Bijlagenboek deel 1 Ruimtelijke onderbouwing tankstation Bosscheweg BD
Tekst van het document
Projectberekening Dit
document
geeft
rekenresultaten
Calculator.
De
overlappen
aangewezen
met
zijn
in
nog
de
is
uitgevoerd
en/of
het
de
kader
van
gekoppeld
onbekend
maar
sprake
van
situatie
voor
mogelijk
een
invoer
met
en
AERIUS
binnen
-gebieden,
habitattypen
tevens
is
van
Projectberekening
Natura
natuurbescherming,
of
overzicht
een
berekening
stikstofgevoelige
die
een
van
op
rekenpunten
leefgebieden
die
Wet
aan
een
wel
relevant,
overbelaste
of
aangewezen
bijna
en
soort,
waar
overbelaste
stikstof.
Overzicht
Samenvatting
situaties
Resultaten
Detailgegevens
per
emissiebron
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.
aerius. nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens
RechtspersoonBeusmans
&
InrichtingslocatieBosscheweg
SX
Jansen
(ong. )
Beek
en
,
Donk
Activiteit
OmschrijvingRealisatie
tankstation
Bosscheweg
(ong.
) te
Beek
en
Donk
ToelichtingRealisatie
tankstation
Bosscheweg
(ong.
) te
Beek
en
Donk
Berekening
AERIUS
Datum
kenmerkRoDTxXNh
berekening
Rekencon
Totale
tankstation
shop
en
wasboxen
- Beoogd
tankstation
met
shop
en
wasboxen
- Beoogd-
Gekarteerd
oppervlak
met
toename
Gekarteerd
oppervlak
met
afname
Hoogste
Resultaten
,
NH₃
kg/j
Emissie
,
NOₓ
kg/j
bijdrageHexagonGebied
(ha)-
(ha)-
Grootste
toename-
Grootste
afname-
RoDTxXNh5nJN (18 december 2023)
:
RekenjaarEmissie
met
Realisatie
,
guratieWnb-rekengrid
emissie
Realisatie
nJN
december
2/7
Projectberekening
Realisatie
tankstation
met
shop
en
wasboxen
(Beoogd),
rekenjaar
Emissie
Emissiebronnen
Mobiele
werktuigen
|
Bouw,
Industrie
en
Delfsto
enwinning
NH₃
Emissie
g/j
,
kg/j
g/j
,
kg/j
kg/j
,
kg/j
NOₓ
| ,
Bouwwerkzaamheden
Anders. . . |
Anders. . .
| Bouwverkeer
op
locatie
Verkeersnetwerk
RoDTxXNh5nJN (18 december 2023)
,
,
3/7
Projectberekening
Hoogste
af-
en
toename
op
(bijna)
overbelaste
stikstofgevoelige
Natura
gebieden.
m
Grootste
toename
Grootste
afname
Hoogste
totaal
(projectberekening)
Habitatrichtlijn
Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn,
Niet
(projectberekening)
Habitatrichtlijn
(achtergrond
+
bepaald projectberekening)
De
letters
beoogde
bij
de
situatie
RoDTxXNh5nJN (18 december 2023)
bronlabels
(B),
op
de
kaart
referentiesituatie
geven
(R)
bij
en/of
welke
type
situaties
salderingssituatie
de
bronnen
horen:
(S).
4/7
Projectberekening
Resultaten
tankstation
stikstofgevoelige
met
Berekend
shop
en
Natura
wasboxen
(haHoogste
gekarteerd)depositie
totaleMet
(mol(ha
gebieden
"
(Beoogd)
incl.
situatie
saldering
toenameGrootsteMet
gekarteerd)toename
"
Realisatie
e/o
afname
referentie
(haGrootste
(molgekarteerd)(mol
afname
N/ha/jr)
N/ha/jr)N/ha/jr)
Totaal------
RoDTxXNh5nJN (18 december 2023)
5/7
Projectberekening
Realisatie
tankstation
Mobiele
met
shop
werktuigen
|
en
wasboxen,
Bouw,
Industrie
Rekenjaar
en
Delfsto
enwinning
NaamBouwwerkzaamhedenNOₓ
LocatieX: Y:
Oppervlakte
,
,
NH₃
kg/j
,
g/j
,
,
ha
NaamStageklasseBrandstof
-DraaiurenAdBlueStofEmissie
verbruikverbruik
GraafmachineStage-IIIB,
SCR:
-
,
-
kW,
diesel,
l/j
u/jNOₓ
-
,
-
kW,
diesel,
l/j
u/jNOₓ
,
kg/j
nee
NH₃ MobieleStage-IIIB,
kraanSCR:
,
g/j
,
neekg/j
NH₃ BetonwagenStage-IIIB,
SCR:
-
,
-
kW,
diesel,
,
g/j
u/jNOₓ
l/j
,
neekg/j
NH₃ ShovelStage-V,
> =
, > =
kW,
diesel,
SCR:
u/jNOₓ
l/j
,
,
g/j
kg/j
nee
NH₃
Wegverkeer
|
,
g/j
,
kg/j
,
kg/j
,
kg/j
Weg
NaamBouwverkeerLinksRechtsNOₓ LocatieX:
,
Lengte
.
Y:
,
Type
scherm--NO₂
mHoogte--NH₃
,
WegtypeBuitenwegAfstand
RijrichtingBeide
tot
de
weg--
richtingen
Tunnelfactor
Type
hoogteliggingNormaal
Weghoogte
t. o. v.
maaiveld
m
VerkeerMax.
Licht
snelheidAantal
verkeerVoorgeschreven
Middelzwaar
Zwaar
vrachtverkeerVoorgeschreven
vrachtverkeerVoorgeschreven
BusverkeerVoorgeschreven
Anders.
. .
|
Anders.
factoren
factoren
factoren
factoren
opUittreedhoogte
locatieWarmteinhoud
Y:
van
,
%
,
/jaar
/jaar
/jaar
,
%
,
%
,
%
mNOₓ
,
,
MWNH₃
,
kg/j
,
g/j
,
,
m
ventilatieNiet
Temporele
,
le
,
,
Lengte
Wijze
.
voertuigbewegingenIn
/jaar
. .
NaamBouwverkeer
LocatieX:
,
geforceerd
variatieContinue
Emissie
Disclaimer
Hoewel
verstrekte
kunnen
er
geen
rechten
aansprakelijkheid
Bovenstaande
is.
AERIUS
verleend,
is
zijn
RoDTxXNh5nJN (18 december 2023)
gegevens
voor
gegevens
een
aan
de
kunnen
dienen
worden
ontleend.
inhoud
zijn
enkel
geregistreerd
van
de
ter
door
bruikbaar
handelsmerk
onderbouwing
De
eigenaar
de
gebruiker
tot
in
er
een
Europa.
van
een
vergunningaanvraag,
AERIUS
aanvaardt
aangeboden
nieuwe
Alle
van
versie
rechten
van
die
geen
informatie.
AERIUS
niet
beschikbaar
expliciet
worden
voorbehouden.
6/7
Projectberekening
Rekenbasis
Deze
berekening
AERIUS
Database
Voor
is
tot
stand
versie
meer
versie
informatie
https://www.
RoDTxXNh5nJN (18 december 2023)
over
de
gekomen
op
.
_
.
_
gebruikte
basis
van
_
ea
e
methodiek
ea
e
_calculator_nl_stable
en
data
zie:
aerius. nl/
7/7
RAPPORTAGE
bureauonderzoek
en
verkennend booronderzoek
N279-Bosscheweg te Beek en Donk, in de gemeente Laarbeek
Econsultancy”
Rapport bureauonderzoek
en
verkennend
N279-Bosscheweg,
en
Donk
te Beek
Opdrachtgever
Vissers
booronderzoek
in de gemeente
Laarbeek
Energy Group
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Rapportnummer
8943.006
Versienummer!
1
Datum
15
Opsteller?
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN (geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | | |
Kwaliteitscontrole
1
Versie 1
betreft
een
rapport
waarvan
geen
juni
2023
beoordeling van de bevoegde overheid
is
ontvangen, bij versie 2
is het
rapport wel beoordeeld
door de bevoegde overheid. ?
In
AVG onze
rapportages wordt
niet
gewerkt
met
handtekeningen en/of parafen. Conform protocol
en
eisen uit
het kwaliteitssysteem
rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
aan
wordt het
derden, bijlagen
met
Econsultancy Archeologisch Rapport
KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.
Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)
Econsultancy Archeologisch Rapport
INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1
INLEIDING
2
BUREAUONDERZOEK 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 6 2. 7 2. 8 2. 9
3
.. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
Doelstelling en onderzoeksvragen Methoden Afbakening en huidige situatie van het plangebied Toekomstige situatie Aardwetenschappelijke gegevens Archeologische waarden Beschrijving van het historische gebruik Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Conclusie bureauonderzoek
BRONNEN KAARTEN BIJLAGEN
1
1 1 2 4 4 8 14 16 19
. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
Doelstelling en onderzoeksvragen Methoden Resultaten Conclusie veldonderzoek
20
. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
20 20 21 22
. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
22
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
CONCLUSIE EN ADVIES
LITERATUUR
1
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4
4
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
sb
Econsultancy
TABELLEN
Tabel 2.1
Aardwetenschappelijke
Tabel 2.2
Grondwatertrappenindeling
Tabel 2.3
Geraadpleegd
Tabel 2.4
Gespecificeerde archeologische verwachting
Tabel 3.1
Hoofdlijn bodemopbouw
gegevens
plangebied
historisch kaartmateriaal
FIGUREN
Figuur
1.1.
ASK rood
van
het
omgreppeld
is een fictieve
nederzettingsterrein. Onduidelijk
is of
er
een
huisplattegrond weergeven) (bron: | (geanonimiseerd) 2006.)
KAARTEN
aart
1.
Het
plangebied
op de
aart
2.
Het
plangebied
op de kadastrale kaart
topografische
kaart
(1:25.000)
aart
3.
Het
plangebied
op
aart
4.
Het
plangebied
op de
aart
5.
Het
plangebied
op
aart
6.
Het
plangebied
op het actueel
aart
7.
Het
plangebied
op de bodemkaart
aart
8.
Archeologische
aart
9.
Het
plangebied
op de minuutkaart
aart
11.
Het
plangebied
op de militaire
aart
12.
Het
plangebied
op de
topografische
kaart uit 1953
aart
13.
Het
plangebied
op de
topografische
kaart uit 1973
aart
14.
Het
plangebied
op de
topografische
kaart uit 1991
aart
15.
Boorpuntenkaart
luchtfoto uit 2022
een
gemeentelijke beleidskaart de Geomorfologische kaart 1: 50.000
waarden
en
1.
Overzicht
geologische
Bijlage
2.
Onderzoeksmeldingen
Bijlage
3.
Vondstmeldingen
Bijlage
4.
Bewoningsgeschiedenis
Bijlage
5.
AMZ-cyclus
Bijlage
6.
Planontwerp
Bijlage
7.
Boorstaten
en
onderzoeken
rondom
topografische
het
Nederland
plangebied
kaart uit 1912
archeologische tijdvakken
van
Nederland
hoogtebestand (AHN3)
BIJLAGEN
Bijlage
van
huis
aanwezig
was
(in
het
En
Econsultancy
ADMINISTRATIEVE
GEGEVENS
PLANGEBIED
Projectcode
8943.006
Opdrachtgever
Vissers
Toponiem
N279-Bosscheweg
Plaats
Beek
Gemeente
Laarbeek
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale
Energy Group
en
Donk
gegevens
Gemeente
Beek, sectie F‚ nummers
Omvang plangebied
circa 7.075
m?
Kaartblad
51
F
X:
171.105
Centrumcoördinaten
Archeoregio
(X/Y)
NOaA
2498
(ged.) en 2499 (ged)
(1:25.000) /Y:
395.776
Brabants zandgebied
Bevoegde overheid
Gemeente
Laarbeek
Koppelstraat
EN
(geanonimiseerd) geek
T.:0492
37
EE
en
ponk
en
Donk
469
700
(geanonimiseerd) me
laarbeek.nl
Postbus 190
(geanonimiseerd) Beek | Deskundige
namens
de bevoegde overheid
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
T: 088-3690638
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) el
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) eszon.nl Be
Contactpersoon: EE
Postbus 8035
(geanonimiseerd) B Eindhoven Uitvoeringsperiode bureau-
en
booronderzoek
Juni 2019
Actualisatie bureauonderzoek
Juni 2023
Uitvoerders
(geanonimiseerd) MA Econsultancy, |
Onderzoeksmelding ARCHIS3
4714616100
Beheer
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
en
plaats documentatie
en
en
dr.
(geanonimiseerd) |
4714624100
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Vissers Energy Group in juni 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. In juni 2023 heeft er een actualisatie van het bureauonderzoek plaatsgevonden. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 7. 075 m 2 en is gelegen aan de N279-Bosscheweg te Beek en Donk in de gemeente Laarbeek. In het plangebied zal een tankstation worden gerealiseerd. Hierbij wordt 610 m 2 bebouwd, de diepte van de verstoring is vooralsnog onbekend. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is.
Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Er geldt een hoge verwachting voor het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en een lage verwachting voor het aantreffen voor nederzettingen uit het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Waarschijnlijk werd het gebied als akkerland of voor veeteelt gebruikt, waardoor er off-site fenomenen aanwezig kunnen zijn. Hiervoor geldt een middelhoge verwachting. Op basis van de historische kaarten geldt er een lage verwachting voor het aantreffen van bewoningssporen uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd.
Op de kaarten zijn enkele perceelsgrenzen in de vorm van greppels/sloten te zien. Er geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van off-site fenomenen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase (IVOoverig), is vastgesteld dat beneden een bouwvoor van 30 à 40 cm dik in het zuiden van het plangebied holocene beekzanden aanwezig zijn, en in centrale en noordelijke deel van het plangebied opgebrachte en/of geroerde zandlagen tot een diepte van circa 90 à 110 cm -mv op dekzand (C-horizont). Er zijn sterke aanwijzingen dat het
8943. 006 versie 1
plangebied ligt in een relatief laag en nat gedeelte van het lokale dekzandgebied, dat in het verleden minder geschikt is geweest voor bewoning. Daarnaast blijkt het terrein ter plekke van het plangebied in recente tijden geëgaliseerd te zijn voor landbouwkundige doeleinden. Hierbij is een moerassige laagte in het centrale en westelijke deel van het plangebied opgevuld en de natuurlijk aanwezige nauwelijks tot niet doorlatende kleilaag gebroken. Als zodanig hebben bodemverstorende activiteiten plaatsgevonden in het plangebied, hetgeen mogelijk het ontbreken van hoge zwarte enkeerdgronden en intacte podzolprofielen in de top van het dekzand verklaart. Conclusie Op basis van de gecombineerde resultaten van het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek kan de verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden uit alle perioden naar laag worden gesteld, inclusief de mogelijke aanwezigheid van off-site fenomenen. Het plangebied lijkt door de tijd heen geen geschikte locatie geweest te zijn voor bewoning. Daarnaast zijn er duidelijke aanwijzingen dat de bodemopbouw in recente tijden aanzienlijk is verstoord als gevolg van egalisatiewerkzaamheden en verbetering drainage. Advies Op grond van de onderzoeksresultaten adviseert Econsultancy de Archeologische Monumentenzorg-cyclus.
om
het plangebied vrij te geven in deze fase van
Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Laarbeek), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Laarbeek wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5. 10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen, moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c. q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Laarbeek op de hoogte te stellen.
8943. 006 versie 1
En
Econsultancy
1
INLEIDING
Econsultancy
heeft
plangebied
de
mens
om
derdeel
de
de
en
Vissers
van
N279-Bosscheweg
Energy Group
in Beek
te
maken,
archeologisch
een
Donk, gemeente
en
moet
bestemmingsplanprocedure
inzichtelijk
verwacht
ologisch
opdracht
ontwikkeling mogelijk van
ook
moet
in
Laarbeek.
onderzoek De
uitgevoerd
voor
initiatiefnemer heeft
een
voorne-
tankstation te realiseren.
een
deze
Om
aan
worden
gemaakt
eerst
moet
welke
bestemmingsplan
worden
opgesteld.
ruimtelijke onderbouwing
worden
opgesteld.
nieuw
een
een
archeologische
waarden
binnen
het
plangebied
kunnen
Als
on-
Hierbij worden
het effect is van eventuele
wat
onderzoek vloeit voort uit
ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archehet Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en
Erfgoedwet (2016).
archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het Het
onderzoek
Het
wordt
een
archeologisch
of vervolgstappen
advies gegeven
bureauonderzoek
is
uitgevoerd
noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4).
in juni 2019 door
(geanonimiseerd) MA. |
Het verkennend
booron-
(senior prospector/ senior KNA-archeoloog) en (IJ (geanonimiseerd) geanonimise rd) BN in 2023 door KNA Senior juni (geanonimiseerd) (Senior Prospector/ DN | KNA archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door (geanonimiseerd) KNA (geanonimiseerd) (Senior Archeoloog). | | derzoek is
uitgevoerd
(geanonimiseerd) va.
2
het
juni
2019 door dr.
is geactualiseerd
BUREAUONDERZOEK
2.1
Het
14
op
pit onderzoek
Doelstelling doel
van
en
onderzoeksvragen
het bureauonderzoek
plangebied.
gische
en
Hiervoor
wordt
(cultuur)historische
is het
een
opstellen
van
een
gespecificeerde archeologische verwachting voor
gemaakt
inventarisatie
gegevens. Aan de hand
van
deze
van
bekende
aardwetenschappelijke,
inventarisatie wordt het
archeolo-
gespecificeerd
archeo-
logisch verwachtingsmodel opgesteld.
2.2
Methoden
archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19-02-2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie Het
(KNA,
versie
4.1, 19-02-2018,
(CCvD) Archeologie
maan
en
is
protocol 4002),
die
ondergebracht bij het SIKB
is
vastgesteld
door
het
Centraal
College
van
Deskundigen
te Gouda.
HONDRWWEd
1/23
Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • • •
•
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • • • • •
2. 3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; een recente topografische kaart; recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Laarbeek; plaatselijke (amateur-)archeoloog c. q. heemkundevereniging.
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Het plangebied ligt aan de N279-Bosscheweg, in het buitengebied ten noordwesten gemeente Laarbeek (zie
van
Beek
en
Donk, in de
3 SIKB.
8943. 006 versie 1
2 / 23
kaart 1) en heeft een oppervlak van circa 7. 075 m.2 Het maaiveld ligt volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3) rond 13,5 m NAP en de centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 171. 105 en Y: 395. 776. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Beek, sectie F, nummers 2498 (ged. ) en 2499 (ged. ) (zie kaart 2). Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerland (zie kaart 3). De omliggende percelen zijn in gebruik als akker en grasland. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures.
Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Paraplu Archeologie en monumenten gemeente Laarbeek’ (vastgesteld op 29-09-2022). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 5. 2’ en ‘waarde – archeologie 7’. Als er meerdere dubbelbestemmingen in het plangebied aanwezig zijn, geldt de hoogste waarde voor het hele gebied. Volgens de bijbehorende planregels is bij ‘waarde – archeologie 5. 2’ archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan: 500 m 2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. 4 Volgens de Interactieve erfgoedkaart van gemeente Laarbeek ligt het plangebied in een zone met ‘esdek - hoge verwachting ‘. Het uiterst zuidelijke randje van het plangebied bevindt zich een lage archeologische verwachting (zie kaart 4). 5 Milieuhygiënische situatie Om te bepalen of de milieuhygiënische situatie in het plangebied een risico vormt voor de uitvoering van archeologisch veldonderzoek, is het omgevingsloket van Noord-Brabant geraadpleegd. 6 Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.
4 Portaal voor
Ruimtelijke Plannen.
5 Atlas. odzob. nl 6 noord-brabant. omgevingsrapportage. nl
8943. 006 versie 1
3 / 23
sb
Econsultancy
2.4
Toekomstige situatie
Het
toekomstige gebruik/inrichting
archeologische In het
het
van
is
tankstation
een
worden
voorzieningen
gepland.
gerealiseerd.
zal het tankstation worden
gebouwd.
Er zullen
waterstofinstallatie
en
naar
de pompen
brandstofleidingen
zullen
wasstraat
en
wasboxen
bijlage 6). Bij de wasstraat en wasboxen zullen enkele verhuur
parkeerplaatsen
gebouwd.
landschap
logische heeft
De
diepte
worden van
westelijk een
in totaal
op het
in-/ex-situ
van
het
plangebied
oppervlakte
van
circa 300 m?. In het
zes
deel
behoud
geïnstalleerd.
aangelegd.
Tevens wordt
gerealiseerd.
De totale
oppervlakte
zal
zal
een
Van
in het dit
van
de
van
de
Aan de
gerealiseerd.
is onbekend.
noordelijke
zuidelijk deel gebouw
oostelijke De
rand worden
de
is Vissers
deel
benzine,
en
van
is circa
stallingen
toekomstige eigenaar
toilet-
en
ondergrondse
slipput worden aangelegd (zie bijlage 6). Aan
een
winkel
ondergrondse opslagtanks voor diesel worden
worden
verstoringen
heeft
sporen in
uitgezien.
altijd
een
Men
belangrijke
een
bepaald gebied
kan
hydrologie
De
volgende aardwetenschappelijke 2.1
van
een
gebied
rol
is het
te weten
meer
de
Tabel
hebben
tanks
het
310
planm? (zie
noordelijke voor
rand
boedelbak-
Energy Group.
Aardwetenschappelijke gegevens
2.5 Het
gevolgen
bovengrondse opslagtank
een
vijf
In het
Dit gebouw heeft
een
gebied
kan
waarde.
plangebied
een
plangebied
gespeeld
nederzettingspatroon. Bij onderzoek
groot belang
van
komen
in het
te
weten
dit landschap
over
hoe het
door de
landschap
er
naar
archeo-
in het verleden
geologische opbouw,
de bodem
en
te bestuderen.
Aardwetenschappelijke
gegevens
gegevens
zijn bekend
het
van
plangebied:
plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie?
Formatie
van
Boxtel, Laagpakket
van
Singraven; beekafzettingen
Formatie
van
Boxtel met
van
het Laagpakket
een
dek
van
Wierden; dekzand
en
overige periglaciale afzettingen
Geomorfologie®
Noordelijke deel: Dekzandrug Zuidelijke deel: Beekoverstromingsvlakte
Bodem?
Noordelijke deel: Hoge
zwarte
enkeerdgronden; leernarm
Zuidelijke deel: Beekeerdgronden; leemarm
Grondwatertrap
Vllen
7
(geanonimiseerd) €: «2002. NN
8
NGR/Wageningen NGR/Wageningen
5
8943.006
versie 1
Environmental
Research
(2019).
Environmental
Research
(2018).
IN 6)
GR
en
zwak
en
zwak
lemig fijn zand
lemig fijn zand
III
DG ul
& Zr ©) Eg
4/23
sb
Econsultancy
Landschappelijke ontwikkeling Het
plangebied
bevindt
afzettingen
van
de
verplaatsen
van
zand
den
zich
binnen
Formatie
Boxtel
van
silt. Over
en
gebied
een
zijn afgezet gedurende groot deel
een
duidelijke hoogteverschillen, waarbij
noemd die
zijn afgezet tijdens
op te vullen.
Het dekzand, Wierden
van
het Laat-Glaciaal dat in het
genoemd,
smeltende sneeuwmassa’s delen
van
het
landschap
Circa
250 meter
als vlaktes
noorden
ten
De Aa bevindt zich op
Aa.
Pleistocene
plangebied
erodeerde
en
nivellering van
voor
het
aan
deel
van
de
dekzandruggen,
het
van
van
circa
plangebied
hogere
het
(geanonimiseerd) of Weichselien toen er veel meer erosie optrad dan |
een
zone
langs
af,
de beek
voor
er
bestaan
en
Laagpakket
sedimentatie
meer
Er ontstonworden
ge-
Dekzandafzettingen
water
ook wel het de in het
van
afzetting plaatsvond
waarna
bevindt zich
2 km ten zuidoosten
behoren tot het
waardoor
De
in het
Laag-
voorjaar
in de
lagere
dekzanden.
de
de water afvoer sterk
van
had
landschap door laagtes in het landschap
Boxtel.“ Het
Formatie
westen
worden.
oppervlak wordt aangetroffen, wordt
de
verspoelde
vrij spel
dekzandplateaus
meter
Boxtel.
van
pakket dekzand afgezet?
1,5
het
Formatie
de wind
toen
dekzandkopjes genoemd
tot
van
zandgronden
of
de
van
ijstijd,
een
behoort een
afstand
een
werd
reliëfverschillen kleiner dan
zorgden
welke
de laatste
Nederland
van
grotere hoogteverschillen dekzandruggen
en
pakket
overwegend afzettingen
met
uit vaak
in het het
van
beekdal
de Boerdonksche
van
plangebied.
beekafzettingen op
De
beekdalen
De
Singraven. tijdens het Holoceen. Tijdens van
vond.
plaats
afzettingen
De
humusrijk grind, zand,
klei
en
zijn al ontstaan het Holoceen
komen
leem. Tevens
in
nam
meestal
alleen in
vond
langs
er
de
veenvorming plaats.
beek
DINO Het Het
Dinoloket® is de centrale toegangspoort
DINO-systeem
ondergrond
is de centrale
geo-elektrische metingen, boorgatmetingen Dinoloket
ringen
bestudeerd.
resultaten
van
seismische gegevens.
en
In het
opslagplaats
Het archief omvat
Nederland.
van
zijn, op
afstand
een
Hieruit
van
tot
Data
voor
diepe
Informatie
van
de Nederlandse
geowetenschappelijke
over
en
De site wordt beheerd
circa
110
Hieronder
gen.
behoren
tot
meter
zuiden
ten
liggen dekzandafzettingen
die
van
eveneens
monsteranalyses,
door TNO.
200 meter
en
bestaat uit circa 70
de Formatie
ondiepe
diepe
geomechanische
en
blijkt ondergrond pakket dat bestaat uit middelgrof zand.“ Plaatselijk zijn er in het zandpakket fen. De leemafzettingen
(DINO).
en
ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen,
en
geologische, geochemische
dat de
gegevens
Ondergrond de
cm
Boxtel, Laagpakket tot
de
Formatie
van
reliëf
ten
noordwesten,
leem. Hieronder nog enkele
van
Boxtel
twee
bo-
zich
een
leemlaagjes aangetrof-
Singraven,
van
bevinden
en
behoren,
zijn
beekafzettin-
Laagpakket
van
Wierden.
Geomorfologie De
geomorfologische
scheiden
2
zijn
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Ne: (geanonimiseerd)
weer.
kaart
van
Volgens
de
geeft de
geomorfologische
mate
kaart
ligt
het
en
de vormen
plangebied
die in het
binnen
het
landschap
noordelijke
te onder-
deel
van
het
«2003.
B
Dinoloket.
HM
DINO
boornummers
15
DINO
boornummers B51F1217.
8943.006
Nederland
versie 1
B51F1328,
IJ. Ò 6
G ho €, ate & zer Î Eg
5/23
plangebied binnen kaart 5).
een
dekzandrug. Het zuidelijke deel bevindt zich binnen
een
beekoverstromingsvlakte (zie
Dekzandruggen zijn terreinverheffingen met flauwe hellingen, die grotendeels onder arctische omstandigheden in het Weichselien door de wind zijn gevormd. Veel dekzandruggen hebben een langgerekte vorm (lengteduinen) met een zuidwest-noordoost oriëntatie. De hoogte van de rug bepaalt het verschil tussen een dekzandrug en een dekzandwelving (B54). De lagere dekzandwelvingen zijn vaak deels bedekt door jongere afzettingen. Vroeger traden de Nederlandse beken dikwijls buiten hun oevers, het slib werd dan getransporteerd naar en afgezet op de lage terreingedeelten, waardoor het landschap vlak tot zeer vlak werd. In het plangebied behoort het beekoverstromingsvlakte van de Aa. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland 16 vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied deels op een hoger gelegen rug nabij een beekdal (zie kaart 6). Zowel ten oosten als ten westen van het plangebied bevinden zich meerdere dekzandkopjes. Deze bevinden zich op een hoogte van circa 13,4 tot 14 m NAP. Tevens bevinden zich ten noorden en zuiden (o. a. de kern van Beek en Donk) uitgestrekte dekzandruggen.
Ten westen en oosten van de kopjes bevindt zich een beekdal in de westnoordoost richting. Het hoogteverschil tussen de hogere dekzandgebieden en het beekdal is circa 1,5 meter. Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50. 000) is het plangebied gekarteerd als is het noordelijke deel gekarteerd als hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Het zuidelijke randje van het plangebied bevindt zich binnen een gebied dat gekarteerd is als beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (zie kaart 7). Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20 e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland.
In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9 e en de 12 e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger 16 PDOK/Rijkswaterstaat
8943. 006 versie 1
(2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS.
6 / 23
sb
Econsultancy
of
droger gelegen plaggendekken
en
enkeerdgronden
over
het
algemeen
hoge
een
indicatieve
archeologische
de Aa,
Dommel
kregen.”
waarde
Beekeerdgronden zijn gronden De
Tongelreep. die binnen 35 houdende 30 tot 40
gronden begint
cm
Indien
met
is wisselend
er
worden
name
ijzerhuidjes
aangetroffen
dikte
en
bemesting
geen
en
heeft
horizont bevindt zich het moedermateriaal.
in de dalen
van
op de zandkorrels onder de A1-horizont,
doorloopt tot dieper dan
en
bovengrond cm.
die
hebben geen
120
cm.
samenstelling.
plaatsgevonden Dit bestaat uit
De
bodem
Door
bestaat uit
bemesting
de
en
bevatten roest
AC-profiel.
De humus-
potstalmest
is deze circa
een
de
met
de maar
is deze A-horizont slechts
15-25
cm
dik. Onder A-
dan wel
sonderingen
geelbruin fijn zand.'®
Boringen en/of sonderingen In het
plangebied zijn
gezet
waarvan
in het kader
de resultaten
van
gebruikt
andere
kunnen
bodemonderzoeken worden
voor
(nog)
boringen
geen
dit bureauonderzoek.
Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. Het grondwaterpeil is een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten; hoe beter de ontwatering, hoe slechter de conservering. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden
gekarakteriseerd
in
jaar
een
met
een
gemiddelde
neerslag
en
verdamping.
Deze worden als ‘witte vlekken! op de Bodemkaart
grondwatertrappen bepaald.
In
van
stedelijk gebied zijn geen (1:50.000) weer-
Nederland
gegeven.
Tabel
2.2
geeft
tertrappen. treem
overzicht
de
van
worden
klassengrenzen
vastgesteld
droog. Bij sommige grondwatertrappen
tertrappen die Tabel
een
De trappen
een
drogere
variant
op
een
is een
die worden schaal *
van
aangehouden bij de indeling | tot VII
weergegeven:
respectievelijk
van
het gaat hier
om
de
van
extreem
grondwanat
tot
ex-
tussenliggende grondwa-
vertegenwoordigen.
_Grondwatertrappenindeling!®
2.2
Grondwater-
|
trap GHG
(cm -mv)
|
GLG
(cm -mv)
| <50
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
*) Bij deze grondwatertrappen wordt “)
Een
met
een
*
een
>140
=,
droger deel onderscheiden
achter de code als onderverdeling aangegeven “zeer droog deel" heeft
een
GHG
dieper dan
140
cm
beneden
maai-
veld
27
®
(geanonimiseerd) €: &. 2007. BN stichting
voor
Bodemkartering,
1981.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
7/23
Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. In het zuidelijke deel bevindt zich een gebied met grondwatertrap III. Er wordt niet verwacht dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden.
2. 6
Archeologische waarden
2. 6. 1 AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 20 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 8 zijn de archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 500 m rondom het plangebied. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. AMK-terreinen De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde).
Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied maakt geen deel uit van een AMK-terrein. Tevens zijn er in het onderzoeksgebied geen AMKterreinen aanwezig (zie Kaart 8). 21 Onderzoeksmeldingen Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal negen archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 2 en Kaart 8). 22 Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor ons onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en opgravingen. De dichtstbijzijnde onderzoeken, waarvan ook publicaties van in te zien zijn, zijn verder beschreven.
20 Archeologisch informatiesysteem
Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 22 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 21 Archeologisch informatiesysteem
8943. 006 versie 1
8 / 23
sb
Econsultancy
N279 (onderzoeksnr. In het kader
gebied,
de
van
2452245100
aanleg van
reauonderzoek
blijkt
beekdalen,
twee
dat het
namelijk
Dommel
bewoning
bijhorende
Ook
de
overige periodes
voor
van
met
zones
verkennend
een
activiteiten
hoge
een
noorden
deelgebied
de
Veghel
van
is het
zich
in het
dingen
jagers
bestaat uit
deelgebied
is vervallen vanwege
gooreerdgronden.
In enkele
bijhorende B-,
en
hieronder de intacte is
afgetopt
boringen zijn
door
ploegen
grondverbetering fragmenten roodbakkend het booronderzoek
er
dien
er
geldt
geadviseerd natte
een
basis
tot
plan-
het bu-
van
begrenst
geschikte
Paleolithicum
hoge
om
het
deelgebieden opgeOp
die wordt
Dit is een
het
door
locatie
voor
Mesolithicum.
en
middelhoge verwachting.
vervolgonderzoek in de vorm
een
bodems,
om
behoeve
met
een
zone
boringen
is
van
landbouw.
aangetroffen.
karterend
tot
betreding, storthoop, gaslei-
231
boringen gezet.
zijn
Op
Het
boringen
(geanonimiseerd) en |
bestaande
uit
In deze
boringen
is een intacte
uit
een
40
waargenomen.
Het
bestaat
verstoorde
akker
nabij
Deze dateren
uit de
booronderzoek
de
De
relatief natte bodems
AC-profiel
een
de ge-
van
in totaal
bodemprofielen
De
het veldwerk werd
Een groot aantal
toestemming
veldpodzolbodem aangetroffen.
middelhoge verwachting
een
een
in
zich
vervolgens opgehoogd.
en
geen
bebouwing.
waargenomen.
aardewerk
zoals
gebied,
uitgevoerd. Tijdens
landschappen.
aan
Er
en
intacte
horizonten. In andere
de
Er wordt
er
geadviseerd
grote variatie
ontwikkeld
bevinden
C-horizonten
ten
aan
wordt
tijdens
geldt
en
het bureauonderzoek
aan
een
kabels, damwanden
nabij het onderhavige plangebied
veld
Aa in het oosten.
verzamelaars
van
booronderzoek uit te voeren.
de Gasunie,
BC-
de
en
geschikt landschap
het
van
bevindt.
westen en
noorden
is in meerdere
aangesloten dekzandruggen
een
booronderzoek is aansluitend
plande boringen
traject
ten
bevindt op
de
het
duidelijk
Het
onderhavige plangebied
van
Het verkennend dat
uitgevoerd. het
van
middelhoge verwachting
en
Asten, vrijwel aangrenzend
naar
bureauonderzoek
een
3 zich ten
en
In de
de N279
is er in eerste instantie
splitst, waarvan deelgebied
4584377100)
en
zanddek
bouwvoor
cm
oorspronkelijke
kan worden
met
maai-
toegeschreven
het
onderhavige plangebied zijn enkele Nieuwe tijd (1650-1850). Op basis van
het
gedeelte nabij het onderhavige plangebied. of karterend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Invoor
gooreerdgronden, aanwezig zijn, wordt geadviseerd
om
karterend booronder-
een
zoek uit te voeren.”
(geanonimiseerd) VO (enderzoeksnr. 2248814100, 2316035100 en 2326663100) Voor het terrein (geanonimiseerd) circa 350 meter ten oosten van het onderhavige plangebied, BM zoek
uitgevoerd. Op grond
van
de resultaten
van
het bureauonderzoek
zijn er twee deelgebieden
deel
westen
hoge archeologische verwachting geldt, namelijk Deze delen
geldt
een
liggen op hogere delen hoge verwachting
lage verwachting voor
voor
het
de Late-Middeleeuwen
onderzoek
landschap
Laat-Paleolithicum en
gebied en
zijn
het Laat-Paleolithicum tot
Nieuwe
tijd
tot
voor
booronderzoek bestaat uit 98
bestaat uit dekzand cm
het
en
met
de
deelgebied
A in het
naar
deelgebied
verwachting afgedekt
met
en
en
de Nieuwe
tijd
deelgebieden
een
oosten.
plaggendek.
een
in deelgebied
Vroege-Middeleeuwen B. In de
met
waarvoor
B in het
A. Er geldt
Er
een
en
een
hoge verwachting
wordt
een
verkennend
boor-
geadviseerd.
Het verkennend
tot 110
voor
van
is een bureauonder-
-mv.
dat behoor tot het
In het
3
Kalisvaart, 2018.
20
(geanonimiseerd) B e=: «:. 2000.
deelgebied zijn
boringen.
Laagpakket twee
van
In deelgebied A
Wierden.
bodemprofielen
zijn 46 boringen gezet.
Het dekzand
bevindt zich op
te onderscheiden.
In de meeste
De
een
ondergrond diepte van
30
boringen is er een
9/23
sb
Econsultancy
AC-profiel aangetroffen. hoge
een
zwarte
als
(het dekzand)
beekoverstromingsafzettingen intacte
een
hieronder
de C-horizont.
naar
laag
de C-horizont
en
hieronder
met
dunner
De A-horizont bestaat niet uit
de A-horizont
met
algemeen
over
is door landbouwactiviteiten
tussen
bouwvoor
is
Deze
bovengrond.
horizont
bovengrond
enkeerdgrond.
brachte
geïnterpreteerd
De
een
In enkele
de
podzolgrond
vermengd
is de
waargenomen.
begraven
met
leem
Boerdonksche
inspoelingshorizont (de B-horizont) boringen
bouwvoor
waardoor
cm
plaggendek
een
bruingrijze
een
van
dan 50
uit
maar
er een
sprake is van (sub}recente opgegeen
de C-horizont.
In drie
is
laag met
roest.
Aa.
overige boringen
is
bestaat
begraven
In de
De
podzolgrond
op
een
Deze
boringen
BC-horizont die
vermengd
met
afzettingen zijn
uit
een
een
A-
geleidelijk overgaat
restanten van
een
E-
B-hori-
en
zont.
In
deelgebied
cm
gaat
over meus
B bestaat de
In enkele
—mv.
boringen
zand met
In de
In de
om
deelgebieden aangetroffen
fielen
en
circa
is
resten
karterend
een
die
wijzen
in situ
aanwezig zijn.
Circa
450 meter
ten
naar
de groenzone
verwachting bied
zijn
in totaal 17
werkputten
uitgedeeld.
16
Nieuwe
het
van
tijd.
De
gebied.
gedateerd
1300-1700.
Beide komen
zont op
De
in de
totale
greppels zijn
tussen
niet
paalkuilen
dieper overeen
uit
subrecente
aangelegde putten
de C-horizont.
De verwachte
over-
dat
basis
van
de
indica-
boorpro-
waarschijnlijk geen
er
ar-
archeologische begeleiding uitgevoerd
een
als
om
uit te
3.915
van
dan 30
cm
greppels en
voeren.
hoge
en
middelhoge
In het te onderzoeken er
De
overige dertien
verstoringen
en
twee
De
de oriëntatie
greppels en
en
ligging van
de
betreft
recente
bouwvoor
een
roodbakkend
Twee
voor
de ont-
dateren
uit de
perceelsgrenzen
Het betreft één scherf roodbakkend
scherf
sporen
paalkuilen.
paaltjes
ge-
37 spoor-
sloten.
en
zijn waarschijnlijk aangelegd
oeverpaaltjes. met
de
vanwege
m? aangelegd. In totaal zijn
drie recente
aangetroffen.
andere
De
er
begeleiding
oppervlakte
betreffen
komen
1300-1500.
een
een
grondverbeteringssporen,
De twee
boringen zijn geen archeologische
geconcludeerd
er
is
zijn geïnterpreteerd
Er zijn slechts twee vondsten
aardewerk,
profielen
drie
aangetroffen greppels
historische kaarten.
De
deze sporen
van
bodemlagen,
greppels zijn gecoupeerd.
een
In de
heeft besloten
De gemeente
beleidskaart direct
met
verrommelde
een
vervolgonderzoek geadviseerd.°®
onderhavige plangebied
Goorloop.
archeologische
resten van
watering
het
op de
nummers
zijn
lang
van
de beek
laten
archeologische vindplaats. Op
een
Er wordt geen
{onderzoeksnr. 2444729100) zuiden
uitgevoerd.
van
indicatoren wordt
EVZ Voorbeemd
geleidelijk
De A-horizont bestaat uit hu-
uit te voeren.”
aanwezigheid
archeologische
van
20 tot 120
bodemprofielen
diepte
een
zijn enkele boringen met beekafzettingen aangetrofaangetroffen. Op basis van de boorprofielen wordt
indicatoren
booronderzoek
op de
van
bestaat uit een B-horizont die
AC-profiel.
een
Enkele
cm.
bevindt zich op
podzol
De
bevindt zich
20-115
archeologische
geen
het ontbreken
cheologische
van
boringen
karterend booronderzoek
een
toren
Het dekzand
C-horizont zien. Ook in dit deelgebied
en
boringen zijn
geadviseerd
In de meeste
variërende dikte
een
ook uit dekzand.
podzolgrond aangetroffen.
is een
de C-horizont.
naar
gang tussen de Afen.
ondergrond
geglazuurde
op
geglazuurd scherf
uit
sloot.
bestaan
uit
een
met
enkeerdgronden zijn niet aangetroffen.
hieronder Het
een
sporenvlak
verstoorde
B-horí-
is aangelegd onder
(geanonimiseerd) 2%
Koeman, 2011.
8943.006
versie
1
d. Ò
G
DG uw
8 Ln Î Ed
10/23
sb
Econsultancy
de
recente
wordt
er
bouwvoor
de verrommelde
en
laag, circa
geen
vervolgonderzoek geadviseerd.”
van
de
50
cm
Op
-mv.
basis
de resultaten
van
van
dit onderzoek
een
AC-profiel
en
Conclusie
Op
basis
resultaten
het
van
uitgevoerde
(verstoorde) podzolbodems
verwacht
het
bieden
onderhavige plangebied
laagje beekafzettingen van vlakte.
Dit
pakket
kunnen een
worden.
goede
de Boerdonksche
is afkomstig
van
de
onderzoeken Met
indicatie.
in de
uitgegraven
de
name
Mogelijk
Aa. Tevens bevinden
omgeving blijkt dat boorprofielen
bevindt
noorden
en
oosten
van
de A-
C-horizont
een
ten
zich tussen
er
en
mogelijk opgebrachte lagen
er
Zuid-Willemsvaart ten zuidwesten
het
van
aan
de opper-
plangebied.
Vondstmeldingen In ARCHIS
alle bekende
staan
archeologische vondstmeldingen geregistreerd.
vondstmeldingen
geregistreerd.
bijlage
8).
3
Kaart
en
Binnen
het
onderzoeksgebied
drie
staan
Binnen het
plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd (zie
Bij de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving zijn enkele scherven aangetroffen. Alle zijn aangetroffen aan het oppervlakte of in de top van het bodemprofiel. Het betreft scherven van roodbakkend aardewerk, Paffrath vondsten
2.6.2
keramisch vaatwerk.
en
wijzen
bewoning tijdens
op
Andere
Deze scherven dateren deze
uit de Late-Middeleeuwen
en
Nieuwe
tijd.
Deze
periodes.
bronnen
Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart
lang
van
de
provincie
Noord-Brabant
bestaat uit 21 cultuurhistorische
pen heeft de
en
16
heeft de
provincie
het
provinciaal ‘belang aangeduid’.
archeologische landschappen.
verschillende cultuurhistorische vlakken
In de 21 cultuurhistorische
gedefinieerd.
Van al deze
Dit be-
landschap-
landschappen
en vlakprovincie hebben tot doel om het bodemzijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen archief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt in het cultuurhis-
ken
torische
De
landschap
Peelrand
is
ligt. Door
scheidt.
Langs
bovenlopen
zwak
een
de Peel
de
Peelrand
de
archeologische landschap
en
golvend dekzandlandschap
Helmondse akkers.
dat als
een
hoefijzer
rond
het
voormalige veengebied
het
westelijk gedeelte loopt de Peelrandbreuk, die de Centrale Slenk en de breuklijn komt kwel aan de oppervlakte (wijst). Deze natte delen vormen
van
de Aa.
De
Peelrand
is
overwegend
een
oud
en
van
Peelhorst van elkaar het
gevarieerd zandlandschap
brongebied met
een
van
kralen-
snoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond
het
hakhoutbosjes de beekdalen
voormalige hoogveengebied. en
-wallen
restanten
vee
te
weiden,
van
de
afgelopen
om
is een voorbeeld
van
zandlandschap
rond
Stiphout
met
bolle akkers, beemden,
dergelijke oude ontginningen. Op verschillende plaatsen zijn in De boeren gebruikten de randen van de Peel om hun aangetroffen. vloeisystemen
strooisel te winnen 1000
Het oude
jaar werd
er
voor
van
de
potstallen
vanuit deze
dorpen
en
om,
op bescheiden
steeds verder
schaal, turf te steken. In de loop
geknabbeld
aan
de randen
van
het
veen.
(geanonimiseerd)
11/23
Karakteristiek zijn de vele kloostercomplexen, kerken en processieparken. Tussen de oude dorpen en het Peelgebied liggen jonge ontginningen en boscomplexen uit de 19 e en 20 e eeuw. Met het in cultuur nemen van deze 'woeste gronden' werd ook de waterhuishouding steeds verder gereguleerd. Bestaande beken werden rechtgetrokken en stroomopwaarts verlengd en er zijn tal van nieuwe waterlopen gegraven. De Helmondse akkers is een landschap nabij Helmond. Dit gebied omvat een sterk gevarieerd landschap tussen het Dommeldal in het westen en de Peelhorst in het oosten. Het gebied wordt van zuid naar noord doorsneden door de Aa en de Goorloop en hun zijbeken. Hierdoor is een mozaïek van kleinere en grotere dekzandgebieden ontstaan die veelal zijn bedekt met oude akkercomplexen en woeste gronden heide, bos). Met name in het westen komen zones met stuifduinen voor. Het landschap kenmerkt zich door een zeer hoge dichtheid aan bekende vindplaatsen, hetgeen blijkt uit het hoge aantal waarnemingen per km 2 en het relatief grote aandeel AMKterreinen. Gebaseerd op de Archis-waarnemingen lijkt de bewoning te beginnen in het Paleolithicum en door te lopen tot in de Late-Middeleeuwen. Alleen het aantal Bronstijd-waarnemingen ligt wat aan de lage kant. Binnen de waarnemingen zijn alle complextypen vertegenwoordigd. De nadruk ligt daarbij op nederzettingsterreinen.
Interactieve Erfgoedkaart gemeente Laarbeek 28 Op de Interactieve Erfgoedkaart van o. a. gemeente Laarbeek zijn elementen van een archeologisch, historisch en fysisch landschap te zien. De laag van het historisch landschap laat zien dat delen van het plangebied in gebruik is geweest voor bosbouw tussen 1850-1930. Tevens was het onderdeel van een heerlijkheid. Het fysische landschap laat zien lage zandgronden met door het noordelijke deel van het plangebied rijt. Dit is een gegraven afwatering die de Peesgatloop-Broekloop wordt genoemd. Op de kaart van het archeologisch landschap is circa 170 meter ten noorden van het plangebied een nederzetting geregistreerd. Deze nederzetting is in 1999 bij een proefsleuvenonderzoek en opgraving onderzocht. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er twee interpretaties zijn te bedenken. In de eerste optie is het omgreppelde terrein een nederzettingsterrein met daarbinnen een huis, in de tweede optie is het omgreppelde terrein een terrein met daarbuiten een huis (figuur 2. 1). Het huis ligt in de tweede optie tegen het omgreppelde terrein aan. Voordat hier ingegaan wordt op beide opties worden eerst algemene opmerkingen over diverse elementen op de site gemaakt. Enkele greppels van de buitenzone kunnen het plaatselijk microreliëf volgen. Loodrecht op de greppels van de buitenzone zijn op drie plaatsen langwerpige kuilen vastgesteld.
Zij kunnen verband houden met grondverbetering. Waarom ze dan juist alleen aan de rand van het terrein zijn aangelegd is op het eerste gezicht onduidelijk. Aan de rand van het omgreppelde terrein zijn naast langwerpige kuilen ook twee dierbegravingen aangetroffen, een begraving van een paard en begraving van een varken. De paardbegraving is vermoedelijk gelijktijdig met het ingerichte terrein, de begraving van het varken lijkt 19 e of 20 e eeuws. Dierbegravingen komen vaak aan de randen van nederzettingen voor maar ook vaak aan de randen van wegen. Het is mogelijk dat site J deel is van een groter geheel. Een aanwijzing daarvoor vormt het feit dat één van de greppels van de buitenzone, op de kadasterkaart op één lijn ligt met perceelsgrenzen van een gebied dat omvangrijker is. De drie elkaar oversnijdende vorkachtige structuren kunnen kleine veekralen zijn die aan de noordzijde in de buitenzone van het erf lagen; dit vanwege hun trechtervorm. De trechtervorm zien we ook bij de zogenaamde ‘plaetse’, een driehoekig plein dat vanaf de Late Middeleeuwen bestaat, dat ook een veekraal is. Interessant is dat de overlappende veekralen van site J precies bij de rand van de uitloper van de overstromingsvlakte van de Aa liggen. Dit 28 Atlas ODZOB.
8943. 006 versie 1
12 / 23
sb
Econsultancy
is vergelijkbaar met de Aa
ligt.
Die
uitgaande
(mogelijke}veekraal
randligging versterkt van
de
mogelijkheid
in beide
van
in site E‚ die
gevallen
veekralen,
aan
de
precies
aan
de rand
interpretatie
dat veekralen
van
beide
van
direct tegen
een
beekdal, dat van de Bakelse
structuren
als veekraal
natte
in het
zones
en
geeft,
landschap zijn
aangelegd? |
IL
mW
Be
IO
rid
3960:
CHC Figuur
omgreppeld nederzettingsterrein. Onduidelijk fictieve huisplattegrond weergeven) (bron: | (geanonimiseerd) 2006.)
Op
2.1.
ASK
van
het
de Cultuurhistorische met
als historisch groen
waardenkaart
hoge
een
uit 2012 staat de
waarde
aangegeven.
kers, ratelpopulier, zomereik, Amerikaanse
gend
uit de
periode
1920-1950.
Hetzelfde
fabriek
en
Op
Cultuurhistorische beleidskaart
de
voerde
beplanting De
met
beplanting
eik, Hollandse linde
en
een
huis
aanwezig
houtwallen
bestaat
grauwe
van
was
(in
het
rood
is een
de Zuid-Willemsvaart
o.a.
uit
wilg, Amerikaanse vogel-
abeel.
Het
geheel
tracé staat als cultuurhistorische ensemble
dateert
aangegeven
van
overwe-
de
Lijm-
Zuid-Willemsvaart.
jaagpaden
legd als onderdeel ontginningen 2
is of er
uit 2012 staat de Zuid-Willemsvaart
als cultuurhistorisch element van
de
in de Peel.
scheepvaartverbinding Het ontwerp
is van
aangegeven. tussen
deels
nog als
zandpaden uitge-
Het kanaal werd in de
periode
1822-1826 aange-
met
‘s-Hertogenbosch en Luik,
maar
ook als
impuls voor
de
(geanonimiseerd) inspecteur-generaal van Waterstaat. In de periode |
(geanonimiseerd) NN 2002.
maan
HONDRWWEd
13/23
En
Econsultancy
aftakking aangelegd
1843-1846
werd
den enkele
wisselplaatsen aangelegd.
schepen
voor
een
tot
350
met
en
In de
periode
ton, plaatselijk
oostelijke omleiding gerealiseerd.
Recent
gereduceerd.
verdwenen.
De
dit kanaal vormde
vestiging
metaal-
aanleg
van
Wetenschappelijke publicaties,
In het kader van dit bureauonderzoek de
omgeving geraadpleegd, plaats gevonden, aangezien aanvullende
In het
plangebied
schap
zichtbaar
en
kavelpatronen.
tweede de
zijn.
helft
Veel
naast
paragraaf
ontwikkeling van
eeuw
delen
Brabant
aan
zoals
Beek
Beek
en
plaatsen
binnen het
Vanuit deze
Broekkant,
Donk
samen
de
gebleven
historische
geografie geeft
op het
tijd
plaatsgevonden.
Donk”)
in 1422
een
kapel
(en daarmee
ook
huidige
het historisch
van
werd
van
beeld.
van
Beek
Aarle
en
Donk
en
en
de
rond
hebben.
Voor
en
Beek
Donk in het bezit
aan
een
van
nu
eertijds het
wegen-
een
in de vóór
van
algemene
bijlage 4. de oude toren
bewoning
In 1329
geeft
door de
hertog
die
en
zich
naar
de
hertog
lagervan
gebruik.
in leen gegeven
Met Aarle en Rixtel (geanonimiseerd) | Luik stamt de eerste
vermelding
nog de “oude toren" resteert moet
Deze kapel (geanonimiseerd) |
kort daarna werd
van
het bisdom
Een
in gemeenschappelijk
Heerlijkheid
waarvan
naast waar
Donk.
gronden
als
en
de streek gegeven. in
en
herverkavelingen
hoogtes rondom de
die nog in het land-
Historische kaarten
1300-1500 de
Rixtel gemene
de stenen kerk
en
de
waren
Heuvel
In het archief
gesticht gewijd
in
paragraaf.
door de
wordt weergegeven
Stiphout
is ook dat
Donk) gescheiden
zou
nederzettingsvormen
landschap.
huidige incomplete
Bemmer,
bestuurlijke geheel. Bekend
Beek
beeld
heerlijkheid
hebben
zijn
parochie
een
onderzoeken
geen archiefonderzoek
meerwaarde
geen
geografische
Aarle
archeologische
tot
relicten zoals
(en Donk),
De bouw
die
de
Donk
zoals de
ontwikkelingen,
kaden
gebruik
nederzettingen verplaatste
met
industriële
sporen ook historische relicten voorkomen
Donkersvoort,
Beek
van
een
en
zie onderstaande
Nederland
Beek uit 1400.
van
plangebied
van
In 1482 kwam (geanonimiseerd) |
vormde
dit
voor
bewoningsgeschiedenis
bespreking
Helmond
traject verbreed, waarbij
dit bureauonderzoek
van
bewoningsgeschiedenis
en
Beek
bij
oorspronkelijke jaagpaden
betrekking
met
de
de inwoners
1392 werd
dat dit
incompleet
van
wer-
oorspronkelijk geschikt was 1993 werd
het
van
historisch
bewaard
een
voor
Donk
een
op Heereind uit circa 650.
aan
om
de
1889
en
Donk.
en
van
De eerste bewoonde
gelegen
Beek
en
en
wordt de
plaatsen
heemkundekring geraadpleegd,
hierbij
bewoningsgeschiedenis
In deze
In
werd
herverkaveling zijn een goede aanvulling
Korte
zijn
delen
In
1882
provinciaal archeologisch depot
en
archeologische
deze
van
de 20°
van
op veel
belangrijke impuls
het historische
Het gaat
verbreed.
profiel over grote
zijn enkele publicaties
verwacht
van
kunnen
15
naar
zie hierboven. Er heeft in het kader
informatie is de lokale
Beschrijving
2.7
werd het kanaal, dat meter
het
een
Kanaal. Tussen
1892-1905
te Helmond
archieven
het Eindhovensch
10
Hierdoor
textielnijverheid
en
van
werd
ook het aantal sluizen werd
van
Eindhoven,
naar
edelmanshuijs is in 1753
stond
(het
afgebroken.
rond
“Goet ter
Vanaf 1642
geslacht (geanonimiseerd) WM eigenaar van (geanonimiseerd) GM
lijkheid.®®
or
(geanonimiseerd)
maan
HONDRWWEd
14/23
Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 2. 3
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kadastrale minuut 31
1817
Gemeente
1:2. 500
Weiland en akkerland
Ten zuiden ligt de Zuid-Willemsvaart. Ten noorden ligt de Boerdonkschee Aa.
Beek en Donk, Sectie B, Blad 01
Militaire topografische kaart 32 (nettekening)
1850-1864
51 Eindhoven
1:50. 000
Weiland en akkerland
De omgeving is weergeven als woeste gronden.
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1912
650
1:50. 000
Grasland dat wordt begrensd door stroken hakhout
De omgeving is opgedeeld in
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1926
650
1:50. 000
Grasland dat wordt begrensd door stroken hakhout
Topografische kaart
1943
650
1:25. 000
Grasland dat wordt begrensd door stroken hakhout
-
Topografische kaart
1953
51F
1:25. 000
Grasland dat wordt begrensd door stroken hakhout
-
Topografische kaart
1963
51F
1:25. 000
Grasland en akkerland
De percelen zijn opnieuw ingedeeld. Ten zuiden bevinden zich twee waterlopen.
Topografische kaart
1973
51F
1:25. 000
Grasland
-
Topografische kaart
1984
51F
1:25. 000
Grasland
Er heeft herverkaveling
kleine percelen die zijn begrensd door stroken van hakhout. -
plaatsgevonden Topografische kaart
1991
51F
1:25. 000
Akkerland
-
Op basis het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is te zien dat het plangebied vanaf het begin van de 19 e eeuw in agrarisch gebruik is (zie tabel 2. 3, Kaart 9). Op de oorspronkelijke aanwijzende tafels worden de percelen beschreven als weiland en bouwland. Ten westen van het plangebied bevindt zich de Zuid-Willemsvaart. Ten noorden bevindt zich het beekdal van de Boerdonksche Aa. De historische bebouwing van Beek en Donk bevindt zich ten oosten aan de Bemmerstraat. Op de kaart van circa 1850 wordt de omgeving van het plangebied weergeven als woeste gronden. Het plangebied blijft in agrarisch gebruik. 31 Beeldbank
Cultureel Erfgoed. (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).
32 Kadaster Topotijdreis
8943. 006 versie 1
15 / 23
In het begin van de 20 e eeuw worden de percelen van het plangebied en de omgeving opnieuw ingedeeld (Kaart 10). Het plangebied bestaat uit twee percelen die in gebruik zijn als grasland. De percelen zijn begrensd door stroken hakhout. De situatie van het plangebied en de omgeving blijft tot in de tweede helft van de 20 e eeuw ongewijzigd (Kaart 11). Op de kaart van circa 1963 is te zien dat het plangebied in gebruik is als akkerland en grasland (Kaart 12). De begrenzing van deze percelen wordt gevormd door een sloot die het centrale deel van het plangebied door snijdt richting het noorden. De perceelsgrenzen worden aangeduid met sloten en bomen in plaats van met stroken hakhout. In 1984 vindt er opnieuw herverkaveling plaats. De kleine percelen worden samengevoegd tot enkele grote percelen. Het perceel is in gebruik als grasland en in de jaren ’90 van de 20 e eeuw als akkerland (Kaart 13). Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Laarbeek is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.