02 Bijlage 1 Perspectiefnota 2027 DEF
Tekst van het document
Perspectiefnota 2027
Gemeente Landsmeer
11 juni 2026
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................................2 Aanbiedingsbrief .................................................................................................................................3 Leeswijzer ............................................................................................................................................4 Het financieel perspectief ...................................................................................................................5 Bijlage 1, onderdelen overdrachtsdossier .........................................................................................18
2
Aanbiedingsbrief Voor u ligt de Perspectiefnota (PPN) 2027 waarmee we het financieel meerjarig perspectief van de begroting 2026-2029 actualiseren naar het financiële beeld voor de begroting 2027-2030. Deze PPN volgt in de financiële cyclus zeer vlot op de Berap-I en de Jaarrekening/Jaarverslag 2025. In verband met de verkiezingen, de vorming van een nieuw college en het nog uit te werken collegeprogramma, kunnen we in deze PPN nog niet inhoudelijk duiden waar extra accenten worden gelegd. Dat zal logischerwijs gebeuren bij de begroting. Deze PPN is echter om meerdere redenen van belang om u, conform planning (commissie van 18 juni en raadsvergadering van 2 juli) te informeren over de ontwikkeling van het financieel perspectief. Dat hebben we bijgesteld op basis van een aantal onvermijdbare ontwikkelingen vanuit de jaarrekening, Berap-I en zaken waarover u eerder via het overdrachtsdossier bent geïnformeerd. De bijstelling van dit perspectief, ten opzichte van de begroting 2026-2029, laat zien dat de tekorten die we al hadden voorzien groter zijn geworden. Dat is met name het gevolg van de aanhoudende kostenstijging op Jeugd en Wmo. Hoewel er op de budgetten voor de uitvoering van de Participatiewet ook voordelen zijn, zijn deze onvoldoende om dat te compenseren. Daarnaast vragen de zaken uit het overdrachtsdossier ook om extra middelen.
Het financieel perspectief dat we nu zien is niet nieuw. In eerdere jaren zagen we al tekorten aankomen. Bij het vaststellen van de begroting 2025-2028 heeft de raad destijds, via een motie, het college ook gevraagd oplossingsrichtingen uit te werken richting de perspectiefnota 2026. Feitelijk laat het perspectief - dat gold bij het opstellen van die bespreeknotitie - min of meer eenzelfde beeld zien als de herijking van het financieel perspectief dat nu voorligt. Er is echter wel een belangrijk verschil met vorig jaar. Doordat de raad heeft afgezien van de realisatie van het Resort is de potentieel, structurele opbrengst aan inkomsten uit toeristenbelasting en OZB vervallen, als ook de forse incidentele opbrengst van de grondverkoop. Destijds was voorzien daarmee de algemene reserve te versterken waardoor, tijdelijke, begrotingstekorten beter konden worden opgevangen. Op dit moment wordt van u gevraagd kennis te nemen van de kadernota. Wel vragen we van u welke oplossingsrichtingen u als raad aan ons wil meegeven richting de begroting. Onder het kopje oplossingsrichtingen van het financieel perspectief hebben we daarvoor een suggestie opgenomen. We zien uit naar een rijke gedachtewisseling met uw raad. Landsmeer, juni 2026
3
Leeswijzer Financieel perspectief Het financieel perspectief is in 4 stappen opgebouwd. Het vertrekpunt is de primaire begroting 20262029. Achtereenvolgens worden in beeld gebracht: 1. Structurele effecten van de 1e bestuursrapportage (reeds besloten); 2. De (financiële) onvermijdbare ontwikkelingen op het bestaande beleid vanuit de jaarrekening 2025, en overige nieuwe informatie; 3. Effect van de meicirculaire; 4. Overige ontwikkelingen; 5. Oplossingsrichtingen. In de tabel van de ontwikkeling van het financieel perspectief is zowel het totale verwachte begrotingssaldo opgenomen als het zogenaamde structureel begrotingssaldo, de laatste is van belang voor de beoordeling door de Provincie in het kader van financieel toezicht. Weergave financiële cijfers Lasten staan negatief weergegeven en baten positief. Staat er bij de verschillenkolom een negatief bedrag dan is dat nadelig (hogere lasten of lagere baten en andersom).
4
Het financieel perspectief In dit hoofdstuk is de ontwikkeling van het financieel perspectief in stappen opgenomen. Per stap zijn afzonderlijke tabellen met toelichting opgenomen. Ontwikkeling financieel meerjarig perspectief
Ontwikkeling financieel perspectief Primaire begroting 2026-2029 Ontwikkelingen Structureel effect Berap I 2026 Autonome ontwikkelingen Effect meicirculaire 2026 Overige ontwikkelingen Stand PPN voor maatregelen Waarvan incidenteel (gecorrigeerd nav begroting 2026) Uitgangspunt structureel saldo begroting 2026-2029
2027 -377
bedragen x € 1.000 2028 2029 2030 -939 -448 -448
-75 -1.130 -9 -308 -1.899 -789 -1.110
-75 -1.022 -113 -133 -2.282 -823 -1.459
-75 -556 -694 -83 -1.856 -600 -1.256
-75 -543 -216 -83 -1.365 -600 -765
Toelichting tabel In bovenstaande tabel is in stappen de ontwikkeling van het financieel perspectief opgenomen. Het vetrekpunt wordt gevormd door de vastgestelde begroting 2026-2029. Elke regel is hierna uitgewerkt in een afzonderlijke tabel met daarop een toelichting. ‘Waarvan incidenteel’ Onderdeel van het begrotingssaldo is ook een aantal incidentele baten en lasten. Deze zijn zichtbaar gemaakt op regel ‘waarvan incidenteel’. Door deze te corrigeren op het begrotingssaldo wordt het structurele saldo verkregen. Deze stand is van belang voor de beoordeling door de Provincie. Deze beoordeling vindt overigens plaats op de later dit jaar vast te stellen begroting 2027-2030. Voorlopige algehele conclusie Bij het opstellen van de begroting 2027-2030 zullen zich ook ontwikkelingen ten opzichte van deze perspectiefnota voordoen, de hier gepresenteerde stand is daarmee ook een momentopname. Wel is duidelijk dat de provincie op dit beeld een negatief oordeel zal geven wat tot preventief toezicht zal leiden. Aan het einde van deze perspectiefnota zullen we aangeven in welke orde van grootte we van u als raad oplossingsrichtingen nodig hebben om tot een, ook voor de provincie, acceptabele begroting te komen.
5
Structureel effect Berap I 2026
Structureel effect Berap 1 2026 Sociaal domein Splitsing vrije ruimte WKR Integrale veiligheid Legesopbrengsten inrijontheffingen Ruimtelijk domein Beheer en onderhoud DRIS-displays Bijstelling energiekosten openbare verlichting Centraal beheersysteem openbare ruimte Sociaal domein GGD Zaanstreek Waterland Inspecties kinderopvang Lijkschouw Specialistische jeugdhulp en pilot Jonge Kind Vrijval niet gebruikte structurele budgetten
2027
bedragen x € 1.000 2028 2029 2030
-35
-35
-35
-35
-20
-20
-20
-20
-14 15 -27
-14 15 -27
-14 15 -27
-14 15 -27
8 -3 -5 -20 23
8 -3 -5 -20 23
8 -3 -5 -20 23
8 -3 -5 -20 23
3 -75
3 -75
3 -75
3 -75
Financien Waterlands Archief Totaal
Het betreffen allen relatief kleine aanpassingen vanuit Berap 1 die u op 28 mei jl. heeft vastgesteld; voor een eventuele toelichting verwijzen we naar dat document.
6
Autonome ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen zijn naar hun aard onvermijdelijk. Deze zijn het gevolg van bijvoorbeeld wet- en regelgeving, een kostenontwikkeling op bestaand beleid of bijvoorbeeld een raadsbesluit.
Autonome ontwikkelingen Algemeen bestuur Aanpassing formatie wethouders (0,65 fte) Regiodeal Waterland Ruimtelijk domein Verhoging bijdrage ODIJmond (raadsbesluit 5 maart 2026) Sociaal domein Verhoging bijdrage GGD (raadsvoorstel 2 juli 2026) Aanpassing nav analyse jaarrekening Bijstelling budgetten WMO obv werkelijke kosten 2025 Bijstelling budgetten Jeugd obv werkelijke kosten 2025 Bijstelling budget Participatie obv werkelijke inkomsten 2025 Aanpassing budgetten nav de meicirculaire 2026 Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Huishoudelijke hulp uit de Wmo Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo Financiën Overhead ICT, licenties Totaal
2027
bedragen x € 1.000 2028 2029 2030
-65 -13
-65 -13
-65 -13
-65 -13
-71
-71
-71
-71
-84
-84
-84
-84
-499 -610 462
-499 -610 462
-499 -610 462
-499 -610 462
-108 0 0
0 0 0
0 665 -199
0 683 -204
-117 -25 -1.130
-117 -25 -1.022
-117 -25 -556
-117 -25 -543
Formatie college Het nieuwe college bestaat opnieuw uit drie wethouders met een formatie van 0,85 fte per wethouder en daarmee tot hogere lasten. Regiodeal Waterland Betreft cofinanciering wat ook om een bijdrage van deelnemende gemeenten vraagt (zie ook nr 6 van het overdrachtsdossier van bijlage 1). Gemeenschappelijke regeling ODIJmond Deze structurele herziening is noodzakelijk om per 1 april 2026 te kunnen voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria en de kwaliteit van de leefomgeving te borgen.
7
Gemeenschappelijke regeling GGD Financieel gezien sluit de begroting grotendeels aan bij de Kadernota, maar valt deze hoger uit dan eerder voorzien. Dit komt vooral door de uitbreiding van de formatie bij het Meld- en Adviespunt Bijzondere Zorg. In het raadsvoorstel van 2 juli over de begroting van de GGD wordt dit nader toegelicht. Overige gemeenschappelijke regelingen Voor de overige gemeenschappelijke regelingen geldt dat de gemeentelijke bijdrage hiervoor wordt aangepast met de inflatiecorrectie. Conform onze begrotingssystematiek voeren we die aanpassingen bij het opstellen van de begroting 2027 door, dan pas ramen we ook aan de inkomstenkant onze compensatie voor inflatie (algemene uitkering en OZB). Bijstelling budgetten Wmo In de jaarrekening treft u dezelfde inhoudelijke toelichting aan als hieronder opgenomen. We hebben geconstateerd dat de afwijkingen, die vaak een incidenteel karakter hadden, als structureel moeten worden aangemerkt, jaarlijks incidenten op de vele deelbudgetten binnen de Wmo heeft uiteindelijk ook een structureel karakter. Voor de bijstelling van 499K hebben we nu gekeken naar de budgetten van 2027 ten opzichte van die van 2025. Een eventuele ontwikkeling van 2026 is hierbij niet betrokken. Op basis van de eerste 4-5 maanden kunnen we hierover onvoldoende conclusies trekken en er volgt ook nog een nieuwe aanbesteding.
Toelichting op de kostenontwikkeling De uitgaven voor de Wmo zijn de afgelopen jaren toegenomen. Dat heeft meerdere oorzaken. Meer inwoners maken gebruik van Wmo-voorzieningen. Het aantal unieke cliënten is gestegen van 518 in januari 2023 naar 602 in januari 2025. Dat is een toename van ongeveer 16%. Ook het totaal aantal voorzieningen is gestegen, met ongeveer 13%. Dit betekent dat meer mensen ondersteuning nodig hebben, en soms ook meerdere voorzieningen tegelijk gebruiken. Als we inzoomen op de soorten voorzieningen binnen de Wmo dan zien we een duidelijke stijging bij huishoudelijke hulp. Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van huishoudelijke hulp is met 17% toegenomen. Tegelijk zijn de kosten per cliënt met ongeveer 12% gestegen. Dit zorgt samen voor een flinke groei in de totale uitgaven. Ook bij hulpmiddelen nemen de kosten toe. Zo is het aantal verstrekte scootmobielen gestegen van 13 in 2023 naar 22 in 2025, een toename van 69%. Bovendien zijn de kosten per scootmobiel met 25% gestegen en zijn ook de onderhoudskosten iets hoger geworden. Verder is er een sterke toename in het aantal trapliften. Het aantal verstrekkingen steeg van 55 in 2023 naar 80 in 2025, een stijging van 45%. Vooral het aantal complexere trapliften (met bochten) is flink toegenomen. De kosten per traplift zijn daarnaast licht gestegen.
Kort samengevat: de Wmo-uitgaven stijgen doordat meer inwoners ondersteuning nodig hebben, het gebruik van voorzieningen toeneemt en de kosten per voorziening hoger worden. Bijstelling budgetten Jeugd In de jaarrekening treft u dezelfde inhoudelijke toelichting aan als hieronder opgenomen. We hebben geconstateerd dat de afwijkingen, die vaak een incidenteel karakter hadden, als structureel moeten worden aangemerkt, jaarlijks incidenten op de vele deelbudgetten binnen Jeugd heeft uiteindelijk ook een structureel karakter. Voor de bijstelling van 610K hebben we nu gekeken naar de budgetten van 2027 ten opzichte van die van 2025. Een eventuele ontwikkeling van 2026 is hierbij niet betrokken. Op basis van de eerste 4-5 maanden kunnen we hierover onvoldoende conclusies trekken. De bijstelling op Jeugd is overigens groter dan bij de jaarrekening. Oorzaak is dat we in 2025 (obv de jaarrekening 2024) de budgetten hebben bijgesteld maar onzeker waren over het structurele karakter daarvan in combinatie met het feit dat het Rijk in de afgelopen jaren telkens, tijdens het jaar, met extra incidentele middelen voor Jeugd kwam waar nu geen zicht meer op is. Voor de jaren 2026, 2027 en verder hebben we toen 50% van die bijstelling meegenomen. De werkelijke kosten 8
waren in 2025 echter alsnog hoger dan de bijstelling die was gedaan (300K). Om die reden valt de bijstelling voor 2027 nu een stuk hoger uit. Toelichting op de kostenontwikkeling De kosten binnen de Jeugdwet zijn de afgelopen jaren structureel toegenomen. Deze stijging wordt veroorzaakt door zowel een groei in het aantal jeugdigen dat ondersteuning ontvangt, als door hogere kosten per voorziening. Uit de cijfers blijkt dat deze ontwikkeling breed zichtbaar is binnen het jeugddomein. Allereerst is er sprake van een duidelijke toename van het aantal cliënten dat gebruikmaakt van een Jeugdwetvoorziening. Waar in januari 2023 nog 176 unieke cliënten ondersteuning ontvingen, is dit aantal in januari 2025 gestegen naar 229. Dit betekent een groei van ongeveer 30%. Ook het totaal aantal ingezette voorzieningen is in dezelfde periode met circa 24% gestegen (van 220 naar 272). Wanneer we inzoomen op de typen hulp waar de aantallen het sterkst toenemen, valt vooral het Bsegment (enkelvoudige hulp) op door een duidelijke en aanhoudende groei. Zowel het aantal cliënten als het aantal voorzieningen in dit segment is fors toegenomen. Het aantal cliënten steeg tussen 2023 en 2025 met circa 36% (van 98 naar 133), terwijl het aantal voorzieningen met ongeveer 34% toenam (van 104 naar 139). Dit segment vormt daarmee een belangrijke motor achter de kostenstijging.
Niet alleen het volume, maar ook de kosten per voorziening zijn gestegen. Veelgebruikte enkelvoudige jeugdhulp is tussen 2023 en 2025 gemiddeld 12% duurder geworden. Deze stijging komt door indexatie, hogere loonkosten en toenemende complexiteit van de hulpvragen. Bijstelling budget Participatie Bij de jaarrekening hebben we aangegeven om voor de perspectiefnota een nadere analyse uit te voeren naar het structurele karakter (redelijk groot voordeel) van de rijksvergoeding die we ontvangen voor bijstandsuitkeringen. Dat bedrag staat van tevoren redelijk vast (los van de werkelijke uitkeringen) en is ook voor de komende jaren een stuk hoger dan waar we in de begroting rekening mee hielden. Om die reden kunnen we nu een positieve bijstelling van 462K opnemen. Aanpassing budgetten nav de meicirculaire 2026 Via de meicirculaire worden zowel bedragen aan het gemeentefonds toegevoegd als onttrokken voor de Wmo. Zo draait het Rijk voor 2027 een eerdere korting op het gemeentefonds terug omdat het verhogen van de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp is uitgesteld. We ontvangen daarvoor eenmalig 108K. We hadden echter in de begroting van 2027 al wel rekening gehouden met een hogere eigen bijdrage die we nu voor 2027 moeten verlagen.
De algemene uitkering uit het gemeentefonds is onderdeel van het programma Financiën en de budgetten voor de Wmo zijn onderdeel van het programma Sociaal. Om die reden komt u deze bijstellingen als voordeel en als nadeel tegen. Per saldo gebeurt er echter niets. Iets soortgelijks geldt voor de andere twee bijstellingen op de Wmo vanaf 2029. Zie hiervoor de inhoudelijke toelichting onder de tabel van ‘effect meicirculaire’. Overhead Bij de jaarrekening hebben we geconstateerd dat een aantal budgetten al langer een tekort laten zien maar dat deze telkens gecompenseerd werden door incidentele voordelen op de grote hoeveelheid budgetten binnen overhead. Het gaat dan om de budgetten voor gas en elektra op de gemeentelijke gebouwen (41K), verzekeringspremies die versnipperd over de begroting waren (70K) en Arbo (36k). Hier staat tegenover dat we een aantal andere kleine budgetten hebben kunnen aframen (totaal 30K), per saldo een bijstelling van 117K. ICT en licenties Kosten van bestaande licenties worden verhoogd, om die reden schaffen we nieuwe licenties aan die meer functionaliteit bieden. Niets doen zou wel tot een kostenverhoging leiden maar dan zonder aanvullende functionaliteit. 9
Effect meicirculaire De meicirculaire biedt weinig nieuws en laat in tegenstelling tot voorgaande jaren, waarin het Rijk vaak nog met incidentele middelen kwam, een tekort zien.
Bijstellingen van de meicirculaire Algemene mutaties Integratie-uitkering Participatie
2027
bedragen x € 1.000 2028 2029 2030
-84 -33
-67 -46
-162 -66
345 -82
108 0 0
0 0 0
0 -665 199
0 -683 204
Totaal -9 -113 -694 Wmo te verrekenen met programma sociaal -108 0 466 Netto effect meicirulaire -117 -113 -228 *deze regel correspondeert met de ‘gespiegelde’ bedragen in de vorige tabel met de autonome ontwikkeling. Per saldo dus € 0 voor het saldo van deze perspectiefnota. Het netto-effect van de meicirculaire is dus negatief voor de eerste drie jaren en positief voor 2030.
-216 479 263
Taakmutaties Wmo te verreken met programma sociaal: Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Huishoudelijke hulp uit de Wmo Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo
Algemene mutaties Voor de jaren 2027-2029 is sprake van een oplopend nadeel. Dat wordt vooral veroorzaakt door een halvering van het begrote voorschot op de uitkering van het BTW-compensatiefonds (115K). De overige bijstellingen hebben te maken met gewijzigde aantallen op de verschillende maatstaven van het gemeentefonds. In 2030 is sprake van een voordeel omdat de algemene uitkering in 2030 ten opzichte van 2029 hoger uitvalt en dat nu pas in beeld komt vanwege deze nieuwe jaarschijf. Integratie-uitkering Participatie De integratie-uitkering Participatie binnen de algemene uitkering is bedoeld voor kosten die gemeenten hebben voor de Wsw en beschut werk. Deze regeling kent geen nieuwe instroom waardoor de budgetten voor alle gemeenten in de loop van de tijd afnemen. Voor de verdeling van die budgetten hanteert het Rijk een nieuwe verdeelsleutel waardoor het bedrag voor Landsmeer sneller wordt afgebouwd dan voorheen. We moeten nog nader bekijken of daar ook lagere kostenverlagingen tegenover staan en dat, wanneer van toepassing, bij het opstellen van de begroting aanpassen. Wmo te verrekenen met programma Sociaal Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo (ter vervanging van het abonnementstarief) is uitgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028.
Omdat gemeenten dan een hogere eigen bijdrage kunnen vragen had het Rijk eerder al middelen aan het gemeentefonds onttrokken, voor Landsmeer kwam dat neer op 108K. Dat bedrag wordt nu eenmalig weer aan het gemeentefonds toegevoegd. Echter in de begroting was vanaf 2027 al met hogere eigen bijdragen voor dat bedrag rekening gehouden. Via het programma Sociaal wordt die raming met eenzelfde bedrag verlaagd. 10
Huishoudelijke hulp uit de Wmo Het kabinet heeft besloten dat huishoudelijke hulp niet langer via de Wmo wordt vergoed voor mensen die dit zelf kunnen betalen. Deze maatregel gaat in op 1 januari 2029. Hierdoor stopt huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo. Het gevolg is dat gemeenten minder kosten hebben voor deze voorziening waarop het Rijk ruim € 1,4 miljard uit het gemeentefonds haalt, voor Landsmeer betekent dat een korting van 665K. Via het programma Sociaal worden de begrote uitgaven hierop aangepast. Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo Hoewel huishoudelijke hulp grotendeels uit de Wmo verdwijnt, blijft de gemeente wel verantwoordelijk voor mensen die niet in staat zijn om dit zelf te regelen of te betalen. Voor deze groep wordt een vangnet ingericht. Hiervoor wordt vanaf 2029 € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Via het programma Sociaal worden de begrote uitgaven hierop aangepast, alle drie hier genoemde bijstellingen zijn daarmee voor de begroting budgettair neutraal.
Overige ontwikkelingen
In tegenstelling tot de autonome ontwikkelingen is er ten aanzien van de overige ontwikkelingen nog geen sprake is van bestaand beleid dan wel is er een keuze ten aanzien van ambitie en daarmee de hoogte van de financiële effecten. De hier genoemde overige ontwikkelingen hebben vooral betrekking op onderwerpen die in het overdrachtsdossier genoemd zijn, waarvoor het budgetrecht en de keuze van de raad geldt. Het karakter van die ontwikkelingen en de mate waarin deze een financieel effect hebben wisselen. Om die reden hebben we wel twee tabellen opgenomen. De eerste tabel beschouwen we als noodzakelijk voor de uitvoering van wettelijke en bestaande taken. De tweede tabel heeft betrekking op meer nieuwe beleidsontwikkelingen en ambities. Wanneer in de tabel een nummer is vermeld, dan correspondeert dat nummer met het betreffende onderdeel van het overdrachtsdossier. Naast een korte toelichting bij de tabel verwijzen we naar het betreffende onderdeel die ook als bijlage bij deze perspectiefnota zijn opgenomen.
11
Noodzakelijk voor de uitvoering van bestaand beleid dan wel wettelijke verplichting Het betreft ontwikkelingen waarbij er ook een keuze is om het niet te doen. In die zin zijn deze ontwikkelingen niet onvermijdelijk zoals de autonome ontwikkelingen, echter wel noodzakelijk voor de uitvoering van bestaand beleid.
Tabel 1: Overige ontwikkelingen (‘noodzakelijk’) Algemeen bestuur 1 Bestuurlijke toekomst (incidenteel) 10 Maatschappelijke veerkracht (incidenteel)
2027
bedragen x € 1.000 2028 2029 2030
-50 -25
Integrale veiligheid 2 Organisatie algemeen (0,4 fte Ondermijning) Ruimtelijk domein 17 EU-Natuurherstelverordening 18 Voetbalkooi Langebreek (50K extra investering) Sociaal domein 38 Proeftuin toekomstscenario (incidenteel)
-100
Financiën 2 Organisatie algemeen (incidenteel): 3 Organisatie Fit voor Fusie (incidenteel)
pm -50
pm -50
54 ICT Projectcapaciteit (incidenteel)
-75
-75
ten laste van reserve Woo 55 Verhoging dotatie onderhoudsvoorziening gebouwen
75 -40
Totaal
-308
-40
-40
-40
-40
0 -3
0 -3
0 -3
0 -3
75 -40
-40
-40
-133
-83
-83
Korte toelichting per nummer van het overdrachtsdossier (zie verder ook bijlage 1) 1 nadere uitwerking mogelijk bestuursbesluit/communicatie/ondersteuning etc. Bij een positief Voortgangsbesluit over de fusie met Purmerend zullen hier hogere kosten worden gemaakt; dat is nu nog niet aan te geven. 2 betreft noodzakelijke capaciteit voor Bibob-beleid 10 bijdrage aan regionale projectleider, die gezamenlijk met Edam-Volendam wordt ingezet 17 maatregelen voor publieke en private partijen om stedelijk groen te versterken, financiële impact nog niet duidelijk (is wettelijke taak; de mate waarin is een bestuurlijke keuze) 18 verhoging van krediet voor realisatie in het Sportpark 38 eenmalige investering om structurele kosten te dempen 2
Organisatie algemeen (incidenteel) In het overdrachtsdossier hebben we aangegeven te verwachten dat hiervoor extra middelen nodig zijn van 500K. Bij het opstellen van deze perspectiefnota constateren we dat deze ‘claim’ het financieel perspectief teveel onder druk zet met alle financiële ontwikkelingen. We kiezen er vooralsnog voor te onderzoeken of we dit binnen de bestaande bedrijfsvoerings- en salarisbudgetten (bijvoorbeeld vacatureruimte) kunnen opvangen in de komende jaren. Het gevolg zal zijn dat er dan geen enkele ruimte is voor bijvoorbeeld ziektevervanging. Als dat onze reguliere dienstverlening treft, zal de kans op een tekort op deze budgetten bij de jaarrekening toenemen. 12
3
extra investering om medewerkers zowel te binden als te boeien als ook goed voor te bereiden op de gewenste fusie.
54
extra capaciteit om transitie naar de moderne werkplek vorm te geven. Een nadere inschatting laat zien dat we waarschijnlijk met een lager budget uit kunnen doordat we twee vacatures op een goede wijze hebben kunnen vervullen. Daarnaast stellen we voor de reserve Woo voor deze kosten in te zetten. Deze reserve is de afgelopen jaren met incidentele Rijksmiddelen gevoed en we liggen op schema met de invoering van de Woo.
55
Onderhoudsvoorziening gebouwen In het overdrachtsdocument is aangegeven dat er voor het onderhoud tussen 2026-2035 dan wel 2026-2040 jaarlijks 200K tot 250K extra nodig is voor het behoud van de gebouwen in de huidige staat. Gezien de mogelijke fusie is het echter de vraag of alle gebouwen voor die periode ook hun huidige functie behouden. We hebben hier bij het opstellen van deze perspectiefnota ook nog opnieuw naar gekeken. We kunnen ook naast de genoemde twee periodes de periode 2026-2030 beschouwen. De afwegingen die hierbij horen voeren voor deze perspectiefnota nu te ver en verdienen een afzonderlijke behandeling. Daarom komen we na het zomerreces, maar vóór de begroting met een raadsvoorstel om daarin samen met u een verantwoorde afweging te maken. Duidelijk is wel dat er voor de periode 2026-2030 in ieder geval een extra dotatie nodig is van 40K, gezien het noodzakelijke onderhoud voor gebruik, veiligheid van ons vastgoed.
Nieuwe ontwikkelingen Naast de ontwikkelingen uit het overdrachtsdossier die we hiervoor hebben genoemd en waarbij we, naast noodzaak, ook concrete bedragen kunnen noemen is er nog een veelheid andere onderwerpen in het overdrachtsdossier benoemd. Deze vragen niet allemaal om extra middelen, vaak is het ook een stand van zaken waarop bestaande capaciteit en middelen worden ingezet. Voor een aantal geldt dat echter wel maar de politieke keuzevrijheid ten aanzien van het ambitieniveau is hierbij wel groter dan bij de andere onderwerpen die we in deze kadernota hebben benoemd. Hoewel u daarover nu geen uitspraken hoeft te doen, naast het feit dat deze nog onvoldoend concreet zijn voor een financiële vertaling, achten we het wel van belang dit onder de aandacht te brengen. We benoemen er enkele met een verkorte beschrijving (een uitgebreidere omschrijving is ook hier opgenomen in bijlage 1): • 13 GOW 30: snelheid remmende maatregelen i.c.m.
onderhoudswerkzaamheden, nadere uitwerking nodig (investering ineens of kapitaallasten) • 14 Parkeernota aanleg en herinrichting parkeervoorzieningen + saldo kosten/opbrengsten handhaving • 19 Monumentenbeleid subsidies of laagrentende lening (revolving fund) • RO Algemeen betreft prioritering op ruimtelijke ontwikkeling gelet op beschikbare capaciteit, ook ten aanzien van inhuur • 33 Netgongestie (kleine) grondtransacties • 41 Beschermd wonen eventuele bijdrage aan centrumgemeente Purmerend wegens tekort op Rijksmiddelen op deze opgave • 48 Jongerenplek eventuele verhoging subsidie vanwege hogere inzet jongerenwerk bij een vaste jongerenplek 13
Oplossingsrichtingen / recente geschiedenis De oplossingsrichtingen zijn beperkt. Het financieel perspectief dat we nu zien is overigens niet nieuw. In eerdere jaren zagen we al tekorten aankomen. Bij het vaststellen van de begroting 20252028 heeft de raad, via een motie, het college destijds gevraagd oplossingsrichtingen uit te werken richting de perspectiefnota 2026. Hiervoor is toen een bespreeknotitie opgesteld die in een informele sessie, op 13 mei 2025, met geïnteresseerde raadsleden is besproken in aanloop naar de perspectiefnota. De notitie bevatte een benchmark op de uitgaven van Landsmeer ten opzichte van de middelen uit het gemeentefonds en de uitgaven van vergelijkbare gemeenten. De verschillen konden op de hoofdlijn logisch verklaard worden. Hogere uitgaven op sport en cultuur in Landsmeer konden bijvoorbeeld verklaard worden doordat de vergelijkbare gemeenten geen eigen bibliotheek en zwembad hebben. Van beide voorzieningen heeft de raad in brede meerderheid aangegeven deze in stand te willen houden.
De voorzichtige conclusie die het college destijds op basis van de bespreeknotitie en eerdere besprekingen van bezuinigingsopties in de raad heeft getrokken en als oplossingsrichting aan de raad mee wou geven, luidde als volgt: • bezuinigingsmogelijkheden beperkt, feitelijk alleen OZB voor structureel effect en ‘vastgoed/grex’, met name Resort (ook structureel), voor versterken reservepositie • inzet onbenutte belastingcapaciteit via OZB-verhoging, 8% jaarlijks en cumulatief (32% over 4 jaar boven de inflatie), overigens jaarlijks bij elke begroting definitief te bepalen • structurele meevallers (AU/maatregelen/Rijk), na aftrek van kosten voor bestaand beleid, worden in mindering gebracht op OZB-verhoging Bij het opstellen van de perspectiefnota 2026 was de OZB-verhoging uiteindelijk niet nodig door 2 belangrijke aspecten: • extra Rijksmiddelen via de meicirculaire 2026 • een tijdelijk voordeel op kapitaallasten doordat de ingebruikname/gereed komen van investeringen te optimistisch was begroot; lasten vervallen niet maar komen later • wel zijn een aantal besparingsopties uit de bespreeknotitie doorgevoerd.
Maatregelen Op basis van de hiervoor genoemde bespreeknotitie zijn bij de perspectiefnota van vorig jaar, en daarmee in de begroting 2026-2029, de volgende maatregelen doorgevoerd: • Inbesteden schoolmaatschappelijk werk • Inbesteden praktijkondersteuner • WelzijnWonenPlus (gebruikers dragen zelf abonnementskosten voor lidmaatschap) Deze drie maatregelen leiden tot een besparing van structureel 124K.
14
Ontwikkeling algemene reserve Bestemmingsreserves Bij de bespreking van de Berap I heeft de raad aangegeven ook te willen kijken naar nut en noodzaak van de bestemmingsreserves. We hebben een eerste slag gemaakt om te kijken naar die bestemmingsreserves waarvoor geen verplichtingen gelden. We stellen voor onderstaande reserve op te heffen en toe te voegen aan de algemene reserve. Op te heffen reserves per 1-1-27 Reserve basisregistraties Meerjarenplan Sociaal domein Slokgelden Inburgering Visies en onderzoek Stand 31-12-2025
9 309 10 36 66 421
Op basis van de tabel uit de inleiding van deze kadernota en de toevoeging van de op te heffen bestemmingsreserves ziet het verloop van de algemene reserve er als volgt uit. Verloop algemene reserve
2027
2028
2029
2030
Stand 1-1 (obv jaarrekening 2025 en begroting 2026) incidentele budgetten tlv alg res storting voordeel kapitaallasten toevoeging opgeheven bestemmingsreserves mutatie vanwege begrotingssaldo
2.874 -145 469 421 -1.899
1.719 -145 713
5
-1.252
600
600
-2.282
-1.856
-1.365
Stand 31-12
1.719
5
-1.252
-2.017
Conform de systematiek van de begroting 2026-2029 brengen we begrotingstekorten (mits er sprake is van structureel sluitende begroting door incidentele lasten buiten beschouwing te laten) ten laste van de algemene reserve. Naast het feit dat er geen sprake is van een structureel sluitende begroting, komt de algemene reserve in 2028 feitelijk al op € 0 uit. Overige mogelijkheden voor het versterken van de algemene reserve Naast de herschikking van reserves om de algemene reserve te versterken kijken we ook serieus naar andere opties, vooral verkoop van gronden en vastgoed zonder beleidsinhoudelijk doel. Zo hebben we recent een aantal pachtgronden verkocht en hebben ook de woning bij de begraafplaats verkocht (akte moet nog passeren bij de notaris). Met deze twee transacties is een opbrengst van 800K gemoeid wat onderdeel van Berap 2 zal zijn. Omdat er zich dit jaar ook nog andere meevallers maar ook tegenvallers kunnen voordoen hebben we die opbrengst nog niet in de stand van de algemene reserve verwerkt. Naast deze twee transacties zien we de nog de volgende mogelijkheden: • Zuideinde 42, tot nu een onvoldoende bod ontvangen • Overige pachtgronden, we hebben een aantal percelen in eigendom die de provincie wellicht wil verwerven om de natuurdoelstellingen te halen 15
• • •
Maarten Luther Kingstraat, hierover zijn we in onderhandeling waarbij we verwachten na de zomer tot een verkoopovereenkomst te komen Zonnedauwstraat, vooralsnog hebben we besloten niet tot verkoop over te gaan omdat we van mening zijn dat de functie van maatschappelijke betekenis is Entree Landsmeer West, deze locatie biedt nog mogelijkheden voor incidentele opbrengsten
Daarnaast zijn er op dit drie woningbouwlocaties in ontwikkeling (Oude Keern/Calkoenstraat – Violierweg – Dorpshuis Purmerland) die ten minste budgettair neutraal verlopen maar wellicht ook een extra opbrengst genereren. Suggesties voor overwegingen Begrotingssaldo en verloop algemene reserve zonder maatregelen
Stand PPN voor maatregelen Waarvan incidenteel (gecorrigeerd nav begroting 2026) Uitgangspunt structureel saldo begroting 2026-2029
2027 -1.899 -789 -1.110
2028 -2.282 -823 -1.459
2029 -1.856 -600 -1.256
2030 -1.365 -600 -765
Verloop algemene reserve (stand 31-12)
1.719
5
-1.252
-2.017
Financieel effect maatregelen Hieronder hebben we opgenomen welk bedrag aan maatregelen minimaal nodig is om tot zowel een structureel sluitende begroting, in ieder geval in het laatste jaar, te komen als een positief verloop van de algemene reserve. Hierbij hebben we twee tabellen opgenomen om het effect te laten zien bij maatregelen ineens of maatregelen die geleidelijk tot een verbetering van het begrotingssaldo leiden. Maatregelen geleidelijk Stand PPN voor maatregelen Maatregelen Stand Perspectiefnota Waarvan incidenteel (gecorrigeerd nav begroting 2026) Uitgangspunt structureel saldo begroting 2026-2029
-1.899 250 -1.649 -789 -860
-2.282 500 -1.782 -823 -959
-1.856 750 -1.106 -600 -506
-1.365 1.000 -365 -600 235
Verloop algemene reserve (stand 31-12)
1.969
755
248
483
Stand PPN voor maatregelen Maatregelen Stand Perspectiefnota Waarvan incidenteel (gecorrigeerd nav begroting 2026) Uitgangspunt structureel saldo begroting 2026-2029
-1.899 1.000 -899 -789 -110
-2.282 1.000 -1.282 -823 -459
-1.856 1.000 -856 -600 -256
-1.365 1.000 -365 -600 235
Verloop algemene reserve (stand 31-12)
2.719
2.005
1.748
1.983
Maatregelen ineens
16
De twee tabellen bevatten een rekenkundig voorbeeld van maatregelen van uiteindelijk € 1 miljoen waarbij zichtbaar is dat wanneer deze ineens worden doorgevoerd dit zowel op het begrotingssaldo maar met name het verloop van de algemene reserve een positiever effect hebben. Aard van de maatregelen De aard van de maatregelen kan een combinatie van kostenverlaging en inkomstenverhoging zijn. Zoals hiervoor al aangegeven, bespreeknotitie van vorig jaar, achten wij de mogelijkheden tot het nemen van kostenbesparende maatregelen zeer beperkt. Wat we in de kostenontwikkeling zien is opnieuw een stijging van kosten op Jeugd en Wmo. Ondanks het feit dat het hier de uitvoering van wettelijke taken betreft kunnen we ons voorstellen dat u hier meer inzicht in wil hebben: welke beleidsvrijheid heeft u als raad om tot eventuele kostenbesparingen op verstrekte voorzieningen te komen maar ook welk maatschappelijk (en wellicht op termijn ook financieel) effect heeft dat? Het college heeft verzocht om hierover direct na het zomerreces een afzonderlijke thema-avond te organiseren. Evenwel is het voor het college van belang van de raad oplossingsrichtingen mee te krijgen ten behoeve van het opstellen van de begroting.
Het rekenvoorbeeld in beide hierboven gepresenteerde tabellen, laten zien dat inkomensverhogende maatregelen effectief kunnen zijn en in ieder geval leiden tot een sluitend meerjarenbeeld, ter voorkoming van preventief toezicht van de provincie. Net als vorig jaar kan hierbij als uitgangspunt gelden dat voor een eventueel tekort voorstellen voor een OZB-verhoging worden gedaan. Bij deze combinatie van maatregelen vernemen we ook graag of de voorkeur uitgaat naar geleidelijke maatregelen of maatregelen ineens. Natuurlijk is het mogelijk om ook (verder) te versoberen op beleidsterreinen. Daarbij wel de kanttekening dat we vorig jaar een grondige exercitie hebben gedaan en dat eventuele kortingen pas later (ivm subsidies, langjarige afspraken) kunnen worden verzilverd. Ook willen we voorkomen dat de ambtelijke organisatie wordt belast met een opdracht om oplossingsrichtingen uit te moeten werken die niet/nauwelijks op draagvlak kunnen rekenen.
17
Bijlage 1, onderdelen overdrachtsdossier 1 Bestuurlijke toekomst Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid
Burgemeester de Lange Bij raadsbesluit van 18 december 2025 heeft het college de opdracht gekregen om met Purmerend de mogelijkheid om te fuseren te verkennen. Om draagvalk te verwerven, is een participatieplan opgedragen. Tevens is een motie aangenomen, waarbij verzocht is om de raad actief te betrekken bij het proces. In februari 2026 is met Purmerend een proces vastgesteld om de verkenning vorm te geven, waarbij een organisatie met ambtelijke en bestuurlijke gremia is ingericht. https://landsmeer.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/279276dd-372b-48e6-8ba0-f52e4f3faad0
Juridische context en beleidsruimte gemeente Feiten en cijfers
De huidige verkenning is nog vormvrij, gestreefd wordt naar een “intentie-besluit” van beide gemeenteraden, waarna een traject gevolgd wordt dat voldoet aan de eisen van de Wet algemene regels herindeling (Wet Arhi).
Kansen voor de nabije toekomst Risico’s en beheersmaatregelen
Landsmeer heeft andere mogelijke fusiepartners onderzocht, de variant met de groen-landelijke WOL (Wormerland, Oostzaan, Landsmeer) gemeenten, zonder en met Waterland en Edam Volendam bleek geen optie. Amsterdam geeft aan dat het vraagstuk in de regio Zaanstreek/Waterland moet worden opgelost. De organisatie kan de uitdagingen van alle gemeentelijke taken niet meer aan. Fusie kan dat oplossen. Een perspectief van fusie kan de ruimte bieden om de samenwerking reeds op te starten en de organisatie te ondersteunen vanuit de grotere gemeente. •
• •
Het fusietraject gaat inhoudelijk en procesmatig de komende bestuursperiode bepalend zijn en veel ruimte vragen van de organisatie. Harmonisatie van beleid, het toepassen en vastleggen van lokaal maatwerk en deelname van medewerkers aan diverse projectgroepen vragen extra inzet en leggen druk op de organisatie. Dat gaat of ten koste van bestaande dienstverlening (wat bijna niet kan) of er moet extra geïnvesteerd worden in capaciteit. Dit is op voorhand niet volledig te kwantificeren, maar we moeten hiermee de komende jaren rekening houden. De mogelijke wens om ook te fuseren met Purmerend vanuit hetzij Oostzaan hetzij Wormerland of beide kan tot uiting komen tijdens het proces Landsmeer-Purmerend en zal daarop van invloed zijn. Purmerend zal in 1 keer willen fuseren. Wanneer de fusie met Purmerend geen doorgang vindt, rest Landsmeer alleen nog de optie fusie met Amsterdam. Dat betekent voor Landsmeer een andere verhouding qua zeggenschap op proces en uitkomst, maar ook voor de regio Zaanstreek/Waterland een verzwakking, die waarschijnlijk tot reacties zal leiden en uitstel van een oplossing. Om het proces met Purmerend te beheersen is een zorgvuldig, geduldig, gelijkwaardig proces van de gemeenten vereist en is het verwerven van draagvlak onder de bevolking belangrijk.
Stakeholders/partners Buurgemeenten, provincie NH, inwoners, bedrijven, verenigingen e.d. van Landsmeer en Purmerend. Medewerkers van beide gemeenten, ondernemingsraden. Later in het proces ook het Ministerie van Biza en de Tweede en Eerste kamer. Ten slotte ook alle bestaande samenwerkingspartners. Financiële aspecten Om het proces van verkenning uit te voeren is budget vereist. Er dient externe ervaringsdeskundigheid ingehuurd te worden om Landsmeer te ondersteunen. De eerste quick scan kan, met externe ondersteuning, grotendeels door de bestaande organisatie worden uitgevoerd, de uitwerking vereist een groter extra budget, dat niet in de begroting is opgenomen. Wij verwachten dat voor ondersteuning, middelen en in- en externe communicatie € 100.000,- vereist is. Daarnaast is participatie een apart proces, waarvoor de raad, middels een amendement, € 50.000,- beschikbaar gesteld heeft in de begroting 2026. Uitvoering/capaciteit Uitvoering kan niet geheel door de eigen organisatie worden gerealiseerd. Het bedrijf draait immers door. Lokale input moet en kan geleverd worden, maar ingehuurd wordt voor expertise met fusie-trajecten, voor communicatie en voor ondersteuning van het onderzoek en onderbouwing van het besluit. Tevens is voor participatie ondersteuning nodig, waarvoor budget beschikbaar is gesteld, zoals boven aangegeven.
2 Organisatie, algemeen Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid
Juridische context en beleidsruimte gemeente
Burgemeester de Lange De WOL-verkenning en het rapport van Necker over het financieel meerjarenperspectief laten zien dat de gemeentelijke organisatie kwetsbaar is en op onderdelen niet/nauwelijks kan leveren. Dat is geen geheim, maar legt op voorhand een stevige hypotheek op de bestuurlijk gewenste ambities voor een nieuwe collegeperiode. Met het uitvoerige rapport Realisatievermogen gemeente Landsmeer is pakweg 1,5 jaar geleden verfijnd in kaart gebracht hoe de bezetting/formatie is opgebouwd en waar het knelt. Het moet gezegd dat ALLE medewerkers zich weliswaar elke dag met hart en ziel inzetten voor onze gemeente, maar dat wettelijke eisen, toenemende taken vanuit rijk/regio’s/verbonden partijen en Gemeenschappelijke Regelingen en de roep om meer participatie bij/over plannen en beleid een alsmaar forser beslag leggen op de organisatie, die dit niet kan dragen. Landsmeer probeert er alles aan te doen om minimaal wettelijk te voldoen aan alle taken en opgaven, zoals opgedragen in wetgeving of in medebewind. Daar horen velerlei kwaliteitseisen bij, die worden gecontroleerd door mede-overheden, zoals provincie, waterschappen, eisen vanuit de gemeenschappelijke regelingen, andere samenwerkingsverbanden ea vooral toetsende instanties (AP, Arbo, div inspecties, BCM, etc.).
De beleidsruimte die Landsmeer nog heeft wordt grotendeels ingezet voor het takenpakket wat de gemeentewet en-verordeningen voorschrijven.
19
Feiten en cijfers
Op een aantal onderdelen is de organisatie gewoonweg te dun bezet. Op de beleidsdomeinen fysiek en sociaal zijn we nog redelijk op orde; over de ambities op die domeinen is vooral het gesprek met het bestuur van groot belang. De meest actuele knelpunten zijn als volgt te kwantificeren/kwalificeren: •
•
•
• •
•
Kansen voor de nabije toekomst Risico’s en beheersmaatregelen
Veel inhuur/hoge kwetsbaarheid bij subteam Financiën. Corebusiness op de P&C-cyclus en de basisadvisering voor de financiële paragraaf bij nota's/raadsvoorstellen is noodzakelijk. De formatie is in principe op orde maar de invulling knelt. Na een aantal maanden is het in Q4-25 en Q2-26 gelukt om 2 vaste medewerkers te werven, echter zonder specifieke gemeente ervaring. Hierdoor moeten we de coördinator blijven inhuren voor een fatsoenlijke inwerking en continuïteit. Dat brengt extra kosten met zich mee. Door pensionering en verloop momenteel een te lage bezetting bij subteam Juridische Zaken. Veel juridische procedures (breed) steunt op enkele collega's. Dit wordt nu opgevangen met inhuur in combinatie met de inzet van specifieke expertise. Bestendiging van dossiers/kennis/kunde van Landsmeerse situatie, door verloop binnen de hele organisatie in de afgelopen jaren, wordt node gemist. Tezamen met een ingehuurde jurist bekijken we momenteel hoe de juridische functie in deze situatie het beste ingericht en bezet kan worden. Daarnaast is juridische kwaliteitszorg binnen ruimtelijke ordening kwetsbaar. Teveel beroep op (dure) externe deskundigheid; en het is noodzakelijk juridisch werk voor handhavingszaken op het gebied van APV, overeenkomsten en verordeningen, corebusiness van een gemeente. Hiervoor zal waarschijnlijk een specifieke RO-jurist (1 fte) nodig zijn.
Thema Ondermijning. Is wettelijke taak, die meer capaciteit vraagt ivm uitvoering van het Bibob-beleid. Om dit goed in te vullen is structureel 0,4 fte (s10) extra formatie noodzaak. Thema Weerbaarheid. Is een sterk bestuurlijke wens, volgt op landelijk groot programma over voorbereid zijn op crisis/rampen. Met buurgemeenten wordt voorgesteld een projectleider in te huren. Voor het inrichten van een noodsteunpunt is in 2027 extra budget vereist (nntb). Bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM). Momenteel wordt BCM (verplicht) doorgevoerd. Afhankelijk van de uitkomsten van het traject kan het nodig zijn om extra middelen beschikbaar te stellen om deze plannen goed uit te voeren en de continuïteit van de dienstverlening bij calamiteiten of cyberincidenten te waarborgen. Dit is noodzaak voor normale bedrijfsvoering en het borgen van continuïteit van dienstverlening aan onze inwoners.
Een mogelijke fusiepartner zou zeker op het gebied (primair) van bedrijfsvoering de helpende hand/verlichting kunnen bieden. Waar dat kan, wordt reeds overlegd met Purmerend om op onderdelen bij te springen. Voor dit lopende jaar is dat nog te vroeg; we zijn immers 'slechts' met een bestuurlijke verkenning bezig. Het vraagt een continue gesprek tussen bestuur en ambtelijke organisatie om doorlopend af te spreken: wat kan er wel en niet? Het 1e moment daarvoor is bij de vorming van het coalitie/collegeakkoord. Die ambities voldoende scherp duiden, verdelen over de bestuursperiode en zo eerlijk/scherp mogelijke inschatting te maken van inzet van mensen en middelen, is een 1e vereiste om 20
de bestuurlijke verwachtingen goed te managen. Vervolgens is het aan het management om in goede verstandhouding met het college (en raad) continue het bestuurlijk-ambtelijk samenspel goed met elkaar te voeren. Stakeholders/partners Hele organisatie, management, bestuur Financiële aspecten Moet nader verfijnd worden; hierboven is een indicatie gegeven. De totaalsom van de acute, personele vraagstukken zoals hierboven benoemd bedraagt € 500.000, in eerste instantie voor max 3 jaar, met uitloop naar deze bestuursperiode. Kosten voor BCM moeten nog nader worden bepaald. 3 Organisatie, fit voor fusie Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid Kansen voor de nabije toekomst
Burgemeester de Lange Zie het fiche over het fusietraject met Purmerend. Zoals bekend voeren we een bestuurlijke verkenning uit met Purmerend. Die moet rondom het zomerreces leiden tot een voortgangsbesluit om verder richting een mogelijk fusietraject te gaan. Zeer waarschijnlijk einde jaar een intentiebesluit en daarna het proces conform Wet Arhi; daarmee zou het formele fusietraject starten. Ons huidige werkklimaat in Nederland vraagt om wendbare en vitale medewerkers. De arbeidsmarkt voor gemeenten is bijzonder krap en zeker voor kleine gemeenten als Landsmeer is het zeer lastig voldoende gekwalificeerd personeel te krijgen. Dat merken we elke dag en op cruciale plekken in de organisatie lossen we dat (tijdelijk) op met externe inhuur. Het is daarom juist voor kleine gemeenten van groot belang om het huidige bestand van medewerkers vast te kunnen houden. Om de huidige dienstverlening aan onze inwoners, bedrijven en instellingen te kunnen borgen. Met de fusie in aantocht is het essentieel om de medewerkers te binden en te boeien. Om hen niet alleen betrokken te houden op onze organisatie, maar juist ook Fit voor Fusie. Dat is breed bedoeld; zowel op mentaal en fysiek fit, maar ook qua competenties, vaardigheden en vakmanschap klaar voor de nabije toekomst.
Want het is goed om nog eens te benadrukken: een heel groot deel van onze medewerkers bedienen straks nog steeds onze inwoners van Landsmeer, Den Ilp en Purmerland, alleen vanuit een grotere organisatie. En we willen hun (lokale) kennis, kunde en ervaring heel graag behouden. Ergo: hoe kunnen we onze medewerkers zo goed en zo lang mogelijk binden en boeien aan Landsmeer? En hoe zorgen we ervoor dat zij ‘klaar zijn’ voor als de fusie een feit is? Met een programma Fit voor Fusie. Een pakket (soms aanvullende) maatregelen, die voor de komende pakweg 3 jaar wordt uitgerold, waar medewerkers (soms ook verplicht) aan deel gaan nemen. Want het is evident: alle medewerkers zijn natuurlijk ook zelf verantwoordelijk voor hun eigen ontwikkeling/vorming. De werkgever wil er echter alles aan doen om Fit voor Fusie te faciliteren. Dat is sterk voor onze inwoners, ons bestuur èn onze medewerkers. Daar plukt iedereen de komende jaren nog de vruchten van. 21
Risico’s en beheersmaatregelen
Stakeholders/partners Financiële aspecten
Uitvoering/capaciteit
Op hoofdlijn omvat het programma de volgende pijlers: • extra ondersteunen en bevorderen van de fysieke en mentale gezondheid van alle medewerkers, zodat zij duurzaam inzetbaar blijven; • per vakdiscipline extra investeren in opleiding, training/oefening en competenties/vaardigheden om up to date de uitdagingen voor de toekomst aan te kunnen; • overall zorgen voor goede, veilige, prettige werkomgeving met goede uitrusting/spullen; • actief inzetten op loopbaanbegeleiding, doorstroom naar functies waar mogelijk, (snuffel)stages of werkervaringsplekken, zodat medewerkers die komende tijd iets anders willen binnen Landsmeer, daar ook kansen voor krijgen. • Hierboven benoemen we veelal inzet/maatregelen als ‘extra’. Vooropgesteld sluiten we uiteraard aan op wat de organisatie al doet met bijv. het jaarlijkse opleidingsbudget. We gaan kijken of we alle bestaande middelen zo effectief/efficiënt mogelijk inzetten. Dat is een gegeven. • Daarnaast zijn we al met de waarschijnlijke fusiepartner in gesprek om HR-middelen zo slim mogelijk in te zetten die uiteraard aansluiten op wat Purmerend al met medewerkers ontwikkelt/kan inzetten. Zo maken we werk met werk. • Fit voor Fusie vraagt dus niet alleen extra middelen, maar vooral ook tijd. Tijd die schaars is en dus ook ten koste gaat van andere onderwerpen.
Het programma vraagt immers tijd om deel te kunnen nemen en ruimte te krijgen voor ontwikkeling. Dat vraagt ook ruimte van ons bestuur om inhoudelijk-bestuurlijke ambities te matchen met wat organisatorisch ook kan. Zie ook het fiche knelpunten in de organisatie. Goede afspraken hierover met en commitment van ons bestuur is een noodzakelijke voorwaarde voor het slagen van dit programma. Hele organisatie, management, bestuur Zoals gezegd gaan we bestaande budgetten herijken en zoveel mogelijk hiervoor inzetten. De verwachting is evenwel dat de 4 genoemde pijlers (indicatief) een extra investering vragen van € 50.000 per jaar (voor 2026, 2027 en 2028). Uiteraard wordt elke pijler verder uitgewerkt. We ontwikkelen dit als MT met collega’s van HR/Communicatie en de OR.
6 Regiodeal Waterland Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid
B. ten Have De Regio Deal Waterland is een samenwerking tussen het Rijk en de Regio Waterland (gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend en Waterland), gericht op het versterken van de brede welvaart. Samen met onderwijsinstellingen Talland College, 22
Juridische context en beleidsruimte gemeente Kansen voor de nabije toekomst Stakeholders/partners Financiële aspecten Uitvoering/capaciteit
Purmerendse Scholen Groep (PSG) en het bedrijfsleven namens Vereniging Ondernemend Waterland (VOWA), wordt ingezet op Beter Wonen, Beter Leren en Beter Werken https://landsmeer.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/54276760-d2a7-4f1e-bcdb-48c40185d2a8 https://regiodealwaterland.nl/ Er liggen met name kansen voor bedrijven om een impuls vanuit de regiodeal in te zetten voor een versterking van de gemeente Landsmeer. Uitvoering ligt bij een programmateam 13 miljoen euro beschikbaar als co-financiering. Uitvoeringskosten voor Landsmeer € 65.000 in vijf jaar. Nog niet verwerkt in de begroting. Onze rol is vooral een gidsfunctie. Vragen van onze gemeente koppelen aan het programmateam.
10 Maatschappelijke veerkracht Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid Juridische context en beleidsruimte gemeente Kansen voor de nabije toekomst Risico’s en beheersmaatregelen Stakeholders/partners
Burgemeester de Lange Toenemende geopolitieke spanningen, hybride dreigingen, klimaatverandering en het grotere risico op langdurige stroomuitval vragen om een integrale versterking van zowel de maatschappelijke weerbaarheid als de veerkracht van de samenleving. Intern wordt verkend hoe de gemeente ervoor staat en welke versterkingen nodig zijn. Op regionaal niveau wordt onderzocht hoe samenwerking kan worden gezocht en versterkt. Gemeenten hebben wettelijke taken tijdens crises, zoals op het gebied van bevolkingszorg, waaronder crisiscommunicatie. In de preventieve en nazorgfase spelen gemeenten ook een belangrijke rol. Regionale samenwerking. Het Rijk heeft de taak eind 2025 expliciet bij de gemeenten gelegd, echter zonder voldoende financiering. De opgave van een weerbare samenleving vraagt om capaciteit. De komende jaren zal hierin blijvend moeten worden geïnvesteerd, ook financieel. Regiogemeenten, Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Politie, GHOR, Brandweer, Waterschappen, Hoogheemraadschap, drinkwaterbedrijven en Provincie VNG, BZK, JenV, VWS, IenW, NIPV en NCTV Lokale netwerken, ondernemers, vrijwilligers en de inwoners Lokale Omroep Landsmeer Rode Kruis en overige maatschappelijke organisaties 23
Financiële aspecten Uitvoering/capaciteit
Woningcorporaties, energieleveranciers, vervoerpartners en overige samenwerkingspartners. Eventuele financiële consequenties hebben ook een relatie met betrekking tot bedrijfscontinuïteit, bijvoorbeeld een investering in een noodstroomvoorziening. Om de werkzaamheden in de aanloopfase te kunnen oppakken is inhuur vereist. Met buurgemeenten wordt voorgesteld een projectleider in te huren voor drie gemeenten. Eerste schatting bedraagt voor Landsmeer €25K in 2026 en €25K in 2027.
13 GOW-30 Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid
Juridische context en beleidsruimte gemeente Kansen voor de nabije toekomst
N. Bonenkamp Eind 2020 is in de Tweede Kamer een motie aangenomen om binnen de bebouwde kom 30 km/u als norm te hanteren, met het oog op de verkeersveiligheid op de steeds drukker wordende wegen. In 2025 heeft adviesbureau Movares een haalbaarheidsonderzoek1 gedaan naar GOW30 op het lint. Hierbij zijn de verkeersintensiteiten op het lint geanalyseerd en is hiervoor het Afwegingskader 30 km/h doorlopen. Hierbij is ook rekening gehouden met effecten op de aanrijtijden van nood- en hulpdiensten en de doorstroming van de bus. Movares concludeert dat de snelheid op het lint van 50 km/u naar 30 km/u kan worden verlaagd op drie wegdelen, mits de weginrichting aangepast wordt. Vervolgens is adviesbureau DTV gevraagd om een advies op te stellen voor de weginrichting van de aangewezen wegdelen. Per wegvak heeft DTV een advies opgesteld voor de weginrichting, ondersteund door schetsontwerpen en kostenramingen. Het gaat om onderstaande wegvakken: • Deel 1: Zuideinde (kruising IJdoornlaan/Scheepsbouwersweg – Cannenburgh) • Deel 2: Noordeinde (kruising Lisstraat – Den Ilp dorpskern) • Deel 3: Den Ilp (Den Ilp dorpskern – kruising Lange Jap) Het college heeft besloten om GOW30 in te voeren. Aanvankelijk worden borden geplaatst, later volgen aanpassingen in de weginrichting. De wegaanpassingen van deel 1 staan gepland in 2028. Voor deel 2 en 3 staan de wegaanpassingen nog niet ingepland.
Er moet onderzocht worden hoe deze aanpassingen plaats gaan vinden en wanneer. Hier zitten financiële consequenties aan. Besluit administratieve bepaling inzake het wegverkeer (BABW) Mobiliteitsvisie Landsmeer Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV1990) Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) Met het invoeren van 30 km/u op de bovengenoemde wegdelen, worden onderstaande doelen beoogd: • Het verbeteren van de verkeersveiligheid op het lint; • Het verlagen van de gereden snelheid op het lint; 24
• • • •
Het verlagen van de gereden snelheid op de kruising van het Zuideinde en de IJdoornlaan; Het verbeteren van voetgangersvoorzieningen middels voetgangersoversteekplaatsen; Het zo veel mogelijk gelijktrekken van de snelheden op het lint in het kader van overzichtelijkheid voor weggebruikers; Hiermee bij te dragen aan de doelstelling van de EU om het aantal verkeersdoden en zwaargewonden tegen 2030 te reduceren met 50% en tegen 2050 te reduceren naar 0; • Het verlagen van materiële en immateriële kosten ten gevolge van verkeersslachtoffers. Risico’s en Volgens de richtlijnen van het Openbaar Ministerie mag de V85 niet meer dan 20% hoger liggen dan de ingestelde beheersmaatregelen maximumsnelheid. Op alle wegdelen waar de snelheid verlaagd wordt, ligt de V85 meer dan 20% hoger dan 30 km/u. Deze wegdelen voldoen in de huidige situatie dus niet aan de eisen die gesteld zijn in de Uitvoeringsvoorschriften van het BABW en ook niet aan de huidige richtlijnen van het Openbaar ministerie. Snelheidsremmende maatregelen zijn daarom noodzakelijk om de genoemde wegen in aanmerking te laten komen voor handhaving van de snelheid. De dienstregeling van de EBS is nog niet aangepast. Stakeholders/partners VRA, DTV, EBS Financiële aspecten DTV heeft voor aanpassingen in de weginrichting van alle wegdelen kostenramingen gemaakt.
VRA kan pas na oplevering de definitieve ontwerpen een indicatie voor een bijdrage geven. Wanneer herinrichtingen met onderhoud worden gecombineerd, vallen de kosten lager uit. Uitvoering/capaciteit Beleidsadviseur Verkeer en beleidsadviseur Openbare ruimte Civiel maken hier capaciteit voor vrij. De verandering van de wegcategorie brengt een ook een ander parkeerregime met zich mee: op de wegen die van GOW50 naar GOW30 gaan, mag nu op de rijbaan worden geparkeerd. Na verlaging van de snelheid mag dit niet meer. Dit kost handhavingscapaciteit. 14 Parkeernota Portefeuillehouder Huidige situatie en beleid
N. Bonenkamp De gemeente Landsmeer hanteert de Parkeernota Landsmeer 2021-2025 als kader voor het parkeerbeleid. Deze nota is een uitwerking van de Mobiliteitsvisie 2017 en heeft als doel de bereikbaarheid en leefbaarheid te borgen, met nadruk op stimuleren van lopen, fietsen en OV boven de auto. In de gehele gemeente kan in principe gratis worden geparkeerd; in en rond het centrum geldt een blauwe zone (ma–za 10.00– 18.00 uur) met een maximale parkeertijd van 2 uur met parkeerschijf, om langparkeerders te weren. De parkeernota richt zich op het reguleren van parkeerdruk in woonwijken waar de ruimte beperkt is, het beter benutten van bestaande capaciteit en het voorkomen van parkeeroverlast bij voorzieningen en nieuwbouw. De parkeernota zal naar verwachting begin 2027 ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. 25
Juridische context en beleidsruimte gemeente
• •
Parkeernota Landsmeer 2021-2025 (uitwerking Mobiliteitsvisie 2017). Beleidsregels Parkeernormen Landsmeer (2023) als uitwerking van de parkeernota, o.a. voor ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen. • Omgevingswet / Omgevingsplan (inpassing parkeernormen en parkeervoorzieningen). • Wegenverkeerswet 1994, RVV 1990, BABW (inrichting en regulering parkeren, blauwe zones, gehandicaptenplaatsen). • CROW publicatie 744 (parkeerkencijfers 2024) Feiten en cijfers Gratis en onbeperkt parkeren in de hele gemeente, met uitzondering van gereguleerde blauwe zones in en rond het centrum, waar een tijdsbeperking geldt: ma–za 10.00–18.00 uur, max. 2 uur parkeren met parkeerschijf. Parkeerdruk: in diverse woongebieden is de parkeerdruk hoog en is fysieke ruimte voor extra parkeerplaatsen beperkt (zoals benoemd in de Mobiliteitsvisie en Parkeernota). In februari 2026 wordt er een nieuwe parkeerdrukmeting gedaan. De voorgaande parkeerdrukmeting vond plaats in 2021. Kansen voor de nabije • Parkeernormen vernieuwen op basis van CROW 744 en parkeerdrukmeting 2026. toekomst • Laadpalenbeleid vernieuwen op basis van o.a. CROW 744. • Integrale koppeling van parkeerbeleid aan woningbouwopgaven en centrumontwikkeling (actualiseren parkeernormen, deelmobiliteit, dubbelgebruik). • Afstemming met GOW-30 en mobiliteitsvisie om verkeersveiligheid en leefbaarheid in woonstraten te vergroten.
Risico’s en • Risico: toenemende parkeerdruk door woningbouw en toenemend autobezit. beheersmaatregelen Maatregel: actualiseren parkeernormen, stimuleren deelmobiliteit (i.s.m. VRA) en alternatieve vervoerswijzen. • Risico: verdringingseffecten bij uitbreiding of aanpassing van blauwe zones. Maatregel: gebiedsgerichte analyses en monitoring van parkeerdruk. • Risico: weerstand bewoners/ondernemers bij wijziging van parkeersituatie. Maatregel: participatie, heldere communicatie en fasering van maatregelen. Stakeholders/partners • Inwoners en ondernemers (centrum en woonwijken) • Vervoersaanbieders (OV, deelmobiliteit) • VRA • Politie en handhaving (toezicht blauwe zone, foutparkeren) • Projectontwikkelaars / woningcorporaties Financiële aspecten • Kosten voor aanleg en herinrichting van parkeervoorzieningen (openbare ruimte). • Kosten en opbrengsten van handhaving (blauwe zone, foutparkeren). • Indirecte relatie met lokale heffingen (o.a. OZB maar parkeren zelf is gratis). Uitvoering/capaciteit • Beleidsadviseur Verkeer & Mobiliteit • Beleidsadviseur Openbare Ruimte 26