CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek deel 1 Ruimtelijke onderbouwing tankstation Bosscheweg BD

Raadsvergadering 12 juni 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H Voorstel tot vaststelling van Verklaring van geen bedenkingen Tankstation Bosscheweg26.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

*** (variant begeleiding) ▼ Besluit ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo(door de bevoegde overheid op basis van resultaten) gie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen ▼ ▼ vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardeOpgraven*** Beschermen ring. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Verwijderen van de arBescherming van de met bouwkundige voorwaarden). cheologische resten archeologie door door archeologen planaanpassing (variant begeleiding) * Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Bijlage 6.

Planontwerp

Bijlage 7.

Boorstaten

Boring:

1

Boring:

X:171121,00 Y:395731,00 0

2

X:171131,00 Y:395766,00

13,3m +NAP

0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, bouwvoor

0

13,4m +NAP

0

30 40

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, gevlekt Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, C-horizont

40

50

55

100

120

Boring:

90

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, gevlekt Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, C-horizont

100

3

Boring:

X:171091,00 Y:395758,00 0

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker geelbruin, gevlekt Zand, matig fijn, zwak siltig, matig gleyhoudend, beige, C-horizont

90 100

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, AP-horizont, bouwvoor

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont

0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin

4

X:171101,00 Y:395790,00

13,5m +NAP

0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin

0

13,4m +NAP

35

35

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker geelbruin, gevlekt, brokken klei

50

50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsbruin, gevlekt Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, lichtgrijs gevlekt, opgebracht?

95

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend, beige, C-horizont

95 105

100

120

Boring:

5

Boring:

X:171067,00 Y:395805,00 0

13,3m +NAP

120

Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, C-horizont

0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, bouwvoor

6

X:171127,00 Y:395810,00 0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, bouwvoor

0

40

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigebruin, gevlekt

55

13,4m +NAP

40

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker geelbruin, Lichtgrijs gevlekt Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk gleyhoudend, licht oranjebruin, gevlekt

Zand, matig fijn, matig siltig, donker grijsbruin, gevlekt

50

90

100

110

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig gleyhoudend, lichtgrijs, C-horizont

100

100 110

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigebruin, gevlekt Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, bruine vlekken, C-horizont

150

150

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig Klei, matig zandig

geen geur

zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur

olie geen olie-water reactie

zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie uiterste olie-water reactie

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

p. i. d. -waarde >0 >1 > 10 > 100 > 1000 > 10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters

zand

Klei, sterk zandig Zand, kleiïg Zand, zwak siltig

leem

geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib water

©, ns milieu

expertise

Quickscan flora en fauna

N279-Bosscheweg

te

Beek

en

Donk

zinnig!

Quickscan

flora

en

N279-Bosscheweg en

fauna

te

Beek

Donk

Opdrachtgever Energy Group

Vissers

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Auteur B.V.

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Adviesbureau Geofoxx Jules

Verneweg

Postbus

21-15

(geanonimiseerd) Tieeure 013-458

21

61

Status Versie

3

Datum 10

juni 2024 Projectnummer 20240408/IFRE Documentkenmerk 20240408

Vrijgave

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

2205

a3RAP

(geanonimiseerd)

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1. 1 Kwaliteitsborging

1 1

2

Resultaten vooronderzoek 2. 1 Locatiebeschrijving 2. 2 Ontwikkeling/activiteiten 2. 3 Invloedsfeer activiteiten

2 2 2 3

3

Wettelijk kader 3. 1 Omgevingswet 3. 1. 1 Algemene zorgplicht 3. 1. 2 Specifieke zorgplicht 3. 2 Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant

5 5 5 5 7

4

Werkzaamheden, resultaten en interpretatie 4. 1 Werkzaamheden 4. 2 Bureaustudie gebiedsbescherming 4. 3 Bureaustudie en veldinspectie beschermde soorten

8 8 8 9

5

Licht 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4

15 15 16 17 18

6

Bijlagen 1 2 3 4 5

Licht & vleermuizen Achtergrondwaarden lichtemissie Verlichtingsplan Amberkleurig licht

Conclusies en aanbevelingen 6. 1 Conclusies 6. 2 Aanbevelingen 6. 3 Vervolg

19 19 20 20

Foto’s Schadelijke handelingen Vrijstellingen soorten provincie Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten Verlichtingsplan ESSO Beek en Donk

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

- / -

4e,

Quickscan

flora

fauna

en

N279-Bosscheweg

1 In

Beek

te

en

Donk

Inleiding opdracht van Vissers Energy Group B.V. quickscan flora en fauna uitgevoerd op

een

heeft de

als onafhankelijk adviesbureau’, N279-Bosscheweg te Beek en Donk.

Geofoxx,

locatie

De

aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt gevormd door de geplande nieuwbouw op het terrein en daarvoor benodigde werkzaamheden. Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de huidige natuurwetgeving, is een quickscan flora en fauna noodzakelijk. Het

doel

het

van

kwetsbare

onderzoek en/of

soorten

randvoorwaarden

die

is

inzicht

om

beschermde

hiermee

te

flora

verkrijgen

in de

fauna

de

en

verband

houden.

onderzoek

wordt

beoordeeld

locatie

voortoets

noodzakelijk is. Ook aanwezig zijn en of een

nodig

en

Tevens

mogelijk negatieve eventuele

risico’s

effecten

op

en

wordt

bepaald of nader ecologisch natuurgebieden nabij de effecten van de ontwikkeling hierop

of beschermde is

om

nader te onderbouwen. Aan

de orde

van

de verzamelde

1.1

komen:

het vooronderzoek gegevens

en

de

(literatuurstudie), de veldinspectie, de interpretatie

conclusies

en

aanbevelingen.

Kwaliteitsborging

Geofoxx

is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens hun gedragscode. De personen die de werkzaamheden hebben uitgevoerd en/of verwerkt, zijn allen door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen verrichte werkzaamheden. Onderhevige onderzoek is, zolang er geen ecologisch relevante veranderingen hebben plaatsgevonden, twee tot drie jaar geldig. Een

quiekscan

instantie

gaat

flora om

en

een

kan

het

verkenning

fauna

van

hele

jaar door worden uitgevoerd omdat het in eerste geschikte biotopen voor beschermde soorten in het

plangebied.

(geanonimiserd)

1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Geofoxx onder

nr.

is

een

handelsnaam

(geanonimiseerd) Op ____} zijn

voorwaarden

te

alle

vinden

op

van

niet uit de

Geofox-Lexmond

opdrachten

zijn

de

bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze

geofoxx.nl. 1/21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

2

Resultaten

vooronderzoek

2. 1

Locatiebeschrijving

De onderzoekslocatie (± 1,3 ha) ligt langs de N279-Bosscheweg op circa 1,5 kilometer ten noordwesten van de kern van Beek en Donk. Op een afstand van circa 0,6 km ten zuidoosten van de onderzoekslocatie is het bedrijventerrein Bemmer gelegen. De onderzoekslocatie bestaat geheel uit (maïs)akkerland. Ten noorden van het akkerland waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt is de N279 gelegen. Ten oosten van de onderzoekslocatie ligt de Bosscheweg. Ten westen en zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich een dubbele bomenrij en een bosschage met daarachter de Zuid-Willemsvaart. Het akkerland wordt geheel omgeven door een sloot. De locatiegegevens zijn beschreven in tabel 2. 1. De situering van het plangebied is weergegeven in afbeelding 2. 1. De blauwe contour betreft het plangebied. Tabel 2. 1: Locatiegegevens

locatie Straat Gemeente Kadastrale

: : gegevens

:

Oppervlakte locatie Bebouwing

: :

Langs N279, Bosscheweg Laarbeek Beek en Donk, Sectie: F, Nummer: 2497 (gedeeltelijk), 2498 (gedeeltelijk), 2499, 2500 1,3 ha Onbebouwd (weiland)

Afbeelding 2. 1: Luchtfoto. Plangebied ligt binnen de contour. Bron: PDOK.

2. 2

Ontwikkeling/activiteiten

Een ruimtelijke ingreep kan negatieve gevolgen hebben voor de actuele natuurwaarden van het plangebied. In deze quickscan is vooraf bekeken welke effecten op de actuele natuurwaarden optreden. Een ruimtelijke ingreep kan negatieve gevolgen hebben voor de actuele natuurwaarden van het plangebied. In deze quickscan is vooraf bekeken welke effecten op de actuele natuurwaarden optreden als gevolg van de geplande nieuwbouw. De Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

2 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

initiatiefnemer is voornemens een tankstation met bijbehorende winkel (inclusief een aantal zitplaatsen om eten en drinken te nuttigen) te realiseren. Het tankstation wordt voorzien van alternatieve energiebronnen zoals snellaadvoorzieningen voor electra. Verder worden wasgelegenheden gerealiseerd voor personenwagens en wordt de bebouwing voorzien van zonnepanelen op de luifel. De volgende activiteiten worden getoetst aan de omgevingswet: Grondverzet Nieuwbouw 2. 3

Invloedsfeer

activiteiten

Activiteiten kunnen negatieve invloed hebben op beschermde soorten en beschermde natuurgebieden binnen en buiten het onderzoeksgebied. Dit kunnen invloeden zijn van tijdelijke of permanente aard. Dit wordt gezien als de invloedsfeer van de activiteiten. Mogelijke invloeden van tijdelijke aard zijn: Verstoring van rust- en voorplatingsplaatsen door geluid, stof en trillingen; Verstoring van verblijfsplaats door het tijdelijk verwijderen van gemeentelijk groen. Mogelijke invloeden van permanente aard zijn: Het aantasten of vernielen van jaarrond beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/ of jaarrond beschermde nesten; De aantasting van de kwaliteit van het leefgebied met als gevolg het verdwijnen van soorten; -

Het verspreiden

van

invasieve exoten

naar

locaties buiten het plangebied.

Effectbeoordeling Gezien de aard van de werkzaamheden is er geen aanleiding om te veronderstellen dat beschermde soorten en/ of- waarden ver buiten het onderzoeksgebied op een negatieve manier worden beïnvloed. Wel kan aangenomen worden dat eventuele nestbroeders die in bomen nestelen nabij het plangebied verstoord kunnen worden door de bouwwerkzaamheden. Hierdoor zijn de aangrenzende nesten aan het plangebied ook meengenomen in onderhavige naderonderzoek. Aan de hand meegenomen

bovenstaande informatie is een rand rondom het oorspronkelijke plangebied in deze quickscan. Op figuur 2. 2 is het onderzoeksgebied aangeduid.

van

Figuur 2. 2: Luchtfoto. Beoordeling invloedsfeer het onderzoeksgebied is met het zwarte kader aangeduid en het plangebied met het blauwe kader. Onderzoeksgebied ligt binnen de contour. Bron: PDOK. Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

3 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

2. 4

Bekende

onderzoeken

In 2021 heeft Econsultancy een quickscan uitgevoerd (kenmerk: 8943. 003). De conclusie uit dit onderzoek was dat de toe te passen verlichting mogelijk effecten kan hebben op vliegroutes van vleermuizen. De onderzoekslocatie kan als foerageergebied dienen, echter blijven diverse, beter geschikte foerageergebieden in de omgeving beschikbaar. Verder wordt er in dat onderzoek nog opgemerkt dat er mogelijk broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest) aanwezig kunnen zijn op het plangebied. Er is reeds een verlichtingsplan (DIALux, versie 2) opgesteld om na te gaan hoeveel verlichting in de nieuwe situatie aanwezig zal zijn binnen de onderzoekslocatie en ter plaatse van de boomtoppen in het natuurgebied langs de Zuid-Willemsvaart. In hoofdstuk 5 van dit rapport wordt het verlichtingsplan getoetst op de effecten op mogelijk aanwezige vleermuizen langs het Zuid-Willemskanaal. Tevens is het verlichtingsplan toegevoegd als bijlage (bijlage 5).

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

4 / 21

4e,

Quickscan

flora

en

fauna

N279-Bosscheweg

3

Beek

te

en

Donk

Wettelijk

kader

Dit hoofdstuk

geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving vigerende wetgeving. voorgenomen

aanvullingsspoor natuur zorgt voor de integratie van de regelgeving over natuur en (geanonimiseerd) | in de Omgevingswet. De regels van het aanvullingsspoor natuur gaan over:

Het en

fauna -__

-__

-__

De

het

beschermen

en

ontwikkelen

van

natuur,

en

het

behoud

en

herstel

van

de

biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur voor maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid voor het behoud en beheer van waardevolle landschappen. Dit om hun bijdrage aan de biologische diversiteit eultuurhistorische betekenis. En voor maatschappelijke functies.

provincie

is het

bevoegd

Rijk bevoegd

3.1

de

toetsing

activiteit

waarmee

gezag

(geanonimiseerd) en fauna-activiteit®. Bij een het

de

van

voor

en

hun

een Natura 2000-activiteit? en/of grote nationale belangen zijn gemoeid,

van

is

gezag.

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Hiermee is de Wet natuurbescherming 2017 komen te vervallen. Het aanvullingsspoor natuur uit de Omgevingswet voorziet in een wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden.

3.1.1 De

Algemene zorgplicht

Omgevingswet

houdt

in dat

regelt

overheden,

gezonde leefomgeving. zorgplicht niet meer.

3.1.2

in de artikelen 1.6 tot en met 1.8 een algemene zorgplicht. Dit bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en Als er specifieke decentrale of rijksregels zijn, geldt de algemene

Specifieke zorgplicht

Specifieke zorgplichten borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Een specifieke zorgplicht geldt voor specifieke activiteiten voor concreet genoemde belangen. Specifieke zorgplicht in het aanvullingsspoor natuur is opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder artikel 11.6. (gebiedsbescherming), 11.27 {soortbescherming} en 11.116 (houtopstanden). Gebiedsbescherming Natura

2000

In het

aanvullingsspoor natuur uit de Omgevingswet zijn specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzondere natuurwaarden. Het gaat dan voornamelijk om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk of

ig Activiteit, inhoudende het realiseren beheer

van

een

Natura

2000-gebied,

van maar

project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten een

significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. 3 Activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende

Projectnummer

Datum

20240408/IFRE

juni

2024

dieren

of planten.

and NGB

b/21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

bijzonder nationaal natuurgebied. Voorafgaand aan het verrichten van activiteiten in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied of bijzonder nationaal natuurgebied dient kennis te worden genomen over de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. Het uiteindelijke doel van Natura 2000 is het bereiken van de landelijk gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. Verslechterende of significant verstorende gevolgen op de leefgebieden, natuurlijke habitats en habitats van soorten, moet worden voorkomen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met hoge natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Hiermee dragen we bij aan (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De realisatie van natuurdoelen gaat zo veel mogelijk samen met het versterken van de landbouw, de regionale economie en de wateropgaven. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden, waaronder 20 Nationale Parken, gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd, landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, ruim 6 miljoen hectare grote wateren (meren, rivieren, de kustzone van de Noord-, en Waddenzee) en alle Natura 2000 gebieden.

De aanwijzing van het NNN is geregeld in de Omgevingsverordening. De instructieregels voor de aanwijzing, begrenzing en reikwijdte van het NNN zijn opgenomen in artikel 7. 5 en 7. 6 Bkl. Het beschermingsregime is uitgewerkt in art. 7. 8 2 e lid Bkl. Dit betreft een instructieregel voor uitwerking van het beschermingsregime in de Omgevingsverordeningen van provincies. De regels verzekeren dat de kwaliteit en oppervlakte van het NNN niet achteruitgaan, dat de samenhang tussen de gebieden van het NNN wordt behouden en dat, als binnen het NNN activiteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN, deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het NNN behouden blijven. Soortbescherming Voorafgaand aan het verrichten van een activiteit dient na te worden gegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten. Dit dient te worden gedaan op de locatie waar de activiteit wordt verricht en in de directe nabijheid van die locatie. De soortbescherming omvat drie beschermingsregimes met afzonderlijke schadelijke handelingen. De schadelijke handelingen zijn opgenomen in bijlage 2.

1) Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Dit zijn van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de vogelrichtlijn. 2) Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Dit zijn de in het wild levende plant- en diersoorten genoemd in bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn. 3) Beschermingsregime andere soorten Dit zijn dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2. 19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet; en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats.

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

6 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

Houtopstanden In het aanvullingsspoor natuur uit de Omgevingswet is de bescherming geregeld van houtopstanden. De kern wordt gevormd door een herbeplantingsplicht ingeval houtopstanden worden geveld. Het vellen van houtopstanden is beschermd door een algemene meldplicht (artikel 11. 126 Bal) en herbeplantingsplicht (artikel 11. 129 Bal) voor houtopstanden vanaf 10 are of meer of bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de ‘bebouwingscontour houtkap’ (artikel 11. 111 lid 2 Bal).

3. 2

Omgevingsverordening

provincie

Noord-Brabant

Gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het NNB bestaat uit grote en kleine Brabantse natuurgebieden en alle verbindingen hiertussen. Het natuurbeheerplan beschrijft de grenzen van het NNB. Binnen het NNB zijn Natte Natuurparels aangewezen. Dit zijn hydrologisch gevoelige gebieden die vanwege specifieke omstandigheden van bodem en water hoge natuurwaarden vertegenwoordigen. Tevens zijn ecologische verbindingszones aangewezen (EVZ). Binnen de provincie Noord-Brabant is er een externe werking van toepassing. Soortenbescherming In bijlage 3 is een overzicht weergegeven van vrijgestelde soorten per provincie. De lijst komt voort uit de omgevingsverordening van elke provincie. De vrijstelling is geldig onder specifieke voorwaarden. Deze geldt niet altijd voor alle verbodsbepalingen.

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

7 / 21

©)

Quickscan

flora

fauna

en

N279-Bosscheweg

4

te

Beek

Donk

en

Werkzaamheden,

resultaten

en

interpretatie 4.1

Werkzaamheden

Geofoxx

is

aangesloten bij het Netwerk uitgevoerd volgens hun gedragscode. De werkzaamheden

opzichte

de

van

beschermde Daarnaast

soorten

is

omvatten

locatie

een

Groene

Bureaus

(NGB)

werkzaamheden

zijn

waarbij de ligging van natuurgebieden zijn bekende verspreidingsgegevens van

ten

en

de

bureaustudie

is beoordeeld.

Tevens

geraadpleegd.

veldinspectie uitgevoerd om een globale indruk te krijgen van het gebied en de soorten die mogelijk in het gebied voor kunnen komen. Beoordeeld is of de aanwezige habitattypen geschikt zijn voor het voorkomen van beschermde soorten amfibieën, ongewervelden, reptielen, vissen, vogels, zoogdieren (grondgebonden en vleermuizen) en (geanonimiseerd) Ook is gezocht naar sporen van dieren en mogelijke broed-, foerageer- en rustplaatsen. | een

4,2

Bureaustudie

In

4.1

figuur

is

natuurnetwerk

een

gebiedsbescherming

afbeelding

Nederland

opgenomen

in de

omgeving

id

van van

de

Natura 2000-gebieden onderzoeksgebied.

het

erp

en

het

PE

Het Hurkske

(nationaal bos} Bar

bossen en

Beek

Donk

Mariahoutse bossen

Landgoed Eyekenlust

>

2

ï

A=

A

7

Vv

q

ES

Pa

D

A

Figuur 4.1: Kaart met de locatie (in blauw), Natuurnetwerk Nederland (Gearceerd} en de Natura 2000gebieden (geel). De rode cirkel geeft een straal van 5 km en de zwarte cirkel geeft een straal van 1 km Bron:

il aan.

PDOK,

Projectnummer

Datum

20240408/IFRE

juni

2024

nd NGB

8/21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

Binnen een straal van 5 km bevindt zich geen Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde gebied (Strabrechtse heide & Beuven) is circa 14 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie gelegen. Het gebied bestaat uit heidevennen en vennen. Hier komen bijzondere planten- en vogelsoorten voor. Effectbeoordeling en conclusie Gezien de afstanden tussen het onderzoeksgebied en de Natura 2000-gebieden en de beperkte (tijdelijke) werkzaamheden zullen de werkzaamheden op de locatie waarschijnlijk niet tot een negatief effect lijden op deze natuurgebieden. Er is geen sprake van een Natura 2000 activiteit. Vanwege de afstand tot het Natura 2000-gebied is daarnaast geen negatief effect van stikstof op het beschermde natuurgebied te verwachten. Echter kan enkel een stikstofdepositie berekening definitief uitsluitsel hierover geven. Geadviseerd wordt om een stikstofberekening uit te laten voeren. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden verbonden via ecologische verbindingszones. De Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in dit netwerk. In figuur 4. 1 zijn deze gebieden weergegeven. Het kanaal (Zuid-Willemsvaart) circa 30 meter ten westen van de onderzoekslocatie behoort tot het NNN en heeft als natuurbeheertype ‘N04. 02 Zoete Plas’. Ten westen van het kanaal is het NNN-gebied rondom de Goorloop gelegen met als natuurbeheertype ‘N12.

02 Kruidenen faunarijk grasland’, N14. 01 Rivier- en beekbegeleidend bos en ‘N03. 01 Beek en Bron’. Verder zijn enkele gebieden met de volgende beheertypen aanwezig langs de ZuidWillemsvaart: N16. 04 Vochtig bos met productie’, ‘N16. 03 Droog bos met productie’, ‘L01. 02 Houtwal en houtsingel’, N15. 02 Dennen-, eiken- en beukenbos’, ‘N12. 02 Kruidenen faunarijk grasland’, ‘N00. 01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting)’. Het gaat onder andere om Landgoed Eyckenlust ten zuiden van Bemmer, het nationaal bos Het Hurkske ten noorden, de Bar bossen Beek en Donk ten noordwesten en de Mariahoutse bossen ten westen van de onderzoekslocatie (zie Figuur 4. 1). Effectbeoordeling en conclusie De onderzoekslocatie is op een afstand van circa 30 meter van de Zuid-Willemsvaart. In de provincie Noord-Brabant is sprake van externe werking op nabijgelegen NNN/NNB gebied. Aangezien de geplande werkzaamheden een weiland op enige afstand van de watergang betreffen, worden geen negatieve effecten op de kernwaarden van dit gebied verwacht. Bovendien is de onderzoekslocatie nabij de N279 gelegen en vindt binnenvaart op de watergang plaats. Hierdoor is al een bepaalde mate van verstoring in het gebied aanwezig. De werkzaamheden en realisatie van de Esso leiden naar verwachting niet tot significant meer verstoring op het beschermde natuurgebied.

Voor de mogelijke verstoring door de toename in lichtemissie wordt verwezen naar H5.

4. 3

Bureaustudie

en

veldinspectie

beschermde

soorten

Met gebruik van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is gekeken of er binnen een straal van 1 kilometer van het onderzoeksgebied beschermde soorten zijn waargenomen in minstens de afgelopen 5 jaar. Hierbij zijn zowel de beschermde en vaak ook vrijgestelde soorten volgens de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, ‘soorten van nationaal belang’ en rode lijst soorten (flora) meegenomen. In tegenstelling tot de Wet natuurbescherming is in de Omgevingswet de specifieke zorgplicht opgenomen waarin specifiek dieren en planten van de rode lijst soorten worden benoemd. Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF blijkt dat er meerdere rode lijst soorten zijn waargenomen nabij het plangebied. Veel van deze soorten zoals haas, konijn en huismus zijn ook beschermd onder de Omgevingswet Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

9 / 21

4e,

Quickscan

flora

fauna

en

N279-Bosscheweg

worden

en

te

Beek

Donk

en

deze reden

om

plaatsvinden op mogelijk voorkomen

een

al behandeld

akkerland

is

die zich

soorten

van

als beschermde

tijdens

er

de in de

soort.

Omdat

vooral

veldinspectie agrarische omgeving

de

werkzaamheden

aandacht

besteed

het

aan

bevinden.

Veldinspectie De veldinspectie heeft plaatsgevonden op 26 april 2024. Tijdens de inspectie was het licht bewolkt. De inspectie is uitgevoerd in de middag door (geanonimiseerd) werkzaam als GN ecoloog bij Geofoxx. Het gehele plangebied is geïnspecteerd. Aangezien er voor de werkzaamheden geen wijzigingen aan de naastgelegen sloot zijn gepland is er het water niet geïnventariseerd. In onderstaande paragrafen is de informatie uit de bureaustudie en de bevindingen uit de veldinspectie gecombineerd geïnterpreteerd. Enkele foto’s zijn opgenomen in bijlage 1. Aanwezige biotopen Bomen

lage

opgaande begroeiing weiland met voornamelijk Engels raaigras, en zaailingen van mais. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen bomen aanwezig. Wel zijn er ten westen van de onderzoekslocatie diverse volwassen bomen met lage begroeiing aanwezig langs de Willemsvaart. Deze bomen kunnen mogelijk als rust- en/of nestplaats kan fungeren voor diverse vogelsoorten. en

De locatie

en

betreft

een

Watergang Rondom

de

onderzoekslocatie

watervoerende

greppels.

functie.

Ook

zijn

enkele

zullen de

greppels gelegen.

werkzaamheden

geen

Deze

hebben

geen permanent hebben op de zuiden van de

betrekking

De

dichtstbijzijnde watergang is op +/- 30 meter ten gelegen (Zuid Willemsvaart). Deze watergang behoort tot het NNN verbinding van de Maas met de Schelde. Over het kanaal varen schepen, ook grotere schepen met maximaal drie lagen containers.

onderzoekslocatie vormt

een

waaronder

en

Bebouwing Er is geen 180 meter

bebouwing watergang nabij ten

Beschermde

westen

de

locatie, de dichtstbijzijnde bebouwing

de onderzoekslocatie,

van

aan

de

overzijde

van

de

is op

+/-

Bosscheweg.

soorten

Flora Uit

de voorstudie

van

1 kilometer

beschermde

komt van

de

soorten

of

vijf jaar de steenanjer binnen een straal locatie is waargenomen. Tijdens de veldinspectie zijn geen geschikte habitat aangetroffen voor beschermde plantensoorten. naar

dat

voren

in de

laatste

De steenanjer komt met name voor op droge en matig voedselarme zandgrond graslanden (bijvoorbeeld open stroomgebied van beken). Het onderzoeksgebied perceel} beschikt niet over het juiste habitat voor de steenanjer.

in

De voorgenomen

planten.

geen

sprake

van

activiteiten een

flora

leiden

niet tot

een

negatief

effect

op

beschermde

lage (agrarisch

Er is

activiteit.

Amfibieën Uit in

de voorstudie een

groene

straal

van

kikker

komt

naar

1 kilometer

(Onb.)

en

dat

voren

de

in de

locatie

laatste

zijn alpenwatersalamander. van

vijf jaar de volgende

waargenomen;

gewone

beschermde

pad,

bruine

soorten

kikker,

De gewone pad en bruine kikker zijn vrijgesteld van bescherming binnen de provincie NoordBrabant. Hiervoor is wel de zorgplicht nog steeds van toepassing. De soortgroep groene

Projectnummer

Datum

20240408/IFRE

juni

2024

and NGB

10

/ 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

kikkers bestaat uit drie kikkersoorten (meerkikker, bastaardkikker en poelkikker). Van deze soorten is alleen de poelkikker niet vrijgesteld van bescherming in Noord-Brabant. De alpenwatersalamander komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. De soort heeft een voorkeur voor zand-, leem- en lössbodems. Zee- en rivierklei wordt gemeden. Vanwege de afwezigheid van loofbos, heggen en struwelen vormt de onderzoekslocatie niet het juiste habitat voor deze soort. Tijdens de veldinspectie zijn geen amfibieën aangetroffen op de onderzoekslocatie. Doordat wateroppervlakten als beken, poelen, sloten en plassen op de onderzoekslocatie ontbreken zijn voortplantingsmogelijkheden voor amfibieën op de onderzoekslocatie uitgesloten. De sloten rondom de onderzoekslocatie kunnen voortplantingsmogelijkheden bieden aan algemene amfibieënsoorten. Deze sloten zijn echter ongeschikt voor de poelkikker en niet optimaal voor de alpenwatersalamander. De onderzoekslocatie is tevens ongeschikt als landhabitat voor amfibieën en ook schuilgelegenheden ontbreken.

De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op beschermde amfibieën. Wel kunnen mogelijk vrijgestelde soorten aanwezig zijn in de greppels en watergangen nabij het onderzoeksgebied. Broedvogels Voor alle vogelsoorten geldt dat de meest kwetsbare periode het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) betreft voor het bouwen van hun nesten. Deze periode is een richtlijn. Alle broedende vogels zijn beschermd, ook voor of na deze periode. Daarnaast zijn er enkele vogelsoorten per provincie aangewezen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar 64 beschermde soorten in een straal van 1 kilometer zijn waargenomen (tabel 4. 1). Hiervan zijn dertien soorten waargenomen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Zeven van deze soorten zijn ‘categorie V-soorten’. Dit zijn soorten die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of in de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen slechts in sommige gevallen een extra nader onderzoek. Bijvoorbeeld als er geen alternatieve verblijfplaatsen zijn in de omgeving. In dit geval is hier geen sprake van.

Tabel 4. 1: Vogels binnen Bergeend Blauwborst Blauwe kiekendief Boerenzwaluw (Jr. Cat 5) Bontbekplevier Boomvalk (Jr. Cat 4) Bosrietzanger Buizerd (Jr. Cat 4) Dodaars Dwergmeeuw Engelse kwikstaart Fitis Fuut Gele kwikstaart Grasmus Graspieper Grauwe gans Grote lijster Grutto Holenduif

Projectnummer 20240408/IFRE

een

straal van 1 kilometer (bron: NDFF) Kemphaan Kievit Kleine karekiet Kleine plevier Kneu Knobbelzwaan Kraanvogel Krakeend Kramsvogel Kuifeend Meerkoet Merel Oehoe (Jr. Cat 3) Oeverloper Paapje Patrijs Pijlstaart Pimpelmees (Jr. Cat 5) Putter Raaf (Jr. Cat 5)

Datum juni 2024

Roodborsttapuit Scholekster Slobeend Smient Sperwer (Jr. Cat 4) Spotvogel Steltkluut Tapuit (Jr. Cat 5) Tjiftjaf Torenvalk (Jr. Cat 5) Tuinfluiter Tureluur Turkse tortel Veldleeuwerik Velduil Vink Visdief Watersnip Winterkoning Wintertaling

11 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

Huismus (Jr. Cat 2) Huiszwaluw (Jr. Cat 5) Keep

Ransuil (Jr. Cat 4) Rietgors Ringmus

Wulp Zomertaling Zwarte roodstaart (Jr. Cat 5) Zwartkop Noot: jaarrond beschermde nesten zijn d. m. v. Jr. Cat aangeduid gevolgd door het beschermingsniveau.

Op de locatie zijn tijdens de veldinspectie geen vogelsoorten waargenomen. Er is enkel een duivenveer (houtduif) aangetroffen. Buiten het onderzoeksgebied zijn kauwen in de bomen langs de Zuid-Willemsvaart aangetroffen. Er zijn verder geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels en/of uilen een vaste rust- of nestplaats bezetten nabij het onderzoeksgebied. De aanwezigheid van roofvogels kan men vaststellen aan de hand van braakballen, krijtsporen en ruiveren. Deze zijn niet aangetroffen. Ook zal door scheepvaart en wandelroutes in de groenstrook langs de Zuid-Willemsvaart in de huidige situatie al veel verstoring aanwezig zijn ten westen van het plangebied. De onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals kievit en veldleeuwerik. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Deze nesten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Op de onderzoekslocatie zijn geen bomen aanwezig en dus ook geen holtes of grote nesten. Er is geen bebouwing aanwezig binnen de onderzoekslocatie waar gebouwbewonende vogelsoorten zich kunnen vestigen.

Verstoring van soorten met een jaarrond beschermd nest kan op voorhand worden uitgesloten. Als foerageergebied is de locatie wel geschikt voor insectenetende vogels, zoals zwaluwen. Doordat er voldoende foerageergebied in de omgeving van de onderzoekslocatie aanwezig is, is verstoring ten aanzien van essentieel foerageergebied van roofvogels en insectenetende vogels op voorhand uit te sluiten. De bomen buiten het onderzoeksgebied huisvesten mogelijk nesten van diverse vogelsoorten. Echter hebben de werkzaamheden geen invloed op de bomen. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op vogels met jaarrond beschermde nesten. Ongewervelden Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar de kleine parelmoervlinder en het oranje zandoogje binnen een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen. Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie geen beschermde soorten waargenomen. De kleine parelmoervlinder leeft in open pioniervegetatie en schrale, droge, warme graslanden met kale grond. Het oranje zandoogje vliegt vooral bij ruige, kruidenrijke plaatsen in de halfschaduw, vaak in de buurt van struiken, struweel of bos. De locatie beschikt niet over de juiste biotoop of verbindingszone voor deze strikt beschermde ongewervelden. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op strikt beschermde ongewervelden.

Reptielen Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar geen beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen.

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

12 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie geen reptielen waargenomen. Het onderzoeksgebied is ongeschikt voor reptielen door het ontbreken van heide, broeihopen een goede ontwikkelde strooisellaag, ingerotte boomstobben of vegetatie van zeggen of russen. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op strikt beschermde reptielen. Vissen De geplande herontwikkeling van het terrein zal geen watergang of oever beïnvloeden. Rondom de onderzoekslocatie zijn enkele greppels gelegen. Deze greppels hebben geen permanent watervoerende functie. Derhalve is in deze quickscan niet naar de aanwezigheid van vissen gekeken. De lokale ingreep zal geen effect hebben op vissen. Zoogdieren (grondgebonden) Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar de volgende beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen: bever, bunzing, eekhoorn, egel, haas, konijn en wolf. De egel, haas en konijn zijn vrijgesteld van bescherming binnen de provincie Noord-Brabant. Hiervoor is wel de zorgplicht nog steeds van toepassing. De bunzing maakt gebruik van oude holen, houtwallen, steenhopen, ruimtes tussen opslagmateriaal, holle bomen, ruimtes onder boomwortels, hooizolders en schuren.

Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen, of geschikte holen aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door kleine marterachtigen. De onderzoekslocatie is door het ontbreken van reliëf en/of schuilmogelijkheden ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats door dassen. Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving eveneens geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Omdat er geen bomen binnen de onderzoekslocatie zijn gesitueerd, is de locatie niet geschikt als vaste rust- en verblijfplaats van de eekhoorn. Er is geen geschikt habitat aangetroffen voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Wel kunnen mogelijk vrijgestelde soorten (bijvoorbeeld muizen) aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied. Aangezien de locatie begrensd wordt door twee drukke doorgaande wegen (N279 en Bosscheweg) en de Zuid-Willemsvaart ontbreekt een geschikte migratieroute van en naar de onderzoekslocatie. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid niet of nauwelijks tot een negatief effect leiden op grondgebonden zoogdieren. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op strikt beschermde grondgebonden zoogdieren.

Zoogdieren (vleermuizen) Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar in een straal van 1 kilometer van de locatie de geen vleermuizen zijn waargenomen. Op basis van nationale verspreidingsgegevens kunnen de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: baardvleermuis, bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, franjestaart, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, meervleermuis en watervleermuis.

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

13 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en er zijn geen bomen aanwezig, waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen op voorhand uitgesloten zijn. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is ook geen bebouwing aanwezig waardoor beïnvloeding van verblijfplaatsen in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie niet aannemelijk is. Wel is de locatie geschikt als foerageergebied voor soorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, laatvlieger, bosvleermuis, franjestaart, baardvleermuis en rosse vleermuis. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bosschages en weilanden. Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Op de onderzoekslocatie ontbreken dergelijke lijnvormige elementen. De dubbele bomenrij, de bosschage en de Zuid-Willemsvaart ten zuidwesten van de onderzoekslocatie kunnen echter wel als potentiële vliegroute dienen. Er is een lichtplan opgesteld om de mogelijke verstoring op de potentiële vliegroute na te gaan (zie bijlage 5. In hoofdstuk 5 gaan we hier verder op in.

Tijdens de aanleg wordt geadviseerd om geen gebruik te maken van bouwlampen en niet tussen zonsondergang en zonsopgang te werken om de potentiële vliegroutes langs de onderzoekslocatie niet te beïnvloeden. Een uitzondering hierop zijn werkzaamheden tijdens de koude periode (doorgaans van november tot en met februari). Dan zijn vleermuizen in winterslaap en wordt niet verwacht dat eventuele potentiele vliegroutes gebruikt worden. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op verblijfsplaatsen van vleermuizen, mogelijk kan er een negatief effect zijn op de potentiële vliegroute. Het is noodzakelijk om maatregelen daarvoor te treffen. De eventuele effecten en maatregelen zijn toegelicht in hoofdstuk 5. Invasieve exoten Invasieve exoten zijn niet beschermd, maar kunnen voor de opdrachtgever wel een belemmering vormen. Binnen het NDFF zijn géén invasieve exoten* waargenomen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. Wel is de reuzenberenklauw langs de Zuid-Willemsvaart nabij de onderzoekslocatie waargenomen. Tijdens het veldwerk zijn eveneens géén invasieve exoten waargenomen. Binnen een straal van 1 km zijn wel de volgende soorten waargenomen: Aziatische hoornaar, lettersierschildpad, nijlgans en reuzenberenklauw. *Binnen het NDFF systeem is alleen gekeken naar de soorten die staan op de zogenaamde Unielijst (EUexotenverordening 1143/2014).

Opgemerkt dat hier ook diverse soorten niet op staan, zoals de Japanse Duizendknoop.

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

14 / 21

4e,

Quickscan

flora

fauna

en

N279-Bosscheweg

5

Licht

5.1

Licht

De effecten

zijn

&

van

verdelen,

namelijk verblijfplaatsen. zijn

Donk

en

vleermuizen licht op

van

de effecten

Vleermuizen

Beek

te

vleermuizen

verlichting

de

effecten op de

‘s nachts

Vooral

actief

en

Vleermuizen

zijn

rond

en

de soorten

in open

terrein

het

onderwerp

menig studie. In het algemeen categorieën onder te leefgebied, op gedrag en op van

in verschillende

kwaliteit

het

van

en

afhankelijk

die

boven

lichtgevoelig. gevoelig en reageren bijvoorbeeld boomkruinen}

zijn

vleermuizen

op

de

van

in

soort

meer

of mindere

en

boomkruinen

mate

jagen zijn lichtgevoelig maancyclus*. Soorten die in het bos (onder de jagen zijn minder gevoelig voor maanstanden. water

zeer

op de

niet de gehele nacht in gelijke mate actief. De hoogste activiteit vindt plaats ochtendschemering, wanneer de activiteit van insecten het hoogst is. Sterk licht vermijdende soorten zoals de meervleermuis en de watervleermuis mijden ook de schemerperiode en worden vooral actief een uur na de avondschemering? De

avond-

aanwezigheid kan

Het

effect

van

een

de

van

kunstlicht

van

activiteit

kan dus

voor

van

verlichting

bosrand

kan

is

vleermuizen

sommige

afhankelijk

van

groter effect

een

doen

soorten

de

hebben

afnemen

kan

vleermuizen

een

barrière

uitvliegen in de avond tot met bijna een uur vertraagd worden. Wanneer vleermuizen later uitvliegen bestaat de kans dat ze de activiteitenpiek van de prooidieren missen. Soorten die in de open lucht jagen zoals gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis jagen op insecten die vooral actief zijn in de schemering. Deze soorten zullen vooral aangetrokken worden door plekken met een hogere beschikbaarheid aan prooien. Het vermijden van licht speelt bij deze soorten een mindere rol dan bij soorten die in besloten terrein jagen en soorten die op motten jagen zoals gewone grootoorvleermuis. vormen,

en

het

locatie

in het landschap. De directe verlichting vergelijkbare verlichting in open bos en beperkt daarmee de bewegingen en

dan

landschap. Ze versterkt de rand effecten in het het foerageren van licht mijdende soorten? Ook de lichtsterkte en de afstand van de verlichtingsbron tot locaties, de richting van het licht en de aanwezigheid van barrières bepalen samen of negatieve effecten optreden op vleermuizen en in welke mate. De relatief de

dan

lichtintolerante

soort

0,5 lux

meervleermuis

vermijdt

over

20

meter’.

Ook

het

algemeen

over

een

van

van

de

foerageergebieden

watervleermuis

is bekend

met

lengte mijdend is. Als stelregel kan worden aangehouden dat lange verlichte stukken (> 20 meter) waarbij de lichtsterkte groter is dan 0,5 lux, dienen te worden afgeschermd als lichtgevoelige vleermuizen voor kunnen komen. meer

dat

licht

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Philosophical Transactions of the Royal 7

Zie

uitleg

en

documentatie

(geanonimiseerd)

Society B: Biological Sciences.

https://www.vleermuis.net/

op

Projectnummer

Datum

20240408/IFRE

juni

2024

and NGB

15

/ 21

4e,

Quickscan

flora

fauna

en

N279-Bosscheweg

te

B

richtlijnen

NSVV

Beek

Donk

en

De Nederlandse aanzien

Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft richtlijnen uitgegeven voorkoming van lichthinder? In deze richtlijn zijn enkele visuele effecten

van

beschreven

die

de

waarvoor

gehanteerd

lichthinder

kunnen

leiden.

verlichtingssterkte

in

Een

van

deze effecten

punt in

een

relevant

een

is de

directe

lichtinval

oppervlak (E

in lux}

Het

gebied

wordt.

In de

NSVV

direct

ten

richtlijn zijn gebieds-

westen

natuurgebied verlichte

tot

verticale

ten

de

van

periodeafhankelijke

en

onderzoekslocatie

kan

worden

(omgevingszone E1). Langs overige zijden

wegen

en

op

afstand

een

landelijk gebied (omgevingszone

circa

van

200

meter

normen

opgenomen. gekarakteriseerd als

wordt

de

locatie

noorden

ten

lichtinval

In natuur-

en

van

0,1

lux

oosten

door

een

door

richtwaarde

in de

landelijke gebieden

omgeving nagegaan aangedragen voor de

E1

begrensd ten

en

voor geldt nachtperiode. Er wordt opgemerkt dat de genoemde richtlijn betrekking heeft op overlast in de openbare ruimte. Of licht een nadelig effect heeft op een natuurgebied is afhankelijk van het voorkomen van een specifieke soort, de inrichitng van de omgeving en/of het beoogde doel van een gebied. Grenswaarden om lichthinder voor de natuur terug te dringen zijn vrijwel niet precies te geven.

directe

E2). Voor de omgevingszone

een

dienen

naast

de

directe

Bij

het

de

nieuwe

tot

een

maximale

minimum

verlichting

straal

en

te

worden.

Vanuit

ook de

effecten

in de

NSVV

worden

normen

beperkt uitstralingshoek van de verlichting aan de grond (tabel 5.1}. Voor een natuurgebied (E1} en uitgaande van installatiehoogtes van 3 tot 7 meter, bedraagt de norm voor de straal van directe verlichting op locatie 75 tot 175 meter met een uitstralingshoek van <87,7 graden. en

de

bepalen van de effecten in de wijdere omgeving zijn de lichtintensiteit als gevolg van verlichting en de luminantie van de omgeving van belang. Ook de kijkhoek van de waarnemer en de positie van de lichtbronnen spelen en rol bij het bepalen van lichthinder. in het Aangezien gebied mogelijk lichtgevoelige vleermuizen voorkomen is gekeken naar strooilicht ter plaatse van de boomtoppen welke het meest nabij de onderzoekslocatie voorkomen (op een hoogte van 10 meter}. Hiervoor zijn de normen van NSVV (ten opzicht van de ondergrond} niet direct toepasbaar.

Tabel

5.1:

Richtwaarden

verlichtingssterkte

voor

Parameter

Tijdsperiode

Verlichtingssterkte

07:00

Ey

23:00

en

voorkoming

ter

van

lichthinder

Omgevingszone EO

23:00

(Ev) E1

E2

E3

E4

2

5

10

25

ee

0,1

1

2

5

5xh

25

xh

50

x

<

87,7

<

88,9

—

=

—

07:00

Reikwijdte direct

19:00

licht Re

07:00

Grenswaarde

19:00

uitstralingshoek y

07:00

Noot:

5.3

h is hierin de

—

<

—

78,7

h

-

-

lichtpunthoogte tin meter).

Achtergrondwaarden

lichtemissie

onderzoek? blijkt dat de lichtsterkte tijdens een maanloze en onbewolkte nacht rond 0,0012 lux bedraagt. De lichtsterkte tijdens volle maan en heldere hemel bedraagt 0,12 0,25 lux. Uit

tot

(geanonimiseerd) Projectnummer

Datum

20240408/IFRE

juni

2024

and NGB

16

/ 21

4e,

Quickscan

flora

en

fauna

N279-Bosscheweg

Langs

de

is ten

zuidoosten

is

er

N279

in de

Beek

te

en

en

gedeelte

een

de

van

bestaande

Donk

de

Bosscheweg is wegverlichting aanwezig. Daarnaast een bedrijventerrein gelegen (Bemmer). Hierdoor lichtemissie enige op de locatie (figuur 5.1). van

onderzoekslocatie

situatie

al

Lichtemissie

(€-10 Watt/cmzrsteradiaal)

E-:

EB: 12-25 25-50

so -100 HE. oo-zoo HEzoo zoo 400 Bron:

Rijks: en

Figuur

5.1:

5.4

lichtemissie

Advies

nabij de onderzoekslocatie (i-icoon)} op basis

van

RIVM

data

Milieu

(2022)

verlichtingsplan

De Zuid-Willemsvaart

verwachting een essentiële vliegroute. vliegroute gebruik is en welke soorten voorkomen. Ervan uitgaand dat voor licht gevoelige soorten op en nabij (grootoorvleermuis, watervleermuis} nabij de onderzoekslocatie voorkomen, is het wenselijk de uitstraling van het licht naar de boomtoppen zo ver mogelijk te beperken. Hierbij dient de totale lichtuitstraling ten minste beneden 0,5 lux te komen. Daarnaast wordt in navolging van NSVV normen voor (direct) licht een maximum toename van 0,1 lux ter plaatse van naastgelegen natuurgebied aangehouden. en

de

aangrenzende bomenrij

Het is op dit moment de onderzoekslocatie

Naar

aanleiding

uitkomst

bekend

vormt

naar

of de

in

quickscan is het verlichtingsplan (versie 1, d.d. aangepast. berekening in het verlichtingsplan (versie 2} volgt dat ter plaatse van de boomtoppen langs het plangebied, op een hoogte van 10 meter, 0,0 lux directe verlichting en maximaal 0,44 lux aan strooilicht wordt verwacht (tabel 5.1 en figuur van

de

niet

12-12-2023)

5.2}. Deze

deze

van

Uit de

waarde

is onder

de

normen

van

0,1

(NSVV

norm

voor

direct

licht)

en

0,5

lux

(globaal ecologisch

bepaald maximum voor totale lichtemissie in het geval van gevoelige vleermuissoorten) waarbij er maatregelen getroffen dienen te worden voor zeer lichtgevoelige vleermuissoorten. Opgemerkt wordt dat de lichtemissie ter plaatse van de Zuid-Willemsvaart (NNN-gebied) verder van de locatie is gelegen dan de boomtoppen waarvoor

de

aangehouden Tabel Nr in

5.1:

lichtemissie de

voor

overzicht

tekening

is

berekend.

Het maximum

potentiële vliegroute lichtemissie

in

boven

het

0,44 lux wordt

van

Horizontale

Cilindrische

verlichtingssterkte (lx)

verlichtingssterkte (lx}

10

0,0

0,44

CP2

10

0,0

0,33

CIS)

10

0,0

0,41

CP4

10

0,0

0,04

2005.

Belvédère

worst-case

boomtoppen langs plangebied

Hoogte (m}

CP1

(geanonimiseerd) J.W.

als

Zuid-Willemskanaal.

Oude

Rijn: Meervleermuizen

en

verlichting. Royal Haskoning

Nederland

Bv, Rotterdam, The Netherlands.

Projectnummer

Datum

20240408/IFRE

juni

2024

and NGB

17/21

©,

Quickscan

flora

fauna

en

N279-Bosscheweg

Beek

te

en

Donk

XX

CP1

6 Th

CP2

EBT

CP3

CP4

Figuur

5.2:

locatie

Indien verdere

berekende

lichtemissie

mogelijkheden

7

(DlALux, versie 2}

lichtuitstraling richting de Zuidalgemeen bestaan de of dimbare lampen. Ook zijn amberkleurig licht vleermuisvriendelijke opties.

Willemsvaart

voor

het

beperken

van

zich voordoen, heeft dit de voorkeur. In het mogelijkheden uit het gebruik van minder felle verlichting

afscherming

5.5 Uit

Amberkleurig onderzoek

vleermuizen neemt

de

jagende

gebleken dat bij rood vastgesteld vergeleken

rood

van

en

een

vleermuizen

dan

(geanonimiseerd) B

licht

is

is

activiteit

eomponent

10

en

licht

een

met

de

vleermuizen

sterk

beetje geel.

Daarom

wit of groen

af.

vergelijkbare foerageeractiviteit van bij duisternis'®. Bij wit of groen licht Amberkleurig licht bevat een relatief grote is amberkleurig licht minder verstorend op activiteit

licht.

e=. 2017

Projectnummer

Datum

20240408/IFRE

juni

2024

and NGB

18

/ 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

6

Conclusies

en

aanbevelingen

In opdracht van Vissers Energy Group B. V. heeft Geofoxx een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie N279-Bosscheweg te Beek en Donk. De aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt gevormd door de geplande nieuwbouw op het terrein en daarvoor benodigde werkzaamheden. Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de huidige natuurwetgeving, is een quickscan flora en fauna noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de mogelijk negatieve effecten op kwetsbare soorten en/of beschermde flora en fauna en de eventuele risico’s en randvoorwaarden die hiermee verband houden. Tevens wordt bepaald of nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Ook wordt beoordeeld of beschermde natuurgebieden nabij de locatie aanwezig zijn en of een voortoets nodig is om effecten van de ontwikkeling hierop nader te onderbouwen. De conclusies van dit onderzoek zijn samengevat in navolgende paragraaf. In paragraaf 6. 2 zijn aanbevelingen opgenomen (navolgende pagina). In paragraaf 6. 3 is vervolg advies opgenomen met daarin enkele praktische adviezen.

6. 1

Conclusies

Onderwerp Gebiedsbescherming

Resultaat Natura2000 NNN

Flora Amfibieën

Ongewervelden

Reptielen Vissen Vogels

Zoogdieren (grondgebonden)

en

interpretatie

De stikstof uitstoot kan een effect hebben op de nabijgelegen natuurgebieden. Op circa 30 meter ten westen van de locatie. Werkzaamheden mogelijk van invloed. Geen beschermde flora aanwezig op de locatie. Voor algemene soorten geschikt. Beschermde soorten worden hier niet verwacht. Locatie niet geschikt als standplaats voor beschermde ongewervelden. Locatie niet geschikt als standplaats voor beschermde reptielen. Geen water aanwezig. Locatie niet geschikt voor beschermde vissoorten. Op de locatie zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Locatie vormt een nietessentieel foerageergebied voor insectenetende vogels Mogelijkheden voor muizen. Werkzaamheden niet van invloed op deze

Schadelijke handelingen Mogelijk stikstof neerslag in N2000 gebieden

Conclusie

Indirecte verstoring (geluid, licht) mogelijk.

Maatregelen nemen om verstoring te voorkomen.

Laat een stikstofdepositie onderzoek uitvoeren

-

Geen nader onderzoek nodig.

-

Geen nader onderzoek nodig. Zorgplicht in acht houden.

-

Geen nader onderzoek nodig.

-

Geen nader onderzoek nodig.

-

Geen nader onderzoek nodig.

Mogelijk verstoring van broedvogels in de bomen ten westen van de onderzoekslocatie.

Geen nader onderzoek nodig. Aanbevolen wordt om buiten het broedseizoen te werken.

-

Geen nader onderzoek nodig. Zorgplicht in acht houden.

Verstoring vliegroute door

Geen nader onderzoek nodig. Na aanpassing van het lichtplan

soorten.

Zoogdieren (vleermuizen)

Projectnummer 20240408/IFRE

Locatie is niet geschikt als rust- en schuilplaats Datum juni 2024

19 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

vleermuizen. Locatie geschikt als nietessentieel foerageergebied voor meerdere soorten. Geen essentieel foerageergebied of vliegroute gaat verloren op locatie. Wel is sprake van een toename in de lichtemissie. voor

6. 2

toename

lichtemissie.

voldoet de lichtemissie aan de gevoeligheidsnorm voor vleermuizen.

Aanbevelingen

Natura 2000-gebieden De uitvoer van een stikstofdepositie onderzoek is noodzakelijk om volledig uit te sluiten dat er geen stikstofdepositie plaatsvind bij de nabijgelegen natura 2000-gebieden. NNN In verband met de aanwezigheid van de NNN op korte afstand van de te slopen panden en te realiseren woning wordt aanbevolen om tijdens de werkzaamheden afdoende rekening te houden met de aanwezigheid van NNN. Enkele aandachtspunten daarbij zijn: voorkomen van nachtelijk gebruik van bouwlampen; voorkomen van grote verstoring (bijvoorbeeld heien) in het broedseizoen; voorkomen van verstoring door rekening houden met aan- en afvoerroutes; voorkomen van beschadiging van beschermde elementen zoals houtwallen binnen NNN. Broedseizoen Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van broedvogels wordt grotendeels voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn (en geen jaarrond beschermde nesten), is overtreding van de wet niet aan de orde. Als de werkzaamheden toch tijdens deze periode uitgevoerd moeten worden dan kan een ecoloog kort van tevoren een broedvogelinspectie uitvoeren. Indien er geen nesten waargenomen worden tijdens deze inspectie kunnen de werkzaamheden daarna uitgevoerd worden.

Specifieke zorgplicht De aanwezigheid van niet strikt beschermde soorten of vrijgestelde soorten, zoals muizen, valt niet uit te sluiten. Voor deze soorten geldt een specifieke zorgplicht waarin aangegeven wordt dat ze niet opzettelijk gedood mogen worden. Om de schade te minimaliseren voor deze soorten wordt aangeraden om de locatie niet volledig af te sluiten tijdens de werkzaamheden. Dit zodat soorten de kans krijgen om via een uitvluchtroute te ontsnappen en niet omsingeld raken.

6. 3

Vervolg

Braakliggen Bij het braakliggen van de locatie is er kans dat beschermde flora en fauna zoals kleine wolfsmelk en de rugstreeppad zich vestigen op de locatie. Geadviseerd wordt de locatie intensief te gebruiken (beheren) tot aan de bouw. Tevens wordt geadviseerd om te voorkomen dat er tijdens de ontwikkeling/bouw poeltjes ontstaan op de locatie in het voortplantingsseizoen (april-augustus). Anders moet gewacht worden met verstorende werkzaamheden tot na het voortplantingsseizoen.

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

20 / 21

Quickscan flora en fauna N279-Bosscheweg te Beek en Donk

Natuur-inclusief bouwen De planontwikkeling biedt mogelijkheid tot natuur-inclusief bouwen. Er kunnen diverse inheemse akkerkruiden en vruchtdragende struiken worden gerealiseerd langs de perceelranden om meerwaarde voor vogels en insecten te creëren. Ook kan er doelgericht worden gekeken naar biotoopverbetering binnen het onderzoeksgebied voor kritische soorten die in de directe omgeving van het onderzoeksgebied voorkomen.

Projectnummer 20240408/IFRE

Datum juni 2024

21 / 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=49dc6cdd-d39b-4be2-8fa1-3eb982eccbf5