CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitoring Laarbeek Resultaten 2025

Raadsbijeenkomst (informeren/consulterend) 10 februari 2026, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Bespreking rapportage natuurmonitoring17.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 14: Natuurwaardescore en de ontwikkeling hierin van het Torrenven en omgeving op basis van de twee monitoringprojecten. (Voor de eerste periode is geen gemiddelde score berekend aangezien hier nog geen SNL-monitoring werd uitgevoerd.)

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

29

Resultaten

3.3.2. Monitoring reptielen Op basis van de monitoring van de levendbarende hagedis is de natuurwaardescore van het Torrenven en omgeving in de laatste periode sterk gezakt van een redelijke naar een slechte score (Figuur 14). Er zijn in totaal maar 8 exemplaren gezien op de route, tegen 24 tot 39 in eerdere jaren. De aantallen waren in de tweede periode flink omlaag gegaan, vermoedelijk door een te grootschalig maaien van de oude heide in 2014, maar waren in de derde periode weer enigszins hersteld. Door het uitbreiden van de heide en het herstellen van het Vossenbergven zou het kunnen zijn dat de aanwezige exemplaren zich meer over het gebied hebben verspreid en de aantallen op de route daardoor zijn gekelderd. Aangezien daar echter geen hagedissen zijn waargenomen lijkt dat onwaarschijnlijk en is er zeer waarschijnlijk sprake van een reële afname. Mogelijk heeft het uitvoeren van de maatregelen een negatief effect gehad op deze soort. Ook landelijk is de levendbarende hagedis vanaf 2012 sterk achteruit gegaan met een afname van bijna 60% (RAVONbalans 2024). De oorzaak is niet geheel duidelijk, maar wordt vermoedelijk veroorzaakt door klimaatverandering en verdroging, afname van ongewervelden (en daarmee voedsel) en een afname van de voedselkwaliteit door vermesting en verzuring van de bodem (stikstofdepositie) (RAVONbalans 2024).

3.3.3. SNL-monitoring Natuurnetwerk Brabant Voor het SNL wordt het Torrenven en omgeving gemonitord op de beheertypen droge heide, zuur ven en zwakgebufferd ven. De droge heide is langzaam aan het toenemen in natuurwaarde. De droge heide scoorde in de eerste periode nog slecht (0,25), met de aanwezigheid van slechts 2 doelsoorten (Figuur 15). Inmiddels zijn echter al 9 doelsoorten gezien: blauwvleugelsprinkhaan, hooibeestje, grondster, kruipwilg, kruipbrem, dwergviltkruid, stekelbrem, klein warkruid en zandblauwtje. Hiermee scoort de heide inmiddels matig (1,25). De uitbreiding van het heide-areaal heeft dus al een zeer positief effect. Het Torrenven en Heideven zijn geclassificeerd als zuur ven en scoren als zodanig slecht (0,75), met drie aanwezige doelsoorten: venwitsnuitlibel, koraaljuffer en tengere pantserjuffer (Figuur 15). Deze soorten zijn allen in het Torrenven waargenomen, het Heideven is vermoedelijk nog niet geïnventariseerd. De score is daarmee niet veranderd. Het ven heeft een diepe ligging en lijkt invloed van grondwater te ondervinden. De classificatie als zwakgebufferd ven lijkt hier dan ook toepasselijker. Bij de beoordeling van het ven als zwakgebufferd ven krijgt het een matige score (1,5) vanwege de aanwezigheid van 6 doelsoorten: bruine winterjuffer, koraaljuffer, tengere pantserjuffer, vroege glazenmaker, moerashertshooi en veelstengelige waterbies.

Overigens heeft het Torrenven ook een wezenlijke rol gespeeld in de overleving van venwitsnuitlibel in oostelijk Brabant in de extreem droge jaren, doordat dit ven watervoerend is gebleven. Het Vossenbergven is in 2019 hersteld en is geclassificeerd als zwak gebufferd ven. Inmiddels hebben zich al vijf soorten in het ven weten te vestigen: tengere pantserjuffer, bruine waterjuffer, veelstengelige waterbies, waterpostelein en moerashertshooi. Het ven behaald hiermee al net een matig (1,3). Het is mooi dat het ven zich al zo snel in de goede richting aan het ontwikkelen is.

30

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

Figuur 15: Natuurwaardescore Torrenven en omgeving en de ontwikkeling daarin op basis van de SNL-monitoring.

3.3.4. Conclusie en aanbevelingen De natuurwaarde van het Torrenven en de omliggende heide wordt deze periode helaas beoordeeld als slecht door de zeer lage aantallen levendbarende hagedissen. De score op basis van de SNL-monitoring gaat juist omhoog: Het uitbreiden van de droge heide en het herstellen van de vennen heeft een positief effect op de natuurwaarden: er zijn meer doelsoorten aanwezig. Bij goed beheer wordt verwacht dat deze natuurwaarden verder gaan toenemen. Het is hierbij momenteel met name van belang dat de oevers van de vennen goed worden beheerd. In 2024 was er bij het Vossenbergven op de zuidoever al erg veel dennenopslag aanwezig. Deze dient zo snel mogelijk verwijderd te worden en jaarlijks verwijderd te blijven worden zodat zich een mooie oevervegetatie kan ontwikkelen. Ook is er al een kleine groeiplek van invasieve watercrassula gesignaleerd in de zuidwesthoek van het ven. Deze dient zo snel mogelijk verwijderd te worden om een goede ontwikkeling niet in gevaar te brengen. De sterke achteruitgang van de aantallen levendbarende hagedis is zorgelijk. Ook landelijk gaat deze soort achteruit, mogelijk door klimaatverandering en verdroging, verminderd voedselaanbod en een afname in voedselkwaliteit door vermesting en verzuring van de bodem door stikstofdepositie (Ravonbalans, 2024).

Daarnaast heeft de soort mogelijk last gehad van de uitvoer van de herstelmaatregelen. Het blijft dan ook van belang om bij beheeren inrichtingsmaatregelen goed rekening te blijven houden met deze soort. Daarnaast is belangrijk om ook binnen de gemeente naar maatregelen te zoeken om de uitstoot van broeikasgassen en stikstof te verminderen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

31

Resultaten

3.4. Natuurwaarde agrarisch gebied Een groot gedeelte van de gemeente bestaat uit agrarisch gebied. De natuurwaarde van dit gebied vormt dan ook een belangrijk deel van de totale natuurwaarde van de gemeente. Daarnaast heeft de gemeente ook relatief veel mogelijkheden om in dit gebied maatregelen te nemen. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten: • Dagvlinders ’t Hof (NEM) • Monitoring oeverzwaluw • Monitoring huiszwaluw (buitengebied) • Monitoring nestkasten steenuil en kerkuil • Weidevogeltelling Laarbeeks Landschap • Dagvlinders zandwegen • Plantenmonitoring bermen Nieuw • Vogeltelling zonneweide Blauwe Poort Afgevallen monitoringprojecten • VAS-telling • Provinciale Monitoring Vaatplanten Mariahout en Boerdonk • Monitoring nestkasten torenvalk De bermen en zandwegen worden ook in aparte natuurdoelstellingen beoordeeld en worden hier derhalve niet uitgebreid besproken. De oeverzwaluw is al besproken bij de beken (paragraaf 3.1). Om een beeld te geven hoe deze elementen scoren ten opzichte van de andere monitoringprojecten worden ze echter wel nog even kort weergegeven bij de totale natuurwaarde. De provinciale Monitoring Vaatplanten van Mariahout en Boerdonk is na 2018 vervallen. De VAS-telling is vanaf 2020 niet meer gedaan en ook de nestkasten van torenvalk zijn vanaf 2019 niet meer gemonitord.

Nieuw is de vogeltelling bij de zonneweide Blauwe Poort. Het is echter nog niet duidelijk hoe deze gegevens zijn verzameld, zodat ze ook nog niet goed geanalyseerd kunnen worden. Er zijn in de afgelopen 2 jaar in ieder geval 48 soorten waargenomen, waaronder blauwborst, grote gele kwikstaart, wulp en kramsvogel.

3.4.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De totale natuurwaardescore van het agrarisch gebied is in de afgelopen periode weer iets gestegen van een 1,9 naar een 2,0, en haalt inmiddels net een redelijke score. Na de continue achteruitgang in de perioden hiervoor is dit een positieve ontwikkeling (Figuur 16). De huiszwaluw, oeverzwaluw en de planten in de bermen laten een positieve ontwikkeling zien. De dagvlinders en de weidevogels gaan echter nog steeds achteruit. De nestkasten voor steenuil en kerkuil laten een wisselend beeld zien.

32

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

Figuur 16: Natuurwaardescore van het agrarisch gebied gebaseerd op de verschillende monitoringprojecten.

3.4.2. Monitoring huiszwaluw De score van de natuurwaarde op basis van het aantal huiszwaluwnesten is in de afgelopen jaren toegenomen: Er worden meer huiszwaluwnesten geteld in het buitengebied dan in het begin van de monitoring. Het aantal locaties waar nesten worden geteld is echter beperkt en er vallen bovendien regelmatig locaties af doordat plekken ongeschikt worden gemaakt.

Figuur 17: Natuurwaardescore van het agrarisch gebied gebaseerd op de aantallen nesten van huiszwaluw in het buitengebied.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

33

Resultaten

3.4.3. Weidevogeltellingen Laarbeeks Landschap De natuurwaardescore gebaseerd op de weidevogeltellingen is weer verder afgenomen (Figuur 16). Van alle vier de soorten kievit, scholekster, grutto en wulp is het totaal aantal nesten in de laatste periode verder afgenomen, van kievit, scholekster en grutto ook sterker dan in de afgelopen perioden (Figuur 18). Van scholekster is daarnaast ook het percentage uitgekomen nesten afgenomen. Het percentage uitgekomen nesten van kievit en grutto is gelukkig weer wat toegenomen. De gemiddelde natuurwaardescore is matig.

Figuur 18: Aantal nesten (linker as) en percentage uitgekomen nesten (rechter as) van de getelde weidevogels kievit, scholekster, grutto en wulp.

3.4.4. Monitoring nestkasten De nestkasten van steenuil en kerkuil laten weer een daling in natuurwaardescore zien (Figuur 16). Zowel steenuil als kerkuil doen het in de afgelopen periode weer wat slechter dan in de periode daarvoor, maar laten geen duidelijke trend zien (Figuur 19). Het broedsucces van steenuil en kerkuil is sterk afhankelijk van het aantal beschikbare muizen en dat kan sterk fluctueren in verschillende jaren. Vooralsnog lijken deze twee soorten redelijk stabiel.

34

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

Figuur 19: Natuurwaardescore gebaseerd op de monitoring van nestkasten van steenuil, kerkuil en torenvalk.

3.4.5. Dagvlinders ’t Hof De dagvlinders bij ’t Hof zijn hard achteruit gegaan en zijn ook in de laatste periode weer verder gedaald (Figuur 16). Er zijn 9 soorten aangetroffen, in de hoogtijdagen waren dat er 18. In 2020 en 2016 waren dat er echter nog minder; toen zijn slechts 6 soorten waargenomen. De aantallen zijn weer iets toegenomen ten opzichte van de laatste 2 jaar dat de route is gelopen (2018 en 2020), 32 ten opzichte van respectievelijk 25 en 23. Andere kleine pluspuntjes zijn het grotere aantal bonte zandoogjes, bruine zandoogjes en zwartsprietdikkopjes ten opzichte van de vorige 2 monitoringsjaren. Oranje zandoogje en kleine vuurvlinder zijn echter niet meer gezien. Het gebied is inmiddels grotendeels beschaduwd en deels ook te voedselrijk en bloemarm. Er zijn plaatselijk echter ook zonnige en bloemrijkere plekjes aanwezig.

Figuur 20: 2 secties van Vlinderroute t Hof.

3.4.6. Conclusie en aanbevelingen De verschillende monitoringsprojecten geven gemiddeld inmiddels een redelijke natuurwaarde van het agrarisch gebied aan. De dagvlinders en weidevogels gaan achteruit, de planten in de bermen, oeverzwaluwen en huiszwaluwen vooruit en steenuil en kerkuil zijn min of

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

35

Resultaten

meer stabiel. Dit geeft echter wel een enigszins vertekend beeld, aangezien verschillende projecten die een lage natuurwaarde aangeven zijn vervallen. Door kleinschalige maatregelen zijn er lokale successen geboekt, zoals hier door het plaatsen van een oeverzwaluwwand en nestkasten en goed bermbeheer (zie paragraaf 3.7). Dergelijke maatregelen zijn echter ook kwetsbaar: als de voorziening verdwijnt of het beheer wijzigt, verdwijnt daarmee ook de geboekte vooruitgang. Dit risico kan wat meer verspreid worden door extra voorzieningen te treffen, bijvoorbeeld het plaatsen van een extra oeverzwaluwwand elders in de gemeente, maar voor duurzame verbetering is ook systeemherstel nodig. De steeds verdere achteruitgang van de dagvlinders en weidevogels geeft aan dat dit nog onvoldoende is bewerkstelligd. Bloemrijke, zonnige bermen en graslanden zijn nog steeds schaars door te veel stikstof en zeer waarschijnlijk heeft ook de aanwezigheid van allerlei chemische stoffen een negatief effect op de insectenstand en daarmee ook op de voedselbeschikbaarheid van veel vogels.

Om structurele verbeteringen te bewerkstelligen en agrarische soorten die dreigen te verdwijnen te kunnen behouden, zijn ingrijpendere maatregelen nodig: het omvormen van de agrarische sector naar biologisch of natuurinclusief, met een kleinere veestapel, een minimaal gebruik van herbiciden en pesticiden en veel meer ruimte voor de landschapselementen als beken en beekoevers, zonnige kruidenrijke bermen, zandpaden, houtwallen, bosjes, oude knoestige bomen en akkerranden. De gemeente is hier al mee bezig door samen met het waterschap beken her in te richten, de ontwikkeling van kleine landschapselementen te stimuleren en bermen, sloten en zandpaden ecologisch te beheren. Om de achteruitgang van de weidevogels te stoppen is het nodig meer gerichte maatregelen te nemen op een groter oppervlak: gevarieerde kruiden- en structuurrijke graslanden met hoog waterpeil, niet gemaaide stukken (bijvoorbeeld brede flauwe slootkanten), laat en minder maaien, niet mesten in het voorjaar etc. (zie factsheets boerenlandvogels van de vogelbescherming).

36

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

3.5. Natuurwaarde poelen en stilstaande wateren Voor de beoordeling van de stilstaande wateren is gebruik gemaakt van de gegevens van de waterwerkgroep van IVN Laarbeek. Er is hierbij gebruik gemaakt van de inventarisatie op amfibieën van een groot aantal stilstaande wateren. De gegevens zijn geanalyseerd op het niveau van de gemeente als geheel: er is gekeken hoeveel soorten er zitten en hoe wijd verbreid ze zijn. De gegevens per water zijn niet volledig genoeg om op dat niveau te analyseren.

3.5.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De natuurwaardescore van de wateren voor amfibieën is redelijk (2,6) en is over de verschillende perioden ook redelijk stabiel gebleven (Figuur 21). In het grootste deel van de wateren zijn groene kikker en kleine watersalamander aanwezig. Bruine kikker en gewone pad zijn maar in een beperkt aantal wateren waargenomen. De zeldzamere heikikker en kamsalamander zijn slechts een enkele keer waargenomen gedurende de monitoring. Heikikker alleen in 2012 in het Torrenven; hij is daar inmiddels verdwenen. Kamsalamander alleen in 2018 in een water op Molenheide. Het is onduidelijk of de soort hier nog aanwezig is, de betreffende poel lijkt later niet meer onderzocht te zijn.

Figuur 21: natuurwaardescore van de stilstaande wateren gebaseerd op de amfibieënwaarnemingen van de IVN waterwerkgroep.

Kleine watersalamander en alpenwatersalamander lijken zich verder uit te breiden, al is kleine watersalamander in de laatste 2 jaar slechts in een klein percentage wateren gevonden (Figuur 22). Ook groene kikker lijkt toe te nemen in verspreiding (Figuur 22). Gewone pad en bruine kikker laten echter een dalende verspreidingstrend zien (Figuur 22).

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

37

Resultaten

Figuur 22: Voorkomen van de verschillende amfibieën in percentage wateren.

3.5.2. Conclusie en aanbevelingen De stilstaande wateren omvatten op het gebied van amfibieën een redelijke en constante natuurwaarde in de gemeente. Zeldzaamheden lijken echter te ontbreken in de gemeente. Groene kikker, gewone pad en mogelijk ook kleine watersalamander lijken een dalende verspreidingstrend te laten zien. Het is onduidelijk waar dit door veroorzaakt wordt. Landelijk is er een afname in aantallen van gewone pad en bruine kikker, welke in de laatste paar jaar wel is gestabiliseerd (Ravonbalans, 2024). Mogelijk zijn afname in voedsel, klimaatverandering en chemische stoffen hier de reden voor. Om de huidige natuurwaarde vast te houden is het van belang om te blijven zorgen voor voldoende geschikte voortplantingswateren en wateren te blijven beheren. Voor een verde-

38

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

re verhoging van de score is het nodig specifieke aandacht te besteden aan de zeldzamere soorten kamsalamander en heikikker. Door in de poelen waar deze soorten aanwezig zijn het beheer op deze soorten te richten, en in de omgeving poelen geschikt te maken voor deze soorten, kunnen deze zich handhaven en verder uitbreiden. Kamsalamander bevindt zich misschien nog in Molenheide en zit daar ook in een water net over de gemeentegrens. Wellicht kan onderzocht worden of de soort hier nog voorkomt en kan men verschillende wateren hier voor deze soort geschikt maken. Heikikker heeft nog een populatie bij het Vressels bos in Meierijstad. Wellicht zijn er mogelijkheden om een verbinding te maken met het Torrenven en het Vossenbergven.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

39

Resultaten

3.6. Natuurwaarde bebouwde kom Er worden binnen de bebouwde kom alleen vogels geteld. Er is gebruik gemaakt van de volgende projecten: • MUS-telling Lieshout en Aarle-Rixtel. • Huiszwaluwtellingen (Lieshout en Mariahout) • Gierzwaluwtellingen (pastorie Beek en Donk) Nieuw: • Vlinderroutes bebouwde kom (Lieshout, Aarle-Rixtel en Beek en Donk) In de afgelopen 4 jaar zijn er MUS-tellingen uitgevoerd in Lieshout en Aarle-Rixtel in 2021 en 2022. Beek en Donk is in 2017 voor het laatst geteld en is niet meer meegenomen in de resultaten.

3.6.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De natuurwaardescore van de bebouwde kom is ondanks alle inspanningen toch weer verder gedaald naar een matige score (1,8) (Figuur 23). Alle monitoringprojecten laten een afnemende score zien, bij gierzwaluw is deze het grootst.

Figuur 23: Natuurwaardescore van de bebouwde kom volgens de verschillende monitoringprojecten en de ontwikkeling daarin over de verschillende perioden. De dagvlinders zijn nog niet meegenomen in de berekening voor het totaal.

3.6.2. MUS-tellingen De MUS-tellingen (Meetnet Urbane Soorten) betreft vogeltellingen in Lieshout (3 telpunten in de bebouwde kom, 6 telpunten in Molenheide, 1 telpunt bij Deense Hoek en 1 telpunt op sportpark de Luijtelaar) en Aarle-Rixtel (9 telpunten in en aan de rand van de bebouwde kom). Voor Lieshout zijn tellingen beschikbaar over de hele periode (maar over de laatste

40

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

telperiode maar van 2 jaar). Van Aarle-Rixtel ontbreken gegevens van de 2de periode en voor de derde periode is maar 1 meetjaar beschikbaar. De gemiddelde natuurwaardescore gebaseerd op deze monitoring is licht gedaald (Figuur 23). De natuurwaardescore van de bebouwde kom van Lieshout lijkt laag, maar dit is ook te wijten aan het geringe aantal telpunten. De afname in de laatste periode is echter wel een reden van zorg. Soorten als groene specht, huiszwaluw, koekoek, scholekster en wilde eend zijn in de afgelopen periode niet meer waargenomen. De natuurwaarde van alle telpunten in Lieshout, inclusief Molenheide, is echter wat toegenomen: er worden gemiddeld in een jaar net iets meer soorten gezien in deze laatste periode. Er zijn echter ook verschillende soorten niet meer gezien: fazant, fitis, koekoek, tuinfluiter en wulp. Grauwe gans en wespendief zijn nieuw. In Aarle-Rixtel is ook een afname van de natuurwaarde te zien. Dit wordt met name veroorzaakt door een lage score in 2021, door de afwezigheid van winterkoning, putter, meerkoet en groene specht dat jaar.

Figuur 24: Natuurwaardescore gebaseerd op de MUS-tellingen. Lieshout: 3 telpunten in de bebouwde kom, Lieshout Totaal 10 telpunten inclusief Molenheide, Sportpark Luytelaar en Deense Hoek. Aarle-Rixtel: 9 telpunten. Voor Aarle-Rixtel ontbreken de gegevens van de tweede periode, hiervoor is een gemiddelde van de eerste en derde periode gebruikt.

3.6.3. Dagvlinderroutes Er zijn in 2024 drie nieuwe vlinderroutes uitgezet en gelopen in de bebouwde kommen van Lieshout, Aarle-Rixtel en Beek en Donk. De natuurwaarde van de dorpen voor dagvlinders was vrij laag. Aarle-Rixtel scoorde het laagst; zowel de aantallen als het aantal soorten was hier zeer gering. Er werden maar 8 soorten dagvlinders waargenomen, vrijwel allemaal opportunisten die vrijwel overal kunnen opduiken. Wel kwam hier scheefbloemwitje het meest voor, een soort die vrij recent in Nederland is opgedoken en vooral voorkomt in tuinen, waar een belangrijke waardplant veel is aangeplant.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

41

Resultaten

Figuur 25: Natuurwaarde gebaseerd op de dagvlinders.

In Lieshout werden de meeste soorten gezien (14). Naast de algemene soorten waren hier ook diverse graslandsoorten als bruin zandoogje, icarusblauwtje en zwartsprietdikkopje en soorten van zomen waaronder landkaartje, gehakkelde aurelia, groot dikkopje en het sterk achteruit gegane koevinkje aanwezig. De meeste vlinders werden gezien op het smalle grasland bij Bavaria bij de Provinciale weg. Hier in de buurt lag ook een hoop zand begroeid met zwarte mosterd waarop een groot aantal zweefvliegen en honingbijen en verschillende koolwitjes te zien waren. Bij het nieuw aangelegde bloemrijke vaste plantenperk bij Den Effer waren helaas maar weinig vlinders te zien. Er werden hier echter wel meerdere hommels (aardhommelgroep en akkerhommel) gezien die op de bloemen foerageerden. Daarnaast werden nog pluimvoetbij en tuinbladsnijder op de vlinderroute gezien op spontaan opgekomen bloeiende kruiden en nestelend tussen klinkers.

Figuur 26: Foeragerende pluimvoetbij en nesten van pluimvoetbij tussen klinkers.

42

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

Figuur 27: Bloemrijk vaste plantenperk bij Den Effen in Lieshout.

Figuur 28: Bloemrijk en vlinderrijk grasland in Lieshout naast de Provinciale weg bij Bavaria.

In Beek en Donk kwamen de hoogste aantallen voor, maar waren wat minder soorten aanwezig dan in Lieshout. Hier werden de meeste vlinders gezien in het park nabij het gemeentehuis. Hier zijn ook de meeste wilde bijen gezien: aardhommelgroep, akkerhommel, grote bladsnijder, grote wolbij, luzernebehangersbij, ranonkelbij en slanke kegelbij (zeldzaam). Van de graslandsoorten kwam alleen bruin zandoogje voor. Boomblauwtje is alleen hier met vier exemplaren gezien en ook het scheefbloemwitje is hier waargenomen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

43

Resultaten

Figuur 29: Bloemrijke ruigte in het park bij het gemeentehuis in Beek en Donk.

3.6.4. Monitoring gier- en huiszwaluw De gierzwaluwpopulatie bij de pastorie van Beek en Donk was jaren stabiel op een redelijk hoog niveau, maar heeft in 2019 een flinke klap gehad doordat het kerkbestuur een groot deel van de nesten had dichtgemaakt. Nadat de nesten weer open waren gemaakt heeft de gierzwaluwpopulatie zich weer kunnen herstellen, maar in de afgelopen 4 jaar zijn de aantallen snel afgenomen tot zelfs 0 in 2025 (Figuur 30). Het is onduidelijk wat de oorzaak hiervan is geweest. De vogelwerkgroep geeft wel aan dat ze het idee hebben dat er verspreid over de gemeente meer gierzwaluwen zijn.

Figuur 30: Natuurwaardescore gebaseerd op de monitoring van gier- en huiszwaluwen.

De score van de natuurwaarde op basis van het aantal huiszwaluwnesten was in de afgelopen periode lager dan in voorgaande jaren (Figuur 23). Dat wordt vooral veroorzaakt door

44

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

een slechte score in 2023, toen maar weinig huiszwaluwnesten in de bebouwde kom zijn geteld, maar ook in 2022 was het aantal nesten aan de lage kant (Figuur 30). Gelukkig is dat in de afgelopen 2 jaar wel weer wat bijgetrokken. De til in Lieshout is helaas nog steeds leeg.

3.6.5. Conclusie en aanbevelingen De natuurwaarde van de bebouwde kom laat een gestage structurele daling zien. Alle monitoringprojecten vertonen een lagere gemiddelde natuurwaarde in de afgelopen periode. De gemeente heeft veel inspanningen geleverd om de bebouwde kom waardevoller te maken voor natuur, met meer groen, het inrichten van plantvakken met bloeiende vaste planten, bestrating met open betontegels, geen chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruiken etc. Afgelopen jaar waren op de bloeiende vaste planten echter nauwelijks vlinders te zien. Het was echter ook een erg slecht vlinderjaar, landelijk was het één van de slechtste vlinderjaren (nieuwsbrief meetnet vlinders, september 2024). De meeste vlinders werden waargenomen op de natuurlijke vegetaties: de graslandjes bij Bavaria en het park bij het gemeentehuis. Deze worden ook ecologische beheerd, met een beperkt aantal maaibeurten en gefaseerd, waarbij een deel van de vegetatie bleef staan. Dergelijke natuurlijke vegetaties leveren een belangrijke bijdrage aan de natuurwaarde in de bebouwde kom. Daarnaast leveren ook kleine rommelhoekjes (berg zand bij Lieshout), spontaan opgekomen ‘onkruiden’ en klinkerpaden extra natuurwaarden op.

Er wordt dan ook geadviseerd om dergelijke natuurwaarden zoveel mogelijk te faciliteren, dit kan een belangrijke aanvulling zijn op het vergroten van het nectaraanbod door het gebruik van vaste bloeiende planten. Ontwikkel een totaal groter oppervlak aan kruidenrijk grasland en beheer dat gefaseerd wordt uitgevoerd, zodat graslandvlinders (en andere graslandsoorten) zich kunnen vestigen. Ook het (plaatselijk) minder maaien van gazon in speeltuintjes kan hieraan bijdragen, bijvoorbeeld bij het Terlingerplein in Aarle-Rixtel. Sta het spontaan opkomen van ‘onkruid’ als paarse dovenetel, biggenkruid, ereprijs etc. toe, zodat specialisten van deze soorten zich weer kunnen uitbreiden. Vermijd het gebruik van houtsnippers en schoffel liever niet. Maak zoveel mogelijk gebruik van inheemse bloeiende vaste planten en struiken, zodat specialisten van deze soorten weer kunnen voorkomen (bijvoorbeeld grote kattenstaart, grote wederik, koninginnenkruid, gewone rolklaver, hondsroos, sporkehout, wilde lijsterbes, sleedoorn etc.). Gebruik klinkers voor paden of (waar dat kan) zandpaden voor nestelende bijen. Sta kleine rommelhoekjes toe. Zorg voor natuurinclusief bouwen, zodat gebouwbewonende soorten voldoende nest- en verblijfplaatsen houden en plaats bij bekende huiszwaluwkolonies huiszwaluwtillen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

45

Resultaten

3.7. Verschralingsbeheer bermen In de gemeente worden kansrijke bermen ecologisch beheerd, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Hierdoor verschralen de bermen en worden ze bloemrijker. Dit ecologische beheer is in 2010 vastgelegd in het beleid (Brands, 2010), maar veel bermen werden al langer op deze manier beheerd. Het IVN heeft in de afgelopen jaren 103 proefvlakken geïnventariseerd, waarvan inmiddels voor 97 bermen 3 herhalingen beschikbaar zijn. Voor de analyse zijn de bermen die driemaal zijn geïnventariseerd met elkaar vergeleken.

3.7.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De gemiddelde natuurwaardescore van de bermen is na een lichte daling inmiddels weer wat gestegen en scoort nog net matig (1,94). In de eerste periode was dat gemiddeld 1,88 en in de tweede periode 1,77. De bermen zijn er in zijn geheel dus op vooruit gegaan over de gehele monitoringperiode (Figuur 31).

Figuur 31: Natuurwaardescore en ontwikkeling hierin van de bermen die inmiddels driemaal zijn geïnventariseerd.

Er is een nog duidelijkere vooruitgang te bespeuren als we kijken naar de verschillende klassen van bermen. Het aandeel slechte bermen is gedaald van 11 naar 5%, terwijl het aandeel goede bermen is gestegen van 8 naar 12%. Het aandeel matige en redelijke bermen is (vrijwel) gelijk gebleven (Figuur 32). Het lijkt er dus op dat het beheer gemiddeld genomen de natuurwaarde van de bermen weet te verhogen, waarbij de slechte bermen afnemen en de goede bermen toenemen. Wanneer we kijken naar de individuele bermen zien we 24 bermen die een positieve ontwikkeling vertonen en 13 bermen die achteruit gaan in natuurwaarde. De overige bermen vertonen geen duidelijke trend. Het algehele beeld is er dus één van vooruitgang.

46

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

Figuur 32: Verdeling van de geïnventariseerde bermen in de categorieën slecht, matig, redelijk en goed, weergegeven in percentages en een vergelijking tussen de perioden 2013/2016 (links) en 2017/2020 (rechts).

3.7.2. Conclusie en aanbevelingen De bermen zijn in de afgelopen periode gemiddeld genomen vooruitgegaan in natuurwaarde. Dit geeft aan dat het huidige ecologisch bermbeheer zijn vruchten lijkt af te werpen. Het advies is dan ook het huidige beheer te continueren. Eventueel kunnen de slechte, redelijke en goede bermen nog eens specifiek bekeken worden om te kijken of een aanpassing in beheer nodig is om deze verder te verbeteren.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

47

Resultaten

3.8. Extensief beheer zandwegen Vanaf 2010 worden diverse specifiek geselecteerde zandwegen in de gemeente extensiever beheerd, waardoor zich hier bloemrijke ruigte en struweel kunnen ontwikkelen (Brands, 2010). Voor de beoordeling van deze extensief beheerde zandwegen is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten: • Monitoring dagvlinders zandwegen Vervallen • VAS-telling: relevante proefvlakken (1, 2, 4, 6, 9, 10, 12, 16). Hierbij worden zowel punten meegenomen die op een zandweg liggen, als die waarin een zandweg binnen de radius van het telpunt liggen. De natuurwaardescore van de zandwegen is inmiddels uitsluitend gebaseerd op de monitoring van de dagvlinders. Dat is erg beperkt en bij voorkeur wordt hier nog 1 of 2 monitoringprojecten aan toegevoegd, bijvoorbeeld het eens in de 4 jaar uitvoeren van een vogeltelling. Hiervoor worden bij voorkeur de eerder aangegeven VAS-telling proefvlakken gebruikt, maar kunnen ook nieuwe proefvlakken worden aangewezen, met hun zwaartepunt op de zandweg. Daarnaast kan eens naar andere soortgroepen worden gekeken, bijvoorbeeld wilde bijen of wespen, aangezien zandwegen van groot belang zijn voor deze soortgroepen (Faasen 2020).

3.8.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De totale natuurwaarde wordt inmiddels alleen gebaseerd op de monitoring van de dagvlinders en bedraagt momenteel een matige 1,5. De natuurwaarde is daarmee verder afgenomen (Figuur 33).

Figuur 33: Natuurwaardescore van de zandwegen en de ontwikkeling hierin gebaseerd op de verschillende monitoringprojecten.

48

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

3.8.2. Monitoring Dagvlinders De natuurwaarde van de zandwegen voor wat betreft dagvlinders is verder gedaald van 1,7 naar 1,5 (Figuur 34). Deze daling komt na een initiële stijging in natuurwaarde in 2016. De aantallen dagvlinders zijn weer verder afgenomen en er zijn diverse soorten niet gezien afgelopen jaar: boomblauwtje, kleine parelmoervlinder, kleine vos, oranjetipje en zwartsprietdikkopje. De tellingen zijn uitgevoerd in 2024 en dit was één van de slechtste vlinderjaren ooit (Nieuwsbrief Meetnet Vlinders, september 2024). Gelukkig zijn er ook nog een paar lichtpuntjes: De bruine zandoogjes zijn wat toegenomen en het koevinkje is nog niet verdwenen. Keelgras is in de laatste periode iets in natuurwaarde toegenomen, maar de andere bermen laten een structurele daling in natuurwaarde zien (Figuur 34).

Figuur 34: Natuurwaardescore van de zandwegen en de ontwikkeling hierin gebaseerd op de dagvlinders.

Bij Keelgras is de score iets verbeterd door een geringe toename in het aantal dagvlinders en het aantal soorten, maar het oprukken van Aziatische duizendknoop in de ene berm, riet in de andere berm en verdere beschaduwing zorgt voor een afname van geschikt leefgebied voor vlinders en de score is dan ook fors lager dan in de eerste 2 jaar. Bruin zandoogje is verschenen en landkaartje en citroenvlinder zijn weer gezien, maar de wat kritische graslandvlinders hooibeestje, kleine vuurvlinder en oranjetipje zijn verdwenen. Koevinkje houdt gelukkig nog wel stand en is zelfs iets toegenomen ten opzichte van de vorige kartering. Bij Kraakveldweg zijn de aantallen wederom afgenomen en ook het aantal soorten is verminderd. Koevinkje en oranjetipje zijn verdwenen en ook boomblauwtje, eikenpage en hooibeestje zijn niet waargenomen afgelopen jaar. Ook bij Ooievaarsweg zijn de aantallen afgenomen en zijn er nog maar 7 soorten gezien, dat waren er eerst nog 10, 11 en 9. Ook hier zijn oranjetipje, boomblauwtje en hooibeestje (weer) verdwenen. Koevinkje is met nog maar 1 exemplaar gezien. Ook bij De Hei zijn de aantallen en het aantal soorten afgenomen. En ook hier zijn oranjetipje, koevinkje en gehakkelde aurelia verdwenen. De toename van groot dikkopje is te danken aan het ontwikkelen van de structuurrijke bosrand.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

49

Resultaten

Bij Schaapsdijk worden nog de meeste soorten gezien (15), maar ook hier zijn de aantallen en het aantal soorten afgenomen. Boomblauwtje, kleine parelmoervlinder, kleine vos, oranjetipje en zwartsprietdikkopje zijn niet meer gezien. Citroenvlinder en bruin zandoogje zijn toegenomen. Een deel van het agrarische perceel bij de Schaapsdijk is uit productie genomen, afgegraven en ingezaaid met een bloemenmengsel, wat resulteerde in een zeer bloemrijke en open vegetatie. Hier zaten vooralsnog weinig dagvlinders, maar wel diverse bijensoorten waaronder weidehommel en grote koekoekshommel, en de karakteristieke harkwesp.

3.8.3. Conclusies en aanbevelingen De natuurwaarde van de zandwegen is in de afgelopen periode verder achteruit gegaan, zowel de aantallen als de soorten zijn achteruit gegaan. Ook landelijk gezien was 2024 een slecht vlinderjaar, wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan de slechte resultaten, maar anderzijds lijken de bermen ook minder geschikt te worden doordat ze ruiger en bloemarmer worden. Uitgekiend beheer kan hier zeker nog een positief effect hebben. Zo wordt bij voorkeur het maaibeheer nog eens tegen het licht gehouden. Door vaker te maaien en af te voeren kan de bloemrijkdom weer verder toenemen. Anderzijds is het van belang dat ook delen over blijven staan en de aanwezigheid van ruigere delen kan ook een positief effect hebben. Het zich spontaan ontwikkelen van een bloeiend braamstruweel in 2016 bij De Hei (Figuur 35) zorgde voor een directe toename in het aantal oranje zandoogjes. In 2020 was het braamstruweel echter in zijn geheel gemaaid, waardoor de oranje zandoogjes weer vrijwel verdwenen waren. Door te zorgen voor een afwisseling van schralere, grazige delen en ruigere plekken waar braamstruweel gefaseerd gesnoeid wordt kan de natuurwaarde wezenlijk toenemen.

Figuur 35: Braamstruweel bij De Hei.

50

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

Ook het zorgen voor meer ruimte bij de zandwegen kan zorgen voor een hogere natuurwaarde. Zo zal het bloemrijke terreintje dat bij de Schaapsdijk is aangelegd, wanneer deze in stand kan worden gehouden, zeker een positief hebben op de natuurwaarde van het gebied en had de aanwezigheid van akkerranden in eerdere ronden een positief effect op de aanwezigheid van dagvlinders (Figuur 36). Ook het opnieuw laten inmeten van eigendomsgrenzen kan soms leiden tot verbreding van bermen. Soms zijn deze namelijk in de loop der tijd deels geleidelijk bij flankerende agrarische percelen getrokken. In bermen met bomen is vaak een aanwijzing hiervoor dat de bomen uit het midden staan (aan de rand van flankerende percelen). Bij Keelgras is het van belang goed rekening te houden met de aanweigheid van aziatische duizendknoop. Deze is in de afgelopen periode fors uitgebreid. Hier moet in ieder geval bij maaien ruim omheen gemaaid worden zodat deze zich niet nog verder verspreid. Hier blijkt in de afgelopen periode te weinig rekening mee gehouden te zijn. Bij voorkeur wordt de soort hier ook bestreden. De ontwikkeling van een mooie structuurrijke bosrand bij De Hei is positief en laat op termijn hopelijk ook een toename in de natuurwaarde voor dagvlinders zien.

Daarnaast blijft het belangrijk om aandacht te blijven houden voor het tegengaan van klimaatverandering, vermindering van overbemesting, tegengaan van stikstofuitstoot en vermindering van het gebruik van allerlei chemische middelen.

Figuur 36: Afgegraven en ingezaaid bloemrijk perceel bij Schaapsdijk.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

51

Resultaten

3.9. Bossen en bosranden Voor de beoordeling van de bossen is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: • (Monitoring dagvlinders natuurgebieden (Ruweeuwsels, Clerxbos en De Biezen)) • SNL-monitoring beheertypen bossen Afgelopen periode zijn de vlinderroutes niet gelopen, waardoor er voor de beoordeling alleen gebruik is gemaakt van de SNL-monitoring. Wel is de NDFF geraadpleegd op het voorkomen van bijzondere bosvlinders. Kleine ijsvogelvlinder lijkt weer verdwenen te zijn uit Ruweeuwsels, maar is gelukkig nog wel in De Biezen gezien in de afgelopen periode (zie ook 3.2).

3.9.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De totale natuurwaardescore van de bossen is in deze periode alleen gebaseerd op de SNLmonitoring van een beperkt aantal bostypen, aangezien niet alle typen volledig zijn geïnventariseerd. Op basis van deze typen scoren de bossen redelijk (2,75), wat een stijging is ten opzichte van de vorige periode (2,0) (Figuur 37).

Figuur 37: Natuurwaardescore van de bossen en de ontwikkeling hierin volgens de SNL-monitoring van de natuurtypen dennen-, eiken-, beukenbos, droog bos met productie en vochtig bos met productie.

3.9.2. SNL-monitoring De huidige natuurwaardescore van de bossen op basis van de SNL-monitoring is redelijk (2,3), en een klasse gestegen ten opzichte van de vorige periode (1,8) (Figuur 37). Van het beheertype N14.01 rivier- en beekbegeleidend bos komen verspreid over de gemeente een flink aantal verschillende, kleinere gebieden voor. Dit type lijkt in de afgelopen periode niet op SNL-soorten te zijn gemonitord. Het type hoeft ook pas geïnventariseerd te worden wanneer het oppervlak minimaal 5 ha bedraagt, waardoor vrijwel alle rivier- en beekbegeleidende bossen binnen de gemeente niet gemonitord hoeven te worden. Dit beheertype is derhalve momenteel niet opgenomen in de beoordeling. Het beheertype N14.02 hoog- en laagveenbos komt met name voor in De Biezen en in het bosgebied ten zuiden van de waterzuiveringsinstallatie. Er zijn in de afgelopen periode 7 doelsoorten waargenomen: grote bonte specht, kleine bonte specht, boomkruiper, gekraag-

52

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

de roodstaart, wielewaal, stijve zegge en waterviolier. De score is daarmee matig (1,7). Wielewaal is nieuw waargenomen bij de waterzuiveringsinstallatie. In de vorige periode waren nog 11 doelsoorten gezien en scoorde dit type nog redelijk (2,6). Matkop, grauwe vliegenvanger, glanzend veenmos, sterzegge en koningsvaren zijn in de afgelopen periode niet gezien. De gebieden zijn ook echter ook niet volgens het SNL op planten geïnventariseerd, waardoor er mogelijk geen sprake is van een reële afname in natuurwaardescore. Dit type is derhalve niet verder meegenomen in de analyse.

Figuur 38: Natuurwaardescore van de bossen en de ontwikkeling hierin gebaseerd op de SNLmonitoring.

Het beheertype N14.03 haagbeuken- essenbos komt alleen voor in Ruweeuwsels en bij Heieind. In dit type is alleen de doelsoort middelste bonte specht gezien. De vorige keer waren nog zes van de planten- en broedvogeldoelsoorten aanwezig: zwarte specht, boomklever, groene specht, kleine bonte specht, wielewaal en bleeksporig bosviooltje. De gebieden zijn in de afgelopen periode niet volledig volgens de SNL-monitoring onderzocht waardoor deze soorten mogelijk zijn gemist. Dit beheertype is daarom niet verder meegenomen in de totale beoordeling. Het beheertype N15.02 dennen-, eiken- en beukenbos komt verspreid over de gemeente voor. Het Clerxbos vormt het grootste gebied van dit type en daarnaast komt dit type ook voor in Ruweeuwsels en bij Keelgras. Er zijn in de afgelopen periode 10 kwalificerende soorten waargenomen, de vogelsoorten boomklever, geelgors, middelste bonte specht, grauwe klauwier en wielewaal en de plantensoorten hengel, dubbelloof, bosanemoon en dalkruid, en scoort daarmee redelijk (2,5). De vorige keer waren nog 9 doelsoorten waargenomen en was de score 2,0. Van het beheertype N16.01 droog bos met productie komen grote stukken voor in het zuidwesten van de gemeente bij Achterbosch en in het Mariahouts bos, maar kleinere gebieden ook bij de Mosbulten en de waterzuiveringsinstallatie.

Doelsoorten voor dit type bestaan net als bij vochtig bos met productie, uit verschillende vrij algemene tot zeldzame broedvogels waaronder appelvink, boomklever, boomleeuwerik, groene specht, raaf, vuurgoudhaan, wielewaal en zwarte specht. Er zijn in de afgelopen periode geen broedvogelinventarisaties uitgevoerd, waardoor het niet mogelijk was een natuurwaardescore te bepalen. In de vorige periode zijn 3 kwalificerende soorten aangetroffen: boomklever, groene specht en zwarte specht.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

53

Resultaten

Het beheertype N16.02 vochtig bos met productie komt verspreid over de gemeente voor, onder andere bij Eyckenlust, kasteel Croy en De Hei. Afgelopen periode is Eyckenlust geïnventariseerd op broedvogels. Er zijn 5 kwalificerende soorten gevonden: boomklever, boomkruiper, groene specht, grote bonte specht en kleine bonte specht, waarvan bovendien 3 een goede verspreiding hebben. Dit beheertype scoort hiermee net goed (3,0).

3.9.3. Conclusies en aanbevelingen De natuurwaardescore van de bosgebieden die zijn geïnventariseerd zijn toegenomen en scoren inmiddels redelijk tot goed. Voor beide beschouwde beheertypen zijn er in de afgelopen periode gebieden geïnventariseerd op broedvogels, welke eerder niet waren geïnventariseerd: Clerxbos en Eyckenlust. Deze gebieden blijken dus een wezenlijke bijdrage te leveren aan de natuurwaardescore van deze beheertypen in de gemeente. Bij verdere veroudering neemt de natuurwaarde in bossen over het algemeen toe. Voor specifieke aanbevelingen is het nodig de bossen nader te bekijken om te kunnen beoordelen in hoeverre sprake is van een goed ontwikkelde kruid- en struiklaag, structuurrijke bosranden, aanwezigheid van dood hout en een gevarieerde boomlaag.

54

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

3.10. Nieuwe natuurgebieden Voor de beoordeling van de nieuwe natuurgebieden is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten: • Plantenmonitoring nieuwe natuurgebieden: Clerxbos eo, De Hut en Laag Strijp • Amfibieënmonitoring (waterwerkgroep; NDFF 13 oktober 2021) De Dagvlindermonitoring van Clerxbos is afgelopen jaar niet gedaan. Ook zijn Laag Strijp en Clerxbos in de afgelopen periode niet op SNL-soorten onderzocht. • (Dagvlindermonitoring natuurgebieden: Clerxbos eo) • (SNL-monitoring Laag Strijp en Clerxbos eo) Vervallen: • VAS-telling vogelwerkgroep IVN Laarbeek (Relevant proefvlak 5: Stater)

3.10.1.

Totale natuurwaarde en ontwikkeling

De natuurwaardescore van de nieuwe natuurgebieden gebaseerd op de amfibieën en planten is redelijk (2,4) en is in de laatste periode weer wat gestegen (Figuur 39).

Figuur 39: Natuurwaardescore van de nieuwe natuurgebieden en de ontwikkeling daarin volgens de verschillende monitoringprojecten.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

55

Resultaten

3.10.2.

Clerxbos e.o.

De totale natuurwaardescore van het Clerxbos is voor de afgelopen periode alleen bepaald op basis van de plantenmonitoring in specifieke proefvlakken en de amfibieënmonitoring, aangezien de dagvlinderroute bij Clerxbos en de SNL-monitoring niet uitgevoerd zijn in de afgelopen periode. Op basis van die twee monitoringprojecten is de natuurwaarde na een geleidelijke daling weer vooruit gegaan van een 2,0 tot een 2,4 (Figuur 40). Zowel de planten en de amfibieën zijn in de afgelopen periode vooruit gegaan.

Figuur 40: Natuurwaardescore van het Clerxbos en omgeving en de ontwikkeling daarin volgens de verschillende monitoringprojecten.

Planten Bij het Clerxbos worden 3 proefvlakken op planten gemonitord: Eén proefvlak op het grasland en twee proefvlakken bij de twee aanwezige poelen. De gemiddelde natuurwaarde van de planten bij het Clerxbos is toegenomen (Figuur 41). De natuurwaarde van het grasland is weer een klein beetje gestegen (Figuur 41). De soortenrijkdom is wat afgenomen, maar doelsoorten als gewoon reukgras en gewoon struisgras zijn toegenomen. Door de gesloten grasmat ontwikkelt de vegetatie zich echter maar moeilijk verder en blijft steken op een vrij soortenarme vegetatie met een dominantie van gestreepte witbol. De soortenrijkdom in het totale perceel is echter wel wat groter, net buiten het proefvlak is bijvoorbeeld de doelsoort kale jonker aangetroffen. De voedselrijkdom is echter ook nog vrij hoog. De natuurwaarde bij de poelen is toegenomen (Figuur 41). Proefvlak P1 scoort erg laag en wordt gedomineerd door riet en grote lisdodde. Daarnaast komen andere ruigtesoorten beperkte voor: gewone smeerwortel, grote brandnetel, haagwinde, hop, rietgras en liesgras. Een dergelijke ruige moerasvegetatie heeft ook zeker natuurwaarde, met name voor vogels en insecten, al zou de bloemrijkdom wat omhoog mogen. Bij de andere poel P2, in het grasland, is de soortenrijkdom toegenomen en is riet afgenomen, wat resulteert in een hogere natuurwaarde.

56

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

Figuur 41: Natuurwaardescore van de planten in de verschillende proefvlakken bij Clerxbos. G: Grasland, P1: poel bij zandpad, P2: Poel in grasland.

Amfibieën In de poelen bij Clerxbos zijn 4 soorten amfibieën aangetroffen: alpenwatersalamander, bruine kikker, kleine watersalamander en poelkikker, wat de natuurwaardescore voor de amfibieën net op een goed (3,0) brengt (Figuur 40). Dat is wat hoger dan in vorige perioden, aangezien toen poelkikker nog niet was aangetroffen (of als groene kikker onbepaald is doorgegeven). Er is wel één soort minder aangetroffen dan in vorige jaren: gewone pad lijkt verdwenen. Mogelijk is er dus geen sprake van een reële vooruitgang, maar een achteruitgang, indien poelkikker ook al eerder aanwezig was, maar niet als zodanig is doorgegeven.

3.10.3.

Laag Strijp

De gemiddelde natuurwaardescore voor Laag Strijp bedraagt redelijk (2,6) en is weer wat in natuurwaarde gestegen (Figuur 42).

Figuur 42: Natuurwaardescore Laag Strijp en de ontwikkeling hierin volgens de verschillende natuurmonitoringprojecten.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

57

Resultaten

Planten De gemiddelde natuurwaarde van de planten in Laag Strijp is gestegen en scoort nu redelijk met een 2,6 (Figuur 43). De grote vijver scoort inmiddels goed met soorten als loos blaasjeskruid, schildereprijs en blaaszegge, die in het laatste jaar ook iets zijn toegenomen. Er is echter inmiddels ook watercrassula gesignaleerd, wat een verdere goede ontwikkeling in gevaar brengt. Ook de poel scoort inmiddels goed; soorten als loos blaasjeskruid, moerasrolklaver en schildereprijs zijn toegenomen of hebben zich gevestigd en riet is afgenomen. In de overige proefvlakken is de score min of meer stabiel, maar wel wat aan de lage kant. Grasland G2 scoort net redelijk en wordt gekarakteriseerd door het algemeen voorkomen van gestreepte witbol, gewone hoornbloem, zachte dravik, gewoon biggenkruid, gewoon reukgras en veldzuring, maar nauwelijks andere soorten. Grasland G1 is soortenrijker geworden, maar bevat ook wat negatieve indicatoren als pitrus, ruw beemdgras en ridderzuring. Beide graslanden scoren net redelijk.

Figuur 43: Natuurwaardescore en de ontwikkeling daarin van de verschillende plantenproefvlakken in Laag Strijp. G1 en G2 zijn graslandproefvlakken. P1 betreft de poel en V1 de grote vijver.

Amfibieën In het gebied zijn de 5 algemene soorten amfibieën aangetroffen: groen kikker (onbepaald), bruine kikker, gewone pad, alpenwatersalamander en kleine watersalamander, wat de natuurwaardescore voor de amfibieën op een redelijk (2,5) brengt (Figuur 42). Dit is hetzelfde als in vorige perioden. In de tweede periode is groene kikker als poelkikker aangegeven, wat de hogere score in die periode verklaart. Het is onduidelijk of de onbepaalde groene kikker die in de afgelopen periode is aangetroffen ook poelkikker betrof.

3.10.4.

De Hut

Bij De Hut worden 2 graslandproefvlakken en 1 proefvlak bij een poel gemonitord op flora. De natuurwaarde van de plantenproefvlakken bij de Hut zijn in de afgelopen periode weer iets gestegen naar een score van 2,3 (redelijk) (Figuur 44). De natuurwaarde van de poel is gelijk gebleven en scoort nog net goed (3,0), maar er zijn wel duidelijke ontwikkelingen te zien: Riet neemt toe en er is wat opslag van bomen aanwezig,

58

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Resultaten

terwijl graslandsoorten als pinksterbloem en echte koekoeksbloem, die eerder in geringe dichtheden aanwezig waren, zijn verdwenen. Soorten als blaasjeskruid, bosbies en grote wederik en moerasrolklaver zijn toegenomen. Het graslandproefvlak G1 laat een flinke stijging in natuurwaarde zien: negatieve indicatoren als Engels raaigras, grote brandnetel en ridderzuring zijn verdwenen en positieve indicatoren als kleine klaver, gewoon biggenkruid en zilverhaver juist verschenen. Dit duidt op een goede ontwikkeling richting een schraler bloemrijk grasland. Bij het andere proefvlak is juist sprake van een toename van negatieve indicatoren: kropaar, ridderzuring en kleefkruid, terwijl gewoon biggenkruid en dagkoekoeksbloem zijn verdwenen. Hier is juist sprake van verruiging.

Figuur 44: Natuurwaardescore plantenproefvlakken De Hut

3.10.5.

Conclusies en aanbevelingen

De natuurwaarde van de nieuwe natuurgebieden wordt beoordeeld als redelijk en is in de laatste periode weer iets gestegen. De vegetaties bij de wateren bij Laag Strijp en de Hut scoren zelfs goed. De nieuwe natuurgebieden dragen hiermee bij aan de natuurwaarde binnen de gemeente. De wateren worden niet alleen gebruikt als voortplantingswater door de algemene amfibieën, maar ook de zeldzamere poelkikker komt hierin voor. Ook de vegetaties in de natuurgebieden, zowel de oevervegetaties als de graslanden ontwikkelen zich in de goede richting en worden goed gefaseerd gemaaid, wat ook positief is voor de daarbij behorende faunagemeenschappen. Om deze positieve ontwikkeling vast te houden is het wel nodig het beheer enigszins bij te stellen. Bij de Hut dient het zuidelijk deel van het grasland vaker of eerder gemaaid te worden, tenzij is besloten dat zich hier een ruigtevegetatie mag ontwikkelen. Ook dat kan in principe een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit in het gebied. Ook bij de meest oostelijk gelegen poel mag vaker worden gemaaid om dit niet te laten verrieten of verbossen. Rietvegetaties kunnen ook waardevol zijn, maar deze zijn over het algemeen al wel voldoende aanwezig.

Bij de vijver bij Laag Strijp dient zo snel mogelijk de nu nog beperkt aanwezige watercrassula verwijderd te worden om verdringen van de overige planten en het daarmee sterk afnemen van de natuurwaarde te voorkomen. De graslanden bij Laag Strijp mogen wat vaker of eerder gemaaid worden om deze wat meer te verschralen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

59

Resultaten

Ook bij Clerxbos mag het grasland wat vaker of eerder gemaaid worden om de vegetatie wat verder te verschralen. Ook de oever van de poel mag in het voorjaar meegemaaid worden om verruiging te voorkomen. Er dient dan wel gecheckt te worden of hier geen vogels aan het broeden zijn. Wat betreft de amfibieën zou het fijn zijn als de groene kikkers structureel tot op ondersoort worden gedetermineerd, om methodische variaties in natuurwaardescore te voorkomen.

Figuur 45: Vijver bij Laag Strijp

Figuur 46: Grasland G1 bij De Hut.

60

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Conclusies en aanbevelingen

4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 4.1. Conclusies Na bijna 15 jaar van monitoren, data verzamelen, analyse en beoordelen is een steeds beter beeld ontstaan van de natuurwaarden binnen de gemeente en de ontwikkelingen hierin. Door de monitoring zijn bovendien belangrijke aanknopingspunten voor verbetering van de natuurwaarden gesignaleerd waar de gemeente actief mee aan de slag is gegaan. Dit heeft geresulteerd in positieve ontwikkelingen op verschillende natuurwaarden. De natuurwaarde van de beken, droge heide en vennen is toegenomen na uitgevoerde herstelmaatregelen. Ook in de nieuwe natuurgebieden nemen de natuurwaarden inmiddels toe en in de bermen nemen natuurwaarden toe dankzij het door de gemeente uitgevoerde ecologische maaibeheer. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van diverse specifieke voorzieningen zoals de betonnen oeverzwaluwwand en diverse nestkasten ervoor dat populaties stand kunnen blijven houden. Op andere gebieden lijken de inspanningen echter nog geen vruchten af te werpen. Het behouden van de bijzondere natuurwaarden in de Moorselen is een uitdaging en ook de dagvlinders gaan, ook landelijk, nog steeds achteruit, zowel in het agrarisch gebied als in de natuurgebieden. Daarnaast gaan ook de weidevogels nog steeds achteruit en laat ook de levendbarende hagedis op de heide bij het Torrenven een zorgwekkende achteruitgang zien.

4.2. Aanbevelingen 4.2.1. Inrichting en beheer Bovenstaande laat zien er binnen de gemeente al ruime aandacht is voor het verbeteren van natuurwaarden en dat het nemen van maatregelen zeker een positief effect kan hebben op de natuurwaarden. Door goed beheer kunnen de natuurwaarden verder toenemen. Daarnaast kunnen specifieke maatregelen de natuurwaarden verder verbeteren. Om de natuurwaarden verder te verbeteren zijn in onderstaande paragraaf alle aanbevelingen puntsgewijs verzameld. De belangrijkste maatregel blijft het verminderen van negatieve externe factoren: het tegengaan van klimaatverandering door het omlaag brengen van de uitstoot van broeikasgassen, het verminderen van eutrofiëring door het verminderen van mestgift en stikstofuitstoot en het afbouwen van persistente en toxische stoffen. De gemeente neemt ook hier al stappen in door geen bestrijdingsmiddelen meer te gebruiken. Daarnaast zijn allerlei kleinschaligere maatregelen mogelijk om negatieve effecten tegen te gaan of te mitigeren.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

61

Conclusies en aanbevelingen

Beken: • Zorgen voor een constante afvoer door regenwater op te vangen en lokaal te infiltreren of te filteren en vertraagd af te voeren naar de beken, bij voorkeur via een helofytenfilter om extra meststoffen af te vangen. • Aanleggen van bufferzones tussen agrarsch gebied en de bij beken. Natuurgebieden: • Extra analyse van de achteruitgaande natuurwaarden in het Moorselen en een plan van aanpak opstellen. Waarschijnlijk zijn verdroging en verruiging belangrijke factoren. Het stabiliseren van de hydrologische omstandigheden bij het Moorselen door een teveel aan water af te kunnen voeren en lokaal op te slaan zodat dit in tijden van droogte weer gebruikt kan worden kan dan mogelijk uitkomst bieden. Verder is waarschijnlijk een intensivering van beheer nodig. Dit natuurgebiedje is met name van belang voor floristische waarden, waardoor het afvoeren van voldoende voedingsstoffen prioriteit heeft en uitgebreid gefaseerd maaibeheer minder belangrijk is. • Ook in De Biezen zijn waarschijnlijk een stabilisering van de hydrologische omstandigeheden en aanpassen van het maaibeheer nodig. • Bij Ruweeuwsels dient er voorzichtig omgesprongen te worden bij leefgebieden van bijzondere soorten; voer beheermaatregelen hier slechts kleinschalig uit. Vennen: • Jaarlijks verwijderen van dennenopslag van de oevers van het Vossenbergven.

• Groeiplek van watercrassula in de zuidwesthoek van het Vossenbergven verwijderen. • Bij beheermaatregelen bij de droge heide extra rekening houden met de populatie levendbarende hagedis. Agrarisch gebied: • Om de achteruitgang van weidevogels een halt toe te roepen is het nodig in een aangewezen gebied het agararisch gebruik af te stemmen op deze soorten. • Voor de dagvlinders is het van belang dat er voldoende bloemrijke en zonnige bermen beschikbaar blijven. • Plaatsen van zwaluwtillen bij bekende kolonies. • Eventuel aanleggen van extra oeverzwaluwwand. Poelen en stilstaande wateren: • Poelen goed blijven beheren • Verbinding maken tussen de vennen in het Mariahouts bos en het Vressels bos in Meijerijstad om de populatie heikikker terug te kunnen krijgen in het Torrenven of Vossenbergven en voor een voldoende grote popualtatie te kunnen zorgen. • Aanwezigheid en mogelijkheden voor kamsalamander onderzoeken in Molenheide. Bebouwde kom: • Zorgen voor bloemrijke zonnige graslandjes en bermen en deze met elkaar verbinden. • Toestaan van bloeiende ‘onkruiden’ en afschaffen van schoffelen. • Geen gebruik maken van houtsnippers in plantvakken. • Zoveel mogelijk gebruik maken van lokale kruiden en struiken in plantvakken. • Gebruik zoveel mogelijk klinkerpaden of zandpaden. • Sta kleine rommelhoekjes met zandhopen of takkenhopen toe.

• Plaats zwaluwetillen bij bekende huiszwaluwkolonies. 62

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

Conclusies en aanbevelingen

• •

Zorg voor extra gierzwaluwkasten bij bekende gierzwaluwkolonies. Stimuleer zoveel mogelijk natuurinclusief bouwen met ingebouwde vogel- en vleermuiskasten.

Bermen: • Conitinueer het huidige maaibeheer. • Beoordeel eventueel de slechte, redelijke en goede bermen in meer detail om te kijken welke maatregelen nodig zijn om deze verder te verbeteren. Zandwegen: • Beoordeel in meer detail het huidige maaibeheer, waarbij sommige (delen van) bermen structureel meer en andere minder gemaaid worden, maar bijvoorbeeld gefaseerd gesnoeid en zorg hiermee voor een afwisseling van schralere en ruigere (delen van) bermen. Bossen: • In de bossen neemt de natuurwaarde over het algemeen toe met een grotere ouderdom en oudere bomen met gaten en holten. • Voor specifieke adviezen is een nadere beoordeling van de verschillende bossen nodig, waarbij wordt gekeken naar de aanwezigheid van belangrijke elementen zoals een gevarieerde opbouw, de aanwezigheid van dood hout en structuurrijke bosranden. Nieuwe natuurgebieden: • De Hut: zuidelijk grasland vaker maaien en afvoeren, tenzij hier een ruigere vegetatie is beoogd. • De Hut: vaker maaien oostelijke poel. • Laag Strijp: watercrassula bij de vijver verwijderen. • Laag Strijp: intensiveren maaibeheer van de graslanden. • Clerxbos: intensiveren maaibeheer. • Clerxbos: oever van de poel in het graslande vaker gefaseerd maaien (maximaal jaarlijks de helft).

4.2.2. Methode Het gebruik van gegevens van derden levert een schat aan informatie op en maakt het mogelijk iets te zeggen over veel verschillende aandachtsgebieden, maar heeft ook een aantal nadelen. Wanneer projecten opgezet zijn met een ander doel voor ogen, geven de gegevens maar een beperkt en mogelijk vertekend beeld. Daarnaast zijn gegevens niet altijd compleet of gemakkelijk te verkrijgen. Ook mist bij het gebruik van gegevens van derden belangrijke achtergrondinformatie uit het veld, waardoor de redenen van achteruitgang lastiger te achterhalen zijn. Daarnaast worden projecten regelmatig stopgezet. Met name bij afnemende natuurwaarden wordt monitoring deprimerend en haken vrijwilligers af. Zorgen voor positieve resultaten is hiervoor dus de beste remedie! Bij de inventarisatie van groene kikkers wordt bij voorkeur telkens tot op ondersoort gedetermineerd om een niet reële schommeling in natuurwaardescore te voorkomen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2025

63

Bronnen

BRONNEN •

Albers, K. en Bleeker M. (2010): Natuurmonitoring gemeente Laarbeek. Monitoringplan. Ecologica.

•

Brands, M. (2010): Beheerplan bermen en sloten 2010. Gemeente Laarbeek.

•

Bleeker, M. en Albers, K. (2012): Natuurmonitoring gemeente Laarbeek. Resultaten 2011. Ecologica.

•

Bleeker, M. (2017): Natuurmonitoring gemeente Laarbeek. Resultaten 2017. Ecologica.

•

Bleeker, M. en Tim Faasen (2017): Natuurmonitoring Gemeente Laarbeek 2017. Actualisatie monitoringplan en beoordelingsmethode. Ecologica.

•

Faasen, T. (2020). Natuurwaarde van zandwegen in het agrarisch gebied. Rapport Ecologica.

•

Factsheets boerenlandvogels Vogelbescherming: https://www.vogelbescherming.nl/bescherming/wat-wij-doen/onzeboerenlandvogels/factsheets1

•

RAVONBalans; Hoe gaat het met de reptielen, amfibieën en vissen in Nederland? Helger, J. Van Delft, J. en Joosten, K. (red.) 2024. RAVON, Nijmegen.

•

Nieuwsbrief meetnet vlinders, september 2024. De Vlinderstichting. https://www.vlinderstichting.nl/wat-wij-doen/meetnetten/meetnet-vlinders/nieuwsbrievenen-jaarverslagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=90fe8456-e107-494b-8f12-a449a0b1b025