04 Bijlage Toelichting bij verordening jeugdhulp Landsmeer 2026
Tekst van het document
Toelichting verordening jeugdhulp gemeente Landsmeer 2026 INHOUD ALGEMEEN ................................................................................................................................................2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING ...........................................................................................................7 Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen .........................................................................................................7
Hoofdstuk 2
Vormen van jeugdhulp .......................................................................................................9
Paragraaf 1
Overige voorzieningen ....................................................................................................9
Paragraaf 2
Individuele voorzieningen .............................................................................................15
Hoofdstuk 3
Toegang tot jeugdhulpvoorzieningen...............................................................................25
Hoofdstuk 4 Behandeling van een aanvraag om een individuele voorziening; onderzoek en besluitvorming via de gemeente .................................................................................................................30 Hoofdstuk 5
Aanvullende regels voor een individuele jeugdhulpvoorziening in de vorm van een pgb 50
Hoofdstuk 6
Herziening, intrekking, terugvordering en opschorten ....................................................62
Hoofdstuk 7
Controle en toezicht .........................................................................................................67
Hoofdstuk 8
Afstemming met andere voorzieningen ...........................................................................72
Hoofdstuk 9
Waarborging prijs-kwaliteit ..............................................................................................77
Hoofdstuk 10
Klachten en medezeggenschap .....................................................................................78
Hoofdstuk 11
Slotbepalingen ..............................................................................................................79
Pagina 1 van 81
ALGEMEEN Opbouw van de verordening Deze verordening begint in hoofdstuk 1 met een begrippenlijst. In hoofdstuk 2 leest u welke vormen van jeugdhulp de gemeente kan bieden. Hoofdstuk 3 behandelt de verschillende wegen die leiden naar toegang tot jeugdhulp. Hoofdstuk 4 gaat over de manier waarop een verzoek om jeugdhulp wordt beoordeeld en hoe een besluit daarover wordt voorbereid. Hoofdstuk 5 bevat aanvullende regels voor het bieden van jeugdhulp in de vorm van een persoonsgebonden budget. De hoofdstukken 6 tot en met 10 bevatten overige (algemene) regels, onder meer over rechten, (medewerkings)plichten en de herziening van besluiten.
In de toelichting wordt veel verteld. Vaak in moeilijke woorden. Daarom leggen we het in de blauwe vakken ook kort en duidelijk uit.
De opdracht van de wetgever: wat moet de Verordening regelen? Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. De taken van de gemeenten zijn geregeld in de Jeugdwet (hierna: de wet). Gemeenten moeten ervoor zorgen dat jongeren met een beperking, stoornis of aandoening de jeugdhulp en ondersteuning krijgen die nodig is. Eén van de doelen van de wet is om gebruik te maken van de eigen kracht van jongeren, ouders en hun sociale netwerk, zodat jeugdhulp wordt geboden aan jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties, waarbij de inzet van jeugdhulp noodzakelijk is gezien de aard en ernst van de hulpvraag. Deze verordening geeft uitvoering aan de wet die de gemeenteraad opdraagt om bij verordening regels vast te stellen over: a. de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; b. de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; c. de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; en d.
de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Daarnaast regelt deze verordening, overeenkomstig de wet, op welke wijze ingezetenen, waaronder in ieder geval jeugdigen of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij de uitvoering van de wet, waarbij wordt geregeld de wijze waarop zij: a. in de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen; b. vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen; c. worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen, d. deel kunnen nemen aan periodiek overleg; e. onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden; en f. worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. De verordening bevat ook regels ter waarborging van: a. een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van diensten door derden en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; en b. de continuïteit van de jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering.
Pagina 2 van 81
Achtergronden De wet maakt deel uit van de in 2015 ingezette bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van de jeugdzorg, de jeugd-ggz, de zorg voor verstandelijk beperkte jeugdigen en de begeleiding en persoonlijke verzorging van jeugdigen. Eén van de uitgangspunten hierbij was dat een omslag gemaakt zou worden van een stelsel gebaseerd op een wettelijk recht op zorg (aanspraak) naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten (voorziening), op een wijze zoals eerder is gebeurd met de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken op jeugdzorg zijn vervangen door een voorzieningenplicht, waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Het doel van het jeugdzorgstelsel blijft echter onverminderd het waar nodig tijdig bieden aan jeugdigen en ouders van bij hun situatie passende hulp, met als beoogd doel ervoor te zorgen de eigen kracht van de jongere en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin wordt versterkt. Deze verordening kan niet los worden gezien van het beleidsplan, dat de raad op grond van artikel 2.2, van de wet heeft vastgesteld. In dit beleidsplan is het door het gemeentebestuur te voeren beleid vastgelegd met betrekking tot preventie en jeugdhulp.
Vrij toegankelijk en niet vrij toegankelijk In de verordening is onderscheid gemaakt tussen overige (vrij-toegankelijke) en individuele (niet vrijtoegankelijke) voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (zie artikel 2, eerste, respectievelijk tweede lid). Voor een deel van de hulpvragen zal volstaan kunnen worden met een vrij-toegankelijke voorziening. Hier kunnen de jeugdige en/of zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben. De jeugdige en zijn ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp dus rechtstreeks tot de jeugdhulpaanbieder wenden. Toegang jeugdhulp via de gemeente Een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder kan binnenkomen bij de gemeente (in sommige gevallen nadat zij naar de gemeente zijn doorverwezen door Veilig thuis). De beslissing door de gemeente welke hulp een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft, komt vervolgens tot stand op basis van het onderzoek dat namens het college in samenspraak met die jeugdige en zijn ouders wordt uitgevoerd. Veelal zal op basis van één of meerdere gesprekken tussen een door de gemeente ingezette deskundige en de jeugdige en zijn ouders gekeken worden wat de jeugdige en zijn ouders eventueel zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen aan het probleem.
Als aanvullend daarop een voorziening op het gebied van jeugdhulp nodig is, dan zal eerst gekeken worden of dit een vrij-toegankelijke voorziening is of een niet vrijtoegankelijke voorziening. Is het laatste het geval dan neemt het college een besluit tot verstrekking van de voorziening en worden de jeugdige en zijn ouders doorverwezen naar een jeugdhulpaanbieder die in staat is om de betreffende problematiek aan te pakken. Dit proces is in deze verordening nader ingekaderd. Toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist De wet regelt daarnaast dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. Na een dergelijke verwijzing staat echter nog niet vast welke specifieke behandelvorm van jeugdhulp (dus bijvoorbeeld welke therapie) een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft. Een jeugdige kan op dat moment terecht bij de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft gecontracteerd. In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder zelf zijn die op basis van zijn professionele autonomie na de verwijzing beoordeelt welke voorziening precies nodig is (de behandelvorm), hoe vaak iemand moet komen (de omvang) en hoe lang (de duur). Bij deze beoordeling dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie.
Deze afspraken zien op hoe de gemeente haar regierol kan waarmaken en op de omvang van het pakket. Deze afspraken zullen verder ook ingaan op hoe de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind, zodat de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin – 1 regisseur – 1 plan, met name bij meervoudige problematiek, kan worden geborgd en er geen nieuwe ‘verkokering’ zal plaatsvinden, waarbij
Pagina 3 van 81
professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn. Daarnaast zal de jeugdhulpaanbieder rekening moeten houden met de regels die in deze verordening zijn gesteld. Deze verordening regelt welk aanbod van de gemeente alleen via verwijzing of met een besluit van de gemeente toegankelijk is en stuurt op collectief niveau op de omvang en duur van de beschikte individuele voorzieningen (zie artikel 2, derde lid). De bepalingen in de verordening over het onderzoek naar de hulpvraag zijn onverkort op jeugdhulpaanbieders van toepassing, ook bij de toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist (zie artikel 3). Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het Openbaar Ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting Een andere ingang tot de jeugdhulp is via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter (via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering), het Openbaar Ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting. De gecertificeerde instelling is verplicht om bij de bepaling van de in te zetten jeugdhulp in het kader van een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering te overleggen met de gemeente. Uiteraard kan bij dit overleg een kostenafweging plaatsvinden.
De gemeente is op haar beurt vervolgens gehouden de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig achten ter uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering. Deze leveringsplicht van de gemeente vloeit voort uit het feit dat uitspraken van rechters te allen tijde moeten worden uitgevoerd om rechtsgelijkheid en rechtszekerheid te kunnen garanderen. Ook hier geldt dat de gecertificeerde instelling in beginsel gebonden is aan de jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht. Als de kinderrechter een ondertoezichtstelling of beëindiging van het gezag uitspreekt, wijst hij gelijktijdig in de beschikking de gecertificeerde instelling aan die de maatregel gaat uitvoeren. Dit kan de rechter juist omdat de raad voor de kinderbescherming in zijn verzoekschrift een concreet advies geeft over welke gecertificeerde instelling de maatregel zou moeten uitvoeren. De raad voor de kinderbescherming neemt een gecertificeerde instelling in zijn verzoekschrift op die na overleg met de gemeente en gezien de concrete omstandigheden van het geval hiervoor het meest geschikt lijkt. De raad voor de kinderbescherming is verplicht om hierover met de gemeente te overleggen. Deze toegang wordt al in de wet zelf geregeld en komt verder dus niet terug in deze verordening.
Afbakening jeugdhulpplicht De reikwijdte van de jeugdhulpplicht in de wet vormt al enkele jaren een belangrijk onderwerp in gesprekken over de jeugdzorg. In de Hervormingsagenda Jeugd is de afspraak gemaakt dat de wetgever de wet gaat aanpassen om deze reikwijdte te verduidelijken en af te bakenen c.q. te begrenzen. Dit om ervoor te zorgen dat de jeugdhulp terechtkomt bij de meest kwetsbare gezinnen of gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Het doel is om duidelijk te maken wat er wel onder de jeugdhulpplicht valt, in plaats van wat er niet onder valt. Op dit moment geldt er geen jeugdhulpplicht voor hulp die op ‘eigen kracht’ kan worden geboden of worden georganiseerd, maar deze begrippen zijn echter niet gedefinieerd in de wet. Als er vrij toegankelijke voorzieningen zijn, dan gaan deze momenteel voor op niet-vrij toegankelijke voorzieningen. De verordening voorziet in: - Het scherper verwoorden en uitwerken van het beschikbare voorzieningenpakket; - Een verbeterde afstemming tussen de wet en andere wetgeving; - Het uitwerken van de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen ouders en het college als verstrekker van individuele voorzieningen; - Een uitdrukkelijke opname van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) verplicht stellen voor de medische verwijsroute; en - Duidelijke voorwaarden ter voorkoming van oneigenlijk gebruik en misbruik van de wet.
Deze verordening vormt het normstellend kader waarmee de jeugdhulp nader wordt geregeld, met inachtneming van de wet.
Pagina 4 van 81
🧾 Toelichting – Algemeen in begrijpelijke taal 📘 Hoe is de verordening opgebouwd? De verordening begint met een lijst van belangrijke begrippen. Daarna lees je in hoofdstuk 2 welke soorten jeugdhulp de gemeente kan geven. In hoofdstuk 3 staat hoe je toegang krijgt tot jeugdhulp. Hoofdstuk 4 legt uit hoe een aanvraag wordt beoordeeld. Hoofdstuk 5 gaat over jeugdhulp via een persoonsgebonden budget (pgb). De hoofdstukken 6 tot en met 10 gaan over andere regels, zoals rechten, plichten en het aanpassen van besluiten. 🏛 Wat moet de gemeente regelen volgens de wet? Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. Dat staat in de Jeugdwet. De gemeente moet zorgen dat jongeren met een beperking of probleem de juiste hulp krijgen. De wet wil dat jongeren en ouders zoveel mogelijk zelf doen, met hulp van hun netwerk. Alleen als dat niet lukt, komt de gemeente in beeld. De gemeenteraad moet regels maken over: • • • •
Welke hulp de gemeente geeft en hoe dat wordt beoordeeld. Hoe de hulp wordt afgestemd met andere hulp, zoals zorg, onderwijs of werk. Hoe de hoogte van een pgb wordt bepaald. Hoe misbruik van hulp of pgb wordt voorkomen.
Ook moet de gemeente zorgen dat inwoners, vooral jongeren en hun ouders, kunnen meedenken over het beleid. Bijvoorbeeld door: • • • •
Zelf voorstellen te doen. Advies te geven over plannen. Informatie en ondersteuning te krijgen. Mee te doen aan overleg.
Verder moet de gemeente zorgen voor: • •
Een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van de hulp. Dat de hulp doorgaat, ook bij bijvoorbeeld jeugdbescherming of jeugdreclassering.
🧩 Achtergrond De Jeugdwet is onderdeel van een grote verandering in 2015. Gemeenten kregen toen meer taken, zoals jeugdzorg, jeugd-ggz en hulp aan jongeren met een beperking. Het recht op zorg werd vervangen door een plicht voor gemeenten om passende hulp te regelen. De gemeente bepaalt dus wat nodig is, op maat. De verordening hoort bij het beleidsplan van de gemeente. Daarin staat het beleid over jeugdhulp, preventie en jeugdbescherming.
Pagina 5 van 81
🚪 Vrij toegankelijke en niet vrij toegankelijke hulp Er zijn twee soorten hulp: • •
Vrij toegankelijke hulp: hiervoor heb je geen besluit van de gemeente nodig. Je kunt er zelf naartoe. Individuele hulp: hiervoor is een besluit van de gemeente nodig.
🏛 Toegang via de gemeente Een hulpvraag kan bij de gemeente binnenkomen, bijvoorbeeld via Veilig Thuis. De gemeente onderzoekt samen met het gezin wat nodig is. Soms is hulp uit het eigen netwerk genoeg. Als er meer nodig is, kijkt de gemeente of het om vrij toegankelijke of individuele hulp gaat. Bij individuele hulp volgt een besluit en een verwijzing naar een aanbieder. 🩺 Toegang via artsen Ook een huisarts, jeugdarts of medisch specialist kan verwijzen naar jeugdhulp. De aanbieder bepaalt dan welke hulp precies nodig is. De aanbieder moet zich houden aan de afspraken met de gemeente. Zo blijft de hulp goed afgestemd en overzichtelijk. ⚖️ Toegang via rechter of gecertificeerde instelling Soms bepaalt de kinderrechter of een gecertificeerde instelling welke hulp nodig is, bijvoorbeeld bij een ondertoezichtstelling. De gemeente moet deze hulp dan leveren. De gemeente mag wel meedenken over de kosten, maar moet de hulp geven die nodig is. 📏 Wat valt wel en niet onder jeugdhulp? De wet wordt binnenkort aangepast om duidelijker te maken wat wel en niet onder jeugdhulp valt. Nu is het soms onduidelijk. De bedoeling is dat hulp vooral terechtkomt bij gezinnen die het echt nodig hebben. Hulp die mensen zelf kunnen regelen, valt daar meestal niet onder. De verordening helpt hierbij door: • • • •
Beter te beschrijven welke hulp er is. Beter af te stemmen met andere wetten. Duidelijk te maken wat ouders zelf moeten doen. Regels te geven om misbruik te voorkomen.
Pagina 6 van 81
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Alleen die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen Het aantal definities in artikel 1 is beperkt aangezien de Jeugdwet (hierna: de wet) al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Deze wettelijke definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in de verordening. Het betreft onder meer definities van centrale begrippen als ‘jeugdhulp’, ‘jeugdige’ en ‘ouder’. In de verordening worden de begrippen jeugdige en ouder overeenkomstig de wet gebruikt. Indien mogelijk aangeduid algemeen als ‘jeugdigen en ouders’ en specifiek veelal als ‘de jeugdige of zijn ouder(s)’. Gebruik van ‘of’ impliceert hier ook de betekenis ‘en’. Met de aanduiding ‘de jeugdige of zijn ouder(s)’ bedoelen we dus: de jeugdige (van bijvoorbeeld 16 jaar of ouder) zelfstandig, de jeugdige met een of beide ouders (in de definitie van artikel 1 van de wet: de gezaghebbend ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder) (bij een jeugdige tussen de 12 en de 16 jaar), of de ouders namens de jeugdige (bij een jeugdige jonger dan 12 jaar). In artikel 1.1 van de wet is jeugdhulp als volgt gedefinieerd: ‘1°.
ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen; 2°. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en 3°. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht’.
Ook de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kent een aantal definitiebepalingen die voor deze verordening van belang zijn, zoals: ‘aanvraag’ (artikel 1:3, derde lid, van de Awb) en ‘beschikking’ (artikel1:3, tweede lid, van de Awb). ‘Andere voorziening’: onder het begrip ‘andere voorziening’ wordt in deze verordening verstaan een voorziening die niet op grond van de wet wordt getroffen, maar in het kader van maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, werk en inkomen of zorg. Bijvoorbeeld schuldhulpverlening of psychische zorg aan volwassenen. Zie ook artikel 2.9, onder b, van de wet. De verschillende beschikbare vormen van jeugdhulp zijn opgenomen in hoofdstuk 2 (individuele voorzieningen en overige voorzieningen). Hoe individuele voorzieningen verkregen kunnen worden, is nader geregeld in Hoofdstuk 3 en verder. ‘Individuele voorziening’: ’ is de term die in de Jeugdwet gebruikt wordt voor wat in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een ‘maatwerkvoorziening’ heet. De term individuele voorziening wordt in de Jeugdwet niet gedefinieerd, vandaar dat in de verordening een begripsbepaling is toegevoegd. Ofschoon de term (net als de term ‘overige voorziening’) verwarring op kan roepen – het gaat niet noodzakelijkerwijze om individueel geboden hulp, maar ook om groepsaanbod– is in dit geval er voor
Pagina 7 van 81
gekozen om de formele term uit de Jeugdwet te gebruiken, aangezien deze in meerdere bepalingen van de Jeugdwet een rol speelt. ‘iJw’: is in de Regeling Jeugdwet gedefinieerd als de ‘door het Zorginstituut beheerde standaarden als bedoeld in artikel 2.15, derde lid, van de wet bestaande uit bedrijfsregels, berichtenstandaarden en berichtspecificaties’. De iJw is de iStandaard om cliënten in alle fasen van de Jeugdwet-keten te volgen: van de toewijzing tot de zorglevering en de declaratie. Het doel is een snelle en efficiënte inzet van zorg ondersteunen en bijdragen aan een afname van administratieve lasten. Daarnaast moet iJw een betrouwbare en duurzame bron van informatie zijn over Jeugdwet-zorg (https://www.istandaarden.nl/ijw). ‘Lokaal Team’: Een op wijk(en)niveau werkend multidisciplinair team van professionals, dat de hulpvraag van jeugdigen en/of zijn ouders behandelt en waar nodig de gemeentelijke toegang naar de individuele voorzieningen verzorgt. ‘Perspectiefplan’: Het perspectiefplan wordt opgesteld door de jeugdige/het gezin, eventueel samen met Lokaal Team. De toe te wijzen SPIC/product is gebaseerd op de in het perspectiefplan geformuleerde resultaten. De jeugdhulpaanbieder kan hierin om advies gevraagd worden. Het Lokaal Team bepaalt uiteindelijk de SPIC/het product.
Het Lokaal Team is verantwoordelijk dat er een perspectiefplan is en deelt deze met de jeugdhulpaanbieder voor zijn dossier. Het perspectiefplan is bedoeld om de ondersteuningsbehoefte en gewenste resultaten/doelen te beschrijven. De geformuleerde resultaten voor de specialistische jeugdhulp vormen een integraal onderdeel van het behandelplan van de jeugdhulpaanbieder. Indien de Gecertificeerde Instelling verwijst, neemt het Gezinsplan de rol over van het perspectiefplan. Er is dan geen perspectiefplanverplichting. ‘Pgb’: De definitie van ‘pgb’ is opgenomen omdat de afkorting pgb in het spraakgebruik inmiddels meer is ingeburgerd dan voluit ‘persoonsgebonden budget’.
Pagina 8 van 81
Hoofdstuk 2
Vormen van jeugdhulp
Dit hoofdstuk geeft uitvoering aan artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet, op grond waarvan de gemeente verplicht is bij verordening regels te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen. Daarnaast beoogt deze verordening voor iedereen duidelijk te maken wat het gemeentelijke aanbod aan jeugdhulpvoorzieningen is. Ook vindt de gemeente het belangrijk dat op voorhand duidelijk is – uitgaande van toegang tot de jeugdhulp via de gemeente (zie artikel 3.2) – welke vormen van voorzieningen alleen toegankelijk zijn na een besluit van de gemeente (de ‘individuele voorzieningen’) en welke in beginsel vrij toegankelijk zijn voor iedereen waarvoor ze bedoeld zijn (de ‘overige voorzieningen’). Gelet op het voornoemde belang bevat dit hoofdstuk een opsomming van de vormen van jeugdhulp die de gemeente biedt. Van verschillende van de hier genoemde vormen van jeugdhulp bestaan diverse varianten. Welke variant wordt ingezet zal steeds afhankelijk zijn van de uitkomst van het onderzoek en de betreffende situatie en de specifieke behoeften van de jeugdige en zijn ouders.
Paragraaf 1
Overige voorzieningen
Overige voorzieningen zijn vrij toegankelijk voor jongeren en/of ouders. In sommige gevallen wordt gekeken of de voorziening passend is bij de vraag. Denk bijvoorbeeld aan toegang tot een voorziening als een autisme-café, buurtgezinnen of een brusjesgroep. Dit is een algemene voorziening, maar wel voor en specifieke doelgroep. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Artikel 2.1 Preventieve voorzieningen Jeugd(welzijn) De gemeente heeft met een aantal ketenpartners aanbod ontwikkeld specifiek voor jeugdigen en hun ouders. Op de website Beschikbaarheidswijzer kan onder Jeugdhulp gezocht worden op de regio Zaanstreek-Waterland. Vanaf 2026 kan hier per gemeente het aanbod preventieve voorzieningen Jeugd gevonden worden. Voorbeelden van preventieve voorzieningen zijn: • Inzet van ervaringsdeskundigen; • Jongerenwerk; • Schoolmaatschappelijk werk; • Opvoedcursussen, waaronder Positief opvoeden, cursus voor gescheiden ouders van kinderen, gespreksgroep Peuter in zicht, Opvoeden en Zo, Beter omgaan met pubers; • Ondersteuning bij leeftijdsfase gebonden problematiek zoals slaapproblemen, emotieregulatieproblemen en onzekerheid; • Inzet van Steunouders en andere vormen van informele ondersteuning voor kinderen en gezinnen (Buurtgezinnen); • Trainingen voor jeugdigen op het gebied van sociale vaardigheden, weerbaarheid, faalangst, seksualiteit, huiselijk geweld.
Denk aan Rots en Water training en Piep zei de muis. • Ondersteuning aan jonge mantelzorgers; • Ondersteuning en begeleiding die geboden wordt door jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, of professionals van de Lokale Teams.
Pagina 9 van 81
Wat staat er in artikel 2.1 over de preventieve voorzieningen voor jeugd en gezin? De gemeente biedt hulp aan kinderen, jongeren en ouders om problemen te voorkomen. Deze hulp is vrij toegankelijk. Je hebt dus geen besluit van de gemeente nodig om er gebruik van te maken. Op de website Beschikbaarheidswijzer kun je per gemeente zien welke hulp er is. Voorbeelden van deze hulp zijn: • • • • • • • • • •
Ervaringsdeskundigen: mensen die zelf ervaring hebben met problemen en anderen helpen. Jongerenwerk: activiteiten en begeleiding voor jongeren. Schoolmaatschappelijk werk: hulp op school bij opvoeding en problemen thuis. Opvoedcursussen: zoals Positief Opvoeden, omgaan met pubers, of hulp bij scheiding. Hulp bij leeftijdsproblemen: zoals slaapproblemen, onzekerheid of boosheid. Steunouders en Buurtgezinnen: mensen uit de buurt die helpen bij de opvoeding. Trainingen voor kinderen: bijvoorbeeld Rots en Water of Piep zei de muis. Hulp voor jonge mantelzorgers: jongeren die zorgen voor een familielid. Begeleiding door jeugdartsen of jeugdverpleegkundigen. Hulp bij scheiding.
Artikel 2.2 Ondersteuning bij het maken van een familiegroepsplan De wet biedt jeugdigen en/of ouder de mogelijkheid om zelf een plan, het familiegroepsplan te maken en in te dienen bij het Lokaal team. Daarbij kunnen ze ondersteuning krijgen bij door de gemeente gecontracteerde aanbieders. In het familiegroepsplan staat welke problemen de jeugdige of het gezin heeft, welke hulp nodig is, en wie die hulp geeft. Ouders, familieleden of andere direct betrokkenen kunnen een familiegroepsplan maken. Op deze manier kunnen zij meedenken en helpen aan een oplossing en wordt dus geput uit de eigen kracht.
Wat staat er in artikel 2.2 over de hulp die geboden kan worden bij het maken van een familiegroepsplan? Soms willen ouders of jongeren zelf een plan maken om hun problemen aan te pakken. Dat heet een familiegroepsplan. In dit plan staat: • • •
Wat het probleem is. Welke hulp nodig is. Wie uit de familie of het netwerk kan helpen.
De gemeente vindt het belangrijk dat gezinnen zelf meedenken over oplossingen. Daarom mogen ouders, familieleden of andere betrokkenen samen een plan maken. 👉 De gemeente kan hierbij hulp geven. Er zijn organisaties die door de gemeente zijn ingehuurd om gezinnen te ondersteunen bij het maken van zo’n plan. Het doel is dat gezinnen zoveel mogelijk hun eigen kracht gebruiken om problemen op te lossen.
Pagina 10 van 81
Artikel 2.3 Jeugdgezondheidszorg De GGD Zaanstreek-Waterland is de plek waar ouders/verzorgers, kinderen, jongeren tot 23 jaar en professionals terecht kunnen met al hun vragen over opvoeden en opgroeien. De meest bekende diensten zijn het consultatiebureau en de onderzoeken in de schoolleeftijd. Het Opvoedspreekuur is vrij toegankelijk.
Wat staat er in artikel 2.3 over Jeugdgezondheidszorg De GGD is een plek waar ouders, kinderen, jongeren (tot 23 jaar) en professionals terecht kunnen met vragen over opvoeden en opgroeien. Deze hulp is vrij toegankelijk. Je hebt geen besluit van de gemeente nodig om er gebruik van te maken. Wat doet het CJG? • •
De GGD geeft advies en ondersteuning bij opvoedvragen. Bekende onderdelen zijn het consultatiebureau en de gezondheidsonderzoeken op school.
Artikel 2.4 Lokaal team Het lokale team (het Middelpunt) is er voor alle inwoners van 0-100 jaar. Hier kunnen inwoners terecht met vragen over bijvoorbeeld mantelzorg, hulp bij financiën, ouderenhulp, gezin en relatie. Het jeugdteam maakt onderdeel uit van het Middelpunt. Het jeugdteam kijkt naar de vragen en problemen van ouders/opvoeders en hun kinderen. Zo wordt met een integrale blik gekeken en beoordeeld op welke manier de jeugdige en/of ouders het beste ondersteund kunnen worden.
Wat staat er in artikel 2.4 over het Lokale team Het lokale team is er voor alle inwoners, van jong tot oud (0 tot 100 jaar). Het lokale team in de gemeente Landsmeer heet het Middelpunt. Je kunt hier terecht met allerlei vragen, bijvoorbeeld over: • • • •
Mantelzorg (zorg voor een familielid of bekende), Geldzaken, Hulp voor ouderen, Problemen in het gezin of in een relatie.
Het lokale team werkt samen met andere teams, zoals: •
Het Jeugdteam.
Samen kijken ze wat er aan de hand is en welke hulp het beste past bij de situatie van het kind of het gezin. Ze proberen altijd een totaalbeeld te krijgen, zodat de hulp goed op elkaar is afgestemd.
Pagina 11 van 81
Artikel 2.5 Advies- en meldpunt Huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis) Er is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling: Veilig Thuis Zaansteek-Waterland. Zij geven advies en zo nodig passende hulp(verlening) bij huiselijk geweld en kindermishandeling aan inwoners en professionals. Wat doet Veilig Thuis? • Adviseert over wat u kunt doen als er (misschien) sprake is van relatiegeweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling of verwaarlozing. • Doorbreekt onveilige situaties en zet mensen in beweging. • Neemt een melding aan over geweld in huiselijke kring of een vermoeden daarvan. • Onderzoekt, indien nodig, wat er aan de hand is. • Werkt samen met lokale teams en organisaties voor zorg- en dienstverlening. Veilig Thuis Zaanstreek-Waterland is 24 uur per dag bereikbaar via telefoonnummer 0800-2000 en via de website www.veiligthuiszw.nl kan op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur gechat worden met medewerkers.
Wat staat er in artikel 2.5 over het Advies- en meldpunt Huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis) Als er zorgen zijn over huiselijk geweld of kindermishandeling kunnen inwoners en professionals terecht bij Veilig Thuis Zaanstreek-Waterland. Wat doet Veilig Thuis? • • • • •
Geeft advies over wat je kunt doen als je denkt dat er geweld of mishandeling is. Neemt meldingen aan van (vermoedens van) huiselijk geweld of kindermishandeling. Onderzoekt wat er aan de hand is. Werkt samen met lokale teams en hulporganisaties. Helpt om onveilige situaties te stoppen en mensen in beweging te brengen.
📞 Veilig Thuis is 24 uur per dag bereikbaar via telefoonnummer 0800-2000. 💬 Je kunt ook chatten via www.veiligthuiszw.nl op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur.
Artikel 2.6 Jeugdteam Het Jeugdteam vormt de spil in de lokale jeugdhulp. De Jeugdteams bestaan uit specialisten op verschillende gebieden. Zij beschikken over expertise op het gebied van onder meer: maatschappelijke dienstverlening, (jeugd)gezondheidszorg, jeugdhulp, (jeugd)GGZ en jeugd met een verstandelijke beperking. De experts in de Jeugdteams hebben een integrale kijk op mogelijke ondersteuning/hulpvragen buiten hun eigen expertisegebied. Tijdens het gesprek met een medewerker van het jeugdteam is aandacht voor de diverse omstandigheden waar een jeugdige en daarmee het gezin zich in bevindt. De ondersteuning van het Jeugdteam kan bestaan uit het verhelderen van de hulpvraag op alle leefgebieden, advisering over de beschikbare vormen van jeugdhulp en deze inzetten, hulp op andere leefgebieden inzetten en het zelf bieden van jeugdhulp. Het Jeugdteam biedt advies en ondersteuning dichtbij huis en werkt nauw samen met relevante partners binnen de gemeente (huisartsen, scholen, jongerenwerk, politie etc.). Het jeugdteam wijst altijd op de mogelijkheid om een onafhankelijke cliëntondersteuner in te schakelen.
Opstellen perspectiefplan Het jeugdteam ondersteunt bij of maakt een perspectiefplan waarin doelen worden geformuleerd en waarin wordt afgestemd wie wat wanneer doet en levert. De vraag van het gezin staat centraal: wat is er nodig om weer (zo) zelfstandig (mogelijk) verder te kunnen? Het gezin krijgt altijd de mogelijkheid om
Pagina 12 van 81
hiervoor een onafhankelijk voorzitter in te schakelen (bijvoorbeeld via de onafhankelijke clientondersteuning ). Daarbij wordt tevens de vraag gesteld of het eigen netwerk, de buurt, een ervaringsdeskundige jongere, ouders, mantelzorgers, onafhankelijke cliëntondersteuners kunnen bijdragen in de ondersteuning. In het perspectiefplan worden de resultaten omschreven die het gezin wil bereiken. Verwijzen naar specialistische jeugdhulp Het jeugdteam heeft de taak om, indien nodig, specialistische jeugdhulp te betrekken bij het gezin. Als er ondersteuning nodig is, waar het jeugdteam zelf niet in kan voorzien, stelt de medewerker van het jeugdteam samen met het gezin een gezins- of ondersteuningsplan op (het perspectiefplan). Als er hoogspecialistische jeugdhulp of een verblijfsvoorziening nodig is, dan is dit altijd het perspectiefplan. Op basis van de doelen in dit plan kan passende specialistische jeugdhulp, van één van de gecontracteerde organisaties voor specialistische jeugdhulpverlening, worden gezocht en ingezet. Ondertussen kan de jeugdteammedewerker zelf ondersteuning (blijven) bieden, zodat vertrouwen ontstaat. Het jeugdteam zet alleen jeugdhulp in die inhoudelijk én financieel effectief wordt geacht (rendement). Het jeugdteam evalueert tijdig voor het aflopen van de indicatie de ingezette ondersteuning en geeft een herindicatie af indien nodig.
Waar afschalen mogelijk is, pakt het jeugdteam deze rol op. Monitoren hoe ingezette specialistische hulp bijdraagt aan het beoogde resultaat De jeugdteammedewerker neemt hierin het initiatief om samen met jeugdige en/of gezin en de aanbieder te bespreken of de inzet adequaat, proportioneel en gericht is op het leren omgaan met de problematiek. Het gaat hier onder meer om het ontwikkelperspectief van de jeugdige. Het kan zijn dat de vooruitgang van de jeugdige niet meer in verhouding staat tot de specialistische zorg. Samen met ouders en/of jeugdige wordt dan gekeken naar andere, mogelijk lichtere vormen van ondersteuning. Wat staat er in artikel 2.6 over het Jeugdteam Het Jeugdteam is een belangrijk onderdeel van de jeugdhulp in de gemeente. Het team is vrij toegankelijk. Dat betekent dat je er zonder verwijzing of besluit van de gemeente naartoe kunt. Wat doet het Jeugdteam? • • • •
Het team bestaat uit deskundigen op verschillende gebieden, zoals jeugdhulp, jeugd-ggz, opvoeding, verstandelijke beperkingen en gezondheidszorg. Ze kijken samen met het gezin naar de situatie en de hulpvraag. Ze geven advies over welke hulp mogelijk is. Ze kunnen zelf hulp bieden of andere hulp inschakelen.
Hoe werkt het? •
•
Het gezin en het Jeugdteam maken samen een perspectiefplan. Daarin staat: o Wat het gezin wil bereiken. o Wie wat doet. o Welke hulp nodig is. Het gezin mag altijd iemand uit het netwerk of een onafhankelijke ondersteuner vragen om mee te denken.
Als er meer hulp nodig is: • • •
Het Jeugdteam kan doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. Ze blijven betrokken zolang dat nodig is. Ze kijken regelmatig of de hulp nog past of aangepast moet worden.
Doel: Het Jeugdteam helpt gezinnen om weer zo zelfstandig mogelijk verder te kunnen. Pagina 13 van 81
Artikel 2.7 Intensief vrijwillige hulp en Beschermingstafel Voor gezinnen waar zorgen zijn over de veiligheid van kinderen, heeft het Lokaal team de taak om hulp in te zetten. Gericht op het wegnemen van de (dreiging van) onveiligheid in een gezin en zorgdragen voor stabiele veiligheid in het gezin. Hoewel de begeleiding vrijwillig is, is deze niet vrijblijvend. Het uitgangspunt is dat kinderen veilig opgroeien en bedreigingen voor hun ontwikkeling moeten worden opgelost. De gezinnen kunnen in beeld komen van het Lokaal Team via een melding bij Veilig Thuis, de politie, de school of een andere professional. Vaak hebben zij nog geen hulpvraag. Het Lokaal team zoekt actief contact met deze gezinnen, gaat met hen het gesprek aan over de situatie en kijkt hierbij naar alle leefdomeinen. Het Lokaal Team bouwt een vertrouwensband op en gaat aan de slag om de veiligheid te herstellen of de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De medewerker van het Lokaal team begeleidt deze gezinnen zo lang als nodig en blijft zo lang als nodig aanspreekpunt voor hen, om zo ook op de lange termijn nieuwe escalatie van problematiek te voorkomen. Het Lokaal team kan hierin worden ondersteunt door een Gecertificeerde Instelling (GI). Het Lokaal Team en GI bepalen samen met het gezin welke hulp en expertise nodig is om de veiligheid te herstellen.
Dit kan consultatie en advies zijn of andersoortige hulp en ondersteuning. Als vrijwillige hulp niet voldoende is om de veiligheid te herstellen dan kan besloten worden om een raadsonderzoek aan te vragen via de Beschermingstafel. Een gesprek aan de Beschermingstafel heeft hoofdzakelijk tot doel om te toetsen of er (nog) toereikende mogelijkheden zijn binnen de vrijwillige hulpverlening of dat er een grond is om een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (een raadsonderzoek) te starten naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel. Reden tot bespreking is dat (er vermoedens zijn dat) de jeugdige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en ouder(s) en/of jeugdige de hulp, die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is, niet of onvoldoende accepteren, of hiervan onvoldoende kunnen profiteren. Onder het begrip jeugdige vallen kinderen en jongeren tot 18 jaar, inclusief de ongeboren vrucht/het ongeboren kind. Verzoekers van bespreking bij de Beschermingstafel zijn: • Gemeentelijke toegang (zoals een jeugdteam of lokaal team). • Gecertificeerde Instellingen. • Veilig Thuis.
Aan de Beschermingstafel bespreken deelnemende ketenpartners met ouders, de jeugdige (indien 12 jaar of ouder) en degene die het verzoek indient of er mogelijkheden zijn in het vrijwillig kader of dat er grond is om een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) te starten naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel. Mogelijke beslissingen aan de Beschermingstafel: • Vrijwillige hulpverlening wordt voorgezet, waaronder het borgen van de veiligheidsafspraken en wie de regie uitvoert. • Voorwaardelijk verzoek tot onderzoek; hulpverlening met voorwaarden (intensieve vrijwillige hulpverlening). Met het gezin worden afspraken gemaakt die nageleefd moeten worden om een (verzoek tot een) raadsonderzoek te voorkomen. Er wordt afgesproken welke hulpverlener toeziet op het nakomen van de afspraken binnen welke termijn. Als de afspraken niet worden nagekomen dan kan de RvdK een onderzoek doen. • Verzoek tot onderzoek (VTO) door de Raad voor de Kinderbescherming of een kinderbeschermingsmaatregel nodig wordt geacht. Vervolgens besluit de RvdK of de zaak in onderzoek wordt genomen.
Pagina 14 van 81
Wanneer de Raad voor de Kinderbescherming besluit tot een raadsonderzoek, kan dit leiden tot een verzoek aan de (kinder-)rechter tot het uitspreken van een kinderbeschermingsmaatregel. Als de rechter een kinderbeschermingsmaatregel uitspreekt, wordt de hulp binnen het gedwongen kader ingezet.
Wat staat er in artikel 2.7 over Intensieve vrijwillige hulp? Soms zijn er zorgen over de veiligheid van kinderen in een gezin. Bijvoorbeeld als er sprake is van: • • • •
huiselijk geweld, kindermishandeling, onveiligheid, of meerdere problemen tegelijk.
In zulke situaties kan het Lokaal team de intensieve vrijwillige hulp inzetten. Wat is intensieve vrijwillige hulp? • • • • •
Het is hulp die vrijwillig is, maar niet vrijblijvend. Ouders moeten meewerken. Het doel is om de situatie in het gezin veiliger te maken en problemen te verminderen. Vaak is er nog geen hulpvraag van het gezin, maar zijn er wel zorgen. Het Lokaal team zoekt dan actief contact met het gezin en probeert een vertrouwensband op te bouwen. Het Lokaal team werkt samen met Jeugdbescherming.
Doel: De situatie in het gezin verbeteren, zodat kinderen veilig kunnen opgroeien en zwaardere maatregelen (zoals een ondertoezichtstelling) niet nodig zijn. Wat is de Beschermingstafel? • •
•
Als vrijwillige hulp niet genoeg is om een kind te beschermen, dan kan iemand een gesprek aanvragen bij de Beschermingstafel. Het belangrijkste doel van een gesprek aan de Beschermingstafel is om te kijken of vrijwillige hulp nog kan werken. Of dat er een onderzoek nodig is door de Raad voor de Kinderbescherming (raadsonderzoek), omdat een beschermende maatregel van de rechter voor het kind misschien nodig is. De reden voor zo'n gesprek is dat professionals denken dat de ontwikkeling van een kind ernstig in gevaar is. En dat de ouder(s) en/of het kind de noodzakelijke hulp, om dat gevaar weg te nemen, niet willen of niet goed kunnen gebruiken.
Paragraaf 2
Individuele voorzieningen
Uit de parlementaire geschiedenis bij de wet volgt dat de gemeenteraad, ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2.9, van de wet, in de verordening (in samenhang met de wetgeving) kan sturen op duur, omvang en frequentie van individuele voorzieningen (Kamerstukken II 2013/14, 33 684, nr. 3, p. 148 en Kamerstukken II 2013/14, 33 684, nr. 10, p. 40). In deze paragraaf wordt daarom bij bepaalde individuele voorzieningen op collectief niveau op deze elementen gestuurd. Het college moet op basis van artikel 2.17 deze elementen overnemen in de afspraken die zij maakt met jeugdhulpaanbieders in het kader van de inkoop- en
Pagina 15 van 81
subsidierelatie. Het feit dat deze omvang in beginsel wordt aangehouden, maakt dat in zeer bijzondere individuele situaties van de in de verordening bepaalde omvang kan worden afgeweken. Artikel 2.9 Specialistische jeugdhulp (Segment B) Specialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op de overige voorzieningen, zoals beschreven in paragraaf 1 van hoofdstuk 2. De hulpverlener vanuit het Jeugdteam kan betrokken blijven bij de ondersteuning van de jeugdige en zijn ouders. Specialistische jeugdhulp wordt voor het grootste gedeelte ambulant gegeven. De aard van de zorg kan heel divers zijn, van een gedragstherapeutische behandeling tot persoonlijke verzorging. Ook adviezen richting het sociale netwerk van de jeugdige kunnen behoren tot de specialistische jeugdhulp. Specialistische jeugdhulp wordt in de regel dichtbij geboden, in de directe leefomgeving van de jeugdige en zijn ouders: in de thuissituatie, op het kinderdagverblijf, de school, de locatie van de jeugdhulpaanbieder of op enige andere locatie. Bij dit laatste valt bijvoorbeeld te denken aan een sportveld mocht dit nodig zijn. De opsomming qua locatie is overigens niet limitatief. Zie ook de toelichting bij de begripsbepaling.
Wat staat er in artikel 2.9 over Specialistische jeugdhulp (Segment B)? Soms is er meer hulp nodig dan wat het Jeugdteam zelf kan bieden. Dan komt specialistische jeugdhulp in beeld. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. Je hebt een besluit van de gemeente nodig om deze hulp te krijgen. Wat is specialistische jeugdhulp? • •
Het is extra hulp voor kinderen en jongeren met complexe problemen. De hulp kan bestaan uit: o Behandeling (bijvoorbeeld gedragstherapie), o Persoonlijke verzorging, o Advies aan het netwerk van het kind (ouders, school, etc.).
Waar wordt de hulp gegeven? •
Meestal ambulant, dus in de buurt van het kind: o Thuis, o Op school, o Op de locatie van de hulpverlener, o Of op een andere passende plek (bijvoorbeeld een sportveld).
Wie blijft betrokken? •
Het Jeugdteam blijft vaak betrokken, ook als er specialistische hulp wordt ingezet. Zo blijft de hulp goed afgestemd op het gezin. Artikel 2.10 Hoog-specialistische jeugdhulp (Segment C) Ook hoog-specialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op de overige voorzieningen zoals omschreven in paragraaf 1 van hoofdstuk 2. Omdat het aanbod van hoog-specialistische jeugdhulp in de regel een stuk intensiever en veelomvattender is, zal de inzet van overige voorzieningen in de regel (in verhouding) beperkter zijn. De aard van de hoog-specialistische jeugdhulp betekent ook dat deze soms niet in de directe woonomgeving van de jeugdige geboden kan worden, hoewel dit wel het streven is. In sommige gevallen zal de jeugdige voor een (dag)behandeling moeten reizen of zelf korter of langer elders
Pagina 16 van 81
dan in het ouderlijk huis zijn. Ook in die gevallen is het streven om het Jeugdteam en de professionals vanuit overige voorzieningen betrokken te houden, zodat een terugkeer naar de normale opvoedsituatie bevorderd wordt. Zie ook de toelichting bij artikel 1.1 de begripsbepaling.
Wat staat er in artikel 2.10 over Hoog-specialistische jeugdhulp (Segment C)? Soms is er zeer intensieve hulp nodig voor een kind of jongere. Dat noemen we hoogspecialistische jeugdhulp. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. Je hebt een besluit van de gemeente nodig. Wat is hoog-specialistische jeugdhulp? • •
Het gaat om hulp die zwaarder en uitgebreider is dan gewone jeugdhulp. Bijvoorbeeld: o intensieve dagbehandeling, o hulp bij ernstige psychische problemen, o hulp die niet in de directe woonomgeving kan worden gegeven.
Waar wordt de hulp gegeven? • • •
Soms moet een kind reizen voor de behandeling. Soms verblijft het kind tijdelijk buiten het ouderlijk huis. De gemeente probeert de hulp zo dicht mogelijk bij huis te organiseren.
Wie blijft betrokken? • •
Ook bij deze hulp blijft het Jeugdteam betrokken. Zo wordt gewerkt aan een terugkeer naar huis of een normale opvoedsituatie.
Voorbeeld: Bij een meisje van 12 jaar zijn vermoedens van ADHD. Ze is erg onrustig in haar hoofd en het gaat niet goed op school. Daarnaast heeft zij angstklachten; ze is bang in het donker en heeft nachtmerries. Haar ouders hebben regelmatig ruzie en weten niet hoe zij het beste met hun dochter kunnen omgaan. Via het jeugdteam van het Middelpunt wordt intensieve zorg ingezet. Artikel 2.11 Jeugdhulp met verblijf (Segment V) Verblijfsvoorzieningen waar de jeugdige in een instelling of gezinshuis verblijft, vallen altijd onder Jeugdhulp met verblijf. In lid 2 worden de vormen van verblijf opgesomd. Lid 3: Met ‘zo thuis mogelijk opgroeien’ is het uitgangspunt dat het verblijf de gezinssituatie zoveel mogelijk benadert. Ieder kind heeft een stabiele omgeving nodig. Dit betekent, dat het kind zo min mogelijk heen en weer wordt geplaatst, als het niet (meer) thuis kan wonen. En het liefst zo dichtbij mogelijk. Hiervoor is nodig dat de jeugdhulp zich naar het kind beweegt in plaats van andersom. Lokaal wordt ingezet op het voorkomen van zwaardere hulp dan pleegzorg en residentiële zorg door de inzet van Buurtgezinnen. Hiermee wordt een schakel toegevoegd aan de keten van jeugdhulpverlening.
Er is een aanpak in ontwikkeling gericht op het bieden van perspectief aan kinderen die verblijven in een gezinshuis of in een andere vorm van verblijf waarbij toegewerkt wordt naar een snellere en veilige terugkeer naar huis, naar het wonen bij een pleeggezin of naar (begeleid) zelfstandig wonen. Hiervoor wordt, in een vroeg stadium van de plaatsing van het kind, in bijvoorbeeld een gezinshuis een vangnet voor
Pagina 17 van 81
het kind gecreëerd, door relevante partners (zoals de school en de woningcorporatie) intensief te betrekken bij het verblijf.
Wat staat er in artikel 2.11 over Jeugdhulp met verblijf (Segment V)? Soms is het nodig dat een kind of jongere tijdelijk ergens anders woont dan thuis. Bijvoorbeeld in een: • • •
Instelling, Gezinshuis, Pleeggezin.
Dit noemen we jeugdhulp met verblijf. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De gemeente moet hiervoor een besluit nemen. 🏠 Wat is het doel? Het kind moet zo thuis mogelijk kunnen opgroeien. Dat betekent: • • •
Een stabiele plek, met zo min mogelijk verhuizingen. Liefst in de buurt van het eigen gezin. De hulp past zich aan aan het kind, niet andersom.
🤝 Samenwerking De gemeente werkt samen met organisaties zoals: • • •
Buurtgezinnen (voor lichte ondersteuning), Gezinshuizen of instellingen (voor zwaardere hulp), Scholen en woningcorporaties (voor een goed vangnet).
Het doel is altijd om te kijken of het kind weer veilig thuis kan wonen, of zelfstandig verder kan. 🧒 Voorbeeld Emma (14 jaar) woont tijdelijk in een gezinshuis omdat het thuis niet veilig is. De gemeente zorgt ervoor dat: • • •
Emma op dezelfde school kan blijven. Haar ouders betrokken blijven bij de hulp. Er wordt gewerkt aan een veilige terugkeer naar huis of een andere stabiele woonplek.
Artikel 2.12 Vervoersvoorziening In beginsel zijn ouders verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind naar de locatie waar de jeugdhulp wordt gegeven. Een vervoersvoorziening kan bij uitzondering worden toegekend als sprake is van een medische noodzaak tot vervoer, of op grond van beperkingen in zelfredzaamheid van de jeugdige, gezin en/of opvoeder en/of het (sociale) netwerk. De voorwaarden voor vervoer staan in artikel 4.7. Het college neemt deze voorwaarden mee bij de beoordeling van de aanvraag.
Pagina 18 van 81
Wat staat er in artikel 2.12 over hulp van de gemeente bij vervoer naar jeugdhulp? Soms is het voor een kind of jongere lastig om zelf naar de plek te gaan waar hij of zij jeugdhulp krijgt. Bijvoorbeeld naar een therapie of dagbehandeling. In dat geval kan de gemeente helpen met vervoer. 🚗 Wie is verantwoordelijk? • •
In principe zijn ouders zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind. Alleen als dat echt niet lukt, kan de gemeente een vervoersvoorziening regelen.
📝 Wanneer kan vervoer worden toegekend? De gemeente kijkt of: • • •
Er een medische reden is waarom het kind niet zelf kan reizen. Het kind of het gezin niet zelfredzaam genoeg is om het vervoer te regelen. Het sociale netwerk (bijvoorbeeld familie of buren) ook geen oplossing kan bieden.
De gemeente beoordeelt dit op basis van de regels in artikel 4.7 van de verordening.
Artikel 2.13 Ernstige Dyslexiezorg (segment D) Sinds september 2021 is er een nieuwe Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie (BVRD)1 en met ingang van 1 januari 2022 is het nieuwe landelijke Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDDB 3.0) van kracht. In de regio Waterland is dit landelijke protocol vertaald in een regionaal protocol: “De Routekaart dyslexie”. Zie de informatie op de website van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Waterland (SWV) https://www.swvwaterland.nl/scholen/ernstige-dyslexie/ Scholen zorgen voor goed leesonderwijs. Zij kunnen ook specifieke lees- en spellingondersteuning door de school of het samenwerkingsverband in zetten. Als dit niet voldoende is, kan de school verwijzen naar de trajectbegeleider dyslexie van het SWV. Samen met de trajectbegeleider dyslexie wordt de aanvraag een vervolg gegeven. De trajectbegeleider dyslexie geeft een bindend advies aan de gemeente. Hij hanteert daarbij de criteria genoemd in artikel 4.8 van de verordening. De gemeente neemt het advies mee in de besluitvorming.
1 De Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie (BVRD bevat aanbevelingen voor het handelen van professionals in
onderwijs en zorg die betrokken zijn bij jeugdigen met lees-/spellingproblemen en dyslexie in de leeftijd van 6 tot 23 jaar.
Pagina 19 van 81
Wat staat er in artikel 2.13 over hulp bij Ernstige dyslexiezorg (Segment D)? Kinderen met ernstige dyslexie kunnen hulp krijgen via de gemeente. Deze hulp valt onder de Jeugdwet en is bedoeld voor kinderen die veel moeite hebben met lezen en/of spellen, ondanks extra hulp op school. 📘 Wat is ernstige dyslexie? • • •
Het kind heeft een grote en blijvende achterstand in lezen en/of spelling. De school heeft al extra hulp gegeven, maar dat was niet genoeg. Er is een onderzoek nodig om vast te stellen of het echt om ernstige dyslexie gaat.
🏫 Hoe werkt het? • • • •
De school schakelt een trajectbegeleider dyslexie in (bijvoorbeeld via het samenwerkingsverband). Deze begeleider controleert of het leerlingdossier compleet is. Als alles klopt, geeft hij een bindend advies aan de gemeente. De gemeente neemt dit advies over en geeft toestemming voor onderzoek en behandeling.
📍 Regionale verschillen • •
In de regio Waterland is er een speciale routekaart voor dyslexie. In de regio Zaanstreek wordt gewerkt volgens de landelijke richtlijnen.
🧒 Voorbeeld Noah (8 jaar) leest veel langzamer dan zijn klasgenoten. De school heeft hem extra leesbegeleiding gegeven, maar het helpt niet genoeg. De trajectbegeleider bekijkt zijn dossier en geeft toestemming voor een dyslexieonderzoek. De gemeente volgt dit advies en Noah kan starten met behandeling bij een erkende aanbieder.
Artikel 2.14. Ondersteuningsprofielen (hoog)specialistische jeugdhulp Artikel 2.14 eerste lid Het college heeft de specialistische, hoogspecialistische jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf ingekocht. Specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp is onderverdeeld in elf ondersteuningsprofielen. Een ondersteuningsprofiel is een cluster van hulpvragen waarmee de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders wordt gecategoriseerd. Artikel 2.14 tweede lid, derde lid en vierde lid Het ondersteuningsprofiel is een integraal pakket, wat betekent dat de betrokken jeugdhulpaanbieders geacht worden alle benodigde jeugdhulp binnen dit ondersteuningsprofiel te kunnen bieden. Een jeugdige kan meerdere hulpverleners hebben (bijvoorbeeld een jeugdhulpaanbieder en een hulpverlener uit het Lokale team. Of meerdere jeugdhulpaanbieders die samenwerken). Artikel 2.14 vijfde lid Het ondersteuningsprofiel is een integraal pakket, op het niveau van de jeugdige en niet op gezinsniveau. Hiervoor is gekozen omdat kinderen binnen één gezin soms zeer diverse ondersteuningsbehoeften
Pagina 20 van 81
kunnen hebben. Het is niet realistisch om te verwachten dat alle ondersteuning aan verschillende kinderen binnen één gezin binnen één ondersteuningsprofiel past. Dit betekent niet dat de jeugdhulp binnen een ondersteuningsprofiel alleen op het kind gericht is. De bijbehorende ondersteuning richting de ouder hoort er ook altijd bij. Wanneer binnen een gezin verschillende kinderen jeugdhulp vanuit verschillende ondersteuningsprofielen ontvangen – en mogelijk daardoor ook door verschillende jeugdhulpaanbieders dan dienen zij onderling de hulp af te stemmen, al dan niet met ondersteuning van het Jeugdteam. Artikel 2.14 zesde lid In de verordening is opgenomen dat een individuele jeugdhulpvoorziening in crisissituaties kan starten zonder dat een perspectiefplan is opgesteld. In artikel 3.2, laatste lid is bepaald dat met crisishulp begonnen kan worden zonder voorafgaand besluit van het college. Deze crisishulp valt dan onder ondersteuningsprofiel 11.
Wat staat er in artikel 2.14 over de ondersteuningsprofielen bij specialistische jeugdhulp? De gemeente heeft verschillende soorten specialistische jeugdhulp ingekocht. Deze hulp is verdeeld in 11 ondersteuningsprofielen. Elk profiel past bij een bepaalde soort hulpvraag. 🧩 Wat is een ondersteuningsprofiel? • •
Een profiel is een pakket van hulp dat past bij de situatie van het kind en het gezin. Het bevat alle soorten hulp die nodig zijn, zoals begeleiding, behandeling of verblijf.
👨👩👧 Wat als er meerdere kinderen in een gezin hulp nodig hebben? • •
Elk kind krijgt een eigen profiel, omdat hun hulpvragen kunnen verschillen. De hulpverleners moeten goed samenwerken, eventueel met hulp van het Jeugdteam.
🚨 Bij crisissituaties • •
Als er spoedhulp nodig is, mag de hulp direct starten, ook zonder een volledig plan. Deze hulp valt dan onder profiel 11: crisis.
🧒 Voorbeeld Liam (13 jaar) heeft gedragsproblemen en moeite op school. Hij krijgt hulp via profiel 3, waarin begeleiding en behandeling zijn opgenomen. Zijn zus Eva (10 jaar) heeft vooral last van angst en krijgt hulp via profiel 5. De hulpverleners stemmen hun aanpak af, zodat het gezin goed wordt ondersteund.
Artikel 2.15. Intensiteiten specialistische individuele voorzieningen Artikel 2.15 eerste en tweede lid Jeugdhulp binnen een ondersteuningsprofiel kan geboden worden met een bepaalde omvang. De omvang van de jeugdhulp wordt uitgedrukt in intensiteiten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen jeugdhulp gericht op Herstel en jeugdhulp met een Duurzaam karakter. Bij Herstel gaat het om hulpverleningstrajecten met een duidelijk resultaat dat binnen een korte (perspectief) of langere (intensief) periode behaald kan worden.
Pagina 21 van 81
Bij de intensiteiten ‘Duurzaam’ is de verwachting dat stabilisatie het hoogst haalbare resultaat is. Ondersteuning is dan altijd voor lange tijd (soms zelfs altijd) nodig. Afhankelijk van de zwaarte van de problematiek wordt dan gekozen voor de intensiteit. Voor de Specialistische jeugdhulp worden vier intensiteiten onderscheiden: Perspectief: korte duur, lage Intensiteit (resultaat = beter worden/ herstel/ ontwikkelen) Intensief: lange duur, hoge Intensiteit (resultaat = beter worden/ herstel/ ontwikkelen) Duurzaam – licht: lage Intensiteit (resultaat = stabiliseren) Duurzaam – zwaar: hoge Intensiteit (resultaat = stabiliseren) Artikel 2.15 derde lid Bij specialistische jeugdhulp (segment B en lage intensiteiten van segment C [perspectiefplan vrij]) bepaalt de jeugdhulpaanbieder samen met de jeugdige en/of diens ouders de benodigde intensiteit van de hulp. Het Jeugdteam kan hiervoor een zwaarwegend advies meegeven. Bij hoogspecialistische jeugdhulp (segmenten C en V) geldt een Perspectiefplanverplichting. Dit betekent dat voor de toewijzing van een SPIC of Product en voorafgaand aan de aanvang van de specialistische jeugdhulp, een door het Lokaal Team (of GI) geaccordeerd Perspectiefplan aanwezig moet zijn. Indien de Gecertificeerde Instelling verwijst, wordt het Gezinsplan aangemerkt als Perspectiefplan.
Het Perspectiefplan vraagt om afstemming tussen Lokaal Team (of GI), jeugdhulpaanbieder en de Jeugdige / het Gezin. De toe te wijzen SPIC is gebaseerd op de in het Perspectiefplan geformuleerde resultaten, en komt tot stand in samenspraak tussen Lokaal Team en de jeugdhulpaanbieder. De jeugdhulpaanbieder geeft hierin advies en het Lokale Team bepaalt uiteindelijk de SPIC. Het starten van specialistische jeugdhulp zonder toewijzing is niet toegestaan, tenzij sprake is van crisis.
Wat staat er in artikel 2.15 over hoeveel hulp er nodig is? (Intensiteiten) Als een kind of jongere specialistische jeugdhulp krijgt, kijkt de gemeente ook naar hoeveel hulp nodig is. Dat noemen we de intensiteit van de hulp. Er zijn twee soorten doelen: 1. Herstel – de hulp is tijdelijk en gericht op beter worden. 2. Duurzaam – de hulp is langdurig en bedoeld om de situatie stabiel te houden. 📊 Er zijn vier soorten intensiteit: Naam Perspectief Intensief Duurzaam – licht Duurzaam – zwaar