CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B9. Bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan Hotel-_resortontwikkeling Breeck te Landsmeer

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Aangepast besluit - Het realiseren van een resort aan de Scheepsbouwersweg11.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Stedenbouwkundig ontwerp

4

Bijlage 2

Motivering MRA Ontwikkelkader verblijfsaccommodaties

42

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsplan

46

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

69

Bijlage 5

Beknopte natuurtoets

124

Bijlage 6

Verleende ontheffing kleine marterachtigen

135

Bijlage 7

Stikstofdepositie-onderzoek

146

Bijlage 8

Notitie verkeer en parkeren

166

Bijlage 9

Onderzoek wegverkeerslawaai

177

Bijlage 10

Wateradvies HHNK

181

Bijlage 11

Verkennend bodemonderzoek (te verwijderen volkstuinen)

185

Bijlage 12

Verkennend bodemonderzoek (nieuw aan te leggen volkstuinen)

217

Bijlage 13

Toetsing en beoordeling bodemonderzoeken

302

2

Bestemmingsplan "Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer" (concept)

Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan "Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer" (concept)

3

Bijlage 1 Stedenbouwkundig ontwerp

4

Bestemmingsplan "Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer" (concept)

BREECK CONCEPT ONTWERPBOEK 16.04.2021

10

BREECK

VERKAVELINGSPRINCIPES PARKEREN MAQUETTE PROGRAMMA VAN EISEN | ALGEMENE VOORZIENINGEN WONINGTYPES ZONE 1 | 2 | 3

2

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

3

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

breeck

BREECK INMEETTEKENING

4

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

VERKAVELING

5

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK SITUATIETEKENING 02-04-2021

afvalopslag

134 parkeerplaatsen

6

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK SITUATIETEKENING 16-04-2021

7

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK SITUATIETEKENING 16-04-2021

8

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK SITUATIETEKENING 16-04-2021

9

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK SITUATIETEKENING 16-04-2021

10

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK PARKEERBALANS BEREKENING 1 ZONE 1 ZONE 1, ZONE 2 2 AUTO’S PER WONING ZONE 3 1 AUTO PER WONING TOTAAL ZONE 1 ZONE 2 ZONE 3

11

|

23 WONINGEN 20 WONINGEN 67 EENHEDEN

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

> 46 AUTO’S > 40 AUTO’S > 67 AUTO’S = 154 PARKEERPLAATSEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

ZONE 2

ZONE 3

BREECK STEDENBOUWKUNDIG MODEL

12

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK STEDENBOUWKUNDIG MODEL

13

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK STEDENBOUWKUNDIG MODEL

14

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK STEDENBOUWKUNDIG MODEL

15

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK STEDENBOUWKUNDIG MODEL

16

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK STEDENBOUWKUNDIG MODEL

17

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK STEDENBOUWKUNDIG MODEL

18

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK OPSTELPLAATSEN BRANDWEER, DRAAICIRKELS MIDDENGEBIED

19

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK OPSTELPLAATS BRANDWEER - AANDACHTSPUNTEN

opstelplaats brandweer, max 40 meter van woning

20

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

mogelijke oplossing

BREECK

21

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

22

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

23

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

24

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

25

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

26

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

ALGEMENE VOORZIENINGEN

27

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK ALGEMENE VOORZIENINGEN

voorzieningen stalling

fietsen, elektrisch ?

afval

op parkeerterrein

linnen

receptie

personeel

balie 2x wc lockers gasten lounge lockers kantine bagage ruimte

parkeerplaatsen auto's

28

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK ALGEMENE VOORZIENINGEN

29

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK ALGEMENE VOORZIENINGEN OPSLAG / VUIL KEUKENZONE TOILETTEN VLUCHTTRAP RESTAURANT HOOFDTRAP

LOUNGE EVENTUEEL LOCKERS

RECEPTIE (KAS)

LINNEN / MAINTENANCE BAGAGERUIMTE / LOCKERS PERSONEELSRUIMTE

30

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

WONINGTYPES

31

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

WONINGTYPES

C1

C1

C1

ZONE 1 - WONINGTYP A - WATERVILLA’S

16,78 m2

A1

A1

B1

B1

A1

A1

B1

9.550

B1

9.550

B1

9.550

B1

A1 43,75 m2 A1

Begane grond

32

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

1e verdieping

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

C1

5.550

C1

5.550

C1

5.550

A1

Dak

WONINGTYPES

B1 20,98 m2

B1 20,98 m2

5.050

MK

5.050

5.050

B1 20,98 m2

10.100

B1 20,98 m2

B1 20,98 m2

5.050

B1 20,98 m2

5.050

B1 20,98 m2

10.100

B1 20,98 m2

10.100

5.050

MK

ZONE 2 - WONINGTYPE B

5.050

5.050

5.050

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

5.050

1e verdieping

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

5.050

C22

10.100

C22

Begane grond

33

5.050 10.100

C22

10.100

2e verdieping

WONINGTYPES

5.000

5.000

ZONE 3 - WONINGTYPE C - APPARTEMENTEN

C1-C 29,64 m2

15.550

5.000

15.550

150

C1-B 32,54 m2

3.000

lift

5.000

1.600

C1-A 32,54 m2

5.000

C1-C 29,64 m2

5.000

C1-A 32,54 m2

Begane grond

34

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

14.750

3e verdieping

|

16 APRIL 2021

C21

C21

14.750

PVE CONCEPT BEREKENING BREECK BVO m2 Datum: 08.04.2021 bloktype BLOK A (9,55m*5,55)

bouwlaag SOM BVO m2 (9,55*5,55) per bouwlaag =

Totaal BVO m2 53,0 m2

Begane grond 1e verdieping (met vide)

53,0 m2 33,7 m2

Totaal per blok:

86,7 m2

TOTAAL BVO m2 BLOK A (x23 blokken)

1994,0 m2

BLOK B (10,10*10,10)

SOM BVO m2 (10,10*10,10) per bouwlaag =

102,0 m2

Begane grond 1e verdieping (met vide) 2e verdieping

102,0 m2 83,3 m2 102,0 m2

Totaal per blok:

287,4 m2

TOTAAL BVO m2 BLOK B (x5 blokken) BLOK C (15,55*14,75)

SOM BVO m2 (15,55*14,75) per bouwlaag =

C1, C4 en C5

Begane grond 1e verdieping 2e verdieping 3e verdieping entresol (afhankelijk van BVO m2 restmaat)

229,4 m2 229,4 m2 229,4 m2 m2

Totaal per blok:

688,1 m2

Begane grond voorzieningen 1e verdieping 2e verdieping 3e verdieping entresol (afhankelijk van BVO m2 restmaat)

0 m2 229,4 m2 229,4 m2 m2

Totaal per blok:

458,7 m2

Begane grond 1/3 voorzieningen Begane grond 2/3 woonfunctie 1e verdieping 2e verdieping 3e verdieping entresol (afhankelijk van BVO m2 restmaat)

0 m2 152,9 m2 229,4 m2 229,4 m2 m2

Totaal per blok:

611,6 m2

C2

C3

|

229,4 m2

TOTAAL BVO m2 BLOK C (x5 blokken)

3134,6 m2

Totaal BVO m2 woonfunctie BVO m2 restmaat t.b.v. entresolverdieping BLOK C1,2,3,4 en 5 (7000-6565,4)

6565,4 m2 434,6 m2

TOTAAL BVO m2

7000,0 m2

TOTAAL BVO m2 Algemene voorzieningen

35

1436,8 m2

499 m2

Berekening restmaat entresol BVO m2 entresolverdieping BLOK C1,2,3,4, en 5 zonder vloer Bruikbare BVO m2 entresolverdieping BLOK C1,2,3,4, en 5 (restmaat-BVO)

188,7 m2 246,0 m2

Bruikbare BVO m2 entresolverdieping per blok Bruikbare BVO m2 per woning (3 woningen per blok gemiddeld)

49,2 m2 16,4 m2

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK

36

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

BREECK marc prosman architecten Overtoom 197 1054HT, Amsterdam +31 (0)20.489 20 99 info@prosman.nl www.prosman.nl

37

|

MARC PROSMAN ARCHITECTEN

|

BREECK

|

16 APRIL 2021

Bijlage 2 Motivering MRA Ontwikkelkader verblijfsaccommodaties

42

Bestemmingsplan "Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer" (concept)

MRA Ontwikkelkader verblijfsaccomodaties Project : 21DUT-LAN.01 De Breeck Referentie : 21DUT-LAN.ver.01 MRA Ontwikkelkader verblijfsaccomodaties Datum : 24 november 2021

1.

Introductie

In dit stuk zal een toelichting en achtergrond gegeven worden op de ontwikkeling van het ecoresort ‘De Breeck’ gelegen aan de Scheepsbouwersweg te Landsmeer. Dit alles op basis van het ‘MRA Ontwikkelkader verblijfsaccomodaties’, waarin een vijftal aspecten uiteen worden gezet als aandachtspunten binnen het bedrijfsplan van de ontwikkeling van verblijfsaccomodaties. Waaruit blijkt dat de naam ‘De Breeck’ en het concept waar het voor staat geheel passen binnen de regio Zaanstreek-Waterland. 2.

Regio versterkend

De ontwikkeling zet volledig in op het bevorderen van toerisme buiten Amsterdam en trekt letterlijk de toeristen buiten de ring. Het zorgt voor een verblijf dat direct buiten Amsterdam beschikbaar wordt gemaakt midden in het groen van Landsmeer binnen de deelregio ZaanstreekWaterland, het gebied dat binnen het project Amsterdam Bezoeken Holland Zien (ABHZ) wordt getypeerd als Old Holland. Het project richt zich hierin op de spreiding van toerisme, waaronder hotspots vallen zoals de Zaanse Schans, Marken, Edam-Volendam en Waterland. Er is dus voor de bezoekers binnen de deelregio veel te doen, ook gelet op het Hollandsche Landschap en het recreatieve groen biedt Landsmeer veel mogelijkheden als uitvalsbasis. Waarin voor gezinnen en actieve bezoekers het Twiske en Ilperveld volop aanbod is met recreatieve mogelijkheden. In het kader van de spreiding van het toerisme richt de ontwikkeling zich op de buitenlandse toerist waaronder families voor een shortstay periode voor een regiobezoek aan de toeristische hotspots (korte vakanties) maar ook op de internationale zakelijke toerist door de ligging vlak boven Amsterdam. Maar vooral ook op de binnenlandse toerist welke tijdens de coronacrisis veel terrein heeft gewonnen in Nederland, waarvoor de toeristische attracties in de regio een aantrekkelijke kracht hebben.

Met deze spreiding van toerisme gaat een samenwerking met de regio gepaard gezien het feit dat er samenwerking zal ontstaan met onder meer de lokale fietsverhuur, bakkers, musea en vooral de dagattractie Het Twiske. Er is een tweespan tussen werk en leisure mogelijkheden bij het project, dit komt mede door de ruimtelijke kwaliteit van het project. Het is mogelijk dat naast een overnachting ook andere vormen van gebruik zullen plaatsvinden. Zo is het mogelijk om er te werken in de algemene faciliteiten, te eten in het dorp van Landsmeer en echt even weg te zijn. Veel recreatie mogelijkheden maar ook de zakelijke verbinding met de stad Amsterdam, dit zorgt voor een sterke symbiose met veel regionale en landelijke aanknopingspunten. Het project is zelfstandig, maar kan niet zonder de directe omgeving om te slagen.

1

De ontwikkeling geeft de mogelijkheid voor toeristen om gebruik te maken van de vele faciliteiten in Landsmeer zoals de horeca, museumbezoek, Art Gallery Anton Heyboer, aanbod van het Twiske en het Ilperveld, toeristische routes van Scooter Experience, fietsverhuur plaatselijke retail. Zodoende zal de lokale middenstand profiteren van de realisatie van het project op de locatie. De ontwikkelaar staat reeds in direct contact met de plaatselijke bedrijfsbelangenvereniging waaruit zeer positief geluid naar voren is gekomen. Naast de economische en sociale impuls zorgt het park voor een versterking van de sociale veiligheid doordat er altijd mensen aanwezig zullen zijn op de accommodatie en er 24/7 beveiligingsmaatregelen getroffen zullen worden. Dit vertaalt zich in verlichting, menselijke aanwezigheid en ook een nachtbewaker.

3.

Meerwaarde in de markt

Het project speelt volledig in op de trends en ontwikkelingen in de maatschappij post corona, waarin duurzaamheid, groen en in alle rust ergens kunnen zijn en verblijven een steeds aanzienlijkere rol spelen. Mede zorgt dit voor een kortstondigere en frequentere vorm van vakanties in eigen land. Een soortgelijk project of ontwikkeling bestaat momenteel niet in de omgeving, dit draagt direct bij aan de variatie van het aanbod in de MRA. Het is een uniek concept in de regio, waar een bijdrage geleverd wordt aan de mensen die niet in de binnenstad willen verblijven en functioneert meer als uitvalsbasis voor deze doelgroepen. Een duurzaam ecoresort in een oer-Hollands landschap met volop recreatie en toerisme mogelijkheden in de regio en de nabijheid van grote steden zoals Amsterdam en Zaanstad. Zo zorgt het direct voor een meerwaarde in de markt van de MRA, waaronder de vergroting van de spreidingsmogelijkheden.

4.

Economisch haalbaar

Voor de ontwikkeling zijn alle stukken en plannen reeds aanwezig. Er is een goed businessplan met daarin een businesscase. Daarnaast zijn de juiste marktonderzoeken dan wel haalbaarheidsstudies uitgevoerd. Hierin is reeds bekend dat Dutchen Group het project zal exploiteren, d ontwikkelaar en exploitant werken in deze al samen aan het project. De exploitant heeft meerdere vergelijkbare projecten gerealiseerd en succesvol in de markt gezet. Deze projecten hebben allen aantoonbaar kwaliteit en impuls gegeven aan de directe omgeving. Waarbij de samenwerking tussen partijen is geborgd in overeenkomsten. De exploitant is hierin voornemens om voor de lange termijn de ontwikkeling aan te gaan.

5.

Draagvlak in de omgeving

De ontwikkelaar en initiatiefnemer hebben een participatieplan opgesteld voor de omwonenden en andere stakeholders van het project. Hierbij wordt de buurt met de omliggende bedrijven proactief betrokken bij de ontwikkeling, dit zorgt voor een gedragen plan en ontwikkeling welke een meerwaarde vormt voor de omgeving.

2

In het participatieplan staat uitgebreid weergegeven hoe het proces zal verlopen, waarbij er verschillende momenten worden ingericht om de buurt en omgeving te betrekken bij de ontwikkelingen rondom het project. Daarnaast worden er buurtbijeenkomsten gepland, is de lokale bedrijfsbelangenvereniging betrokken en is er veel attentie voor de inrichting van de openbare ruimte en voorzieningen. Daarnaast hebben initiatiefnemers met de omgeving, het naast gelegen bedrijf, overleg gevoerd voor en tijdens de initiatieffase. Het participatieplan zal in november, na goedkeuring Gemeente Landsmeer, kunnen starten.

6.

Duurzaamheid en sociaal ondernemen

Naast de bovengenoemde zaken heeft de ontwikkeling veel belang gesteld bij de duurzaamheid en toekomstbestendigheid van het project. Er wordt samen met de architect en de landschapsarchitect gewerkt aan verschillende vormen van duurzame inrichting van het plan. Zo worden concepten als houtbouw toegepast, direct aansluitend op de ontwikkeling in de regio van Purmerend, Edam-Volendam en Zaanstad ten behoeve van Houtbouw, zorgt de ontwikkeling dat de omringende natuur een onderdeel van de opstallen wordt met locatie-eigen vegetatie, duurzame en herbruikbare materialen worden gebruikt, voorzien van gasloze warmte-installaties en aangezet op het gebruik van elektrische vervoersmiddelen. Mede om de uitstoot te verminderen worden lokale leveranciers en partners gezocht voor schoonmaak en onderhoud, maar ook exploitatie van het project. Dit zorgt ook voor een sociale impact op de omgeving en brengt een aangename verandering aan de omgeving. Er wordt werkgelegenheid gecreëerd, samenwerking met de lokale omgeving wordt gestimuleerd en de exploitant heeft een aantoonbare goede trackrecord met de reeds gerealiseerde projecten. Er is geen Dutchen ‘format’ dat overal wordt toegepast en uitgerold.

Hoewel Dutchen locaties onderdeel zijn van een grotere onderneming wordt telkens gezocht naar de lokale identiteit en een wordt een specifiek op de locatie ontwikkeld product gerealiseerd en geëxploiteerd. Dat is ook wat de gasten van Dutchen verwachten! Enerzijds bestaan de producten van Dutchen uit de gebouwde omgeving en vanzelfsprekend wordt bij de ontwikkeling aandacht geschonken aan de materialisaties en energieverbruik. Minstens zo belangrijk is te kiezen voor een architectuur die niet alleen past in de bestaande identiteit en sfeer maar deze juist versterkt en daarmee blijvend waarde toevoegt. Naast de gebouwde omgeving is er veel aandacht voor de alle aanvullende producten die worden aangeboden met behulp van lokale ondernemers. Het is nadrukkelijk de wens, om gasten niet alleen op de locatie te houden, de gasten worden uitgedaagd om op pad te gaan en de locatie als warme uitvalsbasis te gebruiken.

3

Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan

46

Bestemmingsplan "Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer" (concept)

BREECK LANDSMEER

Beeldkwaliteitsplan

15 juli 2021

BKP

BREECK LANDSMEER

INHOUD 1.

Inleiding

5

2.

Bestaande situatie

7

3.

Ontwikkelingsgeschiedenis

9

4.

Beeldkwaliteit bebouwing

13

5.

Beeldkwaliteit buitenruimte

17

Bijlage - referenties

21

Colofon

22

3

Luchtfoto plangebied

BKP

BREECK LANDSMEER

1

INLEIDING

Aanleiding Dutchen, Blauwhoed en Gooische Hart recreatie willen aan de Scheepsbouwersweg te Landsmeer een Resort ontwikkelen bestaande uit een hotel en verschillende vakantiewoningen. Op de huidige locatie bevindt zich een volkstuinencomplex. Om de voorgenomen ontwikkeling goed in te passen en aan te laten sluiten bij de omgeving is dit beeldkwaliteitsplan opgesteld.

Beleid en ontwikkeling Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing en inrichting verlangd. In het beeldkwaliteitsplan worden criteria voor de plaatsing, het uiterlijk van bouwwerken en de landschappelijke inpassing en inrichting van het terrein gegeven. Hieraan kan het toekomstige plan getoetst worden.

Leeswijzer Dit beeldkwaliteitsplan start met een ruimtelijke beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied en haar omgeving. Vervolgens wordt ingegaan op de ontwikkelingsgeschiedenis van de omgeving. Hierna wordt ingegaan op de beeldkwaliteit van de bebouwing en de beeldkwaliteit van de buitenruimte.

5

Plangebied met daarachter de geluidswal van de A10

Nieuwbouw ten noorden van het plangebied

Gemeentewerf ten oosten van het plangebied

Luchtfoto met daarop het kenmerkende slotenpatroon

BKP

BREECK LANDSMEER

2

BESTAANDE SITUATIE De locatie is gelegen aan de Scheepsbouwersweg, welke goed bereikbaar is via afslag 17 van de A10. Op de luchtfoto (pagina 6) is de ligging van de locatie in de omgeving te zien. Het terrein wordt momenteel als volkstuinencomplex gebruikt. Het plangebied wordt doorsneden door een groot aantal sloten, overwegend van west naar oost. De sloten vormen een natuurlijke scheiding tussen de verschillende percelen van de volkstuin. Ook van west naar oost loopt een hoogspanningsleiding. Iets verder ten westen van het plangebied ligt de waterloop ‘t Twiske, dat in noordelijke richting in verbinding staat met het gelijknamige recreatie- en natuurgebied. Water, volkstuinen en agrarische functies geven het gebied een landelijk karakter, ondanks de nabijheid van de A10 en Amsterdam.

Context Ten noorden van het plangebied bevindt zich nog een deel van het volkstuinencomplex. Nog verder naar het noorden is de nieuwbouwwijk, Luyendijk gelegen. De meest recente nieuwbouwwoningen refereren aan de oorspronkelijke houtbouw in het gebied door middel van (groene) houten gevels en kenmerkende topgevels. Aan de oostkant van het plangebied ligt een aantal bedrijven en de gemeentewerf van Landsmeer. De gebouwen bestaan veelal uit stalen constructies met een plat dak en hebben veelal een lichte grijze of blauwe kleur. Aan de voorzijde van de bedrijven en de gemeentewerf staat een duidelijk zichtbaar hek. Bij de autodealer is een losse haag aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt de A10. Met name de geluidswal is zichtbaar vanuit het plangebied. Ten westen van het plangebied is de kenmerkende strokenverkaveling van het veenweidegebied te zien. Er is vanuit het plangebied naar het westen een vrij uitzicht.

7

Historisch ontginnenlandschap Landsmeer (1880)

De es 1940

1980

BKP

BREECK LANDSMEER

3

ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS Ontginningenlandschap Het plangebied is onderdeel van het landschappelijk ensemble WormerlandOostzaan en heeft als landschapstype veenpolderlandschap. Het veenpolderlandschap bestaat uit onvergraven veen met een onregelmatig, vaak historisch verkavelingspatroon. Het resultaat van de veenontginningen is een kleinschalig zeer open landschap, met talloze eilandjes van trilveen en een zeer fijnmazig patroon van grillige veenwaterlopen, waardoor het gebied zeer waterrijk is. In het veenpolderlandschap is de relatie tussen het water en het lint van groot belang. Opvallend is het contrast tussen de besloten linten en het zeer open landschap. Menselijke activiteiten zijn in hoofdzaak bepalend geweest voor de verschijningsvorm van dit landschap. De aanleg van dijken, de vorming van droogmakerijen, de bouw van dorpen en de vervening zijn enkele van de menselijke ingrepen die het landschap hebben gevormd. De eerste ingreep was het ontginnen van het uitgestrekte veengebied. Via veenstroompjes trok men het gebied in. Het gebied werd ontwaterd met behulp van een gegraven afwateringssysteem van weteringen en kavelsloten. De ontginning geschiedde in Noord-Holland vrijwel overal volgens een strokenverkaveling, al of niet met bewoning op de kavels. De kavelsloten lopen meestal evenwijdig. De oorspronkelijke verkavelingsvorm is nog altijd in het landschap herkenbaar.

Met name ten westen van het plangebied is de strokenverkaveling goed zichtbaar. Maar ook binnen het huidige volkstuinencomplex is de kenmerkende verkaveling door middel van sloten nog altijd herkenbaar. Door de jaren heen is het open ontginningenlandschap verder bebouwd. De groeiende bebouwing vanuit Amsterdam en Landsmeer hebben ervoor gezorgd dat het eerst zo uitgestrekte en open landschap steeds verder bebouwd is geraakt. De komst van de A10 heeft deze uitbreiding van bebouwing versterkt. 9

1995

2020

Houtbouw in de omgeving, Noordeinde 131

Houtbouw in de omgeving, museum Grietje Tump

BKP

BREECK LANDSMEER De uitbreidingen hebben zich in verschillende bouwstromingen ontwikkeld en zijn ook als zodanig herkenbaar. De bebouwing heeft in veel gevallen een relatief algemene, niet lokale verschijningsvorm. In de nieuwbouwwijk ten noorden van het plangebied heeft een deel van de bebouwing echter een moderne verwijzing naar de voor het veenpolderlandschap kenmerkende houtbouw.

Houtbouw In deze omgeving kwam in de ontginningslinten een typische vorm van bebouwing voor: houtbouw. Hout was een lichter materiaal, waardoor dit een geschikt materiaal was voor bouw op deze ‘slappe bodem’. De rijkere panden zijn vaak voorzien van gesneden ornamenten zoals makelaars (een witgeschilderd ornament in de geveltop). De karakteristieke groene kleur kent vele tinten. Rijkere mensen konden zich vroeger meer van het dure pigment, de kleurbepalende grondstof in verf, veroorloven. Dit pigment maakte de groene kleur intenser. Ook heeft men door de eeuwen heen verschillende grondstoffen gebruikt om tot de groene kleur te komen. De verschillende lijsten (zoals bij het dak en kozijnen) zijn vaak uitgevoerd in de kleur wit, waardoor deze een contrast vormen met de groene kleur.

Conclusie De opstrekkende verkaveling en het waterrijke karakter zijn belangrijke landschappelijke kenmerken. Het is belangrijk deze kwaliteit zo veel mogelijk te behouden. Van oudsher kwam in de omgeving houtbouw voor; deze typerende bouwwijze kan als inspiratiebron voor de nieuwe ontwikkeling worden gebruikt.

11

Voorbeelden eigentijdse houtarchitectuur

BKP

BEELDKWALITEIT BEBOUWING Visie De bebouwing vormt een samenhangend geheel en sluit in situering aan bij de opstrekkende verkaveling. Het bestaande slotenpatroon blijft zo veel mogelijk behouden, waardoor er een natuurlijke overgang richting het ontginningslandschap ontstaat. Hierbij wordt de bebouwing gericht op het open uitzicht aan de westzijde van het plangebied. Omdat gebouwd wordt in de dorpsrand, wordt voorzien in zachte overgang van dorp naar landschap. Van groot en hoog aan de Scheepsbouwersweg, naar klein aan laag aan het veenweidegebied. De bebouwing is een moderne interpretatie van de historische houtbouw (eigentijdse houtarchitectuur) en wordt vormgegeven als abstracte houten volumes. Het kleur- en materiaalgebruik vertoont een sterke mate van eenheid en is duurzaam. Accenten worden gemaakt door middel van contrasterende lijsten. Gevelopening zijn duidelijk gaten in de gevels en worden duidelijk omkaderd. Per volume worden maximaal 2 kleuren/materialen gebruikt en voor het hele complex maximaal 4 kleuren/materialen.

Massa en vorm • • • •

Bebouwing is hoger aan de oostzijde (aansluitend op andere bebouwing) en wordt lager richting het westen (open veenweidegebied). Bebouwing aan de oostzijde heeft een groter volume dan bebouwing aan de westzijde van het plangebied. Volumes zijn massief vormgegeven, hebben een eigentijds karakter en vormen voor het gehele complex een samenhangend geheel. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn in samenhang met de hoofdvorm ontworpen.

Gevelopbouw •

Eigentijdse houtarchitectuur, waarbij sprake is van een samenhangend totaalbeeld van het gehele complex. 13

Terrasen vormgeven in stijl van het hoofdgebouw

Moderne en degelijke detaillering met hout

Gebruik maken van hout en eventueel donker kleur accent bij de kozijnen

Voorbeeld houten raamluiken

BKP

BREECK LANDSMEER •

• •

Gebouwen hebben een alzijdige oriëntatie, waarbij gevels nadrukkelijk de relatie met de directe omgeving aangaan. Hierdoor kan een afwisseling ontstaan in meer open en meer gesloten gevels. Volledig ‘blinde’ gevel zijn niet toegestaan. Gevelopening zijn duidelijke gaten in de gevel. Gevelopening zijn omkaderd met stevige lijst of kader. Buitenruimte bij appartementen is meeontworpen met het hoofdgebouw en zijn vormgegeven als loggia’s. Uitkragende balkons tasten het massieve karakter aan en zijn niet toegestaan.

Detaillering • •

De detaillering ondersteunt de architectuur en versterkt het massieve karakter. Lamellen en raamluiken zijn mogelijk om het massieve karakter van de hoofdvorm te versterken.

Materiaal- en kleurgebruik • • • • • • •

Gevels van hout of materiaal met een vergelijkbaar uiterlijk. Maximaal 2 kleuren/bewerkingen hout voor de gevels per hoofdvorm. Maximaal 4 kleuren/bewerkingen voor alle gevels op het gehele complex. Daken in hout, sedum, mat afgewerkt felsdak of zonnedak. Maximaal 3 dakbedekkingen voor het gehele complex. Het materiaal- en kleurgebruik van aan-, uit en opbouwen past bij die van het hoofdgebouw. Geen grote oppervlaktes met een kunststofbeplating toepassen. Geen witte, of zeer licht gekleurde vlakken of accenten toepassen. Accenten zijn toegestaan bij ondergeschikte delen (zoals kozijnen en hekwerken), in een donkere kleurtint zoals antraciet of zwart.

Diversen • •

Erfafscheiding zijn vormgegeven met hagen in inheems sortiment of zijn meeontworpen met de bebouwing. Eventuele terassen zijn meeontworpen met het hoofdgebouw. 15

Informele Voorbeelden woonstraten dorpse tussen straatjes de gebouwen

Verharding in de vorm van gebakken klinkers, zonder stoepen en/of banden. Parkeren op halfverharding

BKP

BEELDKWALITEIT BUITENRUIMTE Visie Het kenmerkende contrast tussen het besloten lint en het open landschap geldt als uitgangspunt voor de terreininrichting. Dit gegeven wordt op een eigentijdse manier zichtbaar en voelbaar gemaakt in het plangebied. Het gaat hierbij om een natuurlijk samenspel en overgang van moderne architectuur, natuurlijke buitenruimte en dorpse buitenruimte. Het water en veenpoldergebied (water en zicht) worden zoveel mogelijk naar binnen gehaald door gebouwen aan de bestaande slotenstructuur te koppelen. Daarbij wordt waar mogelijk de relatie met het water benut. De buitenruimte in het hart van het gebied krijgt een dorpse sfeer. Denk hierbij aan een smal woonstraatje met aan weerszijden gebouwen. Losse (sier) bomen en slim geplaatste hagen en hekjes vormen een natuurlijke afscheiding tussen de gebouwen. Hierdoor ontstaat een natuurlijke eenheid tussen de gebouwen en de buitenruimte, die aansluit bij het oorspronkelijke dorpse karakter van de omgeving. Aan de straatzijde (oostzijde) is ruimte voor een groen ingerichte parkeerplaats, zodat de rest van het gebied autoluw blijft. Hierdoor ontstaat ook ruimte voor het behoud van de kenmerkende kavelstructuur en het creëren van een zachte overgang richting het open landschap aan de westzijde. De landschappelijke lijnen in het gebied worden daarbij aangezet door middel van inheemse beplanting.

Inpassing • • •

Landschappelijke lijnen (met name de sloten) blijven zo veel mogelijk behouden. Parkeren aan de straatzijde van het plangebied. Buitenruimte in het hart van het gebeid is dorps door middel van tuintjes, hagen, hekjes, steen en sierbeplanting en verbind op informele wijze de gebouwen. Aan de westzijde overheerst een natuurlijk karakter. 17

Willekeurig strooisel van sierbomen door het gehele gebied en erfafscheidingen door middel van hagen, groen ontworpen parkeerplaats

Beplantingsvormen zoals riet, natuurlijke oevers, bloemenweiden en (sier) grassen

BKP

BREECK LANDSMEER Materialisering • • • • •

Parkeerplaats aan de straatzijde van het plangebied is grotendeels uitgevoerd in halfverharding (graskeien) Verharding beperken door rechtstreekse toegang naar de gebouwen. Eenvoudig wegontwerp: geen stoepen en banden, uitgevoerd in gebakken klinkers. Overige paden uitvoeren in gravel. Terrassen aan het water zijn vormgegeven als met de gebouwen meeontworpen vlonders.

Beplanting • • • • • • •

Parkeerplaats groen aankleden met inheemse bomen. Sloten hebben een natuurvriendelijke oever, eventueel plasdras, en zijn deels beplant met riet. Rechtlijnige karakter van sloten wordt benadrukt door deze te begeleiden met opgaande inheemse beplanting. Erfafscheidingen zijn collectief vormgegeven, veelal in de vorm van hagen. Strategisch geplaatste hagen en kleinschalige (sier)bomen zorgen voor natuurlijke afscheidingen. Willekeurig strooisel van kleinschalige sierbomen in het hart van het gebied. Overige (inheemse) beplanting in de vorm van siergrassen en bloemenweides.

19

BKP

REFERENTIEBRONNEN Er is geprobeerd juist naar alle gebruikte afbeeldingen te refereren. Mocht u een afbeelding treffen waar niet juist naar gerefereerd is, neemt u dan contact met ons op zodat wij dit aan kunnen passen. kaft:

Google streetview

p.6

bingmaps.com Oneindig Noord Holland (onh.nl) Laagholland.com

p.8

Topotijdreis.nl

p.10

Topotijdreis.nl Google streetview

p.12

Pied à terre Gent - Steven Vandenborre Haiko Meijer - Onix architecten Workshop architecten Kita von LH Architekten ATELIER ORDINAIRE/ALEXANDRE REIGNIER Patrik Windisch - Arkitektur AB LTD Architectural Design Studio

p.14

tuintuin.nl Francisco José Mangado Beloqui bnla architecten l’Atelier Ferret Architectures - foto Hervé Lefebvre lsl architects - foto Karin Vierkant

p.16

slakopreis.nl Flicker - Nanda Sluijsmans van der Sanden

p.18

Tuinweb.nl Flicker - Nanda Sluijsmans stad + groen hoogheemraadschap

21

COLOFON Opdrachtgever Dutchen group Blauwhoed Gooische Hart Recreatie

Beeldkwaliteit BügelHajema Adviseurs Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden 058 215 25 15

Projectnummer 167.00.10.00.00.00

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek

Bestemmingsplan "Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer" (concept)

69

RAAP-RAPPORT 5142

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer Gemeente Landsmeer Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 10-05-2021 Auteurs:

)

Projectcode: LASW Bestandsnaam:

RAAPrap_5142_LASW_20210510

Autorisatie:

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepas sing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van Res & Smit real estate support BV heeft RAAP in april en mei 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer in de gemeente Landsmeer. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Het oppervlak uit de Steentijd is tijdens het booronderzoek niet bereikt. De op basis van het bureauonderzoek niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Steentijd blijft op basis hiervan ongewijzigd. Tijdens het veldonderzoek zijn de verwachte wadafzettingen, gelegen op getijden(geul)afzettingen, aangetroffen. Aangezien deze afzettingen gevormd zijn in natte en/of dynamische milieus die niet geschikt waren voor bewoning, kan de lage archeologische verwachting voor het neolithicum worden gehandhaafd. Op het veen konden uit de periode ijzertijd en Romeinse tijd kampementen van vissers en jagers worden verwacht. Op basis van onder andere de slapheid van het veen en het ontbreken van tekenen van veraarding kan gesteld worden dat een lage archeologische verwachting voor deze periode van kracht blijft.

Op het afdekkende veen kan in theorie vanaf de achtste eeuw zijn gewoond. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit deze periode zijn echter niet in het plangebied waargenomen, zodat de archeologische verwachting naar middelhoog tot laag kan worden bijgesteld. In het plangebied gold op basis van de vondstlocaties en AMK-terreinen een kans op huisplaatsen uit de late middeleeuwen t/m nieuwe tijd. Tekenen van een vuile laag met indicatoren, die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit deze periode, zijn niet in het plan gebied waargenomen. Vandaar dat ook de verwachting voor de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd naar laag kan worden bijgesteld. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, d an is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen.

Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Landsmeer, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[3]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................................................................ 3 Inhoud........................................................................................................................................................................................ 4 1 Inleiding ................................................................................................................................................................................. 5 1.1 Kader ................................................................................................................................................................................................5 1.2 Administratieve gegevens ...........................................................................................................................................................7 1.3 Doel- en vraagstelling ...................................................................................................................................................................7

2 Bureauonderzoek ................................................................................................................................................................. 9 2.1 Methode ...........................................................................................................................................................................................9 2.2 Aardkundige situatie .....................................................................................................................................................................9 2.3 Archeologische gegevens ........................................................................................................................................................ 13 2.4 Historische situatie .................................................................................................................................................................... 16 2.5 Huidige situatie ........................................................................................................................................................................... 17 2.6 Toekomstige situatie .................................................................................................................................................................

18 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting .................................................................................................................... 19

3 Veldonderzoek .................................................................................................................................................................... 22 3.1 Methode ........................................................................................................................................................................................ 22 3.2 Resultaten ..................................................................................................................................................................................... 22 3.3 Archeologische relevantie ........................................................................................................................................................ 24

4 Conclusies en advies....................................................................................................................................................... 26 4.1 Conclusie ...................................................................................................................................................................................... 26 4.2 Advies............................................................................................................................................................................................ 26 4.3 Tot slot .......................................................................................................................................................................................... 26

Literatuur ................................................................................................................................................................................. 27 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen................................................................................................................... 28

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[4]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Res & Smit real estate support BV heeft RAAP in april en mei 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer in de gemeente Landsmeer (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Landsmeer ligt het plangebied in categorie 3. Het beleid voor deze categorie schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 35 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Luijendijk Zuid (NL.IMRO.0415.BP1112006001 -0401). De omvang van de bodemingrepen bedraagt 2,65 ha en de diepte van de ingrepen is nog onbekend. De ingrepen zijn daarmee groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid.

Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van d e Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4. 1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[5]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[6]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Res & Smit real estate support BV

Bevoegde overheid

Gemeente Landsmeer

Plaats

Landsmeer

Gemeente

Landsmeer

Provincie

Noord-Holland

Centrumcoördinaten (X/Y)

122.135 / 493.065

Toponiem

Scheepsbouwerweg 4

Kadastrale gegevens

LMR02 O1149

Oppervlakte plangebied

2,65 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig bureauonderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht. Het veldonderzoek heeft zich beperkt tot het plangebied.

Onderzoeksperiode

April 2021

Uitvoerder

RAAP West

Projectleider Projectmedewerkers RAAP-projectcode

LASW

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

5022967100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio West te Leiden en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: Bureauonderzoek •

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

•

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

•

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

•

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[7]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Verkennend booronderzoek •

Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?

•

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het onderzoeksgebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd?

•

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

•

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

•

Is de bodemopbouw in het onderzoeksgebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

•

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Algemeen •

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

•

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

•

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[8]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data-archief.

2.2 Aardkundige situatie Landschappelijke setting In het paleolithicum en mesolithicum lag het plangebied in een overgangszone tussen een groot veengebied en een kweldergebied met kleidek. Gedurende deze perioden vond bewoning voornamelijk plaats op de hogere delen van de pleistocene zandgronden. Archeologische resten uit deze perioden worden dan ook niet verwacht in het plangebied. Vanaf het neolithicum fungeerde het Oer-IJ als een belangrijk zeegat in Noord-Holland en was als estuarium vooral actief tussen circa 2500 voor Chr. en het begin van de jaartelling (Rosing, 1995). In deze periode lag het plangebied ten noorden van het Oer-IJ in een veen en/of kweldergebied met mogelijke mariene invloeden (figuur 2). Bewoning vond met name plaats op de strandwallen en de verwachting voor het plangebied is laag. Vanaf het laatneolithicum t/m de middeleeuwen lag het plangebied in een omvangrijk veengebied, dat zich geleidelijk heeft kunnen ontwikkelen. Rond het begin van de jaartelling verzandde de monding van het Oer-IJ en de kustlijn sloot zich. Het dichtslibben van de monding van het Oer-IJ had tot gevolg dat de afwatering vanuit het achterland verslechterde. De veengroei rondom het plangebied kon zich hie rdoor ongehinderd en mogelijk versneld voortzetten. Door de vernatting werd bewoning langs de venige oevers van het Oer-IJ langzamerhand onmogelijk.

Tot aan de vroege middeleeuwen is het veengebied vrijwel onbewoond gebleven. In deze perioden stroomden door en aan de rand van het veen verscheidene veenontwateringsgeulen en -geultjes, van elkaar gescheiden door hoge veenruggen. De belangrijkste veenrug in de Zaanstreek was de Grote Hollandse Waterscheiding (later Twiske), (deels) gelegen ten oosten van het plangebied. Dit was een enorme veenrug die van zuid naar noord door Noord-Holland liep. Het gehele grondgebied van Landsmeer, Oostzaan en Den Ilp ligt op een deel van de voormalige helling van deze rug. Deze rug is gedurende de late middeleeuwen en nieuwe tijd gebruikt, bewoond en (grotendeels) afgegraven.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[9]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Paleogeografische ontwikkeling van het plangebied, aangeduid met rode ster (Vos e.a., 2007).

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[10]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Geomorfologie en bodem Het plangebied is op de geomorfologische kaart gekarteerd als ontgonnen veenvlakte (code: M81). Ten westen van het plangebied ligt een ontgonnen veenvlakte met petgaten. Op de bodemkaart is het plangebied gekarteerd als Vlierveengronden op veenmosveen (code: Vs). In de omgeving van het plangebied komen ook Waardveengronden op veenmosveen (code: kVs) en Vlierveengronden op verslagen veen (code: Vd). Ten noorden van het plangebied komen petgaten veen (code: AP), en duiden op historische ontginningen van het veen.

Figuur 3. Plangebied op de geomorfologische kaart (1:50.000).

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[11]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Plangebied op de bodemkaart (1:50.000).

DINO-loket Rondom het plangebied zijn drie boringen bij het DINO-loket bekend. Op basis van deze boorprofielen blijkt de top van het Laagpakket van Wormer aanwezig te zijn op 4,3 m –NAP. In het noordoosten ligt een antropogene laag van 50 cm dik in de bovengrond (B25E2066). In de boringen in het westen (B25E1328) en zuiden (B25E1992) is er enkel een bouwvoor waargenomen van kleiig veen / humeuze klei van 15 en 30 cm dik.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[12]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Dubbelbestemming ‘waarde-archeologie 3’

Bestemmingsplan

Vrijstellingsgrenzen: 2500 m 2 en 35 cm -mv Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

N.v.t.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

2500 m2 en 35 cm –mv

Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens Monument

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Waarde

6051

Zuideinde, 70 m oost

Huisterp

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Terplaag

Direct onder maaiveld

Hoge waarde

6052

Zuideinde, 80 m oost

Huisterp

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Terplaag

Direct onder maaiveld

Zeer hoge waarde

6104

Everssloot, 300 m noordoost

Huisterp

Late middeleeuwen – nieuwe tijd (1300 - 1600)

Vondsten en terreinkenmerken, mogelijk deels vergraven door aanleg van de weg

Direct onder maaiveld

Van waarde

6105

Zuideinde, 150 m oost

Huisterp

Late middeleeuwen – nieuwe tijd (1300 - 1600)

Vondsten en karakteristiek perceel

Direct onder maaiveld

Van waarde

Zaakidentificatienr.

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Verzamelwijze

2040910100

Oostzaan – Landsmeer, o.a. binnen plangebied

Onbepaald

Late middeleeuwen

Keramiek

Maaiveld

Boring / veldkartering in 1986 (Visscher, 1987)

Tabel 3. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

Direct ten oosten van het plangebied liggen vier AMK-terreinen. Deze terreinen betreffen huisplaatsen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd met een mogelijke datering tussen 1300 en 1600. Daarnaast zijn er binnen een straal van 500 m om het plangebied 61 vondslocaties bekend in Archis3. Het gros van de meldingen komt van een veldkartering en booronderzoek door RAAP uit 1986 (Zaaknummer: 2040910100; Visscher, 1987). Van dit onderzoek zijn de aparte meldingen met het waarnemingsnummer van Archis2 afgebeeld in figuur 5. Binnen de grenzen van het huidige plangebied is één melding van kogelpotscherven (nummer: 102510), direct buiten het plangebied zijn zes andere meldingen, waarvan vijf van niet verder gedetermineerde kogelpotscherven (102467, 102476, 102490, 102506 en 102516) en één melding van scherven van Paffrath (102478). Naast kogelpot en Paffrath is ook roodbakkend aardewerk en proto-steengoed aangetroffen (102467 en 102516). In de wijde omtrek

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[13]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zijn de meldingen van kogelpotaardewerk, Paffrath, proto-steengoed, steengoed, roodbakkend aardewerk, grijsbakkend aardewerk, en slibversierd aardewerk. De vondstmeldingen duiden op een verwachting voor huisplaatsen uit de late middeleeuwen A t/m nieuwe tijd midden. De huisplaatsen kunnen al voorkomen vanaf maaiveld en zijn te herkennen aan een vuile laag van venige klei / kleiig veen met asspikkels, houtskool en verbrande klei, of een compacte al dan niet veraarde veenlaag of laag veenplaggen. Soms komt een compacte grijze kleilaag voor wat als vloer wordt geïnterpreteerd (Visscher, 1987). Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

3193800100

Dit betreft een booronderzoek door RAAP uit 2002 naar het gebied op 200m ten noorden van het plangebied. Tijdens het onderzoek zijn gericht boringen gezet op locaties van verwachte huisplaatsen uit de late middeleeuwen, maar deze zijn niet (intact) aangetroffen. Wel is bij de veldkartering aardewerk uit de late middeleeuwen gevonden en ook aardewerk uit de nieuwe tijd aan de slootkan t.

2426293100

Dit betreft een booronderzoek door de Steekproef uit 2013 op circa 100m naar het oosten van het plangebied. Hoewel de huisplaatsen (waarschijnlijk) niet zijn aangeboord, werd wel een mogelijke mestlaag aangetroffen.

Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied (M.u.v. de nabije bureauonderzoeken).

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[14]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[15]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Uit deze analyse blijkt dat het plangebied op de kadastrale kaart uit 1811-1832 in een niet-bebouwd ‘weiland’ gebied gelegen was (Minuutplan Landsmeer, Noord Holland, sectie A, blad 02, MIN07064A02; niet in het rapport afgebeeld). Te zien is dat deze situatie zo blijft voorbestaan totdat het moestuinencomplex op de kaarten vanaf 2007 verschijnt en eigenlijk alleen veranderd wanneer rond 2013 het noordwestelijke deel van dit complex weer een weide wordt ( figuur 6). Overigens bevinden zich binnen de grenzen van het plangebied geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, MIP-objecten of overige bouwhistorische waarden.

Figuur 6. Overzicht van historische kaarten.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[16]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

Volkstuinencomplex, agrarisch

Hoogteligging maaiveld

1,3 m –NAP en in het noordwesten 1,55 m –NAP

Grondwatertrap of -stand

I: 20 cm – 50 cm -mv

Milieutechnische condities

Onbekend

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Onbekend

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Enkel stroomkabels aanwezig in de uiterste noordwest- en zuidoosthoek van het plangebied.

Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 7. Luchtfoto.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[17]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

In het plangebied is de ontwikkeling van een park met recreatiewoningen voorzien. Momenteel hebben delen van het plangebied de bestemming 'volkstuin' of 'agrarisch'.

Omvang en diepte

Het plangebied heeft op basis van de aangeleverde begrenzing een oppervlakte van circa 2,65 ha. De exacte diepte van de werkzaamheden verspreid over het plangebied is nog niet bij ons bekend, maar deze is minimaal 30 cm –mv.

Invloed op maaiveld en grondwater

Vooralsnog onbekend.

Toekomstig gebruik

Recreatiewoningen.

Tabel 6. De toekomstige situatie.

Figuur 8. Inrichtingsplangrenzen.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

[18]

Plangebied Scheepsbouwerweg 4 te Landsmeer, gemeente Landsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Het oppervlak uit de Steentijd bevindt zich op meer dan 10 m –mv. Er is onvoldoende informatie voor handen over de aan- of afwezigheid van gradiëntzones. Bovendien is het oppervlak plaatselijk geërodeerd.

Er geldt dan ook een niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Steentijd. Resten van tijdelijke kampementen uit deze periode zijn over het algemeen 10-100 m2 in omvang en kenmerken zich door fragmenten houtskool, (vuur)steen en al dan niet verbrand bot. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. De wadafzettingen uit deze periode die ter plaatse van de plangebieden in de diepere ondergrond voorkomen, waren niet geschikt voor bewoning en de archeologische verwachting voor dit landschap is dan ook laag. Het veenmoeras werd tussen 700 v. Chr, en 250 n. Chr. – de ijzertijd en Romeinse tijd – bezocht door rondtrekkende jagers en vissers uit de duinstreek. Zij sloegen hier kampementen op en lieten vondsten achter. Dit kan ook in de plangebieden het geval zijn. Deze archeologische vindplaatsen kunnen op elke willekeurige plek worden verwacht. Op het afdekkende veen kan in theorie vanaf de achtste eeuw zijn gewoond. Huisterpen en een enkele niet opgehoogde huisplaats uit latere perioden getuigen van deze bewoning.

De verwachting voor het aantreffen van resten van bewoning uit deze periode neemt dan ook toe naarmate de datering later is. Vanaf 1300 na Chr. verplaatst de bewoning zich naar de huidige kernen.

RAAP-rapport 5142 / versie 10-05-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=918c9b06-bf10-4251-aaa9-1fe3f0acb947