8 20230706 Kadernota 2024 Laarbeek - 15 juni 2023.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave Inleiding .......................................................................................................................3 Algemeen ................................................................................................................. 3 Leeswijzer ................................................................................................................ 4 Procedure behandeling kadernota................................................................................. 5 Financiële positie 2024-2027 ........................................................................................ 6 Programma 1 Burger en bestuur ................................................................................. 12 Programma 2 Veiligheid .............................................................................................. 16 Programma 3 Woon- en leefklimaat ............................................................................ 19 Programma 4 Economie en werkgelegenheid .............................................................. 30 Programma 5 Gezondheid, welzijn, zorg en onderwijs ................................................ 33 Programma 6 Financiën en bedrijfsvoering .................................................................
43 Financiële kaderstelling .............................................................................................. 49 Algemeen ............................................................................................................... 49 Financiële uitgangspunten 2024-2027 ......................................................................... 49
2
Inleiding Algemeen Voor u ligt de Kadernota 2024. Een document waarmee we keuzes inzichtelijk willen maken om de koers voor de komende jaren uit te zetten om het Bestuursakkoord ’22-’26 te realiseren. Laarbeek wil koersvast zijn, maar navigeert in woelig water. De afgelopen jaren waren onstuimig. Laarbeek had, net als andere gemeenten, te kampen met verschillende crises zoals de Covid-pandemie, internationale conflicten met gevolgen voor de energieprijzen en inflatie, en de asiel- en huisvestingscrisis. De operationele en financiële impact hiervan is groot geweest. Zo heeft de Hervormingsagenda Jeugd (HVAJ) verstrekkende gevolgen voor de uitvoeringspraktijk van het sociaal domein in Laarbeek: hoe kunnen we de kosten omlaag brengen en tegelijkertijd goede zorg blijven bieden aan de Laarbeekse jeugd? We geloven in de gezamenlijke koers in regio Peel en kiezen ervoor om ons sociaal domein nu niet rigoureus te herinrichten, maar pragmatisch met de gewijzigde kaders om te gaan. We ontwikkelen een centrale toegang voor het sociaal domein. Daarmee willen we onder andere bereiken dat het voor inwoners duidelijk wordt waar zij terecht kunnen voor informatie, advies en vraagverheldering. Daarnaast blijven we werken aan de duurzaamheid van het gemeentelijk vastgoed. Op het gebied van veiligheid vraagt de strijd tegen ondermijning voortdurende alertheid en gezamenlijk optreden.
Als Brainport-gemeente biedt de economische voorspoed veel kansen, maar tegelijkertijd brengt de schaalsprong ook uitdagingen met zich mee. Denk daarbij aan de mobiliteitsproblemen en de grote vraag naar bedrijfslocaties en betaalbare woningen. Ook landelijk zijn er diverse ontwikkelingen die hun weerslag zullen hebben in Laarbeek, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Woningbouw, economie, mobiliteit, duurzaamheid, groen en water vragen om een plek in de beperkte fysieke ruimte en het zoeken naar een zorgvuldige balans wordt steeds complexer. Er is sprake van een spreekwoordelijke strijd om de ruimte, waarbij we als gemeente weldoordachte besluiten moeten nemen. De grote hoeveelheid en diversiteit aan ontwikkelingen vraagt om intensivering van onze inzet in de regionale overlegstructuren, en ingrijpende keuzes op inhoud. We gaan daarom werken met een vast kernteam van specialisten met daaromheen een flexibele schil om zo beter in te kunnen spelen op (regionale) opgaven en de lopende plannen in de leefomgeving te realiseren. Deze opzet past binnen de doorontwikkeling van onze organisatie die we doorvoeren op basis van het door de raad goedgekeurde transitieplan. In deze kadernota schetsen we die ontwikkelingen bij de betreffende programma's en hoe we die kunnen inpassen in ons beleid en onze ambities. Financieel gezien is onze positie sterk.
We hebben een begroting met een omvang van € 67,4 miljoen en onze financiële reserves zijn toegenomen door de overschotten in de jaarrekeningen van de afgelopen jaren tot ruim € 55 miljoen. Daarmee is niet alleen onze financiële reserve is uitstekend te noemen. Ook onze begroting is robuust om op een verantwoorde manier de onzekerheden als het ware in te bouwen.
3
De landelijke uitdagingen en onze sterke financiële positie vormen een goede uitgangspositie om onze ambities voor deze bestuursperiode waar te maken. Voor de komende jaren blijft het financieel perspectief onzeker. De discussie over de rijksbijdragen vanaf 2026 loopt nog. En ook voor 2024 en 2025 staat er druk op de jaarlijkse (structurele) financiële bijdrage van het Rijk waar we voor een belangrijk deel van afhankelijk zijn en blijven. We bieden u dan ook een kadernota aan die in de eerste twee jaarschijven (’24 en ’25) sluitend is. Dus tot het jaar 2026, het jaar waarover het Rijk nog geen definitief financieel perspectief heeft afgegeven. Voor de langere termijn is meer duidelijkheid en mogelijk een aantal keuzes nodig. In deze kadernota schetsen we een drietal oplossingsrichtingen. Op basis hiervan doen wij uw raad een voorstel om de uitgangspunten voor de begroting 2024-2027 vast te stellen. Net als in afgelopen jaren is deze kadernota daarmee de basis voor de begroting die wij u begin oktober zullen aanbieden. Vanuit onze stabiele financiële positie zien wij dit proces in aanloop naar de begroting met vertrouwen tegemoet.
Leeswijzer In de inleiding vindt de aanbieding plaats van deze Kadernota 2024, waarna de leeswijzer en procedure van behandeling van de Kadernota kort wordt toegelicht. Vervolgens wordt de financiële positie 2024 t/m 2027 weergegeven met een toelichting op het gepresenteerde meerjarenperspectief. Beginnend met een samenvattend geactualiseerd financieel overzicht van de financiële positie 2024-2027. Daarbij wordt stapsgewijs de financiële ontwikkeling weergegeven; in de basis de primitieve begroting 2023 naar uiteindelijk de financiële beginstand van deze Kadernota 2024. Deze stand is gelijk aan de eindstand van de 1e tussenrapportage 2023. Daarna volgt een nadere (financiële) uiteenzetting per programma. Daarbij worden alle verwerkte voorgestelde bijstellingen nader toegelicht. Vanuit het Bestuursakkoord gemeente Laarbeek 2022-2026 "Samen aan zet!" zijn per programma naast de ontwikkelingen tevens de ambities/afspraken opgenomen. Een uitwerking van de geformuleerde ambities/afspraken per programma in de vorm van ‘Wat gaan we ervoor doen in 2024?’ zal pas bij de samenstelling van de Begroting 2024 worden toegevoegd. Als laatste onderdeel worden in de financiële kaderstelling met name de financiële uitgangspunten gepresenteerd, welke de basis zullen zijn bij de verdere uitwerking en samenstelling van de Begroting 2024 met bijbehorend meerjarenperspectief 2025-2027.
4
Procedure behandeling kadernota Bij de samenstelling van deze Kadernota 2024 heeft het college de integrale afweging gemaakt voor het beschikbaar stellen van (extra) financiële middelen voor beleidsvoornemens. Deze voorstellen zijn vertaald in deze Kadernota, die middels algemene beschouwingen door de raad, hun verdere uitwerking zullen gaan krijgen in de Begroting 2024. Hiermee wordt dit jaar weer een Kadernota 2024 in volle omvang (beleid en financiën) gepresenteerd.
5
Financiële positie 2024-2027 In dit hoofdstuk wordt eerst een samenvattend financieel beeld 2024-2027 gepresenteerd met een uitgebreide toelichting op het gepresenteerde meerjarenperspectief. Daarna volgt een nadere uitwerking per programma.
Ontwikkeling exploitatiesaldo Onderstaande tabel geeft het verloop van het exploitatiesaldo in het meerjarenperspectief inclusief de mutaties uit de Kadernota 2024 weer. Begroting bedragen x 1.000
Meerjarenperspectief
2024
2025
2026
2027
Primitieve begroting 2023-2026
536
858
17
-1.587
Mutaties tot en met mei
-10
-10
-10
-10
1e Tussenrapportage 2023
-926
-926
-928
-928
Saldo na 1e Tussenrapportage 2023
-401
-79
-922
-2.525
Gemeenschappelijke Regelingen
-827
-949
-1.011
-1.057
Bestaand beleid
-2.582
-1.453
-1.441
-1.478
Nieuw beleid
-1.313
-588
-588
-743
Gemeentefonds o.b.v. meicirculaire
829
734
34
789
OZB
154
158
160
160
-4.140
-2.178
-3.768
-4.855
Kadernota 2024-2027
Hoe is deze tabel opgebouwd? Het financieel vertrekpunt is de vastgestelde begroting 2024 met bijbehorend meerjarenperspectief 2025-2027 inclusief de gevolgen van het daarin opgenomen meerjarig dekkingsplan. Daarna zijn de financiële gevolgen verwerkt van de vastgestelde begrotingswijzigingen tot en met de raadsvergaderingen van mei 2023, aangevuld met de financiële gevolgen van de vast te stellen 1e tussenrapportage 2023 (conform raadsvoorstel 6 juli 2023). In aanloop naar de samenstelling van de begroting 2024 vindt in deze Kadernota 2024 de verwerking plaats van diverse voorgestelde bijstellingen in de vorm van: - Gemeenschappelijke Regelingen: dit betreft de verwerking van de financiële gevolgen van de gepresenteerde concept-begrotingen van diverse gemeenschappelijke regelingen; - Bestaand beleid: dit betreft voorstellen voor het beschikbaar stellen van middelen of bijstellingen of onderwerpen, die bestaand beleid betreffen; - Nieuw beleid: dit betreft voorstellen voor het beschikbaar stellen van (nieuwe) middelen voor nieuwe beleidsonderwerpen; - Gemeentefonds o.b.v. meicirculaire: bijstelling van de algemene uitkering als gevolg van circulaires; - OZB: dit betreft de reguliere bijstelling van OZB-opbrengst op basis van bestaande beleidsafspraken.
6
De Kadernota 2024 geeft een inhoudelijk fundament op basis van het Bestuursakkoord gemeente Laarbeek 2022-2026 'Samen aan zet!' voor het financieel meerjarenperspectief van de Begroting 2024 om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting. Hoe gaan we verder met dit financieel perspectief? Zoals in de inleiding aangegeven is het op basis van dit onzekere financieel perspectief nodig om een aantal uitgangspunten te veranderen die we in de afgelopen jaren hebben gehanteerd om te komen tot een sluitende begroting. De voorgestelde wijzigingen betreffen:
1
2
3
4
Uitgangspunten tot nu toe Alle incidentele en structurele lasten zijn gedekt
Minimaal het laatste begrotingsjaar moet sluitend zijn Bij de kadernota wordt een sluitende begroting gepresenteerd
Wijziging uitgangspunten Alleen de structurele baten en lasten zijn in evenwicht. Evt. incidentele tekorten komen ten laste van het jaarrekeningresultaat en daarmee van de algemene reserve Minimaal het 1e begrotingsjaar moet sluitend zijn.
Indien de kadernota in het 1e begrotingsjaar niet sluitend is, stelt de raad oplossingsrichtingen vast op basis waarvan het college bij de begroting een sluitend voorstel doet Wat blijft als fundament is dat we onze financiële positie niet goed maar uitstekend willen houden. Onze financiële weerstandsratio blijft met minimaal 2 uitstekend. (deze is nu 4 waarbij de minimum norm 1 is) Een robuuste begroting waarbij we structurele lasten met structurele baten zullen dekken.
De redenen voor deze wijzigingen zijn als volgt: 1. Incidentele baten en lasten kunnen per jaar sterk veranderen. Voor een stabiel financieel beleid is het beter om uit te gaan van het structurele resultaat. Incidentele uitgaven gaan uiteindelijk ten laste van de algemene reserve. Het financieel beleid hierop is dat deze algemene reserve twee keer zo groot moet zijn dan het benodigde weerstandsvermogen om risico's te kunnen dekken. Op 1 januari 2023 is de weerstandscapaciteit bijna 4 keer zo groot dan de benodigde capaciteit. 2. Door landelijk beleid hebben alle gemeenten in de laatste begrotingsjaren te maken met een groot tekort. Het voorstel is om voor deze jaren niet te streven naar een sluitend financieel perspectief. Daarmee geven we het signaal naar de Rijksoverheid dat dit voor ons tot niet aanvaardbare consequenties kan leiden. 3. De Rijksbijdrage vormt voor ons een belangrijke dekkingsbron in de begroting. We krijgen op basis van de meicirculaire heel laat inzicht in deze Rijksbijdrage. Zeker in tijden van kortingen en bezuinigingen door het Rijk kan dit leiden tot een niet structureel sluitend perspectief in het 1e begrotingsjaar.
Door wel een aantal oplossingsrichtingen voor te leggen maar nog geen definitieve keuze daarover in deze kadernota te maken heeft het college de mogelijkheid om een meer afgewogen dekkingsplan op te stellen ter besluitvorming voor de raad in november. Wat blijft is het uitgangspunt dat we een sterke financiële reserve en een robuuste begroting willen behouden. Onze reservepositie is op dit moment uitstekend en dat blijft zo. En door meer tijd te nemen voor goede afwegingen blijven we in tijden van financiële turbulentie goed in staat om een goed onderbouwde en daarmee robuuste begroting op te zetten.
7
Toelichting meerjarenperspectief 2024-2027 en beschouwing Het resultaat van 2024 bestaat deels uit incidentele baten en lasten en deels uit structurele posten.
Structureel evenwicht Onderstaande tabel geeft de splitsing van het exploitatiesaldo uit het meerjarenperspectief naar incidenteel en structureel weer. Begroting
Meerjarenperspectief
bedragen x 1.000
2024
2025
2026
2027
Structureel
-535
-469
-3.747
-4.864
Incidenteel
-3.605
-1.709
-21
10
Saldo Kadernota 2024
-4.140
-2.178
-3.768
-4.855
Dit overzicht geeft inzicht hoe het geraamde exploitatieresultaat over de periode 2024-2027 is opgebouwd qua verdeling naar het saldo van zowel structurele als incidentele baten en lasten. Voor de beoordeling van de stabiliteit van onze begroting is de provincie met name geïnteresseerd in het structurele saldo. Zoals in voorgaande hoofdstuk aangegeven is het voor de financiële sturing belangrijk om onderscheid te maken tussen het incidenteel en structureel resultaat. 1. STRUCTUREEL: De begroting moet minimaal in het 1e begrotingsjaar structureel sluitend zijn en 2. INCIDENTEEL: Het weerstandsvermogen moet voldoende zijn om de incidentele lasten te kunnen dekken waarbij de ratio minimaal 2 blijft. 1. Structureel sluitende begroting, minimaal in het 1e jaar Uit dit perspectief blijkt dat we hiermee nog niet voldoen. Het 1e begrotingsjaar 2024 is niet structureel sluitend. Hierna geven we mogelijkheden aan en doen we een voorstel waardoor we alsnog een structureel sluitende kadernota voor in elk geval 2024 en 2025 presenteren. Dat betekent wel dat we in nog aanvullende keuzes moeten maken als we aannemen dat dit beeld niet significant positief zal worden op basis van de septembercirculaire waar we uiteindelijk onze begroting op baseren. Om in 2024 een structureel sluitende begroting te presenteren moeten we dus minimaal € 535.000 "vinden".
Hiervoor stellen we de volgende oplossingsrichtlijnen waar de raad een principe-uitspraak over kan doen wat wel of niet wenselijk is. Dit is voor het college dan de basis om de begroting op te stellen. Oplossingsrichting 1: We hebben de afgelopen jaren overschotten gerealiseerd. Deels kwam dit door incidentele meevallers. Deels heeft het ook te maken met het feit dat we in een begroting "veiligheden" inbouwen en stapelen. Hoe komt dit? Ons diensten- en productenpakket is heel divers. Om dat financieel te kunnen beheersen verdelen we onze begroting uiteindelijk in meer dan 400 producten en diensten waarvoor we meer dan 2700 budgetten hebben ingericht. De meeste van onze medewerkers beheren één of meer budgetten. Zij onderbouwen uiteraard zo goed mogelijk wat ze nodig hebben voor de producten/diensten waar zij voor moeten zorgen. In de basis zijn de meeste mensen echter
8
risicomijdend dus bij de inschatting van uitgaven en inkomsten zijn veel mensen aan de voorzichtige kant. Door de voorzichtigheid op de meeste budgetten "in te bouwen" is de kans dus groter dat er uiteindelijk meer "plussen" dan "minnen" zijn. Daardoor is de kans groter dat er uiteindelijk op het totaal een meevaller zal zijn. Alleen het is op voorhand niet te zeggen waar die plussen en minnen zullen vallen. Dat hangt van economische, sociale en demografische ontwikkelingen en ook bijv. van het weer. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan gladheidsbestrijding wat uiteraard sterk afhankelijk van het weer. Dit fenomeen van meer plussen dan minnen heet onderuitputting van budgetten. In onderstaande grafiek brengen we dat in beeld.
Deze grafiek geeft aan wat de verwachte resultaten waren bij de begroting, de 2e tussenrapportage en de uiteindelijke resultaten bij de jaarrekening. Het gaat daarbij over het resultaat vóór de mutaties (onttrekkingen/toevoegingen) in reserves. Dat is vanaf 2024 en verder ook het resultaat waar we op sturen om structureel sluitend te zijn. Wat is dan nu het beeld van de onderuitputting: Het verschil tussen de blauwe en grijze kolom geeft aan dat in alle jaren met uitzondering van 2019 het verwachte resultaat bij de begroting lager was dan uiteindelijk bij de jaarrekening. Het verschil tussen de oranje kolom en de grijze kolom geeft aan dat in alle jaren met uitzondering van 2018 en 2019 het verwachte resultaat bij de 2e tussenrapportage ook lager was dan uiteindelijk bij de jaarrekening is gepresenteerd. Hoe kunnen we dit verwerken bij de begroting? Er zijn verschillende mogelijkheden om in een bepaalde manier rekening gehouden met deze onderuitputting. Mede in overleg met de provincie willen we voor de begroting uitwerken hoe we dit kunnen doen. Twee mogelijkheden die we in elk geval kunnen doorvoeren zijn: Geen of minder prijsindexering van budgetten. In het verwachte resultaat van -/€ 535.000 hebben we nu rekening gehouden dat de uitgavenbudgetten worden geïndexeerd. Daarvoor hebben we € 682.000 opgenomen.
Het voorstel is dat we bij de begroting alleen die budgetten indexeren waarvoor dit contractueel nodig is. Dat geldt dan dus alleen voor meerjarige contracten.
9
In deze kadernota zijn veel kleinere posten opgenomen van onder € 50.000. In totaal gaat het over € 260.000 aan kleinere posten. Het voorstel is dat deze posten binnen de betreffende programma's worden opgevangen.
Als we deze maatregelen in de volle omvang doorvoeren betekent dit een voordeel van € 942.000. Met deze wijzigingen wordt het financieel perspectief:
Begroting bedragen x 1.000 Structureel
Meerjarenperspectief
2024
2025
2026
2027
407
473
-2.805
-3.922
Het structureel saldo in 2024 en 2025 wordt daarmee ruim positief. Dit biedt in aanloop naar de begroting nog de mogelijkheid meer specifiek de genoemde maatregelen door te voeren en bijv. daar waar echt nodig alsnog wel prijscompensatie op te nemen. Oplossingsrichting 2: Als onderuitputting niet voldoende is dan moeten we taakstellende bezuinigingen doorvoeren. Dat betekent dat bepaalde beleidsvoornemens niet of niet meteen kunnen worden uitgevoerd. Gezien de omvang van het verwachte tekort is dit ons inziens in 2024 en 2025 nog niet aan de orde. Mocht het zo zijn dat vanaf 2026 het "ravijn" op landelijk niveau niet of niet voldoende wordt opgelost komt deze optie voor ons en een groot deel van alle andere gemeenten wel aan de orde. Onze inschatting en verwachting is dat dit op landelijk niveau tot zodanig onwenselijke ontwikkelingen zal leiden dat het Rijk het niet zover zal laten komen. Oplossingsrichting 3: In het geval dat het niet mogelijk en/of wenselijk is om beleidsmatig keuzes te realiseren is het mogelijk om onze inkomsten te verhogen. Op dit moment hebben we daar feitelijk één instrument voor, namelijk de OZB. Voor de beeldvorming, om € 535.000 extra OZBinkomsten te genereren zou een verhoging nodig zijn van bijna 10%. Landelijk gezien loopt nog steeds de discussie om het belastinggebied van de gemeenten te vergroten.
Dit staat in relatie tot de problematiek rondom het ravijnjaar. Echter het financieel perspectief maakt duidelijk dat het Rijk het voordeel voor henzelf al wel heeft ingeboekt terwijl er nog geen zicht is op een alternatieve inkomensbron voor de gemeente. Het voorstel van het college is om voor de Begroting 2024-2027 in eerste instantie uit te gaan van oplossingsrichting 1. Daarmee bieden wij u een sluitend meerjarenperspectief aan in deze kadernota. Dekking van de incidentele lasten in 2024 en 2025 Het financieel perspectief laat zien dat we voor 2024 en 2025 fikse incidentele lasten hebben opgenomen. Hiervoor hebben we een wijziging in onze uitgangspunten voorgesteld dat we deze incidentele lasten niet in hetzelfde jaar proberen te dekken door incidentele dan wel structurele baten. Dit betekent dat het saldo van de incidentele baten en lasten vooralsnog niet is gedekt en als tekort worden begroot. Als het jaar 2024 verloopt zoals we in de begroting verwachten komt dit saldo als tekort ook terug in de jaarrekening en gaat ten laste van de algemene reserve.
10
Het totale verwachte resultaat op basis van het bovenstaande wordt:
Begroting
Meerjarenperspectief
bedragen x 1.000
2024
2025
2026
2027
Structureel
407
473
-2.805
-3.922
Incidenteel
-3.605
-1.709
-21
10
Saldo
-3.198
-1.236
-2.826
-3.912
Zoals eerder aangegeven was onze financiële positie al goed en is door de overschotten van de afgelopen jaren nog verder versterkt. Mochten deze eenmalige tekorten inderdaad worden gerealiseerd kunnen we dat goed binnen ons eigen vermogen opvangen. Om te monitoren dat onze financiële positie goed blijft hebben we in de begroting en de jaarrekening de zogenoemde weerstandsratio berekend. Dat geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële risico's die we hebben benoemd op te kunnen vangen. Die ratio moet minimaal 1 zijn maar wij hanteren als beleid dat we die ratio op minimaal 2 willen houden dus we bouwen daarmee nog een extra veiligheid in. De ratio is op dit moment 4 en zal ook met deze incidentele lasten ruim boven de 2 blijven.
Ontwikkeling van OZB en leges 2024-2027 Wij stellen voor om onze inkomsten als volgt bij te stellen:
verhoging ozb-opbrengst 2024 t/m 2026. De eerder geraamde stijging van de ozbopbrengst 2024 van 1,6% wordt nu conform afspraak bijgesteld naar 4,22% op basis van de CBS-prijsindex voor het jaar 2024; verhoging opbrengst bouwleges met jaarlijks 2% en de overige leges met jaarlijks 5% (voor zover mogelijk) Dit is enerzijds prijsindex en daarnaast maken we een volgend stap(je) richting kostendekkendheid; verhoging tarief rioolheffing met jaarlijks 3,61% aangevuld met een jaarlijkse inflatiecorrectie (conform vastgesteld rioolbeheerplan).
11
Programma 1 Burger en bestuur Portefeuillehouders Burgemeester Van der Meijden
Bestuursakkoord 2022-2026 De veranderende rol van de overheid De maatschappelijke opgaven van deze tijd worden steeds omvangrijker en complexer. Deze vraagstukken kunnen we als gemeente niet alléén oplossen. De hulp van inwoners, instanties en verenigingen is hard nodig. De omwenteling die de gemeente maakt in relatie tot de inwoner en groepen inwoners kan getypeerd worden als: ‘meer loslaten en minder bemoeizucht’. Dit vraagt om een ander soort lokaal bestuur. De gemeente is op zoek naar haar nieuwe rol. Zaken niet dichtregelen met beleidsnota’s maar gebruik maken van de energie en kennis in de samenleving en hierbij een faciliterende, ondersteunende en verbindende houding aannemen. We staan open voor initiatieven vanuit de samenleving en waar nodig en gewenst - ondersteunen en faciliteren we deze. Deze houding is ook verwerkt in de aanstaande Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. We gaan van nee, tenzij, naar ja, mits. Dit vraagt een andere manier van werken van ons bestuur en onze medewerkers. De Omgevingswet schrijft bij ruimtelijke planvorming - zo vroeg mogelijk in het traject - tevens een omgevingsdialoog voor tussen initiatiefnemers en omwonenden. Toenemende digitalisering en transparantie We gaan steeds meer naar een digitale wereld waarbij persoonlijk contact steeds verder afneemt.
Dit heeft ook gevolgen voor de dienstverlening binnen onze gemeente. Dit is een doorlopend proces want de digitalisering van de wereld gaat erg snel. Bovendien is het zaak te bewaken dat in deze voortgaande digitalisering, de kwetsbare groepen - zoals ouderen en minima - mee kunnen blijven doen. De maatschappij vraagt ook om meer transparantie bij de totstandkoming van besluiten. Daarom is per 1 mei 2022 de Wet Open Overheid in werking getreden. Deze wet is bedoeld om overheden actief transparanter te maken. Overheidsinformatie dient beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren zijn. Dit sluit aan bij de bovengenoemde veranderende rol van de overheid. Samenwerking op basis van goedschaligheid Met het vaststellen van de Toekomstvisie “Samen daadkrachtig en energiek naar 2030” is er door de gemeente en de gemeenschap een bewuste keuze gemaakt om een zelfstandige gemeente te blijven. Voor een deel van de maatschappelijke opgaven kan de uitvoering het best plaatsvinden op het laagste schaalniveau, namelijk dat van de gemeente Laarbeek. Bij andere opgaven ligt het echter voor de hand om op basis van ‘goedschaligheid’ de samenwerking met anderen aan te gaan.
Voorbeelden hiervan zijn Metropoolregio Eindhoven, Belastingsamenwerking Oost-Brabant, de samenwerking met Gemert-Bakel, de Peelgemeenten, Senzer, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Niet alleen zijn sommige vraagstukken te complex om lokaal op te pakken, maar ze zouden ook te kostbaar zijn. Denk aan de regionale afvalinzameling door Blink of de coronabestrijding door de GGD. We kijken als gemeente dus ook over de lokale en regionale grenzen heen. Dit is goed voor de regio en goed voor Laarbeek.
Ontwikkelingen Opgaven Als gemeente krijgen EN pakken we een voortrekkersrol in belangrijke dossiers zoals asiel- en huisvestingscrisis, koopkracht en inflatie en in het zoeken naar manieren om, ondanks de stikstof impasse, te kunnen blijven bouwen voor onze inwoners. Om uit de crisis stand te komen is het zaak de lokale integrale praktijk (de leefwereld) nadrukkelijker als uitgangspunt te hanteren voor één overheidsbeleid. Dit vraagt om versteviging van de positie van
12
gemeenten en het sluiten van de cyclus beleid-uitvoering. Laarbeek neemt daarin nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid, zowel voor wat betreft de taakvelden waar we als zelfstandige gemeente het verschil willen blijven maken voor onze inwoners, als de lokale, regionale en landelijke opgaven die we samen met collega-overheden oppakken.
Ambities A. Het samenspel tussen raad, bestuur en organisatie is een kracht van Laarbeek die we willen behouden. B. We vinden het belangrijk om bewoners te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijke plannen. Daarbij staan we open voor initiatieven uit de samenleving. C. We zetten conform de Wet open overheid in op een actievere informatieverstrekking over onze besluitvorming en beleidsstukken. D. We communiceren in begrijpelijke en duidelijke taal met onze inwoners. E. We nemen een proactieve rol in regionale netwerken en kijken over de bestaande regiogrenzen heen om gemeentelijke en regionale belangen te behartigen en kansen te benutten. F. De gemeentelijke milieustraat voldoet aan de eisen van deze tijd.
Afspraken Onderstaande afspraken zijn op dit programma van toepassing. 1.01 Met enige regelmaat wordt de samenwerking tussen raad, bestuur en organisatie geëvalueerd en vormgegeven, bijvoorbeeld door thematische bijeenkomsten. 1.02 We evalueren de nieuwe vergaderstructuur van commissie en raad. 1.03
1.04 1.05 1.06 1.07
1.08
1.09
De gemeente stelt een participatieverordening op. Basis voor deze verordening is het in 2021 vastgestelde participatiebeleid. In deze verordening wordt uiteengezet wat onder participatie wordt verstaan en wat inwoners en gemeente in dit verband in alle redelijkheid van elkaar mogen verwachten. Initiatieven uit de samenleving worden - waar nodig en mogelijk - door de gemeente ondersteund en gefaciliteerd. We spreken initiatiefnemers bij de beoordeling van plannen aan op het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog. We hanteren taalniveau B1 bij de communicatie met inwoners en spreken daarbij duidelijke en realistische verwachtingen uit op welke termijn men een reactie krijgt. In het kader van goedschaligheid en samenwerking - met een natuurlijke gerichtheid op de Peelgemeenten en Brainport - wordt de horizon verbreed, bijvoorbeeld naar de gemeente Meierijstad. Er wordt een besluit genomen over en krediet beschikbaar gesteld voor de noodzakelijke renovatie van de milieustraat. Hierbij wordt een aantal scenario’s van dienstverlening, bijbehorende kosten en eventuele samenwerking met omliggende gemeenten onderzocht. Afspraken toegevoegd die niet in het raadsprogramma waren opgenomen.
Taakvelden per programma In dit programma zijn de volgende taakvelden opgenomen: 0.1
Bestuur
0.2
Burgerzaken
7.2
Riolering
7.3
Afval
0.10
Mutaties reserves
13
Financiën Onderstaande tabel geeft het verloop van het programmasaldo weer. Begroting
Meerjarenperspectief
bedragen x 1.000
2024
2025
2026
2027
Primitieve begroting 2023-2026
-992
-993
-994
-995
Mutaties tot en met mei
0
0
0
0
1e Tussenrapportage 2023
17
17
17
17
-975
-976
-977
-978
Gemeenschappelijke Regelingen
-25
-25
-25
-25
Bestaand beleid
-5
-5
-5
-5
Gemeentefonds o.b.v. meicirculaire
-43
-43
-43
-43
Saldo na Kadernota 2024-2027
-1.047
-1.048
-1.049
-1.050
Saldo na 1e Tussenrapportage 2023
Onderstaand worden de financiële mutaties uit de Kadernota 2024 toegelicht. Begroting bedragen x 1.000
Meerjarenperspectief
2024
2025
2026
2027
Gemeenschappelijke Regelingen
-25
-25
-25
-25
Bijstelling a.g.v. concept-begroting 2024 MRE
-25
-25
-25
-25
-25
-25
-25
-25
Lasten
De aangeboden concept-begroting 2024 van MRE leidt tot budgettair verhoogde bijstelling in 2024 van structureel afgerond € 10.000. Deze bijstelling vindt verdeeld plaats over de programma's 1, 4 en 6.
Bestaand beleid
-5
-5
-5
-5
Gewijzigde invulling Bevrijdingsdag
-5
-5
-5
-5
-5
-5
-5
-5
Lasten
De gewijzigde invulling van Bevrijdingsdag leidt tot noodzakelijk extra budget. De jaarlijkse gemeentelijke 5-mei is omgezet naar een Bevrijdingsdag in september. Deze dag wordt groter van opzet dan de oorspronkelijke 5 mei viering. Insteek is een activiteit voor jeugd basisonderwijs gekoppeld aan een lesbrief en belevingsactiviteiten op de zondag na het Peelvuur (19 september). Hiervoor is structureel een verhoging van het budget van evenementen binnen representatie nodig.
14
Gemeentefonds o.b.v. meicirculaire
-43
-43
-43
-43
Gevolgen meicirculaire 2023 gemeentefonds
-43
-43
-43
-43
-43
-43
-43
-43
Lasten
De financiële gevolgen van de meicirculaire 2023 gemeentefonds zijn meerjarig verwerkt in deze Kadernota 2024. Door middel van een afzonderlijke Raadsinformatiebrief wordt de raad nader geïnformeerd over de verdere detaillering van de diverse bijstellingen binnen de verschillende programma's 1, 5 en 6.
15
Programma 2 Veiligheid Portefeuillehouders Burgemeester Van der Meijden
Bestuursakkoord 2022-2026 Gezamenlijke verantwoordelijkheid Inwoners moeten zich veilig voelen in hun eigen leefomgeving. Kleine irritaties, zoals foutparkeren en zwerfvuil, maar ook grotere vraagstukken, zoals overlast van verwarde personen, criminaliteit en illegale wietplantages, geven inwoners een onveilig gevoel. Het is belangrijk dat dit in een vroegtijdig stadium wordt gesignaleerd. Dat vraagt om ogen en oren in de wijk, onder meer van de politie en van gemeentelijke handhavers, maar ook van inwoners. Ogen en oren van bewoners zijn nog belangrijker in het buitengebied, waar het natuurlijk toezicht door de omvang van het terrein nu eenmaal minder aanwezig is. Een veilige samenleving is dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Door de bank genomen voelen de inwoners van Laarbeek zich veilig. De integrale en systematische aanpak van onveiligheid zoals we die al jaren -samen met onze veiligheidspartners- toepassen, werpt nog steeds vruchten af. Resultaten uit de veiligheidsmonitor en de criminaliteitscijfers wijzen dat ook uit. Begin 2022 is tevens het uitvoeringsprogramma Aanpak Ondermijnende Criminaliteit opnieuw vastgesteld voor een periode van vier jaar. Een van de meest tastbare onderdelen van deze samenwerking is de inzet van het Peelland Interventie Team (PIT) en de aansluiting bij Meld Misdaad Anoniem.
Verschuiving in criminaliteit Mede door de corona-pandemie en de digitalisering is er een opvallende verschuiving waarneembaar geweest van de traditionele vormen van criminaliteit (zoals diefstallen, woninginbraken en overvallen) naar andere vormen van criminaliteit zoals cybercrime en horizontale fraude. Ook opvallend is dat het tijdsverloop van een handhavingsproces steeds vaker wordt opgerekt. Evenementen Als gevolg van corona zijn er minder vergunningaanvragen binnen gekomen voor evenementen. We constateren dat het aantal aanvragen voor evenementen weer groeiende is. Dit vanaf het moment dat de beperkende maatregelen als gevolg van corona zijn opgeheven, maar ook ten opzichte van de periode voor corona. Vanuit de omgeving wordt steeds kritischer gekeken naar de voorwaarden waaronder evenementen worden toegestaan. We zoeken naar een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Dat vraagt om een nog zorgvuldigere, inhoudelijke check van mogelijke risico’s en passende maatregelen. Brandweer Brandweerposten krijgen steeds vaker te maken met een tekort aan vrijwilligers. Regionaal is een wervingstraject gestart dat zijn vruchten heeft afgeworpen. Het is belangrijk dat de posten voldoende zijn bemenst. Samen met de andere hulporganisaties waken zij over onze veiligheid. Sociale veiligheid De afgelopen periode hebben we geïnvesteerd in de sociale veiligheid.
De Aanpak ter Voorkoming Escalatie is hierop ingericht en de procesregisseur is de spil tussen het sociaal domein en het veiligheidsdomein.
16
Ontwikkelingen Ondermijning Het afgelopen jaar hebben we opnieuw ervaren dat de strijd tegen ondermijning voortdurende alertheid en gezamenlijk optreden vraagt. De investering in een groene BOA werpt inmiddels zijn vruchten af. Herijking evenementenbeleid Sinds de vaststelling van het evenementenbeleid in 2017 zien we een aantal nieuwe ontwikkelingen, zoals wetswijzigingen en nieuwe soorten vermaak met bijbehorende nieuwe risico’s. Deze ontwikkelingen waren aanleiding om het evenementenbeleid te herwaarderen en actualiseren. Deze herijking van het evenementenbeleid hebben we in samenspraak met initiatiefnemers en inwoners uitgevoerd.
Ambities A. Inwoners dragen op basis van wederkerigheid mede verantwoordelijkheid voor een veilige samenleving. B. Ondermijning wordt aangepakt en niet geaccepteerd. C. Een integrale beoordeling en afweging van aanvragen voor evenementen is noodzakelijk. D. De kwaliteit en kwantiteit van de brandweer is op orde en de genormeerde aanrijtijden worden gehaald.
Afspraken Onderstaande afspraken zijn op dit programma van toepassing. 2.01 Raad en college staan zij-aan-zij in de aanpak van ondermijning en andere vormen van criminaliteit. 2.02 We treden daadkrachtig op tegen afvaldumping, stropers en crossers, in het bijzonder in kwetsbare natuurgebieden als De Biezen en ’t Gulden Land. 2.03 Er wordt gezocht naar extra toezicht in het buitengebied, bijvoorbeeld door herschikking of aanstelling van een ‘groene BOA’. 2.04 Het evenementenbeleid wordt herijkt. 2.05 2.06
De door de veiligheidsregio ingezette wervingsactie voor vrijwilligers bij de lokale brandweer wordt gecontinueerd tot het moment dat de brandweer voldoende is bemenst. We gaan beleid ontwikkelen op het gebruik van cameratoezicht in de openbare ruimte.
Taakvelden per programma In dit programma zijn de volgende taakvelden opgenomen: 1.1
Crisisbeheersing en brandweer
1.2
Openbare orde en veiligheid
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
0.10
Mutaties reserves
17
Financiën Onderstaande tabel geeft het verloop van het programmasaldo weer. Begroting bedragen x 1.000
Primitieve begroting 2023-2026 Mutaties tot en met mei 1e Tussenrapportage 2023 Saldo na 1e Tussenrapportage 2023 Gemeenschappelijke Regelingen Saldo na Kadernota 2024-2027
Meerjarenperspectief
2024
2025
2026
2027
-1.806
-1.806
-1.788
-1.786
0
0
0
0
-63
-63
-63
-63
-1.869
-1.869
-1.850
-1.849
-53
-46
-64
-64
-1.922
-1.915
-1.915
-1.913
Onderstaand worden de financiële mutaties uit de Kadernota 2024 toegelicht. Begroting
Meerjarenperspectief
2024
2025
2026
2027
Gemeenschappelijke Regelingen
-53
-46
-64
-64
Bijstelling a.g.v. concept-begroting 2024 VRBZO
-53
-46
-64
-64
-53
-46
-64
-64
bedragen x 1.000
Lasten
De aangeboden concept-begroting 2024 van VRBZO leidt tot budgettair verhoogde bijstelling in 2024 van structureel € 53.162, oplopend naar structureel € 64.223 in 2026 e.v.
18
Programma 3 Woon- en leefklimaat Portefeuillehouders Wethouder Briels Wethouder Slaets-Sonneveldt Wethouder Van den Berkmortel
Bestuursakkoord 2022-2026 Leefbaarheid Laarbeek is een vitale en toekomstbestendige gemeente waar het goed wonen is. Om dit te blijven wordt voortdurend gewerkt om het dorpse karakter te behouden. Er is aandacht voor voldoende geschikte woningen die aansluiten bij huidige en toekomstige behoeften. Op verschillende manieren spant de gemeente zich in voor een verdere verbetering van natuur, milieu en landschap. Voor de gebiedsontwikkeling aan de Heuvel in Lieshout wordt een integraal plan ontwikkeld. Door de raad is de opdracht gegeven om dit samen met inwoners te doen. Omgevingsvisie Op 9 december 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie buitengebied vastgesteld. De Omgevingswet schrijft een omgevingsvisie voor het gehele grondgebied voor, vast te stellen vóór 1 januari 2025. Dit betekent dat er ook nog voor 1 januari 2025 een omgevingsvisie voor de kernen moet worden opgesteld. In het buitengebied worden enerzijds steeds meer agrarische bedrijven beëindigd, anderzijds is er de toenemende schaalvergroting. Dat leidt tot vraagstukken met betrekking tot het hergebruik van de vrijkomende agrarische bebouwing en gronden, verloedering en toename van (drugsgerelateerde) criminaliteit. Het gaat dus om economische belangen maar zeker ook om andere waarden zoals gezondheid, agrarisch erfgoed, natuur en landschap, biodiversiteit en klimaat.
Woningbouw De provincie geeft jaarlijks een bevolkingsprognose en het daaruit voortvloeiende aantal woningen dat in principe gebouwd mag worden. In Laarbeek naderen we deze prognose snel, en zodra we deze bereikt hebben, zijn uit- en inbreidingslocaties niet zondermeer nog realiseerbaar. Kwalitatief en kwantitatief goed onderbouwde plannen, afgestemd met de regio en provincie, geven mogelijkheden om meer te bouwen dan de prognose. Inbreiding gaat daarbij voor uitbreiding. Dit zorgt voor een aantal uitdagingen. Deze locaties zijn schaars en brengen hogere ontwikkelkosten met zich mee dan uitbreidingslocaties. Ook treedt er spanning op ten opzichte van klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Verder geeft inbreiding meer kans op bezwaren en dus langere procedures. In onze woonvisie is aangegeven vooral te kiezen voor goedkope woningen; dit zorgt ook ten aanzien van de planexploitatie voor een uitdaging. Er moeten dan ook prioriteiten gesteld worden: welke plannen worden wel en niet uitgevoerd en in hoeverre passen deze binnen de uitwerking van de woonvisie? Klimaatverandering Ons klimaat verandert, er komen steeds meer extremen in de weersomstandigheden. Dit vraagt een andere manier van denken van iedereen. De leefomgeving moet namelijk anders ingericht worden om hierop voorbereid te zijn. Hier wordt vanuit het Nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie op gestuurd.
De openbare ruimte moet groener worden en we zetten vol in op het uitvoeren van ons natuur- en landschapsbeleid. De huidige beleidsplannen voor openbaar groen (2011) en bomenbeheer (2013) zijn verouderd. Nieuwe uitgangspunten dwingen ons om het onderhoudsniveau van het openbaar groen kritisch tegen het licht te houden en zo nodig te herzien. Energietransitie Er zijn toenemende Rijksambities op het gebied van de energietransitie die zich uiten in strengere regelgeving, toenemende gemeentelijke verplichtingen, maar ook
19
subsidieprogramma’s en projecten. Denk aan de duurzame warmtetransitie. Laarbeek voert de Transitie Visie Warmte uit door toe te werken naar een aardgasvrij Laarbeek in 2050. Laarbeek zet in op grootschalige opwek van duurzame energie door onder andere onderzoek te doen naar mogelijkheden voor een windpark, met inachtneming van de conclusies uit de recent gevoerde omgevingsdialoog. Ook zet Laarbeek zich - voor zover dit lokaal mogelijk is in tegen energie-armoede. Recreatie en toerisme In 2021 hebben we samen met de Brabantse Peelgemeentes een regionale marketingorganisatie opgezet: Land van de Peel. In 2022 wordt de organisatiestructuur voor Land van de Peel en regionale samenwerking op het vlak van vrijetijdseconomie verder vormgegeven. ’t Gulden Land in Aarle-Rixtel en de Blauwe Poort in Beek en Donk worden ontwikkeld voor recreatie en natuur, met de nadruk op natuurontwikkeling. In de transitie van het buitengebied zijn recreatieve en toeristische ontwikkelingen meer en meer een alternatief voor stoppende agrariërs en veehouders. In de Omgevingsvisie buitengebied zijn de globale kaders gesteld voor deze ontwikkelingen. Laarbeek profileert zich als Waterpoort van de Peel en spant zich in voor een aantrekkelijk buitengebied met extensieve en laagdrempelige recreatie. De komende periode wordt verder ingezet op (het faciliteren van) kleinschalige recreatieve functies.
Erfgoed In 2021 is het nieuwe erfgoedbeleid vastgesteld voor de periode 2021-2026. Hierin is een uitvoeringsprogramma opgenomen. In 2022 worden diverse acties opgepakt zoals het paraplubestemmingsplan archeologie en monumenten en de Kerkenvisie. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft consequenties voor de bescherming van erfgoed. Om de bescherming goed te waarborgen moeten de nodige acties worden uitgevoerd op korte en lange termijn. Verkeer Vanuit de Bereikbaarheidsagenda worden diverse projecten in Laarbeek uitgevoerd zoals de aanleg van diverse snelfietspaden, het opwaarderen van de bushalte bij Bavaria en het oplossen van het knelpunt bij de Beekse brug. Dit knelpunt staat hoog op de politieke agenda. Voor de gewenste oplossing bij de Beekse brug is nog geen overeenstemming met de provincie in verband met de cultuurhistorische waarde van Landgoed Eyckenlust. Er wordt veel overlast ervaren van doorgaand verkeer door de kernen.
Ontwikkelingen Inhoudelijke ontwikkelingen De uiteenlopende opgaven en ambities op het gebied van klimaat en energie, verstedelijking en landelijk gebied vragen om een integrale aanpak. Laarbeek zet hierbij primair in op de processen binnen de MRE (Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant) en de subregio Peel, waar wij (samen met andere perifere gemeenten) tot passende kaders willen komen.
Tegelijkertijd legt de provincie dit jaar een zogenaamde ‘Ruimtelijke Puzzel’ op het gebied van Duurzaamheid en Energie, Verstedelijking en Landelijk gebied.
20
Hierin dienen beleidsontwikkelingen in het kader van het Provinciaal Meerjarig Investeringsprogramma Energie en Klimaat (PMIEK), het BPLG (Brabants Programma Landelijk Gebied), het BO Mirt (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) en het Ontwikkelperspectief voor NOVEX De Peel (en NOVEX Stedelijk Brabant) een plaats te krijgen. Deze Ruimtelijke Puzzel wordt eind dit jaar vertaald in de afspraken tussen Provincie Noord-Brabant en het Rijk (het zogenaamde Ruimtelijk Arrangement). Vanaf 2024 dienen de gemeenten deze ruimtelijke en financiële afspraken uit te werken op (sub)regionaal en lokaal niveau. Binnen onze eigen gemeentegrenzen zijn we inmiddels bezig met het opstellen van de Omgevingsvisie Kernen (zie ook 1e tussenrapportage). Voor het stukje buitengebied zullen het BPLG en de nieuwe stoppersregeling LBV veel impact hebben. Onze woningmarktopgave pakken we voortvarend op. In januari 2023 zijn de nieuwe prijsgrenzen vastgesteld en in maart 2023 is de Woondeal getekend. Hierin wordt gewerkt met een minimale woningbouwopgave i.p.v. maximering van contingenten. We willen meer sociale huur en tweederde van de nieuwbouwwoningen moet in de categorie betaalbaar vallen. Daarnaast zijn we bezig met een nieuwe Woonvisie (inclusief Woonzorgvisie).
De toenemende drukte op de wegen, onze zorg om de verkeersongevallencijfers, het onverminderde streven naar mobiliteitstransitie hebben eveneens onze volle aandacht. De N279, Deense Hoek en Beekse Brug en snelfietspaden moeten wat ons betreft zo snel mogelijk worden aangepakt. In november is de Regiodeal gesloten op basis waarvan (inclusief cofinanciering) 1,6 miljard wordt geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de Brainportregio. Subregio Oost is bezig met apart maatregelenpakket mobiliteit om ook in de periferie de bereikbaarheid te garanderen. Zelf zijn we inmiddels gestart met ons eigen Integrale Verkeersonderzoek. Dit ‘schaken op meerdere borden’ vraagt veel van Laarbeek. Niet alleen in het kader van lopende opgaven en projecten maar ook op het punt van regionale afstemming en planvorming. Hoe gaan we hier mee om? De afgelopen maanden is inzicht en overzicht gecreëerd om onze doelen en te prioriteren in aanloop naar de Kadernota. Die inventarisatie laat opnieuw zien dat er teveel werk ligt voor de beschikbare ambtelijke capaciteit. Binnen de afdeling Leefomgeving is sprake van een stuwmeer aan projecten. Het stopzetten of temporiseren daarvan is niet alleen onwenselijk met het oog op de door ons uitgesproken ambities, maar ook vanuit juridische en technischinhoudelijke overwegingen (aangegane verplichtingen, operationele verwevenheid).
In een wereld gekenmerkt door constante verandering en onvoorspelbaarheid is adaptiviteit een cruciale randvoorwaarde. De afdeling Leefomgeving wil dan ook structureel gaan werken met een vaste formatie en een flexibele schil. Door de flexibele schil van inhuur kan de Afdeling Leefomgeving beter inspelen op de uitdagingen van de moderne wereld en de behoeften van de samenleving. Het biedt de nodige flexibiliteit en wendbaarheid om te kunnen anticiperen op veranderingen en zorgt ervoor dat de organisatie sterker wordt, zelfs in tijden van onzekerheid. De flexibele schil zal voor het grootste deel kostendekkend zijn. Denk hierbij aan de aanstelling van projectleiders die de kosten voor het grootste deel terugverdienen vanuit de inkomsten van bijvoorbeeld projecten, anterieure overeenkomsten of legesopbrengsten van
21
principeverzoeken. Deze inkomsten worden weer gebruikt om voor de inhuur van personeel in de flexibele schil. Het is de inschatting dat het ongeveer twee jaar duurt om de hierboven beschreven methode goed te borgen in de organisatie. Tot die tijd willen we zo goed mogelijk invulling blijven geven aan de huidige projecten en de ambities uit het coalitieakkoord. Daarvoor is ook nu al een flexibele schil aanwezig en die hebben we nodig om te blijven doen wat we nu doen. De incidentele budgetten die we in 2022 en 2023 hadden om mensen in te huren zijn vanaf 2024 niet meer beschikbaar. Op basis van een analyse van de huidige projecten en de benodigde capaciteit wordt daarom voor 2024 en 2025 jaarlijks een incidenteel bedrag gevraagd van € 550.000. Vanaf 2026 moet de flexibele schil ‘zichzelf in stand houden’. Voor dat bedrag voeren we in 2024 en 2025 een aantal projecten uit. Deze zijn bij het raadsvoorstel als afzonderlijke bijlage toegevoegd. Als er extra projecten uitgevoerd moeten worden moet er een project van deze lijst af of moet er extra geld voor inhuur bij. Met deze nieuwe werkwijze voorkomen we dat een prioriteringsdiscussie nu leidt tot vertraging op lopende projecten. Dat is niet alleen operationeel en juridisch onwenselijk maar is ook maatschappelijk onverkoopbaar.
Het instellen van een zichzelf instandhoudende flexibele schil zorgt tegelijkertijd voor scherpte in het onderscheid tussen structurele en incidentele werkzaamheden, en leidt tegelijkertijd tot de zo wenselijke prioritering naar de toekomst toe.
Ambities A. Laarbeek blijft zich profileren als een landelijke, zelfbewuste gemeente die haar positie op korte afstand van Helmond en Eindhoven benut door te werken aan een aantrekkelijk buitengebied en woon- en leefklimaat. Aantrekkelijk voor zowel de inwoner als de (stedelijke) recreant die rust en ruimte ambieert (Profielschets Omgevingsvisie Buitengebied). Groei van het aantal woningen en inwoners is geen doel op zich. B. Tot behoud van het dorpse karakter van de kernen wordt terughoudend omgegaan met het bebouwen van open plekken. Er dient in de kernen een goede balans te worden gezocht tussen woningbouw, groenbehoud, groenbeleving, speelvoorzieningen en klimaatadaptatie (waaronder waterretentie). C. We zetten in op behoud van de eigen identiteit van de vier Laarbeekse kernen. D. In het kader van de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt toegewerkt naar één omgevingsvisie en één omgevingsplan voor het gehele grondgebied van Laarbeek. E. We blijven streven naar kansen en nieuwe economische dragers voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. F. Laarbeekse jongeren en ouderen hebben de mogelijkheid om in hun eigen dorp passende woningen te kopen of te huren. Het aandeel jongeren en ouderen in de vier kernen dient zoveel mogelijk op peil te worden gehouden. G.
We streven bij bestaande en nieuwe woonbuurten naar de aanwezigheid van groen op korte afstand voor iedereen. H. Wateroverlast ten gevolge van de klimaatverandering wordt zoveel als technisch en financieel mogelijk, voorkomen en teruggedrongen. I. We blijven investeren in de ombouw naar en het onderhoud van een toekomstbestendige openbare ruimte. J. We zetten in op het verankeren van duurzaamheid in alle beleidsonderwerpen en het aanbrengen van focus in concrete duurzaamheidsdoelstellingen. K. We beschermen het erfgoed en houden het in stand. L. We werken aan een verbeterde bereikbaarheid en beperken, in het kader van de leefbaarheid, de ervaren verkeersoverlast. M. We stimuleren recreatief en functioneel fietsverkeer.
22
Afspraken Onderstaande afspraken zijn op dit programma van toepassing. 3.01 Tussen de kernen Lieshout, Aarle-Rixtel, Beek en Donk en Mariahout wordt een bebouwingsvrije zone in acht genomen om te voorkomen dat deze kernen sluipenderwijs naar elkaar groeien. Doel is dat de kernen - met behoud van een eigen identiteit - zelfstandig waarneembaar blijven en niet visueel-ruimtelijk versmelten. 3.02
3.03 3.04 3.05
3.06 3.07
3.08
3.09 3.10 3.11
3.12 3.13 3.14
3.15
3.16
3.17
Bij het proces rond de gebiedsontwikkeling aan de Heuvel in Lieshout is niets doen geen optie. We gaan voor het beste plan voor Lieshout. Het plan wordt naast verlevendiging, stedenbouwkundige inpassing en verkeersveiligheid, ook getoetst aan haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak. De politieke beoordeling is voor de partijen een vrije kwestie in een open debat. Wij stellen een Omgevingsvisie op voor de kernen die door de raad vóór 1 januari 2025 moet zijn vastgesteld. Het centrale thema hierin is meer integrale aandacht voor wonen, klimaat, water en groen binnen de bebouwde kom. De beleidslijnen zoals verwoord in de beide omgevingsvisies voor het buitengebied en de kernen, worden in een omgevingsplan geïmplementeerd. De Brede Plattelandsbestemming wordt uitgewerkt zoals verwoord in de vastgestelde Omgevingsvisie Buitengebied. Doel hiervan is meer juridische ruimte te bieden voor omzetting naar een andere functie in het buitengebied, zonder kostbare en tijdrovende procedures. Landelijke en provinciale regels zijn leidend voor de landbouw. Wel stimuleren we boeren en tuinders om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. De gemeente wordt overspoeld met woningbouwinitiatieven. Het aantal woningen dat hiermee gepaard gaat overstijgt de woningbehoefte op de lange termijn.
We maken in 2022 daarom ingrijpende keuzes in het woningbouwprogramma om de ontwikkeling van kansrijke projecten, in lijn met onze ambities in de Woonvisie, mogelijk te maken. Bij inbreiding wordt allereerst ingezet op herbestemming, transformatie of vervanging van bestaande gebouwen, met name gericht op het bereiken van de doelstellingen in de Woonvisie. Bij het streven om meer groen in de nabijheid van woningen te handhaven of te realiseren, geldt de 3-30-300 regel als denkrichting. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt natuur-inclusiviteit van bebouwing en openbare ruimte als norm gehanteerd. In afspraken met gebiedsontwikkelaars wordt bij de toewijzing van koop- en huurwoningen ingezet op voorrang voor de eigen inwoners, personen met een economische binding en spijtoptanten. Bij de uitgifte van gemeentelijke gronden worden eveneens de (juridische) mogelijkheden hiervoor benut. Daarnaast integreren we zelfbewoningsplicht in ons beleid. Er worden onderhoudsplannen opgesteld voor het openbaar groen, waarbij groenbeleving, biodiversiteit en klimaatadaptatie leidende principes zijn. We werken aan een normering voor een toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte, waarbij rekening wordt gehouden met mensen met een geestelijke of fysieke beperking.
Bij het terugdringen van wateroverlast ten gevolge van clusterbuien wordt ingespeeld op kansen (grondverwerving), maar worden inwoners ook gestimuleerd om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Op het gebied van grootschalige opwek van energie wordt in beginsel ingezet op bewezen en effectieve maatregelen. Besparende maatregelen en zonnepanelen op het dak worden met voorrang gestimuleerd. Bij de eventuele plaatsing van windmolens is voldoende draagvlak een vereiste, met lokaal eigenaarschap als uitgangspunt. Daarbij worden de resultaten en conclusies van de omgevingsdialoog meegenomen. De gemeente blijft investeren in regionale samenwerking op het gebied van toerisme en recreatie. Laarbeek wordt als onderdeel van Land van de Peel gepromoot.
23
3.18
We zetten in op het versterken van de natuur en landschap van Laarbeek, met het oog op het bevorderen van de biodiversiteit, met als zwaartepunten ’t Gulden Land en de tweede fase van waterhouderij De Blauwe Poort. ’t Gulden Land wordt in goede samenwerking met de gemeente Helmond en Waterschap Aa en Maas gecontinueerd.
3.19
3.25
We vinden de bescherming en instandhouding van het erfgoed in het algemeen en van Landgoed Eyckenlust, Landgoed Croy en Missieklooster Heilig Bloed erg belangrijk. Hierbij geldt ‘behoud door ontwikkeling’ als uitgangspunt. Het paraplubestemmingsplan archeologie en monumenten en de Kerkenvisie worden opgesteld. In verband met het grote aantal verkeersuitdagingen binnen het grondgebied van Laarbeek, wordt een Integrale Verkeersstudie verricht, met daarin een doorkijk naar en afstemming met de regionale verkeersproblematiek en de kansrijke inbreidingsen uitbreidingslocaties. In deze studie worden ook onderwerpen als de Sonseweg en de ervaren verkeersoverlast in de kernen meegenomen. We accepteren een 2x2-baans N279, indien nut en noodzaak (Ladder van Verdaas) op basis van actuele cijfers zijn aangetoond. Bij de planontwikkeling voor de N279 wijzen wij een omleiding rond Dierdonk, hetgeen nieuw asfalt betekent, af. De aansluiting van de N615 op de N279 (fly-over) en de aansluiting van de Peeleindseweg op de N615 (rotonde) worden bij voorrang met een hoge urgentie geprioriteerd. We streven naar het oplossen van het verkeersknelpunt bij de Beekse brug.
3.26
Afspraken toegevoegd die niet in het raadsprogramma waren opgenomen.
3.20 3.21
3.22 3.23 3.24
Taakvelden per programma In dit programma zijn de volgende taakvelden opgenomen: 2.1
Verkeer en vervoer
2.3
Recreatieve havens
3.4
Economische promotie
5.4
Musea
5.5
Cultureel erfgoed
5.6
Media
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
7.4
Milieubeheer
8.1
Ruimte en leefomgeving
8.3
Wonen en bouwen
0.10
Mutaties reserves
Financiën Onderstaande tabel geeft het verloop van het programmasaldo weer. Begroting bedragen x 1.000
2024
Primitieve begroting 2023-2026
Meerjarenperspectief 2025
2026
2027
-9.857 -10.059
-8.658
-8.716
Mutaties tot en met mei
0
0
0
0
1e Tussenrapportage 2023
51
51
51
51
24
Saldo na 1e Tussenrapportage 2023
-9.806 -10.008
-8.607
-8.665
-191
-191
-191
-191
Bestaand beleid
-1.436
-537
-604
-671
Nieuw beleid
-1.132
-407
-407
-322
-12.565 -11.143
-9.809
-9.849
Gemeenschappelijke Regelingen
Saldo na Kadernota 2024-2027
Onderstaand worden de financiële mutaties uit de Kadernota 2024 toegelicht. Begroting
Meerjarenperspectief
bedragen x 1.000
2024
2025
2026
2027
Gemeenschappelijke Regelingen
-191
-191
-191
-191
Bijstelling a.g.v. concept-begroting 2024 ODZOB
-191
-191
-191
-191
-191
-191
-191
-191
Lasten
De aangeboden concept-begroting 2024 van ODZOB leidt tot budgettair verhoogde bijstelling in 2024 van structureel € 190.882.
Bestaand beleid
Beheerplan waterbeheer Lasten
-1.436
-537
-604
-671
-120
-120
-120
-120
-120
-120
-120
-120
In 2019 is het waterbeheerplan vastgesteld. Naar nu blijkt moet de meerjarenraming voor de uitvoeringkosten worden bijgesteld. Een bijstelling van de aannames en een flinke stijging van de kosten heeft als resultaat dat er extra middelen nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen voeren.
Capaciteit projecten
0
0
0
0
Lasten
-550
-550
0
0
Baten
550
550
0
0
Vanwege de grote hoeveelheid aan projecten fysieke leefomgeving in combinatie met de beperkte personele capaciteit is tijdelijk extra formatie benodigd om een inhaalslag te maken. Het doel is om een beheersbare werkvoorraad te creëren. Op basis van een analyse van de huidige projecten en de benodigde capaciteit wordt daarom voor 2024 en 2025 jaarlijks een incidenteel bedrag gevraagd van € 550.000 gedekt door de reserve exploitatiebijdrage ruimtelijke plannen.
25
Centrumontwikkeling Lieshout Lasten
-940
0
0
0
-940
0
0
0
Voor de doorontwikkeling van het centrumplan Lieshout blijkt dat voor de herinrichting van de Heuvel een bedrag van € 940.000 benodigd is.
Gebruik/beheer app 'ontdek Laarbeek' Lasten
-8
-5
-5
-5
-8
-5
-5
-5
Eind 2022 is de app 'Ontdek Laarbeek' gelanceerd. Begin 2023 zijn, in samenwerking met Toeristisch Laarbeek, vele fiets- en wandelroutes toegevoegd. Voor het zomerseizoen 2023 is gestart met een promotiecampagne om de app onder de aandacht te brengen van inwoners en toeristen. Voor verdere en grootschaligere promotie onder wandelende en fietsende toeristen is een budget nodig. Incidenteel hoger in 2024 en lager in volgende jaren. Voor hosting en onderhoud van de app zijn jaarlijks kosten verschuldigd.
Nieuw beheerplan wegen
-195
-262
-329
-396
Lasten
-283
-350
-417
-484
Baten
88
88
88
88
Op basis van het nieuwe beleidsplan wegen wordt duidelijk dat de kosten voor het realiseren van het basisonderhoudsniveau de komende jaren zullen stijgen met € 283.000 in 2024 tot € 551.000 in 2028. Indien gekozen wordt voor kwaliteitsniveau B met beperkt kleinschalig onderhoud leidt dit tot een extra kostenstijging van € 153.000 in 2024 tot € 421.000 in 2028. Kwaliteitsniveau C wordt ten zeerste afgeraden. Als gedeeltelijke dekking wordt de post degeneratievergoeding verhoogd met € 88.000 omdat deze in werkelijkheid structureel hoger zijn.
Onderhoud openbaar groen Lasten
-150
-150
-150
-150
-150
-150
-150
-150
Ten opzichte van de begroting 2022 ziet Senzer de kosten voor het groen onderhoud toenemen. Hiervoor zijn diverse oorzaken. Senzer kampt steeds meer met een tekort aan personeel (minder instromend dan uitstromend personeel) waardoor het onderhouden van de groenstroken onder druk komt te staan. Om de prestatieafspraken na te kunnen komen moet Senzer personeel inhuren wat zorgt voor extra kosten. Ook kamt Senzer met teruglopende subsidies i.v.m. de afbouw Wsw en loonkostensubsidie. Daarnaast worden zij geconfronteerd met hogere loonkosten n.a.v. cao en meerwerk onkruidbestrijding op verharding.
Stimulering initiatieven landschapsontwikkeling Lasten
26
-23
0
0
0
-23
0
0
0
LEADER is een subsidieregeling die is bedoeld voor projecten gericht op het versterken van het landelijk gebied. Voor de LEADER aanvraag voor stimulering initiatieven landschapsontwikkeling is een cofinanciering toegezegd van € 22.750 per deelnemer.
Nieuw beleid
Bijdrage Bereikbaarheid Brainport Lasten
-1.132
-407
-407
-322
-300
-300
-300
-215
-300
-300
-300
-215
Om de schaalsprong ofwel de groei aan inwoners, woningen en banen in de Metropoolregio Eindhoven (MRE) voor wat betreft bereikbaarheid op te kunnen vangen is een mobiliteitstransitie noodzakelijk. Deze mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimteefficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Daarvoor heeft de regio met de provincie en het Rijk een Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) afgesproken. De (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen gaan in totaal bijna € 1,6 miljard kosten. Het Rijk draagt bijna 2/3e deel bij en de provincie, brainportpartners (bedrijven, campussen en kennisinstellingen) en de MRE-gemeenten samen ruim 1/3e. Van de totale € 1,6 miljard dragen de gemeenten bijna € 160 miljoen bij. Voor de gemeente Laarbeek betekent dit een bijdrage van € 1,15 miljoen verdeeld over de komende 10 jaar. Omdat de begroting een horizon kent van 4 jaar hebben we voor deze kadernota alles verdeeld in vier jaar. In de begroting 2024-2027 zullen de afgesproken bedragen worden opgenomen.