CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 1 Perspectiefnota 2027 DEF

Commissievergadering (CV) 18 juni 2026, gemeente landsmeerBij agendapunt: Perspectiefnota 202713.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• •

Handhaving / BOA’s Projectleiders ruimtelijke ontwikkeling (bij nieuwe plannen en herinrichtingen)

17 EU- Natuurherstelverordening (NHV) Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

B. ten Have In juni 2024 is de Europese Natuurherstelverordening (NHV) in werking getreden. Deze verordening verplicht EU-lidstaten om effectieve maatregelen te nemen om natuur te herstellen en verdere achteruitgang te voorkomen. De doelen richten zich onder meer op stedelijke natuur (natuur in dichtbebouwd, intensief gebruikt gebied), landbouwgebieden, bossen, rivieren en bestuivers zoals bijen. Een belangrijk verschil met andere natuurwetgeving is dat deze verordening zich o.a. nadrukkelijk richt op stedelijk groen. De Nederlandse rijksoverheid heeft de verordening nog niet volledig vertaald naar nationale wetgeving; dit wordt verwacht in 2026 of 2027. Ook in het gemeentelijk beleid is de verordening nog niet verwerkt. Wel wordt er al rekening mee gehouden, bijvoorbeeld bij de evaluatie van het groenbeleid in 2026. Hoewel de nationale uitwerking nog volgt, is de Europese verordening al wel van kracht. In augustus 2024 is een nulmeting uitgevoerd met behulp van Copernicus-satellietdata. Tot 2030 moet nettoverlies van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking worden voorkomen. Verdwijnt er groen, dan moet dit binnen stedelijk gebied worden gecompenseerd. Vanaf 2031 moet er juist sprake zijn van een stijgende trend in stedelijk groen totdat een “bevredigend” niveau is bereikt. In de basis geldt er een verbod op nettoverlies en een gebod op verbetering.

Juridische context en beleidsruimte gemeente

Alle EU landen moeten een Natuurplan maken, hierin staat wat landen wanneer gaan doen om de doelen te halen. De definitieve plannen moeten uiterlijk 1 juli 2027 worden ingediend bij de EU. Bij het opstellen van nieuw beleid en projecten dient met deze verordeningen rekening te worden gehouden. De rijksoverheid werkt momenteel aan de uitvoeringswetgeving die de verantwoordelijkheden van verschillende overheden verduidelijkt. Hoewel de NHV directe werking heeft, zullen deze nationale regels uiteindelijk bepalen hoe de verplichtingen concreet moeten worden uitgevoerd.

27

Feiten en cijfers

Kansen voor de nabije toekomst Risico’s en beheersmaatregelen

De verplichtingen zullen worden opgenomen binnen het stelsel van de Omgevingswet en omvatten zowel inspannings- als resultaatsverplichtingen. Als overheden deze verplichtingen aantoonbaar niet naleven, kan de Europese Commissie een inbreukprocedure starten met mogelijke boetes tot gevolg. Daarnaast kunnen belangenorganisaties en burgers nationale rechtsprocedures starten. Onder stedelijke groene ruimte valt alle vegetatie en water in stedelijk gebied, zoals: • bomen, struiken en andere planten • gras, mossen en korstmossen • vijvers, sloten en andere waterlopen • groen op particulier terrein, groene daken en gevels • Weilanden worden als stedelijk groen beschouwd, akkerbouwgrond niet. Tot 2030 wordt op nationaal niveau gekeken naar de totale hoeveelheid stedelijk groen en boomkroonbedekking. Afname op één plek mag binnen Nederland worden gecompenseerd, zolang dit binnen een stedelijk ecosysteemgebied gebeurt. Ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw, kunnen druk zetten op stedelijk groen. Daarom zal natuurherstel steeds vaker onderdeel moeten zijn van integrale ruimtelijke ontwikkelingen. Er bestaat het risico dat onvoldoende of te late compensatie van groen leidt tot nettoverlies, wat juridisch niet is toegestaan. Dit kan vertraging van projecten veroorzaken of extra kosten met zich meebrengen.

Ook bestaat het risico op juridische procedures vanuit belangenorganisaties of inwoners als de gemeente onvoldoende kan aantonen dat aan de verplichtingen wordt voldaan. Een ander aandachtspunt is de kwaliteit van compensatie. Het vervangen van volwassen groen door jong groen kan tijdelijk ecologisch verlies betekenen. Zonder goede planning en monitoring kan dit leiden tot niet-naleving van de verordening. Ook particulier groen speelt een belangrijke rol in de totale groenbalans. De gemeente heeft hier echter beperkte directe invloed op. Veranderingen op particulier terrein, zoals verstening van tuinen, kunnen daardoor een negatieve impact hebben op het behalen van de doelen.

Om deze risico’s te beheersen is het belangrijk om natuurherstel structureel mee te nemen in ruimtelijke planvorming en projectontwikkeling. Vroegtijdige compensatie, duidelijke (nog te ontwikkelen) richtlijnen voor herplant en een goed monitorings- en registratiesysteem zijn hierbij essentieel. Stakeholders/partners Rijksoverheid, provincie, omliggende gemeenten, het waterschap, inwoners, woningbouwcorporaties en VvE’s, bedrijven, interne afdelingen/domeinen: Ruimtelijke ordening, groenbeheer en beleid, duurzaamheid, juridische zaken en handhaving, financiën.

28

Financiële aspecten Uitvoering/capaciteit

Het voorkomen van nettoverlies aan groen kan gevolgen hebben voor de kosten van ontwikkelprojecten en herinrichtingen. De rijksoverheid werkt nog aan een financiële vertaling van de NHV. Uiteindelijk is het een politieke keuze hoeveel middelen beschikbaar worden gesteld voor uitvoering en monitoring. De uitvoering van artikel 8 van de verordening zal naar verwachting grotendeels bij gemeenten worden belegd. Dit betekent dat gemeenten binnen de vastgestelde stedelijke ecosysteemgebieden moeten zorgen dat er per saldo geen achteruitgang plaatsvindt in stedelijk groen en boomkroonbedekking, zowel kwantitatief als kwalitatief.

18 Voetbalkooi Langebreek Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid Juridische context en beleidsruimte gemeente Kansen voor de nabije toekomst Risico’s en beheersmaatregelen Stakeholders/partners Financiële aspecten Uitvoering/capaciteit

N. Bonenkamp De voetbalkooi op de Langebreek is verwijderd, hier is (nog) geen vervangende voorziening voor terug gekomen. De kooi werd goed gebruikt en is daardoor een gemis voor de buurt. De oude locatie op de Langebreek is niet geschikt gebleken voor eenzelfde soort voorziening, er wordt gezocht naar een alternatief. Vervanging op oude locatie is binnen het beleid mogelijk. Echter een akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat een dergelijke voorziening niet mogelijk is op de locatie. Vervangende multifunctionele voorziening realiseren in het Sportpark. Er zal d.m.v. een raadsvoorstel om instemming met het benodigde krediet moeten worden gevraagd. Buurtbewoners Langebreek, gebruikers oude voetbalkooi, inwoners Landsmeer Het budget is afhankelijk van de keuze voor een multifunctionele voorziening in het Sportpark niet geheel toereikend. Indien een snelle uitvoering gewenst is, dan is er extra capaciteit nodig voor de voorbereiding en begeleiding realisatie.

19 Monumentenbeleid Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

Bas ten Have Landsmeer beschikt over een Erfgoedverordening 2010, waarin de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten is geregeld. Daarnaast is in 2020 een document ‘Landsmeer monumentenbeleid’ in de raad behandeld, waarin de beleidsmatige omgang met erfgoed en monumenten verder wordt uitgewerkt (selectie, waardering, subsidiemogelijkheden). Dit document is destijds niet aangenomen. 29

MOOI Noord-Holland is belast met de wettelijke taak om de erfgoed in de gemeente te controleren. Juridische context en Er wordt gewerkt aan nieuw monumentenbeleid dat te zijner tijd wordt voorgelegd aan de raad. Dit nieuwe monumentenbeleid beleidsruimte wordt vastgesteld door de raad. gemeente • Erfgoedwet (landelijk kader voor erfgoed en monumenten). • Omgevingswet (inpassing erfgoed in omgevingsvisie en omgevingsplan). • Erfgoedverordening 2010 gemeente Landsmeer. Dit is op basis van vrijwilligheid. • Monumentenwet 1988 (voor zover nog van toepassing) en Wabo/Omgevingsvergunning (sloop, verbouw). Feiten en cijfers • De Erfgoedverordening definieert gemeentelijke monumenten als zaken of terreinen van algemeen belang wegens schoonheid, wetenschap of cultuurhistorische waarde. • Landsmeer behoort tot de gemeenten met een vastgestelde Erfgoedverordening. Dit is op basis van vrijwilligheid. Kansen voor de nabije • Verduurzaming van monumenten (energie-maatregelen passend bij erfgoedwaarden). toekomst • Bewustwording en participatie: inwoners betrekken bij waardering van lokale cultuurhistorie. Risico’s en • Risico: verlies van erfgoed door sloop of ongepaste verbouwingen. beheersmaatregelen Maatregel: strikte toepassing erfgoedverordening, deskundig advies (bijv. monumentencommissie). • Risico: spanningen tussen verduurzaming en behoud.

Maatregel: richtlijnen voor energiemaatregelen bij monumenten, maatwerk. Stakeholders/partners • Eigenaren van (gemeentelijke en rijks)monumenten • Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, provincie Noord-Holland • Monumentenorganisaties en -adviseurs • MOOI Noord-Holland Financiële aspecten • Mogelijke gemeentelijke subsidies of ondersteuning voor onderhoud/verduurzaming (invulling lokaal beleid). • Aansluiting bij provinciale en landelijke regelingen (Restauratiefonds, etc.). Uitvoering/capaciteit • Beleidsadviseur Wonen en Monumenten • Vergunningverleners (omgevingsvergunning) • Externe erfgoeddeskundigen / monumentencommissie

30

31 RO Algemeen Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

Juridische context en beleidsruimte gemeente Feiten en cijfers

Kansen voor de nabije toekomst

N. Bonenkamp De gemeente Landsmeer heeft de afgelopen periode stappen gezet in een gestructureerde aanpak van het begeleiden en behandelen van ruimtelijke initiatieven onder de omgevingswet. Zo is er bijvoorbeeld een werkproces voor vastgesteld en heeft de raad besloten wanneer er sprake moet zijn van bindend adviesrecht van de raad en wanneer verplichtte participatie van toepassing is. Er lopen op dit moment ca. 60 projecten. De gemiddelde behandeltijd per project loopt op door een combinatie van een toenemend aantal (complexe) ruimtelijke initiatieven, de implementatie van de Omgevingswet en een relatief groot aandeel jonge hoogopgeleide medewerkers maar met nog weinig ervaring. De huidige werkwijze is gericht op het zo goed mogelijk faciliteren van initiatieven binnen de beschikbare capaciteit, zonder een expliciet vastgesteld prioriterings- of pauzekader voor nieuwe aanvragen. De gemeente heeft beleidsruimte in de wijze waarop aanvragen worden behandeld en geprioriteerd, mits wordt voldaan aan wettelijke termijnen en zorgvuldigheidsvereisten: Omgevingswet: regelt procedures en beslistermijnen voor omgevingsvergunningen en planwijzigingen. Algemene wet bestuursrecht (Awb): stelt eisen aan zorgvuldigheid, motivering en tijdigheid van besluiten. • • • • • • •

Risico’s en beheersmaatregelen

• • •

Stijgend aantal ruimtelijke initiatieven en principeverzoeken. Relatief groot aandeel junior en/of nieuwe medewerkers binnen RO. Toenemende doorlooptijden en druk op begeleiding, toetsing en afstemming. In andere gemeenten wordt geëxperimenteerd met prioritering, intake-momenten of tijdelijke pauzes voor niet-urgente initiatieven (benchmark in voorbereiding). Zie bijlage ‘tijdelijke stop op initiatieven’. Momenteel een projectenlijst met ongeveer 60 projecten. Onderzoek naar een tijdelijke of structurele prioritering van aanvragen, met onderscheid tussen maatschappelijk urgente en niet-urgente initiatieven om zo een goede balans te vinden tussen dienstverlening enerzijds en het efficiënt kunnen behandelen van ruimtelijke initiatieven anderzijds. Vergelijking met aanpak in andere gemeenten (best practices), waaronder het hanteren van intakeplafonds of vaste indienmomenten. Juridische risico’s bij overschrijding van termijnen of ongelijke behandeling. Reputatierisico bij initiatiefnemers en inwoners door vertragingen. Overbelasting van medewerkers 31

Beheersmaatregelen zijn onder meer het expliciet vaststellen van prioriteiten, transparante communicatie, juridische toetsing van eventuele maatregelen en tijdelijke capaciteitsversterking. Stakeholders/partners • Interne RO-medewerkers en projectleiders. • College en gemeenteraad (kaders en prioriteiten). • Initiatiefnemers en ontwikkelaars. • Omgevingsdienst IJmond (afstemming en advisering). • Andere gemeenten (kennisdeling en benchmarking). Financiële aspecten • Mogelijke incidentele kosten voor tijdelijke inhuur of externe ondersteuning. • Eventuele efficiencywinst op langere termijn door procesverbetering en prioritering. • Geen structureel extra budget vastgesteld. Uitvoering/capaciteit • RO-team (beleidsmedewerkers en planologen). • Teamleiders en management voor prioritering en sturing. • Mogelijke inzet van externe capaciteit of juridische expertise bij piekbelasting. 33 Netcongestie en Project ‘regie op MSR’s’ Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

Bas ten Have (duurzaamheid) en Niels Bonenkamp (RO) Netcongestie is een file op het elektriciteitsnet. Hierdoor kunnen nieuwe elektriciteitsaansluitingen in de wachtrij komen. Deze congestie blijft voorlopig aanhouden. Volgens de huidige prognose minstens tot 2036. Vanaf juli 2026 geldt dit ook voor kleinverbruiker aansluitingen. Hierdoor zullen veel ontwikkelingen, waaronder woningbouw, vertraging oplopen. Om netcongestie aan te pakken en de energie- en warmtetransitie te versnellen, moet het elektriciteitsnet worden verzwaard. Hiervoor gaat Liander de komende jaren in Landsmeer ongeveer 42 nieuwe middenspanningsruimten/transformatorhuisjes (hierna: MSR’s) plaatsen en 25 bestaande MSR’s mogelijk verzwaren met trafo bijplaatsing. De voorkeur gaat uit naar het plaatsen op openbare gronden. Een MSR zet stroom van het middenspanningsnet om naar laagspanning zodat het geschikt is voor gebruik in woningen en zorgt dat opgewekte stroom van o.a. zonnepanelen terug geleverd kan worden. Liander bepaalt zoekcirkels op basis van technische eisen, maar toetst niet op ruimtelijke inpassing en gemeentelijk beleid. Locatiebepaling binnen de zoekcirkels van de nieuwe MSR’s is een uitdaging, omdat ze vaak alleen in de openbare ruimte geplaatst kunnen worden. In dat geval gaat een MSR vaak ten koste van parkeerruimte of openbaar groen.

In het project “regie op MSR’s” wordt een afwegingskader voor locatiebepaling ontwikkeld, om als gemeente regie te houden op waar en onder welke voorwaarden MSR’s geplaatst kunnen worden, zoveel mogelijk passend binnen gemeentelijke beleidskaders.

32

Juridische context en beleidsruimte gemeente

• Energiewet • Nationaal klimaatakkoord • Parkeernota Landsmeer 2021-2025 • Beleidsplan groenbeheer Openbare ruimte is erg schaars. De gemeente gaat er uiteindelijk over welke gebruiksdoelen prioriteit hebben boven anderen. Het afwegingskader wordt ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, naar verwachting Q4 2026. Feiten en cijfers • De 42 nieuwe MSR’s zijn een schatting en afhankelijk van ontwikkelingen rondom de elektrificering van de leefomgeving. • De MSR’s worden niet tegelijkertijd geplaatst. Liander geeft specifieke zoekgebieden afzonderlijk door. Er zijn nog geen zoekgebieden bekend. • De vereiste ruimte voor een kleine MSR bedraagt 20m2 (4,32 m op 4,62 m) en voor een grote MSR 39,3 m2 (6,42 m op 6,12 m) Kansen voor de nabije Met behulp van het afwegingskader kan de gemeente regie houden op plaatsing van MSR’s binnen het zoekgebied van Liander, toekomst passend binnen ruimtelijke beleidskaders voor o.a. parkeren en groen. Zo wordt ruimtelijke kwaliteit in de openbare omgeving zoveel mogelijk behouden. Daarnaast wordt het plaatsingsproces versnelt en vergemakkelijkt, doordat vooraf principiële keuzes gemaakt worden in de prioritering van geschikte naar minst geschikte locaties. Hierdoor wordt netcongestie voor inwoners en bedrijven zo snel mogelijk aangepakt. Tot slot biedt het afwegingskader transparantie over de locatiekeuze aan inwoners.

De plaatsing van een MSR is vergunningsvrij, dus omwonenden kunnen geen bezwaar maken. Met een afwegingskader weten inwoners hoe de keuze wordt gemaakt en dat er altijd de minst slechte plek wordt gezocht. Risico’s en Het is mogelijk dat er binnen de zoekcirkel (van 50 meter) met behulp van het afwegingskader geen geschikte locatie wordt beheersmaatregelen gevonden voor een nieuwe MSR. In dat geval wordt de plaatsing van de MSR vertraagd en duurt netcongestie langer. Een goede belangenafweging vooraf en een afwegingskader met prioritering en voorwaarden die aansluit op de lokale context en gemeentelijk beleid minimaliseert dit risico. Als er geen alternatieve geschikte zoekcirkel bepaald kan worden, is het noodzakelijk om een MSR op een parkeerplaats (in straat met hoge parkeerdruk) of in openbaar groen te plaatsen. De verloren kwaliteit wordt altijd zo dichtbij mogelijk gecompenseerd. Stakeholders/partners Liander Financiële aspecten Voor inpassing van energie infrastructuur kan het nodig zijn om grond te kopen of verkopen. Uitvoering/capaciteit Als gemeente Landsmeer zijn we een kleine gemeente met een beperkte organisatiecapaciteit. Door het opstellen van een afwegingskader voor locatiebepaling van MSR’s kunnen we zuinig en efficiënt omgaan met onze inzet.

Het afwegingskader vereist eenmalig extra inzet voor een goede belangenafweging, waardoor veel overleguren intern en met Liander voor de plaatsing van afzonderlijke MSR’s de komende jaren bespaart kunnen worden. Uit ervaringen van andere gemeenten, biedt een afwegingskader een snel en makkelijk plaatsingsproces volgens een gestructureerd werkproces. 33

38 Proeftuin Toekomstscenario Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

Juridische context en beleidsruimte gemeente

B. ten Have Gezinnen hebben in het huidige jeugdbeschermingsstelsel te maken met organisaties die opeenvolgend hun werk doen, met elk hun eigen onderzoek en hulpplan (het zogenoemde estafettemodel). Voor gezinnen betekent dit dat zij met meerdere professionals te maken hebben aan wie ze hun verhaal moeten vertellen. Ook leidt dit tot lang wachten op hulp en ontbreken van samenhang in de aanpak van achterliggende problemen. Dit is niet in het belang van kinderen en gezinnen, en ook maatschappelijk gezien onwenselijk. Met de proeftuin willen we beproeven hoe we dit op een andere manier, beter voor de gezinnen, de professionals en de samenleving kunnen uitvoeren. Dit doen we binnen de wettelijke kaders. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet. Autonome bewindstaak. Document landsmeer - 20250225 RIB Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming - iBabs Publieksportaal Document landsmeer - 27274-2022 RIB Jeugdbescherming.pdf - iBabs Publieksportaal

Feiten en cijfers

Betreft een regionale opdracht. Proeftuin toekomstscenario Zaanstreek-Waterland 1 maart van start – Openhartig Procesonderzoek Ontwikkeling veiligheidsteam Zaanstreek-Waterland 0-100+ - Verwey-Jonker Instituut

Kansen voor de nabije toekomst Stakeholders/partners Financiële aspecten Uitvoering/capaciteit

De proeftuin vindt nu plaats in Zaanstad en Waterland. Het lokale team van Landsmeer (het Middelpunt) moet ook gaan aansluiten. Beoogde datum is 1 januari 2027 (is nog onder voorbehoud). Partners: Veilig thuis, Gecertificeerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en de Blijf groep. Er is geen additioneel budget opgenomen. Nog onbekend of er extra capaciteit nodig is. Ons is geadviseerd om een bedrag van € 100.000,- (incidenteel) beschikbaar te hebben voor onvoorziene situatie in de bezetting van het team.

34

41 Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

B. ten Have Landsmeer maakt deel uit van de regio Zaanstreek-Waterland, met Purmerend als centrumgemeente voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Lange tijd werden mensen die aangewezen waren op beschermd wonen of maatschappelijke opvang vooral geplaatst in intramurale voorzieningen of opvanglocaties, veelal buiten de eigen woonomgeving. De verantwoordelijkheid hiervoor lag grotendeels bij de centrumgemeente. De afgelopen jaren is hierin een duidelijke verandering zichtbaar. Landelijk is de beweging ingezet om mensen zoveel mogelijk te laten wonen in een eigen, reguliere woonomgeving, met passende ondersteuning. Dit betekent een verschuiving van beschermd wonen naar beschermd thuis en van maatschappelijke opvang naar een woning, in plaats van langdurig verblijf in een instelling of opvanglocatie. Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de regiogemeenten. Er wordt steeds nadrukkelijker gekeken naar wat gemeenten zelf kunnen betekenen voor deze doelgroepen, met name op het gebied van huisvesting. De vraag is welke woonvormen en ondersteuningsmogelijkheden wij lokaal kunnen bieden, zowel tijdelijk als voor de langere termijn, en hoe dit past binnen de woonomgeving. Voor beschermd wonen wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe regiovisie die vanaf 2027 van kracht moet worden.

De gemeente Landsmeer is hierbij in regionaal verband, samen met de centrumgemeente Purmerend, betrokken. Voor maatschappelijke opvang is binnen de regio Zaanstreek-Waterland een projectleider aangesteld om te komen tot een regionaal actieplan dakloosheid. Hoewel een deel van de verantwoordelijkheid bij de centrumgemeente blijft liggen, vraagt deze ontwikkeling ook inzet van de regiogemeenten. Dat betekent dat Landsmeer moet meedenken en meewerken aan passende huisvestingsoplossingen voor deze aandachtsgroepen, in samenhang met het beleid op het gebied van wonen en zorg. Purmerend heeft al enkele jaren een tekort op maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW). Dat tekort wordt naar verwachting een stuk groter wanneer ze de beoogde nieuwe Woonzorgvoorziening aan de Jaagweg realiseren. Ze hebben de regiogemeenten gevraagd om bij te dragen in het tekort omdat zij MOBW voor de regio Waterland uitvoeren. Er wordt gewerkt aan een regionaal memo. Daarin komt o.a. te staan: • Hoe het tekort is ontstaan • Wat het tekort wordt als de Woonzorgvoorziening erbij komt • Welke mogelijkheden we zien voor het terugdringen van het tekort • Hoe groot het tekort naar verwachting daarna nog is • Hoe Purmerend het tekort wil verdelen (dus om welk bedrag het gaat per gemeente) 35

Risico’s en beheersmaatregelen Financiële aspecten

Doel is het memo voor de zomer gereed te hebben. De gemeente Purmerend kan een financiële bijdrage gaan vragen aan de gemeente Landsmeer. Purmerend heeft al enkele jaren een tekort op maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW). Er wordt hiervoor gewerkt aan een regionaal memo, doel is deze voor de zomer gereed te hebben

48 Jongerenplek Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

B. ten Have en N. Bonenkamp De gemeente ondersteunt sinds twee jaar actief een haalbaarheidsonderzoek naar een jongerenplek in de gemeente. Vanuit verschillende kanten krijgen wij al langer geluiden binnen dat er behoefte is aan zo’n plek. In een jongerenontmoetingsplek worden onder begeleiding van vrijwilligers en jongerenwerkers verschillende activiteiten georganiseerd die aansluiten bij de interesses en behoeften van jongeren. Dit werkt positief in op hun talentontwikkeling en groei naar volwassenheid, en mogelijk tegen eenzaamheid. Jongerenwerkers kunnen vroegtijdig problemen signaleren bij jongeren en indien nodig doorverwijzen naar professionele hulp, of zelf laagdrempelige coaching bieden. https://landsmeer.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/af57c846-1cfa-42da-af4f-6127d33aaafc

Kansen voor de nabije toekomst

Op dit moment worden met drie (sport)verenigingen gesprekken gevoerd om ism LINK Jongerenwerk maandelijks een avond te organiseren voor jongeren. Dit is op incidentele basis. Nog toevoegen: RIB Voortgang zoektocht jongerenontmoetingsplek Landsmeer Risico’s en Op dit moment is er veel draagvlak voor het project. De jongeren en hun evenementen zijn goed zichtbaar en de bereidheid bij beheersmaatregelen verenigingen om bij te dragen en hun ruimtes beschikbaar te stellen is groot. Als deze incidentele avonden toch voor overlast zullen zorgen zal het draagvlak afnemen. Daarnaast zal er draagvlak gezocht moeten worden in de buurt bij mogelijke structurele oplossingen. Stakeholders/partners Karim Merain, betrokken ouder uit de gemeente , LINK Jongerenwerk Financiële aspecten Link vraagt jaarlijks subsidie aan voor hun inzet. Deze is voor 2026 begroot op € 76.749. Een structurele plek vraagt om een verhoging van de inzet van jongerenwerk.

36

54 ICT Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

Burgemeester de Lange Het beheer van onze ICT-infrastructuur is op dit moment een hybride omgeving (M365 + Citrix). Beheer wordt “samen” gedaan door Landsmeer en KPN. Alle gemeenten, en ook wij, volgen de strategie om die applicaties bij voorkeur in de cloud bij de betreffende leverancier te benaderen. Daar is echter wel een nieuwe moderne omgeving voor nodig: de zogenaamde ‘moderne werkplek’ (M365). Echter ook die omgeving moet beheerd worden. Het beheercontract met KPN loopt af waardoor er een nieuwe aanbesteding nodig is. Het betreft niet alleen een technische overgang maar veel meer een transitie waarbij nieuwe manieren van werken horen en waarbij ook veel documenten op de huidige netwerkschijven nog beoordeeld moeten worden op bewaartermijnen dan wel vernietigd moeten worden. Aan al deze aanpassingen worden ook nog eens strengere eisen gesteld door nieuwe Europese wetgeving. Vanaf Q2 2026 stelt de nieuwe Europese NIS2-richtlijn hogere eisen aan de digitale weerbaarheid van gemeenten én aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid daarvoor (burgemeester en secretaris kunnen hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor nalatigheid op dit vlak). Met de overgang naar de moderne werkplek moeten wij de juiste informatiebeveiligingsmaatregelen treffen om onze systemen en gegevens te beschermen en incidenten te voorkomen en te beheersen.

Alleen als deze maatregelen goed worden ingericht, kunnen wij aantoonbaar voldoen aan de richtlijn en het risico op toezicht, bestuurlijke sancties of boetes beperken. Het op orde brengen van onze informatiebeveiliging is daarmee een noodzakelijke voorwaarde om onze dienstverlening veilig, betrouwbaar en compliant te kunnen blijven uitvoeren.

Juridische context en beleidsruimte gemeente

Voor onze kleine organisatie is dit een enorme opgave die niet uitgesteld kan worden tot bijvoorbeeld de fusie en waarvoor zowel extra capaciteit als expertise benodigd voor de periode 2026-2028. NIS2: tweede Europese richtlijn voor netwerk- en informatiebeveiliging en Aanbestedingswet BIO2: vertaling van de NIS2 naar uitvoering voor gemeenten Archiefwet AVG WOO

Kansen voor de nabije toekomst

Er is niet veel beleidsruimte voor gemeenten op dit vlak Hoewel deze activiteiten, vanwege het wettelijke karakter, niet uitgesteld kunnen worden zijn ze ook noodzakelijk in de voorbereiding op de fusie. Omliggende gemeenten, dus ook mogelijke fusiepartners, zijn al over naar M365. Onze informatiehuishouding zal zodanig op orde moeten zijn dat hiermee de integratie van processen en informatie vorm kan worden 37

Risico’s en beheersmaatregelen

gegeven. Dat is een noodzakelijk voorwaarde voor een ‘nieuwe gemeente’ om de dienstverlening aan onze inwoners, bedrijven en instellingen te continueren. Op dit proces zit de nodige tijdsdruk en het is van maatschappelijk belang dat te ondernemen acties aansluiten op de informatiehuishouding van een beoogde fusiepartner. Anders leidt dit tot verspilling van belastingmiddelen en bestaat de kans op negatieve impact op de continuïteit van dienstverlening. Wellicht betekent dit dat er afweging moet plaatsvinden om af te wijken van de reguliere aanbestedingsprocedures. We zijn hoe dan ook afhankelijk van andere partijen voor het beheer van onze ICT-infrastructuur. Het nadeel van een marktpartij is dat er hoge eisen gesteld worden aan ons opdrachtgeverschap: wordt het contract goed nageleefd maar ook: volgt die partij actief alle nieuwe ontwikkelingen waaraan gemeenten moeten voldoen. In die zin heeft het de voorkeur het beheer ‘uit te besteden’ aan een andere gemeente.

In de huidige situatie ligt het voor de hand om hierbij naar de beoogd fusiepartner te kijken. Echter gezien de fase van de bestuurlijke fusie waarin we ons bevinden is het de vraag of de beoogd fusiepartner, qua capaciteit, in staat is om dat nu al op te pakken. Er is wel een start gemaakt met een ambtelijke verkenning waarbij beide gemeenten elkaar op de hoogte houden van de ontwikkelingen zodat deze zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Stakeholders/partners Gemeente Landsmeer, beoogd fusiepartner, ICT-marktpartijen Financiële aspecten Na 1 juli 2026 gaan de Microsoft-licenties omhoog met 25K per jaar. We gaan een 3-jarige licentie aan om de kostenverhoging enigszins te dempen waarbij we tegelijk voor meer functionaliteit kiezen om aan de verhoogde beveiligingseisen te voldoen. Voor de transitie naar de moderne werkplek zijn veel extra eenmalige middelen nodig voor zowel capaciteit als expertise. Op dit moment werken we daarvoor een aantal scenario’s uit. Afhankelijk van het uiteindelijke voorkeursscenario dienen we, voor de periode 2026-2028, rekening te houden met een bedrag in een bandbreedte van 400k- 600K. Uitvoering/capaciteit

Voor een deel van de werkzaamheden hebben we zelf formatie in huis waarop echter nog wel geworven moet worden. Zoals aangegeven is het niet alleen een technische exercitie maar een transformatie met een andere manier van werken. Dat betekent extra inzet, training en begeleiding van alle teams en medewerkers.

38

55 Onderhoud gemeentelijke gebouwen Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid

B. ten Have Ten aanzien van de gemeentelijke gebouwen gold een aantal jaren, vanwege een voorgenomen fusie en financiële positie, dat er alleen (ad hoc) hoogstnoodzakelijk onderhoud aan gemeentelijke gebouwen plaatsvond. Omdat er daardoor geen goed zicht (meer) bestond op het benodigde onderhoud voor de (middel)lange termijn is in 2024 een nieuw plan voor alle gemeentelijke gebouwen opgesteld met een inschatting van de onderhoudskosten voor twintig jaar op basis van de feitelijke technische staat (2024-2043). De indruk bestond dat er een beperkte verhoging van de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening nodig was. Tegelijk ontstond de wens om gemeentelijk vastgoed af te stoten. Om die reden is pas recent gekeken naar gebouwen die van de lijst af kunnen en naar wat er vervolgens resteert aan eigendom en welke kosten die gebouwen dan met zich mee brengen.

Uit deze 'technische' exercitie is gebleken dat voor het behoud van de resterende gebouwen en het noodzakelijke onderhoud daaraan voor de komende vijftien tot twintig jaar een aanzienlijke verhoging van de jaarlijkse dotatie nodig is Dit vraagt om een afgewogen discussie over welke panden nog in welke mate onderhoud nodig hebben, zowel geredeneerd vanuit de functie van het gebouw (blijft deze functie behouden?) als vanuit de huidige staat van het gebouw (is het de moeite daarin nog te investeren? en als we investeren in welke mate kiezen we daarbij voor duurzaamheid?)

Juridische context en beleidsruimte gemeente Risico’s en beheersmaatregelen Stakeholders/partners Financiële aspecten

Het betreft een eigenstandige taak van elke gemeente om dit op orde te hebben. Via de paragraaf kapitaalgoederen toets de provincie of gemeenten actuele beheerplannen en middelen in de begroting hebben voor een adequaat onderhoudsniveau. Onvoldoende onderhoud kan tot dure herstelacties leiden en onveiligheid voor gebruikers. Voor gebouwen die langdurig in eigendom blijven dient (via een dotatie vanuit de begroting) een voorziening van voldoende omvang aanwezig te voor een fatsoenlijke overdracht bij een fusie. Voor het onderhoud vanaf 26-35 dan wel 26-40 is jaarlijks 200K tot 250K extra nodig bij behoud van de gebouwen in de huidige staat voor die periode. De definitieve extra kosten zijn afhankelijk van de afweging die wordt gemaakt ten aanzien van functie en behoud van de betreffende gebouwen.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=4abdd60b-2473-4eaa-b0de-efd1446b1d53