B9. Bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan Hotel-_resortontwikkeling Breeck te Landsmeer
Tekst van het document
[19]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Hoewel er op basis van historische kaarten uit de nieuwe tijd geen bebouwing bekend is in het plangebied, is op basis van de vondstlocaties en AMK-terreinen een kans op huisplaatsen uit de late middeleeuwen t/m nieuwe tijd. Resten van bewoning uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd beslaan over het algemeen 100-1000 m2 in omvang en kenmerken zich door resten van een huisterp, een vuile laag met indicatoren zoals houtskool, fragmenten aardewerk, bot, steen en glas, mogelijk ook – en vooral wanneer ze uit latere perioden stammen – door baksteen- en mortelpuin, funderings- en uitbraaksleuven en resten van houten en gemetselde constructies. (Diepte)ligging De plangebieden kenmerken zich door een gestapeld landschap waarin meerdere archeologische niveaus voorkomen. Het diepste niveau met een archeologische verwachting ligt dieper dan 10 m onder het maaiveld en zal door de geplande werkzaamheden niet geraakt worden. Op circa 3 m –mv (4,3 m – NAP) ligt de top van het wad- en kwelderlandschap uit het neolithicum. Voor deze periode geldt een lage verwachting. Het bovenste niveau met een archeologische verwachting uit de middeleeuwen en daarna ligt aan maaiveld, dan wel direct onder de bouwvoor. Fysieke kwaliteit Het niveau waar resten van activiteiten van jagers- verzamelaars kunnen worden verwacht, is afgedekt door een metersdik pakket zand, klei en veen.
De conservering en gaafheid van dergelijke resten zal daarom uitstekend zijn. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat de plangebieden zijn ontgonnen voor de landbouw. Regelmatige landbouwkundige werkzaamheden resulteren meestal in een bouwvoor met een gemiddelde dikte van 30 tot 40 cm. Met name grondsporen kunnen onder de bouwvoor nog bewaard zijn gebleven. Turfwinning in de vorm van petgaten kunnen plaatselijk voor diepere verstoring hebben gezorgd. Eventuele archeologische resten uit de middeleeuwen en daarna zullen tot die diepte verstoord zijn. Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschre ven, zijn samengevat in tabel 7.
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[20]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Archeologische periode
Complextype
Omvang
Kenmerken
Paleolithicum
Tijdelijke kampementen
10100 m²
houtskool, (vuur)steen en al dan niet verbrand bot
> 10 m
Vermoedelijk zeer goed
Laat mesolithicum – midden neolithicum
Tijdelijke kampementen, seizoenale
10100 m²
houtskool, aardewerk, bot, (vuur)steen
ca. 3 m –mv
Matig tot redelijk
IJzertijd – Romeinse tijd
Tijdelijke kampementen en andere offsite fenomenen
10100 m²
houtskool, aardewerk, bot, (vuur)steen en glas
Aan maaiveld / direct onder de bouwvoor
Matig tot redelijk
8e eeuw – ca. 1300
Bewoning, al dan niet op huisterpen
1001000 m²
houtskool, aardewerk, bot, steen en glas, baksteen- en mortelpuin, funderings- en uitbraaksleuven en resten van houten en gemetselde constructies
Aan maaiveld / direct onder de bouwvoor
Late middeleeuwen vanaf 1300 – nieuwe tijd
Bewoning op huisterpen
Diepteligging
Gaafheid
Matig tot redelijk
Matig tot redelijk
Tabel 7. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het hele plangebied.
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[21]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA (Wolzak, 2021). Het veldonderzoek is uitgevoerd in 1,5 dagen, tussen 22-04-2021 en 23-04-2021. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. In het plangebied zijn 26 boringen verricht in een grid van 30 bij 35 m in 6-8 in west-oost richting georiënteerde raaien (figuur 9). Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai 15 m van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. Vanwege verschillende (afgesloten) moestuinen zijn een aantal boringen verplaatst richting de nabije slootjes. Er is geboord tot maximaal 400 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (3 cm).
De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van RTK-GPS. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten 3.2.1
Veldwaarnemingen
Het plangebied lag er zoals verwacht bij als weilanden en een moestuinengebied. Tussen de moestuinen lagen verschillende paden met een puinverharding ( en een enkel stuk asbest aan het oppervlak).
3.2.2
Geologie en bodem
Op grond van de resultaten van het booronderzoek blijkt er, zoals verwacht op basis van het bureauonderzoek, sprake te zijn van een gestapeld landschap in het plangebied. Van boven naar beneden zijn de volgende eenheden te onderscheiden: De bouwvoor en de verstoorde/opgehoogde bovengrond Aan het maaiveld werd in de boringen een laag siltig zand, zandig veen of licht kleiig veen aangetroffen, met daarin overwegend veel humus, zand- en/of kleibrokken, planten- en roodbakkende bouwpuinresten. Naast wat grind bevatten deze lagen ook wat schelpenresten en in een enkele boring
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[22]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
plastic. Op basis van deze kenmerken zijn deze lagen geïnterpreteerd als bouwvoor (met daaronder verstoorde grond). Dit pakket van verstoorde lagen was tussen circa 15 – 95 cm dik. Gemiddeld was het pakket echter zo’n 35 cm dik. Komafzettingen In boring 18 en 19 werd onder de verstoorde bovengrond een laag siltige kalkloze klei, met wat plantenresten en humusaanrijking aangetroffen. Op basis van deze kenmerken en de stratigrafische ligging (zie volgende paragraaf) is deze laag geïnterpreteerd als komklei, behorende tot de Formatie van Echteld. Locaties waar komklei in het landschap werd afgezet, waren plekken in het invloedsgebied van natuurlijke waterwegen waar de omstandigheden te nat waren voor bewoning. De top van deze laag komklei is aangetroffen op een diepte vanaf 45 cm –mv (1,97 m –NAP). Het Hollandveen Onder het pakket van de bouwvoor en de verstoorde bovengrond werd een pakket slappe mineraalarme tot kleiige veenlagen aangetroffen (m.u.v. boring 19). Overwegend bestaat het veen aan de basis uit rietveen met een soms enkele kleilaag, dat naar boven toe overgaat van een dik pakket zeggeveen naar een veenmosveen, een rietveen en/of een niet-gedifferentieerd veen. In boring 10 werd aan de basis van het veenpakket ook bosveen waargenomen.
En in boring 7 was de top van dit pakket slappe veenlagen licht kleiig en werd tussen de bovenste riet - en zeggeveenlagen een detritusveenlaag waargenomen. Dit laatste duidt op het afzetten van plantenresten (verslagen veen) op deze locatie door een (klein) veenriviertje. Op basis van de beschreven kenmerken zijn deze lagen geïnterpreteerd als het Hollandveen Laagpakket, behorend bij de Formatie van Nieuwkoop. Tekenen van veraarding van de top van het veen zijn niet in het plangebied waargenomen en gezien de slapheid van dit veen, was het zeer waarschijnlijk te nat voor bewoning. De top van het veenpakket bevindt zich in het plangebied op een diepte vanaf circa 1,8 –NAP (vanaf circa 15 – 95 cm dik). Het Laagpakket van Wormer Onder het veen werd in de boringen een pakket siltige slappe kleilagen waargenomen (N.B. in de boringen 3 en 16 kwam het monster door de te slappe klei niet goed mee omhoog in de boor). Naar beneden toe bevatten deze kleilagen steeds meer zand- en kleilaagjes, duidend op een dynamisch getijden- en wadmilieu. Daarnaast werden veel resten van riet waargenomen en is de top van dit kleipakket direct onder het veen licht humeus en kalkloos. Hoewel de top van dit pakket ontkalkt is, komt dat waarschijnlijk door het erboven gelegen veenpakket en niet zozeer door bodemvorming, gezien met name de slappe consistentie van de klei.
Op basis van de lithologische samenstelling zijn deze klei- en zandlagen met de dunne kleilaagjes geïnterpreteerd als getijdeafzettingen van het Laagpakket van Wormer. De in een aantal boringen boven deze afzettingen gelegen slappe klei met rietresten is geïnterpreteerd als wadafzettingen van h et Laagpakket van Wormer. De top van dit pakket bevindt zich op een diepte vanaf circa 4,3 m –NAP (circa 300 cm –mv) en deze afzettingen zijn aangetroffen tot de einddieptes van de boringen (400 cm –mv).
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[23]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.2.3
Archeologische indicatoren
Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Let wel, het onderzoek betrof een verkennend booronderzoek en had ook niet tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen, aangezien de boordichtheid en boordiameter hiertoe ontoereikend waren.
3.3 Archeologische relevantie In het plangebied zijn de verwachte veenlagen en getijdenafzettingen aangetroffen, onder de verstoorde bovengrond. De natuurlijke ondergrond bestaat op basis hiervan uit een dik pakket veenlagen gelegen op oudere getijdenafzettingen. De vormingsmilieus van deze afzettingen betreffen allemaal natte en/of relatief dynamische landschappen. De op basis van het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting kan op basis van het veldonderzoek worden bijgesteld: Het oppervlak uit de Steentijd bevindt zich op meer dan 10 m –mv en dit niveau is tijdens het booronderzoek ook niet bereikt. De niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Steentijd blijft op basis hiervan ongewijzigd. De wadafzettingen uit het neolithicum die ter plaatse van de plangebieden in de diepere ondergrond voorkomen, waren niet geschikt voor bewoning en de archeologische verwachting voor dit landschap was op voorhand dan ook laag. Tijdens het veldonderzoek zijn de verwachte wadafze ttingen, gelegen op getijden(geul)afzettingen, aangetroffen. Aangezien deze beide zijn gevormd in natte en/of dynamische milieus die niet geschikt waren voor bewoning, kan de lage archeologische verwachting voor deze periode worden gehandhaafd. Op het veen konden uit de periode ijzertijd en Romeinse tijd kampementen van vissers en jagers worden verwacht.
Op basis van onder andere de slapheid van het rietveen kan gesteld worden dat de archeologische verwachting op het aantreffen van resten van om tijdelijke kampementen/off site vindplaatsen uit de ijzer- en Romeinse tijd laag blijft. Tekenen van veraarding van het veen zijn niet waargenomen, maar mogelijk kunnen nog wel losse vondsten verwacht worden in het plangebied (lage dichtheid en een lage archeologische vewerachting). Op het afdekkende veen kan in theorie vanaf de achtste eeuw zijn gewoond, totdat tegen de 13e eeuw de bewoning zich naar de kernen begon te verplaatsen. Huisterpen en een enkele niet opgehoogde huisplaats uit latere perioden uit de directe omgeving van het plangebied getuigen van deze bewoning. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de middeleeuwen zijn niet in het plangebied waargenomen, ondanks het gehanteerde boorgrid van 30x35 m dat hiervoor wel toereikend is (methode D1), zodat de archeologische verwachting naar middelhoog tot laag kan worden bijgesteld. Hoewel er op basis van historische kaarten uit de nieuwe tijd geen bebouwing bekend is in het plangebied, gold in het plangebied op basis van de vondstlocaties en AMK-terreinen een kans op de aanwezigheid van huisplaatsen uit de late middeleeuwen t/m nieuwe tijd.
Tekenen van een vuile laag met indicatoren, die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit deze periode, zijn niet in het plangebied waargenomen , ondanks het gehanteerde boorgrid van 30x35 m dat hiervoor wel toereikend is (methode D1). Vandaar dat ook de verwachting voor de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd naar laag kan worden bijgesteld.
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[24]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 9. Locaties boringen verkennend booronderzoek.
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[25]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: •
Het oppervlak uit de Steentijd is tijdens het booronderzoek ook niet bereikt. De op basis van het bureauonderzoek niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Steentijd blijft op basis hiervan ongewijzigd.
•
Tijdens het veldonderzoek zijn de verwachte wadafzettingen, gelegen op getijden(geul)afzettingen, aangetroffen. Aangezien deze afzettingen gevormd zijn in natte en/of dynamische milieus die niet geschikt waren voor bewoning, kan de lage archeologische verwachting voor het neolithicum worden gehandhaafd.
•
Op het veen konden uit de periode ijzertijd en Romeinse tijd kampementen van vissers en jagers worden verwacht. Op basis van onder andere de slapheid van het veen en het ontbreken van tekenen van veraarding kan gesteld worden dat een lage archeologische verwachting voor deze periode van kracht blijft.
•
Op het afdekkende veen kan in theorie vanaf de achtste eeuw zijn gewoond. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit deze periode zijn echter niet in het plangebied waargenomen, zodat de archeologische verwachting naar middelhoog tot laag kan worden bijgesteld.
•
In het plangebied gold op basis van de vondstlocaties en AMK-terreinen een kans op huisplaatsen uit de late middeleeuwen t/m nieuwe tijd. Tekenen van een vuile laag met indicatoren, die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit deze periode, zijn niet in het plangebied waargenomen. Vandaar dat ook de verwachting voor de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd naar laag kan worden bijgesteld.
4.2 Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Landsmeer, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[26]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Literatuur Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Rosing, H., 1995. Bodemkaart van Nederland 1:50.000: blad 9 west Texel (gedeelteli jk) - 14 west Medemblik, blad 14 oost Medemblik - 15 west Stavoren (Noordhollands gedeelte), blad 19 west Alkmaar. Wageningen. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Visscher, H.C.J., 1987. Archeologische waarden in de ruilverkaveling Waterland V: Oostzaan / De Haal. RAAP-rapport 11. Amsterdam. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Vos, P. & S. de Vries 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[27]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
6
Figuur 2. Paleogeografische ontwikkeling van het plangebied, aangeduid met rode ster (Vos e.a., 2007).
10
Figuur 3. Plangebied op de geomorfologische kaart (1:50.000).
11
Figuur 4. Plangebied op de bodemkaart (1:50.000).
12
Figuur 5. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.
15
Figuur 6. Overzicht van historische kaarten.
16
Figuur 7. Luchtfoto.
17
Figuur 8. Inrichtingsplangrenzen.
18
Figuur 9. Locaties boringen verkennend booronderzoek.
25
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens. Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
7 13
Tabel 3. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.
13
Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied (M.u.v. de nabije bureauonderzoeken).
14
Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
17
Tabel 6. De toekomstige situatie.
18
Tabel 7. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het hele plangebied.
21
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[28]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A
Vroeg
Middeleeuwen
D: Ottoonse tijd
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (Midden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
Oud
- 1250 - 1050 - 900 - 725 - 525 - 450 - 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000 - 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700 - 12.500 - 16.000 - 35.000 - 250.000
tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
[29]
Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen
V
Geomorfologische kaart van NL
V
Gedetailleerde bodemkaarten
V
DINO
V
Gegevens milieukundig bodemonderzoek
V
Actueel Hoogtebestand Nederland
V
Lucht- en satellietfoto’s
V
Topografische kaart van Nederland
V
Oud(st)e kadasterkaarten
V
Historische kaarten van Nederland
V
Beeldmateriaal bouwhistorie
V
Archeologische en cultuurhistorische rapportages
V
Archieven (RAAP)
V
Eigenaar en gebruiker
V
AMK
V
ARCHIS
V
CMA
V
CAA
V
CHW
V
Literatuur (arch./aardwet.) Gebiedsgerichte specialisten
V V Niet geraadpleegd.
Amateurarcheologen Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot
RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021
Opmerking
Geologische kaart van NL
Bevat geen (nieuwe) relevante informatie
V
Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied
Bodemkaart van NL
Geraadpleegd, niet afgebeeld
Bron
Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven
LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (V indien van toepassing)
V Niet geraadpleegd.
[30]