CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 20251106 Begroting 2026 gemeente Laarbeek

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van de Begroting 2026 Gemeente Laarbeek28.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

55

De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000

Onroerendezaakbelasting

WOZ waarde

Tarief

Tarief 2025

Verschil

Onbenutte

begin 2025

2025

art. 12 status

tarief

capaciteit

4.353 541 461

0,10% 0,26% 0,21%

0,16% 0,16% 0,16%

0,06% -0,10% -0,06%

2.718 -566 -254

Eigenaar Woningen Eigenaar Niet-woningen Gebruikers Niet-woningen Saldo onbenutte belastingcapaciteit

1.898

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulaties voortvloeit (zie paragraaf risico's) is € 2,66 miljoen + het risico voor de grondexploitaties van € 3,91 miljoen is in totaal aan benodigde weerstandscapaciteit van € 6,57 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 27,173 miljoen. Hierdoor wordt de ratio weerstandsvermogen:

Ratio weerstandsvermogen beschikbare weerstandscapaciteit = = benodigde weerstandscapaciteit

27,17 6,57

=

4,1

Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen NAR (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld.

Waarderingscijfer

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

De ratio bedraagt eind 2025: 4,1. Dit betekent dat de ratio uitkomt op een waardering A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Toekomstige ontwikkeling van het weerstandsvermogen Bovenstaand ratio weerstandsvermogen is gebaseerd op de actuele situatie van de beschikbare weerstandscapaciteit. Als we naar de verwachte ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit kijken dan is de inschatting dat de algemene reserve gaat dalen door de begrote incidentele tekorten voor de begrotingsjaren 2028 t/m 2029. Tevens zijn er nog diverse financiële risico's in het grondbedrijf voor toekomstige risico's waar de financiële impact nog niet van bekend zijn bij het opstellen van de begroting maar wel te verwachten zijn. Denk hierbij o.a. aan de ontwikkeling omtrent De Heuvel in Lieshout. In de risico reserve grondexploitaties is hier wel al zoveel als mogelijk rekening mee gehouden. Maar de werkelijke kosten kunnen tegen vallen en die kunnen het ratio verslechteren. Daarnaast is er nog veel onzekerheid over de rijksfinanciering voor de jaren 2028 en verder. Dit kan mogelijk ook een effect hebben op de algemene reserve en daarmee het weerstandsvermogen. 56

De ratio zal des al niet te min naar verwachting in 2029 nog steeds uitkomen op een A waardering. Het geprognosticeerd verloop van de algemene reserve zal er na verwerking van alle voorstellen in deze begroting 2026 als volgt uitzien (zie tabel hieronder). Let op: dit is exclusief het negatieve resultaat per boekjaar. Dit kan namelijk nog niet verwerkt worden. Dus de algemene reserves zullen dalen met het resultaat per jaar, waarbij het negatieve resultaat voor 2028 en 2029 nu nog een sterk vertekend beeld geeft. Dit gaat waarschijnlijk niet het werkelijke resultaat worden, omdat er nog een gat in zit door de Rijksfinanciering. Mochten er geen middelen van het Rijk komen, dan zullen er maatregelen genomen moeten worden om tot een structureel sluitende (meerjaren)begroting te komen. Op basis van Begroting 2026

Ultimo jaar

bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Algemene reserve

18.177

18.023

17.599

16.782

15.842

Bestemmingsreserves

16.943

17.338

17.192

12.421

12.286

Afschrijvingsreserves

22.580

21.859

21.104

20.361

19.611

Totaal reserves

57.700

57.220

55.895

49.563

47.738

Risico's Belangrijkste financiële risico’s Gemeente Laarbeek Op basis van een risicoanalyse zijn de belangrijkste financiële risico's voor de gemeente Laarbeek geïnventariseerd. In totaal zijn er 39 risico's bepaald. In onderstaand overzicht zijn de tien risico’s gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de benodigde weerstandscapaciteit.

Risico

Kans

Invloed

40%

Gevolg x € 1.000 1.920

1

Regionaal bedrijventerrein

2

Pensioen wethouders

80%

500

11%

3

Uitkering gemeentefonds

60%

400

7%

4

70%

300

6%

5

Extra uitvoerings- of programmakosten Veiligheidsregio Mogelijk niet realiseren maatregelen

40%

500

6%

6

Hogere kosten inhuur

60%

300

5%

7

Informatiebeveiliging / cyberrisico

40%

350

4%

8

Juridische procedures

60%

200

4%

50%

200

3%

50%

200

3%

9

Extra uitvoerings- of programma kosten verbonden partij –GR samenwerking Gemert-Bakel 10 Extra uitvoerings- of programma kosten verbonden partij -Blink Totaal grote risico's (maximaal gevolg)

22%

4.870

Overige risico's (maximaal gevolg)

3.505

Totaal alle risico's (maximaal gevolg)

8.375

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 8,375 miljoen) ongewenst is. De risico’s zullen zich immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang manifesteren.

57

Toelichting: In de tabel wordt de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit aangegeven, verbonden aan de mate van betrouwbaarheid van de simulatie. De grafiek toont de verdeling van de kansen en totale financiële gevolgen. Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2,66 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). Risico's grondexploitatie Voor de risico-inventarisatie van de grondexploitaties is een separate risicoanalyse opgesteld bij de grondnota 2025. Uit deze analyse volgt dat om de risico’s voor de grondexploitaties te kunnen opvangen een reserve benodigd is van € 3,91 miljoen om met een zekerheidsmarge van 90% de geïnventariseerde risico’s af te kunnen dekken.

Kengetallen financiële positie In het streven naar meer transparantie, verbetering van het inzicht in de financiële positie en voor de vergelijking met andere gemeenten worden zowel in de begroting als jaarrekening een set van financiële kengetallen opgenomen. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of balans. De kengetallen zijn het uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente Laarbeek. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art.11 lid 2d) bepaalt dat gemeenten een set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in deze paragraaf. De op te nemen kengetallen zijn: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.

58

Signaleringswaarden De provincie hanteert, voor het verkrijgen van een goed en uniform beeld, signaleringswaarden die afkomstig zijn uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. Daarbij moet benadrukt worden dat door de provincie aan deze categorieën geen kwalificatie is gegeven, omdat normering in eerste instantie aan de gemeente zelf is. Gemeente Laarbeek heeft geen eigen normering bepaald en hanteert hiervoor de onderstaande tabel. In de tabel hieronder is te zien tot welke signaleringswaarden gehanteerd worden en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a

Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

1b

Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

2

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

3

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

4

Structurele exploitatieruimte

Begroting >0%

Begroting 0%

Begroting <0%

5

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Uitkomsten Laarbeek In onderstaande tabel zijn de uitkomsten voor Laarbeek afgezet tegen de signaleringswaarden zoals de provincie die hanteert. Onderaan deze paragraaf wordt een relatie gelegd tussen de kengetallen en worden opvallende zaken toegelicht.

Kengetal Netto schuldquote zonder 1a correctie doorgeleende gelden Netto schuldquote met correctie 1b doorgeleende gelden

Rekening

Begroting

Meerjarenbegroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

-9%

-5%

23%

25%

35%

36%

-9%

-5%

23%

25%

35%

36%

2

Solvabiliteitsratio

65%

74%

68%

67%

58%

57%

3

Grondexploitatie

12%

1%

2%

2%

0%

0%

4

Structurele exploitatieruimte

8%

6%

-1%

-2%

-11%

-4%

5

Belastingcapaciteit

86%

90%

97%

97%

97%

97%

59

Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Waar is het voor? Deze indicatoren brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten (inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren. Hoe lager het percentage is, hoe gunstiger de financiële positie. Hoe werkt het? De netto schuldquote wordt volgens een vaste formule berekend: De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden B Netto vlottende schuld C Overlopende passiva D Financiële activa E Uitzettingen < 1 jaar F Liquide middelen G Overlopende activa H Totale baten

(conform artikel 46 BBV) (conform artikel 48 BBV) (conform artikel 49 BBV) (conform artikel 36 lid d, e en f) (conform artikel 39 BBV) (conform artikel 40 BBV) (conform artikel 40a BBV) (conform artikel 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves))

De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV). Toelichting op ratio ontwikkeling De twee kengetallen laten een lichte verslechtering zien maar nog steeds in categorie A. De schulden stijgen (voornamelijk de vlottende schuld neemt toe) maar ook de totale baten dalen door de afname van de rijksfinanciering. Hierdoor verslechteren de ratio's.

Solvabiliteitsratio Waar is het voor? De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Met andere woorden: of ze alles kan betalen en of er voldoende geld beschikbaar is. Hoe lager de solvabiliteit, hoe minder eigen vermogen de organisatie heeft om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren. Hoe werkt het? Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves: zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves. Ook het resultaat uit het overzicht van baten en lasten (het rekeningresultaat) is hier onderdeel van. A Eigen vermogen (volgens artikel 42 BBV) B Balanstotaal Solvabiliteit (A/B) x 100%.

60

Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal daalt de komende jaren. Dit komt door een lichte daling van de bestemmingsreserves maar voornamelijk door het verwachte jaarlijkse tekort vanaf begroting 2028 en 2029 wegens het tekort aan rijksfinanciering. De ratio blijft in categorie A meerjarig.

Grondexploitatie Waar is het voor? De grondexploitatie kan een hoge impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige woningbouwproject) hebben wij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Hoe werkt het? Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Als een formule: A Niet in exploitatie genomen gronden B Bouwgrond in exploitatie C Totale baten De grondexploitatie ((A+B)/C) x 100% Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal ontwikkelt zich positief. Het aantal exploitaties gaat in de toekomst afnemen waarbij er naar verwachting een piek is in de verkopen in 2026.

Met de verkopen daalt de boekwaarde van de ‘gronden in exploitatie’. Er worden niet veel nieuwe grondexploitaties toegevoegd waardoor het in 2029 afloopt naar 0. Daarnaast worden in de toekomst ook weer grondexploitaties toegevoegd die langer doorlopen dan 2029 waardoor de ratio zal veranderen. Bijvoorbeeld de grondexploitatie centrumontwikkeling Lieshout is in oktober 2025 geopend. Deze is nog niet verwerkt in de begroting 2026.

Structurele exploitatieruimte Waar is het voor? Een begroting waarvan de vaste inkomsten en de vaste uitgaven over meerdere jaren niet veranderen en ongeveer even hoog zijn, is evenwichtiger en zekerder dan een begroting waarin de inkomsten en uitgaven per jaar in hoogte en aard verschillen. Bijvoorbeeld doordat er in het ene jaar inkomsten uit een verkoop zijn en er het jaar daarna niet. Dan is de begroting door de jaren heen afhankelijk van verschillende éénmalige zaken en daarmee zijn er meer onzekerheden. Dit kengetal geeft hierdoor aan welke structurele exploitatieruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen.

61

Hoe werkt het? Om het structurele exploitatieoverschot te kunnen berekenen, wordt gekeken naar het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves en deze worden vergeleken met (gedeeld door) de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Over het algemeen geldt dus als richtlijn: hoeveel hoger het kengetal structurele exploitatieruimte, hoeveel gunstiger dit is voor de gemeente. Als streefwaarde geldt voor gemeente Laarbeek voor dit kengetal een waarde >=0. Als een formule: A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten De structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% Toelichting op ratio ontwikkeling De structurele exploitatieruimte laat een verslechtering zien door de begrote tekorten en de daling van de totale baten door het tekort aan rijksfinanciering. Afhankelijk van de financiering van het rijk wordt dit ratio mogelijk weer aangepast. De ratio ontwikkelt hierdoor naar categorie C omdat meerjarig de structurele lasten hoger zijn dan de baten.

Dit blijft een uitdaging voor de komende jaren om te komen tot een sluitende begroting als er geen duidelijkheid komt over voldoende rijksmiddelen.

Belastingcapaciteit Waar is het voor? Deze indicator geeft inzicht in de hoogte van de woonlasten (belastingdruk) in de gemeente Laarbeek die vergeleken wordt met het landelijke gemiddelde. Zo kan vergeleken worden met eerdere jaren en andere gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het is de bevoegdheid van uw raad met welke omvang de belastingen worden verhoogd. Hoe werkt het? Onder de woonlasten wordt verstaan het totaal van: 

OZB;

rioolheffing;

reinigingsheffing.

Hiervoor wordt een referentiewoning gekozen met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.

62

A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C Afvalstoffenheffing voor een gezin D Eventuele heffingskorting E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%. Toelichting op de ratio ontwikkeling Het kengetal verbeterd naar categorie A waarna deze meerjarig stabiel blijft. De stabiliteit komt ook omdat er geen toekomstig meerjarig beeld is van de gemiddelde woonlasten. Het kengetal bedraagt meerjarig 97% Hiermee kan geconcludeerd worden dat de totale woonlasten voor een gezin met een woning met gemiddelde WOZ-waarde in gemeente Laarbeek in 2026 lager zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde T-1 (het ijkpunt voor het maximaal te heffen belastingtarief).

63

4.3 Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat de volgende kapitaalgoederen: wegenbeleid bruggen en vlonders bermen en sloten openbare verlichting riolering waterbeheer groenbeleids- en groenstructuurplannen bomen natuurterreinen, landschapsinrichting en bossen speelplekken gemeentelijke gebouwen Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven: a het beleidskader b ontwikkelingen c de vertaling van financiële consequenties voor in de begroting

Beleidskader Voor de instandhouding van kapitaalgoederen wordt veelal gewerkt met beheerplannen. In de beheerplannen wordt het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële middelen vastgelegd. De volgende beheerplannen gelden nu:

Beheerplan

Jaar vaststelling

Gebouwen Beheerplan bruggen en vlonders 2020 gemeente Laarbeek

2020

Gemeentelijke gebouwen

2025

Groen Bomenbeleidsplan Laarbeek (2013) en bomenvervangingsplan Laarbeek (2020)

2013

Groenbeheerplan

2023

Beheerplan natuurterreinen, Beheerplan landschapselementen en Bosbeheerplan

2016

Speelplekkenplan

2021

Riool & water Beheerplan bermen en sloten

2010

Water- en Rioleringsprogramma (WRP) Laarbeek 2025-2029

2025

Waterbeheerplan

2021

Wegen & openbare verlichting Beleidsplan: Licht in de openbare ruimte 2018

2017

Wegenbeleid gemeente Laarbeek 2024

2024 64

Bermen en sloten Beleidskader In 2010 werd het beleidsplan bermen en sloten door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleid is vervolgens vertaald in een beheerplan. Door het onderhoud van bermen en sloten te combineren is een efficiencyvoordeel behaald. Bovendien kunnen er voor minder geld meer bermen ecologisch worden beheerd. Voor het slotenonderhoud geldt een maaifrequentie van één keer per jaar onder de voorwaarde dat de andere aangelande (eigenaar met grond langs de sloot) het slootmaaisel ontvangt en zorgt voor verwerking.

Ontwikkelingen Voor 2026 en 2027 maken we gebruik van de verlengopties van het huidige bestek voor het onderhoud aan bermen en sloten. Dit bestek werd in 2024 aanbesteed voor een periode van 2 jaar, met 2× een verlengingsoptie van 1 jaar. Op dit moment is het niet noodzakelijk aanpassingen in het beheer óf in het beleid met betrekking tot bermen en sloten door te voeren. Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

270

233

233

233

233

Bomen Beleidskader In 2013 heeft u het Bomenbeleidsplan vastgesteld. In het Bomenbeleidsplan zijn de belangrijkste bomenstructuren in onze gemeente benoemd en wat het beleid daarvoor is. Er zijn spelregels opgenomen hoe wij in onze gemeente omgaan met het kappen van bomen en hoe er gecompenseerd moet worden. Ook wordt op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke bomen ingegaan. Dit voeren wij planmatig en gestructureerd uit waardoor wij op een goede wijze invulling geven aan de wettelijke zorgplicht. In 2020 heeft u het bomenvervangingsplan vastgesteld. Dit plan voorziet in het structureel en planmatig vervangen van bomen. In 2023 heeft u het Groenbeheerplan 2023 vastgesteld. Hierin zijn ook enkele beleidswijzigingen voor het bomenbeleid en -beheer meegenomen. Het Bomenbeleidsplan blijft onverkort van kracht, maar is op onderdelen herzien via het Groenbeheerplan 2023. In de Omgevingsvisie Kernen (2025) zijn de groenstructuurkaarten geactualiseerd. Dat geldt ook voor de bomenstructuren in de kernen.

Ontwikkelingen Onderdeel van de beleidswijzigingen die opgenomen zijn in het Groenbeheerplan 2023 is het aanwijzen van toekomstbomen. We streven naar het opstellen van een projectplan hiervoor in 2026. Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

Exploitatie

639

389

394

398

402

Mutatie voorzieningen

-92

65

Bruggen en vlonders Beleidskader Op 6 oktober 2020 stelden burgemeester en wethouders het ‘Beheerplan bruggen en vlonders 2020’ vast. Dit plan beschrijft op welke wijze de gemeente Laarbeek de komende jaren invulling geeft aan het beheer, onderhoud en de vervanging van de bruggen en vlonders die eigendom zijn van de gemeente.

Ontwikkelingen In 2026 worden activiteiten in het kader van beheer en onderhoud uitgevoerd. Bovendien wordt in 2026 het beheerplan bruggen en vlonders herzien. Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

666

46

46

46

46

Gemeentelijke gebouwen Beleidskader Op 8 mei 2025 heeft de gemeenteraad het Duurzaam Meerjarenonderhoudsplan Gemeentelijke Gebouwen Laarbeek 2025-2034 vastgesteld. Het Duurzaam Meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) is een strategisch plan dat naast het reguliere onderhoud (klein & groot) van vastgoed ook duurzame maatregelen integreert (routekaart verduurzaming). Het doel van dit plan is om de technische staat van een gebouw op peil te houden, de veiligheid te waarborgen, en de levensduur van installaties te verlengen. Verder richt het zich op het verduurzamen van het gebouw en het verminderen van de CO₂-uitstoot. De planning wordt jaarlijks geactualiseerd op werkelijke uitgaven en nieuwe inzichten.

Ontwikkelingen Het onderhoud van de brede scholen loopt via een aparte voorziening. De meerjarenplanning dateert van 2022 en is in 2025 herzien. Het nieuwe plan loopt van 2026 tot en met 2029. We onderzoeken nog of de onderhoudsvoorziening voor brede scholen in stand gehouden moet worden of dat we dit voortaan via de exploitatie laten verlopen. Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie Mutatie voorzieningen

66

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

1.482

1.822

1.747

2.043

2.062

-5

191

23

-200

-218

Groenbeleids- en groenstructuurplan Beleidskader De gemeenteraad heeft in 2023 het Groenbeheerplan vastgesteld. In het groenbeheerplan is vastgelegd hoe de omvorming van het openbaar groen ter verhoging van de biodiversiteit, de leefbaarheid en het klimaatadaptiever maken van de openbare ruimte vormgegeven wordt. Er wordt gewerkt met een viertal groentypen met elk hun eigen onderhoudsniveau. Het groenbeheerplan 2023 bevat daarnaast ook een aantal beleidswijzigingen ten opzichte van het Groenbeleids- en groenstructuurplan uit 2011. Dat plan is nog steeds van toepassing met inachtneming van de wijzigingen uit het Groenbeheerplan 2023.

Ontwikkelingen Voor het groenonderhoud is er een overeenkomst met Senzer. Zowel Senzer als de gemeente Laarbeek lopen tegen een aantal knelpunten aan m.b.t. het groenonderhoud en de gemaakte afspraken. Het jaar 2026 geldt als een overgangsjaar waarbij we in goed overleg met Senzer bekijken welk onderhoud Senzer nog doet en waar we gezamenlijk een andere oplossing voor zoeken om zo goed mogelijk de afgesproken beeldkwaliteit te behalen. Tegelijkertijd bereiden we ons voor op een nieuwe aanbesteding voor het groenonderhoud vanaf 2027 en welke rol Senzer daarin krijgt. Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

1.358

1.549

1.579

1.609

1.639

Natuurterreinen, landschapselementen en bossen Beleidskader Voor de diverse groengebieden in het buitengebied van onze gemeente zijn een aantal beheerplannen opgesteld. Voor de gemeentelijke bosgebieden geldt het bosbeheerplan (2016), voor de overige natuurterreinen is het beheerplan natuurterreinen Laarbeek (2022) van toepassing. In het beheerplan landschapselementen (2016) worden de eindbeelden en onderhoudsmaatregelen voor een 75-tal landschapselementen omschreven. Het gaat dan om houtwallen, zandpaden, poelen en dergelijke. Voor de uitvoering van de diverse werkzaamheden hebben wij in 2022 een zesjarige beheerovereenkomst met Bosgroep ZuidNederland afgesloten.

Ontwikkelingen In 2025 is het grote nieuwe natuurgebied “'t Gulden Land” aangelegd en opgeleverd. Voor dit nieuwe natuurgebied zal in 2026 een beheerplan worden opgesteld en wordt het onderhoud ook ondergebracht in de beheerovereenkomst met Bosgroep Zuid-Nederland. Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

67

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

253

289

289

289

289

Openbare verlichting Beleidskader Het beleidsplan ‘Licht in de openbare ruimte 2018’ beschrijft de totale openbare ruimte: niet alleen de openbare verlichting maar ook de verlichting van bedrijven(terreinen), monumenten en dergelijke. Gekozen is om de openbare verlichting binnen een planperiode van 12 jaar geheel te vervangen door Ledverlichting en de openbare verlichting voor een groot gedeelte te voorzien van telemanagement. Met deze verduurzaming geven we uiting aan de ambities die Laarbeek heeft op het gebied van duurzaamheid. Elk jaar wordt een investeringsplan opgesteld en wordt krediet aan de raad gevraagd.

Ontwikkelingen Op basis van een actuele inschatting kunnen de gereserveerde kredieten voor volledige verledding van de openbare verlichting naar beneden worden bijgesteld, zonder gevolgen voor het behalen van de verduurzamingsdoelen binnen de openbare verlichting. Financieel is dit reeds verwerkt in de kadernota 2026. Ook in 2026 zal een deel van de bestaande openbare verlichting worden vervangen door LED. Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

332

401

410

418

428

Riolering Beleidskader In het najaar van 2025 heeft het college het 'Water- en Rioleringsprogramma (WRP) Laarbeek 2025-2029' vastgesteld. Hierin beschrijven we hoe wij als gemeente omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast wordt ingegaan op de zorg voor het oppervlaktewater met een functie in de waterketen en de invloed van klimaatverandering op de waterketen en hoe we daarmee omgaan. Het WRP beschrijft ook de systematiek die de hoogte en ontwikkeling van de rioolheffing beschrijft. De feitelijke tarieven worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld in de belastingverordening.

Ontwikkelingen In 2026 wordt uitvoering gegeven aan het WRP. In 2027 evalueren we de financiële paragraaf en volgen eventuele bijstellingen. Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

Exploitatie

1.691

1.588

1.622

1.723

1.841

Mutatie voorzieningen

-310

478

522

473

398

68

Speelplekken Beleidskader Het in 2021 vastgestelde speelruimteplan ziet toe op het structureel aanpassen en vervangen van speelplekken in Laarbeek binnen een tijdsbestek van 20 jaar.

Ontwikkelingen Ook in 2026 geven we invulling aan het bij het speelruimteplan behorende beheer- en uitvoeringsplan. Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

Exploitatie

78

118

123

127

132

Mutatie voorzieningen

-17

-3

-3

-3

-3

Waterbeheer Beleidskader Het ‘Waterbeheerplan 2021’ werd op 24 juni 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit plan vormt de basis voor het beheer en onderhoud van de waterelementen in Laarbeek. Op 6 juli 2023, bij het vaststellen van de kadernota 2024, verhoogde de gemeenteraad de bijbehorende budgetten, op basis van de inzichten van dat moment.

Ontwikkelingen In 2026 wordt het waterbeheerplan herzien, op basis van de huidige inzichten. Bovendien worden enkele waterpartijen uitgebaggerd. Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

Exploitatie

165

112

112

112

112

Mutatie voorzieningen

-263

141

-167

139

-167

69

Wegenbeleid Beleidskader Het 'Wegenbeleid gemeente Laarbeek 2024' werd op 12 oktober 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit beleid vormt de basis voor de wijze waarop het verhardingenbeheer in de gemeente Laarbeek wordt uitgevoerd. Bij het vastgestelde kwaliteitsniveau B (Basis) worden de wegen ‘heel en veilig’ onderhouden, conform de landelijke standaard. Gelijktijdig zijn de financiële middelen beschikbaar gesteld om de verhardingen op het vastgestelde kwaliteitsniveau te houden.

Ontwikkelingen Gezien de noodzaak tot structurele financiële ombuigingen werd in de Kadernota 2026 vastgelegd dat het budget ‘incidenteel onderhoud wegen’ structureel wordt verlaagd met € 50.000. Met ingang van 2026 wordt echter wel ½ fte buitendienst ingezet voor kleinschalig onderhoud wegen. Hierdoor zal een groter deel van de meldingen openbare ruimte worden opgelost door onze eigen buitendienst. Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie Mutatie voorzieningen

70

Meerjarenbegroting

2024

2026

2027

2028

2029

2.014

2.335

2.337

2.337

2.337

16

-219

-219

-219

150

4.4 Financiering Algemeen De paragraaf 'financiering' bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte (BBV, artikel 13).

Risicobeheer Om de financiële risico's zo goed mogelijk te beheersen, is het belangrijk om aandacht te schenken aan de kwalitatieve ontwikkeling van de treasuryfunctie. Als gevolg van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) hebben gemeenten twee instrumenten ingevoerd: 1.

Treasurystatuut;

2.

Paragraaf financiering.

Treasurystatuut Hierin wordt een nadere invulling gegeven aan het wettelijk kader. Het statuut bevat de beleidsuitgangspunten voor het uitvoeren van de treasuryfunctie. De volgende regelgeving heeft betrekking op de financieringsfunctie van de gemeente: 

Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Ministeriële regeling ‘Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden’ (Ruddo).

Financieringsregeling huisvesting ambtenaren.

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

Paragraaf financiering Deze paragraaf wordt opgenomen in zowel de begroting als de rekening en biedt hiermee informatie over de uitvoering van treasurytaken. Het rijk heeft de kasgeldlimiet, renterisiconorm en een drempelbedrag schatkistbankieren ingesteld om risico’s die te maken hebben met herfinanciering van leningen in te perken. Deze drie elementen worden in de volgende alinea’s nader toegelicht.

71

Financiering Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan wat het maximale bedrag is dat de gemeente aan kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) mag aantrekken. De kasgeldlimiet 2026 bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal, dus 8,5% van ±€ 76,8 miljoen is ±€ 6,5 miljoen.

Renterisiconorm De renterisiconorm geeft aan welk deel van de langlopende leningen (looptijd langer dan 1 jaar) afgelost mag worden. De renterisiconorm 2026 bedraagt 20% van het begrotingstotaal, dus 20% van ±€ 76,8 miljoen is ±€ 15,4 miljoen.

Drempelbedrag schatkistbankieren Om de staatsschuld te beperken moeten gemeenten tijdelijk overtollige, liquide middelen aanhouden in de schatkist bij het Rijk of uitzetten bij medeoverheden. Om het cashmanagement van de gemeenten niet te verstoren mogen de gemeenten een relatief beperkt positief saldo op de bankrekeningen aanhouden. Gemiddeld per kwartaal mag dit saldo niet meer zijn dan een vastgesteld drempelbedrag. Het drempelbedrag schatkistbankieren 2026 bedraagt 2% van het begrotingstotaal, dus 2% van ±€ 76,8 miljoen is ±€ 1,5 miljoen.

Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte 2026 is een afgeleide van de liquiditeitsprognose. In het verleden werd deze prognose incidenteel gemaakt. Op het moment dat sprake was van het aantrekken van een langlopende geldlening werd de noodzaak gezien van een liquiditeitsbegroting omdat uit een dergelijke begroting af te lezen is: 1.

wat de omvang van de lening zou moeten zijn, en

2.

wat de looptijd van de lening zou moeten zijn.

Met de verplichting om in begroting en jaarrekening te rapporteren over de financieringsbehoefte zal meer structurele aandacht gegeven worden aan het samenstellen van een liquiditeitsbegroting.

72

Rente(toerekening) Bij het berekenen van het renteresultaat van het taakveld ‘Treasury’ in de begroting 2026 is rekening gehouden met de volgende componenten:

Begroting 2026 bedragen x € 1.000

Externe rentelasten en -baten

Lasten

Baten

Saldo

-109

158

49

-/- Rente aan de grondexploitatie Saldo rentelasten en -baten

49

Rente over voorzieningen

-65

-65

Saldo bespaarde rente

-65

Aan taakvelden toe te rekenen rente

-16

Aan taakvelden toegerekende rente

13

13

Aan taakvelden toegerekende rente

13

Aan taakvelden toegerekende rente

13

Saldo taakveld Treasury

-4

Overzicht omslagrente Onderstaand volgt een overzicht van de berekening van de omslagrente voor de begroting 2026.

Berekening Omslagrente a

Begroting 2026

externe rentelasten over de korte en lange financiering - korte financiering (tot 1 jaar) financieringstekort (rekening courant)

109

- lange financiering (vanaf 1 jaar) leningen o/g b

0

externe rentebaten - korte financiering (tot 1 jaar)

c

-158

- lange financiering (vanaf 1 jaar)

0

totaal door te rekenen externe rente

-49

rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend rentekosten grondexploitatie

0

restant nog door te rekenen externe rente

-49

d1 rente dotatie eigen vermogen

0

d2 rente dotatie voorzieningen

65

contante voorziening wachtgeld voorm.bestuurders

0

door te rekenen interne rente

16

e

werkelijk aan taakvelden doorgerekende rente

13

f

renteresultaat taakveld Treasury (+ = voordeel / - = nadeel)

-3

Omslagrente begroting 2026

0,02% 73

4.5 Bedrijfsvoering 2026 Organisatieontwikkeling Wij werken continu aan een toekomst bestendige organisatie die ons flexibeler maakt om te kunnen blijven inspelen op maatschappelijke opgaven. Daarnaast is er specifiek aandacht voor een goed ambtelijk-bestuurlijk samenspel. In de organisatieontwikkeling hebben we aandacht voor de balans tussen ambities, beschikbare capaciteit en kwaliteit. Dit doen we met behulp van een concernplan en teamplannen. In 2026 blijven we zetten op de ontwikkeling van projectmatig werken. De eerste stappen zijn in 2025 gezet, onder andere door het introduceren van een toolkit en het geven van trainingen. We zetten verder in op de vertaling naar en inbedding van projectmatig werken in de dagelijkse praktijk. Projectmatig werken vraagt niet alleen om heldere structuren en instrumenten, maar ook om gedragsverandering, leiderschap, eigenaarschap en onderlinge afstemming. Met als doel dat projectmatig werken de standaard manier van werken is. Projectmatig werken helpt ons om het werk effectief en efficiënt uit te voeren en integraal te werken. De coördinatoren worden gefaciliteerd in een verdere verdieping van kennis en vaardigheden om hun teams te begeleiden bij de doorontwikkeling. Het opleidingstraject voor coördinatoren zal in 2026 doorlopen waarin o.a.

aandacht wordt besteed aan de teamontwikkeling, inzicht in groepsdynamieken en hoe de gezamenlijke effectiviteit van de teams te vergroten. In onze strategische personeelsontwikkeling zetten we in op het goede gesprek voeren met onze medewerkers en een arbo- en vitaliteitsbeleid dat aansluit op goed werkgeverschap. Dit met de visie: vitaliteit, werkplezier en wendbaarheid van medewerkers dragen bij aan het duurzaam behalen van onze organisatiedoelen. Met onze missie: vitaal in beweging. Daarnaast werken we continue aan een moderne bedrijfsvoering. In 2026 ronden we de implementatie van ons financieel systeem af. Hierin worden ook de bijbehorende werkprocessen tegen het licht gehouden. We starten met de vervanging van ons zaaksysteem (e-Suite door Podium D). De nieuwe systemen zorgen ervoor dat we met de nieuwste technieken en functionaliteiten ons werk kunnen doen. Om dit goed te ondersteunen wordt in 2026 het functioneel beheer van de meest kritische bedrijfsapplicaties gecentraliseerd binnen het intergemeentelijk team ICT-I&A.

Dienstverlening Laarbeek is een moderne en betrouwbare gemeente. Onze ambitie is duidelijk: inwoners ervaren onze dienstverlening als makkelijk, betrokken en persoonlijk. We doen wat we beloven, communiceren helder en behandelen iedereen met respect. Zo bouwen we samen aan een sterke en toekomstgerichte dienstverlening. De wereld om ons heen verandert snel. Denk aan digitale ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie (AI), robotisering en werken in de cloud. Ook komen er nieuwe wetten, zoals de Wet Open Overheid en de Wet digitale toegankelijkheid. Als gemeente gaan we hier zo goed als mogelijk in mee. We volgen slimme voorbeelden van andere gemeenten en leren van wat de VNG ontwikkelt. In de tweede helft van 2025 stellen we het Programma Dienstverlening 2025–2030 vast. Dit programma geeft richting aan wat we willen bereiken in onze dienstverlening, zowel voor inwoners als binnen onze organisatie. Belangrijke onderwerpen zijn: toegankelijkheid, eenvoud, digitalisering en het centraal stellen van onze inwoners.

74

Het programma is ook de basis voor het uitvoeringsprogramma Dienstverlening. Daarin staan de projecten en activiteiten waar we de komende jaren aan werken. We kiezen bewust wat we eerst doen en wat later, omdat dienstverlening iedereen in onze organisatie raakt. Iedereen heeft hierin een rol en verantwoordelijkheid.

Informatisering & automatisering Een goede informatievoorziening is van belang om een gedegen en continu niveau van dienstverlening te bieden. Er zijn steeds veranderende wetgevingen en trends en ontwikkelingen volgen elkaar in een sneltreinvaart op. Deze zijn van invloed op onze (digitale) informatievoorziening. Informatisering en Automatisering Het intergemeentelijk team ICT werkt via vijf ontwikkelingslijnen aan een toekomstgerichte ICTdienstverlening: systeem- en netwerkbeheer, functioneel beheer, informatiemanagement, servicedesk en digitale vaardigheden. Voor 2026 ligt de focus daarbij op de volgende thema’s: - Uitbesteding systeem- en netwerkbeheer, zodat kwetsbaarheid afneemt en kwaliteit toeneemt; - Ontwikkeling functioneel beheer, zodat functioneel beheerders een duidelijke rol krijgen en optimaal kunnen inspelen op gebruikersbehoeften; - Ontwikkelen informatiemanagement; - Het in kaart brengen van de complete i-architectuur; - De standaardisatie van gegevensuitwisseling tussen applicaties wordt verder doorgevoerd; - Toekomstbestendige servicedesk door het invoeren van gestandaardiseerde processen; - Digitale vaardigheden. Doorontwikkeling van Microsoft 365, effectievere samenwerking en gerichte bewustwordings- en trainingssessies voor eindgebruikers. Informatiebeveiliging We zien dat het dreigingsbeeld met betrekking tot informatiebeveiliging aan het veranderen is.

De kans dat onze gemeente geraakt wordt door een beveiligingsincident wordt steeds groter. Daarom is op Europees niveau ook een nieuwe wetgeving, De Network and Information Systems Directive 2 (ook wel Cyberbeveiligingswet, CBW), aangenomen. Deze zal in tweede kwartaal 2026 worden geïmplementeerd in de Nederlandse Wetgeving. Dit betekent dat we nog kritischer moeten gaan kijken naar de huidige stand van zaken rondom onze informatiebeveiliging. Dit gaan we o.a. doen door: - Uitvoeren risico-analyse van alle kritische processen. Vervolgens worden maatregelen getroffen om de kans of impact van een incident te beperken; - Plan van aanpak opstellen voor een Security Information and Event Management (SIEM) en Security Operations Center (SOC) zodat we op de hoogte blijven van kwetsbaarheden en maatregelen kunnen treffen; - Opstellen van een Business Continuity Plan; - Opstellen of actualiseren van beleidsstukken en processen om aan de Cyberbeveiligingswet te voldoen. Privacy De Privacy Officer en Functionaris Gegevensbescherming stimuleren actief de naleving van privacyregels binnen onze organisatie, wat het risicobewustzijn vergroot. Met de invoering van de AIAct zijn wij verplicht om bij het gebruik van Artificial Intelligence een impact assessment uit te voeren en te bepalen in welke risicocategorie de toepassing valt.

Sommige AI-vormen zijn verboden; andere vereisen strikte maatregelen op het gebied van risicomanagement en transparantie. Er is geïnventariseerd welke AI-toepassingen binnen de organisatie worden gebruikt.

75

Voor 2026 hebben we een aantal aandachtspunten: - Het opstellen of actualiseren van beleidsstukken, procedures en richtlijnen voor privacy en AI, zoals de datalekprocedure; - Uitvoeren van de Wpg-audit en DPIA’s; - Organisatiebrede bewustwording blijft een speerpunt, waarbij een e-learningprogramma voor medewerkers zal bijdragen aan kennis en naleving van privacyregels. Informatiebeheer In 2026 ligt de focus op de vervangingsopgave van de e-Suite en de migratie naar PodiumD, die eind 2026 gepland staat. PodiumD is ons nieuwe dienstverleningsplatform en zaaksysteem, dat we in samenwerking met Dimpact hebben ontwikkeld. In 2026 treffen we voorbereidingen om deze migratie soepel te laten verlopen. Daarnaast staat er een aanbesteding gepland voor een pre-depot om duurzame opslag van informatie te garanderen. Tot slot gaan we een meerjarenplanning opstellen voor het op orde brengen van de informatiehuishouding. Dit doen we in het kader van de Wet Open Overheid. Gegevensbeheer We hebben het beheer van de onze Basis-en kernregistraties goed op orde, dit geldt ook voor onze applicaties. Begin 2026 is de nieuwe GIS-viewer operationeel waarmee we de organisatie nog beter kunnen voorzien van een combinatie van digitaal kaartmateriaal en data.

Daarnaast werken we hard aan de doorontwikkeling van het team waarbij we meer gebruik willen maken van slimme technieken om (Geo)data te analyseren en in zetten voor organisatievraagstukken. We gaan hierbij ook verkennen of er mogelijkheden zijn om datagedreven werken in samenwerking met andere organisaties op te pakken.

Planning & Control In 2026 gaan we door met het verder verbeteren van de P&C-cyclus. Aan de hand van een strakke detailplanning en bondige documenten willen we de raad tijdig voorzien van relevante informatie. De insteek blijft dat de P&C-cyclus inzichtelijk is voor raadsleden en inwoners én ondersteunend is in de controlerende en kaderstellende rol van de raad.

Personeel De organisatie staat voor de opgave om voldoende toegerust te blijven om ambities en maatschappelijke taken uit te voeren. Vitaliteit, werkplezier en wendbaarheid worden beschouwd als randvoorwaarden voor succes. Investeren hierin versterkt de gehele organisatie. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het lastig om functies structureel en kwalitatief goed te vervullen. Dit vraagt om flexibiliteit en creativiteit over de inzet van personeel en middelen. Het doel is een toekomstbestendige organisatie die wendbaar is en in staat blijft maatschappelijke opgaven te realiseren. Strategische personeelsontwikkeling vormt het uitgangspunt. De ontwikkeling van medewerkers wordt verbonden aan de ontwikkeling van de organisatie. Dit gebeurt planmatig en met samenhang. Managers en coördinatoren hebben hierin een centrale rol. Daarnaast ligt de nadruk op een integrale aanpak van arbo, vitaliteit en goed werkgeverschap.

76

Speerpunten 2026: - Het goede gesprek: structureel inzetten op dialoog als basis voor ontwikkeling en eigenaarschap; - Arbobeleid en vitaliteit: nadruk op preventie, versterking en duurzame inzetbaarheid; - Een helder functiehuis HR21: invoering voor meer duidelijkheid, structuur en loopbaanperspectief. Binnen de intergemeentelijke samenwerking tussen de gemeenten Laarbeek en Gemert-Bakel is de volgende verdeling van teams gemaakt: - Gemeente Gemert-Bakel: team ICT-I&A en team Personeelsadministratie (PSA); - Gemeente Laarbeek: team Financieel Beheer, team Informatiebeleid en Privacy (IB&P), team HR. Binnen de Peelgemeenten werken we samen op het gebied van regionale arbeidsmarktstrategie. Hierin leggen we de focus op de volgende onderwerpen: - Peelbanen.nl voor een aantrekkelijk regionaal werkgeversprofiel - Talentontwikkeling en gezamenlijk opleiden - Interne mobiliteit bevordering om medewerkers te behouden voor de peelregio - Samenwerking op het gebied van moeilijk invulbare functies Medewerkers van de intergemeentelijke teams werken voor twee gemeenten en zijn in dienst conform de verdeling. Naast de bovenstaande samenwerking zijn werkzaamheden en taken uitbesteed aan verschillende verbonden partijen. Denk hierbij aan onder andere de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), de BelastingSamenwerking Oost-Brabant (BSOB) en de Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten.

In de onderstaande tabel wordt een overzicht gepresenteerd van de personele formatie die inzicht geeft in de personele bezetting en de bijbehorende personeelslasten per organisatieonderdeel.

Organisatiestructuur

Formatie

Loonsom

Begroting 2026

(fte) (x € 1.000)

Griffie

1,89

211

Secretaris (gemeentesecretaris)

1,00

165

Afdeling Bedrijfsvoering en Staf

52,46

5.209

Afdeling Leefomgeving

57,53

5.492

Afdeling Samenleving

37,21

3.346

Totaal

150,09

14.423

Rechtmatigheid In 2025 wordt, net als vorig jaar, een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen bij de jaarrekening door het college van Burgemeester en Wethouder. Hierbij wordt extra aandacht gevestigd op de adviezen uit de accountantscontrole (interim-controle) en eventuele opmerkingen of verbeteringen vanuit de gemeenteraad. In de jaarrekening over boekjaar 2025 zal de rechtmatigheidsverantwoording van het college opgenomen worden en zal tevens een toelichting hierop plaats vinden in de paragraaf Bedrijfsvoering. In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het college van B&W aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. De externe accountant geeft een controleverklaring met een oordeel over getrouwheid inclusief getrouwheid over de rechtmatigheidsverantwoording van het college van B&W.

77

Tot slot heeft de gemeenteraad eerder besloten over de rechtmatigheidsverantwoording waaronder de reikwijdte en verantwoordingsgrens (raadsvergadering van 20 mei 2021 en raadsvergadering van 2 oktober 2025). Vanaf 2025 is de verantwoordingsgrens (zowel voor de accountant, als voor rechtmatigheid voor de gemeente) gewijzigd naar 2% van de totale lasten. De 2% is tevens het totaal van zowel fouten als onzekerheden. Hiervoor zijn vanaf 2025 dus geen separate grenzen meer. Bij de jaarrekening 2025 (in 2026) worden de meest recente wijzigingen en richtlijnen van de BBV gehanteerd.

78

4.6 Verbonden partijen 2026 Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is in artikel 1 lid b BBV als volgt gedefinieerd: ‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.’ Onder bestuurlijk belang wordt verstaan (artikel 1 lid d BBV): ‘Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.’ Onder financieel belang wordt verstaan (artikel 1 lid c BBV): ‘een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.’ Hieronder is weergegeven een overzicht van publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de gemeente Laarbeek participeert, die begrepen kunnen worden onder de noemer verbonden partijen.

Beleidsuitgangspunten Het inzichtelijk maken van de verbonden partijen is om twee redenen van belang. De eerste reden is dat verbonden partijen vaak beleid uitvoeren dat de gemeente in principe ook zelf kan blijven doen. De gemeente geeft een mandaat aan de verbonden partij. De tweede reden betreft de kosten, het budgettaire beslag en de financiële risico’s, die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen. Het aangaan van banden met verbonden partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Verbindingen met derden zijn een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren. De huidige verbonden partijen hebben allemaal een historische bestaansgrond. Bij nieuwe deelnemingen zullen we bij de besluitvorming door de raad de publieke taak expliciet aan de orde stellen op grond van visie en doelstellingen van de deelneming. Daarnaast is er in 2024 gestart met de verdere uitwerking van de samenwerkingsagenda met een raadswerkgroep de afronding en uitwerking zal ook in 2025 plaats vinden. De uitkomsten van dit traject kunnen ook van invloed zijn op de manier waarop wij omgaan met de verbonden partijen in onze P&C producten. Indien dit van toepassing is zal dit ook in 2025 worden verbeterd en aangepast in onze P&C producten.

79

Overzicht verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) Partners

Openbaar belang

Bestuurlijke betrokkenheid Eigen Vermogen

bedragen x € 1.000

Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, gemeente Asten, Bernheze, Boekel, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek, Maashorst, Oss, Someren Binnen het werkveld heffingen en WOZ meerwaarde creëren in termen van kwaliteitsverbetering, verbetering van de dienstverlening aan inwoners, vermindering van kwetsbaarheden en besparing op uitvoeringskosten. Onze gemeente heeft één zetel in het Algemeen Bestuur. 1.212

1-1-2025 Eigen Vermogen

Nog niet bekend

31-12-2025 Vreemd Vermogen

19.546 (waaronder 17.716 “Nog af te dragen ontvangsten”)

1-1-2025 Vreemd Vermogen

Nog niet bekend

31-12-2025 Resultaat 2024 Bijdrage Laarbeek

476 (Begroting 2026, excl. BTW)

Risico's

· Een te hoge belasting van key-spelers en hun eventuele uitstroom · Risico’s rondom informatiebeveiliging · Te snelle groei van BSOB als organisatie · Voorgenomen wetswijziging Algemene wet bestuursrecht kan leiden tot behoefte aan extra personeel omdat meer contactmomenten met inwoners worden verwacht

Ontwikkeling

· Groei van de organisatie door toetreding van Waterschap De Dommel per 1 januari 2026 · Aandacht voor uniformering en maximale efficiëntie met het oog op de financiële positie van de deelnemers

80

Blink Partners Openbaar belang

bedragen x € 1.000

Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Nuenen c.a. en Someren, Son en Breugel en Pre-Zero Het in regionaal verband op professionele wijze zorgdragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van de inzameling, sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, de gladheidsbestrijding en de reiniging van de openbare ruimte van de deelnemende gemeenten.

Bestuurlijke betrokkenheid

Onze gemeente heeft één zetel in het Algemeen Bestuur.

Eigen Vermogen

0

1-1-2025 Eigen Vermogen

Nog niet bekend

31-12-2025 Vreemd Vermogen

11.570

1-1-2025 Vreemd Vermogen

Nog niet bekend

31-12-2025 Resultaat 2024 Bijdrage Laarbeek

2.081 (Begroting 2026)

Risico's

De inrichting van Blink maakt dat alle dienstverlening via doorbelasting op de deelnemende gemeenten wordt afgewikkeld. - Benodigde organisatieontwikkeling (strategisch traject Blink) - Verbrandingsbelasting en verwerkingstarieven 2025 nog niet bekend - Het schommelen van opbrengsttarieven - Aanlevering van hoeveelheid tonnages in de huis-aan-huisinzameling en milieustraten - Inzetbaarheid van personeel (krapte op de arbeidsmarkt) - Veroudering materieelpark Blink - Huisvesting Blink

Ontwikkeling

Diverse ontwikkelingen blijven de komende jaren merkbaar van invloed: - Toenemende omvang dienstverlening Blink - Verdere professionalisering van de bedrijfsvoering - Toename kosten voor lonen (marktconform maken van inschaling van uitvoerend personeel om de continuïteit van dienstverlening te borgen) - Inkoop, inhuur en inflatie - Verhoging olie- en brandstofprijzen - Verduurzamen inzamelvoertuigen - Huisvesting Blink

81

Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten

bedragen x € 1.000

Partners

Asten, Deurne, Gemert-Bakel en Someren

Openbaar belang

Uitvoering van gemeentelijke taken op het terrein van Wmo, Jeugd en BMS ten behoeve van de deelnemende gemeenten. (BMS = Bijzondere bijstand, Minimavoorzieningen, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Inburgering en aanverwante wet- en regelgeving, waaronder de uitvoering van de Regeling gehandicaptenparkeerkaarten en de Regeling Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang)

Bestuurlijke betrokkenheid

Onze gemeente levert twee bestuursleden voor het Algemeen Bestuur en één bestuurslid voor het Dagelijks Bestuur.

Eigen Vermogen

1.017

1-1-2025 Eigen Vermogen

677.000

31-12-2025 Vreemd Vermogen

19.597

1-1-2025 Vreemd Vermogen

19.098

31-12-2025 Resultaat 2024 Bijdrage Laarbeek

3.471

Risico's

De inrichting van GR Peelgemeenten maakt dat alle dienstverlening via doorbelasting op de deelnemende gemeenten wordt afgewikkeld. In de begroting 2025 is een paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” opgenomen. De risico’s van de GR Peelgemeenten beperkt, omdat het een uitvoeringsorganisatie betreft. De voornaamste risico’s die zijn in de risico-inventarisatie opgenomen: ·Ziekteverzuim ·Beveiliging van data/privacy ·Kwetsbaarheid organisatie op gebied van bedrijfsvoeringstaken. ·Juridische risico’s (overschrijden termijnen als gevolg van onvoldoende capaciteit).

Ontwikkeling

De Gemeenschappelijke Regeling (GR) Peelgemeenten bouwt in 2026 voort op de ontwikkelingen die in 2021 zijn gestart met de koersagenda 'Samenwerken door Samen Werken', welke in 2026 een vervolg krijgt in de Koersagenda 2025-2030. Daarbij vormen diverse Rijksakkoorden zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), Integraal Zorgakkoord (IZA) en Hervormingsagenda jeugd de kern van samenwerking voor de maatschappelijke uitdagingen in onze regio. In 2026 is er sprake van een aantal ontwikkelingen, zoals: - De doorontwikkeling van het programmabureau krijgt vervolg voor een toekomstbestendig programmabureau waarmee ze regionaal de ontwikkelingen naar aanleiding van de IZA, GALA en Hervormingsagenda Jeugd kunnen faciliteren; - Verdere impact van de koersagenda op de inwoners monitoren; - De nieuwe aanbesteding voor huishoudelijke hulp introduceren; - Ontdubbelen van bijzondere bijstand uitrollen.

82

GGD Brabant Zuidoost

bedragen x € 1.000

Bestuurlijke betrokkenheid

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). Onze gemeente heeft één zetel in het algemeen bestuur en één zetel in het dagelijks bestuur.

Eigen Vermogen

7.746

Partners

Openbaar belang

1-1-2025 Eigen Vermogen

5.650 (raming)

31-12-2025 Vreemd Vermogen

29.551 (waarvan voorziening 2.753)

1-1-2025 Vreemd Vermogen

27.808 (raming) waarvan voorziening 2.895

31-12-2025 Resultaat 2024 Bijdrage Laarbeek

1.071,77

Risico's

GGD heeft actief risicomanagement ontwikkeld, waarbij elk trimester aandacht wordt geschonken aan de ontwikkeling in de risico’s. De belangrijkste risico’s die genoemd worden in de programmabegroting 2025 zijn: - Toenemende arbeidsmarktkrapte - Het risico dat er zich beveiligingsproblemen voordoen - De Corona-, M-Pox en Oekraïne-crises maken duidelijk dat rampen en pandemieën een enorme impact op de werkzaamheden van de GGD kunnen hebben. De aanwezige algemene reserves (voor programma publieke gezondheid en programma Ambulancezorg) vallen binnen de vastgestelde bandbreedte en is hierdoor voldoende om de risico's op te vangen.

Ontwikkeling

-Gevolgen van Covid-19 en versterking van pandemische paraatheid - Naar een sluitende aanpak in de openbare geestelijke gezondheidszorg - Versterken van ambulancezorg als onderdeel van de acute zorgketen - Diverse ontwikkelingen in de jeugdgezondheidszorg - Gevolgen van de schaalsprong in Brabant-Zuidoost - Overige ontwikkelingen: o Zorgakkoorden en een regionale preventie infrastructuur o Kansrijke start o Nu niet zwanger o Seksuele gezondheid o Forensische geneeskunde o Toezicht op de kwaliteit van voorschoolse educatie o Het rijksvaccinatieprogramma o Duurzaamheid en planetaire gezondheid

83

Metropool Regio Eindhoven Partners

Openbaar belang

Bestuurlijke betrokkenheid Eigen Vermogen

bedragen x € 1.000

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropool Regio Eindhoven. Onze gemeente heeft één zetel in het Algemeen Bestuur. Het bestuur van de Metropoolregio Eindhoven bestaat uit het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. 20.597

1-1-2025 Eigen Vermogen 31-12-2025 Vreemd Vermogen

22.149

1-1-2025 Vreemd Vermogen 31-12-2025 Resultaat 2024 Bijdrage Laarbeek

408 Bestaat uit 135 regionale opgave, 88 brainport development, 59 stimuleringsfonds en 126 RHCe

Risico's

De belangrijkste risico's zijn door de MRE in kaart gebracht. Dit betreft: Landgoed Gulbergen: doelvermogen eeuwigdurende nazorg is ontoereikend. Risico is hoog, kans is heel klein MRE: Op de uitbreiding van taken in het samenwerkingsakkoord 20232026 is de organisatie MRE wat betreft personeel en middelen niet ingericht. Het risico bestaat dat de beoogde externe financiering niet wordt gerealiseerd. Risico is zeer hoog, kans is 50% MRE: Niet kunnen invullen van vacatures waardoor externe inhuur noodzakelijk is, het risico is hoog, 50% kans. In totaal 1.125 weerstandscapaciteit benodigd.

84

Ontwikkeling

Er wordt in 2026 verder gewerkt aan het samenwerkingsakkoord 2023-2026, zoals beschreven in het werkprogramma 2025/2026 en begroting 2026. Regionale strategie en samenwerking Doorontwikkelen regionale samenwerking Bovenregionale samenwerking Landgoed Gulbergen Ruimte en Wonen Doorontwikkeling regionale ontwikkelstrategie 2023-2030 Versnelling woningbouw en mobiliteit vanuit bestaande plannen Mobiliteit Regionale strategie mobiliteit Programmeren regionale mobiliteit Coördinatie uitvoering – Korte Termijn Aanpakken Energietransitie Sturing en organisatie programma energietransitie Energiesysteem Grootschalige opwek duurzame energie Gebouwde omgeving/besparing Warmte Economie Sturing en organisatie programma Economie Doorontwikkeling mainport Versterken vestigingsklimaat Landelijk gebied Sturing en organisatie Programma Vitale Groene Leefomgeving Vitaal Landelijk Gebied Inhoud programma Vitaal Landelijk Gebied

85

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB)

bedragen x € 1.000

Partners

De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is een regionale uitvoeringsdienst voor de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, GemertBakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-de-Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre en de provincie Noord-Brabant

Openbaar belang

De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de verantwoordelijke overheden in de regio Zuidoost-Brabant aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Bestuurlijke betrokkenheid

Het bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant bestaat uit het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. Onze gemeente heeft één zetel in zowel het Algemeen Bestuur als het Dagelijks Bestuur.

Eigen Vermogen

4.183

1-1-2025 Eigen Vermogen

3.739

31-12-2025 Vreemd Vermogen

4.907

1-1-2025 Vreemd Vermogen

4.885

31-12-2025 Resultaat 2024 Bijdrage Laarbeek

1.709

Risico's

Grootste risico’s: Te lage productiviteit, niet veroorzaakt door ziekteverzuim Niet kunnen beschikken over voldoende en gekwalificeerd personeel, zowel vast als inhuur Toenemende regeldruk vanuit rijksoverheid In mindere mate: Ransomware Onvoldoende kennis door druk op opleidingsuren en opleidingsbudget Ziekteverzuim en doorbetaling loonkosten Onvoldoende heldere scheidslijnen tussen verantwoordelijkheden

86

Ontwikkeling

Op 16 januari 2025 hebben Rijk, VNG, IPO, Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL de Samenwerkingsafspraken ondertekend die ertoe strekken dat opvolging wordt gegeven aan de producten en aanbevelingen die in het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel VTH zijn vastgesteld. Het ministerie van I&W heeft de Tweede Kamer daarnaast toegezegd wetgeving voor te bereiden om die afspraken minder vrijblijvend te maken. Op 19 december 2024 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om hiervoor concrete voorstellen te doen. Op 19 december 2024 heeft het algemeen bestuur ook ingestemd met de Meerjaren ontwikkelaanpak Dit is de uitwerking van de Meerjarenvisie 2023-2027. Naast de producten en aanbevelingen uit het IBP VTH gaat het om ontwikkelopgaven die moeten leiden tot een kwaliteitsverbetering op de uitvoering van de VTHA inclusief de bedrijfsvoering die daarvoor nodig is. De stikstofproblematiek en alle (juridische) ontwikkelingen daaromtrent zijn relevant om te vermelden. Mogelijke effecten van de recente jurisprudentie voor de uitvoering van de VTH-taken worden in beeld gebracht, het is nog niet helemaal duidelijk welk effect deze ontwikkelingen gaan hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=f2902a59-4f13-49e0-8d6c-26a8085be6d9