Bestemmingsplan Breekoever Fase 3 (noordblok) Landsmeer
Tekst van het document
Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging zes weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk twee weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk twee weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Binnen zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van
26
Breekoever Fase 3 (noordblok) Landsmeer
de beroepstermijn onherroepelijk.
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Door het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan voor de betreffende gronden is er de kans dat door belanghebbende eigenaren van gronden in de omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met een planschadeverhaal worden door de aanvrager van de wijziging van het bestemmingsplan gedragen. Hiervoor is tussen de gemeente en de aanvrager een overeenkomst ondertekend, met daarin de verrekening van de planschade als onderdeel. In deze overeenkomst zijn ook nadere afspraken gemaakt over de indiening en de realisatie van het plan. Op basis van deze overwegingen mag het plan economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg Vanaf 2010 tot en met 2017 zijn er doorlopend gesprekken met omwonenden gevoerd over het plan. Er zijn ook verschillende bewonersbrieven en informatiebijeenkomsten gehouden: Informatieavond 4 februari 2010 De eerste informatieavond is op 4 februari 2010. In dit plan wordt nog gesproken over 26 appartementen en een parkeergarage. Informatieavond 28 november 2011 In februari 2010 zijn de plannen voor het noordelijke deel van Breekoever gepresenteerd. Sinds de eerste bijeenkomst is er gewerkt aan uitwerkingen en aanpassingen. De gemeente en Eigen Haard willen op deze avond graag laten zien hoe het plan eruit komt te zien. Informatieavond 22 maart 2016 Het plan dat er nu ligt heeft betrekking op 18 woningen en is een aanpassing van eerder gepresenteerde plannen. Tervisielegging Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Eenieder wordt gedurende deze periode in de gelegenheid gesteld om een zienswijze op het plan naar voren te brengen.
27
Breekoever Fase 3 (noordblok) Landsmeer
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Parkeerbalans
28
Parkeerbalans Sportlaan Landsmeer Rapportage
Doorrekening effect 3 ruimtelijke plannen op parkeerdruk
Memo
Aan Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Onderwerp Datum
Gemeente Landsmeer 06-3086 0492 Memo parkeerbalans sportlaan.docx MN002072 Parkeerbalans t.b.v. planvorming omgeving Sportlaan 28 oktober 2020
Aanleiding Een drietal ontwikkelingen in de omgeving van de Sportlaan zorgt voor extra parkeerdruk: -
Er zijn plannen voor de realisatie van 18 grondgebonden woningen zonder eigen parkeervoorziening ten noordoosten van parkeerterrein Sportlaan.
-
Er zijn plannen om in het water van de Kerkebreek en de aanliggende oever een paviljoen te realiseren. Het paviljoen bevat een restaurant met buitenterras, enkele aanleggelegenheden voor boten en een steiger als entree. Het paviljoen zal tevens fungeren als afhaalpunt voor huurfietsen en huurbootjes.
-
Er zijn plannen om in het bestaande clubgebouw en omliggend terrein van Atletiek Club Waterland (AC Waterland), gelegen aan de Sportlaan 18 te Landsmeer, een buitenschoolopvang (hierna: BSO) mogelijk te maken. De kantine biedt plaats aan maximaal 22 kinderen in de leeftijdscategorie van 4 tot 12 jaar. TintelTuin zorgt voor vervoer van de kinderen vanuit school naar de BSO. De kinderen arriveren rond 14:30 uur en worden verspreid opgehaald tussen 15:30 en 18:30 uur.
In alle drie de plannen wordt parkeren opgelost op het parkeerterrein aan de Sportlaan. Movares is gevraagd om middels een parkeerbalans de effecten inzichtelijke te maken. Uitgangspunten parkeerbalans • De theoretische parkeervraag van de drie functies is gebaseerd op het ruimtelijke programma zoals dat op het moment van schrijven bekend was bij de gemeente Landsmeer. • Voor de huidige parkeerbezetting op verschillende momenten dagen en tijden is gebruik gemaakt van in najaar 2019 uitgevoerde tellingen. Daarbij is de parkeervraag als gevolg van onder andere de aanwezigheid van de voetbalvereniging, de atletiekvereniging en de tennisvereniging betrokken. • Voor de parkeervraag is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de best passende functie zoals opgenomen in CROW publicatie 381’ Matig stedelijk, rest bebouwde kom, gemiddelde): o
voor de 10 seniorenwoningen is uitgegaan van de functie ‘koop, huis, tussen/hoek’ (parkeernorm 1,9 waarvan 0,3 voor bezoek),
o
voor de 8 (half)vrijstaande woningen is uitgegaan van de functie ‘koop, huis, tweeonder-een-kap’ (parkeernorm 2,1 waarvan 0,3 voor bezoek),
Memo parkeerbalans Sportlaan / MNJ002013 / Definitief / versie 2.0 / 28 oktober 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367
1/4
Memo Kenmerk
MN002072 – Parkeerbalans Sportlaan o voor het paviljoen is uitgegaan van de functie ‘restaurant (parkeernorm 13,0 per 100m2 BVO). Dit geeft deels een overtekening van de parkeervraag omdat het terras ook een café-functie zal hebben (met lagere parkeervraag). Qua omvang is bovendien uitgegaan van het gebouw (210 m2) en het volledige terras (180 m2), ook dit geeft mogelijk een overtekening. Daar staat tegenover dat de fiets- en bootverhuur niet apart is opgenomen in de balans. o
voor de BSO is uitgegaan van de functie ‘Kinderdagverblijf (creche)’ (parkeernorm 1,4 per 100 m2 bvo).
o
In de CROW kengetallen voor onderwijsvoorzieningen is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het aantal leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. In de parkeerbalans is uitgegaan van onderstaande: % halen en brengen
Reductiefactor
Reductiefactor
met de auto
parkeerduur
aantal kinderen per
50%
0,25
Aantal pp per kind
auto Kinderdagverblijf / BSO
o
0,75
0,094
voor zwembad De Breek (open mei – september) is uitgegaan van de functie ‘Zwembad openlucht’ (parkeernorm 12,9 per 100 m2 bassin) en de omvang (m2 bassin) van het 25meter bad. Het recreatiebad is niet meegenomen, omdat dit tot een onrealistisch hoge parkeervraag leidt.
Parkeerterrein Sportlaan Het huidig parkeerterrein van de Sportlaan heeft geen parkeervak-indeling. Een gevolg hiervan is dat de beschikbare parkeercapaciteit niet efficiënt wordt gebruikt. Het onderzoekersbureau dat in 2019 de parkeertellingen heeft uitgevoerd, heeft de parkeercapaciteit op 110 ingeschat. Movares heeft een schetsontwerp (zie figuur 1) opgesteld. Dit ontwerp geeft een indicatie van een mogelijke inrichting van parkeervakken. De resulterende parkeercapaciteit van dit ontwerp komt neer op 136 parkeerplaatsen.
Memo parkeerbalans Sportlaan / MNJ002013 / Definitief / versie 2.0 / 28 oktober 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367
2/4
Memo Kenmerk
MN002072 – Parkeerbalans Sportlaan
Figuur 1: Schetsontwerp parkeervakindeling Sportlaan
Dubbelgebruik De vraag naar parkeerplaatsen van de verschillende functies valt veelal niet samen in de tijd. Kantoormedewerkers zijn doorgaans vooral doordeweeks overdag aanwezig, terwijl bewoners voor een deel zelf met de auto naar hun werk zijn en geen parkeerplaats nodig hebben. Openbare parkeerplaatsen kunnen, verdeeld over de dag en week, door verschillende soorten parkeerders worden gebruikt. Door dit zogenaamde dubbelgebruik is het niet noodzakelijk om rekening te houden met de maximale parkeervraag van de afzonderlijke functies, maar slechts met een deel hiervan. Er zijn geen Landsmeer specifieke kengetallen voor dubbelgebruik. De aanwezigheidspercentages voor bewoners, bezoekers, bedrijven en kantoren zijn gebaseerd op CROW publicatie 381 (toekomstbestendig parkeren).
Memo parkeerbalans Sportlaan / MNJ002013 / Definitief / versie 2.0 / 28 oktober 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367
3/4
Memo Kenmerk
MN002072 – Parkeerbalans Sportlaan
Uitkomst Het resultaat van de parkeerbalans is samengevat weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Parkeerbalans
werkdag middag
werkdag avond
koopavon d
zaterdag middag
zaterdag avond
Huidige bezetting Theoretische toename
5 31
22 77
12 74
53 42
22 79
Beschikbare parkeercapaciteit (zonder zwembad, okt-apr)
100
37
50
41
35
Parkeervraag zwembad Beschikbare parkeercapaciteit (met zwembad, mei-sept)
10 90
21 16
21 29
42 -1
10 24
Theoretische capaciteit parkeerterrein
136
136
136
136
136
In bovenstaande tabel is de parkeervraag van het zwembad apart opgenomen, omdat dit een voorziening is die alleen tussen mei en september is geopend en een grote incidentele factor vormt. Het is namelijk niet van tevoren aan te geven hoeveel mensen naar het zwembad komen bij mooi weer. Uit bovenstaande tabel blijkt dat de potentiele parkeercapaciteit van het parkeerterrein voldoende is om tijdens de wintermaanden de parkeervraag te faciliteren. Als echter de parkeervraag van het openluchtzwembad wordt meegenomen, dan is er op de zaterdagmiddag een tekort (-1). In de direct aangrenzende straten (Optimist en Sportlaan) is op de zaterdagmiddag echter nog een restcapaciteit van 9 parkeerplaatsen. Dit betekent dat de volledige parkeervraag (huidige bezetting + theoretische toename) in de directe omgeving kan worden opgevangen. Bijgevoegd: overzicht doorrekening parkeerbalans en schetsontwerp parkeerterrein
Senior Adviseur Mobiliteit
Memo parkeerbalans Sportlaan / MNJ002013 / Definitief / versie 2.0 / 28 oktober 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367
4/4
Aantal
Parkeernorm
Eenheid
Theoretische parkeervraag (openbaar) 14 2 16 3
Aanwezigheidspercentages Aanwezigheid Aanwezigheid Aanwezigheid Aanwezigheid Aanwezigheid werkdag zaterdag werkdag avond koopavond zaterdag avond middag middag 50% 90% 80% 60% 80% 20% 80% 70% 60% 80% 50% 90% 80% 60% 80% 20% 80% 70% 60% 80%
Parkeervraag Parkeervraag Parkeervraag Parkeervraag Parkeervraag Parkeervraag werkdag zaterdag werkdag avond koopavond zaterdag avond middag middag 7 13 12 9 12 0 2 2 1 2 8 14 13 10 13 1 2 2 2 2
Woningen bewoners Woningen bezoek Woning senior bezoek Woning senior bewoners
8 woningen 8 woningen 10 woningen 10 woningen
1,8 per woning 0,3 per woning 1,6 per woning 0,3 per woning
Paviljoen
390 m2 BVO
13,0 per 100m2 BVO
51
25%
90%
90%
40%
100%
13
46
46
20
51
BSO BSO (kiss and ride)
155 m2 BVO 22 leerlingen
1,4 per 100m2 BVO 0,094 per leerling
2 0
100% 100%
0% 0%
0% 0%
0% 0%
0% 0%
2 0
0 0
0 0
0 0
0 0
31
77
74
42
79
25%
10
21
21
42
10
Huidige bezetting Parkeervraag huidig + toekomst
5 47
22 120
12 107
53 137
22 112
Parkeercapaciteit terrein
136
136
136
136
136
Saldo winter parkeerterrein Saldo zomer parkeerterrein
100 89
37 16
50 29
41 -1
35 24
Capaciteit Optimist Bezetting Optimist
22 8
22 14
22 14
22 14
22 12
Capaciteit Sportlaan Bezetting Sportlaan
4 3
4 2
4 3
4 3
4 2
15 104
10 26
9 38
9 8
12 36
89 zwembad
325 m2 bassin
12,9 per 100m2 BVO
42
25%
50%
50%
100%
Restcapaciteit omgeving Saldo totaal zomer
Parkeermetingen Sportlaan Landsmeer (incl. afbeelding GIS-viewer) Parkeerlocatie 425 Initiele capaciteit: 110 Meetmomenten Dag Datum Tijd Opmerking Parkeerdruk Bezettingsgraad Restcapaciteit
Week 45 Donderdag 07-11-2020 09:00 6 5% 104
Donderdag Donderdag Vrijdag Vrijdag 07-11-2020 07-11-2020 08-11-2020 08-11-2020 15:00 19:00 05:00 19:00 Koopavond 5 22 3 12 5% 20% 3% 11% 105 88 107 98
Zaterdag Zaterdag 09-11-2020 09-11-2020 13:00 17:00 Sporttijden 53 5 5% 48% 105 57
Meetmomenten Dag Datum Tijd Opmerking Parkeerdruk Bezettingsgraad Restcapaciteit
Week 48 Donderdag 28-11-2020 09:00 5 5% 105
Donderdag Donderdag Vrijdag Vrijdag 28-11-2020 28-11-2020 29-11-2020 29-11-2020 15:00 19:00 05:00 19:00 Koopavond 3 21 3 8 3% 19% 3% 7% 107 89 107 102
Zaterdag Zaterdag 30-11-2020 30-11-2020 13:00 17:00 Sporttijden 47 2 43% 2% 63 108
Toelichting De drukstre dagen en tijden van beide gemeten weken (45 & 48) waren: donderdags 19:00 en zaterdags 13:00. Op donderdag 7-11 waren van de 22 geparkeerde voertuigen, 13 afkomstig van regio Amsterdam en verder. Overige voertuigen kwamen uit de buurt van de gemeente Landsmeer. Op zaterdag 9-11 kwamen 37 van de 57 geparkeerde voertuigen uit Amsterdam of andere regio's. Overige voertuigen kwamen uit de buurt van de gemeente Landsmeer. Op donderdag 28-11 waren van de 21 geparkeerde voertuigen, 10 afkomstig uit Purmerend/Amsterdam omgeving, 7 uit anderen gemeenten. Overige voertuigen kwamen uit de buurt van de gemeente Landsmeer. Tot slot de zaterdagmiddag 13:00. Van de 47 geparkeerde voertuigen kwamen 34 van de regio Amsterdam, Purmerend en verder. Overige voertuigen kwamen uit de buurt van de gemeente Landsmeer. Een verklaring van de bezetting op donderdag en zaterdag is dat de sportfacaliteiten op de betreffende tijden worden gebruikt. Doordeweeks voor trainingsdoeleinden en in de weekenden voor wedstrijden.
Parkeermetingen omgeving Sportlaan - Straat : Optimist (incl. afbeelding GIS-viewer) Parkeerlocatie 133 Initiele capaciteit: 22 Meetmomenten Dag Datum Tijd Opmerking Parkeerdruk Bezettingsgraad Restcapaciteit
Week 45 Donderdag 07-11-2020 09:00 10 45% 12
Donderdag Donderdag Vrijdag Vrijdag 07-11-2020 07-11-2020 08-11-2020 08-11-2020 15:00 19:00 05:00 19:00 Koopavond 8 14 14 14 36% 64% 64% 64% 14 8 8 8
Zaterdag Zaterdag 09-11-2020 09-11-2020 13:00 17:00 Sporttijden 14 12 55% 64% 8 10
Meetmomenten Dag Datum Tijd Opmerking Parkeerdruk Bezettingsgraad Restcapaciteit
Week 48 Donderdag 28-11-2020 09:00 7 32% 15
Donderdag Donderdag Vrijdag Vrijdag 28-11-2020 28-11-2020 29-11-2020 29-11-2020 15:00 19:00 05:00 19:00 Koopavond 7 15 15 12 32% 68% 68% 55% 15 7 7 10
Zaterdag Zaterdag 30-11-2020 30-11-2020 13:00 17:00 Sporttijden 12 13 55% 59% 10 9
Toelichting De drukste dagen en tijden van week 45 waren de donderdagavond, vrijdag,-ochtend en middag. Waarbij op donderdag 7-11 van de 14 geparkeerde voertuigen, 13 van de bewoners waren. Op vrijdagochtend van 8-11 waren alle geparkeerde voertuigen van de bewoners. In de avond waren 3 van de 14 voeruigen afkomstig van regio Amsterdam en verder, 11 van de bewoners. Op de zaterdag (9-11) rond 13:00 waren 8 van de 9 voertuigen van de bewoners. De drukste dagen en tijden van week 48 waren de donderdagavond en vrijdagochtend. Donderdagavond waren van 15 voertuigen 13 van de bewoners. Vrijdagochtend waren alle geregistreerde voertuigen (15) van de bewoners. Op basis van de geparkeerde voertuigaantallen en herkomsten, wordt de Optimist gebruikt gemaakt door bewoners en niet door bezoekers. Daarnaast is er voor deze specifieke dagen en tijden geen sprake van maximale parkeerbezetting.
Parkeermetingen Sportlaan Landsmeer (incl. afbeelding GIS-viewer) Parkeerlocatie 136 (Parkeerlocatie 137 - geen capaciteit) Initiele capaciteit: 4 Meetmomenten Dag Datum Tijd Opmerking Parkeerdruk Bezettingsgraad Restcapaciteit
Week 45 Donderdag 07-11-2020 09:00 4 100% 0
Donderdag 07-11-2020 15:00 3 75% 1
Donderdag 07-11-2020 19 00 2 50% 2
Vrijdag 08-11-2020 05:00 3 75% 1
Vrijdag 08-11-2020 19:00 Koopavond 3 75% 1
Zaterdag 09-11-2020 13 00 Sporttijden 3 75% 1
Zaterdag 09-11-2020 17:00 2 50% 2
Meetmomenten Dag Datum Tijd Opmerking Parkeerdruk Bezettingsgraad Restcapaciteit
Week 48 Donderdag 28-11-2020 09:00 2 50% 2
Donderdag 28-11-2020 15:00 3 75% 1
Donderdag 28-11-2020 19 00 4 100% 0
Vrijdag 29-11-2020 05:00 4 100% 0
Vrijdag 29-11-2020 19:00 Koopavond 2 50% 2
Zaterdag 30-11-2020 13 00 Sporttijden 3 75% 1
Zaterdag 30-11-2020 17:00 2 50% 2
Toelichting
Legenda Bestaande situatie Kantverharding weg Kantverharding fietspad Kantverharding parkeerplaats Kantverharding voetpad Rijbaan Fietspad Trottoir Parkeerplaatsen Groenvoorziening
5.69 11 12 13 14
15
5.0
0
6.0
0
10
R=5.00
4 2.5
10.
4 2.5
00
9
.53
2.7
0
2
0
0 2.5
8
2.5
t imis Opt
0
2.5
0
2.6 1
6.0
00
Overzicht: 7
2.5
4
10
2.5
0
R=5.00
6
1
5
.00
2.5
R=
0
2.5
0
6.0
2.5
R=5
0
10.
.00
00
00
6.31
R=5.
8.12
1-5
0
5.0
R=
5.0
0
5.00
2.52
0
R=5.0
6.03
1
Opmerkingen: - Maten in meters tenzij anders vermeld; - Hoogtemaatvoering in meters t.o.v. N.A.P.;
2
13
11
9
7
Breekoever Fase 3 (noordblok) Landsmeer
Bijlage 2 Rapport proefsleuvenonderzoek Breekoever Landsmeer
39
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80 Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer projectnr. 217545 revisie 00 juli 2010
Auteurs
Opdrachtgever gemeente Landsmeer Postbus 1 1120 AA Landsmeer
datum vrijgave
beschrijving revisie 00
goedkeuring
vrijgave
2-7-2010
concept
D. la Fèber
I. Vossen
Colofon Titel:
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80. Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Auteurs: ISSN: 1570-6273 © Oranjewoud B.V. Postbus 24 8440 AA Heerenveen Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Ingenieursbureau Oranjewoud bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt, door een derde of voor enig ander werk of doel dan waarvoor het is vervaardigd. Disclaimer Archeologisch vooronderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren d.m.v. boringen, proefsleuven en/of veldkartering. Hoewel Ingenieursbureau Oranjewoud bv de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van het archeologisch onderzoek, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de situatie af te geven op basis van de resultaten van een archeologisch vooronderzoek. Oranjewoud aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Inhoud
Blz.
Administratieve gegevens
4
Samenvatting
5
1
Inleiding
7
2 2.1 2.1.1 2.1.2
Beschrijving onderzoekslocatie Locatie Landschappelijke situatie Historische situatie
9 9 9 10
3 3.1 3.2
Veldonderzoek Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze
13 13 13
4 4.1 4.2 4.3
Resultaten Bodemopbouw Sporen en structuren Vondstmateriaal
15 15 16 20
5 5.1 5.2
Conclusies en advies Conclusies Waardering en selectieadvies
22 22 23
Literatuur en geraadpleegde bronnen
25
Bijlagen 1 2 3 4
Archeologische perioden AMZ-cyclus Vondsten- en sporenlijst Determinatielijst
Kaarten 217545-Bodem Aangetroffen (natuurlijke/antropogene) afzettingen 217545-S1 Allesporenkaart
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 3 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Administratieve gegevens OW Projectnummer 217545 OM-nummer 40150 Provincie Noord-Holland Gemeente Landsmeer Plaats Landsmeer Toponiem Breekoever Kaartblad 25E Coördinaten 122750/493870 122720/493950 122760/493950 122760/493870 Kadaster Opdrachtgever gemeente Landsmeer Uitvoerder Ingenieursbureau Oranjewoud BV Datum uitvoering mei 2010 Projectteam (senior KNA-archeoloog) (KNA-archeoloog) KNA-archeoloog) (project-archeoloog) Bevoegd gezag gemeente Landsmeer Beheer documentatie Oranjewoud Almere Vondstdepot provinciaal depot Noord-Holland
Afbeelding 1 Locatie plangebied (Topografische Kaart 1:25.000 (hier vergroot weergegeven), © Topografische Dienst Kadaster, Emmen)
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 4 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Samenvatting In opdracht van de gemeente Landsmeer heeft Ingenieursbureau Oranjewoud BV in mei 2010 een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd binnen het plangebied Breekoever aan de Sportlaan te Landsmeer. Aanleiding hiervoor was de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied (woningbouw). Eerder archeologisch onderzoek binnen de planlocatie in de vorm van een bureauonderzoek wees uit dat zich hier mogelijk resten van historische bebouwing zouden bevinden en hun eventuele voorgangers. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek op de locatie Breekoever te Landsmeer zijn geen voorgangers aangetroffen van de bebouwing aanwezig op de kadastrale minuut 1827. Wel zijn drie structuren getraceerd die op deze kaart staan aangeduid. In werkput 1 is, direct ten westen van een recent gesloopte woning, de fundering aangetroffen van een gebouw dat op de kadastrale minuut staat (zie afbeelding 14, A). In de werkputten 2 en 3 zijn met name de funderingsresten van de voormalige school aangetroffen. Eén uitbraaksleuf met houten funderingspalen (spoor 12) kan echter toebehoord hebben aan het rechthoekige gebouwtje op de kadastrale minuut (afbeelding 14, B). In werkput 3 tenslotte is een uitbraaksleuf en een bakstenen fundering gevonden die goed mogelijk zijn toe te schrijven aan een derde gebouw op de kadastrale minuut (afbeelding 14, C).
Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek zijn geen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aangetroffen. Er zijn weliswaar vondsten en sporen aangetroffen, maar deze zijn vrijwel zeker zonder uitzondering toe te schrijven een ophogingspakketten en dempingen enerzijds en recentelijk gesloopte bebouwing anderzijds. Sporen die toe behoren aan voorgangers van de bebouwing die op de kadastrale minuut is aangeduid (zie ook afbeelding 14), zijn binnen het onderzochte deel van het plangebied niet vastgesteld. Het onderzochte plangebied is bovendien grotendeels verstoord door fundamenten van thans gesloopte bebouwing. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie.
Selectieadvies
Geadviseerd wordt om het gehele plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie.
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 5 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 6 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Landsmeer heeft Ingenieursbureau Oranjewoud BV in mei 2010 een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd binnen het plangebied Breekoever te Landsmeer. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied, waarbij 22 woningen en 82 appartementen zullen worden gerealiseerd. Voorafgaand aan de bouw van deze woningen dient een sanering te worden uitgevoerd, vanwege verontreinigd bodemmateriaal. Beide ingrepen (de ontwikkeling van woningen en de sanering van de planlocatie) behelzen bodemingrepen waarbij eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten beschadigd kunnen raken dan wel verloren kunnen gaan. Het oostelijk deel van het plangebied maakt deel uit van een terrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 14644). Dit terrein betreft het oude bewoningslint van Landsmeer. Op basis van dit AMK-terrein is in het kader van een bestemmingsplanwijziging het oostelijk deel van het plangebied ingedeeld in een zone met de dubbelbestemming ‘ Archeologische waardevol gebied’.1 Dit houdt onder andere in dat bij vergunningaanvragen advies zal moeten worden ingewonnen bij een senior KNAarcheoloog.
Voor onderhavig plangebied is door RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2008 een dergelijk advies uitgebracht op basis van een beperkt archeologisch bureauonderzoek.2 Geadviseerd werd om na de sloop van de bestaande bebouwing een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te laten voeren voor de locaties waar binnen het oostelijk deel van het plangebied nieuwbouw zou plaatsvinden. Doel van dit proefsleuvenonderzoek is vaststellen van eventuele voorgangers van bebouwing zoals die op de kadastrale minuut uit 1827 staat aangeduid en, bij aanwezigheid daarvan, het bepalen van de behoudenswaardigheid ervan. Voorafgaand aan de uitvoering van het proefsleuvenonderzoek is een programma van eisen (PvE) opgesteld, dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid.3 Een beperkende factor voor het onderzoek vormde de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Delen van het terrein zijn verontreinigd met zware metalen en verder zijn er verontreinigingen met minerale olie aangetoond.4 Graafwerkzaamheden op een dergelijke verontreinigde locatie worden gezien als een sanerende handeling en moeten worden gemeld bij het bevoegd gezag (provincie Noord-Holland). Voorafgaand aan de werkzaamheden is daarom een BUS-melding gedaan voor het tijdelijk uitnemen van de grond.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd door een milieutechnisch archeoloog (BRL 6000 gecertificeerd) die verantwoordelijk was voor het gescheiden ontgraven en terugstorten van de verschillende grondstromen en een BRL 7000 gecertificeerde aannemer. Om zorg te dragen voor het personeel is verder specifiek gelet op het toepassen van PBM's. Het veldonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.1.
1
Soonius 2005 Rietkerk/Soonius 2008 3 Jordanov 2009 4 Wareco Amsterdam 2
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 7 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 8 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
2
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
Locatie Het plangebied bevindt zich ten noorden van de Sportlaan in de kern van Landsmeer (gemeente Landsmeer), aan de oever van de Kerkebreek (zie afbeelding 2). De oppervlakte van de gehele planlocatie (Breekoever) bedraagt circa 3,8 hectare. Het oostelijk deel van de planlocatie, waar zich eventueel archeologische resten in de bodem kunnen bevinden, bedraagt circa 0,4 hectare. Hier heeft het archeologisch proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. Het westelijk deel van het plangebied is reeds vrijgegeven bij het vaststellen van het huidige bestemmingsplan. De bebouwing van het plangebied is gesloopt en momenteel ligt het terrein braak.
Afbeelding 2. De locatie van het plangebied Breekoever aan de Sportlaan te Landsmeer (globaal weergegeven met een rode cirkel). (Bron: GoogleMaps)
2.1.1
Landschappelijke situatie Landsmeer, en daarmee het onderzoeksgebied, is gelegen in een uitgestrekt veenweidegebied. Vanaf ongeveer de 11e eeuw hebben er systematisch ontginningen plaatsgevonden die in grote mate het huidige landschap hebben bepaald. Dergelijk ontginningen vonden onder andere plaats vanuit bestaande veenstromen. Op de Geomorfologische kaart van Nederland is het gebied rondom Landsmeer beschreven als: 'ontgonnen veenvlakte met petgaten' (1M47). De venen van westelijk Nederland zijn na de ontginning in de Middeleeuwen sterk geklonken. Door
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 9 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
onregelmatige veenafgraving kunnen op sommige plaatsen putten of kuilen zijn ontstaan die later door de begroeiing weer geheel of gedeeltelijk verland zijn, de zogenaamde petgaten. In de nabijheid van (fossiele) veenstromen, beken, rivieren en andere waterlopen bevindt zich op de veenpakketten in de ondergrond doorgaans zware klei of kleilagen met een zeer humeuze gelaagdheid. De klei heeft zich vanuit bestaande kreken en inversiegeulen over het veen afgezet.5
2.1.2
Historische situatie De bebouwing in een veenontginningslandschap ligt als vanouds als smalle linten langs veenriviertjes, wegen en/of gegraven waterlopen (weteringen). Wateroverlast heeft in de loop der eeuwen geleid tot een fijne regulering van de waterhuishouding: scheidingen tussen polders in de vorm van dijken en kaden, het graven van afwateringssloten en weteringen, aanleg van sluizen en dammen etc. Dergelijke cultuurlandschappelijke elementen zijn ook tegenwoordig vaak nog te herkennen in het agrarisch veenlandschap.6 De rechte verkavelingsstroken met tussenliggende sloten en de lintbebouwing zijn bijvoorbeeld terug te zien op historisch kaartmateriaal van het plangebied (afbeeldingen 3 t/m 7). De oudste enigszins gedetailleerde kaart dateert ca. 1680.7 We zien hier langs het ontginningslint van Landsmeer schematisch bebouwing aangeduid, ook ten zuiden van de Kerckebreek. De huidige NH-kerk is ook op deze kaart al ingetekend. De kaart maakt geen gewag van bebouwing binnen het plangebied, achter de bebouwing langs de weg. Op de kadastrale minuut uit 1827 is de huidige kerk wel te herkennen (in grijstint), met aan de westzijde daarvan drie inmiddels gesloopte gebouwen die zich binnen de contouren van het te onderzoeken gebied bevinden (afbeelding 4).
Afbeelding 3. Uitsnede uit kaart kaartboek ‘Uitwaterende Sluyzen (...)’ uit 1680/1781 (Bron: Digitale Beeldbank archief Waterland; het noorden bevindt zich links)
5
STIBOKA, 1965 Barends et al, 1986 7 Uit kaartboek ’t Hoogh-Heemraetschap vande uytwaterende sluysen in Kennemerlant ende West-Vrieslant. Blad 2: Hoorn, Amsterdam 6
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 10 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Afbeelding 4. Uitsnede uit de kadastrale minuut 1827, met daarop het te onderzoek deel van het huidige plangebied (globaal weergegeven met rood). (Bron: watwaswaar.nl; het noorden bevindt zich rechts)
Op de topografisch-militaire kaart van 1879 (zie afbeelding 5, links) is vervolgens een kleine verandering waar te nemen. De aanwezige strook water binnen het huidige plangebied en het meest noordelijke gebouw van de drie aanwezige gebouwen, lijken verdwenen. Op de topografisch militaire kaart van twee decennia later, in 1900, is te zien dat binnen het plangebied een school is gebouwd (zie afbeelding 5, rechts). Op het kaartbeeld uit 1959 is vervolgens te zien dat ten westen van deze gebouwen wat land is aangewonnen.
Afbeelding 5. Links: uitsnede uit de topografisch-militaire kaart van 1879, met daarop globaal de locatie van het huidige plangebied weergegeven in rood. De verkavelingsstroken worden inmiddels niet meer gescheiden door water en één van de gebouwen binnen het huidige plangebied lijkt verdwenen. Rechts: de topografisch militaire kaart van 1900. Binnen het plangebied is nu ook sprake van een school. (Bron: watwaswaar.nl)
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 11 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 12 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
3 3.1
Veldonderzoek Doel- en vraagstelling Het doel van een inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting. In het geval van het huidige proefsleuvenonderzoek is de verwachting dat onder meer om de aanwezigheid te bepalen van eventuele voorgangers van de op de kadastrale minuut uit 1827 zichtbare bebouwing. Tijdens het proefsleuvenonderzoek wordt daarnaast de bodemgesteldheid binnen het plangebied bepaald. Bij aantreffen van een archeologisch vindplaats zal bovendien een waardestelling ervan (al dan niet behoudenswaardig) tot de doelstelling behoren. In het PvE is de volgende vraagstelling opgenomen waarop het proefsleuvenonderzoek idealiter antwoord zou moeten geven. 1. Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig die (mogelijk) bedreigd worden door de geplande inrichting? 2. In welke mate is het plangebied verstoord? 3. Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Bij aantreffen van een archeologische vindplaats is ook de volgende vraagstelling van toepassing. 4. Wat is de horizontale begrenzing, de ligging en de omvang van de archeologsiche resten? 5. Wat is de diepteligging, de dikte en de stratigrafische positie van de archeologische resten? 6. Wat is de aard, datering en conserveringstoestand van de archeologische resten? 7.
Welke materiaalcategorieën zijn aanwezig, wat is de vondstdichtheid en hoe is de conserveringstoestand? 8. Is sprake van een behoudenswaardige vindplaats?
3.2
Onderzoeksopzet en werkwijze Op 20, 21 en 25 mei 2010 is door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een inventariserend veldonderzoek (IVO) in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De weersomstandigheden waren goed: droog, zonnig, ca. 20-25 °C. De dagelijkse leiding van in handen van (KNA-Archeoloog, tevens MKB’er). Hij werd in het veld bijgestaan door (archeoloog) en (KNA-archeoloog). Als sneior KNA-archeoloog trad op. Allen zijn werkzaam bij Oranjewoud BV. Een beperkende factor voor het onderzoek vormde de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Delen van het terrein zijn verontreinigd met zware metalen en verder zijn er verontreinigingen met minerale olie aangetoond.8 Graafwerkzaamheden op een dergelijke verontreinigde locatie worden gezien als een sanerende handeling en moeten 8
arch2.2
Wareco Amsterdam
Vakgroep Archeologie
blad 13 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
worden gemeld bij het bevoegd gezag (provincie Noord-Holland). Voorafgaand aan de werkzaamheden is daarom een BUS-melding gedaan voor het tijdelijk uitnemen van de grond. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door een milieutechnisch begeleider, tevens archeoloog (BRL 6000 gecertificeerd) die verantwoordelijk was voor het gescheiden ontgraven en terugstorten van de verschillende grondstromen, en een BRL 7000 gecertificeerde aannemer. Om zorg te dragen voor het personeel is verder specifiek gelet op het toepassen van PBM's.
Het veldwerk is uitgevoerd conform het PvE en de betreffende KNA-sapecificaties.9 Conform het PvE is in het plan van aanpak (PvA) voor de volgende onderzoeksopzet gekozen. In het oostelijk deel van het plangebied worden drie proefsleuven aangelegd: sleuf 1 wordt 50 m lang en 4 m breed met een oost-west oriëntatie; sleuf 2 wordt 55 m lang en 4 m breed en heeft een zuidwest-noordoost oriëntatie en sleuf 3 wordt 40 m lang en 4 m breed en heeft een oost-west oriëntatie. Door lokale terreinomstandigheden (aanwezigheid bomen, kabels en leidingen etc.) wijken de lengtes en ligging van de uiteindelijk aangelegde sleuven enige mate af van het sleuvenplan (voor een visualisatie van het sleuvenplan, zie bijlage 271545-S1). Per put is één vlak aangelegd op het niveau van zichtbare funderingsresten en/of uitbraaksleuven. Met behulp van een waterpas (eerste dag) en een roterende laser (laatste dag) zijn de vlakhoogtes en de hoogtes van het maaiveld ingemeten. Van grote sporen zijn eveneens hoogtes genomen. Van iedere sleuf zijn drie profielopnamen van het lengteprofiel gemaakt: aan het begin van de put, in het midden en aan het einde van de put. Van iedere profielopname is een foto gemaakt evenals een tekening: de waargenomen lagen zijn beschreven conform ASB.
Waar nodig is het profiel uitgediept tot 0,3 m onder het opgravingsvlak om de natuurlijke ondergrond in het profiel goed te documenteren (bijvoorbeeld bij profiel 4 en profiel 9). Het vlak is getekend op schaal 1:50 en het profiel is getekend op schaal 1:20. Van het vlak is tevens een overzichtsfoto van beide kanten genomen en belangrijke sporen zijn gefotografeerd. Vlakvondsten en aanlegvondsten zijn in vakken van 5x4 m verzameld, of per spoor. Van goed dateerbaar materiaal zijn tevens monsters genomen (houten palen). Vanwege de grote hoeveelheid vondstmateriaal in de put zijn niet meer vondsten meegenomen dan noodzakelijk voor het dateren van het materiaal en het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Bij de aanleg van het vlak is gezocht met een metaaldetector.
9
arch2.2
PvE: Jordanov 2009
Vakgroep Archeologie
blad 14 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
4
Resultaten
4.1
Bodemopbouw De bodem binnen het plangebied was grotendeels verstoord. In de verschillende putten zijn zowel waterbodems als landbodems aangetroffen, al dan niet verstoord door funderingen en/of uitbraaksleuven. Binnen het plangebied was sprake van matig tot sterk humeus zand, al dan niet kleiig. Daar waar op de oude kadastrale minuutplannen van de gemeente water stond aangegeven, is inderdaad een waterbodem in het vlak aangetroffen: matig fijn, sterk humeus zand met veel slib en schelpmateriaal. Over grote delen van het plangebied bleek de bodem verstoord en vermengd met puin, baksteen, hout en dergelijke. In de profielen zijn lagen veen afgewisseld met lagen zand waargenomen, evenals opgebracht materiaal, lagen matig grof zand en kleilagen. Het veen was op sommige plaatsen veraard (zie afbeelding 6, links). De vele uitbraaksleuven hebben niet bijgedragen aan de leesbaarheid van de bodem: binnen het plangebied was geenszins sprake van een uniforme bodemopbouw.
Afbeelding 6. Links: profiel 9, in de oostwand van werkput 3. Hier is sprake van humeus zand, veraard veen, zandige klei en vervolgens weer veen (van boven naar beneden). Rechts: profiel 4 in de zuidwand van werkput 2. Hier is de verrommeling goed waar te nemen in het zwaar humeuze, soms venige zand.
Binnen grote delen van het plangebied is sprake van een sterk humeuze, soms venige bodem. Buiten de profielen was in het vlak eveneens sprake van verschillende bodemvormen. In werkput 1 was een duidelijke scheiding zichtbaar tussen de oude waterbodem in de westelijke helft van de put (lichtgrijs fijn zand, vermengd met schelpmateriaal) en de landbodem in het oosten van de werkput (fijn, matig siltig, zwak humeus donkergrijs zand, zie ook afbeelding 7, links).
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 15 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Afbeelding 7. Links: profiel 3 uit werkput 1, waarin de aangetroffen waterbodem goed is waar te nemen. Rechts profiel 8 uit werkput 3 met daarin de puinlaag van gestapelde rode en gele klinkers.
4.2
Sporen en structuren Werkput 1 In totaal zijn 43 spoornummers uitgedeeld, waarvan 6 in werkput 1 (zie ook kaart 217545-S1 in de kaartenbijlage). Spoor 1 betreft een losstaande houten paal die in de oosthoek van werkput 1 werd aangetroffen op een hoogte van 1,51 -NAP (zie ook afbeelding 8, links). De paal heeft een doorsnede van circa 8 cm. Spoor 2 bevindt zich in de zuidwand van werkput 1 en betreft een recente uitbraakput met daarin drie houten palen. Spoor 3 is een uitbraaksleuf met daarin een rij houten (funderings)palen. Spoor 4 betreft een bakstenen muur met een lengte van circa 9 meter, die verdwijnt in de oostwand van de werkput (zie afbeelding 8, rechts). De hoogte van de bovenkant van het muurrestant varieert van 1,42 tot 1,27 m -NAP. De bakstenen in de muur hebben een gemiddelde grootte van 18,5 x 9,5 x 4 cm en zijn grotendeels roodbakkend.
Afbeelding 8. Links spoor 1, de houten paal in werkput 1 en rechts spoor 4, de bakstenen muur die zich over 9 meter uitstrekt in werkput 1.
Spoor 5 bevindt zich op de overgang van de landbodem naar de waterbodem, die in het vlak werd waargenomen. Het gaat hierbij om een concentratie van houten planken (sommige loodrecht op elkaar) die samen wellicht een vlonder hebben gevormd. De
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 16 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
planken bevinden zich op dezelfde hoogte als de westkant van spoor 4, namelijk 1,27 m NAP. Dit spoor loopt over de gehele breedte van de put en strekt zich circa 2 m in de lengte uit. Aan de oostzijde ervan bevindt zich de landbodem en aan de westzijde ervan is sprake van de waterbodem. Spoor 6 bevindt zich net naast spoor 5 en betreft een rij verticale bakstenen, wellicht gaat het hierbij om een ingestorte poer (zie ook afbeelding 9). De bakstenen hebben hier een gemiddeld formaat van 17 x 7,5 x 4 cm en zijn geelbakkend.
Afbeelding 9. Links spoor 6, een rij verticale bakstenen die wellicht een ingestorte poer vormen. Rechts spoor 7 in werkput 2: een bakstenen fundering.
De uitbraaksleuf in het oosten van de werkput (spoor 3) en de bakstenen fundering ten westen hiervan (spoor 4) hebben betrekking op twee verschillende structuren. Spoor 3 behoort toe aan een recent gesloopte woning uit eind 19e, begin 20e eeuw, terwijl spoor 4 naar alle waarschijnlijkheid het restant is van de bebouwing, zoals die op het historische minuutplan van de gemeente is weergegeven. Op de kadastrale minuut uit 1827 is op deze locatie duidelijk bebouwing waar te nemen, terwijl dat op de veldminuut van 1879 niet het geval is. Het zou kunnen dat deze bebouwing in de tussenliggende jaren is gesloopt. De beide betonnen poeren zijn onderdeel geweest van een aanbouw van de recentere woning. Het is niet uitgesloten dat de oudere fundering voor deze aanbouw is hergebruikt. Gezien de topografie van de historische kaarten is de interpretatie van spoor 5 als een vlonderstructuur erg aannemelijk: ongeveer op die locatie bevond zich in het verleden de scheiding tussen water en land. De overgang naar een waterbodem ter plaatse spreekt hier eveneens voor. Werkput 2 Spoor 7 bevindt zich in werkput 2 en betreft een bakstenen fundering. De bakstenen zijn roodbakkend en de fundering strekt zich uit over een lengte van circa 7,5 meter, tot in de putwand (afbeelding 9, rechts). De bijbehorende funderingssleuf heeft spoornummer 8 gekregen.
Spoor 9 is een waterkelder en spoor 10 is een met puin gevulde kleine waterput (zie afbeelding 10). Spoor 11 bevindt zich circa 1 m ten noorden van deze waterput en betreft een houten paal met een doorsnede van 12 cm. Spoor 12 betreft een uitbraaksleuf/funderingssleuf met daarin een dubbele palenrij en puin. Op afbeelding 10 (rechts) is de palenrij afgebeeld zoals deze in het vlak zichtbaar was.
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 17 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Afbeelding 10. Links: spoor 10, waterput met puin. Rechts is de palenrij uit spoor 12 te zien in het vlak van werkput 2.
Spoor 13 en 14 bevinden zich ten zuiden van de palenrij en bestaan uit een uitbraaksleuf/fundering van balken en een bakstenen fundering op houten planken. Spoor 13 staat dwars op de houten palenrij en spoor 14 loopt hier evenwijdig aan. Ten westen hiervan ligt spoor 15, een uitbraaksleuf met vierkante palen van 6 x 6 cm die in de noord- en zuidwand van de werkput verdwijnt. Spoor 16 en 17 staan hier haaks op. Spoor 16 loopt vanaf spoor 15 over lengte van ruim 10 meter door de werkput in oostwestrichting en bestaat uit stenen in kettingverband op hout (zie afbeelding 11). De bakstenen hebben een afmeting van 20,5 x 10 x 5,5 cm. Spoor 17 ligt hier parallel ten zuiden van: een fundering van steenmortel en baksteen op hout (zie ook afbeelding 11).
Afbeelding 11. Spoor 16 en spoor 17. Links is de houten balk van spoor 17 zichtbaar en rechts de bakstenen van spoor 16, die op planken liggen.
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 18 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Tegen de zuidwand van werkput 2 aan bevinden zich twee concentraties houten palen: spoor 18 en 19. Bij spoor 18 gaat het om 6 ronde houten palen; spoor 19 betreft 8 palen, waarvan twee vierkant. Spoor 20 is een losstaande houten paal die zich direct aan de oostzijde van spoor 13 bevindt (doorsnede: 8 cm). Spoor 21, 22 en 23 behoren tot dezelfde structuur als de sporen 12, 13, 14, 15, 16 en 17: het gaat wederom een uitbraaksleuf, een bakstenen fundering en een houten plank. Iets verderop, in de westhoek van de put, bevindt zich spoor 24, een bakstenen hoekmuur. De meeste funderingsresten zijn ongetwijfeld van de school (openbare lagere school) die vanaf ca. 1900 op deze plek heeft gestaan en recentelijk is gesloopt (zie ook afbeelding 4). De uitbraaksleuven spoor 13, 14 en 21 geven de locaties van enkele klaslokalen aan. De waterkelder ten oosten van de voormalige school behoort waarschijnlijk ook tot de school. Op de kadastrale minuut uit 1827 staat, met eenzelfde orientatie, een kleiner, rechthoekig gebouw op de locatie van de latere school; goed mogelijk de voorganger ervan. De locatie van werkput 2 is mede bepaald met het doel dit gebouwtje of weer een voorganger hiervan, te traceren.
Hoewel de minuutplannen uit het begin van de 19e eeuw relatief accuraat genoemd kunnen worden, blijft het lastig om, bij gebrek aan voldoende referentiepunten met de huidige situatie, de exacte locatie van de oude bebouwing te bepalen. Het is echter mogelijk dat spoor 12 tot deze structuur heeft behoord. Werkput 3 In werkput 3 zijn 19 sporen waargenomen. Door de complexe opbouw en de vele verstoringen was deze werkput moeilijker leesbaar dan de eerste twee. Allereerst werden in deze werkput veel houten palen aangetroffen: in rijen (spoor 26 en spoor 39), in concentraties van 3 of 4 (spoor 27, 28, 30, 32, 34 en 43), of los (spoor 25, 35 en 36). Eén losse houten paal (vierkant, 6 x 6 cm) is geborgen voor eventuele dendrodatering (vondstnummer 15, spoornummer 25). De houten palen van spoor 26 bevonden zich in een uitbraaksleuf met roodbakkend baksteen (20 x 10 x 3,5 cm), die parallel liep aan het muurwerk van spoor 29. Dit betrof een muurwerk van geelbakkend baksteen (18 x 8,5 x 4 cm) met daarnaast een trapsgewijs gestapelde verzameling geelbakkend baksteen (zie afbeelding 12).
Afbeelding 12. Links de uitbraaksleuf met daarin de houten palen van spoor 26 en rechts het muurwerk met geelbakkend baksteen van spoor 29.
Ten noorden van het muurwerk en de uitbraaksleuf bevonden zich drie palenconcentraties, twee recente leidingen en een concentratie puin. Iets verder noordwaarts deed zich in het vlak een scheiding voor: hier werd een band veen waargenomen van circa 1,5 m over de hele breedte van de put. Verder noordwaarts
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 19 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
bestond het vlak weer uit zand. Dit is naar alle waarschijnlijkheid de strook water (verkavelingssloot) , die op de kadastrale minuut uit 1827 nog aanwezig is, maar op de kaart van 1879 niet meer (zie afbeelding 4 en 5). In de hoek van deze strook bevindt zich een kleine, vierkante bakstenen fundering en net daarbuiten twee palenconcentraties. Verspreid door de noordelijke helft van werkput 3 bevinden zich verschillende betonnen poeren en recente leidingen. De leidingen lopen op twee plaatsen door de aangetroffen palenconcentraties (zie afbeelding 13, links). Meer naar het noorden bevindt zich spoor 37, een fundering van houten planken met daar bovenop losse bakstenen van het formaat 22 x 10 x 5,5 (zie afbeelding 13, rechts). Waarschijnlijk gaat het hier om de constructie van een keldervloertje. Parallel aan de ligging van de houten planken ligt spoor 39: vier houten palen op een rij en ten noorden en ten westen hiervan bevinden zich twee lange houten balken op hun kant, ook in dezelfde richting. De balken hebben een lengte van 5 m, een breedte van 0,4 m en zijn 10 cm dik en behoren mogelijk tot de fundering van een muurwerk. Deze laatste sporen (keldervloertje en houten balken) zijn ook tot de constructie van de voormalige school te rekenen. De houten balken hebben onder de bakstenen fundering gelegen, waarvan in werkput 2 nog een hoek is aangetroffen (spoor 24).
De uitbraaksleuf en de bakstenen fundering in het zuiden van de werkput zijn niet aan een recent gesloopte bebouwing toe te schrijven. Waarschijnlijk betreft het de fundering van een gebouw dat min of meer op deze locatie op de kadastrale minuut is aangegeven.
Afbeelding 13. Links: recente leiding die door de palenconcentratie loopt en de constructie met houten planken en baksteen, mogelijk een keldervloer (rechts).
4.3
Vondstmateriaal Bij de aanleg van de proefsleuven en het afwerken van de vlakken is een kleine selectie van het totaal aan vondsten meegenomen met als doel een indruk te krijgen van de gebruiksperiode. Er is, op een tweetal houtmonsters na en vnr. 9 (pijpenkopje uit uitbraaksleuf spoor 12), geen materiaal afkomstig uit sporen. Het vondstmateriaal uit het proefsleuvenonderzoek is na afronding van de veldfase gewassen en uitgesplitst naar vondstcategorie. De vondsten vallen met name in de categorieën keramiek (KER), hout (OPH) en glas (GLS). Verder is er een kleine hoeveelheid dierlijk botmateriaal (ODB) aanwezig. De verdeling over de verschillende categorieën is weergegeven in onderstaande tabel 1.
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 20 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Inhoud GLS KER ODB OPH SLE Overig
Aantal 4 47 3 3 1 4
Gewicht (g) 467 2736 106 5470 24 118
Tabel 1. Overzicht verzameld materiaal per categorie (ABR)
In totaal werden 62 vondsten verzameld met een gezamenlijk gewicht van circa 8,9 kilogram. Een overzicht van het vondstmateriaal is opgenomen in bijlage 3. Het vondstmateriaal is bestudeerd waarbij er met name aandacht is besteed aan de uitwerking van het keramiek. Hieronder worden de resultaten van deze analyse beschreven.10 De overige materiaalcategorieën leveren in deze fase geen noemenswaardige bijdrage aan het beantwoorden van de onderzoeksvragen uit het PvE en zijn daarom slechts beknopt beschreven. Indien er opvallende vondsten binnen deze categorieën zijn worden deze wel specifiek genoemd. Bij de determinatie is per vondstnummer het baksel beschreven inclusief aantal en gewicht. Daarnaast is het materiaal gesplitst in aantallen rand-, wand- en bodemfragmenten. De resultaten van de determinaties zijn opgenomen in bijlage 3. Vrijwel al het verzamelde materiaal kon worden gedetermineerd. Het complex bestaat met name uit wit- en roodbakkend aardewerk, pijpenkoppen, faience en porselein. Uit de verkregen dateringen volgt dat de gebruiksperiode van het onderzochte deel van het gebied beperkt blijft tot de Nieuwe Tijd. Het vroegst gedateerde materiaal bestaat uit een enkele scherf grijsbakkend aardewerk (werkput 3, vondstnummer 14) en ongeglazuurd roodbakkend aardewerk (werkput. 2, vondstnummer 7), gedateerd in de Late Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd A.
De rest van het materiaal dateert uit de periode 1550-heden, met de nadruk op de periode na 1700. De dateringen kunnen worden aangevuld door de vondsten uit de overige categorieën (glas, overige vondsten; zie bijlage 4). Het jongste materiaal, een plastic kapje, is afkomstig uit het westelijke segment van werkput 1. Er zijn meerdere dempingen aangetroffen. Een deel van het vondstmateriaal zal zijn aangevoerd met de grond die is gebruikt voor het dempen van de oude watergangen. Daarnaast is het terrein vrijwel overal opgehoogd, ongetwijfeld deels met van elders aangevoerd materiaal (van afval van de bewoning direct langs de weg tot afval vanuit Amsterdam), deels met puin van eerder gesloopte bebouwing. Dit betekent natuurlijk dat het vondstmateriaal moeilijk kan worden gebruikt voor de datering van eventuele sporen.
10
arch2.2
Determinatie: D. la Fèber
Vakgroep Archeologie
blad 21 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
5 5.1
Conclusies en advies Conclusies Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek op de locatie Breekoever te Landsmeer zijn geen voorgangers aangetroffen van de bebouwing aanwezig op de kadastrale minuut 1827. Wel zijn drie structuren getraceerd die op deze kaart staan aangeduid. In werkput 1 is, direct ten westen van een recent gesloopte woning, de fundering aangetroffen van een gebouw dat op de kadastrale minuut staat (zie afbeelding 14, A). In de werkputten 2 en 3 zijn met name de funderingsresten van de voormalige school aangetroffen. Eén uitbraaksleuf met houten funderingspalen (spoor 12) kan echter toebehoord hebben aan het rechthoekige gebouwtje op de kadastrale minuut (afbeelding 14, B). In werkput 3 tenslotte is een uitbraaksleuf en een bakstenen fundering gevonden die goed mogelijk zijn toe te schrijven aan een derde gebouw op de kadastrale minuut (afbeelding 14, C).
A
C B
Afbeelding 14. Uitsneden uit de kadastrale minuut (1827), met de gebouwen die tijdens het proefsleuven onderzoek (mogelijk) zijn getraceerd.
Uit de verschillende werkputten is selectief vondstmateriaal verzameld voor datering: de oudste datering betrof een enkele scherf grijsbakkend aardewerk (Werkput 3, vondstnummer 14) en ongeglazuurd roodbakkend aardewerk (Werkput 2, vnr. 7) beide
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 22 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
met een datering in de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd A. Het vondstmateriaal is echter afkomstig uit de ophogingspakketten en dempingsmateriaal.
Met de resultaten van het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek kunnen de in het PvE geformuleerde onderzoeksvragen beantwoord worden: 1. Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig die (mogelijk) bedreigd worden door de geplande inrichting? Binnen het plangebied zijn geen archeologische resten aanwezig anders dan die van de in de 19e/20e eeuw gesloopte bebouwing zoals wij die kennen van het beschikbare historisch kaartmateriaal (minuutplan 1827 en later). 2. In welke mate is het plangebied verstoord? De bodem binnen het plangebied is in vergaande mate verstoord door inmiddels gesloopte bebouwing, dempingen en ophogingen. Dit blijkt uit de opgebrachte lagen die in het profiel zichtbaar waren, de concentraties puin, baksteen, recente leidingen, betonnen poeren en dergelijke. 3. Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Binnen het plangebied was geen sprake van een uniforme bodemopbouw. Het ontgonnen veengebied heeft een aantal sporen nagelaten; de sporen van het agrarische veenontginningslandschap waren plaatselijk in het veld herkenbaar. In de verschillende putten zijn zowel waterbodems als landbodems aangetroffen, al dan niet verstoord door funderingen en/of uitbraaksleuven. Over grote delen van het plangebied bleek de bodem tevens vermengd met puin, baksteen, hout en dergelijke.
Lagen veen zijn afgewisseld met lagen zand waargenomen, evenals opgebracht materiaal, lagen matig grof zand en kleilagen.
5.2
Waardering en selectieadvies Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek zijn geen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aangetroffen. Er zijn weliswaar vondsten en sporen aangetroffen, maar deze zijn vrijwel zeker zonder uitzondering toe te schrijven een ophogingspakketten en dempingen enerzijds en recentelijk gesloopte bebouwing anderzijds. Sporen die toe behoren aan voorgangers van de bebouwing die op de kadastrale minuut is aangeduid (zie ook afbeelding 14), zijn binnen het onderzochte deel van het plangebied niet vastgesteld. Het onderzochte plangebied is bovendien grotendeels verstoord door fundamenten van thans gesloopte bebouwing. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie.
Selectieadvies Geadviseerd wordt om het gehele plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie.
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 23 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Ook voor vrijgegeven plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: ARCHISmeldpunt, telefoon 033-4227682. Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
Ingenieursbureau Oranjewoud B.V. Almere, juni 2010
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 24 van 25
projectnr.217545
Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/80
juni 2010, revisie 00
Proefsleuvenonderzoek Breekoever, Landsmeer
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et. al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Ureecht. Bartels, M.A., e.a. 1999. Steden in scherven, archeologische vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmegen en Tiel / Cities in sherds, finds from cesspits in Deventer, Dordrecht, Nijmegen and Tiel (1250-1900). Zwolle. Jordanov, M., 2009: Programma van Eisen inventariserend veldonderzoek (proefsleuven) Plangebied Breekoever te Landsmeer (RAAP-PvE 757). RAAP, Amsterdam. Rietkerk, S./C.M. Soonius, 2009: Adviesdocument voor plangebied Breekoever te Landsmeer (RAAP Adviesdocument 324). RAAP, Amsterdam. Soonius, C.M., 2005: Bestemmingsplan ’t Lint, gemeente Landsmeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek (RAAP Notitie 1033). RAAP, Amsterdam. STIBOKA, 1965: Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Toelichting bij kaartblad 25. Wageningen, Stichting voor Bodemkartering.
Kaarten • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) • Bodemkaart van Nederland, 1:50000, kaartblad 25E • Minuutplan 1827 Gemeente Landsmeer, sectie A (http:/www.watwaswaar.nl) • Kaarboek’t Hoogh-Heemraetschap vande uytwaterende sluysen in Kennemerlant ende West-Vrieslant. Blad 2: Hoorn, Amsterdam (http://waterland.pictura-dp.nl/) • Topografisch-militaire kaarten 1879, 1900 ( www.watwaswaar.nl) Internet www.landsmeer.nl www.watwaswaar.nl
arch2.2
Vakgroep Archeologie
blad 25 van 25
Bijlage 1 :
Archeologische perioden
Bijlage 1 :
Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het Paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jagerverzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het Mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het Neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het Neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de Bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het Neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de IJzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.