CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 1 Begroting 2026 - 2029

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente landsmeerBij agendapunt: Begroting 202623.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

79

Lijkbezorgingsrechten

2026

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

153 168 32

Dekkingspercentage

76%

De lijkbezorgingsrechten is één van de heffingen waarvan de raad aangeeft dat hier het principe van 100% kostendekkendheid niet gehanteerd wordt. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten. Leges algemene dienstverlening Opbrengsten

2026 153

Uitgaven Toegerekende overhead

1.025 197

Dekkingspercentage

13%

Voor de leges van de algemene dienstverlening hanteert de gemeente ook niet het principe van 100% kostendekkendheid. De totale baten dekken niet volledig de kosten, inclusief de toegerekende kosten voor overhead en BTW. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten.

Dienstverlening vallend onder de fysieke leef- omgevingsvergunning

2026

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

326 1.267 244

Dekkingspercentage

22%

De lasten die in de begroting worden gepresenteerd onder taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening en 8.3 Wonen en bouwen worden voor 99% toegerekend aan de leges dienstverlening vallend onder de fysieke leef-/ omgevingsvergunning. De dienstverlening heeft betrekking op de omgevingsvergunningen. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten.

Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead Dekkingspercentage

2026 3 13 2 22%

80

De lasten die in de begroting worden gepresenteerd onder taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening en 8.3 Wonen en bouwen worden voor 1% toegerekend aan de leges dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. De dienstverlening heeft betrekking op vergunningen voor de drank- en horecawet, evenementen e.d. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten.

Lokale lastendruk De onroerende zaakbelasting behoort, tezamen met de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tot de gemeentelijke woonlasten. Bij de berekening van de gemiddelde woonlasten is als uitgangspunt gehanteerd een woning met een WOZ-waarde van € 594.000,- (peildatum 01-01-2024, www.waarderingskamer.nl) en bewoond door een huishouden van 3 of meer personen. Het uitgangspunt bij de bepaling van de OZB is dat het huidige niveau van de OZB niet wordt verhoogd anders dan met de indexatie van de CPB index loonvoet sector overheid 2,9%. Uitgangspunt bij de bepaling van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is dat deze 100% kostendekkend moeten zijn. Beide heffingen zijn doorgelicht en geactualiseerd qua beleid en kostendekkendheid. Voor het tarief van de rioolheffing geldt, mede op basis van het GRWP 2025-2028, dat deze met 2% wordt geïndexeerd. De kostenontwikkeling voor afval in combinatie met de stand van de voorziening is voor ons aanleiding die tarieven met 5% te verlagen. Aanpassing tarieven naar aanleiding van overname wegenonderhoud Naast de reguliere aanpassing van de tarieven is voor 2026 sprake van een bijzonderheid. Vanaf 1 maart 2025 heeft de gemeente het onderhoud van de wegen die Hoogheemraadschap Hollands Noorderwaterkwartier (HHNK) nog in beheer had overgenomen.

HHNK ontving hiervoor van de gemeente jaarlijks een bedrag en bracht daarnaast een bedrag via een heffing in rekening bij inwoners en bedrijven. Vanaf 2026 vervalt de bijdrage van de gemeente en ook dat deel van de heffing van HHNK voor inwoners en bedrijven. Hiertegenover staat dat hierdoor de kosten van het totale wegenonderhoud voor de gemeente stijgen. Daarvoor wordt de OZB verhoogd. Het goede nieuws hierbij is dat de kosten voor dit onderhoud lager uitvallen dan voorheen waardoor de verhoging van de OZB ook lager is dan voorheen het bedrag van de heffing van HHNK. In onderstaande tabel is een vergelijking van al deze heffingen voor 2025 en 2026 naast elkaar gezet.

81

Woonlasten per huishouden in EUR

2025

2026

€ 580.000,00

€ 594.000,00

€ 549,70

€ 565,64

OZB eigenaren, verhoging i.v.m. wegen

€-

€ 82,41

Rioolheffing, verhoging i.v.m. wegen

€-

€ 12,28

Heffing HHNK (o.b.v. tarieven 2025)

€ 129,53

€-

Afvalstoffenheffing

€ 512,02

€ 486,42

Rioolheffing reguliere index

€ 265,07

€ 270,37

€ 1.456,32

€ 1.417,12

Gemiddelde woningwaarde OZB eigenaren reguliere index

Totaal

Bij de belastingaanslagen van 2026 wordt een afzonderlijke flyer met uitleg over deze aanpassingen opgenomen.

Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de Invorderingswet is voldaan. Kwijtschelding

2026

Gemeentelijke belastingen

58

82

Weerstandsvermogen Algemeen Het weerstandsvermogen geeft antwoord op de vraag in hoeverre een gemeente in staat is om niet afgedekte risico’s op te vangen met gereserveerde financiële middelen (weerstandscapaciteit). Voldoende weerstandsvermogen zorgt ervoor dat de uitvoering van taken en het voorzieningenniveau bij financiële tegenslagen gegarandeerd blijven. Voldoende weerstandsvermogen gaat over: • Welke risico’s lopen we? • Wat is de beschikbare weerstandscapaciteit? Risico’s In deze paragraaf richten we ons vooral op de risico’s met een financieel effect; hiervoor is immers een weerstandsvermogen nodig. Risico’s die een ‘bedreiging’ vormen voor het realiseren van beleidsdoelen of projecten, zijn primair onderdeel van de programma’s dan wel projecten. Verder geldt voor de beoordeling van de risico’s in deze paragraaf dat het moet gaan om onzekere gebeurtenissen, waarvan het (financieel) effect niet of nauwelijks is in te schatten. En die niet op een andere manier, bijvoorbeeld door te verzekeren, te verleggen zijn of door andere beheersmaatregelen kunnen worden afgedekt. De hoogte van een uiteindelijk gekozen investering is geen risico in het kader van deze paragraaf. Het gaat immers niet om een onzekere gebeurtenis, maar om een besluit waarop het College en de Raad zelf invloed hebben.

Eenmaal in uitvoering kan er wel sprake zijn van risico’s in de vorm van onzekere gebeurtenissen tijdens de uitvoering. Het is dan zaak dat deze kenbaar zijn voordat het besluit wordt genomen om deze zoveel mogelijk uit te sluiten dan wel bewust te aanvaarden. In die gevallen dat een risico vrij zeker is en ook het financieel effect redelijk te kwantificeren is, schrijft het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voor dat hiervoor een voorziening moet worden getroffen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij voorziene verliezen op grondexploitaties. Mocht dit bij de jaarlijkse actualisatie duidelijk worden, is dat meteen het moment om hiervoor een voorziening te treffen Risicoprofiel Er zijn meer methoden om een gekwantificeerd risicoprofiel op te stellen, uiteenlopend van meer wetenschappelijke methoden tot meer praktische modellen. Voor alle methoden geldt dat ze geen 100% garantie bieden op volledigheid, Covid-19 stond bijvoorbeeld in geen enkel risicoprofiel. Het gaat er vooral om risico’s zo goed mogelijk te benoemen waar nog niet op één of andere manier in is voorzien. De eigenschap van een risico is echter dat men niet weet wat, wanneer of hoe het zich aandient. Basis voor het risicoprofiel is een inventarisatie van risico’s die tweemaal per jaar plaatsvindt (begroting en rekening).

Deze hebben we zo goed mogelijk gekwantificeerd en voorzien van een risicoscore (kans x impact), op basis van de volgende tabellen. Kans Gering (minder dan 1x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1x per jaar)

1 3 5

83

Impact Gering, < 1% van de omzet (320K) Gemiddeld, > 1% < 2,5% van de omzet (320K-800K) Hoog, > 2,5% van de omzet (800K) Risicoscore Score ≥ 10

1 3 5

Hoog risico, voor 100% profiel in het profiel

Score ≥ 5 en ≤ 10

Beperkt risico, voor 50% in het profiel

Score ≤ 5

Gering risico, opvangen binnen de reguliere bedrijfsvoering

De risicoscore houdt ook rekening met het feit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen. Wanneer hiermee geen rekening wordt gehouden is de kans groot dat een behoorlijk deel van het vermogen (ofwel algemene reserve) onnodig geblokkeerd wordt. Structureel of incidenteel Van belang is onderscheid te maken tussen risico’s met structurele en incidentele effecten, in het profiel is dit onderscheid ook aangebracht. Risico’s met structurele effecten hangen meestal samen met de bedrijfsvoering zoals rente of hogere kosten vanwege een hoger aantal bijstandontvangers. Wanneer dit soort risico’s zich voordoen dienen ook structurele maatregelen genomen te worden door ze mee te nemen in het financieel meerjarig perspectief. Het kan zijn dat het perspectief hiervoor op korte termijn geen ruimte biedt en dat moet worden omgebogen binnen de begroting, dat kost tijd. Om die reden wordt het risicopercentage, waarmee in het profiel wordt gerekend, met een factor 3 vermenigvuldigd. Daarmee biedt het weerstandsvermogen vervolgens de mogelijkheid om die tijd te overbruggen. Wanneer zich een incidenteel risico voordoet dient deze in principe ineens ten laste van de weerstandscapaciteit gebracht te worden, wanneer deze niet kan worden opgevangen in het rekeningresultaat.

84

Risicoprofiel Onderwerp

Risiso/oorzaak

Beheersmaatregel

Maximaal Profiel in K I Score % * bedrag €

Risico's met een mogelijk structureel financieel effect WMO en Jeugd

Toenemende hulpvraag Binnen kaders zo tov vastgesteld budget passend mogelijk terwijl het open zorg toewijzen einderegeling betreft

400.000 3 3

9 150% 600.000

Participatiewet

Toename aantal bijstandsgerechtigden waarbij landelijk te verdelen budget ontoereikend is

250.000 3 1

3

Voorkomen van instroom en snelle begeleiding naar werk

0%

0

Risico's met in principe een incidenteel financieel effect Informatieveiligheid Bij een eventuele hack Continue is een grote inspanning monitoring van nodig voor herstel onze ITinfrastructuur

1.000.000 1 5

5 50% 500.000

Loonkosten

Vanwege de krappe Prioriteren in arbeidsmarkt blijven we doelen van inhuur afhankelijk die niet altijd wordt afgedekt door vacatureruimte

200.000 3 1

Schadeclaims

Gemeente kan om Gedegen uiteenlopende redenen besluitvorming geconfronteerd worden met schadeclaims van inwoners en ondernemers

1.000.000 1 5

5 50% 500.000

Jeugdzorg

Bijzonder complexe casus met hoge zorgkosten

Via preventie maar soms ook geen beheersmaatregel mogelijk

500.000 3 3

9 50% 250.000

Calamiteiten openbare ruimte

Schade door achterstallig onderhoud, storm, bodemsanering

Beheerplannen op orde

500.000 3 3

9 50% 250.000

85

3

0%

0

Zorgleveranciers

Faillissement van een Geen maatregel cruciale zorgleverancier om faillissement af te wenden

500.000 1 3

3

0%

0

2.100.000

De nodige weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicomodel. Met dit model maken we schattingen van de negatieve financiële gevolgen van risico’s. Met deze schattingen wordt bepaald welke weerstandscapaciteit nodig is om het resterend risico op te kunnen vangen, zonder daarbij 100% garantie na te streven. Het zekerheidspercentage voor het te vormen weerstandsvermogen is 90%. Het bedrag dat hieraan is gekoppeld bedraagt € 828.183. Dit bedrag is met een waarschijnlijkheid van 90% voldoende om voor een periode van twee jaar de financiële gevolgen van het resterend risico te dragen. Daarbij is er een kans van 10% dat dit bedrag toch tekortschiet.

Weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Ook bij de weerstandscapaciteit kunnen we het onderscheid tussen structureel en incidenteel maken. Structureel In theorie wordt deze gevormd door een combinatie van ombuigingen, bezuinigingen en inkomstenverhogingen. Ombuigen en bezuinigen is een lastig proces en vraagt om veel flexibiliteit van de begroting. Dat laatste blijkt echter bijzonder lastig. Aan alle uitgaven liggen immers bewust gekozen beleid of wettelijke regels ten grondslag die we moeten uitvoeren, en waarvan een steeds groter deel een open-einde-karakter heeft. Dat laatste zien we de afgelopen jaren bij vrijwel alle gemeenten als het gaat om de Wmo en Jeugdzorg. Maar ook als het lukt om andere beleidsmatige keuzes te maken, zijn de (positieve) financiële effecten hiervan niet direct in te boeken. Vaak is er namelijk al sprake van meerjarige financiële ‘verplichtingen’ in de vorm van kapitaallasten of subsidies die, wettelijk voorschrift, niet van het ene op het andere moment mogen worden afgebouwd. In deze gevallen biedt de incidentele weerstandscapaciteit (algemene reserve) dus wel tijdelijk uitkomst om dit proces weloverwogen uit te voeren. Veel van onze inkomsten (waar ook dienstverlening tegenover staat) zijn al gemaximeerd, omdat een kostendekking van 100% wordt gehanteerd of nagestreefd, zoals riool- en afvalstoffenheffing en leges voor vergunningen.

Voor een inkomstenverhoging blijven dan feitelijk de algemene belastingen over, zoals de toeristenbelasting en de OZB. Deze belastingen zijn immers vrij besteedbaar. Voor de hoogte van (de tarieven voor) de toeristenbelasting geldt geen maximum. Het zijn belastingen die door verblijfsaanbieders in de gemeenten aan hun gasten worden doorberekend en aan de gemeente worden afgedragen. Bij een eventuele verhoging is het vooral van belang om te beoordelen of dit een (te) negatief effect heeft op de concurrentiepositie van de verblijfsaanbieders. Ten aanzien van de hoogte van de OZB gelden ook geen (wettelijke) maximumtarieven, de hoogte daarvan is altijd een politieke keuze. Voor deze paragraaf hanteren we daarvoor als norm het zogenaamde toelatingskaartje voor artikel 12. Op basis daarvan bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 1,4 miljoen. 86

Incidenteel Feitelijk vormt de algemene reserve, naast de bestedingsfunctie die deze reserve heeft, onze incidentele weerstandscapaciteit. Zolang er geen harde verplichtingen zijn aangegaan ten aanzien van bestemmingsreserves, kan de bestemming van die reserves in theorie worden heroverwogen en kan worden besloten deze toe te voegen aan de algemene reserve. Ditzelfde geldt voor eventuele stille reserves, bijvoorbeeld de verkoop van vastgoed. Weerstandsratio Hoewel de onbenutte belastingcapaciteit € 1,4 miljoen bedraagt is deze pas beschikbaar na een forse OZB-verhoging. Hetzelfde geldt voor eventuele stille reserves. Om die reden hanteren we voor deze paragraaf alleen de algemene reserve in combinatie met het laatste rekeningresultaat als weerstandscapaciteit. Door deze af te zetten tegen het risicoprofiel verkrijgen we de weerstandsratio, deze ziet er als volgt uit. Weerstandsratio Algemene reserve 31-12-2025

4.559.000 4.559.000 2.100.000 2,2

Weerstandscapaciteit Risicoprofiel Weerstandsratio

De weerstandsratio is hoger dan de meest recent gepresenteerde ratio in de jaarrekening 2024. Dat komt vooral door een hogere algemene reserve waarmee de weerstandsratio ruim voldoende is. In deze begroting geven we aan dat we voornemens zijn om bij de jaarrekening 2025 de reserve sociaal domein te versterken waardoor een deel van het risicoprofiel ook daarmee opgevangen kan worden, dat heeft een positief effect op de ratio. Hier staat tegenover dat we met deze begroting ook een beroep op de algemene reserve doen voor een aantal impulsen en opvangen van het begrotingstekort. Mocht het gepresenteerde verloop van de algemene reserve in de inleiding van deze begroting daadwerkelijk zo uitkomen daalt de algemene reserve in 2029 naar € 3,9 miljoen waarmee de ratio (bij een profiel van € 2,1 miljoen) daalt naar 1,9. Ook deze ratio is nog steeds ruim voldoende. Weerstandsnorm Waarderings-cijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

< 0.6

ruim onvoldoende

87

Kengetallen Kengetallen

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Netto schuldquote

64%

77%

65%

65%

84%

101%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

64%

76%

64%

64%

83%

100%

Solvabiliteit

15%

10%

11%

11%

9%

8%

Structurele exploitatieruimte

0%

1%

1%

2%

1%

2%

Grondexploitatie

3%

3%

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

145%

127%

131%

131%

131%

131%

Algemeen Kengetallen kunnen vooral in onderlinge samenhang informatie geven. Van belang is te kijken naar ontwikkelingen en trends over een langere periode, evenals naar het onderliggende risicoprofiel. Wat betekent dit voor Landsmeer Op basis van de cijfers bij de begroting 2026-2029 kunnen we concluderen dat de gemeente in deze begroting, met uitzondering van de solvabiliteitsratio, aan de gestelde normen voldoet. De netto schuldquote loopt in deze begrotingsperiode op van 60% in 2025 tot 101% in 2029 en is daarmee onder de VNGnorm van 130% (signaalwaarde). We merken hierbij op dat deze cijfers gebaseerd zijn op de begroting 2026-2029 zoals deze nu voorligt.

88

Netto schuldquote Algemeen De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) te delen door het begrotingstotaal. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. In de VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën wordt een schuld lager dan 100% van het begrotingstotaal als voldoende bestempeld en een schuld hoger dan 130% van het begrotingstotaal als onvoldoende. Wat betekent dit voor Landsmeer De netto schuldquote van de gemeente Landsmeer voor 2026 is met 65% volgens de VNG-norm voldoende.

Solvabiliteitsratio Algemeen De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is een maatstaf voor kredietwaardigheid. De VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën bestempelt een solvabiliteitsratio hoger dan 30% als voldoende en lager dan 20% als onvoldoende. Wat betekent dit voor Landsmeer De solvabiliteitsratio van de gemeente Landsmeer is voor 2026 met 11% volgens de VNG-norm onvoldoende. Dit wordt veroorzaakt door de investeringen die de komende jaren moeten worden gedaan en het daarmee aantrekken van vreemd vermogen.

Structurele exploitatieruimte Algemeen De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten waarbij rekening gehouden moet worden met beperkingen en verruimingen van de exploitatie door toevoeging en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke ruimte de gemeente heeft om haar lasten te dragen. Het percentage geeft aan hoeveel de lasten nog kunnen stijgen dan wel de baten kunnen dalen, voordat de gemeente de lasten niet meer volledig kan dragen. Er is geen VNG- norm voor het niveau van dit kengetal, maar een negatief percentage geeft aan dat de begroting of jaarrekening niet sluit. Wat betekent dit voor Landsmeer De structurele exploitatieruimte voor 2026 is 1%, dit geeft aan dat de begroting structureel sluitend is.

89

Grondexploitatie Algemeen Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) en Bouwgronden in exploitatie (BIE) in verhouding tot de totale gemeentelijke baten. Er is geen VNGnorm voor de hoogte van deze ratio. In de regel geldt: hoe lager de ratio des te minder investeringen in grondexploitaties er hoeven te worden terugverdiend en daarmee hoe lager het financiële risico voor de gemeente. Wat betekent dit voor Landsmeer De mogelijke grondexploitaties die in voorbereiding zijn, kunnen invloed hebben op deze ratio.

Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde) De belastingcapaciteit wordt berekend aan de hand van de gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden voor de OZB, rioolheffing en reinigingsheffing, afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Voor Landsmeer betekent dit dat de gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een eigen woning stijgen van € 1.327 in 2025 naar € 1.417 in 2026. In deze stijging is de verhoging van de OZB als gevolg van de overname van het wegenonderhoud van het HHNK meegenomen. Samen met de voormalige wegenheffing van HHNK komen de lokale lasten in 2025 uit op € 1.456. Ter vergelijking: het landelijke gemiddelde bedraagt in 2025 € 1.052 (bron: COELO). Belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen of nieuwe beleidsruimte bestaat in komende jaren. Hierbij wordt als referentie het landelijk gemiddelde gehanteerd. Let op: dit kengetal mag niet worden verward met de onbenutte belastingcapaciteit voor de OZB. Dat laatste geeft aan hoeveel de gemeente haar inkomsten uit de OZB nog kan verhogen.

90

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf beschrijft het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen. Dit volgens artikel 9 en 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Ook geven we aan of er sprake van achterstallig onderhoud is. Kapitaalgoederen vormen het gezicht van de gemeente. Het zijn goederen die regelmatig onderhoud nodig hebben. Met onderhoud bedoelen we: uitvoeren van preventieve of correctieve maatregelen om een object binnen de levensduur in goede staat te houden of te brengen. Die goede staat is een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Bij de onderhoudskosten onderscheiden we: •

Klein onderhoud (ook wel dagelijks onderhoud genoemd);

•

Groot onderhoud.

Bij klein onderhoud gaat het om nodige periodieke kosten om het object in goede staat te houden binnen een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden zijn reinigen van rioolstelsels en periodiek onderhoud aan elektrische installaties. Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object. Ze zijn vaak ingrijpend en gaan om een groot of belangrijk deel van het object. Ten behoeve van het onderhoud en vervanging van de verschillende soorten kapitaalgoederen gelden onderstaande beleidsnota’s: Beleidsnota

Periode

Riolering Gemeentelijk Riool en waterzorgprogramma 2025-2028 Water/beschoeiingen Beheerplan oevers 2008-2018 Waterplan Landsmeer 2016-2026 Openbare verlichting Beleidsplan openbare verlichting 2020-2028 Groen Beleidsplan groenbeheer Landsmeer 2021-2031 Kunstwerken Beheerplan bruggen 2014-2018 Gebouwen Onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2022-2025 Speelruimteplan Speelbeheerplan Landsmeer 2017-2022 Wegen Wegenbeheerplan gemeente Landsmeer 2025-2029

91

Vastgest. Actualis. 3-10-24 30-09-08 21-12-16 18-06-20 25-11-21 19-03-15 17-02-22 20-04-17 27-03-25

2028 2027 2026 2028 2031 2025 2026 2026 2029

Wegen, kunstwerken en openbare verlichting We vinden het belangrijk dat de inwoners van de gemeente Landsmeer zich makkelijk kunnen Verplaatsen en dat de doorstroming goed is. Voor deze doelstelling is goed onderhoud cruciaal. Voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijke wegennet is het beheerplan in 2025 geactualiseerd. In dit beheerplan zijn ook de overgenomen wegen van het HHNK opgenomen. Door 2jaarlijks inspecties uit te voeren, is er actueel inzicht in de kwaliteit van het areaal. Het beheerplan civiele kunstwerken wordt naar verwachting eind 2025 aangeboden aan de raad ter vaststelling. In 2020 is het beleidsplan Openbare verlichting geactualiseerd en vastgesteld door de raad d.d.18 juni 2020. Het beleidsplan in combinatie met het beheerplan verschaft inzicht in de maatregelen die worden uitgevoerd om de bestaande openbare verlichting in stand te houden en om voor toekomstige uitbreidingen en renovaties een leidraad (materiaalkeuze) voor inrichting en beheer beschikbaar te hebben.

Rioleringen In 2024 is het “Gemeentelijk Riool en waterzorgprogramma 2025-2028” (verder: GRWP) voor een beleidsperiode van 4 jaar vastgesteld. In dit plan is geanticipeerd op de gevolgen van de klimatologische veranderingen voor het rioleringsbeheer van de gemeente en heeft water een prominentere rol gekregen. Meer neerslag en zwaardere extreme buien moeten worden verwacht en de gemeente moet zich daarop voorbereiden. Dientengevolge wordt de inrichting van de openbare ruimte nadrukkelijker betrokken bij het rioleringsbeheer. De inrichting van de openbare ruimte wordt, waar nodig, aangepast om de gevolgen van de toenemende neerslag in de toekomst het hoofd te bieden. Dit GRWP is de basis voor alle nieuwe renovatie- en vervangingsinvesteringen. Al deze werkzaamheden zullen jaarlijks conform de kaders van het GRWP plaatsvinden. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn de investeringen opgenomen om het GRWP uit te voeren. Het GRWP is dan ook verwerkt in voorliggende begroting. In 2021 is in Zaanstreek Waterland verband een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld met een lokaal en regionaal deel. Deze uitvoeringsagenda is in 2021 ook vastgesteld en dient de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te versnellen en intensiveren.

Water In december 2016 heeft de raad een nieuw Waterplan Landsmeer vastgesteld dat is opgesteld i.s.m. het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Dit plan is vastgesteld voor een uitvoeringsperiode van 10 jaar (tot en met 2026). In 2025 heeft het HHNK van het beheer van (een groot deel van)het stedelijke oppervlaktewater overgenomen. Op deze wijze kan het hoogheemraadschap zijn rol als waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheerder in stedelijk gebied beter vervullen.

92

Gebouwen Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen heeft de gemeente Landsmeer een Meer Jaren Onderhoudsplan (MJOP). Het MJOP heeft betrekking op het bouwkundige binnen- en buitenonderhoud, het terreinonderhoud en het onderhoud van de gebouw gebonden installaties. Jaarlijks worden de onderhoudswerkzaamheden bepaald, mede in relatie tot het actuele gebruik en eventuele toekomstige ontwikkelingen. Bij de investeringen wordt altijd gekeken naar oplossingen die duurzaam zijn en/of bijdragen aan duurzaamheid, waarbij een terugverdientijd van 5 jaren wordt gehanteerd. Het geldende MJOP 2022-2025 is op 17 februari 2022 vastgesteld door uw raad en nader onderzoek en inmiddels uitgevoerde werkzaamheden aan het zwembad hebben niet geleid tot een verhoging van de onderhoudskosten. Ondanks de prijsstijgingen in de markt, hebben deze nog niet geleid tot een bijstelling van het MJOP 2022-2025. Er is inmiddels een actualisatie van de onderhoudskosten gemaakt. Aangezien een aantal panden op het MJOP naar verwachting in de komende jaren gesloopt dan wel wellicht afgestoten worden is een herziening op de planning nodig. Deze zal in 2026 aan de raad worden voorgelegd.

Openbaar groen en speelvoorzieningen Met betrekking tot een planmatige aanpak van onderhoud en financiële planning van de speelvoorzieningen heeft de gemeente in april 2017 een speelruimte beleidsplan en het uitvoeringsplan vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan de visie op spelen en de verdeling van (formele) speelruimte over de gemeente. Het uitvoeringsplan geeft invulling aan het beheer en onderhoud van de speelruimte en de bijbehorende kosten. Het onderhoudsbudget is gesplitst in en regulier onderhoudsbudget en een investeringsoverzicht voor (groot) onderhoud en vervanging welke onderdeel is van het Meer jaren investeringsprogramma (MIP). In 2021 is het groenbeleidsplan vastgesteld door de raad. Het groenbeleidsplan is een omschrijving van het openbaar groen van de gemeente op het gebied van kwaliteit, beheer en onderhoud. In dit beleidsplan wordt vanwege beperkte financiële middelen de keuze gemaakt voor frequentie onderhoud. Door middel van kaarten zijn diverse groenstructuren in beeld gebracht. Bij dit beleidsplan is ook inzicht gegeven in de kosten in relatie tot de kwaliteitsniveaus. Uitgangspunt is dat bomen die gekapt moeten worden, weer herplant worden. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de wens voor behoud van kwalitatief hoogwaardig groen.

93

Financiering Algemeen De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Er zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie budgettaire gevolgen verbonden, onder meer afhankelijk van het risicoprofiel. Onder de treasuryfunctie valt niet het (garanderen van) verstrekken van leningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder het desbetreffende programma. Het beleid van de gemeente Landsmeer voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is in 2019 geactualiseerd. Het statuut is het kader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. De belangrijkste punten, naast de voorschriften afkomstig uit de wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), zijn: •

Gelden worden alleen uitgezet bij banken met ten minste een zogenoemde A-rating

•

Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij ten minste drie financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).

De lange termijn rentetarieven zijn ten opzichte van voorgaand jaar gedaald. De rente voor een 10-jaars staatslening is momenteel 2,86%.

94

Geprognosticeerde balans Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat er een geprognosticeerde balans in de Begroting wordt opgenomen. Van belang is dat vanuit de Balans het EMU-saldo kan worden afgeleid. Het EMU-saldo wordt berekend vanuit de mutaties van de financiële activa en de vaste en vlottende schuld. Dit EMU-saldo kunt u vinden bij de bijlagen. Bedragen x € 1.000 Activa

31-12-2024

(im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa Totaal Activa

95

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

Passiva

31-12-2024

Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva

96

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

Risicobeheer, de kasgeldlimiet en renterisiconorm De begrenzing van de renterisico’s op de gemeentelijke kortlopende middelen (zowel opgenomen als uitgezet) vindt plaats door het vaststellen van een kasgeldlimiet. Dit is geconcretiseerd in de vorm van een maximum percentage van het begrotingstotaal dat gedurende enig jaar met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar en de renterisiconorm op geldleningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Het doel van deze normen afkomstig uit de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijke) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s. Het niveau van de korte leningen, de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,5% van het bedrag van de begroting. De rente-risiconorm houdt in dat maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar afgelost kan worden. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. Overheden (Wet Fido). In onderstaande tabel wordt de voor 2026 geldende kasgeldlimiet afgezet tegen de ontwikkeling van de netto vlottende schuld. De maximale toegestane kortlopende schuld was € 3.040k conform de Wet Financiering Decentrale.

In onderstaand tabel wordt de voor 2026 geldende kasgeldlimiet afgezet tegen de ontwikkeling van de netto vlottende schuld. Er is nog ruimte ad € 6.339k. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

1e kw 2026

Omvang begroting per 1 januari 1. Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In bedragen 2. Omvang vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen (geen vaste schuld) Totaal vlottende schuld 3. Vlottende middelen Omvang liquide middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal liquide middelen

2e kw 2026

3e kw 2026

4e kw 2026

35.759

35.759

35.759

35.759

8,5% 3.040

8,5% 3.040

8,5% 3.040

8,5% 3.040

0 0 0 -7.327 -7.327

0 0 0 -7.327 -7.327

0 0 0 -7.327 -7.327

0 0 0 -7.327 -7.327

0 0 10.663 10.663

0 0 10.663 10.663

0 0 10.663 10.663

0 0 10.663 10.663

Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1)

3.040

3.040

3.040

3.040

4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)

3.336

3.336

3.336

3.336

Ruimte (+)/Overschrijding (-); (1-4)

6.376

6.376

6.376

6.376

97

Renterisiconorm In de volgende tabel wordt de rente-risiconorm afgezet tegen de feitelijke situatie. Hieruit blijkt dat de gemeente binnen de norm blijft. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

1. Renteherzieningen 2. Aflossingen

0 1.700

0 1.700

0 2.600

0 3.100

3. Renterisico (1+2) 4. Renterisiconorm

1.700 7.152

1.700 7.095

2.600 7.101

3.100 7.098

5a Ruimte onder risiconorm (als 4 > 3)

5.452

5.395

4.501

3.998

0

0

0

0

Begrotingstotaal Percentage

35.759 20%

35.474 20%

35.505 20%

35.488 20%

Renterisiconorm

7.152

7.095

7.101

7.098

5b Overschrijding renterisiconorm (als 3>4) Berekening Renterisiconorm

Renteomslag percentage De behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren heeft er toe geleid dat in het wijzigingsbesluit BBV is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Dit percentage wordt berekend door de totale boekwaarde van de bezittingen te delen door werkelijk betaalde rente. In onderstaand overzicht is een berekening opgenomen voor de begroting 2026. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Begroting 2026

Rentelasten

583

Boekwaarde activa 31-12-2024 Verwachte investeringen 2025 Verwachte boekwaarde 31-12-2025

27.750 2.652 30.401

Rente omslag percentage

1,9163%

98

Financieringsbehoefte en leningenportefeuille Dit overzicht geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. Per jaar wordt gekeken welke geldleningen in aanmerking komen voor vervroegde aflossing en aan de hand van de dan geldende kapitaalmarktrente wordt een beslissing genomen. Mutaties in leningenportefeuille (bedragen x € 1.000)

Bedrag

Stand per 1 januari 2026 -Nieuwe leningen -Reguliere aflossingen -Vervroegde aflossingen -Renteaanpassingen (oud %) -Renteaanpassingen (nieuw %)

27.600 0 -1.700 0

Stand per 31 december

25.900 Gem.

99

Gem. Rente 2,07%

Bedrijfsvoering Algemeen Hoewel inwoners en bedrijven hiervan niet op een directie wijze iets merken is een adequate bedrijfsvoering een noodzakelijke randvoorwaarde om de organisatie goed te laten functioneren en presteren. Het belang hiervan wordt steeds sterker, maar ook steeds complexer, denk bijvoorbeeld aan AI-toepassingen, cyber security, de wet open overheid, toegankelijkheidseisen voor websites, rechtmatig handelen waaraan steeds meer verantwoordingseisen worden gesteld, een divers en inclusief personeelsbeleid, verdergaande digitalisering, etc. In deze paragraaf beschrijven we per onderdeel de belangrijkste ontwikkelingen en speerpunten voor 2026. Het beheersproduct ‘Overhead’ binnen het programma Financiën bevat onder meer alle kosten van bedrijfsvoering. Onder het kopje ‘Financiën bedrijfsvoering’ geven we nader financieel inzicht in die kosten. De paragraaf Bedrijfsvoering bevat de volgende onderdelen: • • • • • •

ICT Personeel Overige ontwikkelingen Financiën bedrijfsvoering Betaaltermijn Openbaarheidsparagraaf

ICT Informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft een steeds grotere invloed op de samenleving, het dagelijks bestuur en de producten/diensten van onze gemeente. Ook in 2026 zullen we de nodige inspanningen moeten leveren om te voldoen aan de wettelijke eisen. Ook blijven we investeren in een goede en efficiënte informatievoorziening, die ondersteunend is aan de dienstverlening. We werken doorlopend aan Configuratiemanagement waarmee we actueel inzicht in alle hardware en software en onderlinge verbindingen binnen de organisatie hebben en wat eveneens van belang is voor het verhogen van de digitale weerbaarheid van de organisatie. Het vormt een belangrijke basis voor de continuïteit van al onze processen en diensten, deze zijn immers zonder uitzondering afhankelijk van ICT-ondersteuning. Dit heeft dus vooral betrekking op de techniek. De moderne werkplek Een andere belangrijke en impactvolle ontwikkeling voor de komende jaren is de realisatie van de zogenaamde moderne werkplek. Zowel uit het oogpunt van technisch beheer waarbij we de komende jaren afscheid gaan nemen van de Citrix-omgeving als vanuit het oogpunt medewerkers een moderne IT-omgeving te bieden. Elke gemeente kent vele verschillende softwarepakketten voor de ondersteuning en uitvoering van de vele verschillende processen, deze zogenaamde vakapplicaties.

Voor een deel draaien deze applicaties op ons eigen netwerk maar waar mogelijk kiezen we voor beheer in de cloud bij de betreffende leverancier. Naast de vakapplicaties werken we, net als bijna iedere gemeente, met producten van Microsoft zoals outlook, word, excel enz. De documenten die met de Microsoftproducten worden gegenereerd worden opgeslagen, via een mappenstructuur, op de G-schijf. 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=b3b943ac-0762-41c0-a0e1-9020725af3c2