8 20231109 Programmabegroting 2024 Laarbeek - Raadsversie 09112023 incl.erratum
Tekst van het document
GR Peelgemeenten in de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en werken we strategisch samen in regio Peel met zes eigenstandige organisaties in de Koersagenda. We zijn actief werkzaam in deze samenwerkingen om, met onze partners, gezamenlijk strategie te bepalen en dit te vertalen naar lokaal beleid en uitvoering. Deze ontwikkelingen zijn tevens input gevend voor de ontwikkelingen op het gebied van maatschappelijk vastgoed, zodat het maatschappelijk vastgoed ook dienend is aan de sociale en duurzame doelstellingen.
52
Ambities A. We willen een bijdrage leveren aan het tegengaan van de toenemende sociale en culturele tweedeling in de maatschappij. B. We werken toe naar een sociaal domein zonder schotten met minder regels, met als doelstelling om goede zorg betaalbaar te houden. C. We richten ons op de bestrijding van de (verborgen) armoede. D. We zetten ons in voor een eenzaamheidsaanpak (voor jong en oud). E. Vanwege het belang voor de samenleving blijven we verenigingen en vrijwilligers actief ondersteunen. F. We blijven inzetten op een bredere kijk op (positieve) gezondheid. G. We willen overbelasting van mantelzorgers voorkomen. H. Voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden laagdrempelige voorzieningen gecreëerd, gericht op participatie (inclusiviteit). I. De participatie van jeugd in de samenleving wordt bevorderd. J. We onderschrijven het belang van algemeen toegankelijke voorzieningen. K. We zorgen ervoor dat de functionaliteit en het beheer van onze accommodaties op orde blijven.
5.1 Speerpunten Wat willen we bereiken? 5.01
De komende raadsperiode wordt gewerkt aan een nieuw Beleidsplan sociaal domein met als centrale thema’s integraliteit, maatwerk, inclusiviteit, toegankelijkheid (in brede zin) en vindbaarheid.
5.02
We rollen vroegsignalering breder uit over het sociaal domein.
5.03
We blijven inzetten op activerend huisbezoek.
5.04
Het minimabeleid krijgt een stevige impuls met extra aandacht voor vroegsignalering.
5.05
We ontwikkelen de huiskamerprojecten door.
5.06
Laarbeek blijft inzetten op een ‘dementie-vriendelijke gemeente’.
5.07
De mantelzorger wordt ondersteund en ontlast.
5.08
Schulddienstverlening wordt verder uitgebouwd.
5.09
We zijn ruimhartig in de opvang van statushouders en vluchtelingen.
5.10
We zetten in op maatwerk door samenwerking met alle partners die nodig zijn om mensen te helpen volwaardig deel te nemen aan de arbeidsmarkt en kijken daarbij over de grenzen van de bestaande regels en kaders heen.
5.11
Er vindt een herijking plaats van het accommodatiebeleid, waarbij tevens wordt gestudeerd op de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van omni-verenigingen.
53
5.12
We zetten in op het toekomstbestendig maken van het Ontmoetingscentrum Beek en Donk.
5.13
De energieneutraliteit van gemeentelijke gebouwen wordt aangepakt, hetgeen een forse investering tot gevolg kan hebben. Hierbij wordt niet alleen naar de kosten, maar ook naar de opbrengsten en vervangingsinvesteringen gekeken. De gemeente streeft naar een 55% reductie van de CO2-voetafdruk van haar gemeentelijke gebouwen in 2030 (ten opzichte van 1990). Maatregelen worden bij voorkeur uitgevoerd tijdens natuurlijke vervangingsmomenten.
5.14
Afspraken toegevoegd die niet in het raadsprogramma waren opgenomen.
Wat gaan we daar voor doen? 5.01
De komende raadsperiode wordt gewerkt aan een nieuw Beleidsplan sociaal domein met als centrale thema’s integraliteit, maatwerk, inclusiviteit, toegankelijkheid (in brede zin) en vindbaarheid. Burgerparticipatie inbedden in structuur sociaal domein Planning We willen inwoners vooraf betrekken als we nieuwe zaken op gaan 12 - 2026 starten. Ook willen we graag dat inwoners zelf aangeven waar prioriteiten moeten liggen. Met het opstellen van het nieuwe beleidsplan creëren we hier expliciet ruimte voor. Burgerparticipatie wordt een standaard onderdeel van onze werkwijze gedurende de looptijd van het beleidsplan. Hierbij besteden we daarnaast ook specifieke aandacht aan jeugdparticipatie (Bestuursakkoord, stimuleren jeugdparticipatie). Om deze werkwijze in te bedden is een extra impuls nodig, waar we de komende jaren actief mee aan de slag gaan. Uitvoeringsagenda beleidsplan Sociaal Domein 2023-2026 Planning We gaan samen met onze maatschappelijke partners en onze inwoners 12 - 2026 concrete invulling geven aan de uitvoeringsagenda van het beleidsplan Sociaal Domein.
Hiervoor worden bijeenkomsten georganiseerd waarbij we per ontwikkellijn (Bevlogen samenwerking/integraliteit, normaliseren, inclusiviteit en zakelijke samenwerking rondom de inwoner) gaan ophalen hoe we datgene kunnen bereiken wat we willen bereiken, wat welke prioriteit heeft, wie welke rol daarin heeft met een bijbehorende planning. De eerste uitvoeringsagenda heeft een looptijd van twee jaar.
54
Implementatie Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein Planning Om mensen met meerdere problemen beter te kunnen helpen is de Wet 07 - 2024 aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Wams) bij de Tweede Kamer ingediend. De Wams regelt dat gemeenten de wettelijke mogelijkheid krijgen om tot een gecoördineerde aanpak te komen voor mensen of gezinnen met meerdere problemen. Zo kan die hulp goed op elkaar worden afgestemd. Met dit wetsvoorstel kan ervoor gezorgd worden dat gemeenten en andere betrokken organisaties die deze gezinnen helpen, makkelijker gegevens kunnen uitwisselen. Om bovenstaande wet te implementeren in de huidige structuur moet voor 1 juli 2024 het volgende geregeld zijn: 1) een duidelijke beschrijving van taak en bevoegdheid van gemeenten te komen tot gecoördineerde aanpak bij meervoudige en ernstige problematiek. 2) Duidelijke werkafspraken met de gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten hoe deze wet vorm te geven met de daartoe behorende taken en verantwoordelijkheden. 3) Applicaties en werkprocessen zijn zo ingericht en geborgd dat er op juiste wijze uitvoering gegeven kan worden aan de wet WAMS. We trekken hierin samen op met de gemeenten Asten, Deurne, GemertBakel, Someren en de GR Peelgemeenten. 5.05
We ontwikkelen de huiskamerprojecten door.
5.09
Huiskamer Franciscushof in Lieshout We implementeren samen met de Zorgboog een Huiskamerconcept in Fransiscushof in Lieshout, zoals dat van Zonnetij in Aarle-Rixtel. Dit concept wordt als aanvulling gezien op de bestaande Huiskamer in Lieshout waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en waar laagdrempelige activiteiten worden georganiseerd. In de Huiskamer van Fransiscushof zouden mensen met een zwaardere hulpvraag (bijvoorbeeld licht dementerende ouderen) dagelijks kunnen worden opgevangen door professionals. Hierdoor wordt er minder vaak en in een later stadium pas beroep gedaan op WMO-voorzieningen. We zijn ruimhartig in de opvang van statushouders en vluchtelingen.
Planning 10 - 2024
Plan van aanpak statushouders, vluchtelingen, arbeidsmigranten en Planning crisismigranten Met de stijgende aantallen statushouders, vluchtelingen, Oekraïners, 12 - 2024 arbeidsmigranten en crisismigranten maken we een aanpak die zich richt, ambitie uitspreekt en waarin het integrale verband wordt gelegd tussen het veiligheids-, sociaal en ruimtelijk domein. Beleid onderwijs voor kinderen met een andere moedertaal (NT2) Planning Het is ons doel om kinderen met een andere moedertaal dan Nederlands 10 - 2024 (Nederlands tweede taal: NT2) zo regulier mogelijk van onderwijs te voorzien. Om dit mogelijk te maken stellen we samen met het onderwijs een visie en plan van aanpak op. Dit doen we door met onze basisscholen samen te werken. Op deze manier krijgen we een lokaal plan van aanpak. Waar nodig werken we regionaal samen, bijvoorbeeld op het gebied het organiseren van expertise NT2.
55
5.12
5.14
We zetten in op het toekomstbestendig maken van het Ontmoetingscentrum Beek en Donk. Ontwikkeling ontmoetingscentrum Beek en Donk Planning In de periode januari tot en met juni 2024 zal het bouwteam worden 12 - 2024 aanbesteed (scenario, ontwerp, bouwen). In de tweede helft van 2024 zullen de scenario's renovatie, nieuwbouw en renovatie/nieuwbouw uitgewerkt worden en voorgelegd aan de gemeenteraad. Met het vaststellen van het scenario is ook meer duidelijkheid over het budget en kan het getoetst worden aan het bedrag uit de kadernota 2024. Parallel aan dit proces wordt het exploitatiemodel inclusief overeenkomst en subsidie uitgewerkt (extern advies). Afspraken toegevoegd die niet in het raadsprogramma waren opgenomen. Opstellen van een Lokale Educatieve Agenda Planning Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om jaarlijks te overleggen met 06 - 2024 schoolbesturen en kinderopvangorganisaties over een aantal onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het tegengaan van onderwijsachterstanden en het bevorderen van integratie. De Lokaal Educatieve Agenda (LEA) is een instrument dat helpt om dit verplichte overleg inhoud te geven en tot gezamenlijke afspraken te komen. In 2023 stellen we een LEA op. Leerplichtbeleid In 2023 starten we met het actualiseren van het leerplichtbeleid.
Planning 07 - 2024
Leerlingenvervoer In 2023 starten we met het actualiseren van de verordening leerlingenvervoer. Dit zal in 2024 worden afgerond. Uitwerking van een dorpsplan aardgasvrij Dorpsplan aardgasvrij uitwerken voor de dorpskern van Mariahout. Dit doen we in samenspraak met inwoners. Het dorpsplan bestaat uit vier hoofdcomponenten: participatie en communicatie, techniekkeuze en uitvoeringsstrategie, inzicht in kosten en inzicht in meekoppelkansen. Voor een definitieve techniekkeuze en inzicht in de kosten is verdiepend onderzoek noodzakelijk.
Planning 12 - 2024
Meer inzicht in aantallen en aard van interventies Ontwikkelen van een monitor Sociaal Domein om meer zicht op data te krijgen, waarbij diverse data uit verschillende bronnen aan elkaar gekoppeld worden. Dat moet in de toekomst mogelijkheden geven tot meer datagedreven werken: het nemen van besluiten en het vaststellen van beleid ondersteund door data in combinatie met praktijkervaring, waardoor feiten en betrouwbare voorspellingen een solide basis vormen. Om optimaal te profiteren van de samenwerking in de Gemeenschappelijke Regeling Peelgemeenten en de efficiëntie die dat oplevert, sluiten we in onze planning aan bij die van de koersagenda 2021-2024. Daarin is de opgave Datagedreven werken opgenomen.
Planning 12 - 2024
56
Planning 12 - 2024
Hervormingsagenda jeugd In 2021 heeft het Rijk voor de komende jaren extra middelen aan de gemeente beschikbaar gesteld ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Voor Laarbeek gaat het in 2022 om een bedrag van € 1,3 miljoen. Daarbij hebben het rijk en de VNG afgesproken begin 2022 te komen tot een hervormingsagenda jeugd. Deze moet leiden tot verbetering van de toegang tot en kwaliteit van jeugdhulp, betere beheersing van de kosten en borging van de beschikbaarheid van jeugdhulp, versterking van het inzicht in het functioneren van het systeem. De landelijke hervormingsagenda zal een uitwerking moeten krijgen in een lokaal plan. Daarvoor zoeken we zoveel mogelijk de verbinding met andere initiatieven zoals het onderzoek naar de invulling van het sociaal team, Koersagenda 2021-2024 GR Peelgemeenten, nationaal programma onderwijs en het op te stellen geactualiseerde beleidsplan sociaal domein.
Planning 09 - 2024
Uitvoeren Plan van Aanpak ‘normaliseren’ In 2021 is een plan van aanpak normaliseren opgesteld. Dit plan van aanpak gaat uit van verschillende sporen: informatie op orde, communicatie, samenwerken met andere partners in het sociaal domein. Het plan heeft tot doel om bewustwording te genereren over het thema ‘normaliseren’ en van daaruit een cultuurverandering teweeg te brengen. De uitvoering van dit plan en de verschillende sporen vergt een lange adem, waardoor de uitvoering doorloopt in de komende 2 jaar. In 2022 richten we ons vooral op het creëren van bewustwording, door het gesprek aan te gaan met partners in het sociaal domein en met inwoners.
Planning 06 - 2024
Wijk GGD Planning In 2024 implementeren we de functie van Wijk-GGD'er. De Wijk-GGD'er 06 - 2024 biedt eerste hulp aan inwoners die zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag vertonen. Hij/zij legt contact met de inwoner in zijn of haar eigen woon,- en leefomgeving. Daar wordt vaak duidelijk wat de problemen zijn. Afhankelijk van wat hij/zij aantreft, het verhaal en de behoefte van de inwoner, wordt de inwoner naar passende hulpverlening begeleid. Om dit mogelijk te maken zal er een subsidie via ZonMw worden aangevraagd en nauw worden samengewerkt met GGD Brabant-Zuidoost. Werkgeverschap buurtsportcoaches bij één organisatie beleggen Planning We gaan het werkgeverschap van de buurtsportcoaches anders beleggen. 12 - 2024 In plaats van verspreid over verschillende organisaties willen we het werkgeverschap bij één organisatie beleggen. Hiervoor gaan we samen met de gemeente Gemert-Bakel een inkooptraject doorlopen in 2024.
57
Pilot toekomstbestendige bibliotheek Planning In 2024 en 2025 gaan we middels een pilot onderzoeken wat een 12 - 2025 toekomstbestendige bibliotheek in gemeente Laarbeek is. Hiervoor hebben we drie vormen van bibliotheken in de kernen. In Aarle-Rixtel hebben we een mini-servicepunt, in Lieshout een bibliotheek met kleinere collectie en in Beek en Donk een volwaardige bibliotheek. Tussentijds monitoren we middels het format, tijdens de kwartaalgesprekken bespreken we deze. Na afloop van de pilot weten we hoe een toekomstbestendige bibliotheek in gemeente Laarbeek eruit moet zien. Herijking koersdocument ‘Samenwerken door Samen Werken’ van de Peelgemeenten Samen met de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Someren en de gemeenschappelijke Regeling Peelgemeenten geven we uitvoering aan het koersdocument ‘Samenwerken door Samen Werken’ 2021-2024. Hiermee bouwen we gezamenlijk aan een stevig, toekomstbestendig sociaal domein vanuit de opgaven normaliseren, bevlogen samenwerking rondom de inwoner en zakelijke samenwerking rondom de inwoner. In 2024 stellen we in gezamenlijkheid met de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Someren en de GR Peelgemeenten een nieuw koersdocument op voor de periode na 2024.
Planning 12 - 2024
5.2 Financiën Rekening
Begroting
Meerjarenbegroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
-25.994
-28.697
-28.283
-27.837
-27.774
-28.094
-208
-285
-95
-51
-51
-51
-570
-645
-645
-645
-645
-210
-253
-253
-253
-253
-201
-227
-227
-207
-207
-52
-55
-55
-55
-55
-1.241
-1.422
-1.422
-1.422
-1.422
-7.715
-7.085
-7.193
-7.227
-7.273
-321
-342
-342
-342
-342
Jeugdhulp begeleiding
-1.381
-1.470
-1.470
-1.470
-1.470
Jeugdhulp behandeling
-669
-712
-712
-712
-712
Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
-346
-368
-368
-368
-368
Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
-235
-251
-251
-251
-251
Jeugdhulp dagbesteding
-595
-634
-634
-634
-634
Jeugdhulp met verblijf overig
-878
-899
-899
-899
-899
bedragen x 1.000 Lasten Arbeidsparticipatie Begeleiding (WMO) Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
-203
Dagbesteding (WMO) Geëscaleerde zorg 18-
-4.463
Gesloten plaatsing Hulp bij het huishouden (WMO) Inkomensregelingen
-6.561
Jeugdbescherming
58
-50
Jeugdreclassering
-23
-25
-25
-25
-25
Maatwerkdienstverlening 18-
-66
Maatwerkdienstverlening 18+
-2.331
-30
-30
-30
-30
-30
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
-400
-908
-953
-1.053
-1.053
-1.053
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
-935
-1.123
-1.208
-1.127
-1.127
-1.126
Onderwijshuisvesting
-434
-429
-441
-439
-437
-435
-172
-166
-166
-166
-166
Overige maatwerkarrangementen (WMO) Pleegzorg
-232
-247
-247
-247
-247
Samenkracht en burgerparticipatie
-3.137
-4.081
-3.933
-3.885
-3.883
-4.174
Sportaccommodaties
-1.162
-1.186
-1.180
-1.192
-1.198
-1.211
Sportbeleid en activering Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Volksgezondheid
-283
-898
-531
-531
-446
-446
-2.350
-3.246
-3.538
-3.063
-3.066
-3.066
-868
-1.001
-995
-995
-995
-995
WSW en beschut werk
-2.592
-619
-579
-561
-564
-537
Baten
4.650
6.256
5.089
4.997
5.093
5.093
12
13
13
13
13
13
3.615
3.615
3.615
3.615
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Geëscaleerde zorg 18-
802
536
Inkomensregelingen
2.853
3.615
Maatwerkdienstverlening 18+
56
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
59
93
93
3
183
183
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
182
335
149
149
149
149
Samenkracht en burgerparticipatie
297
554
483
483
483
483
Sportaccommodaties
221
185
186
186
186
186
Sportbeleid en activering
91
808
477
475
390
390
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
76
73
73
73
73
73
-23.194 -22.840 -22.681
-23.001
Onderwijshuisvesting
Volksgezondheid Saldo van baten en lasten
42 -21.344 -22.441
Stortingen in reserves
-817
-182
-15
-15
-15
-15
Onttrekkingen aan reserves
852
1.817
643
617
617
617
-22.566 -22.237 -22.079
-22.399
Resultaat
-21.310 -20.756
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de begrotingssaldi weer. Begroting bedragen x € 1.000
2024
Primitieve begroting 2023-2026
-21.622
Raad 15 december 2022
-1
59
Meerjarenbegroting 2025
2026
2027
-20.977 -20.862 -20.849 -1
-1
-1
Raad 11 mei 2023
-10
-10
-10
-10
1e Tussenrapportage 2023
-269
-269
-269
-269
Kadernota 2024
476
215
264
-75
Raad 15 juni 2023
97
97
97
97
2e Tussenrapportage 2023
-13
-15
-15
-45
Startpositie Meerjarenbegroting 20242027
-21.343
Nieuw beleid
-21
Bestaand beleid
-20.962 -20.798 -21.153
-21
-1
-1
-727
-777
-777
-777
Gemeentefonds
-46
-12
-12
88
Dekkingsplan
127
102
82
82
Kapitaallasten
34
22
17
-52
-589
-589
-589
-586
-22.237 -22.079
-22.399
Overige mutaties Saldo Meerjarenbegroting 2024-2027
-22.566
Toelichting financiële mutaties Onderstaande tabel laat de mutaties uit de Programmabegroting 2024 zien. Begroting
Meerjarenbegroting
bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Nieuw beleid
-21
-21
-1
-1
Pilot Franciscushof
-20
-20
0
0
-20
-20
0
0
Lasten
Dit concept wordt als aanvulling gezien op de bestaande Huiskamer in Lieshout waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en waar laagdrempelige activiteiten worden georganiseerd. In de huiskamer van Fransiscushof zouden mensen met een zwaardere hulpvraag (bijvoorbeeld licht dementerende ouderen) dagelijks kunnen worden opgevangen door professionals. Een gewenst effect van de pilot Franciscushof is dat er minder vaak en in een later stadium pas beroep wordt gedaan op een Wmo-voorziening. Nadat de pilot 2 jaar loopt, is de verwachting dat de zorgkosten Wmo dalen.
Uniform beleid arbeidsmarktregio Helmond-de Peel voor Social Return on Investments (SROI) Lasten
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-1
Met de kadernota heeft u al budget (€ 31.000 structureel) beschikbaar gesteld voor Social Return on Investment (SROI). Gemeenten kunnen door middel van de inzet van SROI banen (kansen) creëren voor
60
mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeenten van de ‘Arbeidsmarktregio Helmond-De Peel’ gaan per 1 januari 2024 samenwerken op dit gebied, zodat elke inwoner de kans wordt geboden om betrokken te zijn bij gemeentelijke opdrachten. Hiermee werken gemeenten aan een inclusieve samenleving en stimuleren zij het sociaal ondernemerschap. Het budget wat u met de kadernota beschikbaar stelde, betrof de bijdrage aan de regionale onderdelen van het plan, zoals de regionale servicedesk. Om SROI goed te laten slagen, is de inzet van lokale aanjagers van de gemeenten in de 'Arbeidsmarktregio Helmond-De Peel' nodig. Zij zijn de drijvende kracht om projectleiders, management en directie (bij gemeenten) bewust te maken en te houden van de noodzaak van de inzet van SROI. De aanjagers staan in contact met de regionale Servicedesk om ervaringen uit te wisselen en ideeën te delen. De Servicedesk kan zo informatie inwinnen over hoe gemeenten de SROI-bepalingen aan de voorkant bedoeld heeft. Deze directe communicatielijn tussen opdrachtgever en Servicedesk heeft als doel om signalen laagdrempelig en snel met elkaar te kunnen delen. Periodiek bespreken de aanjagers met de Servicedesk de voortgang. Deze nieuwe functie in het SROI-beleid kost 4 uur per week extra lokale personele capaciteit, waar lokaal nog geen rekening mee is gehouden in de formatie.
Er is lokaal capaciteitsuitbreiding nodig, waarvoor structureel € 11.000 nodig is. Als dekking van deze kosten kan de beschikbare stelpost 'Begeleiding mensen naar werk' ad € 10.125 worden ingezet.
Bestaand beleid
-727
-777
-777
-777
Actualisering prognose zorgkosten 2024 Sociaal Domein
-553
-553
-553
-553
-553
-553
-553
-553
Lasten
In september 2023 is door het college van B&W via de Q2-rapportage een geactualiseerde prognose zorgkosten 2023-2024 Sociaal Domein ontvangen van de GR Peelgemeenten. In deze begroting vindt bijstelling plaats naar de geactualiseerde prognose 2024 voor de zorgkosten Sociaal Domein (Wmo, Jeugd en Bijzondere bijstand, Minimabeleid & Schuldhulpverlening). De bijstelling 2024 resulteert per saldo in een nadeel van structureel € 553.000.
Bewegingsonderwijs basisonderwijs Lasten
-19
-19
-19
-19
-19
-19
-19
-19
Met ingang van het schooljaar 2024-2025 worden de accommodaties voor het bewegingsonderwijs beschikbaar gesteld overeenkomstig de procedure van de verordening voorzieningen onderwijs gemeente Laarbeek 2016. Voor het gebruik van de accommodaties door het bewegingsonderwijs van de scholen is het “huisregelement voor het gebruik van binnensportaccommodaties” van toepassing. Als gevolg hiervan wordt in de begroting 2024 een structureel budget opgenomen voor de aan derden te betalen vergoeding voor normatieve uren bewegingsonderwijs basisonderwijs.
Bijstelling subsidies professionele organisaties Lasten
-80
-80
-80
-80
-80
-80
-80
-80
De professionele subsidie organisaties hebben te maken gekregen met sterke loonstijgingen. Om de dienstverlening te kunnen handhaven is het indexeren van deze budgetten noodzakelijk. Hiervoor hanteren we de afgesproken loon/prijs index die voor 2024 uitkomt op 4,94%. De bijraming aan financiële middelen binnen het subsidiebeleid 2024 wordt voor een deel veroorzaakt door extra activiteiten die de welzijnsorganisatie gaat uitvoeren in 2024. Dit betreft uren dorpsondersteuning. Vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zetten we in op gezondheid en een sterke sociale
61
basis. De dorpsondersteuning is hierbij cruciaal. Om hier extra op in te kunnen zetten is urenuitbreiding noodzakelijk. Deze bijraming kan echter worden gedekt uit de brede SPUK regeling ten behoeve van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
Subsidie VVE (voor- en vroegschoolse educatie) Lasten
-75
-75
-75
-75
-75
-75
-75
-75
De tarieven voor Kinderopvang toeslag en het maximaal uurtarief voor VVE zijn aangepast. In de subsidieregeling VVE staat dat we altijd een kostendekkende uurprijs betalen voor VVE. Een deel hiervan wordt bekostigd vanuit de Kinderopvangtoeslag, en een deel is de gemeentelijke plus voor extra kwaliteit en pedagogisch medewerker die bij het leveren van VVE noodzakelijk is. Tevens is er een groter aantal doelgroeppeuters van wie ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag waardoor de negatieve bijstelling wijzigt van € 14.000 naar € 75.000.
Werkbudget Koersagenda 'Samenwerken door Samen werken' Lasten
0
-50
-50
-50
0
-50
-50
-50
Met de kadernota 2024 is al besloten voor 2024 incidenteel € 50.000 beschikbaar te stellen voor werkbudget Koersagenda 'Samenwerken door Samen werken' van de Peelgemeenten. In 2024 wordt de koersagenda herijkt. Ons doel daarvan is deze strategische samenwerking voort te zetten. Dat betekent dat er ook na 2024 structureel werkbudget nodig is.
Gemeentefonds
-46
-12
-12
88
Verwerking septembercirculaire 2023 Gemeentefonds
-46
-12
-12
88
-46
-12
-12
88
Lasten
De verwerking van de septembercirculaire 2023 gemeentefonds laat over de jaren 2024 t/m 2027, ná diverse opgenomen bijstellingen, over alle jaren een budgettair voordeel zien. Daarbij is rekening gehouden met bijstellingen op de volgende onderdelen: - € 174.000 in 2024 en verder als bijstelling indexatie loonsom personeel - € 5.000 in 2024 en verder als budget voor Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III) - € 7.000 in 2024 t/m 2026 als budget voor Veilig wonen (Impulsgelden Weerbaar Bestuur) - € 8.000 in 2024 en verder als budget Participatiemiddelen (deel Wsw) - € 4.000 in 2024 en verder als budget Rijksvaccinatieprogramma - € 34.000 in 2024 als budget voor Bijzondere bijstand en Vroegsignalering - Bijstelling te realiseren taakstelling in 2027 met € 100.000 naar € 500.000 als besparing lasten Jeugdzorg (afgeleide van de Hervormingsagenda) De diverse budgetbijstellingen leiden tot mutaties in de programma's 1, 3, 5 en 6.
Dekkingsplan
127
102
82
82
Taakstelling besparing diverse budgetten
127
102
82
82
127
102
82
82
Lasten
62
Dit is onderdeel van de taakstelling in het kader van het scherper begroten zoals in de Kadernota is voorgesteld. Hier is bij diverse programma’s invulling aan gegeven. Om niet een aantal malen dezelfde toelichting te geven, wordt hiervoor kortheidshalve verwezen naar onze financiële samenvatting waarin deze taakstelling als onderdeel van het dekkingsplan is toegelicht.
5.3 Beleidsindicatoren gemiddelde gemeente < 25.000 inwoners
Beleidsindicator
verplicht volgens BBV j/n
meet eenheid
actualiteit
Absoluut verzuim
Ja
per 1.000 leerlingen
2022
4,1
4,5
Relatief verzuim
Ja
per 1.000 leerlingen
2022
11
18
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers)
Ja
%
2021
1,0
1,5
Niet sporters
Ja
%
2020
46,8
50,3
Banen
Ja
per 1.000 inwoners van 15- 64 jaar
2022
621,8
694,5
Jongeren met een delict voor de rechter
Ja
%
2021
0
1
Kinderen uit uitkeringsgezinnen
Ja
%
2021
3
3
Netto arbeidsparticipatie
Ja
%
2022
73,3
72,9
Werkloze jongeren
Ja
%
2021
onbekend
1
Personen met een bijstandsuitkering
Ja
per 10.000 inwoners
2021
174,6
215,6
Lopende reintegratievoorzieningen
Ja
per 10.000 inwoners van 15 - 64 jaar
2022
77,4
142,1
Jongeren met jeugdhulp
Ja
% van alle jongeren tot 18 jaar
2022
9,7
12,1
Jongeren met jeugdbescherming
Ja
%
2022
0,9
Onbekend
63
Laarbeek
Jongeren met jeugdreclassering
Ja
%
nvt
onbekend
onbekend
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
Ja
per 10.000 inwoners
2022
610
Onbekend
Omvang huishoudelijk restafval
Ja
Kg/inwoners
2021
54
113
Hernieuwbare elektriciteit
Ja
%
2021
15,3
onbekend
5.4 Investeringen Onderstaande tabellen geven de investeringen voor het begrotingsjaar 2024 weer en de meerjarenbegroting 2025-2027. Investeringsplan 2024
bedragen x € 1.000
Jaar Bruto investeringsinvestering Programma budget
Omschrijving Sporthal D'n Ekker - zonnepanelen
2024
5
Investeringsplan 2025 t/m 2027
273
bedragen x € 1.000
Jaar Bruto investeringsinvestering Programma budget
Omschrijving Sportacc Heibunders - zonnepanelen
2025
5
59
Sportacc Heibunders - overige verduurzaming
2025
5
70
Nieuwbouw Ontmoetingscentrum BenD
2026
5
9.000
MFA De Dreef - overige verduurzaming
2026
5
677
MFA De Dreef - zonnepanelen
2026
5
123
OBS Het Klokhuis - zonnepanelen
2027
5
148
Sporthal De Klumper - zonnepanelen
2027
5
202
Sporthal De Klumper - overige verduurzaming
2027
5
615
64
Programma 6 Financiën en bedrijfsvoering Portefeuillehouders Burgemeester van der Meijden Wethouder Briels
Bestuursakkoord 2022-2026 De financiële situatie De financiële situatie van de gemeente is gezond. We hebben een structureel sluitend meerjarenperspectief in de begroting 2022 en volgende jaren gepresenteerd. De provincie als toezichthouder heeft geen kritische kanttekening bij onze begroting gemaakt. Hierbij moet worden aangetekend dat we in hoge mate afhankelijk zijn van de Rijksvergoedingen. Door steunpakketten vanwege corona, structurele compensatie voor de gestegen kosten van het sociaal domein en meevallers in de september-circulaire 2021 is er bij de totstandkoming van de begroting 2022 een ruime financiële situatie ontstaan. Er zijn bedragen in de begroting opgenomen voor risico’s voor het sociaal domein en de herverdeling van het gemeentefonds. Onze reservepositie is goed. Daarnaast zijn er veel bewegingen in grondexploitaties, waardoor steeds gekeken moet worden of de risicoreserve grondexploitatie toereikend dan wel te hoog of te laag is in relatie tot de onderliggende risico’s. De reserve bedraagt nu keurig 4,4 miljoen euro. Wanneer deze te hoog is, wordt deze afgeroomd naar de algemene reserve. Personeelsbestand De ambtelijke organisatie bestaat uit de gemeentesecretaris, vier afdelingen met elk een afdelingsmanager, een kleine staf en de griffie.
Een organisatie, waarvan de (wettelijke) taken en opgaven de afgelopen jaren enorm zijn toegenomen qua complexiteit in samenhang, wetgeving en eisen, waardoor onze ambtelijke organisatie in eind 2022 is gegroeid naar 118,18 fte. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van jeugdzorg, de Omgevingswet, vertaling van de doelen uit het Klimaatakkoord, burgerparticipatie, ondermijning, maar ook de juridisering van de maatschappij. Ook het aantal ruimtelijke plannen dat om een beoordeling vraagt heeft een enorme vlucht genomen. Burgers worden bovendien steeds mondiger en nemen sneller met de gemeente contact op als zij ergens een klacht over hebben. Dit vraagt van onze medewerkers een andere manier van werken waarbij goede communicatieve vaardigheden belangrijk zijn. Aan de andere kant ligt het vraagstuk van kwetsbaarheid en goedschaligheid ook steeds op tafel, bij een ambtelijk apparaat waar veel vakgebieden/functies bemenst worden door één persoon. Dit maakt ons kwetsbaar - zeker in een veranderende arbeidsmarkt - en maakt ook dat we steeds bestuurlijke ambities in balans moeten brengen en houden met én eventueel uitbreiden van onze capaciteit. Strategisch personeelsbeleid en -planning is hiervoor een belangrijk instrument dat de komende jaren verder uitgewerkt wordt. Het boeien en binden van kwalitatief goed personeel is één van de belangrijkste uitdagingen de komende jaren.
Informatisering & Automatisering Door de toenemende digitalisering is het zorgvuldig omgaan met de informatie en gegevens van inwoners (persoonsgegevens) en organisaties ook voor gemeenten van steeds groter belang. Uitval van computers, het zoek raken van gegevensbestanden of het door onbevoegden kennisnemen dan wel manipuleren van bepaalde gegevens kan ernstige
65
gevolgen hebben voor de continuïteit van de dienstverlening. Een betrouwbare, beschikbare en correcte informatiehuishouding is essentieel voor de dienstverlening van gemeenten en de privacy van onze inwoners.
Ontwikkelingen Financieel perspectief Voor 2024 en 2025 hebben we een sluitend structureel resultaat en een gezonde financiële vermogenspositie. Zoals in de inleiding aangegeven blijft er helaas voor de komende jaren het financieel perspectief onzeker. De discussie over de rijksbijdragen vanaf 2026 loopt nog. De lijn die we in de kadernota hebben gevolgd om geen sluitend perspectief vanaf 2026 aan te bieden, ligt in lijn met het een landelijke VNG advies. De risicoreserve grondexploitatie bedraagt per 2024 € 6,7 miljoen. Voor de inzet en werking wordt verwezen naar de paragraaf Grondbeleid, hoofdstuk 7.7 Reserve en risicobeheersing. Na afronding van deze begroting zullen we deze ontwikkelingen scherp moeten blijven volgen. In aanloop naar de kadernota 2025 moeten we op basis van deze ontwikkelingen bepalen of en zo ja op welke wijze we ons op verschillende scenario’s gaan voorbereiden en rekening gaan houden met mogelijk moeilijke keuzes.
Organisatie ontwikkeling De ambtelijke organisatie telt 140,83 fte bij aanvang 2024. In de paragraaf 5 'Bedrijfsvoering' in deze begroting hebben we diverse aspecten van de organisatie-ontwikkeling toegelicht.
Ambities A. We streven ernaar om de goede financiële situatie te behouden dan wel te verbeteren. B. Het personeelsbestand van de gemeente is kwalitatief en kwantitatief in overeenstemming met haar taken. C. De gemeentelijke systemen voor Informatisering & Automatisering zijn robuust, dataveilig en toekomstbestendig.
6.1 Speerpunten Wat willen we bereiken? 6.01
We zijn terughoudend met het verhogen van de lasten voor onze inwoners.
6.02
We blijven investeren in het behoud van ons hoge voorzieningenniveau, met een realistische blik op mogelijkheden, onmogelijkheden en goed uit te leggen overwegingen. Onroerend Zaak Belasting is niet bij voorbaat sluitpost van de begroting. Er dient een balans te zijn tussen opbrengsten, kosten en het voorzieningenniveau in onze kernen.
6.03
De gemeente investeert - aangetoond door een goede onderbouwing - in het personeelsbestand en de bedrijfsvoering, zodat die in evenwicht zijn met de maatschappelijke opgaven en taken van deze tijd.
66
6.04
We sturen actief op het grondbedrijf vanuit een brede totaalblik (niet per project), met een goede balans tussen beleidsdoelstellingen en financiële positie.
6.05
We zetten in op verantwoord actief grondbeleid.
6.06
We streven naar meer kostendekkende heffingen en retributies.
6.07
De invoering van verblijfsbelasting wordt versneld ingevoerd per 2024.
6.08
We zoeken naar mogelijkheden om een herstructureringsfonds of een vereveningsfonds in het leven te roepen voor het realiseren van sociale woningbouw.
6.09
Er wordt gekeken naar de financiële en praktische mogelijkheden om rioolheffing te baseren op werkelijk waterverbruik.
Wat gaan we daar voor doen? 6.07
De invoering van verblijfsbelasting wordt versneld ingevoerd per 2024. Onderzoek invoering verblijfsbelasting Na een nieuw arbeidsmigrantenbeleid en de uitfasering van coronaeffecten op de ondernemers, wordt in 2024 aan de raad een voorstel voorgelegd over de mogelijke invoering van verblijfsbelasting (toeristenbelasting) per 1 januari 2025. Als basis hiervoor zal een onderzoek worden uitgevoerd waarin de te verwachten opbrengsten worden afgewogen tegen de mogelijke (beheersmatige) gevolgen en de impact op ondernemers en belastingplichtigen (toeristen en arbeidsmigranten).
Planning 12 - 2024
6.2 Financiën Rekening bedragen x 1.000
Begroting
Meerjarenbegroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Lasten
-10.122
-11.880
-11.433
-11.487
-11.466
-11.497
Overhead
-8.386
-11.228
-11.040
-11.030
-10.984
-11.075
Overige baten en lasten
-1.661
-610
-362
-417
-432
-362
-4
-4
-4
-4
-4
-4
OZB woningen Treasury
-71
-39
-27
-37
-47
-56
Baten
46.585
44.928
46.559
46.733
43.340
43.478
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen Gemeentefonds
39.177
38.316
39.766
39.773
36.260
36.380
26
27
27
27
27
27
Overhead
850
337
370
370
370
370
Overige baten en lasten
741
50
50
50
2.333
2.376
2.383
Belastingen overig
OZB niet-woningen
2.028
67
2.176
2.292
OZB woningen
3.598
Treasury
3.808
4.022
4.098
4.175
4.186
164
264
82
82
82
82
Saldo van baten en lasten
36.462
33.048
35.126
35.246
31.874
31.981
Stortingen in reserves
-10.119
-173
3.257
726
192
191
190
190
29.601
33.806
35.318
35.437
32.063
32.171
Onttrekkingen aan reserves Resultaat
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de begrotingssaldi weer. Begroting bedragen x € 1.000
Meerjarenbegroting
2024
2025
2026
2027
35.373
35.253
32.778
31.219
1
1
1
1
-664
-664
-666
-666
-1.328
-1.058
-1.789
-951
Raad 15 juni 2023
-97
-97
-97
-97
2e Tussenrapportage 2023
-2
-2
-2
-2
33.283
33.433
30.225
29.504
Nieuw beleid
-74
-74
-74
-74
Bestaand beleid
-71
-71
-71
-71
Gemeentefonds
339
298
126
889
Dekkingsplan
761
762
764
764
Kapitaallasten
-33
-41
-32
30
1.114
1.130
1.125
1.129
35.318
35.437
32.063
32.171
Primitieve begroting 2023-2026 Raad 15 december 2022 1e Tussenrapportage 2023 Kadernota 2024
Startpositie Meerjarenbegroting 20242027
Overige mutaties Saldo Meerjarenbegroting 2024-2027
Toelichting financiële mutaties Onderstaande tabel laat de mutaties uit de Programmabegroting 2024 zien. Begroting
Meerjarenbegroting
bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Nieuw beleid
-74
-74
-74
-74
Deelname vacatureplatform Peelgemeenten en onboarding- en talentproject
-74
-74
-74
-74
-74
-74
-74
-74
Lasten
68
De arbeidsmarkt is de afgelopen jaren mede door vergrijzing en economische groei steeds krapper geworden. De verwachting is dat dit de komende jaren niet zal verbeteren. Eerder dat het nog lastiger zal worden om nieuwe mensen aan te trekken en te behouden. Aanvullend op onze huidige inspanningen in werving en selectie doen we in 2023 mee aan een pilot om te komen tot een regionaal vacatureplatform en een zogenoemd “onboarding-“ en talentprogramma. De intentie is om met deze samenwerking vanaf 2024 verder te gaan.
Bestaand beleid
-71
-71
-71
-71
Dienstverlening burgerzaken
-68
-68
-68
-68
-68
-68
-68
-68
Lasten
Een landelijke ontwikkeling brengt de huidige dienstverlening rondom reis- en verblijfdocumenten in gevaar. Tien jaar geleden is de geldigheid van paspoorten verlengd naar tien jaar, waardoor het verloop van deze reisdocumenten als het ware is uitgesteld. Dit geeft per 2024 tot en met 2028 een enorme piek in de aanvragen van reisdocumenten. Deze toename kan met de huidige capaciteit niet worden opgevangen. Vanwege de ‘uitgestelde geldigheid paspoorten’ is in 2019 de formatie bij Burgerzaken met 0,5fte verlaagd. Deze 0,5fte is echter structureel nodig om de balie voldoende open te houden en de aanvragen 2024 e.v. te kunnen verwerken. Tegelijkertijd kennen de jaren 2024 tot en met 2028 een extreme piek, welke vervolgens stabiliseert. Om deze piek op te kunnen vangen, is € 34.000 incidentele inhuurcapaciteit benodigd over de periode 2024 tot en met 2028. Als dekking hiervoor geldt een verhoging van de geraamde legesopbrengsten. Aangezien alle gemeenten hiermee kampen, wordt zoveel als mogelijk de samenwerking met de Peelgemeenten gezocht.
Verzekering bestuurdersaansprakelijkheid Lasten
-3
-3
-3
-3
-3
-3
-3
-3
We hebben voor onze bestuurder in de Grondexploitatiemaatschappij De Hoge Regt een verzekering afgesloten. Voorheen zagen we dit als algemene kosten grondexploitatie en werd dit via de grondexploitaties verdeeld. Voortaan verloopt dit via de reguliere personeelskosten en daarom heeft het een beperkt nadelig begrotingsresultaat van € 3.000.
Gemeentefonds
339
298
126
889
Verwerking septembercirculaire 2023 Gemeentefonds
339
298
126
889
Lasten
-174
-174
-174
-174
Baten
513
472
300
1.063
De verwerking van de septembercirculaire 2023 gemeentefonds laat over de jaren 2024 t/m 2027, ná diverse opgenomen bijstellingen, over alle jaren een budgettair voordeel zien. Daarbij is rekening gehouden met bijstellingen op de volgende onderdelen: - € 174.000 in 2024 en verder als bijstelling indexatie loonsom personeel - € 5.000 in 2024 en verder als budget voor Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III) - € 7.000 in 2024 t/m 2026 als budget voor Veilig wonen (Impulsgelden Weerbaar Bestuur) - € 8.000 in 2024 en verder als budget Participatiemiddelen (deel Wsw) - € 4.000 in 2024 en verder als budget Rijksvaccinatieprogramma - € 34.000 in 2024 als budget voor Bijzondere bijstand en Vroegsignalering - Bijstelling te realiseren taakstelling in 2027 met € 100.000 naar € 500.000 als besparing lasten
69
Jeugdzorg (afgeleide van de Hervormingsagenda) De diverse budgetbijstellingen leiden tot mutaties in de programma's 1, 3, 5 en 6.
Dekkingsplan Bijstelling stijging ozb-opbrengst 2024 tot 5,32% conform inflatiecorrectie 2024 Baten
761
762
764
764
64
65
67
67
64
65
67
67
Bij de Kadernota 2024 was nog rekening gehouden met een stijging van de ozb-opbrengst 2024 met 4,22% conform de gecombineerde index 2024 vanuit de Voorjaarsnota 2023 (onderdeel van de meicirculaire 2023 gemeentefonds). Echter in de septembercirculaire 2023 gemeentefonds is deze gecombineerde index 2024 bijgesteld naar 5,32%. Om de inflatiecorrectie gelijk te laten lopen met de indexering van de inkomsten geeft dit aanleiding om deze correctie toe te passen op de stijging van de opbrengst onroerende zaakbelastingen 2024.
Inzet stelpost prijsindexering 2024 Lasten
682
682
682
682
682
682
682
682
Bij de Kadernota 2024 is gekozen om richting de samenstelling van de begroting 2024 voor oplossingsrichting 1. Dit betekent dat de hiervoor beschikbare stelpost prijsinexering 2024 van € 682.000 structureel ter dekking wordt ingezet.
Taakstelling besparing diverse budgetten Baten
15
15
15
15
15
15
15
15
Dit is onderdeel van de taakstelling in het kader van het scherper begroten zoals in de Kadernota is voorgesteld. Hier is bij diverse programma’s invulling aan gegeven. Om niet een aantal malen dezelfde toelichting te geven, wordt hiervoor kortheidshalve verwezen naar onze financiële samenvatting waarin deze taakstelling als onderdeel van het dekkingsplan is toegelicht.
6.3 Beleidsindicatoren gemiddelde gemeente < 25.000 inwoners
verplicht volgens BBV j/n
meet eenheid
actualiteit
Formatie
Ja
Fte per 1.000 inwoners
2024
6,06
onbekend
Bezetting
Ja
Fte per 1.000 inwoners
2024
5,03
onbekend
Beleidsindicator
70
Laarbeek
Ja
Kosten per inwoner
nvt
niet gemeten
onbekend
Externe inhuur
Ja
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
2024
7,32
onbekend
Overhead
Ja
% van totale lasten
2024
13,28
onbekend
Apparaatskosten
6.4 Investeringen Onderstaande tabellen geven de investeringen voor het begrotingsjaar 2024 weer en de meerjarenbegroting 2025-2027. Investeringsplan 2024
bedragen x € 1.000
Jaar Bruto investeringsinvestering Programma budget
Omschrijving Voertuig buitendienst Goupil model 4
2024
6
50
Rolbezem tractor
2024
6
9
Investeringsplan 2025 t/m 2027
bedragen x € 1.000
Jaar Bruto investeringsinvestering Programma budget
Omschrijving Gemeentewerf - zonnepanelen
2025
6
29 -
71
Paragrafen 1 Lokale heffingen Geraamde belastinginkomsten (en overige heffingen) Lokale heffingen stellen de gemeente in staat eigen middelen te verkrijgen. Die middelen worden ingezet voor uitgaven voor de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen vindt plaats door middel van een verordening, die door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Ook de tarieven worden vastgesteld door de gemeenteraad. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven bij de ramingen op het gebied van gemeentelijke belastingen. Na een samenvattende tabel volgt een toelichting per belastingsoort, de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid. De onderstaande tabel geeft de meerjarig geraamde inkomsten weer. Begroting bedragen x € 1.000
Meerjarenbegroting
2024
2025
2026
2027
895
895
895
895
Onroerendezaakbelasting
6.314
6.431
6.551
6.569
Afvalstoffenheffing
2.036
2.036
2.036
2.036
Rioolheffing
2.573
2.573
2.573
2.573
27
27
27
27
Leges
Reclamebelasting Totaal Lokale heffingen
11.845 11.962 12.082 12.100
1.1 Beleidsuitgangspunten Binnen de gemeente Laarbeek gelden de volgende lokale heffingen: 1. Onroerendezaakbelasting 2. Rioolheffing 3. Afvalstoffenheffing 4. Leges 5. Reclamebelasting 6. Markt- en staangelden De raad stelt de verordeningen jaarlijks vast en de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) zorgt vervolgens voor de uitvoering, zoals het opleggen en innen van de aanslagen. Dat geldt niet voor de leges en markt- en staangelden, de heffing daarvan verloopt rechtstreeks via de gemeente.
72
Een nadere toelichting op het beleid is te vinden in de Nota lokale heffingen. Deze is op 17 september 2015 door de raad vastgesteld. Daarnaast zijn de actuele verordeningen te vinden via www.overheid.nl.
1.2 Overzicht lokale heffingen 1.2.1 Onroerendezaakbelasting Onder de naam ‘Onroerendezaakbelasting’ wordt een belasting geheven van de eigenaren en gebruikers van alle binnen de gemeente gelegen niet-woningen en van de eigenaren van de woningen. Uitgegaan wordt van de waarde welke als gevolg van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) is vastgesteld. Jaarlijks vindt een algehele hertaxatie plaats. Naar de waarde peildatum 1 januari 2023 wordt een nieuwe waarde vastgesteld. Deze waarde geldt voor het heffingsjaar 2024. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de OZB-tarieven: OZB is algemeen dekkingsmiddel, er is geen relatie te leggen met de bijhorende kosten. Tariefdifferentiatie (gebruik bedrijven, eigendom bedrijven en eigendom woningen). Trendmatige opbrengsten stijging om voorzieningen in de vier kernen te handhaven. Extra stijging OZB alleen als de economische situatie hiertoe aanleiding geeft. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. De waardering van de onroerende zaak en vervolgens de heffing en inning van de onroerende zaakbelastingen is volledig overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) per 1 januari 2018, zodat deze als gecombineerde aanslag met de waterschapsbelastingen bij de inwoners wordt opgelegd.
1.2.2 Rioolheffing De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven rioolheffing: Kostendekkende heffing, alle uitgaven die betrekking hebben op riolering en watertaken worden gecompenseerd met de rioolheffing. Tariefdifferentiatie woningen en bedrijven. Tarief bedrijven volgens staffel als drinkwaterafname groter is dan 500 m3 per jaar. Bij de berekening wordt rekening gehouden met BTW en overheadkosten. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. Trendmatige opbrengsten stijging met 3,61% op basis van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Indexering van 3,9 % conform de Financiële uitgangspunten uit de Kadernota 2024 (pagina 49). De meicirculaire 2023 vanuit het Rijk vormt hiervoor de basis.
73
De tariefstijging in 2024 bedraagt daardoor per saldo 7,51 % ten opzichte van het tarief rioolheffing 2023. Voor deze heffing is kwijtschelding mogelijk. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing, bedoeld om alle kosten voor noodzakelijk geachte (collectieve) maatregelen ten aanzien van riolering, hemelwater en grondwater te kunnen verhalen. Omdat het een bestemmingsheffing is, hoeft in de relatie tot de belastingplichtige geen sprake te zijn van een rechtstreekse tegenprestatie in de vorm van een verleende dienst of een voorziening waarvan de belastingplichtige gebruik maakt. De rioolheffing wordt geheven op basis van de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in het GRP 2019-2023 (raadsbesluit: 6 december 2018). Hoofdregel bij het kostenverhaal is dat de kosten via de heffing mogen worden verhaald die worden gemaakt ter nakoming van de zorgplichten.
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Rekening
Rioolheffing
2024
2023
2022
2022
Netto kosten taakveld
1.647
1.604
1.397
1.406
695
582
587
587
231
241
247
270
2.573
2.427
2.231
2.263
Toe te rekenen kosten:
Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen
2.573
2.427
2.231
2.263
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
100%
1.2.3 Afvalstoffenheffing De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de afval-tarieven: Kostendekkende heffing, alle uitgaven die betrekking hebben op afvalinzameling en verwerking worden gecompenseerd met de afvalstoffenheffing. Bij de tarief berekening wordt rekening gehouden met BTW en overheadkosten. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. Voor deze heffing is een kwijtschelding mogelijk tot een bedrag van € 264,86 (2023). Het gebruik van een egalisatiereserve/voorziening wordt onderzocht. Naar verwachting krijgt dit een vervolg in het proces rondom de jaarrekening 2023.
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Rekening
Afvalstoffenheffing
2024
2023
2022
2022
Netto kosten taakveld
1.621
1.610
1.682
1.297
74
Toe te rekenen kosten:
Overhead BTW
92
81
82
82
323
323
323
323
Totale kosten
2.036
2.014
2.087
1.702
Opbrengst heffingen
2.036
2.014
2.087
2.123
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
125%
1.2.4 Leges Het beleid is erop gericht om de komende jaren te streven naar verdergaande maximale kostendekking. Bij het toepassen van de verhogingen zullen tevens vergelijkende tarieven in omliggende gemeenten in ogenschouw worden genomen. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de leges-tarieven: Jaarlijkse toename van de leges opbrengst. Index op basis van de begroting. Leges zijn diensten, de werkelijke opbrengst is afhankelijk van het aantal gevraagde diensten. Bij de tariefberekening wordt geen rekening gehouden met BTW en overheadkosten. Leges worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. Voor bepaalde leges geldt een wettelijke maximale tariefstelling. Indien het berekende tarief hoger is dan wettelijk is toegestaan, wordt het wettelijke maximumtarief toegepast. Voor leges is geen kwijtschelding mogelijk. Als uitgangspunt geldt dat de bouwleges jaarlijks worden verhoogd met 2% en de overige leges worden jaarlijks verhoogd met 5%, voor zover mogelijk. Onbekende effecten implementatie Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) met betrekking tot legesopbrengsten Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet en (deels) de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) in werking.
Dit heeft tot gevolg dat er voor gevolgklasse 1 (bouwwerken zoals woningen en eenvoudige bedrijfspanden) geen vergunningplicht meer geldt. Dit betekent enerzijds minder uitgaven in de uitvoering (in de begroting van de ODZOB is dit effect meegenomen). Anderzijds leidt het tot minder legesopbrengsten. Op 11 september 2023 heeft Minister de Jonge aangegeven dat de Wkb – in tegenstelling tot eerdere berichten - nog niet gaat gelden voor verbouwingen. Door onder andere deze onzekerheid is het niet mogelijk om een (goede) inschatting te maken van het effect van de Omgevingswet en de Wkb op de legesopbrengsten, die daardoor (nog) niet zijn bijgesteld in de begroting 2024. Dit risico is ook opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
75
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Rekening
Leges
2024
2023
2022
2022
Totale netto kosten
1.772
1.784
1.829
1.705
895
592
1.125
925
51%
33%
62%
54%
Opbrengst leges Dekkingspercentage
1.2.5 Reclamebelasting Reclamebelasting wordt sinds 2015 opgelegd in het winkelgebied Piet van Thielplein. Sinds 2020 wordt de reclamebelasting ook opgelegd in het gebied Heuvelplein. De belasting is ingevoerd op verzoek van de ondernemersvereniging. Doel van de heffing is om alle winkeliers mee te laten betalen aan de verdere ontwikkeling van het gebied. Welke maatregelen genomen worden, hangt af van de wensen van de ondernemersvereniging. De volgende beleidsuitgangspunten zijn toegepast bij de berekening van de reclamebelasting: Het heffingsgebied betreft winkelgebied Piet van Thielplein en Heuvelplein. 100% doorbetaling van de werkelijke opbrengst. Bij de tarief berekening wordt geen rekening gehouden met BTW en overheadkosten. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad, dit kan ook betekenen dat verordeningen van oude jaren niet geactualiseerd worden. Voor reclamebelasting is geen kwijtschelding mogelijk.
1.2.6 Markt- en staangelden Markt- en staangelden zijn vergoedingen die de gemeente vraagt voor het in gebruik geven van gemeentegrond voor private doeleinden. De mate van kostendekkendheid speelt geen rol bij deze heffing. Het gaat om beperkte opbrengsten die gerealiseerd worden door het ter beschikking stellen van gemeentegrond voor private doelen. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de markt- & staangeld-tarieven: Stabiele prijzen, geen indexering om zoveel mogelijk kraamhouders te behouden voor de markt in Laarbeek. Bij de tarief berekening wordt geen rekening gehouden BTW en overheadkosten. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad, dit kan ook betekenen dat verordeningen van oude jaren niet geactualiseerd worden. Voor markt- & staangeld is geen kwijtschelding mogelijk.
76
1.3 Lokale lastendruk Aanduiding lokale Belastingdruk per woonruimte In onderstaande tabel wordt een beeld gegeven van de lokale lastendruk per meerpersoonshuishouden in vergelijking tot omliggende gemeenten op basis van gegevens uit 2023. In relatie tot het goede voorzieningenniveau binnen onze gemeente is het positief om te constateren dat de woonlasten op een gemiddeld niveau liggen. Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishoudens omliggende gemeenten
Bron: Coelo 2023 Atlas van de lokale heffingen
1.4 Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen te verlenen. Door de gemeenteraad is besloten dat voor de volgende belastingen een verzoek om kwijtschelding kan worden ingediend: 1. Rioolheffing; 2. Afvalstoffenheffing; 3. Onroerende-zaakbelasting, gebruikersbelasting. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. Deze uitvoeringsregeling is met 2 punten beperkt door gemeentelijk beleid: 1. Bij kwijtschelding van de afvalstoffenheffing geldt een maximum van € 264,86 (hoogte bedrag in 2023). Dit maximumbedrag is opgenomen om te voorkomen dat belastingplichtigen die in aanmerking komen voor kwijtschelding hun containers onnodig laten ledigen en te stimuleren om door te gaan met het scheiden van afvalstoffen. 2. Er wordt alleen kwijtschelding verleend aan natuurlijke personen.
77
2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft aan hoe de financiële positie van de gemeente zich verhoudt tot de risico's. Oftewel het vermogen van de gemeente Laarbeek om ook in ongunstige tijden de incidentele financiële risico’s op te kunnen vangen om zo haar taken ongewijzigd te kunnen voortzetten en hierdoor niet de continuïteit van de gemeente in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de ingeschatte risico’s die worden gelopen. Om het benodigde weerstandsvermogen te kunnen beoordelen geven we inzicht in de risico's. Onder een risico verstaan we het gevaar voor financiële schade of verlies als gevolg van interne en/of externe omstandigheden. Het risico heeft dan betrekking op het samenvallen van die bepaalde omstandigheden (de kans) en de negatieve gevolgen (de schade / bedrag). Tot slot wordt in deze paragraaf vijf financiële kengetallen gepresenteerd die vanuit de BBV gepresenteerd moeten worden, zijnde: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.
2.1 Beleidsuitgangspunten Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. Jaarlijks inventariseren wij de risico’s die van invloed kunnen zijn op de bedrijfsvoering om deze (zo veel mogelijk) te beperken en de vermogenspositie te kunnen beoordelen. De belangrijkste risico’s qua financiële impact worden in kaart gebracht door middel van een korte scan van de organisatie. Uit de inventarisatie zijn in totaal 40 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande paragraaf zijn de risico's gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het benodigde weerstandsvermogen uit de risico's zetten we vervolgens af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Om de ratio weerstandsvermogen te bepalen wordt het benodigde weerstandsvermogen in relatie gebracht tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit geeft de conclusie in hoever wij als gemeente Laarbeek in staat zijn potentiële risico's financieel op te vangen.
78
Visueel ziet dat er als volgt uit:
2.2 Weerstandscapaciteit Zoals in het Besluit Begroting en Verantwoording is aangegeven, bestaat de weerstandscapaciteit uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken (artikel 11-1a). De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Dit bedrag moet in verhouding zijn met de benodigde weerstandscapaciteit. Dit laatste bedrag komt voort uit het risicoprofiel van een onderneming. De benodigde weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel vermogen een onderneming beschikbaar moet hebben om calamiteiten financieel aan te kunnen. De opbouw van onze beschikbare weerstandscapaciteit in duizendtallen ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000
Algemene reserve
14.690
Reserve grondexploitatie
6.731
Onvoorzien incidenteel
60
Onbenutte belastingcapaciteit
1.895
Beschikbare weerstandscapaciteit
23.377
79
Vrij aanwendbaar deel reserves (algemene reserve) In de raadsvergadering van 20 juni 2019 is de “Nota reserves en voorzieningen" vastgesteld. In deze nota wordt aangegeven aan welke criteria de diverse reserves en voorzieningen dienen te voldoen. De algemene reserve kan vrij over beschikt worden en kan worden aangewend voor het opvangen van eenmalige nadelen. Hierdoor kan de algemene reserve worden meegenomen in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2024 (na resultaat bestemming jaarrekening, besluit gemeenteraad van 6 juli 2023) € 14,690 miljoen. Reserve grondexploitatierisico’s Speciaal voor de risico’s die te maken hebben met grondexploitatie is een risicoreserve grondbedrijf gevormd. Deze reserve is onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. De stand van deze reserve bedraagt maximaal € 4,9 miljoen (volgens de grondnota). Dit is opgebouwd uit de risico's uit de Monte Carlo risico analyse voor grondexploitatie ter hoogte van € 2,6 miljoen plus een ophoging van een buffer van € 2 miljoen en 0,3 miljoen aan toekomstige claims. Indien de reserve hoger wordt dan het maximale bedrag dan valt het overtollige deel vrij ten gunste van de algemene reserve.
Bij de resultaatbestemming over het jaar 2022 is besloten om € 1,1 miljoen extra toe te voegen aan de reserve grondexploitatierisico's wegens de toekomstige risico's en onzekerheden. Hierdoor bedraagt de reserve maximaal € 6,7 miljoen bij het opstellen van de begroting. Hierbij dient wel vermeld te worden dat dit de stand is voor de verwerking van de grondnota 2023 die nog niet verwerkt is in deze begroting (besluitvorming vindt tegelijk plaats met de begroting) hierdoor is er gerekend met de stand van de reserve zoals bekend bij de jaarrekening 2022 na resultaatbestemming. Stille reserves Van stille reserves is sprake als bedrijfsmiddelen meer waard zijn dan uit de boekhouding blijkt. De stille reserves zijn een onderdeel van de bedrijfsmiddelen die de gemeente gebruikt. Het is niet mogelijk om de middelen direct beschikbaar te maken en daarom nemen we dit onderdeel niet mee. Onvoorzien incidenteel Het is mogelijk om voor incidentele zaken een bedrag op te nemen in de begroting. Met dit bedrag kunnen incidentele nadelen opgevangen worden. Het gaat dan om zaken die bij het maken van de begroting nog niet bekend zijn, maar door bijvoorbeeld wetswijziging wel kosten voor de gemeente met zich meebrengen. In Laarbeek is voor 2024 een raming opgenomen van € 60.000,-. Onbenutte belastingcapaciteit Bij onbenutte belastingcapaciteit wordt uitsluitend gekeken naar de OZB-heffing.
Wettelijk is namelijk bepaald dat de tarieven voor de overige heffingen maximaal 100%-kostendekkend
80
mogen zijn. Bij afvalstoffenheffing en de rioolheffing is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Om de onbenutte belastingcapaciteit van de OZB te berekenen, maken we gebruik van de norm die het rijk stelt aan de zogenaamde ‘artikel 12-status’. Zodra een gemeente in financiële problemen komt, houdt het Rijk rekening met een minimaal OZB-tarief (voor het jaar 2023) van 0,1729% (bron: COELO Atlas van de lokale lasten 2023, pagina 45). Voor de WOZ-waarde zijn de inschattingen van BSOB voor de tariefbepalingen 2023 gehanteerd De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000
Onroerendezaakbelasting
WOZ waarde
Tarief
Tarief 2023
Verschil
Onbenutte
begin 2023
2023
art. 12 status
tarief
capaciteit
3.284
0,10%
0,17%
0,08%
2.527
474 409
0,26% 0,22%
0,17% 0,17%
-0,09% -0,05%
-424 -208
Eigenaar Woningen Eigenaar Niet-woningen Gebruikers Niet-woningen Saldo onbenutte belastingcapaciteit
1.895
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulaties voortvloeit (zie paragraaf 2.3 risico's) is € 2 miljoen + het risico voor de grondexploitaties van € 2,6 miljoen is in totaal aan benodigde weerstandscapaciteit van € 4,6 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 23,377 miljoen. Hierdoor wordt de ratio weerstandsvermogen:
Ratio weerstandsvermogen beschikbare weerstandscapaciteit = = benodigde weerstandscapaciteit
23.377 4.600
=
5,1
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen NAR (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld. Deze ratio wordt voorafgaand aan de raadsbehandeling berekend. Hier is de onttrekking aan de algemene reserve ter dekking van de incidentele lasten 2024 nog niet inbegrepen. Wanneer hiermee wel rekening wordt gehouden bedraagt de ratio 4,1.
Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
81
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De ratio bedraagt eind 2023: 5,1. Dit betekent dat de ratio uitkomt op een waardering A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Toekomstige ontwikkeling van het weerstandsvermogen Bovenstaand ratio weerstandsvermogen is gebaseerd op de actuele situatie van de beschikbare weerstandscapaciteit. Als we naar de verwachte ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit kijken dan is de inschatting dat de algemene reserve gaat dalen door de begrote incidentele tekorten in 2024 en 2025 plus er nog diverse financiële risico's zijn in het grondbedrijf voor toekomstige risico's waar de financiële impact nog niet van bekend zijn bij het opstellen van de begroting maar wel te verwachten zijn. Denk hierbij o.a. aan de ontwikkeling omtrent De Heuvel. Dit zal het ratio verslechteren. Hierbij moet opgemerkt worden dat in deze cijfers de grondnota 2023 (voor het jaar 2024) nog niet verwerkt is. Wanneer de raad instemt met de voorstellen uit de grondnota 2023 in relatie tot de reserve grondexploitatie zal dit effect hebben op (het verloop van) de algemene reserve en daarvan afgeleid de weerstandsratio. Daarnaast is er nog veel onzekerheid over de rijksfinanciering voor de jaren 2026 en 2027. Dit kan mogelijk ook een effect hebben op de algemene reserve en daarmee het weerstandsvermogen.