CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Ontwerp-Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma Landsmeer 2025-2028

Raadsvergadering 3 oktober 2024, gemeente landsmeerBij agendapunt: Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma Landsmeer 2025-202825.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma 2025 - 2028 ONTWERP 30 JULI 2024

“Gezondheid, schoon water en een prettige leefomgeving”

Inhoudsopgave 1

Gezonde en prettige leefomgeving

3

5

Uitvoeringsprogramma

33

1.1

De basis voor dit GRWP

4

5.1

Regionale samenwerking

34

1.2

Samenwerking in de waterketen

5

5.2

Planvorming en onderzoeken (niet regionaal)

35

1.3

Leeswijzer

6

5.3

Beheer en onderhoud.

35

5.4

Maatregelen

36

5.5

Participatie

37

2

Visie: leidende principes

7

2.1

Volksgezondheid

9

2.2

Klimaatadaptatie

9

6

Benodigde middelen

38

2.3

Ontwikkelingen afstemmen

9

6.1

Personele middelen

39

2.4

Leefmilieu

10

6.2

Financiële middelen

40

2.5

Schoon water

10

2.6

Doelmatig en duurzaam

10

3

Aanpak

11

3.1

Afvalwater

13

3.2

Regenwater

19

3.3

Grondwater

22

3.4

Oppervlaktewater

24

4

Huidige situatie Landsmeer

26

4.1

Wat hebben we

27

4.2

Wat gaat er goed

30

4.3

Wat kan er beter

32

Gemeente Landsmeer

Bijlagen

2

Bijlage 1

Wettelijk kader

50

Bijlage 2

Begrippen en definities

53

Bijlage 3

Referenties

57

Bijlage 4

Evaluatie van het GRP 2018 – 2023 en de strategieën.

58

Bijlage 5

Tussenevaluatie Waterplan Landsmeer 2016-2026

61

Bijlage 6

Modelberekeningen

64

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

Gezonde en prettige leefomgeving

1

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

1. Gezonde en prettige leefomgeving Het Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma 2025 – 2028 (GRWP) legt vast op welke wijze Landsmeer de komende jaren het afvalwater inzamelt en de zorgtaken voor regenwater en grondwater uitvoert. Uitgangspunt hierbij is dat we op doelmatige en duurzame wijze bijdragen aan een gezonde en prettige leefomgeving.

voor de verschillende watertaken. Het GRWP is dan ook opgesteld aan de hand van ervaringen en nieuwe ontwikkelingen. Daarbij zijn de volgende beleidsplannen en bestuurlijke afspraken van belang: • Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2023. • Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Landsmeer 2021-2024 • Waterplan Landsmeer 2016-2026 • Elementen uit documenten die een basis vormen voor de Omgevingsvisies van Landsmeer en andere gemeenten binnen Zaanstreek-Waterland. • De samenwerkingsovereenkomsten Waterketen voor de regio Zaanstreek-Waterland en Noorderkwartier. • De visie op de afvalwaterketen van de samenwerking waterketen Zaanstreek-Waterland: Op weg naar de afvalwaterketen van de toekomst

In het GRWP staat wat we willen bereiken en welke rol de overheid, bedrijven en bewoners hebben bij de verwerking van afvalwater, regenwater en grondwater. Met het oog op extremere weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering richt het GRWP zich op het voorkomen van wateroverlast en het vasthouden van water in verband met droogte. In bijlage 1 zijn onze zorgplichten rond afvalwater, regenwater en grondwater beschreven, zoals die gelden onder de Omgevingswet. In de bijlage zijn ook de wettelijke kaders voor onze zorgtaken aangegeven. De zorg voor het oppervlaktewater valt allereerst onder de verantwoordelijkheid en toezicht van het waterschap. Als gemeente zijn wij ervoor verantwoordelijk dat het water, dat in de kanalen, sloten en recreatieplassen komt, zo schoon mogelijk is en dat we ons open water natuurvriendelijk inrichten.

GRWP

Gemeente Landsmeer

4

Visie: Op weg naar de afvalwaterketen van de toekomst

Gemeente specifiek deel

Input

Samenwerkingsovereenkomsten waterketen

Figuur 1.1

Relaties van de visies en plannen tot het GRWP

1.1 De basis voor dit GRWP Het GRWP bestaat uit twee delen: een gezamenlijk deel, dat vanuit de samenwerking waterketen Zaanstreek-Waterland is opgesteld (H1 t/m H3) en een deel voor elke gemeente apart (H4 t/m H6). De gemeente is verantwoordelijk

Gezamenlijk deel

Omgevingsvisies

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

GRP 2018-2023

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

1.2 Samenwerking in de waterketen Zaanstreek-Waterland Dit GRWP is vanuit de samenwerking tussen de gemeenten binnen de deelregio Zaanstreek–Waterland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) tot stand gekomen. De samenwerking met HHNK is van belang op het gebied van de afvalwaterketen en het oppervlaktewatersysteem. De samenwerking tussen gemeenten is van belang om te kunnen leren van elkaar. Bovendien is het afvalwater, dat naar een rioolwaterzuivering (rwzi) wordt geleid, altijd afkomstig van meerdere gemeenten. De afvalwaterketen is dus éen fysiek systeem dat in beheer is bij verschillende gemeenten en het waterschap.

Purmerend

Figuur 1.2

5

Landsmeer

Zaanstad

Oostzaan

Wormerland

Plusteam Voor de samenwerking is ook het Plusteam actief, met een omvang van drie fulltime banen. Het Plusteam voert projecten uit, die voor alle betrokken partijen in de regio van belang zijn. Zij richten zich op de verbetering van het stedelijk waterbeheer.

Gemeente Landsmeer

EdamVolendam

Waterland

Zaanstreek-Waterland

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

BIJLAGEN

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

Noorderkwartier Ook op de schaal van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) wordt samengewerkt. Hier werken alle gemeenten, HHNK en PWN samen. Noorderkwartier is verdeeld in vijf deelregio’s (zie Figuur 1-3), waarvan de regio Zaanstreek–Waterland er één is. Op deze schaal worden diverse regiooverstijgende projecten opgepakt, zoals de aanpak van rioolvreemd water (water dat onbedoeld in het rioolstelsel terecht komt) en het project ‘nieuwe mensen’ (zorgen voor voldoende capaciteit en kennis).

Texel

Den Helder

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de gezamenlijke visie vanuit de samenwerking waterketen Zaanstreek-Waterland, vertaald in leidende principes. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanpak aan de hand van de verschillende waterthema’s. Voor Landsmeer wordt in hoofdstuk 4 de huidige situatie beschreven en in hoofdstuk 5 het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 6 zijn de benodigde personele en financiële middelen vastgelegd.

Hollands Kroon

Medemblik

Opmeer Dijk en Waard Bergen NH Koggenland

Heiloo

Uitgeest

Tip: In bijlage 2 is een verklarende woordenlijst opgenomen.

Purmerend

EdamVolendam

Landsmeer

Zaanstad

Oostzaan

Wormerland

Beverwijk

Figuur 1.3

Drechterland

Alkmaar

Castricum

Heemskerk

Hoorn

Stede Broeck

Enkhuizen

Schagen

Waterland

Noorderkwartier en regio-indeling

Gemeente Landsmeer

6

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

Visie: leidende principes

2

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

2. Visie: leidende principes Ook dienen we goed te letten op bestaande voorzieningen. Om afvalwater en regenwater goed te verwerken moet het systeem opereren zoals het bedoeld is. Dat vraagt om zorgvuldig beheer en onderhoud van voorzieningen, zoals riolen, gemalen, drainagesystemen, duikers, wadi’s. Het vraagt ook om grip op afvalwaterlozingen. We willen bijvoorbeeld voorkomen dat pompen verstopt raken met doekjes en de rwzi belast wordt met overtollig vet.

De regio staat de komende jaren voor grote uitdagingen. De woningbouw in de deelregio Zaanstreek-Waterland neemt flink toe en de bedrijvigheid waarschijnlijk ook. Meer inwoners en meer ondernemingen betekenen meer afvalwater. Hoe kunnen we deze groei verwerken? Tegelijkertijd is er ook steeds meer aandacht voor de waterkwaliteit. De laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat veel stoffen in het afvalwater risico’s vormen voor mens, dier en milieu. Die risico’s willen we uiteraard beperken. Ook klimaatverandering is een uitdaging. We dienen de ruimtelijke inrichting aan te passen aan extreme weersomstandigheden, zoals piekbuien én droogte.

Onze ambitie is dat we blijven vooruitkijken en anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, zoals de aangescherpte EU Richtlijn Stedelijk Afvalwater, die waarschijnlijk in 2024 definitief wordt. We zijn ons daarbij ervan bewust dat in bestaand gebied - ondergronds dan wel bovengronds - niet altijd de ruimte beschikbaar is om de gewenste aanpassingen te realiseren.

Daarbij willen we dat onze bewoners kunnen wonen, werken en recreëren in een prettige leefomgeving. We combineren stedelijke dynamiek met landelijke rust. De deelregio wordt gekenmerkt door zijn waterrijke omgeving en slappe ondergrond, met bodemdaling tot gevolg. We moeten zowel wateroverlast als -onderlast het hoofd bieden. Zoveel mogelijk faciliteren wij de inwoners bij vragen hierover.

Gemeente Landsmeer

We hebben de zorgplicht voor onze drie traditionele taakvelden (afvalwater, regenwater en grondwater) en voor klimaatadaptatie en oppervlaktewater. Als basis voor de uitvoering van deze taken hebben we een aantal gezamenlijke leidende principes geformuleerd.

8

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

2.1 Volksgezondheid

2.2 Klimaatadaptatie

2.3 Ontwikkelingen afstemmen

De afvalwaterketen is ontstaan om de volksgezondheid te verbeteren1. Dat blijft ons doel bij nieuwe ontwikkelingen. Ziektes mogen niet worden overgedragen via het afvalwater. Ook mogen vanuit het afvalwatersysteem geen stoffen in het milieu komen, die de volksgezondheid kunnen schaden. Denk bijvoorbeeld aan risicovolle, persistente stoffen, die in de bronnen voor drinkwater terecht komen. Niet-natuurlijke, risicovolle stoffen (zoals PFAS) willen we in het milieu noch in het afvalwater. Deze risicovolle stoffen mogen niet worden geloosd. Mogelijke verspreiding ervan moeten we bij de bron van de lozing aanpakken.

Bij het inrichten van onze steden en dorpen houden we zoveel mogelijk rekening met extreme neerslag. Deze hoeveelheid neerslag kan niet via het rioleringssysteem worden verwerkt. We moeten water zo veel mogelijk lokaal vasthouden. Met dat water willen we ook maximaal verdroging tegen gaan. Met bomen, planten en andere manieren van vergroening creëren we een fijnere, koelere leefomgeving en dragen we bij aan biodiversiteit. Vitale infrastructuur (tunnels op doorgangswegen) en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen, brandweerkazernes en scholen, beveiligen we extra tegen wateroverlast.

We willen ons stapsgewijs aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; onze steden en dorpen kunnen we nu eenmaal niet in één keer veranderen. Als we mogelijke maatregelen vroeg op het netvlies te hebben, kunnen we werk met werk maken (nieuwe riolen, nieuwe bestrating, groenere inrichting, energietransitie e.d.). Als ‘de straat maar een keer open hoeft’, besparen we kosten en voorkomen we terugkerende hinder voor bewoners en bedrijven. Tegelijkertijd is de inbreng van bewoners en bedrijven onmisbaar bij een succesvolle waterrobuuste inrichting. Om wateroverlast te beperken moeten we de bergingscapaciteit van zowel de openbare ruimte als particuliere oppervlakken (tuinen, terreinen en daken) inzetten. Het merendeel van het stadsoppervlak bestaat namelijk uit private eigendommen.

Volksgezondheid is en blijft het primaire belang bij het verwerken van stedelijk afvalwater

We bereiden ons voor op de weersextremen van de toekomst.

We integreren waterrobuuste inrichting met andere ruimtelijke ontwikkelingen

1

In 2007 hebben lezers van de British Medical Journal ‘waterleiding en riolering’ als de belangrijkste medische uitvinding sinds 1840 benoemd.

Gemeente Landsmeer

9

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

2.4 Leefmilieu

2.5 Schoon water

2.6 Doelmatig en duurzaam

De afvalwaterketen draagt ook bij aan een gezond leefmilieu voor plant, dier en mens. Er mogen vanuit het afvalwatersysteem geen schadelijke stoffen in het milieu komen. Hoewel medicijnen, zoals anti-depressiva en hormoongerelateerde medicijnen, bijdragen aan de gezondheid van de mens, kunnen ze schadelijke neveneffecten hebben voor het ecosysteem. Ook metalen en nutriënten, zoals stikstof en fosfaat, zijn slecht voor de kwaliteit van het oppervlaktewater.

Meer dan de helft van het rioolstelsel in Zaanstreek-Waterland bestaat uit een gemengd stelsel, waarbij vuilwater en regenwater door één buis worden afgevoerd. Het vuilwater wordt hierdoor verdund en het relatief schone regenwater raakt vervuild. Bij hevige neerslag kan het riool overlopen. Bij zo’n overstorting komt het vervuilde gemengde water in open water terecht. Bij vervanging van riolering wordt indien mogelijk een gescheiden rioolstelsel aangelegd, waarbij vuilwater en regenwater gescheiden worden afgevoerd. Relatief schoon regenwater kan zo ook lokaal worden gebruikt om droogte tegen te gaan.

De voorzieningen voor het verwerken van afvalwater en regenwater en het reguleren van grondwaterstanden zijn omvangrijk en kostbaar. We onderhouden en vervangen deze voorzieningen zo doelmatig mogelijk: maximale verhouding tussen toegevoegde waarde en kosten.

We dragen zo veel mogelijk bij aan een gezond en veilig leefmilieu voor mens, dier en plant

We houden schoon water zo schoon mogelijk

Gemeente Landsmeer

10

We willen dit ook zo duurzaam mogelijk uitvoeren: met zo min mogelijk energieverbruik en maximaal hergebruik van materialen. Dit kost tijd. Een nieuwe vorm van hergebruik van materialen moet zich eerst op de lange termijn bewijzen, voordat grootschalige toepassing mogelijk is. We beheren en ontwikkelen onze afvalwater-, regenwater- en grondwatervoorzieningen zo doelmatig en duurzaam mogelijk.

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

Aanpak

3

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. Aanpak

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

3. AANPAK

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

Maatschappelijke doelen

Volksgezondheid, schoon water en een prettige leefomgeving

Leidende principes

1. Volksgezondheid is en blijft het primaire belang bij het verwerken van stedelijk afvalwater 2. We bereiden ons voor op de weersextremen van de toekomst 3. We integreren water robuuste inrichting met andere ruimtelijke ontwikkelingen 4. We dragen zo veel mogelijk bij aan een gezond en veilig leefmilieu voor mens, dier en plant 5. We houden schoon water zo schoon mogelijk 6. We beheren en ontwikkelen onze afval-, regen- en grondwatervoorzieningen zo doelmatig en duurzaam mogelijk

In dit hoofdstuk geven we per watertaak aan welke aanpak we hanteren. In Figuur 3.1 is de structuur van hoofdstuk 3 weergegeven.

Aanpak

Figuur 3.1

Gemeente Landsmeer

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

Afvalwater

• • • • • • • • •

Grip op lozen van bedrijfsafvalwater op de riolering Beleidsregels voor Omgevingsplan EU-richtlijn ‘Stedelijk afvalwater’ Ongewenste lozingen in de afvalwaterketen Ongezuiverde lozingen van afvalwater Maatwerk in buitengebieden Rioolvreemd water Extra ruimte voor het zuiveren van afvalwater Doelmatig & duurzaam

Regenwater

• Reguliere neerslag • Extreme neerslag • Regenwater vasthouden en benutten

Grondwater

• • • •

Oppervlaktewater

• Waterkwaliteit • Onderhoud watersysteem

Inzicht in grondwater Gepast grondwaterbeheer Grondwaterloket en afwegingskader Functie volgt peil

Doelen, Leidende principes en Plan van aanpak

12

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

3.1 Afvalwater

Figuur 3.2

2

6. BENODIGDE MIDDELEN

Huishoudens Behalve bedrijven lozen huishoudens op de riolering. Die lozingen kunnen ook het functioneren van de afvalwaterketen hinderen of ongewenste stoffen in het water doen belanden. Een paar voorbeelden: • Even iets frituren en daarna de olie door de gootsteen? Het zorgt voor vetopbouw in het riool en op de rwzi. • Een vochtig toiletdoekje of schoonmaakdoekje gebruiken en in het toilet gooien? Het zorgt er voor dat pompen verstopt raken. • Lekker wassen met een wasmiddel pod. Handig, maar waar blijft de plastic verpakking? • Even de vaatwasser aanzetten met een vaatwasblokje. Daar zitten vaak benzotriazolen in, die in te hoge concentraties in het oppervlaktewater worden aangetroffen. • De gevolgen hiervan zijn onnodige kosten en onnodige vervuiling. De vuile elementen zijn namelijk niet eenvoudig uit afvalwater te verwijderen. Inwoners moeten zich hiervan beter bewust worden. We vragen hiervoor geregeld aandacht, onder meer tijdens open dagen op rwzi’s. Daarnaast verwachten we landelijke campagnes om het bewustzijn te vergroten.

Op dit moment is er onvoldoende bewustzijn bij bedrijven over de samenstelling van hun afvalwater. Ook is er onvoldoende aandacht voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) rond lozingen van afvalwater op de riolering, de zogenaamde indirecte lozingen.

Tegelwijsheid

Omgevingsdiensten IJmond (voor o.a. Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland), Noordzeekanaalgebied (Zaanstad) en Noord-Holland Noord

Gemeente Landsmeer

BIJLAGEN

De provincie en gemeenten zijn verantwoordelijk voor deze VTH-taken; de omgevingsdiensten voeren deze taken uit. Binnen Noorderkwartier is in 2023 een pilot gestart vanuit een samenwerking tussen de drie Omgevingsdiensten2, Provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, HHNK en de 26 gemeenten binnen Noorderkwartier. Met de resultaten van deze pilot wordt het Programma Indirecte Lozingen 2024-2026 opgesteld. Het doel van programma is om de komende jaren te zorgen voor meer bewustwording bij bedrijven en een duidelijke en effectieve invulling te geven aan de VTH taken.

Grip op lozen van bedrijfsafvalwater op de riolering De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Het waterschap is verantwoordelijk voor transport én zuivering van het stedelijk afvalwater. Uiteindelijk moet het gezuiverde afvalwater (effluent) voldoen aan de lozingseisen van de waterbeheerder. Om aan die eisen te kunnen voldoen en bij te dragen aan een gezond leefmilieu is het belangrijk om grip te hebben op bedrijfslozingen: welke ongewenste stoffen komen daarbij in het riool terecht? Daarbij zijn twee categorieën van belang: • Stoffen die het functioneren van de afvalwaterketen hinderen. Denk bijvoorbeeld aan vetten of andere stoffen die de biologische zuivering van afvalwater remmen. • Stoffen die schadelijk zijn voor mens, dier en milieu. In Nederland zijn door het RIVM meer dan 2000 stoffen als zeer zorgwekkend vastgesteld (zie website risicovolle stoffen van het RIVM).

Wat er niet in komt hoeft er ook niet uit

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

13

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

Huishoudens laten bovendien veel medicijnresten in het afvalwater achter. Veel meer dan in verzorgingshuizen of ziekenhuizen. Dat kunnen we niet voorkómen, maar verminderen is zeker een optie. Het bewustzijn binnen de medische sector over de milieu-impact van medicijnen is enorm toegenomen. De sector zoekt naar medicijnen die minder schadelijk zijn en naar optimale dosering. De gemeente kan bijdragen aan minder gebruik van medicijnen door inwoners te stimuleren meer te bewegen, gezonder te eten en meer te ontspannen (preventie).

Voor de inzameling van afvalwater geldt nu dat bij agglomeraties van meer dan duizend inwoners aanleg van riolering en zuivering verplicht is. Integrale stedelijke afvalwaterplannen moeten bovendien voortaan niet alleen rekening houden met de emissies vanuit rwzi’s maar ook met de vervuiling door afvloeiend regenwater en overstortingen. Tevens dienen overstorten en hemelwaterafvoer door de waterbeheerder gemonitord te worden. In de planperiode van het GRWP komen wij tegemoet aan de nieuwe eisen vanuit de EU-Richtlijn.

Beleidsregels voor Omgevingsplan Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Veel regelgeving is via de zogenaamde bruidsschat van het Rijk overgedragen aan decentrale overheden. Deze kunnen de regels aanpassen voor hun regio. De gemeente kan de aangepaste regels vastleggen in het Omgevingsplan. In Noorderkwartier werken alle partijen samen om te bekijken welke lozingsregels rond afvalwater, regenwater, grondwater en oppervlaktewater we in het Omgevingsplan willen aanpassen dan wel laten vervallen. Hiermee voorkomen/beperken we dat de regels per gemeente of per Omgevingsdienst te veel verschillen. Het zorgt voor duidelijkheid bij partijen die aan de regels moeten voldoen.

Ongewenste lozingen in de afvalwaterketen Steeds vaker wordt warmte-koude-opslag (WKO) gebruikt voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Bij de aanleg en vaak ook bij het onderhoud aan een WKO-installatie, wordt het spoelwater geloosd op de riolering. Bij de aanleg gaat het vaak om lozingen die veel zout bevatten. Bij onderhoud is sprake van omvangrijke pieklozingen. De pieklozingen kunnen in de toekomst vaker voorkomen. Deze kunnen het optimaal functioneren van het rioolstelstel belemmeren. Daarom is het nodig om ten aanzien van bodemenergiesystemen duidelijke regels vast te leggen in het Omgevingsplan. We kunnen gebruik maken van de WKO-tool om duidelijkheid te krijgen over aard, omvang en locatie van de WKO-systemen. Initiatiefnemers voor WKO-systemen geven wij de volgende adviezen mee: • Het zoute grondwater na bezinking retourneren in de bodem in dezelfde watervoerende laag als waaruit het is onttrokken. • Lozen op een oppervlaktewater waar het chloridegehalte of andere stoffen niet tot een verslechtering leidt. • Kiezen voor een gesloten bodemenergiesysteem (in plaats van voor een open bodemenergiesysteem).

De nieuwe Omgevingswet spreekt bij het bepalen van vergunningplicht niet langer in termen van ‘inrichting’ maar in termen van ‘milieu belastende activiteit’ (MBA). Denk daarbij bijvoorbeeld aan grote festivals of verkoopkramen. Bij activiteiten denken we dus specifiek na over de belasting ervan voor het milieu. EU Richtlijn Stedelijk Afvalwater Het Europees Parlement heeft het voorstel tot herziening van de Europese Richtlijn Behandeling Stedelijk Afvalwater in oktober 2023 met een ruime meerderheid aangenomen. De oorspronkelijke richtlijn uit 1991 is uitgebreid met thema’s als volksgezondheid, klimaat, circulariteit en transparantie. Ook is nadrukkelijk gelet op de Kaderrichtlijn Water. Zo zijn de eisen voor stikstof en fosfaat aangescherpt. De richtlijn verplicht bovendien tot zuiveren van medicijnresten.

Gemeente Landsmeer

14

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

KOUDEVRAAG

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

en economische waarde van de voorziening. De lozer is daar dan zelf verantwoordelijk voor het zorgvuldig volgens de regels verwerken van afvalwater. In deze kaart is na inzoomen te zien waar het gemeentelijk stelsel ligt. Dit biedt een indicatie waar doelmatige aansluiting op de riolering mogelijk is. Voor huishoudens wordt doorgaans uitgegaan van 40 meter afstand vanaf de perceelsgrens. Voor grotere lozingen kan een grotere afstand doelmatig zijn. Of aanleg doelmatig is aan de rand van een buitengebied, is niet eenduidig te bepalen. Voor mogelijke maatwerkoplossingen moeten initiatiefnemers contact opnemen met de rioolbeheerder van de gemeente.

WARMTEVRAAG

We hebben een uitgebreid goed functionerend rioolstelsel. Elke ongezuiverde lozing van afvalwater is er echter één te veel.

Figuur 3.3

Overstortingen Bij gemengde stelsels, waarbij vuilwater en regenwater in één buis worden verzameld, kunnen bij hevige neerslag overstortingen plaats vinden. Het gemengde water komt dan ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Bij herinrichting van de openbare ruimte en tuinen zorgen we voor maximale berging van regenwater óf voeren we vuil water en regenwater in aparte rioolbuizen af. Daardoor nemen de ongewenste overstortingen van gemengd water af.

Werking van een WKO-systeem, links in de zomer rechts in de winter.

Naast deze lozingen vanuit WKO-systemen is het ook belangrijk om controle te krijgen over andere lozingen, bijvoorbeeld vanuit gaswassers, verzorgingshuizen, ziekenhuizen en verkoopkramen.

FoutaansluitingenIn stelsels met gescheiden afvoer van vuil water en regenwater komen soms foutaansluitingen voor. Dit gebeurt bijvoorbeeld na renovatie van woningen waarbij per abuis vuilwater leidingen zijn aangesloten op het regenwater systeem. Het opsporen van deze foutaansluitingen is kostbaar. Maar als er signalen van vuil water zijn in het oppervlaktewater (vorming van kroos of het plaatselijk niet bevriezen) gaan wij op zoek naar de foutaansluiting.

Ongezuiverde lozingen van afvalwater In Nederland mogen we trots zijn op de mate waarin ons afvalwater wordt ingezameld en verwerkt. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling in bebouwd gebied. In buitengebieden is de aanleg van riolering niet altijd doelmatig. De kosten zijn dan niet meer in verhouding tot de maatschappelijke

Gemeente Landsmeer

15

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

Straatkolken Bewoners weten vaak niet wat voor rioleringssysteem er in hun straat ligt. Straatkolken worden vaak gezien als onderdeel van het vuilwater riool, maar bij een gescheiden systeem is dit niet het geval. Als je een restje van een verfemmer in de straatkolk gooit of je auto in de straat wast, dan komt dit ongezuiverd in de buurt in een sloot of vaart terecht.

BIJLAGEN

In de buitengebieden komen steeds meer groepsaccommodaties voor, denk bijvoorbeeld aan campings, bed-and-breakfast voorzieningen en verblijfsaccommodaties voor arbeidsmigranten. Volgens de nieuwe waterschapsverordening, die per 1 januari 2024 is ingegaan, is het verboden om het afvalwater van groepsaccommodaties (meer dan 6 inwonerequivalenten) te lozen op secundair en tertiair water zoals sloten en greppels. Bij lozen op primair water (vaarten en kanalen) is een vergunning vereist. De verordening kent een overgangstermijn van twee jaar en geldt ook voor bestaande voorzieningen. De gemeenten brengen in beeld waar welke groepsaccommodaties liggen, die niet zijn aangesloten op de riolering. Samen met de eigenaren zoeken zij naar een passende aanpak en oplossing. Zolang als aanleg van riolering niet doelmatig is, is de eigenaar verantwoordelijk voor de oplossing.

Voorbeeld van een straatkolk

Woonboten Woonboten dienen aangesloten te zijn op de riolering als deze binnen 40 meter afstand liggen. Als dit niet kan, dient de bewoner zelf zorg te dragen voor een adequate verwerking van het afvalwater. Voor tussenoplossingen moet de eigenaar contact leggen met de rioolbeheerder van de gemeente.

De bestaande riolering in buitengebieden is meestal geen vrijvervalriool maar drukriolering In het buitengebied staan aan de rand van de percelen vaak minigemalen, die het vuilwater door relatief dunne buizen pompen. Om alleen te constateren of een gemaal functioneert, volstaat een rode lamp. Bij een storing gaat deze branden en kan de bewoner of voorbijganger contact opnemen met de gemeente. Als we meer informatie willen verzamelen, leggen we extra voorzieningen aan. Het meten van de minigemalen op afstand met behulp van telemetrie doen we bijvoorbeeld pas als dat doelmatig is.

Maatwerk in buitengebieden Verschillende bewoners en ondernemingen in het buitengebied maken gebruik van een voorziening – vaak een tank - voor de Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA). Bestaande IBA’s zijn al ongeveer 15 jaar in het beheer van het hoogheemraadschap. De IBA’s blijken veelal echter niet goed te functioneren en de beheerkosten zijn fors hoger dan verwacht. Daarom is het besluit genomen

Gemeente Landsmeer

6. BENODIGDE MIDDELEN

om de bestaande IBA’s binnen enkele jaren te vervangen door verbeterde septic tanks of andere goede alternatieven. Hiermee is inmiddels begonnen: in totaal worden in de regio Zaanstreek–Waterland 151 IBA’s vervangen. De verantwoordelijkheid voor het beheer van de septic tank komt in handen van de perceeleigenaar.

Beheer van rioolgemalen Het zorgvuldig beheer van rioolgemalen is belangrijk. Storingen kunnen leiden tot onnodig afvalwater op straat (overstorting).

Figuur 3.4

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

16

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

Rioolvreemd water In ons rioolsysteem komt niet alleen vuil water en regenwater terecht, maar soms ook water dat niet bedoeld is om in het riool te belanden. Het kan bijvoorbeeld gaan om grondwater dat via lekkende riolen of huisaansluitingen in het systeem terecht komt. Ook kan oppervlaktewater bij een hoge waterstand of lage overstortdrempel via de overstortconstructie in een gemengd stelsel terecht komen. Schoon water wordt dan helaas vermengd met vuil water. Binnen het gemeentelijk rioolstelsel zorgt rioolvreemd water voor minder bergingsruimte van regenwater. Ook vinden overstortingen eerder plaats en draaien rioolgemalen extra uren. Rioolvreemd water zorgt ook voor extra afvoer naar de rwzi’s van het waterschap. Daar neemt het kostbare ruimte in die bijvoorbeeld nodig is om het extra afvalwater als gevolg van het toenemende aantal woningen te verwerken. Binnen Noorderkwartier is in 2023 een project gestart om het rioolvreemde water te reduceren. Alle vijf deelregio’s onderzoeken plekken waar naar verwachting veel rioolvreemd water aanwezig is, zoeken naar oorzaken en pakken deze aan. Op basis hiervan ontwikkelen zij een gezamenlijke stappenplan om ook op andere plekken effectief het rioolvreemde water te verminderen. Er is een tool in de maak die beter inzicht geeft in het waterpeil op plaatsen van overstortingen.

Gemeente Landsmeer

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

Al deze uitdagingen vragen om ruimte, maar die is lang niet altijd voldoende beschikbaar op de bestaande rwzi’s. Daarom voeren Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeenten Amsterdam en Zaanstad gezamenlijk een verkenning uit om te zoeken naar locaties voor uitbreiding of nieuwbouw van rwzi’s binnen de regio Amsterdam-Zaanstreek (Regiostudie Afvalwater Amsterdam-Zaanstreek - RAAZ). Het streven is eind 2024 de beste opties in beeld te hebben. Afhankelijk van locatie en omvang wordt bekeken op welke wijze in de toekomst het afvalwater optimaal kan worden verdeeld over de bestaande en nieuwe rwzi’s in de regio. Doelmatig

Figuur 3.5

Rioolvreemd water

Extra ruimte voor het zuiveren van afvalwater Door de groei van het aantal inwoners en bedrijven neemt de hoeveelheid afvalwater in de regio toe. Tegelijkertijd komen er strengere eisen voor rwzi’s op het gebied van stikstof, fosfaat en medicijnresten. Ook willen we zo veel mogelijk water hergebruiken, grondstoffen terugwinnen en energie opwekken. Bovendien zijn de komende decennia veel rwzi’s aan renovatie toe.

17

Data, meten en monitoren De basis van goed beheer is weten wat je hebt, weten wat het doet en beoordelen of het doet wat het moet doen. We beschikken over data van onder andere rioolinspecties, meetpunten in het rioolstelsel, neerslagstations en de gemalen. We gaan de beschikbare data valideren en ontsluiten via een gemeenschappelijk geografisch platform (het GWSW platform). De gemeenten en het waterschap zijn zelf verantwoordelijk voor de actualiteit van hun gegevens. Omdat een rwzi met de daarop aangesloten riolering één fysiek systeem is, dat in handen is van het waterschap en

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

Om het functioneren van de riolering te toetsen stellen we een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) op en voeren we analyses uit. Op basis daarvan kunnen passende maatregelen worden getroffen. Daarbij vormt het verzamelen, uniformeren, delen en analyseren van data het fundament om gezamenlijk effectief te kunnen sturen en ontwikkelen. De visie op de afvalwaterketen laat mooi zien hoe informatie wordt gedeeld, bijvoorbeeld over het fysieke systeem, metingen, rioolvreemd water en verwachte bevolkingsgroei.

BIJLAGEN

De samenwerking waterketen ZaanstreekWaterland heeft een risicoprofiel voor de riolering ontwikkeld. Afhankelijk van de functie van de buis en de functie van de bovengrond krijgt de riolering een risicoklasse toegekend. Naarmate de risicoklasse hoger is, wordt er meer geïnspecteerd en sneller ingegrepen. We hebben hiervoor een pilot uitgevoerd. Met behulp van een geografisch informatiesysteem (GIS) kan de risicoklasse automatisch aan een rioolbuis worden gekoppeld. In combinatie met de inspectiemetingen kunnen we de planning van de vervanging van riolering meer systematisch organiseren.

Belang bovengrond

1A

2A 1B 3

Belang riool

- hoofdweg, busroute e.d. - nabij waterkering, spoorweg e.d.

Hoog

- gemengd > 700mm - vuilwater > 350mm - hemelwater > 500mm - enige afvoer wijk, transport –> rioolgemaal

- Bedrijventerrein, winkelgebied

Midden

- 315mm < gemengd < 700mm - 250mm < vuilwater < 350mm - 315mm < hemelwater < 500mm

- Woongebied

Laag

- gemengd < 315mm - vuilwater < 250mm - hemelwater < 315mm

2B

laag

matig

hoog

belang bovengrond Figuur 3.6

Gemeente Landsmeer

6. BENODIGDE MIDDELEN

Risicoprofielen Riolering hoog

In de deelregio Zaanstreek-Waterland stellen we vanaf 2024 een nieuw meetplan op. We kunnen inmiddels met apparatuur meer metingen doen aan de riolering. Tegelijkertijd moeten we antwoorden vinden op relatief nieuwe vragen, zoals over de verwerking van extreme neerslag, het verloop van de grondwaterstand bij langdurige droogte en de waterkwaliteit.

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

Bewust beheer Niet elke buis en niet elk gemaal is hetzelfde. Wanneer gaat de gemeente een buis of gemaal inspecteren, renoveren of vervangen? Bij een hoofdriool onder een hoofdweg grijpen we sneller in dan bij een standaard rioolbuis in een woonwijk. We noemen dit ‘bewust beheer’. Bij bewust beheer streven we ernaar om doelmatig te investeren en te beheren, zodat het risico’ op falen van cruciale systeemdelen aanzienlijk wordt beperkt. Naar verwachting besparen we met bewust beheer op kosten, maar dit is geen doelstelling op zich.

matig

meerdere gemeenten, is samenwerking essentieel. Het platform geeft gemeenten en waterschap tegelijkertijd toegang tot dezelfde gegevens. Dit vormt een solide basis voor analyses en modelberekeningen.

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

3. AANPAK

belang riool

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

laag

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

Risicoprofilering bewust beheer

18

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

Duurzaam

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

Energie en warmte uit afvalwater Het terugwinnen van thermische energie uit afvalwater (TEA of riothermie) bespaart energie. Zo kan de warmte gebruikt worden voor bijvoorbeeld een lokaal warmtenet of het verwarmen van scholen of zwembaden. Het terugwinnen van thermische energie kan in een woning (warmtewisselaars in de douche) en in een appartementencomplex (collectieve wijkvoorzieningen) plaatsvinden. De doelmatigheid van deze terugwinningstechnieken wordt op dit moment volop onderzocht in Nederland. We wachten de uitkomsten af en verkennen daarna de mogelijkheden om deze technieken zelf toe te passen.

Grondstoffen terugwinnen op de zuivering HHNK werkt hard aan een energieneutrale en circulaire economie (zie ook weer de visie op de waterketen, onderdeel Ontwikkelingen en uitdagingen). Het terugwinnen van grondstoffen is mooi, maar het blijkt lastig om deze weer nuttig te gebruiken. Om aan de vraag tegemoet te kunnen komen, moeten de herwonnen producten allereerst veilig en schoon genoeg zijn. Bovendien is een betrouwbare voorraad nodig. Een gebruiker van duurzame grondstoffen wil niet de verspreider van risicovolle stoffen zijn. Ook met het oog op duurzaamheid is de grip op lozingen van bedrijfsafvalwater dus van groot belang.

3.2 Regenwater

Minder gebruik van nieuwe grondstoffen We brengen met elkaar in beeld hoe we materialen, zoals rioolbuizen en pompen, opnieuw kunnen inzetten. Betonnen buizen kunnen bijvoorbeeld vermalen worden en vervolgens benut als fundering van een waterbergende weg. Daarnaast kunnen buizen, die nog van goede kwaliteit zijn, een tweede leven krijgen. Bij een proefproject in Zaanstad kon ongeveer 60% van de hoofdriolen en huisaansluitingen worden hergebruikt. Maar ook kolken en dergelijke kunnen in projecten opnieuw worden benut. We doen onderzoek naar de mogelijkheden van een soort marktplaats voor herbruikbare materialen. Hergebruik draagt op verschillende manieren bij aan een lager verbruik van energie en grondstoffen.

Gemeente Landsmeer

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

In Nederland valt per jaar zo’n 850 mm neerslag. De neerslag neemt geleidelijk toe, maar altijd kunnen we te maken hebben met extreme jaarhoeveelheden (circa 1150 mm in 2023). Reguliere neerslag Jaarlijks vallen ruim 200 buien. Ongeveer vijf van die buien leiden tot overstortingen vanuit gemengde stelsels en gemiddeld één keer per jaar hebben we te maken met water op straat. Dat is niet erg, zolang het regenwater tussen de stoepranden blijft staan en niet woningen of bedrijven binnendringt. Het rioolstelsel is ontworpen om een bui van ongeveer 30 mm in een uur te kunnen verwerken. Dit uitgangspunt blijven we hanteren, maar we werken wel aan aanpassingen voor extreme neerslag.

19

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

Extreme neerslag Extreme neerslag komt steeds vaker voor. Bij piekbuien kan de hoeveelheid neerslag twee keer zo groot zijn als het aantal millimeter water waarop het riool is berekend. Dergelijke hoeveelheden kunnen we niet ‘even’ afvoeren naar het oppervlaktewatersysteem. Het oppervlaktewatersysteem kan maar 14 mm per dag afvoeren. Waar in de openbare ruimte geen verbinding met sloten of andere watergangen is, ontstaan veel plassen. Om schade als gevolg van extreme neerslag zo beperkt mogelijk te houden is het daarom van groot belang om te werken aan sponswerking: we willen regenwater zo veel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt of tijdelijk veilig bergen in de omgeving. Dit geldt in de openbare ruimte en zeker ook op privé-terrein, Particulier terrein beslaat circa tweederde van het stedelijk gebied. Bij nieuwbouw kunnen we water in principe goed in de buurt bergen. Bij bestaande bouw zijn verbeteringen mogelijk, maar is voorkomen van wateroverlast niet altijd mogelijk. Cruciaal is dat we zo min mogelijk afwentelen. We moeten voorkomen dat water van hoger gelegen, ‘waterveilige’ straten zich verzamelt in de laagst gelegen straten, ‘wateroverlast’-straten. Als we regenwater willen vasthouden waar het valt, is het belangrijk om verharde delen in de openbare ruimte waar mogelijk te vergroenen. Het verhoogt de infiltratie van regenwater in de bodem.

Het is belangrijk om slim hoogteverschillen (reliëf) aan te brengen in de leefomgeving zodat het overtollige regenwater over de oppervlakte naar een plek stroomt waar het zich verzamelt. Een voorbeeld hiervan is een wadi: het water in de wadi kan in de bodem wegzakken en geleidelijk worden afgevoerd. (foto)

Gemeente Landsmeer

Figuur 3.7

20

Voorbeeld van een WADI, waar regenwater tijdelijk kan worden opgevangen.

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

3. AANPAK

Daarnaast kijken we naar voorzieningen om ondergronds water op te slaan, zoals een waterbergende weg en waterbergende parkeervakken. Daarbij letten we er op dat we systemen aanleggen die goed onderhouden kunnen worden.

kolk

Ruimte voor meer groen en blauw is goed voor de hele leefomgeving. Het maakt ergens wonen aantrekkelijker en zorgt voor verkoeling in warme perioden. De waterrobuuste stad realiseren we met elkaar.

infiltratiepakket wavicore leiding

Figuur 3.8

Regenwater vasthouden en benutten We willen schoon water zo schoon mogelijk houden. Bij voorkeur scheiden we daarom vuil water en regenwater, maar dit is bijvoorbeeld in centrumgebieden niet altijd mogelijk. In het verleden was de aandacht vooral gericht op het vervangen van gemengde riolen door gescheiden riolen. Tegenwoordig geven we de voorkeur aan de inzameling van vuilwater via de riolering en het vasthouden c.q. lokaal bergen van regenwater. Dit draagt veel beter bij aan het voorkómen van zowel wateroverlast áls verdroging.

Voorbeeld van een waterbergende weg

Gemeente Landsmeer

BIJLAGEN

Bij bestaande woningen stimuleren we bewoners om bij aanpassingen van hun tuin rekening te houden met een slimme verwerking van neerslag op het eigen terrein. In de regio houden we dan ook publiekscampagnes. We willen het bewoners, bedrijven en andere betrokkenen makkelijk maken om zelf hun omgeving waterrobuust in te richten. Mogelijk blijken andere instrumenten nodig te zijn om partijen te verleiden of te verplichten maatregelen uit te voeren. We passen dan participatiestrategieën toe en overwegen zo nodig een hemelwaterverordening voor bestaand stedelijk gebied.

bestrating goot

6. BENODIGDE MIDDELEN

Zoals aangegeven kunnen we de problemen rond extreme neerslag niet alleen in het publieke domein oplossen. Voor nieuwbouwwoningen met een oppervlakte groter dan 40 m2 gelden daarom de richtlijnen overeenkomstig het basisveiligheidsniveau wateroverlast voor klimaatbestendige nieuwbouw. Dit basisveiligheidsniveau is opgesteld door de Metropoolregio Amsterdam (MRA), waarvan de regio Zaanstreek-Waterland deel uitmaakt. Tot ‘bebouwd gebied’ van een perceel worden daarbij gerekend: het dakoppervlak én het versteende deel van de tuin, oprit e.d.

Het klimaatbestendig inrichten heeft tijd nodig. Bovendien vraagt het om een goede afstemming met andere ontwikkelingen, zoals de energietransitie, woningbouw en onderhoud van wegen en groen. Door dit goed te combineren kunnen we doelmatige oplossingen realiseren en overlast voor bewoners beperken.

straatlaag

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

21

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

Daarnaast analyseren we het functioneren van bestaande verbeterd gescheiden stelsels3. In de praktijk blijkt toch vaak relatief schoon water naar de rwzi geleid te worden. Dit willen we zoveel mogelijk beperken.

3. AANPAK

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

Deze informatie willen we toegankelijk maken voor bewoners en bedrijven. Zo kunnen zij bij grondwaterproblemen of te verwachten risico’s op

3.3 Grondwater Inzicht in grondwater In de deelregio Zaanstreek-Waterland werken we de komende jaren aan een beter inzicht in het grondwatersysteem, zowel voor gemeenten en waterschap als voor bewoners en bedrijven. Dit doen we door grondwatermeetgegevens te verzamelen en te combineren met neerslagen verdampingsgegevens. Zo kunnen we lokaal het effect van neerslag en verdamping op grondwaterstanden beter in beeld krijgen. Dit effect kan van plek tot plek fors verschillen, afhankelijk van bodemopbouw, inrichting van de omgeving en beheer van het oppervlaktewatersysteem.

Figuur 3.9

3

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

6. BENODIGDE MIDDELEN

funderingsschade nuttige informatie vergaren, om inzicht te krijgen in hun eigen situatie en zelf actie te kunnen ondernemen.

HOOGHEEMRAADSCHAP

GEMEENTE

BEWONER

Waterbeheerder, beheer van watergangen en beheer waterpeil

Beheer openbare ruimte, Grondwaterloket, Grondwaterzorgplicht

Eigen verantwoordelijkheid om eigen perceel droog te houden

Verantwoordelijkheden grondwater

Dit zijn stelsels met een regenwater- en vuilwaterriool. Bij regenval wordt het ingezamelde regenwater, dat vervuild kan raken, naar het vuilwater riool geleid. Na enige tijd gaat het schone regenwater naar het oppervlaktewater.

Gemeente Landsmeer

22

BIJLAGEN

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

Gepast grondwaterbeheer Op plaatsen waar vrijwel altijd grondwateroverlast of -onderlast is, kiezen we voor gepast grondwaterbeheer. Zo leggen we bijvoorbeeld DIT-riolen aan. Dit zijn geperforeerde leidingen die grondwater kunnen draineren, infiltreren en transporteren.

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

BIJLAGEN

Om schade aan woningen door grondwater of extreme neerslag te voorkomen is het belangrijk om goede uitgangspunten te hanteren bij het ontwerp. In bebouwd gebied streven we naar een toereikende ontwateringsdiepte. De ontwateringsdiepte is het verschil tussen het maaiveld en het grondwaterpeil. In onderstaande figuur hebben we dit ontwerp gevisualiseerd.

Grondwaterloket en afwegingskader Deze informatie geven we een plek in een digitaal grondwaterloket. Hierbij zijn niet alleen meetgegevens op te vragen, maar geven we ook adviezen voor het oplossen van problemen.

Maaiveld

We werken toe naar het registreren van klachten naar aard, omvang en locatie. Het vinden van de oorzaak is geen makkelijke opgave, maar de registratie helpt wel bij het tijdig signaleren van grondwaterproblemen die door meerdere bewoners in een buurt worden ervaren. Bij dergelijke problemen speelt de gemeente een faciliterende rol en streven we naar een gezamenlijke en doelmatige oplossing. We willen voor bewoners en bedrijven inzichtelijk maken welke afwegingen we maken bij de keuze voor een oplossing en welke rol iedere betrokkene hierbij vervult.

Ontwateringsdiepte

Waterpeil

Drooglegging

Opbolling Uitzakking Slootafstand

Functie volgt peil Het Rijk wil ‘water en bodem sturend’ laten zijn bij beslissingen over de inrichting van het land. Op die manier moet Nederland verzekerd zijn van voldoende en schoon water en een gezonde bodem. In de regio is dat ook onze inzet. Landgebruik moet zo goed mogelijk passen bij het natuurlijke bodem- en watersysteem. Het vraagt om een verandering van ‘peil volgt functie’ naar ‘functie volgt peil’. Dit helpt toekomstige grondwaterproblemen te verminderen.

Gemeente Landsmeer

6. BENODIGDE MIDDELEN

Figuur 3.10

23

Toelichting ontwatering, drooglegging, opbolling en uitzakking in schematische weergave profiel

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

Geadviseerde minimale ontwateringsdiepte bij nieuwbouw Minimaal benodigde ontwateringsdiepte

Woningen zonder kruipruimte (t.o.v. onderkant vloer)

0,5 m

Woningen met kruipruimte (t.o.v. ponderkant vloer)

0,7 m

Tuinen/Groenvoorzieningen

0,5 m

Hoofdwegen (t.o.v. kruin van de weg)

1,0 m

De gemeente werkt graag mee aan het behalen van de doelstellingen. Een goede waterkwaliteit is noodzakelijk voor biodiversiteit in het water en ook belangrijk voor het recreatieve gebruik van oppervlaktewater waaronder De Breek en Het Twiske.

Afspraken over de ontwateringsdiepte zijn maatwerk en worden in een nieuwbouwplan aangepast naar de lokale situatie. Uitgangspunt daarbij is dat projectontwikkelaars zorg dragen voor voldoende ontwatering zonder toepassing van grondwatertechnische maatregelen als drainage. Ze moeten dit binnen het nieuwbouwproject realiseren en mogen hierbij problemen niet afwentelen naar de omgeving.

Gemeente Landsmeer

BIJLAGEN

Waterkwaliteit De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is een richtlijn met eisen aan de waterkwaliteit waar vooral de waterschappen als waterbeheerders aan werken op regionaal niveau. De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Toch blijkt het moeilijk te voldoen aan de KRW richtlijn. Zo blijkt de oude zeebodem binnen Noorderkwartier zeer rijk aan voedingsstoffen te zijn, waardoor toegestane waarden in de KRW worden overschreden.

Geadviseerde minimale ontwateringsdiepte

Functie

6. BENODIGDE MIDDELEN

3.4 Oppervlaktewater

In onderstaande tabel zijn adviezen opgenomen voor de gewenste minimale ontwateringsdiepte bij nieuwbouw (bron: SBR, publicatie 99): Tabel 3.1

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

Als we bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers aanleggen, dragen we bij aan de ecologische waterkwaliteit. Daarbij moeten we wel goed letten op de beheerbaarheid van de oevers. We willen niet dat door aangroei van riet bewoners het open water niet meer kunnenzien. Het lokaal vasthouden van regenwater in plaats van afvoeren via een regenwateruitlaat levert een bijdrage aan de waterkwaliteit. Dit geldt ook voor de beperking van overstortingen vanuit het gemengde stelsel.

24

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

Onderhoud watersysteem We willen een open watersysteem dat er mooi en aantrekkelijk uit ziet. Dat vraagt om uiteenlopend onderhoud (baggeren, beschoeiingen, drijfvuil, dijkjes). Daarvoor zijn heldere afspraken tussen waterschap en gemeente nodig: wie doet wat? Duikers zijn buizen die watergangen onder wegen en dijken verbinden. Zij zijn van groot belang voor de afvoer van regenwater bij hevige neerslag. In de deelregio Zaanstreek-Waterland ligt voor ongeveer 36 kilometer aan duikers, die beheerd worden door de gemeenten. Een zorgvuldig beheer van de duikers is heel belangrijk. Met het oog op de toename van piekbuien leggen we de data over duikers beter vast en besteden we meer aandacht aan het beheer en onderhoud ervan.

Figuur 3.11

Gemeente Landsmeer

25

Voorbeeld van een duiker die watergangen onder wegen en dijken verbinden.

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

Huidige situatie Landsmeer

4

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

4. Huidige situatie Landsmeer In dit hoofdstuk komt het areaal van de gemeente aan bod - wat hebben we? - met een korte omschrijving hoe het systeem van de (afval) waterketen werkt. Op basis van de evaluatie van het GRP 2018-2023 (zie ook bijlage 4) wordt in de paragrafen 4.2 en 4.3 gekeken naar wat er goed gaat en wat nog beter kan?

4.1 Wat hebben we? In deze paragraaf beschrijven we uit welke rioleringssystemen en objecten de afvalwaterketen in Landsmeer bestaat. Op de website ‘Samenwerking in de waterketen – Geo voor iedereen’ heeft het hoogheemraadschap kaartmateriaal beschikbaar waar ook veel informatie op te zien is, zoals de ligging van riolering, persleidingen en de rwzi of bijvoorbeeld percelen met een IBA (in beheer bij HHNK).

In het dorp Vrijvervalriolering De vrijvervalriolering zorgt voor het inzamelen van het vuilwater of gemengde water (vuilen hemelwater) naar de rioolgemalen. De rioolgemalen verpompen het ingezamelde water naar de rwzi.

Figuur 4.1. Verdeling type stelsel [in km]

Figuur 4.1

In de gemeente Landsmeer ligt ongeveer 66 Km aan vrijvervalriolering. Hiervan is slechts 7 Km gemengde riolering, de anderen zijn hemelwater(28 km) en vuilwaterriolen (31 km). De leeftijdsopbouw van de vrijvervalriolering is in figuur 4.2 opgenomen. Hierin is zichtbaar dat er in de afgelopen 10 jaar bijna 16 km is aangelegd, vervangen dan wel gerelined. Daarnaast is een groot deel van de riolering inmiddels tussen de 30 en 60 jaar oud. De gemiddelde vervangingsleeftijd van riolering in onze regio ligt op 40 jaar.

Figuur 4.2. Leeftijdsopbouw vrijvervalriolering [km per 10jaar]

Figuur 4.2

Gemeente Landsmeer

Verdeling type stelsel [in km]

27

Leeftijdsopbouw vrijvervalriolering [km per 10jaar]

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

Overstorten De overstorten in het gemengde stelsel zijn er om bij hevige neerslag het stelsel te ontlasten. Dan stroomt het gemengde water via de overstort naar het oppervlaktewater. Ook een regenwaterstelsel kan een overstort hebben. Bij dit systeem wordt een deel van het water naar de rwzi getransporteerd en wanneer er meer neerslag valt dan een bepaalde hoeveelheid, stort dit water over op het oppervlaktewater. Dit noemen we een verbeterd gescheiden stelsel. In de gemeente Landsmeer is één overstort in het verbeterd gescheiden stelsel en in de gemengde riolering zijn achttien overstorten aanwezig. Rioolgemalen De gemeente heeft tien rioolgemalen in eigendom. Deze rioolgemalen verpompen water naar een ander bemalingsgebied (in de kernen) of zijn in het buitengebied onderdeel van het drukrioleringssysteem.

Figuur. 4.3

Zuiveringskring Zaandam-Oost, Landsmeer/Den Ilp

Figuur 4.4

Zuiveringskring Beemster,Purmerland

In de kernen staan ook vijf riooleindgemalen van HHNK ( zie figuur 4.3 en 4.4). Deze “eindgemalen” transporteren het afvalwater, via een persleiding, naar de rwzi. HHNK heeft in gemeente Landsmeer 9,5 km persleiding liggen. Rwzi De rwzi is van het hoogheemraadschap. Zij zuiveren het water en lozen dit water weer op het oppervlaktewatersysteem. Het afvalwater uit de gemeente Landsmeer wordt gezuiverd in de rwzi‘s Zaandam-Oost. Alleen Den Ilp en Purmerland wordt in rwzi Beemster gezuiverd (gemeente Purmerend). Deze zuiveringen lozen het water (het effluent) op een zijtak van het Noordzeekanaal (rwzi Zaandam-Oost) en de Purmerringvaart (rwzi Beemster). De afvoerstructuur is weergeven in figuur 4.3 en 4.4.

Gemeente Landsmeer

28

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

BIJLAGEN

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

In het buitengebied

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

deze data voor werkzaamheden tijdens projecten of bij informatievragen hieromtrent in de planperiode van dit GRWP zoals beschreven in paragraaf 3.3.

Drukriolering In het buitengebied zijn drukrioleringssytemen aanwezig. Bij zo’n systeem wordt het afvalwater van één of meerdere percelen via een pompunit en persleiding verzameld en getransporteerd. Vaak loost dit systeem op het vrijvervalstelsel van de gemeente.

Water Tijdens het opstellen van het klimaatatadaptatieplan dat in april 2020 is vastgesteld door de raad kwam naar voren dat gemeente en waterschap verschillend kijken ten aanzien van wateroverlast rond de vijvers bij de Kievitstraat. De gemeente rekent met hydraulische modellen met het riool als uitgangspunt en het HHNK rekent vanuit het oppervlaktewater. Om inzicht in fluctuaties van het oppervlaktewaterpeil te krijgen na bijvoorbeeld zeer hevige buien is een peilbuis geplaatst in de noordelijkste van de drie vijvers4 (zie figuur 4.5).

In Landsmeer wordt afvalwater wat via drukriolering wordt ingezameld en getransporteerd via 151 pompunits verpompt. Er ligt bijna 20 kilometer aan drukleiding om het afvalwater te transporteren. IBA’s In de gemeente heeft één perceel een IBA. Dit is een systeem voor individuele behandeling van afvalwater. Deze locatie ligt (of lag) destijds te ver van de gemeentelijke riolering om hierop te worden aangesloten. Deze IBA is in eigendom en beheer van HHNK en worden in het kader van het vervangingsproject vervangen door een verbeterde septic tank (VST). Meten

Riolering De gemeente meet op drie locaties in de riolering bij de overstortlocaties. Dit wordt gedaan om meer inzicht te krijgen in het werkelijk functioneren van het rioleringssysteem. Daarnaast zijn de rioolgemalen van zowel de gemeente als HHNK voorzien van niveaumeters. Met deze gegevens kan worden ingeschat of er bijvoorbeeld ten onrechte hemelwater op een vuilwatersysteem is aangesloten of dat er intredend oppervlaktewater optreedt.

Grondwater In de gemeente wordt op 44 locaties de grondwaterstand gemeten. Het gaat hierbij om twintig tijdelijke meetpunten vanwege herinrichtingsprojecten zoals de Meerkoetstraat, Meervalweg, Tormentilstraat, Havenzathe e.o. en om 24 vaste meetpunten verdeeld over de gebouwde omgeving van de gemeente Landsmeer (zie figuur 4.5).” Het meten van de grondwaterstanden geeft inzicht in de effecten van droge perioden of juist perioden van neerslag. We gebruiken

Oppervlaktewater De gemeente heeft een groot deel van het oppervlaktewater en aanliggende beschoeiingen in beheer. Een groot gedeelte van het stedelijk water, ongeveer 12,5 km, wordt overgedragen aan het hoogheemraadschap. Terwijl een gedeelte van de wegsloten in het buitengebied, ruim 28 km, wordt overgedragen aan de gemeente. De watergangen worden door 3 km aan duikers die de gemeente in beheer heeft met elkaar verbonden.

4

Dit was een actiepunt van de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie.

Gemeente Landsmeer

29

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

4.2 Wat gaat er goed? De gemeenten binnen de regio Zaanstreek-Waterland hadden bij de invulling van de zorgplicht ten aanzien van riolering bij (grootschalige) nieuwbouw en herontwikkeling een hoog ambitieniveau. Deze ambities bij nieuwbouw, herontwikkeling en herinrichting zijn ingevuld. Omdat in bestaand bebouwd gebied de ruimte beperkt is en het tempo van ontwikkelingen lager is gold hier een basis ambitieniveau. Binnen de gemeente Landsmeer is een inhaalslag gemaakt. Ten aanzien van de opgetreden slijtages en zijn achterstanden weg gewerkt. Bij nieuwbouw en wanneer er veel oppervlaktewater in de directe omgeving is, worden er zo min mogelijk hemelwaterstelsels aangelegd. Het water voert dan rechtstreeks af naar oppervlaktewater. Ook wordt er DTriolering (Drainage Transportriolering) aangelegd om het grondwaterpeil te reguleren. Figuur 4.5

Grondwatermeetpunten in Landmeer

Gemeente Landsmeer

30

Riool- en Waterzorgprogramma 2025-2028

1. GEZONDE EN PRETTIGE LEEFOMGEVING

2. VISIE: LEIDENDE PRINCIPES

3. AANPAK

4. HUIDIGE SITUATIE LANDSMEER

5. UITVOERINGSPROGRAMMA

6. BENODIGDE MIDDELEN

BIJLAGEN

De strategie voor de planperiode van het huidige GRP is geëvalueerd en deze uitgebreide evaluatie is opgenomen als bijlage 4. Zoals hierboven aangegeven heeft er voor wat betreft het afvalwaterstelsel een inhaalslag plaatsgevonden ten aanzien van de opgetreden slijtage aan de riolen.

door naar een ontwerpbui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per tien jaar (bui 10 uit de landelijke Leidraad Riolering, ca. 30 mm in één uur). Als de maatregelen om deze bui te verwerken niet leiden tot significant hogere kosten nemen we deze in overweging.

Daarnaast is er afgekoppeld. Zo wordt toegewerkt naar een robuuster watersysteem voor de gemeente Landsmeer. Het opgestelde uitvoeringsplan klimaatadaptatie draagt hier ook aan bij. Tevens zijn er een aantal acties opgestart die nog lopen. Dit betreft met name onderzoeken naar bijvoorbeeld intredend oppervlaktewater en foutaansluitingen. Daarnaast is er een grondwatermeetnet ingericht en zijn de eerste analyses uitgevoerd. Het onderdeel grondwater wordt verder doorontwikkeld in de planperiode van het GRWP. Ook zal communicatie sterker worden neergezet.

Het ondergrondse stelsel is niet genoeg om de extreme regenval waar we mee geconfronteerd worden op te vangen. Om deze reden passen we bestaande en innovatieve oplossingen in de bovengrond toe om hemelwater op te vangen. We richten ons op maatregelen waarbij we water vasthouden op de plek waar het valt, bergen op plekken waar dat zo min mogelijk overlast en/of schade veroorzaakt, of afvoeren naar het oppervlaktewater. Het ontwerpuitgangspunt voor de inrichting van het maaiveld is dat we ons richten op het voorkomen van wateroverlast in panden als er 60 mm in één uur valt, mits het vloerpeil 10 cm boven het maaiveld ligt. Locaties waar op basis van dit uitgangspunt knelpunten worden verwacht krijgen extra aandacht.

Aandachtspunten ten aanzien van lopende projecten zijn: • De overdracht stedelijk water aan het Hoogheemraadschap loopt nog. Momenteel is al het stedelijke oppervlaktewater nog in onderhoud bij de gemeente.

•

Waterrobuuste inrichting Bij de gemeente Landsmeer wordt zoveel mogelijk water robuust ontworpen en wordt gescheiden riolering aangelegd.

•

•

Voor het ontwerp van het maaiveld en ondergrondse stelsels hanteren we, net als in de vorige GRP periode, actuele ruimtelijke en hydraulische analyses (bijvoorbeeld de klimaatstresstest). Voor te reconstrueren riolering hanteren we als vertrekpunt een ontwerpbui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per twee jaar (bui 08 uit de landelijke Leidraad Riolering, ca. 20 mm in één uur). Voor nieuwe rioolstelsels geldt hetzelfde vertrekpunt, maar kijken we tevens

Gemeente Landsmeer

31

In 2022 is een convenant klimaatbestendige nieuwbouw van de MRA ondertekend en is het uitvoeringsplan klimaatadaptatie vastgesteld. De data die wordt verzameld door het meten en monitoren wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het actualiseren van het Systeem Overzicht Stedelijk Water (SSW). Het uitvoeringsprogramma van het vigerende GRP is uitgevoerd op het herstelplan van foutaansluitingen na. Hiervoor is inmiddels wel opdracht gegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=4dce6dd8-747c-4076-b091-280b1a7785e6