CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

8 20230923 Gewijzigd ontwerp bestemmingsplan Lekerstraat ong. Beek en Donk Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 26 september 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot opstellen van een bestemmingsplan voor de bouw van een RvR-woning aan de Lekerstraat ong. Beek en Donk26.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en donk

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Plangebied Lekerstraat ong., Beek en Donk Projectnummer LAAR11.RO01 Datum en versie 26 juni 2023, versie 1 Opgesteld door Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Inhoud 1. 1.1 1.2

Inleiding Algemeen Ligging en begrenzing plangebied

1 1 1

2. 2.1 2.2

Planbeschrijving Bestaande situatie Gewenste situatie

4 4 4

3. Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgvingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek 3.3.2 Bestemmingsplan ‘Buitengebied’

7 7 7 7 7 8 8 8 9 16 16 17

4. Ruimtelijke aspecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Soortenbescherming 4.2 Landschappelijke waarden 4.3 Cultuurhistorie en archeologie 4.3.1 Cultuurhistorische waarden 4.3.2 Archeologische waarden 4.4 Verkeer, ontsluiting en parkeren 4.4.1 Verkeer en ontsluiting 4.4.2 Parkeren

20 20 20 22 25 28 28 30 31 31 32

5. Milieuaspecten 5.1 Bodem 5.2 Water 5.3 Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Industrielawaai 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Geurhinder en veehouderij 5.5.1 Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting) 5.5.2 Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting) 5.6 Bedrijven en milieuzonering 5.7 Externe veiligheid 5.8 Duurzaamheid

34 34 35 36 36 37 37 38 39 40 42 44 45

6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

46 46 46 47 48 49

Waterparagraaf Watertoets Waterbeleid Oppervlaktewater Grondwater Afvoer hemelwater

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

6.6

Huishoudelijk afvalwater

50

7. 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

51 51 51

8. 8.1 8.2 8.3

Juridische verantwoording Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

52 52 52 52

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Situatietekening beoogde situatie Berekening Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant Berekening stikstofdepositie Aerius Calculator Rapportages quickscan flora en fauna Landschappelijk inpassingsplan Rapportage verkennend bodemonderzoek Rapportage akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en besluit hogere waarde Invoergegevens en resultaten berekening achtergrondbelasting V-Stacks Vergunning Invoergegevens en resultaten berekening achtergrondbelasting V-Stacks Gebied

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

1. Inleiding 1.1

Algemeen

Initiatiefnemer is voornemens op de locatie Lekerstraat ong. te Beek en Donk een woning met bijbehorend bouwwerk te bouwen. Naar aanleiding van de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:3826 d.d. 21-12-2022) van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening is het planvoornemen aangepast. De realisatie van de woning wordt niet langer mogelijk gemaakt met de zogenaamde ruimte-voor-ruimteregeling. Voor de realisatie van de woning wordt gebruik gemaakt van de Beleidsmaatregel maatwerk omgevingskwaliteit die de ruimte-voor-ruimte-regel vervangt. Doel van de regeling is versterking van de omgevingskwaliteit. Onderhavige ontwikkeling levert fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving. Hiertoe worden op een tweetal andere locaties Pater van der Burgtweg 1 en Lekerstraat 10 – bedrijfsgebouwen en erfverharding gesloopt annex verwijderd. De drie genoemde locatie worden samen als één plangebied aangemerkt. Op deze wijze kan planologisch geborgd worden dat de sloop van de opstallen aan Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 wordt uitgevoerd in relatie tot de ontwikkeling van een woning aan de Lekerstraat ong. Het voornemen is in strijd met de vigerende bestemmingsplannen. Op de locatie Lekerstraat ong.

dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd naar een woonbestemming. Voor het omzetten van de agrarische bestemming van Lekerstraat 10 naar een woonbestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan. De bedrijfsbestemming van Pater van der Burgtweg 1 dient te worden gewijzigd naar ‘Agrarisch’. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied van Lekerstraat ong. is gelegen in het buitengebied van de gemeente Laarbeek op een afstand van circa 370 meter ten oosten van de kern Beek en Donk. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Beek en Donk, sectie F, nummer 2478. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Lekerstraat. Aan de westzijde zijn een tweetal burgerwoningen en een voormalig vleesvarkensbedrijf (Lekerstraat 10) gelegen. Aan de oostkant grenst het plangebied aan een onverharde weg met een houtwal. Verder wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Het (voormalig) vleesvarkensbedrijf aan de Lekerstraat 10 is gelegen in het buitengebied van de gemeente Laarbeek op een afstand van circa 185 meter ten oosten van de kern Beek en Donk. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Beek en Donk, sectie F, nummer 2477. Aan de noordzijde grenst dit deel van het plangebied aan de Lekerstraat. Aan de oostzijde van het plangebied liggen dezelfde burgwoningen als genoemd bij Lekerstraat ong. Verder wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. De locatie Pater van der Burgtweg 1 in Beek en Donk is gelegen in het buitengebied van de gemeente Laarbeek op een afstand van circa 1,4 kilometer ten oosten van de kern Beek en Donk. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Beek en Donk, sectie F, nummers 3191, 3192, 3193, 3194 en 3195.

1

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Aan de noordoostzijde grenst dit deel van het plangebied aan de doodlopende weg Bijenweg. Ongeveer 80 meter ten noordoosten van het plangebied ligt de Broekdalerbaan (N279) die loopt van Den Bosch naar Helmond. Het bedrijf is verkocht ten behoeve van verbreding van genoemde Rijksweg. Verder wordt het plangebied omringd door agrarische gronden. De omgeving van het gehele plangebied is agrarisch van karakter, met diverse (voormalige) agrarische bedrijven en burgerwoningen. De volgende figuren tonen de ligging van het complete plangebied in relatie tot de omgeving.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (plangebied rood gemarkeerd)

Locatie sloop stallen Lekerstraat 10

Locatie nieuwe woning

Locatie sloop stallen Pater vd Burgtweg 1

Kern Beek en Donk

Figuur 2: Ligging plangebied op luchtfoto (plangebied rood gemarkeerd)

2

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Lekerstraat 10

Lekerstraat ong.

Figuur 3: Ligging plangebied Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10 op luchtfoto

Figuur 4: Ligging plangebied Pater van der Burgtweg 1 op luchtfoto

3

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

2. Planbeschrijving 2.1

Bestaande situatie

Het plangebied Lekerstraat ong. betreft in de huidige situatie een perceel landbouwgrond zonder bebouwing (zie volgende figuur). Daarnaast maken de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 deel uit van het plangebied ten behoeve van onderhavige ontwikkeling. De locatie Lekerstraat 10 betreft een (voormalig) varkensbedrijf. Op de locatie Pater van der Burgtweg 1 bevindt zich een bedrijf met een loods voor stalling en opslag.

Lekerstraat ong.

Lekerstraat 10

Figuur 5: Bestaande situatie plangebied Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10

Pater van de Burgtweg 1

Figuur 6: Bestaande situatie plangebied Pater van der Burgtweg 1

2.2

Gewenste situatie

Initiatiefnemer is voornemens op de locatie Lekerstraat ong. te Beek en Donk een woning met bijbehorend bouwwerk te bouwen. 4

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Voor de realisatie van de woning wordt gebruik gemaakt van de Beleidsmaatregel maatwerk omgevingskwaliteit die de ruimte-voor-ruimte-regel vervangt. Doel van de regeling is versterking van de omgevingskwaliteit. Realisatie van de woning wordt mogelijk gemaakt door het leveren van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving. Hiertoe worden op een tweetal andere locaties – Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 – bedrijfsgebouwen en erfverharding gesloopt annex verwijderd, waarna de vrijkomende gronden weer beschikbaar komen voor agrarisch grondgebruik. In totaal wordt aan de Lekerstraat 10 1.390 m2 bebouwing gesloopt en 959 m2 erfverharding verwijderd. Op de locatie Pater van der Burgtweg 1 wordt een loods van 1.285 m2 gesloopt. De oppervlakte van de nieuwe woonbestemming aan de Lekerstraat ong. bedraagt 2.340 m². De woonbestemming van Lekerstraat 10 krijgt een oppervlakte van 2.240 m2. Het voornemen is in strijd met het vigerende bestemmingsplannen. Op de locatie Lekerstraat ong. dient de de agrarische bestemming te worden gewijzigd naar een woonbestemming. Voor het omzetten van de agrarische bestemming van Lekerstraat 10 naar een woonbestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan.

De bedrijfsbestemming van Pater van der Burgtweg 1 dient te worden gewijzigd in ‘Agrarisch’. Voor de woning aan de Pater van der Burgtweg 1 die vooralsnog blijft staan, maar uiteindelijk wordt gesloopt ten behoeve van verbreding van de Rijksweg N279, wordt gebruik van het overgangsrecht, waarin elk bestemmingsplan voorziet. Bovendien moeten de sloop van de bebouwing en het verwijderen van de erfverharding middels een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan worden geborgd. Er dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. De volgende figuren geven een impressie van de beoogde ontwikkeling (zie ook bijlage).

Figuur 7: Situatieschets beoogde situatie Lekerstraat 10

5

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Figuur 8: Situatieschets beoogde situatie Lekerstraat ong.

Figuur 9: Situatieschets beoogde situatie Pater van der Burgtweg 1

6

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

3. Beleid 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een woning in ruil voor verbetering van de landschappelijke kwaliteit door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving. Onderhavig initiatief past binnen de Nationale omgevingsvisie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld, een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat onder andere om de ecologische hoofdstructuur (momenteel Natuurnetwerk Nederland), elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen. Het Barro bevat geen relevante regels die invloed uitoefenen op onderhavig plan. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden 7

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. In de Nota van Toelichting bij het besluit wordt opgemerkt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, niet gezien worden als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Ook bij een substantiële functiewijziging dient aan de ladder te worden getoetst. Bij een ontwikkeling dient dan ook te worden beoordeeld of deze substantieel is. Onderhavig plan ziet op een toevoeging van één woning, wat niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder kan dan ook buiten beschouwing blijven.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden.

De Omgevingsvisie schept geen directe kaders voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied en andersom vormt onderhavige ontwikkeling geen gevaar voor de belangen zoals die zijn gesteld in de visie. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 17 maart 2022 de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De verordening is opgesteld om te voldoen aan de nieuwe Omgevingswet. De regels in de omgevingsverordening sluiten aan op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De regels sluiten verder aan bij vastgesteld beleid, bijvoorbeeld het diep, rond en breed kijken uit de Omgevingsvisie. Of de doelen en ambities voor duurzame energie uit de Energie-agenda of bij de uitwerking van beleid in het Regionaal waterprogramma. De Omgevingswet vraagt dat provincies afwegen of het vanuit subsidiariteit nodig is om op provinciaal niveau rechtstreeks werkende (algemene) regels te stellen. In het algemeen geldt dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit 8

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

provinciale belangen nodig is om regels in te zetten, bijvoorbeeld omdat de provincie vanuit de wet verantwoordelijk is om bepaalde doelen te halen, of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. Bij het opnemen van instructieregels aan gemeente en waterschap geldt dat deze nodig zijn vanuit de opgaven en ambities uit de omgevingsvisie. Bij het vormgeven van de instructieregels geldt dat waar mogelijk is gewerkt met kaders die ruimte bieden voor eigen beleidsmatige invullingen. Voor enkele onderwerpen, zoals het Natuurnetwerk Brabant, beleid rondom de veehouderij of het voldoen aan omgevingswaarden is die ruimte beperkt. Ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening is een aantal wijzigingen doorgevoerd. Een van de wijzigingen is dat de gebieden ‘Verstedelijking afweegbaar’ komen te vervallen. Gemeenten zijn daardoor zelf aan zet om gebaseerd op de diep-rond-breed methodiek uit de omgevingsvisie een afweging te maken waar stedelijke ontwikkeling het beste een plek kan krijgen. Het beleid zoals opgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 3.2.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (geconsolideerde versie, 1 oktober 2022), vooruitlopend op de Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’, ‘gemengd landelijk gebied’ (zie volgende figuur).

Lekerstraat 10

Lekerstraat ong.

Figuur 10: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

9

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Pater van de Burgtweg 1

Figuur 11: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Tot het gemengd landelijk gebied behoort het gebied buiten bestaand stedelijk gebied met uitzondering van Natuur Netwerk Nederland, ecologische verbindingszone, primaire waterkeringen, rivierbed en groenblauwe mantel. De provincie geeft binnen deze gebieden ruimte aan de gemeenten om zelf aan te geven welke ontwikkelmogelijkheden er zijn voor een gevarieerde plattelandseconomie en in welke gebieden het agrarische gebruik prevaleert. Verder is het plangebied gelegen binnen de aanduidingen ‘stalderingsgebied’ en ‘beperkingen veehouderij’. Deze zijn gerelateerd aan de veehouderij. Aangezien het hier geen ontwikkeling van de veehouderij betreft, zijn deze regels niet van toepassing. De locatie Pater van der Burgtweg 1 is tevens een sanerings- en verplaatsingslocatie. Aangezien het hier geen agrarisch bedrijf betreft, zijn ook deze regels niet van toepassing. De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering; • Artikel 3.8. Meerwaardecreatie; • Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied; • Artikel 3.69 Afwijkende regels voor wonen. • Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit.

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Onderhavig plan ziet enerzijds op de realisatie van een nieuwe woning met bijbehorend bouwwerk op een nieuwe locatie. Anderzijds wordt door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving de landschappelijke kwaliteit in de omgeving verbetert. 10

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Op de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 wordt een deel van de bedrijfsgebouwen en erfverharding gesloopt annex verwijderd, waarna de vrijkomende gronden weer beschikbaar komen voor agrarisch grondgebruik. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan een goede omgevingskwaliteit door het aanbrengen van beplanting op de locatie Lekerstraat ong., die de locatie aan het zicht onttrekt vanuit het omliggende landschap. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is.

Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Onderhavig plan ziet enerzijds op de realisatie van een nieuwe woning met bijbehorend bouwwerk op een nieuwe locatie. Anderzijds wordt overtollige bedrijfsbebouwing op een tweetal locaties in de omgeving gesloopt, waarna de vrijkomende gronden weer beschikbaar komen voor agrarisch grondgebruik. In totaal wordt er aan de Lekerstraaat 10 1.390 m2 bebouwing gesloopt en 959 m2 erfverharding verwijderd. Op de locatie Pater van der Brugtweg 1 wordt een loods van 1.285 m2 gesloopt. De ontwikkeling van de nieuwe woning aan de Lekerstraat ong. vormt een nieuw bouwperceel in het buitengebied.

Het plan zorgt voor een netto afname van de totale oppervlakte bebouwing; door de sloop van de agrarische opstallen op de locatie Lekerstraat 10 (circa 1.390 m²) en de loods op de locatie Pater van der Burgtweg 1 (circa 1.285 m2) vindt er een relevante ontstening van het buitengebied plaats. Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.2 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering In artikel 3.7 worden regels gesteld ten aanzien van toepassing van de lagenbenadering. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Dit betekent dat het effect van de beoogde ontwikkeling op de ondergrond, de netwerklaag en de bovenste laag beschouwd moet worden.

Met het effect op de 11

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

ondergrond worden onder andere de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Door hierin actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen voor het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 en 5 van deze toelichting. Meerwaardecreatie In artikel 3.8 worden regels gesteld ten aanzien van meerwaardecreatie. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.9 van de IOV kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Een verbetering zoals hierboven beschreven kan onder andere bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, wegnemen van verharding of het slopen van bebouwing. Onderhavig plan ziet enerzijds op de realisatie van een nieuwe woning met bijbehorend bouwwerk op een nieuwe locatie. Anderzijds is sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving. Daarnaast wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast, wat eveneens bijdraagt aan een verbetering van de kwaliteit van de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat met de ontwikkeling diverse opgaven en belangen worden gecombineerd, zodat er op meerdere vlakken/voor meerdere personen meerwaarde wordt gecreëerd. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld.

Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan. In onderhavige situatie wordt voor de kwaliteitsverbetering aansluiting gezocht bij de Maatwerkregeling omgevingskwaliteit van de provincie Noord-Brabant. Zie de hiernavolgende beschrijving en uitwerking van de toetsing van onderhavige ontwikkeling aan de Maatwerkregeling omgevingskwaliteit. 12

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit De nieuwe regeling biedt meer mogelijkheden voor ontwikkelingen in het landelijk gebied, zolang deze als doel hebben de omgevingskwaliteit te versterken. Belangrijkste voorwaarde daarbij is dat een initiatief realisering van de 'groene ontwikkeling' als doel heeft. Het is niet mogelijk om in het verleden gerealiseerde kwaliteitswinst in te brengen. De regeling (artikel 3.78) stelt de volgende voorwaarden: Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; Onderhavige ontwikkeling levert fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving. Hiertoe worden op de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 bedrijfsgebouwen en erfverharding gesloopt annex verwijderd. In totaal wordt er aan de Lekerstraaat 10 1.390 m2 bebouwing gesloopt en 959 m2 erfverharding verwijderd. Op de locatie Pater van der Brugtweg 1 wordt een loods van 1.285 m2 gesloopt. Tevens wordt de versterking van de omgevingskwaliteit gerealiseerd door het aanbrengen van beplanting binnen het plangebied aan de Lekerstraat. b.

de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; Er wordt geen gebruik gemaakt van andere regelingen met betrekking tot sloop van bedrijfsgebouwen. De sloop van de bebouwing en het verwijderen van de erfverharding worden middels een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan geborgd. Ook wordt de landschappelijke inpassing verzekerd middels een voorwaardelijke verplichting.

c.

de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; De meerwaardecreatie is onder het kopje ‘meerwaardecreatie’’ in deze paragraaf toegelicht.

d.

de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77 . Hierbij wordt ingegaan op de volgende aspecten: 1. Welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; In paragraaf 3.3.1 wordt met de omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, waarin het plangebied zich bevindt, toegelicht; De ontwikkeling van een woning is toegestaan, mits een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden aangetoond en de bestaande agrarische belangen niet worden geschaad. Dat wordt voldaan met betrekking tot de milieuaspecten wordt toegelicht in hoofdstuk 5. 2. Welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, mobiliteit, agrarisch ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; In hoofdstuk 4 en 5 worden de ruimtelijke en milieu-hygiënische aspecten toegelicht. 3. Op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van kwaliteitsverbetering landschap; De nieuwe woonbestemming aan de Lekerstraat ong. wordt landschappelijk ingepast. In paragraaf 4.2 wordt het landschappelijk inpassingsplan nader uitgewerkt.

13

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

4. Op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd; Op de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1 worden bedrijfsgebouwen en erfverharding gesloopt annex verwijderd. In totaal wordt er aan de Lekerstraat 10 1.390 m2 bebouwing gesloopt en 959 m2 erfverharding verwijderd. Op de locatie Pater van der Burgtweg 1 wordt een loods van 1.285 m2 gesloopt. e.

is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; Initiatiefnemer bouwt een woning aan de Lekerstraat ong. in plaats van zijn huidige woning aan de Pater van der Burgtweg, omdat de locatie is opgekocht in verband met het verbreden van de rijksweg N279. Hoe het aspect duurzaamheid bij de bouw van de nieuwe woning wordt ingepast, is uitgewerkt in paragraaf 5.8 Bijbehorende loods aan de Pater van der Burgtweg 1 en de stallen behorende bij het voormalige varkensbedrijf aan de Lekerstraat 10 worden gesloopt. Dit wordt geborgd middels een voorwaardelijke verplichting vastgelegd in het bestemmingsplan. De woning aan de Lekerstraat ongenummerd mag pas worden bewoond op het moment dat aan de sloopverlichtingen is voldaan.

f.

de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; Onderhavige ontwikkeling levert fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving. Daarnaast wordt het plangebied Lekerstraat ong. landschappelijk ingepast, wat eveneens bijdraag aan verbetering van de landschappelijke kwaliteit.

g.

bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit , onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Het plan wordt getoetst door ter zake deskundigen.

De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1. wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; De locatie maakt deel uit van een gebied dat in het bestemmingsplan is aangegeven als bebouwingsconcentratie. In hoofdstuk 4 en 5 worden de ruimtelijke en milieu hygiënische aspecten toegelicht. 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit , qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; Onderhavige ontwikkeling levert fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit door middel van sloop van overtollige bedrijfsbebouwing in de omgeving. In totaal wordt er op de locatie Lekerstraat 10 1.390 m2 agrarische bebouwing gesloopt en 959 m2 erfverharding verwijderd. Op de locatie Pater van der Burgtweg 1 wordt een loods ten behoeve van opslag van 1.285 m2 gesloopt. Tevens wordt voorzien in een landschappelijke inpassing. Lekerstraat 10 betreft een voormalig varkensbedrijf, gelegen in gebied met Beperking veehouderij. De omgevingsvergunning milieu is ingetrokken. De agrarische bestemming wordt gewijzigd in een woonbestemming, waardoor het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen wordt uitgesloten.

De berekening van de tegenprestatie is toegevoegd als bijlage. 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; 14

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

In het oorspronkelijke plan was sprake van een ruimte-voor -ruimte ontwikkeling. In overleg met de gemeente Laarbeek is besloten dat de ruimte-voor-ruimte-titel wordt terug geleverd aan de Ontwikkelmaatschappij en voor de realisatie van de woning in het gewijzigde plan gebruik gemaakt wordt van onderhavige maatwerkregeling. b.

als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, moeten alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken; Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van een nieuwe woning op de locatie Lekerstraat ong. en de sloop van diverse bedrijfsgebouwen en erfverharding op de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1. De milieuvergunning van het voormalige varkensbedrijf aan de Lekerstraat 10 is ingetrokken. Door de herziening van de bestemmingsplannen van onderhavig plangebied vervalt de bestemming van het Agrarisch bedrijf aan de Lekerstraat 10 en vervalt de bedrijfsbestemming van het plangebied aan de Pater van der Burgtweg 1.

c.

als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft: 1. heeft het landgoed ten minste een omvang van 10 hectare; 2. bestaat 50% van het landgoed uit gerealiseerde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant; 3. wordt de fysieke tegenprestatie ingezet voor de ontwikkeling van natuur; 4. is de bebouwing van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed ; 5. wordt de bebouwing geconcentreerd opgericht buiten het Natuur Netwerk Brabant; 6. zijn naast landgoedwoningen ook andere bij een landgoed passende gebruiksactiviteiten mogelijk, waaronder zorg; 7. is de openbaarheid van het landgoed verzekerd. Bij onderhavige ontwikkeling is geen sprake van de ontwikkeling van een nieuw landgoed.

d.

als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie gericht op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken. In paragraaf 4.3 worden de cultuurhistorische waarden toegelicht.

Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; b. of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. De ontwikkeling ligt in een bebouwingsconcentratie. Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik , onder a; b. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; c. Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste Lid , onder a. Er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden van de maatwerkregeling omgevingskwaliteit. Wonen in landelijk gebied In artikel 3.68 zijn regels ten aanzien van wonen in landelijk gebied opgenomen. Uitgangspunt is dat in beginsel geen woningen mogen worden toegevoegd in landelijk gebied. Hierop geldt een aantal uitzonderingen, zie artikel 3.69.

15

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Afwijkende regels wonen In artikel 3.69 is onder lid c opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en dat overtollige bebouwing wordt gesloopt. De voormalige bedrijfswoning aan de Lekerstraat 10 wordt in de beoogde situatie gebruikt als burgerwoning. In de beoogde situatie is geen sprake van een splitsing in meerdere woonfuncties. In de beoogde situatie is sprake van overtollige bebouwing welke, zoals beschreven, wordt gesloopt. Een bijgebouw blijft gehandhaafd voor opslag en stalling. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek

De gemeente Laarbeek heeft voor haar buitengebied een Omgevingsvisie opgesteld. Deze Omgevingsvisie ‘Zonder ruimte geen beweging’ is 9 december 2021 vastgesteld. In het buitengebied speelt een groot aantal uitdagingen en complexe opgaven, bijvoorbeeld de afname van het aantal agrarische bedrijven en een toename van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. In de visie zijn de kernkwaliteiten van Laarbeek en de trends en ontwikkelingen benoemd. Daarnaast is Laarbeek in de visie verdeeld in acht samenhangende deelgebieden met elk een eigen verhaal. Het karakter en de verschijningsvorm van elk gebied zijn leidend voor de ruimtelijke mogelijkheden. Deze mogelijkheden zijn samengevat op een visiekaart. Verder is er een groot aantal ruimtelijke thema’s uitgewerkt zoals gezondheid, veiligheid en algemene omgevingskwaliteit. In de omgevingsagenda zijn de noodzakelijke en concrete acties opgesomd die uiteindelijk moeten leiden tot het nieuwe toekomstbeeld voor het buitengebied. De locatie is gelegen in het deelgebied ‘AA-landschap’. Het Aa-landschap maakt deel uit van het plaatselijk stroomdal (overstromingsvlakte) van de Aa, dat is ontstaan tijdens de laatste ijstijd. Door de natte ondergrond, werd het zowel in het verre als recente verleden gekarakteriseerd door extensieve vormen van landgebruik.

De namen Broek en Broekkant slaan op de natte biotopen en vegetaties die hier van oudsher het aanzien van het landschap hebben bepaald (‘broek’ =’moerasbos’). Samen met het Pionierslandschap is dit gebied aangewezen als ‘toekomstbestendig agrarisch ontwikkelgebied’ met kansen voor grootschalige landbouw. Hiermee (mogelijk) wringende belangen als zorgboerderijen, kinderdagverblijven en bed & breakfast zijn toegestaan, mits een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden aangetoond en de bestaande agrarische belangen niet worden geschaad. Uiteraard worden de duurzame, verbrede en natuurinclusieve vormen van landbouw (zoals de Stal van de Toekomst en voedselbossen) in dit gebied eveneens van harte aangemoedigd. Het open karakter van het landschap moet, waar mogelijk, behouden blijven. Bij projecten in de beekdalen dient een bijdrage te worden geleverd aan de natuur, bijvoorbeeld door beekherstel of aanleg van ecologische verbindingszones (EVZ), eventueel op de lange termijn. Aan de noordoostzijde van het Aa-landschap komt een aantal regionale beken samen. In dit gebied is benedenstrooms dan ook sprake van een overstromingsrisico. Vandaar ook de aanleg van waterhouderij De Blauwe Poort, een gebied met extensieve, recreatieve potentie. In het Aa-landschap is tevens het evenemententerrein gesitueerd, waar onder voorwaarden een grootschalig evenement kan worden georganiseerd.

De gemeente wenst een andere koers te varen met betrekking tot de beschikbare locaties voor de bouw van ruimte-voor-ruimte woningen. In Laarbeek worden enkel nog ruimte-voor-ruimte woningen toegevoegd 16

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

als onderdeel van een grotere, samenhangende ontwikkeling, direct grenzend aan de randen van de vier kernen (daar waar dit op grond van de provinciale regels afweegbaar is). Voor individuele of kleinschalige locaties in het buitengebied wordt voor wat betreft de bouw van ruimtevoor-ruimte woningen alleen een uitzondering gemaakt, indien hiermee - en uitsluitend hiermee - ter plekke aantoonbaar een planologisch (geur, leefomgeving) of landschappelijk vraagstuk kan worden opgelost. De bouw van ruimte-voor-ruimte woningen is een instrument dat niet in combinatie met overheidssubsidies of saneringsregelingen kan en mag worden toegepast. Ruimte-voor-ruimte is derhalve niet bedoeld als middel om de bankrekening te spekken. De ontwikkeling van een woning is toegestaan, mits een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden aangetoond en de bestaande agrarische belangen niet worden geschaad. Onder de genoemde voorwaarde vormt de ontwikkeling geen belemmering voor de ontwikkelingsrichting die voor het deelgebied is aangegeven. De ontwikkeling past binnen het beleid zoals verwoord binnen de omgevingsvisie. De ontwikkeling vindt namelijk plaats in samenhang met de beëindiging van de varkenshouderij aan de Lekerstraat 10 en sloop van gebouwen en verwijderen van erfverharding. 3.3.2

Bestemmingsplan ‘Buitengebied’

Binnen het plangebied zijn 3 locaties opgenomen: Lekerstraat ong, Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1. Lekerstraat ong. Op het plangebied Lekerstraat ong. is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Laarbeek van toepassing (vastgesteld op 6 juli 2010). Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Verder zijn de gebiedsaanduidingen ‘overig bebouwingsconcentratie – 8’ en ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ van toepassing. De locatie is tevens gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Lekerstraat 10 Op het plangebied Lekerstraat 10 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Laarbeek van toepassing (vastgesteld op 6 juli 2010). Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch-agrarisch bedrijf’ met de functie-aanduiding intensieve veehouderij en cultuurhistorische waarden. Verder zijn de gebiedsaanduidingen ‘overig bebouwingsconcentratie – 8’ en ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ van toepassing. De locatie is tevens gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Pater van der Burgtweg 1 Op het plangebied Pater van der Burgtweg 1 is het bestemmingsplan ‘Opslag Pater van der Burgtweg 1’ van de gemeente Laarbeek van toepassing (vastgesteld op 14 juli 2015). Het perceel heeft gedeeltelijk de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de functie-aanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijf – Opslag/stalling’.

Verder is de gebiedsaanduidingen ‘overig bebouwingsconcentratie – 9’ van toepassing. Daarnaast heeft het perceel gedeeltelijk de enkelbestemming ’Natuur’. De volgende figuren geven de verbeelding van de locaties weer.

17

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

Lekerstraat ong.

Lekerstraat 10

Figuur 12: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ gemeente Laarbeek

Pater van de Burgtweg 1

Figuur 13: Uitsnede bestemmingsplan ‘Opslag Pater van de. Burgtweg 1, Beek en Donk’

Het voornemen is in strijd met het vigerende bestemmingsplannen. Op de locatie Lekerstraat ong. dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd naar een woonbestemming. Voor het omzetten van de agrarische bestemming van Lekerstraat 10 naar een woonbestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan. De bedrijfsbestemming van Pater van der Burgtweg 1 dient te worden gewijzigd in ‘Agrarisch’. Voor de woning aan de Pater van der Burgtweg 1 die vooralsnog blijft staan, maar uiteindelijk wordt gesloopt ten behoeve van verbreding van de Rijksweg N279, wordt gebruik van het overgangsrecht, waarin elk bestemmingsplan voorziet. Bovendien moeten de sloop van de bebouwing en het verwijderen van de erfverharding middels een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan worden geborgd. Er dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Voor het omzetten van de agrarische bestemming van Lekerstraat 10 naar een woonbestemming dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid artikel 4.7.5 ‘Wijzigen naar wonen’ van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Laarbeek. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een agrarisch bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik niet langer mogelijk is; De varkenshouderij is beëindigd; de omgevingsvergunning milieu is ingetrokken en de stallen worden gesloopt, waardoor hergebruik niet langer mogelijk is. 18

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

b.

Deze wijziging is niet toegestaan op agrarische locaties ter plaatse van de aanduiding ‘Reconstructiewetzone - Landbouwontwikkelingsgebied’; In het bestemmingsplan ten behoeve van de Lekerstraat 10. is geen sprake van de aanduiding ‘Reconstructiewetzone - Landbouwontwikkelingsgebied’.

c.

Het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende tuinen, erven en verhardingen en garage/bergingen en de wijziging gelijktijdig plaatsvindt met wijziging van de overige gronden naar de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden' en/of ‘Agrarisch met waarden- Landschaps- en Natuurwaarden-1’ en/of ‘Agrarisch met waarden- Landschaps- en Natuurwaarden-2’, waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de genoemde aangrenzende bestemmingen. Het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende tuin en verharding en bijgebouw. De woonbestemming krijgt een oppervlakte van 2.240 m2. De wijziging vindt gelijktijdig plaats met de wijziging van de overige gronden naar de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch’.

d.

Alle voormalige overtollige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat, ofwel 15 % van de oppervlakte van de voormalige overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m³, ofwel 15% van de oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van 240 m², waarbij cultuurhistorisch waardevolle gebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ gehandhaafd dienen te blijven. Alle varkenstallen worden gesloopt. In totaal wordt er aan de Lekerstraat 10 1.390 m2 bebouwing gesloopt en 959 m2 erfverharding verwijderd. De bestaande woning en garage/bijgebouw blijven behouden en worden niet gewijzigd. De woning heeft een oppervlakte van 280 m2; het bijgebouw heeft een oppervlakte van 390 m2.

e.

De woning mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht dat de woning met bestemming ‘wonen’ geen onevenredige beperkingen opleveren voor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven.

f.

De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieu hygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht dat de woning aanvaardbaar is vanuit een milieu hygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.

Voor het gebruik van de woning aan de Pater van der Burgtweg 1 wordt gebruikt gemaakt van het overgangsrecht (artikel 10 bestemmingsplan ‘Opslag Pater van der Burgtweg 1, Beek en Donk). Het overgangsrecht is een regeling die erin voorziet dat oude situaties, die tijdens een vorig bestemmingsplan al bestonden, maar die in strijd zijn met het daar op volgende bestemmingsplan, mogen blijven bestaan. Er is hier sprake van een tijdelijke situatie, omdat het bedrijf, waar de woning deel van uitmaakt, reeds is verkocht ten behoeve van de verbreding van de Rijksweg N279. De woning zal in de toekomst worden gesloopt ten behoeve van deze ontwikkeling.

19

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

4.

Ruimtelijke aspecten

4.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. 4.1.1

Gebiedsbescherming

Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. De volgende Natura2000-gebieden liggen in de omgeving van het plangebied: • Stabrechtse Heide & Beuven afstand circa 13,3 kilometer; • Deurnsche Peel en Mariapeel afstand circa 14,2 kilometer; • Leenderbos, Groote Heide & Plateaux afstand circa 17,1 kilometer. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft de Strabrechtse Heide & Beuven op een afstand van circa 13,3 kilometer (zie volgende figuur). Deurnsche Peel en Mariapeel

Leenderbos, Groote Heide en Plateaux

Deurnsche Peel en Mariapeel Strabrechtse Heide en Beuven

Figuur 14: Ligging Natura2000-gebieden (plangebied rood)

Stikstofdepositie

Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een tweetal berekeningen gemaakt met het programma Aerius Calculator:

20

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

•

•

Realisatiefase: berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de realisatiefase van de nieuwe woning met bijbehorend bouwwerk op de locatie Lekerstraat ong. en de sloopwerkzaamheden op de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1. Gebruiksfase: berekening van de stikstofdepositie als gevolg van het gebruik van de nieuwe woning op de locatie Lekerstraat ong. en het gebruik van de woningen op de locaties Lekerstraat 10 en Pater van der Burgtweg 1.

In de bijlage zijn de invoergegevens en resultaten van de berekeningen toegevoegd. Het resultaat van de berekeningen voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van beide fasen.

Overige verstorende effecten

Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling en de grote afstand tot de omliggende Natura2000gebieden zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van overige verstorende effecten (zoals licht en geluid) te verwachten. Natuur Netwerk Brabant Natuur Netwerk Brabant (onderdeel van Natuur Netwerk Nederland) is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. De plangebieden van de locaties Lekerstraat ong. en Lekerstraat 10 zijn gelegen op een afstand van respectievelijk 340 meter en 410 meter van een gebied dat behoort tot Natuur Netwerk Brabant (zie volgende figuur). Het plangebied van de locatie Pater van der Burgtweg 1 ligt op een afstand van ongeveer 330 meter van een gebied dat behoort tot Natuur netwerk Brabant. De ontwikkeling leidt niet tot aantasting c.q. doorkruising van dit gebied. Lekerstraat 10

Lekerstraat ong.

Pater van de Burgtweg 1 Figuur 15: Ligging Natuur Netwerk Brabant

21

Toelichting bestemmingsplan Lekerstraat ong., Beek en Donk

4.1.2

Soortenbescherming

In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: vogels, internationaal beschermde soorten en overige beschermde soorten. Quick scan flora en fauna Binnen het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd 1 voor alle drie de locaties binnen het plangebied. Lekerstraat ong. Op basis van de bevindingen is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Er kan op dit moment zonder voorziene problemen begonnen worden met de bouw van de woning met bijbehorend bouwwerk en de loods.

Lekerstraat 10 Soorten Vogelrichtlijn Vogels met jaarrond beschermde nesten Binnen het plangebied zijn in gebouw 2 Vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen/ mogelijk van de kerken steenuil. Nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook nodig geacht voorafgaand aan de geplande sloopwerkzaamheden. Jaarrond beschermde nesten in bomen zijn binnen- en nabij het plangebied niet aangetroffen. Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied (de te slopen bebouwingen en aangrenzende te behouden bebouwingen) is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in bebouwingen en nestkasten aan bebouwingen, waaronder de boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn.

Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle

1 QuickScan flora en fauna Lekerstraat ong. Beek en Donk, BNL Advies, 29 april 2021

QuickScan flora en fauna Lekerstraat 10. Beek en Donk, BNL Advies, 26 juni 2023 QuickScan flora en fauna Pater van der Burgtweg 1. Beek en Donk, BNL Advies, 26 juni 2023 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=bc4d6b10-1fac-4f25-97c3-3d641a80c6d7