B6 TOE Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 (25-08-22) vastgesteld.
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16
Augustus 2022
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Den Ilp 14-16”
Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum:
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 NL.IMRO.0415.DenIlp1416-0401 Vastgesteld Augustus 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3 4.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 23 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 24
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 30 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 30 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 32 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 33 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 35 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 38 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 45 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 46
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN ........................................................................ 48 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 48 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 49
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 51 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 51 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 51 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 52
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 55 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 56 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 56 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 56 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 56
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 57 BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3:
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 57 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 58 AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI............................................................................................ 59 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6: BIJLAGE 7: BIJLAGE 8: BIJLAGE 9: BIJLAGE 10: BIJLAGE 11:
STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 60 EFFECTBEOORDELING NATURA 2000..................................................................................................... 61 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 62 VLEERMUISONDERZOEK EN EFFECTBEOORDELING VLEERMUIZEN .................................................................. 63 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK.................................................................................................... 64 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ................................................................................ 65 WATERTOETSRESULTAAT ................................................................................................................. 66 NOTA BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ............................................................................................... 67
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Tot 2040 neemt het aantal inwoners van de provincie Noord-Holland naar verwachting toe met 378.000 inwoners tot een totaal van bijna 3,2 miljoen. Dit leidt in dezelfde periode tot een verwachte groei van het aantal huishoudens met 213.000. Als gevolg hiervan is een groei van de woningvoorraad met 212.000 woningen gewenst. Aangezien de metropoolregio Amsterdam de snelst groeiende en populairste regio is om te wonen wordt de komende jaren ook in de gemeente Landsmeer een toename van de woningbehoefte verwacht. De gemeente Landsmeer is een zeer aantrekkelijke gemeente om te wonen vanwege de rustige , groene en waterrijke omgeving. De gemeente kent echter weinig mogelijkheden tot uitbreiding ten behoeve van woningbouw, waardoor moet worden ingezet op woningbouwontwikkelingen op inbreidingslocaties. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de houthandellocatie Sneek Hout ten oosten van de woonpercelen Den Ilp 14 en 16. Het voornemen bestaat om de houthandellocatie te herontwikkelen naar een woonlocatie voor 47 woningen. Het gaat hierbij om een gevarieerd woningbouwprogramma met een mix van vrijstaande woningen, tweekappers, rijwoningen, rug aan rug woningen en appartementen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken.
Hierbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt langs het bebouwingslint in de kern Den Ilp, gemeente Landsmeer. De gemeente Landsmeer maakt onderdeel uit van de regio Waterland in de zuidelijke helft van Noord-Holland. De ligging van het plangebied (rode omlijning en rode ster) ten opzichte van de directe omgeving en de kern Landsmeer is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en de kern Landsmeer (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Den Ilp 14-16’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek. Nr. NL.IMRO.0415.DenIlp1416-0401) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
De locatie is gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Het Lint 2015’, dat vastgesteld is op 10 december 2015. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd tot ‘Bedrijf’ en ‘Wonen – 3’ met enkele bij deze bestemmingen behorende functieaanduidingen, maatvoeringseisen en bouwvlakken. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’, ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ van toepassing. Een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Het Lint 2015’ is opgenomen in afbeelding 1.2. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode belijning. Voor de exacte begrenzing wordt hier en voor het vervolg van deze plantoelichting verwezen naar de verbeelding behorend bij voorliggend bestemmingsplan.
Afbeelding 1.2
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Het Lint 2015’ (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld 1.4.2
Beschrijving bestemmingen
De tot ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2. Ter plaatse van het plangebied geldt de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’, hier zijn tevens bedrijven in milieucategorie 3.1 toegestaan. De tot ‘Wonen - 3’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wonen in de vorm van grondgebonden woningen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven. De tot ‘Waarde – Archeologie 1’, ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen mede bestemd voor behoud en/of herstel van de aan deze gronden eigen zijnde archeologische/cultuurhistorische waarde(n). 1.4.3
Strijdigheid
Voorliggend initiatief gaat uit van de realisatie van 47 woningen op meerdere percelen waar de noodzakelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor deze ontwikkeling ontbreken. De bouw van woningen is binnen het plangebied (grotendeels) niet toegestaan. De gewenste ontwikkeling is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan ‘Het Lint 2015’. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridische-planologische kaders om zodoende het voornemen mogelijk te maken.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Landsmeer beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
DE HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied is gelegen in de kern Den Ilp in het voor Den Ilp kenmerkende bebouwingslint. De ruimtelijkfunctionele structuur bestaat voornamelijk uit woonpercelen met hier en daar enkele andere functies zoals bedrijven, horecagelegenheden en maatschappelijke voorzieningen. Het bebouwingslint wordt aan de oost- en westzijde omsloten door waterlopen. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door enkele woon- en bedrijfsbestemmingen en de weg Den Ilp. Aan alle overige zijden vormen waterlopen de begrenzing van het plangebied. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto’s van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied opgenomen.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)
Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels bebouwd ten behoeve van de ter plaatse geldende bestemmingen. Ter plaatse is bebouwing aanwezig ten behoeve van het aldaar gevestigde houthandelbedrijf. Verder is het plangebied zo goed al geheel voorzien van terreinverharding. In afbeelding 2.2 is door middel van een vogelvluchtfoto de huidige situatie van het plangebied weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Huidige situatie plangebied (Bron: ErfGoed landelijk bouwen)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Gewenste ontwikkeling
Zoals beschreven in de aanleiding is initiatiefnemer voornemens ter plaatse van het plangebied de bestaande bebouwing te slopen om ter plaatse 47 woningen te realiseren. Concreet voorziet het voornemen in een gevarieerd woningbouwprogramma met 5 vrijstaande woningen, 18 tweekappers, 6 rijwoningen, 10 rug aan rug woningen en 8 appartementen. De rug aan rug woningen betreffende sociale woningen. De overige woningen betreffen ‘reguliere’ koop en/of huurwoningen. Het uitgangspunt is om ter plaatse een kleinschalig woonerf te realiseren die aansluit op het bebouwingslint van de Den Ilp. Ten behoeve van de ontsluiting van de te realiseren woningen wordt er een ontsluitingsweg gerealiseerd. Het geheel zal groen worden ingericht met ruimte voor opgaande beplanting en krijgt een uitstraling van een woonerf. Verder worden plaatselijk de bestaande waterlopen verbreed om zodoende aanlegplaatsen te realiseren voor bootjes (kleinschalig). De beoogde aanlegplaatsen aan de noordzijde van het plangebied worden ontsloten door de noordelijk gelegen waterloop. Gebleken is dat deze waterloop een diepte heeft van circa 0,4 meter. Om een goede doorvaart van bootjes mogelijk te maken zal deze waterloop verdiept worden tot circa 1,0 meter. De onderstaande afbeelding geeft een impressie van de beoogde invulling van het plangebied.
Afbeelding 3.1
Indicatieve weergave beoogde situatie (Bron: ErfGoed landelijk bouwen)
De verschillende woningtypen hebben qua vorm een eenduidige opbouw, namelijk twee verdiepingen met een kap. Het appartementengebouw is kleinschalig en voorzien van maximaal drie bouwlagen, hierdoor past ook het appartementengebouw goed in het beoogde bebouwingsbeeld binnen het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van een ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW bovengenoemde publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Hierbij wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. 3.2.2
Situatie plangebied
Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •
Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk (CBS statLine); Stedelijk gebied: rest bebouwde kom.
Binnen de begrenzing van het plangebied wordt middels voorliggend bestemmingsplan de realisatie van 47 woningen mogelijk gemaakt. Het gaat hierbij om 5 vrijstaande woningen, 18 tweekappers, 6 rijwoningen, 10 rug aan rug woningen en 8 appartementen. Van de 6 rijwoningen worden er 4 uitgevoerd als zijnde sociale huurwoningen. Daarnaast betreffende de 10 rug aan rug woningen eveneens sociale huurwoningen. De overige woningen betreffen ‘reguliere’ koop en/of huurwoningen. 3.2.2.1 Parkeerbehoefte In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de parkeerbehoefte van de verschillende beoogde woningen. Opgemerkt dat wordt dat het hier gaat om de gemiddelde parkeernorm zoals opgenomen in de CROW-publicatie. Type woning Koop, huis, vrijstaand Koop, huis twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur Koop, appartement, duur
Aantal 5 18 6 10 8
parkeerbehoefte (2,3*5=) 11.5 (2,2*18=) 39,6 (2,0*6=) 12,0 (1,6*10=) 16,0 (2,1*8=)16,8 Totaal: 95,9
Het parkeren zal geheel plaatsvinden binnen het plangebied. Een en ander is ook weergeven in afbeelding 3.1. Geconcludeerd wordt dat er binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig is om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid (96 parkeerplaatsen).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld 3.2.2.2 Verkeersgeneratie In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de verkeersgeneratie van de verschillende beoogde woningen. Functie
Koop, huis, vrijstaand Koop, huis twee-ondereen-kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur Koop, appartement, duur Totaal
Verkeersbewegingen per woningtype per weekdag (gemiddeld) 8,2 7,8
Aantal woningen
7,4 5,6 7,4
8 10 8
5 18
Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 41 140,4 59,2 56 59,2 355,8
Op basis van het vorenstaande resulteert de voorgenomen ontwikkeling in afgerond 356 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Opgemerkt dient te worden dat ter plaatse van het plangebied de op dit moment geldende bedrijfsbestemming en daarbij behorende verkeersbewegingen komen te vervallen. Om tot een representatief beeld te komen is het van belang om ook de huidige planologische situatie in ogenschouw te nemen. Voor de huidige planologisch situatie wordt uitgegaan van de functie ‘Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief’. Voor dergelijk functies geldt een verkeersgeneratie van gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo per weekdagetmaal. Voor het berekenen van het brutovloeroppervlak is uitgegaan van het oppervlak van de aanwezig bouwvlakken binnen de op te heffen bedrijfsbestemming. De bouwvlakken hebben gezamenlijk een oppervlakte van 7.740 m2. Het vorenstaande resulteert in de huidige planologische situatie in een verkeersgeneratie van (7.740/100*10=) 774 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Wanneer de huidige planologische situatie wordt vergeleken met de beoogde situatie is er per saldo sprake van een afname van gemiddeld 418 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘verkeersgeneratie’ geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat planologisch gezien het aantal verkeersbewegingen af zal nemen.
De omliggende infrastructuur is in voldoende mate ingericht om de beoogde verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Het plangebied krijgt een eigen ontsluitingsweg welke op de weg Den Ilp wordt aangesloten. Hiermee wordt een verkeersveilige situatie gecreëerd. 3.2.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld 4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend geval worden 47 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad, er is dan ook sprake van een ladderplichtige ontwikkeling. De laddertoets dient te worden doorlopen.
Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen woningbouwontwikkeling Bij de toetsing is het van belang te constateren dat er sprake is van een behoefte c.q. vraag naar de geplande ontwikkeling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Naast de kwantitatieve behoefte (in aantallen), die bepaald wordt met woningbehoefteprognoses, kan ook de kwalitatieve behoefte een rol spelen. Zo kan er bijvoorbeeld voornamelijk behoefte zijn aan een specifiek woonmilieu. Bij het bepalen van de behoefte, dient zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte in beeld te worden gebracht. Kwantitatieve behoefte: Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 Op basis van het document “Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040, Bevolking, huishoudens en woningbehoefte” van de provincie Noord-Holland blijkt dat de provincie hoge bevolkingsgroei kent door een combinatie van buitenlandse migratie, natuurlijke aanwas en de komst van inwoners uit de rest van Nederland. In de prognose stijgt de bevolking in Noord-Holland van 2,85 miljoen inwoners in 2019 naar bijna 3,25 miljoen in 2040, een toename van circa 390 duizend inwoners. Het aantal huishoudens neemt in dezelfde periode toe met 214 duizend wat zorgt voor een groei van de woningbehoefte van 202 duizend woningen. De woningbehoefte is niet volledig gelijk aan de huishoudensgroei.
Een deel van de huishoudens deelt namelijk een woning of woont in een niet-reguliere woning. Een en ander is weergegeven in onderstaande tabel.
Zoals hierboven reeds aangegeven neemt de woningbehoefte in Noord-Holland in de periode 2019-2040 toe met 202 duizend woningen, +18 duizend in Noord-Holland Noord en +184 duizend in Noord-Holland Zuid. In de onderstaand tabel is de ontwikkeling van de woningbouwbehoefte in de periode 2019-2040 en 2019-2030 weergegeven voor de provincie (en de regio Waterland) en Landsmeer in het specifiek.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
Uit de bovenstaande tabellen blijkt dat in de regio Waterland de komende jaren een grote behoefte is aan nieuwe woningen. Door nieuwbouw en vergrijzing ontstaat ruimte om een deel van de druk van de woningmarkt in Noord-Holland Zuid op te vangen. Doordat Waterland één van de meest vergrijzende regio’s is, wordt al op korte termijn de natuurlijke aanwas negatief. De groei van de regio wordt hierdoor bepaald door vestiging van buiten de regio. Specifiek voor de gemeente Landsmeer geldt dat er voor de periode 2019-2025 sprake is van een geprognotiseerde toename van de woningbouwbehoefte met 250 woningen. De gemeente Landsmeer geeft in haar gemeentelijke woonvisie aan dat er naast al geprojecteerde ontwikkelingen op uitleglocaties naar verwachting nog ruimte is voor circa 116 woningen op inbreidingslocaties tot 2020. Regionaal Actieprogramma Wonen Stadsregio Amsterdam 2016 t/m 2020 Het uit Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen Stadsregio Amsterdam blijkt dat er op dit moment een tekort is aan harde plannen (zie onderstaande tabel).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld
Een groot deel van de plannen waarvoor de “Ladder voor duurzame verstedelijking” doorlopen moet worden, past dus binnen de actuele regionale behoefte voor de komende jaren. Er is nog ruimte, of beter gezegd, noodzaak voor het vaststellen van nieuwe plannen. Toetsing kwantitatieve behoefte Met de in dit plan opgenomen aantal woningen (toevoeging van 47 woningen) blijft de gemeente Landsmeer ruim binnen de geraamde woningbouwbehoefte. Door op korte termijn nieuwe woningen te bouwen wordt bijgedragen aan het oplossen van het bestaande woningtekort en worden de doorstoommogelijkheden op de woningmarkt bevorderd. Kwalitatief: In de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 4.4.1) is te lezen dat bevolking in de gemeente Landsmeer toeneemt, maar ook verandert. Er is in Landsmeer sprake van vergrijzing. De groei van de regio Waterland, waaronder Landsmeer, wordt hierdoor vooral bepaald door vestiging van buiten de Waterlandse gemeenten. Landsmeer is vooral aantrekkelijk voor gevorderde gezinnen die op zoek zijn naar een ruime koop- of huurwoning. Deze groep woningzoekenden is op zoek naar rustige woonwijken, met toch een stedelijk karakter, met voldoende (zorg)voorzieningen binnen handbereik en groenvoorzieningen in de nabijheid. Bijbehorende woningtypen zijn rijtjeswoningen, (half)vrijstaande woningen en appartementen met lift.
De meeste woningzoekenden blijven het liefst in hun eigen gemeente of deelgebied wonen. Gezien de woningmarktsituatie in de stad (Amsterdam), kunnen jonge dertigers echter lang niet allemaal slagen in de stad, ook al willen ze daar graag blijven. Voor velen is de stap naar onder andere Landsmeer een voor de hand liggend alternatief. De gemeente zet hierbij voor wat betreft nieuwbouwontwikkeling in op inbreidingslocaties. Landsmeer wil een gedifferentieerd woningaanbod kunnen bieden. Hiertoe is behoefte aan onder andere woningen in de vrije sector en een aanvulling van de woningvoorraad met middeldure woningen en betaalbare starterswoningen. Specifiek is er in de gemeente Landsmeer behoefte aan instroom van jonge huishoudens als tegenwicht voor de vergrijzing en nieuwbouw die zoveel mogelijk doorstroming op de woningmarkt teweeg brengt. Toetsing kwalitatieve behoefte De gewenste woningbouwontwikkeling richt zich met een gevarieerd woningbouwprogramma op uiteenlopende doelgroepen. De rijwoningen richten zich hoofdzakelijk op starters, de tweekappers en de vrijstaande woning wordt ingespeeld op uiteenlopende doelgroepen en zullen met name de doorstroom in Landsmeer bevorderen. Hierdoor komen woningen voor starters elders in Landsmeer vrij. De appartementen zijn met name geschikt voor huishoudens met de wens om kleiner te wonen in een groene en waterrijke omgeving.
Ook dit draagt bij aan de doorstroom in Landsmeer. Ten behoeve van de doorstroommogelijkheden binnen de gemeente Landsmeer wordt in eerste instantie ingezet op kopers uit de eigen gemeente. Wanneer de huidige inwoners van Landsmeer verhuizen brengt dit de mogelijkheden tot doorstroming binnen de gemeente op gang. Daarnaast sluit deze ontwikkeling aan op de kwalitatieve behoefte van jonge gezinnen uit de stad Amsterdam. Hiermee wordt een tegenwicht geboden tegen de vergrijzing in de gemeente.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling aansluit op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in de provincie Noord-Holland, de regio Waterland en de gemeente Landsmeer. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie die onderdeel uitmaakt van een bestaand bebouwinglint en daarmee binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. Met de ontwikkeling is een passende nieuwe invulling van het plangebied gevonden. 4.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat
4.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. 4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening
4.2.1.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen.
Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd. Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.
Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld 2.
3.
4. 5.
Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten. 4.2.1.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening Op 3 februari 2014 hebben PS de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vastgesteld. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast. Op 12 december 2016 hebben PS een wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld. Deze wijziging trad op 1 maart 2017 in werking. Op 20 december 2016 hebben Gedeputeerde Staten bovendien besloten om de kaarten van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) uit het Natuurbeheerplan 2017 op te nemen in de PRV. In de PRV heet dit Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De verordening is van toepassing op bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 van de Wabo. In de PRV zijn de provinciale belangen uit de Structuurvisie Noord-Holland 2040 uitgewerkt in algemene regels. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. Het plangebied van dit bestemmingsplan kan als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt. Daarnaast is de interactieve kaart behorend bij de PRV geraadpleegd om te bepalen welke thema’s en bijbehorende regels specifiek van belang zijn voor ontwikkelingen binnen het plangebied. In voorliggend geval zijn de volgende thema’s van belang: • • •
Hoofdstuk 2 Regels voor het gehele provinciale grondgebied, artikel 5a ‘Nieuwe stedelijke ontwikkeling’ Hoofdstuk 4 Natuurnetwerk Nederland, artikel 24 ‘Bufferzones’ leden 1, 4; Hoofdstuk 6 Energie, artikel 33 ‘Energie en duurzaam bouwen’.
Artikel 5a Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1. 2.
Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.
In de Provinciale Ruimtelijke Verordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ als volgt gedefinieerd: ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld In het Besluit ruimtelijke ordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ nader gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 24 ‘Bufferzones’ 1.
4.
Voor de gebieden die vallen binnen de begrenzing bufferzones op kaart 5b en op de digitale verbeelding ervan, maakt een bestemmingsplan nieuwe bebouwing niet mogelijk voor: a. wonen; b. detailhandel, bedrijven, dienstverlening en kantoren, anders dan dienstbaar aan dagrecreatie, voor natuurbeheer, waterbeheer, veiligheid, hulpdiensten of voor de levering van gas, water of elektriciteit; c. complexen van recreatiewoningen; d. grootschalige hotels; e. bezoekersintensieve overdekte dagrecreatie, en; f. bezoekersintensieve openlucht dagrecreatie. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt in het bestemmingsplan en de toelichting daarop aangegeven op welke wijze: a. de open en groene ruimte wordt beschermd; b. de ruimtelijke kwaliteit wordt beschermd; c. de dagrecreatieve functie wordt versterkt, en; d. rekening wordt gehouden met de specifieke kernkwaliteiten van de verschillende voormalige Nationale Landschappen; waarbij de ontwikkelingen zijn afgestemd op het aangrenzend stedelijk gebied en de ruimtelijke kwaliteitseisen zoals bedoeld in artikel 15 in acht zijn genomen.
Artikel 33 ‘Energie en duurzaam bouwen’ 1.
2.
Bestemmingsplannen voor woningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonneenergie, biomassa. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen.
4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening De in voorliggend plan besloten ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Voorliggend plan voorziet in een woningbouwontwikkeling die zoals eerder al is aangegeven (paragraaf 4.1.2) in overeenstemming is met de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte binnen de provincie Noord-Holland en de gemeente Landsmeer (zie ook paragraaf 4.4.1). Doordat er behoefte is aan deze ontwikkeling en er wordt gebouwd op een inbreidingslocatie kan worden geconcludeerd dat sprake is van effectief ruimtegebruik. Het plangebied ligt buiten de ‘Bufferzones’ zoals bedoeld in artikel 24 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Ten aanzien van de ligging van het plangebied ten opzichte van NNN wordt verwezen naar paragraaf 5.6. Ter plaatse van het aangrenzende water worden enkel ligplaatsen voor bij de woningen behorende pleziervaartuigen gerealiseerd. Deze ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de ruimtelijke kwaliteit en de open en groene ruimte ter plaatse. Door ruimte te maken voor de aanleg van pleziervaartuigen wordt de dagrecreatieve functie van het gebied juist versterkt.
Ten aanzien van het aspect duurzaam bouwen wordt opgemerkt dat er geen wettelijke verplichting bestaat tot het vastleggen van duurzaamheidsmaatregelen in een bestemmingsplan. De nieuwe woningen moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Hieronder valt onder meer (vrijwel) energieneutraal (EPC 0,4) bouwen en bij voorkeur met duurzame materialen. Het huidige ontwerpplan gaat uit van het bouwen van duurzame woningen. Hierbij moet worden gedacht aan speciale aandacht voor isolatie van de funderingen, vloeren, gevels, daken, het gebruik van zonnepanelen, warmtepompen, vloerverwarming, inductiekoken, “triple glas” BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld etc. De woningen worden daarnaast niet aangesloten op het gasnetwerk. Door de woningen te voorzien van relatief grote raampartijen wordt de natuurlijke opwarming van het interieur door zonlicht bevorderd. Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 4.2.2
Provinciale woonvisie 2010-2020
4.2.2.1 Algemeen De provincie Noord-Holland heeft in september 2010 de Provinciale woonvisie 2010-2020 “Goed wonen in Noord-Holland” vastgesteld. In dit beleidsdocument wordt naast de aantallen woningen de nadruk met name gelegd op kwaliteit. De provincie Noord-Holland stelt zich ten doel er aan bij te dragen dat haar inwoners in 2020 beschikken over voldoende kwalitatief passende woningen in een aantrekkelijk woonmilieu. Hiervoor zijn een drietal opgaven het uitgangspunt: •
• •
De demografische ontwikkelingen vergrijzing, ontgroening en afnemende groei zijn trends die zich in de gehele provincie voordoen. Tegelijkertijd is een belangrijk kenmerk van die trends dat ze zich overal op een andere manier of snelheid voordoen. Dit maakt afstemmen en beleidsvorming op regionaal niveau des te belangrijker. Een combinatie van maatschappelijke ontwikkelingen: individualisering en differentiatie van consumentenbehoeften, extramuralisering in de zorg en bewustwording van klimaatproblematiek. Economische ontwikkelingen en de effecten daarvan op de woningmarkt. De betaalbaarheid en financieringsmogelijkheden staan onder druk, terwijl tegelijkertijd sprake is van vraaguitval en waardedaling in bestaand vastgoed. De precieze consequenties hiervan op de woningmarkt laten zich moeilijk aanzien.
Op basis van bovenstaande uitgangspunten en ambities zijn drie speerpunten van beleid opgesteld. Dit betreft: 1. 2. 3.
het verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten (en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning); het verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners; en het verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving.
Deze speerpunten zijn geconcretiseerd in opgaven voor de periode 2010-2020 die door de provincie en de regio’s moeten worden vertaald in afspraken in de Regionale Actie Programma’s (RAP’s). 4.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale woonvisie 2010-2020 In paragraaf 4.1.2 is eerder al aangetoond dat sprake is van een ontwikkeling die in kwantitatief en kwalitatief opzicht past binnen de provinciale woningbouwbehoefte. De woningen sluiten aan op de specifieke woningbouwbehoefte onder gevorderde en jonge gezinnen. Door deze doelroep aan te trekken wordt een tegenwicht geboden voor de vergrijzing binnen de provincie. Het aspect duurzaamheid speelt in voorliggend geval een belangrijke rol. Zo worden de woningen onder andere niet voorzien van een gasaansluiting. Hiermee wordt bijgedragen aan een verbetering van de duurzaamheid van het woningaanbod. Het plan is hiermee in overeenstemming met de Provinciale woonvisie 2010-2020. 4.2.3
Leidraad Landschap & Cultuurhistorie
4.2.3.1 Algemeen Deze vernieuwde Leidraad (vastgesteld op 10 april 2018) beschrijft, na de introductie, de bestaande waarden en de ontwikkelkansen in de verschillende gebieden in Noord-Holland. De kaart van de provincie is daartoe BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld onderverdeeld in twintig landschappelijke eenheden, zogenaamde ensembles, en tien provinciale structuren, zoals de Westfriese Omringdijk, de Stelling van Amsterdam en (agrarische) erven. Van elk ensemble en elke structuur geeft de Leidraad eerst een beschrijving van de context, de ontstaansgeschiedenis en de dynamiek in het gebied. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: • • •
bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzicht van de ruimtelijke dragers.
Het plangebied ligt binnen het ensemble ‘Wormerland-Oostzaan’. 4.2.3.2 Wormerland-Oostzaan Het ensemble Wormerland ligt ten noorden van Amsterdam. Het wordt aan de westzijde begrensd door de verstedelijkte lob Zaandam–West Knollendam en de Knollendammervaart en aan de oostzijde door het Noordhollandsch Kanaal. Ten noorden van het ensemble ligt de Beemster. Het sluit wat betreft landschappelijke opbouw aan op het ensemble Waterland, maar heeft een meer waterrijk karakter. Het bestaat uit veenpolderlandschap, met waterrijke veenpolders en veenstromen, en verschillende droogmakerijen waaronder de Wijde Wormer – een van de grote droogmakerijen uit de 17e eeuw. De droogmakerijen vormen een contrast met de verruigde waterrijke veenbovenlanden. Door de ligging nabij Amsterdam in combinatie met de relatieve rust van het landelijk gebied is het nu een aantrekkelijk en gewild woon- en recreatiegebied. Het is onderdeel van het voormalig Nationaal Landschap Laag Holland en ligt in de Bufferzone. De snelwegen A7, A8 en A10, de spoorlijn Zaandam-Hoorn, twee hoogspanningstrajecten en het Noordhollandsch Kanaal lopen langs en door het ensemble. Het plangebied ligt binnen het dorpslint Den Ilp. Hiervoor geldt dat de ruimtelijke kwaliteit gebaat is bij: •
•
het behouden van de directe relatie tussen het lint en het water; o Behoud het water in het lint, dit geldt zowel voor de wegsloot als de dwarse sloten (haaks op de weg) met doorzicht. Houd de beschoeiingen zo laag mogelijk. Geef de oevers van de sloten bij voorkeur een groene uitstraling. Beperkt het aantal en de afmetingen van dammen en duikers het behouden van het karakter en de transparantie van de linten; o De linten zijn kleinschalig en gevarieerd. Pas nieuwbouw zorgvuldig in in het lint. Voorkom repetitie van gelijkvormige bebouwing. o Positioneer nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bij voorkeur achter bestaande (erf)bebouwing, waardoor ze niet ten koste gaan van de doorzichten vanuit het lint. Zorg wel dat er voldoende ruimte openblijft tussen de verschillende linten. o Ontsluit kavels individueel en laat ze direct aansluiten op het lint. Woonbuurten aan of achter het lint passen hier niet bij. o Houd oog voor de transparantie van de linten bij verdichting. De regelmatige doorzichten over ruime tuinen en sloten en tussen bebouwing spelen daarbij een belangrijke rol.
4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan de ambities en ontwikkelprincipes van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie In onderhavige procedure is het aantal woningen en de stedenbouwkundige setting beoordeeld. Hierbij is overwogen dat de ontwikkeling van 47 woningen vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt acceptabel is. De beoordeling of een ontwikkeling stedenbouwkundig en landschappelijk acceptabel is heeft primair een ruimtelijk doel; past de nieuwe invulling in een omgeving van dorp en landschap? Het aantal woningen kan daarbij een indicatie geven, maar is nooit doel op zich en ook geen absoluut criterium. Woningen kunnen immers in typologie en grootte behoorlijk verschillen. Een groot vrijstaand volume kan bijvoorbeeld 1 woning bevatten, een 2-onder-een-kap zijn of een meergezinshuis met 4 wooneenheden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld vormen. In alle gevallen staat er hetzelfde volume en is er stedenbouwkundig en landschappelijk in essentie geen verschil in passendheid. De vraag of 47 gevarieerde woningen passend zijn moet dus uiteindelijk getoetst worden op ruimtelijke gronden. In dit geval is dat gebeurd door de impact van het aantal woningen in verschillende modellen te vergelijken op de aspecten van bebouwingsmassa en openbare ruimte. Blijft het plan genoeg dorps (o.a. laag), luchtig en groen? En kan het parkeren nog goed worden ingepast en conform het parkeerbeleid op eigen terrein worden opgelost? In geval van voorgenomen ontwikkeling is dit het geval. Door de bebouwing typologisch passend gestalte te geven in de vorm een landelijk schuurvolume en een lager boothuis/loods, zoals elders ook in het lint staan, passen ze in de dorpse structuur en schaal, en voegen ze ook een ruimtelijke ritmiek toe in het plan. Zeker op een ‘eiland’ achter het hoofdlint, waarvan oudsher de bedrijvigheid plaats vond in grotere volumes, is dat ruimtelijk en cultuurhistorisch toepasselijk. De beoogde ontwikkeling is door de zorgvuldige opzet acceptabel. Bovendien voegt het een in het dorp urgent gemist woningtype toe en is daarmee sociaal veel dorpser en wenselijker. 4.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Structuurvisie Noord-Holland 2040, de Provinciale Ruimtelijke Verordening en Provinciale woonvisie 2010-2020.
4.3
Regionaal beleid
Het beleid voor de regio Waterland is verwoord is meerdere documenten. De regionale woonvisie uit 2004 wordt niet meer representatief geacht als zijnde toepasbaar voor deze ontwikkeling. In paragraaf 4.1.2 is eerder al kort ingegaan op de passendheid van het plan ten aanzien van de regionale woningbouwbehoefte op basis van recente prognoses. Op de regionale woonvisie wordt verder dan ook niet ingegaan in deze toelichting. Het overige van belang zijnde regionale beleid wordt hierna behandeld. 4.3.1
Regiovisie Waterland 2040 ‘Vitaal met Karakter’
4.3.1.1 Algemeen De zeven gemeenten die tezamen de regio Waterland vormen hebben in 2009 de koers voor het ruimtelijke langetermijnbeleid vastgelegd in de Regiovisie Waterland 2040. In de visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio voorop, maar wel met de noodzakelijke sociaaleconomische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en de regio binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. De regio Waterland zet op het gebied van woningbouw in op bevordering en instandhouding van de vitaliteit van de kernen. Hierbij staan een goede en hoogwaardige ruimtelijke ordening, een goede verkeersafwikkeling en het respecteren van grote landschappelijke kwaliteiten centraal. Specifiek voor de gemeente Landsmeer geldt dat naast het concept ‘Waterlands Wonen’, kleine afrondende dorpsuitbreidingen van ten hoogste enkele tientallen woningen tot uitgangspunt van het beleid behoren. 4.3.1.1 Toetsing van het initiatief aan de Regiovisie Waterland 2040 ‘Vitaal met Karakter’ Voorliggend plan voorziet in een woningbouwontwikkeling in de kern Den Ilp, binnen de gemeente Landsmeer. Er is geen sprake van een (beperkte) dorpsuitbreiding aangezien wordt gebouwd op een inbreidingslocatie. De woningen worden zodanig gepositioneerd dat maximale samenhang ontstaat met het omliggende water en groen.
Hiermee is sprake van een ontwikkeling die past bij de kenmerkende omgevingselementen. Door woningen te bouwen die met name in trek zijn bij gezinnen wordt verdere vergrijzing van Landsmeer
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan Den Ilp 14-16 Vastgesteld tegengewerkt en wordt bijgedragen aan het vitaal houden van de kern Den Ilp. Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan in overeenstemming is met de Regiovisie Waterland 2040 ‘Vitaal met Karakter’. 4.3.2
Conclusie toetsing aan het regionale beleid
Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het regionale beleid.
4.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.4.1
Woonvisie Landsmeer 2016-2024 ‘Goed wonen in Landsmeer’
4.3.1.1 Algemeen De kracht van Landsmeer is gelegen in Landsmeer, haar omgeving en haar inwoners. In de Toekomstvisie 2025 “Ruimte voor kwaliteit”, dat door de gemeenteraad in 2013 is vastgesteld, is de eerste aanzet gedaan naar een nieuwe manier van kijken naar het wonen in de gemeente Landsmeer. Wie dat betreft, nu en in de toekomst, wat hen geboden kan worden en waar hiervoor ruimte beschikbaar is. Niet alles kan of kan meteen, de ruimte is steeds vaker letterlijk door water en groen beperkt. Kiezen en prioriteren is steeds vaker noodzaak. De keuzes die de gemeente voor de periode tot 2024 maakt, staan in de woonvisie. Landsmeer staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van de Stadsregio Amsterdam (SRA), maar ook van de provincie Noord-Holland en bijvoorbeeld de sub regio bestaande uit enkel de Waterlandse gemeenten. Met de woonvisie Landsmeer wil de gemeente een kernachtige en toegankelijke visie voor het wonen neerleggen, die richting geeft aan de eigen activiteiten, maar ook die van eigenaar-bewoners, huurders, ontwikkelaars en woningcorporaties. Een visie die keuzes maakt, maar ook flexibel genoeg is om in te kunnen spelen op de toekomst en waar nodig bijgesteld kan worden. In Landsmeer wonen relatief veel ouderen en gezinnen. In de gemeenten binnen het noordelijke deel van de Stadsregio Amsterdam is het aandeel gezinnen lager (ca. 40%).
Een groot deel van deze gezinnen is al wat ouder (45-65 jaar, gevorderd in jargon). De inkomens van de Landsmeerders zijn relatief hoog (ten opzichte van het provinciale, maar ook het landelijk gemiddelde). 4.3.1.2 Vergrijzing De bevolking neemt toe, maar verandert ook. Waar het aantal inwoners met een leeftijd tot 45 jaar ongeveer stabiel blijft, neemt het aantal 45 tot 65 jarigen af. Een toename is zichtbaar in de leeftijdscategorie 65 tot 75 jaar en 75 jaar en ouder. Er is in Landsmeer sprake van vergrijzing. Samen met West-Friesland is Waterland de regio met de sterkste vergrijzing in Noord-Holland. Dit wordt veroorzaakt door de selectieve bevolkingsgroei uit het verleden. De ouders van jonge gezinnen uit Amsterdam die zich in de jaren zeventig in de regio vestigden, worden nu 65. Hierdoor neemt ook de zorgvraag sterk toe (vooral bij huishoudens ouder dan 75 jaar). Ook het aantal jongeren daalt (zij het beperkt). Als gevolg neemt ook de potentiele beroepsbevolking af. Door de vergrijzing wordt de natuurlijke aanwas (saldo van geboorten en sterfte) van Waterland al op korte termijn negatief. De groei van de regio Waterland, waaronder Landsmeer, wordt hierdoor vooral bepaald door vestiging van buiten de Waterlandse gemeenten. Als gevolg van de vergrijzing en de algemene trend van gezinsverdunning neemt het aandeel alleenstaanden langzaam maar zeker toe.