CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025 DEF 20260109 Bijlage

Commissie Sociale & Algemene Zaken 26 februari 2026, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen15.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij de alleenstaande met zorgkosten op 120 procent is de toename van het saldo erg klein. In gemeente Laarbeek is dit net iets meer dan € 10. Overigens geldt bovenstaande niet alleen voor zorgkosten; ook andere periodieke kosten waarvoor op bijstandsniveau bijzondere bijstand mogelijk is, kunnen leiden tot een armoedeval bij een hoger inkomen. Naast het wegvallen van de bijzondere bijstand zijn er andere factoren die bijdragen aan een mogelijke uitstroomval. Dit zijn in de eerste plaats werkgerelateerde kosten. Bij een inkomen boven het minimum wordt er in deze rapportage van uitgegaan dat er sprake is van een (parttime) baan die extra werkgerelateerde kosten zoals die aan vervoer met zich meebrengt. Deze kosten zijn in de begrotingen boven bijstandsniveau opgenomen. Bovendien hebben huishoudens bij een inkomen op 110 procent van de norm vaak geen recht meer op kwijtschelding van lokale belastingen. Bovengenoemde factoren (werkgerelateerde kosten en het wegvallen van het recht op kwijtschelding) doen zich bij de meeste andere onderzochte huishoudtypen voor. Hier zien we dat er weliswaar geen sprake is van een uitstroomval, maar de bestedingsruimte op 110 procent neemt niet evenredig toe met het netto inkomen.

4.3

Huishoudens met langdurig een laag inkomen

Huishoudens in de gemeente Laarbeek, die gedurende 12 maanden of langer een inkomen hebben gehad dat niet hoger is dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm, komen in aanmerking voor de Individuele inkomenstoeslag (IIT). De hoogte van de toeslag varieert per huishoudtype. In tabel 10 staat de vrijebestedingsruimte (saldi) van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met de IIT.

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 25

Tabel 10: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven in euro’s per maand, inclusief IIT Huishoudtype

100

110

120

130

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

159

184

321

404

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

387

402

542

632

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

184

257

412

408

04. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

442

454

610

714

05. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

596

635

695

744

06. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

371

385

522

552

07. paar met 2 jonge kinderen

423

495

650

624

08. paar met 2 oudere kinderen

225

297

453

407

09. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

282

342

356

408

10. paar vanaf AOW-leeftijd met zorg

311

377

357

404

De IIT kan een extra armoedeval veroorzaken: een huishouden met recht op IIT kan een hogere bestedingsruimte hebben dan een huishouden op een hoger inkomensniveau, zonder recht op IIT. In de gemeente Laarbeek zien we dit gebeuren bij alle paren onder de AOW-leeftijd. De IIT is voor hen duidelijk hoger dan voor de andere huishoudtypen, zeker als het om de paren met oudere kinderen gaat. Bij het inkomen waarop geen recht meer is op de IIT zien we een afname van de vrije bestedingsruimte (oranje gekleurd). Overigens kan erover gediscussieerd worden in hoeverre er gesproken kan worden van een armoedeval wanneer het saldo inclusief IIT vergeleken wordt met een hoger inkomensniveau waar geen recht op de IIT bestaat. De IIT is immers bedoeld voor huishoudens die langdurig op het minimum leven en zeer weinig kans hebben om hun inkomen te verhogen. De inkomensgrens in gemeente Laarbeek is relatief hoog en de referte periode relatief laag, in vergelijking tot andere gemeenten. Hierdoor worden veel huishoudens die langduriger met een laag inkomen moeten rondkomen ondersteunt in hun bestaan.

26 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

5 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de gemeente Laarbeek.

5.1

Voorwaarden

De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden: 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen. Of voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat dus eigenlijk om de meest ideale situatie. De daadwerkelijke situatie van huishoudens kan hiervan afwijken. Om hoeveel huishoudens het gaat en in welke mate is niet bekend, hierover zijn geen individuele data beschikbaar. Het Nibud adviseert de gemeente Laarbeek om actief de betreffende huishoudens te (blijven) helpen aan deze voorwaarden te kunnen voldoen.

5.2

Bestedingsruimte en armoedeval

Bestedingsruimte In de gemeente Laarbeek kunnen alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rond krijgen. In zijn algemeenheid is de bestedingsruimte van huishoudens onder de AOW-leeftijd zonder kinderen duidelijk lager. Deze huishoudens profiteren het minst van de landelijke koopkrachtreparaties van de afgelopen jaren. Echter, er blijft grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen in de komende jaren. Weten waar je financieel aan toe bent, is nodig om te kunnen begroten en uit te kunnen rekenen hoeveel budget er is voor andere uitgavenposten. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting om te kunnen schuiven met uitgavenposten en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen meestal niet hebben. De lage bestedingsruimte van de alleenstaande en het paar zonder kinderen op bijstandsniveau maakt deze huishoudens kwetsbaar; als ze met hogere kosten te maken hebben dan waar we in dit onderzoek rekening mee hebben gehouden (bijvoorbeeld een hogere huur en/of een energie-onzuinige woning). Is hiervan sprake dan kan het positieve saldo al snel omslaan in een tekort.

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 27

Huishoudens met kinderen hebben veel baat van de maatregelen van het Rijk, zoals de verhoging van het kindgebonden budget. Hierdoor hebben paren met twee oudere kinderen niet meer met tekorten op de maandbegroting te maken (ten opzichte van 2023). De bestedingsruimte van op bijstandsniveau is echter nog steeds niet heel ruim vergeleken met de andere huishoudens met kinderen. En zeker als het huishouden iets verdient en uitkomt op het inkomen van 110 procent van de geldende norm is de vrije bestedingsruimte nog steeds niet groot voor de paren met oudere kinderen. De resultaten van deze rapportage laten zien dat alleenstaande ouders een duidelijk hogere bestedingsruimte hebben dan paren. Dit komt doordat paren de kosten van twee volwassenen moeten dragen, terwijl het bijbehorende inkomen in verhouding lager ligt: een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de aanvulling voor alleenstaande ouders vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. Paren ontvangen 100 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering.

Verschil gemeente Laarbeek en gemeente Gemert-Bakel in bestedingsruimte Tussen de gemeenten is er nauwelijks verschil in vrije bestedingsruimte bij de verschillende huishoudtypen. Het enige wat grotere verschil in saldo is zichtbaar bij de alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering en bij de paren met jongere kinderen. Dit wordt veroorzaakt door de kosten van de peuteropvang. In gemeente Laarbeek wordt gebruik gemaakt van de VNG tabel en de gemeente Gemert-Bakel gaat uit van een (gesubsidieerd) uurtarief. We gaan in dit onderzoek uit van 2 halve dagen peuteropvang voor het kind van 3 jaar voor de huishoudens die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit geldt voor de alleenstaande ouder in de bijstand en voor het paar met jonge kinderen waarvan één volwassene werk. Armoedeval Van een armoedeval is sprake als er op een bepaald inkomensniveau minder bestedingsruimte is dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau. Hierbij maken we onderscheid tussen een uitstroomval (er blijft minder over dan op bijstandsniveau) en een doorstroomval (op een bepaald inkomensniveau blijft minder over dan op het voorliggende inkomensniveau). In de gemeente Laarbeek doet zich dit alleen voor bij het oudere paar met zorgkosten.

Bij het inkomen op 120 procent van de norm wordt het meerinkomen volledig als draagkracht gezien en drukken de berekende zorgkosten in zijn geheel op de begroting van dit huishouden. Dit gecombineerd met het wegvallen van de kwijtschelding van de lokale lasten heeft tot gevolg dat de vrije bestedingsruimte lager is dan bij het inkomen op 110 procent van de norm. Huishoudens die te maken hebben met een langduriger laag inkomen kunnen in de gemeente Laarbeek gebruik maken van de Individuele Inkomenstoeslag. Deze regelingen is best ruim. Veel onderzochte gemeenten hebben voor de IIT een inkomensgrens van 100 procent van de geldende norm en een referteperiode van 36 maanden. Bij alle paren onder de AOW-leeftijd zien we een lagere bestedingsruimte als het huishouden geen recht meer heeft op de IIT, maar omdat het rondkomen van een laag inkomen over een wat langere termijn best moeilijk is, kan worden afgevraagd of hier spreken over een armoedeval wel gewenst is.

28 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

5.3

Aanbevelingen

Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek én de voorwaarden die wij hierbij gesteld hebben, volgen hieronder een aantal aanbevelingen. Houd oog voor het verhaal achter de cijfers In de beide gemeenten kunnen alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rondkrijgen. Hierbij moet het in gedachten worden gehouden dat dit niet per definitie betekent dat het gemakkelijk is om rond te komen. In paragraaf 5.1 is een aantal voorwaarden benoemd waaraan voldaan moet worden om tot de bestedingsruimte te komen zoals die in dit rapport berekend is. Nu is het de laatste jaren zeker niet gemakkelijker geworden om aan deze voorwaarden te voldoen. De G40 merkt in het manifest “Geen pleisters meer” op, dat inwoners afhankelijk zijn geworden van lokale inkomensondersteuning in een stelsel dat te ingewikkeld is en waarbij het vertrouwen in de overheid laag is: “Het is voor inwoners lastig om bekend te zijn met de veelheid van alle lokale en landelijke regelingen. Het is complex om ze vervolgens aan te vragen, als het taboe op geldzorgen hen al niet heeft tegengehouden. Gelijktijdig speelt nu ook mee dat inwoners minder vertrouwen hebben in de overheid en onder andere terughoudend zijn in het aanvragen van regelingen en toeslagen. Bijvoorbeeld doordat ze bang zijn dat ze het ontvangen budget weer terug zullen moeten betalen.

Dit geldt zeker niet alleen voor de lokale regelingen, maar voor het landelijke inkomensstelsel in het geheel.”12 Ook het Nibud constateerde in de analyse van het hoofdlijnenakkoord dat huishoudens steeds afhankelijker worden van toeslagen: “De maatregelen in het hoofdlijnenakkoord zorgen volgens het CPB voor een lichte gemiddelde stijging van de koopkracht van alle huishoudens en een afname van de armoede. Daarvoor wordt voor huishoudens met lage inkomens teruggegrepen op toeslagen om hun koopkracht op peil te houden. (…) Tegelijkertijd hebben we gezien dat het stelsel van toeslagen vaak tot problemen en onzekerheid bij huishoudens leidt. [Daardoor weten huishoudens] op de langere termijn niet waar zij aan toe zijn en blijven ze overgeleverd aan een complex systeem.”13 Het is dus belangrijk dat de gemeente zich ervan bewust is en blijft dat veel inwoners met een laag inkomen moeite hebben om rond te komen en daarbij afhankelijk zijn van verschillende vormen van inkomensondersteuning. De volgende aanbevelingen kunnen daarbij helpend zijn. Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van de inboedel.

We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimuminkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te ____________________ 12

Stedennetwerk G40, Geen pleisters meer

13

Nibud notitie hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028: https://www.nibud.nl/nieuws/nibud-akkoord-mist-structurele-

aanpak-bestaanszekerheid/

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 29

organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. Verminder niet-gebruik regelingen In deze rapportage wordt ervan uitgegaan dat alle regelingen waarop men recht heeft ook worden aangevraagd! Uit diverse onderzoeken 14 blijkt echter dat dit niet altijd gebeurt en dat er een behoorlijke mate van niet-gebruik is. Voor de groep die niet alle regelingen gebruikt waarop recht is, geldt dat de bestedingsruimte in deze rapportage lager is. Het Nibud adviseert dan ook in het beleid sterk de nadruk te leggen op het verminderen van niet-gebruik. Bijvoorbeeld door gerichte communicatie te stimuleren met hulp van verschillende lokale organisaties, waaronder die in de gezondheidzorg. En zorg voor eenvoudige procedures met betrekking tot toekenning, bijvoorbeeld door aanvragen te combineren. Het niet-gebruik is vooral groot onder werkenden. Dat versterkt de armoedeval. In de handreiking Het beter bereiken van werkende armen (Platform31, 2022)15 staan suggesties om het niet-gebruik van voorzieningen door werkenden tegen te gaan. Ook bij net gepensioneerden is het niet-gebruik in eerste instantie hoger. Als zij te maken krijgen met een inkomensterugval kunnen zij voor het eerst recht krijgen op toeslagen. Help energielasten verlagen De afgelopen periode zijn de energielasten sterk gestegen.

Het kabinet heeft in 2023 de gevolgen voor alle huishoudens gedempt met het prijsplafond op de energietarieven. Voor huishoudens met een laag inkomen is de energietoeslag in het leven geroepen. Deze zijn in 2024 weer afgeschaft. Omdat de energieprijzen weer gedaald zijn, is dit niet meer nodig voor elk huishouden. Het is misschien niet meer voor iedereen noodzakelijk, maar wonen in een huis met een slecht energielabel veroorzaakt wel degelijk persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Het Nibud adviseert om voor die huishoudens die vanwege een slecht geïsoleerde woning moeite hebben met rondkomen, de mogelijkheid van bijzondere bijstand open te houden. Hetzelfde geldt voor huishoudens met een bovengemiddeld hoog noodzakelijk elektriciteitsverbruik, bijvoorbeeld als gevolg van een medische aandoening of een energie-onzuinige woning. Ook voor deze huishoudens blijft een (extra) tegemoetkoming vanuit de gemeente zeer wenselijk. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de energiekosten per label en per woningtype. Hieruit wordt duidelijk wat het effect van een hoger energielabel is op de bestedingsruimte van diverse huishoudtypen. Bij een- en twee-persoonshuishoudens gaan ____________________ 14

Zie ondermeer: https://panteia.nl/actueel/nieuws/eerste-landelijke-monitor-niet-gebruik-toeslagen-geeft-

inzicht-in-wie-geld-misloopt/ Nationale Ombudsman: Met te weinig genoegen nemen (2022). Waaruit bijvoorbeeld blijkt dat ouderen oververtegenwoordigd zijn in de groep niet-gebruikers. SCP: Voorzieningen in 3D (2021). Waaruit bijvoorbeeld blijkt dat een grote potentiële gebruikers moeilijk zichtbaar is te krijgen en dat deze groep groter wordt. CPB: Gebruik (en niet-gebruik) van toeslagen in Nederland (2019). Waaruit bijvoorbeeld blijkt dat 15 procent van de rechthebbenden het kindgebondenbudget niet aanvraagt. Nibud: Geldzaken in de praktijk (2019). Waaruit bijvoorbeeld blijkt dat een kwart van de Nederlandse huishoudens niet weet of ze recht hebben op toeslagen. 15

Het beter bereiken van werkende armen, Platform31 dec. 2022 https://www.platform31.nl/articles/het-beter-

bereiken-van-werkende-armen.

30 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

we in deze rapportage uit van een flatwoning, voor meerpersoonshuishoudens rekenen we met de energielasten van een tussenwoning. Tabel 13: Gaskosten in euro’s per maand naar cluster van energielabel AB CD Rij-tussenwoning 139 160 Flatwoning 109 127

EFG 176 145

Ook in 2025 is er een Noodfonds voor Energie, waar mensen met een laag inkomen en een hoge energierekening ondersteuning kunnen krijgen. Omdat het fonds vrijwel direct was uitgeput, is deze bijdrage niet meegenomen in deze rapportage. Later dit jaar is bekend geworden dat er een publiek energiefonds is voor de komende jaren.16 Dit fonds moet huishoudens in een financieel kwetsbare positie ondersteunen bij het betalen van de energierekening. Het gaat om meerjarige inkomenssteun voor gemeenten, in combinatie met hulp bij de verduurzaming van woningen. Het Nibud adviseert de gemeente Laarbeek om actief de ontwikkelingen rondom dit energiefonds te blijven volgen. Daarnaast adviseert het Nibud de gemeenten huishoudens te ondersteunen bij het verlagen van de energielasten. Ten aanzien van energieverbruik en isolatie, blijkt uit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen en daardoor een hoger dan gemiddeld verbruik hebben. De energielasten zullen een groter deel van de woonlasten, en daarmee ook van de totale begroting, gaan innemen. De toekomstige energietransitie zal ook de nodige kosten met zich meebrengen. Daarbij is het voor bewoners van een huurwoning niet duidelijk of de woningbouwcorporaties dit gaan doorberekenen aan hun huurders.

Het Nibud adviseert de gemeenten om hierin samen op te trekken met de verhuurders en ook samen middelen in te zetten om de energieverbetering van woningen door te voeren. Huishoudens met een laag inkomen kunnen mogelijk hulp van energieadviseurs of gratis en goedkope energieboxen aangeboden krijgen. Producten zoals ledlampen en isolatiefolies, waarvan de aanschafkosten voor deze doelgroep vaak te hoog zijn maar met een snelle terugverdientijd hebben, zijn dan het meest effectief. Houd aandacht voor de inkomenspositie van huishoudens zonder kinderen Zoals aan het begin van dit hoofdstuk aangegeven hebben de huishoudens onder de AOWleeftijd zonder kinderen de laagste bestedingsruimte. Dit maakt deze huishoudens kwetsbaar. Voor deze huishoudens is het extra van belang dat zij aan de eerder genoemde voorwaarden voldoen: goed met geld om kunnen gaan, alle inkomensondersteuning aanvragen en geen persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben. Als deze huishoudens met hogere kosten te maken hebben dan waar we in dit onderzoek rekening mee hebben gehouden (bijvoorbeeld een combinatie van een hogere huur en een onzuinige woning) dan kan het positieve saldo omslaan in een tekort. Het Nibud adviseert de positie van huishoudens zonder kinderen onder de AOW-leeftijd goed in de gaten te houden.

Deze huishoudens profiteren het minst van de landelijke maatregelen en daarom is juist voor deze groep de gemeentelijke ondersteuning van belang. ____________________ 16

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/11/07/kabinet-maakt-extra-geld-vrij-voor-energiefonds-

deze-winter-meer-hulp-voor-huishoudens

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 31

Overweeg een (forfaitaire) tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten Chronisch zieken en gehandicapten hebben te maken met een aantal meerkosten. In de twee huishoudens met extra zorgkosten die we hebben doorgerekend, wordt een deel daarvan zichtbaar. Bij het inkomen op 120 procent van de norm wordt draagkracht verondersteld en moet het huishouden met zorg de zorgkosten (die bij de lagere inkomens vanuit de bijzondere bijstand vergoed worden) zelf betalen. Daarnaast is er geen recht meer op kwijtschelding van lokale lasten. Door deze factoren samen is de bestedingsruimte op 120 procent nauwelijks hoger of zelfs lager dan op 110 procent. De gemeente kan overwegen voor huishoudens met een zorgvraag een (forfaitaire) vergoeding in het leven te roepen tot een bepaald inkomensniveau. Hiermee kunnen huishoudens hun zorgkosten deels zelf opvangen ook zonder dit te hoeven indienen als bijzondere-bijstandsaanvraag. Stimuleer paren met oudere kinderen bij het verhogen van hun inkomen Paren met oudere kinderen hebben het minder ruim dan eenoudergezinnen met oudere kinderen en dan paren met jonge kinderen. Juist bij dit huishoudtype is begeleiding naar werk wellicht een mogelijkheid. In dit onderzoek gaan we (bij een inkomen boven bijstandsniveau) uit van de minst gunstigste situatie waarbij een van de volwassenen werkt.

Zouden beide partners werken, dan levert dit meer op: fiscaal houdt een stel meer over als beide partners parttime werken dan als één persoon fulltime werkt.17 Uiteraard is dit niet altijd makkelijk te realiseren. Waar dit wel mogelijk is, is het goed om met belastingvoordelen rekening te houden. Laat (meer) werken lonend zijn Een uitstroomval ontstaat als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op bijstandsniveau. In de gemeente Laarbeek doet zich dit bij de onderzochte huishoudtypen niet voor. Wel zien we dat de bestedingsruimte op 110 procent vaak niet evenredig toeneemt met het inkomen. Naast het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale heffingen, spelen vooral werkgerelateerde kosten hierbij een rol. Bij een inkomen boven het minimum wordt er in deze rapportage van uitgegaan dat er sprake is van een (parttime) baan die extra (vervoers)kosten met zich meebrengt. Deze kosten zijn in de begrotingen boven bijstandsniveau opgenomen. Het gaat om een gemiddeld bedrag. In de praktijk kunnen deze kosten hoger liggen of juist lager, bijvoorbeeld als deze kosten door de werkgever vergoed worden of als er geen reiskosten zijn omdat het werk op loop- of fietsafstand gesitueerd is. Het Nibud adviseert per situatie te bekijken of werkgerelateerde kosten tot financiële problemen kunnen leiden en zo nodig een vergoeding te verstrekken.

De gemeente kan inwoners ook ondersteunen bij het vinden van werk in de buurt, waardoor er geen of minder reiskosten zijn.

____________________ 17

Zie hiervoor de WerkZorgberekenaar: https://www.nibud.nl/tools/werkzorgberekenaar/

32 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen van de pakketten die leiden tot de begrotingsposten. De bedragen in de posten zijn de bedragen voor juli 2025. De inhoud van de uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. Zo is dit de laatste keer gedaan voor het onderzoek voor de Commissie Sociaal Minimum naar een nieuwe methode om de armoedegrens vast te stellen.18 De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en aangepast aan bijvoorbeeld de specifieke inflatiecijfers (CPI). 19 Huur Voor de onderzochte huishoudens is in deze rapportage gerekend met een huur van € 682 voor een- en tweepersoonshuishoudens en € 731 voor drie- en meerpersoonhuishoudens. Dit is inclusief servicekosten. Voor het berekenen van de huurtoeslag is uitgegaan van de deze huurprijs. Energie Dit is de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype met een opslag van 10 procent voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. De gemeente Laarbeek kennen voor de afvalstoffenheffing naast een vast tarief ook een variabel tarief. Dit hangt samen met het aantal ledigingen en de hoeveelheid aangeboden afval.

In deze rapportage gaan we uit van 17 ledigingen per jaar en 157 kg afval per inwoner (bron: CBS). Voor kinderen gaan we uit van de helft hiervan. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 2 GB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Voor de huishoudens die recht hebben op de collectieve zorgverzekering is uitgegaan van de bijbehorende premies. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de AOW-leeftijd een uitvaartverzekering. ____________________ 18

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/42/nieuwe-meetmethode-cbs-scp-en-nibud-brengt-armoede-scherper-

in-beeld 19

https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/consumentenprijsindex--cpi--

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 33

Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor. Het betreffen onder andere de vrijwillige schoolbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten. Kinderopvang/peuteropvang Bij de alleenstaande huishoudens met jonge kinderen en een inkomen boven bijstandsniveau rekenen we kosten voor kinderopvang. Bij 110 procent van het minimuminkomen wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij 120 en 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang De kinderopvangtoeslag die hierbij hoort is opgenomen bij de inkomsten. Voor een alleenstaande ouder met jonge kinderen op bijstandsniveau en voor een paar met jonge kinderen bij alle inkomens gaan we ervan uit dat gebruik wordt gemaakt van 2 dagdelen peuteropvang. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding). Hiervoor houden we een vast bedrag aan. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen.

De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inboedel en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Dit betreft o.a. de stoffering, keukeninventaris en huishoudelijk apparatuur. Zelfzorgmiddelen Deze kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. Voor huishoudens met een zorgvraag komen hier nog kosten bij, afhankelijk van het zorgprofiel. Eigen risico Dit bedrag is € 385 per jaar, waarbij we ervan uitgaan dat het gehele bedrag gereserveerd moet worden. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek.

34 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

Persoonlijke verzorging Uitgegaan is van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven. Pakket voor sociale participatie Op basis van het onderzoek door het Nibud en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) voor de Commissie Sociaal Minimum (2023) 20 is een pakket samengesteld van activiteiten die onder sociale participatie en ontspanning vallen. Het Nibud stelt de bedragen vast die verschillende leden van een huishouden hiervoor minimaal nodig hebben. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staat hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand € Contributies en abonnementen per kind 4 tot 8 jaar per kind 8 tot 16 jaar Per persoon vanaf 16 jaar per huishouden

12,50 16,00 21,50 3,00

Bezoek ontvangen per persoon per huishouden

12,00 16,00

Op bezoek gaan per persoon

7,00

Vakantie/uitgaan per persoon per huishouden

21,50 28,50

Vervoer per kind 4 tot 12 jaar per persoon vanaf 12 jaar

12,50 19,00

Bron: SCP/Nibud 2024, CBS 2024, berekeningen Nibud 2025

____________________ 20

https://open.overheid.nl/documenten/d0ab26e9-096b-41fd-ada9-ede686c99169/file

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 35

Zorguitgaven Hogere huur in verband met aanwezigheid lift Het huishouden woont in een flatwoning met een lift. Dit geeft een hogere huur wat voor een deel (40 procent) wordt gecompenseerd door een hogere huurtoeslag. Daarnaast zijn er servicekosten voor de lift. Ook deze kosten kunnen gedeeltelijk vanuit de huurtoeslag worden vergoed. De rest komt voor rekening van het huishouden zelf. Hogere energierekening Vanwege het gebruik van hulpmiddelen waaronder een scootmobiel of traplift, heeft het huishouden een hogere energierekening. Een uitgebreidere zorgverzekering De huishoudens met een zorgvraag hebben een uitgebreide aanvullende zorgverzekering nodig. Overige verzekeringen Voor het huishouden met een scootmobiel rekenen we ook met een uitgebreidere inboedelverzekering. Het huishouden met een lichamelijke beperking maakt vanwege eerdere geschillen met uitvoeringsinstanties en zorgverleners gebruik van een rechtsbijstandsverzekering. Lidmaatschap patiëntenvereniging Het alleenstaande huishouden met een motorische beperking is lid van twee patiëntenverenigingen. Begeleiding bij het sporten De kosten van een sportabonnement zijn opgenomen bij de post “sociale participatie” en verrekend met de regeling Maatschappelijke participatie. De alleenstaande met een zorgvraag zal echter ook een begeleider nodig hebben. We gaan hierbij uit van een bezoek aan het zwembad.

Collectief vraagafhankelijk vervoer De huishoudens met een zorgvraag maken voor ziekenhuisbezoek (gemiddeld één keer per maand) en andere bestemmingen gebruik van de vraagafhankelijk vervoer in plaats van het reguliere openbaar vervoer. Dit kan gedeeltelijke vergoed worden door de zorgverzekeraar. In deze rapportage gaan we uit van extra kosten per maand. Kledingslijtage en extra waskosten De oudere met een zorgvraag maakt extra kosten in verband met kledingslijtage en extra waskosten. Voor de extra waskosten gaan we uit van twee keer per week extra wassen. De slijtage van kleding die daar het gevolg van is geeft extra kosten Eigen bijdrage Wmo Beide huishoudens met een zorgvraag betalen de eigen bijdrage Wmo. Deze eigen bijdrage bedraagt € 21 per maand maar wordt volledig vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering van de gemeente.

36 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

Medicijnen Voor de eigen betalingen voor medicijnen rekenen we een extra bedrag voor medicijnen die buiten de zorgverzekering vallen of waarvoor een eigen bijdrage geldt. Vakantie in een aangepaste recreatiewoning Omdat de huishoudens rolstoelgebonden of slecht ter been zijn, zal daar bij de vakantiewoning rekening mee gehouden moeten worden. Dit leidt tot extra kosten. Dit is verrekend met de post “sociale participatie”. Attentiekosten Huishoudens met een zorgvraag krijgen ook vaak hulp van buren, vrienden, etc. Als dank voor deze hulp zullen zij graag iets terugdoen.

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 37

Bijlage 2 | Begrotingen In de volgende tabellen zijn de begrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen van beide gemeenten. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. In de begrotingen zijn landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeenten verwerkt. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.

38 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

01. alleenstaande tot AOW uitgavenposten

100

- leeftijd 110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.369 1.506 1.643 1.780 0 0 0 0 131 131 131 131 411 411 411 411 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.911 2.048 2.185 2.322

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

682 682 682 682 143 143 143 143 17 17 17 17 5 50 50 50 64 64 64 64 208 208 208 179 26 26 26 26 0 0 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 30 30 30 30 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 1.178 1.290 1.290 1.261

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

62 88 31 6 0 0 0 187

62 88 31 6 0 0 0 187

62 88 31 6 0 0 0 187

62 88 31 6 32 0 0 219

272 7 26 0 0 0 5 310

272 7 26 0 0 0 5 310

272 7 26 0 0 0 5 310

272 7 26 0 0 0 5 310

120

120

120

128

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 1.795 1.907 1.907 1.918 Saldo inkomsten min uitgaven 116 141 278 404

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 39

02. alleenstaande vanaf AOW uitgavenposten

100

- leeftijd 110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.623 1.683 1.836 1.989 0 0 0 0 131 131 131 131 411 411 398 346 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.165 2.225 2.365 2.466

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

682 682 682 682 154 154 154 154 17 17 17 17 5 50 50 50 64 64 64 64 208 208 208 179 15 15 15 15 0 0 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 24 24 24 24 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.172 1.217 1.217 1.188

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

62 88 31 9 0 0 0 190

62 88 31 9 0 0 0 190

62 88 31 9 0 0 0 190

62 88 31 9 32 0 0 222

264 7 26 0 0 0 5 302

264 7 26 0 0 0 5 302

264 7 26 0 0 0 5 302

264 7 26 0 0 0 5 302

114

114

114

122

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 1.778 1.823 1.823 1.834 Saldo inkomsten min uitgaven 387 402 542 632

40 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

03. paar tot AOW - leeftijd zonder kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.956 2.151 2.347 2.543 0 0 0 0 251 251 221 176 413 413 403 331 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.620 2.815 2.970 3.050

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

682 682 682 682 163 163 163 163 21 21 21 21 10 65 65 65 74 74 74 74 416 416 416 358 42 42 42 42 0 0 0 0 0 0 0 0 10 10 10 10 60 60 60 60 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 1.478 1.600 1.600 1.542

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

123 100 31 10 0 0 0 264

123 100 31 10 0 0 0 264

123 100 31 10 0 0 0 264

123 100 31 10 64 0 0 328

495 8 52 0 0 0 7 562

495 8 52 0 0 0 7 562

495 8 52 0 0 0 7 562

495 8 52 0 0 0 7 562

193

193

193

210

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.497 2.619 2.619 2.642 Saldo inkomsten min uitgaven 123 196 351 408

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 41

04. paar vanaf AOW

- leeftijd zonder kinderen

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

2.228 2.304 2.514 2.723 0 0 0 0 251 242 212 180 413 413 389 338 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.892 2.959 3.115 3.242

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

682 682 682 682 174 174 174 174 21 21 21 21 10 65 65 65 74 74 74 74 416 416 416 358 19 19 19 19 0 0 0 0 0 0 0 0 10 10 10 10 48 48 48 48 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.454 1.509 1.509 1.451

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

123 100 31 13 0 0 0 267

123 100 31 13 0 0 0 267

123 100 31 13 0 0 0 267

123 100 31 13 64 0 0 331

481 8 53 0 0 0 7 549

481 8 53 0 0 0 7 549

481 8 53 0 0 0 7 549

481 8 53 0 0 0 7 549

180

180

180

197

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.450 2.505 2.505 2.528 Saldo inkomsten min uitgaven 442 454 610 714

42 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

05. eenoudergezin met 2 jonge kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.369 1.452 1.581 1.710 0 54 62 70 131 131 131 131 445 445 445 445 194 194 194 194 701 701 701 701 0 1.045 1.568 1.568 0 0 0 0 2.840 4.022 4.682 4.819

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

731 731 731 731 202 202 202 202 25 25 25 25 16 16 72 72 64 64 64 64 208 208 208 179 33 33 33 33 15 15 15 15 13 1.089 1.633 1.633 3 3 3 3 41 41 41 41 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 1.351 2.494 3.094 3.065

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

130 109 31 6 0 0 0 276

130 109 31 6 0 0 0 276

130 109 31 6 0 0 0 276

130 109 31 6 32 0 0 308

404 8 60 0 0 0 8 480

404 8 60 0 0 0 8 480

404 8 60 0 0 0 8 480

404 8 60 0 0 0 8 480

214

214

214

222

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.321 3.464 4.064 4.075 Saldo inkomsten min uitgaven 519 558 618 744

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 43

06. eenoudergezin met 2 oudere kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.369 1.506 1.643 1.780 0 0 0 0 131 131 131 131 445 445 445 445 278 278 278 278 838 838 838 838 0 0 0 0 0 0 0 0 3.060 3.197 3.334 3.471

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

731 731 731 731 202 202 202 202 25 25 25 25 16 72 72 72 84 84 84 84 208 208 208 179 33 33 33 33 127 127 127 127 0 0 0 0 3 3 3 3 53 53 53 53 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 1.482 1.605 1.605 1.576

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

185 119 31 6 0 0 0 341

185 119 31 6 0 0 0 341

185 119 31 6 0 0 0 341

185 119 31 6 32 0 0 373

631 8 78 0 0 0 8 725

631 8 78 0 0 0 8 725

631 8 78 0 0 0 8 725

631 8 78 0 0 0 8 725

237

237

237

245

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.785 2.908 2.908 2.919 Saldo inkomsten min uitgaven 275 289 426 552

44 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

07. paar met 2 jonge kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.956 2.151 2.347 2.543 0 0 0 0 251 251 221 176 445 445 435 363 194 194 194 194 418 418 418 418 0 0 0 0 0 0 0 0 3.265 3.460 3.615 3.695

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

731 731 731 731 214 214 214 214 31 31 31 31 16 72 72 72 74 74 74 74 416 416 416 358 47 47 47 47 15 15 15 15 13 13 13 13 10 10 10 10 71 71 71 71 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 1.638 1.761 1.761 1.703

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

191 123 31 10 0 0 0 355

191 123 31 10 0 0 0 355

191 123 31 10 0 0 0 355

191 123 31 10 64 0 0 419

542 9 86 0 0 0 10 647

542 9 86 0 0 0 10 647

542 9 86 0 0 0 10 647

542 9 86 0 0 0 10 647

285

285

285

302

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.925 3.048 3.048 3.071 Saldo inkomsten min uitgaven 340 412 567 624

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 45

08. paar met 2 oudere kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.956 2.151 2.347 2.543 0 0 0 0 251 251 221 176 445 445 435 363 278 278 278 278 555 555 555 555 0 0 0 0 0 0 0 0 3.484 3.679 3.835 3.914

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

731 731 731 731 214 214 214 214 31 31 31 31 16 72 72 72 93 93 93 93 416 416 416 358 47 47 47 47 127 127 127 127 0 0 0 0 10 10 10 10 83 83 83 83 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 1.768 1.891 1.891 1.833

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

246 133 31 10 0 0 0 420

246 133 31 10 0 0 0 420

246 133 31 10 0 0 0 420

246 133 31 10 64 0 0 484

742 9 104 0 0 0 10 865

742 9 104 0 0 0 10 865

742 9 104 0 0 0 10 865

742 9 104 0 0 0 10 865

308

308

308

325

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 3.361 3.484 3.484 3.507 Saldo inkomsten min uitgaven 123 195 351 407

46 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

09. alleenstaande vanaf AOW uitgavenposten

- leeftijd met zorg 100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.623 1.683 1.836 1.989 14 14 13 13 131 131 131 131 448 448 435 382 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.216 2.276 2.415 2.515

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

773 773 773 773 154 154 175 175 17 17 17 17 5 5 50 50 64 64 64 64 208 208 208 195 17 17 17 17 0 0 0 0 0 0 0 0 6 6 6 6 22 22 22 22 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.266 1.266 1.332 1.319

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

62 88 31 9 0 30 0 220

62 88 31 9 0 30 0 220

93 88 31 9 0 52 0 273

93 88 31 9 32 73 0 326

264 7 26 0 0 0 5 302

264 7 26 0 0 0 5 302

264 13 26 0 0 0 5 308

264 13 26 0 0 0 5 308

146

146

146

154

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 1.934 1.934 2.059 2.107 Saldo inkomsten min uitgaven 282 342 356 408

Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025| 47

10. paar vanaf AOW - leeftijd met zorg uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

2.228 2.304 2.514 2.723 21 20 20 19 251 242 212 180 450 450 426 375 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.950 3.016 3.171 3.297

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

773 773 773 773 174 174 235 235 21 21 21 21 10 10 65 65 76 76 76 76 416 416 416 393 41 41 41 41 0 0 0 0 0 0 0 0 13 13 13 13 57 57 57 57 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.581 1.581 1.697 1.674

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

123 100 31 13 0 51 0 318

123 100 31 13 0 51 0 318

154 100 31 13 0 73 0 371

154 100 31 13 64 94 0 456

481 8 53 0 0 0 7 549

481 8 53 0 0 0 7 549

481 14 53 0 0 0 7 555

481 14 53 0 0 0 7 555

191

191

191

208

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.639 2.639 2.814 2.893 Saldo inkomsten min uitgaven 311 377 357 404

48 | Minima-effectrapportage gemeente Laarbeek 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=2cb4ae10-ae9d-42c9-9e5f-f037440e3f47