CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Z-2023-009482 Beschikking WABO (Geanonimiseerd)_v1

Raadsvergadering 12 juni 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H Voorstel tot vaststelling van Verklaring van geen bedenkingen Tankstation Bosscheweg13.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

plaatsgevonden.

4. 1.

Toetsing

Conform artikel 2:12 eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening 2023 (hierna: APV) gemeente Laarbeek 2023 is het verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. ,

4. 1. 1. Weigeringsgronden In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 van de APV gemeente Laarbeek 2023 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van: 1. de bruikbaarheid van de weg;

2. 3. 4.

het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de omgeving.

4. 1. 2. Toestemming U heeft toestemming voor de aanleg van een inrit/ uitweg behorende bij een tank- en servicestation en reclamezuilen gelegen aan de Bosscheweg 1 te Beek en Donk. Voor de aanleg van deze inrit/ uitweg zijn geen aanpassingen nodig op gemeentelijke gronden. U mag de inrit/ uitweg in eigen beheer aanleggen. De kosten voor het aanleggen van deze inrit/ uitweg zijn voor rekening van de aanvrager. Met in achtneming van de motivering als opgenomen onder 4. 1. 3 ‘Motivering en belangenafweging’ verlenen we de toestemming op grond van artikel 2.2 , eerste lid , onder e Wabo , juncto artikel 2:12 van onze APV.

4. 1. 3. Motivering en belangenafweging Wij verlenen u deze toestemming , omdat er geen sprake is van één van de weigeringsgronden zoals opgenomen in het derde lid van artikel 2:12 van de APV. De nieuwe inrit/ uitweg heeft geen negatieve invloed op de bruikbaarheid van de weg en gaat tevens niet ten koste van een openbare parkeerplaats. De aanleg van een inrit/ uitweg behorende bij een tank- en servicestation en reclamezuilen zal er niet voor zorgen dat de verkeersveiligheid onevenredig in het geding komt. Daarnaast wordt door de aanleg van een inrit/ uitweg zowel het uiterlijk aanzien van de omgeving en het openbaar groen in de omgeving niet op onaanvaardbare wijze aangetast.

Gelet op het bovenstaande leidt de afweging van de betrokken belangen tot de conclusie dat de omgevingsvergunning voor de aanleg van een inrit/ uitweg positief kan worden verleend.

4. 2.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het aanleggen van een inrit/ uitweg zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.

Pagina 29 Z-2023-009482

van

44

5: OVERWEGINGEN ASPECT MILIEU ALGEMEEN Inrichting Vissers Energy Group B. V. is voornemens een multifuel tankstation te realiseren voor het afleveren van verschillende soorten brandstoffen aan het wegverkeer. Naast opslag en afleveren van Euro 95 , Diesel , Diesel High Speed , Adblue en blauwe diesel (duurzame diesel) wordt voorzien in snellaadpunten voor elektrische

aangedreven auto’s. Daarnaast wordt er een waterstof tankinstallatie gerealiseerd. Het tankstation bestaat daarmee uit een luifel met brandstofpunten en ondergrondse voorzieningen een shop wasstraat en wasboxen met bijbehorende voorzieningen en een waterstofinstallatie. ,

,

De waterstofinstallatie bestaat uit de volgende onderdelen: Twee trailers met 9 cilinders met elk 2. 846 l waterstof en een druk van 300 bar

Koeler Middendruk compressor Middendruk buffer maximaal 550 bar Hogedruk compressor Ondergrondse leiding naar de dispensers ,

De aanvraag betreft een inrichting die behoort tot onder andere de categorie 4. 1onder ‘a’ ‘Inrichtingen voor

het vervaardigen bewerken verwerken opslaan of overslaan van de volgende stoffen preparaten of producten: stoffen en preparaten die zijn ingedeeld krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1 tweede lid van de Wet milieubeheer’ en categorie 5. 1 ‘Inrichtingen voor het vervaardigen bewerken verwerken opslaan of overslaan van zeer licht ontvlambare licht ontvlambare ontvlambare of brandbare vloeistoffen’ van bijlage I onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Op grond van categorie 4. 4 onder l ‘inrichtingen voor het afleveren van waterstof’ betreft het een vergunningplichtige inrichting ingevolge de Wabo. Toetsingskader Het toetsingskader voor de beoordeling van de aanvraag is artikel 2. 14 van de Wabo. In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.

Activiteitenbesluit milieubeheer In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn voor een groot aantal activiteiten die binnen inrichtingen plaats

kunnen vinden rechtstreeks werkende algemene regels opgenomen. ,

,

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd , is aangemerkt als een inrichting waarvoor

vergunningplicht (type C inrichting) geldt. Pagina 30 Z-2023-009482

van

44

Er moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij

behorende Activiteitenregeling voor zover deze betrekking hebben op de binnen de inrichting uitgevoerde activiteiten. Dit is per milieuaspect aangegeven. De aanvraag wordt voor deze activiteiten daarom eveneens beschouwd als melding op grond van het Activiteitenbesluit. Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1 afdeling 2. 1 tot en met 2.4 2. 10 en 2. 11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Van belang voor deze vergunning is of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan de best beschikbare technieken. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf. ,

,

,

,

Beste beschikbare technieken In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden , die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken , te voorkomen of , indien dat niet mogelijk is , zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de

inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast. Bij het bepalen van de BBT hebben wij rekening gehouden met de volgende informatiedocumenten over BBT , zoals aangewezen in de bijlage van de Mor: NRB 2012: Nederlandse richtlijn bodembescherming; PGS 15: Opslag verpakte gevaarlijke stoffen (PGS15:2020 versie 0. 2 (april 2020));

PGS 35: Waterstofinstallaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen (PGS35:2021 versie 1. 0 (augustus 2021)). BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Afvalstoffen Preventie van afval is een van de hoofddoelstellingen van het afvalstoffenbeleid. In deel B2 van het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 , hierna aangeduid als het LAP , is het beleid uitgewerkt voor afvalpreventie. Uitgangspunt voor alle bedrijven is dat het ontstaan van afval moet worden voorkomen of beperkt. Daarnaast kent het LAP bepalingen met betrekking tot het scheiden van afvalstoffen. Binnen de inrichting ontstaan de volgende afvalstromen:

Bedrijfsafval (circa 250 kg per week) Papier/karton (circa 100 kg per week) Olie/slib/zand (circa 5 ton per jaar) Aan deze vergunning zijn voorschriften met betrekking tot het gescheiden houden afvalstoffen verbonden. Afvalwater Binnen de inrichting komen de volgende afvalwaterstromen vrij.

Pagina 31 Z-2023-009482

van

44

en afleveren van

deze

Niet-verontreinigd hemelwater Hemelwater afkomstig van daken en bestrating buiten het tankgedeelte wordt via kolken en goten geloosd op de wadi. Op deze lozing zijn rechtstreeks geldende voorschriften uit paragraaf 3. 1. 3 van het Activiteitenbesluit van toepassing. Huishoudelijk afvalwater Vanuit de tankshop komen twee afvalwaterstromen vrij , te weten afvalwater van de sanitaire ruimtes en afvalwater uit de keuken , waar broodjes e. d. worden bereid.

Beide afvalwaterstromen worden door een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA) geleid. De IBA klasse II bestaat uit een voorbezinktank waar zwaardere (niet-organische) delen bezinken een actiefslibtank met beluchtingsinstallatie en een nabezinktank waar de vaste stoffen en bacterievlokken bezinken. Deze zuivering vindt plaats onder aerobe omstandigheden. Bacteriën breken het organische materiaal af. Na behandeling door de IBA wordt het afvalwater geloosd in de wadi. Het afvalwater uit de keuken wordt voordat het via de IBA wordt geleid en op de wadi wordt geloosd ook door een vetafscheider geleid waar het vet uit het afvalwater wordt verwijderd. ,

,

,

Op deze lozing via een IBA is paragraaf 3. 1. 4 “Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie” van het Activiteitenbesluit rechtstreeks van toepassing. Verontreinigd hemelwater Hemelwater afkomstig van de vloeistofdichte tank- en vulplaats wordt door een slibvangput en olie/benzineafscheider die voldoen aan NEN-EN 858-1 en -2 voorzien van een coalescentiefilter geleid en geloosd op de wadi. ,

Afvalwater afkomstig

,

van

,

de autowasinstallatie

Voor de autowasinstallatie wordt gebruik gemaakt van een waterrecyclingsinstallatie. Middels een systeem van een ondergrondse slibvanger , olieafscheider (NEN-EN 858-1 en -2) en waterbassins wordt het water op biologische wijze gezuiverd zodat het water hergebruikt kan worden in de wasapparatuur. Ongeveer 90% van het water kan hergebruikt worden , het overtollige water (ongeveer 45, m 3 per dag) wordt gezuiverd geloosd op de wadi. Deze lozing wordt beschouwd als lozing op of in de bodem. Voor zowel de lozing van verontreinigd hemelwater afkomstig van de vloeistofdichte tank- en vulplaats als het afvalwater afkomstig van de autowasinstallatie zijn in paragraaf 3. 3. 1 “Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer of afleveren van vloeibare brandstof aan spoorvoertuigen” en paragraaf 3. 3. 2 “Het uitwendig wassen en stallen van motorvoertuigen

of werktuigen of van spoorvoertuigen”

van het Activiteitenbesluit

rechtstreeks geldende voorschriften

opgenomen.

In artikel 2. 2 lid 1 van het Activiteitenbesluit is echter een verbod voor het lozen van deze afvalwaterstromen op of in de bodem opgenomen. Met deze lozing wordt namelijk niet voldaan aan de voorkeursvolgorde voor deze lozingen. Het heeft de voorkeur om deze afvalwaterstromen te lozen op een vuilwaterriool. In onderhavige situatie is er echter binnen een straal van 250 meter geen vuilwaterriool aanwezig. In artikel 2. 2 lid 3 van het Activiteitenbesluit is de mogelijkheid opgenomen om bij maatwerkvoorschrift te bepalen dat lozen op of in de bodem toch is toegestaan indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. Artikel 2. 2 lid 3 luidt als volgt: Pagina 32 Z-2023-009482

van

44

“Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het eerste en tweede lid niet van toepassing zijn en dat lozen op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater niet zijnde een vuilwaterriool is toegestaan indien het belang van de bescherming van het milieu zich gelet op de samenstelling hoeveelheid en eigenschappen van de lozing daartegen niet verzet”. ,

Op basis van artikel 2. 2 lid 4 kunnen aan de lozing voorwaarden worden gesteld. Artikel 2. 2 lid 4 luidt als volgt: “Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in het derde lid kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot: a. de

samenstelling eigenschappen of hoeveelheid van de lozing en het meten en registreren daarvan; ,

b. te treffen maatregelen; c. de duur van

de lozing; en

d. de plaats van het lozingspunt. ” De lozing vindt plaats via een slibvangput en olie-/ benzineafscheider conform NEN-EN 858-1 en -2 en aanvullend een coalescentiefilter. Met deze voorzieningen wordt het afvalwater zoveel als mogelijk gezuiverd geloosd. Wij achten het dan ook niet opportuun om aan deze lozing aanvullende voorwaarden te verbinden. Gelijktijdig met de verlening van deze vergunning hebben wij besloten middels maatwerk

lozing op de bodem toe te staan. Advies Waterschap Aa en Maas De aanvraag is ter advisering voorgelegd aan Waterschap Aa en Maas. Het waterschap heeft daarop gereageerd en laten weten in te stemmen met het plan. Er zijn geen voorwaarden gesteld.

Gezien het voorgaande zijn wij van mening dat het niet noodzakelijk is om aanvullende voorwaarden met betrekking tot het afvalwater aan deze vergunning te verbinden. Bodem Bodembescherming Binnen de inrichting worden de volgende bodembedreigende activiteiten uitgevoerd: opslag vloeibare brandstoffen in ondergrondse tanks opslag Adblue in een bovengrondse tank afleveren van brandstoffen aan motorvoertuigen afleveren van Adblue aan motorvoertuigen wassen van motorvoertuigen in een wasstraat en wasboxen opslag gevaarlijke stoffen in de verkoopruimte Wat betreft het aspect bodembescherming valt het bedrijf gedeeltelijk onder het Activiteitenbesluit. Het betreft de activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit zijn opgenomen. Dit betreffen de opslag en het afleveren van brandstoffen en het wassen van motorvoertuigen. Deze activiteiten hoeven daarom in deze vergunning niet te worden beoordeeld. Voor activiteiten die niet in het Activiteitenbesluit zijn geregeld geldt dat het (nationale) preventieve bodembeschermingsbeleid is vastgelegd in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB). Het uitgangspunt van de NRB is dat door een combinatie van voorzieningen en maatregelen (cvm) een Pagina 33 Z-2023-009482

van

44

verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Alleen in bepaalde bestaande situaties kan conform de NRB onder voorwaarden volstaan worden met een aanvaardbaar bodemrisico. Op basis van de NRB worden de (voorgenomen) activiteiten beoordeeld en wordt bepaald welke combinatie van voorzieningen en maatregelen noodzakelijk is om tot een verwaarloosbaar bodemrisico te komen. Voor de opslag van Adblue in een bovengrondse tank zijn aan deze vergunning voorschriften verbonden waarin onder andere wordt bepaald dat de opslag , het vullen van de tank en het afleveren moeten

plaatsvinden boven een lekbak tenzij er sprake is van een dubbelwandige tank met lekdetectie. ,

Voor de opslag van gevaarlijke stoffen in de verkoopruimte is aansluiting gezocht bij het bepaalde in artikel 4. 6 en tabel 4. 8 van de Activiteitenregeling , waarin de meest recente inzichten voor wat betreft deze opslag zijn opgenomen.

Bodemonderzoek Het preventieve bodembeschermingsbeleid gaat ervan uit dat zelfs een verwaarloosbaar bodemrisico nooit volledig uitsluit dat een verontreiniging of aantasting van de bodem optreedt. Om die reden is altijd een nulsituatieonderzoek naar de kwaliteit van de bodem noodzakelijk. Het nulsituatieonderzoek richt zich op

de afzonderlijke activiteiten en de daar gebruikte stoffen. Nulsituatieonderzoek bestaat uit het vastleggen van de nulsituatie bodemkwaliteit voorafgaand aan de start van de betreffende activiteit(en). Na het beëindigen van de betreffende activiteit(en) dient een vergelijkbaar eindonderzoek te worden uitgevoerd. De in het nulsituatieonderzoek vastgelegde bodemkwaliteit geldt als uitgangspunt bij de beoordeling of ten gevolge van de betreffende activiteiten verontreiniging of aantasting van de bodem heeft plaatsgevonden en of bodemherstel nodig is. Voor de inrichting is een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend en nulsituatie bodemonderzoek toekomstige tankstation Beek en Donk aan de Bosscheweg ong. (N279) te Beek en Donk Aelmans rapportnummer: E198600.007/HWO d. d. 24 juli 2019. ) Wij hebben het onderzoek beoordeeld en vastgesteld dat hiermee de nulsituatie voldoende is vastgelegd. ,

,

,

Na beëindiging van de activiteiten of een deel daarvan moet een eindsituatieonderzoek naar de kwaliteit van de bodem worden verricht. Indien blijkt dat sprake is van een bodembelasting als gevolg van de activiteiten , zal de bodemkwaliteit hersteld moeten worden. Hiertoe zijn voorschriften in de vergunning opgenomen.

Energie Het verwachte elektriciteitsverbruik van de inrichting bedraagt minder dan 50. 000 kWh per jaar. Er wordt geen gas verbruikt. Daarmee is het aspect energieverbruik , in aansluiting op de criteria voor inrichtingen die onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit vallen , niet relevant voor deze inrichting. Aan deze vergunning zijn dan ook geen voorschriften met betrekking tot energiebesparing verbonden. Externe veiligheid

Opslag en aflevering van waterstof Binnen de inrichting vindt opslag en aflevering plaats van waterstof. De doorzet is 60 ton per jaar per dispenser (totaal 120 ton per jaar). Dit kan effecten veroorzaken naar de omgeving. Bij de aanvraag is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) gevoegd , waarin de risico’s in beeld zijn gebracht. Bij beoordeling van de stukken is het volgende geconcludeerd.

Pagina 34 Z-2023-009482

van

44

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Op 27 oktober 2004 is het Besluit houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen in werking getreden. Voor onderhavige inrichting is beoordeeld of het Bevi van toepassing is. Het bedrijf valt niet onder de werkingssfeer van het Bevi. Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) In 2023 is een kwantitatieve risicoanalyse (hierna: QRA) uitgevoerd om de veiligheidsrisico’s in kaart te brengen. De QRA is beoordeeld door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en akkoord bevonden. De QRA voldoet aan de Handleiding risicoberekeningen Bevi.

Beoordeling plaatsgebonden risico (PR) Uit de bij de beoordeling van de aanvraag gebruikte QRA van 2 juni 2020 blijkt dat de contour van het -6 jaar gedeeltelijk buiten de inrichtingsgrens is gelegen. Hierbinnen zijn plaatsgebonden risico van 10per geen

(beperkt) kwetsbare objecten gelegen.

Groepsrisico Aangezien er niet méér dan 10 dodelijke slachtoffers zijn berekend , is er geen sprake van een groepsrisico.

Conclusie -6 De wijzigingen leidt tot een contour van het plaatsgebonden risico-contour (PR 10–contour/jaar) buiten de inrichtingsgrens , hierbinnen zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen. De ontwikkeling vormt

geen

overschrijding van het plaatsgebonden risico Hiernaast is er ook geen sprake van een groepsrisico. ,

Register Externe Veiligheid (REV) Vanaf 1 januari 2024 moeten activiteiten met externe veiligheidsrisico’s geregistreerd worden in het Register externe veiligheidsrisico’s. Deze activiteiten staan benoemd in bijlage VII t/m X van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De activiteiten worden vervolgens inzichtelijk gemaakt op de Atlas Leefomgeving. De activiteit valt onder de criteria van het bijlage VII van het BKL. Het betreft categorie B. 5 “Waterstof: opslag- en transportbedrijf , groothandel en containeroverslag en tankstation”. De gegevens zullen in het register externe veiligheid worden geregistreerd.

Opslag gevaarlijke stoffen In de inrichting zijn diverse gevaarlijke stoffen aanwezig , zowel in de verkoopruimte als in het magazijn/opslag , techniekruimte en werkkast. De hoeveelheid gevaarlijke stoffen in het magazijn/opslag , techniekruimte en werkkast kan worden beschouwd als werkvoorraad. De ondergrenzen uit de PGS 15 worden niet overschreden , waardoor het niet noodzakelijk is om aan deze vergunning voorschriften voor

deze gevaarlijke stoffen te verbinden. In de aanvraag is een verzoek opgenomen om voor de opslag in de verkoopruimte aansluiting te zoeken bij de artikel 4. 6 en 4. 8 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Daarin zijn voorschriften opgenomen die niet gelden voor een inrichting type C. Wij zijn van mening dat het in de Activiteitenregeling de meest recente milieutechnische inzichten voor de opslag van gevaarlijke stoffen in een verkoopruimte zijn opgenomen en

hebben aan deze vergunning dan ook gelijkende voorschriften opgenomen. Pagina 35 Z-2023-009482

van

44

Opslag motorbrandstoffen in ondergrondse tanks Voor de opslag van motorbrandstoffen in ondergrondse tanks zijn de voorschriften in paragraaf 3. 4. 2 van het Activiteitenbesluit rechtstreeks van toepassing op de inrichting. Aan deze vergunning zijn dan ook geen voorschriften met betrekking tot deze activiteit verbonden.

Advies Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant De aanvraag en QRA zijn ter beoordeling aan de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) gestuurd. Op 15 april 2024 hebben wij van de VRBZO een advies ontvangen waarin zijn adviseren om de vergunning te verlenen onder voorwaarden. Het advies luidt als volgt:

Tanken van ‘reguliere’ brandstoffen Op de locatie wenst VEG een multi-energie tankstation te realiseren. Daar zullen onder andere motorbrandstoffen (o. a. diesel HVO Euro95 en Euro 98) aangeboden worden. Deze brandstoffen zullen worden opgeslagen in ondergrondse reservoirs. Wij adviseren in de vergunning te borgen dat ten aanzien van deze tank- en afleverinstallaties voldaan wordt aan de PGS 28:2021. ,

,

Het afleveren van waterstof aan voertuigen

VEG is voornemens het tanken van waterstof mogelijk te maken voor personenvoertuigen en trucks. Waterstof zal in gasvorm worden aangeleverd middels batterijwagens. Wij adviseren de volgende voorwaarden te verbinden aan deze activiteit: De waterstofinstallatie voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen dient te voldoen aan de van toepassing zijnde regels uit de PGS 35:2021. VEG is voornemens twee brandmuren te plaatsen rond de een deel van de waterstofinstallatie. Het

betreft een brandmuur van 25 meter hoog en een brandmuur van 2 meter hoog. Beide hebben een brandwerendheid van ten minste 60 minuten. De locaties van de brandmuren zijn weergegeven optekening 1595 A-13. Wij adviseren de aanwezigheid en locaties van deze brandmuren in de vergunning te borgen. Daarnaast adviseren wij in de vergunning te borgen dat deze brandmuren een WBDBO bezitten van ten minste 60 minuten in beide richtingen rekening houdend met de warmtestraling van een waterstoffakkelbrand. ,

,

Uit tekening 1595 A-12 blijkt dat de tankzuil voor waterstof op hetzelfde tankeiland als de zuil met snellader voor trucks is voorzien. Wij adviseren deze combinatie enkel toe te staan als uit het explosieveiligheidsdocument (EVD) volgt dat het risico op ontsteking van explosieve atmosferen voldoende beheerst is.

Conform maatregel M81 van de PGS35:2021 dient het noodplan te zijn afgestemd met bevoegd gezag en veiligheidsregio. Hiervoor kan contact worden opgenomen met risicobeheersing @vrbzo.nl. Veilige aflevering van een combinatie

van

energiedragers aan voertuigen

VEG wenst een zogenaamd multi-energie tankstation te realiseren. Dit zijn tankstations met afleverinstallaties voor verschillende energiedragers waaronder ook (snel) laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Hiermee valt dit tankstation ook onder het toepassingsbereik van de PGS 38:2023 versie 1. 0 (december 2023). ,

Pagina 36 Z-2023-009482

van

44

Maatregelen uit de PGS 38:2023 zijn gericht op de risico’s die ontstaan door de combinatie van verschillende energiedragers op locatie. Deze maatregelen zijn aanvullend op de maatregelen die volgen uit de PGS 28 en PGS 35 welke ook van toepassing zijn op dit tankstation. ,

Vanwege de risico’s die samenhangen met het afleveren van meerdere energiedragers adviseren wij ook in de vergunning te borgen dat voldaan wordt aan de van toepassing zijnde maatregelen uit de PGS 38:2023. Daarbij is er , op basis van de aanvraag , van uit gegaan dat er sprake is van één exploitant/beheerder. In dat geval zijn de volgende maatregelen uit de PGS 38:2023 van toepassing:

M2 – Veiligheidsafstand elektrisch laden M4 – Koppelen noodstopvoorzieningen M5 – Risico’s gelijktijdig lossen verschillende tankwagens M7 – Risicoanalyse bij gelijktijdige werkzaamheden M8 – Voorkomen negatief effect door ontsteking bij afblaasvoorziening M11 – Gebruik brandblussers voor meerdere energiedragers M13 – Procedure veilig stellen installatieonderdelen bij werkzaamheden Reactie op het advies van de VRBZO Bij het opstellen van de voorschriften hebben wij het bovenstaande advies van de VRBZO in acht genomen. Het aan de vergunning verbinden van voorschriften met betrekking tot het opslaan en afleveren van reguliere brandstoffen is niet noodzakelijk omdat voor deze activiteiten rechtstreeks geldende

voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling van toepassing zijn. Geluid Algemeen De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Er kan 24 uur per dag , 7 dagen per week brandstof worden getankt door motorvoertuigen. De shop en andere faciliteiten zijn open tussen 06. 00 uur en 22. 00 uur. De inrichting wordt gevestigd in de directe nabijheid van de provinciale weg N279. De dichtstbijzijnde woningen liggen op ruim 220 afstand vanaf de

inrichting. Bij de aanvraag is geen rapportage van een akoestisch onderzoek gevoegd. De aanvrager geeft daarbij als motivering dat het Activiteitenbesluit in artikel 1. 11 geen akoestisch onderzoek verlangt bij inrichtingen type B die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare verkoop aan derden van vloeibare brandstof , mengsmering en aardgas voor het wegverkeer. Onderhavige inrichting is vergunningplichtig doordat er sprake is van het afleveren van waterstof. In zijn algemeenheid kan de inrichting worden beschouwd als zijnde in hoofdzaak bestemd voor de openbare verkoop aan derden van vloeibare brandstof voor het wegverkeer. Wij zijn dan ook van mening dat hierdoor en tevens vanwege het feit dat

de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten op een afstand van 220 meter zijn gelegen geen akoestisch rapport bij de aanvraag hoefde te worden gevoegd en dat in de voorschriften kan worden aangesloten bij de voorschriften voor geluid zoals deze gelden in het Activiteitenbesluit voor inrichtingen type A en B. ,

Lucht Toetsingskader

Pagina 37 Z-2023-009482

van

44

Het algemeen luchtbeleid is gericht op het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van emissies naar de lucht door het toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT) en het voldoen aan de luchtkwaliteitseisen van bijlage 2 van de Wet milieubeheer.

Luchtemissies voor inrichtingen worden in beginsel gereguleerd door de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Bij het afleveren van waterstof is sprake van een beperkte uitstoot van waterstof (enkele grammen per tankbeurt). Aan de emissie van waterstof zijn geen eisen gesteld. Luchtkwaliteit In Titel 5. 2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grens- en richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau , die wij als toetsingscriteria moeten hanteren.

Op grond van artikel 5. 16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan de vergunning alleen worden verleend als aannemelijk gemaakt kan worden dat voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: 1. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde 2. er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit 3. de bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate' (NIBM) 4. het project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen. ,

De bijdrage van de inrichting aan de in Titel 5. 2 genoemde stoffen is afkomstig van vervoersbewegingen van de tubetrailers. Met behulp van de NIBM-tool is vastgesteld dat het in werking zijn van de inrichting niet in betekende mate bijdraagt aan een toename van de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide in

de omgevingslucht. Conclusie Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de het oprichten van een inrichting voor het afleveren diverse brandstoffen , waaronder waterstof aan voertuigen kan worden geconcludeerd , dat de omgevingsvergunning kan worden verleend. In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.

Pagina 38 Z-2023-009482

van

44

BIJLAGE 1: VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN RAAD

Pagina 39 Z-2023-009482

van

44

Laarbeek

Zaaknummer:

Documentnummer: Aldus

besloten

53269-2021:306105

in de openbare vergadering

oktober

2023.

De

vernoemd,

raad

ans Waterpoort van de Peel

53269-2021

van

de raad

van

de gemeente

de griffier

burgemeester

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Laarbeek van

12

(geanonimiseerd)

Pagina Z-2023-009482

40

van

44

OMGEVINGSDIENST

ZUIDOOST-BRABANT

BIJLAGE 2 WEERLEGGING ZIENSWIJZE WATERSCHAP MAAS

AA EN

2. SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZE D. D. 3 SEPTEMBER 2024 Zienswijze: Waterberging Het plan voorziet in de aanleg van een wadi voor de opvang van hemelwater. Aan de aanleg van de wadi is voorschrift 3. 1. 2 verbonden: ‘De wadi wordt dusdanig geproportioneerd dat deze niet overstroomd”. In de ruimtelijke onderbouwing wordt gesteld dat in het landschappelijk inpassingsplan expliciet is voorzien in de aanleg van een wadi met de benodigde capaciteit. In de stukken is echter niet terug te vinden wat de capaciteit van de wadi is en kan daardoor niet beoordeeld worden of deze voldoet. Voor een goede werking van de wadi dient de bodemhoogte boven GHG te worden gedimensioneerd. De GHG wordt in bijlage 18 ‘waterparagraaf” ingeschat op 40 tot 60 cm onder het huidig maaiveld. In het landschappelijk inrichtingsplan is een wadi van 400 m2 meter opgenomen. Als de diepte van de wadi 40 cm is dan is de capaciteit maximaal 160 m3. De wadi is dan te klein voor de ingeschatte te verwerken hoeveelheid hemelwater van 417 m3. Naast hemelwater wordt ook gezuiverd afvalwater geloosd op de wadi. Niet duidelijk is hoeveel capaciteit in de wadi hiervoor nodig is. De wadi dient voldoende snel leeg te lopen om te voorkomen dat bij een volgende bui geen ruimte meer aanwezig zou zijn. In de ontwerp-beschikking wordt niet ingegaan op de ledigingstijd van de wadi.

Er dient onderbouwd te worden dat de wadi weer voldoende snel beschikbaar is. Gezien bovenstaande lijkt de beschreven wadi niet voldoende capaciteit te hebben. We zien dan ook graag een aangepaste onderbouwing van de capaciteit en de leeglooptijd van de wadi. ,

Antwoord: De totale capaciteit van wadi A en wadi B is in totaal 347 + 248 = 595 m3 en is gezien de berekeningen voldoende. De berekening ledigingstijd staat nu op de tekening definitief ontwerp terreininrichting tekeningnummer P24E0055_200 bladnr. 2 d. d. 18-10-2024. Ook is dit verwerkt in ‘20250207_Waterparagraaf Tankstation Beek en Donk’ ingediend op 10 februari 2025. Zienswijze: Afvalwater Het tankstation wordt niet aangesloten op de gemeentelijke riolering. De diverse afvalwaterstromen worden na behandeling door een IBA of een slibvangput en olie- /benzineafscheider voorzien van een coalescentiefilter geloosd op de wadi. In de ontwerpbeschikking wordt gesteld dat deze lozing wordt beschouwd als een lozing op de bodem. Er zal geen lozing van het gezuiverde afvalwater naar het oppervlaktewater plaatsvinden. In diverse bijlagen (zoals de ruimtelijke onderbouwing bijlage 1595_BU-01_wijz_A_2024-04-08 en bijlage afvalwater tankstation) komt echter naar voren dat er wel gezuiverd afvalwater wordt geloosd op het oppervlaktewater. Deze bijlagen zijn tegenstrijdig met de toelichting in de ontwerpbeschikking dat het ‘gezuiverde afvalwater’ geloosd wordt in de bodem. De bijlagen dienen hierop aangepast te worden zodat voorkomen wordt dat gezuiverd afvalwater geloosd wordt op het oppervlaktewater. ,

,

,

,

,

Pagina 41 Z-2023-009482

van

44

Antwoord: Het document ‘behandeling afvalwater tankstation Vissers Beek en Donk’ is aangepast. Deze is als bijlage bijgevoegd. Er zijn geen tegenstrijdigheden meer. Zienswijze: A-watergang De waterparagraaf beschrijft aan de westzijde van het plangebied de aanwezigheid van de a-watergang die op grond van onze waterschapsverordening aan weerszijden een beschermingszone heeft van 5 meter , gemeten vanaf de insteek ten behoeve van beheer en onderhoud. Deze zone dient vrij te blijven van obstakels en beplanting. In de waterparagraaf is opgenomen dat een gedeelte van de beoogde verharding

binnen de beschermingszone van deze watergang ligt en dat derhalve voor voorliggend voornemen een watervergunning wordt aangevraagd. Alle aanpassingen die betrekking hebben op de leggerwatergang zijn watervergunningplichtig. In de bijlage 1595_BU-01_wijz_A_2024-04-08 is een hekwerk rond de wadi getekend. Ook dit hekwerk dient buiten de beschermingszone te worden geplaatst of er dient een watervergunning voor aangevraagd te worden. Antwoord Het hekwerk om de achterste wadi wordt niet meer geplaatst volgens de laatste inrichtingstekening. Een watervergunning is daardoor niet meer noodzakelijk. Voor de verharding binnen de beschermingszone wordt een vergunning aangevraagd bij het Waterschap Aa en Maas.

Pagina 42 Z-2023-009482

van

44

BIJLAGE 3 WEERLEGGING ZIENSWIJZE RIJKSWATERSTAAT 3. SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZE D. D. 28 AUGUSTUS 2024 INGEKOMEN 30 AUGUSTUS 2024 Zienswijze: Initiatiefnemer exploiteert momenteel een verkooppunt motorbrandstoffen met winkelruimte in het centrum van Beek en Donk. Met de beoogde nieuwbouw aan de N279-Bosscheweg wordt het tankstation in het centrum gesloten en komt er ruimte voor woningbouw en opent het nieuwe tankstation buiten de bebouwde kom op een logisch verkeersknooppunt In de Waterparaaf behorende bij het plan is aangegeven dat de nieuwbouwlocatie niet is gelegen in de nabijheid van een waterkering. Dit is incorrect. Een deel van het plangebied is gelegen binnen de beschermingszone van de regionale kering die langs de Zuid-Willemsvaart loopt. In die zone zijn activiteiten voorzien in de vorm van verharding en de aanplant van bomen. Voor dergelijke activiteiten binnen het zogenaamde beperkingengebied voor een waterstaatswerk in beheer van het rijk geldt een vergunningsplicht. De behandelend ambtenaar van de gemeente Laarbeek is hierover geïnformeerd en initiatiefnemer is in contact gesteld met intaker vergunningverlening van mijn uitvoeringsdienst. Ik verzoek u de uitkomsten van dit overleg mee te nemen in het vervolg van de procedure. ,

,

Antwoord: Op maandag 4 november 2024 heeft een medewerker van Rijkswaterstaat een e-mail verzonden naar de gemachtigde van de aanvrager over de aanpassingen: ‘De tekeningen geven een goed beeld van het initiatief. Vanuit waterkering beheer en waterveiligheid zie ik verder geen onacceptabele risico’s: het gebouw/opstal is geheel buiten de zonering (beperkingengebied) geplaatst evenals de ontgrondingen t. b. v. de beide wadi’s. Omdat de activiteiten nu buiten het beperkingengebied plaatsvinden is geen vergunning van mijn dienst vereist. ’ De zienswijze is niet meer relevant aangezien de plannen zijn getoetst en akkoord bevonden en daarmee tegemoet is gekomen aan de zienswijze. ,

Pagina 43 Z-2023-009482

van

44

BIJLAGE 4 WEERLEGGING ZIENSWIJZE PROVINCIE NOORDBRABANT 4. SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZE D. D. 4 SEPTEMBER 2024 Zienswijze: Omgevingskwaliteit In de vooroverlegreactie is door ons reeds benoemd dat in verband met de nieuwvestiging van een functie in een Landelijk gebied-Gemengd landelijk gebied Verstedelijking afweegbaar en Beperking veehouderijgebied er op goede wijze invulling dient te worden gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. Het saneren van het bestaande tankstation in de kern beschouwen wij als een pré voor een veilige en gezonde leefomgeving die met deze ontwikkeling gepaard gaat. In de ontwerp-omgevingsvergunning die door u ter inzage is gelegd vinden wij echter geen juridische zekerstellingen terug op basis waarvan de huidige locatie van het tankstation dient te worden gesaneerd. Omwille van de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies verzoeken wij u hiervoor alsnog zorg voor te dragen. ,

,

,

Antwoord: Wij hebben het sluiten van het tankstation in de kern opgenomen in de voorwaarden onder “handelen in strijd met ruimtelijke regels”. Zienswijze: Kwaliteitsverbetering van het landschap Hoewel het landschappelijke inpassingsplan voor de nieuwe locatie onderdeel uit maakt van de vergunningaanvraag is uitvoering van het werk horende bij dit landschappelijke inpassingsplan niet juridisch geborgd door middel van een voorwaarde horende bij de vergunning. Wij verzoeken u dit alsnog via een voorwaarde in de vergunning juridisch te borgen. Op dit onderdeel is de beoogde vergunning in strijd met artikel 3.9 lid 2 sub a IOV. ,

,

Antwoord Wij hebben het voldoen aan het landschappelijk inpassingsplan opgenomen in de voorwaarden onder “het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden”. ,

,

Pagina 44 Z-2023-009482

van

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=1f7b5a25-995b-4d8e-87b5-bde31b9f721d