witbakkend geglazuurd Grijze dakpan Porcelein Pijpekop Roodbakkend Pijpekop Roodbakkend geglazuurd

porcelein porcelein porcelein Witbakkend geglazuurd Witbakkend geglazuurd (roze) Roodbakkend geglazuurd Witbakkend modern Steengoed

Vondstnr. Segment Determinatie

1 1 1 1 1 1 1 1

Wp

1 1 4 1 1 2 1

1 1 2

1 1 1 1 2 1

1 1

2 2 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1

31 246 85 73 3 83 107

34 37 20

13 0 11 196 126 16

30 32

112 587 107 10 19 7 73

6 2 8 36 10 229 20 294

Aantal Gewicht

1650-1800 LME-NTA 1550-1900 1900-2000 LME-NT 1550-1650 1600-1750

NT 1900-2000 1700-1900

1650-1900 NT NTB-NTC 1700-1800 1550-1650 1600-1800

1600-1800 NT-C

1700-1800 NT-C 1900-2000 1600-1700 LME-NT 1600-1900 1550-1650

NT-B NT-B 1900-2000 NT-C 1550-1900 1550-1650 1900-2000 1500-1680

Datering

2

3

1 1

2 1

1

2

1 1

W

Bijlage 4

1

1 1 1

2

1 1

1

1

1

R

1

1 1 1

1 1

B

1

T

Waterkruik Knoop Kinderservies tegel met afbeelding dier en spin in hoek Een rand met slibversiering Rijke blauwe versiering, onderzijde tingl. met iets lood en putjes in glazuurlaag Voet van beeldje met rococoversiering Kop met in goud tekst "Oemer panjang" 1x kop zonder hiel met gekroonde emmer en wapen gouda, 1x gekroonde 52 op hiel Bord, blauw motief Vloertegel, lichtgrijs en zepig Geel en groen glazuur Tegel Knikker Wrsch. Haarlem Baardman Frechen iets latere variant (>1600)

koffiekop ?amag, ???chönwald Bavaria 87 met concretie in kop Zeer kleine ketel, hielmerk gekroond wapen Ongeglazuurd Gezien volume ketel 18e eeuws, geen hielmerk Kom met binnezijde geel vlak (silblaag), buitenzijde golvende ringeloorversiering (West-Brabants?) Kom, tinglazuur met blauwe versiering (hand-geschilderd; late vorm) Binnenzijde wapen van cafe-restaurant ??, achterzijde makersmerk met "Gebr. ?, weide?, Geners?, Bert?, Amste(rdam?)"

motief 20e eeuws, lage schaal Geknepen voet zoutglazuur, waarsch. Raeren of anders Langerwehe 3e periode (Bartels 1999) wandtegels, 1 met sepia & kalkmortel

band blauwe visgraatversiering binnen blauwe versiering bloemetjesbehang Duitse spreuk op pot koperhoudend glazuur

Opmerkingen

Wp 3 3 3

4 4 4

Pijpekop Porcelein Faience

Vondstnr. Segment Determinatie 16 16 16

7 27 6

Aantal Gewicht 1 2 1

W

Bijlage 4 Datering 1600-1900 NTB-NTC 1650-1800

R 1 1

B

1 1

T

Opmerkingen

Aan weerszijden van hiel een B en H in reliëf Merk op wand kroon: "Hutschenre? Abt. pa?" Blauwe versiering

? P3 P1

? P2

? P6

?

P9

P5

P4

P8

Legenda

?

sporen

Bodemlagen (sloot)demping klei met puin (plaatselijk venig)

0

veraard veen met puin venig zand met puin zand (venig) zand (sintels/slakken)

GBKN

00

01-07-2010

NR

DATUM

Gemeente Landsmeer PROJECTOMSCHRIJVING

?

Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) Breekoever te Landsmeer KAARTTITEL

Afzettingen

°

definitief

OPDRACHTGEVER

P7

zand met veel puin

16 m

MY WIJZIGING

GET. Tekenaar

I. Vossen PROJECTLEIDER

I. Vossen

SCHAAL

1:300

FORMAAT

A4

BLAD IN BLADEN

1 IN 1

KAARTNUMMER

217545-Bodem

WIJZ.NR

00

STATUS

concept (r:\00215000\00217545\MXD\217545-S1.mxd)

-0,52 #

?

-1,38 #

-1,47 #

V6

-1,5 #

-0,51 # -1,48 S5 # #

P3 P1

-1,48 # -0,82 -1,27 # # S4

V5 S6 #

V4

-0,78 #

-1,34 # V3 -1,42 #

V2 # S1

-1,53 # #-1,54 V1 S2

?

?

P2

S22

S24

S23

-1,13 #

? S42

-1,42 #

S3

S16

S21

P6

S19

V14 S40 S43

P9

S38

-1,37 #

V8 S15

S18

V9

S12

S14S20

P5

S41 -1,73 #

# S39

S17

S11 S10

SR S9 V7

S37

S7

P4

S8

?

-1,22 # S S36

Legenda Sporen

baksteen uitbraaksleuf

# S34

P8

S35

# S32 -1,02 S33 #

-1,68 # S31

-1,83S30 # #

V13

funderingssleuf

S28 S29# -1,8 ##S27 -1,72 -1,81 #

waterkelder

-1,84 -1,64 # # S26

hout (plank/paal) puin

# S25 #-1,88

V11

recent overig

GBKN

?

00

01-07-2010

NR

DATUM

-1,02 #

PROJECTOMSCHRIJVING

Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) Breekoever te Landsmeer KAARTTITEL

Allesporenkaart

°

definitief

Gemeente Landsmeer

V10

-2,29 #

16 m

OPDRACHTGEVER

-2,02 #

P7

recent (poer)

0

V12

MY WIJZIGING

GET. Tekenaar

I. Vossen PROJECTLEIDER

I. Vossen

SCHAAL

1:300

FORMAAT

A4

BLAD IN BLADEN

1 IN 1

KAARTNUMMER

217545-S1

WIJZ.NR

00

STATUS

concept (r:\00215000\00217545\MXD\217545-S1.mxd)

Breekoever Fase 3 (noordblok) Landsmeer

Bijlage 3 Ecologische inventarisatie

87

Ecologische

inventarisatie

Breekoever

Noord, Landsmeer Opdrachtgever: Gemeente Landsmeer Onderwerp:

Ecologische inventarisatie Breekoever Noord, Landsmeer

Datum:

27-11-2018

projectnummer: 167.00.06.01.00

Inleiding KADER Gemeente Landsmeer is van plan om in het herontwikkelingsgebied Breekoever in Landsmeer 18 woningen te realiseren. Om de uitvoerbaarheid van dit plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend 1

onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het projectgebied ten behoeve van de inventarisatie op 13 november 2018 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: half bewolkt, circa 12˚C, droog en een matige wind. PROJECTGEBIED Het projectgebied ligt aan de rand van de bebouwing van Landsmeer en betreft een grasperceel aan de Optimist. Een klein deel van het projectgebied is in gebruik als speeltuin. Het grootste deel wordt gebruikt als hondenuitlaatplaats. Zowel bebouwing, als bomen en struiken zijn niet aanwezig. Permanent oppervlaktewater bevindt zich aan de noord- en westrand van het projectgebied in de vorm van een meer, ‘Kerkebreek’. De overgang van land naar water is hard en wordt gevormd door beschoeiing van damwanden. De ontwikkelingen bestaan uit de realisatie van 18 grondgebonden woningen en een aanlegsteiger langs de gehele oever ter hoogte van het projectgebied.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Impressie van het projectgebied op 13 november 2018.

Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE 2

3

Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp.nl (© NDFF - quickscanhulp.nl 20-11-2018 15:23:05) blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het pro-

2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens: de Gegevensautoriteit Natuur heeft vastgesteld dat ze kloppen. Informatie is te vinden op www.natuurloket.nl.

datum 27-11-2018

projectnummer 167.00.06.01.00

2

jectgebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreffen hoofdzakelijk vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en amfibieën. Daarnaast is het voorkomen bekend van de vaatplant kartuizer anjer en de libel gevlekte witsnuitlibel. Op basis van het veldbezoek blijkt echter dat het projectgebied een beperkte natuurwaarde heeft.

Naast grassen als kropaar zijn in het projectgebied diverse plantensoorten aangetroffen waaronder smalle weegbree, zachte ooievaarsbek, paardenbloem, rode klaver, duizendblad en grote brandnetel. De aangetroffen soorten duiden op voedselrijke omstandigheden. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden gezien de terreingesteldheid en het ontbreken van geschikt biotoop ook niet verwacht. In het projectgebied zijn geen gebouwen en bomen aanwezig waardoor de aanwezigheid van (jaarrond beschermde) vogelnesten kan worden uitgesloten. Direct ten oosten van het projectgebied zijn wel enkele meer algemeen voorkomende broedvogels te verwachten waaronder wilde eend en houtduif. Gezien de ligging en het huidige gebruik is het projectgebied hooguit marginaal geschikt als foerageergebied voor broedvogels (met een jaarrond bescherm nest). Voor vleermuizen vormt het projectgebied mogelijk een klein onderdeel van het foerageergebied, zoals de uit de omgeving bekende soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (Quickscanhulp.nl). Verblijfplaatsen van vleermuizen en onmisbare vliegroutes zijn niet in het projectgebied aanwezig, door het ontbreken van gebouwen en opgaande groenstructuren. In het projectgebied is hooguit een algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoort zoals veldmuis (Quickscanhulp.nl) te verwachten.

Voor de te verwachten algemene soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Niet-vrijgestelde (en dus beschermde) grondgebonden zoogdiersoorten zijn niet te verwachten in het projectgebied, gezien de terreingesteldheid en het ontbreken van sporen die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen. In het projectgebied is marginaal geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig voor de meer algemeen voorkomende amfibieënsoort gewone pad. Voor deze soort geldt in de provincie Noord-Holland een

3

Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wel of niet in het projectgebied kan voorkomen. Quickscanhulp.nl geeft aan op welke afstand waarnemingen van beschermde soorten in relatie tot het projectgebied zijn aangetroffen. Voor Quickscanhulp.nl worden alleen gevalideerde waarnemingen gebruikt, de Gegevensautoriteit Natuur staat hiervoor in.

datum 27-11-2018

projectnummer 167.00.06.01.00

3

vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het projectgebied is het voorkomen bekend van de niet-vrijgestelde (en dus beschermde) rugstreeppad (Quickscanhulp.nl). Geschikt voortplantingsbiotoop is voor deze en andere niet-vrijgestelde amfibieënsoorten niet in het projectgebied en de directe omgeving aanwezig. Bovendien vormt het projectgebied geen hoogwaardig landbiotoop voor rugstreeppad. Overwintering van rugstreeppad wordt dan ook niet verwacht in het projectgebied. Beschermde soorten uit de soortgroep vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet in het projectgebied te verwachten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. TOETSING Door de herinrichting van het projectgebied verdwijnt geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten. In de directe omgeving is in ruime mate alternatief en bovendien hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Hierop zijn zodoende geen negatieve effecten te verwachten. Naar verwachting wordt het projectgebied na herinrichting voor in ieder geval vleermuizen geschikter als foerageergebied. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van de meer algemeen voorkomende vogels worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden.

Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdierensoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Voor de overige soort(groep)en kunnen negatieve effecten op in het kader van de Wnb beschermde soorten worden uitgesloten.

Gebiedsbescherming

datum 27-11-2018

projectnummer 167.00.06.01.00

4

Voor

het

onderhavig projectgebied

is

de

volgende wet-

en

regelgeving

op

het

gebied

van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking heeft. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het NNN (voorheen ook wel Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de bijbehorende Provinciale Ruimtelijke Verordening. WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weidevogelleefgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen.

INVENTARISATIE Het projectgebied ligt op een afstand van circa 400 meter ten zuiden van het dichtstbijzijnde in het kader van de Wnb beschermde gebied, te weten Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske. Dit gebied is tevens aangewezen als NNN en weidevogelleefgebied. Tussen het projectgebied en de beschermde gebieden ligt een meer, ‘Kerkebreek’. TOETSING In voorliggende situatie zou hooguit sprake kunnen zijn van negatieve effecten op het genoemde Natura 2000-gebied als gevolg van externe werking. Hiervan kan sprake zijn bij het realiseren van de steiger in het oppervlaktewater en het plaatsen van kunstlicht dat het oppervlaktewater ook verlicht. Het oppervlaktewater ter hoogte van het projectgebied is echter niet geschikt als leefgebied voor de vissoorten (kleine modderkruiper, bittervoorn en rivierdonderpad) waarvoor voor Natura 2000gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld. Daarentegen is het niet ondenkbaar dat het aangrenzende oppervlaktewater door meervleermuis

datum 27-11-2018

projectnummer 167.00.06.01.00

5

(ook een aangewezen soort voor het genoemde Natura 2000-gebied) wordt gebruikt als foerageergebied. Wanneer bij plaatsing van kunstlicht aan de waterzijde uitsluitend gebruik wordt gemaakt van gerichte lichtarmaturen die geen lichtuitstraling naar de zij- en bovenkant veroorzaken, zijn met zekerheid geen negatieve effecten op de instandhouding van meervleermuis te verwachten. In de omgeving van het Natura 2000-gebied blijft daarnaast ruim voldoende foerageergebied beschikbaar voor de soort. Gezien de terreinomstandigheden, de afstand tot beschermde gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen project eveneens geen negatieve effecten op het NNN en weidevogelleefgebied te verwachten. Deze inventarisatie geeft daarom geen aanleiding voor een voortoets in het kader van de Wnb en is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

Conclusie Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Van het doen van aanvullend onderzoek en de aanvraag van een ontheffing op grond van de Wnb is in voorliggende situatie geen sprake. Wel dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat bij het plaatsen van verlichtingsarmaturen langs de waterkant van de Kerkebreek er geen rechtstreekse verlichting van het oppervlaktewater plaatsvindt. Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening.

datum 27-11-2018

projectnummer 167.00.06.01.00

6

Breekoever Fase 3 (noordblok) Landsmeer

Bijlage 4 Resultaten AERIUS bouw- en gebruiksfase

95

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVPZgmCzK6Eb (05 juni 2020) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Langelaar Milieuadvies

Herman Broodstraat, 9403BM Assen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Breekoever fase 3 Landsmeer

RVPZgmCzK6Eb

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

05 juni 2020, 17:14

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

14,58 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

0,01

ontwikkeling van 18 grondgebonden woningen

aanlegfase

RVPZgmCzK6Eb (05 juni 2020) pagina 2/7

Resultaten

Locatie aanlegfase

Emissie aanlegfase

Bron Sector

fase 3 Breekoever Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

-

14,30 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RVPZgmCzK6Eb (05 juni 2020) pagina 3/7

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hoogste bijdrage

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

0,01

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

aanlegfase

RVPZgmCzK6Eb (05 juni 2020) pagina 4/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=aee1c0a2-e6c3-4c29-8261-43f37ec962f4