CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B2. ruimtelijke onderbouwing Dorpsstraat 25

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente landsmeerBij agendapunt: Een positieve grondhouding aan te nemen om de ontwikkeling van 7 seniorenappartementen Dorpsstraat 25 Landsmeer mogelijk te maken13.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.12.1. Conclusie De naastliggende slagerswinkel zal indien nodig door de initiatiefnemer van het bouwplan geholpen worden met het verbeteren c.q. verhogen van zijn dampafvoerinstallatie. De nabijliggende horeca wordt verzekerd dat de nieuwe gevels een geluidwerendheid van 61 dB zullen verkrijgen, waardoor onderlinge hinder wordt voorkomen. Bovendien goldt feitelijk al een woonrecht op de locatie van Dorpsstraat 25 Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat er als gevolg van het initiatief geen hindersituaties zullen ontstaan. Het voorliggende initiatief is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar.

4.13.

Luchtkwaliteit Volgens de Wet Milieubeheer art. 5,2 dient aangetoond te worden of de toevoeging van 7 wooneenheden en een parkeergarage (11 x parkeren) aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Aangetoond moet worden of door het plan geen overschrijdingen ontstaan van NO2 en fijnstof (PM10). Het aantal verkeersbewegingen spelen hier een mogelijke hoofdrol. De woonfunctie zelf geeft geen noemenswaardige wijziging in luchtkwaliteit.

Opgemaakt door

, d.d. 23/08/2022

blad 31

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

Zie hiervoor het verkeerskundig onderzoek dat is uitgevoerd door Buro DB uit Franeker, d.d. 03/01/2017, gebaseerd op 7 wooneenheden. Zie bijlage 5.

4.13.1. Conclusie Uit het onderzoek volgt dat het aantal ritten van en naar het plangebied nagenoeg gelijk blijft (zelfs verminderd) aan de referntiesituatie (de bestaande situatie met woning en Pizzeria). Gesteld kan worden dat dat het plan niet leidt tot een toename van de hoeveelheid verkeer op de wegen rondom het plangebied; de Dorpsstraat en de Raadhuisstraat. Bovendien wordt het verkeer van de nieuwe bewoners rochting parkeren gewijzigd naar de Raadhuisstraat die minder bewegingen kent. Het project kan worden beschouwd als ‘niet in betekendende mate’ (nibm) bij te dragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit

4.14.

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.

4.14.1. Conclusie Uit het verkeersonderzoek volgt dat het aantal ritten van en naar het plangebied nagenoeg gelijk blijft (zelfs verminderd) aan de referentiesituatie (de bestaande situatie met woning en Pizzeria). Gesteld kan worden dat dat het plan niet leidt tot een toename van de hoeveelheid verkeer op de wegen rondom het plangebied; de Dorpsstraat en de Raadhuisstraat. Het projectgebied ligt niet bij infrastructuren die expliciet als transportroute voor gevaarlijke stoffen zijn aangewezen, dit blijkt uit raadpleging van de risicokaart, er zijn in de nabijheid ook geen bedrijven met risicodragende activiteiten gehuisvest. Het project kan worden beschouwd als overeenkomend met de oorspronkelijke situatie en geen vergroting van externe onveiligheid valt te verwachten.

4.15.

Besluit milieu effect rapportage (m.e.r.)

Opgemaakt door

, d.d. 23/08/2022

blad 32

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het betreft hier geen ‘stedelijke ontwikkeling of stedelijke uitbreiding’ vanwege de kleine schaal (zie ook de ladder van verstedelijking: 3.1.3 duurzame verstedelijking). Een dergelijk project zo klein van omvang, liggend binnen stedelijk gebied, wordt niet benoemd in bijlage D, categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Omdat de drempelwaarde voor een ‘formele’ m.e.r. beoordeling (een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) niet wordt overschreden, hoeft geen formele m.e.r.-beoordeling te worden verricht.

Wel moet op grond van artikel 2 lid 5 aanhef en onder b Besluit m.e.r. een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden verricht. Daarbij dient op grond van de criteria als bedoeld in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (Richtlijn 2011/92/EU) te worden beoordeeld of kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Als dat niet kan worden uitgesloten, dan moet een formele m.e.r.-beoordeling worden verricht, tenzij al direct wordt besloten om een milieueffectrapport te maken. Het projectplan bevindt zich temidden van stedelijk gebied. Een Pizza afhaalcentrum met veel verkeersbewegingen en een woning worden vervangen door 7 kleinschalige wooneenheden, een verdichtingsplan binnen de bebouwde kom. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling en de lage milieubelasting die “wonen” kent valt deze wijziging in bestemming binnen de gestelde kaders en hoeft geen formele m.e.r.-beoordeling te worden verricht.

4.15.1. Conclusie Het initiatief is in het kader van het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar.

4.16.

Natuurwetgeving, Flora- en Fauna, ecologie Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op de natuur. Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998). Ter bescherming van deze Natura 2000gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden (voorheen geregeld in de flora- en faunawet). Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd.

Opgemaakt door

, d.d. 23/08/2022

blad 33

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Aanpak m.b.t. onderzoek ter plaatse van Dorpsstraat 25 Om de effecten van de voorgenomen wijziging te bepalen is een Natuurtoets “Dorpsstraat 25” Landsmeer rapport 01/317 uitgevoerd door AFO Advisering en onderzoek, gevestigd te Heiloo, drs. A.H.Swaan, opgesteld maart 2020. Deze Natuurtoets bevat een verkennend onderzoek en aanvullend onderzoek. De planlocatie maakt als onderdeel van dicht bebouwd woongebied geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland en evenmin van een Natura-2000-gebied. In de nabijheid van de planlocatie liggen wel gebieden die zowel behoren tot het Natuurnetwerk Nederland als tot een Natura 2000-gebied. Er doen zich geen negatieve effecten voor op beschermde gebieden ten gevolge van externe werking door licht, geluid of fysieke aanwezigheid die voortkomen uit de geplande ontwikkeling. Wel is de externe werking op een nabijgelegen Natura-2000-gebied van toepassing in het kader van stikstofemissie. Een beschouwing van de stikstofemissie, waaronder een zogeheten AERIUS-berekening in het kader van gebiedsbescherming, maakt geen deel uit van deze rapportage, zie hiervoor hoofdstuk 4.8 en bijbehorende bijlage.

Flora Er werden tijdens een eenmalige inventarisatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen relevant in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Deze worden op basis van het aangetroffen biotoop op deze locatie ook niet verwacht. In de huidige situatie zijn ter plaatse van het te bebouwen perceel geen bomen aanwezig. Aanvullend onderzoek is hier niet noodzakelijk Fauna De Quicscan gaf aanleiding om hiervoor aanvullend onderzoek te terrichten, met name t.g.v. de mogelijke aanwezigheid van broedvogels als huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Vleermuizen De planlocatie wordt door vleermuizen niet gebruikt als vaste verblijfslocatie in de zin van een dagverblijfplaats. De tuin, met name het achterste deel, maakt deel uit van een paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis. In het voorjaar werd op deze locatie ook een foeragerende Gewone dwergvleermuis waargenomen. Waarschijnlijk betreft het hetzelfde exemplaar dat in de omgeving van de planlocatie zijn verblijfplaats heeft. In de omgeving zijn meerdere paarterritoria aanwezig van de Gewone dwergvleermuis. Huismus en gierzwaluw De planlocatie, en specifiek het woonhuis, worden door Huismus en Gierzwaluw niet gebruikt als nestlocatie. Gierzwaluw broedt wel in nabije omgeving (afstand > 100 m.) Advies Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dient acht geslagen te worden op de hieronder opgesomde aspecten.

Wat betreft broedvogels is de beperking dwingend, er kan in dit kader ook geen ontheffing voor worden aangevraagd. Broedvogels Bij het verwijderen van struiken of heesters uit de randzone van de tuin of het plantsoen kunnen tijdens de broedtijd (globaal half maart – juli) nesten worden verstoord of verwijderd. Geadviseerd wordt het verwijderen van struiken/heesters buiten de vogelbroedtijd te verrichten. Vleermuizen Uitstralende verlichting kan een grote negatieve invloed hebben op vleermuizen. De aanwezigheid van een paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis maakt het Opgemaakt door

, d.d. 23/08/2022

blad 34

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

noodzakelijk dat in de periode half juli – begin oktober er geen sterk uitstralende verlichting is naar de aangrenzende achtertuinen. Dit kan optreden door het zondermeer plaatsen van bouwverlichting, of het eventueel aanbrengen van uitstralende verlichting aan of naast de nieuwbouw. Meestal is uitstraling eenvoudig te voorkomen door de lampen naar de grond te richten, af te schermen en niet op grote hoogte te plaatsen, waarmee bereikt wordt dat slechts het noodzakelijk deel verlicht wordt wordt. Ook het gebruik van amberkleurig licht lijkt voor vleermuizen positief effect te hebben. Indien er wel uitstralende verlichting optreedt bij bouw of na realisatie, dan kan overtreding van de Wet natuurbescherming optreden, en dient voortijds een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Mits, men kan uitsluiten dat de verblijfplaats intact blijft, dat kan in dit geval door buiten het paarseizoen te werken. Tevens zal er duidelijk gemaakt worden moeten worden dat het biotoop intact blijft. Nieuwbouw leent zich vaak goed voor het aanbrengen van vleermuisverblijfplaatsen en broedstenen voor Gierzwaluw. Deze zijn vaak eenvoudig en zonder al te hoge kosten te realiseren zonder dat dit de architectuur benadeeld (aangebracht in de spouw achter het buitenblad). Geadviseerd wordt om enkele verblijfplaatsen voor deze soorten aan te brengen in de nieuwbouw.

Het verdient aanbeveling als deze keuze gemaakt wordt een ecologisch adviseur (bv AFO) in de arm te nemen om de juiste kasten en locaties te kiezen.

4.16.1. Conclusie Het aanvullende onderzoek geeft geen aanleiding te veronderstellen dat bij de voorgenomen ontwikkeling de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming wordt overtreden. Het advies m.b.t. de vleermuizen en de kosten daarvoor zal worden opgevolgd door de initiatiefnemer.

4.17.

Stikstofdepositie als gevolg van bouwactiviteit In het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning voor de bouw van 7 nieuwe wooneenheden met een parkeergarage t.p.v. Dorpsstraat 25 te Landsmeer is een berekening gemaakt van de depositie van stikstof die het gevolg is van de realisatie van dit plan. De depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden ten gevolge van emissie van NOx en NHx vanwege deze ontwikkeling (zowel in sloop- en bouwfase als in de gebruiksfase) alsmede van het verkeer van en naar deze locatie zowel tijdens de sloop- en bouw- als tijdens de gebruiksfase, is berekend met programmapakket AERIUS.

4.17.1. Conclusie Uit de berekening met AERIUS Calculator blijkt dat de stikstofuitstoot tijdens geen enkele fase voor te veel depositie zorgt op Natura 2000-gebieden. Uit de berekening in Bijlage 1 en 2 blijkt dat er geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr zijn. Van significante verslechtering van Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is derhalve geen sprake. Deze notitie vormt een toelichting op de berekeningen die als bijlage zijn toegevoegd. Zie hiervoor Bijlage 14, De Aeriusberekening verricht door Leloup Architecten, d.d. 7 september 2020, met toelichting en berekeningen. Omdat onlangs in oktober 2020 de wijze van bereken iets is gewijzigd zal een nieuwe Aeriusberekening worden gepresteerd

4.18.

Duurzaamheid Het gebouw zal een voorbeeld worden van duurzaamheid in materiaalgebruik en energiegebruik. Duurzaam bouwen is een manier van bouwen waarbij het milieu zo min mogelijk wordt belast, een optimale woonkwaliteit wordt gerealiseerd en waar het gebouw maar ook

Opgemaakt door

.d. 23/08/2022

blad 35

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

de openbare ruime een lange levensduur hebben (bijvoorbeeld door flexibiliteit of goede materiaalkeuze). Energietransitie en duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2-uitstoot realiseren dan in 1990. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energie Transitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hiervan af te wijken. Hoewel nog niet van toepassing, is per 1 januari 2021 BENG van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen voldoen aan de Bijna Energie Neutrale Gebouw eisen (BENG). Hulpmiddelen om te voldoen aan deze regelgeving GPR Gebouw (meetinstrument voor ontwikkelaars), een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde.

Hoe hoger de score, hoe duurzamer de woning(en). GPR Gebouw is zowel een communicatiemiddel als praktische maatregelenlijst om nog duurzamer te bouwen. Een voorbeeld is dat HR++ glas vervangen wordt door HR+++ glas met hogere isolatiewaarden. Dit toont zich direct in de scorelijst. De licentie wordt gratis verstrekt door de Omgevingsdienst IJmond ( info@odijmond.nl ). Uitgangspunten Gasloos bouwen en een meer isolerende werking dan volgens het Bouwbesluit vereiste thermische schil.

4.18.1. Conclusie Het zichzelf dragend energetisch woongebouw voldoet ruimschoots aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. De berekende EPC-waarde is 0,33, de eis is 0,40. Zie hiervoor de berekeningen welke zijn verstrekt bij de omgevingsaanvraag.

5. UITVOERBAARHEID 5.1.

Economische uitvoebaarheid De uitvoering van dit project is een initiatief van een ontwikkelaar een particulier initiatief. Voor de gemeente zijn er aan het opstellen en uitvoeren van het project geen directe kosten verbonden. De kosten voor de procedure(s) en het voorbereidingsbesluit zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer/aanvrager worden doorberekend.

Opgemaakt door

, d.d. 23/08/2022

blad 36

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan de bevoegde overheidsinstantie de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Om de mate van gevaar te bepalen, kan de overheidsinstantie een advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Een controle op ‘Follow the money’, heeft aangetoond dat op voornoemde aspecten geen bezwaren zijn aangetoond en groen licht gegeven kan worden. De initiatiefnemer sluit een anterieure overeenkomst met de gemeente. Ook een eventueel te sluiten exploitatieovereenkomst is voor rekening van de initiatiefnemer. Koopwoningen De 7 woningen worden tegen betaalbare marktconforme prijzen verkocht.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1.

Procedure en omgevingsvergunning In art. 3.10 Wabo is bepaald dat voor de in deze ruimtelijke onderbouwing bedoelde omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in dit artikel van toepassing is. Na aankondiging in de Staatscourant en in één of meer plaatselijke dag-, nieuws- of huisaan-huisbladen, wordt de ontwerp-omgevingsvergunning gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen op het ontwerp naar voren brengen. Deze procedure is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), afdeling 3.4. Tevens draagt het bevoegd gezag zorg voor het verkrijgen van de verklaring van geen bedenking (vvgb) van Provinciale Staten door toezending van alle benodigde stukken (art. 3.11 Wabo). De beslistermijn op de ontwerp-omgevingsvergunning van zes maanden begint te lopen daags na ontvangst van de aanvraag (art. 3.12, lid 7 Wabo). Deze beslistermijn mag eenmaal verlengd worden, met ten hoogste zes weken (art. 3.12, lid 8 Wabo). Na vaststelling van de omgevingsvergunning maakt het bevoegd gezag het vaststellingsbesluit bekend. De mededeling van het definitieve besluit wordt tevens langs elektronische weg gedaan en beschikbaar gesteld (art. 6.14 Bor jo. Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012). Op de ontwerp-omgevingsvergunning moet tevens het overleg als bedoeld in art. 3.1.1 Bro worden gevoerd (art. 6.18 Bor).

Indien door Gedeputeerde Staten of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze is ingediend en deze zienswijze niet volledig is overgenomen, wordt het vaststellingsbesluit na zes weken na de vaststelling van de omgevingsvergunning bekendgemaakt. Uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de sector bestuursrecht van de rechtbank en eventueel hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).

5.2.2.

Informatieavond bewoners Op 15 februari 2017 heeft de initiatiefnemer IMMO Ontwikkeling BV tezamen met “11 Makelaars” in het Dorpshuis georganiseerd en heeft architect Henri Leloup het eerste plan (Plan 1, zie blz. 6) voor 7 à 8 woningen getoond aan de buurt. De omwonenden waren hiervoor tevoren schriftelijk uitgenodigd.

Opgemaakt door

, d.d. 23/08/2022

blad 37

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

Hierop antwoordend werd bouwplan 3 aangereikt met 10 kleinschalige wooneenheden. Maar ook aan deze versie wilde men niet meewerken vanwege het weer grotere volume. Uiteindelijk is het huidige bouwplan 4 voorgelegd, bestaande uit 6 kleine wooneenheden en 1 penthouse woning, geheel de gemeentelijke woonvisie volgende en mede door een opdeling in 2 woonblokken kleinschaliger gemaakt, meer passend bij de bestaande architectuur aan de overkant en inmiddels in grote lijnen akkoord bevonden door de welstandcommissie.

5.2.3.

Overleg ex. Art. 3.1.1 Bro In het kader van het bestuurlijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro wordt voorliggende ruimtelijke onderbouwing aan verschillende maatschappelijke instanties voorgelegd voor een reactie. In het geval overduidelijk is dat er geen belangen van toepassing zijn, kan hiervan worden afgezien. Zo is overleg met het Rijk niet noodzakelijk als Rijksbelangen geen rol spelen.

5.2.4.

Ter visielegging ontwerp Met het ter visie leggen van de ontwerp-omgevingsvergunning stelt de gemeente eenieder in de gelegenheid om kennis te kunnen nemen van, alsmede te reageren op, de inhoud van het planvoornemen.

Opgemaakt door

d. 23/08/2022

blad 39

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

6. KWALITEIT VAN BOUWEN 6.1.

Duurzaamheid Het gebouw zal een voorbeeld worden van duurzaamheid in materiaalgebruik en energiegebruik. Tevens zal ook een duurzame woonkwaliteit worden gepresteerd. Duurzaam bouwen is een manier van bouwen waarbij het milieu zo min mogelijk wordt belast, een optimale woonkwaliteit wordt gerealiseerd en waar het gebouw maar ook de openbare ruime een lange levensduur hebben (bijvoorbeeld door flexibiliteit of goede materiaalkeuze). Energietransitie en duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2-uitstoot realiseren dan in 1990. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energie Transitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hiervan af te wijken. Hoewel nog niet van toepassing, is per 1 januari 2021 BENG van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal.

Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen voldoen aan de Bijna Energie Neutrale Gebouw eisen (BENG). Hulpmiddelen om te voldoen aan deze regelgeving GPR Gebouw (meetinstrument voor ontwikkelaars), een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Hoe hoger de score, hoe duurzamer de woning(en). GPR Gebouw is zowel een communicatiemiddel als praktische maatregelenlijst om nog duurzamer te bouwen. Een voorbeeld is dat HR++ glas vervangen wordt door HR+++ glas met hogere isolatiewaarden. Dit toont zich direct in de scorelijst. De licentie wordt gratis verstrekt door de Omgevingsdienst IJmond ( info@odijmond.nl ). Uitgangspunten Gasloos bouwen en een meer dan volgens het Bouwbesluit vereiste thermische schil.

6.1.1.

Conclusie Het “zichzelf dragende” energetisch woongebouw voldoet ruimschoots aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. De berekende EPC-waarde is 0,33, de eis is 0,40. Zie hiervoor de berekeningen welke zijn verstrekt bij de omgevingsaanvraag.

Opgemaakt door

, d.d. 23/08/2022

blad 40

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

7. CONCLUSIE EN BIJLAGEN 7.1.

Motivatie Het voorgelegde bouwplan is te beschouwen als een verdichtingsplan binnen de bebouwde kom een bestemmingsverandering van wonen en detailhandel naar enkel wonen. Aanleiding voor de wens om hier woningen te realiseren is in de eerste plaats de centrale ligging van het terrein in het dorp Landsmeer en de mogelijkheid om op een niet storende wijze woningen aan de bebouwde kom in Landsmeer toe te voegen. Hierdoor komen grotere woningen vrij waardoor een gezonde doorstroming kan plaats vinden. Gezien de grote vraag naar woningen en het feit dat er nauwelijks bouwgrond voor woningen binnen de gemeente is, is een uitbreiding van het aantal woningen in de bebouwde kom welkom. De gekozen architectuurvorm is aanvullend in Landsmeer. Het plan wordt volledig met groen en erf ontworpen in een stijl qua materiaal en kleur passend in dit centrumgebied van Landsmeer en voldoet daarmee volledig aan de wens van de provincie om landschappelijk, ecologisch en ruimtelijk kleinschalige meerwaarde in te bouwen.

7.2.

Resumé Gezien het grote aantal appartement zoekenden (meer kleiner wonen en grote woningen worden achtergelaten) in de gemeente, is kleinschalige woningbouw in de kern een logische keuze. Geconcludeerd wordt dat de realisering van dit bouwplan ruimtelijk inpasbaar is en geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanwezige cultuurhistorische, maatschappelijke en economische waarden en leidt tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. In de voorgaande hoofdstukken is het relevante beleid in relatie tot het initiatief beschreven. Het voorliggende initiatief past binnen de kaders van de beleidsuitgangspunten van het vigerende Rijks-, Provinciaal en Gemeentelijk beleid. Ook is het plan uitvoerbaar in relatie tot milieu- en omgevingsaspecten. Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening, waarmee een omgevingsvergunning voor het initiatief kan worden verleend.

Opgemaakt door

d.d. 23/08/2022

blad 41

Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.1, d.d. 7 februari 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer

7.3.

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 6a: Bijlage 6b: Bijlage 6c: Bijlage 6d: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16:

Opgemaakt door

Plan 2: Dorpsstraat 25, d.d. 04-04-2017 het principeplan in detail. Plan 1 dat eerstes werd voorgelegd aan de omwonenden. Ingezonden brieven van omwonenden vooraf. Verslag en reacties informatieavond van 11-02-2017. Verkeerskundig onderzoek Buro DB Franeker, d.d. 03-01-2017. Geohydrologisch onderzoek KWinfra, d.d. 20-01-2017. Geohydrologisch onderzoek Geo-Supporting, d.d. maart/mei 2022 bestaande uit een geo technisch onderzoek met funderingsadvies: Een damwandadvies t.b.v. de parkeerkelderbouw. Bemalingsadvies t.b.v. ontgraven voor kelderbouw. Stempelraam berekening voor damwanden, Booms Constructieadvies, Delft, d.d. 10 maart 2022. Asbestonderzoek, Van Santen Advies, d.d. 19-12-2016. Akoestisch Onderzoek V1.0, GeluidBuro, d.d. 25-01-2017. Archeologisch advies, RAAP, rapportage volgt. Zonnestudie Leloup, d.d. 3 juli 2019. Welstand, preadvies akkoord op hoofdlijnen d.d. 01-07-2019 Verkennend Bodemonderzoek, Landview, nr. 2019228, 13-03-2019 Flora & Fauna onderzoek, A. Swaan, AFO, augustus 2019 Stikstofberekening (Aerius), Leloup Architecten, 7-09-2020. Watertoets, Hollands-Noorderkwartier, code 20200904, 4-09-2020 Planrisicoanalyse van Langhout-Wiarda d.d. 19 maart 2021.

, d.d. 23/08/2022

blad 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=0aee1b42-330f-48e5-9dc6-69efe8cb686e