Lokale Energie Strategie en herziening Grootschalige Opwek - concept.pdf
Tekst van het document
Lokale Energie Strategie Laarbeek Inclusief herzien Beleid Grootschalige Opwek September 2022
Concept ter bespreking in de commissie Ruimtelijke Zaken op 14 september 2022.
Inhoudsopgave Voorwoord blz 1 Inleiding: een Lokale Energie Strategie voor Laarbeek
blz 2-5
Thema 1 Duurzaam wonen en werken
blz 6-9
Thema 2 Duurzame warmte blz 10-13 Thema 3 Duurzaam energiesysteem
blz 14-17
Conclusie: de Energietransitie Agenda
blz 18-21
Actualisatie beleid grootschalige opwek van duurzame energie in Laarbeek
blz 22-29
Bijlage 1 Overzicht geraadpleegde stukken
blz 30-31
Bijlage 2 Evaluatie Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek
blz 32-42
Liever online lezen? Scan de QR-code
(beschikbaar na vaststelling)
Lokale Energie Strategie Laarbeek Opsteller Marieke Oteman Vormgeving Twan van Handel
De Laarbeekse route naar een duurzaam en toekomstbestendig lokaal energiesysteem.
Voorwoord portefeuillehouder Voor u ligt de Lokale Energie Strategie van Laarbeek, waarin de Laarbeekse route wordt beschreven naar een duurzaam en toekomstbestendig lokaal energiesysteem. Een belangrijk plan, omdat het probleem groter lijkt dan ooit. Door hittegolven en overstromingen worden steeds meer gevolgen van klimaatverandering zichtbaar. Ook spreken we tegenwoordig over een ‘energiecrisis’ als het gaat om nieuwe bedrijven die niet meer voorzien kunnen worden van stroom, of gezinnen die hun energierekening niet meer kunnen betalen. De urgentie van de energietransitie wordt ook in Laarbeek duidelijk gevoeld.
Zoals vaker gezegd: Laarbeek verandert de wereld niet. Maar als we dat allemaal zeggen en naar elkaar gaan wijzen verandert er niets. Ik kan en wil het later aan mijn kinderen en kleinkinderen niet uitleggen dat we hebben nagelaten te handelen toen het nog kon. Wie kan of wil dat wel? Laten we aan de slag gaan en als Laarbeek op zijn mínst de ambitie hebben een bijdrage te leveren. In het besef dat de wereld als gevolg van de klimaatverandering gáát veranderen, maar dan bij voorkeur wel in een gewenste richting. Ik heb er vertrouwen in dat de gemeente dit samen met onze inwoners, organisaties en bedrijven tot een succes gaat maken.
Tegelijk stel ik me de vraag: is er nog wel Joan Briels iets mogelijk? We zien weerstand tegen tech- Wethouder duurzaamheid nologieën zoals windmolens, ons stroomnet piept en kraakt en landelijk beleid laat aan duidelijkheid en slagkracht te wensen over. Toch ben ik enigszins positief over de toekomst. Waar we ergens nee tegen zeggen, waar we tegen problemen aanlopen zoals een tekortschietend stroomnetwerk, waar we geconfronteerd worden met de toelevering van gas als gevolg van geopolitieke factoren en belemmerende wetgeving, daar zullen we ook zoeken naar andere oplossingen. En die gaan er zeker komen, we staan op een kantelpunt. Niet alleen omdat het moet maar omdat het kán. Ik verwacht een versnelling door regionaal en landelijk beleid en ook technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Er zijn al oplossingen voorhanden, die komen er steeds meer, en samen met de inwoners maken we de puzzel wat in Laarbeek het beste past. We lopen niet achter de feiten aan, maar houden regie. De energietransitie is een grote uitdaging maar daarvoor zijn we in Laarbeek niet bang.
1
Een Lokale Energie Strategie voor Laarbeek
Inleiding Laarbeek staat voor een grote uitdaging: het verduurzamen van het lokale energiesysteem. We maken onze gemeente toekomstbestendig en dragen bij aan het behalen van de regionale, landelijke en internationale klimaatdoelen. Daarvoor is beleid nodig: een lokale aanpak met keuzes voor wat we gaan doen en hoe. Deze prioriteiten en voorwaarden staan in de Lokale Energie Strategie beschreven. Deze Lokale Energie Strategie begint natuurlijk niet bij nul. Het is een verdere uitwerking van de Duurzaamheidsagenda die in 2019 werd vastgesteld, en een actualisatie van de Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie (ook uit 2019). Daarnaast is het een lokale vertaling van de Regionale Energie Strategie (2021). Ook ander lokaal, regionaal en landelijk beleid is als input meegenomen, net als recente ontwikkelingen en onderzoeken. Een overzicht is opgenomen in bijlage 1. Deze strategie brengt focus en prioritering aan in de onderwerpen waar we ons actief voor inzetten. Het benoemt beleidsstukken die daarvoor leidend zijn of ontwikkeld zullen worden, en geeft een overzicht van activiteiten die we hiervoor (gaan) uitvoeren. De strategie volgt een thematische indeling, en is een adaptieve agenda die jaarlijks kan worden bijgesteld, parallel aan de aanpak van de Duurzaamheidsagenda. Per thema worden ambities, beleidsstukken en activiteiten genoemd, met daarbij een ruwe planning.
Voor het onderdeel ‘grootschalige opwek’ worden nadere beleidsregels geschetst, ter vervanging van de Visie Grootschalige Opwek. Doelstelling Het doel van dit beleidsstuk is het vaststellen van een integraal beleid voor de energietransitie in Laarbeek, dat de komende jaren kan dienen als leidraad en toetsingskader voor het uitvoeren van activiteiten om energie te besparen en op te wekken. Zo kunnen we ons energiesysteem verduurzamen op een manier die bij Laarbeek past.
Bestaand lokaal, regionaal en nationaal beleid
Lokale uitgangspunten
Nieuwe ontwikkelingen en onderzoeken
Lokale Energie Strategie Laarbeek
‘We maken onze gemeente toekomstbestendig en dragen bij aan het behalen van de regionale, landelijke en internationale klimaatdoelen.’
3
Thema’s In de RES en de Transitievisie Warmte worden vaak de thema’s besparing, warmte en duurzame opwek genoemd. De duurzaamheidsagenda onderscheidt duurzaam wonen, waaronder bijvoorbeeld besparing valt, en duurzame energie (warmte en opwek). Dit zijn belangrijke thema’s, ook voor Laarbeek. Maar beide dekken de lading niet helemaal: we doen, moeten en willen meer. Ons beleid wordt daarom verdeeld in drie brede thema’s, waar telkens een aantal onderwerpen onder vallen. 1. Duurzaam wonen en werken Samen besparen we energie, wekken we warmte en stroom op voor eigen verbruik, verduurzamen we onze bedrijven en mobiliteit en gaan we energiearmoede tegen. Zo wordt onze gebouwde omgeving voorbereid op het veranderende klimaat. 2. Duurzame warmte We werken met een wijkgerichte aanpak toe naar een aardgasvrije gemeente door een combinatie van warmtebesparing, collectieve duurzame warmte, en individuele oplossingen per gebouw. 3. Energiesysteem We richten het lokale systeem van grootschalige opwek, energietransport en opslag in op een manier die bij Laarbeek past.
De Lokale Energie Strategie in de praktijk De Lokale Energie Strategie wordt als onderdeel van de Duurzaamheidsagenda vormgegeven en uitgevoerd door het ambtelijke team duurzaamheid, in samenwerking met interne collega’s van bijvoorbeeld communicatie, gebouwenbeheer, sociaal domein, openbare ruimte en economie. Ook wordt er veel samengewerkt in de regio. De ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op, van Rijksuitkeringen voor energiearmoede tot schaarste op het elektriciteitsnet. Daarom is het belangrijk om flexibel op ontwikkelingen in te spelen en prioriteiten te verleggen als dat nodig is. Dat doen we via het model uit de duurzaamheidsagenda. We rapporteren regelmatig aan de gemeenteraad over de voortgang en eventuele verschuivingen. Ook is er jaarlijks een ‘terugkoppelmoment’ met de raad, waarin de stand van zaken wordt doorgesproken en prioriteiten kunnen worden bijgesteld. Naar aanleiding van die discussie wordt dan een nieuw overzicht gemaakt met geplande activiteiten voor het komende jaar. Deze strategie zelf hoeft niet jaarlijks te worden bijgesteld: het brede kader van drie thema’s, huidige en voorgenomen beleidsstukken en de uitgangspunten bij de uitvoering blijft relevant.
Uitgangspunten Los van de themakeuze hanteren we een aantal vaste uitgangspunten waar de lokale energiestrategie aan moet voldoen. Deze zijn onder andere overgenomen uit het coalitieakkoord ‘Samen aan zet!’, de duurzaamheidsagenda en de Transitievisie Warmte. Ze hebben vooral betrekking op onze manier van werken. Deze uitgangspunten zijn: 1. Participatief en lokaal Draagvlak is essentieel. Dus beslissen over grotere projecten, zoals grootschalige opwek of een wijkaanpak voor warmte, doen we zoveel mogelijk samen met inwoners en andere lokale partijen. Ook de uitvoering gebeurt waar mogelijk met lokale partijen, zo houden we de voordelen in Laarbeek. Er is ruimte voor participatie in het hele proces, en alle belangen en stemmen worden meegenomen. Over activiteiten wordt actief en duidelijk gecommuniceerd. 2. Financieel haalbaar en inclusief Alle inwoners moeten mee kunnen doen en er worden voldoende middelen toegekend om de doelen te laten slagen. Er is extra aandacht voor mensen die minder te besteden hebben. 3. Betrouwbaar en veilig Er is ruimte voor innovatie, want technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Dit moet wel betrouwbaar en veilig zijn: de kwaliteit van de (woon)omgeving staat centraal. Ook is de gemeente betrouwbaar als partner. Communicatie is cruciaal: we geven goede en tijdige informatie, komen afspraken na en zijn bereikbaar voor vragen. 4.
In balans met andere opgaven en thema’s De energietransitie staat niet op zichzelf, maar is verweven met maatschappelijke thema’s zoals de transitie van het buitengebied, de woonopgave, natuur en landschap, klimaat en biodiversiteit, en economische ontwikkeling. De inspanningen voor de energietransitie zijn in balans met deze andere functies en doelen, en sluiten aan op ander Laarbeeks en bovenlokaal beleid. 5. Zorgvuldig en reëel Als kleine gemeente kunnen en willen we niet alles tegelijk. Daarom maken we keuzes met welke projecten en doelen we starten, zodat we zorgvuldig kunnen werken. Inwoners hebben de activiteiten goed in beeld en doen zoveel mogelijk mee. Er is ruimte om te leren van eerdere ervaringen van onszelf en anderen en bij te sturen als dat nodig is. 6. Creatief en praktisch Soms staan wettelijke bepalingen een gewenste ontwikkeling in de weg, zoals bij het lokaal leveren van elektriciteit binnen een bedrijventerrein. In zo’n situatie kijken we praktisch mee met initiatiefnemers, denken wij in kansen en durven we gecalculeerde risico’s te nemen.
5
1. Duurzaam wonen en werken
Samen besparen we energie, wekken we warmte en stroom op voor eigen verbruik,verduurzamen we onze bedrijven en mobiliteit en gaan we energiearmoede tegen.
Inleiding In energiebeleid is besparing meestal het vertrekpunt, en terecht: alles wat je bespaart hoef je immers niet op te wekken en te transporteren. Maar duurzaam wonen voor onze inwoners is meer dan besparen: ook het zelf opwekken van warmte of stroom voor eigen gebruik moedigen we aan. Ook is de gebouwde omgeving breder dan alleen woningen. Daarnaast zijn er binnen duurzaam wonen en werken speciale doelgroepen die extra aandacht verdienen. Bijvoorbeeld inwoners met energiearmoede: mensen die in slecht geïsoleerde huizen wonen, een laag inkomen hebben en daardoor moeite hebben om de energierekening te betalen. Door een aanpak voor energie-armoede helpen we onze inwoners die minder te besteden hebben. En ook voor huurwoningen, kantoorpanden en andere bedrijven geldt dat maatwerk belangrijk is. Daarom maken we daar apart beleid voor. Andere onderwerpen die binnen dit thema vallen parkeren we juist, omdat ze nu geen prioriteit hebben of omdat we er als gemeente maar weinig invloed op hebben.
Waar staan we nu Hoeveel energie verbruiken we? Laarbeek heeft een energieverbruik van zo’n 3130 TJ . Dat is vrij gemiddeld in de MRE-regio, als we het omrekenen per inwoner. Het is logisch om eerst te kijken waar we energie voor gebruiken, en hoe we dat zouden kunnen besparen. Woningen gebruiken 19% van deze energie (zie tabel). Ons beleid voor besparing richtte zich tot nu toe nog vooral op woningen, maar ook in de andere sectoren moeten grote stappen gezet worden. Daar hebben we als gemeente echter soms minder invloed op. 1086 TJ
industrie en bedrijven 35%
670 TJ
vervoer 21%
600 TJ
agrarische sector 19%
580 TJ
woningen 19%
- waarvan warmte 455 TJ (79%)
- waarvan stroom 107 TJ (18%)
- waarvan zonnestroom achter de meter 18 TJ (3%)
217 TJ
overige gebouwen 7%
49 TJ
overig 1%
* Bron van de cijfers in deze paragraaf: Klimaatmonitor (2022). De Monitor gebruikt cijfers van 2019 – 2021, dit zijn de meest recente gegevens die beschikbaar zijn.
7
Welke activiteiten voeren we uit? De afgelopen jaren is duurzaam wonen een van de speerpunten geweest van het duurzaamheidsbeleid. We hebben verschillende activiteiten gedaan zoals deelname aan de Groene Zone voor het aanschaffen van zonnepanelen; duurzaamheidsleningen, de Groene Bon voor huiseigenaren en huurders, opstarten van het regionale energieloket Energiehuis Slim Wonen, samenwerking met Duurzaam Wonen Laarbeek en acties zoals de Duurzame Huizen Route. Met dit soort activiteiten gaan we de komende jaren door. Daarnaast komen er ook activiteiten die zich richten op vervoer, bedrijven en bijvoorbeeld ons eigen maatschappelijk vastgoed (dit valt onder ‘overige gebouwen’). Ambities 1. Energiebesparing: we volgen de bespaardoelen van de Europese Richtlijn Energie Efficiëntie en het Nationale Energieakkoord, namelijk 1.5% per jaar besparen van ons energieverbruik. 2. Duurzame woningvoorraad: onze woningvoorraad is goed geïsoleerd (ten minste energielabel C) in 2030, en aardgasvrij in 2050. Dit geldt ook voor kantoorpanden, waarvoor we de verplichting van ten minste energielabel C stimuleren en handhaven. 3. Duurzame nieuwbouw: nieuwbouwwoningen zijn ten minste bijna energieneutraal (BENG), en zoveel mogelijk volledig energieneutraal. 4. Energiearmoede: duurzame energie en comfortabel wonen is voor al onze inwoners betaalbaar. 5.
Duurzaam maatschappelijk vastgoed: ons maatschappelijk vastgoed is goed geïsoleerd (ten minste energielabel C) en wekt waar mogelijk eigen duurzame stroom en warmte op. We volgen de EU doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030, ten opzichte van 1990. Beleidsontwikkeling Voor sommige doelen is de gecoördineerde inzet van meerdere activiteiten nodig, die bijvoorbeeld gericht zijn op een kwetsbare doelgroep. We ontwikkelen beleid op de volgende onderwerpen: •
•
•
Routekaart verduurzamen gemeentelijk maatschappelijk vastgoed In 2020 heeft de VNG een sectorale routekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed opgesteld, en gemeenten opgeroepen om deze lokaal te vertalen. Laarbeek heeft inmiddels een eigen routekaart ontwikkeld om tot de 55% CO2 -reductie te komen, die financieel wordt ingevuld en in de begroting 2023 zal worden meegenomen. Zo plannen we hoe we onze vastgoedportefeuille toekomstbestendig maken. Plan van aanpak energiearmoed Energiearmoede is in 2021 en 2022 als thema gaan leven, als gevolg van de stijgende energieprijzen. Het Rijk stelt een specifieke uitkering (SPUK) beschikbaar voor gemeenten om energiearmoede tegen te gaan. Ook is er een eenmalige toeslag voor minima en wordt een nationaal isolatieprogramma ontwikkeld. De lokale inzet van deze middelen wordt beschreven in een plan van aanpak energiearmoede, dat eind 2022 aan de raad wordt gepresenteerd. Het plan bevat ook een schets van hoe dit thema de komende jaren wordt opgepakt. Plan van aanpak verduurzaming huurwoningen Een groot deel van de groep mensen met energiearmoede woont in huurwoningen, en heeft daarmee minder te zeggen over bijvoorbeeld isolatiemaatregelen. Daarom komt er een plan met de woningcorporaties over het verduurzamen van huurwoningen. Duurzaamheid zal bijvoorbeeld worden opgenomen in de prestatieafspraken.
Activiteiten Jaarlijks wordt in de duurzaamheidsagenda een lijst met activiteiten opgenomen om dit thema vorm te geven. Een overzicht van lopende activiteiten en activiteiten die gepland zijn, is te vinden in de agenda (pagina 11). De komende jaren richten we ons op een verbreding van activiteiten, zodat we ons niet alleen op duurzaam wonen richten maar ook op duurzaam werken. Lange termijn Onderwerpen die op dit moment nog weinig invulling kennen, zijn het verduurzamen van bedrijventerreinen, mobiliteit en de agrarische sector. Voor duurzame bedrijventerreinen wordt in de MRE een coalitie ontwikkeld waarin onder andere Helmond een prominente rol speelt. Laarbeek kiest ervoor om de ontwikkeling van deze coalitie te volgen en best practices ook in Laarbeek uit te voeren. Voor mobiliteit geldt dat de gemeente hier een beperkte invloed op heeft, terwijl er landelijk veel wordt ontwikkeld. Denk aan de verplichting voor elektrische auto’s vanaf 2035, de voorgenomen kilometerheffing vanaf 2030, en impulsen voor het gebruik van het openbaar vervoer. Laarbeek volgt deze ontwikkelingen. Lokaal zetten we in op onder andere de ontwikkeling van snelfietspaden. In de agrarische sector zien we grote verschuivingen plaatsvinden, zoals vermindering van het aantal boerenbedrijven, modernisering en meer biologische en natuur-inclusieve landbouw.
Dit laatste wordt veelal ingegeven door strengere landelijke milieu-eisen. De MRE ontwikkelt een Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant, waarin ook het thema transitie landelijk gebied wordt meegenomen. Daarin is aandacht voor de veranderingen in de agrarische sector en voor duurzaamheid. Ten slotte ontwikkelt het Rijk een Nationaal Isolatieprogramma, er is nu nog onvoldoende zicht op welke activiteiten en budgetten daarvoor beschikbaar komen. We volgen dit en maken uiteraard gebruik van de regelingen die beschikbaar komen.
9
2. Duurzame warmte
We werken met een wijkgerichte aanpak toe naar een aardgasvrije gemeente door een combinatie van warmtebesparing, collectieve duurzame warmte, en individuele oplossingen per gebouw.
Inleiding Laarbeek heeft met de Transitievisie Warmte (vastgesteld in januari 2022) de aanpak geschetst voor het verduurzamen van de warmtevoorziening. Er is gekozen voor een wijkaanpak, waarin we per wijk de mogelijkheden onderzoeken voor duurzame warmte en samen met de bewoners een plan maken om aardgasvrij te worden, inclusief financieel plan en tijdsplanning. De drie onderwerpen waarop binnen de warmtetransitie wordt ingezet zijn warmtebesparing, het onderzoeken van de mogelijkheden voor een collectieve wijkaanpak, en het onderzoeken van individuele oplossingen per woning.
Waar staan we nu De aanpak per wijk (het zogenaamde wijkuitvoeringsplan) moet in samenwerking met de inwoners worden vormgegeven. Daarvoor zijn soms eerst technische onderzoeken nodig, zodat er besproken kan worden wat er wel en niet mogelijk is. Op dit moment loopt een technisch onderzoek in samenwerking met de gemeente Helmond en waterschap Aa en Maas, over de potentie van restwarmte van de rioolwaterzuivering in Aarle-Rixtel. Als die resultaten bekend zijn, gaan we met bewoners in gesprek. Voor Mariahout zijn in 2021 al technische onderzoeken uitgevoerd naar de potentie van zonthermie in combinatie met een warmtenet. Deze informatie wordt gebruikt voor een bewonerstraject dat van start gaat. Ook gaat een technisch onderzoek van start naar de potentie van aquathermie van het Wilhelminakanaal, in samenwerking met andere gemeenten aan het kanaal. Regionaal gaan onderzoeken lopen naar de mogelijkheden van diepe geothermie. Op dit moment wordt zo’n 9% van de gebruikte warmte in Laarbeekse woningen duurzaam opgewekt. Het gaat om 38 TJ opwek door houtkachels, die juist controversieel worden door de uitstoot van fijnstof. Ook wordt 2 TJ opgewekt door warmtepompen, op een totaalverbruik van 455 TJ. Ook zonder actief beleid zal dit percentage licht gaan stijgen, vanwege het verbod op aardgas bij nieuwbouwwoningen en omdat steeds meer inwoners bij renovatie kiezen voor een warmtepomp.
Ambities 1. Aardgasvrij wonen in 2050: we volgen de ambitie uit het Klimaatakkoord en zetten erop in dat alle woningen in Laarbeek aardgasvrij zijn in 2050. Deze ambitie is de basis van de Transitievisie Warmte. 2. Onderweg naar aardgasvrij in 2030: in 2023 zijn de wijkuitvoeringsplannen voor Mariahout en Aarle-Rixtel gereed en wordt met de uitvoering begonnen. In 2030 zijn deze kernen wellicht nog niet helemaal aardgasvrij, maar wel onderweg. 3. Aanpak bedrijventerreinen en buitengebied: in 2030 is een uitvoeringsplan gereed voor aardgasvrije bedrijventerreinen en verspreide woningen in het buitengebied, waarna de uitvoering direct start.
11
Beleidsontwikkeling De komende jaren wordt gewerkt aan beleid per kern. Omdat het niet mogelijk is om in alle kernen tegelijk zo’n omvangrijk traject op te starten, wordt gestart met de twee meest kansrijke kernen. Dit zijn Mariahout en Aarle-Rixtel. Dit leidt tot de volgende beleidsstukken: • •
Wijkuitvoeringsplan Mariahout Wijkuitvoeringsplan Aarle-Rixtel
Activiteiten De uitvoeringsplannen voor bedrijventerreinen en het buitengebied zijn gepland voor 2030, maar in de tussentijd worden losse activiteiten gepland om ook deze doelgroepen te stimuleren om aardgasvrij te worden. Het gaat bijvoorbeeld om voorlichting en het verstrekken van leningen voor particulieren. Voor de wijken (kernen) die prioriteit hebben, zijn de belangrijkste activiteiten het uitvoeren van technische studies en het uitvoeren van bewonerstrajecten. Daarnaast participeert Laarbeek in de RES-regio voor kennisuitwisseling rondom de warmtetransitie. Ten slotte werkt de gemeente ook graag mee aan lokale initiatieven van (groepen) bewoners of bedrijven. Lange termijn De wijkuitvoeringsplannen voor Beek en Donk en Lieshout worden pas ontwikkeld na 2030. Er wordt wel eerder gestart met de uitvoeringsplannen voor het buitengebied en voor bedrijventerreinen. Hiervoor volgen we de ontwikkelingen in de RES-regio, bijvoorbeeld in de coalitie ‘verduurzamen bedrijventerreinen’ waarin Helmond een trekkersrol heeft. We verwachten daarnaast dat het Rijk de warmtetransitie zal ondersteunen door middel van het beschikbaar maken van kennis, landelijke acties en subsidies, waar Laarbeek uiteraard graag gebruik van maakt.
13
3. Duurzaam energiesysteem
We richten het lokale systeem van grootschalige opwek, energietransport en opslag in op een manier die bij Laarbeek past.
Inleiding Energiebeleid begon in Laarbeek enkele jaren geleden met grootschalige opwek. De discussie was toen nog relatief eenvoudig: willen we grootschalige opwek zoals zonne- of windparken, zo ja waar en onder welke voorwaarden? Inmiddels is de discussie verbreed. We hebben te maken met technologische ontwikkelingen voor opwek maar ook voor grootschalige batterij-opslag. Tegelijk geeft het elektriciteitsnet problemen, zowel voor het leveren van stroom aan het net, als voor het grootverbruik van stroom. Ook op deze thema’s zal de gemeente meer regie moeten nemen en beleid moeten ontwikkelen.
Waar staan we nu Hoeveel energie wekken we op? Alle geregistreerde zonnepanelen in Laarbeek wekken samen zo’n 77 TJ op. Het gaat om 12.169 panelen op woningen, en 14.553 panelen op niet-woningen, zoals agrarische daken en andere bedrijfsdaken. Zon op land is in deze cijfers nog niet meegenomen, omdat de eerste zonneparken wel vergund zijn, maar nog niet operationeel zijn. Per inwoner scoren we daarmee onder het gemiddelde van de MRE-regio. Onze bijdrage aan duurzame warmte is nog veel kleiner: met houtkachels wordt 38 TJ opgewekt en met warmtepompen 2 TJ. In totaal wekken we 117 TJ duurzaam op: ongeveer 3.7% van ons huidige verbruik. Wat staat er op de planning? In de pilot grootschalige opwek zijn vijf zonnepark-initiatieven geselecteerd. Drie parken hebben inmiddels een onherroepelijke vergunning. In een geval loopt nog een juridische procedure en voor het vijfde park is de vergunning nog niet definitief afgegeven. Mochten al deze parken worden gerealiseerd, dan gaat het om een verwachte jaaropbrengst van zo’n 163 TJ. Dit is dus nog eens ongeveer 5,2% van ons huidige verbruik. Het totaal van duurzame opwek komt dan op bijna 9% van ons huidige verbruik dat duurzaam wordt opgewekt. Wat zijn belangrijke ontwikkelingen? Voor grootschalige opwek is een belangrijke ontwikkeling de vaststelling van de RES 1.0 en de vorderingen in Laarbeek om de beide zoekgebieden vorm te geven.
Er is een omgevingsdialoog gehouden om onder andere de mogelijkheden voor windenergie te bespreken, en er zijn lessen getrokken uit de evaluatie van de Visie uit 2019. Op basis daarvan is een beleidsactualisatie opgesteld, die tegelijk met deze strategie wordt aangeboden. Voor energietransport geldt dat recent transportschaarste (fase 1A) is afgekondigd. Dit betekent onder andere dat grootschalige opwek niet meer kan worden aangesloten op het net, omdat de opgewekte stroom niet getransporteerd kan worden. Dit leidt tot concurrentie om de spaarzame ruimte die nog beschikbaar is, waardoor bijvoorbeeld zonneparken verhinderen dat grote zon-op-dak installaties aangesloten worden. Er wordt provinciaal en landelijk gekeken naar het wijzigen van de wet dat aanvragen voor aansluitingen (voor zowel teruglevering op het net als afname) op volgorde van binnenkomst worden behandeld. Hierdoor kan de zonneladder zoals vastgesteld in de RES in de praktijk meer tot uiting komen.
15
Naar verwachting gaat het ten minste tot 2030 duren voordat de problemen structureel zijn opgelost, hoewel in de tussentijd wel zicht is op tijdelijke maatregelen die wat capaciteit vrijspelen. Te verwachten is dat door de schaarste een toenemende vraag zal zijn naar opslag, zowel op kleine schaal (particulier en bedrijven) als op grotere schaal (rondom grootschalige opwek en rondom elektriciteitsstations).
Beleidsontwikkeling Grootschalige opwek, opslag en transport zijn thema’s die in de toekomst om beleidsontwikkeling zullen blijven vragen, omdat het bovengemeentelijke beleid vaak verandert en de fysieke omstandigheden (zoals netcapaciteit) ook. Drie beleidsstukken zijn op korte termijn te voorzien:
Voor opslag geldt daarnaast dat de eerste projecten die zich uitsluitend richten op opslag, in Nederland verschijnen en rendabel lijken. Ook wordt opslag vaker gerealiseerd bij energie-intensieve bedrijven, zoals glastuinbouw. Laarbeek kan in de toekomst meer van dit soort aanvragen verwachten. De actualisatie van het beleid grootschalige opwek laat hier ruimte voor.
•
Ambities 1. Lokale duurzame opwek: Laarbeek wekt in 2030 ten minste 25% van haar energievraag lokaal op, door een combinatie van groot- en kleinschalige opwek en het verlagen van de energievraag. 2. Lokale opslag en transport: in 2035 is transportschaarste in Laarbeek geen belemmering meer voor opwekinstallaties en grootverbruikers, doordat het netwerk is versterkt en energie lokaal opgeslagen en gebruikt wordt.
•
•
Actualisatie visie grootschalige opwek Een van de aanleidingen van deze Lokale Energie Strategie was de noodzakelijke evaluatie en actualisatie van het beleid grootschalige opwek. Tegelijk met deze strategie wordt deze evaluatie gepresenteerd, met daarbij een beleidsherziening van de visie, met nieuwe spelregels voor grootschalige opwek, transport en opslag van duurzame warmte en stroom. Omgevingsfonds duurzaamheid Nu de realisatie van de eerste zonneparken in zicht komt, moet een Omgevingsfonds Duurzaamheid worden ingesteld met daarin spelregels voor de besteding van de jaarlijkse afdrachten van de zonneparken. Samenwerkingsplan energietransitie Peelgemeenten Sinds enkele jaren werken de Peelgemeenten inclusief Helmond intensief samen om invulling en uitvoering te geven aan de RES. Het voornemen bestaat om beleid binnen deze gemeenten te harmoniseren en gezamenlijk projecten uit te voeren. Hiertoe zal een gezamenlijk plan van aanpak worden geschreven.
Activiteiten Om het thema Energiesysteem verder invulling te geven, participeert Laarbeek op meerdere manieren in het RES-traject van de MRE. Daarnaast worden de laatste stappen gezet in het vergunnen en begeleiden van de zonneparken uit de pilot. We volgen de ontwikkelingen rondom netschaarste en nemen deel aan de regionale lobby voor het versterken van het elektriciteitsnetwerk in en rondom Laarbeek. Ook richten we ons op kleinere activiteiten die grootschalige opwek kunnen bevorderen, zoals grootschalige zon-op-dak projecten. Hiervoor wordt onder andere samengewerkt met Laarbeek Energie. Ten slotte wordt gestart met het uitgeven van subsidies uit het Omgevingsfonds Duurzaamheid, waaruit kleine projecten voor allerlei duurzame thema’s worden gefinancierd. Lange termijn Het versterken van het netwerk en het stimuleren van lokale opslag is een kwestie van lange adem, dit kost jaren om te realiseren. Hetzelfde geldt voor beleid om verschillende netaansluitingen, zowel voor teruglevering als voor afname, te prioriteren. Laarbeek volgt deze discussies en is voornemens hierin ook de lijn van de provincie te volgen, die in deze lobby het voortouw neemt.
17
‘Binnen de thema’s duurzaam wonen en werken, duurzame warmte en duurzaam energiesysteem krijgt de energietransitie vorm op een manier die bij Laarbeek past.’
Conclusie Samenvattend zet Laarbeek zich de komende jaren in voor de lokale energietransitie. Beleid wordt ingedeeld in drie thema’s: duurzaam wonen en werken; duurzame warmte; en duurzaam energiesysteem. Steeds staan daarbij algemene principes voorop die de ervoor zorgen dat de energietransitie vorm krijgt op een manier die bij Laarbeek en haar inwoners past. Concreet is onze doelstelling vertaald in ambities, die meestal in minder dan tien jaar gehaald kunnen worden. Zo wordt de abstracte ‘stip op de horizon’ van energieneutraliteit behapbaar en te overzien. Voor deze ambities zijn prioriteiten gesteld, zowel in het maken van noodzakelijke en ondersteunende beleidsstukken, als in de keuze voor concrete activiteiten die de ambities dichterbij brengen. Dit betekent ook dat sommige thema’s pas op langere termijn, wellicht over enkele jaren, meer aandacht zullen krijgen. Al blijven we natuurlijk altijd flexibel inspelen op mogelijkheden die voorbij komen zoals subsidies of goede voorbeelden van buurgemeenten; en op technologische en beleidsontwikkelingen. Een overzicht van onze aanpak is op de volgende pagina in kaart gebracht als Energietransitie Agenda, in lijn met de Duurzaamheidsagenda die wij sinds 2019 in de gemeente hanteren.
Deze agenda kan regelmatig worden vernieuwd door activiteiten en beleidsdoelen toe te voegen, van lange naar korte termijn te verplaatsen of andersom, en natuurlijk door succesvol afgeronde zaken van de agenda te halen. Zo blijven we actueel en actief, om samen met inwoners en andere betrokken partijen ons lokale energiesysteem stap voor stap te verduurzamen.
19
Agenda Energietransitie 21
Duurzaam wonen en werken
Duurzame warmte
Duurzaam energiesysteem
Samen besparen we energie, wekken we warmte en stroom op voor eigen verbruik, verduurzamen we onze bedrijven en mobiliteit en gaan we energiearmoede tegen.
We werken toe naar een aardgasvrije gemeente door een combinatie van warmtebesparing, collectieve duurzame warmte, en individuele oplossingen per gebouw.
We richten het lokale systeem van grootschalige opwek, energietransport en opslag in op een manier die bij Laarbeek past.
Beleid Planning Routekaart verduurzamen gemeentelijk maatschappelijk vastgoed 2022 Plan van aanpak energiearmoede 2022 Plan van aanpak verduurzaming huurwoningen i.s.m. woningcorporaties 2023 Activiteiten Duurzaamheidslening Actief Uitvoeren routekaart verduurzamen maatschappelijk vastgoed Actief Energielabel C aanpak kantoorpanden Start Q4 2022 Groene Zone 2.0 isoleren met MRE regio Start 2023 Informatievoorziening o.a. via Energiehuis Slim Wonen en eigen bijeenkomsten Actief Thuis Energie Besparen Doe Je Zo Actief samenwerking Duurzaam Wonen Laarbeek en Stichting Platform Duurzaam Laarbeek Actief Uitkering eenmalige toeslag energiearmoede Actief Deelname Duurzame Huizen Route Actief Regeling Reductie Energieverbruik Woningen Actief Thema’s lange termijn verduurzamen bedrijventerreinen verduurzamen mobiliteit verduurzamen agrarische sector Activiteiten Nationaal Isolatieprogramma
Beleid Planning Transitievisie Warmte vastgesteld Wijkuitvoeringsplan Mariahout 2023 Wijkuitvoeringsplan Aarle-Rixtel 2023 Activiteiten Bewonerstraject Mariahout Start Q3 2022 Technisch onderzoek restwarmte RWZI t.b.v. Aarle-Rixtel Actief Technisch onderzoek aquathermie Wilhelminakanaal Start Q3 2022 Deelname werkgroep warmte MRE Actief Duurzaamheidslening Actief Thema’s lange termijn Wijkuitvoeringsplan Beek en Donk Wijkuitvoeringsplan Lieshout Uitvoeringsplan buitengebied Uitvoeringsplan bedrijventerreinen
Beleid Planning Evaluatie en actualisatie beleid grootschalige opwek 2022 Vaststellen Omgevingsfonds 2022 samenwerkingsplan energietransitie Peelgemeenten 2023 Activiteiten Participatie RES traject MRE actief Vergunnen en begeleiden zonneparken pilot Actief Volgen ontwikkelingen netschaarste, deelname regionale lobby Actief Samenwerking Laarbeek Energie Actief Start uitvoering Omgevingsfonds 2023 Thema’s lange termijn Energietransport Prioritering aansluitingen bij netschaarste Beleidsregels energieopslag
Actualisatie beleid grootschalige opwek van duurzame energie in Laarbeek 1. Inleiding In 2019 stelde de gemeenteraad van Laarbeek de ‘Visie grootschalige opwek van duurzame energie in Laarbeek’ (de Visie) vast. Deze actualisatie vervangt de Visie uit 2019 en voert aanvullingen en wijzigingen door naar aanleiding van de evaluatie van de Visie (bijlage 1), ontwikkelingen zoals netschaarste en behoefte aan lokale energieopslag, en de vaststelling van de Regionale Energie Strategie (RES 1.0, 2021). Het betreft een beknopte actualisatie met verwijzingen naar de Visie uit 2019 (bijlage 2) waarvan grote delen nog altijd relevant zijn. 2. Uitgangspunten De constateringen en uitgangspunten zoals die in 2019 zijn geformuleerd zijn nog steeds relevant. Er is een onverminderd grote lokale opgave voor Laarbeek om energie te besparen en lokaal duurzaam op te wekken, te transporteren en op te slaan. Tegelijk zijn de verplichtingen en verwachtingen vanuit de regio, de provincie en het Rijk toegenomen. De lokale aanpak van de energietransitie is verbreed: naast grootschalige opwek hebben ook de thema’s warmtetransitie en energiebesparing (duurzaam wonen en werken) vorm gekregen. Dit is geschetst in de Lokale Energie Strategie (2022). In de uitgangspunten van deze actualisatie zijn de standpunten uit 2019 nog duidelijk te herkennen. De actualisatie is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: •
• • • •
•
Laarbeek spant zich in om het lokale energiesysteem te verduurzamen en maakt daarin keuzes die passen bij de lokale situatie en de lokale voorkeuren. Voor de vormgeving hiervan wordt samengewerkt in MRE-verband, specifiek met de andere Peelgemeenten incl. Helmond. Projectaanvragen voor energie-opwek, opslag en transport worden in principe altijd inhoudelijk beoordeeld, met uitzondering van aanvragen voor windturbines (zie paragraaf 5). Grootschalige opwek, opslag en transport van duurzame energie kunnen in Laarbeek worden toegestaan, mits aan de voorwaarden wordt voldaan die in deze actualisatie zijn beschreven. De gemeenteraad beoordeelt of een verzoek voldoende aan de voorwaarden voldoet. Projectaanvragen worden niet op volgorde van binnenkomst behandeld, maar de doorlooptijd en beoordeling van elke aanvraag hangt af van de kwaliteit van de aanvraag en de mate waarin de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden en voorkeuren van de gemeente. Soms staan wettelijke bepalingen een gewenste ontwikkeling in de weg. Een voorbeeld is het lokaal leveren van elektriciteit binnen een bedrijventerrein. In zo’n situatie kijkt de gemeente proactief en praktisch mee met initiatiefnemers, denken wij in kansen en durven we gecalculeerde risico’s te nemen.
3. Voorwaarden voor projectaanvragen voor grootschalige opwek, transport en opslag van duurzame energie 3.1 Algemene voorwaarden Voor alle projectaanvragen voor energie- en warmteopwek, opslag en transport gelden de volgende algemene uitgangspunten: • Aanvragen worden in principe altijd inhoudelijk beoordeeld, met uitzondering van aanvragen voor windturbines (zie paragraaf 5). • Voor zonneparken gelden aanvullende voorwaarden (zie paragraaf 4). • Andere projectenaanvragen dan voor zonne- of windenergie, zoals voor warmtewinning, alternatieve bronnen voor energie-opwek, lokale energieopslag en transport worden getoetst op onderstaande criteria. Een aanvraag motiveert op zorgvuldige, complete en goed geïnformeerde wijze hoe het aan deze voorwaarden voldoet. • Voor alle aanvragen wordt getoetst of het beoogde project voldoet aan de procedurele, technische en veiligheidseisen die op de gekozen technologie van toepassing zijn. Hiervoor worden de bovengemeentelijke procedures en richtlijnen gevolgd. 3.2 Ruimtelijke voorwaarden • elke aanvraag wordt beoordeeld in samenhang met de andere opgaven en ontwikkelingen die spelen rondom de locatie, zoals geschetst in de Omgevingsvisie Buitengebied (2021). • De ruimtelijke impact van het project is passend in het landschapstype waarin het project plaatsvindt, zoals geschetst in de Omgevingsvisie Buitengebied (2021).
De aanvraag motiveert hoe aansluiting wordt gevonden met de kernkwaliteiten van het landschapstype. • De beoogde locatie moet geschikt zijn. Om dat te beoordelen gelden de volgende specificaties: • eventuele belasting op de directe projectomgeving staat in verhouding tot de meerwaarde van het project, die bij voorkeur lokaal is. • bouwen binnen een bebouwingsconcentratie is niet toegestaan om verstening tegen te gaan en het open karakter te behouden (zie Omgevingsvisie Buitengebied 2021 voor begrenzingen). • Bouwen binnen een gebied dat belangrijk is voor natuurontwikkeling zoals Natuur Netwerk Brabant, een ecologische verbindingszone of beschermingsgebied voor struweelvogels of andere kwetsbare dier- of plantsoorten is onwenselijk tenzij wordt aangetoond dat het project juist bijdraagt aan natuurontwikkeling. • De afstand tussen een beoogd project en een Rijks- of gemeentelijk monument of archeologisch monument is minimaal de grootte van het beoogde projectperceel. Is een projectperceel bijvoorbeeld 50m breed, dan moet er nog eens 50m afstand zijn tussen de perceelgrens en een monument. • Locaties met korte afstand tot de eindgebruiker, een aansluitpunt op het elektriciteits- of warmtenet of andere relevante infrastructuur hebben de voorkeur.
• De aanvraag evalueert nadelige ruimtelijke effecten zoals natuurschade en hinder voor omwonenden en onderbouwt hoe deze worden geminimaliseerd. • Het project kent een landschappelijke inpassing die voldoet aan de volgende specificaties: • de inpassing sluit aan bij de ruimtelijke kenmerken van het landschapstype zoals geschetst in de Omgevingsvisie Buitengebied (2021) en versterkt deze kenmerken. Er wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de ruimtelijke opbouw en schaal van
25
•
• • •
het landschap; lijnen, structuren, kavelrichtingen en patronen; voorkomende groene, blauwe en rode landschapselementen; type beplanting; en voorkomende functies. Alleen ‘verstoppen in het groen’ is niet voldoende. De inpassing draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied, bijvoorbeeld op het gebied van waterretentie, natuur en biodiversiteit of een andere ruimtelijke functie zoals recreatie. Dit kan ook worden vormgegeven door bijvoorbeeld een oplossing te bieden voor vrijkomend agrarisch vastgoed en het tegengaan of oplossen van verrommeling en verpaupering. De landschappelijke inpassing minimaliseert hinder en overlast voor omwonenden zoals visuele overlast, geur- licht- of geluidshinder. De landschappelijke inpassing wordt aangeleverd in de vorm van een ruimtelijk ontwerp met plankaart, referentiebeelden en/of visualisaties en een beschrijving van plant- en materiaalgebruik en plantmaten. Meervoudig ruimtegebruik is een pré. Als een projecttype zich hier minder goed voor leent kan meervoudig ruimtegebruik worden gezocht in een recreatieve, educatieve of natuurfunctie van de landschappelijke inpassing.
3.3 Maatschappelijke voorwaarden en participatie • Het project draagt op een zinvolle en efficiënte manier bij aan de lokale energietransitie. • Het project heeft een aanwijsbaar (financieel) voordeel voor inwoners van Laarbeek. • Procesparticipatie tijdens de planvorming wordt vormgegeven in een omgevingsdialoog, die wordt gevoerd volgens de richtlijnen die daarvoor zijn beschreven in de Omgevingsvisie Buitengebied (2021) en het Participatiebeleid Omgevingswet Laarbeek (2021) en daarbij behorende uitwerkingen. De inspanningen voor de dialoog hangen samen met de omvang van het beoogde project. Hierbij gelden de volgende kaders: • Ruimtelijke inpassing en (financiële) projectparticipatie worden vormgegeven in overleg met direct omwonenden en aanwezige buurtverenigingen. • Ruimtelijke inpassing wordt vormgegeven in overleg met relevante belangenorganisaties voor natuur en landschap, zoals IVN en Laarbeeks Landschap. • (Financiële) projectparticipatie wordt vormgegeven in overleg met relevante belangenorganisaties voor duurzaamheid, zoals stichting Platform Duurzaam Laarbeek en cooperatie Laarbeek Energie. • Er wordt gerapporteerd hoe de uitkomsten van de dialoog en de voorkeuren van omwonenden en genoemde belangenorganisaties zijn vertaald in het projectplan. • Projectparticipatie tijdens de looptijd van een project wordt ook vormgegeven in relatie tot de omvang van het project.
De volgende kaders gelden voor alle projecten die in meer opwek, opslag of transport voorzien dan alleen voor eigen (particulier of bedrijfsmatig) gebruik: • Een project levert een jaarlijkse bijdrage aan het Omgevingsfonds Duurzaamheid, voor de duur van het project of ten minste voor de duur van beschikbaar gestelde SDE++ of vergelijkbare subsidie. • Een project is ten minste voor 50% in lokaal eigendom. Dit wordt conform het Klimaatakkoord gedefinieerd als (1) economisch juridisch eigendom: een formele eigendoms-positie waarbij deelname mede-risicodragend is en mede-beslissingsbevoegd; (2) van een of meer lokaal gevestigde bedrijven, organisaties en/of bewoners van de gemeente en/of de directe projectomgeving (bij projecten nabij de gemeentegrens), al dan niet verenigd in een coöperatie.
4. Aanvullende voorwaarden zonneparken Zonneparken zijn in Laarbeek alleen onder strenge voorwaarden mogelijk: • De voorwaarden uit de Visie (2019) blijven van toepassing met onderstaande aanvullingen. De regeling grondgebonden zonnepanelen voor particulier gebruik (Visie 2019, p.7) blijft ongewijzigd. Deze regeling maakt het voor woningen in het buitengebied mogelijk om maximaal 16 grondgebonden zonnepanelen te plaatsen, die energie voor eigen gebruik opwekken. • Aanvulling netschaarste: het zonnepark levert aantoonbaar geen schaarste op het elektriciteitsnet op en vormt op de korte termijn geen concurrentie waardoor grote zon-opdak installaties worden gehinderd. Combinatie met lokale opslag en/of levering heeft de voorkeur, voor zover de wetgeving dat toelaat. • Aanvulling lokaal eigendom: Er is voor ten minste 50% sprake van lokaal eigendom zoals gedefinieerd in paragraaf 3.3. Mede-eigendom staat bovendien voor ten minste 20% van het project open voor de brede gemeenschap, bijvoorbeeld in de vorm van aandelen of coöperatief eigendom. • Aanvulling locatie: per locatie wordt een afweging gemaakt of de projectomgeving en het landschapstype voldoende draagkracht hebben voor de ‘verglazing’ die een zonnepark met zich meebrengt, gegeven andere (voorgenomen) ontwikkelingen in het gebied zoals andere geplande zonneparken, bebouwing of ruimtelijke ontwikkeling.
Deze beoordeling is maatwerk en zal gebaseerd zijn op de landschapstypen in de Omgevingsvisie Buitengebied (2021). 5. Standpunt windmolens In navolging van de uitkomsten van de Omgevingsdialoog Lieshoutse Heide en naar model van de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant hanteert de gemeente een ‘nee-tenzij’ principe wat betreft het vergunnen van windmolens. Dit betekent dat in principe geen windmolens worden toegestaan en aanvragen hiervoor zullen worden afgewezen. De gemeente zet vooralsnog geen verdere actieve stappen richting het ontwikkelen van windturbines. In uitzondering op deze regel kan de gemeenteraad kiezen om toch een inhoudelijke afweging te maken, inclusief nieuwe dialoog met omwonenden van de beoogde locatie als input voor die afweging, als een aanvraag naast aan de eisen uit paragraaf 3 aan de volgende aanvullende eisen voldoet: •
•
•
Aantoonbare noodzaak: andere energie-oplossingen zoals besparing zon-op-dal en zon-op-land, en andere technologieën met een beperkte ruimtelijke impact hebben in Laarbeek de voorkeur. Windturbines worden alleen overwogen als er een aantoonbare noodzaak is voor deze technologie in de gemeente. Aantoonbare bovengemeentelijke lijn: op dit moment is er geen sprake van een uitgesproken landelijk en provinciaal standpunt vóór windturbines. Windturbines worden in Laarbeek alleen overwogen als er een aantoonbare bovengemeentelijke lijn is waarin windenergie wordt geprioriteerd. Laarbeek volgt daarbij de verwachte nieuwe landelijke richtlijnen vanuit het Rijk, zoals nieuwe afstandscriteria tussen windmolens en woningen. Gezondheid: uit RIVM onderzoek dat in 2021 is aangekondigd naar gezondheidsrisico’s voor omwonenden van windturbines zal moeten blijken dat er geen gezondheidsrisico’s zijn voor de bewoners in het beoogde plangebied.
27
•
•
•
Omgevingsdialoog vooraf: nog voordat sprake is van procesparticipatie, wordt de brede omgeving betrokken in een omgevingsdialoog. Hierin worden verschillende concrete opties besproken zodat het mogelijk is om een goed beeld te vormen van omvang van het plan, betekenis daarvoor voor hinder zoals geluids- en zichthinder, haalbaarheid van het plan van-wege bijvoorbeeld de businesscase en radarverstoring, etc. De omgeving krijgt zo de kans om een goed geïnformeerd standpunt te vormen over het voorgenomen plan en deze stand-punten neemt de gemeente mee in haar besluitvorming. Procesparticipatie: er is sprake van een uitgesproken sterke positie voor omwonenden, waarbij zij maximale regie en zeggenschap hebben over de uitwerking van het plan. Zij zijn in een zeer vroeg stadium betrokken en er is sprake van draagvlak. Idealiter zijn zij ook bij de aanvraag zelf betrokken. Ook de gemeente wordt in een zeer vroeg stadium betrokken. Zowel gemeente als inwoners hebben de mogelijkheid om de inhoud van het plan mee vorm te geven. Landschappelijke kwaliteit: er is sprake van een grote kwaliteitsimpuls voor de omgeving, waarbij versterking van het groene en agrarische karakter van het landschap centraal staat, net als de woonkwaliteit voor bewoners.
Er is tevens een kwaliteitsimpuls voor de lokale flora en fauna, de situatie voor (beschermde) dier- en plantensoorten moet per saldo verbeteren ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.
Als een aanvraag aan bovenstaande voorwaarden voldoet, kán de gemeenteraad ervoor kiezen om het verzoek inhoudelijk in behandeling te nemen. Toetsing zal dan in ieder geval de voorwaarden behelzen zoals die gesteld zijn in de Visie (2019) en deze actualisatie, inclusief de aanvullende voorwaarden over lokaal eigendom en netschaarste zoals die zijn geformuleerd voor zonneparken.
29
Bijlage 1 Overzicht geraadpleegde stukken. Als vertrekpunt voor dit beleid zijn de volgende stukken genomen: Lokaal 1. Duurzaamheidsagenda Laarbeek (2019) De duurzaamheidsagenda werd vastgesteld in 2019 en wordt sindsdien jaarlijks geactualiseerd met nieuwe activiteiten. De agenda bevat zes thema’s, waarvan er twee (deels) gaan over de energietransitie: duurzaam wonen en duurzame energie. De Lokale Energie Strategie kan gezien worden als een verdere uitwerking van deze thema’s. 2. De Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek (2019) In 2019 stelde de Laarbeekse gemeenteraad dit beleid op als eerste stap om grootschalige opwek in de gemeente vorm te geven. Er werd een pilot gestart waarin maximaal vijf zonneparken werden vergund en de mogelijkheden voor windenergie werden onderzocht. De Visie is geëvalueerd en toe aan een herziening. 3. Omgevingsvisie Buitengebied (2021) In 2021 stelde de Laarbeekse gemeenteraad de Omgevingsvisie Buitengebied vast. Daarin staan waardevolle vertrekpunten voor de Lokale Energie Strategie zoals een gebiedsgerichte benadering per landschapstype en een thematische benadering zonneen windenergie. 4. Participatiebeleid Omgevingswet Laarbeek (2021) In oktober 2021 stelde de Laarbeekse gemeenteraad het Participatiebeleid Omgevingswet vast, vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting in 2023).
Hierin staan kaders voor het vormgeven van participatie. 5. De Transitievisie Warmte (2022) In januari 2022 stelde de Laarbeekse gemeenteraad de Transitievisie Warmte vast. Hierin wordt geschetst hoe we aan de slag gaan met het aardgasvrij maken van de gemeente. Het beleid geeft een volgorde weer waarin er voor en met wijken een plan wordt gemaakt, de zogenaamde wijkuitvoeringsplannen. En het geeft belangrijke uitgangspunten aan waaraan het beleid moet voldoen. 6. Bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ (2022) In het bestuursakkoord geeft het Laarbeekse college de speerpunten aan voor de periode 2022-2026. Hierin zijn ook speerpunten, doelen en activiteiten opgenomen over duurzaamheid en energie, die in de Lokale Energie Strategie een vertaling krijgen. Regionaal en landelijk 1. Klimaatakkoord en Klimaatwet (2019) In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 de CO2-uitstoot met 49% moet verminderen ten opzichte van 1990, en in 2050 zelfs met 95%. Er staat niet in hoe dat moet, daarover zijn afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord staat bijvoorbeeld de verplichting om een RES te maken met regionale afspraken over de energietransitie. 2. De Regionale Energie Strategie RES 1.0 (2021) Sinds 2018 werken 21 gemeenten, de provincie en twee waterschappen in de MRE samen aan de Regionale Energie Strategie.
Deze werd vastgesteld in 2021 en schetst regionale kaders, prioriteiten en afspraken over de energietransitie in de regio.
3. Ontwikkelingen Energiearmoede (2021-2022) In 2021 zijn de gas- en stroomprijzen onverwacht hard gestegen, met als gevolg dat armere huishoudens niet altijd meer hun energierekening kunnen betalen. Het Rijk heeft geld vrijgemaakt om energiearmoede te kunnen bestrijden, zowel op de korte als op de langere termijn. Ook geeft het Rijk ‘spelregels’ mee voor een lokaal beleid voor energiearmoede. De landelijke aanpak wordt lokaal vertaald in het onderdeel energie-armoede van dit beleid. 4. Landelijk Beleidsprogramma Verduurzaming Gebouwde Omgeving (2022) In 2022 publiceerde Minister De Jonge dit beleidsprogramma, waarin een aanpak wordt geschetst voor het verduurzamen van woningen en utiliteitsbouw. De lokale aanpak voor duurzaam wonen en werken is hierop gebaseerd. Onderzoeken en ontwikkelingen 1. Landschapsdialoog Lieshoutse Heide (2022) In 2021-2022 werd een landschapsdialoog gevoerd met de bewoners van het gebied Lieshoutse Heide. Hierin werd vooral gesproken over de wenselijkheid van windmolens in het gebied. De conclusies van deze dialoog worden in dit nieuwe beleid meegenomen. 2. Onderzoek radarverstoring gemeente Meierijstad (2022) In mei 2022 verscheen een onderzoek van TNO / Pondera, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Meierijstad. Hierin wordt een aantal fictieve opstellingen van windmolens getoetst op radarverstoring.
De conclusies van dit onderzoek worden in het hoofdstuk over windenergie van dit beleid meegenomen. 3. Ontwikkelingen netschaarste (2022) In juni 2022 werd door TenneT en Enexis netschaarste fase 1A afgekondigd voor de gehele provincies Noord-Brabant en Limburg. Dit betekent dat er problemen zijn met zowel levering van elektriciteit (door bijvoorbeeld grootschalige opwek) als met afname van elektriciteit (bijvoorbeeld voor het aanleggen van een collectief warmtenet). Deze aankondiging heeft impact op de haalbaarheid van energie- en warmte-oplossingen voor de komende jaren.
31
Bijlage 2 Evaluatie Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek Inleiding Op 3 oktober 2019 stelde de gemeenteraad de ‘Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek’ (de Visie) vast. In de Visie werd een pilot gestart voor het vergunnen van maximaal vijf zonneparken en maximaal één windpark. Daarnaast werd het ook mogelijk om voor andere duurzame technologieën vergunningsaanvragen in te dienen. Voor het toetsen van aanvragen werden criteria en een beoordelingsprocedure opgesteld. In de Visie werd daarnaast gesteld dat er een evaluatie zou plaatsvinden na afronding van (een groot deel van) de pilot, of na een jaar als er geen geschikte aanvragen zouden komen. Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder en is er veel gebeurd. Er zijn vele aanvragen ingediend voor zonneparken, waar vijf kansrijke aanvragen uit zijn geselecteerd. Drie parken zijn inmiddels onherroepelijk vergund en bezig met realisatie; bij het vierde park loopt na vergunning nog een juridisch traject; en voor het vijfde park ligt de vergunning ter inzage . Daarmee loopt de pilot voor zonne-energie ten einde. Wat betreft windenergie is er een zoekgebied aangewezen in regionaal verband waarop vervolgens door de gemeente voorkeursrecht is gevestigd; een omgevingsdialoog gevoerd; en technisch onderzoek beschikbaar gekomen.
Voor andere (innovatieve) technologieën zijn geen concrete aanvragen binnengekomen. Ten slotte is ook in de bredere beleidscontext veel veranderd. De Regionale Energie Strategie is vastgesteld door 21 gemeenten waaronder Laarbeek, twee waterschappen, Enexis en de provincie. Dit biedt een breed kader voor lokaal energiebeleid. Ook in Laarbeek zelf is nieuw overkoepelend beleid gekomen, in de vorm van het nieuwe coalitieakkoord Samen Aan Zet! en de Omgevingsvisie Buitengebied. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot het evalueren van de pilot en het vaststellen van nieuw lokaal energiebeleid, waarin de geleerde lessen uit de pilot en de hierboven geschetste ontwikkelingen hun plaats vinden. Deze evaluatie is tot stand gekomen in samenwerking met betrokken partijen zoals initiatiefnemers, de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant en de interne en externe collega’s die aan de aanvragen en projecten hebben meegewerkt. Er is geëvalueerd op de volgende onderwerpen: 1. Verwachtingen en resultaten uit de Visie 2. Beoordelingsproces aanvragen (zon) 3. Toetsingscriteria aanvragen (zon) 4. Procesverloop zoekgebied (wind) 5. Actualiteit: passendheid in veranderende beleidscontext Elk onderwerp wordt eerst kort beschreven. Dan wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste lessen die geleerd kunnen worden over dit onderwerp, waaruit enkele aanbevelingen worden geformuleerd.
Alle aanbevelingen staan nog eens opgesomd op pagina 8-9.
1. Verwachtingen en resultaten uit de Visie Dit onderdeel evalueert de effectiviteit van de Visie. Het doel van de Visie was het maken van beleid voor grootschalige opwek, waardoor de eerste projecten gerealiseerd zouden kunnen worden in Laarbeek. Daarmee draagt de gemeente bij aan de verplichte CO2 reductie van 49% in 2030. Het doel was om in kleine stappen te oefenen met grootschalige opwek, en het beleid te laten aansluiten bij beleid dat in ontwikkeling was: de Omgevingsvisie Buitengebied, de RES 1.0 en de Transitievisie Warmte. De verwachting bij het beleid was dat er vijf zonneparken gerealiseerd zouden worden, en dat het thema ‘energietransitie’ meer lokaal vorm zou krijgen. Wat betreft het bereiken van de doelen en verwachtingen merken we het volgende op: • De Visie heeft gefunctioneerd als een zichtbaar en duidelijk kader voor grootschalige opwek en heeft als referentiepunt gediend in discussies. Dit doel is daarmee bereikt. • De Visie heeft gediend als beoordelingskader voor de eerste aanvragen voor zonneparken. Dit heeft nog niet geleid tot projectrealisatie, omdat de doorlooptijd van een zonnepark enkele jaren in beslag neemt. Het gaat dan niet alleen om het vergunningstraject maar ook om de stappen erna zoals financial close, verkrijgen netaansluitingen en bouwmaterialen.
We zien dat er vijf projecten een succesvolle aanvraag hebben gedaan en in het traject zitten van het afronden van de vergunning en de stappen erna. Ook dit doel is bereikt, al kostte dit meer tijd dan verwacht. • De Visie heeft niet geleid tot aanvragen voor andere (innovatieve) technologieën of voor een windpark. Het doel was niet om zo’n aanvraag te ontvangen of te vergunnen, maar wel om dit mogelijk te maken. Wellicht heeft dit te maken met de omvang van een aanvraag voor wind of komt het doordat andere technologieën minder rendabel zijn. Het kan ook zijn dat het beleid hiervoor drempels opwerpt. • De bijdrage aan CO2 reductie en lokale duurzame opwek is gering, ook als de zonneparken gerealiseerd zijn. Er wordt dan ongeveer 163 TJ opgewekt, zo’n 5,2% van ons huidige energieverbruik. De bijdrage aan de energietransitie is dus beperkt. Dit doel is gedeeltelijk bereikt, omdat de Visie niet beoogde om zoveel mogelijk bij te dragen aan lokale duurzame opwek, maar juist om dit op een rustig tempo op te starten en daarvan te leren. • De uitgangspunten van de Visie, zoals de ‘stoplicht’ kaarten van de gebiedsgerichte benadering, zijn overgenomen in de Omgevingsvisie Buitengebied (p. 74-75). Ook de Transitievisie Warmte sluit aan op de Visie, al blijkt daar dat grootschalige opwek en (grootschalige) duurzame warmte weliswaar overlappen, maar ook grote verschillen kennen in aanpak.
In de Transitievisie Warmte is bijvoorbeeld het onderdeel participatie veel verder uitgewerkt, middels een wijkaanpak. Ten slotte sluit ook de RES 1.0 redelijk aan op de Visie, al is de RES een stuk breder opgezet: deze bevat ook beleid voor bijvoorbeeld energiebesparing en de warmte-transitie.
33
Aanbevelingen naar aanleiding van de evaluatie van verwachtingen en resultaten 1. De aanpak om met relatief kleine stappen te verduurzamen past bij Laarbeek, maar de gemeente levert daarmee ook een bescheiden bijdrage aan de verduurzaming van de lokale energievoorziening. In toekomstig beleid zou een keuze gemaakt moeten worden tussen óf accepteren dat ambities in lijn zijn ten opzichte van een voorzichtige aanpak, óf het mogelijk maken van meer of grotere voorzieningen waardoor grotere stappen richting energieneutraliteit kunnen worden gezet. 2. Als Laarbeek innovatieve technologieën (bijvoorbeeld in de warmtetransitie) of windenergie wil stimuleren, zou gekozen kunnen worden voor een meer pro-actieve aanpak waarbij de gemeente bijvoorbeeld projecten initieert of partijen daartoe uitnodigt. Alleen een meer passieve mogelijkheid in het beleid lijkt niet voldoende. 3. Lokaal beleid energietransitie zou breder moeten zijn dan alleen grootschalige opwek. Thema’s als besparing, gedragsverandering, particuliere opwek, verduurzaming van bedrijven, de warmtetransitie, maar ook energieopslag en -transport zouden samen een geheel moeten vormen waarvan grootschalige opwek deel uitmaakt. 4. Een beleidsactualisatie zou opnieuw moeten aansluiten bij overkoepelend beleid zoals lande-lijk en regionaal energiebeleid, en breder ruimtelijk beleid binnen de gemeente.
Op die manier wordt duidelijkheid en consistentie gecreëerd. 2. Beoordelingsproces aanvragen (zon) Inhoudelijk zijn er alleen aanvragen behandeld voor zonneparken. Er kwamen in de afgelopen jaren zo’n dertig aanvragen, verzoeken voor vooroverleg en verzoeken om informatie binnen. Hiervan zijn er 11 inhoudelijk beoordeeld, door een commissie van interne (ambtelijke) en externe experts. De overige aanvragen waren daarvoor nog niet voldoende uitgewerkt. Alle vragen zijn uiteraard beantwoord en er zijn vooroverleggen gevoerd met meerdere initiatiefnemers. De doorlooptijd van aanvragen varieerde sterk, zowel door beschikbare informatie van de initiatiefnemers als door de be-schikbare capaciteit binnen de gemeente en van externe betrokken partijen (zie hieronder). Omdat de gemeente nog weinig expertise bezat op het gebied van participatie in zonneparken is voor de inhoudelijke beoordeling een expert van de provincie gevraagd om mee te denken, dhr. Van Boxtel. Hij ondersteunde ook de RES-regio op dit onderwerp. Voor expertise op het gebied van tech-nische aspecten, participatie en juridische stukken (anterieure overeenkomst en samenwerkingsovereenkomst) is bureau Driven By Values ingeschakeld. Ten slotte heeft de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant de procedure uitgebreide omgevingsvergunning begeleid en advocatenkantoor AKD geadviseerd bij zienswijze- en beroepsprocedures.