8 20230923 Gewijzigd ontwerp bestemmingsplan Lekerstraat ong. Beek en Donk Toelichting
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en heesters welke aanwezig zijn binnen en nabij het plangebied. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen. Soorten Habitatrichtlijn Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt nodig geacht. Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat.
Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn potentieel nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Door het aanwezig zijn van een geschikt habitat en de aangetroffen sporen (afb. 29 en 30) is het aannemelijk dat er een steenmarter aanwezig is. Nader onderzoek naar de steenmarter voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden is noodzakelijk voorafgaand aan de geplande sloopwerkzaamheden. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie NoordBrabant een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er aanleiding om een aanvullend flora en faunaonderzoek naar beschermde soorten flora en fauna uit te voeren.
De soorten welke nader onderzocht dienen te worden: • Vleermuizen in te slopen bebouwing; • Kerk- en steenuil in de te slopen bebouwing; • Steenmarter binnen het plangebied. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van nader onderzoek voorafgaand aan de sloop van de gebouwen.
23
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Pater van der Burgtweg 1 Soorten Vogelrichtlijn Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen bebouwing) is niet geschikt bevonden/ er zijn geen nesten aangetroffen van vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de huismus, kerk- en steenuil en gierzwaluw. Jaarrond beschermde nesten in bomen zijn binnen- en nabij het plangebied niet aangetroffen. Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied (de te slopen bebouwingen en aangrenzende te behouden bebouwingen) is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in bebouwingen en nestkasten aan bebouwingen, waaronder de boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn.
Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en heesters welke aanwezig zijn binnen en nabij het plangebied. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren.
Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Soorten Habitatrichtlijn Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht. Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, door het ontbreken van een geschikt habitat.
24
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie NoordBrabant een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Verder geldt voor alle locaties dat binnen het broedseizoen werken alleen mogelijk is, indien er geen bezette vogelnesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient maximaal één week voor aanvang van de werkzaamheden een extra controle worden uitgevoerd of bewoonde nesten aanwezig zijn. Wanneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. Tijdens de werkzaamheden blijft de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Voor een uitgebreide omschrijving van de bevindingen en de conclusies en aanbevelingen wordt verwezen naar de rapportages in de bijlage. Conclusie De geplande activiteiten leiden niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming.
De ontwikkeling heeft naar verwachting geen effecten op beschermde dier- en plantensoorten. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.
4.2
Landschappelijke waarden
De gemeente Laarbeek heeft in 2003 een landschapsontwikkelingsplan opgesteld. In het plan worden de kenmerken van het Laarbeekse landschap benoemd en wordt de gewenste ontwikkelingsrichting omschreven. Het gaat dan met name om de ontwikkelingen in het buitengebied. In het landschapsontwikkelingsplan wordt onder meer een visie verwoord op het gebied van natuur, cultuurhistorie en landschap. In het plan is ook aandacht besteed aan herstel, behoud en ontwikkeling op deze vlakken met hieraan gekoppeld uitvoeringsinstrumenten en een budget. Vormgeving van het landschap, het benutten en uitbreiden van bestaande kwaliteiten en waar nodig het toevoegen van nieuwe elementen worden als belangrijke thema’s benoemd. Als kernkwaliteiten voor het buitengebied van Laarbeek worden de verscheidenheid aan landschapstypen, de diversiteit in groenelementen, zowel waardevol voor natuur als voor de recreant, en de op sommige plekken duidelijk waar te nemen cultuurhistorische waarden genoemd. Toets landschapsontwikkelingsplan De locaties Lekerstraat 10 en Lekerstraat ong. zijn gelegen op de grens van twee deelgebieden: ‘Beekdal van de Goorloop’ (deelgebied 4) en ‘Leek en De Biezen’ (deelgebied 5). De locatie Pater van der Burgtweg 1 ligt in het deelgebied ‘Leek en de Biezen (zie volgende figuur).
25
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Lekerstraat 10 en Lekerstraat ong.
Pater van der Burgtweg 1
Figuur 16: Uitsnede kaart deelgebieden Landschapsontwikkelplan
Het beekdal van de Goorloop fungeert als bufferzone tussen de kern Beek en Donk en het deelgebied Lieshoutse Beemden. Deze bufferzone heeft meerdere functies. In het gebied gaan natuurontwikkeling en recreatief medegebruik samen. De Goorloop vormt een belangrijke ecologische verbindingszone en wordt als zodanig verder ontwikkeld. Het netwerk van zandpaden heeft in dit gebied twee functies. De bermen dienen als ecologische verbindingzone voor insecten en de paden fungeren als ontsluiting van het gebied voor recreanten. De toegankelijkheid van het gebied kan worden vergroot door het netwerk van zandpaden uit te breiden en ontbrekende verbindingen tussen de kern en de beek te herstellen. De combinatie van natuur en recreatie maakt het beekdal tot een ideaal gebied voor natuureducatie. Nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot agrarische sector zijn gericht op een bedrijfsvoering waarin de aspecten natuur, landschap, ecologie en educatie voorop staan. Bij het ontwikkelen van nieuwe nevenactiviteiten dient recreatief medegebruik mogelijk te zijn. Voor wat betreft het deelgebied Leek en De Biezen is uit analyse gebleken dat dit gebied geen duidelijk herkenbare eigen identiteit heeft. Tussen de verschillende landschapselementen, zoals verspreid liggende bebouwing, laanbeplanting langs diverse wegen, beken en bosdelen, is nauwelijks sprake van een herkenbare samenhang.
Het gebied vormde voorheen de overstromingsvlakte van de Aa. De aanwezige natuurwaarden worden onvoldoende benut. Voor dit deelgebied worden als gewenste ontwikkelingen aangegeven: water als ordeningsprincipe voor landgebruik, ontwikkelen van natte natuurwaarden, beleefbaar, bruikbaar en recreatief aantrekkelijk water. Aangezien de woonbestemming van Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10 voor het grootste gedeelte binnen het deelgebied Leek en De Biezen is gelegen, wordt bij de uitgangspunten die bij dit gebied horen aangesloten. Verdere verdichting is ingevolge het Landschapsontwikkelplan door middel van woningbouw en grote agrarische bedrijven niet gewenst. Onderhavige ontwikkeling, de realisatie van de woning aan de Lekerstraat ong., vindt direct aansluitend plaats aan de Lekerstraat. De gewenste ontwikkelingen binnen het gebied zien op het element water. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan het contrast tussen nat en droog. De ontwikkeling draagt bij aan een verdere ontstening van het gebied waardoor meer water in het gebied wordt gehouden. Er ontstaat dus meer ruimte voor water. Gezien de kleinschalige ontwikkeling in relatie tot de sloop van de 26
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
bedrijfsgebouwen aan de Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 is er geen sprake van verdere verdichting. Voor de locatie Lekerstraat ong. is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarin rekening is gehouden met de in het gebied aanwezige landschappelijke kwaliteiten zoals verwoord in het landschapsontwikkelingsplan. De volgende figuur toont een uitsnede uit landschappelijk inpassingsplan.
Figuur 17: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan
Het volledige landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd als bijlage. Op de locatie Pater van der Burgtweg 1 en Lekerstraat 10 is geen landschappelijke inpassing van toepassing.
27
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Cultuurhistorische waarden
Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016 Volgens de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen binnen de cultuurhistorisch waardevolle regio ‘Peelrand’ (zie volgende figuur). Peelrand Helmondse akkers
Bijenweg Lekerstraat: Gemertseweg
Figuur 18: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016 provincie Noord-Brabant
De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Het beleid is hier gericht op het behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio en de cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen het archeologisch waardevol landschap Helmondse akkers Dit omvat het sterk gevarieerde landschap tussen het Dommeldal in het westen en de Peelhorst in het oosten. Het gebied wordt van zuid naar noord doorsneden door de Aa en de Goorloop en hun zijbeken. Hierdoor is een mozaïek van kleinere en grotere dekzandgebieden ontstaan die veelal zijn bedekt met oude akkercomplexen en woeste gronden heide, bos. Het gebied kenmerkt zich door een zeer hoge dichtheid aan bekende vindplaatsen.
Verder zijn de wegen Lekerstraat, de Bijenweg en de Gemertseweg aangewezen als historisch-geografische lijnen van redelijk hoge waarde vanwege de ontginningsgeschiedenis van het gebied.
28
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Erfgoedkaart Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Volgens de Erfgoedkaart Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is het plangebied Lekerstraat ong. gelegen op de besloten akker Grote Hees en maakt het onderdeel uit van het gehucht Lekerstraat en Donk (zie volgende figuur). Gehuchten Beek en Lekerstraat
Houtwallen
Besloten akker Grote Hees
Plangebied Lekerstraat ong.
Figuur 19: Uitsnede Erfgoedkaart Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Van oudsher betreft het gebied waar het plangebied Lekerstraat ong. deel van uitmaakt de besloten akker ‘Grote Hees’. Waar nu sprake is van een zichtlijn vanaf de Lekerstraat richting het zuidelijk gelegen open landschap, lag in het verleden een complex oude akkers die werden gescheiden door houtwallen en houtsingels (zie volgende figuur).
Plangebied Lekerstraat ong. Figuur 20: Ligging zichtlijnen huidige situatie
29
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Deze zichtlijn was dan ook in de oorspronkelijke landschapsstructuur niet aanwezig. De meeste houtwallen zijn in het kader van de ruilverkaveling en de grootschaligheid van de landbouw verdwenen, waardoor op verscheidene plaatsen zichtlijnen zijn ontstaan. Door de beoogde ontwikkeling wordt bebouwing toegevoegd in het landschap, waardoor de zichtlijn ter plaatse van het perceel verdwijnt. Aangezien de zichtlijn hier geen oorspronkelijk ‘element’ betreft, kan het verdwijnen ervan als acceptabel worden beschouwd. De cultuurhistorische waarden worden door de ontwikkeling niet aangetast of doorkruist. Met de landschappelijke inpassing worden de al aanwezige landschapskenmerken juist versterkt. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering voor het behoud van de aanwezige waarden. In het bestemmingsplan heeft het plangebied Lekerstraat 10 de functieaanduiding cultuurhistorische waarden. De ontwikkeling op de locatie Lekerstraat 10 betreft sloop van de aanwezige bedrijfsgebouwen en met betrekking tot de woning en bijbehorende bouwwerken een wijziging van de agrarische bestemming naar woonbestemming. De bedrijfsgebouwen hebben geen cultuurhistorische waarde; de woning en bijbehorende bouwwerken blijven ongewijzigd. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering voor het behoud van de aanwezige waarden. 4.3.2
Archeologische waarden
Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Laarbeek is het plangebied Lekerstraat ong. gelegen binnen een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde (zie volgende figuur).
Lekerstraat ong.
Lekerstraat 10
Pater van der Burgtweg 1
Figuur 21: Uitsnede ‘Archeologische beleidskaart’ gemeente Laarbeek
De locatie waar de nieuwe woning met bijbehorend bouwwerk wordt opgericht, is gelegen binnen een gebied met een hoge verwachtingswaarde. Hier geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld of 0,5 m onder maaiveld bij esdekken.
30
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
De oppervlakte van de woning bedraagt 170 m2; de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk 150 m2 . Verder wordt nieuwe erfverharding aangelegd, maar de grondbewerkingen gaan niet dieper dan 40 centimeter. Ten slotte worden kabels en leidingen aangelegd; hiertoe worden smalle sleuven gegraven. De oppervlakte van deze graafwerkzaamheden bedraagt in totaal minder dan 180 m². De totale oppervlakte waarvoor een grondbewerking nodig is, blijft hierdoor onder de drempelwaarden. Derhalve is geen nader archeologisch onderzoek nodig. Indien tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen, dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente conform Artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en Artikel 5.11 (Waarneming) van de Erfgoedwet 2016. Op de overige locaties worden alleen sloopwerkzaamheden verricht. Deze gronden zijn in het verleden al bewerkt. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.4
Verkeer, ontsluiting en parkeren
4.4.1
Verkeer en ontsluiting
De nieuwe woning op de locatie Lekerstraat ong. zal worden ontsloten via een nieuwe inrit aan de Lekerstraat (zie volgende figuur). Inrit varkenshouderij Lekerstraat 10
Inrit woning Lekerstraat 10
Inrit Lekerstraat ong.
Inrit
Figuur 22: Weergave ligging inritten Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10
Bij het bepalen van het aantal verkeersbewegingen dat de ontwikkeling genereert wordt uitgegaan van de ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (CROW). Voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied geldt een norm voor verkeersgeneratie van 8,6 verkeersbewegingen per dag. De Lekerstraat kan deze toename aan verkeersbewegingen aan. Bij de overige locaties is sprake van een afname van het aantal verkeersbewegingen. De varkenshouderij aan de Lekerstraat 10 wordt ontsloten door twee inritten, één ten behoeve van de woning en één ten behoeve van het bedrijf. De inrit ten behoeve van het bedrijf komt na de sloop van de bedrijfsgebouwen te vervallen. 31
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
De locatie Pater van der Burgtweg 1 wordt ontsloten door twee inritten, één ten behoeve van de woning en één ten behoeve van het bedrijf. De twee inritten blijven in de beoogde situatie gehandhaafd (zie volgende figuur). Inrit bedrijf
Inrit woning
Figuur 23: Weergave ligging inritten Pater van der Burgtweg 1
4.4.2
Parkeren
Voor het aspect parkeren in de gemeente Laarbeek zijn het paraplubestemmingsplan Parkeernormen Laarbeek en de ‘Parkeerbeleidsnota 2019 gemeente Laarbeek’ van toepassing. Het uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat een nieuw bouwinitiatief geen parkeerproblemen in de omgeving mag veroorzaken en dat elke initiatiefnemer van bouwplannen zorgdraagt voor zijn eigen parkeeroplossing. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij de nieuwe woning aan de Lekerstraat ong. dient te worden uitgegaan van de parkeernormen zoals gepubliceerd door het CROW. Voor een vrijstaande woning in nietstedelijk buitengebied geldt een parkeernorm van 2,8 per woning. Voor onderhavige ontwikkeling komt dit neer op 3 parkeerplaatsen. Er is voldoende ruimte binnen het perceel voor de parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen zijn ingetekend op de situatietekening (zie volgende figuur).
Figuur 24: Ligging parkeergelegenheid Lekerstraat ong. 32
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Bij de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 is sprake van het beëindigen van respectievelijk de agrarische bedrijfsfunctie en de opslagfunctie. De behoefte aan parkeerplaatsen vermindert daardoor tot 3 per locatie voor de woonfunctie. Hiertoe is op beide locatie voldoende ruimte aanwezig.
33
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
5. Milieuaspecten 5.1
Bodem
In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. In artikel 8 van de Woningwet is aangegeven dat een gemeente in de gemeentelijke bouwverordening regels moet opnemen om het bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan. De gemeente heeft de taak om alleen een omgevingsvergunning (aspect bouwen) te verlenen als de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Hiertoe toetst de gemeente de informatie omtrent de bodemkwaliteit aan de Circulaire bodemsanering. Als de bouwlocatie daaraan niet voldoet, dan kan de gemeente een aanvraag voor een omgevingsvergunning weigeren, of nadere eisen in de vergunning opnemen. Bodemtoets Een bodemonderzoek moet in bepaalde gevallen worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Lekerstraat ong. In de huidige situatie betreft het plangebied onbebouwde agrarische grond, waar in het verleden geen bebouwing heeft gestaan of andere agrarische activiteiten hebben plaatsgevonden anders dan grondbewerking.
In de beoogde situatie krijgt de grond een woonbestemming (gevoelige functie) en wordt nieuwe woning en bijbehorend bouwwerk opgericht. Verkennend bodemonderzoek Ter plaatse van de gronden van de nieuwe woning en bijbehorend bouwwerk is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 2. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn aannames gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van potentiële verontreinigingsbronnen en is een onderzoekshypothese opgesteld. Resultaten Tijdens het veldwerk zijn geen bijzonderheden op of in de bodem waargenomen. In de visueel schone boven- en ondergrond zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen aangetoond. Tijdens de watermonstername van het grondwater is vastgesteld dat de troebelheid hoog is als gevolg van het hoge leemgehalte in de ondergrond. De analyseresultaten van het grondwater zullen echter nagenoeg niet beïnvloed worden door de troebelheid. In het grondwater is een gehalte aan barium aangetoond boven de streefwaarde. Het licht verhoogde gehalte kan als natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde worden beschouwd en vormt geen aanleiding voor nader onderzoek. Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen overeen met de hypothese. De resultaten vormen geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie.
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging en realisatie van een woning met bijbehorend bouwwerk. De eventueel 2 Rapport verkennend bodemonderzoek Lekerstraat ong. te Beek en Donk, Bodeminzicht, 20 mei 2020
34
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit Voor een uitgebreide beschrijving van de resultaten van het onderzoek wordt verwezen naar de rapportage in de bijlage. Lekerstraat 10 Op de locatie Lekerstraat 10 worden de bedrijfsgebouwen gesloopt. De bedrijfswoning blijft ongewijzigd. Bedoeling is de agrarische bestemming van de woning te wijzigen in een woonbestemming. Onderhavig plan betreft een planologische wijziging. Fysiek verandert er niets aan de bebouwing. De gronden van de voormalige bedrijfsgebouwen krijgen een agrarische bestemming zonder bouwvlak. Op de locatie hebben zich in het verleden geen bodembedreigende activiteiten voorgedaan. Een bodemonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Pater van der Burgtweg 1 Op de locatie Pater van der Burgtweg 1 wordt de loods ten behoeve stalling/opslag gesloopt. De bedrijfswoning blijft ongewijzigd. Bedoeling is de bedrijfsbestemming te wijzigen in een agrarische bestemming en ten behoeve van de woning gebruik te maken van het overgangsrecht, omdat de woning in de toekomst zal worden gesloopt ten behoeve van verbreding van de rijksweg N279. Met betrekking tot de woning betreft onderhavig plan een planologische wijziging.
Fysiek verandert er niets aan de bebouwing. Op de locatie hebben zich in het verleden geen bodembedreigende activiteiten voorgedaan. Een bodemonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
5.2
Water
Het plangebied is niet gelegen binnen een hydrologisch waardevol gebied. Op een afstand van circa één kilometer ten noorden van het plangebied ligt een gebied met de aanduiding reservering waterberging (zie volgende figuur).
Figuur 25: Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (plangebied rood gemarkeerd) 35
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering c.q. bedreiging voor de hydrologisch waardevolle en kwetsbare gebieden. De waterhuishoudkundige gevolgen voor onderhavige ontwikkeling worden behandeld in de waterparagraaf (hoofdstuk 6).
5.3
Geluid
In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. 5.3.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Lekerstraat ong. De Lekerstraat is een 60 km-weg met een geluidzone. De nieuwe woning aan de Lekerstraat ong. dient in het kader van de Wgh te worden beschouwd als een nieuw geluidgevoelig object. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Om de geluidbelasting op de nieuwe woning te bepalen en te beoordelen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd 3. Op basis van de beschikbaar gestelde verkeersgegevens is een rekenmodel opgezet waarmee de geluidsniveaus op de toekomstige woning zijn berekend als gevolg van het verkeer van de Lekerstraat. Ter plaatse van de gevels van de woning wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter hoogte van de noordgevel.
De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Wanneer sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dient rekening gehouden te worden met het ‘Geluidbeleid Wet geluidhinder Hogere waarden’ d.d. 14 oktober 2009 van de gemeente Laarbeek. Hierin wordt gesteld dat indien een hogere waarde wordt verleend dat sprake dient te zijn van tenminste één geluidluwe gevel. Aan de zuidzijde van de woning is sprake van een aanzienlijk lagere geluidbelasting waardoor sprake is van een geluidluwe gevel. Direct ten zuiden van de zuidgevel van de woning begint de tuin waarin het geluidniveau niet meer dan 5 dB hoger is dan de geluidbelasting op de geluidluwe gevel. Op basis van het bovenstaande wordt verzocht een hogere waarde te verlenen. Binnen het Bouwbesluit is geregeld dat een waarde van 33 dB in de woning als gevolg van omgevingslawaai moet zijn gewaarborgd. Tevens wordt in het Bouwbesluit vermeld dat de karakteristieke geluidwering van geveldelen (GA;k) voor woningen ten minste 20 dB bedraagt. In het geval van nieuwbouw ligt de gevelwering tussen de 25 en 30 dB. De geluidbelasting bij de woning exclusief aftrek van artikel 110g bedraagt ten hoogste 58 dB. Met een gevelwering welke ten minste 20 dB bedraagt op basis van het Bouwbesluit, zal het binnen niveau ten hoogste 38 dB bedragen.
Indien wordt uitgegaan van een gemiddelde gevelwering bij nieuwbouw van 25 dB dan bedraagt het binnen niveau 33 dB.
3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai voor het oprichten van een woning aan de Lekerstraat ong. te Beek en
Donk, G&O Consult, 11 mei 2021 36
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras kan verondersteld worden dat er een overwegend goede geluidskwaliteit heerst. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat. Voor een uitgebreide beschrijving van de resultaten van het onderzoek wordt verwezen naar de rapportage in de bijlage. Tevens is het besluit hogere waarde d.d. 25 april 2022 opgenomen in de bijlage. Lekerstraat 10 De Lekerstraat betreft een 60 km/uur-weg met een geluidzone. Echter, er wijzigt niets aan de bedrijfswoning en daarmee aan het beschermingsregime van de woning. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Het betreft reeds een geluidsgevoelig object. Pater van der Burgtweg 1 Ten behoeve van de woning aan de Pater van der Burgtweg 1 wordt gebruik gemaakt van het overgangsrecht. De Bijenweg betreft een 60 km/uur-weg met een geluidzone. Tevens is de provinciale weg N279 een 80 km/uur-weg met een geluidzone. Echter, er wijzigt niets aan de bedrijfswoning en daarmee aan het beschermingsregime van de woning. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Het betreft reeds een geluidsgevoelig object. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavige situatie. 5.3.2
Industrielawaai
Ten aanzien van het aspect industrielawaai worden de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden. In paragraaf 5.6 wordt onderbouwd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat ook voor het aspect geluid sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
5.4
Luchtkwaliteit
Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. Toetsing initiatief De volgende tabel geeft de achtergrondconcentratie voor fijnstof (PM10), zeer fijnstof (PM2,5) en Stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van de plangebieden.
37
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Tabel 1: Overzicht achtergrondconcentratie per locatie binnen het plangebied Plangebied PM10 [ug/m3} PM2,5 [ug/m3} Lekerstraat ong. 16,14 9,30 Lekerstraat 10 16,13 9,30 Pater van der Burgtweg 1 16,30 9,32
NO2 5 [ug/m3} 13,58 13,54 16,79
Er wordt voldaan aan de wettelijke normen. Met behulp van de NIBM-tool (versie 2022) is berekend of nieuwe woning aan de Lekerstraat ong. in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof en stikstofdioxide in de buitenlucht. In het rekenmodel is uitgegaan van maximaal 8,6 extra dagelijkse voertuigbewegingen van en naar het plangebied met 0% vrachtverkeer. De volgende figuur geeft een overzicht van het resultaat.
Figuur 26: Resultaat berekening bijdrage aan luchtkwaliteit (NIBM-tool)
De ontwikkeling heeft geen significante invloed op de luchtkwaliteit; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Bij de ontwikkelingen binnen de andere plangebieden is geen sprake van een toename aan verkeersbewegingen. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen.
5.5
Geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting); • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting). 38
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij). Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object). Met de realisatie van de nieuwe woning aan de Lekerstraat ong. wordt een geurgevoelig object toegevoegd. In onderhavige situatie wordt enkel voor deze ontwikkeling het aspect geur onderzocht. Bij de overige ontwikkelingen blijft de situatie met betrekking tot geur ongewijzigd. Zowel op de locatie Lekerstraat 10 als de locatie Pater van der Burgtweg is en blijft sprake van een reeds bestaande woning op een voormalig veehouderijbedrijf. 5.5.1
Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting)
In de directe omgeving van het plangebied Lekerstraat ong. zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Lekerstraat 29 (schapenhouderij): afstand circa 95 meter; • Lekerstraat 41 (melkveehouderij): afstand circa 130 meter; • Broekkantstraat 7-9 (vleesvarkenshouderij): afstand circa 350 meter; • Broekkantstraat 11 (vleesvarkenshouderij): afstand circa 350 meter. De ligging van de veehouderijbedrijven is weergegeven in de volgende figuur. Lekerstraat 41 (melkveehouderij)
Lekerstraat 29 (schapenhouderij)
Broekkantstraat 11 (vleesvarkenshouderij) Plangebied Lekerstraat ong.
Pater van de Burgtweg 3 (vleeesveehouderij) Broekkantstraat 7-9 (vleesvarkenshouderij)
Broekkantstraat 5 (melkveehouderij)
Broekkantstraat 1 (paardenhouderij)
Figuur 27: Ligging dichtstbijzijnde veehouderijbedrijven
Deze veehouderijbedrijven worden beschermd tegen geurgevoelige objecten. Dit betekent dat de rechten van de veehouderijbedrijven die kunnen worden ontleend aan de vigerende vergunning gerespecteerd dienen te worden. 39
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Voor veehouderijen met dieren zonder geuremissiefactor (zoals melkveehouderijen) geldt ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een vaste afstand van 50 meter buiten de bebouwde kom die moet worden aangehouden tussen een emissiepunt en het dichtstbijzijnde geurgevoelige object. De schapenhouderij aan de Lekerstraat 29 ligt op een afstand van circa 95 meter van de bouwkavel. De melkveehouderij aan de Lekerstraat 41 ligt op een afstand van circa 130 meter van de bouwkavel. Beiden voldoen hiermee aan de wettelijke minimumafstand. De meest nabijgelegen veehouderijen met dieren met een geuremissiefactor betreffen de vleesvarkensbedrijven aan de Broekkantstraat 7-9 en 11. Om te bepalen of de nieuwe woning aan de Lekerstraat ong. geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van deze veehouderijen is een berekening van de voorgrondbelasting uitgevoerd middels het programma V Stacks Vergunning. Hierin zijn zowel het plangebied Lekerstraat ong. als de woningen meegenomen die het dichtste bij deze veehouderijbedrijven zijn gelegen (Lekerstraat 33, 35, 35a en 37). De norm waaraan getoetst dient te worden betreft maximaal 14 ouE/m3. De volgende tabel geeft de resultaten weer van deze berekening (zie ook bijlage). De geurbelasting is bepaald in de vergunde situatie en daarnaast is een berekening gemaakt voor de bedrijven waarbij is gekeken naar de maximale mogelijkheden.
Tabel 2: Resultaten berekening voorgrondbelasting
Lekerstraat 33
14,0
5,7
Voorgrondbelasting Broekkantsestraat 7-9 worst case situatie (ouE/m³) 14,8
Lekerstraat 35
14,0
5,9
16,6
0,6
1,6
Lekerstraat 35a
14,0
6,0
17,2
0,7
1,8
5,8 4,9
16,5
0,6
1,6
12,6
0,4
0,6
6,1
15,0
0,4
0,8
6,0
16,4
0,4
0,8
4,9
13,6
0,4
0,6
4,4 1,6 3,6
12,0 4,7 9,9
0,3 0,2 0,3
0,6 0,2 0,5
Geurgevoelig object
Lekerstraat 37 Lekerstraat ong. hoekpunt 1 Lekerstraat ong. hoekpunt 2 Lekerstraat ong. hoekpunt 3 Lekerstraat ong. hoekpunt 4 Lekerstraat 14 Lekerstraat 25a Lekerstraat 31
Geurnorm (ouE/m³)
14,0
Voorgrondbelasting Broekkantsestraat 7-9 vergunde situatie (ouE/m³)
Voorgrondbelasting Broekkantsestraat 11 vergunde situatie (ouE/m³) 0,5
Voorgrondbelasting Broekkantsestraat 11 worst case situatie ( (ouE/m³) 0,9
14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 1,5 7,0
Uit de resultaten blijkt dat de nieuwe woonbestemming geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van de omliggende veehouderijbedrijven. 5.5.2
Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting)
Middels het programma V-Stacks Gebied is de achtergrondgeurbelasting op het plangebied Lekerstraat ong. bepaald. Hiervoor zijn gegevens van omliggende veehouderijbedrijven (binnen een straal van 2,0 kilometer van het plangebied) gebruikt, afkomstig uit het bestand IGO-KRD (d.d. 7 juni 2023). De invoergegevens zijn toegevoegd als bijlage aan deze rapportage. Volgens de geurverordening is het plangebied gelegen in het buitengebied. De streefwaarde die wordt gehanteerd voor deze zone waarin nog sprake is van een acceptabel geurniveau, is 20 ouE/m3. Aan deze streefwaarde wordt getoetst. In de berekening van de achtergrondbelasting is uitgegaan van het ‘worst case’-scenario, waarbij de hoekpunten van het perceel zijn opgenomen als rand van het geurgevoelig object. 40
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
De volgende tabel geeft de geurbelasting weer op de receptorpunten van het plangebied. Tabel 3: Resultaten berekening achtergrondbelasting Toetswaarde Achtergrondbelasting Geurgevoelig object (ouE/m³) (ouE/m³) Hoekpunt 1 20 3,97 Hoekpunt 2 20 4,84 Hoekpunt 3 20 4,99 Hoekpunt 4 20 4,17
De maximale achtergrondbelasting ter plaatse van het nieuwe bestemmingsvlak bedraagt 4,99 ouE/m3. Hiermee wordt voldaan aan de toetswaarde. Dit betekent dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Beoordeling woon- en leefklimaat De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Voor het toetsen van de omgekeerde werking wordt zowel de geurbelasting van de relevante veehouderijen individueel (voorgrondbelasting) als de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) van alle veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer beschouwd. Voor de beoordeling kan worden aangesloten bij de werkwijze zoals toegelicht in de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij Wgv In de handreiking behorende bij de Wgv wordt geurhinder afkomstig van veehouderijen vertaald naar een waarde voor het leefklimaat in een gebied. Deze waarde wordt beoordeeld door het percentage geurgehinderden en is gekoppeld aan de gevonden geurbelasting. De vertaling naar een waarde voor het leefklimaat is gesplitst in de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting.
Tabel 4: Voor- en achtergrondbelasting gekoppeld aan de mogelijke kans op geurhinder en een beoordeling van het leefklimaat Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting Percentage Milieukwaliteit (ouE/m³) (ouE/m³) geurgehinderden (%) <1,5 0-3 <5 Zeer goed 1,5-3,5 3-7 5-10 Goed 3,5-6,5 7-13 10-15 Redelijk goed 6,5-10 13-20 15-20 Matig 10-14 20-28 20-25 Tamelijk slecht 14-19 28-38 25-30 Slecht 19-25 38-50 30-35 Zeer slecht >25 >50 35-40 Extreem slecht
Beoordeling milieukwaliteit Naast een kwantitatieve weergave van de geurbelasting is er bij deze berekening voor gekozen om de geurbeleving inzichtelijk te maken. De volgende tabel geeft de resultaten weer van zowel de voorgrondbelasting- als de achtergrondbelastingberekening en het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit (woon- en leefklimaat). Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder indien de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. De bepalende geurbelasting is duidelijkheidshalve vetgedrukt. Tabel 5: Milieukwaliteit gevoelige objecten Geurgevoelig object Voorgrond geurbelasting Achtergrond Percentage Milieukwaliteit [ouE/m³] geurbelasting [ouE/m³] geurgehinderden Hoekpunt 1 (plangebied) 4,9 3,97 12% Redelijk goed Hoekpunt 2 (plangebied) 6,1 4,84 14% Redelijk goed Hoekpunt 3 (plangebied) 6,0 4,99 14% Redelijk goed Hoekpunt 4 (plangebied) 4,9 4,17 12% Redelijk goed 41
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Er is sprake van een redelijk goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied waarmee sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.6
Bedrijven en milieuzonering
Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) geeft per bedrijfsactiviteit richtafstanden met betrekking tot geur, fijn stof, geluid en gevaar die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aanvaardbare normen te houden. Uitgangspunt hierbij is dat de richtafstand in principe geldt tussen de perceelsgrens van het bedrijf en de grens van het bestemmingsvlak van een hindergevoelig object. De volgende figuur laat de ligging van de bedrijfsactiviteiten en gevoelige objecten zien binnen en in de directe omgeving van het plangebied voor de locaties Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10. Lekerstraat 29 (schapenhouderij)
Lekerstraat 41 (melkveehouderij)
Broekkantstraat 11 (vleesvarkenshouderij)
Lekerstraat 10
Lekerstraat ong.
Broekkantstraat 7-9 (vleesvarkenshouderij)
Figuur 28: Ligging bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10
De volgende tabel toont het type bedrijfsactiviteiten, de bijbehorende richtafstanden en de werkelijke afstand tussen de grenzen. Tabel 6: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Lekerstraat 29 (schapenhouderij) Geur Stof Geluid Gevaar Fokken en houden van overige graasdieren: 50 30 30 0 overige graasdieren 42
Werkelijke afstand tot plangebied (m) Lekerstraat ong. Lekerstraat 10 95 20
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Lekerstraat 41 (melkrundveehouderij) Fokken en houden van rundvee Broekkantstraat 7-9 (vleesvarkenshouderij) Fokken en houden van varkens Broekkantstraat 11 (vleesvarkenshouderij) Fokken en houden van varkens Lekerstraat 8 (agrarisch bedrijf) Akkerbouw/tuinbouw/fruitteelt (bedrijfsgebouwen)
100
30
30
0
130
233
200
30
50
0
350
487
200
30
50
0
350
397
10
10
30
10
187
80
Voor de locatie Lekerstraat ong. wordt voor alle aspecten aan de geldende richtafstanden voldaan. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woonbestemming. Voor de locatie Lekerstraat 10 wordt voor alle aspecten aan de geldende richtafstanden voldaan met uitzondering van de aspecten geur, stof en geluid voor de locatie Lekerstraat 29. De grenzen van de bestemmingsvlakken liggen op een afstand van 20 meter van elkaar; de afstand van de woning tot het meest nabijgelegen bedrijfsgebouw bedraagt echter ruim 60 meter. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de gelden richtafstanden. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Van belang is op te merken dat de woning aan de Lekerstraat 10 een reeds bestaande woning betreft. Ten behoeve van de woning aan Pater van der Burgtweg 1 wordt gebruik gemaakt van het overgangsrecht. Het overgangsrecht voorziet erin dat de oude situatie die tijdens een vorig bestemmingsplan al bestond, maar in strijd is met het daaropvolgende bestemminsplan mag blijven bestaan. De volgende figuur laat de ligging van de bedrijfsactiviteiten en gevoelige objecten zien binnen en in de directe omgeving van het plangebied voor de locatie Pater van der Burgtweg 1.
Bijenweg 3 (transportbedrijf)
Pater van der Burgtweg 1
Gemertsewg 26 (tuinbouw)
Figuur 29: Ligging bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied Pater van der Burgtweg 1 Tabel 7: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Gemertseweg 24 (valkenhouderij) Fokken en houden van pluimvee:
Geur 100
Stof 30 43
Geluid 50
Gevaar 0
Werkelijke afstand tot plangebied (m) Pater van der Burgtweg 1 156
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Overig pluimvee Bijenweg 1-3 (transportbedrijf) Goederenwegvervoerbedrijven (bo <= 1.000 m2) Gemertseweg 26 (agrarisch bedrijf) Akkerbouw/tuinbouw/fruitteelt (bedrijfsgebouwen)
0
0
50
30
160
10
10
30
10
110
Voor de locatie Pater van der Burgtweg 1 wordt voor alle aspecten aan de geldende richtafstanden voldaan. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
5.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten. De volgende figuur toont de risicokaart van atlas leefomgeving in de omgeving van het plangebied.
Olieleiding
gasleiding
Lekerstraat 10
Lekerstraat ong. Pater van der Burgtweg 1
Figuur 30: Uitsnede Risicokaart (www.atlasleefomgeving.nl ) 44
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Het dichtstbijzijnde risicovolle object in de omgeving van het plangebied betreft een olieleiding ten oosten van en op een afstand van de Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10 van respectievelijk 380 meter en 460 meter en ten oosten van en op een afstand van de Pater van der Burgtweg 1 van 190 meter. Daarnaast ligt er een gasleiding ten noorden van de Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10 op een afstand van respectievelijk 850 meter en 790 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen de risicocontouren van deze bronnen. Verder bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen inrichtingen of transport die van invloed zijn op de externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.8
Duurzaamheid
De gemeente Laarbeek stimuleert duurzaamheidsambities die verder gaan dan de wettelijke verplichtingen. Dit kan op diverse manieren: Energie Er kunnen energiebesparende maatregelen worden toegepast aan nieuwe gebouwen. Ook kunnen zonnepanelen worden geïnstalleerd ten behoeve van de opwekking van groene energie. Klimaatadaptie Door de klimaatverandering zullen er steeds meer extremen optreden, zoals hevige regenval en droge zomers. Dat leidt dan tot wateroverlast, droogte en/of hitte. Er zijn diverse maatregelen om hierop te anticiperen. Een klimaat adaptieve inrichting van het terrein zorg ervoor dat bij hevige regenval het water kan inzijgen. Daarmee wordt het perceel minder heet in de zomer. Door gebruik te maken van waterdoorlatende klinkers of een waterdoorlatende voegmortel kan water eenvoudig de grond inlopen. Door bomen en heesters te planten kan meer schaduw gecreëerd worden, waarmee hitte wordt voorkomen. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen biedt de mogelijkheid voor (beschermde) dieren om te kunnen leven in bebouwd gebied. Dit kan gerealiseerd worden door gebruik te maken van speciale gevelstenen, waardoor bepaalde vogels of vleermuizen gebruik kunnen maken van het gebouw om in te leven. Binnen het plangebied worden de volgende maatregelen getroffen met betrekking tot duurzaamheid: • De woning aan de Lekerstraat ong.
betreft een geheel nieuw op te richten gebouw waarbij gebruik gemaakt wordt van energiebesparende materialen zoals isolatie en het gebruik van een warmtepomp; • De projectlocatie wordt landschappelijk ingepast. Door de reeds aanwezige bomen en nieuwe beplanting wordt schaduw gecreëerd; • Er wordt in de erfverharding gebruik gemaakt van grind waardoor water eenvoudig de grond kan inlopen.
45
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
6. Waterparagraaf 6.1
Watertoets
Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets de oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan kunnen worden gemaakt.
6.2
Waterbeleid
Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Nationaal Waterprogramma 2022-2027, Provinciaal Milieu- en Waterplan van de provincie Noord-Brabant, Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap Aa en Maas, Keur Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Nationaal bestuursakkoord water en Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2022-2027 In het Waterbeheerplan 2022-2027 staan de doelstellingen van waterschap Aa en Maas voor de periode 2022-2027. Hierin wordt beschreven wat gedaan moet worden om die doelen te halen. Hierdoor weten de inwoners van het werkgebied en de partners wat ze van het waterschap kunnen verwachten. Met dit plan wordt ook invulling gegeven aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening Water om een waterbeheerplan op te stellen. In de nieuwe Omgevingswet staat de verplichting om een waterbeheerprogramma op te stellen. De eisen aan een dergelijk programma zijn vergelijkbaar met de huidige eisen aan een waterbeheerplan.
Het grootste verschil is dat de hoofdlijnen van het watersysteembeleid een plek krijgen in het Omgevingswet-instrument ‘omgevingsvisie’ van rijk, provincie en gemeenten. Hier wordt op ingegaan, om de maatregelen in dit waterbeheerplan in de goede context te kunnen plaatsen. De samenhang tussen de omgevingsvisies en dit plan vraagt om goede afstemming. In het waterbeheerplan is een indeling gemaakt in programma’s: • Waterveiligheid; • Klimaatbestendig en gezond watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde. Keur Brabantse waterschappen Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap.
Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse Waterschappen hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. De Keur is in 2021 geactualiseerd. 46
Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk
Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2, toename van een verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2. Plannen met een verhardingstoename tot 500 m2 zijn onder de nieuwe keur vrijgesteld van compensatie. Voor plannen met een verhardingstoename tussen 500 m2 en 10.000 m2 hanteert het waterschap een algemene (reken) regel (benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m)). De gevoeligheidsfactor houdt de nominale waarde in die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt. De waarde 0,06 is de waterschijf van 60 mm die overeenkomt met de vastgestelde bovengrens voor de compensatiecapaciteit van 600 m3/ha. Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 In 2018 heeft de gemeente Laarbeek het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) vastgesteld.
Met dit plan geeft de gemeente Laarbeek invulling aan een duurzame inzameling en verwerking van afvalwater, een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, een grondwaterhuishouding in balans en het verder professionaliseren van de watertaken. De planperiode van dit GRP omvat de periode 2019 tot en met 2023. Ten aanzien van hemelwaterzorgplicht stelt de gemeente Laarbeek dat iedere eigenaar primair verantwoordelijk is voor de verwerking van zijn eigen hemelwater op zijn eigen terrein. Ze streeft wel naar een duurzame en doelmatige inzameling en transport van hemelwater, wanneer het niet lukt om zich redelijkerwijs van het hemelwater te kunnen ontdoen. In het GRP is voor verschillende soorten plannen opgenomen hoe om te gaan met regenwater. Bij kleinschalige (her)bouw in de situatie waarbij ten hoogste 2 nieuwe woningen worden gerealiseerd geldt het volgende. Om in die situatie de afvoer naar de riolering en/of het watersysteem te reduceren, baseert de gemeente zich op de toename van het verhard oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie. Er dient een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m2 toename verhard oppervlak te worden aangebracht op eigen terrein. Deze eis geldt ongeacht de lozingssituatie. Bij toepassing van alternatieve voorzieningen (zoals groene daken) wordt de waterbergingsnorm gereduceerd op basis van de op dat moment geldende inzichten.